CConstaterende datBoxmeer (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-R-544d Toelichting ontwerpbestemmingsplan Lange Heggen West

Raadsvergadering 14 oktober 2021, gemeente Boxmeer (tot 2022)Bij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Lange Heggen West te Beugen19.644 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan - Toelichting -

Lange Heggen West te Beugen Gemeente Boxmeer

BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -

Lange Heggen West te Beugen Gemeente Boxmeer

IDN-nummer:

NL.IMRO.0756.BP21BgnLangeHggnW-ON01

Status:

ontwerp

Datum:

juni 2021

Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen

Locatie Vught Parklaan 21 5261 LR Vught

024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

5 5 6 7

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

9

2.1 2.2 2.3 2.4

9 9 10 13

Ruimtelijke en functionele context Huidige situatie Planvoornemen Verkeer en parkeren

Hoofdstuk 3 Beleidskader

17

3.1 3.2 3.3

17 21 25

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten

29

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

29 29 30 31 32 36 36 37 40 43 46 46 47

Inleiding Bodem Geluid Ecologie Bedrijven en milieuzonering Milieuhinder agrarische bedrijven Luchtkwaliteit Externe veiligheid Archeologie en cultuurhistorie Water Conventionele explosieven Kabels en leidingen vormvrije m.e.r.- beoordeling

Hoofdstuk 5 Juridische opzet

49

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

49 49 49 51 52 52

Inleiding Uitgangspunten Toelichting op de planregels Toelichting op bestemmingen Algemene regels Overgangs- en slotregels

bestemmingsplan Lange Heggen West te Beugen

3

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

55

6.1 6.2 6.3 6.4

55 55 55 56

Inleiding Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhaafbaarheid

Hoofdstuk 7 Procedure

57

7.1 7.2 7.3

57 57 57

Te volgen procedure Vooroverleg met instanties Ontwerp en vaststelling

Toelichting

4

bestemmingsplan Lange Heggen West te Beugen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Binnen de kern Beugen is de afgelopen jaren de woningbouwlocatie langs de Lange Heggen ontwikkeld. De kavels binnen deze ontwikkellocatie zijn inmiddels volledig uitgegeven. De gemeente Boxmeer staat de komende jaren voor een forse woningbouwopgave. Hiervan is een deel voorzien binnen de kern Beugen. De gemeente Boxmeer is daarom op zoek gegaan naar een nieuwe woningbouwlocatie binnen de kern Beugen. Het agrarisch perceel aan de noordwestzijde van de Lange Heggen is de afgelopen jaren al meerdere keren beschouwd als nieuwe woningbouwlocatie. De gemeente heeft nu de wens om deze locatie in ontwikkeling te brengen als ontwikkellocatie Lange Heggen West.

In dit kader is een stedenbouwkundig plan voor het gebied opgesteld. Het plan voorziet in 27 grondgebonden woningen. De gemeente wil nu de volgende stap nemen om tot de ontwikkeling van dit gebied te komen. De beoogde ontwikkeling is niet passend binnen het geldende bestemmingsplan 'Beugen'. Daarom is onderhavig bestemmingsplan opgesteld. Met dit bestemmingsplan wordt de ontwikkeling juridisch- planologisch mogelijk gemaakt.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Lange Heggen en Krabbekamp te Beugen (gemeente Boxmeer). Het plangebied bestaat uit drie kadastrale percelen: gemeente Boxmeer, sectie F nummers 1984 (8.640 m2), 3232 ged. (290 m2) en 1983 (3.730 m2). In onderstaande figuur 1 zijn de ligging en begrenzing van het plangebied aangegeven.

Figuur 1: Ligging en begrenzing plangebied

bestemmingsplan Lange Heggen West te Beugen

5

Het plangebied is gelegen aan de zuidkant van de kern Beugen. Het wordt in het noorden begrensd door woningbouw aan de Gildestraat en in het oosten door woningbouw aan de Moerkamp. In het zuiden grenst het plangebied aan de Lange Heggen. Ten zuiden van de Lange Heggen zijn de woon-werk-kavels van Bedrijvenpark Sterckwijck gelegen. Aan de westzijde grenst het plangebied aan de sportvelden van sportpark de Slatert en agrarische percelen.

1.3

Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Beugen' (vastgesteld 27 juni 2019, onherroepelijk). Een uitsnede van de verbeelding is weergegeven in figuur 2. De gronden hebben binnen dit bestemmingsplan de Bestemming Agrarisch met een dubbelbestemming Waarde- Archeologie-3. De voor Agrarisch bestemde gronden zijn op basis van het bestemmingsplan bestemd voor agrarisch grondgebruik. Binnen het plangebied zijn geen gebouwen toegestaan. Op basis van de dubbelbestemming Waarde- Archeologie-3 zijn de gronden mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden van de gronden. Op basis van deze dubbelbestemming dient voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2500 m2 en dieper dan 50 cm een archeologisch rapport te worden overlegd.

Figuur 2: Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Beugen' met plangebied in rood

Gelet op vorenstaande geldt dat de ontwikkeling van het gebied met 27 grondgebonden woningen niet past binnen het geldende bestemmingsplan. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken, dient het geldende bestemmingsplan te worden gewijzigd. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de herziening van het geldende bestemmingsplan.

6

bestemmingsplan Lange Heggen West te Beugen

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 eerst een beschrijving van de feitelijke situatie en het beoogde planvoornemen van de herontwikkeling tot woningbouwlocatie gegeven. In hoofdstuk 3 wordt verslag gedaan van de toetsing aan de geldende beleidskaders van het Rijk, de provincie, en de gemeente. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op de omgevingsaspecten die van invloed (kunnen) zijn op de opzet en inhoud van het nieuwe bestemmingsplan, zoals milieuaspecten, water, flora en fauna, archeologie en cultuurhistorie etc. In hoofdstuk 5 wordt de juridische opzet van het bestemmingsplan met betrekking tot de regels en de verbeelding beschreven. Hoofdstuk 6 en 7 gaan tot slot in op respectievelijk de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan en de doorlopen procedure.

bestemmingsplan Lange Heggen West te Beugen

7

8

bestemmingsplan Lange Heggen West te Beugen

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Ruimtelijke en functionele context

2.1.1 Ruimtelijke context Het dorp Beugen, dat ten noorden van de kern Boxmeer is gelegen, is ontstaan als nederzetting langs de Maas. De verstedelijking in het gebied heeft duidelijk plaatsgevonden op de overgang van lagere naar hogere gronden langs het Maasdal. De historische lintbebouwing gelegen aan de Oeffeltseweg, Hagelkruisstraat, Dorpsstraat en Boxmeerseweg was lange tijd de enige bebouwing van het dorp. Het centrum van de kern lag rondom het kruispunt van deze vier wegen, nabij de kerk. De stedenbouwkundige structuur van Beugen is opgebouwd uit de kruising van doorgaande wegen en een aantal uitbreidingsvlekken. Lange tijd bestond het dorp voornamelijk uit de oorspronkelijke structuur en was er maar in zeer beperkte mate sprake van uitbreiding. De grotere uitbreidingen van Beugen hebben tot zeker in de jaren '60 van de vorige eeuw op zich laten wachten. Daarna is het dorp vanuit de oorspronkelijke structuur, die werd gevormd door het historisch patroon van wegen, flink uitgebreid. De uitbreiding van het dorp heeft vooral aan de zuidzijde plaatsgevonden. Belangrijke uitbreidingen zijn de ontwikkelingen op de hoek van de Dorpsstraat en de Molenstraat in de jaren '70, Kerkenveld in de jaren '70 en '80 en Bougheim in de jaren '90.

De meest recente ontwikkelingen na 2000 hebben plaatsgevonden aan de Lange Heggen met de ontwikkeling van woningbouw en bedrijvenpark Sterckwijck. Als gevolg van deze ontwikkelingen is het onderhavige plangebied nu een laatste stukje agrarisch gebied in een bestaande stedenbouwkundige structuur geworden. De ontwikkeling van woningbouw op deze locatie zorgt derhalve voor de stedenbouwkundige afronding van de kern langs de Lange Heggen.

2.1.2 Functionele context Het plangebied bevindt zich aan de zuidzijde van het dorp Beugen en wordt aan de noord- en oostzijde begrensd door bestaande woongebieden. De bebouwing in deze woongebieden kenmerkt zich voornamelijk door vrijstaande woningen. Direct ten westen van het plangebied zijn de sportvelden van sportpark de Slatert gelegen. Ten zuiden van het plangebied ligt het bedrijvenpark Sterckwijck. Om een goede overgang tussen de woonkern en het bedrijvenpark te realiseren, bevinden zich in de zone aan de zuidzijde van de Lange Heggen voornamelijk woningbouw en kleinschalige bedrijvigheid met bedrijfswoningen. Deze bebouwing is met de voorgevels richting de Lange Heggen georiënteerd. Het plangebied zelf heeft momenteel een agrarische functie en wordt gebruikt als grasland.

2.2

Huidige situatie

Het plangebied is momenteel agrarisch in gebruik als grasland. Het wordt omsloten door de woonbebouwing langs de Gildestraat, Krabbekamp en Moerkamp, het bedrijvenpark Sterckwijck aan de zuidzijde en sportpark de Slatert aan de westzijde. De woningen aan de Gildestraat zijn met hun achterzijde richting het plangebied georiënteerd. De woningen langs de Moerkamp/ Schuttersstraat hebben een zijdelingse oriëntatie naar de Krabbekamp. De (bedrijfs) woningen op bedrijvenpark Sterckwijck zijn met hun voorgevels op de Lange Heggen georiënteerd, waarmee er een stedenbouwkundige aansluiting op de kern Beugen is tot stand is gekomen. Het agrarische perceel, waar de voorgenomen ontwikkeling op plaats zal vinden, wordt in de huidige situatie aan de westkant ontsloten op de Lange Heggen. Aan de oostzijde van het plangebied is een

bestemmingsplan Lange Heggen West te Beugen

9

langzaamverkeerverbinding aanwezig die de kern Beugen met het bedrijvenpark Sterckwijck verbindt.

2.3

Planvoornemen

2.3.1 plan op hoofdlijnen Het plan voorziet in de realisatie van 27 grondgebonden woningen op het agrarisch perceel aan de Lange Heggen. Deze locatie ligt optimaal in de lengterichting aan de Lange Heggen. In aansluiting op de sinds enkele jaren weer zeer populaire hofjes als woonvorm is er in de stedenbouwkundige opzet voor gekozen om op deze locatie twee woonhofjes te realiseren. De stedenbouwkundige schets is weergeven in figuur 3. Beide hofjes kennen een noord-zuid orientatie en zijn ontworpen langs een rondgaande straat rondom een groene middenruimte. De woningen worden rondom de groene middenruimte georienteerd en vormen aan drie zijden de wanden van de hofjes. Op deze wijze worden alle woningen aan een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte gesitueerd. De rondgaande straten hebben elk twee aansluitingen op de Lange Heggen. De Lange Heggen is van oorsprong een doorgaande straat geweest in de richting van Rijkevoort. Na de vaststelling van het bestemmingsplan voor bedrijvenpark Sterckwijck is de Lange Heggen afgesloten voor doorgaand verkeer. Gelet op het vroegere gebruik als doorgaande weg wordt een volledige ontsluiting van het plangebied via de Lange Heggen mogelijk geacht.

Het gehele plangebied zal worden omzoomd met een robuuste groenstrook, zodat enerzijds een goede verbinding wordt gemaakt met het aangrenzende buitengebied en anderzijds een robuuste overgang gecreëerd wordt tussen de woonhofjes en het publieke domein. Beide woonhofjes kennen eenzelfde bebouwingsstructuur. In het westelijke woonhofje worden zowel vrijstaande als twee- onder- een- kapwoningen gerealiseerd. Ook in het oostelijke woonhofje worden vrijstaande en twee- onder- een- kapwoningen gerealiseerd. In de oostelijke bebouwingswand van het oostelijke woonhof wordt rekening gehouden met de realisatie van rijenwoningen. In het stedebouwkundig plan is uitgegaan van 7 rijenwoningen. Het woningbouwprogramma voor dit deel is echter nog flexibel. Bij de nadere uitwerking van het stedenbouwkundig plan kan het programma ter plaatse nog wijzigen.

10

bestemmingsplan Lange Heggen West te Beugen

Figuur 3: stedenbouwkundige opzet en verkavelingsschets De woningen in de woonhofjes zijn met de achterkanten naar de achterkanten en zijkanten van de omliggende bestaande woningen georiënteerd, met uitzondering van de woningen aan de zuidzijde van de Lange Heggen. Deze bestaande woningen aan de Lange Heggen zijn met de voorgevel richting de Lange Heggen georiënteerd en vormen als het ware een vierde bebouwingswand van de woonhofjes. In het meest noordelijke deel van het plangebied komen vier woningen relatief dicht bij de achterste perceelsgrens van de aangrenzende bestaande woningen te staan. Om de privacy op de aangrenzende woonpercelen niet aan te tasten, is de bouwhoogte van deze vier woningen gemaximaliseerd op 4 m. Er kan derhalve alleen een éénlaagse bebouwing worden gemaakt, zodat geen sprake is van inkijk vanaf de verdieping. Deze percelen zijn geschikt voor de bouw van levensloopbestendige woningen met een volledig woonprogramma (woonkamer, keuken én slaapkamer, badkamer) op de begane grond zodat er veilig, toegankelijk en comfortabel gewoond kan worden. Ook de naastgelegen vier vrijstaande woningen kunnen levensloopbestendig gerealiseerd worden. Deze woningen staan op grotere afstand van de bestaande woningen en verzorgen in ruimtelijke zin een gelijkmatige overgang van de vier lage woningen in het noordelijk deel van het plangebied naar de overige woningen.

Deze woningen kunnen wel een woonprogramma op de 1ste verdieping hebben maar niet meer onder de kap. De goot- respectievelijk bouwhoogte voor deze woningen bedragen 4m en 8m. De overige woningen in het plangebied krijgen een zo maximaal mogelijke standaard maatvoering van twee bouwlagen met kap. Dit sluit aan bij de bebouwingtypologie die ook aan de Lange Heggen is toegestaan. De meest zuidelijke woningen hebben een tweezijdige oriëntatie: de woningen zijn niet alleen op de hofjes gericht maar ook op de Lange Heggen. In algemeenheid wordt een minimale afstand van 8 m van het hoofdgebouw tot de achterste perceelsgrens gehanteerd. Bij de levensloopbestendige woningen aan de noordrand is daarvan afgeweken, maar is de bebouwingshoogte beperkt tot een éénlaagse bebouwing. De woningen hebben een minimaal 3 m diepe voortuin met uitzondering van de noordelijke levensloopbestendige woningen, die een voortuindiepte van minimaal 2,5 m hebben. De voortuinen zorgen niet alleen voor privacy in de woningen doordat voetgangers op afstand van de voorgevel blijven, een gewenste groene inrichting van de voortuinen levert ook een belangrijke bijdrage aan de groene woonsfeer in de hofjes. Het bestaande noordzuid lopende voet-/fietspad aan de oostzijde van de locatie wordt vanuit veiligheidsoogpunt als een zelfstandig element gerespecteerd.

Dit pad is een belangrijk verbindingsstuk van het fietspad tussen het bedrijvenpark Sterckwijck en het dorp Beugen. De nieuwe woningen worden niet direct op dit voet-/fietspad ontsloten. Het voetpad dat aan de noordzijde de verbinding legt tussen de Schuttersstraat en de Moerkamp blijft met dit plan behouden maar zal aan ruimtelijkheid inboeten doordat een strook grond die de schijn had bij het openbaar gebied te behoren, toch onderdeel uitmaakt van het plangebied.

2.3.2 Groen en water In het stedenbouwkundig plan wordt het plangebied door een groenzone omzoomd. Langs de Lange Heggen is een brede groenstrook beoogd. Een ondergrondse zware rioolleiding met bijbehorende beschermingszone waarop niet gebouwd mag worden, was hiervoor de aanleiding. Tegelijkertijd kan op deze manier een goede verbinding gelegd worden met het buitengebied: het groene buitengebied loopt via de brede groenzone enigszins door de Lange Heggen in en legt ook een koppeling tussen het groen in de woonhofjes en het buitengebied. Deze groenzone kan voor het deel tussen de rijbaan van de Lange Heggen en de rioolbeschermingszone beplant worden met bomen. Voor de rest van de groenzone wordt een natuurlijke inrichting met een diversiteit aan lage en hogere struiken beoogd waarmee een bijdrage gedaan wordt aan een goede leefomgeving voor

bestemmingsplan Lange Heggen West te Beugen

11

kleinere dieren en insecten. Daarnaast is er ruimte voor de realisatie van een voetpad naast de Lange Heggen. Op de westrand van het plangebied is naast het terugbrengen van de watergang, die bijdraagt aan de waterberging in het plangebied, een groenzone beoogd die zorg draagt voor een goede landschappelijke inpassing van het dorp in het buitengebied. Deze groenzone zal vrij dicht beplant worden met bomen en struiken. Het stedenbouwkundig plan bevat centraal in beide hoven een groene ruimte met wadi voor de hemelwateropvang en een ontmoetingsplek. Deze groene ruimten zijn verder ingericht met groenelementen als gras en (fruit)bomen. De wadi's vormen tezamen met de watergang aan de westrand van het plangbied voor een robuuste duurzame hemelwateropvang voor het openbaar gebied. Aan de zuidzijde van de groene ruimten is een groene inrichting van groot belang. Dit groen verzorgt de aansluiting van de groene ruimte op de brede groene strook langs de Lange Heggen. Ook verzorgt het een semi-transparante afsluiting van de hofjes aan de zuidzijden en groene onderbrekingen in de bebouwingswand aan de noordzijde van de Lange Heggen. Het groene deel van de openbare ruimte zal verder gedimensioneerd worden bij de civieltechnische uitwerking van het plan. Tijdens de uitwerking wordt ook de keuze voor de beplantingssoorten gemaakt.

Het gehele civieltechnische ontwerp zal te zijner tijd ook voor inspraak ter inzage worden gelegd. 2.3.3 Welstand In de welstandnota 2014 (vastgesteld 3 juli 2014) is het welstandsbeleid van de gemeente Boxmeer uitgewerkt. De welstandsnota bevat de basisvoorwaarden waaraan aanvragen om omgevingsvergunning op welstandsaspecten getoetst zullen worden. In gemeente Boxmeer zijn er drie welstandsniveaus te onderscheiden die afhankelijk zijn van de waarde en gevoeligheid van een gebied en de betekenis voor het aanzien van de openbare ruimte en kern als geheel. De drie welstandsniveaus die vastgesteld zijn betreffen: hoog (niveau 1), normaal (niveau 2) en welstandsvrij. Zoals zichtbaar op onderstaande figuur 4 ligt het plangebied binnen het welstandsniveau 2. Welstandsniveau 2 is voor de kern Beugen voornamelijk van toepassing op het buitengebied en op het bedrijvenpark Sterckwijck. De verschillende welstandsniveaus gaan gepaard met de bebouwingstypen in de kern. Zichtbaar is dat het oorspronkelijke (historisch) dorpsbebouwingslint gelegen is ter plaatse van welstandsniveau 1. De latere planmatige uitbreidingswijken en het sportpark hebben het niveau 'welstandsvrij'.

12

bestemmingsplan Lange Heggen West te Beugen

figuur 4: Welstandsniveaus Beugen

Naast de algemene welstandscriteria bestaan er criteria die eisen stellen aan bouwwerken in relatie tot de omgeving van dat bouwwerk: de gebiedsgerichte welstandscriteria. Het plangebied wordt momenteel gekenmerkt door bebouwingstypestype G3: boerenerf- agrarisch buitengebied. Als gevolg van dit planvoornemen zal het bebouwingstype voor het plangebied worden gewijzigd naar W8: woongebied eind 20e/ begin 21e eeuw.

2.4

Verkeer en parkeren

2.4.1 Verkeer Ontsluiting Binnen het plangebied wordt een tweetal woonhofjes gerealiseerd. Beide hofjes worden ontsloten op de Lange Heggen. De woonhofjes hebben een verkeerslus die zorgt voor de primaire ontsluiting van de percelen. Omdat gekozen is voor een doorgaande straat, worden in totaal vier ontsluitingen gemaakt op de Lange Heggen. Hierdoor ontstaan rondrijmogelijkheden (ook belangrijk voor de vuilophaal- en hulpdiensten). Tevens krijgen de woonhofjes een sterkere samenhang en worden doodlopende woonstraten voorkomen. Binnen de hofjes ligt de rijbaan met aan de buitenkant een rabatstrook. Aan de binnenzijde, in het groene middengebied, liggen de haakse parkeerplaatsen die aanvullend op de parkeerplaatsen op eigen terrein benodigd zijn om aan de parkeerbehoefte te kunnen voldoen. De rijbaan heeft daarbij de minimaal benodigde breedtemaat van 4,80 m gekregen. Bij de haakse parkeerplaatsen is de rijbaan verbreed naar 6,0 m ten behoeve van het aangenaam manoeuvreren bij het parkeren. De hier genoemde maatvoering is nog globaal. Bij de civieltechnische uitwerking van het stedenbouwkundige plan zal het straatprofiel met de parkeerplaatsen verder uitgewerkt worden. Vanaf de Lange Heggen wordt in oostelijke richting aangesloten op de rotonde met de N621 (Provincialeweg/ Beugenseweg). De aansluiting van de Lange Heggen op deze gebiedsontsluitingsweg is uitgevoerd als

bestemmingsplan Lange Heggen West te Beugen

13

enkelstrooks rotonde. Hiermee wordt het plangebied dus optimaal ontsloten via de provinciale weg. Ook voor het langzaam verkeer vindt de ontsluiting van de te realiseren woningen primair plaats via de doorgaande weg in de woonhofjes op de Lange Heggen. Vanaf hier vindt de ontsluiting voor het langzaam verkeer in hoofdlijnen op gelijke wijze plaats als voor het gemotoriseerd verkeer. Binnen het 30 km/h gebied maken fietsers, passend bij de richtlijnen uit Duurzaam Veilig, gebruik van dezelfde verkeersruimte als het gemotoriseerd verkeer. Daarnaast blijft de bestaande langzaamverkeerverbinding in noord-zuidrichting via de Krabbekamp aan de oostzijde van het plangebied gehandhaafd. Een deel van de Lange Heggen, tussen de Boxmeerseweg en Heggenrank, is al heringericht. Daarbij is het asfalt vervangen door een elementenverharding en zijn voorzieningen aangebracht voor voetgangers en voor het parkeren van auto's buiten de rijbaan. Het kruispunt met de Heggenrank is voorzien van een punaise. Het plan voor het woonrijp maken van de Lange Heggen uit 2015 zal in een later stadium nog nader tegen het licht gehouden worden. Er zal dan bekeken worden of aanvullende aanpassingen nodig zijn. Denk daarbij aan het behouden van en het doortrekken van de voetgangersvoorziening aan de noordzijde van de Lange Heggen, parkeren op de rijbaan, punaises op de aansluitingen met o.a.

de Klaverkamp, de twee nieuwe hofjes en met het fietspad (Dorus Peterspad) naar de Laan de Wijze. Ook zal bekeken moeten worden of er nog andere aanvullende snelheidremmende voorzieningen nodig zijn en zo ja, in welke vorm dat dan zal zijn. Met deze aanpassingen krijgt het uitbreidingsplan aansluiting op de voetgangersvoorzieningen richting Moerkamp en Boxmeerseweg. Fietsers zijn via de Lange Heggen aangesloten op het hoofdfietsnetwerk: de fietsstraat door Beugen (Boxmeerseweg-Oeffeltseweg) en het fietspad langs Laan de Wijze.

Verkeersgeneratie Het aantal verkeersbewegingen ten gevolge van onderhavig planvoornemen wordt ingeschat op basis van de CROW-normen zoals opgenomen in de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren en verkeersgeneratie'. De gemeente Boxmeer is conform de demografische kencijfers van het CBS aan te merken als een weinig stedelijke gemeente. De locatie van het plan is gelegen in de stedelijke zone 'rest bebouwde kom'. In onderstaande tabel 1 is de volledige berekening van de verkeersgeneratie van het planvoornemen opgenomen, volgens de verkaveling uit het stedenbouwkundig plan. Uitgaande van een maximale bandbreedte genereert het totale plan 223 verkeersbewegingen per weekdag.

Functie plan eenheid koop/vrijsta 10 1 woning and koop/ 2-1 10 1 woning kap koop/ 7 1 woning hoek-tussen tabel 1: verkeersgeneratie plan

verkeersgeneratie per eenheid min max 7,8 8,6

verkeersgeneratie van het plan min 78

max 86

gem 82

7,4

8,2

74

82

78

7

7,8

49

54,6

51,8

De Lange Heggen doet in de huidige situatie vooral dienst als erfontsluitingsweg voor de voornamelijk in de zuidrand van de kern Beugen gerealiseerde woningen. In het verleden had de Lange Heggen ook een functie voor het doorgaande verkeer van en naar onder andere Rijkevoort. Met de realisatie van het bedrijventerrein Sterckwijck is de Lange Heggen echter losgekoppeld van de infrastructuur op het bedrijventerrein. De Lange Heggen is nu aan de westzijde doodlopend en heeft enkel nog een ontsluitingsfunctie voor een deel van de

14

bestemmingsplan Lange Heggen West te Beugen

kern Beugen, vooral via de Klaverkamp. De Lange Heggen is gelegen in het 30 km-gebied in de kom van Beugen en heeft, vanwege de bouw van woningen aan de zuidzijde van de straat, ook een toenemende functie als woonstraat. Het verkeersmodel geeft voor de huidige situatie op het gedeelte van de Lange Heggen tussen Klaverkamp en Boxmeerseweg indicatief een aantal van 900 motorvoertuigen/werkdagetmaal. Landelijk wordt als maatgevende verkeersintensiteit op een erftoegangsweg uitgegaan van maximaal 5000- 6000 motorvoertuigen per etmaal. Dit is gebaseerd op de verblijfsfunctie van dergelijke wegen. Deze intensiteitsgrens wordt met de ontwikkeling van het onderhavige plangebied niet overschreden. Er kan derhalve geconcludeerd worden dat onderhavige ontwikkeling niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling.

2.4.2 Parkeren De Nota Parkeernormen van Gemeente Boxmeer reikt sinds 2015 een aantal normen aan voor parkeergelegenheden bij verschillende functies. Deze parkeernormen zijn vertaald in het bestemmingsplan "Beugen" (artikel 26 Parkeernormen). De parkeernormen geven per type gebied aan hoeveel parkeerplaatsen gerealiseerd dienen te worden bij nieuwbouw of uitbreiding van bestaande bouw. De in de nota genoemde normen zijn gebaseerd op kencijfers van het CROW. Het belangrijkste uitgangspunt uit de nota is dat parkeren in principe op eigen terrein moet worden opgelost. De parkeerbehoefte die gerealiseerd dient te worden voor de functie wonen in het gebied 'rest bebouwde kom' is afhankelijk van de typen woningen en de prijsklasse van de woningen. De parkeerbehoefte per woningtype is weergegeven in tabel 2.

tabel 2: Overzicht parkeernormen functie wonen

Dit planvoornemen maakt 27 grondgebonden woningen mogelijk. In het plan worden 10 vrijstaande woningen, 10 halfvrijstaande woningen en 7 tussenwoningen mogelijk gemaakt. Omdat in het bestemmingsplan nog sprake is enige flexibiliteit in het oostelijke woonhof, wordt nu voor de berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen voor de tussenwoningen uitgegaan van de klasse sociale. Op basis van het woningbouwprogramma dienen circa 56 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. De parkeerplaatsen dienen op eigen terrein c.q. binnen het plangebied gereasiseerd te worden.

De parkeerbehoefte van 56 parkeerplaatsen wordt als volgt binnen het plangebied opgelost.: 1.

conform de uitgangspunten van de Nota parkeernormen worden bij de vrijstaande en twee- onder- eenkapwoningen de parkeerplaatsen zoveel mogelijk op eigen terrein ingericht. In het stedenbouwkundig plan is er bij de vrijstaande woningen rekening mee gehouden dat twee parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd. Bij de twee- onder- een- kap woningen wordt 1 parkeerplaats op eigen terrein gerealiseerd. Bij een vijftal vrijstaande woningen is de realisatie van twee parkeerplaatsen op eigen

bestemmingsplan Lange Heggen West te Beugen

15

2.

terrein niet mogelijk. Deze parkeerplaatsen worden in de openbare ruimte gerealiseerd. In totaal worden daarmee 25 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd; daarnaast is er in het stedenbouwkundig plan rekening gehouden met de realisatie van parkeerplaatsen in het openbare gebied. In het westelijke woonhofje worden 12 haakse parkeerplaatsen in het middendeel gerealiseerd. In het oostelijke woonhofje worden 19 haakse parkeerplaatsen in het middendeel gerealiseerd. In het oostelijke woonhofje is het aantal parkeerplaatsen in de openbare ruimte hoger dan in het westelijke woonhofje als gevolg van aanwezigheid van rijenwoningen. De parkeerplaatsen voor rijenwoningen worden volledig in de openbare ruimte gerealiseerd.

In totaal zijn daarmee in het plan 56 parkeerplaatsen voorzien. Daarmee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte. Daarnaast is er ruimte om bij de nadere uitwerking van het plan de inrichting van de parkeervoorzieningen in het openbare gebied te optimaliseren. Derhalve vormt het aspect parkeren geen belemmering voor het planvoornemen.

16

bestemmingsplan Lange Heggen West te Beugen

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld en in werking getreden. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteitsaanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving en vervangt enkele ruimtelijke doelen en uitspraken uit andere documenten. In deze visie schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. Anders dan in de Nota Ruimte gaat de structuurvisie uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol.

Gevolg planvoornemen Het plangebied is niet gelegen in een gebied waar door het Rijk een nationaal belang is aangewezen. Geconcludeerd wordt dat de SVIR geen consequenties heeft voor voorliggend plan.

3.1.2 Besluit en Regeling Algemene Regels Ruimtelijke Ordening Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Hierin zijn in totaal 11 onderwerpen van nationaal belang opgenomen. Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven.

Gevolg planvoornemen Het planvoornemen heeft geen gevolgen voor aangewezen nationale belangen. Er zijn geen nationale belangen van toepassing op het plangebied, derhalve hebben het Barro en de Rarro geen consequenties voor voorliggend plan. Het Barro en de Rarro vormen geen belemmering voor dit planvoornemen.

bestemmingsplan Lange Heggen West te Beugen

17

3.1.3 Bro: Ladder voor duurzame verstedelijking Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening dienen overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren (Ladder-onderbouwing). Per 1 juli 2017 zijn de 3 treden van de Ladder losgelaten en geldt dat de toelichting bij een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing voor de aanvraag omgevingsvergunning die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaande stedelijk gebied, een motivatie waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Zoals gezegd is de Ladder-onderbouwing verplicht voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen'. Onder stedelijke ontwikkeling wordt de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen verstaan. Deze laatste categorie is in de handreiking bij de Ladder voor duurzame verstedelijking (ministerie van Infrastructuur en Milieu) nader gespecificeerd in accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. In de definitie voor stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1 lid 1 sub i van het Bro) is geen ondergrens opgenomen.

Hieruit zou men kunnen concluderen dat iedere stedelijke ontwikkeling, hoe kleinschalig dan ook, valt binnen het toepassingsbereik van de Ladder. Echter, uit vaste jurisprudentie van de Afdeling blijkt dat er wel sprake kan zijn van een voorziene ontwikkeling die te kleinschalig is om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Zo wordt de ontwikkeling van 11 woningen niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921).

Gevolg planvoornemen Het planvoornemen ziet toe op het planologisch-juridisch mogelijk maken van 27 grondgebonden woningen. Hiermee is sprake van een stedelijke ontwikkeling. Onderstaand is de Ladder- onderbouwing opgenomen.

Kwantitatieve woningbehoefte De druk op de woningmarkt is de afgelopen jaren sterk toegenomen. In de komende jaren ligt er een grote opgave om woningen toe te voegen en is zelfs sprake van een versnellingsopgave. De provinciale prognose geeft een beeld van de kwantitatieve woningbehoefte-ontwikkeling in de gemeente Boxmeer. De provincie Noord-Brabant heeft eind 2020 de prognoses geactualiseerd. Hieruit blijkt dat de bevolkingsgroei en de woningbehoefte sterk naar boven zijn bijgesteld. In de provinciale prognose is de behoefte voor de gemeente Boxmeer in de periode tot 2030 geraamd op +1.200 woningen (de eerdere prognose bedroeg +650 woningen tot 2030). Voor de periode 2030-2040 kent de gemeente Boxmeer nog een aanvullende opgave van +400 woningen. Tot 2040 is er op basis van de provinciale prognose derhalve sprake van toename van de woningbehoefte. Duidelijk is dat de grootste opgave is gericht op de eerstkomende tien tot vijftien jaar. In opdracht van de gemeente Boxmeer heeft Companen een Marktscan in- en uitbreidingslocaties uitgevoerd (mei 2021). De Marktscan is als Bijlage 1 Marktscan in- en uitbreidingslocaties toegevoegd. In deze scan is de woningbehoefte van de totale gemeente vertaald naar kernniveau. Dit leidt tot de woningbehoefte zoals weergegeven in tabel 3. Voor de kern Beugen bedraagt de woningbehoefte tot 2031 circa 65 woningen.

Beugen Boxmeer Groeningen

18

Woningvoorraad 2019 695 5.815 135

Behoefte 2021-2031 behoefte 2021-2035 behoefte 2021-2040 65 545 10

bestemmingsplan Lange Heggen West te Beugen

85 695 15

85 710 15

Holthees Maashees Oeffelt Overloon Rijkevoort Sambeek Vierlingsbeek Vortum-Mullem Totaal

200 385 955 1.565 670 690 1.090 235 12.435

5 30 70 165 50 45 110 20 + 1.115

10 35 90 200 60 60 135 20 +1.405

10 35 90 210 60 60 135 20 +1.430

tabel 3: Indicatieve woningbehoefte per kern (bron woonbehoefteprognose Noord-Brabant 2020, bewerking Companen) Daarnaast is in de scan de woningbehoefte per kern afgezet tegen de zachte en harde plancapaciteit. De harde en zachte plancapciteit voor Beugen zijn weergegeven in tabel 4. In de kern Beugen is momenteel sprake van een harde plancapaciteit van 31 woningen. De zachte plancapaciteit, inclusief onderhavige voorgenomen ontwikkeling, bedraagt 35 woningen. Op basis van het onderzoek wordt geconcludeerd dat er o.a. in de kern Beugen een tekort is aan harde en zachte plancapciteit (rekening houdend met planuitval en/of vertraging) om in de woningbehoefte voor de komende jaren te kunnen voorzien. Op basis van dit onderzoek kan de kwantitatieve woningbehoefte derhalve worden aangetoond.

Hard- binnen bsg Hard- buiten BSG Zacht binnen bsg Zacht buiten bsg Beugen

22

9

8

27

Totaal 66

Tabel 4: status en ligging plancapciteit kern Beugen (bron: Companen 2021)

Kwalitatieve woningbehoefte In 2019 is in de gemeente Boxmeer een woonwensenonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek maakt onderdeel uit van het regionale woonwensenonderzoek Land van Cuijk. Het onderzoek is in de marktscan benut om de kwalitatieve woningbehoefte te kunnen bepalen. Belangrijke conclusies uit het woonwensenonderzoek zijn: de inwoners van de gemeente Boxmeer willen graag in de gemeente Boxmeer blijven wonen; huishoudens in Boxmeer zijn sterk georienteerd op de koopsector. Alleen bij starters en kleine huishoudens van 65 jaar en ouder is er een sterke voorkeur voor een huurwoning; starters hebben een sterke voorkeur voor grondgebonden woningen. Bij doorstromers tot 35 jaar en gezinnen is er een relatief sterke voorkeur voor twee- onder- een- kapwoningen en vrijstaande woningen. Relatief veel 65- plussers geven de voorkeur aan een appartement. Maar ook hier valt op dat een aanzienlijk deel opteert voor een grondgebonden woning. Ongeveer 40% van de woningzoekenden met de voorkeur voor een koopwoning zoekt deze in de prijsklasse tot €275.000. Bij de groep starters is dit ruim driekwart. Gezinnen zoeken duidelijk in het hogere prijssegment. Ongeveer een derde zoekt in de prijsklasse tussen €350.000 en €500.000. Let wel, dit betreft het prijspeil 2019. Inmiddels zijn de woningprijzen gestegen ten opzichte van 2019.

Op basis van dit woonwensenonderzoek kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling goed aansluit bij de woningbehoefte en daarmee in belangrijke mate voorziet in de kwalitatieve woningbehoefte voor de kern Beugen. Daarbij kan nog opgemerkt worden dat in het stedenbouwkundig plan tevens rekening

bestemmingsplan Lange Heggen West te Beugen

19

wordt gehouden met de ontwikkeling van acht levensloopbestendige woningen, met de mogelijkheid om het gehele woonprogramma op de begane grond te realiseren. Daarnaast voorziet het plan in de realisatie van zeven sociale huurwoningen, waarmee ook voorzien wordt in de behoefte aan sociale huurwoningen.

Ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied Het planvoornemen vindt plaats buiten het bestaand stedelijk gebied van de gemeente Boxmeer (kern Beugen) in gebied dat is aangeduid als verstedelijking afweegbaar. Derhalve dient gemotiveerd te worden waarom de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt. De woningbehoefte voor de kern Beugen bedraagt tot 2030 circa 65 woningen. Binnen de kern Beugen zijn er momenteel geen vrije locaties beschikbaar voor woningbouw en zijn er ook geen alternatieven om een vergelijkbaar woonprogramma als voorgenomen in dit bestemmingsplan te realiseren. Een mogelijk alternatieve woningbouwlocatie binnen de kern Beugen is de locatie van een installatiebedrijf aan de Hagelkruisstraat. De mogelijke verplaatsing van dit bedrijf is momenteel echter nog niet aan de orde. De versnellingsopgave waar vanuit de kwantitatieve woningbehoefte momenteel behoefte aan is, speelt daarnaast een belangrijke rol in de wens om een nieuwe woningbouwlocatie buiten bestaand stedelijk gebied te ontwikkelen. Onderhavige locatie is grotendeels in eigendom van de gemeente Boxmeer. Hiermee is deze voorgenomen ontwikkeling minder gevoelig voor planvertraging en -uitval als gevolg van externe factoren. Door deze ontwikkelingslocatie in realisatie te nemen, kan tijdig voorzien worden in de woningbehoefte.

Op basis van het bovenstaand kan gesteld worden dat met het voorgenomen plan voldaan wordt aan de ladder voor duurzame verstelijking uit het Bro. 3.1.4 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De nationale omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het rijk opgesteld in het kader van de nieuwe omgevingswet, die naar verwachting per 1 juli 2022 in werking zal treden. Aan de hand van een toekomstperspectief is hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaat adaptatie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstigbestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied.

Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.

Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen.

Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden, waarbij wordt gestreefd naar de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De wens is om daar naar toe te groeien en een goed bereikbaar netwerk van steden en regio’s te realiseren. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Het kabinet heeft voor de korte termijn daarom een pakket aan maatregelen voorgesteld om de woningbouw een nieuwe, stevige impuls te geven. De locaties bevinden zich in het Stedelijk Netwerk Nederland. Het planvoornemen vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, het versnellen van de noodzakelijke woningbouwopgave, klimaatbestendig en natuurinclusief. De opgave is daarbij om de veiligheid en gezondheid van onze leefomgeving zodanig te verbeteren dat in 2050

20

bestemmingsplan Lange Heggen West te Beugen

negatieve omgevingseffecten op onze gezondheid naar een verwaarloosbaar laag niveau zijn gebracht. Daarnaast streeft het kabinet ernaar om in 2030 te voldoen aan de huidige WHO-advieswaarden. Ook het tot een verwaarloosbaar niveau terugbrengen van omgevingsrisico's als gevolg van industriële activiteiten en transport (omgevingsveiligheid) is onderdeel van de opgave.

Gevolg planvoornemen In dat kader wordt voortgeborduurd op de SVIR en voorziet het planvoornemen in de ontwikkeling van 27 grondgebonden, deels levensloopbestendige woningen ter plaatse van een herontwikkelingslocatie aansluitend aan het bestaande bebouwd gebied van de kern Beugen. Het plangebied wordt klimaatbestendig en duurzaam gerealiseerd, waarbij aandacht is voor het invullen van de woningbehoefte in de gemeente. Het planvoornemen draagt daarmee bij aan de ontwikkeling van een sterke, aantrekkelijke en gezonde stad.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie 'De Kwaliteit van Brabant' Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil laten zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wil daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaatproof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgaven staan ten dienste van de basisopgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses.

Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken.

Gevolg planvoornemen Dit planvoornemen voorziet in de ontwikkeling van 27 grondgebonden woningen, waarbij sprake is van een uitbreiding van stedelijke functies aansluitend aan de bestaande dorpskern. Met de beoogde ontwikkeling wordt qua aard, schaal en functie aangesloten bij de dorpskern Beugen. Omdat er binnen de bestaande kern op korte termijn geen ruimte is voor inbreiding, en de gemeente Boxmeer wel aan de woningbehoefte van de gemeente en de kern Beugen wil voldoen, is gekozen voor deze locatie. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik passend binnen de regionale afspraken. Het plan is derhalve in overeenstemming met de Omgevingsvisie.

bestemmingsplan Lange Heggen West te Beugen

21

3.2.2 Interim omgevingsverordening Provinciale Staten hebben op 29 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening vastgesteld (geconsolideerde versie d.d. 8 december 2020). De Interim omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Interim omgevingsverordening vervangt een aantal provinciale verordeningen: provinciale milieuverordening verordening natuurbescherming verordening ontgrondingen verordening ruimte verordening water verordening wegen De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid zoals de Omgevingsvisie. De beleidsneutrale omzetting betekent overigens niet dat er in het geheel geen wijzigingen ten opzichte van de huidige verordeningen zijn verwerkt. Belangrijke uitgangspunten vanuit de Omgevingsvisie zijn verwerkt.

De nieuwe manier van werken met diep, rond en breed kijken is opgenomen en er wordt vaker een koppeling gelegd met omgevingskwaliteit door bijvoorbeeld sanering van leegstaand vastgoed elders. De nadruk op omgevingskwaliteit komt ook tot uitdrukking bij de kwalitatieve benadering voor hergebruik van leegstaand vastgoed in het landelijk gebied en duurzame verstedelijking. De voorgenomen planontwikkeling ziet toe op het toevoegen van 27 grondgebonden woningen. Het plangebied is op basis van de omgevingsverordening gelegen in het landelijk gebied. Daarnaast is de locatie aangeduid als gebied waar 'Verstedelijking Afweegbaar' is. Een uitsnede van de verbeelding van de verordening is in figuur 5 weergegeven. In het navolgende worden de relevante regels uit de interim verordening, die van toepassing zijn op voorliggend voornemen, samengevat en vindt de toets aan de regels plaats.

22

bestemmingsplan Lange Heggen West te Beugen

Figuur 5: uitsnede verbeelding Interim omgevingsverordening

Basisprincipes Op basis van de interim omgevings verordening dient een aantal basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies gehanteerd te worden om invulling te kunnen geven aan een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving. Er dient rekening gehouden te worden met de volgende basisprincipes: 1. 2. 3.

zorgvuldig ruimtegebruik; de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; meerwaardecreatie.

Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat nieuwvestiging mogelijk is op grond van de interim verordening en er feitelijke of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie op grond van de interim verordening is toegestaan. Bij een stedelijke ontwikkeling moet daarnaast toepassing gegeven zijn aan artikel 3.1.6., tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking).

De lagenbenadering omvat de effecten op: de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van personen- en goederenvervoer; de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de

bestemmingsplan Lange Heggen West te Beugen

23

bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling in Landelijk gebied mogelijk maakt, bepaalt daarnaast dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of omgeving. Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: dit financieel, juridisch en feitelijk geborgd is in het plan; of de afspraken uit het regionaal overleg worden nagekomen. Stedelijke ontwikkelingen Op grond van artikel 3.42 van de interim verordening is de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen in beginsel uitsluitend toegestaan binnen Stedelijk gebied.

In afwijking van artikel 3.42 kan een bestemmingsplan ter plaatse van de aanduiding 'Verstedelijking afweegbaar' voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als: 1. 2. 3. 4.

binnen stedelijk gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken; de stedenbouwkundige en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waardonder een duurzame afronding van het stedelijk gebied.

Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: 1. 2. 3. 4.

bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de tranformatie van verouderde stedelijke gebieden; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; 5. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; 6. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Daarnaast houdt de stedenbouwkundige en landschappelijke inrichting rekening met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving, waaronder een duurzame afronding van het stedelijk gebied.

Toets van het voornemen aan de interim verordening Voorliggend planvoornemen vindt niet plaats binnen bestaand ruimtebeslag, maar in gebied dat is aangeduid als 'verstedelijking afweegbaar'. Het plangebied ligt echter ingeklemd tussen het bestaand stedelijk gebied van de kern Beugen. Aan de noord- en oostzijde grenst het gebied aan bestaande woonwijken. In het zuiden

24

bestemmingsplan Lange Heggen West te Beugen

grenst het gebied aan bedrijvenpark Sterckwijck en aan de oostzijde ligt het sportcomplex de Slatert. Het plangebied maakt daarmee onderdeel uit van het laatste stukje agrarisch gebied omsloten door het bestaand stedelijk gebied. Het plangebied ligt daarmee geisoleerd van het agrarisch buitengebied van Beugen. Met het in ontwikkeling brengen van deze locatie wordt gekozen voor een duurzame afronding van de kern Beugen. In het stedenbouwkundig plan is daarnaast ingestoken op de realisatie van een kwalitatief hoogwaardig woongebied met een eveneens kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte met groene zones en voldoende ruimte voor waterberging. Het plangebied wordt door een robuuste groenzone omzoomd. Daarmee wordt er een goede verbinding gelegd met het buitengebied. Het groene buitengebied wordt hiermee het stedelijk gebied 'ingetrokken' via de Lange Heggen. De groene zone langs de Lange Heggen legt daarnaast ook een koppeling met het groen in de woonhofjes. In paragraaf 2.3 Planvoornemen is nader ingegaan op het stedenbouwkundig plan en de groen- en waterstructuur. Het stedenbouwkundig plan voorziet in de fysieke verbetering van de leefomgeving door realisatie van een kwalitatief hoogwaardig woonmilieu en openbare ruimte. In paragraaf 3.1.3 Bro: Ladder voor duurzame verstedelijking is een onderbouwing gegeven van de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking.

Daarin is tevens onderbouwd waarom de ontwikkeling niet mogelijk is binnen bestaand stedelijk gebied. Op basis van de ladderonderbouwing is geconcludeerd dat met het voorgenomen plan voldaan wordt aan de ladder voor duurzame verstelijking uit het Bro en dat tevens sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik door te kiezen voor een duurzame afronding van de kern Beugen. De effecten op de omgevingsacpecten zijn nader uitgewerkt in hoofdstuk 4. Daarnaast is in paragraaf 3.3.1 Volkshuisvesting onderbouwd dat de ontwikkelingen passen binnen de regionale afspraken. Omdat sprake is van een stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is de gemeentelijke regeling kwaliteitsverbetering van het landschap van toepassing. In deze regeling is opgenomen dat ingeval van een stedelijke uitbreiding in transformatiegebied er standaard een bedrag van € 3,-- per m² bruto oppervlak in het gemeentelijk landschapsfonds zal worden gestort. In dit geval komt dit neer op een bedrag van 12.660 x € 3,-= € 37.980,--. Dit bedrag wordt in de exploitatie van het plan meegenomen. Op basis van het voorgaande kan derhalve geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling passend is binnen de kaders van de interim omgevingsverordening.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Volkshuisvesting In 2018 is de Regionale woningmarktstrategie Land van Cuijk vastgesteld. Deze woningmarktstrategie vormt de basis voor uitwerking van het gemeentelijk woonbeleid. Deze woningmarktstrategie biedt de volgende relevante uitgangspunten. Het uitgangspunt van het gemeentelijk beleid is om voldoende woningaanbod te realiseren. Dit om te voorkomen dat mensen de gemeente verlaten omdat ze hun woonwens niet kunnen vervullen. We sturen dan ook op realisatie van productie in plaats van op plancapaciteit. Ervaring leert namelijk dat een deel van de woningbouwplannen wordt uitgesteld of geen doorgang vindt. Om te voorkomen dat de bouwproductie achterblijft bij de behoefte houden we daarom altijd rekening met een overcapaciteit van 30%. Dit maakt ons tegelijkertijd wendbaar en biedt ons mogelijkheden om te sturen bij nieuwe ontwikkelingen. Algemeen wordt gesteld dat de woningvraag in kleine kernen beperkt en diffuus is en daarom vraagt om maatwerk. Daarom geldt in de kleine kernen het principe van ondernemerschap en 'goede plannen'. Concreet betekent dit dan ook dat de gemeente niet strak stuurt op harde aantallen of een vaststaand programma. Wel is het belangrijk dat de ontwikkeling inspeelt op de huidige behoefte (en afzetbaar is) en een bijdrage levert aan de behoefte op langere termijn.

Onder ondernemerschap verstaan we het stimuleren en faciliteren van nieuwe initiatieven vanuit de

bestemmingsplan Lange Heggen West te Beugen

25

kernen. Voor 'goede plannen' geldt een deugdelijke motivering: een plan dat haalbaar is, waarvan ook de verkoop al (zo goed als) geregeld is, financierbaar is en het plan in beginsel niet meer dan circa 15 woningen bevat. Gezien het belang van de ruimtelijke- en leefkwaliteit van de dorpen zet de gemeente, naast inbreidingsen herstructureringslocaties, in op benutten van de kansen die transformatie van bestaand leegstaand of leegkomend vastgoed in het bestaand stedelijk gebied bieden. Wanneer de druk op de woningmarkt zo groot is en het echt niet mogelijk is de woningbouwopgave in het bestaand stedelijk gebied te realiseren via nieuwbouw, transformatie of splitsing bestaande voorraad, kan worden afgewogen een uitbreidingslocatie te realiseren. In de 'lokale bijlage van de gemeente Boxmeer' bij de Regionale Woningmarktstrategie is bovendien als actiepunt benoemd: “Meer gewicht toekennen aan kansen op realisatie dan vasthouden aan strikte toepassing van het woningbouwprogramma” en “Plannen van private partijen die stagneren herijken”. Onder de doelstellingen (Wat willen we bereiken) staat beschreven: “een constant aanbod van kavels en nieuwbouwwoningen voor diverse doelgroepen”. De provinciale prognose geeft een beeld van de kwantitatieve woningbehoefte-ontwikkeling in de gemeente Boxmeer. De provincie Noord-Brabant heeft eind 2020 de prognoses geactualiseerd.

Hieruit blijkt dat de bevolkingsgroei en de woningbehoefte sterk naar boven zijn bijgesteld. In de provinciale prognose is de behoefte voor de gemeente Boxmeer in de periode tot 2030 geraamd op +1.200 woningen (de eerdere prognose bedroeg +650 woningen tot 2030). Voor de periode 2030-2040 kent de gemeente Boxmeer nog een aanvullend opgave van +400 woningen. Tot 2040 is er op basis van de provinciale prognose derhalve sprake van toename van de woningbehoefte. Duidelijk is dat de grootste opgave is gericht op de eerstkomende tien tot vijftien jaar. De gemeenten in de regio Land van Cuijk stellen bouwen naar (lokale) behoefte als een gedeeld (regionaal) belang. Omdat eerder geconcludeerd is dat voorliggend planvoornemen voorziet in de actuele behoefte, wordt tegelijkertijd geconcludeerd dat ook voorzien wordt in een regionale behoefte.

Gevolg planvoornemen Door het plan zal het aantal woningen met 27 toenemen. De toevoeging van de 27 woningen is kwantitatief gezien passend binnen het woningbouwprogramma van de gemeente Boxmeer en de kern Beugen. Ook in kwalitatitief opzicht blijkt dat de woningen aansluiten op de huidige woningbehoefte. 3.3.2 Structuurvisie Boxmeer De gemeente Boxmeer beschikt over een ruimtelijke structuurvisie voor de periode tot 2030 (vastgesteld 12 december 2013). In de structuurvisie geeft de gemeente haar ruimtelijke ontwikkelingsvisie voor de lange termijn. Het plangebied is gelegen in de kern Beugen. Uitgangspunt in de kernen is dat het van belang is dat gezocht wordt naar een goede ruimtelijke inpassing van kleinschalige ontwikkelingen. De lokale karakteristiek is hierbij het uitgangspunt. Verweving van wonen en overige functies is hierbij van belang. In de structuurvisie zijn de zoekgebieden voor stedelijke ontwikkeling overgenomen. Ook de locatie Sportpark/ Lange Heggen, waar onderhavig plangebied onderdeel van uit maakt, is opgenomen in de structuurvisie. Voor deze locatie is opgenomen dat overwogen kan worden om een planmatige invulling te realiseren voor woningbouw. Daarnaast is opgenomen dat in de overgangszone tussen Sterckwijck en de bestaande kern op kleine schaal ontwikkelingen plaats kunnen vinden.

Gevolg planvoornemen De woningen die worden gerealiseerd sluiten aan bij zowel de kwalitatieve als kwantitatieve woonbehoefte

26

bestemmingsplan Lange Heggen West te Beugen

binnen de kern Beugen. Daarnaast wordt bij de situering van de woningen en de inrichting van de openbare ruimte (groen en infra) binnen het plangebied rekening gehouden met de bestaande ruimtelijke structuren, zodat het voornemen op adequate wijze stedenbouwkundig wordt ingepast. De planlocatie is daarnaast gelegen in een gebied waar op basis van de structuurvisie stedelijke ontwikkelingen afweegbaar zijn. Het planvoornemen is hiermee passend binnen de structuurvisie. 3.3.3 Duurzaamheid en klimaatbestendig bouwen Het klimaat verandert. Dat uit zich ook in Boxmeer in een toename van heftige regenbuien, gevolgd door langdurige droogte en hogere, tropische temperaturen. Het wordt kortom vaker te droog, te nat en te warm. De gemeenten in het Land van Cuijk spelen hier samen met het waterschap op in door de openbare ruimte klimaatbestendig te maken. Ook particulieren kunnen hun steentje bijdragen door hun woning en tuin bestand te maken tegen te warm, te droog en te nat. Met verschillende maatregelen kan er voor gezorgd worden dat de hitte de woning minder binnendringt: een groen dak en een groene gevel zorgen voor verkoeling (met name voor ouderen belangrijk), een dak met overstek voorkomt dat de zon, als deze hoog aan de hemel staat, naar binnen schijnt of de muren verwarmt, en een gebouw met witte muren weerkaatst de warmte meer, waardoor minder warmte wordt geabsorbeerd.

Ook een goede zonwering en voldoende schaduwrijke plekken dragen bij aan de klimaatbestendigheid van een woning en haar omgeving. Met regentonnen, infiltratiekratten, molgoten en met een groene tuin kan verdroging van de bodem tegen worden gegaan en wateroverlast voorkomen. Wateroverlast in en om de woning, maar ook verderop, bij het riool. Ook met een halfverharde parkeerplaats krijgt het regenwater meer kans om in de bodem te infiltreren. De gemeente Boxmeer maakt gebruik van de ontwerptool GPR gebouw. Voor particulieren die zelf een huis en/of ander gebouw (laten) (ver)bouwen is deze ontwerptool een belangrijk hulpmiddel. Wanneer grond wordt gekocht van de gemeente of als de gemeente er anderszins bij betrokken is, kan men gratis toegang krijgen tot de ontwerptool GPR-gebouw.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Boxmeer&id=c98d0a23-2d39-4faf-8821-1bc1851eff8b