CConstaterende datBoxmeer (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-R-546d Toelichting ontwerpbestemmingsplan Carmelveste

Raadsvergadering 14 oktober 2021, gemeente Boxmeer (tot 2022)Bij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Carmelveste Boxmeer17.472 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

5

1.3

Geldend bestemmingsplan

6

1.4

Leeswijzer

8

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

9

2.1

Ruimtelijke en functionele context

9

2.2

Huidige situatie

10

2.3

Planvoornemen

11

2.4

Verkeer en parkeren

17

Hoofdstuk 3 Beleidskader

19

3.1

Rijksbeleid

19

3.2

Provinciaal beleid

3.3

Gemeentelijk beleid

22 24

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten

27

4.1

Inleiding

4.2

Bodem

27 27

4.3

Geluid

28

4.4

Bedrijven en milieuzonering

29

4.5

Luchtkwaliteit

30

4.6

Externe veiligheid

32

4.7

Ecologie

33

4.8

Archeologie en cultuurhistorie

36

4.9

Water

38

4.10

Kabels en leidingen

42

4.11

vormvrije m.e.r.- beoordeling

43

Hoofdstuk 5 Juridische opzet

45

5.1

Inleiding

45

5.2

Uitgangspunten

45

5.3

Toelichting op de planregels

45

5.4

Toelichting op bestemmingen

47

5.5

Algemene regels

48

5.6

Overgangs- en slotregels

48

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

51

6.1

Inleiding

6.2

Economische uitvoerbaarheid

51

6.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

51

6.4

Handhaafbaarheid

51

2

51

bestemmingsplan

Carmelveste

Hoofdstuk 7 Procedure

53

7.1

Te volgen procedure

53

7.2

Ontwerp en vaststelling

53

bijlagen toelichting

55

Bijlage 1

verkennend bodemonderzoek

56

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai

57

Bijlage 3

quickscan natuuronderzoek

58

Bijlage 4

onderzoek stikstofdepositie

59

Bijlage 5

nader natuuronderzoek

60

Bijlage 6 Programma van Eisen Archeologische Opgraving 'plangbied Carmelveste' Burgemeester Verkuijlstraat Boxmeer

61

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

63

Artikel 1

Begrippen

63

Artikel 2

Wijze van meten

68

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

70

Artikel 3

Verkeer

70

Artikel 4

Wonen

71

Artikel 5

Waarde – Archeologie 2 (dubbelbestemming)

74

Hoofdstuk 3 Algemene regels

78

Artikel 6

Anti-dubbeltelregel

78

Artikel 7

Algemene bouwregels

79

Artikel 8

Algemene gebruiksregels

80

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

Artikel 10

Algemene procedureregel

82

Artikel 11

Parkeernormen

83

Artikel 12

Waterberging

84

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

86

Artikel 13

Overgangsrecht

86

Artikel 14

Slotregel

81

87

bestemmingsplan

Carmelveste

3

Toelichting

4

bestemmingsplan

Carmelveste

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In het centrum van Boxmeer ligt aan de Burgemeester Verkuijlstraat een parkeerterrein (Titus Brandsmaplein). Het gebied rondom het parkeerterrein kent met name aan de noordzijde een matige ruimtelijke uitstraling. De gemeente Boxmeer wenst dit gebied daarom te herontwikkelen om hiermee de ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteit van het gebied te vergroten. In een eerder stadium is daarom al het plan 'Carmelveste' ontwikkeld voor de herontwikkeling van het gebied. De herontwikkeling voorzag in de realisatie van maximaal 60 appartementen, vier stadswoningen en een tweelaagse ondergrondse parkeergarage. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, is in 2010 vrijstelling verleend door de gemeente Boxmeer. Later is gebleken dat het voorgenomen plan met appartementen niet aansloot bij de woningbehoefte in Boxmeer. Er bleek onvoldoende vraag naar appartementen, waardoor de verkoop van de woningen stagneerde. Om deze reden is een alternatief plan ontwikkeld, dat beter aansluit bij de woningbehoefte en vraag in Boxmeer. In het alternatieve plan Carmelveste is sprake van de realisatie van 19 grondgebonden woningen.

De gemeente wil nu de volgende stap nemen om tot de herontwikkeling van dit gebied te komen. De beoogde ontwikkeling van 19 grondgebonden woningen is niet passend binnen het geldende bestemmingsplan 'Boxmeer Centrum'. Daarom is onderhavig bestemmingsplan opgesteld. Met dit bestemmingsplan wordt de ontwikkeling juridisch- planologisch mogelijk gemaakt.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen in het centrum van Boxmeer aan het parkeerterrein (Titus Brandsmaplein) aan de Burgemeester Verkuijlstraat. Het plangebied grenst aan de zuid-westzijde aan dit parkeerterrein. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de achterzijden van de patiowoningen die aan het Althof gelegen zijn. Aan de noordzijde wordt het gebied begrensd door de achterste perceelsgrenzen van de bebouwing Steenstraat 30-52 en aan de oostzijde door de achterste perceelsgrenzen van de woningen aan de Carmelietenstraat-oost. De ligging en begrenzing van het plangebied zijn in onderstaande figuur 1 weergegeven.

bestemmingsplan

Carmelveste

5

Figuur 1: Globale ligging en begrenzing plangebied

1.3

Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied gelden de bestemmingsplannen 'Boxmeer centrum' (vastgesteld 4 maart 2013, onherroepelijk), 'Begrip Horeca' (vastgesteld 8 februari 2018, onherroepelijk) en 'Parkeernormen' (vastgesteld 28 maart 2019, onherroepelijk). Het bestemmingsplan 'Begrip Horeca' betreft een paraplubestemmingsplan dat de te hanteren definitie van het begrip 'horeca' vastlegt. Het bestemmingsplan 'Parkeernormen' betreft een paraplubestemmingsplan dat eisen stelt aan het aantal parkeerplaatsen bij nieuwbouw of functiewijzigingen. Het bestemmingsplan 'Boxmeer centrum' bevat de overige bestemmingen en regels die voor het plangebied gelden. Een uitsnede van de verbeelding is weergegeven in figuur 2.

6

bestemmingsplan

Carmelveste

Figuur 2: Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Boxmeer centrum' met globaal plangebied bij rode contour

De gronden hebben binnen dit bestemmingsplan 'Boxmeer centrum' de bestemming Wonen. In het bestemmingsplan is de in 2011 verleende vrijstelling voor de ontwikkeling Carmelveste verwerkt. Omdat sprake was van een plan met appartementen en de concrete ontwikkeling conform verleende vrijstelling in het bestemmingsplan is opgenomen, zijn op de verbeelding specifieke bouwaanduidingen opgenomen waarbinnen hoofdgebouwen zijn toegestaan. Daarnaast is een groot deel van de bestemmingsvlakken 'Wonen' voorzien van de aanduiding 'gestapeld'. Een klein deel van het plangebied is voorzien van de bestemming Verkeer. Het betreffen de ontsluitingen voor langzaam verkeer richting de Steenstraat. Het plangebied is daarnaast voorzien van de dubbelbestemming Waarde- Archeologie- 2. Op basis van deze dubbelbestemming zijn de gronden mede bestemd voor het behoud en bescherming van archeologische waarden. Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm dient een archeologisch rapport te worden overlegd. De voorgenomen ontwikkeling van het gebied met 19 grondgebonden woningen past niet binnen het geldende bestemmingsplan vanwege het gewijzigde stedenbouwkundige plan en woningbouwprogramma. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken, dient het geldende bestemmingsplan te worden gewijzigd.

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de herziening van het geldende bestemmingsplan 'Boxmeer centrum'.

bestemmingsplan

Carmelveste

7

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 eerst een beschrijving van de feitelijke situatie en het beoogde planvoornemen van de herontwikkeling tot woningbouwlocatie gegeven. In hoofdstuk 3 wordt verslag gedaan van de toetsing aan de geldende beleidskaders van het Rijk, de provincie, en de gemeente. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op de omgevingsaspecten die van invloed (kunnen) zijn op de opzet en inhoud van het nieuwe bestemmingsplan, zoals milieuaspecten, water, flora en fauna, archeologie en cultuurhistorie, etc. In hoofdstuk 5 wordt de juridische opzet van het bestemmingsplan met betrekking tot de regels en de verbeelding beschreven. Hoofdstuk 6 en 7 gaan tot slot in op respectievelijk de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan en de doorlopen procedure.

8

bestemmingsplan

Carmelveste

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Ruimtelijke en functionele context

2.1.1 Ruimtelijke context Boxmeer kent al een lange geschiedenis. Door afzettingen langs de Maas is tussen de Maasvallei en de hooggelegen Peel een stroomrug ontstaan, die al voor de Middeleeuwen bewoond werd. De Romeinen legden op deze stroomrug de heerweg Nijmegen- Maastricht aan. Aan deze weg ontstond een aantal nederzettingen, waaronder Boxmeer. In de Romeinse tijd lag op de huidige plaats van kasteel Boxmeer al een versterkte vestiging (Castellum). Boxmeer heeft zich later ontwikkeld als een echt straatdorp. Aan de Steenstraat, parallel aan de Maas, ontstond de eerste bebouwing. In het zuidelijke deel van de Steenstraat is dit beeld het beste bewaard gebleven. Hier liggen de meeste gemeentelijke en rijksmonumenten en MIP-bebouwing (Monumenten Inventarisatie Project). Hiermee heeft dit deel een hoge cultuurhistorische waarde en een dorpse identiteit. Een andere oude plek is de Markt, gelegen op de hoek Veerstraat (eveneens oude structuur), Kerkpad en Marktstraat. De Steenstraat ligt duidelijk hoger dan het omliggende gebied. Pèdjes en dwarsstraatjes haken dwars op de Steenstraat aan en lopen naar de lager gelegen delen. Vanaf 1900 trok de bebouwing langzaam het lager gelegen achtergebied in via deze pèdjes en dwarsstraatjes. In eerste instantie werd er aan de huidige Burgemeester Verkuijlstraat en Veerstraat gebouwd.

De ontwikkeling van Boxmeer raakte in een stroomversnelling, doordat er met moderne technieken een einde gemaakt kon worden aan de natuurlijke isolatie door de Maas en Peel. Stuwen en bruggen werden aangelegd en door de mechanisatie van de landbouw kon de moerassige Peel worden ontgonnen. Na de tweede wereldoorlog groeide Boxmeer snel. In het centrum werden verschillende open ruimten achter de lintbebouwing aan de Steenstraat ingericht als parkeerplaatsen, aangevuld met grootschalige bebouwing. Het hoogkoorgebied is hiervan het meeste sprekende voorbeeld. In die tijd stond het belang van het hoog houden van de bouwproductie vóór dat van cultuurhistorie of stedenbouw. Ze zijn gepland, omdat bewust een aantal percelen opgekocht werden door een ontwikkelende partij om in één keer een groot project te realiseren. Ze lijken lukraak in de ruimte gepositioneerd, waardoor onduidelijk, amorfe open ruimten zijn ontstaan. Samen met de rafelige achterkanten van de Steenstraat zorgen deze grote gebouwen ervoor, dat de verschillende openbare ruimten niet afgebakend en onduidelijk op elkaar aangesloten zijn. Het stratenpatroon van het centrum van Boxmeer is in zijn hoofdopzet grotendeels overeenkomstig het oorspronkelijke middeleeuwse beloop. De hoofdstructuur wordt gevormd door de Steenstraat met als uitlopers de Sambeekseweg (richting Sambeek) en de Spoorstraat (richting St.

Anthonis), de aftakkingen naar de Veerstraat (naar het vroegere veer naar Gennep) en naar de Beugenseweg (richting Beugen, alsmede door de zuidelijke 'ring', gevormd door de Burgemeester Verkuijlstraat en de Julie Postelsingel. Met name de Steenstraat heeft een groot aantal dwarsstraten en -paden, zowel naar het noordoosten als naar het zuidwesten. De Steenstraat ligt op een hoge zandrug. Daardoor zijn alle dwarsstraten en paden, gezien vanaf de Steenstraat, enigszins aflopend. Als eenheid kent het centrumgebied verschillende ruimtelijke identiteiten en een veelheid aan structuren en patronen, die deels historisch bepaald zijn.

Steenstraat

bestemmingsplan

Carmelveste

9

Van het centrumgebied is de Steenstraat het sterkste structurele element. Langs de Steenstraat staan de meeste historische gebouwen, waaronder enkele monumenten. Een deel van de Steenstraat bevindt zich in het kernwinkelgebied. Dit kernwinkelgebied bestaat uit het noordelijke gedeelte van de Steenstraat (tussen het Raadhuisplein en de St. Petrusbasiliek, aangevuld met twee lussen in noordelijke en in zuidelijke richting (respectievelijk richting het Weijerplein en het Hoogkoorgebied). Op de Steenstraat takken dwarsstraten en paden aan die qua structuur historisch bepaald zijn. Samen met de Steenstraat tonen de dwarsstraten en paden, de deels middeleeuwse structuur van de kern van Boxmeer. Daarnaast bepaalt deze structuur het gewaardeerde en te behouden dorpse karakter van Boxmeer. De kavels gelegen aan de Steenstraat zijn zeer diep en historisch bepaald.

Burgemeester Verkuijlstraat De Burgemeester Verkuijlstraat, overgaand in de Julie Postelsingel, vormt de hoofdontsluiting van en om het centrumgebied. Deze singel is aangelegd om de Steenstraat te ontlasten. Het is een belangrijke structuurlijn met een eigen dynamiek, maar ruimtelijk onvoldoende als eenheid herkenbaar.

2.1.2

Functionele context

Het plangebied bevindt zich direct ten zuiden van het historisch centrum van Boxmeer en is gelegen aan de hoofdontsluiting van het centrumgebied (Burgemeester Verkuijlstraat). De burgemeester Verkuijlstraat vormt het aanloopgebied naar het centrumgebied. De woonfunctie en publiekstoegankelijke functies (waaronder detailhandel, supermarkt en dienstverlening) wisselen elkaar hier af. De woonfunctie bevindt zich veelal op de verdieping. Het deel van de Steenstraat dat ten noorden van het plangebied is gelegen, maakt eveneens onderdeel uit van het aanloopgebied. In dit deel overheerst de woonfunctie, enkele panden zijn momenteel in gebruik voor detailhandel of een dienstverlenende voorziening. Op de hoek van de Steenstraat en de Burgemeester Verkuijlstraat bevindt zich daarnaast horeca. In de Steenstraat is een aantal monumentale panden aanwezig. Vooral het klooster aan de Steenstraat 39 en de St. Petrusbasiliek aan de Steenstraat 41 zijn zeer beeldbepalend in het gebied. Het westelijk deel van de Steenstraat maakt onderdeel uit van het centrumgebied. In dit gebied concentreert zich de detailhandelsfunctie afgewisseld met horeca. De woonfunctie bevindt zich veelal op de verdieping. Het centrumgebied van de Steenstraat is uitsluitend voor langzaam verkeer bereikbaar (voetgangersgebied).

Het gebied tussen de Burgemeester Verkuijlstraat, Julie Postelsingel en Carmelietenstraat- Oost is vooral gericht op de woonfunctie. Het betreft hier vooral planmatig ontwikkelde woonbuurten die in de loop van de jaren ontwikkeld zijn.

2.2

Huidige situatie

Het plangebied kent momenteel een matige ruimtelijke uitstraling en geeft een verrommeld beeld als gevolg van de verschillende functies in het gebied en de verwaarloosde staat van bebouwing. Het gebied grenst direct aan het parkeerterrein aan de Burgemeester Verkuijlstraat , waarbij er geen sprake is van een duidelijke omkadering van het parkeerterrein. Het plangebied ligt verder grotendeels verscholen tussen de percelen langs de Steenstraat en de Carmelietenstraat- Oost en is veelal van het openbare gebied afgeschermd door groene hagen en (tuin)muren.

10

bestemmingsplan

Carmelveste

In de huidige situatie bevindt zich op het noord-westelijke deel van het plangebied de ontsluiting van de parkeergarage van het appartementencomplex dat aan de Steenstraat is gelegen. Deze ontsluiting is direct ten oosten van het bestaande appartementencomplex aan de Burgemeester Verkuijlstraat 16-18 gelegen. De ontsluiting naar de parkeergarage is ingericht met een ontsluitingsweg met aan beide zijden een gazon, met daarop enkele groepjes jonge berkenbomen en voorzien van een afscheiding van het parkeerterrein door middel van hekwerk. Naast dit gebied staan twee sterk verwaarloosde loodsen. Direct ten oosten van deze loodsen ligt enigszins verscholen tussen een hoge beukenhaag een private parkeerplaats voor direct omwonenden. Aan de noordkant van deze parkeerplaats staat nog een oude, deels ingezakte woning. Door het gebied loopt het Potjes Pedje, een historische verbinding die de Steenstraat met het lagergelegen achterliggende gebied verbindt. Ten oosten van Potjes Pedje ligt een oude privetuin achter een hoge muur. Centraal in deze tuin staat een verwaarloosd houten chalet.

2.3

Planvoornemen

2.3.1 plan op hoofdlijnen Voor de voorgenomen ontwikkeling zijn bij het opstellen van het stedenbouwkundig plan de volgende stedenbouwkundige uitgangspunten gehanteerd: 

behoud van het Potjes Pedje dat vanaf de Steenstraat naar het lagergelegen achterliggende gebied dwars door het plangebied loopt;  de bestaande zichtlijn van de Sint Petrusbasiliek wordt gerespecteerd in het plan;  de architectuurstijl van de woningen zal zich richten op de historiserende karakteristieke stijl, aansluitend bij het historisch centrum van Boxmeer;  de te ontwikkelen bebouwing aan het Titus Brandsmaplein zal aansluiting zoeken bij een wat meer moderne architectuur om te overgang tussen de verschillende gebieden te begeleiden;  de hofjestypologie wordt gebruikt als verbindend element. In onderstaande figuur 3 is de schematische vertaling van de stedenbouwkundige uitgangspunten weergegeven.

bestemmingsplan

Carmelveste

11

Figuur 3: Schematische vertaling stedenbouwkundige uitgangspunten

Bij de stedenbouwkundige uitwerking is sterk gezocht naar ruimtelijke samenhang en een optimale inpassing in het bestaande stedelijke gebied. Deze ruimtelijke samenhang heeft zowel betrekking op de aansluiting van het plan op de omgeving, als op de onderlinge samenhang van het plan. Het plan voorziet in de realisatie van een gezamenlijke openbare ruimte die voorziet in de onsluiting van het gebied, parkeervoorzieningen en groen (hofjestypologie). In het gebied worden in totaal 19 grondgebonden woningen gerealiseerd. Een deel van de woningen wordt georiënteerd op het bestaande parkeerterrein aan het Titus Brandsmaplein. Daarachter wordt een nieuw woongebied volgens de hofjestypologie gecreëerd. De woningen in dit gebied zijn om de centrale openbare ruimte gepositioneerd, waardoor een kleinschalig en intiem woonmilieu ontstaat dat goed past bij de opbouw van een historisch stratenpatroon. Onderstaand is in figuur 4 het stedenbouwkundig plan weergegeven.

Figuur 4: Stedenbouwkundig plan

In de stedenbouwkundige opzet is gekozen voor een duidelijke omkadering van het parkeerterrein aan het Titus Brandsmaplein, zodat een goede relatie tussen het plein en de bebouwingswand ontstaat. Het parkeerterrein wordt daarmee in de nieuwe situatie met voorkanten van de woonbebouwing begrensd, waardoor sociale controle en de verblijfskwaliteit in het gebied vergroot wordt. In totaal worden aan het parkeerterrein zes woningen in twee bouwvlakken gerealiseerd. De woningen hebben een stadse, moderne uitstraling. Er is gekozen voor twee bouwvlakken aan beide zijden van de nieuwe

12

bestemmingsplan

Carmelveste

ontsluitingsweg. De woningen hebben een sterke wandvorming en orientatie op de openbare ruimte. De gevelopbouw is voornamelijk verticaal wat bijdraagt aan de wandvorming. De woningen zijn voorzien van een platdak en hebben een bouwhoogte van maximaal 9,5 m1. De positionering van de bouwvlakken aan beide zijden van de ontsluitingsweg markeren daarbij goed de entree van het woongebied. De woningen die aan de entree gelegen zijn, hebben een dubbele oriëntatie om de entree te markeren.

Impressies gevelbeelden Titus Brandsmaplein

In het binnengebied worden dertien woningen in een aantal woonblokken om de centrale openbare ruimte heen georiënteerd. De woningen hebben een lagere bouwhoogte dan de zes woningen die aan het parkeerterrein gelegen zijn. De woningen zijn uitgevoerd met 1 laag en een forse kap. De vormgeving van de woningen wijkt af van de woningen aan het parkeerterrein, omdat op het binnenterrein conform de stedenbouwkundige uitgangspunten gekozen is voor een historiserende architectuurstijl. De woningen op het binnenterrein hebben wel een eenduidige vormgeving, waardoor sprake is van eenheid in het hofje. Een aantal woningen op de hoeken heeft een accent in de vorm van een kap verdraaiing. Aan de noordzijde van de centrale openbare ruimte worden acht woningen in twee bouwvlakken gerealiseerd. Zuidelijk van de centrale openbare ruimte worden vier woningen gerealiseerd. Aan de oostzijde van het plangebied wordt op de kopse kant van de centrale openbare ruimte een woning gerealiseerd. Deze woning in combinatie met de bebouwing om de rest van de openbare ruimte zorgt ook in het binnenterrein voor een sterke wandvorming in de buitenruimte, waardoor het binnenterrein stedenbouwkundig wordt afgerond.

bestemmingsplan

Carmelveste

13

Impressies gevelbeelden binnenterrein

Het openbaar gebied heeft een belangrijke functie als centraal middengebied en doet dienst als ontsluiting van het woongebied, parkeervoorziening maar ook als hoogwaardig verblijfsgebied. In het westelijk deel van het centrale middengebied worden de centrale ontsluitingsweg en parkeervoorzieningen gerealiseerd. De bestaande parkeergarage van het appartementencomplex aan de Steenstraat wordt eveneens via de centrale ontsluitingsweg ontsloten. Het oostelijke deel van de openbare ruimte wordt autovrij ingericht. De inrichting van het openbaar gebied is essentieel voor de wijze waarop het plangebied beleeft wordt. Daarom is in de inrichtingsschets gekozen voor een hoogwaardige inrichting. In het kader van de herontwikkeling van het gebied zal ook het parkeerterrein aan het Titus Brandsmaplein heringericht worden. De ruimtelijke uitstraling van dit plan is momenteel matig. Met de herinrichting wordt een hoogwaardig openbaar gebied gerealiseerd, met aandacht voor een groene inrichting van de openbare ruimte. Een belangrijk element in de openbare ruimte is tot slot het Potjes Pedje. Deze loopt centraal door het plangebied in noord-zuid richting. Dit Pedje wordt behouden en doorgetrokken tussen de achterzijde van de woningen aan de Althof en achterzijde van woningen die aan de parkeerterrein gerealiseerd worden, om zo aan te sluiten op het parkeerterrein.

Hiermee blijft een goede langzaam verkeerverbinding tussen de Steenstraat en het parkeerterrein behouden.

2.3.2

14

Welstand

bestemmingsplan

Carmelveste

In de welstandsnota 2014 (vastgesteld 3 juli 2014) is het welstandsbeleid van de gemeente Boxmeer uitgewerkt. De welstandsnota bevat de basisvoorwaarden waaraan aanvragen om omgevingsvergunning op welstandsaspecten getoetst zullen worden. De nota legt voor een bepaald gebied een beoordelingskader vast waaraan aanvragen getoetst zullen worden. Voor het cenrum van Boxmeer is een apart beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit beeldkwaliteitsplan is op 23 juni 2013 vastgesteld door de raad en maakt integraal onderdeel uit van de welstandsnota. In gemeente Boxmeer zijn er drie welstandsniveaus te onderscheiden die afhankelijk zijn van de waarde en gevoeligheid van een gebied en de betekenis voor het aanzien van de openbare ruimte en kern als geheel. De drie welstandsniveaus die vastgesteld zijn betreffen: hoog (niveau 1), normaal (niveau 2) en welstandsvrij. Zoals zichtbaar op onderstaande figuur 5 ligt het plangebied binnen het welstandsniveau 1. Het plangebied maakt daarnaast onderdeel uit van het ensemble centrum Boxmeer.

figuur

5: Welstandsniveau plangebied

Welstandsniveau 1 is voor Boxmeer van toepassing op het centrum van Boxmeer. Daarnaast geldt het gebiedsgerichte welstandscriteria Ensmeble Centrum Boxmeer. Voor het centrum van Boxmeer zijn in een separaat document ‘Beeldkwaliteitplan Centrum Boxmeer’ welstandscriteria opgenomen. Samen met onderhavig document vormen ze het welstandskader voor de gemeente Boxmeer. Binnen het ensemble centrum Boxmeer is de Steenstraat door de eeuwen heen de belangrijkste straat van Boxmeer geweest. Aan deze weg werden de mooiste of belangrijkste panden gesitueerd. Behalve de Sint Petrusbasiliek is vooral ook de Weijer herkenbaar als structuurbepalend element. Naast de kerk verrezen enkele kloosters en andere bijzonder gebouwen, die veelal nu als monument herkenbaar zijn. De Steenstraat is in al die jaren de belangrijkste concentratieplek van voorzieningen gebleven, al heeft er een duidelijke verschuiving van functies in noordelijke richting plaats gehad. Van het oorspronkelijke stratenpatroon is heden ten dage nog veel herkenbaar. Dit betekent overigens niet dat het stratenpatroon ongewijzigd is gebleven. Grote doorbraken, maar ook kleine reconstructies hebben geleid tot een ingrijpende verandering van de structuur. De Steenstraat is niet langer de doorgaande route door de kern. De smalle, diepe percelen en de gesloten straatwand zijn karakteristiek voor dit gebied.

bestemmingsplan

Carmelveste

15

In het beeldkwaliteitsplan Centrum Boxmeer wordt een zestal deelgebieden onderscheiden. De deelgebieden zijn weergeven op de onderstaande figuur 6. Het plangebied is gelegen in deelgebied B: Hoogkoor en omgeving. Dit is het gebied tussen de zuidelijke centrumontsluiting en de Steenstraat, waar overwegend grotere, losstaande bebouwing in voorkomt. Het plangebied grenst daarnaast aan deelgebied A:Steenstraat/ Veerstraat (ged.) en deelgebied C. Verbindingen. Deelgebied A betreft het historisch centrumgedeelte van Boxmeer, waarin tevens het kernwinkelgebied met aanloopstraten gelegen is. Deelgebied C betreffen de verbindende schakels tussen deelgebied A en de noordelijk en zuidelijk gelegen deelgebieden. In het beeldskwaliteitsplan zijn per deelgebied kwaliteitscriteria opgenomen waar aan voldaan moet worden.

Figuur 6: Deelgebieden Beeldkwaliteitsplan Centrum Boxmeer In voorliggend plan is aansluiting gezocht bij deelgebied C. Verbindingen, omdat het plangebied daar beter bij aansluit dan bij deelgebied B. Deelgebied C richt zich overwegend op historiserende karakteristieke architectuur waarbij eigentijds bouwen is toegestaan. De te ontwikkelen bebouwing aan het Titus Brandsmaplein zal aansluiting zoeken bij een wat meer moderne architectuur om de overgang tussen de verschillende gebieden te begeleiden. In oktober 2020 is het stedenbouwkundig plan gepresenteerd aan de Commissie ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Boxmeer. De commissie heeft ingestemd met het stedenbouwkundig plan.en het ontwerp van de woningen

16

bestemmingsplan

Carmelveste

2.4

Verkeer en parkeren

2.4.1 Verkeer Ontsluiting Het plangebied wordt via een centrale ontsluiting ontsloten op het Titus Brandsmaplein. Ook de bestaande parkeergarage van het appartementencomplex aan de Steenstraat zal vanaf deze nieuwe ontsluiting ontsloten worden. Vanaf het Titus Brandsmaplein zal de ontsluiting verder plaatsvinden via de Burgemeester Verkuijlstraat. Deze straat, die overgaat in de Julie Postelsingel, vormt de hoofdontsluiting van het centrumgebied. In het verleden is de Julie Postelsingel aangelegd om de Steenstraat te ontlasten. Voor zowel de Burgemeester Verkuijlstraat als de Julie Postelsingel geldt een maximum snelheid van 50 km/h. Vanaf de Julie Postelsingel/ Burgemeester Verkuijlstraat kan in noordelijke richting de N621 bereikt worden, die een aansluiting heeft op de A77. Via de Burgemeester Verkuijlstraat en de Spoorstraat kunnen de A73 en N272 makkelijk bereikt worden. Het langzaam verkeer ontsluit via dezelfde route als het gemotoriseerde verkeer. Daarnaast ligt centraal in het plangebied het Potjes Pedje. Deze langezaamverkeerverbinding loopt in noord- zuid richting door het plangebied en verbindt de Steenstraat met het Althof. De ontsluiting van het plangebied is voor zowel het gemotoriseerd verkeer als het langzaam verkeer goed te noemen.

Verkeersgeneratie Het aantal verkeersbewegingen ten gevolge van onderhavig planvoornemen wordt ingeschat op basis van de CROW-normen zoals opgenomen in de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren en verkeersgeneratie'. De gemeente Boxmeer is conform de demografische kencijfers van het CBS, aan te merken als een weinig stedelijke gemeente. De locatie van het plan is gelegen in de stedelijke zone 'centrum'. In onderstaande tabel 1 is de volledige berekening van de verkeersgeneratie van 19 woningen opgenomen. Uitgaande van de maximale bandbreedte genereert het totale plan 147 verkeersbewegingen per weekdag, waarvan in een worstcasescenario 2% vrachtverkeer zal zijn.

tabel 1: verkeersgeneratie De Burgemeester Verkuijlstraat, overgaand in de Julie Postelsingel, vormt de hoofdontsluiting van en om het centrumgebied. De verwachting is dat het verkeer zich voornamelijk in deze richting zal afwikkelen. De etmaalintensiteit op de Julie Postelsingel ligt met circa 8.500 motorvoertuigen vele malen hoger dan de maximale verkeersgeneratie per etmaal van het plan. Het extra verkeer dat het planvoornemen genereert, zal snel volledig opgenomen zijn in het heersende verkeersbeeld. In de praktijk zal het verkeer zich ook eerder uitsplitsen in verschillende rijrichtingen waardoor het verkeer nog meer verdeeld wordt over het wegennet. Er kan derhalve geconcludeerd worden dat onderhavige ontwikkeling niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling.

bestemmingsplan

Carmelveste

17

2.4.2

Parkeren

De Nota Parkeernormen van Gemeente Boxmeer reikt sinds 2015 een aantal normen aan voor parkeergelegenheden bij verschillende functies. Deze parkeernormen zijn doorvertaald in het paraplubestemmingsplan "Parkeernormen". De parkeernormen geven per type gebied aan hoeveel parkeerplaatsen gerealiseerd dienen te worden bij nieuwbouw of uitbreiding van bestaande bouw. De in de Nota genoemde normen zijn gebaseerd op kencijfers van het CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek). Het belangrijkste uitgangspunt uit de Nota is dat parkeren in principe op eigen terrein moet worden opgelost. De parkeerbehoefte die gerealiseerd dient te worden voor de functie wonen in het gebied 'centrum' is afhankelijk van de typen woningen en de prijsklasse van de woningen:

vrijstaande koopwoning

1,8

huurhuis vrijsector

1,5

koop twee onder een kap

1,7

huurhuis sociale sector

1,3

koopwoning tussen/hoek

1,5

huurappartement duur

1,4

koop etage duur

1,6

huurappartement midden/ goedkoop

1,1

koop etage midden

1,4

aanleunwoning/ serviceflat

1,1

koop etage goedkoop

1,3

tabel 2: overzicht parkeernormen functie wonen Centrum

Dit planvoornemen maakt 19 grondgebonden woningen mogelijk, die als volgt kunnen worden aangemerkt:  16 koopwoningen in de bouwwijze tussen/hoek.  2 koopwoningen in de bouwwijze twee onder een kap.  1 koopwoning in de bouwwijze vrijstaand. Dit betekent een parkeerbehoefte van 16 x 1,5 + 2 x 1,7 + 1 x 1,8 = 29,2. Afgerond is de parkeerbehoefte 29 parkeerplaatsen. Ten behoeve van het planvoornemen dienen derhalve 29 parkeerplaatsen gerealiseerd te worden. In het plangebied wordt voorzien in 13 openbare parkeerplaatsen, 14 prive parkeerplaatsen grenzend aan de toegang naar de ondergrondse parkeergarage van 'Kerckenzicht' en twee parkeerplaatsen (carports) op eigen terrein. Het plan voorziet derhalve in de totale parkeerbehoefte voor de herontwikkeling.

18

bestemmingsplan

Carmelveste

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld en in werking getreden. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteitsaanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving en vervangt enkele ruimtelijke doelen en uitspraken uit andere documenten. In deze visie schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. Anders dan in de Nota Ruimte gaat de structuurvisie uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol.

Gevolg planvoornemen Het plangebied is niet gelegen in een gebied waar door het Rijk een nationaal belang is aangewezen. Geconcludeerd wordt dat de SVIR geen consequenties heeft voor voorliggend plan. 3.1.2

Besluit en Regeling Algemene Regels Ruimtelijke Ordening

Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Hierin zijn in totaal 11 onderwerpen van nationaal belang opgenomen. Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven.

Gevolg planvoornemen Het planvoornemen heeft geen gevolgen voor aangewezen nationale belangen. Er zijn geen nationale belangen van toepassing op het plangebied, derhalve hebben het Barro en de Rarro geen consequenties voor voorliggend plan. Het Barro en de Rarro vormen geen belemmering voor dit planvoornemen.

bestemmingsplan

Carmelveste

19

3.1.3

Bro: Ladder voor duurzame verstedelijking

Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening dienen overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren (Ladder-onderbouwing). Per 1 juli 2017 zijn de 3 treden van de Ladder losgelaten en geldt dat de toelichting bij een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing voor de aanvraag omgevingsvergunning die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaande stedelijk gebied, een motivatie waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Zoals gezegd is de Ladder-onderbouwing verplicht voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen'. Onder stedelijke ontwikkeling wordt de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen verstaan. Deze laatste categorie is in de handreiking bij de Ladder voor duurzame verstedelijking (ministerie van Infrastructuur en Milieu) nader gespecificeerd in accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. In de definitie voor stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1 lid 1 sub i van het Bro) is geen ondergrens opgenomen.

Hieruit zou men kunnen concluderen dat iedere stedelijke ontwikkeling, hoe kleinschalig dan ook, valt binnen het toepassingsbereik van de Ladder. Echter, uit vaste jurisprudentie van de Afdeling blijkt dat er wel sprake kan zijn van een voorziene ontwikkeling die te kleinschalig is om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Zo wordt de ontwikkeling van 11 woningen niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921).

Gevolg planvoornemen Het planvoornemen ziet toe op het planologisch-juridisch mogelijk maken van 19 grondgebonden woningen in het centrum van Boxmeer. Het planvoornemen vindt plaats in het stedelijk gebied en draagt in sterke mate bij aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het gebied. Met de ontwikkeling van 19 grondgebonden woningen wordt in een concrete kwantitatieve en kwalitatieve woonbehoefte binnen de gemeente Boxmeer voorzien. De druk op de woningmarkt is de afgelopen jaren sterk toegenomen. In de komende jaren ligt er een grote opgave om woningen toe te voegen en is zelfs sprake van een versnellingsopgave. De provinciale prognose geeft een beeld van de kwantitatieve woningbehoefte-ontwikkeling in de gemeente Boxmeer. De provincie Noord-Brabant heeft eind 2020 de prognoses geactualiseerd. Hieruit blijkt dat de bevolkingsgroei en de woningbehoefte sterk naar boven is bijgesteld. In de provinciale prognose is de behoefte voor de gemeente Boxmeer in de periode tot 2030 geraamd op +1.200 woningen (de eerdere prognose bedroeg +650 woningen tot 2030). Voor de periode 2030-2040 kent de gemeente Boxmeer nog een aanvullend opgave van +400 woningen. Tot 2040 is er op basis van de provinciale prognose derhalve sprake van toename van de woningbehoefte. Duidelijk is dat de grootste opgave is gericht op de eerstkomende tien tot vijftien jaar.

In 2011 is er reeds een juridisch- planologische procedure doorlopen voor het realiseren van 60 appartementen en 4 stadswoningen op deze locatie. Deze aantallen maken derhalve al onderdeel uit van de harde plancapaciteit van de kern Boxmeer. Het voorliggende plan vervangt het eerdere plan met 64 woningen en maakt nu slechts 19 woningen mogelijk. Dit aantal past binnen de harde plancapaciteit en de kwantitatieve woningbehoefte. Bij de eerdere planvorming was voor dit gebied rekening gehouden met de ontwikkeling van appartementen. Later bleek dat het woningbouwprogramma niet aansloot bij de woonbehoeften. De appartementen bleken onverkoopbaar. Om beter bij de woonbehoeften aan te sluiten is voorliggend plan met grondgebonden woningen ontwikkeld. Daarbij kan worden opgemerkt dat er in het plan rekening wordt gehouden met de realisatie van negen levensloopbestendige woningen. Op basis van hetgeen hierboven vermeld is, kan geconcludeerd worden dat voldaan wordt aan de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte. Daarmee wordt aan de laddertoetsing voldaan.

20

bestemmingsplan

Carmelveste

3.1.4

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De nationale omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het rijk opgesteld in het kader van de nieuwe omgevingswet, die naar verwachting per 1 juli 2022 in werking zal treden. Aan de aan van een toekomstperspectief is hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaat adaptatie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstigbestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied.

Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.

Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen.

Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden, waarbij wordt gestreefd naar de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De wens is om daar naar toe te groeien en een goed bereikbaar netwerk van steden en regio’s te realiseren. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Het kabinet heeft voor de korte termijn daarom een pakket aan maatregelen voorgesteld om de woningbouw een nieuwe, stevige impuls te geven. De locaties bevinden zich in het Stedelijk Netwerk Nederland. Het planvoornemen vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden houden hun groene karakter. Het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad wordt verbeterd. De opgave is daarbij om de veiligheid en gezondheid van onze leefomgeving zodanig te verbeteren dat in 2050 negatieve omgevingseffecten op onze gezondheid naar een verwaarloosbaar laag niveau zijn gebracht. Daarnaast streeft het kabinet ernaar om in 2030 te voldoen aan de huidige WHO-advieswaarden.

Ook het tot een verwaarloosbaar niveau terugbrengen van omgevingsrisico's als gevolg van industriële activiteiten en transport (omgevingsveiligheid) is onderdeel van de opgave.

Gevolg planvoornemen In dat kader wordt voortgeborduurd op de SVIR en voorziet het planvoornemen in de ontwikkeling van 19 grondgebonden woningen. Het plangebied wordt klimaatbestendig en duurzaam gerealiseerd, waarbij aandacht is voor het invullen van de woningbehoefte in de gemeente. Het planvoornemen draagt daarmee bij aan de ontwikkeling van een sterke, aantrekkelijke en gezonde stad.

bestemmingsplan

Carmelveste

21

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie 'De Kwaliteit van Brabant' Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil laten zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wil daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaatproof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgaven staan ten dienste van de basisopgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses.

Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken.

Gevolg planvoornemen Het planvoornemen ziet toe op het planologisch-juridisch mogelijk maken van 19 grondgebonden woningen in het centrum van Boxmeer. Het planvoornemen vindt plaats in het stedelijk gebied van Boxmeer en draagt in sterke mate bij aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het gebied. Een sterk verrommeld gebied met een lage omgevingskwaliteit wordt met deze ontwikkeling getransformeerd naar een hoogwaardig woonmilieu dat goed aansluit bij het historische centrumgebied. De woningen worden zodanig ontworpen en ingericht in het plangebied dat de ruimtelijke structuur ter plaatse wordt versterkt. Tot slot geldt dat de woningen conform de BENG-eisen worden gerealiseerd, wat bijdraagt aan de duurzaamheidsambitie van de provincie. Het planvoornemen is daarmee passend binnen de doelstellingen en ambities van provincie Noord-Brabant.

3.2.2

Interim omgevingsverordening

Provinciale Staten hebben op 29 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening vastgesteld (geconsolideerde versie d.d. 8 december 2020). De Interim omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Interim omgevingsverordening vervangt een aantal provinciale verordeningen:      

provinciale milieuverordening verordening natuurbescherming verordening ontgrondingen verordening ruimte verordening water verordening wegen

De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid zoals de

22

bestemmingsplan

Carmelveste

Omgevingsvisie. De beleidsneutrale omzetting betekent overigens niet dat er in het geheel geen wijzigingen ten opzichte van de huidige verordeningen zijn verwerkt. Belangrijke uitgangspunten vanuit de Omgevingsvisie zijn verwerkt. De nieuwe manier van werken met diep, rond en breed kijken is opgenomen en er wordt vaker een koppeling gelegd met omgevingskwaliteit door bijvoorbeeld sanering van leegstaand vastgoed elders. De nadruk op omgevingskwaliteit komt ook tot uitdrukking bij de kwalitatieve benadering voor hergebruik van leegstaand vastgoed in het landelijk gebied en duurzame verstedelijking.

figuur 7: uitsnede interim omgevingsverordening Deze herontwikkeling ziet toe op het toevoegen van 19 grondgebonden woningen in het stedelijk gebied (landelijke kern). Ten aanzien van het toevoegen van woningen in het bebouwd gebied, is in de Interim omgevingsverordening opgenomen dat de ontwikkeling dient te passen binnen de regionale afspraken. Ook dient omschreven te worden hoe invulling wordt gegeven aan de doelen op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie en een veilige, gezonde leefomgeving. Het planvoornemen vindt plaats in het stedelijk gebied van Boxmeer en draagt in sterke mate bij aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het gebied. Een sterk verrommeld gebied met een lage omgevingskwaliteit wordt met deze ontwikkeling getransformeerd naar een hoogwaardig woonmilieu dat goed aansluit bij het historische centrumgebied. De woningen worden zodanig ontworpen en ingericht in het plangebied dat de ruimtelijke structuur ter plaatse wordt versterkt. De wijze waarop de 19 toe te voegen woningen passen binnen de regionale woonafspraken, is nader toegelicht in paragraaf 3.3.1. Verder geldt dat bij de concrete uitwerking van het bouwplan een invulling wordt gegeven om te komen tot energiezuinige bebouwing c.q. woningen. Het streven daarbij is om te komen tot een zo hoog mogelijk energielabel.

Hiermee wordt invulling gegeven aan het aspect energietransitie en duurzaamheid. In Hoofdstuk 4 is toegelicht dat sprake is van een veilige, gezonde leefomgeving en dat deze omgeving door de toevoeging van de woningen niet wordt geschaad. Het woon- en leefklimaat van de te realiseren woningen en de directe omgeving wordt gewaarborgd. De ontwikkeling draagt hiermee bij aan de doelen als gesteld in de Omgevingsvisie en de Interim omgevingsverordening.

Gevolg planvoornemen De beoogde herontwikkeling binnen het stedelijk gebied sluit aan bij het principe van duurzaam ruimtegebruik. Daarnaast geldt dat de ontwikkeling van de 19 grondgebonden woningen past binnen de regionale woningbouwafspraken. Het plangebied is niet gelegen binnen een beschermde natuur- of landschapszone.

bestemmingsplan

Carmelveste

23

Geconcludeerd wordt dat het plan passend is binnen de kaders van de Interim Omgevingsverordening.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Volkshuisvesting

In 2018 is de Regionale woningmarktstrategie Land van Cuijk vastgesteld. Deze woningmarktstrategie vormt de basis voor uitwerking van het gemeentelijk woon-beleid. Deze woningmarktstrategie biedt de volgende relevante uitgangspunten: 

Het uitgangspunt van het gemeentelijk beleid is om voldoende woningaanbod te realiseren. Dit om te voorkomen dat mensen de gemeente verlaten omdat ze hun woonwens niet kunnen vervullen. We sturen dan ook op realisatie van productie in plaats van op plancapaciteit. Ervaring leert namelijk dat een deel van de woningbouwplannen wordt uitgesteld of geen doorgang vindt. Om te voorkomen dat de bouwproductie achterblijft bij de behoefte houden we daarom altijd rekening met een overcapaciteit van 30%. Dit maakt ons tegelijkertijd wendbaar en biedt ons mogelijkheden om te sturen bij nieuwe ontwikkelingen. Algemeen wordt gesteld dat de woningvraag in kleine kernen beperkt en diffuus is en daarom vraagt om maatwerk. Daarom geldt in de kleine kernen het principe van ondernemerschap en 'goede plannen'. Concreet betekent dit dan ook dat de gemeente niet strak stuurt op harde aantallen of een vaststaand programma. Wel is het belangrijk dat de ontwikkeling inspeelt op de huidige behoefte (en afzetbaar is) en een bijdrage levert aan de behoefte op langere termijn. Onder ondernemerschap verstaan we het stimuleren en faciliteren van nieuwe initiatieven vanuit de kernen. Voor 'goede plannen' geldt een deugdelijke motivering: een plan dat haalbaar is, waarvan ook de verkoop al (zo goed als) geregeld is, financierbaar is en het plan in beginsel niet meer dan circa 15 woningen bevat.

Gezien het belang van de ruimtelijke- en leefkwaliteit van de dorpen zet de gemeente, naast inbreidingsen herstructureringslocaties, in op benutten van de kansen die transformatie van bestaand leegstaand of leegkomend vastgoed in het bestaand stedelijk gebied bieden. Wanneer de druk op de woningmarkt zo groot is en het echt niet mogelijk is de woningbouwopgave in het bestaand stedelijk gebied te realiseren via nieuwbouw, transformatie of splitsing bestaande voorraad, kan worden afgewogen een uitbreidingslocatie te realiseren. In de 'lokale bijlage van de gemeente Boxmeer' bij de Regionale Woningmarktstrategie is bovendien als actiepunt benoemd: “Meer gewicht toekennen aan kansen op realisatie dan vasthouden aan strikte toepassing van het woningbouwprogramma” en “Plannen van private partijen die stagneren herijken”. Onder de doelstellingen (Wat willen we bereiken) staat beschreven: “een constant aanbod van kavels en nieuwbouwwoningen voor diverse doelgroepen”.

De provinciale prognose geeft een beeld van de kwantitatieve woningbehoefte-ontwikkeling in de gemeente Boxmeer. De provincie Noord-Brabant heeft eind 2020 de prognoses geactualiseerd. Hieruit blijkt dat de bevolkingsgroei en de woningbehoefte sterk naar boven is bijgesteld. In de provinciale prognose is de behoefte voor de gemeente Boxmeer in de periode tot 2030 geraamd op +1.200 woningen (de eerdere prognose bedroeg +650 woningen tot 2030). Voor de periode 2030-2040 kent de gemeente Boxmeer nog een aanvullend opgave van +400 woningen. Tot 2040 is er op basis van de provinciale prognose derhalve sprake van toename van de woningbehoefte. Duidelijk is dat de grootste opgave is gericht op de eerstkomende tien tot vijftien jaar. De gemeente in de regio Land van Cuijk stellen bouwen naar (lokale) behoefte als een gedeeld (regionaal) belang. Omdat eerder geconcludeerd is dat voorliggend planvoornemen voorziet in de actuele behoefte, wordt tegelijkertijd geconcludeerd dat ook voorzien wordt in een regionale behoefte.

24

bestemmingsplan

Carmelveste

Tabel 3 indicatieve woningbehoefte per kern (bron woonbehoefte progrognose Noord-Brabant 2020, bewerking Companen) In 2011 is er reeds een juridisch- planologische procedure doorlopen voor het realiseren van 60 appartementen en 4 stadswoningen op deze locatie. Deze aantallen maken derhalve al onderdeel uit van de harde plancapaciteit van de kern Boxmeer. Het voorliggende plan vervangt het eerder plan met 64 woningen en maakt nu slechts 19 woningen mogelijk. Dit aantal past binnen de harde plancapaciteit en de kwantitatieve woningbehoefte.

Gevolg planvoornemen Door het plan zal het aantal woningen met 19 toenemen. De toevoeging van de 19 woningen is kwantitatief gezien passend binnen het woningbouwprogramma van de gemeente Boxmeer en de kern Boxmeer. Ook in kwalitatitief opzicht blijkt dat de woningen aansluiten op de huidige woningbehoefte. Bij de eerdere planvorming was voor dit gebied rekening gehouden met de ontwikkeling van appartementen. Later bleek dat het woningbouwprogramma niet aansloot bij de woonbehoeften. De appartementen bleken onverkoopbaar. Om beter bij de woonbehoeften aan te sluiten, is voorliggend plan met grondgebonden woningen ontwikkeld. Daarbij is tevens rekening gehouden met de realisatie van negen levensloopbestendige woningen.

bestemmingsplan

Carmelveste

25

3.3.2

Structuurvisie Boxmeer

De gemeente Boxmeer beschikt over een ruimtelijke structuurvisie voor de periode tot 2030 (vastgesteld 12 december 2013). In de structuurvisie geeft de gemeente haar ruimtelijke ontwikkelingsvisie voor de lange termijn. Het plangebied is gelegen in de kern Boxmeer. Uitgangspunt is dat binnen de suburbane kern Boxmeer aandacht moeten zijn voor stedelijke vernieuwing (herstructurering en inbreiding) van wijken die niet meer voldoen aan de eisen van de huidige tijd. Bij deze opgave dienen de aanwezige ruimtelijke relaties gerespecteerd en versterkt te worden.

Gevolg planvoornemen Het planvoornemen ziet toe op het planologisch-juridisch mogelijk maken van 19 grondgebonden woningen in het centrum van Boxmeer. Het planvoornemen vindt plaats in het stedelijk gebied van Boxmeer en draagt in sterke mate bij aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het gebied. Een sterk verrommeld gebied met een lage omgevingskwaliteit wordt met deze ontwikkeling getransformeerd naar een hoogwaardig woonmilieu dat goed aansluit bij het historische centrumgebied. Met het plan worden aanwezige ruimtelijke relaties en belangrijke cultuurhistorisch waardevolle elementen gerespecteerd en versterkt.

3.3.3

Duurzaamheid en klimaatbestendig bouwen

Het klimaat verandert. Dat uit zich ook in Boxmeer in een toename van heftige regenbuien, gevolgd door langdurige droogte en hogere, tropische temperaturen. Het wordt kortom vaker te droog, te nat en te warm. De gemeenten in het Land van Cuijk spelen hier samen met het waterschap op in door de openbare ruimte klimaatbestendig te maken. Ook particulieren kunnen hun steentje bijdragen door hun woning en tuin bestand te maken tegen te warm, te droog en te nat. Met verschillende maatregelen kan er voor gezorgd worden dat de hitte de woning minder binnendringt: een groen dak en een groene gevel zorgen voor verkoeling (met name voor ouderen belangrijk), een dak met overstek voorkomt dat de zon, als deze hoog aan de hemel staat, naar binnen schijnt of de muren verwarmt, en een gebouw met witte muren weerkaatst de warmte meer, waardoor minder warmte wordt geabsorbeerd. Ook een goede zonwering en voldoende schaduwrijke plekken dragen bij aan de klimaatbestendigheid van een woning en haar omgeving. Met regentonnen, infiltratiekratten, molgoten en met een groene tuin kan verdroging van de bodem tegen worden gegaan en wateroverlast voorkomen. Wateroverlast in en om de woning, maar ook verderop, bij het riool. Ook met een halfverharde parkeerplaats krijgt het regenwater meer kans om in de bodem te infiltreren. De gemeente Boxmeer maakt gebruik van de ontwerptool GPR gebouw.

Voor particulieren die zelf een huis en/of ander gebouw (laten) (ver)bouwen is deze ontwerptool een belangrijk hulpmiddel. Wanneer grond wordt gekocht van de gemeente of als de gemeente er anderszins bij betrokken is, kan men gratis toegang krijgen tot de ontwerptool GPR-gebouw.

Gevolg planvoornemen Er geldt dat bij de concrete uitwerking van het bouwplan voor de woningen een invulling wordt gegeven om te komen tot energiezuinige woningen. Het streven daarbij is om te komen tot een zo hoog mogelijk energielabel. Daarnaast wordt invulling gegevens aan principes ten aanzien van klimaatbestendig bouwen.

26

bestemmingsplan

Carmelveste

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Inleiding

Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieubeleid en ruimtelijke ordening. De laatste decennia groeien de beleidsvelden naar elkaar toe. De milieukwaliteit vormt een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling, dient onderzocht te worden welke milieuaspecten daarbij een rol kunnen spelen. Het is daarnaast van belang om milieubelastende functies (zoals bepaalde bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden ten opzichte van milieugevoelige functies zoals woningen. Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende situaties moeten voorkomen worden. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op verschillende onderzoeks- en milieuaspecten welke van belang zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening.

4.2

Bodem

Het planvoornemen betreft het planologisch-juridisch mogelijk maken van 19 grondgebonden woningen. Conform de Wet ruimtelijke ordening, is het noodzakelijk inzichtelijk te maken of de kwaliteit van de bodem geschikt is voor het voorgenomen gebruik. In dit kader zijn door EnviroPlan Bodemsanering een actualiserend verkennend bodemonderzoek, een verkennend bodemonderzoek asbest en een onderzoek asbest in semiverharding uitgevoerd (rapport 20195509/R01/V01, 5 februari 2021). Het onderzoek is tevens als Bijlage 1 verkennend bodemonderzoek toegevoegd.

Verkennend bodemonderzoek Het onderzoek is voor wat betreft de algemene bodemkwaliteit toegespitst op de ondiepe ondergrond vanwege het feit dat als onderdeel van het bouwrijp maken van het projectgebied een maaiveldverlaging zal plaatsvinden. Voor wat betreft de parameter asbest is het onderzoek gericht op de bovengrond en de binnen een deel van de projectlocatie aanwezige semiverharding van puingranulaat. Historisch gezien betreft de projectlocatie een gebied met een lange bewoningsgeschiedenis en zijn als gevolg van antropogene activiteiten voor een aantal stoffen verhoogde achtergrondwaarden te verwachten. Dit is overigens ook al aangetoond in eerder in het projectgebied uitgevoerde bodemonderzoeken waarbij ook interventiewaarde-overschrijdingen voor koper en lood zijn geconstateerd. Door het bevoegd gezag is in 2008 reeds verklaard dat hier vermoedelijk geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Uit de resultaten van het actualiserend verkennend bodemonderzoek volgen voor de ondiepe ondergrond overwegend licht en incidenteel matig verhoogde gehalten voor de metalen koper, kwik, lood en zink. Zeer plaatselijk is sprake van een sterk verhoogd gehalte koper. In lijn met de eerder voor de locatie door het bevoegd gezag genomen besluiten, is ook hier geen vermoeden dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Voor wat betreft de organische parameters zijn in het geheel geen verhoogde gehalten vastgesteld. In het grondwater zijn geen noemenswaardige verhogingen aangetroffen. In het verkennend onderzoek asbest is voor wat betreft de grond in zowel het veld- als laboratoriumonderzoek, in het geheel geen asbest aangetroffen. In de semiverharding van het parkeerterrein is plaatselijk een laag gehalte asbest aanwezig, de hergebruiksnorm wordt echter niet overschreden. De resultaten van onderhavig bodemonderzoek geven, in combinatie met de resultaten van de in het verleden op de locatie uitgevoerde onderzoeken, voldoende inzicht in de bodemkwaliteit van de projectlocatie. In algemene zin wordt de locatie geschikt geacht voor bebouwing en bewoning. Wel dient voor het oostelijke deel van de projectlocatie, na het verwijderen van de begroeiing, nog een actualiserend onderzoek plaats te vinden. Het is echter niet te verwachten dat dit tot andere inzichten zal leiden.

bestemmingsplan

Carmelveste

27

Geadviseerd wordt om ten behoeve van het bouwrijp maken van de locatie een ontgravings- en grondstromenplan op te stellen waarin wordt geanticipeerd op de in de verschillende onderzoeken aangetroffen spots met verhoogde gehalten aan metalen. Een en ander mede afgestemd op de nog uit te voeren archeologische opgravingen binnen het projectgebied. In dit plan dient ook aandacht te worden besteed aan het (archeologisch en milieukundig) toezicht tijdens de uitvoering.

Gevolg planvoornemen Op basis van het verkennend onderzoek wordt geconcludeerd dat de bodemkwaliteit en asbest in de bodem geen belemmering voor het planvoornemen vormen.

4.3

Geluid

Het wettelijk kader bij ruimtelijke procedures is de Wet geluidhinder (Wgh). Deze wet biedt geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen, bescherming tegen geluidhinder van geluidsbronnen: wegverkeer, spoorwegen, industrie en luchtvaart. De bescherming vindt primair plaats door middel van zonering. De zonering betreft een afstand, uitgaande van een geluidsbron, waarbinnen het normenstelsel uit de Wgh van toepassing is. Deze normen mogen niet verward worden met de normen die gelden in geval van een milieuvergunning. Hiervoor gelden andere normen en procedures, welke niet vergelijkbaar zijn met het normenstelsel uit de Wgh. Op grond van de Wgh gelden grenswaarden op basis waarvan de bouw van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen binnen de geluidszone wordt beperkt of wordt verboden. Wegverkeerslawaai, spoorweglawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai kennen ieder afzonderlijke normen. 4.3.1 Wegverkeerslawaai In de Wgh is bepaald dat elke weg een geluidszone heeft, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidsgevoelige objecten binnen een geluidszone, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen.

De geluidgevoelige bestemmingen, die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, zijn gelegen in de geluidszone van de Burgemeester Verkuijlstraat en Julie Postelsingel. Daarom is door Econsultancy akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd (rapport 11643.002, 20 mei 2021). Het onderzoek is bijgevoegd in Bijlage 2 Akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn tevens de nabijgelegen niet-gezoneerde wegen ('t Pleintje, Althof, Carmelietenstraat- Oost, Koorstraat, Steenstraat, van Sasse van Ysseltstraat en de binnenplanse weg) in het onderzoek betrokken. In het onderzoek wordt de geluidbelasting op de geluidgevoelige bestemmingen inzichtelijk gemaakt en beoordeeld op basis van het toetsingskader. De berekeningen zijn verricht aan de hand van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en met behulp van het programma Geomilieu, versie 2020.2. Alle resultaten zijn inclusief een aftrek conform artikel 110g van de Wet geluidhinder weergegeven. Hoewel de Wet geluidhinder niet van toepassing is voor wegen met een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, mag bij de bepaling van de geluidsbelasting als gevolg van deze wegen wel worden aangesloten bij art. 110g en het Reken- en meetvoorschrift geluid (2012) wat betreft de toe te passen aftrek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Boxmeer&id=51c07d89-3798-4bb9-b64c-dd6644919e2c