CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

07.a - Bijlage 1 - Plantoelichting vast te stellen BP Nieuwstraat 96 SMG

Raadsvergadering Sint-Michielsgestel 25 mei 2023, gemeente boxtelBij agendapunt: 7 Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Nieuwstraat 96 Sint-Michielsgestel20.391 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Nieuwstraat 96 Sint-Michielsgestel PLANTOELICHTING NL.IMRO.0845.BPSMGNieuwstraat96-VG01

1

Titel: Datum: Projectnummer:

Nieuwstraat 96 Sint-Michielsgestel 22-03-2023 2021.144

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of Wintraecken Advies.

2

Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................... 5 1.1 Achtergrond en doelstelling plan ..................................................................... 5 1.2 Ligging en begrenzing plangebied ................................................................... 7 1.3 Vigerend bestemmingsplan ............................................................................ 9 1.4 Leeswijzer .................................................................................................. 11 2. Planbeschrijving: ruimtelijke structuur, beeldkwaliteit en inpassing........................ 12 3. Beleidskader ................................................................................................... 20 3.1 Inleiding .................................................................................................... 20 3.2 Rijksbeleid ................................................................................................. 20 3.3 Provinciaal beleid ........................................................................................ 23 3.4 Gemeentelijk beleid..................................................................................... 32 4. Milieu-hygiënische en planologische verantwoording ............................................

37 4.1 M.e.r.-beoordeling ...................................................................................... 37 4.2 Archeologie en cultuurhistorie ....................................................................... 39 4.3 Flora en fauna en stikstof(depositie) .............................................................. 41 4.4 Waterparagraaf .......................................................................................... 47 4.5 Bodem ....................................................................................................... 49 4.6 (Ondergrondse) infrastructuur / kabels en (buis)leidingen ................................ 52 4.7 Milieuzonering (geur en industrielawaai) ........................................................ 54 4.8 Akoestiek ................................................................................................... 58 4.9 Luchtkwaliteit ............................................................................................. 59 4.10 Externe veiligheid ...................................................................................... 62 4.11 Volksgezondheid in relatie tot planvoornemen .............................................. 65 4.12 Parkeren en verkeer .................................................................................. 67 5.

Juridische opzet .............................................................................................. 70 5.1 Het bestemmingsplan als juridisch instrument ................................................ 70 5.2 Systematiek van de regels ........................................................................... 70 6. Uitvoeringsaspecten......................................................................................... 71 6.1 Economische uitvoerbaarheid ....................................................................... 71 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................. 71 7. Slotconclusie ................................................................................................... 72

3

Bijlagen 1. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie, Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de nieuwbouw van het woonzorgcomplex Parc Overbergh aan de Nieuwstraat 96 te Sint-Michielsgestel, gemeente Sint-Michielsgestel, projectnummer: V214619, 6 september 2022 1.1 Selectieadvies archeologische monumentenzorg Gemeente Sint-Michielsgestel 1.2 Programma van Eisen t.b.v. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven (IVO-P), met eventuele doorstart naar een opgraving, Rapportnummer V2414, Projectnummer V23-5304, Status en versie concept, versie 1.0, 17-02-23 2. Staro Natuur en Buitengebied, Quickscan flora en fauna, rapportnummer: 200411, oktober 2021 Bijlage 2.1 – Van Helvoirt Groenprojecten, Bomen Effect Analyse, projectnummer: 20212922, 19 oktober 2022 Bijlage 2.2 – Ontheffing Wet natuurbescherming 3. Pouderoyen Tonnaer, Notitie beoordeling stikstof, project: J218255, februari 2023 4. Econsultancy, Watertoets Overbergh Nieuwstraat 96 te Sint-Michielsgestel, rapportnummer: 16536.002, versie D6, 7 maart 2023 5.

Verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek conform NEN 5740 en NEN5707, SGS Search, Projectnummer : 25.20.00627.1, 8 april 2021 Bijlage 5.1 - Asbestinventarisatie conform Certificatieschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering als bedoeld in de artikelen 4.27 en 4.28 van de Arbeidsomstandighedenregeling, SGS Search, RFI-2100002229-SI, 29 maart 2021 Bijlage 5.2 - Nader bodemonderzoek, SGS Search, Projectnummer : 25.21.00234, 17 juni 2021 6. Parc Overberg te Sint Michielsgestel, Akoestisch onderzoek geluidemissie omgeving, Cauberg Huygen, referentie: 07248-53954-05v2, 10 oktober 2022 7. Parc Overberg te Sint Michielsgestel, Akoestisch onderzoek wegverkeer, Cauberg Huygen, referentie: 07248-53954-06, 10 oktober 2022 Bijlage 7.1 - Ontwerpbesluit hogere grenswaarde Wet geluidhinder 8. Parkeeradvies gastenhuis Sint-Michielsgestel, Empaction Mobility, 28 juli 2021 9. Rijcurvecheck, Overberg Sint-Michielsgestel, Toegankelijkheid Overberg SintMichielsgestel, projectnummer: 22.0223/001, 7 september 2022 10. Verslag van de omgevingsdialoog 11. Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling, Wintraecken Advies, 07-09-2022 12. Zorganalyse Sint-Michielsgestel 13. Memo - Huis Overberg: Toewijzing en betaalbaarheid

4

1. Inleiding 1.1 Achtergrond en doelstelling plan Initiatiefnemer heeft bij de gemeente Sint-Michielsgestel een principeverzoek ingediend om medewerking te verlenen aan de (her)ontwikkeling van Huis Overberg aan de Nieuwstraat 96 te Sint-Michielsgestel. Het complex omvat 2 woon-zorghuizen met in totaal 40 niet-zelfstandige zorgwoningen voor hulpbehoevenden en 1 wooneenheid c.q. bedrijfswoning voor het zorg(echt)paar (bedrijfsleiding). De niet-zelfstandige zorgwoningen zijn voorzien van een eigen badkamer en een pantryblokje (zonder kookgelegenheid) en de woon-zorghuizen zijn ieder voorzien van een sociëteit, grote woonkamer met open gezamenlijke woonkeuken waar gekookt, gegeten en verbleven wordt, kantoorruimte, waskamer en een kamer die mogelijkheid biedt tot persoonlijke verzorging. Ieder woon-zorghuis heeft twee huiskamers, waarvan een met open keuken, waar de bewoners gezamenlijk kunnen verblijven. De bewoners van het woon-zorghuis hebben de mogelijkheid om zoveel mogelijk zelfstandig te blijven (wandelen in de tuin, door de buurt, boodschappen doen) waarbij ze onderdeel kunnen blijven uitmaken van de maatschappij. De tuin wordt dusdanig ingericht dat het een fijne plek wordt om zich terug te trekken, te zitten, buiten te eten en eventueel een activiteit te doen.

De groei van het aantal ouderen neemt toe, er is stijging van de zorgvraag en behoefte aan fijne, warme en huiselijke woonzorgvormen voor ouderen met een intensieve zorgof servicevraag zoals bij dementie. Dementie is een ziekte die meer dan 20% van de Nederlanders treft. De zorgbehoefte stijgt met de leeftijd. In de samenleving worden nog onvoldoende alternatieven geboden naast het verpleeghuis. Mensen zijn aangewezen op grote instellingen buiten normale woonwijken, waar ze niet alleen hun 'thuis' kwijt zijn maar ook hun sociale netwerk en vertrouwde omgeving. Het bejaardenhuis als alternatief is vrijwel verdwenen, tegenwoordig is het thuiszorg. De vraag naar kleinschalige woonzorg stijgt sterk, wat ook is terug te zien in het aantal particuliere woon-zorghuizen. Initiatiefnemer heeft een zorganalyse gemaakt welke als bijlage 12 bij deze plantoelichting is opgenomen. Uit de woonvisie van de gemeente Sint Michielsgestel komt naar voren dat er binnen de gemeente behoefte is aan specifieke (zorg)woningen. Een toelichting over betaalbaarheid en toewijzing is opgenomen in memo welke is opgenomen als bijlage 13. Wonen in dit woon-zorghuis is betaalbaar voor mensen met een gemiddeld (pensioen)inkomen en een intensieve zorgvraag. Uitgangspunt is dat de bewoners recht hebben op 24-uurszorg oftewel een Wlz-indicatie 4, 5 of 7.

De specifieke zorgkosten worden dan vergoed vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) via het Volledig Pakket Thuis (vpt). De bewoners zijn dan alleen het lage tarief 'wettelijke eigen bijdrage' verschuldigd aan het Centraal Administratie Kantoor (CAK). Een Wlz-indicatie wordt afgegeven door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ).

5

De exploitant heeft een uitgesproken, geëmancipeerde visie op de zorg. Voor dementerende staat autonomie en eigenheid voorop. Door de huiselijke insteek en vaste teams kent iedereen elkaar en voelen mensen zich fijn en geborgen. Praktisch gezien heeft de herontwikkeling invloed op de parkeervoorzieningen, (groen)inrichting en infrastructuur. De manier waarop omgegaan wordt met het verkeers- en parkeervraagstuk, groenvoorzieningen en ruimtelijke inpassing maakt deel uit van onderhavige plantoelichting. De parkachtige tuin blijft na herontwikkeling zoveel mogelijk intact. De waardevolle bomen maken een prominent deel uit van de groenbeleving rond het huis. De altijd naar binnen gekeerde prachtige tuin maakt straks expliciet onderdeel uit van de open structuur en gastvrijheid van het terrein en het nieuwe Huis Overberg. De gemeente Sint-Michielsgestel heeft het initiatief positief beoordeeld en wil in principe medewerking verlenen aan de planontwikkeling. Doelstelling van deze partiële herziening van het bestemmingsplan “Sint-Michielsgestel Oost” is om de realisatie van het onderliggende planvoornemen planologisch en juridisch mogelijk te maken. Het bestemmingsplan besteedt aandacht aan de ruimtelijke en milieu-hygiënische effecten van de voorgenomen ontwikkeling.

Onderzocht is hoe het initiatief zich verhoudt tot de aanwezige functies en waarden van het plangebied en de directe omgeving ervan. In dit kader zijn, behalve het ruimtelijk-planologische beleid, alle ruimtelijke en milieu-hygienische aspecten alsmede de stedenbouwkundige inpassing en beeldkwaliteit nader beschouwd. Aan de volgende deels juridische voorwaarden dient te worden voldaan: • het motiveren van het wijzigen van de geldende bestemming middels het opstellen van een bestemmingsplan; • het met een bestemmingsplan aantonen van de ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieu-hygiënische aanvaardbaarheid; • het in procedure brengen van het bestemmingsplan.

6

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen in het noorden van Sint-Michielsgestel, aan de Nieuwstraat 96. Onderstaande luchtfoto’s (bron: maps.google.nl) en fotoweergaven (bron: initiatiefnemer) geven de bestaande toestand van de directe omgeving en het plangebied weer.

7

Het plangebied ligt tussen de Sint Michielsstraat, de Nieuwstraat en de Molenbergstraat. Aan de Sint Michielsstraat liggen verschillende horecagelegenheden en woningen. Het betreft hier hoofdzakelijk lintbebouwing. De Nieuwstraat betreft een straat met verschillende oude vrijstaande huizen. Daarnaast is er veel groen aanwezig in deze straat. De

8

Molenbergstraat betreft eveneens een straat waar veel oudere panden staan met maximaal 2 verdiepingen. Het betreffen hier veelal twee-onder-één-kap woningen. Ten westen van het projectgebied ligt een park/groengebied (Kleine Ruwenberg). Ten noorden, oosten en zuiden van het projectgebied is bebouwing aanwezig in de vorm van woningen. Het projectgebied bevat in de huidige situatie één vrijstaande woning die op het noordoostelijke deel van het perceel is gesitueerd. Op het overige deel van het perceel is een ruim opgezette en parkachtige tuin aanwezig. Onderhavig plangebied heeft in de huidige situatie één ontsluiting op de Nieuwstraat. Aangezien de parkeerbelasting in de omgeving, door onder andere de aanwezigheid van cafés en feestzalen, hoog is wordt de parkeerbehoefte voor de twee woon-zorghuizen op eigen terrein opgelost. De huidige ontsluiting van het plangebied blijft gehandhaafd en heeft, naast het aantal verkeersbewegingen, geen invloed op de verkeersintensiteit op de Nieuwstraat en Sint Michielstraat. Het plangebied is in de huidige situatie functioneel ingericht als woning met bijbehorende tuin en oprit.

1.3 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied valt binnen de grenzen van de gemeentelijke beheersverordening “SintMichielsgestel Oost” uit 2018. Conform deze beheersverordening bezit onderhavige planlocatie een woonbestemming (‘Woondoeleinden 1’) en een bouwvlak waarbinnen een woning ‘open bebouwing’ is toegestaan. De maximum goot- en bouwhoogte bedragen respectievelijk 6 en 10 meter. De aan het plangebied toegekende dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ geeft aan dat bouwen (buiten het bouwvlak) niet zonder meer mogelijk is, vanwege de mogelijke aanwezige archeologische waarden ter plaatse. De voor ‘Waarde – Archeologie’ aangewezen gronden zijn, behalve voor andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. Naast de bestemming ‘Woondoeleinden 1’ is de bestemming ‘Tuin’ van kracht binnen het plangebied. Op navolgende uitsnede van de beheersverordening “Sint-Michielsgestel Oost” uit 2018 is de ligging en globale begrenzing van het plangebied rood omlijnd aangegeven.

9

Afwijking bestaande planregeling Het initiatief betreft de nieuwbouw van een woon-zorgcomplex. Ter plaatse van het plangebied c.q. de bestemming ‘Woondoeleinden 1’ en ‘Tuin’ geldt dat er geen nieuwe nietzelfstandige zorgwoningen mogen worden toegevoegd en er geen ontwikkelingen buiten het bestaande bouwvlak mogen plaatsvinden. Ter plaatse van het nieuwe woon-zorghuis is een nieuw bouwvlak noodzakelijk waarbinnen de 40 niet-zelfstandige zorgwoningen gerealiseerd worden. Ook dient een passende planologisch-juridische regeling te worden getroffen voor de voorzieningen die worden opgericht ten dienste van de nieuwe hoofdbestemming ter plaatse. Deze plantoelichting geeft een planologisch-juridische regeling ten behoeve van de realisatie van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling.

10

1.4 Leeswijzer In de volgende hoofdstukken wordt aandacht besteed aan de verschillende aspecten van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van het planvoornemen. Hoofdstuk 3 behandelt het beleidskader. Hoofdstuk 4 gaat in op de ruimtelijkfysieke, logistieke en milieu-hygiënische aspecten. De juridische aspecten worden toegelicht in hoofdstuk 5 en de onderdelen economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid in hoofdstuk 6. Hoofdstuk 7 tenslotte bevat de slotconclusie.

11

2. Planbeschrijving: ruimtelijke structuur, beeldkwaliteit en inpassing De ambitie om een duurzame, betaalbare en fijne leefomgeving voor mensen met dementie te creëren, wordt ingevuld met een afgewogen pakket aan maatregelen. De gebouwen worden energiezuinig, waarbij geïnvesteerd wordt in een goede gebouwschil. De locatie wordt klimaatbestendig ingericht met een belevingstuin die de temperatuur beperkt. De tuin wordt zodanig – dementie vriendelijke – ingericht dat het een fijne plek wordt waar men zich kan terugtrekken, kan zitten, kan eten en eventueel een activiteit kan doen. De waterberging kan extreme stortbuien bufferen. De belevingstuin zorgt voor kansen voor de natuur door ruimte te bieden en aan het gebouw worden nestkastvoorzieningen opgenomen. De keuzes die zijn gemaakt, dragen bij aan de fijne en betaalbare leefomgeving, zodat de ouderen hier prettig kunnen wonen en kunnen genieten van het huis, de tuin en kunnen wandelen in de inspirerende omgeving. Het voorliggende initiatief – nieuwbouw van twee woon-zorghuizen – bestaat uit de realisatie van 1 x 19 en 1 x 21 niet-zelfstandige zorgwoningen. Elk van de niet-zelfstandige zorgwoningen heeft een eigen badkamer. Er komt tevens één wooneenheid c.q. bedrijfswoning voor een ‘zorg(echt)paar’ (bedrijfsleiding) en per zorghuis is er één logeer-wooneenheid.

Op navolgende afbeelding is een impressie van de toekomstige situatie weergegeven.

12

Op navolgende afbeeldingen zijn voorlopige impressies van de gevels weergegeven.

13

14

Op navolgende afbeeldingen zijn referentiebeelden weergegeven.

15

De stijlkeuze en materialisering sluiten aan bij de natuurlijke omgeving. Er zal veel gebruik worden gemaakt van natuurlijke materialen, zoals beton, hout, bruin/geel metselwerk. Het nieuwe woon-zorghuis Parc Overberg past goed op voorliggende locatie dankzij de ligging aan de rand van het centrum van Sint-Michielsgestel. Door het toenemende aanbod in verschillende woon-zorgvormen kunnen verschillende doelgroepen in de stad of het dorp blijven wonen waar zij zich thuis voelen en waar zij reeds veel mensen kennen. Door de ontwikkeling van het woon-zorghuis kunnen de oudere inwoners van Sint-Michielsgestel hun oude dag in een vertrouwde omgeving doorbrengen. Binnen voorliggend initiatief zal de parkachtige inrichting van het terrein grotendeels worden behouden. Doordat het terrein omheind is, is er sprake van een dementievriendelijke tuin. In de nieuwe plansituatie is op het terrein een wadi voorzien. De kenmerkende monumentale muur, de poorten en het gietijzeren hekwerk blijven zoveel als mogelijk behouden. De altijd naar binnen gekeerde prachtige tuin maakt straks expliciet onderdeel uit van de open structuur en gastvrijheid van het terrein en het nieuwe Huis Overberg. Een natuurlijk ingerichte omgeving draagt niet alleen bij aan het welzijn van de bewoners, maar ook aan dat van de medewerkers en bezoekers (familie, mantelzorgers).

Het biedt ieder van hen ontspanning en plezier. Door gebruik te maken van diverse en inheemse plantsoorten, nestkastvoorzieningen in de buitenschil van de gebouwen en bomen en struiken met bessen en klein fruit maakt deze tuin aantrekkelijk voor insecten, vogels en vleermuizen. Het groen binnen het plangebied zal voornamelijk bestaan uit een tuin met daarin opgenomen de parkeervoorzieningen, wandelpaden, wadi en terrassen. Er is een boomeffectanalyse uitgevoerd. De waardevolle bomen zullen worden opgenomen in het groenplan. De parkeerplaatsen zullen, vanuit de woonzorghuizen, zoveel mogelijk aan het zicht worden onttrokken. Navolgende afbeelding betreft een inrichtingsschets van het plangebied, waarbij natuur en groen een grote rol spelen.

16

Aangezien Nederland steeds meer overlast door hevige regenval kent, heeft de inrichtingsschets ruimte voor groen én wateropvang in zich. Om wateroverlast tijdens de hevige buien te kunnen opvangen, wordt een waterberging opgenomen in het plan (zie paragraaf 4.4 en bijlage 4). Deze waterberging kan buien van het type ‘extreem’ van 60 mm per uur opvangen. Ook de tuin van ruim 3.000 m² zal een grote bijdrage leveren aan het bufferen van water, doordat de nadruk zal worden gelegd op groeninrichting en niet op verharding. Op het terrein staan enkele waardevolle bomen die op de lijst ‘waardevolle bomen’ staan vermeld (zie bijlage 2.1). Deze vertegenwoordigen een grote kwaliteit in het gebied en vormen een duidelijke meerwaarde voor de parkachtige tuin. Uitgangspunt is dat deze blijven staan en dus in de plannen zijn opgenomen. Ook tijdens de bouwwerkzaamheden worden deze beschermd en gerespecteerd. Navolgende afbeelding betreft een weergave van de prakachtige tuin van het plangebied.

17

Het algemene ruimtelijke uitgangspunt van gemeenten is er verder op gericht om te komen tot ‘duurzaam bouwen’. Duurzaam bouwen verhoogt de gebruikswaarde (functioneel), belevingswaarde (vorm) en de toekomst (tijd) voor de bebouwde omgeving. Duurzaam bouwen is in dit geval te onderscheiden in stedenbouwkundig en bouwkundig duurzaam bouwen. Een goed stedenbouwkundig plan draagt bij aan een duurzame toekomst en voorkomt onder andere verloedering en leegstand. Stedenbouwkundige duurzaamheid komt tot uitdrukking in de ruimtelijke opzet en inpassing van de bebouwing. Ruimtelijke kwaliteit vormt de voorwaarde voor een goed woon- en leefmilieu. Belangrijk hierbij is het om de stedenbouwkundige structuur op een goede manier kenbaar te maken en te behouden. Bouwkundige duurzaamheid laat zich onder andere uitdrukken in: • duurzaam materiaalgebruik; • slimme energetische concepten (welke resulteren in energiebesparende maatregelen); • afvalreductie. Met onderliggend initiatief ontstaat een representatieve locatie die de ruimtelijke beeldkwaliteit van het gebied onvoorwaardelijk in stand houdt en door de voorgenomen inpassing, vormgeving en bouwstijl van de beoogde bebouwing zelfs verbetert. Op deze wijze

18

heeft het initiatief een toegevoegde waarde voor het ruimtelijke omgevingskader en levert het daarmee tevens een positieve invulling aan de waarborging van de stedenbouwkundige en land(schapp)elijke karakteristiek en identiteit ter plaatse. Geconcludeerd kan worden dat de herontwikkeling bijdraagt aan een ruimtelijke en visuele koppeling met de bestaande omliggende bebouwing en daarmee een positieve functionele invulling vormt. De voorgestane ontwikkeling steunt de waarborging van de landschappelijke en architectonische uitgangspunten en daarmee de ruimtelijke karakteristiek en identiteit ter plaatse. De juridische vertaling van de bouw- en gebruiksmogelijkheden is verankerd in de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding en regels. De ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieu-hygiënische aanvaardbaarheid van de voormelde plankeuzes worden gemotiveerd in hoofdstuk 4.

19

3. Beleidskader 3.1 Inleiding Wat betreft de verantwoordelijkheidstoedeling en bevoegdheidsverdeling zijn het Rijk, de provincies en de gemeenten verantwoordelijk voor hun eigen belangen. Er kan slechts sprake zijn van bemoeienis van Rijk of provincie met de gemeente, indien dat noodzakelijk is vanwege een nationaal respectievelijk provinciaal belang. Rijk en provincies beschikken in de Wet ruimtelijke ordening over dezelfde bevoegdheden als gemeenten om hun eigen ruimtelijke belangen te kunnen uitvoeren. Daarnaast kunnen het Rijk en de provincies algemeen verbindende regels uitvaardigen en aanwijzingen geven om hun belangen veilig te stellen. Het beleid van de gemeente Sint-Michielsgestel vormt dus het kader waarbinnen de functionele en ruimtelijke ontwikkeling wordt vastgesteld. De ruimtelijke ontwikkelingsplannen van Rijk, provincie en regio vormen randvoorwaarden voor het gemeentelijke beleid. Voor zover relevant voor de plannen worden in de volgende paragrafen het Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid toegelicht.

3.2 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Toetsingskader De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In Nederland staan we voor een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Denk aan periodes van droogte, afgewisseld met extreme regenval, de zeespiegelstijging, de overgang naar duurzame energie en de ruimte die nodig is voor windmolens en zonnepanelen. Of de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen om het woningtekort op te lossen, de groei en het bereikbaar houden van steden en plekken voor distributiecentra. Denk ook aan het versterken van onze natuur en biodiversiteit, het behoud van ons landschap en de vitaliteit van onze landbouw. Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen.

Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI is tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers.

20

Hoe werkt de NOVI? Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3. Afwentelen wordt voorkomen. Belangrijkste keuzes in de NOVI • een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; • de verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsen; • de overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; • de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden.

We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; • het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; • het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Uitvoering van de NOVI Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe het Rijk samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI. Het Rijk werkt de NOVI uit in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma’s, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling en werkt gebiedsgericht met Omgevingsagenda’s en NOVI-gebieden.

21

Doorwerking plan(locatie) Aspecten als water, veiligheid, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit vormen onderdeel van de planologische toets. De planlocatie is niet gelegen in een gebied waarvoor een relevante ruimtereservering geldt. Daarnaast wordt niet in een ontwikkeling voorzien die raakt aan een van de nationale belangen. Daarmee is het plan niet in strijd met het rijksbeleid. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 lid 2 Bro) Toetsingskader Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) – de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ – geldt voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Het procesvereiste van het doorlopen van de Ladder is gebaseerd op één van de nationale belangen als opgenomen in de SVIR, opgesteld door het Rijk. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden.

Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Artikel 3.1.6, tweede lid, luidt nu als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.

Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De Laddertoets geldt alleen voor ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel

22

sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het een functiewijziging betreft, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. In de nieuwe Ladder is het woord 'regionale' niet meer aanwezig. De Ladder bepaalt niet nader voor welk gebied de behoefte in beeld moet worden gebracht. Het is primair aan het bevoegd gezag om op basis van het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling te bepalen tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging moet worden gemaakt. De toelichting van het bestemmingsplan moet een beschrijving bevatten van de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Daarbij is het niet relevant of het plangebied binnen of buiten bestaand stedelijk gebied ligt. In beide gevallen dient de plantoelichting een beschrijving van de behoefte te bevatten. In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd.

Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Uit de definitie volgt dat er sprake moet zijn van een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing. In de Nota van Toelichting wordt opgemerkt dat de kwalificatie bestaand stedelijk gebied afhangt van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. Doorwerking plan(gebied) Het plan omvat meer dan twaalf niet-zelfstandige zorgwoningen en wordt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling gezien. De behoefte aan kleinschalige woonzorgvoorzieningen is opgenomen in de gemeentelijke woonvisie (zie paragraaf 3.4). Het initiatief komt tegemoet aan de specifieke behoefte aan de beleidsmatige woonzorgdoelstellingen die beschreven zijn in de beleidsdoelstellingen van de woonvisie. Conclusie Het initiatief voldoet aan het Besluit ruimtelijke ordening voor wat betreft het aspect Ladder voor Duurzame Verstedelijking: zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik middels herontwikkeling van bestaand vastgoed.

3.3 Provinciaal beleid Omgevingsvisie Noord-Brabant en Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader Het provinciale ruimtelijke beleid staat de realisering van de plannen niet in de weg. Hoofddoelstellingen van de Omgevingsvisie Noord-Brabant en de Interim omgevingsverordening

23

Noord-Brabant zijn ‘zuinig ruimtegebruik’ met daaraan gekoppeld de ‘concentratie van verstedelijking’. De accenten moeten hierbij liggen op ‘inbreiding’ en ‘herstructurering’. Concentratie van verstedelijking De provincie stuurt op concentratie van verstedelijking: het is belangrijk dat er verschil bestaat en blijft bestaan tussen de steden en dorpen. De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant en is onderverdeeld in ‘concentratiegebieden’ en ‘overig stedelijk gebied’. In concentratiegebieden wordt de bovenlokale groei van verstedelijking opgevangen. Daarnaast moet hier een hoog voorzieningenniveau geboden worden, waardoor de (suburbane) kernen en dorpen buiten het concentratiegebied het huidige (landelijke) karakter behouden. In overig stedelijk gebied is grootschalige verstedelijking ongewenst. Wel kan hier voor de eigen behoefte gebouwd worden. Naast concentratie van verstedelijking wil de provincie binnen de stedelijke structuur het volgende bereiken: • zorgvuldig ruimtegebruik; • meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit; • betere verknoping van stedelijke ontwikkelingen aan de infrastructuur; • versterking van de economische kennisclusters. Voor onderhavig initiatief spelen de elementen ‘zorgvuldig ruimtegebruik’ en ‘meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit’ een rol.

Zorgvuldig ruimtegebruik De provincie wil dat de kansen voor functiemenging, inbreiding, herstructurering en zo nodig transformatie in het stedelijk gebied goed worden benut, inclusief de mogelijkheden voor intensivering en meervoudig ruimtegebruik. Hierdoor is minder ruimte nodig voor stedelijke uitbreidingen. Het ‘aansnijden van nieuwe ruimte’ voor verstedelijking wordt in samenhang bezien met deze mogelijkheden. Door meer aandacht te schenken aan beheer en onderhoud van het bestaand stedelijke gebied worden in de toekomst ingrijpende herstructureringen voorkomen. Meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit Karakteristieke verschillen tussen dorpen en steden vervagen. Uitbreidingswijken en werklocaties in steden en dorpen gaan steeds meer op elkaar lijken. De provincie wil dat nieuwe ontwikkelingen meer inspelen op het karakter en de kwaliteit van de plek. Door bij stedelijke ontwikkelingen uit te gaan van het verschil in omvang en karakter van de verschillende kernen, wordt het contrast tussen stad en dorp behouden. Dit versterkt de identiteit en aantrekkelijkheid van kernen en hun relatie met het omliggende landschap. Interim Omgevingsverordening (IOV) Het beleid uit de Omgevingsvisie Noord-Brabant is verwerkt in de regels die zijn opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant van de provincie.

De onderwerpen die in de verordening staan komen dus uit de provinciale omgevingsvisie. Daarin staat welke belangen de provincie wil behartigen en hoe ze dat wil doen. De verordening is daarbij één van de manieren om die provinciale belangen veilig te stellen. In de verordening is een aantal aspecten opgenomen die van toepassing zijn op onderhavig plan. Deze zullen hierna worden besproken.

24

De provincie wil de ruimtelijke kwaliteit van Noord-Brabant bevorderen. Dit betekent dat nieuwe ontwikkelingen een bijdrage moeten leveren aan de kernkwaliteiten van NoordBrabant. De provincie biedt ontwikkelingsruimte in het buitengebied, mits een ontwikkeling bijdraagt aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Nieuwe ontwikkelingen bieden een kans voor behoud en ontwikkeling van het landschap. Het ontwikkelen van landschap reikt verder dan het behouden wat er is, ontwikkelen van het landschap gaat ook om het toevoegen van nieuwe ruimtelijke kwaliteiten. De provincie onderscheidt een zestal mogelijk van toepassing zijnde thema’s waarin beleidsuitgangspunten zijn opgenomen. Deze thema’s zijn tevens in kaart gebracht. Onderstaande tabel illustreert welke thematische kaarten in principe van toepassing zijn op het plangebied en welke niet. Thema / kaartnaam Instructieregels voor gemeenten: basiskaart Instructieregels voor gemeenten: aardkundige, cultuurhistorische en groenblauwe waarden Instructieregels voor gemeenten: natuur en stiltegebieden Instructieregels voor gemeenten: water en geluidszone provinciale wegen Instructieregels voor gemeenten: specifieke agrarische ontwikkelingen Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en -berging

Van toepassing Ja Nee Nee Ja Ja Ja

4.2.2.1 De toedeling van functies Het project is onderdeel van het stedelijke gebied. In beginsel zijn daar conform artikel 3.42 IOV woningen en voorzieningen toegestaan, mits voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden. Hieronder is dit artikel overgenomen en wordt aan de voorwaarden getoetst. Artikel 3.42 - duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; Onderhavig planvoornemen is stedenbouwkundig ingepast (zie hoofdstuk 3). Daarnaast voldoet het project aan alle uitvoeringsaspecten. Deze worden nader toegelicht in hoofdstuk 5. b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; Onderhavig planvoornemen voorziet in de realisatie van circa 40 niet-zelfstandige zorgwoningen op een locatie waar reeds bebouwing aanwezig is. De oude bebouwing wordt

25

vervangen/hergebruikt voor de toedeling van een nieuwe functie. Hiermee draagt dit planvoornemen bij aan een zorgvuldig ruimtegebruik. c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; Onderhavig planvoornemen biedt mogelijkheden voor duurzaam gebruik van de bebouwing. d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; Onderhavig planvoornemen voldoet aan de in hoofdstuk 5 benoemde eisen voor de opvang en afvoer van hemelwater. Hiermee wordt voldaan aan dit sublid. e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; Onderhavig planvoornemen zorgt niet voor een verandering/aanpassing met betrekking tot duurzame mobiliteit. Wel komt er een oplaadplaats voor de elektrische auto van het zorgechtpaar. f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Onderhavig planvoornemen draagt met de realisatie van de niet-zelfstandige zorgwoningen bij aan de continuïteit van Sint-Michielsgestel als woon-/verblijfslocatie. Daarnaast wordt de gemeentelijke economie gestimuleerd doordat de bewoners van deze locatie normaliter uitgaven binnen de gemeentegrens doen. 4.2.2.2 De bescherming van gebiedskenmerken Ter plaatse van het projectgebied geldt het gebiedskenmerk 'Stalderingsgebied'.

Het artikel 3.52 IOV stelt regels aangaande de ontwikkeling van veehouderijen. Onderhavig project omvat geen veehouderijen. Er hoeft derhalve geen nadere toetsing plaats te vinden. 4.2.2.3 De basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Om te komen tot een goede omgevingskwaliteit moet rekening gehouden worden met zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in het gebied (toepassing lagenbenadering) en meerwaardecreatie. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik, omdat het project voorziet in de realisatie van 40 niet-zelfstandige zorgwoningen binnen het bestaand stedelijk gebied. De situering van de bebouwing sluit aan bij de huidige structuur van het perceel en de directe omgeving. Er is rekening gehouden met en uitgegaan van de bestaande stedenbouwkundige, landschappelijke en natuurlijke waarden. Instructieregels voor gemeenten: basiskaart Binnen het kaartbeeld ‘Instructieregels voor gemeenten: basiskaart’ is het plangebied aangeduid als ‘stedelijk gebied’ en als onderdeel van het ‘Natuur Netwerk Brabant’. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld.

26

De provincie verwacht van gemeenten dat zij bij de ontwikkeling van woningbouwlocaties en het opstellen van gemeentelijke ruimtelijke plannen daarvoor rekening houden met de afspraken in het regionaal ruimtelijk overleg. Dit artikel bevat regels over de verantwoording bij bestemmingsplannen en andere planologische besluiten. Hierbij is het nodig ook een relatie te leggen naar de bestaande harde plancapaciteit. Tevens moet uitdrukkelijk een relatie gelegd worden met regionale afspraken over de nieuwbouw van woningen. De provincie vraagt gemeenten om het principe van zorgvuldig ruimtegebruik toe te passen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het doel hierbij is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Pas als dat niet kan, wordt gezocht naar de beste plek in het buitengebied om nieuwe ruimte te gebruiken. Daarnaast wil de provincie verouderde locaties in stedelijk gebied opnieuw invullen en ongewenste functies in het buitengebied saneren. Voorbeelden van dergelijke ongewenste functies zijn glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden of veehouderijen rondom de natuur en stedelijke gebieden. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant is verder bepaald dat ruimtelijke plannen die voorzien in een stedelijke ontwikkeling, in principe alleen in bestaand stedelijk gebied mogen vallen. Onder voorwaarden zijn ontwikkelingen in hiermee samenhangende zoekgebieden mogelijk.

Uit onderhavige toelichting blijkt dat aan deze voorwaarden wordt voldaan. Ten aanzien van de aanduiding Natuur Netwerk Brabant (NNB) geldt dat de instructieregels in dit artikel de kern voor de bescherming van het NNB bevatten. Bij het opstellen van een omgevingsplan zijn gemeenten verplicht aansluiting te zoeken bij de wezenlijke ecologische kenmerken en waarden die in het natuurbeheerplan zijn beschreven. Zolang er geen sprake is van een significante aantasting, is er vanwege het NNB geen grond om de activiteit tegen te houden. Wel wordt de activiteit uiteraard nog getoetst aan ander beleid of regelgeving.

27

Naast behoud en ontwikkeling van ecologische waarden en kenmerken streeft de provincie binnen het NNB ook behoud na van cultuurhistorische waarden en andere wezenlijke kenmerken zoals rust en stilte. Op provinciaal niveau zijn de cultuurhistorische waarden en kenmerken vastgelegd op de Cultuurhistorische Waardenkaart van Noord-Brabant en waar nodig vertaald in deze verordening. Zolang de natuurdoelen in een gebied nog niet zijn gerealiseerd, kunnen bestaande functies en gebruiksactiviteiten worden voortgezet (eerbiedigende werking). Bestaand planologisch gebruik wordt gerespecteerd. Dit betekent dat de ontwikkelmogelijkheden van een agrarisch bedrijf, een recreatiewoning en een niet-agrarisch bedrijf die zijn opgenomen in een geldend omgevingsplan in stand blijven. Het betekent ook dat er geen nieuwe ontwikkelmogelijkheden geschapen mogen worden door een omgevingsplan te wijzigen of door de verlening van een omgevingsvergunning. Doorwerking plan(gebied) Onderhavig planvoornemen betreft bestemmingswijziging van een bestaande woonlocatie binnen de stedelijke zone van een landelijke kern. Hiermee wordt dus aangesloten bij het uitgangspunt van de provincie om zorgvuldig om te gaan met de beschikbare ruimte binnen een stedelijke kern en het toevoegen van woningen binnen stedelijke concentratiegebieden. Het gebruik van de bestaande ruimte wordt feitelijk geïntensiveerd.

Ten aanzien van de aanduiding Natuur Netwerk Brabant (NNB) geldt dat onderhavige ontwikkeling niet los kan en mag worden gezien van de landschappelijke inpassing van het zorgcomplex. De ontwikkeling is voorafgegaan door een quickscan flora en fauna (zie bijlage 2 en paragraaf 4.3 van deze plantoelichting), waarbij de resultaten als uitgangspunt voor inpassing van het planvoornemen in de bestaande ruimte zijn gehanteerd. Een deel van het plangebied ligt binnen de begrenzing van het NNB, Voor dit deel geldt het natuurbeheertype ‘Droog bos met productie’. In de huidige situatie bestaat dit deel van het plangebied uit tuin met een boskarakter. In de voorgenomen plannen blijft het grootste deel van het NNB binnen het plangebied in gebruik als tuin en is een natuurinclusieve tuin beoogd. Wanneer het boskarakter van dit deel van de tuin behouden blijft, dan kunnen de (beperkte) natuurwaarden blijven bestaan. Er is dan geen sprake van aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het NNB. Het nieuwe gebouw komt met circa 120 m2 binnen het NNB.

Doordat de ecologische waarden en kenmerken niet worden aangetast en het plangebied binnen Stedelijk gebied ligt, kunnen de voorgenomen plannen worden uitgevoerd onder toepassing van artikel 3.18 lid 3 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (en het overeenkomstige artikel 4.33 lid 3 van de Ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant). Artikel 3.18 Nieuwe ontwikkeling in het Natuur Netwerk Brabant Lid 3 Een bestemmingsplan kan bepalen dat nieuwvestiging is toegestaan als: 1. het een deel van het Natuur Netwerk Brabant betreft dat door Stedelijk gebied loopt; 2. de nieuwvestiging geen aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant.

28

Instructieregels voor gemeenten: natuur en stiltegebieden Binnen het kaartbeeld ‘Instructieregels voor gemeenten: natuur en stiltegebieden’ is het plangebied aangeduid als ‘Natuur Netwerk Brabant’ en ‘Attentiezone waterhuishouding’. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld.

De aanduiding ‘Natuur Newerk Brabant’ is reeds behandeld binnen het thema ‘Instructieregels voor gemeenten: basiskaart’. De ‘Attentiezone waterhuishouding’ kent een basis in de reconstructie- en gebiedsplannen. Doel van de attentiezone is om ontwikkelingen die een negatieve invloed hebben op de binnen de attentiezone gelegen natte natuurparels tegen te gaan. Stromingen in het grondwatersysteem kunnen veranderen door verandering van bodemopbouw of het doorboren van lagen (bij grondverzet of diepploegen). Voor activiteiten die een negatief effect op de (grond)waterstand in een natte natuurparel kunnen hebben, is een vergunning nodig. Bij het toelaten van functies die een negatief effect kunnen hebben op de waterhuishouding, geldt dat overleg met het waterschap nodig is. Doorwerking plan(gebied) Ten aanzien van de aanduiding Natuur Netwerk Brabant (NNB) geldt dat onderhavige ontwikkeling niet los kan en mag worden gezien van de landschappelijke inpassing van het zorgcomplex. De ontwikkeling is voorafgegaan door een quickscan flora en fauna (zie bijlage 2 en paragraaf 4.3 van deze plantoelichting). Een deel van het plangebied ligt binnen de begrenzing van het NNB. Voor dit deel geldt het natuurbeheertype ‘Droog bos met productie’. In de huidige situatie bestaat dit deel van het plangebied uit tuin met een boskarakter.

In de voorgenomen plannen blijft het grootste deel van het NNB binnen het plangebied in gebruik als tuin en is een natuurinclusieve tuin beoogd. Wanneer het boskarakter van dit deel van de tuin behouden blijft, dan kunnen de (beperkte) natuurwaarden blijven bestaan. Er is dan geen sprake van aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het NNB. Het nieuwe gebouw

29

komt met circa 120 m2 binnen het NNB. Doordat de ecologische waarden en kenmerken niet worden aangetast en het plangebied binnen Stedelijk gebied ligt, kunnen de voorgenomen plannen worden uitgevoerd onder toepassing van artikel 3.18 lid 3 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (en het overeenkomstige artikel 4.33 lid 3 van de Ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant). Onderhavig planvoornemen betreft een herontwikkeling binnen de bestaande stedelijke zone. Deze ontwikkeling wordt uitgevoerd, rekening houdend met de toegekende waarden ter plaatse. Daarnaast is onderhavig planvoornemen voorzien van een watertoets, welke als bijlage 4 is toegevoegd, en waarvan de belangrijkste conclusies zijn opgenomen in paragraaf 4.4. In de watertoets is ook aandacht besteed aan het feit dat het plangebied behoort tot de ‘Attentiezone waterhuishouding’. De gemeente heeft contact gehad met de provincie Noord-Brabant en er hoeft geen herbegrenzingsverzoek te worden ingediend. Bij de kaartaanpassingen van de Interim Omgevingsverordening zal de aanduiding NNB ten oosten van de Nieuwstraat (nummers 94 en 96) worden verwijderd. Instructieregels voor gemeenten: water en geluidszone provinciale wegen Binnen het kaartbeeld ‘Instructieregels voor gemeenten: water en geluidszone provinciale wegen’ valt het plangebied buiten de zone die is aangeduid als ‘Voorkomen grondwaterverontreiniging’.

Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld.

Een omgevingsplan gelegen binnen de aanduiding ‘Voorkomen grondwaterverontreiniging’ bepaalt dat voorafgaand aan het verrichten van een bouwactiviteit voor een gebouw of gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt, inclusief een daaraan grenzende tuin of een aangrenzend terrein, onderzocht wordt of er sprake is van een mobiele verontreinigingssituatie door raadpleging van een bodeminformatiesysteem, voorafgaand bodemonderzoek of het overleggen van een beschikking, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of een mogelijke verspreiding

30

van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is. Doorwerking plan(gebied) Onderhavige planuitvoering is voorafgegaan door een bodemonderzoek en een onderzoek naar de hydrologische situatie in de bestaande en toekomstige situatie. Hierin wordt dus invulling gegeven aan de gestelde eisen die zijn opgenomen in het provinciale beleid ten aanzien van de aanduiding ‘Voorkomen grondwaterverontreiniging’. Instructieregels voor gemeenten: specifieke agrarische ontwikkelingen Binnen het kaartbeeld ‘Instructieregels voor gemeenten: specifieke agrarische ontwikkelingen’ is het plangebied aangeduid als ‘Beperkingen veehouderij’ en ‘Stalderingsgebied’. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld.

De aanduidingen ‘Beperkingen veehouderij’ en ‘stalderingsgebied’ hebben enkel invloed op bestaande agrarische bedrijven. Onderhavig plan betreft de oprichting van niet-zelfstandige zorgwoningen in de dorpskern. De uitgangspunten en regeling ten aanzien van staldering en beperkingen veehouderijbedrijven hebben hier geen invloed op, en andersom doet onderhavig planvoornemen geen afbreuk aan deze beleidsregels. Doorwerking plan(gebied) De aanduidingen binnen het kaartbeeld ‘Instructieregels gemeenten: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen’ zijn niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling. Conclusie De gemeente Sint-Michielsgestel streeft naar een evenwichtige woningmarkt met voldoende, goede, betaalbare, gevarieerde en passende woningen. Het plan komt tegemoet aan een actuele behoefte en wordt in bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Dus herstructurering en transformatie vóór uitleg.

31

Het planvoornemen leidt tot de toevoeging van 40 niet-zelfstandige zorgwoningen binnen de dorpskern Sint-Michielsgestel, waarbij de woonvorm aansluit bij de doelstellingen geformuleerd in de woonvisie van Sint-Michielsgestel (paragraaf 3.4). Daarnaast wordt de vormgeving van het nieuwe woon-zorghuis gebaseerd op de bebouwing die aanwezig was in het verleden. Ook belangrijke kenmerken zoals de aanwezige muur en het gietijzerrenhekwerk worden behouden. Er is daarmee tevens een waardecreatie in het algemeen belang. Onderhavige ontwikkeling vindt plaats in een bestaande woonkern, betreft herstructurering c.q. intensiever ruimtegebruik met een stedelijke functie en is passend binnen de diverse beleidsuitgangspunten waaronder de doelstellingen wat betreft de kwantitatieve en kwalitatieve doeleinden met betrekking tot de woningbouw. De planontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor de ambities die de provincie nastreeft en heeft geformuleerd in de Omgevingsvisie Noord-Brabant en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Er wordt met onderhavige ontwikkeling derhalve geen afbreuk gedaan aan de beleidsdoelstellingen en ambities, zoals opgenomen in de structuurvisie en de verordening. Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

De ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieu-hygiënische aanvaardbaarheid van onderhavige ontwikkeling wordt gemotiveerd in de hoofdstuk 4.

3.4 Gemeentelijk beleid De provinciale ruimtelijke beleidskaders zijn of moeten worden vertaald in het gemeentelijke ruimtelijke beleid. In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de Structuurvisie Sint-Michielsgestel, de Woonvisie 2016-2021 en Uitvoeringsnota Woningbouw 2021 en het gemeentelijk beleid ten aanzien van duurzaamheid. Daarnaast is er al uitgebreid aandacht besteed aan de vigerende bestemming met daartoe behorende regels in paragraaf 1.3 van deze plantoelichting. Structuurvisie Sint-Michielsgestel 2025 Toetsingskader Op basis van de gemeentelijke toekomstvisie ‘Zieners van 2025’ is de ‘Structuurvisie Sint-Michielsgestel 2025’ opgesteld. Doel van de structuurvisie is het toekomstbeeld te vertalen in een ruimtelijk plan met status, dat voldoet aan de eisen uit de Wet ruimtelijke ordening. Tegelijk met de structuurvisie is de Woonvisie opgesteld. Dit document wordt in een volgende subparagraaf behandeld. De hierna volgende afbeelding betreft een uitsnede van de visiekaart van de gemeente weergegeven.

32

Op basis van een analyse van de huidige situatie worden in de structuurvisie een aantal belangrijke kwaliteiten, maar ook knelpunten onderscheiden. Belangrijke kwaliteiten betreffen de ligging van gemeente Sint-Michielsgestel binnen de invloedssfeer van met name de stad ’s-Hertogenbosch, maar ook Eindhoven en Tilburg, de landschappelijke en groene kwaliteiten zowel binnen de gemeente als daar net buiten (Groene Woud), de hiermee samenhangende recreatieve potentie en het prettig leefklimaat. De belangrijkste knelpunten betreffen de beperkte toegankelijkheid en bereikbaarheid van de natuur en recreatiegebieden, de lage differentiatie in woonmilieus, het ontbreken van een sterke ruimtelijke kwaliteit en identiteit van de dorpscentra en de ongeschikte locatie van bedrijven die qua aard en schaal niet op die specifieke plek thuis horen. De beperkte variatie in woonmilieus laat zich voelen in het beperkte woningaanbod voor starters/jongeren en senioren. Doorwerking plan(gebied) Het plan betreft een transformatie met een op maat gesneden beoordeling en mogelijkheden/kansen. Aansluitend op het visiekaartbeeld kan gesteld worden dat het plangebied is gelegen op een plek die aan meerdere zijden van expliciete waarden of kwaliteiten is voorzien. Initiatiefnemer heeft een plan opgesteld waarbij deze waarden worden behouden, of zelfs op onderdelen worden versterkt.

Met onderhavig planvoornemen wordt geen ruimte aangeboord welke op het moment een kwaliteit of waarde heeft toegedicht gekregen. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. voegt waarde toe aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in de Structuurvisie Sint-Michielsgestel 2025.

33

Woonvisie 2016-2021 en Uitvoeringsnota Woningbouw 2021 Toetsingskader Tijdens de raadsvergadering van 23 juni 2016 heeft de raad de Woonvisie vastgesteld. In de Woonvisie legt de gemeente Sint-Michielsgestel de prioriteiten van het woonbeleid voor de komende jaren vast. De Uitvoeringsnota Woningbouw 2021 bevat een verdere uitwerking van de Woonvisie. De Uitvoeringsnota wordt jaarlijks geactualiseerd. In de woonvisie wordt het volgende gesteld: De oplopende kosten in de zorg (mede door de vergrijzende bevolking) zijn aanleiding geweest tot een aantal ingrijpende hervormingen in het zorgstelsel. De eisen voor opname in een intramurale instelling zijn flink verhoogd. Alleen als er sprake is van een (zeer) zware zorgvraag worden mensen nog intramuraal opgenomen. Meer ouderen, mensen met een licht verstandelijke beperking of een psychiatrische stoornis blijven zelfstandig wonen en krijgen zorg en ondersteuning thuis. Woonvormen tussen het verpleeghuis en het langer thuis wonen (bijvoorbeeld bejaardencentra) zijn minder beschikbaar, waardoor een behoefte kan ontstaan aan andere (kleinschalige) woonvormen. Ook recente maatregelen in de zorg vergroten de druk op de voorraad goedkope sociale huurwoningen.

Door extramuralisering in de ouderenzorg, de Verstandelijke Gehandicapten (VG) en de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) sector blijven mensen zelfstandig wonen die voorheen zouden zijn verhuisd naar een intramurale instelling. Deze maatregelen beperken daarmee ook de doorstroming op de sociale huurwoningmarkt. Tegelijkertijd is het van belang dat voor deze doelgroepen een woningaanbod wordt gerealiseerd dat aansluit op hun behoeften, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van nieuwe woonzorgarrangementen en kleinschalige woonvormen. Doorwerking plan(gebied) Het project omvat de realisatie van 40 niet-zelfstandige zorgwoningen aan de Nieuwstraat 96. Het project is passend binnen de vigerende woonvisie aangezien er met de ontwikkeling wordt voorzien in een nieuwe woonvorm voor de oudere doelgroep met een zorgvraag. Het woningbouwprogramma dat op deze locatie zal landen, moet een bijdrage leveren aan de belangrijke volkshuisvestelijke opgaven. In dit geval is de belangrijkste opgave dat er wordt gebouwd voor de doelgroep senioren met een zorgvraag. Het plan bestaat uit niet-zelfstandige zorgwoningen met gezamenlijke faciliteiten die door hun compacte opzet uitermate geschikt zijn voor de zorgdoelgroep. Door de grootte en kwaliteit zijn de woningen duurzaam te behouden voor de doelgroep.

• Door de compactheid van de woningen met gedeelde voorzieningen zijn de woningen geschikt voor de groeiende zorgdoelgroep. • De compactheid van de woningen vormt bijna zeker een garantie voor het behoud van de betaalbaarheid op korte en op lange termijn. Bij gecontinueerde verhuur van de woningen lijkt het niet waarschijnlijk dat de waardestijging van de woningen hierdoor dusdanig zal zijn dat deze woningen niet meer bereikbaar zullen zijn voor de zorggroep met diverse inkomens. De (langdurige) betaalbaarheid van de woningen lijkt hiermee te zijn gewaarborgd.

34

Het initiatief betreft de oprichting van een woon-zorghuis. Er worden twee grotere woongroepen geformeerd van 19 en 21 niet-zelfstandige zorgwoningen, 2 logeereenheden en 1 wooneenheid / bedrijfswoning voor het zorg(echt)paar. Het zorg(echt)paar runt in feite een groot ‘huishouden’. Men voelt zich er thuis en doet binnen de individuele mogelijkheden op allerlei manieren actief mee met het dagelijks leven. Voor de analyse vanuit volkshuisvesting is het belangrijk dit te weten. Door het ontwerp dragen de woningen bij aan een van de woningopgaven van de gemeente. Met de realisatie wordt zowel op korte als op lange termijn voorzien in zorgwoningen. Doordat de woningen, onder de bestemming ‘Maatschappelijk’, als ‘zorgwoningen’ worden aangemerkt, tellen ze niet mee met de reguliere woningvoorraad. De niet-zelfstandige zorgwoningen zijn bovendien te klein voor één- en tweepersoonshuishoudens. Het is belangrijk te weten dat alle bewoners, als gevolg van dementie, 24-uurs zorg indicatie hebben. De locatie wordt geleid door een zorgechtpaar dat naast het huis woont. Dit zorgt voor korte lijntjes, een vertrouwde sfeer en binding met de buurt. Daarnaast is er een vast team van circa 25 medewerkers die de dagelijkse zorg en begeleiding levert: van verpleegkundigen, woonzorgbegeleiders en verzorgenden IG tot en met gastvrouwen en koks die dagelijks vers koken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=5ceeac49-51f1-4a9f-8f64-6cc4a1574a7c