CConstaterende datBoxmeer (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-R-520e Toelichting ontwerpbestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

Raadsvergadering 8 juli 2021, gemeente Boxmeer (tot 2022)Bij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek12.175 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Zoals in paragraaf 3.4.3 is vermeld, heeft de gemeente Boxmeer haar eigen geluidbeleid waaraan ook getoetst dient te worden. Dit beleid geeft invulling aan de gemeentelijke beleidsvrijheid hoe om te gaan met het milieuaspect geluid van wegverkeer en inrichtingen, voor nieuwe situaties waarvoor de gemeente Boxmeer verantwoordelijk is. De planlocatie ligt in de geluidzone van de Grotestraat, dit is een 50 km/u weg. De Wet geluidhinder als ook het geluidbeleid van de gemeente Boxmeer zijn voor deze ontwikkeling dan ook van toepassing. Volgens het gemeentelijk beleid valt het gebied in gebiedstype D. De ambitiewaarde voor dit gebied is vastgesteld op 58 dB en de basiswaarde op 63 dB. Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr95a-ON01

23

Uit de indicatieve kaart met geluidbelasting lijkt de planlocatie te kunnen voldoen aan de voorkeursgrenswaarden. Een akoestisch onderzoek moet uitwijzen wat de precieze geluidbelasting op de te ontwikkelen woning is. Verantwoording Onderhavig plan ziet op de ontwikkeling van een nieuw geluidgevoelig object, een woning. Om te kunnen bepalen of voldaan kan worden aan de genoemde waarden van de Wet geluidhinder en gemeentelijk beleid is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek (G&O Consult, rapportnummer: 3962ao0220, d.d. 28 juli 2020) is als bijlage 4 bijgevoegd. Toetsing van de berekende geluidbelastingen aan de voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde dient per geluidbron (weg) afzonderlijk te geschieden op de gevels van de geluidgevoelige bestemming. De voorkeursgrenswaarde bedraagt bij nieuwe bestemmingen met een woonfunctie 48 dB. Verder is bij aanwezige wegen en nog niet geprojecteerde geluidgevoelige woonfuncties, onder bepaalde voorwaarden een ontheffing tot maximaal 63 (wegen binnen bebouwde kom) mogelijk. Conclusie De geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op de Grotestraat bedraagt ten hoogste 50 dB (Lden). De ten hoogste toelaatbare geluidbelasting op basis van de Wet geluidhinder (Lden, 48 dB) wordt overschreden. De hoogste geluidbelasting waarvoor het bevoegd gezag een hogere waarde kan vaststellen (63 dB) wordt niet overschreden.

Het treffen van maatregelen de geluidbelasting te verlagen stuiten op bezwaren van stedenbouwkundige aard. Om het plan mogelijk te maken moet door het college van Burgemeester en wethouders een besluit voor het vaststellen van een hogere waarde genomen worden. Omdat een hogere waarde vastgesteld moet worden, moet bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het aspect bouwen aangetoond worden dat de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie (GA,k) moet voldoen aan de in het Bouwbesluit 2012 gestelde eisen. Hiermee wordt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de verblijfsruimten van de woning gewaarborgd. Ter hoogte van de intensief gebruikte buitenruimte aan de zuidwest zijde van de beoogde woning heerst een aanvaardbare geluidskwaliteit. Hierdoor kan worden verondersteld dat het aspect geluid een goede ruimtelijke ordening niet in de weg staat.

4.2

Fysieke aspecten

4.2.1 Archeologie In het voorjaar van 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Boxmeer de startnotitie archeologiebeleid vastgesteld. In die notitie is een aantal beslispunten vastgelegd ten aanzien van het toekomstige archeologiebeleid in de gemeente Boxmeer. Vervolgens zijn de beslispunten vastgelegd in een beleidsplan met bijbehorende beleidskaart, die uiteindelijk door de gemeenteraad op 14 mei 2009 zijn vastgesteld. Op de beleidskaart is het grondgebied van de gemeente Boxmeer verdeeld in vijf gebieden en voor vier gebieden zijn bestemmingsplanregels opgesteld: Waarde – archeologie 1: rijksmonument; Waarde – archeologie 2: archeologisch waardevol gebied A en B; Waarde – archeologie 3: archeologisch onderzoeksgebied A; Waarde – archeologie 4: archeologisch onderzoeksgebied B;

24 Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr985a_ON01

Figuur 14: Archeologische beleidsadvieskaart [gemeente Boxmeer]

4.2.2 Cultuurhistorische waarden Op provinciaal niveau moet rekening worden gehouden met de Verordening Ruimte NoordBrabant en de Cultuurhistorische waardenkaart 2010. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moet beschreven worden op welke manier met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden.

Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr95a-ON01

25

Figuur 15: Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant [Provincie Noord-Brabant]

Verantwoording archeologie Het plangebied is gelegen in het archeologisch onderzoeksgebied A. In Onderzoeksgebied A geldt een onderzoekplicht indien bouwwerken worden opgericht of werkzaamheden worden verricht met een groter oppervlak dan 2.500 m2 en dieper dan 50 cm beneden maaiveld. Een nader archeologisch onderzoek wordt in deze niet noodzakelijk geacht aangezien de verstoring van de bodem minder dan 2.500 m2 bedraagt. Verantwoording cultuurhistorie Op grond van de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant is het plangebied gesitueerd in een cultuurhistorisch waardevol gebied en in archeologisch landschap. In het plangebied zelf is geen monumentale of cultuurhistorische waardevolle bebouwing aanwezig. Voorliggend plan ziet op toevoeging van één woning. Er worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die een negatief effect hebben op de cultuurhistorische waarden van de omgeving. De beschermende regels vanuit de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant en het bestemmingsplan blijven onverminderd van kracht. Cultuurhistorie vormt daarmee geen belemmering voor de beoogde planontwikkeling. 4.2.3 Flora en fauna Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Hiermee zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora en Faunawet en de Boswet opgegaan in één nieuwe wet. De wet heeft tot doel om de biodiversiteit in Nederland te beschermen.

In de Wet natuurbescherming worden gebiedsbescherming, soortenbescherming en bosbescherming in aparte delen behandeld, voortbouwend op de drie vervangen wetten. Gebiedsbescherming: Natura 2000 De Natura 2000-gebieden vormen een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Deze gebieden zijn aangewezen op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn en genieten op basis daarvan wettelijke bescherming. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun 26 Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr985a_ON01

natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. De meest nabij gelegen gebieden liggen op een afstand van meer dan 3 km.

Figuur 16: Natura2000 gebieden

Gezien deze afstand en de aard van het plan, zijn er voor de beschermde gebieden geen significante negatieve effecten te verwachten als gevolg van het plan. Natuurnetwerk Nederland Het natuurbeheerplan is een beleidskader om het Europese, rijks- en provinciale natuur- en landschapsbeleid te realiseren. Het gaat hier om bestaande natuurgebieden, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden worden ingericht en beheerd volgens agrarisch natuurbeheer en de Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland en buiten andere natuurgebieden zoals Natura 2000. Het meest dichtbijgelegen Natura 2000-gebied is het Natura 2000-gebied “Maasduinen”. Het Natuurnetwerk Brabant is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Het is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Hierdoor kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen tussen verschillende natuurgebieden. Zo wordt de biodiversiteit (het totaal aan planten en dieren) bevorderd. Ongeveer 90% van het Natuurnetwerk Brabant wordt gevormd door bestaande natuurgebieden zoals bijvoorbeeld de Biesbosch en de Maashorst. Maar het netwerk is nog niet compleet. Er ontbreken nog veel gebieden en verbindingen die belangrijk zijn voor dieren en planten.

Vanwege de klimaatverandering veranderen hun leefomstandigheden en wordt dat nog urgenter. Zij moeten zich kunnen verplaatsen om genoeg voedsel te kunnen blijven vinden en zich voort te planten. Maar het Natuurnetwerk is er niet alleen voor planten en dieren, maar ook voor mensen. Mensen genieten, recreëren en ontspannen in de natuur en voelen zich gelukkiger. Natuur schept kansen voor ondernemers die natuur en hun bedrijf willen combineren en helpt tegen de gevolgen van klimaatverandering. De provincie Noord-Brabant heeft een Natuurbeheerplan opgesteld. Het Natuurbeheerplan is een beleidskader om het Europese, rijks- en provinciale natuur- en landschapsbeleid te realiseren. Het gaat daarbij om bestaande natuurgebieden, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden worden ingericht en beheerd volgens agrarisch natuurbeheer en de Natura Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr95a-ON01

27

2000-gebieden. Het Natuurbeheerplan beschrijft per (deel)gebied welke natuur- en landschapsdoelen nagestreefd worden. Het plan bevat de begrenzing van de natuur- en agrarische natuurgebieden, met name toegespitst op de internationale biodiversiteitsdoelen en de internationale natuurgerichte agromilieu, water en klimaat doelen. Het plan is het beleidskader voor het provinciale natuurbeleid en ook voor de implementatie van artikel 28 van het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3). Het plan is verankerd in de SVNL en SKNL en daarmee kaderstellend voor de SNL-subsidies.

Figuur 17: Ligging Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000 (bron: atlasleefomgeving.nl/kaarten

Soortenbescherming Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen leiden tot verstoring, aantasting van broedplaatsen en vernietiging van verblijfplaatsen van beschermde soorten. Dit kan er toe leiden dat het voortbestaan van de soort op termijn in gevaar komt. Om dit te voorkomen beschermt de Wet natuurbescherming in het wild levende planten- en diersoorten. De mate van bescherming hangt af van de zeldzaamheid en kwetsbaarheid van de soort. De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes: • Vogels in de zin van de Vogelrichtlijn • Dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en in de Europese verdragen van Bonn en Bern • Overige soorten, als bedoeld in bijlagen A en B bij de Wet natuurbescherming De wet hanteert het nee, tenzij principe ten aanzien van beschermde inheemse soorten: schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt. Wel is het mogelijk om een vrijstelling of ontheffing aan te vragen. In hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming is per categorie bepaald welke verboden gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend. De ontwikkeling vindt plaats op een in agrarisch gebruik zijnd perceel. De directe omgeving van het plangebied bestaat uit agrarische cultuurgronden die agrarisch gebruikt worden.

Verwacht mag worden dat buiten de algemene voorkomende natuurwaarden het gebied geen specifieke ecologische betekenis heeft vanwege het ontbreken van geschikte biotoop. Het plan leidt mogelijk tot diverse handelingen en werkzaamheden die consequenties kunnen hebben voor beschermde soorten. Dit betreft: bouwrijp maken van het terrein en het oprichten van bebouwing. In het kader van de Wet natuurbescherming dient inzicht gegeven te worden in de te verwachten effecten van deze ingrepen op beschermde soorten. Het criterium om de invloed van een handeling of activiteit op een soort te beoordelen is dat de gunstige staat van instandhouding van de soort niet mag worden aangetast door de voorgenomen ontwikkeling. Om te kunnen bepalen of het plangebied van betekenis is voor beschermde soorten, is een quick scan flora en fauna uitgevoerd. Deze quick scan is als bijlage 5 bijgevoegd (Exlan, quickscan 28 Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr985a_ON01

soortenbescherming, projectnummer: EP.20.1032, d.d. 2 juni 2020). Hieronder zijn de conclusies ervan weergegeven. Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Wet natuurbescherming, wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en de staat van instandhouding? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig? Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dier- en/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop.

Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing. 4.2.4 Leidingen In het plangebied zijn geen leidingen met een planologisch relevante beschermingszone gelegen, noch overlapt een beschermingszone van een planologisch relevante leiding het plangebied. 4.2.5 Verkeer en parkeren Verkeer De Dijkstraat ligt aan de Provincialeweg N551. Het aantal verkeersbewegingen dat door de toevoeging van één woning gegenereerd wordt, niet wezenlijk zal toenemen. Er zijn ter plaatse geen problemen bekend of te verwachten in verband met capaciteit en veiligheid. Het plan is inpasbaar in het lokale verkeersbeeld. Parkeren Op grond van de gemeentelijke Parkeernota geldt dat indien uitbreiding van bebouwing leidt tot toename van de parkeerbehoefte, de verzoeker op eigen terrein in de benodigde parkeerbehoefte dient te voorzien. De gemeente Boxmeer beschikt daartoe over een Nota Parkeernormen uit 2015 waaraan voldaan dient te worden.

Voor vrijstaande woningen geldt een parkeernorm van 2,3. Op eigen terrein dient derhalve voldaan te worden aan de parkeerbehoefte van 2 parkeerplaatsen. Er is voldoende ruimte om op eigen terrein te voorzien in parkeren. 4.2.6 Waterhuishouding Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) verplicht een watertoets voor ruimtelijke plannen waarin waterbelangen spelen. De watertoets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Het doel van de watertoets is het evenwichtig meewegen van de waterbelangen in het ruimtelijke planvormingsproces om te komen tot een veilig, gezond en duurzaam watersysteem. Zowel kwantiteit als kwaliteit zijn daarbij belangrijk. Het benutten van kansen en het combineren van functies wordt hierbij nagestreefd. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen hanteert het waterschap een aantal beleidsuitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt van het Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr95a-ON01

29

overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient de initiatiefnemer invulling te geven aan onder andere deze beleidsuitgangspunten:  gescheiden houden van vuil water en schoon hemelwater  doorlopen van de afwegingsstappen 'hergebruik, infiltratie, buffering en afvoer'  hydrologisch neutraal bouwen  water als kans  meervoudig ruimtegebruik  voorkomen van vervuiling  wateroverlast vrij bestemmen  waterschapsbelangen. Waterhuishoudkundige situatie Het plangebied ligt binnen het stroomgebied van de Maas. In de directe omgeving bevinden zich geen waterwingebieden of grondwaterbeschermingsgebieden. Ten noorden van het plangebied ligt een A-watergang die afwatert op de Maas.

Figuur 18: Situering watergangen in de Legger [Waterschap Aa en Maas]

Het regenwater moet ingevolge de berekeningssystematiek van de gemeente Boxmeer op eigen terrein geborgen worden en bij nieuwbouw van wringen in een berging met een capaciteit van 45 mm per vierkante meter verharde oppervlakte. Onder verharde oppervlakte wordt zowel dakvlak als bestrating verstaan, dus ook het water afkomstig van de inrit moet op eigen terrein geborgen worden. De kosten van de rioolaansluiting zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Op basis van de Keur van het waterschap Aa en Maas moet bij een toename van het verharde oppervlakte tussen 2.000 en 10.000 m² 60 mm per vierkante meter gecompenseerd worden. De woning krijgt een oppervlakte van ongeveer 175 m². Rekening houdend met een verharde oprit en de aanleg van een verhard terras blijft het verharde oppervlakte ruim beneden de 2.000 m². Vandaar dat gekozen wordt voor de gemeentelijke berekeningssystematiek.

30 Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr985a_ON01

4.3

Economische en financiële aspecten

Op grond van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening moet gelijktijdig met de vaststelling van een bestemmingsplan een exploitatieplan worden vastgesteld, tenzij het verhaal van kosten anderszins is verzekerd en ook aan de voorwaarden van artikel 6.12 is voldaan. In het onderhavig plan worden ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Voor deze ontwikkelingen heeft de gemeente met de grondeigenaar een zogenaamde anterieure overeenkomst gesloten. Daarmee is verzekerd dat de kosten op de initiatiefnemer worden verhaald. Dit betekent dat voor dit bestemmingsplan vaststelling van een exploitatieplan niet nodig is.

4.4

Handhaafbaarheid

Het ontwikkelen van beleid en de vertaling daarvan in een bestemmingsplan heeft geen zin, indien na de vaststelling van het bestemmingsplan geen handhaving plaatsvindt. Daarom is het belangrijk om reeds ten tijde van het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te besteden aan de handhaafbaarheid van de voorgeschreven regels. Vier factoren zijn van wezenlijk belang voor een goed handhavingsbeleid: a. Voldoende kenbaarheid van het plan Een goed handhavingsbeleid begint bij de kenbaarheid van het bestemmingsplan bij degenen die het moeten naleven. De Wro bevat enkele waarborgen ten aanzien van de te volgen procedure: in de bestemmingsplanprocedure zijn een aantal inspraakmomenten ingebouwd. b. Voldoende draagvlak voor het beleid en de regeling in het plan De inhoud van het plan kan slechts gehandhaafd worden indien het beleid en de regeling in grote kring ondersteund wordt door de gebruikers van het plangebied. Uiteraard kan niet iedereen zich vinden in elk onderdeel van het plan. Een algemene positieve benadering van het bestemmingsplan is echter wel wenselijk. c. Realistische en inzichtelijke regeling Een juridische regeling dient inzichtelijk en realistisch te zijn; dat wil zeggen niet onnodig beperkend of inflexibel. Bovendien moeten de bepalingen goed controleerbaar zijn. De regels moeten derhalve niet meer regelen dan noodzakelijk is. d.

Actief handhavingsbeleid Het sluitstuk van een goed handhavingsbeleid is voldoende controle van de feitelijke situatie in het plangebied. Daarnaast moeten adequate maatregelen worden getroffen indien de voorschriften worden overtreden. Indien dit wordt nagelaten, ontstaat een grote mate van rechtsonzekerheid. De gemeente voert een actief handhavingsbeleid. Medewerkers van de gemeente houden zich bezig met het toezicht op de naleving van de Woningwet en de Wro. Het hoofddoel is de controle van de naleving van de verleende vergunningen en het opsporen van illegale bouw.

Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr95a-ON01

31

5.

JURIDISCHE VERANTWOORDING

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de regelgeving (regels en verbeelding). In de voorgaande hoofdstukken is reeds op enkele aspecten ingegaan. Uitgangspunt voor de regels is de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) en de op 1 juli 2008 in werking getreden Wet ruimtelijke ordening.

5.1

Algemeen

Hoofdstuk 1 bevat de begrippen (artikel 1) en een bepaling over de wijze van meten (artikel 2); deze worden in alfabetische volgorde gegeven en dienen als referentiekader voor de overige regels. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingen. Deze artikelen hebben een min of meer vaste opbouw. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, die van algemeen belang zijn voor het plan. Hoofdstuk 4 bevat tenslotte de overgangsregels en slotregel.

5.2

Toelichting op de regels

Hoofdstuk 1:

Inleidende regels

Begrippen In artikel 1 is een aantal begrippen nader gedefinieerd teneinde onduidelijkheid te voorkomen. Voor een aantal begrippen bevat de SVBP 2012 de begripsbepalingen; in enkele gevallen zijn de in de gemeente gebruikelijke definities opgenomen. Wijze van meten In artikel 2 wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden bij het beoordelen of de maatvoering in overeenstemming is met de regels. Ook bij de meetregels is de SVBP 2012 grotendeels leidend, aangezien ook de wijze van meten dwingend is voorgeschreven in deze Standaard. Hoofdstuk 2:

Bestemmingsregels

De regels van een bestemming worden als volgt opgevolgd en benoemd: 1. Bestemmingsomschrijving, waarin een omschrijving gegeven wordt van de aan de gronden toegekende functies. Als eerste wordt de hoofdfunctie aangegeven, vervolgens worden, indien nodig, de andere aan de grond toegekende functies genoemd. Soms is het nodig een "nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving" op te nemen, waarin een verdere uitleg over de omschrijving van de bestemming wordt gegeven. 2. In de bouwregels wordt bepaald aan welke voorwaarden de bebouwing moet voldoen. Voor zover nodig wordt een onderscheid gemaakt in woningen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3. In de specifieke gebruiksregels wordt beschreven hetgeen gerekend wordt tot een strijdig gebruik van zowel de grond als de bouwwerken. 4. Bij sommige bestemmingen wordt aangegeven in welke gevallen en onder welke voorwaarden burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning kunnen afwijken van de regels. 5. Indien nodig wordt geregeld dat voor het uitvoeren van sommige werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden een omgevingsvergunning nodig is. Hoofdstuk 3:

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel Met de anti-dubbeltelregel wordt geregeld dat grond die eerder bij een verleende vergunning is meegenomen niet nog eens meegenomen mag worden bij de verlening van een nieuwe vergunning.

Algemene bouwregels In dit artikel zijn bepalingen met betrekking tot ondergronds bouwen opgenomen, alsmede een regeling waarin bepaalde onderwerpen uit de bouwverordening van toepassing verklaard worden. 32 Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr985a_ON01

Algemene afwijkingsregels Het gaat hierbij om een algemene afwijkingsmogelijkheid van de in de regels gegeven maten en normen met betrekking tot het bouwen. Algemene procedureregel De procedureregel schrijft voor op welke wijze een voornemen tot het stellen van nadere eisen kenbaar wordt gemaakt en wie, wanneer hierop kan reageren. Hoofdstuk 4:

Overgangsregels en slotregel

Overgangsregels In deze artikelen is een regeling opgenomen voor bestaande zaken en rechten die niet in overeenstemming zijn met de overige regelingen in dit bestemmingsplan en mits niet strijdig met het voorheen geldende bestemmingsplan met de daaronder begrepen overgangsbepaling. Voor deze bepaling is aansluiting gezocht bij het nieuwe Besluit ruimtelijke ordening, waarin standaard overgangsregels voor bestemmingsplannen zijn opgenomen. Slotregel De slotregel bevat de titel van het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr95a-ON01

33

6.

(VOOR)OVERLEG

Gezien de geringe omvang van het plangebied is besloten om geen voorontwerp- maar meteen een ontwerpbestemmingsplan in procedure te brengen. Het ontwerpbestemmingsplan is uiteraard wel gezonden naar de provincie en waterschap Aa en Maas.

34 Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr985a_ON01

Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr95a-ON01

35

7.

ADVIEZEN EN RAPPORTEN

De in deze toelichting genoemde rapporten en adviezen liggen niet ter inzage en zijn niet raadpleegbaar via internet. Wel kan per mail (gemeente@boxmeer.nl) of telefonisch (0485585911) aan de afdeling Ruimte en Economie worden gevraagd die rapporten en adviezen per mail en/of analoog toe te zenden. Het betreft de volgende rapporten/adviezen: 1. Leveringsdocument 1 bouwtitel, Grotestraat ong. (naast 95a), Sambeek’, d.d. 20 november 2020 van Reland locatieontwikkeling. 2. Mail provincie d.d. 7 juli 2020, kwaliteitsverbetering landschap. 3. Historische toets vrijstelling bodemonderzoek, d.d. 25 januari 2021 4. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, G&O Consult, rapport-nummer: 3962ao0220, d.d. 28 juli 2020. 5. Quickscan soortbescherming, Exlan, d.d. 2 juni 2020, projectnummer EP.20.1032

36 Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr985a_ON01

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Boxmeer&id=6c59f6f7-8418-4beb-b5ae-de4e1d54fb25