CConstaterende datBoxmeer (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-R-522g Bijlage 1 bij toelichting - Beeldkwaliteitsplan

Raadsvergadering 8 juli 2021, gemeente Boxmeer (tot 2022)Bij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de 1ste herziening bestemmingsplan Sterckwijck12.207 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

bedrijf. Vanwege een specifieke bedrijfsvoering kan incidenteel een

gesitueerd dat het ladend en lossend verkeer kan manoeuvreren

tweede inrit worden toegestaan. Een inrit is maximaal 8 meter breed

en zich kan opstellen op de kavel zelf, zodat het openbaar gebied

en wordt bij voorkeur gecombineerd met de inrit van het naastge-

hier niet mee wordt belast. Laden en lossen dient aan de zijkant

legen bedrijf. Vanaf de gebiedsontsluitingsweg zijn geen inritten

(niet zichtbaar vanaf de gebiedsontsluitingsweg) of aan de zijde

toegestaan.

van de erfontsluitingsweg plaats te vinden. Laad-/losdeuren aan de

•

Aan de zijde van de erfontsluitingsweg geldt slechts een minimale

•

Parkeren vindt geheel plaats op eigen terrein. Het parkeren dient in

voorzijde dienen minimaal 10 meter terug te liggen ten opzichte van

eerste instantie aan de zijde van de erfontsluitingsweg te worden

de op de erfontsluitingsweg gerichte voorgevel.

gesitueerd. Indien deze zijde niet voldoende parkeerruimte biedt,

Op de hoeken en andere bijzondere locaties (ter plaatse van het op

kan ook aan de zijkant worden geparkeerd. In de meeste gevallen

de kaart aangegeven sterretje) zijn accenten gewenst, dit betekent

zal het bezoekersparkeren aan de voorzijde plaatsvinden en worden,

dat extra aandacht dient te worden besteed aan de vormgeving van

afhankelijk van de behoefte, de parkeerplaatsen voor het personeel

de bebouwing en inrichting van de kavel.

elders op de kavel gerealiseerd. Het verdient de aanbeveling om het parkeren bij naast elkaar gelegen bedrijven te realiseren met een

Inrichting kavel

gezamenlijke inrit. Hiermee kan het aantal inritten worden beperkt en

•

kan efficiënt met de ruimte worden omgegaan.

Aan de zijde van de gebiedsontsluitingsweg geldt een voorgevelrooilijnzone. Dit betekent dat ten minste 60% van de voorgevel tussen

Opslag dient bij voorkeur overdekt plaats te vinden. Goederen

de aangegeven minimale en maximaal bebouwingsgrens gerea-

en materialen moeten in ieder geval uit het zicht liggen vanaf de

liseerd moet worden. Ten oosten van de noord-zuid gerichte laan

openbare weg.

staat de bebouwing versprongen ten opzichte van elkaar aan de

48

•

•

De hoogte van de erfafscheidingen voor de voorgevel mogen

weg. Hierbij blijft de rechthoekige vorm het uitgangspunt (geen met

maximaal 1 meter bedragen. Ook de erfafscheidingen voor de

de weg meegebogen voorgevel).

representatieve voorgevel aan de zijde van de gebiedsontslui-

tingsweg hebben een maximale hoogte van 1 meter. Langs het

Bedrijven aan de noord-zuid gerichte laan (2B)

openbaar gebied wordt een haag gerealiseerd, eventueel gecom-

Dit deelgebied bevindt zich langs de noord-zuid gerichte laan. De

bineerd met een laag hekwerk. De overige erfafscheidingen achter

percelen zijn bestemd voor reguliere bedrijven. De bedrijven langs deze

(het verlengde van) de voorgevel kunnen worden uitgevoerd als een

interne ontsluitingsweg van Sterckwijck hebben een meer representa-

hekwerk met een maximale hoogte van 2 meter. Aan alle hekwerken

tieve uitstraling.

worden de volgende eisen gesteld: een zwarte kleurstelling, spijlen

•

in verticale richting met minimaal 10 cm. als tussenruimte, bovenkant

Bedrijfsbebouwing

hekwerk met vrije spijlen. Muren en schuttingen zijn niet toegestaan.

•

De kavelgrootte varieert van 2.500 m² tot 4.500 m².

De inrichting van de voorruimte van de kavels aan de zijde van de

•

Er kunnen aan de noord-zuid gerichte laan, in totaal 9 tot 12 kavels

gebiedsontsluitingsweg heeft een representatief karakter. Parkeren of andere bedrijfsmatige activiteiten zijn niet toegestaan. De voorter-

worden gerealiseerd. •

reinen krijgen een open, groene inrichting en manifesteren zich als privaat terrein (inrichtingselementen anders dan het aanliggende

zijn aan de aangegeven kavelgrens. •

openbaar gebied). Bij voorkeur worden de voorterreinen als één totaalgebied ontworpen in plaats van ieder voorterrein een afzonder-

De zijdelingse perceelsgrens en de bebouwing dienen evenwijdig te Voor de zijdelingse perceelsegrenzs (conform bestemmingsplan) geldt een bebouwingsafstand van minimaal 5 meter.

•

Er geldt conform het bestemmingsplan een maximale bouwhoogte

lijke inrichting. Dit kan bijvoorbeeld door een zelfde soort bomen en

van 16 meter voor het zuidelijk deel en 12 meter voor het noordelijk

beplanting in de voorruimte en het weglaten van erfafscheidingen op

deel.

de zijdelingse perceelsgrenzen.

•

Het maximale bebouwingspercentage bedraagt conform het bestemmingsplan 70%.

•

Het representatieve (kantoor-) deel van de bebouwing dient zich nadrukkelijk te oriënteren op de noord-zuid gerichte laan.

•

Laden en lossen moet verplicht op eigen terrein plaatsvinden. Met de situering van de bebouwing op de kavel dient hiermee rekening gehouden te worden. De laad- en losplaatsen moeten zo worden

G e m e e n t e B o x m e e r , B e e l d k w a l i t e i t p l a n S t e r c k w i j c k

Pouderoyen Compagnons

49

50

Deelgebieden 2B en 2C (regulier bedrijventerrein): referentiebeelden

gesitueerd dat het ladend en lossend verkeer kan manoeuvreren en

•

Opslag dient bij voorkeur overdekt plaats te vinden. Goederen

zich kan opstellen op de kavel zelf, zodat het openbaar gebied hier

en materialen moeten in ieder geval uit het zicht liggen vanaf de

niet mee wordt belast. Laden en lossen dient bij voorkeur aan de

openbare weg.

zijkant plaats te vinden. Laad-/losdeuren aan de voorzijde dienen

•

De hoogte van de erfafscheidingen voor de voorgevel mogen

minimaal 10 meter terug te liggen ten opzichte van de op de weg

maximaal 1 meter bedragen. Langs het openbaar gebied wordt een

gerichte voorgevel.

haag gerealiseerd, eventueel gecombineerd met een laag hekwerk. De overige erfafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel

Inrichting kavel

kunnen worden uitgevoerd als een hekwerk met een maximale

•

Langs de noord noord-zuid gerichte laan geldt een voorgevelrooi-

hoogte van 2 meter. Aan alle hekwerken worden de volgende eisen

lijnzone. Dit betekent dat ten minste 60% van de voorgevel tussen

gesteld: een zwarte kleurstelling, spijlen in verticale richting met

de aangegeven minimale en maximaal bebouwingsgrens gereali-

minimaal 10 cm. als tussenruimte, bovenkant hekwerk met vrije

seerd moet worden.

spijlen. Muren en schuttingen zijn niet toegestaan.

•

Ontsluiting vindt plaats vanaf de noord-zuid gerichte laan.

•

Het aantal inritten dient beperkt te blijven tot in principe één inrit per bedrijf. Vanwege een specifieke bedrijfsvoering kan incidenteel een tweede inrit worden toegestaan. Een inrit is maximaal 8 meter breed en wordt bij voorkeur gecombineerd met de inrit van het naastgelegen bedrijf.

•

Parkeren vindt geheel plaats op eigen terrein. Het parkeren vindt in eerste instantie plaats aan de voorzijde. Bij behoefte aan meer parkeerplaatsen kan in tweede instantie elders op de kavel worden geparkeerd. Het verdient de aanbeveling om het parkeren bij naast elkaar gelegen bedrijven te realiseren met een gezamenlijke inrit. Hiermee kan het aantal inritten worden beperkt en kan efficiënt met de ruimte worden omgegaan.

G e m e e n t e B o x m e e r , B e e l d k w a l i t e i t p l a n S t e r c k w i j c k

Pouderoyen Compagnons

51

Bedrijven op de flanken (2C) Deze bedrijven zijn gelegen achter de bedrijven die direct aan de noord-

Inrichting kavel

zuid gerichte laan zijn gelegen. Deze bedrijfskavels zijn bestemd voor

•

reguliere bedrijven. Hier is meer flexibiliteit mogelijk in de typen bedrijven en de inrichting van de bedrijfskavels.

Langs het openbaar gebied geldt alleen een minimale bebouwingsgrens.

•

Het aantal inritten dient beperkt te blijven tot in principe één inrit per bedrijf. Vanwege een specifieke bedrijfsvoering kan incidenteel een

Bedrijfsbebouwing

tweede inrit worden toegestaan. Een inrit is maximaal 8 meter breed

•

De kavelgrootte varieert van 2.000 m² tot 5.000 m².

en wordt bij voorkeur gecombineerd met de inrit van het naastge-

•

Er kunnen in totaal 20 tot 37 kavels worden gerealiseerd.

legen bedrijf.

•

De zijdelingse perceelsgrenzen en de bebouwing dienen evenwijdig

• • •

aanbeveling om het parkeren bij naast elkaar gelegen bedrijven te

Voor de zijdelingse perceelsgrens (conform het bestemmingsplan)

realiseren met een gezamenlijke inrit. Hiermee kan het aantal inritten

geldt een bebouwingsafstand van minimaal 5 meter.

worden beperkt en kan efficiënt met de ruimte worden omgegaan.

Er geldt conform het bestemmingsplan een maximale bouwhoogte

•

Opslag dient bij voorkeur overdekt plaats te vinden. Goederen

van 12 meter.

en materialen moeten in ieder geval uit het zicht liggen vanaf de

Het maximale bebouwingspercentage bedraagt conform het bestem-

openbare weg. •

De hoogte van de erfafscheidingen voor de voorgevel mogen

Laden en lossen moet verplicht op eigen terrein plaatsvinden. Met

maximaal 1 meter bedragen. Langs het openbaar gebied wordt een

de situering van de bebouwing op de kavel dient hiermee rekening

haag gerealiseerd, eventueel gecombineerd met een laag hekwerk.

gehouden te worden. De laad- en losplaatsen moeten zo worden

De overige erfafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel

gesitueerd dat het ladend en lossend verkeer kan manoeuvreren en

kunnen worden uitgevoerd als een hekwerk met een maximale

zich kan opstellen op de kavel zelf, zodat het openbaar gebied hier

hoogte van 2 meter. Aan alle hekwerken worden de volgende eisen

niet mee wordt belast. Laden en lossen dient bij voorkeur aan de

gesteld: een zwarte kleurstelling, spijlen in verticale richting met

zijkant plaats te vinden. Laad-/losdeuren aan de voorzijde dienen

minimaal 10 cm. als tussenruimte, bovenkant hekwerk met vrije

minimaal 10 meter terug te liggen ten opzichte van de op de weg

spijlen. Muren en schuttingen zijn niet toegestaan.

gerichte voorgevel.

52

Parkeren vindt geheel plaats op eigen terrein. Het verdient de

te zijn aan de aangegeven kavelgrens.

mingsplan 70%. •

•

G e m e e n t e B o x m e e r , B e e l d k w a l i t e i t p l a n S t e r c k w i j c k

Pouderoyen Compagnons

53

54

Deelgebied 3 wonigen en woon-werkeenheden Sterckwijck

3.4.3

Deelgebied 3

Bebouwingsvorm

Door de realisatie van zowel vrijstaande als halfvrijstaande woningen Als overgangsgebied tussen Sterckwijck en Beugen worden langs de

ontstaat een losse bebouwingsstructuur. Op de woon-werkpercelen

Lange Heggen woningen gerealiseerd. Een deel van deze woningen

worden uitsluitend vrijstaande woningen gerealiseerd. Er is sprake

is onderdeel van de woon-werkeenheden ten westen van de langzaam

van een eigentijdse interpretatie van een traditionele vormentaal. De

verkeerdoorgang. Het bedrijfsdeel van de woon-werkpercelen langs de

bouwhoogte bedraagt minimaal één laag met kap en maximaal twee

Lange Heggen behoort ook tot dit deelgebied.

lagen met een kap. Het gebruik van een kap is verplicht. Uitgesloten dient te worden dat repetitie ontstaat in de bebouwing. Door middel van wisselende rooilijnen, hoogten en differentiatie in vormgeving (gevelindeling, kleur- en materiaalgebruik, kapvormen en -richting e.d.) zal een dorps beeld worden gecreëerd. Iedere woning heeft een eigen signatuur, seriematige bouw is niet toegestaan. Er is sprake van een ingetogen vormgeving. Om doorzichten te creëren, is de woning op de woon-werkpercelen in het verlengde van de bijbehorende bedrijfshal gepositioneerd. Woningen worden onderscheidend van elkaar vormgegeven. Halfvrijstaande woningen worden als één pand ontworpen waardoor de dubbele woonfunctie niet leidt tot een beeld van twee aan elkaar gebouwde woningen, maar tot een eenheid. Een symmetrische opzet is daarbij mogelijk maar niet noodzakelijk. Het realiseren van een dorpse differentiatie is moeilijk vast te leggen in meetbare beeldkwaliteitseisen per woning. Met name zullen bij de toetsing in het kader van welstand meerdere woningontwerpen gelijktijdig

G e m e e n t e B o x m e e r , B e e l d k w a l i t e i t p l a n S t e r c k w i j c k

Pouderoyen Compagnons

55

worden behandeld, zodat ze niet alleen op zichzelf beoordeeld worden

ontstaan van eigentijdse, dorpse woningen. De materialisering is bij

maar ook in relatie tot het aanzien van de woningen in dezelfde straat en

voorkeur per woning verschillend. Repetitie van het bebouwingsbeeld

in het dorpssilhouet. Ten aanzien van de variatie in hoogte geldt:

wordt voorkomen doordat maximaal twee naast elkaar gerealiseerde

•

Voor minimaal 50% van de woningen is:

woningen een vergelijkbare architectuur mogen hebben. Afwisselend

- de goothoogte minimaal 3 meter en maximaal 4,5 meter;

kan gebruik worden gemaakt van traditionele materialen als baksteen en

- de nokhoogte maximaal 10 meter;

moderne materialen als plaatmateriaal, metaal en glas (zie referentie-

- de dakhelling minimaal 45 graden.

beelden).

•

Bij de overige woningen is: - de goothoogte maximaal 6 meter;

Voor- en zijgevels krijgen een verzorgde vormgeving en detaillering.

- de nokhoogte maximaal 10 meter;

Toepassing van erkers en duidelijke, expressieve dakoverstekken wordt

- de dakhelling minimaal 35 graden.

voorgestaan. De gevels hebben bij voorkeur een open karakter en kunnen zowel horizontaal als verticaal geleed zijn. De plaats, afmeting en

Architectuur, kleur en materiaalgebruik

verhoudingen van de raam-, deur- en andere openingen dienen goed op

Het bebouwingbeeld is gevarieerd. Het beeld sluit aan op het dorpse

elkaar en op de karakteristieken van het gebouw te zijn afgestemd.

karakter van Beugen, het moet herkenbaar zijn als woningbouw van begin 21e eeuw en het zorgt voor een geleidelijke overgang naar

Met betrekking tot materiaalgebruik kan worden gesteld dat enerzijds een

Sterckwijck. In de uitwerking geldt dan ook dat sprake moet zijn van een

traditionele toepassing van materialen en kleuren het uitgangspunt is.

eigentijdse interpretatie van een traditionele vormentaal. Een traditi-

Dit betekent een gebruik van bakstenen in een overwegend (rood)bruine

onele vormentaal is een eenvoudige rechthoekige plattegrond met een

tint, met een donkerbruin getinte plint, en houten kozijnen. Gemêleerde

zadeldak. Uitsparingen en aanbouwen zijn daaraan ondergeschikt.

kleurstelling van de gevel is mogelijk. Bij voorkeur wordt een gevel-

De woningen zijn op de Lange Heggen georiënteerd. Bij hoekwoningen

steen met structuur (bijvoorbeeld handvorm) gebruikt. Anderzijds is het

geldt een tweezijdige oriëntatie. De kopgevels bij hoekwoningen dienen

uitgangspunt dat de traditionele vorm wordt gerealiseerd met gebruik-

te worden verbijzonderd. Deze verbijzonderingen zijn onder meer

making van moderne, eigentijdse materialen als plaatmateriaal, metaal

wenselijk bij de geprojecteerde langzaam verkeerroute.

en of glas. Ook hierbij is sprake van een donkergetinte plint en in dit

Met gebruikmaking van de zelfde vormentaal moet een gevarieerd beeld

56

geval donkere kozijnen. Ook bij de woningen met een moderne materiali-

Ter versterking van het groene karakter van het woongebied worden

sering zijn dakoverstekken beeldbepalend

zowel op de overgang van openbaar naar privé (dus ook de achter-

Tussen de woningen onderling dient genuanceerd onderscheid aange-

zijde, grenzend aan de groenstrook) als op zijdelingse perceelsgrenzen

bracht te worden bij de kleur- en materiaaltoepassing. Incidenteel zijn

aan de voorzijde van de woningen hagen aangeplant. Gebruik wordt

een lichtere baksteen of wit pleisterwerk toegestaan. Voegen zijn donker-

gemaakt van één inheemse soort (haagbeuk, liguster, e.d.) door het hele

gekleurd en terugliggend. De toepassing van hout als gevelmateriaal is

deelgebied, om zo een eenduidig beeld te waarborgen. Ten aanzien van

toegestaan. De gekozen detaillering, materialen en kleuren zijn sober en

de maatvoering geldt het volgende:

ondersteunen het karakter van het bouwwerk. Niet toegestaan zijn felle

•

Hagen hebben een minimale breedtemaat van 0,50 meter.

kleuren of glimmende materialen.

•

Voor de voorgevel (voor- en zijtuinen), danwel het verlengde daarvan, hebben de hagen een maximale hoogtemaat van 1 meter.

De kleurstelling voor de dakbedekking wordt bepaald door de kleur van de gevel. Een terughoudende kleurstelling wordt voorgestaan. Hierbij

•

Omwille van privacy worden vanaf 5 meter vanaf de (doorge-

wordt ook gestreefd naar variatie. De woningen worden afgedekt met

trokken) voorgevel van de hoekwoningen hogere hagen op de

(ongeglazuurde) gebakken pannen of een vergelijkbaar type. De kleur-

scheiding geplaatst, die uit mogen groeien tot maximaal 1,80 meter

stelling is antraciet of (oranje)rood. De overgang van gevel naar dakvlak

hoogte. Eventueel worden deze gecombineerd met een transparant

dient zorgvuldig vormgegeven te worden.

hekwerk, waarbij een gemetselde muur van maximaal 0,50 meter hoog is toegestaan. Net als bij de haagsoort, wordt gebruik gemaakt van één principe-oplossing voor het hek-/muurwerk door het gehele deelgebied. •

De haagbeplanting wordt direct na de bouw, op eigen erf aangeplant en meegeleverd met de woning. In het koopcontract zal een handhavingsplicht worden opgenomen.

G e m e e n t e B o x m e e r , B e e l d k w a l i t e i t p l a n S t e r c k w i j c k

Pouderoyen Compagnons

57

58

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Boxmeer&id=d7cf7cfc-f02d-45ee-9609-ec7a07907cfa