CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

VRZ Jaarstukken 2025 publieksversie

Besluitvormende raadsvergadering 18 juni 2026, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel om in te stemmen met de zienswijzen over de financiële stukken van VRZ, GR De Bevelanden, OLAZ, De Betho, SWVO, GGD, Publiek Vervoer Zeeland, De Zeeuwse Muziekschool en Sabewa (portefeuillehouders)20.938 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Inhuur derden Veel voorkomende redenen voor externe inhuur zijn tijdelijke capaciteitsproblemen, bijvoorbeeld bij ziekte of zwangerschapsverlof of bij de uitvoering van projecten. Ook ontbreekt soms specifieke expertise of kennis of is een onafhankelijke blik gewenst. In 2025 is er voor € 406.581 personeel ingehuurd; het merendeel hiervan is ook gebudgetteerd, in de programmabegroting of via een wijzigingsvoorstel. In onderstaande tabel is een specificatie opgenomen.

Werving en selectie Vanuit de landelijk geconstateerde noodzaak tot versterking van de crisisbeheersing en informatievoorziening is het de organisatie goed gelukt om ondanks de huidige krappe arbeidsmarkt het team crisisbeheersing te versterken. Er zijn 10 kandidaten geworven. Op bedrijfsvoering is de eerder ingezette optimalisatie voortgezet en zijn succesvol 3 profielen geworven en aangesteld. Het werven van nieuwe medewerkers voor specialistische functies is niet altijd eenvoudig. Zo is het tot op heden nog niet gelukt om bijvoorbeeld een privacy officer te werven. Dit heeft te maken met de krappe arbeidsmarkt op dit soort specifieke thema’s.

26.

Paragrafen - Bedrijfsvoering

Informatievoorziening en informatiebeveiliging Business intelligence Afgelopen jaar is onze business intelligence voorziening verder doorontwikkeld. VRZ streeft er naar data gedreven besluitvorming te stimuleren op alle niveaus. Business intelligence richt zich met name op de bedrijfsprestaties en levert bruikbare inzichten die leiden tot betere en snellere beslissingen. Het afgelopen jaar is steeds meer data samengebracht in ons datawarehouse. Hierdoor kunnen we snel en efficiënt onze bedrijfsprestaties in beeld brengen. Denk hierbij aan financiële analyses, operationele prestaties, strategische personeelsplanning en trendanalyses. Business Intelligence ondersteunt zowel de primaire, ondersteunende als besturende processen van de regio en draagt hierbij maximaal bij aan het realiseren van een Informatiegestuurde organisatie.

Toetreding vitale infrastructuur en business continuïteit VRZ is door het ministerie van Veiligheid en Justitie aangewezen als vitale infrastructuur. In het afgelopen jaar zijn de eerste stappen gezet om de weerbaarheid van de organisatie te vergroten. Daarbij zijn de kritieke processen en bijbehorende kwetsbaarheden in kaart gebracht. Ook is een start gemaakt met de uitwerking van verschillende uitvalscenario’s. Op basis van deze inzichten worden, in samenwerking met een externe partner, de benodigde continuïteits- en herstelmaatregelen verder geconcretiseerd.

Verbeteren van datakwaliteit en gegevensbeheer VRZ heeft het afgelopen jaar extra geïnvesteerd in de datakwaliteit en gegevensbeheer. Dit omvat het implementeren van robuuste processen voor gegevensverzameling, validatie en opslag om te zorgen voor betrouwbare en nauwkeurige informatie. Het ontwikkelen van een gedegen gegevensbeheerstrategie en het investeren in geschikte technologieën en vaardigheden zijn hierbij essentieel. De komende jaren zal ook de vraag naar specifieke informatietoepassingen verder toenemen. Op basis van landelijke referentiearchitectuur zal daarom verder worden toegewerkt naar een betrouwbare basisvoorziening.

"Uit drie beveiligingsonderzoeken blijkt dat VRZ haar technische beveiliging voldoende op orde heeft" Informatieveiligheid Het afgelopen jaar is geïnvesteerd in het verbeteren van onze informatiebeveiliging. We hebben technische en organisatorische beheersmaatregelen getroffen zoals de implementatie van mobile device management (MDM), conditional acces en het verbeteren van restore en back-up faciliteiten. Ter versterking van de organisatiebrede bewustwording is een bijeenkomst over informatiebeveiliging georganiseerd. Tijdens deze sessie zijn onder meer de uitkomsten van een gerichte phishingmailcampagne besproken. Uit drie beveiligingsonderzoeken blijkt dat VRZ haar technische beveiliging voldoende op orde heeft. In vergelijking met andere veiligheidsregio’s scoort de organisatie voldoende tot goed op basis van een onafhankelijke beoordeling op de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO).

27.

Paragrafen - Bedrijfsvoering

Huisvesting en duurzaamheid Ontwikkeling meerjarenonderhoudsplanning Afgelopen jaar is een inventarisatie uitgevoerd die dient als basis voor de meerjarenonderhoudsplanning. De resultaten zijn vastgelegd in een nieuw geïmplementeerd softwaresysteem. In 2026 wordt een voorstel opgesteld voor het instellen van een passende onderhoudsvoorziening voor de komende jaren.

Nieuwbouw brandweerposten In april 2025 is de nieuwbouw van brandweerpost Goese Poort opgeleverd. Naar verwachting zullen begin 2026 zowel Kloosterzande als Zierikzee/Kerkwerve beschikken over nieuwe huisvesting, waarbij voor Zierikzee en Kerkwerve eind 2026 één gezamenlijk onderkomen wordt gerealiseerd. De aanbouw van de post aan de Zuidlandstraat kent een onverwachte vertraging, maar zal naar verwachting begin 2026 worden opgeleverd. Ook de brandweerpost Cadzand zal begin 2026 voor een groot deel zijn gerenoveerd. Daarnaast is gestart met de voorbereidingen voor nieuwbouw van diverse andere posten, waaronder Kortgene, Kamperland, Vogelwaarde, Oostkapelle en Sas van Gent.

Samenwerking GGD Op basis van het rapport Samen Sterker & Beter is in de algemeen bestuursvergaderingen van april 2025 en juli 2025 van beide organisaties besloten tot en opdracht gegeven voor: het samenvoegen van de bedrijfsvoeringstaken van GGD en VRZ en dit uit te werken in o.a. een inrichtingsplan en implementatieplan én; Het opstellen van een ontwerp-gemeenschappelijke regeling VRZ en GGD voor de gehele organisaties van GGD en VRZ en het voorbereiden en starten van de wijzigingsprocedure en het uitwerken van de onderliggende documenten van governance én; Het uitwerken van een voorlopig ontwerp en een definitief ontwerp voor nieuwbouw ten behoeve van gezamenlijke huisvesting in Goes-West. Voor deze opdrachten zijn twee kredieten beschikbaar gesteld, één voor de onderdelen bedrijfsvoering en governance en één voor het onderdeel huisvesting. Het eerste krediet is gelijk verdeeld over GGD en VR Zeeland, voor het huisvestingskrediet voert VR Zeeland de administratie. De uitvoering van deze projecten is gestart in de zomer 2025 met een gezamenlijke startbijeenkomst waarbij het ontwerp van de GR GGD en VR Zeeland centraal stond. Onder externe begeleiding is de ontwerp GR in november 2025 voorgelegd aan beide AB’en en is deze na goedkeuring voorgelegd ter zienswijze aan de gemeenteraden.

Voor het project Huisvesting is gestart met het opstellen van een Programma van Eisen, waarin duurzaamheid van het gebouw een nadrukkelijke plek heeft. Voor het samenvoegen van de afdelingen bedrijfsvoering is gestart met het inzichtelijk maken van de daadwerkelijk situatie en wordt toegewerkt naar een voorstel voor de inrichting van deze nieuw te vormen afdeling.

28.

Paragrafen - Bedrijfsvoering

Klachten en datalekken Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) Binnen VRZ hebben we de naleving van de AVG grotendeels geborgd door het aanstellen van een Functionaris Gegevensbescherming (FG) die toezicht houdt op privacybeleid en -uitvoering. Het werven van een privacy officer is tot op heden nog niet succesvol geweest. Voor de volledige borging van de AVG is een privacy officer een vereiste. We werken met vastgestelde privacy- en informatiebeveiligingsbeleid, inclusief protocollen voor datalekken en rechten van betrokkenen. Verwerkingen van persoonsgegevens zijn opgenomen in een actueel verwerkingsregister en waar nodig voeren we DPIA’s uit. Medewerkers worden periodiek getraind en bewust gemaakt van privacy- en informatiebeveiligingsverplichtingen. In 2025 zijn geen klachten ontvangen die moesten worden afgehandeld via de formele procedure, zoals omschreven in de klachtenregeling. In 2025 is geen aanleiding geweest om melding te doen van een datalek bij de landelijke Autoriteit Persoonsgegevens.

Wet open overheid De Wet openbaarheid van bestuur (Wob) is op 1 mei 2022 komen te vervallen door de gedeeltelijke inwerkingtreding van de Wet open overheid (Woo). De Woo dient 2 doelen: bevorderen van een transparante overheid; op orde brengen van de informatiehuishouding. Voor de implementatie van de Woo is een projectgroep opgericht, met als doel ervoor te zorgen dat we gaan voldoen aan het basisniveau van de Woo. De inwerkingtreding van de Woo vindt plaats in fases. Over enkele jaren zal de Woo zodoende in zijn totaliteit van kracht worden. De projectgroep volgt zoveel mogelijk de adviezen van de VNG en zal onder meer aan de slag gaan met een communicatiestrategie. Ook wordt aandacht besteed aan een goede informatiehuishouding, documentaire informatievoorziening, relevante informatie en automatiseringsaspecten en de inrichting van een vraagbaakfunctie voor burgers.

"In 2025 zijn geen klachten ontvangen die moesten worden afgehandeld via de formele procedure"

De Woo is ten dele identiek aan de Wob, maar de Woo kent ook een aantal nieuwe elementen. Het opvallendste aspect is de toekomstige verplichte actieve digitale openbaarmaking van Woo-documenten, zodat iedere burger deze documenten gemakkelijk 24/7 kan vinden en raadplegen. In de toekomst moet dat gaan plaatsvinden via de nieuwe landelijke Woo-index. Voorlopig kiest VRZ er voor om de Woo-documenten op de VRZ-website te plaatsen. Daarnaast worden deze documenten ook extern elektronisch gepubliceerd, via een overeenkomst met Daadkracht te Nijmegen.

29.

Paragrafen - Bedrijfsvoering

Rechtmatigheid Vanaf 2023 is het Dagelijks Bestuur (DB) wettelijk verplicht een rechtmatigheidsverantwoording af te geven in de jaarrekening. Voorheen beoordeelde de accountant de financiële rechtmatigheid. Rechtmatig handelen is handelen conform wet- en regelgeving. Om het DB in staat te stellen de verantwoording af te geven zijn vanaf het begin van 2023 extra maatregelen genomen op het gebied van interne beheersing en met name inrichting en toetsing hiervan.

Fouten en onduidelijkheden worden hierbij bij elkaar opgeteld. De rapporteringsgrens is op dezelfde percentages vastgesteld als de verantwoordingsgrens. De rapporteringsgrens bepaalt boven welk bedrag de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) in de jaarrekening nader moeten worden toegelicht, evenals de maatregelen om afwijkingen in de toekomst te voorkomen. Op basis van het in 2025 gerealiseerde lastentotaal exclusief dotaties aan de reserves bedraagt de verantwoordingsgrens voor afwijkingen € 945.949.

In 2025 is de financiële verordening geactualiseerd. In de financiële verordening VRZ 2025 heeft het AB de verantwoordingsgrens voor de financiële rechtmatigheidstoetsing vastgesteld op 2% van het lastentotaal, exclusief toevoegingen aan de reserves. Het gaat hierbij om afwijkingen in de vorm van posten die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen en posten waarbij voor de organisatie onduidelijkheid bestaat over de rechtmatigheid.

Het totaal van de geconstateerde afwijkingen in de over 2025 uitgevoerde (verbijzonderde) interne controles blijft ruimschoots onder de vastgestelde verantwoordings- en rapporteringsgrens. De belangrijkste geconstateerde afwijkingen met betrekking tot de financiële rechtmatigheid en de genomen maatregelen ter verbetering betreffen:

Voorwaardencriterium De afwijkingen met betrekking tot het voorwaardencriterium van het proces van aanbesteden betreffen de in de jaarrekening 2025 opgenomen uitgaven van het contract, waarvan de totale (meerjarige) contractwaarde hoger is dan het drempelbedrag van € 221.000 excl. BTW voor het Europees aanbesteden van leveringen en diensten. Hierbij opgemerkt dat 1 van de 2 fouten bij de interne controle 2024 al is geconstateerd. Deze fout is ook als afwijking benoemd in de rechtmatigheids-verantwoording bij de jaarrekening 2024 en wordt opgeheven na afloop van het contract eind 2027. Voor het boekjaar 2025 betreffen de doorlopende kosten hiervan € 108.703. De tweede geconstateerde overschrijding van de EUaanbestedingsgrens was bij de betreffende aanbesteding in 2021 redelijkerwijs niet te voorzien vanwege uitzonderlijke marktomstandigheden en sterke prijsstijgingen. In 2024 werd duidelijk dat de grens structureel werd overschreden en had heraanbesteding plaats moeten vinden. Omdat dit niet is gebeurd, zijn de uitgaven in 2025 als onrechtmatig aangemerkt. Dit betreft een bedrag van € 56.490. Misbruik en Oneigenlijk gebruik criterium Er zijn geen afwijkingen op het M&O criterium in 2025 geconstateerd.

Proces

Afwijking

Aanbestedingen

Afwijking EU-richtlijnen voor overheidsopdrachten c.q. onjuiste aanbestedingsprocedure toegepast

Criterium

Voorwaarden

Aantal afwijkingen

2

Bedrag in €

Verbetermaatregel

€ 165.193

Voor de betreffende dienst en levering worden in 2026 nieuwe en juiste aanstedings-procedures gestart in lijn met de hiervoor geldende EU-richtlijnen.

Begrotingscriterium Alle afwijkingen van de begroting over het boekjaar 2025 betreffen bestaand beleid en zijn bij de betreffende programma's nader toegelicht. De overige afwijkingen op de investeringsbudgetten worden met de jaarrekening afgerond of doorgeschoven naar het boekjaar 2026. Voor een overzicht van welke investeringsbudgetten worden afgerond en welke worden doorgeschoven wordt verwezen naar bijlage 1 op pagina 72. Verder zijn er voor diverse processen aanbevelingen gedaan ter verbetering en actualisatie van werkprocesbeschrijvingen om de kans op toekomstige afwijkingen met betrekking tot de financiële rechtmatigheid te blijven minimaliseren.

30.

Paragrafen

Financiering

Paragrafen - Financiering

De financieringsparagraaf is samen met het treasurystatuut voorgeschreven in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido). In de Wet Fido zijn kaders opgenomen ter beperking van het renterisico op de netto vlottende schuld en het renterisico op de vaste schuld (renterisiconorm). In de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) zijn kaders opgenomen ter beperking van de risico’s bij het hanteren van financiële derivaten en het uitzetten van overtollige middelen.

Renterisico Het renterisico wordt direct gerelateerd aan het budgettaire risico. De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De renterisiconorm is vastgelegd in de Uitvoeringregeling financiering decentrale overheden (Ufdo) en houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossing en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal.

Berekening renterisiconorm

2025

Begrotingstotaal

€ 45.897.721

Percentage regeling

20%

Renterisiconorm

€ 9.179.544

Renterisiconorm vaste schuld

Budget

Renteherziening op vaste schuld o/g

-

Aflossingen

€ 1.833.803,92

Renterisico

€ 1.833.803,92

Renterisiconorm

€ 9.179.544

Ruimte onder renterisiconorm

€ 7.345.740

Overschrijding renterisiconorm

€-

In 2025 hebben we de renterisiconorm niet overschreden.

32.

Paragrafen - Financiering Kasgeldlimiet per kwartaal 2025 (x € 1.000)

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is vastgelegd in de Uitvoeringregeling financiering decentrale overheden (Ufdo) en bedraagt voor gemeenschappelijke regelingen 8,2% van het begrotingstotaal. Onze limiet voor de netto vlottende schuld bedraagt circa € 3.764.000.

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

45.898

45.898

45.898

45.898

- in procenten

8,20%

8,20%

8,20%

8,20%

- in bedrag

3.764

3.764

3.764

3.764

- opgenomen gelden korter dan 1 jaar

0

0

0

0

- schuld in rekening-courant

0

0

- gestorte gelden door derden korter dan 1 jaar

0

0

0

0

- overige geldleningen niet zijnde vaste schuld

0

0

0

0

0

0

0

0

- contante gelden in kas

0

0

0

0

- tegoeden in rekening-courant

0

0

0

0

- overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar

0

0

0

0

0

0

0

0

Totaal netto vlottende schuld (2-3)

0

0

0

0

Toegestane kasgeldlimiet (1)

3.764

3.764

3.764

3.764

Ruimte (+)/overschrijding (-); (1-4)

3.764

3.764

3.764

3.764

Omvang begroting per 1 januari 2025 Toegestane kasgeldlimiet

Uitzettingen In de Ruddo is vastgelegd dat openbare lichamen alleen overtollige middelen, voor een periode langer dan drie maanden, mogen uitzetten bij financiële ondernemingen die zijn gevestigd in een EU-lidstaat en die ten minste beschikken over een AA-rating, afgegeven door ten minste twee ratingbureaus. In 2025 zijn geen uitzettingen van gelden geweest bij banken. Het positieve saldo op de bank wordt dagelijks afgeroomd door het Ministerie van Financiën in het kader van het Schatkistbankieren.

Omvang vlottende korte schuld

0

Vlottende middelen

Toets kasgeldlimiet

In 2025 hebben we het kasgeldlimiet niet overschreden

33.

Paragrafen

Weerstand en risicobeheersing

Paragrafen - Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Risicomanagement is een onderdeel van goed bestuur (Good Governance) en een belangrijk middel om de continuïteit van de organisatie te waarborgen. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 12 december 2024 is de ‘Notitie Risicomanagement en weerstandsvermogen’ vastgesteld. In deze notitie worden de termen risico’s, weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen als volgt gedefinieerd: ·Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate VRZ in staat is om omvangrijke tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid aanzienlijk moet worden aangepast. ·Risico’s moeten in dit verband worden gezien als reële, maar niet altijd te meten, bedreigingen die, ook nadat alles in het werk gesteld is om het optreden ervan te voorkomen, of de gevolgen ervan te verminderen, kunnen leiden tot uitgaven die niet begroot zijn. Naast de interne behoefte om risico’s in beeld te hebben en te beheersen is er ook vanuit het Rijk wetgeving opgelegd omtrent risico’s. In het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) wordt in artikelen 9 en 26 gesteld dat in ieder geval in de begroting en de jaarrekening een paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt opgenomen. In deze paragraaf worden ten minste opgenomen: een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; een inventarisatie van de risico's; het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's.

Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is in artikel 11 BBV omschreven als “de middelen en mogelijkheden waarover een organisatie beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken”. Volgens de ‘Notitie weerstandsvermogen en risicomanagement’ wordt de beschikbare weerstandscapaciteit bepaald aan de hand van de post onvoorzien, de algemene reserve en het onbestemde deel van de bestemmingsreserves. Voor de beoordeling van een dergelijke ratio kan gebruik worden gemaakt van de onderstaande waarderingstabel, welke door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit van Twente is samengesteld.

Waardering weerstandcapaciteit Waarderingscijfer

Betekenis

A

x≥ 2,0

Uitstekend

B

1,4 ≤ x < 2,0

Ruim Voldoende

C

1,0 ≤ x < 1,4

Voldoende

D

0,8 ≤ x < 1,0

Matig

E

0,6 ≤ x < 0,8

Onvoldoende

F

x < 0,6

Ruim onvoldoende

35.

Paragrafen - Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Benodigde weerstandscapaciteit Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen moet de beschikbare weerstandscapaciteit afgezet worden tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De risico’s die VRZ loopt zijn bepalend voor de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit. Om de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen is het noodzakelijk de risico’s te voorzien van een kwantificering van zowel kans als financiële gevolgen. Door de maximale gevolgen van de individuele risico’s bij elkaar op te tellen ontstaat een te negatief oordeel over het weerstandsvermogen. Het is immers vrijwel zeker dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd voor zullen doen. Daarnaast zal niet ieder risico zich daadwerkelijk in de maximale omvang voordoen. Een aantal risico’s is qua omvang en waarschijnlijkheid niet in te schatten. Voor de kans dat een risico optreedt, wordt gewerkt met kans-klassen van 10% tot 95%.

Daar waar mogelijk wordt bij een risico de financiële impact berekend op basis van onderstaande klassen:

Klasse

Minimaal

Maximaal

1

€0

€0

2

€0

€ 25.000

3

€ 25.000

€ 100.000

4

€ 100.000

€ 250.000

5

€ 250.000

oneindig

Kwantiteit

Referentiebeelden

Kansklasse

Toelichting kansklasse

10%

0 of 1 keer per 10 jaar

1

Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen.

30%

1 keer per 5 – 10 jaar

2

Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het niet waarschijnlijk is dat deze zich in het komende jaar voordoen.

50%

1 keer per 2 – 5 jaar

3

Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s die zich in het komende jaar wel maar ook niet voor kunnen doen.

70%

1 keer per 1 – 2 jaar

4

Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het waarschijnlijk is dat deze zich in het komende jaar zullen voordoen.

90%

1 keer per jaar of meer

5

Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het zeer waarschijnlijk is dat deze zich in het komende jaar gaan voordoen.

De klassen van kans en gevolg worden vermenigvuldigd volgens onderstaande formule:

Risicoscore = inschaling klasse ‘Kans’ x inschaling klasse ‘Financieel gevolg’

In de begroting 2025 zijn de tien belangrijkste risico’s geïnventariseerd met een benodigde weerstandscapaciteit van € 2.335.500. Bij het opstellen van de jaarrekening is gekeken welke geïnventariseerde risico’s ook daadwerkelijk zijn opgetreden in 2025 en wat de financiële impact is geweest. In de tabel op de volgende pagina zijn de risico’s weergegeven die daadwerkelijk zijn opgetreden in 2025 met een financiële impact hoger dan € 25.000. Tevens is beschreven hoe VRZ de financiële impact heeft opgevangen.

36.

Paragrafen - Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Risico

Toetreding tot de vitale infrastructuur: Het ministerie van J&V heeft een voorgenomen besluit genomen om de Veiligheidsregio onderdeel te maken van de vitale infrastructuur. Met de toetreding tot de vitale infrastructuur is het organiseren van 24/7 monitoring (Security Operations Centre, SOC) en incidentrespons (Cyber Emergency Response Team, CERT) om de continuïteit van incidentbestrijding en crisisbeheersing te kunnen waarborgen noodzakelijk. Landelijk wordt vanuit het NIPV een sectorale SOC/CERT vormgegeven waarbij de regio’s naar verwachting vanaf 2025 kunnen aansluiten. De jaarlijkse kosten per regio worden geschat op circa € 300.000. Over de dekking vindt nog landelijk overleg plaats.

Loonstijging door nieuwe CAO: In de begroting 2025 is uitgegaan van een loonkostenstijging van 4,9%. De werkelijke loonkostenstijging vanaf 1 mei 2024 of een wijziging in de pensioenpremies kan hiervan afwijken. Een nadelig verschil nacalculatorisch van 1% is meegenomen als risico.

Prijsstijgingen door inflatie: In de begroting 2024 en 2025 is uitgegaan van een prijsstijging van respectievelijk 5,9% en 2,4% (VZG-norm). De werkelijke prijsstijging in 2024 en 2025 kan hiervan afwijken. Een nadelig verschil nacalculatorisch van 1,5% is meegenomen als risico.

Personele ontwikkelingen meldkamer: De ontwikkelingen op de meldkamer met betrekking tot het hoge ziekteverzuim , de structureel benodigde formatie en de mogelijke beperking voor de inzetbaarheid voor 55+ medewerkers in de nachtdiensten, maken dat er mogelijk een uitbreiding van de het structurele budget nodig is. Voor wat betreft het aandeel van de VRZ in de meerkosten geldt een percentage van 26%.

Kans op optreden in 2025

70%

90%

90%

90%

Geschatte impact 2025 (€)

300.000

275.000

220.000

120.000

Benodigde weerstandscap. 2025 (€)

Risico opgetreden?

Werkelijke Impact (€)

Afgedekt in 2025?

210.000

Ja, op 10 juli 2025 is VRZ vanuit het Ministerie van J&V per brief geïnformeerd dat VRZ met ingang van dat moment aangemerkt wordt als vitale aanbieder.

€ 0. In 2025 hebben binnen VRZ nog geen activiteiten plaats gevonden op dit thema die financiële impact hebben waar geen dekking voor beschikbaar is.

N.v.t

247.500

Ja, begin 2026 zijn de partijen tot een nieuw akkoord gekomen waarbij de werknemers van VRZ met terugwerkende kracht vanaf 1 augustus 2025 nog een nabetaling gaan ontvangen.

€ 491.027

Ja, verwerkt in de exploitatie en als nog te betalen post opgenomen op de balans 2025. De CAO ontwikkeling leidt in 2025 niet tot een negatief exploitatieresultaat.

Ja, prijsstijgingen zijn opgevangen door incidentele meevallers en tussentijds verwerkt in begrotingswijzigingen.

200.000

108.000

Nee, de realisatie van de kosten meldkamer blijven in 2025 binnen de gealloceerde begroting.

37.

Risico

Onderhoud brandweerkazernes: Onze gebouwen zijn verouderd en zorgen voor ons als gebruiker voor veel onderhoudskosten. Daarnaast voldoen ze niet aan een veilige en schone werkomgeving conform arboeisen. Om een beter in beeld te krijgen laten we onderzoek uitvoeren. Hierna bepalen we met het bestuur het ambitieniveau van het onderhoud. Daarna wordt duidelijk wat dit betekent voor de onderhoudskosten.

Aanval op ICT infrastructuur: Ransomware of andere externe aanval op ICT infrastructuur met financiële schade tot gevolg.

Prijsstijging op investeringen: Het meerjarig investeringsplan is opgesteld in prijzen 2025. De investeringsbegroting is in 2024 bijgesteld met 20% en in 2025 met 2%. Door extra prijsstijgingen is het mogelijk dat de geraamde investeringsbudgetten niet voldoende zullen blijken te zijn. Voor sommige vervangingsinvesteringen lijkt 35% meer reëel. De toekomstige kapitaallasten kunnen hierdoor verder oplopen dan nu berekend.

Extra opleidingen in verband met hogere uitstroom vrijwilligers: Het vergroten van de beschikbaarheid van vrijwilligers vormt een belangrijk aandachtspunt de komende jaren. Het risico op uitstroom van brandweervrijwilligers mede als gevolg van vergrijzing, groter dan de instroom, brengt extra kosten voor wervingscampagnes en opleidingen mee om de posten op sterkte te houden. Impact is gebaseerd op de inkoop van een extra opleiding Manschap A voor 12 personen ( € 250.000). In de praktijk kunnen dit ook individuele (dag)opleidingen zijn. Vanaf de begroting 2024 zijn al extra leergangen opgenomen.

Kans op optreden in 2025

Geschatte impact 2025 (€)

Benodigde weerstandscap. 2025 (€)

Risico opgetreden?

70%

200.000

140.000

Nee, in 2025 is het onderzoek afgerond. In 2026 zal aan het bestuur een plan van aanpak inclusief financiële consequenties worden besproken. De reguliere onderhoudskosten voor de kazernes zijn verwerkt in de exploitatie.

30%

1.000.000

300.000

Nee, er hebben zich geen aanvallen van dusdanige omvang voorgedaan waar financiële schade uit is ontstaan.

70%

250.000

175.000

Nee, door het moeten uitstellen/vertragen van investeringen zijn de kapitaallasten lager uitgevallen van vooraf begroot.

70%

250.000

175.000

Nee, er zijn geen extra leergangen ingekocht of opgestart.

Werkelijke Impact (€)

Afgedekt in 2025?

Daar waar nodig zijn in de tussentijdse begrotingswijzigingen investeringsbudgetten bijgesteld op basis van afgeronde gunningen.

38.

Risico

Hoge onderhoudskosten materieel: Het onderhoudsbudget staat onder druk; dit hangt o.a. samen met de ouderdom van de activa. Het investeringsplan voorziet in de vervanging van veel activa, waardoor de onderhoudskosten mogelijk kunnen dalen. Vervanging van een groot aantal tankautospuiten staat gepland vanaf 2026. De vraag is echter of een daling ook daadwerkelijk gaat plaatsvinden. Naast de ouderdom zijn de complexiteit van materieel (complexe voertuigelektronica) en de prijsontwikkeling van onderdelen en arbeid van invloed op de onderhoudskosten.

Schadeclaims PFAS: Risico op juridische procedures en schadeclaims als gevolg van het gebruik van PFAS houdend blusschuim in het verleden. Als gevolg van het gebruik van PFAS houdend blusschuim kan VRZ aansprakelijk gesteld worden voor mogelijke hieruit voortvloeiende schade.

Totaal

Kans op optreden in 2025

70%

90%

Geschatte impact 2025 (€)

400.000

Benodigde weerstandscap. 2025 (€)

280.000

555.556

500.000

3.570.556

2.335.500

Risico opgetreden?

Ja, ondanks tussentijdse begrotingswijziging is het budget overschreden.

Werkelijke Impact (€)

Afgedekt in 2025?

€ 808.576

Verwerkt in de exploitatie binnen programma brandweer. Deze overschrijding is voor € 613.000 afgedekt middels tussentijdse begrotingswijziging.

In 2025 heeft VRZ geen betalingen moeten doen voor eventuele schadeclaims als gevolg van gebruik PFAS houdend blusschuim.

Het bovenstaande overzicht toont dat de financiële impact van de opgetreden risico’s € 1.299.603 bedraagt. Daarvan heeft VRZ € 195.576 niet kunnen opvangen binnen de begroting. Het restant is opgevangen middels compensatie BDUR, compensatie VZG, incidentele meevallers of onderbestedingen binnen programma’s.

1.299.603

Opgetreden risico

€ 1.299.603 Niet kunnen opvangen

€ 195.576 39.

Paragrafen - Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Beoordeling weerstandsvermogen Onze algemene reserve heeft eind 2025 een saldo van € 900.343. De jaarrekening 2025 laat een positief resultaat zien van € 118.642. Onze bestemmingsreserves (exclusief afschrijvingsreserves) laten begin 2026 een saldo zien van € 424.253. Naar verwachting worden de bestemmingsreserves in 2026 en 2027 besteed. In de notitie ‘Risicomanagement en weerstandsvermogen’ is een maximum bepaald aan het aan te houden weerstandsvermogen. In het rapport ‘afspraken over samenwerken met gemeenschappelijke regelingen in Zeeland’ (VZG, januari 2025) is in paragraaf 3.5 opgenomen dat het aanhouden van een reserve is toegestaan tot een norm van 5% van alle baten van VRZ. Dat betekent voor 2025 een maximale reserve van 5% van € 47.173.187 = € 2.358.659.

Beoordeling weerstandsvermogen Het bestuur wordt voorgesteld om het positief resultaat 2025 van € 118.642 toe te voegen aan de algemene reserve. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt daarmee begin 2026 naar verwachting:

Algemene reserve Resultaat 2024 Onttrekking 2025 Resultaat 2025 Bestemmingsreserves Post onvoorzien Totaal

€ 306.724 € 686.516 € 92.897 € 118.642 € 424.253 € 50.000 € 1.493.238

+ + +

Voor een verloopoverzicht van de algemene reserve wordt verwezen naar pagina 68. Op basis van de financieel berekende risico’s in de begroting 2026 is de ratio weerstandsvermogen:

Beschikbare weerstandscapaciteit = € 1.493.238 = 0,41 (ruim onvoldoende) Benodigde weerstandscapaciteit 2026 = € 3.660.616 Op basis van de gehanteerde normeringsystematiek door VRZ wordt het weerstandsvermogen van als “ruim onvoldoende” geclassificeerd. Indien risico’s daadwerkelijk (cumulatief) optreden, kan dit mogelijk leiden tot een negatief resultaat en negatief vermogen.

40.

Paragrafen - Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Kengetallen

Netto schuldquote

Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin VRZ in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van VRZ bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten.

Structurele exploitatieruimte

De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van VRZ ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is voor VRZ gelijk aan de netto schuldquote (zie bovenstaande tabel).

De structurele exploitatieruimte geeft aan of de structurele lasten gedekt worden door structurele baten en de exploitatie hiermee in evenwicht is. Dit wordt beoordeeld door de structurele lasten, inclusief de structurele toevoegingen aan reserves, af te zetten tegen de structurele baten, inclusief de structurele onttrekkingen aan reserves. Uit onderstaand overzicht blijkt dat er in 2025 sprake is van materieel evenwicht. Tegenover een bedrag van € 46.024.109 aan structurele lasten staat een bedrag van € 46.224.284 aan structurele baten. De structurele exploitatieruimte bedraagt 0,42%. Voor meer toelichting zie “6. Incidentele lasten en baten”. In de begroting 2025 was het volgende opgenomen “VRZ heeft in de meerjarenraming een verhoging van de gemeentelijke bijdrage voorzien die verband houdt met oplopende kapitaallasten. De structurele exploitatieruimte bedraagt daarom € 0.”

41.

Paragrafen

Verbonden partijen Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie onderscheidenlijk gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft (artikel 1b, besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten). We kennen geen verbonden partijen conform deze definitie.

Specifieke verantwoordingsinstructies Voor de VRZ zijn in het verslagjaar 2025 geen specifieke verantwoordingsinstructies van toepassing geweest. Om deze reden is hier geen nadere toelichting opgenomen.

42.

Jaarrekening

Jaarrekening - Overzicht van baten en lasten

Overzicht van baten en lasten Resultaten op hoofdlijnen Het resultaat over 2025 is € 118.642 voordelig. In de 4e begrotingswijziging 2025 werd nog een resultaat van € 0 verwacht. De afwijkingen in 2025 ten opzichte van de begroting 2025 na wijziging zijn als volgt:

44.

Jaarrekening - Toelichting per programma

Toelichting per programma Toekomst bestendige brandweerzorg Toelichting Het resultaat op programma ‘Toekomstbestendige brandweerzorg’ bedraagt € 510.812 Nadelig. Verschillen van meer dan € 25.000 of significante afwijkingen t.o.v. het budget (na wijziging) worden toegelicht.

Lasten Salarissen en sociale lasten € 136.185 N

Vrijwilligersvergoedingen incidentbestrijding, opleidingen en oefenen (incidenteel) € 144.000 N De vergoedingen die samenhangen met het realistisch oefenprogramma van de specialismen (denk aan waterongevallenteams, gaspakkenteams, chauffeurs en rope rescue team) binnen de brandweer zijn hoger dan begroot. Per saldo is er sprake van een nadeel van € 144.000. Aan- en verkoop verlofuren (incidenteel, neutraal) € 67.000 V Medewerkers hebben verlofuren aangekocht. Hier tegenover staat een dotatie aan de voorziening verlofsparen. Zie “Mutaties voorzieningen (lasten)”.

Piketkosten en inzetkosten (incidenteel) € 25.000 N Er is sprake van hogere piketkosten en hogere inzetkosten voor piketfunctionarissen omdat er in 2025 relatief veel en grote incidenten hebben plaatsgevonden.

Realisatie projecten ten laste van de reserves (incidenteel, neutraal) € 133.242 V Voor een toelichting wordt verwezen naar “Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen”. Het betreft de volgende projecten:

Overig (incidenteel) € 34.185 N Het betreft een optelsom van meerdere, kleinere vooren nadelen.

Overige goederen en diensten (lasten) € 95.481 N

Verdere professionalisering inkoopfunctie € 27.970 V Verdere doorontwikkeling onderhoudssoftware brandweer/MTL € 24.218 V Kwaliteitsslag/transitie risicobeheersing € 23.974 V Vakbekwaamheid Maritieme Veiligheid € 57.080 V Zie mutaties reserves op pagina 49 voor een toelichting.

Onderhoud brandweermaterieel en -materiaal (incidenteel) € 195.576 N Voor een toelichting wordt verwezen naar “Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen”.

45.

Jaarrekening - Toelichting per programma

Gasverbruik kazernes (incidenteel/structureel) € 91.343 V Gedurende 2025 zijn door verschillende gemeentes diverse energiebesparende maatregelen genomen om met name het gasverbruik van brandweerkazernes terug te dringen. Ultimo 2025 levert dit per saldo een voordeel op van € 31.343 Uit onderzoek moet blijken of dit ook structurele gevolgen heeft. Daarnaast heeft in 2024 de afrekening van het gasverbruik voor de post Quistenburg plaatsgevonden op basis van schattingen door de energieleverancier. In 2025 is dit recht getrokken met de werkelijke standen voor 2024 en 2025. Dit levert een fors incidenteel voordeel op van € 60.000. Opleidingen manschappen brandweer (incidenteel) € 87.501 V Er zijn middelen beschikbaar om onder andere 6 leergangen met 12 deelnemers tegelijk uit voeren. De looptijd van een leergang is circa 2 jaar. De kosten treden niet elk jaar op volgens een gelijke verdeling. De kosten aan het einde van een leergang zijn hoger. In 2024 was er een piek, in 2025 veel doorloop en in 2026 wordt weer een piek verwacht. Realistisch oefenprogramma manschappen/bevelvoerders brandweer (incidenteel) € 58.461 N Het zwaartepunt van de 2-jaarlijkse cyclus realistisch oefenen ligt in 2025. De totale cyclus 2025/2026 kost circa € 950.000. Voor 2026 is er nog voor € 425.000 aan verplichtingen vastgelegd. De verhouding is dus circa 55%/45%.

Hierdoor is er in 2025 sprake van een incidenteel nadeel t.o.v. begroting. Dienstkleding € 37.763 N Het zwaartepunt van de 2-jaarlijkse cyclus realistisch oefenen ligt in 2025. De totale cyclus 2025/2026 kost circa € 950.000. Voor 2026 is er nog voor € 425.000 aan verplichtingen vastgelegd. De verhouding is dus circa 55%/45%. Hierdoor is er in 2025 sprake van een incidenteel nadeel t.o.v. begroting.

Bindingsavonden (incidenteel) € 30.320 N De kosten voor de bindingsavonden voor de met vrijwilligers bemande brandweerposten in combinatie met de opening van de post Goes-West zijn in 2025 hoger dan begroot.

Schoonmaakkosten (structureel) € 35.050 N Een deel van de kazernes wordt schoongemaakt door de personeelsverenigingen waarvoor zij een vergoeding ontvangen. Vanaf 2025 is er een andere vergoedingsstructuur gehanteerd welke is gegaan van een vast bedrag per jaar naar een prijs per vierkante meter. Hierdoor ontstaat er een nadeel. Beveiliging (incidenteel) € 26.188 N Als gevolg van het moeten vervangen, repareren en uitbreiden van het toegangscontrole- en inbraaksysteem ontstaat er een nadeel van € 26.188. Keuringen vrijwilligers (incidenteel/structureel) € 24.024 N Afhankelijk van de leeftijd verandert de keuringsfrequentie voor vrijwilligers. Onder de leeftijd van 40 jaar is dit eens in de 4 jaar, tussen de 40 en 50 is dit eens in de 2 jaar en boven de 50 wordt een vrijwilliger ieder jaar gekeurd. VRZ heeft te maken met een steeds ouder wordende populatie aan vrijwilligers. Hierdoor stijgt het aantal keuringen. Daarnaast ontstaat er door de verschillende keuringsfrequentie een piek in de keuringen. Deze twee redenen leiden tot een hoger keuringsaantal in 2025. Dit zorgt voor een nadeel van € 24.024. Er worden nieuwe prognoses opgesteld, die uiteindelijk tot een beter inzicht moeten leiden.

Brandstofkosten (incidenteel) € 21.870 N Ondanks ophoging van het budget gedurende 2025 zijn de brandstofkosten € 21.870 hoger dan begroot. Het structurele budget bedraagt € 357.000 en is te laag vergeleken met de realisatie in 2025 van € 427.170. Er is sprake van hogere brandstofkosten omdat er in 2025 relatief veel en grote incidenten hebben plaatsgevonden. De dieselprijzen zijn nagenoeg gelijk gebleven.

Overig € 21.685 V Uit analyse van de realisatie is gebleken dat over de volledige breedte van het programma Toekomstbestendige Brandweerzorg meerdere voordelen ontstaan welke onder de toelichtingsgrens liggen. De optelsom van deze kleine voordelen bedraagt in totaal € 21.685.

Inkomensoverdrachten gemeenschappelijke regelingen (lasten) € 156.851 V Realisatie projecten ten laste van de reserves (incidenteel, neutraal) € 140.503 V Het betreft de eventuele extra bijdrage aan VRMWB voor het Operationeel Centrum Brandweer Zeeland – MiddenWest-Brabant (OCB) voor de meerjarige kwaliteitsslag, die wordt gedekt uit de reserve meldkamer. Verdere besteding wordt vanaf 2026 verwacht. Zie ook “Mutatie reserves (baten)”. Overig € 16.348 V Door later invullen van vacatures ontstaat een voordeel.

46.

Jaarrekening - Toelichting per programma

Mutaties voorzieningen (lasten) € 183.464 N

Baten

Voorziening Verlofsparen (incidenteel) € 184.649 N Medewerkers sparen verlof, bijvoorbeeld om eerder te stoppen met werken dan de pensioengerechtigde leeftijd. In het kader van strategische personeelsplanning zijn er gesprekken gevoerd met medewerkers en teamleiders over de redenen waarom er verlof wordt gespaard. Als gevolg daarvan zijn er meer uren toegevoegd aan de voorziening verlofsparen dan verwacht. Dit levert een incidenteel nadeel op.

Uitgeleend personeel (baten) € 106.876 N

Voorziening Regeling vervroegd uittreden (RVU) (incidenteel) € 1.185 V Deze afwijking behoeft geen toelichting. Afschrijvingen (lasten) € 27.000 N Verkoop voertuigen (incidenteel) € 27.000 N Het betreft het afboeken van restwaarden van voertuigen die eind 2025 nog zijn verkocht. Hier tegenover staan opbrengsten op de economische categorie “Overige goederen en diensten (baten)”.

Uitgeleend personeel (incidenteel/neutraal) € 106.876 N In verband met hercategoriseren van de realisatie op deze economische categorie ontstaat er een neutraal verschil ten opzichte van de begrote bedragen. Voor “Uitgeleend personeel (baten)” betreft dit een nadeel.

Overige goederen en diensten (baten) € 26.208 V Risk Factory (incidenteel) € 18.500 V In de loop van 2025 is duidelijk geworden dat de Rabobank, net als in 2024, zou bijdragen aan het organiseren van de Risk Factory en de hoogte van de bijdrage. Deze bijdrage was niet begroot.

Overig € 6.072 N Het betreft een optelsom van meerdere, kleinere voordelen.

Inkomensoverdrachten – overige overheden (baten) € 105.669 V Uitkeringen UWV (incidenteel/neutraal) € 105.669 V In verband met hercategoriseren van de realisatie op economische categorie “3.5.2 Uitgeleend personeel (baten)” ontstaat er een neutraal verschil ten opzichte van de begrote bedragen. Voor de categorie “4.3.6 Inkomensoverdachten – overige overheden (baten)” betreft het een voordeel.

47.

Jaarrekening - Toelichting per programma

Mutaties reserves Mutaties reserves (baten) € 273.745 N

De volgende onttrekkingen aan de reserves leiden tot een afwijking ten opzichte van de begroting. De verschillen zijn neutraal voor de exploitatie, tegenover lagere lasten (V) staat een lagere onttrekking aan de reserves (N). De gereserveerde middelen blijven dan in de reserves op de balans.

Projecten ten laste van de ‘Algemene reserve’ Verdere professionalisering inkoopfunctie (incidenteel, neutraal) € 27.970 N Bij de resultaatbestemming bij de jaarrekening 2024 is € 40.000 in de algemene reserve gereserveerd voor verdere professionalisering van de inkoopfunctie. Het restant-budget van € 27.970 wordt in 2026 besteed.

Verdere doorontwikkeling onderhoudssoftware brandweer/MTL (incidenteel, neutraal) € 24.218 N Bij de resultaatbestemming bij de jaarrekening 2024 is € 45.000 in de algemene reserve gereserveerd voor de verdere doorontwikkeling van de onderhoudssoftware van brandweer/MTL. Het restant-budget van € 24.218 wordt in 2026 besteed.

Projecten ten laste van de ‘Algemene reserve’

Projecten ten laste van de ‘Reserve Maritieme veiligheid’

Meerjarige kwaliteitsslag Meldkamer (incidenteel, neutraal) € 140.503 N Het betreft de eventuele extra bijdrage aan VRMWB voor het Operationeel Centrum Brandweer Zeeland – MiddenWest-Brabant (OCB) voor de meerjarige kwaliteitsslag, die wordt gedekt uit de reserve meldkamer. Verdere besteding vindt plaats in overleg met VRMWB en wordt vanaf 2026 verwacht. Het budget wordt doorgeschoven naar 2026.

Vakbekwaamheid Maritieme Veiligheid € 57.080 N De reserve maritieme veiligheid is bedoeld voor: a.Het herijken van de positie van VRZ binnen het domein Maritieme Veiligheid Zeeland, waarbij onderzoek gedaan wordt naar de ontwikkelingen in de maritieme sector, met name op de Westerschelde en welke rol een Veiligheidsregio hierin heeft. b.Het inhalen van achterstand in opleidingen. c.Het verbeteren van kwaliteit om te voldoen aan (inter)nationale standaarden zowel op het gebied van planvorming als op het gebied van vakbekwaamheid.

Projecten ten laste van de ‘Reserve Uitgestelde activiteiten’ Kwaliteitsslag / transitie risicobeheersing (incidenteel, neutraal) € 23.974 N Ontwikkelingen als de energietransitie, de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen vragen een heroriëntatie binnen het domein risicobeheersing. We maken de transitie van advisering naar meer voorlichting, controle en toezicht. Er zal in 2026 een haalbaarheidsonderzoek naar structurele voortzetting van de Risk Factory plaatsvinden. Het budget wordt hiervoor doorgeschoven naar 2026.

Voor de onderdelen b en deels c was in 2025 op dit programma € 80.000 extra begroot. Er is in 2025 € 22.920 extra besteed ten opzichte van het reguliere budget. I.v.m. weeromstandigheden is last-minute de oefening op het water met ca. 250 deelnemers en diverse samenwerkingspartners afgelast. Verwachting is dat deze oefening in 2026 alsnog gehouden kan worden. Onderdeel a en deels c vallen onder het programma ‘Voorbereide crisisorganisatie’.

48.

Jaarrekening - Toelichting per programma

Voorbereide Crisisorganisatie Lasten Salarissen en sociale lasten € 60.715 V Versterking crisisorganisatie, BDUR geoormerkt (incidenteel, neutraal) € 30.860 V De kosten voor de inzet van personeel ten behoeve van de versterking van de crisisorganisatie zijn lager dan begroot. Het voordeel moet in samenhang worden bezien met het budget voor versterking van de crisisorganisatie op economische categorie “3.8 Overige goederen en diensten (lasten)” en “4.3.1 Inkomensoverdrachten – Rijk (baten)”. Het voordeel wordt gereserveerd op de balans en heeft een neutraal effect op het resultaat 2025. Voor een meer uitgebreide toelichting zie “3.8 Overige goederen en diensten (lasten)”. Overig (incidenteel) € 29.855 V Het betreft een optelsom van meerdere, kleinere vooren nadelen, met name door latere invulling van diverse vacatures

Het resultaat in 2025 op het programma ‘Voorbereide crisisorganisatie’ is € 281.911 voordelig. Verschillen van meer dan € 25.000 of significante afwijkingen t.o.v. het budget (na wijziging) worden toegelicht.

Overige goederen en diensten (lasten) € 735.787 V Opleidings- en cursuskosten (incidenteel) € 103.324 V In verband met uitval van capaciteit is een deel van het opleidingsplan van de crisisorganisatie (multidisciplinair) niet uitgevoerd. Onder andere de systeemtest is uitgesteld naar begin 2026.

Zie 710 “Mutaties reserves (baten)” € 33.856 V Zie 710 “Mutaties reserves (baten)”

Project FIER (deels incidenteel, deels neutraal) € 140.000 V Veiligheidsregio Zeeland is partner binnen het FIER-project. FIER (Flooding, Infrastructure, Evacuation and Resilience) is een grensoverschrijdend Interreg North Sea-project met tien partners uit België, Frankrijk, Duitsland, Zweden en Nederland. Het project richt zich op het vergroten van de maatschappelijke weerbaarheid en het beperken van de impact van overstromingen, een risico dat door klimaatverandering steeds groter wordt. Initieel stond het ontwikkelen van twee applicaties op de planning. Gedurende het project is gebleken dat de middelen op een andere manier ingezet dienen te worden. Dit heeft tot gevolg dat uitvoering in 2026 zal plaatsvinden. Hierdoor ontstaat een incidenteel voordeel. Doordat hier ook een Europese subsidie aan is gekoppeld, dient het voordeel op deze economische categorie samen met het nadeel op de economische categorie “4.3.7 Inkomensoverdrachten – Europese Unie (baten)” te worden bezien.

49.

Jaarrekening - Toelichting per programma

Versterking crisisorganisatie, BDuR geoormerkt (incidenteel, neutraal) € 387.728 V In 2023 heeft er een landelijke verhoging van € 83 miljoen plaatsgevonden in de BDUR voor versterking van de crisisorganisatie. Deze middelen zijn bedoeld om Veiligheidsregio’s beter voorbereid te laten zijn op toekomstige rampen en crises, onder meer door het versterken van het fundament, netwerk, platform en de informatiefunctie. Daarnaast is de bijdrage ook bedoeld om flexibele netwerksamenwerking tussen regio’s en met het Rijk en andere crisispartners te realiseren. Tot slot zijn er ook middelen beschikbaar gesteld voor de inrichting van een knooppunt Coördinatie Regio’s Rijk, dat 24/7 ondersteuning biedt in coördinatie en informatiemanagement tussen regio’s, het Rijk en crisispartners. Om zowel invulling te geven aan de landelijke doelstellingen als het realiseren van onze eigen ambities uit ons meerjarenbeleidsplan, is het ‘Realisatieplan voorbereide crisisorganisatie’ opgesteld. Op basis van dit plan zijn de middelen verdeeld over het programma ‘Voorbereide crisisorganisatie’ en ‘Overhead/bedrijfsvoering’. Niet alle beschikbare middelen zijn in 2025 besteed.

Het voordeel moet in samenhang worden bezien met het budget voor versterking van de crisisorganisatie op economische categorie “1.1 Salarissen en sociale lasten (lasten)”, “3.8 Overige goederen en diensten” en “4.3.1 Inkomensoverdrachten – Rijk (baten)”. Het voordeel wordt gereserveerd op de balans en heeft een neutraal effect op het resultaat 2025. Overig (incidenteel) € 70.879 V Uit analyse van de realisatie is gebleken dat over de volledige breedte van het programma Voorbereide Crisisorganisatie meerdere voordelen ontstaan welke onder de toelichtingsgrens liggen. De optelsom van deze kleine voordelen bedraagt in totaal € 70.879.

Inkomensoverdrachten gemeenschappelijke regelingen (lasten) € 31.356 V De OCB heeft een financiële bijdrage ontvangen voor de CaCo’s van de LMS. Hiervan zorgt het aandeel van 26% voor een verlaging van de bijdrage van VRZ aan VRMWB.

Baten Uitgeleend personeel (baten) € 39.541 N Uitgeleend personeel (incidenteel/neutraal) € 39.541 N In verband met hercategoriseren van de realisatie op deze economische categorie ontstaat er een neutraal verschil ten opzichte van de begrote bedragen. Voor “3.5.2 Uitgeleend personeel (baten)” betreft dit een nadeel.

Inkomensoverdrachten – Rijk (baten) € 418.588 N Versterking crisisorganisatie, BDuR geoormerkt (neutraal) € 418.588 N Zie hiervoor de toelichting bij de economische categorie “1.1 Salarissen en sociale lasten (lasten)” en “3.8 Overige goederen en diensten (lasten)”.

Inkomensoverdrachten – overige overheden (baten) € 49.991 V Uitkeringen UWV (incidenteel/neutraal) € 49.991 V In verband met hercategoriseren van de realisatie op economische categorie “3.5.2 Uitgeleend personeel (baten)” ontstaat er een neutraal verschil ten opzichte van de begrote bedragen. Voor de categorie “Inkomensoverdachten – overige overheden (baten)” betreft het een voordeel.

Inkomensoverdrachten – Europese Unie (baten) € 106.313 N Project FIER (deels incidenteel/deels neutraal) € 106.313 N Zie hiervoor de toelichting bij de economische categorie “Salarissen en sociale lasten (lasten)” en “Overige goederen en diensten (lasten)”.

Mutaties reserves Mutaties reserves (baten) € 33.856 N Reserve Maritieme Veiligheid (neutraal) € 33.856 N De reserve maritieme veiligheid is bedoeld voor: a.Het herijken van de positie van VRZ binnen het domein Maritieme Veiligheid Zeeland, waarbij onderzoek gedaan wordt naar de ontwikkelingen in de maritieme sector, met name op de Westerschelde en welke rol een Veiligheidsregio hierin heeft. b.Het inhalen van achterstand in opleidingen. c.Het verbeteren van kwaliteit om te voldoen aan (inter)nationale standaarden zowel op het gebied van planvorming als op het gebied van vakbekwaamheid. Voor de onderdelen a en deels c was in 2025 op dit programma € 125.000 extra begroot. Er is in 2025 € 91.144 extra besteed ten opzichte van het reguliere budget. Het plan Risico Inventarisatie wateren boven de Westerschelde is opgeleverd. De beleidsnotitie Westerscheldedelta is voor een groot deel gereed. Verdere besteding wordt vanaf 2026 verwacht. Onderdeel b en deels c vallen onder het programma ‘Toekomstbestendige brandweerzorg’.

50.

Jaarrekening - Toelichting per programma

Overhead / bedrijfsvoering Lasten Salarissen en sociale lasten € 28.579 N Versterking crisisorganisatie, BDUR geoormerkt, bedrijfsvoering (incidenteel, neutraal) € 23.009 V De kosten voor de inzet van personeel ten behoeve van de versterking van de crisisorganisatie zijn lager dan begroot. Het voordeel moet in samenhang worden bezien met het budget voor versterking van de crisisorganisatie op economische categorie “3.8 Overige goederen en diensten (lasten)” en “4.3.1 Inkomensoverdrachten – Rijk (baten)”. Het voordeel wordt gereserveerd op de balans en heeft een neutraal effect op het resultaat 2025. Voor een meer uitgebreide toelichting zie “3.8 Overige goederen en diensten (lasten)”.

Overig (incidenteel) € 51.588 N Het betreft een optelsom van meerdere, kleinere voor- en nadelen.

Ingeleend personeel (lasten) € 62.477 N Samenwerking VRZ-GGD, geoormerkt (incidenteel, neutraal) € 56.502N De kosten voor de inzet van personeel van derden ten behoeve van de samenwerking VRZ-GGD zijn hoger dan begroot. Het nadeel moet in samenhang worden bezien met het budget voor de samenwerking op economische categorie op de “3.8 Overige goederen en diensten (lasten)” en “4.3.2 Inkomensoverdrachten – gemeenten (baten)”. Per saldo is het effect neutraal op het resultaat 2025. Voor een meer uitgebreide toelichting zie “3.8 Overige goederen en diensten (lasten)”.

Het resultaat in 2025 op het programma ‘Overhead/bedrijfsvoering’ is € 198.120 voordelig. Verschillen van meer dan € 25.000 of significante afwijkingen t.o.v. het budget (na wijziging) worden toegelicht.

Overig (incidenteel) € 5.975 N Het betreft een optelsom van meerdere, kleinere vooren nadelen.

Overige goederen en diensten (lasten) € 1.160.734 V Samenwerking VRZ-GGD, geoormerkt (incidenteel, neutraal) € 801.365 V Voor de totale ontwerpfase van de samenwerking VRZGGD is eind 2025 een incidentele gemeentelijke bijdrage ontvangen. Aanvang van deze fase heeft pas in de 2e helft van 2025 plaatsgevonden. Uitvoering van de vervolgwerkzaamheden schuiven door naar 2026. Hierdoor ontstaat incidenteel voordeel op deze economische categorie. Het voordeel moet in samenhang worden bezien met het nadeel op economische categorie “3.5.1 Ingeleend personeel (lasten)” en “4.3.2 Inkomensoverdrachten – gemeenten (baten)”. Het voordeel wordt gereserveerd op de balans en heeft een neutraal effect op het resultaat 2025.

Opleidingen t.b.v. kantoorpersoneel, niet-repressief (incidenteel) € 60.036 V Er is in 2025 minder behoefte geweest aan het volgen van opleidingen. Hierdoor ontstaat een incidenteel voordeel. Zeeland veilig campagne (incidenteel) € 38.924 V De campagne “Zeeland Veilig” is stopgezet in 2025. Momenteel wordt er gewerkt aan nieuwe plannen om zichtbaarheid te geven aan de Veiligheidsregio. In 2026 zal dit tot uitvoering komen. Verzekeringspremies (incidenteel) € 58.057 V Door gewijzigde systematiek in het factureren van de premie voor aansprakelijkheid ontstaat er een incidenteel voordeel. Daarnaast is de storting voor de Arbeidsongevallenverzekering in het waarborgfonds bij het ERVRS lager uitgevallen. Dit omdat er voorgaand jaar in totaliteit minder aanspraak is gedaan op het waarborgfonds.

51.

Jaarrekening - Toelichting per programma

Versterking crisisorganisatie, BDUR geoormerkt, bedrijfsvoering (incidenteel, neutraal) € 99.541 V In 2023 heeft er een landelijke verhoging van € 83 miljoen plaatsgevonden in de BDUR voor versterking van de crisisorganisatie. Deze middelen zijn bedoeld om Veiligheidsregio’s beter voorbereid te laten zijn op toekomstige rampen en crises, onder meer door het versterken van het fundament, netwerk, platform en de informatiefunctie. Daarnaast is de bijdrage ook bedoeld om flexibele netwerksamenwerking tussen regio’s en met het Rijk en andere crisispartners te realiseren. Tot slot zijn er ook middelen beschikbaar gesteld voor de inrichting van een knooppunt Coördinatie Regio’s Rijk, dat 24/7 ondersteuning biedt in coördinatie en informatiemanagement tussen regio’s, het Rijk en crisispartners. Om dit uit te kunnen voeren is ook intensivering op de bedrijfsvoering processen benodigd en is een deel van de extra middelen hiervoor gealloceerd. Niet alle beschikbare middelen zijn in 2025 besteed. Het voordeel moet in samenhang worden bezien met het budget voor versterking van de crisisorganisatie op economische categorie “1.1 Salarissen en sociale lasten (lasten)” en “4.3.1 Inkomensoverdrachten – Rijk (baten)”. Het voordeel wordt gereserveerd op de balans en heeft een neutraal effect op het resultaat 2025.

Overig (incidenteel) € 102.811 V Uit analyse van de realisatie is gebleken dat over de volledige breedte van de bedrijfsvoering meerdere voordelen ontstaan welke onder de toelichtingsgrens liggen. De optelsom van deze kleine voordelen bedraagt in totaal € 102.811.

Baten Uitgeleend personeel (baten) € 60.111 N

Inkomensoverdrachten – overige overheden (baten) € 71.567 V

Uitgeleend personeel (incidenteel/neutraal) € 60.111 N In verband met hercategoriseren van de realisatie op deze economische categorie ontstaat er een neutraal verschil ten opzichte van de begrote bedragen. Voor “3.5.2 Uitgeleend personeel (baten)” betreft dit een nadeel.

Uitkeringen UWV (incidenteel/neutraal) € 71.567 V In verband met hercategoriseren van de realisatie op economische categorie “3.5.2 Uitgeleend personeel (baten)” ontstaat er een neutraal verschil ten opzichte van de begrote bedragen. Voor de categorie “4.3.6 Inkomensoverdachten – overige overheden (baten)” betreft het een voordeel.

Inkomensoverdrachten – Rijk (baten) € 122.983

Rente (baten) € 29.258 V

Versterking crisisorganisatie, BDuR geoormerkt, bedrijfsvoering (incidenteel, neutraal) € 122.983 N Zie hiervoor de toelichting bij de economische categorie “1.1 Salarissen en sociale lasten (lasten)” en “3.8 Overige goederen en diensten (lasten)”.

Rente schatkistbankieren (incidenteel) € 29.258 V Het saldo van de rekening-courantverhouding met het Rijk is hoger dan verwacht. Dit komt onder andere door de lagere uitputting op het investeringsplan en de toename van de overlopende passiva. Hierdoor ontvangt VRZ meer rente dan is begroot. Dit levert een incidenteel voordeel op.

Inkomensoverdrachten – gemeenten (baten) € 744.863 N Samenwerking VRZ-GGD, geoormerkt (incidenteel, neutraal) € 744.863 N Zie hiervoor de toelichting bij de economische categorie “3.5.1 Ingeleend personeel (lasten)” en “3.8 Overige goederen en diensten (lasten)”.

52.

Jaarrekening - Toelichting per programma

Algemene dekkingsmiddelen Inkomensoverdrachten – Rijk (baten) € 2.817.638 V De balanspost vooruitontvangen bedragen met een specifiek bestedingsdoel voor de ‘versterking crisisbeheersing en informatievoorziening’ is 31 december 2025 vrijgevallen omdat er geen terugbetalingsverplichting is.

8

Het resultaat in 2025 op ‘Algemene dekkingsmiddelen’ is € 2.817.640 voordelig. Verschillen van meer dan € 25.000 of significante afwijkingen t.o.v. het budget (na wijziging) worden toegelicht.

Onvoorzien Overige goederen en diensten (lasten) € 146.071 V

Inkomensoverdrachten gemeenten (baten) Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage in 2025

Onvoorzien (incidenteel) € 146.071 V In de laatste, 4e begrotingswijziging 2025 bedroeg het verwachte voordelige saldo € 146.071. Vanwege onzekerheden is dit bedrag toen gereserveerd op de post onvoorzien. De onzekerheden betroffen de uitkomst van de onderhandelingen over de nieuwe CAO Veiligheidsregio’s vanaf 1 augustus 2025 en mogelijke ontwikkelingen rondom de PFAS-voorziening. Werkgevers en vakbonden hebben een principeakkoord bereikt. In de jaarrekening 2025 is op de programma’s Toekomstbestendige brandweerzorg, Voorbereide crisisorganisatie en Bedrijfsvoering een loonstijging van 4,1% verwerkt vanaf 1 augustus 2025. Hiermee was voldoende rekening gehouden in de uitgangspunten voor de programmabegroting 2025; de post onvoorzien is voor dekking niet nodig. De PFAS-voorziening is ultimo 2025 niet gewijzigd ten opzichte van ultimo 2024.

Het resultaat in 2025 op ‘Onvoorzien’ is € 146.071 voordelig. Verschillen van meer dan € 25.000 of significante afwijkingen t.o.v. het budget (na wijziging) worden toegelicht.

53.

Jaarrekening - Incidentele en structurele lasten en baten

Incidentele en structurele lasten en baten Uit het overzicht hiernaast blijkt dat er in 2025 sprake is van materieel evenwicht. Tegenover een bedrag van € 46.024.109 aan structurele lasten staat een bedrag van € 46.224.284 aan structurele baten.

Toelichting incidentele exploitatieruimte Verschillen uit de kolom incidenteel van meer dan € 25.000 per economische categorie worden toegelicht.

Lasten Salarissen en sociale lasten (lasten) Het betreft kosten van tijdelijke medewerkers. Daarnaast is er een positief saldo voor aan- en verkoop verlofuren tegenover. Per saldo is er € 115.997 als incidenteel aangemerkt. Ingeleend personeel (lasten) Het betreft inhuurkosten voor de uitvoering van het project ‘Samenwerking VRZ-GGD’. Overige goederen en diensten (lasten) Dit betreffen kosten voor de uitvoering van projecten die gedekt worden uit de reserves, het project ‘’Samenwerking VRZ-GGD’ en het Europees project FIER. Daarnaast zijn er in de begroting kosten als incidenteel aangemerkt bijvoorbeeld de inhaalslag chauffeurstrainingen (€30.000), inhaalslag oefenmaterialen (€ 50.000) en de uitrol nieuwe dienstkleding brandweer (€ 100.000). Mutatie voorzieningen (lasten) Het betreft toevoegingen aan de voorzieningen RVU en verlofsparen, gerelateerd aan de aankoop van verlofuren. Afschrijvingen (lasten) Het betreft de restwaarden van verkochte activa (zie ook Overige goederen en diensten (baten).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17028967/1