CConstaterende datBoxmeer (tot 2022)
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-R-520e Toelichting ontwerpbestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

Raadsvergadering 8 juli 2021, gemeente Boxmeer (tot 2022)Bij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek12.175 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

INHOUDSOPGAVE TOELICHTING 1.

2.

3.

4.

5.

INLEIDING

1

1.1

Aanleiding en doel

1

1.2

Plangebied

2

1.3

Geldend bestemmingsplan

2

PLANBESCHRIJVING

3

2.1

Bestaande situatie

3

2.2

Ontwikkelingen

3

2.3

Ruimtelijke structuur

4

2.4

Functies

6

BELEIDSKADER

7

3.1

Rijk

7

3.2

Provincie

9

3.3

Regio

14

3.4

Gemeente

15

UITVOERINGSASPECTEN

19

4.1

Milieuaspecten

19

4.2

Fysieke aspecten

24

4.3

Economische en financiële aspecten

31

4.4

Handhaafbaarheid

31

JURIDISCHE VERANTWOORDING

32

5.1

Algemeen

32

5.2

Toelichting op de regels

32

6.

(VOOR)OVERLEG

34

7.

ADVIEZEN EN RAPPORTEN

36

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel

Initiatiefnemer is voornemens om: in het kader van de Ruimte voor Ruimte regeling een nieuwe woning te realiseren op het perceel aan de Grotestraat 95a Dijkstraat in Sambeek en de bestemming van het perceel Grotestraat 95 te wijzigen van ‘Agrarisch’ naar ‘Maatschappelijk’, zodat de nevenactiviteiten die bij het agrarisch bedrijf zijn toegestaan, te weten:  naschoolse opvang / vakantieopvang basisschoolleerlingen;  het organiseren van kinder-/familiefeestjes;  het ontvangen van groepen voor vergaderingen, excursies en bijeenkomsten;  het bereiden / aanbieden van eenvoudige maaltijden;  huisverkoop van zelf geteelde producten;  het aanbieden van agrarisch gelieerd (praktijk)onderwijs en cursussen. de hoofdactiviteiten worden. Het geldend bestemmingsplan laat deze ontwikkeling niet toe waardoor een wijziging van het bestemmingsplan nodig is. Het voornemen is door de gemeente Boxmeer beoordeeld in een quick scan. Bij brief van 26 augustus 2018 en 17 december 2018 heeft de gemeente laten weten in principe medewerking te willen verlenen. Daarbij is een aantal voorwaarden aangegeven waaraan voldaan moet worden. 1. U over een bouwtitel van de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte beschikt of voldoet aan de voorwaarden uit artikel 7, lid 7.8 van de Verordening ruimte Noord-Brabant. 2. Er geen belemmeringen ten aanzien van de bodem zijn.

Hiervoor laat u een verkennend bodemonderzoek uitvoeren of maakt u gebruik van de vrijstellingsregeling bodemonderzoek. 3. Er op de gevel van de beoogde woning aan de ambitiewaarden uit de “Geluidnota gebiedsgericht geluidbeleid gemeente Boxmeer” wordt voldaan. Als hier niet aan voldaan kan worden, kunt u vragen om een hogere grenswaarde voor geluid. 4. Er geen beschermde flora en fauna op het perceel van de beoogde woning aanwezig is. Hiervoor laat u een quickscan uitvoeren naar de aanwezige flora en fauna. 5. De rvr-woning haaks op de Grotestraat wordt gebouwd. Daarbij ligt de voorgevel van de te beoogde woning ruim voor de voorgevel van de bestaande woning aan Grotestraat 95a. 6. Er minimaal twee parkeerplaatsen bij de rvr-woning waarbij er op eigen terrein gekeerd kan worden. 7. De bestaande houtwallen en hagen worden behouden. In deze onderbouwing wordt de benodigde aanvullende informatie verstrekt. Aangezien de gemeente zelf voor het opstellen van het benodigde bestemmingsplan zorgt, spitst deze ruimtelijke onderbouwing zich enkel op de relevante onderdelen die aangeleverd moeten worden hiervoor.

Figuur 1: topografische kaart met locatie Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr95a-ON01

1

1.2

Plangebied

Het plangebied ligt ten zuiden van Sambeek aan de Provincialeweg naar Vortum-Mullem. Ter nadere oriëntatie wordt verwezen naar onderstaande afbeelding. Kadastraal maakt de locatie van de rvr-woning onderdeel uit van het perceel kadastraal bekend gemeente Boxmeer, sectie M, nr. 315. Totaal is het kadastrale perceel 13.693 m2 groot.

Figuur 2: kaart met kadastrale aanduiding

1.3

Geldend bestemmingsplan

De locatie is gesitueerd binnen het bestemmingsplan ‘Veegplan Buitengebied 2018’, vastgesteld door de gemeenteraad op 30 april 2020. De gronden van de planlocatie zijn bestemd als ‘Agrarisch’. Verder is er de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 3’ van toepassing. Deze waarde staat voor een gebied met een Deze dubbelbestemming is gericht op de bescherming van mogelijke archeologische waarden in de ondergrond. Dit houdt in dat wanneer er sprake is van verstoringen van de bodem van meer dan 2.500 m2 én dieper dan 50 cm, er een onderzoeksplicht geldt. Tevens vallen de gronden binnen de gebiedsaanduiding ‘overige zone – beperkingen veehouderij’, ‘overige zone – cultuurhistorisch waardevol gebied’ en ‘overige zone – verruimd VAB-beleid’. De gebiedsaanduidingen ‘overige zone – beperkingen veehouderij’ en ‘overige zone – verruimd VAB-beleid’ zijn bij de realisatie van een rvr-woning niet van toepassing. De gebiedsaanduiding overige zone – cultuurhistorisch waardevol gebied’ is bestemd voor het behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. Dit betekent, dat voor het uitvoeren van werken.

geen gebouwen zijnde, een omgevingsvergunning nodig is als de verwachten gevolgen, de cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast of de mogelijkheden tot herstel van genoemde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.

2 Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr985a_ON01

2.

PLANBESCHRIJVING

2.1

Bestaande situatie

De planlocatie ligt aan de Grotestraat. Dit is de doorgaande weg van Sambeek richting VortumMullem en Vierlingsbeek. Het gedeelte van het perceel waarop de ontwikkeling van de rvr-woning plaatsvindt is tot op heden onbebouwd. De ontsluiting van het plangebied vindt plaats via een bestaande inrit aan de Grotestraat. Het perceel heeft aan de straatzijde een breedte van ruim 25 meter Het (voormalig) agrarisch bedrijf dat gewijzigd wordt naar een maatschappelijke bestemming bestaat uit een hoofdgebouw en enkele bijgebouwen. Het hoofdgebouw betreft het woonhuis met daaraan vast schuur en stal in een gezwaaide kop-hals romp opstelling. In de schuur is een woonkamer, keuken, natte ruimte en speelgoed ruimte gerealiseerd ten behoeve van de maatschappelijke activiteiten, alsook de werkplaats. In 2010-2014 zijn een nieuwe schuur en twee kleine loodsjes bijgebouwd. Alle drie zijn ze uitgevoerd met houten potdeksel wanden. In de schuur worden in de wintermaanden de runderen gestald en is er opslag van hooi en stro. Alle dieren worden op stro gehouden. Het resterende gedeelte wordt als opslag gebruikt voor alle buitenspeelgoed, tafels, stoelen en alle andere attributen, nodig voor de nevenactiviteiten. In de zomervakantie wordt deze ruimte zodanig ingericht dat hier door de kinderen kan worden geluncht. In de twee loodsen, beiden landschappelijk goed ingepast, worden de werktuigen gestald.

Alle ruimten worden benut en zijn nodig voor alle uit te voeren activiteiten en werkzaamheden.

Figuur 3: Bestaande situatie

2.2

Ontwikkelingen

De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit het realiseren van een Ruimte-voor-ruimte woning (Rvrwoning) in een natuurlijke setting met een goede landschappelijke inpassing en het wijzigen van de bestemming Agrarisch, inclusie bouwvlak, naar Maatschappelijk ten behoeve van:  buitenschoolse opvang;  vakantieopvang van basisleerlingen  vergaderlocatie (op tijden dat er geen buitenschoolse opvang of vakantieopvang van kinderen is)  cursussen  huiskamerbijeenkomsten Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr95a-ON01

3

 familiedagen en kinderfeestjes Ten opzichte van de huidige situatie worden er geen gebouwen bijgebouwd of gesloopt. De huidige oppervlakte aan gebouwen blijft derhalve gehandhaafd. De buitenschoolse opvang is reeds enkele jaren operationeel. Het is een combinatie van activiteiten binnen en buiten en het verzorgen van verschillende dieren. De huidige situatie is omgeven door een groene setting van diverse landschapselementen met inheems groen. De status van deze elementen is goed door het uitvoeren van het juiste onderhoud. Daarnaast worden er enkele koeien gehouden ten behoeve van begrazing van het kruidenrijk grasland. Rondom het terrein.

Figuur 4: Nieuwe situatie

2.3

Ruimtelijke structuur

Het plangebied is gelegen ten zuidoosten van de kern Sambeek. Het plangebied maakt onderdeel uit van het perceel kadastraal bekend gemeente Boxmeer, Sectie M, nummer 315. De gronden in eigendom van de initiatiefnemers hebben een oppervlakte van 13.693 m2.

4 Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr985a_ON01

Gebiedsvisie Bebouwingsconcentraties Bij het bestemmingsplan Buitengebied 2008 is een Gebiedsvisie Bebouwingsconcentraties opgesteld waarin een verruimd ontwikkelingskader voor bebouwingsconcentraties in het buitengebied mogelijk werd gemaakt. Het bestemmingsplan Buitengebied wordt momenteel herzien maar deze gebiedsvisie is met betrekking tot de ruimtelijke inventarisatie voor de voorliggende locatie aan Grotestraat nog steeds bruikbaar. Opgemerkt dient te worden dat ten aanzien van het gedeelte van deze bebouwingsconcentratie aan Oude Waranda in de loop der jaren wel een andere mening is toegedaan dan in deze visie is opgenomen. De voorliggende locatie ligt in de bebouwingsconcentratie Sambeekseveld. In de kaart met “Kwaliteitsverbeteringen en streefbeeld” is op de voorgestane locatie een gele ster (aangewezen met rode pijl). Een gele ster betekent dat transformatie op het kavel mogelijk wordt geacht. Bij substantiële afbraak van vrijkomende bedrijfsgebouwen is in principe ter plaatse op het geldende bouwblok vervangende ruimte-voor-ruimte woningbouw mogelijk, daar waar op de kaart een ster-aanduiding is opgenomen. Van afbraak van vrijkomende bedrijfsgebouwen ter plaatse is geen sprake. Om woningbouw mogelijk te maken kan ook elders vrijkomende bedrijfsgebouwen worden gesloopt. In het onderdeel Verordening ruimte Noord-Brabant wordt hier verder op ingegaan.

In de toelichting bij de kaart is opgenomen dat nieuwe bebouwing uitsluitend in de vorm van woningen passend is. Daarbij dient bij het ontwerp rekening gehouden te worden met het authentieke karakter van het gebied. Moderne architectuur wordt dan ook uitgesloten. De oorspronkelijke woningen stonden dicht op de straat. De nieuwere woningen zijn ruim van de straat af geschoven. De nieuwe woning zou, wanneer deze qua vormgeving aansluit op de authentieke omgeving, ruim voor de voorgevel van de woning aan Grotestraat 95a geplaatst moeten worden. Het liefst zo dicht mogelijk op de straat, maar dit is vanuit het oogpunt van de geluidbelasting niet wenselijk. Uitgangspunt dient dan wel te zijn dat de nieuwe woning duidelijk versprongen staat ten opzichte van de twee buurwoningen. Voorkomen dient te worden dat er een strakke, rechte rooilijn ontstaat. Om het karakter van vrijstaande bebouwing op grote percelen te handhaven dient de woning in de diepte gebouwd te worden en niet in de breedte. Er dienen grote afstanden van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrenzen behouden te blijven. Het open gedeelte van het perceel dat begrensd wordt door hagen (met bomen) en houtwallen, heeft een breedte van circa 25,5 m. De breedte van het hoofdgebouw zou maximaal de helft van deze breedte mogen zijn, zodat de helft nog open blijft.

Gelet op de overwegend in deze bebouwingsconcentratie voorkomende bebouwing kan de nieuwe woning uit één bouwlaag met kap, zadeldak of mansardekap, bestaan. Kijkend naar de schets zal de beoogde woning een kwart slag gedraaid moeten worden. De beoogde diepte van de woning zal dan de breedte van de woning worden en past dan binnen de maximaal toegestane breedte van het hoofdgebouw, met voldoende onbebouwde ruimte tot de zijdelingse perceelsgrenzen. Vanuit het oogpunt van klimaatadaptatie en duurzaamheid lijkt draaiing ook een betere keuze te zijn. Uitgaande van een woning met een kap komt dit namelijk waarschijnlijk ook beter uit voor de bezonning van de woning en het rendement van eventuele zonnepanelen. Aansluitend op de wens om klimaatbestendig en duurzaam te bouwen zouden de carport en het schuurtje ook beter in het verlengde van het eerste deel van de inrit kunnen liggen omdat dit een Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr95a-ON01

5

lager materiaalgebruik voor de aanleg van de oprit heeft, minder verharding oplevert en daarmee iets minder opwarming veroorzaakt. Door de draaiing zal de woning ook een grotere relatie met de zijtuin kunnen hebben, wat bij een beperkte tuin aan de achterzijde vaak wel beter wordt gewaardeerd omdat er meer privacy te maken is dan met alleen een voortuin. Behoud van de houtwallen en de hagen is een onderdeel van de landschappelijke inpassing.

2.4

Functies

In de directe omgeving van het plangebied is sprake van een afwisseling van woonfuncties en bedrijfsmatige functies. De bedrijfsmatige functies betreffen zowel agrarische bedrijven, als andere typen bedrijven, zoals een bureau in projectmanagement. Het is een functioneel gemengd gebied.

Figuur 5: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Veegplan Buitengebied 2018”’

6 Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr985a_ON01

3.

BELEIDSKADER

3.1

Rijk

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is begin 2012 in werking getreden en geeft weer de volgende ambities voor Nederland die inspelen op de (inter)nationale ontwikkelingen die de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven bepalen richting 2040.  Nederland behoort in 2040 tot de top 10 concurrerende landen van de wereld door een goede ruimtelijk-economische structuur voor een excellent vestigingsklimaat voor bedrijven en kenniswerkers. Dit betekent o.a. een optimale internationale bereikbaarheid van stedelijke regio’s in 2040 en uitstekende logistieke verbindingen van de mainports Rotterdam en Schiphol, brainport Zuidoost Nederland en de greenports met Europa en de rest van de wereld.  De gebruikers van de wegen, spoorwegen en vaarwegen beschikken in 2040 over optimale ketenmobiliteit door een goede verbinding van de verschillende mobiliteitsnetwerken via multimodale knooppunten (voor personen en goederen) en door een goede afstemming van infrastructuur en ruimtelijke ontwikkeling.  De woon- en werklocaties in steden en dorpen sluiten in 2040 aan op de (kwalitatieve) vraag en locaties voor transformatie en herstructurering worden zoveel mogelijk benut.  Nederland biedt in 2040 zijn inwoners een veilige en gezonde leefomgeving met een goede milieukwaliteit, zowel in stedelijk als landelijk gebied.

Daarnaast is Nederland in 2040 blijvend beschermd tegen overstromingen en heeft Nederland de bestaande (inter)nationale unieke cultuurhistorische waarden en een natuurnetwerk dat de flora- en faunasoorten in stand houdt.  Nederland kent in 2040 een robuust internationaal energienetwerk en de energietransitie is substantieel ver gevorderd. Het Rijk formuleert drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028):  Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur.  Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat.  Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het op 30 december 2011 in werking getreden Besluit algemene regels ruimtelijk ordening (Barro) beschrijft een aantal projecten en stel per project regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Het gaat onder meer de volgende nationale belangen: 1. Project Mainportontwikkeling Rotterdam; 2. Rijksvaarwegen; 3. Defensie; 4. Natuurnetwerk Nederland; 5. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 6. Hoofdwegen en landelijke spoorwegen; 7. Elektriciteitsvoorziening; 8.

Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; 9. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 10. Kustfundament; 11. Grote rivieren; 12. Waddenzee en waddengebied; 13. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 14. Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Sinds 1 oktober 2012 gelden er via het Barro landelijke regels voor het bestemmen van primaire waterkeringen en de bijbehorende beschermingszones.

Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr95a-ON01

7

3.1.3 Nationaal Waterplan Het 2e Nationaal Waterplan beschrijft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de periode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Onderdeel zijn de Deltabeslissingen (waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimtelijke adaptatie), de Beleidsnota Noordzee met ruimtelijk plan, de verankering van waterafspraken uit het Energieakkoord, de Natuurvisie, de Internationale Waterambitie en de plannen en maatregelenprogramma’s waarmee we voldoen aan de Europese eisen voor waterkwaliteit, overstromingsrisico's en het mariene milieu. Het Nationaal Waterplan vormt het kader voor de regionale waterplannen en de beheerplannen. Er is geen formele hiërarchie tussen deze plannen, maar op grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (zoals het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel) kan bij het vaststellen van een regionaal waterplan of een beheerplan niet zo maar worden afgeweken van het Nationaal Waterplan. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 zijn verwerkt:  hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid;  gewenste ontwikkelingen, de werking en de bescherming van de watersystemen in Nederland;  benodigde maatregelen en ontwikkelingen;  beheerplannen voor de stroomgebieden;  beheerplannen voor de gebieden met overstromingsrisico;  mariene Strategie;  beleidsnota Noordzee;  functies van de Rijkswateren.

In het nieuwe Nationaal Waterplan staan vijf ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstromingen te vernieuwen. Het kabinet kiest voor een grotere inzet op verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics), zodat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder wil het kabinet dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht, dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. Tot slot wil het kabinet stimuleren dat Nederlanders waterbewust leven. 3.1.4 Waterbesluit Het Waterbesluit vormt samen met de Waterregeling een uitwerking van bepalingen van de Waterwet. De Waterwet maakt het mogelijk of schrijft voor dat bepaalde onderwerpen worden uitgewerkt in een algemene maatregel van bestuur (bijvoorbeeld het Waterbesluit), een ministeriële regeling (bijvoorbeeld de Waterregeling) of in regelgeving van decentrale overheden. Dit waarborgt de samenhang tussen verschillende aspecten van het waterbeheer en bevordert ook de overzichtelijkheid van de waterbeheerregelgeving. Bij het opstellen van het Waterbesluit is prioriteit gegeven aan die gevallen waarin de wet nadere regeling voorschrijft.

Daarnaast is voor de gevallen waarin nadere regeling kan plaatsvinden het uitgangspunt gekozen om het accent vooral te leggen op ‘codificeren’, in plaats van ‘modificeren’ van bestaande regelgeving. Hierbij is het uitgangspunt uiteraard dat gestreefd wordt naar zo min mogelijk regels met een zo laag mogelijke regeldruk. Belangrijke onderwerpen in het Waterbesluit zijn:  de landelijke rangorde bij watertekorten, de zogenaamde verdringingsreeks: verdringingsreeks bij watertekorten;  de toedeling van oppervlaktewaterlichamen en waterkeringen in beheer bij het Rijk: rijkswateren en regionale wateren;  de procedurele en inhoudelijke aspecten van het nationale waterplan en het beheerplan voor de rijkswateren: beheerplannen;  enkele inhoudelijke aspecten van de plannen in verband met implementatie van de kaderrichtlijn water en de richtlijn overstromingsrisico's;  de vergunningplicht en algemene regels voor het gebruik van rijkswaterstaatswerken: gebruik maken van een waterstaatswerk;  de wijze waarop de aanvraag om een watervergunning wordt gedaan: een watervergunning aanvragen. Conclusie Het planvoornemen is niet in strijd met de hiervoor geformuleerde nationale belangen. 8 Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr985a_ON01

3.1.5 Het Nationaal Milieubeleidsplan 4 (NMP4) In 2001 verscheen de kabinetsnota ‘Een wereld en een wil: werken aan duurzaamheid’, beter bekend als het vierde Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4). In dit beleidsplan wordt voor zeven grote milieuproblemen beschreven dat over dertig jaar forse moeilijkheden worden verwacht wanneer nationaal en internationaal ingrijpen uitblijft: verlies aan biodiversiteit klimaatverandering overexploitatie van natuurlijke hulpbronnen bedreigingen van de gezondheid bedreigingen van de externe veiligheid aantasting van de leefomgeving mogelijk onbeheersbare risico’s. In NMP4 licht het kabinet het te voeren milieubeleid toe. Het NMP4 wil een einde maken aan het afwentelen van milieulasten op de generaties na ons en op mensen in arme landen. Want met de huidige manier van produceren en consumeren schuiven we nog steeds onze milieulasten door naar anderen. Volgens het NMP moet het lukken binnen 30 jaar te zijn overgestapt naar een duurzaam functionerende samenleving. 3.1.6 Ladder duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd en is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ daaraan toegevoegd. De ladder is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringseis voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk wordt gemaakt.

Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. Per 1 juli 2017 is de ladder voor verstedelijking aangepast. Als een ruimtelijk plan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet in de eerste plaats worden onderbouwd dat de voorgenomen ontwikkeling voorziet in een behoefte. Voor zover de stedelijke ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, wordt vervolgens gemotiveerd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Verantwoording De ladder voor duurzame verstedelijking is ingevoerd ter voorkoming van planologisch ongewenste versnippering en leegstand. Dit initiatief ziet niet op een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op basis van gangbare jurisprudentie wordt de toevoeging van één woning niet als een stedelijke ontwikkeling aangemerkt. Een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet aan de orde.

3.2

Provincie

3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Door de komst van de Omgevingswet moeten gemeenten, provincies en rijk ieder een eigen Omgevingsvisie vaststellen. Veel verschillende regels en visies bepalen nu de kwaliteit van de Brabantse fysieke leefomgeving. Deze regels en visies zijn vastgelegd in verschillende plannen. Dat maakt het lastig om een goede afweging te maken over wat goed is voor die fysieke leefomgeving. Eén visie die al die losse regels en visies vervangt, maakt de afweging gemakkelijker, en geeft meer duidelijkheid over mogelijkheden en voor maatwerk. De Provincie Noord-Brabant heeft in december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld met als doel antwoord te geven op de vraag hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zou moeten zien. En waar de provincie in 2030 tenminste moet staan om die lange termijndoelen van 2050 te halen. De visie benoemt daarbij een vijftal hoofdopgaven:  De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant.  Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr95a-ON01

9

Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Dit heeft gevolgen voor hoe we onze leefomgeving vormgeven.  Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en Brabanders stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor hoe het netwerk van steden en dorpen functioneert en verder vorm krijgt.  Concurrerende, duurzame economie: we willen top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij we de omslag naar een verregaande circulaire economie maken en digitalisering steeds belangrijker wordt. De Omgevingsvisie krijgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en omgevingsprogramma’s. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. 3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Naast één Omgevingsvisie moet de provincie ook één Omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. In de Omgevingsvisie staat beschreven wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken. Soms vraagt dat om een nadere uitwerking van beleid en maatregelen in een (beleids)programma, soms zijn er regels nodig om de ambities te realiseren. Als er regels nodig zijn dan worden die opgenomen in de Omgevingsverordening. Een verordening is een wet die regels bevat waaraan anderen zich moeten houden.

Daarom wordt de verordening vastgesteld door Provinciale Staten. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, zo vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen (zoals de provinciale Milieuverordening, de Verordening natuurbescherming en de Verordening ruimte). De omgevingsverordening bevat straks alle provinciale regels op het gebied van de fysieke leefomgeving. Dat betekent dat er regels in komen die vrijwel alle beleidsvelden van de provincie raken. Behalve regels bevat de omgevingsverordening ook omgevingswaarden. Dat zijn normen die voor de kwaliteit van de fysieke omgeving gelden. De Brabantse Omgevingsvisie, programma’s en Omgevingsverordening horen bij elkaar. De verordening helpt bij het realiseren van de opgaven en doelen die in de visie en programma’s zijn opgenomen. Daarom stelt de provincie eerst de omgevingsvisie op. Daarna volgen een uitwerking van beleid en maatregelen in de programma’s en de Omgevingsverordening. Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de definitieve Brabantse Omgevingsverordening vastgesteld. Daarin worden zowel aanpassingen vanwege de Omgevingswet meegenomen, als ook beleidswijzigingen gebaseerd op programma’s. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve Omgevingsverordening in november 2020 vastgesteld.

Vooruitlopend hierop is er een Interim Omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, later op onderdelen nog gewijzigd). Deze Interim Omgevingsverordening is grotendeels een beleid neutrale omzetting van (onder meer) de Verordening ruimte Noord-Brabant en de overige provinciale verordeningen. De Omgevingsverordening kent een aantal rechtstreeks werkende regels (zoals ten aanzien van de bescherming van grondwater, bodem, natuur, milieu, water). En er zijn instructieregels voor gemeenten, waaraan zij zich moeten houden bij het opstellen van nieuwe plannen of het toestaan van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Bij deze instructieregels geldt een aantal basisprincipes die gehanteerd worden:  Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit;  Zorgvuldig ruimtegebruik;  Toepassing van de lagenbenadering;  Meerwaardecreatie;  Kwaliteitsverbetering landschap. Bij de beoordeling van ruimtelijke ontwikkelingen dient uitgegaan te worden van deze basisprincipes. De regels zijn vastgelegd in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.

10 Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr985a_ON01

Hierna wordt aangegeven welke onderdelen van de provinciale verordening van belang zijn voor dit ruimtelijke plan. Aan de doorwerking daarvan wordt verderop aandacht besteed. Omgevingskwaliteit De zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit en een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving, is uitgewerkt in hoofdstuk 3 van de Interim Omgevingsverordening. Een ruimtelijke ontwikkeling moet bijdragen aan de omgevingskwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving. Het gaat daarbij in elk geval om een zorgvuldig ruimtegebruik, toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie. Dit houdt ook in dat elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het Landelijk Gebied gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Deze bijdrage moet financieel, juridisch en feitelijk zijn geborgd. Indien een kwaliteitsverbetering niet is verzekerd, wordt het ruimtelijke plan pas vastgesteld als een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd. Verantwoording In dit geval ziet het plan op de ontwikkeling van een ruimte voor ruimte woning. Aangezien ruimte voor ruimte ontwikkelingen al bij hebben gedragen aan de ruimtelijke kwaliteitsverbetering (door sloop van stallen en verbetering milieukwaliteit) zijn de bepalingen inzake kwaliteitsverbetering hierop niet van toepassing.

Dit onderdeel komt uitvoeriger aan de orde in paragraaf 3.5.3 van deze ruimtelijke onderbouwing. Structuren in de provinciale verordening Het plangebied ligt binnen het Gemengd Landelijk Gebied. Structuur: Gemengd landelijk gebied Het ruimtelijke plan dat ligt in gemengd landelijk gebied onderscheidt voor een goede ruimtelijke ordening gebieden waar een gemengde plattelandseconomie of een in hoofdzaak agrarische economie wordt nagestreefd. Toegelicht moet worden dat het ruimtelijke plan past binnen het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied en bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit. Onderhavig plangebied maakt onderdeel uit van het Gemengd Landelijk Gebied. Binnen dit gebied zet de provincie in op het mengen van functies voor een sterke plattelandseconomie. Daarbij is vooral de ontwikkeling van landbouw van belang, naast andere vormen van bedrijvigheid, natuur, landschap, recreatie en wonen. Daarbij moet rekening worden gehouden met omliggende functies en hun ontwikkelingsmogelijkheden.

Figuur 6: Interim Omgevingsverordening, basiskaart landelijk gebied [Provincie Noord-Brabant] Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr95a-ON01

11

Dit plan ziet op de ontwikkeling van een ruimte voor ruimte woning. Artikel 3.80 van de verordening bepaalt dat in afwijking van het verbod op nieuwvestiging voorzien kan worden in de bouw van een ruimte voor ruimte woning. Hiervoor zijn in artikel 3.80 van de verordening de voorwaarden opgenomen. Deze voorwaarden betreffen: a. er sprake is van een aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst; b. de ruimte-voor-ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; c. een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; d. er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling. Aan de voorwaarde van de milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst is voldaan middels aanlevering van ‘Leveringsdocument 1 bouwtitel, Grotestraat ong. (naast 95a), Sambeek’, d.d. 20 november 2020 van Reland locatieontwikkeling (bijlage 1) Het plangebied is gelegen in het ‘Gemengd landelijk gebied’. Oprichting van een woning is mogelijk in een bebouwingsconcentratie. Hieronder wordt verstaan een kernrandzone, bebouwingslint of een bebouwingscluster. In deze kan gesproken worden van een bebouwingslint (een min of meer aaneengesloten lijnvormige reeks van bebouwing langs een weg buiten bestaand stedelijk gebied).

Voor het wijzigen van het agrarisch bedrijf naar een maatschappelijke bestemming biedt de IOV de mogelijkheid te voorzien in de vestiging van een maatschappelijke voorziening. Conclusie: De Verordening ruimte Noord-Brabant biedt mogelijkheden voor de bouw van één woning op genoemde locatie en voor omschakeling van de locatie Grotestraat 96a van agrarisch naar maatschappelijk. Aanduidingen In de provinciale verordening is een aantal aanduidingen opgenomen. Aanduidingen liggen altijd over één of meerdere structuren heen en kunnen ook overlappen. De regels ter plaatse van een aanduiding gelden in aanvulling op de regels van de structuren of in afwijking daarvan.

Figuur 7: Plankaart Interim Omgevingsverordening, erfgoed [Provincie Noord-Brabant]

Cultuurhistorisch vlak en Aardkundig waardevol gebied Het plangebied is aangeduid als onderdeel van een Cultuurhistorisch vlak en als Aardkundig waardevol. Op grond van artikel 3.28 en 3.29 van de verordening is het beleid in deze gebieden mede gericht op het behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische en aardkundige waarden van de omgeving. In het bestemmingsplan Buitengebied van Boxmeer zijn regels opgenomen ter bescherming van deze waarden. 12 Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr985a_ON01

Ten aanzien van de ontwikkeling van dit gebied moet ingezet worden op behoud en herstel van de compacte dorpen versus de open akkers. De toevoeging van één woning in een open gat in een bebouwingslint heeft geen invloed op de cultuurhistorische of aardkundige waarde of betekenis van het gebied. Conclusie provinciaal beleid De beoogde ontwikkeling past binnen de provinciale beleidsuitgangspunten en regels. Functioneel past de functieverandering binnen de doelstellingen voor een gemengde plattelandseconomie. Vanwege de ligging in een cultuurhistorisch waardevol vlak waarbij openheid de te beschermen waarde is, dient bebouwing en landschappelijke inpassing de openheid niet in te perken. In de planuitwerking dient dit tot uitdrukking te komen.

Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr95a-ON01

13

3.3

Regio

3.3.1 Waterbeheerplan 2016-2021 Waterschap Aa en Maas Het beleid van het waterschap Aa en Maas is vastgesteld in het Waterbeheersplan 2016 - 2021. Dit plan kent de volgende hoofddoelstelling: 'Het ontwikkelen, beheren en in stand houden van gezonde en veerkrachtige watersystemen, die ruimte bieden aan een duurzaam gebruik voor mens, dier en plant en waarbij de veiligheid is gewaarborgd.' Voor een duurzaam waterbeheer hanteert het waterschap een vijftal doelstellingen:  zorg voor een duurzame watervoorziening  zorg voor een veilig en bewoonbaar gebied (minimaliseren van wateroverlast)  zorg voor gezond, natuurlijk en schoon water  vergroten van de ecologische en landschappelijke betekenis van water (belevingswaarde)  optimaliseren van de inspanningen voor de waterbeheerder. 3.3.2 Keur 2015 De Keur is een aanvulling op regels uit de Waterwet en is van toepassing op de rivieren, beken, sloten, grondwater en waterkeringen die in beheer zijn bij het waterschap. Maar ook op alle sloten en watergangen die eigendom zijn van anderen (o.a. agrariërs, tuinders). De voorschriften in de Waterwet en de Keur geven aan wat wel en niet mag en welke plichten er zijn. Denk aan activiteiten zoals het lozen in oppervlaktewater, het onttrekken van grondwater, het dempen van een sloot, of het plaatsen van een duiker of brug.

Medewerkers van het waterschap controleren de naleving van de Keur en overtredingen worden bestraft. 3.3.3 Regionaal Convenant duurzaam (ver)bouwen Noordoost-Brabant Het regionaal convenant Duurzaam Bouwen is tot stand gekomen in samenwerking met vijf woningbouwcorporaties (waaronder Mooiland, Brabant wonen en Wonen Vierlingsbeek), 11 gemeenten (waaronder Boxmeer) en de lokale vertegenwoordiging van BouwendNederland (vereniging van bouw- en infrabedrijven) en Uneto-VNI (installatiebedrijven). Met het afsluiten van dit convenant willen de partijen realiseren dat alle nieuwbouw en renovaties in de woningbouw duurzaam worden uitgevoerd. Duurzaam bouwen richt zich met name op het toepassen van verantwoorde materialen, zuinig omgaan met energie en water en het creëren van een gezond binnenklimaat. Duurzaam bouwen levert niet alleen meer comfort op, het zorgt ook voor lagere woonlasten. Bovendien gaat de kwaliteit van de woning omhoog. Algemene ambities van het convenant zijn:  energiezuinig (ver)bouwen en het terugdringen van energie- en woonlasten;  het verbeteren van de levensloopbestendigheid van en in gebouwen;  het bewustmaken van de eindgebruiker van de meerwaarde van duurzame gebouwen en de mogelijkheden voor het terugdringen van energielasten. De duurzaamheid van een woning kan uitgedrukt worden in GPR prestatieniveaus.

GPR is een meetinstrument bestaand uit vijf modules (energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde). Per module kan een score tussen 0 en 10 worden gehaald. Hoe duurzamer de woning des te hoger de GPR-score. Alle nieuwe woningen die door de aan het convenant deelnemende partijen gerealiseerd worden, moeten over de vijf thema’s een gemiddelde GPR-score van tenminste 7 halen. 3.3.4 Beleidsvisie externe veiligheid gemeenten Land van Cuijk Samen met de gemeenten in het Land van Cuijk is een tweede regionale beleidsvisie externe veiligheid opgesteld. De beleidsvisie richt zich op het beheersen van externe veiligheidsrisico’s in de vijf gemeenten. In de visie van de gemeenten in het Land van Cuijk moeten groepsrisicovraagstukken integraal, dat wil zeggen in onderlinge afstemming tussen alle betrokken beleidsvelden, worden beoordeeld. Pas wanneer de verantwoording met de volwaardige inbreng van alle beleidsvelden heeft plaatsgevonden, kan sprake zijn van integrale besluitvorming. Voorwaarde om dit te bereiken is dat alle aspecten vroeg in het planvormingsproces worden meegenomen. In deze beleidsvisie zijn de risicosituaties geprioriteerd aan de hand van criteria die voor de ruimtelijke ordening, milieubeheer en rampenbestrijding belangrijk zijn.

Deze prioritering kan bij de beoordeling van lokale initiatieven en ontwikkelingen richting geven aan de interne advisering bij de gemeenten. 14 Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr985a_ON01

3.4

Gemeente

3.4.1 Structuurvisie Boxmeer De gemeente Boxmeer beschikt over een ruimtelijke structuurvisie voor de periode tot 2030 (vastgesteld 12 december 2013). In de structuurvisie geeft de gemeente haar ruimtelijke ontwikkelingsvisie voor de lange termijn. Onderlegger voor de structuurvisie vormt de abiotische en landschappelijke structuur. Landschappelijk ligt het plangebied op oude bouwland.

Figuur 8: Structuurvisie Boxmeer, landschapsstructuur (gemeente Boxmeer)

Uitgangspunt voor het landelijk gebied is dat uitbreiding van bestaande bebouwing uitgevoerd dient te worden conform bestaande regelgeving en dat het agrarisch functioneren het leidend uitgangspunt is. De oprichting van een ruimte voor ruimte woning is passend binnen het hiervoor bestaande beleid. Omliggende agrarische bedrijven worden als gevolg van dit plan niet in hun functioneren belemmerd. Regeling kwaliteitsverbetering van het landschap gemeente Boxmeer Op grond van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant kunnen ontwikkelingen in het buitengebied alleen plaatsvinden indien deze gepaard gaan met een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van de kwaliteiten van het buitengebied. Om invulling te geven aan de verordening is op 19 maart 2013 de “Regeling Kwaliteitsverbetering van het landschap gemeente Boxmeer” vastgesteld (in 2019 voor het laatst geactualiseerd). Deze regeling gaat ervan uit dat een initiatief moet bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. In dit geval is sprake van een ruimte voor ruimte ontwikkeling. De realisatie van een ruimte voor ruimte woning is opgenomen in categorie 1. Hiervoor is geen inpassing of tegenprestatie noodzakelijk.

Het omschakelen van het agrarisch bouwvlak naar een Maatschappelijke bestemming is aan te merken als categorie 3 waarvoor een berekende kwaliteitsverbetering van het landschap noodzakelijk is. In overleg met de provincie is echter geconstateerd, dat initiatiefnemer al veel initiatieven in het kader van de landschapsverbetering heeft uitgevoerd (bijlage 2). Deze fysieke maatregelen hebben een dusdanige positieve impact op de omgevingskwaliteiten dat een bijdrage niet noodzakelijk is, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr95a-ON01

15

  

Borging van de duurzame instandhouding van de landschapselementen in het plangebied die nog niet onder een beschermingsregime vallen met een voorwaardelijke bepaling (door deze te koppelen met een inrichtingsplan in de bijlage van de planregels); Verklein het bouwvlak; Sloop de overtollige bebouwing (indien aanwezig).

Figuur 9: Landschappelijke inpassing

Het plangebied (en een deel ten westen van het plangebied) is sinds 2005 gerangschikt onder de Natuurschoonwet 1928. De daaruit voortvloeiende eisen met betrekking tot alle houtopstanden maken dat de landschapselementen geborgd zijn. 3.4.2 Gemeentelijk beleid hogere geluidsgrenswaarden De nieuwe Wet Geluidhinder die per 1 januari 2007 van kracht is geworden, verplicht de gemeenten lokaal geluidbeleid ten aanzien van de Hogere Waarde procedure op te stellen. De (geluid) wetgeving geeft handvatten voor het ontwikkelen, opstellen en uitvoeren van lokaal geluidbeleid. Het geluidbeleid van de Gemeente Boxmeer is vastgelegd in de op 16 april 2013 vastgestelde Geluidnota. Aan de nota is beleid voor industrielawaai toegevoegd. Hiermee wil de Gemeente Boxmeer het toelaten van geluidsproducerende bedrijvigheid reguleren. De gemeente wil voor haar grondgebied, en zeker bij nieuwe ontwikkelingen, een zo optimaal mogelijke kwaliteit realiseren. Dit wordt mede gerealiseerd door gebiedsgericht milieubeleid. In de Gemeente Boxmeer zijn hiervoor zes gebiedstypen gedefinieerd. De ligging van deze gebiedstypen is weergegeven op een gebiedstypenkaart.

16 Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr985a_ON01

Figuur 10: Gebiedstypenkaart

Per gebiedstype wordt er door de gemeente een ambitieniveau en een basisniveau voor de geluidkwaliteit en milieugezondheidskwaliteit (GES-scores ) gehanteerd. De niveaus worden passend gevonden bij de functie van het gebied en zijn leidend bij het toelaten van nieuwe ontwikkelingen. De gebiedsgerichte ambitie- en basisniveaus bewegen zich binnen de kaders van de vigerende wet- en regelgeving. Voor wegverkeerslawaai worden voor bepaalde gebiedstypen de wettelijke mogelijkheden volledig benut, voor andere gebiedstypen wordt hier terughoudender mee omgegaan. Op onderdelen is vanuit oogpunt van realisme een versoepeling, vereenvoudiging, accentverschuiving of verduidelijking doorgevoerd. Het beleid is vertaald naar te maken afwegingen voor een praktische toepassing in twee uitwerkingsnota’s een voor wegverkeerslawaai en een voor industrielawaai. De uitwerkingsnota’s bevatten de vertaling van de ambities naar te maken afwegingen en te stellen voorwaarden bij het maken van ruimtelijke plannen en nemen van besluiten. De landelijke Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr95a-ON01

17

geluidwet- en regelgeving voor vooral RO/verkeer is zeer complex. Invulling van de gemeentelijke beleidsvrijheid kan dat niet veranderen. Daarom zijn de afwegingen en voorwaarden die in de wetgeving staan samengevat in een stroomschema. Dit vergemakkelijkt het toepassen van het beleid in de dagelijkse uitvoeringspraktijk. Door het stroomschema te doorlopen, wordt gestructureerd de afwegingen van het beleid gevolgd. In paragraaf 4.1.7 wordt nader ingegaan op het aspect geluid. 3.4.3 Gemeentelijk waterplan Het gemeentelijk waterplan beschrijft de visie op water in samenhang voor het gehele watersysteem en de waterketen. Op 6 augustus 2013 heeft het college van B & W het waterplanprojectenboek 2014-2016 vastgesteld. Dit uitvoeringsprogramma is in zeer nauwe samenwerking met het waterschap Aa en Maas opgesteld. Samen met het waterschap streeft de gemeente Boxmeer ernaar om gezamenlijke waterdoelen en streefbeelden voor het totale watersysteem en de totale waterketen tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten te realiseren. De gemeente wil op zijn minst voldoen aan de verplichtingen die vanuit hogere overheden op de gemeente afkomen: de Europese Kaderrichtlijn Water, het Nationaal Bestuursakkoord Water (Stedelijke wateropgave), de “Wet gemeentelijke watertaken” etc. In het waterplan zijn zeven waterdoelen geformuleerd: 1. Een veilig en gezond (grond)watersysteem in 2015. 2.

Een veerkrachtig en duurzaam (grond)watersysteem in 2015. 3. Een optimaal functionerende waterketen in 2015. 4. Water als ordenend principe. 5. Recreatie en educatie. 6. Effectieve waterorganisatie. 7. Waterbewustzijn en watercommunicatie. 3.4.4 Welstandsnota 2014 Op 1 januari 2003 is de Woningwet gewijzigd. Een van de wijzigingen had betrekking op de uitoefening van het welstandstoezicht. Ingevolge de Woningwet moeten bouwplannen beoordeeld worden op basis van vooraf vastgelegde welstandscriteria waarin zo concreet mogelijk moet staan wat het criterium ‘redelijke eisen van welstand’ inhoudt. De beleidsregels van de gemeente Boxmeer zijn in 2004 vastgelegd in de Welstandsnota, die op 16 juli 2014 vervangen is door de op 3 juli 2014 door de gemeenteraad vastgestelde Welstandsnota 2014. In de Welstandnota 2014 zijn drie welstandsniveaus te onderscheiden. Het perceel ligt in een gebied met welstandsniveau 2 en er geldt een bebouwingstype W9 (individuele woonbebouwing). Het bouwplan zal beoordeeld worden door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit

18 Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr985a_ON01

4.

UITVOERINGSASPECTEN

4.1

Milieuaspecten

4.1.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Voor dit project hoeft op grond van de Wet milieubeheer geen milieueffectrapport of vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden gemaakt. Mede gelet op wat elders in deze ruimtelijke onderbouwing wordt opgemerkt over de afzonderlijke milieuaspecten, heeft het project geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in de zin van het Besluit milieueffectrapportage en de Europese richtlijn. 4.1.2 Bedrijfshinder In de publicatie “bedrijven en milieuzonering” (editie 2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zijn indicatieve richtafstanden voor ontwikkelingen nabij verschillende typen bedrijven opgenomen. De richtafstanden gelden tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningsvrij bouwen mogelijk is. Binnen deze richtafstanden is hinder ten gevolge van het betreffende bedrijf niet uit te sluiten. Woningbouw binnen deze richtafstand is inpasbaar, indien aangetoond wordt dat (eventueel na het treffen van maatregelen) voor het betreffende bedrijf een kleinere richtafstand van toepassing is. Het dichtstbijzijnde bedrijf is gelegen aan de Grotestraat 104a. Dit betreft Langen keukens en badkamers en is aan te merken als een milieu-categorie 2 bedrijf.

De richtafstand hiervoor bedraagt 30 meter. De afstand tussen dit bedrijf en onderhavige ontwikkeling bedraagt 40 meter zodat aan de richtafstand wordt voldaan. 4.1.3 Bodemkwaliteit De gemeente Boxmeer sluit in haar lokale bodembeleid aan bij het Besluit bodemkwaliteit en zet in op duurzaam gebruik van de ondergrond om de milieudoelstellingen zoals door de Rijksoverheid onder andere om te komen tot een afname van de CO2-uitstoot, een beheersing van (eventueel) aanwezige bodemverontreiniging per 2030 (landsdekkend beeld) het inzichtelijk maken van de diverse grondstromen en het tegengaan van verspreiding van bodemverontreiniging. Met het gemeentelijk bodembeleid worden mogelijkheden geschapen om binnen het gemeentelijke beheersgebied op een milieuverantwoordelijke wijze met zo min mogelijk financiële consequenties secundaire grondstoffen opnieuw te gebruiken. Het bodembeleidsplan heeft betrekking op het grondgebied van de gemeente Boxmeer en biedt een overkoepelend kader. De bodemkwaliteitskaart en de regels voor grondverzet uit het bodembeheerplan (2006) zijn nog steeds geldig en het bodembeleidsplan verwijst naar de relevante delen en geeft daar waar nodig aanvullingen. Uit historisch onderzoek is bekend, dat er op het perceel een ondergrondse tank heeft gelegen welke nog, gereinigd en geleegd, aanwezig is.

Deze tank zal echter bij de huidige bebouwing liggen en de beoogde bouw elders op het perceel niet belemmeren. Op grond van het (regionale) bodembeleid kan mogelijk gebruik worden gemaakt van de vrijstellingsregeling bodemonderzoek. Voor de locatie is daarom een historisch bodemonderzoek uitgevoerd (bijlage 3). Dit historisch bodemonderzoek geeft geen aanleiding om te veronderstellen dat de locatie niet of minder geschikt zou zijn voor de beoogde ontwikkelingen. Op dit moment is het niet noodzakelijk om een verder bodemonderzoek uit te voeren. Dat de locatie kan worden aangemerkt als een onverdachte locatie neemt niet weg dat er bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen een bodemonderzoek dient te worden gevoegd. Dit bodemonderzoek zal voorafgaand aan de indiening van de omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen worden uitgevoerd. 4.1.4 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s die mensen oplopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico’s vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn:  Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr95a-ON01

19

 Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb);  Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen, zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht.

Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Wanneer verantwoorden? Bron Wanneer groepsrisicoverantwoording? Inrichtingen (Bevi) Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Buisleidingen (Bevb) Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1. het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2. de toename minder is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 3.

personen zich buiten de 100% letaliteitgrens bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden. Weg, spoorweg of Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. binnenwater (Bevt) Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1. het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2. de toename minder is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 3. personen zich buiten de 200 meter-zone bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden. Indien de verantwoordingsplicht niet juist is uitgewerkt terwijl dit wel verplicht is, kan dit tot vernietiging van het ruimtelijk besluit door de Raad van State leiden. Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde de veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Tot slot wordt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening‘ (artikel 3.1 Wro) getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit en effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstations’. 20 Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr985a_ON01

Beleidsvisie externe veiligheid gemeenten Land van Cuijk De gemeente Boxmeer heeft samen met de gemeenten in het Land van Cuijk een regionale beleidsvisie externe veiligheid opgesteld. De beleidsvisie richt zich op het beheersen van externe veiligheidsrisico’s in de gemeenten Boxmeer, Cuijk, Grave, Mill en Sint Hubert en Sint Anthonis. De gemeenten hebben gekozen voor een gezamenlijke aanpak bij het opstellen van deze beleidsvisie omdat externe veiligheid veelal grensoverschrijdend is. Wanneer geen goede ruimtelijke scheiding van risico’s en risico-ontvangers wordt bereikt kunnen nieuwe knelpunten ontstaan. De gemeenten zetten daarom in op het maken van keuzes ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit en streven naar een logische en verantwoorde scheiding tussen de risicovolle activiteiten en kwetsbare groepen. Bij de verantwoording van het groepsrisico wordt een brede afweging van belangen van diverse beleidsvelden verwacht. Het integrale karakter van deze groepsrisicoverantwoording maakt dat nadrukkelijk afstemming moet plaatsvinden tussen de beleidsvelden ruimtelijke ordening, milieubeheer en de rampenbestrijding. In de visie van de gemeenten in het Land van Cuijk moeten groepsrisicovraagstukken daarom integraal, dat wil zeggen in onderlinge afstemming tussen alle betrokken beleidsvelden, worden beoordeeld.

Pas wanneer de verantwoording met de volwaardige inbreng van alle beleidsvelden heeft plaatsgevonden, kan sprake zijn van integrale besluitvorming. Voorwaarde om dit te bereiken is dat alle aspecten vroeg in het planvormingsproces worden meegenomen. Het plan ziet op de ontwikkeling van een nieuwe gevoelige functie, een nieuwe woning en het wijzigen van de bestemming Agrarisch naar Maatschappelijk. Raadpleging van de Risicokaart laat zien dat het plangebied niet gesitueerd is binnen de invloedsfeer van risicovolle inrichtingen, transportroutes of leidingentracés. Geconcludeerd kan worden dat er in de omgeving geen risicobronnen zijn die invloed hebben op de beoogde planontwikkeling.

Figuur 11: Uitsnede risicokaart (Risicikaart.nl)

4.1.5 Geur De op 1 januari 2007 ingegane Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is niet van toepassing, aangezien er geen geurcontouren over dit gebied liggen.

Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek

NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr95a-ON01

21

Figuur 12: Uitsnede geurkaart, achtergrondbelasting

4.1.6 Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de wijziging van de 'Wet milieubeheer' in werking getreden. Deze wet vervangt het 'Besluit luchtkwaliteit 2005' en is één van de maatregelen die de overheid heeft getroffen om:  negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken;  mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling te creëren ondanks de overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De paragraaf luchtkwaliteit in de 'Wet milieubeheer' voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden.

Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als:  er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;  een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt, wat wil zeggen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (meer dan 3% ten opzichte van de grenswaarde);  een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden, nadat de EU op 7 april 2009 derogatie heeft verleend. NIBM-grens woningbouwlocatie, 3% criterium: < 1.500 woningen (netto) bij minimaal een ontsluitingsweg, met een gelijkmatige verkeersverdeling; < 3.000 woningen bij minimaal twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen 22 Bestemmingsplan Grotestraat 95a Sambeek NL.IMRO.0756.BP21SbkGrotestr985a_ON01

gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. De locatie is echter niet gelegen binnen de in het besluit aangegeven zone van 50 meter voor provinciale wegen. Hiermee is het Besluit gevoelige bestemmingen niet van toepassing. Onderzoeksresultaten luchtkwaliteit Het plan betreft het aanwezige kinderdagverblijf aan te merken als hoofdfunctie. Dit gebruik genereert zo’n 50 verkeersbewegingen per etmaalweekdag. Hiermee is het project aan te merken als een project dat “niet in betekenende mate bijdraagt” aan luchtverontreiniging:

Figuur 13: Wordt-case berekening voor de bijdrage van het verkeer als gevolg van het plan op de luchtkwaliteit

Verantwoording Aanvullend onderzoek naar luchtkwaliteit is niet nodig. 4.1.7 Geluid Het is van belang om mensen te beschermen tegen geluidshinder en tegen nadelige gezondheidseffecten door geluid. Het belangrijkste wettelijke kader hiervoor is de Wet geluidhinder (Wgh). Deze wet biedt geluidsgevoelige gebouwen en terreinen bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerlawaai, spoorweglawaai en industrielawaai door zonering. Geluidsgevoelige gebouwen zijn woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen. Dat zijn onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven. Binnen bepaalde afstanden (zones) van verschillende geluidsbronnen gelden grenswaarden voor de geluidsbelasting op gevoelige gebouwen en terreinen. Hierbij is een ondergrens (voorkeursgrenswaarde) en een bovengrens (maximaal toelaatbare grenswaarde) opgenomen. Ook gelden er grenswaarden voor het akoestische klimaat in de gebouwen zelf. Een ruimtelijke ontwikkeling kan betrekking hebben op het realiseren van een geluidgevoelige functie en/of op het toevoegen van een nieuwe geluidsbron. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient voor alle functies die gevoelig zijn voor geluid bepaald te worden of na realisering van de ruimtelijke ontwikkeling sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Boxmeer&id=6c59f6f7-8418-4beb-b5ae-de4e1d54fb25