CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

08.a - Bijlage 1 - Ontwerp-bestemmingsplan De Huif (toelichting en planregels)

Raadsvergadering Sint-Michielsgestel 23 november 2023, gemeente boxtelBij agendapunt: 8 Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan De Huif22.352 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan De Huif Gemeente Sint-Michielsgestel Ontwerp

Bestemmingsplan De Huif Gemeente Sint-Michielsgestel Ontwerp

Rapportnummer:

P02848_3

IMRO-identificatienummer:

NL.IMRO.0845.BP2022SMGDEHUIF-ON01

Datum:

12 oktober 2022

Opdrachtgever:

Gemeente Sint-Michielsgestel

Projectteam BRO:

ADi, TAu

Concept-ontwerp:

februari 2022

Ontwerp:

juli 2022, oktober 2022

Vaststelling:

--

Trefwoorden:

--

Bron foto kaft:

BRO, abstract

Beknopte inhoud:

Bestemmingsplan voor de ontwikkeling van woningbouw op het perceel Hortensiastraat 2 (locatie De Huif) in SintMichielsgestel.

BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

Toelichting

Inhoudsopgave

pagina

1.INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

4 4 4 6 6

2.PLANBESCHRIJVING 2.1 Ontwikkelvisie Theereheide 2.2 Voorgestane ontwikkeling

7 7 10

3.BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid

12 12

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2 Provinciaal beleid

12 12 13 16

3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant 3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 3.2.3 Regionale Agenda Wonen 3.3 Gemeentelijk beleid

16 16 17 17

3.3.1 Structuurvisie Sint-Michielsgestel 2025 3.3.2 Woonvisie 2016-2021 3.3.3 Routekaart voor duurzaamheid Visie Sint-Michielsgestel

17 19 20

4.OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Verkeer en parkeren

22 22

4.1.1 Verkeersgeneratie 4.1.2 Parkeren 4.2 Geluid

22 23 23

4.2.1 Toetsingskader 4.2.2 Onderzoek 4.2.3 Conclusie 4.3 Luchtkwaliteit

23 24 24 25

4.3.1 Toetsingskader 4.3.2 Onderzoek 4.3.3 Conclusie 4.4 Bedrijven en milieuzonering

25 25 27 27

4.4.1 Toetsingskader 4.4.2 Onderzoek 4.4.3 Conclusie 4.5 Geur

27 27 29 29

4.5.1 Toetsingskader

29

Inhoudsopgave

1

4.5.2 Onderzoek 4.5.3 Conclusie 4.6 Kabels en leidingen 4.7 Externe veiligheid

29 29 29 30

4.7.1 Toetsingskader 4.7.2 Onderzoek 4.7.3 Conclusie 4.8 Ecologie

30 31 34 34

4.8.1 Toetsingskader 4.8.2 Onderzoek 4.8.3 Conclusie 4.9 Stikstofdepositie 4.10 Bodem

34 35 36 36 37

4.10.1 Toetsingskader 4.10.2 Onderzoek 4.10.3 Conclusie 4.11 Water

37 38 38 38

4.11.1 Toetsingskader 4.11.2 Onderzoek 4.11.3 Conclusie 4.12 Archeologie

38 41 42 42

4.12.1 Toetsingskader 4.12.2 Onderzoek 4.12.3 Conclusie 4.13 Cultuurhistorie

42 42 43 43

4.13.1 Toetsingskader 4.13.2 Onderzoek 4.13.3 Conclusie 4.14 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

43 43 43 44

4.14.1 Toetsingskader 4.14.2 Aanmeldingsnotitie m.e.r.

44 44

5.JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Inleiding 5.2 Plansystematiek 5.3 Toelichting op de bestemmingen

45 45 45 47

6.UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

49 49 49

6.2.1 Vooroverleg 6.2.2 Inspraak 6.2.3 Vaststellingsprocedure

50 50 50

Inhoudsopgave

2

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Ladder voor duurzame verstedelijking Bijlage 2: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 3: Kwantitatieve risicoanalyse Bijlage 4: Quickscan flora en fauna Bijlage 5: AERIUS-berekening gebruiksfase Bijlage 6: AERIUS-berekening aanlegfase Bijlage 7: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 8: Watertoets Bijlage 9: Archeologisch bureau- en booronderzoek Bijlage 10: Aanmeldingsnotitie m.e.r. Bijlage 11: Beeldkwaliteitsplan Bijlage 12: Ontwerpbesluit Hogere waarden

Inhoudsopgave

3

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding Het perceel aan de Hortensiastraat 2 in Sint-Michielsgestel is momenteel braakliggend. Tot begin 2020 stond op deze locatie dorpshuis De Huif, welke recentelijk is geamoveerd. De initiatiefnemer, de gemeente Sint-Michielsgestel, is eigenaar van de gronden binnen het plangebied en is voornemens hier maximaal 39 woningen (grondgebonden woningen en appartementen) te realiseren. Tot eind 2021 is regelmatig gesproken met twee particuliere eigenaren over woningbouw op diens percelen die grenzen aan de voorgenomen woningbouwontwikkeling op het perceel Hortensiastraat 2. De ene eigenaar heeft een acceptabel plan ingediend, de andere eigenaar heeft geen plan ingediend. Op 2 november 2021 heeft het college besloten niet mee te werken aan de wens voor woningbouw in de achtertuin van de percelen Theerestraat 11, 13 en 13A en wel medewerking te verlenen aan de wens voor woningbouw (3 wooneenheden) op het perceel gelegen aan de Theerestraat 7, 9 en 9A op basis van een stedenbouwkundige opzet. Het achterterrein van de percelen aan de Theerestraat 7, 9 en 9A bestaat nu voornamelijk uit oude voormalige bedrijfsbebouwing/opslagloodsen. De sloop van deze bebouwing levert een kwalitatieve verbetering op.

De beoogde ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan ‘Sint-Michielsgestel West’ (onherroepelijk 7 februari 2011), waarin het plangebied de bestemming ‘Maatschappelijk’ heeft. Woningbouw is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan betreft het nieuwe juridisch-planologische kader voor het plangebied. Er wordt aangetoond dat het initiatief haalbaar is en dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

1.2 Plangebied Het plangebied betreft de percelen Hortensiastraat 2 te Sint-Michielsgestel, kadastraal bekend als gemeente Sint-Michielsgestel, sectie E, nummer 3024, 4526 (ged.) en 4539 (ged.), met een oppervlakte van circa 4.400 m². Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Sint-Michielsgestel in de wijk Theereheide. De omgeving van het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit woonbebouwing. Het plangebied wordt aan de zuidzijde omsloten door de Esscheweg, aan de westzijde door de Hortensiastraat en aan de noord- en oostzijde omsloten door de woningbouw. Iets verder naar het oosten ligt de Dommel met aan de overzijde het centrum van Sint-Michielsgestel. De locatie van het plangebied is momenteel braakliggend. Voorheen (tot begin 2020) stond op deze locatie dorpshuis De Huif. De omliggende bebouwing bestaat uit grondgebonden woningen van twee bouwlagen met een kap en een appartementencomplex van vier bouwlagen. Aan de randen van het plangebied staan bomen. Op de percelen 4526 en 4539, Theerestraat 7, 9 en 9A, staan oude voormalige bedrijfsbebouwing/ opslagloodsen van circa 230 m². De ligging van het plangebied is indicatief weergegeven in figuur 1.1. De exacte begrenzing volgt uit de verbeelding.

Hoofdstuk 1

4

Figuur 1.1 Ligging plangebied binnen kern Sint-Michielsgestel

Figuur 1.2 Huidige situatie plangebied (Bron: Veldbezoek Quickscan Flora en Fauna, januari 2021)

Hoofdstuk 1

5

1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor het plangebied is het bestemmingsplan ‘Sint-Michielsgestel West’ het geldende juridische kader. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 7 februari 2011. Het plangebied heeft hierin de bestemmingen ‘Maatschappelijk’ en ‘Wonen - 1’ zonder bouwvlak. De gronden binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’ zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen. Ter plaatse van de voormalige bebouwing ligt een bouwvlak. De maximum goot- en bouwhoogte ter plaatse van het bouwvlak bedraagt 6 meter. Het bouwvlak mag voor maximaal 50% bebouwd worden. Binnen de bestemming ‘Wonen – 1’ zijn enkel bijgebouwen toegestaan. Naast het bestemmingsplan ‘Sint-Michielsgestel West’ zijn er twee paraplubestemmingsplannen vigerend. De paraplubestemmingsplannen zijn specifiek opgesteld met betrekking tot het regelen van het aspect parkeren en het aspect kamerbewoning. Binnen het plangebied is het oprichten van woningen volgens de vigerende bestemmingsplan niet toegestaan. Voorliggend bestemmingsplan stelt het nieuwe planologisch-juridische kader voor het plangebied.

Figuur 1.3 Uitsnede vigerend bestemmingsplan met het plangebied aangeduid

1.4 Leeswijzer Voorliggend plan is opgebouwd uit 6 hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk dient als introductie voor het plan en bijbehorend plangebied. In het tweede hoofdstuk wordt ingegaan op de beoogde ontwikkelingen. Het derde en vierde hoofdstuk gaan respectievelijk in op de verhouding van het plan tot vigerend beleid en de invloed van en op verschillende milieuaspecten. De laatste twee hoofdstukken gaan in op de juridische opzet inzake de bijbehorende regels en de maatschappelijke en economische haalbaarheid van het plan.

Hoofdstuk 1

6

2.

PLANBESCHRIJVING 2.1 Ontwikkelvisie Theereheide De Ontwikkelvisie Theereheide is op 10 december 2020 vastgesteld. De wijk Theereheide is gelegen ten westen van het centrum van Sint-Michielsgestel. Binnen de wijk Theereheide komen een aantal locaties vrij waar invulling aan dient te worden gegeven. Binnen de wijk spelen verschillende maatschappelijke opgave die van invloed zijn op de ruimtelijke ontwikkeling van de wijk. De bouw van betaalbare woningen is urgent en er is een waterbergingsopgave aan de dorpsrand en wordt in de komende jaren het riool vervangen waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld banger vuilwater. Om aan de maatschappelijke opgave te voldoen heeft de gemeente Sint-Michielsgestel de ontwikkelvisie Theereheide opgesteld. Hierin zijn vijf specifieke project benoemd en beschreven, waarvan de locatie De Huif er een van is. Het doel van de ontwikkelvisie is om het beste programma op de juiste plek in de wijk te realiseren, per locatie duidelijke ruimtelijke en pragmatische ontwikkelkaders formuleren en invulling geven aan de wijze waarop de financiële taakstelling wordt behaald die in de gemeentelijke begroting is opgenomen voor de terreinen De Huif en Heidelust. Locatie De Huif en Campanulaplein De Huif heeft een bijzondere ligging in het stedelijk weefsel.

Het is zowel gelegen op een zichtlocatie aan de hoofdontsluiting van het dorp als aan de kop van de entree naar de wijk. Daarnaast is het georiënteerd op het Campanulaplein, het groene hart van Theereheide. Aan de zuidzijde grenst het terrein aan de oude lintwoningen van het voormalige tracé van de Esscheweg en een bomenweide. De bebouwing rondom de locatie De Huif is zeer verschillend. De historische lintwoningen aan de Esscheweg en de Klokakker verraden het oude wegenpatroon terwijl de overige woningen veelal uit rijwoningen bestaat. Daarnaast zijn er recentelijk twee appartementencomplexen opgericht in de wijk. Opgave locatie De Huif en Hortensiastraat De locatie van De Huif is gelegen aan de Hortensiastraat en geldt als de entree van de wijk Theereheide. Door de voorgenomen ontwikkelingen op de locatie De Huif ontstaat er de mogelijkheid om gelijktijdig het riool te vervangen en de straat te onderwerpen aan een herinrichting. Voor de locatie De Huif is het realiseren van (kleinschalige) wooneenheden ten behoeve van senioren en starters of de zorg de meest logische keuze, gezien de ligging van het perceel nabij het centrum, de wensen van bewoners en het volkshuisvestingsbeleid. Er is echter een spanning tussen het gewenste aantal te realiseren woningen en de ruimte voor het aanbieden van parkeerplaatsen om in de parkeerbehoefte te voorzien.

Om het overschot aan parkeren op te vangen kan gebruik worden gemaakt van de parkeerplaatsen aan het Campanulaplein. Ten behoeve van de zichtlijnen van de naastgelegen appartementen dient de ontwikkeling enkele meters achter de rooilijn plaats te vinden. Hiermee kunnen tevens de bestaande bomen worden behouden. Ruimtelijk kader Hierna is een ruimtelijk kader opgesteld. Het ruimtelijk kader gaat uit van wonen aan Hortensiastraat: appartementen met sociale huur en koop, en wonen aan Esscheweg en hoek Hortensiastraat: grondgebonden in midden- en duurder segment. Doelgroep: senioren, starters en 1 en 2-persoonshuishoudens.

Hoofdstuk 2

7

Uit de stedenbouwkundige analyse blijkt dat een appartementengebouw ten noorden van het plot en grondgebonden woningen aan de Esscheweg en de entree van de Campanulastraat het meest passend zijn in het straatbeeld. Achter een twee- of driekapper aan de Hortensiastraat kan een gezamelijke parkeerplaats worden ingericht. Deze combinatie heeft draagvlak bij de buurt en zorgt voor een goede mix van woningtypen. In gesprek met de “Buren van de Huif” is het belang van zichtlijnen van de naastgelegen appartementen naar voren gekomen. Om deze reden staat de rooilijn enkele meters naar achteren. Hierdoor kunnen tevens de bestaande bomen gespaard blijven.

Figuur 2.1 Ruimtelijk kader uit Ontwikkelvisie Theereheide

Hoofdstuk 2

8

Voorkeursscenario De voorkeur heeft het ontwikkelen van een groot aantal kleine wooneenheden voor (zorgbehoevende) senioren en starters. Dit past zowel bij de gemeentelijke volkshuisvestelijke doelstelling als wel bij de wensen van de ‘Buren van de Huif’. Er zijn verschillende financiële optimalisaties onderzocht. De Raad heeft het voorkeursscenario vastgesteld. In voorliggend bestemmingsplan is daarom uitgegaan van het voorkeursscenario.

Figuur 2.2 Voorkeursscenario De Huif uit Ontwikkelvisie Theereheide

Voorkeursscenario:  3 bouwlagen;  36 wooneenheden: o 14 appartementen (sociale sector/senioren(zorg)) o 15 appartementen (betaalbaar/middensegment) o 3 rijwoningen (betaalbare huur) o 4 2^1-kap (duur segment)  mogelijkheid fase 2, op particuliere kavels;  parkeerbehoefte deels op Campanulaplein. Ontwikkelvisie Theereheide is beschreven dat “Als een extra optie zijn de gronden van de achtergelegen particuliere kavels (deel van de achtertuinen behorend bij Theerestraat 7, 9 en 11) meegenomen in een mogelijke ontwikkeling. In de uitwerking en in overleg met de betrokkenen zal bekeken worden of deze optie ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd.” Zoals reeds beschreven in paragraaf 1.1 is door het college besloten alleen het achterterrein van de percelen aan de Theerestraat 7, 9 en 9A mee te nemen in voorliggend bestemmingsplan. Hier zijn 3 wooneenheden (rijwoningen) voorzien, wat het totaal van de ontwikkeling op 39 wooneenheden brengt.

Hoofdstuk 2

9

2.2 Voorgestane ontwikkeling Het ruimtelijk kader en het voorkeursscenario uit de Ontwikkelvisie Theereheide en het collegebesluit van 2 november 2021 om het achterterrein van de percelen aan de Theerestraat 7, 9 en 9A mee te nemen in voorliggend bestemmingsplan, zijn het uitgangpunt voor de voorgestane ontwikkeling. Er wordt uitgegaan van de bouw van 29 appartementen, 6 rijwoningen en 4 tweekappers binnen het plangebied, in totaal 39 woningen. De woningen aan de Esscheweg en op het achterterrein van de percelen aan de Theerestraat 7, 9 en 9A mee zijn voorzien in maximaal 1,5 laag met kap en de overige woningen in maximaal 3 bouwlagen. Een mogelijke invulling voor deze locatie is in onderstaand schetsontwerp weergegeven. Het ontwerp wordt in het kader van de aanbestedingsprocedure verder uitgewerkt. Voor deze ontwikkeling is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit beeldkwaliteitsplan beschrijft de beoogde samenhangende ruimtelijke kwaliteit van deze toekomstige woonontwikkeling. Zowel landschappelijk, stedenbouwkundig als architectonisch. Het beeldkwaliteitsplan wordt tegelijk met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Het beeldkwaliteitsplan is als bijlage toegevoegd aan onderhavige toelichting. Het parkeren wordt grotendeels opgelost op eigen terrein, uit het straatbeeld. Het binnenterrein wordt ingericht als parkeerterrein.

Dit parkeerterrein zal via één entree bereikbaar worden gemaakt vanaf de Hortensiastraat. De huidige parkeerplaatsen aan de Hortensiastraat kunnen (deels) toegewezen worden aan de woonontwikkeling. Een deel van het parkeren is voorzien op het naastgelegen Campanulaplein. De bomen aan de Hortensiastraat blijven grotendeels behouden. Programma Voor het programma wordt aangesloten bij het vastgestelde voorkeursscenario:  14 appartementen (sociale sector/senioren(zorg));  15 appartementen (betaalbaar/middensegment);  6 rijwoningen (betaalbaar (huur));  4 2^1-kap (duur segment).

Hoofdstuk 2

10

Figuur 2.3 Mogelijke inrichting plangebied

Hoofdstuk 2

11

3.

BELEIDSKADER In dit hoofdstuk wordt het beleidskader, dat relevant is voor het plan, toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI is per 11 september 2020 in werking getreden. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is hiermee geheel vervallen, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kan men in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. In de nationale omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie aan voor de toekomstige ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. In Nederland staan we voor urgente maatschappelijke opgaven die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal gelden zoals klimaatverandering, de energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een perspectief om voort te bouwen op bestaande landschappen en historische steden. In de NOVI zijn vier prioriteiten opgesteld:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  duurzaam economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio's;  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Doorwerking plangebied In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling.

Hoofdstuk 3

12

Doorwerking plangebied Met onderhavig bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die in strijd zijn met één van de nationale belangen. Onderhavige ruimtelijk initiatief is daarmee in overeenstemming met het Barro. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn1. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden.

Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied Met onderhavige ontwikkeling wordt de realisatie van nieuwe wooneenheden mogelijk gemaakt. Bij een ontwikkeling van 12 of meer woningen is de ladder verplicht. Gezien het in dit initiatief om de toevoeging van 39 woningen gaat, is een toetsing van het initiatief aan de ladder voor duurzame verstedelijking noodzakelijk. Er is door BRO een Ladder voor duurzame verstelijking opgesteld 2. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld. Voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen.

Passend binnen beleidskaders Het planinitiatief past binnen de gestelde beleidskaders en draagt bij aan de beleidsdoelstellingen van Rijk, provincie, regio en gemeente:  Provinciaal en regionaal wordt gestreefd naar duurzame verstedelijking door woonontwikkelingen in beginsel te laten plaatsvinden binnen bestaand stedelijk gebied. Het planinitiatief past binnen deze kaders aangezien de beoogde woningen binnen bestaand stedelijk gebied worden gerealiseerd.  Provinciaal en regionaal wordt ingezet op bestaand stedelijk gebied en transformatie van leegstaand vastgoed. Dit is in lijn met de beleidskaders, doordat het initiatief voorziet in de herontwikkeling van een recent gesloopt pand aan de Hortensiastraat.

1

2

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319). BRO, Ladder Duurzame Verstedelijking De Huif Sint-Michielsgestel, d.d. 11 februari 2022

Hoofdstuk 3

13

Op regionaal niveau ambiëren gemeenten hun woningbouwprogramma’s met name kwalitatief met elkaar af te stemmen. Bij nieuwe woningbouwplannen wordt voortaan uitgegaan van een regionale woningbehoefte. Gemeentelijke prognoses zijn niet meer leidend bij woningbouwontwikkelingen, er wordt gestuurd op projecten die voorzien in woningen voor doelgroepen van beleid en die bijdragen aan de regionale woningbehoefte. Gemeentelijk is er aandacht voor de sociale huursector. Het streven is om in te zetten op een verdere verschuiving van ‘kwantiteitsdenken’ naar ‘kwaliteitsdenken’. Er dienen tot 2026 220 sociale huurwoningen te worden gebouwd of in harde plannen opgenomen te worden. Daarnaast is het ook van belang om voldoende goedkope koopwoningen te realiseren. Het initiatief dat 14 appartementen in de sociale sector realiseert (huur en/of koop) draagt daarmee bij aan de gemeentelijke ambitie. Ook is er op gemeentelijk niveau aandacht voor de lage middeninkomens en het relatief lage aanbod aan betaalbare woningen. Zij kunnen niet meer terecht in sociale huurwoning, maar verdienen vaak te weinig voor een woning die aansluit bij de behoefte. Doordat het initiatief inzet op onder meer betaalbare en middeldure huur- en/of koopwoningen worden er ook woningen gerealiseerd voor huishoudens die niet in aanmerking komen voor woningen in de sociale sector.

Op gemeentelijk niveau wordt er gestreefd naar een goede mix van leeftijdsgroepen en goedkope en duurdere woningen. Het initiatief dat inzet op diverse woningtypen en prijssegmenten draagt bij aan de diversiteit van zowel leeftijdsgroepen als aan variatie in de woningvoorraad. Door de toename van het aantal ouderen zal ook het aantal ouderen dat een beroep doet op specifieke woonvormen en levensloopbestendige woningen toenemen. Het initiatief dat inzet op appartementen voor senioren met eventueel een zorgvraag, past hiermee binnen de beleidskaders.

Passend binnen behoefte van het ruimtelijk verzorgingsgebied Voor de onderbouwing van de woonbehoefte is gekeken naar de afbakening van de relevante regio, om zo de behoefte in beeld te brengen. Hiervoor is gekeken naar de regionale woningmarkt, die gedefinieerd wordt op basis van verhuisbewegingen. In dit behoefteonderzoek gaat het om het primaire verzorgingsgebied gemeente Sint-Michielsgestel en het secundaire verzorgingsgebied subregio ’sHertogenbosch e.o. Het initiatief wordt passend geacht binnen de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Hieronder volgt een beknopte toelichting. De volledige onderbouwing van de woningbehoefte is opgenomen in de bijlage. Kwantitatieve behoefte Het initiatief om 39 woningen te realiseren op locatie De Huif voorziet in een kwantitatieve behoefte.  Bij nieuwe woningbouwplannen in de subregio ’s-Hertogenbosch wordt voortaan uitgegaan van de regionale behoefte. De gemeentelijke bevolkingsprognoses zijn niet meer leidend bij woningbouwontwikkelingen. In de periode tot 2030 neemt de bevolking en het aantal huishoudens in de subregio ’s-Hertogenbosch e.o. toe. Eenzelfde trend geldt voor de gemeente Sint-Michielsgestel. Dit vraagt om een groei van de woningvoorraad.

Als afgeleide van de bevolkings- en huishoudensontwikkeling kan een raming worden gemaakt van circa 20.340 woningen tot 2030 in de subregio ’sHertogenbosch e.o., waarvan 760 woningen in de gemeente Sint-Michielsgestel.  Op dit moment is er onvoldoende harde plancapaciteit beschikbaar in de subregio ’s-Hertogenbosch e.o. om in de groeiende woningbehoefte tot 2030 te voorzien. Dit betekent dat er nog ruimte is voor het toevoegen van 11.850 woningen. Ook in de gemeente Sint-Michielsgestel is er nog ruimte voor het toevoegen van 155 extra woningen. De beoogde ontwikkeling om 39 woningen te realiseren voorziet daarmee in een kwantitatieve behoefte.

Hoofdstuk 3

14

Om in de toekomstige woningbehoefte te kunnen voorzien heeft de gemeente Sint-Michielsgestel de ambitie gesteld om tussen 2015 en 2025 per saldo 985 woningen toe te voegen. In de periode 2016-2019 zijn 460 woningen gerealiseerd. Dit betekent dat er nog ruimte is voor circa 525 woningen tot 2025. In de kern Sint-Michielsgestel bestaat een behoefte van 395 woningen tot 2026. In de periode 2016-2019 zijn 171 woningen gerealiseerd. Dit betekent dat er nog ruimte is voor 224 woningen. De harde plancapaciteit is onvoldoende om in deze behoefte te voorzien (125 woningen). Er is nog ruimte voor het toevoegen van 99 woningen. Het initiatief dat 39 woningen realiseert in diverse prijssegmenten en woningtypen voorziet hiermee in een behoefte. Daarnaast is De Huif opgenomen als potentiële ontwikkellocatie.

Kwalitatieve behoefte Het initiatief om 39 woningen te realiseren op locatie De Huif voorziet in een kwalitatieve behoefte:  Op regionaal en gemeentelijk niveau is een tekort aan koop- en huurappartementen. Het realiseren van 29 appartementen voorziet daarom in een behoefte.  Daarnaast bestaat er zowel regionaal als gemeentelijk een tekort aan goedkope en betaalbare (sociale) huur- en koopwoningen. Het initiatief bestaat onder meer uit appartementen in de sociale sector, betaalbare appartementen en betaalbare rijwoningen en voorziet daarmee in een behoefte.  Naast de betaalbare woningmarkt kunnen huishoudens met middeninkomens onvoldoende passende woningen vinden binnen de gemeente Sint-Michielsgestel. Het initiatief dat onder meer middeldure koop- en/of huurwoningen realiseert voorziet hiermee in een behoefte.  Door de toename van het aantal ouderen zal ook het aantal ouderen dat een beroep doet op specifieke woonvormen en levensloopbestendige woningen toenemen. Aangezien het initiatief appartementen realiseert voor ouderen met eventueel een zorgvraag sluit het aan op de behoefte. Geen onaanvaardbare effecten Het is niet de verwachting dat er als gevolg van het realiseren van 39 woningen onaanvaardbare effecten zullen optreden.

De woningbehoefte is immers dusdanig groot dat ook na het realiseren van het planinitiatief behoefte blijft bestaan voor het realiseren van nieuwe woningen. Daarnaast draagt het realiseren van woningen bij aan het creëren van een levendig woon- en leefklimaat in de gemeente Sint-Michielsgestel. Gesitueerd binnen bestaand stedelijk gebied Voor de onderbouwing via de Ladder is relevant of de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt binnen of buiten het bestaand stedelijk gebied. Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan de volgende bestemming: maatschappelijk. Dit betekent dat het plangebied een stedelijke functie heeft. Gezien het voorgaande is dus sprake van een ligging ‘binnen bestaand stedelijk gebied’ en is een verder motivering op dit punt niet nodig.

Hoofdstuk 3

15

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De visie bevat ambities voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Doorwerking plangebied De beoogde woningbouw heeft geen invloed op de opgestelde ambities. Wel moet deze ontwikkeling in lijn zijn met de basisopgave waarin een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit centraal staan. In hoofdstuk 4 wordt onderbouwd waarom de beoogde ontwikkeling aan deze aspecten voldoet. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de Omgevingsvisie geen belemmering vormt voor onderhavig plan. 3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is vastgesteld op 25 oktober 2019. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, zo vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen (Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en Verordening wegen).

De onderwerpen die in de verordening staan, komen uit de provinciale Omgevingsvisie. De onderwerpen die in de Verordening ruimte stonden en nu dus in de Interim omgevingsverordening staan, komen uit de provinciale structuurvisie. In de verordening staat welke belangen de provincie wil behartigen en hoe ze dat wil doen. De verordening stelt daarbij de provinciale belangen veilig. De provincie wil de ruimtelijke kwaliteit van Brabant bevorderen. Dat betekent dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een bijdrage dienen te leveren aan de kernkwaliteiten van Brabant en dat gemeenten bij ruimtelijke afwegingen het principe van zorgvuldig ruimtegebruik moeten toepassen. Hiermee wordt beoogd de groei en de spreiding van het stedelijk ruimtebeslag op het buitengebied af te remmen. Het provinciale beleid is al jaren gericht op het bundelen van de verstedelijking. Dit betekent dat de realisering van woningbouw, bedrijventerreinen, overige stedelijke voorzieningen en bijbehorende infrastructuur moet plaatsvinden in de stedelijke concentratiegebieden (bestaand stedelijk gebied van de grotere kernen). Nieuw ruimtebeslag buiten deze gebieden kan slechts als inbreiding of herstructurering in bestaand stedelijk gebied niet tot de mogelijkheden behoren. Zorgvuldig ruimtegebruik is als basisprincipe is opgenomen vanuit de zorg voor een goede omgevingskwaliteit en is uitgangspunt.

Dat betekent dat een stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen in beginsel plaatsvindt binnen stedelijk gebied en dat de ruimte binnen stedelijk gebied zo goed als mogelijk wordt benut. Hierbij past ook dat er wordt gekeken naar eventuele hergebruiksmogelijkheden van leegstaand of leegkomend erfgoed, zoals industriële complexen, kloosters, verzorgingshuizen et cetera. Doorwerking plangebied Het plangebied is in de Interim omgevingsverordening opgenomen als bestaand stedelijk gebied.

Hoofdstuk 3

16

Tevens draagt het plan bij aan zorgvuldig ruimtegebruik door de transformatie van (recent gesloopte) bebouwing. Het initiatief is in overeenstemming met de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 3.2.3 Regionale Agenda Wonen In deze agenda staat dat de groei van de woningvoorraad met ca 1.000 woningen per jaar achter blijft om in de benodigde groei te kunnen voorzien. De gemeenten hebben o.a. afgesproken met elkaar dat de provinciale prognoses leidend zijn bij het opstellen van het lokale woonbeleid. De verwachting is dat de vraag zich de komende jaren meer zal richten op de huursector en op het minder dure koopsegment. Demografische ontwikkelingen evenals trends in de richting van een verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt dragen hieraan bij. Wat de huursector betreft gaat het hierbij om een breed samengesteld palet, met enerzijds oog voor het sociale segment en anderzijds de duurdere huur in de vrije sector. De druk op de sociale huursector is de afgelopen jaren groter geworden. Er zijn oplopende wachttijden, hetgeen in sommige gemeenten steeds meer als een probleem wordt ervaren. Doorwerking plangebied Op regionaal niveau is een tekort aan koop- en huurappartementen. Het realiseren van 29 appartementen voorziet daarom in een behoefte. Daarnaast bestaat er zowel regionaal een tekort aan goedkope en betaalbare (sociale) huur- en koopwoningen.

Het initiatief bestaat onder meer uit appartementen in de sociale sector, betaalbare appartementen en betaalbare rijwoningen en voorziet daarmee in een behoefte.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Sint-Michielsgestel 2025 De Structuurvisie geeft inzicht in de ruimtelijke ontwikkelingen op korte, middellange en lange termijn. De Structuurvisie fungeert als instrument van gemeentelijk ruimtelijk beleid en is het toetsingskader voor ruimtelijke plannen. Bij de uitwerking van de Structuurvisie staan voor de gemeente enkele belangrijke kernwaarden voorop:  Verdieping van de strategische visie “Zieners van 2025”;  Behoud en versterken van bestaande kwaliteiten van de gemeente;  Regierol voor de gemeente Sint-Michielsgestel;  Transparantie en toegankelijkheid van ruimtelijke keuzes. Voor de gemeente Sint-Michielsgestel is een ruimtelijk raamwerk opgesteld waarin het DNA van de gemeente is vastgesteld. De belangrijkste kwaliteiten van de gemeente zijn:  De ligging in de stedendriehoek (’s-Hertogenbosch, Tilburg, Eindhoven), maar overduidelijk het meest de ligging binnen de invloedssfeer van ’s-Hertogenbosch.  Landschappelijk gezien is Sint-Michielsgestel onderdeel van de Meierij.  De gemeente Sint-Michielsgestel is een prettige groene woongemeente.

 De gemeente bestaat uit de vier kernen Sint-Michielsgestel, Berlicum/Middelrode, Den Dungen/Maaskantje en Gemonde, elk met een duidelijk eigen karakter en een sterke eigen identiteit, die in hoge mate wordt bepaald door hun landschappelijke ligging en de daaraan gekoppelde ontstaansgeschiedenis.

Hoofdstuk 3

17

Het ruimtelijk raamwerk van Sint-Michielsgestel vormt de leidraad voor de toekomstige ontwikkeling van de gemeente. De globale uitwerking van het ruimtelijk raamwerk is verbeeld op de structuurvisiekaart. De thema’s komen direct voort uit de toekomstvisie van de gemeente: “Zieners van 2025”. De ambities die binnen deze thema’s zijn geschetst worden in de structuurvisie ruimtelijk vertaald. Doorwerking plangebied Eén van de voornaamste kwaliteiten van de gemeente is dat zij binnen de invloedsfeer van ‘s-Hertogenbosch is gelegen. De gemeente is een prettige groene woongemeente, maar er is sprake van weinig differentiatie in woonmilieus. In de Structuurvisie wordt benoemd dat er weinig aanbod is aan betaalbare woningen voor bijvoorbeeld starters/jongeren. Ook is er onvoldoende huisvestiging voor ouderen, terwijl de vergrijzing toeneemt. De Structuurvisie kent een aantal speerpunten, waarvan de volgende relevant zijn voor dit woningbouwplan:  bouwopgave van 1.800 wooneenheden tot 2025 en de verschuivende vraag door demografische transities;  realiseren van kleine, geclusterde woon/zorgcombinaties voor ouderen, waardoor zij langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Het plangebied ligt binnen het “stedelijk gebied”. Op de kaart van de Structuurvisie van de kern SintMichielsgestel is het plangebied gelegen in de aanduiding ‘wonen’.

Het plan heeft een gedifferentieerd woningbouwprogramma, met appartementen en grondgebonden woningen, met name voor senioren en starters. De beoogde ontwikkeling is hiermee in lijn met de Structuurvisie Sint-Michielsgestel 2025.

Figuur 3.1 Uitsnede kern Sint-Michielsgestel Structuurvisie (plangebied rood omlijnd)

Hoofdstuk 3

18

3.3.2 Woonvisie 2016-2021 De gemeente Sint-Michielsgestel wil komen tot een integrale en gebiedsgerichte aanpak, waarin wonen, welzijn, zorg en buitenruimte in samenhang worden bekeken. Daarbij wordt er per dorp een analyse en plan van aanpak gemaakt met als doel om vraag en aanbod van wonen, zorg, welzijn en buitenruimte zodanig op elkaar af te stemmen dat kwetsbare groepen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen en leven. In de Woonvisie 2016-2021 wordt de behoefte aan het toevoegen van woningen in Sint-Michielsgestel in de periode 2015-2025 geraamd op 1.125 woningen (brutobehoefte). Dit uitgaande van een migratiesaldo=0. Over de periode 2011-2018 kende de gemeente echter een gemiddeld licht positief (+20) migratiesaldo. Dit zorgt ook in beperkte zin voor aanvullende woningbehoefte. De gemeente streeft naar een woningbouwprogramma dat aansluit bij de actuele vraag, maar ook bij de toekomstige vraag naar woningen. De belangrijkste focus ligt op het realiseren van een ruimer aanbod voor de lage inkomensgroepen (sociale huur). De beschikbaarheid van goedkope huurwoningen staat onder druk. In nieuwbouwplannen moet vol worden ingezet op realiseren van sociale huur. Naast de lage inkomensgroepen vinden senioren niet gemakkelijk een ‘doorstroomwoning’ die aan hun wensen voldoet, wanneer zij hun gezinswoning willen verlaten.

Dat belemmert een algehele doorstroming op de woningmarkt. Dit zijn de belangrijkste aandachtspunten voor de kwalitatieve opbouw van de beschikbare ruimte in het woningbouwprogramma. Het voorgaande betekent dat de resterende nieuwbouwruimte wordt ingevuld op basis van de volgende uitgangspunten:  probeer de bestaande plannen waar mogelijk programmatisch te optimaliseren;  bouw voornamelijk betaalbare woningen voor de lage en midden inkomens (vooral gericht op huur);  bouw in het centrum (nabij voorzieningen) van de twee grotere kernen (Sint-Michielsgestel en Berlicum) voor senioren (koop en huur in verschillende klassen);  bouw met mogelijkheden voor een flexibele invulling voor verschillende doelgroepen (levensloopbestendig). Doorwerking plangebied Gemeentelijk is er aandacht voor de sociale huursector. Het streven is om in te zetten op een verdere verschuiving van ‘kwantiteitsdenken’ naar ‘kwaliteitsdenken’. Er dienen tot 2026 220 sociale huurwoningen te worden gebouwd of in harde plannen opgenomen te worden. Daarnaast is het ook van belang om voldoende goedkope koopwoningen te realiseren. Het initiatief dat 14 appartementen in de sociale sector realiseert (huur en/of koop) draagt daarmee bij aan de gemeentelijke ambitie. Ook is er op gemeentelijk niveau aandacht voor de lage middeninkomens en het relatief lage aanbod aan betaalbare woningen.

Zij kunnen niet meer terecht in sociale huurwoning, maar verdienen vaak te weinig voor een woning die aansluit bij de behoefte. Doordat het initiatief inzet op onder meer betaalbare en middeldure huur- en/of koopwoningen worden er ook woningen gerealiseerd voor huishoudens die niet in aanmerking komen voor woningen in de sociale sector. Op gemeentelijk niveau wordt er gestreefd naar een goede mix van leeftijdsgroepen en goedkope en duurdere woningen. Het initiatief dat inzet op diverse woningtypen en prijssegmenten draagt bij aan de diversiteit van zowel leeftijdsgroepen als aan variatie in de woningvoorraad.

Hoofdstuk 3

19

Door de toename van het aantal ouderen zal ook het aantal ouderen dat een beroep doet op specifieke woonvormen en levensloopbestendige woningen toenemen. Het initiatief dat inzet op appartementen voor senioren met eventueel een zorgvraag, past hiermee binnen de beleidskaders. Hiermee is onderhavig initiatief in lijn met de Woonvisie. 3.3.3 Routekaart voor duurzaamheid Visie Sint-Michielsgestel Begin 2019 heeft de gemeente Sint-Michielsgestel duurzaamheid op de kaart gezet tijdens het duurzaamheidsevent. Destijds werd beloofd een visie over een ‘duurzame gemeente’ en hoe we die willen bereiken op te stellen. Eind 2019 is deze visie, in samenspraak met de inwoners van de gemeente opgesteld. Hierin zijn prioriteiten bepaald en specifieke acties geformuleerd om te komen toe een duurzame gemeente. Ten aanzien van het aspect duurzaamheid zijn drie separate visies geformuleerd: 1. Visie Produceren en Consumeren 2. Visie Wonen en Leven 3. Visie Energie en Klimaat Voor elk van deze visies zijn aandachtpunten opgesteld. Visie Produceren en Consumeren: 1. Het verduurzamen van de economische activiteiten in onze gemeente. Onze MKB- en agrarische bedrijven beperken het energieverbruik in de komende jaren en stoten in 2040 - per saldo - geen broeikasgassen meer uit. Ze werken circulair en in balans met de natuur.

Het groene en duurzame karakter van de gemeente zien we terug in de winkelcentra van onze dorpen. Hiermee onderscheiden de dorpen zich van andere dorpen uit omliggende gemeenten. Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen is de norm. Duurzaamheid is onderdeel van de gemeentelijke plannen voor toerisme en economische ontwikkeling. 2. Duurzaam inkoopgedrag en het voorkomen van verspilling van voedsel en grondstoffen door inwoners en ondernemers. Dit doen we door het creëren van bewustwording over de effecten (ecologische voetafdruk) van inkopen op de toestand van de aarde. 3. Het bevorderen van lokaal kopen van (duurzame) producten en het delen van spullen met anderen. Visie Wonen en Leven: 1. Het bevorderen van de biodiversiteit in de dorpen door inwoners te stimuleren om hun tuinen te vergroenen en milieuvriendelijk te tuinieren. Ook zetten we in op het inpassen van meer openbaar groen in de straten en wijken en wordt er daarnaast ingezet op natuurinclusief bouwen. 2. Het tegengaan van (zwerf)afval en op vermindering van het gebruik van wegwerpplastic. Ook willen we het inwoners gemakkelijker maken om hun afval goed te scheiden, zodat dit beter kan worden hergebruikt. 3.

Het bevorderen van het gebruik van duurzame vervoermiddelen, zoals de (elektrische) fiets voor kleinere afstanden en op de ontwikkeling en toepassing van nieuwe concepten voor efficiënte en emissievrije mobiliteit. Visie Energie en Klimaat: 1. Het beperken van ons dagelijkse energieverbruik. Immers, alle energie die je niet verbruikt, hoef je ook niet op te wekken. Isolatie van de bestaande gebouwenvoorraad krijgt prioriteit. Vergunningenverlening voor nieuwbouw gebeurt vanaf 1 juli 2020 minimaal volgens de BENG-normen

Hoofdstuk 3

20

(‘Bijna Energie Neutrale Gebouwen’), maar we stimuleren nieuw- en verbouw op basis van NOM (‘Nul Op de Meter’). 2. Het opwekken van elektriciteit en warmte uit duurzame bronnen. Dit betekent dat we de verschillende mogelijkheden voor de opwek van elektriciteit en warmte in kaart brengen en vastleggen in beleid. Hierdoor wordt het mogelijk om een versnelling aan te brengen in de energietransitie. We vinden het belangrijk dat de transitie voor iedere inwoner betaalbaar is. 3. Het aanpassen van onze leefomgeving aan de gevolgen van het veranderende klimaat. In onze straten, wijken en dorpen voeren we veranderingen door waardoor we beter zijn voorbereid op wateroverlast en extreme hitte Daarnaast is er per thema ook een Uitvoeringsagenda opgesteld. In de Uitvoeringsagenda is een verdeling gemaakt tussen private handelingen en publieke handeling (vanuit de gemeente). Doorwerking plangebied De realisatie van 39 woningen draagt bij aan de gestelde doelstellingen ten aanzien van de Routekaart voor duurzaamheid Visie Sint-Michielsgestel doordat deze wooneenheden volledig gasloos zullen worden opgeleverd. De wooneenheden dragen daarmee bij aan een duurzaam Sint-Michielsgestel. Daarnaast is er voldoende ruimte voor groen binnen het plangebied waardoor het ruimtelijk initiatief bijdraagt aan het realiseren van een klimaatadaptief Sint-Michielsgestel.

Tevens dragen de volgende aspecten bij aan het duurzaam ontwikkelen van het plangebied:  voldoen aan BENG-normen;  groene daken worden onderzocht;  waterneutraal ontwikkeld;  duurzaamheidseisen zullen deel uitmaken van de aanbestedingseisen. Het ruimtelijk initiatief is hiermee in lijn met de Routekaart voor duurzaamheid Visie Sint-Michielsgestel.

Hoofdstuk 3

21

4.

OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt het plan hieraan getoetst.

4.1 Verkeer en parkeren Met de realisatie van de woningbouw neemt de verkeersintensiteit toe en dienen voldoende parkeerplaatsen te worden gerealiseerd, waarbij dient te worden voldaan aan de norm als gesteld in de gemeentelijke parkeernormen. 4.1.1 Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie voor het plangebied is berekend volgens de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren – Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Hierbij is uitgegaan van de stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’ met de ligging ‘schil centrum’. Er is, worst-case, uitgegaan van de maximale normen. Op basis van de normen zal het nieuwbouwplan 236 motorvoertuigen per etmaal genereren voor een gemiddelde weekdag (zie onderstaande tabel). Tabel 4.1: Berekening verkeersgeneratie toekomstige situatie Woningtype

Aantal

Verkeersgeneratie

Verkeersgeneratie

per woning Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. soci-

14

4,5

63,0

Koop, appartement, midden

15

6,3

94,5

Koop, huis, twee-onder-een-kap

4

8,1

32,4

Huur, huis, vrije sector

6

7,7

46,2

Totaal

39

ale huur)

236

In de huidige situatie heeft het plangebied een maatschappelijke bestemming. Het voormalige pand was, voordat het geamoveerd werd, in gebruik als dorpshuis. De activiteiten die plaatsvonden in het dorpshuis genereren ook een bepaalde verkeergeneratie. Deze verkeersbewegingen mogen afgetrokken worden van de toekomstige verkeersgeneratie. Het is echter moeilijk te bepalen hoeveel de verkeersgeneratie van het dorpshuis bedraagt omdat de exacte activiteiten en de oppervlakte waarbinnen deze activiteiten plaatsvonden onduidelijk zijn. Per saldo zal de toekomstige verkeersgeneratie daarom niet 236 motorvoertuigen per etmaal bedragen, maar lager zijn vanwege de aftrek van de huidige verkeersgeneratie. Daarnaast zorgt een dorpshuis voor verkeersbewegingen op afwijkende tijdstippen ten opzichte van een woonbestemming. Als de ‘nieuwe’ verplaatsingen worden toegedeeld aan de Hortensiastraat en de Esscheweg, dan wordt verwacht dat deze wegen dit extra verkeer goed kunnen verwerken. Ondanks deze beperkte toename van verkeer door het plan, zal dit geluidstechnisch niet leiden tot een relevante hogere geluidbelasting en daarmee zal er geen sprake zijn van een akoestisch onaanvaardbare situatie op de woningen aan de Hortensiastraat.

Hoofdstuk 4

22

Het binnenterrein wordt gebruikt als parkeerterrein. Dit binnenterrein wordt via één ontsluiting ontsloten op de Hortensiastraat. Verder vindt er geen wijziging plaats van de ontsluiting en de omliggende wegenstructuur. 4.1.2 Parkeren Op basis van de parkeernormen, zoals vervat in de ‘Beleidsregels parkeernormen Sint-Michielsgestel’ (2016), is het aantal benodigde parkeerplaatsen voor het plangebied bepaald. Het plangebied ligt in het gebiedstype ‘schil centrum’. Op basis van de normen zal het plan 61 parkeerplaatsen nodig hebben (zie onderstaande tabel). Dit is inclusief het aandeel parkeerplaatsen voor bezoekers. Tabel 4.2: Berekening benodigd aantal parkeerplaatsen Woningtype conform Beleidsregels parkeernormen

Aantal

Parkeernorm

Huur, etage, midden/goedkoop

14

1,20

16,8

Koop, etage, midden

15

1,70

25,5

Koop, twee-onder-een-kap

4

2,00

8,0

Huurhuis, vrije sector

6

1,80

10,8

Sint-Michielsgestel

Benodigd aantal parkeerplaatsen

39

61,1

Parkeren in plan Het parkeren zal voornamelijk plaatsvinden uit het straatbeeld, op het binnenterrein. Dit binnenterrein wordt via één ontsluitingsweg ontsloten op de Hortensiastraat. Het merendeel van de grondgebonden woningen krijgt een parkeerplaats op eigen terrein. Het uitgangspunt is dat tenminste één parkeerplaats per woning op het terrein van De Huif gerealiseerd wordt. De huidige parkeerplaatsen aan de Hortensiastraat kunnen (deels) toegewezen worden aan de woonontwikkeling. Een deel van het benodigd aantal parkeerplaatsen wordt op het naastgelegen Campanulaplein gerealiseerd zoals ook vastgelegd in de Ontwikkelvisie Theereheide. Omdat het exacte aantal woningen, het aantal woningen per woningtypologie, alsmede de onderverdeling huur-koop op dit moment nog niet vastligt, is op dit moment nog onbekend hoeveel parkeerplaatsen exact op het Campanulaplein gerealiseerd dienen te worden. Bij de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan wordt dit verder uitgewerkt. In de regels van dit bestemmingsplan is vastgelegd dat de omgevingsvergunning voor het bouwen pas verleend kan worden als er sprake is van voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de geldende parkeernormen. Vanuit het aspect parkeren worden daarom geen belemmeringen verwacht.

4.2 Geluid 4.2.1 Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet inzicht worden gegeven in de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling vanuit akoestisch oogpunt. Het geluidsaspect is relevant in relatie tot industrielawaai, wegverkeerslawaai en/of spoorweglawaai. Toetsingskader zijn de Wet geluidhinder en enkele uitvoeringsbesluiten.

Hoofdstuk 4

23

Wegverkeerslawaai Voor woningbouw binnen de zone van een weg dient een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd. In artikel 74 van de Wet geluidhinder wordt de breedte van de zone van een weg in stedelijk gebied, bestaande uit 1 of 2 rijstroken bepaald op 200 meter. Conform artikel 82, lid 1 van de Wet geluidhinder geldt voor de geluidbelasting op de gevel van een woning binnen de zone van een weg een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt hebben geen geluidszone. 4.2.2 Onderzoek Bij de projectie van een nieuwe geluidgevoelige bestemming binnen de zone van een weg is een akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai noodzakelijk. Door Econsultancy is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai3 uitgevoerd. De woningen zijn gelegen binnen de geluidszone van de Esscheweg, Adrianusplein en de Theerestraat. In het kader van een goede ruimtelijk ordening worden tevens de nabijgelegen niet gezoneerde (Hortensiastraat en de Klokakker) in het onderzoek betrokken. In het onderzoek wordt de geluidbelasting op de geluidgevoelige bestemmingen inzichtelijk gemaakt en beoordeeld op basis van het toetsingskader. Alleen ten gevolgen van de Esscheweg treedt er een overschrijding plaats van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 48 dB. De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting wordt met ten hoogste 5 dB overschreden.

De maximaal te ontheffen warde van 63 dB wordt niet overschreden. Voor de Esscheweg is een afweging van geluid reducerende maatregelen noodzakelijk. Op basis van de maatregelenafweging worden zowel bron- als overdrachtsmaatregelen niet doelmatig geacht. De maatregelen stuiten namelijk op overwegende financiële of stedenbouwkundige bezwaren. Het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen zijn niet doelmatig. Vanwege de Esscheweg dient een hogere waarde te worden aangevraagd. Voor de woningen dient het akoestisch klimaat in de woning (het zogenaamde binnenniveau) volgens het Bouwbesluit 2012 te worden gegarandeerd. 4.2.3 Conclusie Voor de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van de woningen is een nader onderzoek naar de karakteristieke geluidwering van de gevels noodzakelijk. Nader onderzoek hoeft pas uitgevoerd te worden bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning. De hogere waarden procedure zal gelijktijdig lopen met de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan. Na het verlenen van de hogere waarden zijn er vanuit het aspect geluid geen belemmeringen. Het (ontwerp)besluit hogere grenswaarde is als bijlage toegevoegd aan onderhavige toelichting.

3

Econsultancy, akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Hortensiastraat 2 te Sint-Michielsgestel, d.d. 28 juni 2022

Hoofdstuk 4

24

4.3 Luchtkwaliteit 4.3.1 Toetsingskader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:  er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;  het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;  het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging;  het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd.

Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit:  het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM;  het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO 2 en PM10 (1,2μg/m3). 4.3.2 Onderzoek Onderzoek NIBM toets De in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling valt onder de in de regeling NIBM opgenomen lijst met categorieën van gevallen (de realisatie tot 1.500 woningen). Desondanks is in het kader van dit bestemmingsplan een luchtkwaliteitsonderzoek in de vorm van een ‘NIBM’ toets uitgevoerd. Hiermee is bepaald in hoeverre de ontwikkeling zal bijdragen aan de luchtkwaliteit ter plaatse. Als basis voor de berekening zijn de volgende uitgangspunten genomen:  236 motorvoertuigen per etmaal (gebaseerd op paragraaf 4.1 Verkeer en parkeren).  Aandeel vrachtverkeer van 2%. Met deze uitgangspunten is de NIBM-toets uitgevoerd, waarbij is uitgegaan van realisatie in 2023 (worst-case scenario), zie onderstaande afbeelding.

Hoofdstuk 4

25

Figuur 4.1 NIBM-tool: worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer

Berekend is dat de bijdrage van het plan aan de concentraties voor NO 2 (stikstofdioxide) en PM10 (fijnstof) niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. De berekening laat zien dat het extra verkeer ten gevolge van het plan maximaal 0,17 µg/m3 bijdraagt aan de jaargemiddelde concentratie NO2. Voor de concentratie PM10 zal het verkeer maximaal 0,04 µg/m3 bijdragen. Onderzoek NSL-Monitoringstool 2019 Om te beschouwen of de gecumuleerde concentraties voldoen aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit wordt het planeffect opgeteld bij de heersende concentraties. Dit is inzichtelijk gemaakt door middel van de NSL-Monitoringstool 2019. De beschouwde rekenpunten zijn weergegeven in onderstaande tabel en geven de totale concentratie in de nabije omgeving van het plangebied. Voor het jaartal 2020 bedraagt de hoogste totale concentratie NO2 29,7 µg/m3 en voor PM10 19,5 µg/m3. Voor PM2,5 geldt een hoogste totale concentratie van 11,9 µg/m3. NO2 PM10 μg/m3 PM10 overschrijdingsdaμg/m3 gen Rekenpunt 16024699 17.9 18.6 6.6 Rekenpunt 16021971 17.9 18.6 6.6 Rekenpunt 15877211 29,7 19.5 7.2 Rekenpunt 24670 19,8 18,5 6.5 Norm 40 40 35 Tabel 4.3: NSL Monitoringstool: rekenpunten met bijbehorende concentraties Id

PM2.5 μg/m3

Jaar

11.7 11.7 11.9 11.6 25

2020 2020 2020 2020

Wanneer het planeffect hierboven op wordt geteld worden de totale concentraties voor NO2 en PM10 respectievelijk 29,9 µg/m3 en 19,5 µg/m3. Deze concentraties blijven met de bijdrage van de ontwikkeling, ruim beneden de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Op grond van de gebleken samenhang tussen de concentraties voor PM10 (fijnstof) en PM2,5 (fijnstof) kan het volgende worden gesteld: vanwege het feit dat de concentratie voor PM10 voldoet aan de grenswaarde kan in voldoende mate aannemelijk gemaakt worden dat ook voor PM2,5 de ontwikkeling niet in betekenende mate zal bijdragen en dat de geldende grenswaarde niet zal worden overschreden. Ook in het prognosejaar 2030 zal worden blijven voldaan aan de grenswaarden.

Hoofdstuk 4

26

4.3.3 Conclusie De bijdrage van het extra verkeer ten gevolge van de beoogde ontwikkeling draagt niet in betekenende (NIBM) bij aan de luchtkwaliteit. Daarnaast is onderzoek uitgevoerd met gebruikmaking van de Monitoringstool. Hieruit blijkt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor het plan.

4.4 Bedrijven en milieuzonering 4.4.1 Toetsingskader Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ 4. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).

Omgevingstype De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. 4.4.2 Onderzoek Vanwege de ligging in een woonwijk dient uitgegaan te worden van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. In de omgeving van het plangebied zijn voornamelijk woningen gelegen, met uitzondering van Sportpark Zegenwerp, het centrumgebied en twee bedrijfsbestemmingen.

4

‘Bedrijven en Milieuzonering’, Uitgave VNG, Den Haag, 2009.

Hoofdstuk 4

27

Figuur 4.2 Uitsnede vigerende en omliggende bestemmingsplannen met omliggende bedrijvigheid

Sportpark Zegenwerp De afstand van de perceelsgrens van het sportpark tot het plangebied bedraagt circa 75 meter. Een sportpark (veldsportcomplex, met verlichting) valt onder milieucategorie 3.1 waarvoor een richtafstand geldt van 50 meter. Het sportpark (veldsportcomplex, met verlichting) vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. Centrumvoorzieningen Daarnaast is het plangebied gelegen op circa 170 meter van de meest nabijgelegen centrumbestemming waar onder andere een Albert Heijn en een Kruidvat gevestigd zijn. Dit betreft het centrumgebied van Sint-Michielsgestel. Hiervoor geldt een maximale milieucategorie 2 met een bijbehorende richtafstand van 30 meter. Deze afstand wordt ruimschoots gehaald. Bedrijfsbestemming De Directeur van Beekstraat 6 heeft in het vigerend bestemmingsplan de bestemming Bedrijf. Hier zijn bedrijven binnen milieucategorie 1 en 2 toegestaan en tevens een hostiemakerij (aanduiding). Deze bedrijfsbestemming ligt op een afstand van circa 220 meter van het plangebied. Het plangebied ligt op voldoende afstand.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=2c7626a1-3342-4f1a-9809-14a13a5a20f6