Stec Groep 20.340 - Onderzoek flexwonen Zeeland - eindversie
Tekst van het document
Voorbeelden flexwonen voor statushouders De Woondiversiteit, Delft
Uitkijkwoningen (Houten)
•
•
• •
46 studio’s in getransformeerd kantoorpand Voor mix statushouders, studenten en starters (buddy’s) Tijdelijk huurcontract
Bron: Expertisecentrum flexwonen (2021).
•
25 tijdelijke, verplaatsbare (gasloze) eengezinswoningen, waarvan 50% bedoeld voor statushouders Tijdelijke huurcontracten, woningen zelf 10 jaar op deze locatie, daarna verplaatsbaar
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
24
A.6 MBO-studenten Kwantitatief beeld doelgroep: circa 11.100 MBO-studenten in Zeeland, aantal gaat licht dalen komende tien jaar Zeeland telt circa 11.100 MBO studenten. In onderstaande figuur geven we de aantallen per gemeente. In lijn met de grotere vestigingslocaties van Scalda (en de omvang van gemeenten überhaupt) zien we relatief veel MBO-studenten in Goes, Middelburg, Vlissingen en Terneuzen. Hierbij gaat het om zowel thuis- als uitwonende studenten. Ook studenten die in een Zeeuwse gemeente wonen maar elders buiten Zeeland studeren nemen we in onderstaande figuur mee op basis van hun woongemeente. Figuur A9: Totaal aantal MBO-studenten naar woongemeente, Zeeland 2020 2.000 1.500 1.000 500 0
Bron: ZB Planbureau en bibliotheek van Zeeland (2021), bewerking Stec Groep (2021).
Op basis van gesprekken met onderwijsinstelling Scalda verwachten we dat het aantal MBO-studenten in Zeeland de komende jaren met circa 1% per jaar daalt. Dit hangt samen met de afname van het aantal jongeren in de provincie als gevolg van een demografische transitie (vergrijzing en op sommige plaatsen ontgroening). MBO-studenten wonen vaak thuis, slechts 7-10% is uitwonend en vaak in eigen stad Op basis van de Landelijk Monitor Studentenhuisvesting (2020, hierna: LMS) is bekend dat: • Het aandeel uitwondende MBO-studenten daalde van 25 naar 20% de afgelopen jaren. Gemiddeld blijft in Nederland 80% van de MBO-studenten thuis wonen gedurende de studie. Ter vergelijking: voor HBO-studenten ligt dit percentage op circa 60% en voor WO-studenten blijft slechts circa 30% thuis wonen tijdens de studie. • Van de 20% die wel uitwonend is, woont tweederde buiten de eigen studiestad. Hieruit ontstaat het beeld dat MBO-studenten die uit huis gaan vaak niet kiezen voor een ‘studentenwoning’ in de studiestad zoals HBO/WO-studenten. In veel gevallen betreden ze de woningmarkt als ‘reguliere starter’, al dan niet samen met een partner. Ze huren bijvoorbeeld een woning in de eigen woonplaats. Als we beschikbare cijfers voor Zeeland op een rij zetten, duiden ook die op een laag aandeel uitwonende MBO-studenten.
Zo staan er van de 3.100 studenten die een opleiding volgen bij Scalda in Goes zo’n 340 als woonachtig in Goes geregistreerd, zo’n 11%. Een deel van hen woont bovendien nog thuis. Ook als we het aantal uitwonende MBO-studenten in Vlissingen (80, op basis van de LMS) vergelijken met het aantal dat daar studeert (1.180) komen we op een zeer klein aandeel uitwonend uit (zo’n 7%). In Zeeland lijkt het aandeel uitwonende MBO-studenten mogelijk dus nog lager te liggen dan het landelijke gemiddelde van 20%. Ook gemeenten zelf onderschrijven het beeld dat MBO-studenten nagenoeg volledig thuis blijven wonen. Zie onderstaande tabel voor een overzicht van de indicatieve behoefte.
25
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
Tabel A2: Overzicht indicatieve behoefte flexwonen Studiestad Goes Middelburg Terneuzen Vlissingen Totaal MBO studerend in Goes, Middelburg, Terneuzen en Vlissingen
Aantal studenten les in studiestad (Bron: Scalda)* 3.100 1.130 8.00 1.180 6.210
Woonachtig in studiestad (Bron: Scalda) 340 (11%) 200 (18%) 460 (58%) 230 (19%) 1.230 (20%)
Totaal uitwonend in studiestad (Bron: LMS)
n.b. 80
n.b.
Bron: Scalda (2021), Lokale Monitor Studentenhuisvesting (2020), bewerking Stec Groep. *Dit zijn uitsluitend actieve studenten die een BOL-opleiding volgen bij Scalda.
Huidig woningaanbod: klein aantal MBO-studenten uitwonend op kamers via huisvester of corporatie Uit gegevens van de gemeenten en onderwijsinstelling Scalda leiden we af dat het overgrote deel van de MBO-studenten in Zeeland nog thuis woont. In kleine aantallen wonen MBO-studenten op een paar plekken wel op kamers, bijvoorbeeld studenten die de MBO-scheepvaart-opleiding volgen in Vlissingen. Voor deze specifieke groepen zijn er mogelijkheden via studentenhuisvesters, al dan niet in samenwerking met woningcorporaties. Behoefte flexwonen: behoefte studentenkamers voor MBO-studenten zeer gering, flexwonen kan wel MBO-studenten helpen die als ‘reguliere starter’ de woningmarkt betreden Op basis van de huidige woonsituatie van MBO-studenten (overwegend thuis) en de verkregen informatie zien we niet of nauwelijks behoefte aan (extra) flexwonen voor MBO-studenten in Zeeland. Een groot deel blijft, mede vanwege de relatief jonge leeftijd, thuis wonen. Voor het kleine aantal MBO-studenten dat wel op kamers wil wonen lijken bestaande oplossingen voldoende mogelijkheden te bieden. Bovendien daalt het aantal MBO-studenten naar verwachting licht, afgaande op informatie vanuit Scalda en de LMS. De behoefte aan flexwonen lijkt hiermee eerder te dalen dan te groeien. Tot slot gaat een deel van de MBO-studenten zelfstandig wonen, maar buiten de studentenstad.
Deze huishoudens maken onderdeel uit van de ‘reguliere groep starters’ op de woningmarkt, op zoek naar een betaalbare woning in de reguliere voorraad. Voor deze groep kan flexwonen juist interessant zijn: een betaalbaar alternatief voor een reguliere woning, om zo toch een eerste stap op de woningmarkt te kunnen zetten.
26
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
A.7 HBO- en WO-studenten Zeeland kent twee instellingen voor hoger onderwijs: de HZ University of Applied Sciences (hierna: HZ) en de University College Roosevelt (hierna: UCR). HBO- en WO-studenten zijn een bijzondere en omvangrijke doelgroep binnen de doelgroepen voor flexwonen. Hierna schetsen we een actueel beeld van de verwachte ontwikkeling van het aantal (uitwonende) voltijd HBO- en WO-studenten in Zeeland. Hierna gaan we achtereenvolgens in op: 1) Studentenaantallen, 2) Uitwonende studenten en 3) Het aanbod studentenhuisvesting. Kwantitatief beeld: bandbreedte o.b.v. Apollo en groeiverwachting onderwijsinstellingen De monitor studentenhuisvesting van Apollo, en eigen prognoses van de in Zeeland gevestigde HZ (in Vlissingen en Middelburg) en de UCR (in Middelburg) tonen een verschillend beeld van de ontwikkeling van het aantal studenten in Zeeland. We benaderen deze ontwikkeling om die reden met een bandbreedte. We geven drie scenario’s voor het toekomstige aantal voltijd HBO- en WO-studenten in Zeeland. • Apollo (2020): de verwachte autonome ontwikkeling zoals geschetst in de monitor van Apollo uit 2020. • HZ: de verwachte ontwikkeling zoals geschetst door de HZ. • Groeibeleid: de verwachte ontwikkeling wanneer zowel de HZ als de UCR effectief beleid voeren voor stabilisering of zelf groei in de aantallen studenten.
Studentenaantallen per gemeente, historisch en prognose We schetsen voor de twee Zeeuwse (HBO- en WO-)studentengemeenten een beeld van de ontwikkelingen voor de komende jaren. Historisch en actueel Verhuizing HBO-studenten van Vlissingen naar Middelburg De Apollo-studentenprognose (2020) raamt het aantal voltijdstudenten in Vlissingen op iets minder dan 3.500 studenten. Dit zijn uitsluitend HZ-studenten. Middelburg telt momenteel zo’n 1.310 studenten, 450 studenten van de UCR en circa 860 met een studie aan de HZ. De aanwezigheid van HZ-studenten in Middelburg is vrij recent. In 2018 verhuisden een aantal technische opleidingen van Vlissingen naar Middelburg. Daarom steeg de afgelopen jaren het aantal studenten in Middelburg, terwijl in Vlissingen juist sprake was van een daling. Zie onderstaande figuur (historische jaren). Figuur A10: totaal aantal (voltijd)studenten per gemeente, historisch en prognose 5.000 4.500 4.000
3.390
3.500 3.000
2.660
2.500
2.630
2.000
2.000 1.800
1.500 1.000 500 2015
2016
2017
2018
2019
Vlissingen (Historisch) Vlissingen (prognose HZ) Middelburg (Historisch) Middelburg (groeiambitie UCR + prognose HZ)
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Vlissingen (prognose Apollo) Vlissingen (prognose voltijd en deeltijd HZ) Middelburg (groeistagnatie UCR + prognose HZ)
Bron: University College Roosevelt (2021), ABF Apollo (2020), bewerking Stec Groep (2021).
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
27
VLISSINGEN TELT CIRCA 3.390 VOLTIJD EN DEELTIJD STUDENTEN IN 2025 (RODE STIPPELLIJN) De prognose van Apollo kijkt uitsluitend naar voltijdstudenten. De HZ geeft in haar eigen prognoses ook de verwachte ontwikkeling van het aantal deeltijdstudenten. Onder deeltijd rekent de HZ ook studenten die een ‘Associate Degree’-opleiding volgen. Met betrekking tot studentenhuisvesting verwachten we vanuit de groep deeltijdstudenten een additionele behoefte. Prognose Vlissingen Prognose ABF Apollo: daling aantal studenten in Vlissingen De Apollo prognose (2020) gaat uit van een daling in het totaal aantal studenten in Vlissingen, tot circa 2.660 studenten in 2025. Deze daling komt met name door de nog geplande verhuizing van 400 studenten die nu een technische opleiding volgen in Vlissingen, maar op termijn zullen verhuizen naar Middelburg. Zie figuur 3 (prognose Apollo). HZ: sterkere verschuiving voltijdstudenten van Vlissingen naar Middelburg De HZ gaat ook in haar eigen ramingen – net als de prognose van Apollo – uit van een daling in het aantal voltijdstudenten in Vlissingen (zie donkerblauwe stippellijn in figuur 3). De HZ gaat daarbij in vergelijking met de Apollo-prognose uit van een groter aantal voltijdstudenten dat nog verhuist richting Middelburg. Het aantal voltijdstudenten in Vlissingen komt uit op circa 2.630 in 2025.
De HZ ambieert richting de toekomst de instandhouding van het huidige aantal studenten. Hiertoe voert de HZ actief beleid (zie onderstaand tekstbox). HZ: ACTIEF GROEIBELEID OM TE COMPENSEREN VOOR DE HUIDIGE DALENDE TREND. Door de aantrekkelijkheid voor studenten te vergroten wilt de HZ meer studenten afkomstig vanuit elders binnen Nederland en vanuit het buitenland aantrekken. De HZ wilt zo compenseren voor de daling in het aantal studenten afkomstig uit Zeeland zelf. Hiertoe voert de hogeschool actief beleid: • vergroten van het studieaanbod, om vraag vanuit bredere groep potentiele studenten te bedienen; • actief inzetten op de groei van het aantal internationale studenten aan de HZ; • met de betrokken stakeholders in de regio samen werken aan kwalitatief hoogwaardige studentenhuisvesting op campuslocaties, inclusief ruimte voor ontmoeten, studeren en ontspanning. Prognose Middelburg Prognose HZ: komende jaren circa +450 HZ-studenten in Middelburg In de reguliere prognose van de HZ gaan we uit van een stijging van het aantal voltijd HZ-studenten in Middelburg met circa +447 studenten. In totaal telt Middelburg naar verwachting 1.348 voltijd HZstudenten in 2025. Deze stijging komt door de nog geplande verhuizing naar Middelburg van studenten met een technische opleiding in Vlissingen. Eind 2022 moeten de nieuwe laboratoria gereed zijn.
Groeistagnatie UCR: in totaal circa 1.800 voltijdstudenten (UCR en HZ) in Middelburg in 2025 In een laag scenario gaan we er vanuit dat de UCR niet in staat is te groeien. De ambitie voor 700 UCRstudenten in 2026 wordt niet gerealiseerd. In plaats daarvan treed stagnatie op. Het aantal UCR-studenten blijft tot 2025 gelijk aan de huidige situatie: zo’n 450 studenten. Het totale aantal studenten (aan de UCR en HZ) komt daarmee uit op circa 1.800 studenten in 2025. Zie de lichtgroene stippellijn in figuur A11. Groei UCR: in totaal circa 2.000 voltijdstudenten (UCR en HZ) in Middelburg in 2025 De UCR heeft groeiambities voor de komende jaren. Met de realisatie van een nieuw departement moet \de UCR groeien richting 700 studenten in 2026. We gaan uit van in totaal 650 studenten aan de UCR in 2025 (en 700 in 2026). Met een effectief groeibeleid verwachten we dat het aantal UCR-studenten groeit tot circa 650 in 2025. Samen met de verwachte groei in het aantal HZ-studenten door verhuizing van de technische opleidingen komen we in totaal uit op circa 2.000 studenten in Middelburg in 2025. Zie de donkergroene stippellijn in figuur 3.
28
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
Uitwonende studenten per gemeente, historisch en prognose We prognosticeren de ontwikkeling van het aantal uitwonende studenten in Vlissingen en Middelburg. Historisch en actueel Verschuivingen tussen Middelburg en Vlissingen Er wonen ruim 1.500 HBO- en WO-studenten op zichzelf in Middelburg en Vlissingen, hierna ‘uitwonende studenten’ genoemd. Vlissingen telt momenteel zo’n 740 uitwonende studenten, in Middelburg zijn het er ongeveer 770. Recentelijk steeg het aantal uitwonende studenten in Middelburg. In Vlissingen was juist sprake van een daling. Deze verschuiving werd met name veroorzaakt door de eerder genoemde verhuizing van een aantal technische opleidingen van de HZ van Vlissingen naar Middelburg. Met de nog geplande verhuizing van een aantal technische opleidingen verwachten we voor de komende jaren een verdere verschuiving in de woonbehoefte van Vlissingen naar Middelburg. De exacte omvang van deze verschuiving is medeafhankelijk van: 1) het aanbod in beide steden; 2) de mate waarin studenten vanuit Vlissingen hun opleiding achterna verhuizen richting Middelburg; 3) de ontwikkeling van het aandeel buitenlandse studenten en; 4) de ontwikkeling van het aandeel Nederlandse studenten vanuit elders buiten Zeeland. Zeeland telt circa 1.650 tot 2.050 uitwonende studenten in 2025 Binnen de regio groeit het aantal uitwonende studenten naar verwachting.
In 2025 telt Zeeland zo’n 1.650 tot 2.050 uitwonende studenten, afhankelijk van trends en (de effectiviteit van) beleid. Zie onderstaande figuur. We lichten de ontwikkelingen per gemeente afzonderlijk toe. Figuur A11: Uitwonende studenten per gemeente (NL en internationaal), historisch en prognose 2.000 1.750 1.500
1.200
1.250
1.000
1.000
850
750
650
500 250 0 2015
2016
2017
2018
2019
Middelburg uitwonend Middelburg uitwonend prognose (groeiambitie UCR + prognose HZ) Vlissingen uitwonend prongose (prognose HZ)
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Middelburg uitwonend prognose (groeistagnatie UCR + prognose HZ) Vlissingen uitwonend Vlissingen uitwonend prongose (Voltijd + Deeltijd HZ)
Bron: HZ University of Applied Sciences (2021), University College Roosevelt (2021), ABF Apollo (2020), bewerking Stec Groep (2021). *De sterke verschuiving van uitwonende studenten in 2022 op basis van de cijfers van de HZ wordt veroorzaakt door een verschil in het daadwerkelijk aantal uitwonende studenten in 2021 en de vraagdruk van studenten die studeren in beide steden in 2022. In de praktijk verloopt de verschuiving van uitwonenden tussen beide gemeenten naar verwachting geleidelijk, afhankelijk het aanbod.
Prognose Vlissingen Prognose HZ: in totaal circa 650 uitwonende studenten in 2025 Bij een beleidsneutrale ontwikkeling conform de huidige dalende trend prognosticeert de HZ een verdere daling in het aantal uitwonende studenten in Vlissingen. Volgens de HZ-prognose zijn in Vlissingen circa 650 studenten (zo’n 25%) uitwonend binnen de stad in 2025. Zie de lichtblauwe stippellijn in bovenstaande figuur.
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
29
Huisvesting zowel voltijd- als deeltijdstudenten: mogelijk circa 850 uitwonende studenten in Vlissingen Door jaar-op-jaar het verwachte aantal uitwondende studenten te confronteren met het verwachte aantal voltijd- én deeltijdstudenten vinden we het jaarlijkse aandeel HZ-studenten in Vlissingen dat op basis van de prognoses op kamers woont, tot 2025 jaarlijks 23% - 25%. Door dit jaar-op-jaar aandeel te betrekken op de prognose van voltijd- en deeltijdstudenten (de rode stippellijn in figuur 3), komen we uit op circa 850 uitwonende studenten in 2025. Prognose Middelburg Prognose HZ: circa 550 uitwonende studenten HZ in 2025 De HZ gaat voor de komende jaren uit van groei in het aantal uitwonende studenten in Middelburg. Op basis van de huidige ramingen stijgt dit aantal van circa 320 tot 550 uitwonende studenten in 2025. Een confrontatie van de jaar-op-jaar aantallen uitwondende studenten met het verwachte totale aantal studenten in Middelburg laat een stijging zien in het aandeel HZ-studenten dat op kamers woont: van 36% nu tot circa 41% in 2025. Groeistagnatie UCR: circa 1.000 uitwonende studenten in Middelburg in 2025 Middelburg telt momenteel zo’n 770 uitwonende studenten. Het gaat daarbij voor zo’n 60% (450 studenten) om UCR-studenten. Voor hen is het wonen op een campuslocatie standaard gekoppeld aan de studie.
Voor de onderkant van de banbreedte gaan we uit van een gelijkblijvend aantal studenten aan de UCR (450 studenten). Samen met de verwachte 550 uitwonende HZ-studenten (hiervoor benoemd) komt het totaal in het lage scenario uit op circa 1.000 uitwonende studenten in Middelburg in 2025. Groei UCR: circa 1.200 studentenwoningen in Middelburg Bij een groei tot 650 UCR-studenten in 2025 komt ook het aantal uitwonende studenten hoger uit. Daarbij is wederom de aanname dat alle UCR-studenten woonachtig zijn op een campuslocatie van de UCR. Ook gaan we uit van hetzelfde aantal uitwonende HZ-studenten (550). Bij een effectieve groeistrategie door de UCR zijn er in 2025 circa 1.200 uitwonende studenten in Middelburg. AANDEEL UITWONENDE HZ-STUDENTEN RELATIEF HOOG IN MIDDELBURG Zo’n 37% van de HZ-studenten in Middelburg woont op kamers. In Vlissingen ligt dit aandeel met zo’n 25% een stuk lager. Deels komt dit doordat bèta-opleidingen gevestigd in Middelburg andere doelgroepen aantrekken dan opleidingen in Vlissingen. De komende jaren wordt het aanbod Engelstalige bèta-opleidingen vergroot in Middelburg. Dit zorgt naar verwachting voor een verdere stijging in het aandeel uitwonende studenten van de HZ, tot 41% in 2025. Dit beeld wordt versterkt door het gegeven dat huidige en nieuwe bèta-opleidingen uiteindelijk allemaal in Middelburg komen.
Deze veelal unieke opleidingen trekken vooral studenten van buiten Zeeland aan. De kwalitatieve verschillen zijn reeds opgenomen in de prognoses van de Hogeschool Zeeland.
Aanbod studentenhuisvesting Studentenhuisvesting in Vlissingen en Middelburg is nu overwegend geconcentreerd in complexen en campuslocaties. Losse kamerverhuur vindt in veel mindere mate plaats in vergelijking met andere grote studentensteden. We bespreken per gemeente de huisvestingssituatie. Vlissingen In Vlissingen bestaat de huisvesting voor HZ-studenten uit de De Ruytercampus (circa 130 studentenkamers), de Campus Vlissingen (circa 260 kamers) en kamers en kleinere complexen verspreid door de gemeente (beheerd door APV). Ook vindt losse particuliere kamerverhuur plaats, zij het in beperkte mate.
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
30
Geen kwantitatieve uitbreidingsbehoefte, kwaliteitsimpuls is wél wenselijk Op basis van de verwachte ontwikkelingen is er geen uitbreidingsbehoefte in Vlissingen. Het aantal uitwonende studenten daalt immers naar verwachting. Hierdoor daalt ook de marktdruk. Nieuwbouw is op termijn – onder voorwaarden – echter toch wenselijk: • Er is behoefte aan een kwaliteitsimpuls. Bestaande studentenwoningen zijn deels verouderd. Daarnaast kan het wenselijk zijn om studenten vanuit verkamerde reguliere woningen te concentreren op locaties dichtbij de onderwijsinstellingen. • De ontwikkeling van het Delta Kenniscentrum leidt tot een groei van het aantal studenten. Met deze ontwikkeling moet ook voldoende woonruimten beschikbaar zijn. Deze woonruimte moet aansluiten bij de gewenste woonkwaliteit en kenmerken. Nieuwbouw lijkt op basis van de gesprekken wenselijk om kwalitatief hoogwaardige woonruimte te kunnen aanbieden, passend bij het moderne karakter van het Delta Kenniscentrum. De hiervoor genoemde voorwaarden zijn op dit moment nog niet direct aan de orde. Eventuele nieuwbouw hangt vooral samen met de ontwikkeling van het Delta Kenniscentrum. Bij nieuwbouw moet daarnaast goed worden gekeken naar eventuele effecten op de bestaande voorraad. Voor nieuwbouw is in Vlissingen een optie opgenomen in de plancapaciteit voor toevoeging van 200 studentenkamers op de Kenniswerf.
De Kenniswerf ligt tussen het Kanaal door Walcheren, de A58 met de Sloebrug, het spoor en het stationsgebied. In het gebied staan zowel vestigingen van Scalda als van de HZ. Ook zijn veel bedrijven en ondernemers gevestigd in dit gebied en is hier het Delta Kenniscentrum beoogd. Vanuit dit perspectief is deze locatie passend indien er behoefte ontstaat aan nieuwbouw. Passende huisvesting belangrijk voor succesvol Delta Kenniscentrum en academisch milieu De komst van het nieuwe ‘Delta Kenniscentrum’ op de Kenniswerf in Vlissingen heeft invloed op de huisvestingsvraag in de regio. Het kenniscentrum moet een topinstituut worden op het gebied van water, voedsel en energie. De HZ, UCR en Scalda stappen gezamenlijk in. De komende jaren wordt aan de realisatie van het kenniscentrum gewerkt. De impact van deze ontwikkeling op de behoefte is nog onzeker. Wel noemen de UCR en de HZ passende huisvesting voor zowel studenten als ook voor onderzoekers, docenten en personeel als belangrijke voorwaarde voor een succesvol Kenniscentrum. Kwalitatief hoogwaardige en flexibele woonruimte is cruciaal, met name voor mensen die tijdelijk (al dan niet vanuit het buitenland) verbonden zijn aan het kenniscentrum. Hetzelfde geldt voor het behouden van recent afgestudeerden voor de regio, en het kunnen huisvesten van bijvoorbeeld promovendi.
Passende huisvesting is dus van belang voor een brede groep mensen die verbonden zijn aan de kennisinstellingen. Ook op dit punt is blijvende en intensieve afstemming door de betrokken stakeholders zeer belangrijk. Middelburg In Middelburg wonen UCR-studenten via bemiddelaar Villex op een van de campuslocaties van Woongoed Middelburg, verspreid door de stad. Hiervoor zijn zo’n 500 tot 600 studentenkamers beschikbaar. HZstudenten wonen overwegend op de PZEM locatie (beheerd door APV). Ook wonen zo’n 100 HZ-studenten via Villex op andere locaties. Deze Villex-locaties zijn eigenlijk bedoeld voor studenten van de UCR. Fors aantal plannen opgenomen voor studentenwoningen In de huidige plannen is een fors aantal studentenwoningen opgenomen. Het gaat om circa 350 woningen. Aan de Kanaalweg worden ruim 230 studentenkamers gerealiseerd. Daarnaast is op de PZEM-locatie een plan in ontwikkeling voor nog eens circa 120 kamers. Mogelijk is op de PZEM-locatie nog ruimte voor verdere uitbreiding bovenop de genoemde 120 studentenwoningen.
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
31
Middelburg telt naar verwachting zo’n 550 uitwonende HZ-studenten in 2025. De UCR wilt groeien van 450 tot 700 studenten in 2026. Of de nu beoogde nieuwbouwplannen voldoende zijn hangt logischerwijs sterk samen met de daadwerkelijke groei, zowel binnen de HZ als de UCR. HZ wilt twee campussen, mogelijk (al dan niet tijdelijk) meer woningen nodig dan in huidige plannen De HZ signaleert nu al een structurele krapte, zeker vanuit kwalitatief oogpunt. De HZ geeft aan dat de Villex-locaties ongeschikt zijn voor huisvesting (en het aantrekken en behouden van) HZ-studenten. De HZ zet daartoe richting de toekomst in op de realisatie van twee moderne campussen. De UCR wil op termijn in overleg met Woongoed Middelburg een kwaliteitsimpuls geven aan bestaande complexen. Dit is alleen mogelijk als (tijdelijk) op andere locaties voldoende ruimte is om deze studenten onder te brengen. De mate waarin (al dan niet tijdelijk) extra capaciteit nodig is om bestaande complexen te renoveren of een periode te overbruggen heeft ook een wezenlijke impact op de behoefte. Goede afstemming kwantitatieve én kwalitatieve behoefte is noodzakelijk Blijvende afstemming tussen de HZ, de UCR en Scalda, maar ook tussen de kennisinstellingen en gemeenten en tussen de gemeenten onderling zijn van cruciaal belang.
De gemeenten vormen een regio waar onderwijslocaties en huisvestingslocaties nauw met elkaar samenhangen. De verhuizing van een deel van de opleidingen van de HZ van Vlissingen naar Middelburg vergroten deze samenhang, evenals de toekomstige geplande verhuizing en het nieuw op te zetten Delta Kenniscentrum. Naast een kwantitatieve afstemming is ook kwalitatieve afstemming met alle betrokken partijen zeer belangrijk. Het gaat bijvoorbeeld om de vraag welke locaties het meest geschikt zijn voor de HZ, en welke meer passen voor eventuele huisvesting van UCR-studenten. Ook de vraag hoe studenten kunnen worden geënthousiasmeerd met hoogwaardige woonruimte is een wezenlijke. Hoe sluiten de huidige ontwikkellocaties en het kwaliteitsniveau van de nieuwbouw aan bij de visie op studentenhuisvesting van de HZ en die van de UCR? Wat is eventueel extra nodig, en waar liggen mogelijk nog kansen? Door goede afstemming kunnen de betrokken stakeholders tot een optimale programmering komen voor studentenwoningen.
DELTA-KENNISCENTRUM GEEFT OP TERMIJN MOGELIJK IMPULS AAN AANTAL STUDENTEN De Zeeuwse onderwijs- en kennisinstellingen Scalda, HZ University of Applied Sciences en University College Roosevelt werken samen met onder meer Universiteit Utrecht en Wageningen University & Research aan de oprichting van het Delta Kenniscentrum. Het samenwerkingsverband wordt met ruim €68 miljoen euro financieel gesteund vanuit het compensatiepakket van het Rijk om de Zeeuwse economie en leefbaarheid te versterken. De uitwerking van de plannen vindt op dit moment nog plaats, waarmee de effecten hiervan op het aantal studenten in Zeeland nog niet in cijfers zijn uit te drukken. Wel signaleren we dat het een mogelijke impuls kan geven aan het aantal studenten. Ook is aandacht vereist voor passende huisvesting voor een bredere groep werknemers en onderzoekers die verbonden zijn aan de kennisinstellingen.
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
32
A.8 Buitenlandse werknemers Buitenlandse werknemers zijn een belangrijke doelgroep voor flexwonen. Het gaat hier om een specifieke doelgroep, die zowel in omvang als qua huisvestingsvraag minder vergelijkbaar is met de andere doelgroepen. We brengen het huidige en te verwachten toekomstige aantal buitenlandse werknemers in beeld voor Zeeland en per regio, op basis van bestaand onderzoek (het KWOZ). Het gaat daarbij specifiek om buitenlandse personen die in een Zeeuwse gemeente werkzaam zijn en (de intentie hebben om) hier niet permanent (te komen) wonen. De resultaten in deze paragraaf gaan – mede als gevolg van de gehanteerde onderzoeksmethode – primair over buitenlandse werknemers die lager geschoolde en ongeschoolde werkzaamheden verrichten. In het KWOZ is deze doelgroep gedefinieerd als ‘arbeidsmigranten’. De resultaten gaan dus maar beperkt over zogenoemde ‘expats’. Alleen in Zeeuws-Vlaanderen zijn ook expats deels onderdeel van de resultaten. Dit is onder andere terug te zien in het grote aandeel buitenlandse medewerkers dat hier in een eigen woning woont (in tegenstelling tot in een sociale huurwoning of logiesvoorziening zoals veel arbeidsmigranten).
AANPAK ONDERZOEK ARBEIDSMIGRANTEN(HUISVESTING) ZEELAND De resultaten in deze paragraaf zijn gebaseerd op de combinatie van 2 methoden zoals gehanteerd in het KWOZ (2019), waarmee we vaststellen hoeveel arbeidsmigranten er nu in Zeeland werken en hoe de behoefte zich de komende 10 jaar zal ontwikkelen: een empirische methode (enquêteren bedrijven) en een modelmatige methode. De aanpak: • we stellen aan de hand van statistische data de positie van elke Zeeuwse regio vast op een door ons ontwikkeld arbeidsmigrantenkwadrant. Deze positie duidt of er een structurele behoefte aan arbeidsmigranten te verwachten valt of niet; • we bepalen aan de hand van empirisch onderzoek en statistische data hoeveel arbeidsmigranten er werkzaam waren in Zeeland in 2018; • we stellen aan de hand van de positie op het arbeidsmigrantenkwadrant een prognose op met een bandbreedte (een hoog en een laag scenario) hoe de behoefte aan arbeidsmigranten(huisvesting) zich de komende 10 jaar zal ontwikkelen. Behoefte aan 2.340 tot maximaal 5.350 extra huisvestingsplaatsen komende 10 jaar in zeeland Op basis van een enquête onder bedrijven en een modelmatige benadering komen we tot een betrouwbare bandbreedte van de huidige omvang en toekomstige ontwikkeling van de groep buitenlandse werknemers in Zeeland. Zie onderstaande tabel. De laatste kolom geeft de indicatieve huidige en toekomstige aantallen weer.
Voor de toekomstige waarde hanteren we een bandbreedte.
CORONACRISIS LEIDT TOT ONZEKERHEID, GROEI BLIJFT MOGELIJK OP KORTE TERMIJN UIT De hier gepresenteerde onderzoeksresultaten dateren uit 2019 en houden dus geen rekening met eventuele effecten van de coronacrisis. Als gevolg van de crisis worden reisbewegingen binnen de EU ontmoedigd. Medio 2021 lijkt Europa langzaam weer open te gaan. Of de crisis een structurele invloed heeft op de instroom van arbeidsmigranten moet blijken. We verwachten dat de geschetste groei in de periode 2019-2029 in onderstaande tabellen mogelijk pas later binnen de periode op gang komt dan in 2019 werd verwacht. Heel Zeeland telde eind 2018 indicatief circa 7.050 buitenlandse werknemers. De regio’s de Bevelanden en Zeeuws-Vlaanderen nemen een belangrijk deel van dit aantal voor hun rekening. Op basis van ons prognosemodel (gespiegeld aan de inzichten uit de enquête) verwachten we tussen 2019 en 2029 een structurele extra huisvestingsvraag van 2.340 arbeidsmigranten(huisvestingsplekken). Onder bepaalde
33
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
voorwaarden kan de extra behoefte oplopen tot 5.350 arbeidsmigranten(huisvestingsplekken) de komende 10 jaar. Tabel A3: Aantal arbeidsmigranten in Zeeland in eind 2018 en ontwikkeling in de periode 2019 - 2029 Bevelanden
Eind 2018 Toename 2019-2029 Totaal begin 2029 SchouwenDuiveland Eind 2018 Toename 2019-2029 Totaal begin 2029 Tholen
Eind 2018 Toename 2019-2029 Totaal begin 2029 Walcheren
Eind 2018 Toename 2019-2029 Totaal begin 2029 ZeeuwsVlaanderen Eind 2018 Toename 2019-2029 Totaal begin 2029 Zeeland Totaal
Eind 2018 Toename 2019-2029 Totaal begin 2029
Empirisch onderzoek Schatting aantal arbeidsmigranten enquête geëxtrapoleerd 2.550 n/b
Prognosemodel prognose aantal arbeidsmigranten laag / hoog scenario 2.350 +450 / +2.050
Indicatief aantal arbeidsmigranten Bevelanden
Empirisch onderzoek Schatting aantal arbeidsmigranten enquête geëxtrapoleerd 480 +330 / +440
Prognosemodel prognose aantal arbeidsmigranten laag / hoog scenario 510 / 610 +190 / +520
Indicatief aantal arbeidsmigranten Schouwen-Duiveland
Empirisch onderzoek Schatting aantal arbeidsmigranten enquête geëxtrapoleerd 360 +240 / +300
Prognosemodel prognose aantal arbeidsmigranten laag / hoog scenario 430 / 510 +180 / +530
Indicatief aantal arbeidsmigranten Tholen
Empirisch onderzoek Schatting aantal arbeidsmigranten enquête geëxtrapoleerd 470* -20 / +490
Prognosemodel prognose aantal arbeidsmigranten laag / hoog scenario 1.780 / 2.130** +570 / +1.200
Indicatief aantal arbeidsmigranten Walcheren
Empirisch onderzoek Schatting aantal arbeidsmigranten enquête geëxtrapoleerd 2.260 +890 / +1.100
Prognosemodel prognose aantal arbeidsmigranten laag / hoog scenario 2.110 / 2.530 +400 / +1.050
Indicatief aantal arbeidsmigranten ZeeuwsVlaanderen ca. 2.300 +400 / +1.050 2.700 tot 3.350
Empirisch onderzoek Schatting aantal arbeidsmigranten enquête geëxtrapoleerd 6.070 +1.440 / +2.330***
Prognosemodel prognose aantal arbeidsmigranten laag / hoog scenario 7.180 / 8.130 +1.790 / +5.350
Indicatief aantal arbeidsmigranten Zeeland
ca. 2.350 +1.000**** (+450 tot +2.050) ca. 3.350**** (tot max. 4.400)
ca. 530 +190 / +520 ca. 720 tot 1.050
ca. 430 +180 / +530 ca. 610 tot 960
ca. 1.440 +570 / +1.200 2.010 tot 2.640
ca. 7.050 +2.340**** tot +5.350 ca. 9.390 tot 12.400
* de respons op Walcheren is relatief beperkt. Ondanks extrapolatie is de schatting van het aantal werkzame arbeidsmigranten op Walcheren daardoor naar verwachting relatief laag ten opzichte van het daadwerkelijk aantal werkzame arbeidsmigranten. ** Het aantal verwachte werkzame arbeidsmigranten op basis van de enquête ligt aanzienlijk lager dan het aantal verwachte woonachtige arbeidsmigranten op Walcheren. Enerzijds is een deel van de ingeschreven MOE-landers in de steden Vlissingen en Middelburg naar verwachting geen arbeidsmigrant meer in de definitie zoals in deze rapportage gehanteerd, anderzijds zijn er naar verwachting meer arbeidsmigranten van buiten Walcheren op Walcheren gehuisvest dan vice versa. *** zonder cijfers voor de Bevelanden i.v.m. te beperkte respons. **** gebaseerd op +1.000 extra arbeidsmigranten in komende 10 jaar voor de Bevelanden o.b.v. separaat uitgebreid onderzoek i.o.v. de Bevelanden.
34
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
AFHANKELIJK VAN (WAARMAKEN) AMBITIES VALT BEHOEFTE MOGELIJK HOGER UIT DAN ONDERKANT VAN DE BANDBREEDTE De mate waarin de behoefte uiteindelijk mogelijk hoger dan de onderkant van de bandbreedte (+2.340 komende tien jaar) uitvalt, hangt onder andere af van de mate waarin de provincie en gemeenten (samen met werkgevers en detacheerders) in willen zetten op het aantrekken en binden van arbeidsmigranten, de mate waarin deze ambitie en de ambities van afzonderlijke bedrijven kunnen worden waargemaakt, et cetera. Blijf de kwantitatieve behoefte-ontwikkeling de komende jaren goed monitoren, vooral ook in relatie tot de effecten van corona. Door de daadwerkelijke ontwikkeling te monitoren kunnen plannen optimaal worden bijgestuurd en aanvragen voor (nieuwe) huisvestingsinitiatieven optimaal worden beoordeeld. Huidige aanbod: sterke verschillen tussen regio’s De manier waarop buitenlandse werknemers gehuisvest zijn verschilt sterk per regio. In ZeeuwsVlaanderen en op Schouwen-Duiveland woont meer dan 70% in een eigen (huur- of koop) woning op basis van de enquêterespons uit het KWOZ (2019). Voor Zeeuws-Vlaanderen weten we dat er aanvullend in Terneuzen specifieke grootschalige huisvesting voor arbeidsmigranten is, namelijk in de stad Terneuzen zelf (ruimte voor 200 arbeidsmigranten – 104 wooneenheden) en in Sluiskil (in aanbouw ruimte voor 84 arbeidsmigranten – 32 appartementen).
Op Schouwen-Duiveland is de praktijk naar verwachting veelzijdiger dan onderstaande figuur doet vermoeden. Vanuit recente informatie is beken dat enerzijds woningen worden ingezet waarin meerdere medewerkers gelijktijdig worden gehuisvest en dat anderzijds hotels, pensions, B&B’s, (mini)campings en recreatieparken worden ingezet. Een aantal glastuinbouwbedrijven hebben een voorziening in de nabijheid van hun bedrijven. Woningdelen komt met name veel voor op Tholen en Walcheren. Huisvesting in logiesverblijven bedoeld voor buitenlandse werknemers komt primair voor op de Bevelanden en Tholen. Campings, vakantieparken en hotels spelen juist op Schouwen-Duiveland en Walcheren een rol van betekenis. Huisvesting op het erf van de werkgever is ook op de Bevelanden is een belangrijke manier van huisvesting, maar blijkt in de praktijk ook op Tholen en Schouwen-Duiveland voor te komen, waaronder een locatie van 60 personen in Stavenisse (Tholen). Figuur A12: Aandeel type huisvesting in 2018 per regio 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
Overig Camping, vakantiepark, regulier hotel etc. Op eigen terrein werkgever Logies bedoeld voor arbeidsmigranten Woningdeler Eigen woning
Bron: responsgroep enquête uitgevoerd onder bedrijven in Zeeland. N=97
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
35
In potentie grote uitbreidingsvraag huisvesting arbeidsmigranten, verschillende regio’s al aan de slag Op basis van de raming is in potentie sprake van een grote uitbreidingsvraag voor huisvesting van arbeidsmigranten: 2.340 tot maximaal 5.350 extra huisvestingsplaatsen de komende 10 jaar op Zeeuws niveau. Daarnaast is er – afhankelijk van de specifieke situatie per gemeente en gewenste beleidskeuzes – naar verwachting ook een vervangingsvraag: niet alle huisvesting in reguliere woningen of op recreatieterreinen is wenselijk. In Vlissingen en op de Bevelanden zijn al stappen zijn gezet om meer aanbod te creëren en de kwaliteit van huisvesting te verbeteren. Zo zijn er op Bevelanden regionaal kwantitatieve en kwalitatieve afspraken gemaakt over huisvesting van arbeidsmigranten. Concreet: afspraken over aantallen woonruimten per gemeente en vereiste kwaliteitsniveaus bij verschillende vormen van huisvesting. Ook in Vlissingen is er een kwaliteitskader opgesteld en daarnaast wordt nu gewerkt aan de uitwerking van drie concrete initiatieven voor huisvesting van 1.000 arbeidsmigranten. De meerderheid van de Zeeuwse gemeenten heeft een beleidskader voor de huisvesting van tijdelijke werknemers. Zo stimuleert Vlissingen actief de realisatie van kwalitatief hoogwaardige huisvesting voor arbeidsmigranten.
En is in bijvoorbeeld Terneuzen in de afgelopen jaren hoogwaardige huisvesting gerealiseerd (studio’s voor expats, een groot tijdelijk complex volgens de normen van Stichting Normering Flexwonen en een complex in Sluiskil).
36
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
Bijlage B: Regionale behoefte In deze bijlage maken we per regio een indicatieve uitsplitsing van de behoefte aan flexwonen vanuit de specifieke doelgroepen die aan bod komen in dit onderzoek. De aantallen zoals hier geraamd zijn indicatief. Waar mogelijk splitsen we de behoefte uit naar de 5 Zeeuwse regio’s: de Bevelanden, SchouwenDuiveland, Tholen, Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen. Echter, voor bepaalde doelgroepen zijn gegevens alleen op regionaal niveau alleen beschikbaar voor de Oosterschelderegio (De Bevelanden inclusief Schouwen-Duiveland & Tholen). We maken daarom een extra uitsplitsing voor de Oosterschelderegio.
behoefteB.1 De Bevelanden Doelgroep Scheidingsgevallen en verbroken relaties Huisuitzettingen* en gedwongen verkoop Kwetsbare doelgroepen Ex-gedetineerden MBO-studenten HBO- en WO-studenten Totaal, exclusief statushouders Statushouders Totaal, inclusief statushouders
Opgave De Bevelanden Minimaal 29 30 tot 61 Zie factsheet Oosterschelderegio (B.4) Circa 14 Mogelijk kleine behoefte vanuit starters Weinig tot geen behoefte Minimaal ca. 73 tot 104 flexwoningen 52 tot 114 voor jonge statushouders. Minimaal ca. 125 tot 218 flexwoningen, inclusief maatwerk
Scheidingsgevallen en verbroken relaties: minimaal 29 woningen De behoefte aan flexwonen voor mensen in scheiding of met een verbroken relatie raamden we op minimaal 125 woningen op het niveau van Zeeland als geheel. Voor de regionale verdeling confronteren we deze 125 flexwoningen met het aandeel gescheiden personen per regio ten opzichte van de totalen in Zeeland. 23% van alle gescheiden personen in Zeeland is woonachtig op de Bevelanden. Met een behoefte aan 125 flexwoningen voor deze doelgroep op provinciaal niveau verwachten we op basis van de regionale verhoudingen behoefte aan minimaal 29 woningen in de flexibele schil voor deze doelgroep. Huisuitzettingen en gedwongen verkoop: circa 30 tot 61 woningen We tellen de aantallen huisuitzettingen per 10.000 inwoners voor de verschillende regio’s bij elkaar op. Vervolgens berekenen we op basis van het totale aantal inwoners het aandeel huisuitzettingen per regio. De Bevelanden telt jaarlijks gemiddeld zo’n 9 huisuitzettingen per 10.000 huishoudens. Op basis van de totale omvang van de bevolking op vindt 41% van de huisuitzettingen in Zeeland plaats op De Bevelanden. De behoefte aan 75 tot 150 woningen in de flexibele schil voor deze doelgroep vertaalt zich op het niveau van de Bevelanden naar circa 30 tot 61 flexwoningen voor mensen die gedwongen de woning moeten verlaten.
Kwetsbare doelgroepen: cijfers De Bevelanden zijn onderdeel van Oosterschelderegio Cijfers over de regionale uitstroom van kwetsbare personen worden voor De Bevelanden gerekend onder de Oosterschelderegio. Zie voor de regionale cijfers de factsheet voor de Oosterschelderegio (bijlage B.4).
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
37
Ex-gedetineerden: circa 14 woningen We confronteren de toestroom vanuit detentie naar de verschillende regio’s met de totale uitstroom in Zeeland. Zo vinden we de regionale verhoudingen. Vervolgens verdelen we behoefte aan een woning in de flexibele schil vanuit de doelgroep aan de hand van deze regionale splitsing. Op basis van het aandeel exgedetineerden dat vanuit de gevangenis toestroomt naar een gemeente op de Bevelanden verwachten we indicatief behoefte aan circa 14 flexwoningen op de Bevelanden voor deze doelgroep. Statushouders: circa 52 tot 114 woningen Indicatief verwachten we behoefte aan 190 tot 420 woningen in de flexibele schil voor de opvang van (overwegend jonge en alleenstaande) statushouders. We maken een regionale verdeling op basis van de geprognosticeerde taakstelling per regio. Op basis van de prognose landt circa 27% van de inkomende statushouders naar verwachting op de Bevelanden. Daarmee komt de behoefte uit op circa 52 tot 114 flexwoningen voor statushouders.
38
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
B.2 Schouwen-Duiveland Doelgroep Scheidingsgevallen en verbroken relaties Huisuitzettingen* en gedwongen verkoop Kwetsbare doelgroepen Ex-gedetineerden MBO-studenten HBO- en WO-studenten Totaal, exclusief statushouders Statushouders Totaal, inclusief statushouders
Opgave Schouwen-Duiveland Minimaal 11 1 tot 2 Zie factsheet Oosterschelderegio (B.4) Circa 4 Mogelijk kleine behoefte vanuit starters Weinig tot geen behoefte Minimaal ca. 16 tot 17 flexwoningen 17 tot 37 voor jonge statushouders. Minimaal ca. 33 tot 54 flexwoningen, inclusief maatwerk
Scheidingsgevallen en verbroken relaties: minimaal 11 woningen De behoefte aan flexwonen voor mensen in scheiding of met een verbroken relatie raamden we op minimaal 125 woningen op het niveau van Zeeland als geheel. Voor de regionale verdeling confronteren we deze 125 flexwoningen met het aandeel gescheiden personen per regio ten opzichte van de totalen in Zeeland. 9% van alle gescheiden personen in Zeeland is woonachtig op Schouwen-Duiveland. Met een behoefte aan 125 flexwoningen voor deze doelgroep op provinciaal niveau verwachten we op basis van de regionale verhoudingen behoefte aan minimaal 11 woningen in de flexibele schil voor deze doelgroep. Huisuitzettingen en gedwongen verkoop: circa 1 tot 2 woningen We tellen de aantallen huisuitzettingen per 10.000 inwoners voor de verschillende regio’s bij elkaar op. Vervolgens berekenen we op basis van het totale aantal inwoners het aandeel huisuitzettingen per regio. Schouwen-Duiveland telt jaarlijks gemiddeld zo’n 9 huisuitzettingen per 10.000 huishoudens. Op basis van de totale omvang van de bevolking is 1% van de huisuitzettingen op Schouwen-Duiveland. De behoefte aan 75 tot 150 woningen in de flexibele schil voor deze doelgroep vertaalt zich op het niveau van Schouwen-Duiveland naar circa 1 tot 2 flexwoningen voor mensen die gedwongen de woning moeten verlaten.
Kwetsbare doelgroepen: cijfers Schouwen-Duiveland zijn onderdeel van Oosterschelderegio Cijfers over de regionale uitstroom van kwetsbare personen worden voor Schouwen-Duiveland gerekend onder de Oosterschelderegio. Zie voor de regionale cijfers de factsheet voor de Oosterschelderegio (bijlage B.4). Ex-gedetineerden: circa 4 woningen We confronteren de toestroom vanuit detentie naar de verschillende regio’s met de totale uitstroom in Zeeland. Zo vinden we de regionale verhoudingen. Vervolgens verdelen we behoefte aan een woning in de flexibele schil vanuit de doelgroep aan de hand van deze regionale splitsing. Op basis van het aandeel exgedetineerden dat vanuit de gevangenis toestroomt naar Schouwen-Duiveland verwachten we indicatief behoefte aan circa 4 flexwoningen op Schouwen-Duiveland voor deze doelgroep. Statushouders: circa 17 tot 37 woningen Indicatief verwachten we behoefte aan 190 tot 420 woningen in de flexibele schil voor de opvang van (overwegend jonge en alleenstaande) statushouders. We maken een regionale verdeling op basis van de geprognosticeerde taakstelling per regio. Op basis van de prognose landt circa 9% van de inkomende statushouders naar verwachting op Schouwen-Duiveland. Daarmee komt de behoefte uit op circa 17 tot 37 flexwoningen voor statushouders.
39
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
B.3 Tholen Doelgroep Scheidingsgevallen en verbroken relaties Huisuitzettingen* en gedwongen verkoop Kwetsbare doelgroepen Ex-gedetineerden MBO-studenten HBO- en WO-studenten Totaal, exclusief statushouders Statushouders Totaal, inclusief statushouders
Opgave Tholen Minimaal 6 7 tot 15 Zie factsheet Oosterschelderegio (B.4) Circa 1 Mogelijk kleine behoefte vanuit starters Weinig tot geen behoefte Minimaal ca. 14 tot 22 flexwoningen 13 tot 28 voor jonge statushouders. Minimaal ca. 27 tot 50 flexwoningen, inclusief maatwerk
*Van verbroken relaties, en van gedwongen verkopen, zijn geen aparte gegevens beschikbaar op regionaal niveau. We confronteren daarom voor de doelgroep scheidingsgevallen en verbroken relaties de regionale verdeling van het aantal gescheiden personen met de totale behoefte aan flexwonen door scheidingen én verbroken relaties. Voor gedwongen verkopen confronteren we de regionale verrhoudingen voor huisuitzettingen met de totale behoefte aan flexwonen door huisuitzettingen én gedwongen verkopen.
Scheidingsgevallen en verbroken relaties: minimaal 6 woningen De behoefte aan flexwonen voor mensen in scheiding of met een verbroken relatie raamden we op minimaal 125 woningen op het niveau van Zeeland als geheel. Voor de regionale verdeling confronteren we deze 125 flexwoningen met het aandeel gescheiden personen per regio ten opzichte van de totalen in Zeeland. 5% van alle gescheiden personen in Zeeland is woonachtig in Tholen. Met een behoefte aan 125 flexwoningen voor deze doelgroep op provinciaal niveau verwachten we op basis van de regionale verhoudingen behoefte aan minimaal 6 woningen in de flexibele schil voor deze doelgroep. Huisuitzettingen en gedwongen verkoop: circa 7 tot 15 woningen We tellen de aantallen huisuitzettingen per 10.000 inwoners voor de verschillende regio’s bij elkaar op. Vervolgens berekenen we op basis van het totale aantal inwoners het aandeel huisuitzettingen per regio. Tholen telt jaarlijks gemiddeld zo’n 28 huisuitzettingen per 10.000 huishoudens. Op basis van de totale omvang van de bevolking is 10% van de huisuitzettingen in Tholen. De behoefte aan 75 tot 150 woningen in de flexibele schil voor deze doelgroep vertaalt zich op het niveau van Tholen naar circa 7 tot 15 flexwoningen voor mensen die gedwongen de woning moeten verlaten.
Kwetsbare doelgroepen: cijfers Tholen zijn onderdeel van Oosterschelderegio Cijfers over de regionale uitstroom van kwetsbare personen worden voor Tholen gerekend onder de Oosterschelderegio. Zie voor de regionale cijfers de factsheet voor de Oosterschelderegio (bijlage B.4). Ex-gedetineerden: circa 1 woning We confronteren de toestroom vanuit detentie naar de verschillende regio’s met de totale uitstroom in Zeeland. Zo vinden we de regionale verhoudingen. Vervolgens verdelen we behoefte aan een woning in de flexibele schil vanuit de doelgroep aan de hand van deze regionale splitsing. Op basis van het aandeel exgedetineerden dat vanuit de gevangenis toestroomt naar Tholen verwachten we indicatief behoefte aan circa 1 flexwoning in Tholen voor deze doelgroep. Statushouders: circa 13 tot 28 woningen Indicatief verwachten we behoefte aan 190 tot 420 woningen in de flexibele schil voor de opvang van (overwegend jonge en alleenstaande) statushouders. We maken een regionale verdeling op basis van de geprognosticeerde taakstelling per regio. Op basis van de prognose landt circa 7% van de inkomende statushouders naar verwachting op Tholen. Daarmee komt de behoefte uit op circa 13 tot 28 flexwoningen voor statushouders.
40
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
B.4 Oosterschelderegio (De Bevelanden, Schouwen-Duiveland en Tholen) Doelgroep Scheidingsgevallen en verbroken relaties Huisuitzettingen* en gedwongen verkoop Kwetsbare doelgroepen Ex-gedetineerden MBO-studenten HBO- en WO-studenten Totaal, exclusief statushouders Statushouders Totaal, inclusief statushouders
Opgave Oosterschelderegio Minimaal 46 38 tot 64 Circa 4 tot 8 Circa 19 Mogelijk kleine behoefte vanuit starters Weinig tot geen behoefte Minimaal ca. 103 tot 143 flexwoningen 82 tot 179 voor jonge statushouders. Minimaal ca. 185 tot 322 flexwoningen, inclusief maatwerk
*Van verbroken relaties, en van gedwongen verkopen, zijn geen aparte gegevens beschikbaar op regionaal niveau. We confronteren daarom voor de doelgroep scheidingsgevallen en verbroken relaties de regionale verdeling van het aantal gescheiden personen met de totale behoefte aan flexwonen door scheidingen én verbroken relaties. Voor gedwongen verkopen confronteren we de regionale verrhoudingen voor huisuitzettingen met de totale behoefte aan flexwonen door huisuitzettingen én gedwongen verkopen.
Scheidingsgevallen en verbroken relaties: minimaal 46 woningen We tellen de behoefte op De Bevelanden, Schouwen-Duiveland en Tholen bij elkaar op. Voor de Oosterschelderegio verwachten we behoefte aan minimaal 46 woningen in de flexibele schil. Huisuitzettingen en gedwongen verkoop: circa 38 tot 64 woningen We tellen de behoefte op De Bevelanden, Schouwen-Duiveland en Tholen bij elkaar op. De behoefte aan woningen in de flexibele schil voor deze doelgroep is voor de Oosterschelderegio circa 38 tot 64 flexwoningen. Kwetsbare doelgroepen: circa 4 tot 8 woningen Op basis van de regionale indicatieve verwachte woningvraag door uitstroom kwetsbare personen vanuit opvang vinden we het aandeel personen met een woonvraag vanuit kwetsbare doelgroepen per regio. Op basis van de cijfers landt circa 26% van de uitstroom naar verwachting in de Oosterschelderegio. De behoefte aan 5 tot 30 woningen in de flexibele schil voor deze doelgroep vertaalt zich op basis van een aandeel 26% tot een indicatieve regionale behoefte voor 4 tot 8 flexwoningen. Ex-gedetineerden: circa 19 woningen We confronteren de toestroom vanuit detentie naar de verschillende regio’s met de totale uitstroom in Zeeland. Zo vinden we de regionale verhoudingen. Vervolgens verdelen we behoefte aan een woning in de flexibele schil vanuit de doelgroep aan de hand van deze regionale splitsing.
Op basis van het aandeel exgedetineerden dat vanuit de gevangenis toestroomt naar Walcheren verwachten we indicatief behoefte aan circa 1 flexwoning op Walcheren voor deze doelgroep. Statushouders: circa 82 tot 179 woningen We tellen de verwachte behoefte voor De Bevelanden, Schouwen-Duiveland en Tholen bij elkaar op. De optelsom resulteert in een behoefte voor de Oosterschelderegio aan circa 82 tot 179 flexwoningen voor statushouders.
41
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
B.5 Walcheren Doelgroep Scheidingsgevallen en verbroken relaties Huisuitzettingen* en gedwongen verkoop Kwetsbare doelgroepen Ex-gedetineerden MBO-studenten HBO- en WO-studenten Totaal, exclusief statushouders Statushouders Totaal, inclusief statushouders
Opgave Walcheren Minimaal 41 32 tot 64 Circa 5 tot 10 Circa 35 Mogelijk kleine behoefte vanuit starters Weinig tot geen behoefte Minimaal ca. 113 tot 150 flexwoningen 57 tot 125 voor jonge statushouders. Minimaal ca. 170 tot 275 flexwoningen, inclusief maatwerk
*Van verbroken relaties, en van gedwongen verkopen, zijn geen aparte gegevens beschikbaar op regionaal niveau. We confronteren daarom voor de doelgroep scheidingsgevallen en verbroken relaties de regionale verdeling van het aantal gescheiden personen met de totale behoefte aan flexwonen door scheidingen én verbroken relaties. Voor gedwongen verkopen confronteren we de regionale verrhoudingen voor huisuitzettingen met de totale behoefte aan flexwonen door huisuitzettingen én gedwongen verkopen.
Scheidingsgevallen en verbroken relaties: minimaal 41 woningen De behoefte aan flexwonen voor mensen in scheiding of met een verbroken relatie raamden we op minimaal 125 woningen op het niveau van Zeeland als geheel. Voor de regionale verdeling confronteren we de 125 flexwoningen met het aandeel gescheiden personen per regio. 33% van gescheiden personen in Zeeland is woonachtig op Walcheren. Met een behoefte aan 125 flexwoningen voor deze doelgroep op provinciaal niveau verwachten we op basis van de regionale verhoudingen behoefte aan minimaal 41 woningen in de flexibele schil voor deze doelgroep. Huisuitzettingen en gedwongen verkoop: circa 32 tot 64 woningen We tellen de aantallen huisuitzettingen per 10.000 inwoners voor de verschillende regio’s bij elkaar op. Vervolgens berekenen we op basis van het totale aantal inwoners het aandeel huisuitzettingen per regio. Tholen telt jaarlijks gemiddeld zo’n 28 huisuitzettingen per 10.000 huishoudens. Op basis van de totale omvang van de bevolking is 43% van de huisuitzettingen op Walcheren. De behoefte aan 75 tot 150 woningen in de flexibele schil voor deze doelgroep vertaalt zich op het niveau van Walcheren naar circa 32 tot 64 flexwoningen voor mensen die gedwongen de huurwoning hebben moeten verlaten.
Kwetsbare doelgroepen: circa 5 tot 10 woningen Op basis van de regionale indicatieve verwachte woningvraag door uitstroom kwetsbare personen vanuit opvang vinden we het aandeel personen met een woonvraag vanuit kwetsbare doelgroepen per regio. Op basis van de cijfers landt circa 35% van de uitstroom naar verwachting op Walcheren. De behoefte aan 15 tot 30 woningen in de flexibele schil voor deze doelgroep vertaalt zich op basis van een aandeel 35% tot een indicatieve regionale behoefte voor 5 tot 10 flexwoningen. Ex-gedetineerden: circa 35 woningen We confronteren de toestroom vanuit detentie naar de verschillende regio’s met de totale uitstroom in Zeeland. Zo vinden we de regionale verhoudingen. Vervolgens verdelen we behoefte aan een woning in de flexibele schil vanuit de doelgroep aan de hand van deze regionale splitsing. Op basis van het aandeel exgedetineerden dat vanuit de gevangenis toestroomt naar Walcheren verwachten we indicatief behoefte aan circa 35 flexwoningen op Walcheren voor deze doelgroep. Statushouders: circa 57 tot 125 woningen Indicatief verwachten we behoefte aan 190 tot 420 woningen in de flexibele schil voor de opvang van (overwegend jonge en alleenstaande) statushouders. We maken een regionale verdeling op basis van de taakstelling per regio. Op basis van de prognose landt circa 30% van de statushouders naar verwachting op Walcheren.
Daarmee komt de behoefte uit op circa 57 tot 125 flexwoningen voor statushouders.
42
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
B.6 Zeeuws-Vlaanderen Doelgroep Scheidingsgevallen en verbroken relaties Huisuitzettingen* en gedwongen verkoop Kwetsbare doelgroepen Ex-gedetineerden MBO-studenten HBO- en WO-studenten Totaal, exclusief statushouders Statushouders Totaal, inclusief statushouders
Opgave Zeeuws-Vlaanderen Minimaal 38 4 tot 8 Circa 5 tot 12 Circa 16 Mogelijk kleine behoefte vanuit starters Weinig tot geen behoefte Minimaal ca. 63 tot 74 flexwoningen 52 tot 116 voor jonge statushouders. Minimaal ca. 115 tot 190 flexwoningen, inclusief maatwerk
*Van verbroken relaties, en van gedwongen verkopen, zijn geen aparte gegevens beschikbaar op regionaal niveau. We confronteren daarom voor de doelgroep scheidingsgevallen en verbroken relaties de regionale verdeling van het aantal gescheiden personen met de totale behoefte aan flexwonen door scheidingen én verbroken relaties. Voor gedwongen verkopen confronteren we de regionale verrhoudingen voor huisuitzettingen met de totale behoefte aan flexwonen door huisuitzettingen én gedwongen verkopen.
Scheidingsgevallen en verbroken relaties: minimaal 38 woningen De behoefte aan flexwonen voor mensen in scheiding of met een verbroken relatie raamden we op minimaal 125 woningen op het niveau van Zeeland als geheel. Voor de regionale verdeling confronteren we de 125 flexwoningen met het aandeel gescheiden personen per regio. 30% van gescheiden personen in Zeeland is woonachtig in Zeeuws-Vlaanderen. Met een behoefte aan 125 flexwoningen voor deze doelgroep op provinciaal niveau verwachten we op basis van de regionale verhoudingen behoefte aan minimaal 38 woningen in de flexibele schil voor deze doelgroep. Huisuitzettingen en gedwongen verkoop: circa 4 tot 8 woningen We tellen de aantallen huisuitzettingen per 10.000 inwoners voor de verschillende regio’s bij elkaar op. Vervolgens berekenen we op basis van het totale aantal inwoners het aandeel huisuitzettingen per regio. Zeeuws-Vlaanderen telt jaarlijks gemiddeld zo’n 28 huisuitzettingen per 10.000 huishoudens. Op basis van de bevolkingsgrootte wordt circa 43% van de huisuitzettingen voltrokken in Zeeuws-Vlaanderen. De behoefte aan 75 tot 150 woningen in de flexibele schil voor deze doelgroep vertaalt zich op het niveau van Zeeuws-Vlaanderen naar circa 4 tot 8 flexwoningen voor mensen die gedwongen de huurwoning hebben moeten verlaten.
Kwetsbare doelgroepen: circa 5 tot 12 woningen Op basis van de regionale indicatieve verwachte woningvraag door uitstroom kwetsbare personen vanuit opvang vinden we het aandeel personen met een woonvraag vanuit kwetsbare doelgroepen per regio. Op basis van de cijfers landt circa 39% van de uitstroom naar verwachting in Zeeuws-Vlaanderen. De behoefte aan 15 tot 30 woningen in de flexibele schil voor deze doelgroep vertaalt zich op basis van een aandeel 39% tot een indicatieve regionale behoefte voor 5 tot 12 flexwoningen. Ex-gedetineerden: circa 16 woningen We confronteren de toestroom vanuit detentie naar de verschillende regio’s met de totale uitstroom in Zeeland. Zo vinden we de regionale verhoudingen. Vervolgens verdelen we behoefte aan een woning in de flexibele schil vanuit de doelgroep aan de hand van deze regionale splitsing. Op basis van het aandeel exgedetineerden dat vanuit de gevangenis toestroomt naar Zeeuws-Vlaanderen verwachten we indicatief behoefte aan circa 16 flexwoningen op Walcheren voor deze doelgroep. Statushouders: circa 52 tot 116 woningen Indicatief verwachten we behoefte aan 190 tot 420 woningen in de flexibele schil voor de opvang van (overwegend jonge en alleenstaande) statushouders. We maken een regionale verdeling op basis van de taakstelling per regio.
Op basis van de prognose landt circa 28% van de statushouders naar verwachting op Zeeuws-Vlaanderen. Daarmee komt de behoefte uit op circa 52 tot 116 flexwoningen voor statushouders.