2021-R-497a Rapport Transitievisie Warmte Boxmeer (februari 2021)
Tekst van het document
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
[Company name]
Transitievisie Warmte Titel Boxmeer [Document subtitle]
OP WEG NAAR EEN AARDGASVRIJE GEMEENTE
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
Verantwoording Titel Opdrachtgever
Transitievisie Warmte Boxmeer: Op weg naar een aardgasvrije gemeente Gemeente Boxmeer
Auteur(s)
Eefje van Empel en Jannet Leeuwdrent
Technisch Adviseur
Rianne Raat
Aantal pagina’s
54
Datum
5 februari 2021
Status
Definitief
Australiëlaan 5 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com
Hogepad 85 7462 TB Rijssen T + 31 88 163 53 00 E dwa@dwa.nl
Wapenrustlaan 11 7321 DL Apeldoorn T +31 55 2000 253 E info@buroloo.nl
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
Inhoudsopgave Voorwoord ........................................................................................................ 4 1.
Inleiding .................................................................................................... 5
1.1
Waarom de warmtetransitie? ............................................................... 5
1.2
Een visie voor de regio Land van Cuijk ................................................... 5
1.3
Positie en doel van de Transitievisie Warmte ........................................ 6
1.4
Leeswijzer ............................................................................................. 7
2.
Uitgangspunten ......................................................................................... 8
3.
Samenwerken aan de warmtetransitie .................................................... 10
3.1
De gemeente als regisseur: schakelen en verbinden ........................... 10
3.2
Samenwerking .................................................................................... 10
4.
Alternatieven voor aardgas ..................................................................... 12
4.1
De isolatieopgave ................................................................................ 12
4.2
Temperatuur van de warmtebron ....................................................... 13
4.3
Wat zijn de alternatieven voor aardgas? ............................................. 14
4.4
Hoe bepaal je welke techniek waar komt? .......................................... 18
5.
De transitieopgave in Boxmeer ............................................................... 19
5.1
Naar een aardgasvrij Boxmeer ............................................................ 19
5.2
De warmtevraag .................................................................................. 19
5.3
Besparingspotentie ............................................................................. 19
5.4
Beschikbare bronnen in de gemeente ................................................. 20
5.5
Match bronnen en warmtevraag ......................................................... 22
5.6
Lokale kansen en beperkingen ............................................................ 24
5.7
Techniekkeuze..................................................................................... 25
6.
Vervolgstappen ....................................................................................... 28
6.1
In stappen toewerken naar aardgasvrij gereed ................................... 28
6.2
Starten met besparen .......................................................................... 30
6.3
Technische en financiële haalbaarheid onderzoeken .......................... 31
6.4
Initiatieven ondersteunen en stimuleren ............................................ 32
6.5
Kans op een aardgasvrije wijk voor 2030? .......................................... 32
7.
Financieringsmogelijkheden .................................................................... 33
7.1
Een betaalbare transitie ...................................................................... 33
7.2
Betaalbaarheid van de warmtetransitie .............................................. 34
7.3
Financiering en kosten nog onduidelijk ............................................... 35
2
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
Bijlage I – Begrippenlijst .................................................................................. 36 Bijlage II – Toelichting warmtetechnieken ....................................................... 40 Bijlage III – Kaart bouwjaren ............................................................................ 46 Bijlage IV – Investeringen per alternatief ......................................................... 47 Bijlage V – Wat levert isoleren (naast milieuwinst) op? ................................... 53 Bijlage VI - Rekenvoorbeelden warmtepomp ...................................................... 54 Bijlage VII - Samenwerking met de woning-bouwcorporaties ............................... 55
3
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
Voorwoord Voor u ligt de Transitievisie Warmte van de gemeente Boxmeer. De visie geeft antwoord op de vraag welke alternatieven we in de gemeente hebben voor aardgas. We hebben veel kleine kernen met huizen van verschillende leeftijden. De visie houdt rekening met het unieke karakter van onze gemeente. Hierdoor wordt het maatwerk om alle huizen en bedrijven van het aardgas af te krijgen. Aan deze visie hebben veel partijen meegewerkt. Zoals u zult lezen in deze Transitievisie Warmte (TVW) heeft iedereen een rol in de warmtetransitie. De gemeente heeft een regie rol, maar kan niet zonder de samenwerking met woningbouwcorporaties Mooiland en Wonen Vierlingsbeek, Enexis en het Waterschap. De warmtetransitie heeft gevolgen voor iedere inwoner in de gemeenten. De inwoners gaan een centrale rol spelen in de uitvoering van de warmtetransitie. We willen met hen in gesprek om een versnelling te geven aan het isoleren van hun woningen. Deze visie is in nauw overleg met de andere gemeenten in het Land van Cuijk tot stand gekomen. De uitgangspunten uit de TVW zijn gelijk voor alle gemeenten in het Land van Cuijk. Samen met de andere fusie gemeenten gaan we ons inzetten om de warmtetransitie te realiseren.
Bouke de Bruin – van Vught Wethouder duurzaamheid en energietransitie
4
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
1. Inleiding In 2016 ondertekende Nederland het Klimaatakkoord van Parijs. Vanaf dat moment werken we aan het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, waaronder CO2. In 2030 dient de CO2 uitstoot met 49% teruggebracht te zijn ten opzichte van 1990 en in 2050 moet dit zelfs 95% zijn. Eén van de manieren om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen is het verminderen van het aardgasgebruik. Aardgas gebruiken we voor het verwarmen van ons huis, warm water en koken. De Rijksoverheid heeft als doel gesteld dat uiterlijk in 2050 alle gebouwen in Nederland van het aardgas af zijn. Deze overgang naar een aardgasvrije leefomgeving is onderdeel van de energietransitie. Het is de overgang van energiegebruik uit fossiele brandstoffen zoals aardgas, naar volledig duurzame energie uit zon, wind, water, bodem en biomassa.
1.1 Waarom de warmtetransitie? Voor u ligt de Transitievisie Warmte (TVW) van Boxmeer. In deze visie beschrijven we de route naar een aardgasvrij Boxmeer in 2050. Deze visie moet door alle gemeenten in Nederland uiterlijk in 2021 worden opgesteld en vormt het startpunt van de warmtetransitie. Het terugdringen van het aardgasgebruik heeft een positief effect op de uitstoot van broeikasgassen. Maar er zijn nog twee belangrijke redenen waarom Nederland in 2050 aardgasvrij moet zijn volgens de Rijksoverheid. Ten eerste is Nederland met lokaal opgewekte warmte minder afhankelijk van andere landen. Door te kiezen voor lokale bronnen houden we zelf de regie in handen. Ten tweede speelt de aardbevingsproblematiek in Groningen een rol. Door het aardgasgebruik in ons land terug te dringen, kan de aardgaswinning in Groningen verder worden afgebouwd en in 2022 helemaal worden gestopt.
Warmte- & energietransitie Binnen de energietransitie zijn twee sporen te onderscheiden. De energie die we in Nederland gebruiken is grofweg te verdelen in warmte en elektriciteit. Uiteraard hebben deze sporen wel raakvlakken. Zo kan elektriciteit ook worden omgezet in warmte. We spreken daarom van de warmtetransitie als we spreken over het toewerken naar aardgasvrije woningen en gebouwen. De energietransitie is een breder begrip en heeft betrekking op de gehele energievoorziening, en gaat dus zowel over warmte als elektriciteit.
1.2 Een visie voor de regio Land van Cuijk Deze TVW wordt vastgesteld door de raad van Boxmeer. De uitvoering van het beleid komt echter te liggen bij de gemeente Land van Cuijk. De gemeenten in het Land van Cuijk werken nauw samen aan het opstellen van de TVW. Daarom zijn de inleidende hoofdstukken van alle afzonderlijke TVW gelijk voor alle gemeenten. Alleen hoofdstuk 5 is specifiek voor elke afzonderlijke gemeente. Vanwege de aanstaande fusie is deze TVW een visie op hoofdlijnen. In een uitvoeringsprogramma wordt de visie verder uitgewerkt. Het uitvoeringsplan zal na de fusie worden voorgelegd aan de nieuwe raad. Ondanks dat de transitie naar aardgasvrij een opgave is voor heel Nederland en daardoor grotendeels generiek is, is de regio Land van Cuijk uniek en vraagt de transitie om maatwerk. De regio Land van Cuijk bestaat uit de gemeenten Boxmeer, Cuijk, Grave, Mill en Sint Hubert en Sint Anthonis. Deze gemeenten zijn samen goed voor meer dan dertig kernen 5
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
en wijken, waaronder Vierlingsbeek, Vianen, Escharen, Langenboom en Landhorst. Elk van die kernen en wijken heeft een eigen ontstaansgeschiedenis en een eigen karakter. Dat zien we terug in de verscheidenheid aan historische gebouwen en unieke musea, maar ook aan de afwisselende natuurgebieden. De inwoners van de regio Land van Cuijk zijn gastvrij en zorgen graag voor anderen en elkaar. De Transitievisie Warmte sluit aan op de kenmerken van de verschillende gemeentes en inwoners in de regio Land van Cuijk, en zoekt oplossingen die het beste zijn voor deze mooie regio. In deze Transitievisie Warmte voor de regio Land van Cuijk, en meer specifiek de gemeente Boxmeer geven we richting aan hoe woningen en gebouwen in Boxmeer in de toekomst verwarmd kunnen worden zonder aardgas. Daarnaast wordt er beschreven welke stappen hiervoor gezet moeten worden vóór 2030. Het gaat hierbij om uitgangspunten en potentiële oplossingen, niet om definitieve beslissingen. Bij het zetten van stappen focussen we dus niet op wijken. In het volgende hoofdstuk (uitgangspunten) gaan we in op de uitgangspunten die bepalen waar we wel willen starten.
1.3 Positie en doel van de Transitievisie Warmte In het Klimaatakkoord is afgesproken dat elke gemeente voor het eind van 2021 een TVW heeft opgesteld. Een TVW is een beleidsdocument dat een eerste richting geeft aan de aanpak van het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. In de TVW beschrijft de gemeente hoe zij toewerkt naar dit doel. De TVW is geen star document en wordt elke vijf jaar of zoveel eerder als nodig herzien. Dit geeft ook de mogelijkheid om nieuwe technieken te overwegen en te kiezen als die beter passen. Ook kunnen ervaringen uit wijken waar al is gestart in deze herziening worden meegenomen. Bij elke update wordt de planning voor de komende vijf jaar gemaakt, gekoppeld aan een lange termijn doorkijk naar 2050. Het
document biedt bewoners en eigenaren perspectief en geeft de netbeheerder een indicatie van de te verwachten veranderingen in netbelasting.
TVW, WUP & RES Deze TVW maakt onderdeel uit van drie documenten die we in het kader van het nationale Klimaatakkoord moeten opstellen, namelijk de Regionale Energiestrategie (RES), de Transitievisie Warmte (TVW) en de Wijkuitvoeringsplannen (WUP).. In de RES komt de bovenregionale afstemming om warmtebronnen te verdelen tussen regio’s en gemeenten aan bod. Daarnaast geeft de RES aan hoe gemeenten kunnen samenwerken voor de opwekking van duurzame elektriciteiten. Voor wijken (of kleine kernen)
waar de gemeente de komende 10 jaar aan de slag gaat worden na de TVW WUPs opgesteld. In de WUPs staan in detail wanneer woningen precies van het aardgas af gaan, welke alternatieve warmtebron(nen) er zijn, wat de technisch-financiële aspecten zijn, wat afstappen van aardgas betekent voor bewoners en andere belanghebbenden en hoe het participatieproces eruit ziet.
6
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
1.4 Leeswijzer In het volgende hoofdstuk bekijken we de door de vijf gemeenten gezamenlijk opgestelde uitgangspunten. Deze zijn belangrijk voor het bepalen van de techniekkeuze per wijk. In hoofdstuk 3 gaan we in op het participatietraject van de warmtetransitie en de rol die de gemeente hierin heeft. In hoofdstuk 4 gaan we in op de alternatieven van aardgas: welke warmtebronnen zijn er nog meer, en wat kenmerkt deze bronnen? In hoofdstuk 5 nemen we u mee in de opgave voor Boxmeer. We analyseren de warmtevraag en bronnen in de gemeente. Vervolgens bespreken we de oplossingsrichtingen per deelgebied. Hierbij bekijken we het mogelijke alternatief voor aardgas op basis van bouwjaar en woningdichtheid. De te doorlopen vervolgstappen op weg naar een aardgasvrije gemeente komen aan bod in hoofdstuk 6. Tot slot bespreken we in hoofdstuk 7 de betaalbaarheid van de warmtetransitie voor de verschillende doelgroepen en de mogelijke instrumenten om de financiering te verbeteren. Voor de leesbaarheid is in bijlage I een begrippenlijst met daarin veel voorkomende begrippen opgenomen.
7
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
2. Uitgangspunten Binnen de samenwerking in de regio Land van Cuijk zijn gezamenlijke uitgangspunten geformuleerd. Dit is gedaan met het oog op toekomstig samengaan van de verschillende gemeenten. De uitgangspunten voor de warmtetransitie die we in dit hoofdstuk presenteren vormen de basis voor de transitie van de gemeente en zijn richtinggevend. Energie besparen staat voorop Er zijn verschillende technische mogelijkheden om te komen tot een aardgasvrij Boxmeer in 2050. Hoe deze mix aan technische mogelijkheden er in 2050 uit komt te zien weten we op dit moment nog niet precies. Isoleren is echter, ongeacht de techniekkeuze per woning, altijd een goede keuze. Hiermee brengen we de warmtevraag en de energierekening omlaag, hoeven we minder duurzame energie op te wekken en gaan we comfortabeler wonen. We gaan van start Om in 2050 aardgasvrij te zijn moeten we nu starten. Alleen dan hebben inwoners en andere belanghebbenden voldoende tijd om op logische momenten over te stappen van aardgas op een duurzame warmtebron. We gaan van start met het aardgasvrij gereed maken van woningen: isoleren en het nemen van andere maatregelen zoals het koken op inductie. Daarnaast wordt er gestart met een aantal onderzoeken en worden meekoppelkansen in beeld gebracht.
Deze meekoppelkansen zijn mogelijkheden waarbij aangehaakt wordt op ontwikkelingen in de omgeving, zoals renovaties van corporatiewoningen en/of de openbare ruimte, vervanging van riolering, aanpassingen van het openbaar groen en klimaatadaptatie. Dit soort mogelijkheden kunnen kosten en overlast van de transitie verminderen. Door deze meekoppelkansen in beeld te
brengen, onderzoeken uit te voeren en van inwoners te horen waar men al aardgasvrij wil worden kunnen tussen nu en vijf jaar een aantal gebieden worden aangewezen waar middels een (wijk)uitvoeringsplan concreet wordt toegewerkt naar een aardgasvrije omgeving. We kiezen voor haalbare technieken en luisteren naar bewoners Om te starten in een wijk, dorp of kern is het belangrijk dat het technisch en financieel uitvoerbaar is. We zetten daarom op de korte termijn in op bewezen technieken, waarbij de maatschappelijke en eindgebruikerskosten in balans zijn. Nu nog niet haalbare technieken (zoals waterstof) geven we daarom nu nog geen concrete plek in de warmtetransitie, maar nemen we wel mee in onze afwegingen. Elke vijf jaar, als de visie wordt herzien, kijken we welke nieuwe technieken in beeld zijn gekomen en welke woningen hier in de toekomst gebruik van zouden kunnen maken. De TVW is hiermee een lange termijn visie, maar met voldoende momenten om tussendoor bij te sturen waar wenselijk. Daarnaast staan we als gemeente open voor goede ideeën van inwoners, maar moeten ook deze ideeën technisch en financieel uitvoerbaar zijn. Betaalbaar, betrouwbaar en goed voor de lokale economie Ons uitgangspunt is een energievoorziening die betaalbaar en toegankelijk is voor alle bewoners, ondernemers en andere gebruikers.
Het streven daarbij is dat de woonlasten zoveel mogelijk gelijk blijven in vergelijking met het huidige aardgasverbruik. Om dit mogelijk te maken moet er per techniek gekeken worden naar de meest wenselijke financieringsconstructie. Zodat de maatschappelijke en eindgebruikerskosten zoveel mogelijk in balans tot elkaar staan. Daarnaast dient de alternatieve warmtebron beschikbaar te zijn gedurende het hele
8
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
jaar. Ons streven is dat de warmtetransitie een bijdrage levert aan de lokale economie. Door te kiezen voor lokale bronnen en lokale aannemers en leveranciers kunnen we de geldstromen die voortvloeien uit de warmtetransitie binnen de regio houden. Samenwerken Om alle gebouwen anders te gaan verwarmen is samenwerking nodig. Samenwerken met onder meer de gebouweigenaren, het Waterschap Aa en Maas, woningcorporaties Mooiland en Wonen Vierlingsbeek en met netbeheerder Enexis. We willen er voor zorgen dat deze visie het startpunt is om over te gaan op uitvoering, dat we samen aan de slag kunnen. Daarom is het belangrijk in de visie samen te werken, zodat alle partijen de visie kennen en dragen. Alleen zo kunnen we het doel halen om in 2050 geheel aardgasvrij te zijn. De gemeente heeft in de samenwerking de regie en daarmee een sturende en vooral verbindende rol. Naar inwoners toe heeft de gemeente vooral een faciliterende en informerende rol.
9
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
3. Samenwerken aan de warmtetransitie 3.1 De gemeente als regisseur: schakelen en verbinden Alle inwoners, bedrijven, instellingen en andere partijen krijgen met de warmtetransitie te maken. De gemeente neemt de regie in het proces om de warmtetransitie met zowel deze partijen als de samenwerkingspartners te doorlopen. Want geen enkele partij kan deze transitie zelf en onafhankelijk van elkaar doorlopen. Haar rol is om te adviseren, informeren en partijen samen te brengen. Er zijn een aantal belangrijke keuzes die de gemeente daarbij maakt. Ten eerste bedenkt de gemeente hoe zij haar inwoners en andere stakeholders wil betrekken bij het proces en welke mate van invloed zij aan de inwoners en de andere stakeholders wilt geven. Ten tweede bepaalt de gemeente in welk tempo de gebouwde omgeving aardgasvrij moet worden. Ten slotte beslist de gemeente in hoeverre zij de warmtetransitie integraal aanpakt en de warmtetransitie laat samenhangen met andere maatschappelijke opgaven. De Transitievisie Warmte geeft door antwoord te geven op voorgaande vragen de gezamenlijke focus en richting die nodig is om aan de slag te gaan. Het maakt keuzes inzichtelijk, borgt een zorgvuldige politieke besluitvorming en plaatst lopende en nieuwe initiatieven in een centraal kader.
Dat vraagt om schakelen en verbinden: tussen overheid, bewoners en bedrijven, tussen individuele en collectieve mogelijkheden, en tussen schaalniveaus van regio tot woning. Het doel van de warmtetransitie mag dan duidelijk zijn, de weg ernaar toe is dat niet. Transities verlopen niet lineair en vragen om flexibiliteit, maatwerk en veel van elkaar leren. Er is geen beste of kant-en-klare oplossing. Kennis en techniek ontwikkelen snel en er zijn veel
onbeantwoorde vragen, zowel op technisch als maatschappelijk vlak. dat we de diverse losse projecten bundelen om deze vervolgens te kunnen koppelen aan een gezamenlijke ambitie en een gedeeld belang. Dit schalen we vervolgens op, tot een visie voor de gemeente.
3.2 Samenwerking Omdat afstemming en samenwerking in de warmtetransitie belangrijk is, is er ook in de aanloop naar de Transitievisie Warmte samengewerkt met verschillende partijen. Niet alleen is er sprake van een samenwerking tussen de vijf gemeenten, ook andere partijen zijn bij het proces betrokken geweest. Zo hebben de gemeenten samen met woningcorporaties Mooiland en Wonen Vierlingsbeek, Enexis en het Waterschap tijdens een digitale sprintsessie nagedacht over de technische mogelijkheden per type woning en gebied. De woningcorporaties hebben veel woningen in het Land van Cuijk en daarmee een bijzondere positie in dit traject. De corporaties hebben veel kennis over hun woningen en al veel ervaring met het reduceren van CO2-uitstoot. Bovendien kunnen de corporaties een grote bijdrage leveren om de verduurzaming in buurten en wijken op gang te krijgen. Er zijn afspraken gemaakt om intensief met elkaar te gaan samenwerken. Mooiland en Wonen Vierlingsbeek (corporaties in Boxmeer) gaan net als de gemeente de komende jaren inzetten op isoleren en besparen. Energiebesparing is een leidend principe in onze gedeelde warmtetransitie. We gaan de komende jaren samen optrekken in onze besparingsopgave, hiervoor worden afspraken gemaakt in een 10
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
duurzaamheidsakkoord. Zo heeft Mooiland de ambitie om in 2030 een gemiddeld woonbestand met label A te hebben. In bijlage VI staat een nadere uitwerking van de samenwerking. Veel alternatieven voor aardgas leiden tot een hoger verbruik van elektriciteit. Een verhoogd verbruik van elektriciteit kan gevolgen hebben voor het elektriciteitsnetwerk. Daarom is Enexis vanaf het begin betrokken bij deze TVW. Door onze kennis te bundelen en het gesprek aan te gaan willen we voorkomen dat er onnodige maatschappelijke kosten worden gemaakt.
We starten met het inkleuren van de aardgasvrij route door gesprekken met de inwoners te voeren. Beginnend met gesprekken met de wijk- en dorpsraden en bestaande energiecoöperaties. Dit geeft de gemeente een beeld van wat er leeft, waarna er gericht op wijk of dorpsniveau aanvullende informatie verstrekt kan worden of gesprekken gevoerd kunnen worden.
Warmte halen uit afvalwater of oppervlakte water is een alternatief voor aardgas. Indien deze technieken worden ingezet is het waterschap een belangrijke partner. De regierol ligt bij de gemeente en de gemeente wil deze rol ook nadrukkelijk pakken. De gemeente onderhoudt contacten met alle partijen. Indien er sprake is van de aanleg van een warmtenet ligt er een belangrijke rol voor de gemeente. Het is dan aan de gemeente om te zorgen dat alle partijen vertegenwoordigd zijn. Dat het einddoel een betaalbaar alternatief voor aardgas voor inwoners bovenaan staat. Het is aan de gemeente om er voor te zorgen dat een eventuele warmtebron optimaal wordt benut en er niet gedaan wordt aan “cherry picking”. Nu deze Transitievisie Warmte is opgesteld wordt hiermee het startsein afgegeven voor een verdere en intensievere samenwerking met reeds betrokken partijen en inwoners. Samen wordt de route naar een aardgasvrije gemeente in 2050 uitgestippeld. Een route die door onderlinge gesprekken en meer inzichten in de loop van de jaren steeds duidelijker wordt.
11
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
4. Alternatieven voor aardgas In Boxmeer werken we toe naar een aardgasvrije toekomst, waarin we als het buiten koud is onze huizen comfortabel kunnen verwarmen. Maar hoe gaan we dat doen? Welke alternatieven zijn er voor aardgas? Hoeveel warmte is er eigenlijk nodig per woning en wat betalen we daarvoor?
4.1 De isolatieopgave De eerste stap die we zetten in de warmtetransitie is het verminderen van de warmtevraag. Dit is belangrijk, want voor alle warmte die we kunnen besparen hoeft geen duurzaam alternatief gevonden te worden. Isoleren staat centraal bij het verminderen van de warmtevraag. Isolatie zorgt voor besparing en is daarmee op termijn terug te verdien. We beschouwen isoleren als een noregret- of ‘geen spijt’- maatregel. Welke alternatieve warmtebron er ook komt, het is altijd een maatregel die positief bijdraagt aan de warmtetransitie en de portemonnee.
Ondanks dat isoleren maandelijks geld kan opleveren kan niet elke woning geschikt gemaakt worden voor een lage temperatuurverwarming. In oudere woningen moet soms zoveel gebeuren dat dit financieel niet langer opweegt tegen de baten. Dit geldt met name voor oudere huizen, waar de buitengevel volledig vervangen moet worden om een voldoende isolatiewaarde te bereiken. Vanaf 1992 is in het Bouwbesluit een eis opgenomen voor de isolatiewaarde van een nieuwbouwwoning. Bij woningen gebouwd voor 1992 varieert de isolatiewaarde aanzienlijk en moet deze per woning worden vastgesteld. In deze visie is daarom een onderscheid gemaakt bij een techniekkeuze tussen woningen gebouwd na 1992 en woningen gebouwd voor 1992. In realiteit hoeft deze grens niet zo scherp te zijn en zijn ook veel woningen gebouwd na 1980 geschikt voor lage temperatuurwarmte wanneer vloer, ramen en dak zijn geïsoleerd.
12
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER Hoeveel er per woning in isolatie geïnvesteerd kan worden hangt sterk af van de soort woning en de renovaties die reeds hebben plaatsgevonden. Zo zijn woningen gebouwd vanaf de jaren ‘90 al behoorlijk energiezuinig. Maatregelen zoals extra isolatie om de energiezuinigheid van de woning te verbeteren hebben dan ook een relatief klein effect in vergelijking met het effect van de maatregelen bij oudere woningen. Woningen in de gemeente Boxmeer zijn van verschillende bouwjaren. Een groot deel van de woningen is gebouwd in de periode voor 1975. De verwachting is dat een groot deel van deze woningen een grote isolatieopgave heeft. Door aan deze isolatieopgave te werken wordt een hoop CO2 minder uitgestoten. Zoals zichtbaar is in Figuur 1.
4.2 Temperatuur van de warmtebron Nadat de isolatie opgave in kaart is gebracht, moet er bepaald worden welke alternatieve warmtebronnen er gebruikt gaan worden voor het verwarmen van de woningen. Eén van de belangrijkste onderscheidende kenmerken om te bepalen of een warmtebron geschikt is voor het verwarmen van een woning is de temperatuur. In figuur 2 zijn de beschikbare warmtebronnen grafisch uiteengezet ten opzichte van het temperatuurniveau. De temperatuur van een warmtebron bepaalt namelijk welke isolatie en warmteafgifte maatregelen de woning moet hebben. Hoge temperatuur (HT) warmtebronnen zijn vaak makkelijker in te passen in bestaande huizen; er hoeven minder aanpassingen plaats te vinden.
Figuur 1: CO2 besparing per jaar door isolatiemaatregelen of de aanschaf van zonnepanelen, bron Milieu Centraal
13
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
Figuur 2: Bronnen onderverdeeld van lage temperatuur (LT) naar hoge temperatuur (HT)
Bij lage temperatuur (LT) warmtebronnen moet de warmteafgifte infrastructuur intensiever worden aangepast en moet de woning goed geïsoleerd zijn. Denk daarbij aan vloerverwarming en boilervaten voor het warme tapwater. Omdat er vaak onvoldoende HT-warmtebronnen voor handen zijn, is het een logische keuze om te beginnen met het toepassen van LT-warmtebronnen in nieuwere gebouwen die al een betere isolatiegraad hebben.
4.3 Wat zijn de alternatieven voor aardgas? Technisch gezien zijn er drie oplossingsrichtingen om van het aardgas af te stappen in de gebouwde omgeving: individuele oplossingen, warmtenetten of duurzame gassen. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om twee technieken te combineren. We spreken dan over een hybride alternatief voor aardgas. Elke techniek maakt gebruik van andere bronnen en heeft unieke eigenschappen die bepalen waar welke techniek in te zetten is. De technieken relevant voor de regio Land van Cuijk worden hier besproken. In bijlage II wordt een uitgebreide toelichting gegeven per techniek. 14
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
Individueel Woningeigenaren die op een individuele oplossing over gaan kiezen voor een alternatief voor aardgas dat in of rondom de woning wordt gerealiseerd. Ze zijn hiermee niet afhankelijk van wat hun buren doen en kunnen op een voor hen wenselijk moment over stappen van aardgas op een duurzamere techniek. Individuele oplossingen zijn een elektrische warmtepomp, houtpelletketels en innovatieve oplossingen. (Elektrische) warmtepomp – een (elektrische) warmtepomp maakt gebruik van omgevingswarmte (lucht-, bodem- of water) die ze middels elektriciteit naar een temperatuur van ongeveer 35 graden brengen. De warmtepomp is hiermee een veel gekozen individuele oplossing voor goed geïsoleerde woningen. Wanneer er door een warmtepomp warmte uit de bodem wordt gehaald gebeurt dit middels bodemlussen die warmte uit de bodem onttrekken. Warmte uit de lucht wordt middels een buitenunit een soort grote omgekeerde ventilator - aan de lucht onttrokken. Omdat elektrische warmtepompen gebruik maken van omgevingswarmte wat overal voorkomt, zijn warmtepompen in elke gemeente te gebruiken. Een aandachtspunt is echter dat ze alleen geschikt zijn voor goed geïsoleerde woningen. De techniek is daarom niet geschikt voor alle woningen in de regio Land van Cuijk. Hybride warmtepomp – een alternatief voor de volledig elektrische warmtepomp is een hybride warmtepomp.
Dit is een warmtepomp die naast een traditionele gas cv ketel wordt gehangen. Hierbij verwarmt de warmtepomp de woning het grootste deel van het jaar, maar wordt de woning tijdens de koudste dagen verwarmd door de gas cv ketel. Daarnaast zorgt deze gas cv ketel voor de verwarming van het water. Deze techniek is in principe voor elke woning waar voldoende ruimte naast de
cv ketel aanwezig is geschikt, mits er voor 2050 voldoende duurzaam gas aanwezig is om in deze gasvraag te voorzien. Houtpelletketels - in houtpelletketels worden speciale houtpellets verbrand. De ketels staan der discussie omdat de duurzaamheid ervan beperkt is als het hout niet uit de regio komt, het lang duurt voordat de CO2 die vrijkomt bij verbranding weer is opgenomen door de natuur en ze de luchtkwaliteit beïnvloeden. Houtpelletketels kunnen daarom alleen in bepaalde woningen in het buitengebied van de regio Land van Cuijk worden ingezet. En dan met name woningen die niet op een andere manier van het aardgas af kunnen . Innovatieve oplossingen - naast de genoemde oplossingen wordt er nu nog gewerkt aan andere oplossingen zoals een volledig elektrische warmtepomp die geschikt is voor slechter geïsoleerde huizen of het terugwinnen van warmte uit melk bij melkveebedrijven. Deze en andere technieken worden de komende jaren in de gaten gehouden en indien relevant in een volgende versie van de Transitievisie Warmte meegenomen. Warmtenetten Warmtenetten zijn collectieve netwerken van warm water waarmee woningen en andere gebouwen verwarmd worden. Warmtenetten komen voor in verschillende temperaturen, namelijk hoge temperatuur (> 70 C), midden temperatuur (tussen 40 C en 70 C) en lage temperatuur (< 40 C).
Of een warmtenet geschikt is als alternatief voor aardgas hangt af van de bebouwingsdichtheid in een gebied en of er voldoende warmte-afnemers zijn. Het afzetgebied van een warmtenet wordt bepaald door de hoeveelheid warmte die een bron kan leveren, de temperatuur van de
15
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
bron en de kosten van het verkrijgen van warmte uit de bron. Mogelijke bronnen voor warmtenetten zijn restwarmte, geothermie en aquathermie. Restwarmte - bij industriële processen ontstaat er soms warmte dat een bedrijf zelf niet meer nuttig kan gebruiken. Deze restwarmte kan een warmtenet van warmte kan voorzien. Voorwaarde hierbij is er altijd een alternatieve bron beschikbaar moet zijn mocht het bedrijf weggaan. De temperatuur van een warmtenet op restwarmte is afhankelijk van de temperatuur van de bron. In de regio Land van Cuijk komen niet veel geschikte restwarmtebronnen voor. Indien zich een mogelijkheid voordoet zal de gemeente een coördinerende rol op zich nemen. Geothermie – warmte afkomstig uit de bodem en aarde kan middels verschillende technieken een woning van warmte voorzien. Met geothermie in de warmtetransitie bedoelt men meestal het gebruik van warmte uit diepe aardlagen dat gebruikt kan worden voor de verwarming van water in een warmtenet. In diepe aardlagen (dieper dan 500 meter) wordt de aarde niet langer verwarmd door de zon, maar door de kern van de aarde. Warmte met geothermie als bron heeft een hogere temperatuur en een grote potentie, maar de winning brengt ook hoge kosten met zich mee. Deze techniek is hierdoor alleen geschikt voor gebieden met een hoge bebouwingsdichtheid en voldoende warmte-afnemers.
En daarmee mogelijk alleen interessant voor Boxmeer en Cuijk. Ondiepere vormen van bodemwarmte zoals een warmte-koude opslag (WKO) zijn in principe wel binnen alle vijf de gemeenten mogelijk mits de bodemgesteldheid dit toelaat. Hierbij wordt de bodem gebruikt als opslag van warmte in de zomer en als opslag van kou in de winter. Deze warmte en kou kan vervolgens via een warmtenet naar goed geïsoleerde woningen en bedrijven gevoerd worden. Omdat dit een lage temperatuur betreft is deze techniek niet voor alle woningen geschikt.
Aquathermie - is een overkoepelende term voor warmte uit oppervlakte(TEO), afval- (TED) en drinkwater (TED). Warmte uit drinkwater ontstaat bij het afkoelen van drinkwater, voordat het in het net gaat. Warmte uit oppervlaktewater en afvalwater kan direct uit de bron (rivier, rioolwaterzuivering) worden gewonnen. De warmte van deze drie bronnen zorgt voor de verwarming van een lage temperatuur warmtenet. Voor bronnen met een lagere temperatuur, zoals de Maas, kan vaak een kleiner warmtenet gerealiseerd worden. Dat betekent dat deze techniek ook voor kleinere kernen geschikt kan zijn. Een warmtenet op aquathermie is daarom voor een aantal kernen binnen de regio Land van Cuijk een geschikte optie, waaronder voor Grave en Cuijk. Alleen in de gemeente Sint Anthonis en Mill en Sint Hubert liggen weinig kansen voor aquathermie. PVT Zonnewarmtenet - is een van de mogelijke oplossingen die het afgelopen jaar is ontwikkeld en getest. Het zonnewarmtenet bestaat uit PVT-panelen (zonnepanelen die zowel warmte als elektriciteit opwekken) op het dak, een zeer lage temperatuur warmtenet gekoppeld aan een warmte/koudeopslag onder de grond en een warmtepomp in iedere woning. Op deze manier worden de woningen op een energieneutrale manier voorzien van warm water, verwarming in de winter en verkoeling in de zomer. Deze techniek is relatief nieuw en is getest in enkele wijken in Nederland.
De mogelijkheden voor Boxmeer zullen verder onderzocht moeten worden. Duurzaam gas Via bestaande of nieuwe gasnetten kunnen duurzame en hernieuwbare gassen worden vervoerd. De toekomstige beschikbaarheid van deze hernieuwbare gassen is nog grotendeels onbekend. Zo zijn duurzame gassen op dit moment schaars. Er zijn drie vormen van duurzaam gas: 16
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
biogas, groengas en waterstofgas. Een overzicht van de verschillende soorten gassen en de bijbehorende specificaties van deze gassen is gegeven in Figuur 3. Biogas – biogas en groengas worden beide van biomassa zoals mest, groente, fruit en tuin -afval en slib gemaakt. Door deze biomassa te vergisten ontstaat biogas: een gas van goede maar andere kwaliteit dan aardgas. Dit gas kan daardoor niet worden gemengd met aardgas, waardoor het niet aan onze bestaande gasnetwerken kan worden toegevoegd. Biogas is daarom een gas dat niet snel in wordt gezet om woningen te verwarmen. Alleen daar waar een gasleiding makkelijk afgesloten kan worden van het hoofdnetwerk en zo een eigen netwerk kan vormen is biogas een geschikte oplossing. Op vakantieparken is dit vaak het geval en zou biogas mogelijk een geschikt alternatief zijn. Groengas – als biogas opgewaardeerd wordt het groengas genoemd. Dit is een gas dat wel met aardgas gemengd kan worden en dus in ons bestaande gasnet ingevoerd kan worden. Om groengas op grote schaal te produceren is er veel biomassa nodig en dient er een grote vergistingsinstallatie te worden geplaatst. Wanneer wordt besloten op grote schaal in te zetten op groengas dient rekening gehouden te worden met mogelijke toekomstige veranderingen in de landbouwsector, waardoor het aanbod aan biomassa kan afnemen.
Daarnaast speelt de vraag of groengas regionaal wordt toebedeeld of dat dit, net als aardgas, over heel Nederland wordt verdeeld. Het is echter een techniek die naar alle waarschijnlijkheid voor een aantal oudere en minder goed te isoleren woningen in de regio Land van Cuijk in de toekomst zeker in beeld komt.
is daarom nog niet duurzaam. We spreken daarbij van grijze waterstof. Dit is waterstof die met behulp van aardgas wordt geproduceerd en waarbij CO2 in de atmosfeer terechtkomt. Als deze CO2 wordt opgevangen en onder de grond wordt opgeslagen spreken we van blauwe waterstof. Waterstof is echter pas echt een duurzame bron wanneer deze niet met aardgas maar met duurzaam opgewekte elektriciteit wordt gecreëerd. Op dit moment wordt hier hard aan gewerkt, maar is deze techniek niet op grote schaal beschikbaar. Of en in welke mate waterstofgas beschikbaar komt voor de gebouwde omgeving is dan ook nog niet bekend. Als het beschikbaar komt voor de gebouwde omgeving is dit naar verwachting voor een aantal woningen die echt niet op een andere manier verwarmd kunnen worden
Figuur 3: Overzicht van de verschillende soorten gas en het verschil hiertussen
Waterstofgas – waterstofgas is een product dat ontstaat door water te splitsen in een waterstofdeeltje en een zuurstofdeeltje. Voor het splitsen van water is veel energie nodig. Veel waterstof dat nu wordt geproduceerd 17
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
4.4 Hoe bepaal je welke techniek waar komt? In tegenstelling tot aardgas, dat bijna elke woning in Nederland gebruikt, ziet onze toekomstige warmtevoorziening eruit als een mix aan warmtetechnieken. In de basis zal gelden dat hoge temperatuurbronnen schaars zijn en daar worden ingezet waar de woningen niet zonder deze bronnen kunnen. Daar waar woningen goed geïsoleerd zijn kunnen lagere temperatuur bronnen worden gekozen. Welke techniek waar kan worden ingezet hangt daarom af van zowel de beschikbare bronnen als de energievraag, maar ook de bebouwingsdichtheid van een gebied heeft hier invloed op. 1. Woning- en wijktypologie – aspecten als hoogbouw/laagbouw en de woningdichtheid bepalen of een individuele of collectieve techniek voor de hand ligt. 2. Bouwjaar en isolatiegraad – het bouwjaar van een woning geeft vaak inzicht in de mate van isolatie en daarmee de geschiktheid voor HT of LT. De bouwjaren voor de gebouwen in de gemeente Boxmeer zijn weergegeven in Bijlage III. Hetzelfde kan gezegd worden over energielabels; deze geven accurater weer wat de isolatiewaarde is. Echter is niet van alle woningen in Nederland het energielabel bekend. 3. Beschikbare bronnen – er moet gekeken worden welke bronnen er in de omgeving beschikbaar zijn.
Zo is de potentie voor thermische energie uit oppervlaktewater sterk afhankelijk van de aanwezige hoeveelheid oppervlaktewater en stroomsnelheid en verschilt per gebied de mogelijkheid voor geothermie.
18
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
5. De transitieopgave in Boxmeer 5.1 Naar een aardgasvrij Boxmeer
5.2 De warmtevraag
De gemeente Boxmeer is op weg om in 2050 aardgasvrij te zijn, in lijn met de nationale doelstelling. Om deze doelstelling te behalen moeten we de warmtevraag omlaag brengen en woningen anders gaan verwarmen. In dit hoofdstuk gaan we in op wat deze transitieopgave voor Boxmeer inhoudt en welke bronnen er binnen de gemeente aanwezig zijn om in warmte te voorzien.
Boxmeer telt circa 29.065 inwoners die wonen in circa 12.335 woningen. Deze woningen zijn verspreid over elf dorpen en omliggend buitengebied. Ongeveer 28% van alle woningen liggen in het dorp Boxmeer, de rest van de woningen zijn verspreid over de kleinere kernen en het buitengebied. In Boxmeer is ook de grootste warmtevraag van de gemeente. Daarna volgen Overloon, Vierlingsbeek en Oeffelt. Dit zijn na Boxmeer de plaatsen met de meeste inwoners (zie figuur 4). De totale warmtevraag van alle woningen en gebouwen, inclusief kantoorpanden, winkels en scholen, maar exclusief de proceswarmte gebruikt door de industrie, ligt rond de 700 TJ. Hiervan is ongeveer 90% afkomstig van de woningen.
5.3 Besparingspotentie
Figuur 4: Warmtevraag gemeente Boxmeer, per buurt.
In deze Transitievisie Warmte zoeken we naar het meest optimale pakket aan energiemaatregelen, dat wil zeggen een combinatie van isolatie en een bijpassende warmtevoorziening. Minder energie gebruiken is vaak de eerste en belangrijkste stap. De komende jaren zullen er daarom op grote schaal woningen geïsoleerd moeten worden. Sommige woningen zijn al goed geïsoleerd of nog goed na te isoleren en daardoor geschikt voor zowel lage als hoge temperatuur warmtebronnen. Andere woningen zijn mogelijk niet goed na te isoleren om ze geschikt te maken voor bijvoorbeeld laagtemperatuurwarmtebronnen. Dat betekent niet, dat daar geen grote besparingspotentie is, vaak is dat juist wel het geval. De besparingspotentie – dat wat je kunt besparen door te isoleren - verschilt sterk per buurt. In buurten gebouwd tussen 1940 en 1975 is vaak de meeste winst te behalen door te isoleren. Woningen die in de jaren ’80 werden gebouwd hebben
19
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER tijdens de bouw al een zekere mate van isolatie meegekregen, volgens de toen geldende bouwnormen. Woningen van na 2005 zijn dusdanig goed geïsoleerd dat het over het algemeen niet zinvol is om extra isolatie toe te voegen.
20.000 18.000
Woningequivalenten
Voor de gemeente Boxmeer zorgt inzetten op isolatie in met name de buurten Villapark ’t Zand en Bakelgeert-Noord naar verwachting voor de grootste daling in de warmtevraag. Reden hiervoor is de matige isolatiegraad bij een groot percentage woningen uit het bouwjaar 1946-1974 (zie tabel 1). Dit betekent echter niet dat er in de andere buurten geen maatregelen genomen dienen te worden op het gebied van isolatie. Daar waar isolatie mogelijk is, is het altijd verstandig om dit te doen. Dit geldt zeker ook voor de industrie in de gemeente Boxmeer.
Theoretische warmtepotentie vs. totale vraag 16.000 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0
5.4 Beschikbare bronnen in de gemeente De theoretische potentie van warmtebronnen in Boxmeer is in figuur 5 weergegeven, uitgedrukt in woningequivalenten. Een woningequivalent is een inschatting van de hoeveelheid warmte-energie die nodig is om een gemiddelde Nederlandse woning van ruimteverwarming en warm water te voorzien. De warmte vanuit de bodem en water is theoretisch gezien vrijwel onbeperkt, maar zal in de praktijk een stuk lager liggen. Ook voor de andere warmtebronnen geldt dat de theoretische potentie niet altijd technisch of economisch toepasbaar is als warmtebron. De warmtebronnen en hun toepasbaarheid voor de gemeente Boxmeer zullen in deze paragraaf achtereenvolgend worden besproken.
Potentie bronnen
WEQ totaal Boxmeer
Figuur 5: Theoretische warmtepotentie in de gemeente Boxmeer, afgezet tegen de totale warmtevraag uitgedrukt in woningequivalenten. Lichtblauw=theoretisch gezien onbeperkt
TEO is kansrijk De potentie van thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) biedt in theorie veel kansen voor de gemeente Boxmeer, door de ligging aan de Maas. De warmte kan door een warmtewisselaar onttrokken worden uit het rivierwater en via een warmtenet worden geleverd aan woningen en gebouwen voor direct gebruik of worden opgeslagen in de bodem, in een WKO-systeem. De WKO kan dienen als buffer: in de winterperiode kan warmte worden gebruikt die in de zomerperiode uit het rivierwater is onttrokken.
20
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER Om de daadwerkelijke toepasbaarheid en dus warmtepotentie van TEO ten bate van warmtevoorziening voor de gemeente te kunnen bepalen, zal nader onderzoek nodig zijn. Diepe geothermie mogelijk kansrijk De bodemgesteldheid in de gemeente lijkt slechts deels geschikt voor diepe geothermie. De warmtecontour met goede tot mogelijke warmtepotentie beslaat het zuidoostelijk deel van de gemeente Boxmeer, ofwel het gebied rondom Vierlingsbeek, Holthees en Maashees. Hoewel de economische rendabiliteit relatief laag zal zijn, is diepe geothermie voor Boxmeer een kansrijke techniek om te onderzoeken. Biogas heeft potentie In de gemeente is biogas beschikbaar met een potentie tot circa één derde deel van de warmtevraag in de gemeente. Er is nog wel enige onduidelijkheid over de beschikbaarheid van biogas voor de gebouwde omgeving: na 2030 wordt naar verwachting een groeiende vraag naar groen gas verwacht vanuit industrie en mobiliteit (zwaar verkeer), omdat er voor deze sectoren beperkte andere mogelijkheden zijn om te verduurzamen. Potentie voor restwarmte In de gemeente Boxmeer kan restwarmte in een aantal buurten een rol spelen in het dekken van de warmtevraag. In de gemeente zijn een aantal bedrijven aanwezig die mogelijk restwarmte kunnen leveren.
Dit zijn onder meer Steenfabriek Engels in Oeffelt, Mola in Beugen, Campina Creamy Creations in Rijkevoort, Globemilk, MSD en Marel in Boxmeer en Havens in Maashees. Onderzoek is nodig om de potentie en haalbaarheid voor uitkoppeling van deze restwarmte scherper in beeld te krijgen.
Beperkte mogelijkheden voor biomassa In Boxmeer is beperkte beschikbaarheid van biomassa. Ook is er op dit moment veel discussie gaande over de duurzaamheidsaspecten van biomassa, onder andere gericht op de uitstoot van fijnstof en roet en de herkomst van het organisch materiaal. Dat betekent dat we zorgvuldig moeten kijken naar de potentie van deze bron. Beperkte rendabiliteit voor bodemlussen en WKO In een groot deel van Boxmeer is bodemenergie mogelijk. In de gemeente is er allereerst veel potentie voor bodemlussen. Bodemlussen zijn op woningniveau mogelijk wanneer woningen niet te dicht op elkaar staan, zoals in het buitengebied. De kosten voor aanleg van zulke individuele systemen zullen dan wel relatief hoog zijn. Voor warmte-koudeopslagsystemen (WKO) zijn er mogelijkheden in de gemeente, met name voor het bedrijventerrein. Voor WKO-concepten is het echter wel belangrijk dat de bodembron in balans wordt gehouden. Ook dient er voor de vergunningverlening rekening gehouden te worden met restricties die vanuit provinciaal beleid gelden. Lage potentie riothermie Uit de drie aanwezige gemalen in de gemeente Boxmeer kan warmte worden gewonnen. Het voordeel van riothermie is dat het een constante warmtebron is die zowel ‘s zomers als ’s winters beschikbaar is. Het is een lage temperatuurbron, die collectief (via een warmtenet en collectieve warmtepomp) ingezet kan worden.
De warmtepotentie vanuit de gemalen is echter laag.
21
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
5.5 Match bronnen en warmtevraag In theorie kan de warmtevraag van de gemeente Boxmeer worden gedekt met de potentiële hoeveelheid warmte (zie figuur 5). Dit is grotendeels warmte van lage temperatuur, en deels ook van midden temperatuur. In tabel 1 zijn een aantal aspecten per buurt weergegeven die richting geven aan de warmtetransitie. De buurten zijn aflopend gerangschikt op aantal woningequivalenten per buurt. De buurten met de grootste aantallen woningen zullen ook de hoogste warmtebehoefte hebben. Deze staan bovenaan. Het bouwjaar van de woningen is kenmerkend voor de mate van isolatie. Voor woningen met matige tot slechte isolatie is het meest voor de hand liggende om, na afdoende isolatie, aan te sluiten op een hoge temperatuur warmtenet. Aansluiten op een warmtenet met lagere temperatuur is voor deze woningen vaak economisch gezien niet rendabel. Een andere mogelijkheid voor deze woningen is het inzetten van individuele warmtebronnen. Voor woningen met redelijke tot goede isolatie is het, afhankelijk van de situatie, mogelijk om aan te sluiten op een lage temperatuur warmtenet, of om te kiezen voor een individuele warmte-oplossing.
De buurten met de hoogste mate van stedelijkheid en een hoog aantal woningequivalenten hebben een warmtevraag die voldoende hoog is om een warmtenet haalbaar te maken. Concreet gaat het om de buurten Boxmeer Centrum, Bakelgeert-Noord, Luneven, De Elzen en BakelgeertZuid. Voor deze buurten geldt dat de woningen van ná 1991 mogelijk verwarmd kunnen worden middels een warmtenet op basis van lage temperatuur. Voor de woningen van vóór 1991 is een warmtenet op basis van hogere temperaturen vereist. Voor alle andere buurten is het minder waarschijnlijk dat de aanleg van een warmtenet haalbaar is. Hier liggen individuele of collectieve maatwerk-oplossingen meer voor de hand. De in tabel 1 weergegeven opdeling in isolatiegraad is gebaseerd op de verwachte isolatie bij een woning uit een bepaalde categorie bouwjaren. De daadwerkelijke isolatie van een huis kan hier echter van afwijken.
De mate van stedelijkheid geeft de bebouwingsdichtheid in een buurt aan:
Matig stedelijk (1000-1500 adressen/km2) Weinig stedelijk (500-1000) Niet stedelijk (<500).
Hoe stedelijker de buurt, hoe haalbaarder het is om te kiezen voor een collectieve aanpak richting het aardgasvrij maken van de woningen.
22
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER Tabel 1: Karakterisering buurten gemeente Boxmeer, cijfers PBL en CBS (2020)
23
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
5.6 Lokale kansen en beperkingen Binnen de gemeente Boxmeer zijn er meerdere kansen waarop ingespeeld kan worden ten behoeve van de warmtetransitie. In figuur 6 zijn deze kansen weergegeven, en deze worden hieronder kort toegelicht. Kansen Binnen de gemeente zijn er enkele warmtekansen. De lage temperatuur warmte uit de Maas is in potentie inzetbaar voor de aangrenzende buurten, van Oeffelt tot Maashees. Mogelijk kan de gemeente Boxmeer gebruik maken van restwarmte die afkomstig is van enkele fabrieken en gemalen. Deze zijn van zowel lage (blauw) als midden (oranje) temperatuur. Deze warmtebronnen zijn verspreid door heel de gemeente, maar de meeste warmte is voor het dorp Boxmeer inzetbaar. Voor de komende jaren zijn er werkzaamheden gepland in de gemeente, waar mogelijk op aan kan worden gesloten. In de buurt Villapark ’t Zand wordt in de jaren 2021-2022 gewerkt aan een klimaatadaptieve inrichting en in heel de gemeente worden wegen en riolering binnen nu en tien jaar vervangen. Dit biedt mogelijkheden om wijzigingen door te voeren in de warmte-infrastructuur.
Figuur 6: Kansen voor de warmtetransitie in de gemeente Boxmeer (stavaza 2020)
24
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER Binnen de gemeente Boxmeer is een aanzienlijk deel van de woningen corporatiebezit. De komende jaren zijn er grootschalige renovaties gepland voor deze woningen. Dit biedt in principe mogelijkheden voor een collectieve warmte-oplossing. Vortum-Mullem, Beugen, Maashees, Overloon en Sambeek staan bekend als actieve buurten. Mogelijk krijgen duurzame initiatieven hier een impuls. Bedreigingen De lage bebouwingsdichtheid in het buitengebied en de kleine kernen beperkt de mogelijkheden tot een gezamenlijke transitie richting aardgasvrij; Het is dan vaak economisch niet rendabel om te gaan voor een collectieve warmte-oplossing.
5.7.1 Collectieve aanpak De nabijheid van een potentiële warmtebron verhoogt voor buurten de mogelijkheid om collectief te worden verwarmd. Hierbij kan het gaan om restwarmte van de industrie, goede mogelijkheden voor de winning van aardwarmte of een kans om dichtbij thermische energie uit oppervlaktewater te winnen. Op basis van deze warmtebronnen kunnen warmtenetten worden aangelegd. Hoe hoger de bevolkingsdichtheid en hoe groter de warmtevraag, hoe meer de buurt (of een deel daarvan) zich leent voor de aanleg van een warmtenet. Uit tabel 1 en figuur 6 valt af te leiden voor welke buurten een collectieve inzet van warmtebronnen het meest haalbaar lijkt:
5.7 Techniekkeuze De woningtypes en bouwjaren in Boxmeer zijn zeer divers. Er is daarom niet één alternatief voor aardgas aan te wijzen als meest geschikt. In 2050 worden de gebouwen in Boxmeer naar verwachting dan ook verwarmd middels een mix aan warmtebronnen en technieken. Voor inwoners van sommige buurten betekent dit dat deze techniek gelijk is aan de techniek van de buren. In andere buurten – daar waar veel verschillende type woningen naast elkaar staan – is het logisch dat de techniek kan verschillen met de techniek die je buren gebruiken. Om de buurten van de gemeente Boxmeer te verduurzamen en op termijn van het aardgas af te laten gaan, zijn er twee verschillende aanpakken denkbaar. Per aanpak staat een uitwerking van de buurt(typ)en die doorgaans onder de aanpak vallen.
Bakelgeert-Zuid: Hier zijn warmtebronnen aanwezig die mogelijk inzetbaar zijn. Hierbij gaat het om restwarmte van aangrenzende bedrijven (kleinere bedrijven op bedrijventerrein Saxe Gotha), en ondiepe geothermie. Voor de buurten grenzend aan de Maas kan onderzocht worden wat de kansen zijn voor de aanleg van kleinschalige warmtenetten op basis van aquathermiewinning. Mogelijk in combinatie met aanwezige LT of MT-restwarmte.
Naast de woningdichtheid, warmtevraag en de aanwezigheid van de warmtebronnen, is de isolatiegraad van de woningen bepalend voor de daadwerkelijke mogelijkheid om woningen of buurten collectief te verwarmen middels een warmtenet. Hierin geldt dat een betere isolatiegraad een lagere temperatuur van het warmtenet vereist.
25
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER 5.7.2 Individuele aanpak naar woningtypologie Voor de overige buurten is er geen directe aanleiding om voor te sorteren op een collectieve warmte-oplossing door middel van een warmtenet. De mogelijkheden die er wel zijn, worden hieronder per woningtypologie toegelicht. Hierbij wordt op grote lijnen de categorisering van tabel 2 gevolgd. De buurten met een mix aan bouwjaren, of die een specifieke aanpak vragen, komen daarna aan de orde. Buurten met woningen gebouwd na 1991 In 1992 is het bouwbesluit ingevoerd. Dit houdt in dat woningen gebouwd na deze periode aan een bepaalde isolatienorm moesten voldoen. Deze woningen zijn daarom grotendeels geschikt te maken voor lage temperatuur verwarming. De woningen in deze buurten zijn in de meeste gevallen relatief eenvoudig en goedkoop te isoleren naar het niveau waarop kan worden overgeschakeld van een cv-ketel naar een moderne luchtwarmtepomp.. Een luchtwarmtepomp waarbij warmte uit de lucht onttrokken wordt lijkt voor de buurten de meest logische keuze vanwege de beperkte ruimte rondom de woning. Voor nieuwere woningen in het buitengebied is een bodemwarmtepomp mogelijk een geschiktere oplossing. Voor recent ontwikkelde woningen geldt dat deze mogelijk op termijn alsnog all-electric kunnen worden gemaakt, of dat het aardgas wordt vervangen door een duurzaam gas.
Buurten met gelijksoortige woningen gebouwd tussen 1946 en 1991 Deze woningen hebben op dit moment een hoge warmtevraag en een hoge temperatuur techniek ligt daarom voor de hand. Voor de buurten waar de kansen voor de aanleg van een gezamenlijk warmtenet lager zijn (zie 5.7.1), ligt een hybride warmtepomp met duurzaam gas op dit moment het meest voor de hand. Isolatie is in buurten met deze woningen kostbaar. In de buurten waar er veel gelijksoortige woningen naast elkaar voorkomen (zie tabel 2) kan
gezamenlijk de isolatieopgave worden aangepakt, waardoor de kosten omlaag gaan. Een oplossing waarbij de woningen door middel van middenof lage temperatuur worden verwarmd, wordt hiermee in principe ook mogelijk. In dit geval een warmtepomp een wenselijke optie. Buurten met oude, veelal vooroorlogse woningen In buurten, buurten of straten met veel oude woningen, staan woningen die veelal lastig geïsoleerd kunnen worden. Omdat spouwmuren veelal ontbreken en een aantal panden een monumentale status heeft, is isoleren (bijna) niet mogelijk of erg kostbaar. Dit geld uiteraard ook voor de vooroorlogse woningen die verspreid door de gemeente staan. Deze woningen hebben daarom behoefte aan een hoge temperatuur oplossing. Bij gebrek aan warmtenet mogelijkheden ligt het gebruik van duurzaam gas, waar mogelijk in combinatie met een hybride warmtepomp in deze gebieden op de korte termijn het meest voor de hand. Buurten met een mix aan bouwjaren Daar waar een mix aan bouwjaren voor komt is het waarschijnlijk dat een mix aan verschillende oplossingen het eindbeeld in 2050 vormt. Warmtepompen, hybride warmtepompen en gasketels komen hier waarschijnlijk allemaal voor. Voorbeelden van deze buurten zijn Bakelgeert-Zuid, Hollesteeg en de kernen van de meeste dorpen. Voor deze buurten, geldt daarom sturing op de volgende route: 1.
Isolatie heeft te allen tijde prioriteit (voor de oudere én de nieuwere woningen). 2. Indien mogelijk wordt vervolgens gekozen voor een all-electric oplossing met warmtepomp. 3. Als dit kostentechnisch niet haalbaar is, wordt op de korte termijn ingezet op hybridewarmtepompen waarmee de aardgasvraag flink zal dalen. 26
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER 4. Op de lange termijn kunnen woningen met nieuwe technieken mogelijk alsnog all-electric worden gemaakt of wordt het aardgas vervangen met een duurzaam gas.
Tabel 2: Buurten Boxmeer in alfabetische volgorde met het voorkeursalternatief
Buurten
Voorkeursalternatief MT-HT Warmtenet vanwege aanwezigheid potentiële warmtebronnen, koppelkansen met aanpak wegennet en riolering. Voor deel van de buurt is aankoppeling met warmtenet Bakelgeert-Noord mogelijk. Verder inzetten op isolatie. Stimuleren vervangen HR-ketel voor hybride warmtepomp bij natuurlijk vervangmoment. Collectieve aanpak door WKOmogelijkheden te benutten. Individuele oplossing: Elektrische luchtwarmtepomp LT-warmtenet met Maas en LTrestwarmte als mogelijke bronnen. HT-warmtenet op basis van restwarmte steenfabriek en individueel maatwerk.
Als er in een buurt geen warmtebron is of een collectieve oplossing haalbaar blijkt kan er natuurlijk wel gezamenlijk worden opgetrokken. Bijvoorbeeld door isolatiemateriaal of warmtepompen gezamenlijk in te kopen.
Bakelgeert-Noord
Buitengebied In het buitengebied staan woningen veelal verder uit elkaar en zijn veel oudere, soms monumentale boerderijen. Afhankelijk van het bouwjaar en het huidige energielabel van de woning dient hier een keuze gemaakt te worden voor een techniek. Naast warmtepompen, hybride warmtepompen en duurzaam gas zijn hier vaak nog meer technieken mogelijk. Zo zijn er allerlei innovaties om op boerderijen warmte te creëren. Bijvoorbeeld middels de ECO2000 die warmte uit melk haalt. Daarnaast behoren pellet ketels tot de mogelijkheid in het buitengebied, mits hier een goed koolstoffilter op zit en er lokaal hout wordt gebruikt.
Bakelgeert-Zuid
Bedrijventerrein Op bedrijventerreinen ontstaan er soms mogelijkheden om een warmtenet te realiseren. Omdat deze vaak zowel een warmte- als een koudevraag hebben, ligt een (collectief) WKO-systeem voor de hand. Een WKO systeem op bedrijventerrein Saxe Gotha en/of Sterckwijck zou hierbij een mogelijkheid kunnen zijn. Individueel aan de slag kan uiteraard ook. Een warmtepomp is hierbij de meest geziene oplossing.
Beugen-Centrum, BoxmeerCentrum, De Elzen, Groeningen-Centrum, Hollesteeg, Holthees-Centrum, Luneven, Overloon-Centrum, Rijkevoort-Centrum, SambeekCentrum, Vierlingsbeek Centrum, Vortum-Mullem Centrum Buitengebieden (totaal)
Uitgangspunt is individueel maatwerk. Isolatie heeft prioriteit, wellicht collectief. Voorkeur laagst mogelijke temperatuur. Indien noodzakelijk en rendabel mogelijkheid van duurzaam gas bekijken.
Villapark 't Zand
LT-Warmtenet met Maas als bron, evt. i.c.m. individuele spoor.
Bedrijventerrein Saxe Gotha en Sterckwijck (in aanbouw) Maasbroeksche Blokken Maashees Centrum Oeffelt Centrum
27
TRANSITIEVISIE WARMTE BOXMEER
6. Vervolgstappen 6.1 In stappen toewerken naar aardgasvrij gereed In hoofdstuk 2 is aangegeven dat we nog geen startwijken aanwijzen. Oftewel op de korte termijn worden inwoners niet verplicht om hun woning aardgasvrij te maken. In plaats daarvan werken we de komende jaren toe naar het aardgasvrij gereed maken van de gebouwde omgeving in Boxmeer.
Onderzoeken
Besparen
We verlagen de CO2 uitstoot door het isoleren van woningen en het nemen van energiebesparende maatregelen te stimuleren.
Om een beter beeld te krijgen van de technisch en financieel haalbare mogelijkheden richten we ons de komende jaren op een aantal onderzoeken om zo de potentie van groen gas beter in beeld te brengen.
Inwoners en bedrijven betrekken De warmtetransitie moeten we gezamenlijk doorlopen. De gemeente gaat daarom het gesprek aan met de inwonersen bedrijven en staat open voor nieuwe ideeën.
Figuur 7: Overzicht van de stappen richting “aardgasvrij gereed”
Samenvattend zijn er onderstaande stappen die binnen de gemeente Boxmeer gezet kunnen worden om de transitie richting aardgasvrij te beginnen (figuur 7). In paragraaf 6.2 en verder zijn de eerste drie uitgewerkt. No-regret (geen spijt)-maatregelen Door in te zetten op maximaal isoleren van woningen en gebouwen, kunnen uiteindelijk complete buurten (langzamerhand) transitie-gereed worden gemaakt. Dit zijn maatregelen waar nu al mee kan worden gestart. Onderzoeken technieken met hoge potentie Het is van belang om gezamenlijk een onderzoek te starten naar de inzet van diepe of ondiepe geothermie op de langere termijn en de onttrekking van warmte uit de Maas op kortere termijn. Verder is er baat bij een gezamenlijk onderzoek naar de daadwerkelijke beschikbaarheid van biogas binnen de gemeenten in de regio land van Cuijk en welke potentie er is om in elk geval op korte termijn biogas in te kunnen inzetten voor woningen. Door nu binnen de gemeente Boxmeer te starten met een onderzoek naar de daadwerkelijke toepasbaarheid van restwarmtebronnen met grote potentie, kan beter in beeld worden gebracht welke woningen hier mogelijk gebruik van kunnen gaan maken, en welke technieken passend zijn om de beschikbare warmte te distribueren. Hierbij gaat het om restwarmte van MSD, Stork en Steenfabriek Engels.