2021-R-497a Rapport Transitievisie Warmte Boxmeer (februari 2021)
Tekst van het document
28
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER Benut het sociaal kapitaal Verduurzaming van de gebouwde omgeving begint niet altijd met beslissingen van bovenaf. Soms hebben buurtbewoners bijvoorbeeld zelf al initiatieven ontwikkeld hun woningen te verduurzamen. Het is belangrijk om op de hoogte te zijn van zulk soort initiatieven, en ze maximaal te ondersteunen, of juist te stimuleren als ze er nog niet zijn. In gesprek blijven met wijk- en dorpsraden en energiecoöperaties is hierin onmisbaar.
Bakelgeert-Noord is een kansrijke buurt voor een warmtenet. Dit is namelijk een buurt met een hoge woningdichtheid, een redelijk homogene buurtopbouw en een gemiddelde ouderdom (veel label CD, waardoor het lastig all-electric te maken is). In combinatie met potentiele warmtebronnen (restwarmte van bedrijven en ondiepe geothermie) zijn dit kansen om te onderzoeken.
Zoek het initiatief met bedrijven en op het bedrijventerrein Het is van belang om met bedrijven op het bedrijventerrein in gesprek te gaan over enerzijds hun warmte- en koudevraag en anderzijds hun aanbod van restwarmte. Daardoor kan in kaart worden gebracht wat a) de collectieve mogelijkheden per gebied zijn om met collectieve WKOsystemen de warmte- en koudevraag aan te pakken, en b) welke hoeveelheid restwarmte er daadwerkelijk te verdelen is. Kansrijke buurten Concreet zijn er twee buurten in de gemeente Boxmeer die kansrijk zijn om mee te starten in de transitie richting aardgasvrij. Een kansrijke buurt voor elektrische warmtepompen (all-electric) is de buurt Maasbroeksche Blokken. Alle woningen zijn daarvan zijn gebouwd na 1992. De isolatieopgave is dus relatief laag en de oplossing is duidelijk, namelijk de installatie van elektrische warmtepompen. Wat nu geïnventariseerd kan worden is wanneer de CV’s aan vervanging toe zijn, en wat een natuurlijk moment is om (collectief) te gaan na-isoleren en over te stappen op een warmtepomp.
29
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
6.2 Starten met besparen De komende jaren gebruiken we om inwoners te informeren over de opgave die eraan komt en bieden we handvatten om toe te werken naar een woning die aardgasvrij gereed is. Naarmate meer inzichten worden verkregen over de financiële kant van de warmtetransitie en de technische mogelijkheden wordt deze route en het bijbehorende handelingsperspectief steeds verder aangescherpt. De handelingsperspectieven per bouwjaar/isolatie van de woning en per techniek zijn weergegeven in figuur 7 en figuur 8. Naast het isoleren van een woning zijn er nog allerlei andere maatregelen die bijdragen aan het aardgasvrij gereed maken. Dit gaat onder andere om koken op inductie of het aanleggen van vloerverwarming. Door deze stappen op natuurlijke momenten te nemen – bijvoorbeeld als de keuken of vloer toe is aan vervanging – kunnen de extra kosten van deze maatregel laag worden gehouden. Daarnaast kunnen inwoners die al wel toe zijn aan het aardgasvrij maken van hun woning op de korte termijn al een (hybride) warmtepomp aanschaffen. Welke maatregelen je in welke woning zou kunnen nemen staat in onderstaande figuur weergegeven. Ook is hier een onderscheid gemaakt in no-regret maatregelen en aanvullende maatregelen. De no-regretmaatregelen zijn altijd een goed idee, de aanvullende maatregelen hangen af van je woning en de uiteindelijk wenselijke techniek.
Daarnaast kunnen inwoners met al hun vragen terecht bij het energieloket. Het centrale energieloket voor Noordoost Brabant is Brabant Woont Slim. Inwoners kunnen hier terecht met alle vragen over het verduurzamen van hun woningen. Figuur 7: Handelingsperspectief per bouwjaar/isolatie van de woning
30
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
6.3 Technische en financiële haalbaarheid onderzoeken
Figuur 8: Handelingsperspectief per techniek
Het vaststellen van de Transitievisie Warmte is een van de eerste stappen in de warmtetransitie. Omdat we nog aan het begin van de transitie staan is veel onduidelijk. Hoe komen de financieringsconstructies er bijvoorbeeld uit te zien en welke collectieve oplossingen zijn er nu daadwerkelijk binnen de gemeente aanwezig. De komende jaren benutten we om hier meer duidelijkheid over te krijgen. De financieringsconstructies worden door de Rijksoverheid bedacht, maar de technische mogelijkheden worden binnen de gemeente verder onderzocht. Voor Boxmeer gaat dit met name over de mogelijkheden om gebruik te maken van diepe geothermie, de beschikbaarheid van groen gas in de toekomst en de daadwerkelijke mogelijkheden voor het toepassen van TEO. De komende periode gebruiken we om een inzicht te krijgen in deze (on)mogelijkheden om zo een beter beeld te kunnen schetsen van de financiële en technische haalbaarheid nu en in de toekomst. Op deze manier kunnen we in de volgende versie van de Transitievisie gericht keuzes maken in welke technieken waar en op welke termijn ingezet kunnen worden. Maar ook andere kansrijke technieken die zich voordoen zullen nader onderzocht moeten worden zoals het gebruik van zonnecollectoren. Want de ruimte op een dak kan maar één keer ingezet worden. Inwoners moeten dan een keuze maken om te kiezen voor het opwekken van elektriciteit of warmte.
31
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
6.4 Initiatieven ondersteunen en stimuleren De gemeente wil bestaand, maar ook nieuwe initiatieven de ruimte geven om met goede ideeën te komen. Mogelijk zijn er groepen inwoners die op de korte termijn al aardgasvrij willen worden of inwoners die voor hun dorp of wijk een goed idee hebben. Omdat we nog geen keuze maken met waar we beginnen ontstaat de ruimte om dit soort initiatieven te ondersteunen, mits het een uitvoerbaar idee betreft. Hoe dit ondersteunen er precies uit komt te zien verschilt per initiatief.
6.5 Kans op een aardgasvrije wijk voor 2030? Kortom, we zetten op de kortere termijn in op de drie pijlers: starten met besparen, technische en financiële haalbaarheid onderzoeken en initiatieven ondersteunen en stimuleren. Dat betekent dat we geen wijk aanwijzen die voor 2030 aardgasvrij wordt, maar wel de mogelijkheid houden om voor 2030 in een wijk, of een deel ervan, te beginnen. Dat kan het geval zijn als uit onderzoek een technische en financieel haalbare techniek naar voren komt voor een specifiek gebied, of als inwoners zelf graag collectief aan de slag willen. Ook houden we daarmee de mogelijkheid open voor het toepassen van, nog te ontwikkelen, innovaties. Wanneer we in een gebied aan de slag willen, zal dat altijd starten met een gesprek met de inwoners en wordt er een wijkuitvoeringsplan opgesteld. Ook wordt dat meegenomen in de herziening van de Transitievisie Warmte die elke 5 jaar plaatsvindt.
32
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
7. Financieringsmogelijkheden 7.1 Een betaalbare transitie De betaalbaarheid van de warmtetransitie is een belangrijk punt van aandacht. In het Klimaatakkoord staat dat ‘de verduurzaming voor iedereen betaalbaar moet zijn, maar ook gefinancierd (moet) kunnen worden. Ook voor degenen die daar nu geen toegang toe hebben’. Hoe dit er precies uit komt te zien is echter nog onduidelijk. Mede vanwege de onduidelijkheden op dit vlak is er voor gekozen om geen wijken aan te wijzen die voor 2030 aardgasvrij moeten worden. In plaats daarvan wordt er voornamelijk ingezet op isolatie – een maatregel waarvan we weten dat deze naast comfort vaak ook financiële voordelen met zich meebrengt. Het uiteindelijke doel is dat de warmtetransitie betaalbaar wordt voor iedereen middels subsidies en gunstige leningen. Een belangrijke rol voor deze subsidies en leningen ligt bij de Rijksoverheid. Het gaat hierbij om het vinden van een breed palet aan aantrekkelijke, toegankelijke en verantwoorde financieringsmogelijkheden, zodat iedereen een vorm kan vinden die in de eigen situatie past. Een combinatie aan subsidies en duurzaamheidsleningen ligt daarom in de toekomst voor de hand. Het verschil tussen subsidies en duurzaamheidsleningen is hiernaast weergegeven.
Subsidies
Subsidies zijn er met name om de ‘onrendabele top’ af te dekken. Daarmee wordt het volgende bedoeld: Een nieuwe maatregel levert vaak besparing op, of meerwaarde voor de woning. Soms is dit niet genoeg om de maatregel terug te kunnen betalen, dan spreken we van een onrendabele top. Het kan ook een keuze zijn om subsidie in te stellen om een maatregel extra te stimuleren. Er zijn verschillende subsidies: Subsidies voor particulieren bij het doen van maatregelen of aanschaf van installaties (ISDE, SEEH) Subsidies voor energieproducenten voor het produceren van duurzame energie (SDE+, SDE++) Proeftuinsubsidie aardgasvrije wijken voor gemeenten (PAW). Provinciale subsidies, zoals vanuit Brabant geeft Energie
Duurzaamheidsleningen
Duurzaamheidsleningen maken het mogelijk om duurzame maatregelen te treffen, zonder dat iemand veel eigen geld hoeft te gebruiken. Een maatregel kan namelijk een voordelige keus zijn, maar niet direct te financieren. Een duurzaamheidslening moet worden terugbetaald, maar kent in de regel een lage rente. Er zijn verschillende duurzaamheidsleningen, waaronder: Energiebespaarfondsen voor particulieren. Deze bestaan er op nationaal (Nationaal Warmtefonds) en provinciaal niveau, maar ook op lokaal niveau. Energiefondsen voor initiatieven/organisaties. Deze bestaan er op regionaal niveau (BOM Renewable Energy). Gemeentelijke duurzaamheidslening Boxmeer
33
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
7.2 Betaalbaarheid van de warmtetransitie Door te werken aan verschillende financieringsconstructies werkt de overheid toe naar een situatie waarin de woonlasten zoveel mogelijk gelijk blijven of in het geval van energiearmoede zelfs omlaag gaan. Hoe dit precies vorm wordt gegeven gaat waarschijnlijk verschillen per wijk. Zo liggen de maatschappelijke kosten bij de aanleg van een warmtenet mogelijk hoger, omdat de straat hiervoor opengebroken moet worden. En zo zijn de aanschafkosten van een warmtepomp hoog voor een inwoner. En kan het zo zijn dat de maandelijkse energiekosten bij duurzaam gas het hoogst zijn. Kortom er zijn veel verschillende type kosten om mee rekening te houden. Bij de keuze van een techniek wordt daarom niet alleen gekeken naar de technische haalbaarheid, maar ook naar de maatschappelijke en eindgebruikerskosten. Deze kosten zijn bij voorkeur in balans en zo laag mogelijk. De combinatie tussen technische mogelijkheden en deze verschillende kosten bepaald uiteindelijk welke techniek het meest geschikt is voor welke woningen in welke wijken. Omdat de kosten afhankelijk zijn van veel factoren, zoals de staat van de woningen, de ruimte in de straat, het type wijk en de beschikbare bron, worden de daadwerkelijke kosten voor een techniek pas op uitvoeringsplan niveau berekend.
De investeringskosten hangen namelijk af van het type systeem en de isolatiegraad van de woning. De jaarlijkse kosten zijn weer afhankelijk van de leefstijl van de inwoners, de exploitatiekosten en de onderhoudskosten aan het systeem. Wat de kosten voor het aardgasvrij worden bedragen verschilt dan ook erg per situatie. Voor een reeds goed geïsoleerde woning waar al vloerverwarming aanwezig is kan de overstap op een warmtepomp met de huidige subsidies zonder al te grote investering plaatsvinden. Zeker wanneer dit gebeurt op
Maatschappelijke kosten Dit zijn de totale financiële kosten in Nederland van alle maatregelen die nodig zijn om in een wijk of dorp van het aardgas af te gaan, ongeacht wie die kosten betaalt. Dit is inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Het gaat hier onder andere om de aanleg van een warmtenet, de verzwaring van het elektriciteitsnet, verwijderen van het gasnet en onderhoud van infrastructuur. Ook de investeringen van de bewoners zitten hierin. In Bijlage IV zijn de maatschappelijke kosten preciezer uiteengezet.
Eindgebruikerskosten Eindgebruikerskosten zijn de kosten voor de bewoners en andere gebouweigenaren en kunnen worden onderverdeeld in investeringskosten en jaarlijkse kosten. Deze kosten geven weer welk deel van de kosten op de schouders van de bewoner valt. Kosten voor de bewoners worden onderverdeeld in investeringskosten en jaarlijkse kosten per woning. De investeringskosten zijn de eenmalige kosten voor de transitie naar een duurzamere warmtetechniek. De jaarlasten zijn de kosten voor de bewoner die jaarlijks betaald moet door de bewoner. Voor meer informatie over mogelijke eindgebruikerskosten, zie de rekenvoorbeelden in Bijlage IV en V.
het moment dat de huidige CV ketel aan vervanging toe is. Voor woningen waarin nog veel maatregelen genomen dienen te worden lopen de kosten al snel op. Het is daarom goed om de natuurlijke momenten te benutten (vervangen keuken, nieuwe ketel, nieuwe vloer) om de kosten zo laag mogelijk te houden. Wat de daadwerkelijke kosten worden en hoe dit gefinancierd gaat worden wordt de komende jaren verder uitgewerkt. 34
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
7.3 Financiering en kosten nog onduidelijk Uit bovenstaande blijkt dat de warmtetransitie veel kosten met zich meebrengt voor verschillende partijen. Van eigenaren van woningen, woningcorporaties, bedrijven, netbeheerders tot de overheid zelf. Aan alle kant wordt nagedacht over de betaalbaarheid, er zijn allerlei financieringsconstructies in de maak maar veel moet het komend jaar en daarna nog duidelijk worden. Ook als het gaat om de kosten voor de gemeenten is nog veel onzeker. Verwacht wordt dat pas eind 2021 duidelijkheid komt welke middelen de gemeenten ontvangen van de Rijksoverheid voor het uitvoeren van het Klimaatakkoord. De warmtetransitie maakt hier onderdeel van uit. Voordat we in een wijk aan de slag gaan om de huizen van het aardgas af te halen, willen wij duidelijkheid hierover.
35
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
Bijlage I – Begrippenlijst Aquathermie
Aquathermie betekent warmte uit water. Water is net als de bodem of lucht een lage temperatuurbron die gebruikt kan worden om woningen van warmte te voorzien. Door warmte uit water te halen kan een lage temperatuur warmtenet worden gerealiseerd.
Biogas
Biogas is een gas dat ontstaat door het vergisten van biomassa (organisch materiaal) zoals GFT, slib en mest. Het gas wat vervolgens ontstaat kan gebruikt worden om woningen te verwarmen, maar mag vanwege andere eigenschappen dan aardgas niet door het bestaande gasnet worden vervoerd. Biogas wordt daarom meestal opgewerkt tot groengas.
Biomassa
Biomassa bestaat uit verschillende soorten organisch materiaal. Houtachtig biomassa wordt vaak gebruikt voor houtpelletketels terwijl mest, GFT-afval, slib en mais goede grondstoffen zijn voor biogas.
Bodemlussen
Bodemlussen zijn buizen gevuld met een vloeistof die tot enkele meters diep de bodem in gaan. Ze zijn verbonden met een warmtepomp die middels de bodemlus warmte uit de bodem kan halen.
Collectieve aanpak
Met een collectieve aanpak wordt een warmtenet bedoeld.
Duurzaamheidslening
Een lening die gebruikt wordt om duurzame maatregelen te treffen die niet direct te financieren zijn. De lening moet worden terugbetaald, maar dit is in de regel met een lage rente.
Eindgebruikerskosten
De kosten die worden betaald door de uiteindelijke gebruiker. Deze zijn op te delen in investeringskosten en jaarlijkse kosten per woning. De investeringskosten zijn eenmalige kosten voor de transitie naar een duurzamere warmtetechniek. Jaarlijkse kosten zijn kosten die de gebruiker jaarlijks betaald. Voorbeelden zijn kosten voor onderhoud van de techniek en/of de warmte zelf.
Energielabel
Een energielabel laat in één oogopslag zien hoe energiezuinig een woning is. Energielabels lopen van energielabel A voor een zeer energiezuinige woning tot en met energielabel G voor een woning die veel energie gebruikt.
Energietransitie
De energietransitie gaat over het vervangen van fossiele brandstoffen, waaronder aardgas, olie en steenkool, voor duurzame bronnen zoals zon, wind en bodemwarmte.
Geothermie
Geothermie is warmte afkomstig uit de aarde (ook wel aardwarmte genoemd). Geothermie kan ondiep (500 tot 1500 meter), diep (1500 tot 4000 meter) en ultradiep (> 4000 meter) gewonnen worden. Hoe dieper de warmte gewonnen wordt, hoe hoger de temperatuur.
Groengas
Groengas is biogas dat is opgewaardeerd naar aardgaskwaliteit. Hierdoor heeft het dezelfde eigenschappen als aardgas en mag het in het bestaande aardgasnetwerk worden toegevoegd.
36
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER Hoge temperatuur(HT)
Warmtebronnen waarvan de temperatuur tussen de 70-90 C ligt.
Houtpelletketels
In houtpelletketels worden speciale houtpellets verbrand om warmte te winnen. De ketels staan der discussie omdat de duurzaamheid ervan beperkt is als het hout niet uit de regio komt, het lang duurt voordat de CO2 die vrijkomt bij verbranding weer is opgenomen door de natuur en ze de luchtkwaliteit beïnvloeden. Houtpelletketels worden daarom alleen in buitengebieden ingezet.
Hybride warmtepomp
De hybride warmtepomp is een warmtepomp die naast de bestaande CV ketel wordt geplaatst en zo in een groot deel van de warmtevraag kan voorzien. Alleen als het heel koud is buiten springt de gewone CV ketel bij om de woning te verwarmen. Daarnaast blijft de CV ketel het water verwarmen.
Individuele aanpak
Met een individuele aanpak wordt een techniek op woningniveau bedoeld. Dit kan bijvoorbeeld gaan om een warmtepomp. Bij een individuele aanpak kan je zelf bepalen op welk moment je overstapt op welke techniek.
Innovatieve oplossingen
Duurzame warmtetechnieken die zich nog aan het ontwikkelen zijn. Een voorbeeld is voor boerderijen warmte winnen uit melk.
Isolatiegraad
De mate van isolatie van een woning.
Lage temperatuur(LT)
Warmtebronnen waarvan de temperatuur tussen de 10-40 C ligt.
Maatschappelijke kosten
Dit zijn de totale financiële kosten die Nederland betaald om een wijk of buurt van het aardgas te halen, ongeacht wie de kosten betaald. Dit is inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Het gaat hier onder andere om de aanleg van een warmtenet, de verzwaring van het elektriciteitsnet, verwijderen van het gasnet en onderhoud van de infrastructuur. Ook de investeringen van de bewoners zitten hierin.
Meekoppelkansen
Ontwikkelingen in de omgeving waarbij de uitvoering van de warmtetransitie mee zou kunnen worden genomen. Voorbeelden zijn renovaties van corporatiewoningen en/of de openbare ruimte, vervanging van riolering, aanpassingen van het openbaar groen en klimaatadaptatie. Meekoppelkansen kunnen kosten en overlast in de uitvoering beperken.
Midden temperatuur(MT)
Warmtebronnen waarvan de temperatuur tussen de 40-70 C ligt.
No-regret maatregel
Een no-regret maatregel wordt ook wel een geen-spijtmaatregel genoemd. Dit is een maatregel die je in je woning kunt nemen om de woning te verduurzamen en die ongeacht het toekomstige alternatief voor aardgas goed is om te nemen.
Onrendabele top
Het onrendabele verschil tussen investeringskosten en besparingskosten. Investeringskosten kunnen teruggewonnen worden door besparingsmaatregelen. Echter is de besparing in kosten soms minder dan de investeringskosten. Dit verschil is de onrendabele top. 37
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER PVT zonnewarmtenet Regionale Energiestrategie(RES)
Een warmtenet waarbij de warmte wordt opgewekt door zonnecollectoren en de warmte in de bodem wordt opgeslagen in de zomer en wordt gebruikt in de winter. De Regionale Energiestrategie wordt gemeente overstijgend opgesteld met als doel het inzichtelijk maken en vastleggen van plekken voor de opwek van zonne- of windenergie.
Restwarmte
Restwarmte is warmte die vrijkomt bij een productie of proces en waar op dit moment nog geen gebruik van wordt gemaakt. Zo komt bij bedrijven waar met behulp van hoge temperatuur dingen worden geproduceerd komt vaak restwarmte vrij, maar komt er ook restwarmte vrij bij rioolwaterzuiveringsinstallaties of bij energiecentrales. Deze restwarmte kan in sommige gevallen gebruikt worden als bron om een warmtenet van warmte te voorzien.
Thermische Energie uit Afvalwater (TEA)
TEA staat voor thermische energie uit afvalwater en is een vorm van aquathermie waarbij de warmte uit het rioolwater wordt gebruikt om een warmtenet van warmte te voorzien.
Thermische Energie uit Drinkwater (TED)
TED staat voor thermische energie uit drinkwater en is een vorm van aquathermie waarbij de warmte uit drinkwater wordt gebruikt om een warmtenet van warmte te voorzien.
Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO)
TEO staat voor thermische energie uit oppervlaktewater en is een vorm van aquathermie waarbij de warmte uit rivieren, plassen en kanalen wordt gebruikt om een warmtenet van warmte te voorzien.
Transitievisie Warmte (TVW)
De Transitievisie Warmte is een document waarin de route naar een aardgasvrije gemeente wordt beschreven. Elke gemeente moet een dergelijke visie in 2021 hebben vastgesteld en tenminste eens in de vijf jaar herzien. Op deze manier wordt de visie steeds concreter en blijft er ruimte om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen of nieuwe onderzoeksinzichten.
Warmtekoudeopslagsystemen (WKO)
Een WKO is een methode om warmte en koude in de bodem op te slaan. Dit gebeurt in een watervoerend pakket in de bodem. Door hier in de zomer koel water uit omhoog te pompen en warm water in te brengen en dit in de winter om te draaien (warm water omhoog, koud water omlaag) kunnen woningen worden gekoeld en verwarmd..
Warmtenet
Een warmtenet is een collectieve oplossing waarbij warmte i.p.v. gas aan je woning wordt geleverd. Deze warmte is afkomstig van een bron, zoals geothermie of restwarmte, en wordt vervolgens middels een vloeistof in een buizennetwerk onder de grond naar de woningen getransporteerd.
Warmtepomp
Een warmtepomp is een alternatief voor de huidige CV ketel en maakt gebruik van warmte afkomstig uit de buitenlucht of uit de bodem. Door deze warmte middels elektriciteit verder te verhogen is deze warmte geschikt om een goed geïsoleerde woning te verwarmen.
38
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER Warmtetransitie
De warmtetransitie is onderdeel van de energietransitie en gaat over het verduurzamen van het energiegebruik dat we gebruiken in de gebouwde omgeving. De warmtetransitie gaat over het vinden van een duurzaam alternatief voor het aardgas dat we gebruiken om ons water te verwarmen, te koken en onze woning warm te krijgen.
Waterstofgas
Waterstofgas is een gas dat ontstaat door aardgas of water te splitsen. De meeste waterstof is op dit moment grijze waterstof. Dit is waterstof dat ontstaat door aardgas te kraken. Hierbij ontstaat er een waterstofdeel en een CO2 deel. Grijze waterstof is daarmee geen duurzaam alternatief. Bij groene waterstof komt er geen CO2 vrij, maar moet er veel elektriciteit worden toegevoegd om een waterdeeltje te kunnen splitsen in waterstof en zuurstof. Deze techniek is daarom alleen interessant wanneer er veel duurzame energie wordt opgewekt.
Wijkuitvoeringsplan (WUP)
Een wijkuitvoeringsplan is een document waarin concreet wordt beschreven hoe een wijk, buurt of kern van het aardgas afgaat. Oftewel: met welke middelen en op welke termijn.
39
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
Bijlage II – Toelichting warmtetechnieken Individuele of collectieve technieken Afhankelijk van het woningtype liggen bepaalde systemen meer voor de hand dan andere. Bij een lage bebouwingsdichtheid en oudere woningen, zoals vaak in het buitengebied en kleine kernen het geval is, is een individuele oplossing een geschikt systeem. In het geval van een nieuwe woning bij een lage bebouwingsdichtheid kan gebruik gemaakt worden van warmte uit de lucht of bodem in combinatie met een warmtepomp. Dit is een all-electric oplossing. Ook collectieve oplossingen die gebruik maken van het bestaande aardgasnet zoals groen gas of waterstofgas kunnen een goede optie zijn, omdat er geen nieuw transportnet geplaatst hoeft te worden. De kosten voor het plaatsen van een warmtenet of gasnet lopen bij een lage bebouwingsdichtheid snel op. Daarnaast is het logistiek gezien een enorme onderneming. De straat moet namelijk open worden gebroken, het warmtenet moet aangelegd worden en de oude gasleiding moet eruit. Hieronder staat in meer detail beschreven welke type warmtebronnen er zijn en of die zich lenen voor collectieve of individuele technieken en voor welk type gebieden zij geschikt zijn.
Techniek van collectieve warmtebronnen Collectieve warmtealternatieven zijn warmtesystemen waarop meerdere gebouwen zijn aangesloten op dezelfde warmtebron (zoals het huidige gasnet of stadsverwarming). De warmte of brandstof wordt via een warmte- of gasnet getransporteerd naar de individuele panden. Een collectief systeem op een HT-systeem (> 70°C), zoals restwarmte van industrie of geothermie kan een woning direct verwarmen zonder dat daar aanpassingen voor nodig zijn zoals andere radiatoren. Een collectief systeem op MT (tussen 40°C en 70°C) verlangt wel goede isolatie. Ook is een tweede technologie nodig om warm tapwater te leveren, zoals een boiler. Een optie is om MT-warmte met een collectieve HT warmtepomp eerst centraal naar een HT te brengen en vervolgens alsnog via een warmtenet te transporteren. Bij deze HT is vergaande isolatie van de panden geen vereiste, maar rendabele isolatie wel gewenst om zoveel mogelijk energie te besparen. HT en MT zijn zeer geschikt voor oude panden waarvan isolatie zeer kostbaar is. Voor een collectief warmtesysteem is een hogere bebouwingsdichtheid nodig met een minimaal aantal aansluitingen, omdat het anders financieel niet haalbaar is.
Een HT, collectief, systeem is bij hoogbouw en voor oude dorps- en stadskernen vaak de meest geschikte keuze vanwege de beperkte ruimte rondom het pand of geluidsoverlast van andere oplossingen, zoals de luchtwarmtepompen. Er moet echter nog wel voldoende ruimte vrij zijn in de bodem voor het plaatsen van het
40
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
nieuwe net, indien dit nodig is. HT bronnen (bijvoorbeeld geothermie) in combinatie met een warmtenet vraagt vanwege de hoge investeringskosten vaak om minimaal 5000 woningen. Voorbeelden van collectieve systemen met LT zijn warmte-koudeopslag (WKO), PVT zonnewarmte en thermische energie uit oppervlaktewater of afvalwater (aquathermie). Dit zijn bronnen die warmte winnen uit de bodem en het riool- of oppervlaktewater. Vanwege de LT van de bronnen moet de temperatuur op individueel of collectief niveau met een warmtepomp omhoog gebracht worden naar ten minste 30°C. Bij deze vorm van warmtelevering is vergaande isolatie nodig. Het grootste nadeel van LT warmtenetten is dat er zowel een warmtenet, als een warmtepomp nodig is. Soms ook warmteopslag. De energielasten kunnen hierdoor hoog oplopen. Voordeel is dat LT warmtebronnen geschikt zijn voor kleinere warmtenetten van enkele honderden woningen. Daarnaast zijn er meer lage en MT beschikbaar in vergelijking tot HT restwarmte, dat schaars is. Tot slot geeft een LT warmtenet vaak de mogelijkheid tot koudelevering in de zomer.
Techniek van individuele warmtebronnen Individuele alternatieven zijn warmtesystemen die per individueel pand worden toegepast. Voorbeelden zijn warmtepompen waarbij de toevoer aan warmte afkomstig kan zijn uit de lucht, bodem(lus), riool, warmte- koudeopslag (WKO) of oppervlaktewater uit de directe nabijheid van het gebouw. Zonneboilers zijn ook duurzame warmte alternatieven. Voor een individuele warmtepomp (LT warmte) moet een woning vergaand geïsoleerd zijn of worden, om in de wintermaanden voldoende comfort te kunnen garanderen. Is isoleren te kostbaar omdat het pand oud is? Dan is een hybride warmtepomp een optie. Het pand blijft bij een hybride warmtepomp aangesloten op het bestaande gasnet. Dan worden de piekvragen (de warmtevraag op erg koude dagen) met (duurzaam) gas ingevuld. Bij LT-oplossingen zal de manier van warmteafgifte in de woning vaak moeten worden aangepast; ruimteverwarming gaat dan niet meer via traditionele radiatoren, maar met grote radiatoren, convectoren of vloerverwarming, omdat deze een groter oppervlak voor warmteafgifte hebben. Deze LT/all-electric opties lenen zich met name voor relatief nieuwe panden, van na 1992, waarbij isoleren relatief ‘eenvoudig’ is of niet nodig. Bij deze oplossingen moet er wel rekening gehouden worden met de opwek van groene energie, omdat de warmtepompen elektriciteit gebruiken.
Een houtpellet gestookte ketel is een individuele HT variant. De duurzaamheid van deze optie is omstreden wanneer de houtpellets niet geproduceerd zijn met hout uit de regio. Daarnaast duurt het tientallen jaren voordat de CO2 die vrijkomt bij verbranding weer opgenomen wordt door bomen. Op korte termijn zorgt dit daarom niet voor CO2-reductie. Tenslotte levert het discussies op over luchtkwaliteit, zeker in dichtbebouwde gebieden. Daarom wordt de houtpellet kachel gezien als een optie voor het buitengebied waar de woningdichtheid laag is.
41
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
Alle alternatieven op een rij Elektrische warmtepomp – elektriciteit Een warmtepomp maakt het elektrisch verwarmen van een goed geïsoleerde woning mogelijk. Het brengt warmte afkomstig uit lucht, bodem of grondwater middels elektriciteit naar een hogere temperatuur geschikt voor het verwarmen van een woning en het leveren van warm water. Omdat ook na het elektrisch verwarmen de warmte nog steeds een lage temperatuur betreft is een goed geïsoleerd huis noodzakelijk om onnodig veel elektriciteitsgebruik te voorkomen. Een woning moet geschikt zijn of gemaakt worden voor lage temperatuur verwarming. Dit houdt in dat je een groter oppervlak nodig hebt die warmte uitstraalt. Vloerverwarming of andere radiatoren zijn dan noodzakelijk om voldoende warmte in de woning te krijgen.
Hybride warmtepomp – elektriciteit Een alternatief voor de volledig elektrische warmtepomp is een hybride warmtepomp. Dit is een warmtepomp die naast een traditionele gas cv ketel wordt gehangen. Hierbij verwarmt de warmtepomp de woning het grootste deel van het jaar, maar wordt de woning tijdens de koudste dagen verwarmd door de gas cv ketel.
WKO – warmtenet en elektriciteit Op ondiepe schaal kan middels een warmte-koude-opslag (WKO) een kantoorpand of een woonwijk verwarmd worden. Een WKO is als het ware een opslagvat onder de grond dat warmte vast kan houden. Een WKO zorgt voor opslag van warmte in de zomer die in de winter gebruikt kan worden om te verwarmen en opslag van koude in de winter die in de zomer gebruikt kan worden om te koelen. Het in balans houden van een WKO is essentieel. Dit betekent dat een WKO alleen geschikt is voor wijken of gebieden die naast een warmtevraag ook te maken hebben met een koudevraag, waardoor een WKO niet overal toepasbaar is. Daarnaast levert een WKO lage temperatuurwarmte waardoor woningen net als bij een elektrische warmtepomp geschikt moeten zijn voor lage temperatuur verwarming of de temperatuur collectief in de wijk naar een hogere temperatuur gebracht dient te worden.
PVT zonnewarmte – warmtenet en elektriciteit Zonthermie Bij zonthermie wordt zonlicht omgezet in warmte doormiddel van een zonnecollector. De temperaturen in de collector zijn in de zomer hoog genoeg om tapwater of verwarming te verhitten tot 80°C. In de winter echter niet. Dit betekent dat de warmte alleen in de warmere maanden kan worden ingezet of dat deze moet worden opgeslagen.
42
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
De meest toegepaste vorm van zonthermie zijn de individuele zonnecollectoren op de daken van woningen. Deze collectoren in combinatie met een boiler verwarmen alleen het tapwater. Verwarming is immers niet nodig in de zomer. In de winter wordt het tapwater voorverwarmd met de collectoren en verder naverwarmd met de gasketel, elektrisch of een warmtepomp. Individuele zonnecollectoren kunnen bijna op iedere woning worden ingezet mits er voldoende ruimte is maar bieden op zichzelf dus geen oplossing voor duurzame verwarming. Een technologie die steeds vaker wordt toegepast is de combinatie van zonnepanelen met zonnecollectoren in een PVT systeem. Dit bespaart kostbare (dak)oppervlakte en resulteert in een gunstiger rendement voor de PV panelen. De systemen zijn nu nog betrekkelijk duur maar de verwachting is dat deze in prijs af zullen nemen. Zonthermie kan ook op grotere schaal worden ingezet in de vorm van zonnecollectorvelden. De gewonnen warmte wordt dan opgeslagen om later in het jaar gebruikt te kunnen worden. Wanneer de warmte wordt opgeslagen in een ondergrondse opslag zoals een ecovat blijft de temperatuur enkele maanden nog hoog en kan de warmet dus tot laat in het najaar worden gebruikt om woningen direct (zonder warmtepomp) te verwarmen via een collectief warmtenet. Na deze periode is het warmteverlies te groot.
Een groot nadeel is dus dat voor een paar maanden in het jaar, de koudste maanden, een tweede alternatieve warmtetechniek ingezet moet worden om te woningen te verwarmen. Deze optie is ook niet een gunstige transitie techniek om naast de bestaande gasketel in te zetten en zo op korte termijn het gasverbruik terug te dringen omdat de benodigde investeringen voor de infrastructuur te hoog zijn voor een tijdelijke oplossing. Een tweede collectieve toepassing van zonthermie is het opslaan van de warmte in een warmtekoudeopslag doublet. Bij deze configuratie kan de warmte wel het gehele jaar door worden ingezet alleen zal de temperatuur worden teruggebracht naar gemiddeld 15°C. Dit betekent dat er dus een warmtepomp nodig is om de warmte op te waarderen en woningen te verwarmen. Zodoende verschilt een dergelijke combinatie niet veel van andere systemen die gebruik maken van warmteopslag in een WKO systeem i.c.m. een (of meerdere) warmtepomp(en) zoals TEO of TEA. De financiële haalbaarheid van deze configuraties ligt veelal laag maar kan gunstig uitpakken wanneer er een hoge bebouwingsdichtheid is, een collectieve warmtepomp wordt toegepast en door een hogere temperatuur, isolatiekosten kunnen worden bespaard. Collectieve zonthermie systemen kunnen overal worden toegepast waar voldoende ruimte bovengronds (opwekking) alswel ondergronds (warmteopslag) is.
Aquathermie – warmtenet en elektriciteit Aquathermie gaat over het gebruiken van warmte uit oppervlaktewater (TEO), drinkwater (TED) en afvalwater (TED). Warmte uit drinkwater ontstaat bij het afkoelen van drinkwater, voordat het in het net gaat. Warmte uit oppervlaktewater en afvalwater kan direct uit de bron (rivier, rioolwaterzuivering) worden gewonnen. De warmte van deze 3 bronnen zorgt voor de verwarming van een lage temperatuur warmtenet. Bij oppervlaktewater wordt hierbij vaak een koppeling gemaakt met een WKO, omdat de warmte in de winter nodig is, maar vooral in de zomer aanwezig is.
Geothermie - warmtenet Geothermie is warmte afkomstig uit de bodem en aarde en kan middels verschillende technieken een woning van warmte voorzien. Met geothermie in de warmtetransitie bedoelt men meestal het gebruik van warmte uit diepe aardlagen dat gebruikt kan worden voor de verwarming van water in een warmtenet. In
43
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
diepe aardlagen (dieper dan 500 meter) wordt de aarde niet langer verwarmd door de zon, maar door de kern van de aarde. Hierdoor kunnen we ‘onbeperkt’ grondwater uit deze diepe lagen oppompen en hier afgekoeld water voor terug in de plaats stoppen. Dit afgekoelde water warmt vervolgens op den duur vanzelf weer op en de warmte die vrijkomt gebruiken we om een hoge temperatuur warmtenet te realiseren. In Nederland kunnen we echter niet overal in de grond boren en niet elke aardlaag is geschikt voor geothermie. Daarnaast zijn de investeringen voor het oppompen van water uit diepe aardlagen hoog, waardoor er veel woningen dichtbij de bron nodig zijn om het betaalbaar te houden. Een warmtenet gevoed door geothermie is daarom lang niet overal mogelijk.
Restwarmte – warmtenet Warmte kan ook afkomstig zijn van bedrijven. In dit geval spreken we vaak van restwarmte. Bij industriële processen ontstaat er soms warmte dat een bedrijf zelf niet meer nuttig kan gebruiken en een warmtenet van warmte kan voorzien. Voordat een restwarmtebron als bron voor een warmtenet wordt gekozen moet er altijd een garantie komen dat ook als het bedrijf weg gaat een andere bron het net van warmte kan voorzien. Dit in verband met de leveringszekerheid. Daarnaast is van veel bedrijven onvoldoende bekend hoeveel restwarmte er in potentie beschikbaar is en hoe zich dat in de toekomst ontwikkelt. Restwarmte is daarom als warmtebron voor een warmtenet organisatorisch vaak complexer te realiseren, als er geen grote restwarmtebronnen aanwezig zijn, dan bijvoorbeeld aqua- of geothermie. Afhankelijk van de leveringstemperatuur kan het nodig zijn om (op wijkniveau of individueel) met warmtepompen de temperatuur van het tapwater op te hogen naar minimaal 55-60 ⁰C en ruimteverwarming van minimaal 35 ⁰C.
Biomassa – warmtenet Biomassa is plantaardig en dierlijk restmateriaal (GFT, mest, snoeiafval, etc.) dat gebruikt kan worden om warmte uit te krijgen. Door biomassa, vooral snoeiafval, in een biomassacentrale te verstoken ontstaat warmte. Doordat er bij dit proces fijnstof vrijkomt en er geen ongelimiteerde regionale biomassavoorraad is, wordt deze warmtebron minder snel gekozen.
Groen gas – gas Biogas ontstaat door het vergisten van biomassa. Hierbij wordt onder andere gebruik gemaakt van mest, GFT-afval en rioolslib. Door dit te vergisten ontstaat biogas. Biogas kunnen we echter niet zomaar in ons bestaande aardgasnet invoeren. De eigenschappen (calorische waarde) van biogas verschillen te sterk van aardgas. Daarom kan biogas worden opgewaardeerd naar groen gas. Door biogas te zuiveren en te drogen ontstaat een (groen) gas met dezelfde eigenschappen als aardgas, waardoor het in het bestaande gasnet kan worden ingevoerd. Groen gas is een hoge temperatuur warmtebron. Doordat groen gas dezelfde eigenschappen als aardgas heeft vraagt dit weinig aanpassingen aan de bestaande infrastructuur en woningen. We kunnen immers onze woning middels gas blijven verwarmen. Dit klinkt aantrekkelijk, maar de benodigde biomassa is slechts beperkt aanwezig, waardoor we zuinig om moeten gaan met de inzet van groen gas. Dit betekent dat ook woningen die aangesloten blijven op een gasnet hun warmtevraag naar beneden moeten brengen. Dit kan door goed te isoleren en door gebruik te maken van een hybride warmtepomp in combinatie met een HR ketel. Hierbij zorgt elektriciteit voor verwarming op de warme dagen en wordt alleen het groen gas gebruikt als het buiten te koud is of voor verwarming van tapwater.
44
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
Waterstofgas - gas Waterstofgas is in tegenstelling tot alle eerder genoemde warmtebronnen geen bron die van nature voorkomt. Waterstof ontstaat op dit moment vooral door een chemische reactie waarbij aardgas wordt omgezet naar waterstof en CO2. Waterstof kan echter ook duurzaam worden verkregen door met veel elektriciteit water te splitsen, waarbij waterstof en zuurstof vrijkomt. In dit laatste geval spreken we over groene waterstof, een geschikt duurzaam alternatief voor aardgas. Productie van deze groene waterstof vindt op dit moment nog nauwelijks plaats. Of en hoe de productie en het gebruik van groene waterstof zich gaat ontwikkelen is nog onbekend. Waarschijnlijk wordt een groot deel van de groene waterstofproductie door de industrie en mobiliteitssector gebruikt. Of en hoeveel er voor de woningen overblijft en tegen welke prijs is nog onzeker. Wij houden daarom de optie voor waterstofgas in de toekomst zeker open, maar kiezen daar waar andere opties beschikbaar zijn voor andere, meer toekomst zekere alternatieven voor aardgas.
Andere alternatieven Naast bovengenoemde alternatieven zijn er nog andere alternatieven voor aardgas beschikbaar. Dit zijn veelal alternatieven die op individueel niveau en kleine schaal worden toegepast. Deze alternatieven worden daarom nooit voor een gehele wijk aangewezen, maar bieden op individueel niveau soms wel uitkomsten. Het gaat bijvoorbeeld om de pelletkachel die hoge temperatuurwarmte kan leveren aan oude panden in het buitengebied, zolang de fijnstofuitstoot wordt beperkt. Of melkveehouders die warmte uit melk kunnen halen om hun woning te verwarmen. Daarnaast is het de verwachting dat er in de toekomst meerdere alternatieven voor aardgas geschikt worden voor de woningmarkt, zoals de hoge temperatuur warmtepomp.
45
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
Bijlage III – Kaart bouwjaren
46
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
Bijlage IV – Investeringen per alternatief Voor de verschillende warmteconcepten die toepasbaar zijn in het Land van Cuijk is uitgerekend wat de investeringen en kosten ongeveer kunnen worden, De bandbreedte die we hierin zien, wordt verklaard door een verschil in woningtypes: zo zijn installaties of investeringen in isolatie goedkoper voor een appartement dan voor een vrijstaande woning. De groene gekleurde vakjes zijn kosten die de bewoner moet betalen. Van de collectieve systemen komen de kosten van opwekking, jaarlijkse kapitaallasten en onderhoudskosten bij de exploitant terecht. De bewoner betaalt dit indirect terug via de BAK, vastrecht en warmtetarief. De totale kosten zijn dan niet hoger dan het huidige systeem, het Niet Meer Dan Anders principe (NMDA). Huidige systeem
Luchtwarmtepomp
Bodemwarmtepomp
Hybride warmtepomp
Warmtenet met 70⁰C
Warmtenet met LT-bron
Warmteopwekking
€ 2.000
€ 6.500 - € 9.000
€ 13.500 - € 19.000
€ 4.000 - € 5.500
€ 26.500 - € 36.000
€ 20.000 - € 30.000
Warmteafgifte
-
€ 6.000 - € 8.000
€ 6.000 - € 8.000
-
-
€ 6.000 - € 8.000
Isolatie
-
€ 13.000 - € 23.500
€ 13.000 - € 23.500
€ 13.000 - € 23.500
-
€ 13.000 - € 23.500
Bijdrage Aansluitkosten BAK
-
-
-
-
Bewoner € 5.000 - € 9.000
Bewoner € 5.000 - € 9.000
Vastrecht
€ 348
€ 204
€ 204
€ 348
€ 450
450
Totaal
€ 2.348
€ 25.700 - € 40.700
€ 32.700 - € 50.700
€ 17.350 - € 29.350
€ 31.950 - € 45.450
€ 44.450 - € 70.950
Totale kosten bewoner
€ 2.348
€ 25.700 - € 40.700
€ 32.700 - € 50.700
€ 17.350 - € 29.350
€ 5.450 - € 9.450
€ 24.450 - € 50.950
Jaarlijkse kapitaallasten Exploitatiekosten
€ 100 - € 200
€ 500 - € 600
€ 700 - € 1.200
€ 300 - € 400
€ 1.300 - € 1.900
€ 1.300 - € 1.900
Energielasten*
€ 1.500 - € 2.300
€ 1.100 - € 1.400
€ 1.000 - € 1.300
€ 2.000 - € 2.400
€ 1.400 - € 2.000
€ 1.400 - € 2.000
Onderhoudskosten
€ 150
€ 200
€ 200 - € 300
€ 200 - € 300
€ 600 - € 900
€ 600 - € 900
*Zijn geen meerkosten i.v.m. bestaande aansluiting. **De gasprijs is geïndexeerd naar een toekomstscenario waarbij gas 15% duurder is dan nu.
47
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
De gebruikte begrippen komen veel terug in berekeningen rond warmte-alternatieven. Gekeken wordt doorgaans naar de eenmalige investeringen, en we tellen daarbij op de jaarlijkse kosten. We gaan hierbij uit van een termijn van 30 jaar. Dit is doorgaans de investeringshorizon van een warmtenet. Voor reguliere vervangingsinvesteringen van en kosten voor installaties betekent dit dat er gedurende deze 30 jaar nog één keer een nieuwe ketel of installatie aangeschaft moet worden, omdat veel van dit soort onderdelen een levensduur hebben van 15 jaar. De kosten van warmteopwekking, warmteafgifte, isolatie en afsluiten gasnet zijn doorgaans voor de bewoner. Deze aanpassingen vinden eigenlijk allemaal in de woning plaats. Voor de warmtenetten zijn deze kosten iets lastiger te verdelen. De bewoner betaalt dan eenmalig een BAK (Bijdrage Aansluitkosten). Dit is een bedrag van €5.000 tot €9.000. Voor de huidige systeem zijn geen kosten opgenomen voor de installatie zelf, zoals een ketel en verwarmingsradiatoren. Hierdoor zijn de cijfers vooral geschikt om de alternatieve systemen onderling met elkaar te vergelijken. In het voorbeeld van de warmtepomp wordt gerekend met een besparing op aardgas. Echter, voor tapwater wordt in het rekenvoorbeeld nog steeds gas gebruikt. Gemiddeld zo’n 375 m³. Dit komt neer op zo’n € 320 per jaar.
Samen met het elektraverbruik voor ruimteverwarming is dit al € 740 per jaar. Met nog zo’n 1.200 kWh elektrisch erbij (€270) zit je al snel op € 1.100. Voor het hybride systeem is gerekend met een gasprijsstijging zoals we deze in de toekomst voorzien.
Warmteopwekking Dit is de investering in de installatie de ‘warmte’ maakt. De (hybride) warmtepomp, of de boring of aanleg naar de warmtebron. Warmteafgifte De onderdelen die zorgen dat de warmte wordt afgegeven in de woning. Bijvoorbeeld radiatoren, convectoren of vloerverwarming in de woning. Het is een systeem waar warm water doorheen stroomt. Isolatie De benodigde isolatie om het concept te laten slagen. Voor laagtemperatuur concepten is de huidige isolatiegraad niet toereikend om de woning comfortabel warm te krijgen. Er is gerekend met alleen noodzakelijke no-regret maatregelen. We spreken bewust niet over een energielabel, omdat die niet per se iets zegt over de isolatie. Zonnepanelen hebben bijvoorbeeld een heel gunstig effect op het
energielabel, hoewel het niets toevoegt aan de mate van isolatie in de woning. Vastrecht Een vast bedrag per jaar ongeacht het verbruik van gas, warmte of elektra. Het zijn de vaste kosten voor de aansluiting op een gasnet, warmtenet of elektriciteitsnet. Afsluiten gasnet Wanneer de gasleiding naar de woning niet meer gebruik wordt moet deze afgesloten worden. Hier zijn geen kosten meer aan verbonden en staan niet in de tabel opgenomen.
48
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER Jaarlijkse kapitaallasten Exploitatiekosten De jaarlijkse lasten van de installatie over 30 jaar, inclusief herinvestering van bijvoorbeeld een warmtepomp na 15 jaar.
Energielasten De energielasten voor de bewoner, wanneer het concept wordt uitgevoerd. Uitgegaan van de huidige gas- en elektra prijs.
Onderhoudskosten Jaarlijkse onderhoudskosten per woning, voor de collectieve systemen zijn deze verdeeld over het aantal aangesloten woningen.
50
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
Bijlage V – Wat levert isoleren (naast milieuwinst) op? De volgende figuren zijn afkomstig van Milieu Centraal en geven een indicatie van de te behalen financiële besparing in verschillende type huizen.
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
Bijlage VI - Rekenvoorbeelden warmtepomp De volgende figuren zijn overgenomen uit een onderzoek van Vereniging Eigen Huis (uitgevoerd door Berenschot). Wat stoppen met aardgas kost, hangt af van het type huis en het energielabel. De investering en de jaarlijkse besparing op de energierekening zijn weergegeven per woningtype en per energielabel in bijgevoegde figuren. Hierbij wordt er van uitgegaan dat elke woning overgaat op een individuele warmtepomp. Een woning met energielabel A of B plaatst vloerverwarming en zonnepanelen. Een woning met energielabel E of slechter doet dit ook maar plaatst ook nog vloer-, spouw en dakisolatie beter geïsoleerd glas. De kosten die hierbij zichtbaar worden laten zien dat voor een op dit moment slecht geïsoleerd huis overstappen op een warmtepomp financieel niet wenselijk is en dat, mocht dit in de toekomst wel de gewenste techniek zijn hier andere financieringsmiddelen tegenover gezet dienen te worden.
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
Bijlage VII - Samenwerking met de woningbouwcorporaties De woningcorporaties in het Land van Cuijk, te weten Wonen Vierlingsbeek en Mooiland (verder: de corporaties) hebben actief bijgedragen aan de tot stand koming van deze gemeentelijke Warmtevisie. De corporaties, met veel woningen in het Land van Cuijk, realiseren zich dat zij een bijzondere positie hebben in dit traject. De corporaties hebben veel kennis over hun woningen en al veel ervaring met het reduceren van CO2-uitstoot. Bovendien kunnen de corporaties een grote bijdrage leveren om de verduurzaming in buurten en wijken op gang te krijgen. De corporaties spraken in 2020 dan ook uit het belangrijk te vinden om intensief samen te werken met de gemeenten in het Land van Cuijk om te komen tot een gemeenschappelijke, richtinggevende Warmtevisie voor buurten en wijken. Verduurzaming binnen de sociale huurvoorraad De corporaties werken al jaren aan de verduurzamingsopgave. Denk hierbij aan het beperken van de energievraag (isoleren van woningen en zuinigere installaties) en het vergoten van de duurzame energieopwekking (plaatsen van zonnepanelen). Aanvullend hierop zetten zij de komende jaren stappen om het aardgasverbruik te verminderen. Bij het handelen van de corporaties staat het terugdringen van de CO2-uitstoot en het verlagen van de energielasten (en dus ook woonlasten) van de huurders centraal.
Wonen Vierlingsbeek en Mooiland onderschrijven de doelen vanuit het landelijke Klimaatakkoord (energieneutraliteit en aardgasloos in 2050). Ook sluiten de corporaties aan bij de doelen die gesteld zijn in de corporatieve sector, gemiddeld Label A, en daarmee 50% CO2-reductie in 2030 en indien mogelijk eerder. Het is voor de corporaties belangrijk om samen met gemeenten de toekomstige warmtebronnen voor buurten en wijken te bepalen. De corporaties staan open voor kansrijke ontwikkelingen in de toekomst, zoals waterstof en groen gas, maar nemen geen overhaaste maatregelen die een kostenefficiënte transitie naar duurzame energie in de weg staan. Deze transitie heeft nu en in de toekomst namelijk grote invloed op de toekomstige investeringen en investeringsniveau van de corporaties, maar bovenal op de betaalbaarheid van de woningen voor de huurders.
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER Corporaties zien samenwerking binnen de Warmtetransitie als een must Voor nagenoeg alle corporaties in Nederland geldt dat zij in 2050 ongeveer 70% van de CO2-uitstoot zelf kunnen reduceren bij een maximale inzet van haar middelen (bron: Aedes). Dat betekent dus dat de andere 30% door externe duurzame warmtebronnen opgelost moet worden. De corporaties hebben als opgave om de huurwoningen woningen in 2030 naar gemiddeld Label A te brengen en in te blijven zetten op energiezuinige installaties. Met de huidige technieken zijn zij echter niet in staat om ‘nul op de meter’ voor alle huurwoningen te realiseren. Gezamenlijke koers De corporaties herkennen zich in aanpak en koers zoals die in de gemeentelijke Warmtevisie is beschreven. Natuurlijk bouwen de corporaties alle nieuwbouwwoningen aardgasloos en hanteren de corporaties de hoogst mogelijke standaarden, te weten BENG of NOM. Voor bestaande huurwoningen is de eerste stap energie besparen: alle bestaande woningen naar (gemiddeld) Energielabel A in 2030. Circa 90% van de woningen is al goed geïsoleerd, de komende jaren wordt de isolatie opgave vervolmaakt en worden zonnepanelen geplaatst op woningen en appartementencomplexen. Deze duurzaamheidsingrepen combineren de corporaties zoveel mogelijk met logische momenten voor (groot) onderhoud en renovaties.
De corporaties blijven de komende periode, maar zeker ook na 2030, vol inzetten op het toepassen van installaties die het gasverbruik aanzienlijk verminderen. De laatste stap naar energieneutraliteit en aardgasloosheid in 2050 is nu nog niet volledig uitgekristalliseerd. Corporaties zijn daarbij grotendeels afhankelijk van de mogelijkheden van externe duurzame energie en de installatietechnieken die in de toekomst geboden worden. Zowel voor de particuliere woningvoorraad als ook voor sociale huurvoorraad is er sprake van afhankelijkheid van innovaties in nieuwe warmtebron technieken. Dit is niet primair een taak van woningcorporaties, maar uiteraard denken de corporaties graag mee. Samen de toekomst in De warmtetransitie in Nederland komt pas net op gang. Veel technieken moeten nog verder ontwikkeld worden. Ook de woningcorporaties staren zich niet blind op de ‘huidige stand van de techniek’ maar kijken met een open blik naar de mogelijkheden die op hen en de gemeente afkomen. De corporaties nemen geen overhaaste beslissingen maar willen samen met gemeenten ruimte bieden aan duurzame en kostenefficiënte warmte-alternatieven die de toekomst gaat bieden.
In buurten waar de corporaties nu geen generieke passende warmteoplossing zien (zoals de aansluiting op een warmtenet of allelectric alternatieven), kan voor de korte termijn gedacht worden aan oplossingen met bijvoorbeeld hybride warmtepompen (minder fossiele energie en directe CO2-reductie). Op de langere termijn zijn er mogelijk kansen voor niet-fossiele oplossingen, zoals bijvoorbeeld duurzaam gas (waterstof), synthetisch - of biogas.