2021-R-522g Bijlage 1 bij toelichting - Beeldkwaliteitsplan
Tekst van het document
bedrijf. Vanwege een specifieke bedrijfsvoering kan incidenteel een
gesitueerd dat het ladend en lossend verkeer kan manoeuvreren
tweede inrit worden toegestaan. Een inrit is maximaal 8 meter breed
en zich kan opstellen op de kavel zelf, zodat het openbaar gebied
en wordt bij voorkeur gecombineerd met de inrit van het naastge-
hier niet mee wordt belast. Laden en lossen dient aan de zijkant
legen bedrijf. Vanaf de gebiedsontsluitingsweg zijn geen inritten
(niet zichtbaar vanaf de gebiedsontsluitingsweg) of aan de zijde
toegestaan.
van de erfontsluitingsweg plaats te vinden. Laad-/losdeuren aan de
•
Aan de zijde van de erfontsluitingsweg geldt slechts een minimale
•
Parkeren vindt geheel plaats op eigen terrein. Het parkeren dient in
voorzijde dienen minimaal 10 meter terug te liggen ten opzichte van
eerste instantie aan de zijde van de erfontsluitingsweg te worden
de op de erfontsluitingsweg gerichte voorgevel.
gesitueerd. Indien deze zijde niet voldoende parkeerruimte biedt,
Op de hoeken en andere bijzondere locaties (ter plaatse van het op
kan ook aan de zijkant worden geparkeerd. In de meeste gevallen
de kaart aangegeven sterretje) zijn accenten gewenst, dit betekent
zal het bezoekersparkeren aan de voorzijde plaatsvinden en worden,
dat extra aandacht dient te worden besteed aan de vormgeving van
afhankelijk van de behoefte, de parkeerplaatsen voor het personeel
de bebouwing en inrichting van de kavel.
elders op de kavel gerealiseerd. Het verdient de aanbeveling om het parkeren bij naast elkaar gelegen bedrijven te realiseren met een
Inrichting kavel
gezamenlijke inrit. Hiermee kan het aantal inritten worden beperkt en
•
kan efficiënt met de ruimte worden omgegaan.
Aan de zijde van de gebiedsontsluitingsweg geldt een voorgevelrooilijnzone. Dit betekent dat ten minste 60% van de voorgevel tussen
Opslag dient bij voorkeur overdekt plaats te vinden. Goederen
de aangegeven minimale en maximaal bebouwingsgrens gerea-
en materialen moeten in ieder geval uit het zicht liggen vanaf de
liseerd moet worden. Ten oosten van de noord-zuid gerichte laan
openbare weg.
staat de bebouwing versprongen ten opzichte van elkaar aan de
48
•
•
De hoogte van de erfafscheidingen voor de voorgevel mogen
weg. Hierbij blijft de rechthoekige vorm het uitgangspunt (geen met
maximaal 1 meter bedragen. Ook de erfafscheidingen voor de
de weg meegebogen voorgevel).
representatieve voorgevel aan de zijde van de gebiedsontslui-
tingsweg hebben een maximale hoogte van 1 meter. Langs het
Bedrijven aan de noord-zuid gerichte laan (2B)
openbaar gebied wordt een haag gerealiseerd, eventueel gecom-
Dit deelgebied bevindt zich langs de noord-zuid gerichte laan. De
bineerd met een laag hekwerk. De overige erfafscheidingen achter
percelen zijn bestemd voor reguliere bedrijven. De bedrijven langs deze
(het verlengde van) de voorgevel kunnen worden uitgevoerd als een
interne ontsluitingsweg van Sterckwijck hebben een meer representa-
hekwerk met een maximale hoogte van 2 meter. Aan alle hekwerken
tieve uitstraling.
worden de volgende eisen gesteld: een zwarte kleurstelling, spijlen
•
in verticale richting met minimaal 10 cm. als tussenruimte, bovenkant
Bedrijfsbebouwing
hekwerk met vrije spijlen. Muren en schuttingen zijn niet toegestaan.
•
De kavelgrootte varieert van 2.500 m² tot 4.500 m².
De inrichting van de voorruimte van de kavels aan de zijde van de
•
Er kunnen aan de noord-zuid gerichte laan, in totaal 9 tot 12 kavels
gebiedsontsluitingsweg heeft een representatief karakter. Parkeren of andere bedrijfsmatige activiteiten zijn niet toegestaan. De voorter-
worden gerealiseerd. •
reinen krijgen een open, groene inrichting en manifesteren zich als privaat terrein (inrichtingselementen anders dan het aanliggende
zijn aan de aangegeven kavelgrens. •
openbaar gebied). Bij voorkeur worden de voorterreinen als één totaalgebied ontworpen in plaats van ieder voorterrein een afzonder-
De zijdelingse perceelsgrens en de bebouwing dienen evenwijdig te Voor de zijdelingse perceelsegrenzs (conform bestemmingsplan) geldt een bebouwingsafstand van minimaal 5 meter.
•
Er geldt conform het bestemmingsplan een maximale bouwhoogte
lijke inrichting. Dit kan bijvoorbeeld door een zelfde soort bomen en
van 16 meter voor het zuidelijk deel en 12 meter voor het noordelijk
beplanting in de voorruimte en het weglaten van erfafscheidingen op
deel.
de zijdelingse perceelsgrenzen.
•
Het maximale bebouwingspercentage bedraagt conform het bestemmingsplan 70%.
•
Het representatieve (kantoor-) deel van de bebouwing dient zich nadrukkelijk te oriënteren op de noord-zuid gerichte laan.
•
Laden en lossen moet verplicht op eigen terrein plaatsvinden. Met de situering van de bebouwing op de kavel dient hiermee rekening gehouden te worden. De laad- en losplaatsen moeten zo worden
G e m e e n t e B o x m e e r , B e e l d k w a l i t e i t p l a n S t e r c k w i j c k
Pouderoyen Compagnons
49
50
Deelgebieden 2B en 2C (regulier bedrijventerrein): referentiebeelden
gesitueerd dat het ladend en lossend verkeer kan manoeuvreren en
•
Opslag dient bij voorkeur overdekt plaats te vinden. Goederen
zich kan opstellen op de kavel zelf, zodat het openbaar gebied hier
en materialen moeten in ieder geval uit het zicht liggen vanaf de
niet mee wordt belast. Laden en lossen dient bij voorkeur aan de
openbare weg.
zijkant plaats te vinden. Laad-/losdeuren aan de voorzijde dienen
•
De hoogte van de erfafscheidingen voor de voorgevel mogen
minimaal 10 meter terug te liggen ten opzichte van de op de weg
maximaal 1 meter bedragen. Langs het openbaar gebied wordt een
gerichte voorgevel.
haag gerealiseerd, eventueel gecombineerd met een laag hekwerk. De overige erfafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel
Inrichting kavel
kunnen worden uitgevoerd als een hekwerk met een maximale
•
Langs de noord noord-zuid gerichte laan geldt een voorgevelrooi-
hoogte van 2 meter. Aan alle hekwerken worden de volgende eisen
lijnzone. Dit betekent dat ten minste 60% van de voorgevel tussen
gesteld: een zwarte kleurstelling, spijlen in verticale richting met
de aangegeven minimale en maximaal bebouwingsgrens gereali-
minimaal 10 cm. als tussenruimte, bovenkant hekwerk met vrije
seerd moet worden.
spijlen. Muren en schuttingen zijn niet toegestaan.
•
Ontsluiting vindt plaats vanaf de noord-zuid gerichte laan.
•
Het aantal inritten dient beperkt te blijven tot in principe één inrit per bedrijf. Vanwege een specifieke bedrijfsvoering kan incidenteel een tweede inrit worden toegestaan. Een inrit is maximaal 8 meter breed en wordt bij voorkeur gecombineerd met de inrit van het naastgelegen bedrijf.
•
Parkeren vindt geheel plaats op eigen terrein. Het parkeren vindt in eerste instantie plaats aan de voorzijde. Bij behoefte aan meer parkeerplaatsen kan in tweede instantie elders op de kavel worden geparkeerd. Het verdient de aanbeveling om het parkeren bij naast elkaar gelegen bedrijven te realiseren met een gezamenlijke inrit. Hiermee kan het aantal inritten worden beperkt en kan efficiënt met de ruimte worden omgegaan.
G e m e e n t e B o x m e e r , B e e l d k w a l i t e i t p l a n S t e r c k w i j c k
Pouderoyen Compagnons
51
Bedrijven op de flanken (2C) Deze bedrijven zijn gelegen achter de bedrijven die direct aan de noord-
Inrichting kavel
zuid gerichte laan zijn gelegen. Deze bedrijfskavels zijn bestemd voor
•
reguliere bedrijven. Hier is meer flexibiliteit mogelijk in de typen bedrijven en de inrichting van de bedrijfskavels.
Langs het openbaar gebied geldt alleen een minimale bebouwingsgrens.
•
Het aantal inritten dient beperkt te blijven tot in principe één inrit per bedrijf. Vanwege een specifieke bedrijfsvoering kan incidenteel een
Bedrijfsbebouwing
tweede inrit worden toegestaan. Een inrit is maximaal 8 meter breed
•
De kavelgrootte varieert van 2.000 m² tot 5.000 m².
en wordt bij voorkeur gecombineerd met de inrit van het naastge-
•
Er kunnen in totaal 20 tot 37 kavels worden gerealiseerd.
legen bedrijf.
•
De zijdelingse perceelsgrenzen en de bebouwing dienen evenwijdig
• • •
aanbeveling om het parkeren bij naast elkaar gelegen bedrijven te
Voor de zijdelingse perceelsgrens (conform het bestemmingsplan)
realiseren met een gezamenlijke inrit. Hiermee kan het aantal inritten
geldt een bebouwingsafstand van minimaal 5 meter.
worden beperkt en kan efficiënt met de ruimte worden omgegaan.
Er geldt conform het bestemmingsplan een maximale bouwhoogte
•
Opslag dient bij voorkeur overdekt plaats te vinden. Goederen
van 12 meter.
en materialen moeten in ieder geval uit het zicht liggen vanaf de
Het maximale bebouwingspercentage bedraagt conform het bestem-
openbare weg. •
De hoogte van de erfafscheidingen voor de voorgevel mogen
Laden en lossen moet verplicht op eigen terrein plaatsvinden. Met
maximaal 1 meter bedragen. Langs het openbaar gebied wordt een
de situering van de bebouwing op de kavel dient hiermee rekening
haag gerealiseerd, eventueel gecombineerd met een laag hekwerk.
gehouden te worden. De laad- en losplaatsen moeten zo worden
De overige erfafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel
gesitueerd dat het ladend en lossend verkeer kan manoeuvreren en
kunnen worden uitgevoerd als een hekwerk met een maximale
zich kan opstellen op de kavel zelf, zodat het openbaar gebied hier
hoogte van 2 meter. Aan alle hekwerken worden de volgende eisen
niet mee wordt belast. Laden en lossen dient bij voorkeur aan de
gesteld: een zwarte kleurstelling, spijlen in verticale richting met
zijkant plaats te vinden. Laad-/losdeuren aan de voorzijde dienen
minimaal 10 cm. als tussenruimte, bovenkant hekwerk met vrije
minimaal 10 meter terug te liggen ten opzichte van de op de weg
spijlen. Muren en schuttingen zijn niet toegestaan.
gerichte voorgevel.
52
Parkeren vindt geheel plaats op eigen terrein. Het verdient de
te zijn aan de aangegeven kavelgrens.
mingsplan 70%. •
•
G e m e e n t e B o x m e e r , B e e l d k w a l i t e i t p l a n S t e r c k w i j c k
Pouderoyen Compagnons
53
54
Deelgebied 3 wonigen en woon-werkeenheden Sterckwijck
3.4.3
Deelgebied 3
Bebouwingsvorm
Door de realisatie van zowel vrijstaande als halfvrijstaande woningen Als overgangsgebied tussen Sterckwijck en Beugen worden langs de
ontstaat een losse bebouwingsstructuur. Op de woon-werkpercelen
Lange Heggen woningen gerealiseerd. Een deel van deze woningen
worden uitsluitend vrijstaande woningen gerealiseerd. Er is sprake
is onderdeel van de woon-werkeenheden ten westen van de langzaam
van een eigentijdse interpretatie van een traditionele vormentaal. De
verkeerdoorgang. Het bedrijfsdeel van de woon-werkpercelen langs de
bouwhoogte bedraagt minimaal één laag met kap en maximaal twee
Lange Heggen behoort ook tot dit deelgebied.
lagen met een kap. Het gebruik van een kap is verplicht. Uitgesloten dient te worden dat repetitie ontstaat in de bebouwing. Door middel van wisselende rooilijnen, hoogten en differentiatie in vormgeving (gevelindeling, kleur- en materiaalgebruik, kapvormen en -richting e.d.) zal een dorps beeld worden gecreëerd. Iedere woning heeft een eigen signatuur, seriematige bouw is niet toegestaan. Er is sprake van een ingetogen vormgeving. Om doorzichten te creëren, is de woning op de woon-werkpercelen in het verlengde van de bijbehorende bedrijfshal gepositioneerd. Woningen worden onderscheidend van elkaar vormgegeven. Halfvrijstaande woningen worden als één pand ontworpen waardoor de dubbele woonfunctie niet leidt tot een beeld van twee aan elkaar gebouwde woningen, maar tot een eenheid. Een symmetrische opzet is daarbij mogelijk maar niet noodzakelijk. Het realiseren van een dorpse differentiatie is moeilijk vast te leggen in meetbare beeldkwaliteitseisen per woning. Met name zullen bij de toetsing in het kader van welstand meerdere woningontwerpen gelijktijdig
G e m e e n t e B o x m e e r , B e e l d k w a l i t e i t p l a n S t e r c k w i j c k
Pouderoyen Compagnons
55
worden behandeld, zodat ze niet alleen op zichzelf beoordeeld worden
ontstaan van eigentijdse, dorpse woningen. De materialisering is bij
maar ook in relatie tot het aanzien van de woningen in dezelfde straat en
voorkeur per woning verschillend. Repetitie van het bebouwingsbeeld
in het dorpssilhouet. Ten aanzien van de variatie in hoogte geldt:
wordt voorkomen doordat maximaal twee naast elkaar gerealiseerde
•
Voor minimaal 50% van de woningen is:
woningen een vergelijkbare architectuur mogen hebben. Afwisselend
- de goothoogte minimaal 3 meter en maximaal 4,5 meter;
kan gebruik worden gemaakt van traditionele materialen als baksteen en
- de nokhoogte maximaal 10 meter;
moderne materialen als plaatmateriaal, metaal en glas (zie referentie-
- de dakhelling minimaal 45 graden.
beelden).
•
Bij de overige woningen is: - de goothoogte maximaal 6 meter;
Voor- en zijgevels krijgen een verzorgde vormgeving en detaillering.
- de nokhoogte maximaal 10 meter;
Toepassing van erkers en duidelijke, expressieve dakoverstekken wordt
- de dakhelling minimaal 35 graden.
voorgestaan. De gevels hebben bij voorkeur een open karakter en kunnen zowel horizontaal als verticaal geleed zijn. De plaats, afmeting en
Architectuur, kleur en materiaalgebruik
verhoudingen van de raam-, deur- en andere openingen dienen goed op
Het bebouwingbeeld is gevarieerd. Het beeld sluit aan op het dorpse
elkaar en op de karakteristieken van het gebouw te zijn afgestemd.
karakter van Beugen, het moet herkenbaar zijn als woningbouw van begin 21e eeuw en het zorgt voor een geleidelijke overgang naar
Met betrekking tot materiaalgebruik kan worden gesteld dat enerzijds een
Sterckwijck. In de uitwerking geldt dan ook dat sprake moet zijn van een
traditionele toepassing van materialen en kleuren het uitgangspunt is.
eigentijdse interpretatie van een traditionele vormentaal. Een traditi-
Dit betekent een gebruik van bakstenen in een overwegend (rood)bruine
onele vormentaal is een eenvoudige rechthoekige plattegrond met een
tint, met een donkerbruin getinte plint, en houten kozijnen. Gemêleerde
zadeldak. Uitsparingen en aanbouwen zijn daaraan ondergeschikt.
kleurstelling van de gevel is mogelijk. Bij voorkeur wordt een gevel-
De woningen zijn op de Lange Heggen georiënteerd. Bij hoekwoningen
steen met structuur (bijvoorbeeld handvorm) gebruikt. Anderzijds is het
geldt een tweezijdige oriëntatie. De kopgevels bij hoekwoningen dienen
uitgangspunt dat de traditionele vorm wordt gerealiseerd met gebruik-
te worden verbijzonderd. Deze verbijzonderingen zijn onder meer
making van moderne, eigentijdse materialen als plaatmateriaal, metaal
wenselijk bij de geprojecteerde langzaam verkeerroute.
en of glas. Ook hierbij is sprake van een donkergetinte plint en in dit
Met gebruikmaking van de zelfde vormentaal moet een gevarieerd beeld
56
geval donkere kozijnen. Ook bij de woningen met een moderne materiali-
Ter versterking van het groene karakter van het woongebied worden
sering zijn dakoverstekken beeldbepalend
zowel op de overgang van openbaar naar privé (dus ook de achter-
Tussen de woningen onderling dient genuanceerd onderscheid aange-
zijde, grenzend aan de groenstrook) als op zijdelingse perceelsgrenzen
bracht te worden bij de kleur- en materiaaltoepassing. Incidenteel zijn
aan de voorzijde van de woningen hagen aangeplant. Gebruik wordt
een lichtere baksteen of wit pleisterwerk toegestaan. Voegen zijn donker-
gemaakt van één inheemse soort (haagbeuk, liguster, e.d.) door het hele
gekleurd en terugliggend. De toepassing van hout als gevelmateriaal is
deelgebied, om zo een eenduidig beeld te waarborgen. Ten aanzien van
toegestaan. De gekozen detaillering, materialen en kleuren zijn sober en
de maatvoering geldt het volgende:
ondersteunen het karakter van het bouwwerk. Niet toegestaan zijn felle
•
Hagen hebben een minimale breedtemaat van 0,50 meter.
kleuren of glimmende materialen.
•
Voor de voorgevel (voor- en zijtuinen), danwel het verlengde daarvan, hebben de hagen een maximale hoogtemaat van 1 meter.
De kleurstelling voor de dakbedekking wordt bepaald door de kleur van de gevel. Een terughoudende kleurstelling wordt voorgestaan. Hierbij
•
Omwille van privacy worden vanaf 5 meter vanaf de (doorge-
wordt ook gestreefd naar variatie. De woningen worden afgedekt met
trokken) voorgevel van de hoekwoningen hogere hagen op de
(ongeglazuurde) gebakken pannen of een vergelijkbaar type. De kleur-
scheiding geplaatst, die uit mogen groeien tot maximaal 1,80 meter
stelling is antraciet of (oranje)rood. De overgang van gevel naar dakvlak
hoogte. Eventueel worden deze gecombineerd met een transparant
dient zorgvuldig vormgegeven te worden.
hekwerk, waarbij een gemetselde muur van maximaal 0,50 meter hoog is toegestaan. Net als bij de haagsoort, wordt gebruik gemaakt van één principe-oplossing voor het hek-/muurwerk door het gehele deelgebied. •
De haagbeplanting wordt direct na de bouw, op eigen erf aangeplant en meegeleverd met de woning. In het koopcontract zal een handhavingsplicht worden opgenomen.
G e m e e n t e B o x m e e r , B e e l d k w a l i t e i t p l a n S t e r c k w i j c k
Pouderoyen Compagnons
57
58