2021-R-512a Werkagenda inwoners met een psychische kwetsbaarheid 2020-2023
Tekst van het document
□
Ontwikkelen
Weten
Begrijpen
Willen
Doen
Blijven doen
project succesvol afgerond
Een veilige leefomgeving voor iedereen
Inwoners voelen zich veilig in de wijk. Als het niet goed gaat met iemand zelf of een buurtbewoner, weten ze de weg naar hulp eenvoudig te vinden, ook in de avonduren.
4.1
AVE-model (Bestaand/nieuw)
De gemeenten in het Land van Cuijk werken volgens het escalatiemodel AVE. Dit model is een procesgerichte werkwijze gericht op het voorkomen en verminderen van escalatie bij zorg- en/of veiligheidscasussen. Dit AVE-model dient in alle gemeentelijke organisaties verder doorontwikkeld te worden en verder verspreid in de organisatie en onder ketenpartners. De periode voor de herindeling gebruiken gemeenten om hun AVE-model te updaten en waar nog nodig te implementeren. Vanaf de herindeling wordt op eenduidige wijze in de nieuwe organisatie gewerkt aan een brede verspreiding van het AVE-model, zowel intern als extern. Casus- en procesregie vormen een onderdeel van het model.
□
Beoogd effect
Inwoners met een psychische kwetsbaarheid ontvangen tijdig de juiste zorg en ondersteuning op de juiste plaats.
□
Resultaat
Het AVE-model is bekend onder professionals in het sociaal domein en wordt breed gevolgd.
□
Opdracht
Update het AVE-model voor de 5 gemeenten in het Land van Cuijk in 2021 en harmoniseer dit model tot één werkwijze voor de nieuwe gemeente Land van Cuijk per 2022. Zorg daarnaast dat het AVE-model breed bekend is in de gemeentelijke organisaties en onder ketenpartners en dat dit breed wordt gehanteerd.
□
Producten
Update AVE-model per gemeente Geharmoniseerd AVE-model Leersessies over AVE-model
□
Planning
2021: Update AVE-model per gemeente 2022: Harmonisatie AVE-model 2023: Leersessies AVE-model
□
Budget
2022 en 2023: PM
□
Risico
Het AVE-model wordt in meer of mindere mate al gehanteerd in de verschillende gemeenten. Wanneer er geen actueel model wordt gehanteerd ontstaat onduidelijkheid over wat te doen bij escalatie en over rollen, taken en verantwoordelijkheden. Met risico op escalatie als gevolg. De belangrijkste risicofactoren zijn onvoldoende middelen en onvoldoende commitment van professionals en collega’s over gebruik van het model.
4
Een veilige leefomgeving voor iedereen
Inwoners voelen zich veilig in de wijk. Als het niet goed gaat met iemand zelf of een buurtbewoner, weten ze de weg naar hulp eenvoudig te vinden, ook in de avonduren.
4.2
Oplossen knelpunten (Bestaand)
4
RIS 2021-R-512a
Daar waar zich knelpunten opdoen ten aanzien van inwoners met een psychische kwetsbaarheid, proberen we deze knelpunten op te lossen. We werken hierin samen met veiligheid en onze 18
ketenpartners.
□
Beoogd effect
Inwoners met een psychische kwetsbaarheid ontvangen tijdig de juiste opvang, zorg en ondersteuning op de juiste plaats.
□
Resultaat
Knelpunten worden adequaat opgelost.
□
Opdracht
Zorg dat knelpunten goed gesignaleerd, gedocumenteerd en opgevolgd worden. Gebruik hiervoor een gedegen proces, waardoor knelpunten structureel opgepakt/opgelost worden.
□
Producten
Producten zijn vooraf nog niet aan te geven, maar afhankelijk van de ervaren knelpunten.
□
Planning
2021 t/m 2023: Oplossen knelpunten
□
Budget
Geen
□
Risico
Indien knelpunten niet worden aangepakt is er een groot risico op escalatie van problemen en overlast. De belangrijkste risicofactor is commitment van collega’s en partners over het aanpakken en oplossen van knelpunten.
Ontwikkelen
Weten
Begrijpen
Willen
Doen
Blijven doen
Project succesvol afgerond
5
Regionaal vangnet
Wanneer een inwoner (tijdelijk) niet zelfstandig kan wonen, kan een beroep worden gedaan op het regionaal vangnet. De voorzieningen in dit vangnet helpen de inwoner om tot rust te komen en te herstellen richting zelfstandig wonen. Is dit niet meer mogelijk dan stroomt de inwoner uit naar de Wlz.
5.1
Afspraken met regio BNO-o (Bestaand/nieuw)
We maken afspraken met de regio BNO-o over afstemming met het LvC t.a.v. regionaal vangnet, regionale toegang, regionaal meldpunt niet-acute zorg, etc.
□
Beoogd effect
Lokale en regionale vraagverheldering en ondersteuning sluiten op elkaar aan.
□
Resultaat
Er zijn heldere afspraken over de afstemming tussen de regionale voorzieningen en toegang en de voorzieningen en toegang in het Land van Cuijk.
Opdracht
Volg de regionale ontwikkelingen rondom de regionale ontwikkelagenda voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid en geef input over het Land van Cuijk waar nodig. Houd de toegang in het Land van Cuijk op de hoogte van de ontwikkelingen en betrek de toegang waar nodig. Maak met de regio BNO-o heldere afspraken over afstemming tussen de regionale voorzieningen en –toegang en de voorzieningen en toegang in het Land van Cuijk.
Producten
Werkafspraken t.a.v. regionale toegang Werkafspraken t.a.v. regionaal vangnet Werkafspraken t.a.v. regionaal meldpunt niet-acute zorg Werkafspraken t.a.v. ervaren knelpunten
□
Planning
2021: werkafspraken regionale toegang 2021: werkafspraken regionaal vangnet 2021: werkafspraken meldpunt niet-acute zorg 2021 t/m 2023: werkafspraken t.a.v. ervaren knelpunten
□
Budget
Geen
Risico
Indien er geen werkafspraken worden gemaakt met de regio BNO-o over voornoemde onderdelen zullen taken en verantwoordelijkheden van professionals mogelijk niet voldoende helder zijn en op elkaar afgestemd. Daardoor is er een risico dat inwoners niet tijdig de juiste opvang, ondersteuning en/of zorg ontvangen. De belangrijkste risicofactor is commitment van collega’s en partners over het aanpakken en oplossen van knelpunten.
□ □
□
RIS 2021-R-512a
19
Begroting Werkagenda Land van Cuijk Budgetten voor uitvoering werkagenda LvC
Onderdelen Projectkosten en communicatie
2021 € 10.000
2022/2023 N.t.b.
Thema 1: Fijne leefomgeving Wijkscan
€ 20.000 € 20.000
N.t.b.
Thema 2: Formele hulp en ondersteuning Programmacoördinatie Procesregisseur 2 FTE uitvoering Sociaal Domein
€ 415.000 € 55.000 € 140.000 € 220.000
N.t.b.
Thema 3: Wonen gaat voor opvang Woonzorgvisie
€ 30.000 € 30.000
N.t.b.
Thema 4: Veilige woonomgeving
N.t.b.
Thema 5: Een regionaal vangnet Totaal
€. 475.000
N.t.b.
De uitgaven voor 2021 zijn in totaal € 475.000,-. Deze uitgaven kunnen worden gedekt uit de ontvangen middelen vanuit de reserve beschermd wonen (2019), de middelen aanpak daklozen en de reserve beschermd wonen 2021. De kosten van de activiteiten worden verdeeld naar rato van het aantal inwoners, met uitzondering van de uitbreiding van 2 FTE voor de uitvoering sociaal domein en de procesregisseur. Deze inzet wordt verrekend conform de gebruikelijke personeelskosten voor de ambtelijke organisaties. 1 FTE voor CGM en 1 FTE voor Boxmeer en Sint Anthonis. Voor 2022 en 2023 is het op dit moment nog niet mogelijk een begroting te maken. Daarvoor waren er op het moment van schrijven nog teveel onzekerheden met betrekking tot het financiële kader 3 en de inbedding van de (extra) formatie in de reguliere capaciteit van de nieuwe organisatie. Daarnaast worden in 2021 de activiteiten voor 2022 en 2023 nog verder uitgewerkt. Het financiële kader zoals hieronder benoemd zal daarbij leidend zijn. Indien het financiële kader niet toereikend blijkt te zijn, zal worden bekeken waar ambities kunnen worden bijgesteld. Vanwege de herindeling in 2022 zal de begroting voor 2022 en 2023 worden voorgelegd aan de nieuwe gemeente Land van Cuijk en de gemeente Grave.
Daarbij zal het volgende financiële kader het uitgangspunt zijn: - Restant reserve beschermd wonen 2019 - Middelen ambulantisering ggz 2022 en 2023 4 - Nog te ontvangen reserve beschermd wonen in 2021, 2022 en 2023 - Lokale middelen decentralisatie beschermd wonen (gedeeltelijk, indien nodig)
3 1. De te ontvangen middelen na de decentralisatie beschermd wonen zijn momenteel nog niet bekend.
2. Gemeenten ontvangen in 2021, 2022 en 2023 nog een deel van de regionale reserve beschermd wonen. Voor het bestemmen van deze middelen is nog bestuurlijke besluitvorming nodig. 3. De herindeling Land van Cuijk brengt voor de herindelende gemeenten extra onzekerheden mee ivm de herverdeling van middelen als gevolg van de herindeling. 4 Tot en met 2021 worden de ambulantiseringsmiddelen GGZ voor andere doelen ingezet. Vanaf 2022 maken de middelen onderdeel uit van het financieel kader. Bij de definitieve begroting 2022/2023 volgt besluitvorming over de inzet van de middelen. RIS 2021-R-512a 20
Bijlage 1 Analyse Land van Cuijk Indicatoren voor psychische kwetsbaarheid in de wijk
Drie onderdelen van een goede analyse: Wetenschappelijk onderzoek
Risicofactoren
Feiten en cijfers
Einddatum (alle onderdelen): 0-meting gereed Literatuur onderzoek
Risicofactore n bepalen
Risicofactore n per gemeente
Feiten en cijfers
Gegevens analyseren
Conclusies trekken
Analyse afgerond
Literatuurstudie Geschat wordt dat ongeveer 40% van de bevolking in zijn of haar leven te maken krijgt met psychische of psychiatrische problemen. Extra aandacht is vooral nodig voor de groep die een ernstige psychische aandoening (EPA) combineert met ernstige maatschappelijke beperkingen. Die groep omvat 1,7% van de Nederlandse bevolking (Delespaul, 2013). Op basis van dit percentage zijn er in onze regio Land van Cuijk ongeveer 1520 inwoners die onder de EPA doelgroep vallen. Psychische stoornissen komen veel voor: elk jaar voldoet 17,5% van de Nederlanders aan de criteria ervoor. Als we alleen naar de cijfers kijken dan krijgt bijna de helft (43,5%) van de Nederlanders ooit in het leven een psychische stoornis. Van deze groep gaat het bij meer mensen om veel minder ernstige problemen (bijvoorbeeld depressie). Een ernstige psychische stoornis (EPA) gaat dus zeker niet iedereen overkomen (bijvoorbeeld psychose). Er zijn niet zozeer oorzaken voor het krijgen van een psychische stoornis. Wel kunnen er heel veel factoren mee spelen opdat ze het risico op het krijgen van een stoornis vergroten. Ook de vaardigheden, of houding, die iemand ontwikkeld heeft om met tegenslagen, heftige emoties en psychische problemen om te gaan, spelen een belangrijke rol. Die houding kan zowel positief als negatief zijn, en dus beschermend werken of juist de kwetsbaarheid vergroten.
Genetische factoren, omgevingsfactoren (biologisch of sociaal) kunnen een rol spelen. De meeste risicofactoren die een rol kunnen spelen bij het ontwikkelen van een stoornis zijn maatschappelijke omgevingsfactoren. Op deze factoren is deze analyse gebaseerd. Waar in de literatuur nog vaak gesproken wordt over een psychische stoornis, spreken wij liever van een psychische kwetsbaarheid. Risicofactoren (maatschappelijke omgevingsfactoren) Er zijn veel risicofactoren die op maatschappelijk niveau liggen – vaak dezelfde als voor lichamelijke stoornissen – Er is een duidelijk verband tussen een lagere sociaaleconomische status en een slechtere gezondheid – voor talloze problemen, stoornissen en ziekten, en dus ook voor psychische stoornissen. Dit zijn: 1.
Inkomen (lager meer risico)
RIS 2021-R-512a
21
2. Opleidingsniveau (lager meer risico) 3. Arbeidsstatus (werkloos meer risico dan werkend) 4. Etniciteit (inwoners met een migratie achtergrond meer risico dan inwoners zonder migratieachtergrond) 5. Woonsituatie (alleenstaanden het hoogste risico, volwassenen met kinderen en partner het laagste) 6. Religiositeit (niet religieus meer risico) 7. Stad of dorp (hoger risico in stad) 8. Leeftijd (hoe jonger, hoe meer risico) Bepaalde mensen en groepen zijn structureel meer blootgesteld aan (combinaties) van risicofactoren en lopen daardoor (veel) meer risico dan anderen. Risicofactor 1: inkomen (lager meer risico) We hebben in beeld welk percentage huishoudens in 2019 een laag inkomen had of een inkomen had onder of op een sociaal minimum (CBS). Ook hebben we in beeld hoeveel procent van onze inwoners moeite hebben met rondkomen (GGD-monitor). In verhouding heeft Cuijk de meeste inwoners met een laag inkomen.
Huishoudens met een laag inkomen Huishoudens op of onder het sociaal minimum Huishoudens die met moeite rondkomen
Boxmeer 4,5%
Cuijk 6,4%
Grave 4,8%
Mill en St Hubert 4,4%
St Anthonis 3,8%
4,19%
5,5%
4,4%
3,8%
3,9%
15%
17%
17%
14%
14%
Risicofactor 2: opleidingsniveau (lager meer risico) We hebben geen actuele cijfers over het opleidingsniveau van de inwoners van het Land van Cuijk.
Risicofactor 3: arbeidsstatus (werkloos meer risico dan werkend) We hebben in beeld wat in 2019 de aantallen voor de sociale uitkeringen waren. De personen die een bijstandsuitkering of een werkeloosheidsuitkering (WW) hebben zijn werkloos. Deze groep maakt nog kans op een vorm van werk. Voor mensen die (langdurig) arbeidsongeschikt (AO) zijn is dit beperkt of niet mogelijk. Ouderen die een uitkering ontvangen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) hebben de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en hoeven niet meer te werken. Wat opvalt is dat Cuijk en Sint Anthonis relatief gezien een hoog aantal arbeidsongeschikte inwoners heeft.
Bijstand AO WW AOW
Boxmeer 310 1300 350 4800
Cuijk 440 1260 410 5780
Grave 160 560 160 2450
Mill en St Hubert 120 470 130 2120
St Anthonis 80 560 140 2240
Risicofactor 4: Etniciteit (migratieachtergrond meer risico dan zonder migratieachtergrond) Inwoners in het Land van Cuijk zijn over het algemeen autochtoon. De meeste allochtonen wonen in Cuijk. Daarna volgen Boxmeer en Grave. In Mill en Sint Hubert en Sint Anthonis wonen nauwelijks allochtonen.
RIS 2021-R-512a
22
ETNICITEIT LVC Westers
Niet-westers
GRAVE
492
240
484
MILL EN SINT HUBERT
283
10831
10167 647
1070
CUIJK
2455
2464
BOXMEER
2108
1381
10766
20012
25576
Autochtoon
SINT ANTHONIS
Risicofactor 5: woonsituatie (alleenstaanden het hoogste risico, volwassenen met partner/kinderen het laagste) In onderstaand schema wordt de woonsituatie voor huishoudens over 2019 in het Land van Cuijk weergegeven. Grave heeft in verhouding tot het aantal inwoners de meeste eenpersoonshuishoudens.
WOONSITUATIE LVC Huishoudens met kinderen
Huishoudens zonder kinderen
Eenpersoonshuishoudens
Sint Anthonis
Mill en Sint Hubert
Grave
Cuijk
Boxmeer 0
500
1000
1500
2000
2500
3000
3500
4000
4500
5000
Risicofactor 6: religiositeit (niet-religieuzen meer risico) Er zijn geen actuele gegevens voor deze risicofactor beschikbaar.
Risicofactor 7: stad of dorp (hoger risico in stad) Deze risicofactor gaat over de bevolkingsdichtheid en is bepaald door de dichtheid van adressen. De gemeente Cuijk heeft in verhouding de hoogste dichtheid.
Boxmeer Cuijk Grave Mill en Sint Hubert Sint Anthonis RIS 2021-R-512a
Aantal inwoners per m2 658/km2 868/km2 638/km2 316/km2 269/km2
Stedelijkheid Weinig stedelijk Weinig stedelijk Weinig stedelijk Niet-stedelijk Niet-stedelijk 23
Risicofactor 8: Leeftijdsopbouw (hoe jonger, hoe meer risico) De categorie 0-15 en 15-24 jarigen geeft meer inzicht op wijkniveau.
leeftijdsopbouw LvC 2019 Sint Anthonis Mill en Sint Hubert Grave Cuijk Boxmeer 0
5000 0-15 jaar
10000
15000
15-25
25-45
20000 45-65
25000
30000
35000
>65
Analyse op wijkniveau Bovenstaande risicofactoren zijn ook op wijkniveau gemaakt. Op basis van een weging per gemeente worden de volgende wijken als het meest kwetsbaar aangemerkt: Boxmeer: Bakelgeert Noord, Luneven en Bakelgeert-Zuid, Cuijk: De Valuwe, Padbroek en de Heeswijkse Kampen Grave: Estersveld en de Zittert Mill en Sint Hubert: Centrum en Mill West Sint Anthonis: Sint Anthonis (kern) en Oploo In het Land van Cuijk is de Valuwe de meest kwetsbare wijk gevolgd door Bakelgeert Noord. Prevalentieberekening psychische stoornissen (Trimbos instituut) Het Trimbos instituut heeft een praktische methodiek ontwikkeld waarmee de zorgprevalentie van mensen met een psychische kwetsbaarheid van 18 jaar en ouder kan worden geschat. Dit kan helpen de benodigde zorg en ondersteuning in te plannen. Aan de hand van de volgende kenmerken wordt de zorgprevalentie in beeld gebracht: dichtheid van adressen, % eenpersoonshuishoudens, inwoners met een WWB-uitkering, inwoners met een AO-uitkering, inwoners ≥ 18. VOORSPELD AANTAL VOLWASSENEN INWONERS (≥ 18) DAT OP JAARBASIS EEN EPA HEEFT EN GGZ-ZORG ONTVANGT
20
86
120
266
348
Epa-prevalentie
BOXMEER
CUIJK
GRAVE
MILL EN ST HUBERT
SINT ANTHONIS
Conclusies - Hoe hoger de verstedelijking, hoe hoger de EPA-zorgprevalentie van EPA-cliënten; - Grave heeft de meest eenpersoonshuishoudens; - Cuijk verstrekt de meeste bijstandsuitkeringen; - In Cuijk en Sint Anthonis wonen de meeste mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering.
RIS 2021-R-512a
24
Feiten en cijfers per gemeente Aantal inwoners die zorg of ondersteuning ontvingen van de GGZ:
CUIJK
Zvw
Jeugdzorg
GRAVE
MILL EN ST HUBERT
Wmo BW
Wmo ambulant
7
5
7
63
65 6
1 BOXMEER
150
148
164 73
39
43
23
178
243
479
506
Z O RG EN ONDERSTEUNING GGZ 2019
ST ANTHONIS
Het aantal personen dat in 2019 in behandeling was voor een verslaving (alcohol, drugs, gamen etc.) bij Novadic:
BEHANDELING NOV ADIC 2019 18 t/m 23
24 t/m 49
50+
BOXMEER
3
2
3
3 0
1
0 CUIJK
2
3 1
2
1
9
10
11
13
23
31
36
18-
GRAVE
MILL EN ST HUBERT
ST ANTHONIS
Aantal cliënten dat beschermd wonen ontvangt in het Land van Cuijk. Dit hoeft niet de gemeente van herkomst te zijn.
B ES CHERMD W ONEN ( ZIN EN PGB) 2018
2019
BOXMEER
CUIJK
GRAVE
18
18
5
4
1
2
3
6
8
6
7
20
46
44
43
2017
MILL EN ST HUBERT
ST ANTHONIS
In onderstaande tabel staan de E33 meldingen (overlast verward/overspannen persoon) voor het Land van Cuijk. Relatief gezien worden in Cuijk de meeste meldingen gedaan.
RIS 2021-R-512a
25
E33 MELD INGEN 2015 - 2019 2016
2017
2018
2019
74 70 78 79
BOXMEER
CUIJK
GRAVE
14
16
26
37 MILL EN SINT HUBERT
7
11 14 9 16 24
22 31 24
43 49
52
65
76
78
86
101
2015
SINT ANTHONIS
De aard van de E-33 meldingen is divers, aangezien onder E-33 meldingen verschillende vormen van overlast kan worden gemeld. Ongeveer een derde van de overlastmeldingen heeft te maken met alcohol of drugs. Een klein percentage van de meldingen is het gevolg van overlast van zwervers. Deze meldingen komen met name vanuit Boxmeer en Sint Anthonis. In Cuijk en Grave zijn binnen het Land van Cuijk relatief gezien de meeste meldingen over pogingen tot zelfdoding. Bronnen -
Bauke Koekkoek: Verward in Nederland (2016); Trimbos instituut: Psychische gezondheid van Nederlanders (Nemesis-2); Trimbos instituut: psychische kwetsbaarheid, sociale inclusie en verbindende zorg. Handvat voor een regionale samenwerkingsagenda (berekening Epa-prevalentie); PH. Delespaul, en de consensusgroep EPA: Consensus over de definitie van mensen met een ernstige psychiatrische aandoening (epa) en hun aantal in Nederland (Tijdschrift voor Psychiatrie, 55/2013); Delespaul (PH), Tijdschrift voor psychiatrie (6), 2016; Cijfers (contract)partners GGZ, Novadic en de politie; Wmo-monitor 2017, 2018 en 2019.
RIS 2021-R-512a
26
Bijlage 2 Programmastructuur Een programmatische aanpak
Programmatische aanpak: Coördinatie
Werkgroepen
Besluitvorming
Aangezien er veel verschillende interne en externe partners betrokken zijn bij de uitvoering van de werkagenda hanteren we een programmatische aanpak. Onderstaand schema geeft de programmastructuur weer voor de uitvoering van de werkagenda Land van Cuijk.
Toelichting op de programmastructuur: De programmacoördinatie zal bestaan uit het coördineren van de ontwikkelagenda, afstemmen met de ambtelijke werkgroep ontwikkelagenda LvC en de uitvoering van de regionale ontwikkelagenda. Daarnaast zal per programma een werkgroep worden gevormd. Deze werkgroepen uit een afvaardiging vanuit diverse RIS 2021-R-512a
27
disciplines uit de vijf gemeenten in het LvC (en indien van toepassing externe partners), aangestuurd door een lid uit de werkgroep Ontwikkelagenda LvC. De resultaten uit de programmawerkgroepen worden vervolgens opgepakt in de ambtelijke organisaties in het LvC en indien van toepassing door externe partners. Dit betekent dat de werkgroepen niet alle acties zelf uitvoeren. De bedoeling is dat de acties zoveel mogelijk aansluiten bij de bestaande uitvoering van beleid, en dat de acties regulier worden opgepakt. Er worden 4 werkgroepen onderschreven: Werkgroep 1 Thema Opdracht
Werkgroep 2 Thema
Opdracht
Werkgroep 3 Thema
Opdracht
Werkgroep 4 Thema Opdracht
Wijkscan en sociale inclusieagenda Fijne leefomgeving en sociaal netwerk Verantwoordelijk voor opzet en uitrol wijkscans, sociale agenda, anti-stigmacampagne, activiteiten in het kader van psycho-educatie en vroegsignalering.
Dienstverlening en integraliteit sociaal domein Formele hulp en ondersteuning Verantwoordelijk voor het voorbereiden op het Wetsvoorstel aanpak meervoudige problematiek Sociaal Domein (Wams), voor uitwerken en optimaliseren van werkprocessen onder meer t.a.v. één huishouden, één plan, één contactpersoon en het creëren van de nieuwe functie procesregisseur sociaal domein. Ook is de werkgroep verantwoordelijk voor het optimaliseren van monitorinformatie, het maken van een scholingsplan ter bevordering van ggz-expertise en verbeterprocessen t.b.v. het volgen van cliënten.
Wonen Wonen gaat voor opvang Verantwoordelijk voor het maken van een woonzorgvisie, het in beeld brengen van behoefte aan opvang en uitstroommogelijkheden en activiteiten in het kader van het creëren van lokale uitstroommogelijkheden.
Samenwerking zorg en veiligheid Veilige woonomgeving voor alle inwoners Verantwoordelijk voor de doorontwikkeling van het AVE-model en overige activiteiten in het kader van deze ontwikkelagenda t.a.v. het borgen van een veilige woonomgeving voor alle inwoners.
Voor thema 5, een regionaal vangnet, wordt geen aparte werkgroep opgericht. Vanuit de gemeenten wordt een (of meerdere) consulent(en) aangewezen die kunnen meedenken over de inhoud. Daarnaast zal de werkgroep ontwikkelagenda de voortgang van het thema volgen. De werkgroepen zijn gebaseerd op samenwerking met externe partners. Dat betekent dat naast interne deelnemers ook externe deelnemers aan de werkgroepen kunnen zijn verbonden. In deze impactanalyse gaan we echter alleen in op de interne impact. Besluitvorming ten aanzien van de thema’s vindt plaats volgens de in de programmastructuur geschetste route: portefeuillehoudersoverleg Sociaal Domein LvC, individuele colleges en individuele gemeenteraden.
RIS 2021-R-512a
28