Stec Groep 20.340 - Onderzoek flexwonen Zeeland - eindversie
Tekst van het document
Onderzoek flexwonen Zeeland
Stec Groep aan de provincie Zeeland en de Zeeuwse gemeenten
Sven Beekers, Marvin Thomasia & Lukas Meuleman 12 juli 2021
2
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Conclusies
5
3
Aanbevelingen
7
Houd rekening met brede functie flexwonen voor woningmarkt ........ 7 Monitor behoefte en ontwikkeling aanbod flexwonen ......................... 7 Heb oog voor de complexe doelgroepen, maatwerk blijft nodig ........ 7 Trek als stakeholders samen op om pilots tot succes te maken .......... 8
Bijlage A: Verdieping per doelgroep
9
A.1 Scheidingsgevallen en mensen met een verbroken relatie ........................ 9 A.2 Huisuitzettingen en gedwongen verkoop................................................... 12 A.3 Uitstroom kwetsbare groepen (maatschappelijke opvang en beschermd wonen) ................................................................................ 15 A.4 Ex-gedetineerden ......................................................................................... 17 A.5 Statushouders .............................................................................................. 20 A.6 MBO-studenten ............................................................................................ 24 A.7 HBO- en WO-studenten ............................................................................... 26 A.8 Buitenlandse werknemers ........................................................................... 32
Bijlage B: Regionale behoefte
36
B.1 De Bevelanden .............................................................................................. 36 B.2 Schouwen-Duiveland ................................................................................... 38 B.3 Tholen ............................................................................................................ 39 B.4 Oosterschelderegio (De Bevelanden, Schouwen-Duiveland en Tholen) .................................................................................................... 40 B.5 Walcheren ..................................................................................................... 41 B.6 Zeeuws-Vlaanderen ...................................................................................... 42
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
3
1 Inleiding Grote behoefte aan flexwonen als gevolg van maatschappelijke en Zeeuwse ontwikkelingen De Zeeuwse gemeenten en provincie constateren dat een flexibele schil in de woningmarkt ontbreekt. Aan een flexibele schil is behoefte ontstaan door maatschappelijke en Zeeland-specifieke ontwikkelingen. Zo worden arbeids-, relatie-, consumptie- en vervoerspatronen steeds dynamischer. Bovendien wordt een toename van nieuwkomers op de woningmarkt gesignaleerd die snel behoefte hebben aan een woonruimte en speelt lokaal een groeiende leegstand van bestaande niet-wonen gebouwen. Voor Zeeland speelt daarnaast nog een tijdelijke behoefte aan woningen die op termijn door de vergrijzing weer komt te vervallen. Dit vraagt om doordachte afwegingen: waar is permanente bouw nodig en waar biedt flexwonen uitkomst? Het realiseren van tijdelijke woningen draagt zo bij aan het bieden van passend aanbod voor specifieke doelgroepen die niet terecht kunnen (of willen) in de reguliere woningvoorraad. Tegelijkertijd voorkomt of beperkt het flexwonen ook mogelijk een toekomstig overaanbod van woningen. Toewerken naar een flexibele schil vanuit de Zeeuwse Woonagenda Zeeuwse gemeenten en provincie Zeeland werken op het gebied van wonen samen, zoals uitgewerkt in de Zeeuwse Woonagenda.
Binnen de actielijn ‘flexibele schil’ willen gemeenten en provincie samen met woonpartners actief inzetten op flexwonen, en het op- en uitbouwen van een flexibele schil in Zeeland. FLEXWONEN ALS OP- OF TUSSENSTAP NAAR REGULIERE WONING OP TERMIJN De flexibele schil voorziet in een tijdelijke behoefte vanuit specifieke doelgroepen en dient als op- of tussenstap naar een reguliere woning. Flexwoningen zelf kunnen tijdelijk van aard zijn (verplaatsbaar), het kan gaan om verhuur die tijdelijk van aard is, of om een combinatie van beide. Flexwonen kan worden gerealiseerd in nieuwbouw, transformatiepanden en in de vorm van modulaire verplaatsbare woonunits. Gezamenlijk onderzoek naar flexwonen als basis voor pilots Een belangrijke eerste stap richting op- en uitbouw van de flexibele schil is het helder hebben van de behoefte aan flexwonen, en het identificeren van geschikte locaties binnen de provincie. Dit rapport is hiertoe een uitwerking van de inzichten uit het gezamenlijke flexwonen-onderzoek.
De volgende vragen komen aan bod: • Wat is de behoefte aan flexwonen in Zeeland voor andere doelgroepen dan buitenlandse werknemers? o Scheidingsgevallen en mensen met een verbroken relatie o Huisuitzettingen en gedwongen verkoop o Kwetsbare doelgroepen o Statushouders o Ex-gedetineerden o MBO- HBO- en WO-studenten • Wat is het profiel van de doelgroepen en wat is hun woonbehoefte (woonvorm- en locatie?) • Hoe verhoudt dit zich tot de bestaande capaciteit aan (flex)wonen in Zeeland? • Wat is de behoefte aan extra capaciteit voor de verschillende doelgroepen, nu en over tien jaar? Leeswijzer In hoofdstuk 2 zetten we de belangrijkste conclusies op een rij. In hoofdstuk 3 doen we enkele aanbevelingen die volgen uit de conclusies. De uitgebreide (onderliggende) analyse per doelgroep is uitgewerkt in bijlage A. In bijlage B is voor de specifieke doelgroepen een regionale uitsplitsing gemaakt.
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
FLEXWONEN VERVULT BREDE ROL OP WONINGMARKT We benadrukken dat flexwonen een brede rol vervult op de woningmarkt: deze rol gaat verder dan het bedienen van de vraag vanuit de hier specifiek onderzochte doelgroepen. Een flexibele schil kan ook ruimte bieden aan starters die in de huidige hoogconjunctuur moeilijk aan een reguliere woning komen, aan huishoudens die van buiten de regio naar Zeeland trekken voor werk, maar nog niet direct een woning hebben, of aan huishoudens die letterlijk wachten op hun nieuwe woning (bij vertraagde nieuwbouw, herstructurering, et cetera).
4
5
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
2 Conclusies In dit hoofdstuk trekken we de belangrijkste conclusies ten aanzien van de behoefte aan flexwonen in Zeeland. We vatten de kwantitatieve behoefte samen en geven de kwalitatieve behoefte per doelgroep overzichtelijk weer in tabellen. De uitgebreide analyses staan in bijlage A. Behoefte flexwonen: 275 tot 375 flexwoningen voor deel kwetsbare doelgroepen en urgente situaties Op basis van de analyse per doelgroep (hoofdstuk 3) verwachten we op het niveau van Zeeland behoefte aan minimaal 275 tot 375 flexwoningen. Deze woningen zijn geschikt voor een klein deel van de kwetsbare doelgroepen, ex-gedetineerden en mensen die een tijdelijke woning zoeken na scheiding of het eindigen van de relatie. De instroom van statushouders fluctueert sterk. Voor deze doelgroep maken we een indicatieve berekening op basis van het percentage jongeren onder statushouders. Buitenlandse werknemers nemen we apart op in dit onderzoek. Op hoofdlijnen is naar deze doelgroep al onderzoek gedaan in het KWOZ. De resultaten zijn voor de volledigheid opgenomen in bijlage A (paragraaf A.8). Voor doelgroepen van waaruit de vraag in aantallen relatief beperkt lijkt, zoals vanuit kwetsbare doelgroepen en in mindere mate ex-gedetineerden, kan flexwonen juist heel erg belangrijk zijn.
Ook deze doelgroepen zitten nu soms in de knel en verdienen dus aandacht bij het op- en uitbouwen van de flexibele schil in Zeeland. Flexwonen jaarlijks mogelijk geschikte oplossing voor circa 190 tot 420 jonge statushouders Op basis van historische migratiestromen verwachten we een jaarlijkse opgave van circa 330 tot maximaal 720 personen die gemeenten jaarlijks moeten huisvesten in Zeeland. We verwachten dat flexwonen vooral vraag voor jonge (alleenstaande) statushouders passend kan zijn. Medio 2021 was 59% van de instromers tussen de 18 en 35 jaar (bron: COA, juni 2021). Dit percentage (59%) betrekken we op de taakstelling: dit is de behoefte aan flexwonen vanuit de meest kansrijke doelgroep jongvolwassenen. Jaarlijks gaat het om circa 190 tot 420 personen. Migratiestromen fluctueren echter sterk. Maatwerk door corporaties en gemeenten is nodig. Tabel 1: Overzicht indicatieve behoefte flexwonen Doelgroep Scheidingsgevallen en verbroken relaties Huisuitzettingen* en gedwongen verkoop Kwetsbare doelgroepen Ex-gedetineerden MBO-studenten HBO- en WO-studenten Totaal, exclusief statushouders Statushouders Totaal, inclusief statushouders
Opgave Zeeland Minimaal 125 flexwoningen 75 tot 150 flexwoningen 15 tot 30 flexwoningen 60 tot 70 flexwoningen Mogelijk kleine behoefte vanuit starters Weinig tot geen behoefte Minimaal ca. 275 tot 375 flexwoningen 190 tot 420 voor jonge statushouders. Gebaseerd op taakstelling en aandeel jongeren onder instromers (59%). Voor jaarlijkse fluctuaties en gerichte opgave (groepswoningen met gemengde doelgroepen) is afstemming noodzakelijk Minimaal ca. 465 tot 795 flexwoningen, inclusief maatwerk
6
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
AANTALLEN VORMEN INDICATIE OM TOT PASSENDE FLEXIBELE SCHIL TE KOMEN De behoefteaantallen zoals geraamd in deze rapportage zijn indicatief. De beschikbaarheid en kwaliteit van informatie verschilt per doelgroep. Ook is mogelijk sprake van enige overlap tussen doelgroepen. Zo kan een ex-gedetineerde uiteindelijk ook een dakloze zijn, kan gedwongen verkoop het resultaat zijn van het verbreken van een relatie, et cetera. Het beeld is dan ook niet 100% sluitend, maar geeft wel sterk onderbouwd zicht op de omvang van de vraag vanuit verschillende doelgroepen. Het geeft een solide basis om, samen met de informatie over kwalitatieve behoefte, onderbouwd tot een passend flexwoonaanbod te komen. MBO-studenten: bestaande woonvormen volstaan voor beperkte groep uitwonenden, flexwonen kan uitkomst bieden voor deel starters dat MBO-opleiding volgt We zien niet of nauwelijks behoefte aan (meer) flexwonen voor MBO-studenten. Deze doelgroep woont – mede door de relatief jonge leeftijd – nog vaak in het ouderlijk huis. Een klein deel woont wel op kamers, bijvoorbeeld omdat dit sterk aan te raden is bij specifieke praktijkopleidingen of vanwege de intrinsieke wens om uit huis te gaan. Bestaande oplossingen die worden aangeboden via studentenhuisvestingaanbieders (al dan niet in samenwerking met woningcorporaties) volstaan.
In de toekomst zal het aantal MBO-studenten in Zeeland bovendien naar verwachting eerder licht dalen dan stijgen. Tegelijkertijd is het aandeel van de MBO-studenten dat uit huis woont vaak een reguliere starter (en woont dus niet in een studentenkamer). Voor deze groep kan flexwonen juist interessant zijn. Zie ook aanbeveling 1. Afstemming ambities en monitoring ontwikkeling HBO- en WO-studenten cruciaal Er wonen ruim 1.500 HBO- en WO-studenten op zichzelf in Middelburg en Vlissingen. Vlissingen telt zo’n 740 uitwonende studenten, in Middelburg zijn het er ongeveer 770. In 2025 telt Zeeland naar verwachting zo’n 1.650 tot 2.050 uitwonende studenten, afhankelijk van trends en (de effectiviteit van) beleid. Kwalitatieve eisen verschillen per doelgroep, menging doorgaans goed mogelijk Naast de kwantitatieve behoefte aan flexwonen vanuit de verschillende doelgroepen brengen we ook in beeld hoe flexwonen er voor de verschillende doelgroepen kwalitatief uit ziet. Daarbij kijken we naar de best passende woonvorm, welke type locatie meer- en minder kansrijk is en of doelgroepen goed samen gaan met andere doelgroepen. In bijlage A vindt u de bevindingen per doelgroep, onderstaande tabel geeft een beknopt overzicht. Tabel 2: Kwalitatieve kenmerken flexwonen voor de verschillende doelgroepen Doelgroep Huisuitzettingen en gedwongen verkoop
Kenmerken flexwoning -
Scheidingsgevallen en verbroken relaties Kwetsbare doelgroepen
Ex-gedetineerden
Statushouders
Studenten
Snel beschikbaar Mag bescheiden zijn mits betaalbaar (en geen kinderen) Eigen voorzieningen
Kleinschalig, met eigen voorzieningen. Kleinschalig, met eigen voorzieningen. Voor klein aandeel specifiek combinatie van wonen en zorg. Voor alleenstaanden (gemengde) woongroep of woonunit (bijvoorbeeld Tiny House). Voor gezinnen eengezinswoning (bij voorkeur een reguliere woning). Geclusterd in campusvormen
Kenmerken locatie Middenin de maatschappij.
Middenin de maatschappij. Voor klein deel juist prikkelarm in buitengebied. Merendeel midden in de stad/kern, bij risico op overlast juist meer aan de rand. Middenin de maatschappij, nabij voorzieningen en OV.
Vooral in stedelijk gebied en nabij onderwijsinstellingen.
Combinatie met andere doelgroepen mogelijk? Complexe situatie met bredere hulpvraag? Dan mogelijk niet. Regulier huishouden met gedwongen verkoop? Dan wel. Ja. Ja, maar afhankelijk van mate waarin begeleiding nog sterk nodig is. Beperkt, mede afhankelijk van individuele situatie. Niet clusteren als doelgroep op zich. Ja, in het bijzonder alleenstaanden in gemengde woongroep met ‘buddy’.
Ja.
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
7
3 Aanbevelingen Houd rekening met brede functie flexwonen voor woningmarkt Dit richt zich op een aantal specifieke doelgroepen voor wie flexwonen uitkomst kan bieden. Het zijn doelgroepen die niet terecht kunnen (of willen) in de reguliere woningvoorraad. Flexwonen kan echter een brede functie vervullen binnen de woningmarkt. Zo kan een flexibele schil ook ruimte bieden aan starters die in de huidige hoogconjunctuur moeilijk aan een reguliere woning komen, aan huishoudens die van buiten de regio naar Zeeland verhuizen voor werk maar niet direct een woning hebben, of aan huishoudens die wachten op een nieuwe woning (vertraagde nieuwbouw, herstructurering, et cetera). Houd bij het opzetten van pilots rekening met de functie die flexwonen vanuit dit bredere perspectief kan vervullen. De behoefte vanuit de verschillende doelgroepen zoals hier onderzocht is nadrukkelijk geen blauwdruk voor wat waar voor wie moet komen, maar biedt een onderbouwde basis om pilots op te zetten. Het geeft zicht op de minimale behoefte aan flexwonen vanuit de specifieke genoemde doelgroepen. De pilots hoeven zich nadrukkelijk niet te beperken tot de hier onderzochte doelgroepen, maar kunnen juist voor een brede doelgroep uitkomst bieden.
Monitor behoefte en ontwikkeling aanbod flexwonen Het huidige aanbod flexwonen is in Zeeland relatief beperkt. Bestaande voorbeelden betreffen overwegend (al dan niet grootschalige) logieslocaties voor arbeidsmigranten. Daarnaast zijn er kleinschalige vormen van begeleid wonen en enkele kleinschalige initiatieven met tijdelijke modulaire woonunits. Voor de behoeftekant geeft voorliggende rapportage een goed beeld van de actuele behoefte. Dit is echter een momentopname. Blijf de ontwikkeling van het aanbod én de behoefte monitoren om als woningmarktpartners samen lessen te trekken uit gerealiseerde initiatieven en optimaal te kunnen blijven inspelen op de behoefte. Monitoring kan onder andere concreet worden ingevuld door: • Als gemeenten, provincie en woningcorporaties nauw contact te blijven onderhouden over de te verwachten taakstelling voor de komende jaren. De instroom van asielzoekers is een goede voorspeller voor de korte en middellange termijn. • Door periodiek, bijvoorbeeld eens per jaar, vanuit het thema wonen in gesprek te gaan met hulpverleningsinstanties zoals het Leger des Heils en het Zorg- en Veiligheidshuis. Betrek hierbij ook het CZW Bureau.
Zijn er veranderingen in de problemen waar kwetsbare doelgroepen tegenaan lopen bij het zoeken naar een passende woonruimte? Wordt het steeds lastiger om een passende woning te vinden, of hebben nieuwe flexwonen initiatieven het zoals bedoeld juist eenvoudiger gemaakt? Door dit periodiek te bespreken kan worden bijgestuurd. • Het aantal huisuitzettingen en gedwongen verkopen in de gaten te houden: een toename kan duiden op extra behoefte aan flexwonen, afhankelijk van de oorzaak van de stijging. De werkgroep van de actielijn ‘flexibele schil’ vanuit de Zeeuwse Woonagenda kan bewaken dat deze monitoring ook daadwerkelijk plaatsvindt voor de Zeeuwse regio’s.
Heb oog voor de complexe doelgroepen, maatwerk blijft nodig Voor een deel van de onderzochte doelgroepen lijken veelvoorkomende vormen van flexwonen zoals tijdelijke modulaire woonunits of getransformeerde bestaande panden minder passend. Het gaat bijvoorbeeld om personen die hun huis uit zijn gezet na aanhoudende overlast (anders dan voor wietteelt). Of om een klein aandeel van de uitstroom vanuit maatschappelijke opvang of beschermd wonen die baat heeft bij een prikkelarme omgeving. Of bijvoorbeeld een klein aandeel ex-gedetineerden dat vanwege overlast gevend gedrag minder goed in een reguliere wijk of samen met andere doelgroepen in een meer gangbare flexwoning past. Voor deze groepen zijn aanvullende woonvormen op de reguliere voorraad zeer welkom. Tegelijkertijd is de invulling hiervan complexer dan voor andere doelgroepen. Om die reden is
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
8
juist voor deze doelgroepen de eerder beschreven samenwerking in een vroeg stadium belangrijk, om te komen tot concrete initiatieven.
Trek als stakeholders samen op om pilots tot succes te maken Om te komen tot succesvolle pilots is samenwerking van groot belang. Vaak zijn er veel partijen betrokken, bijvoorbeeld om grond beschikbaar te stellen (gemeente of ontwikkelaar), de flexwoningen te exploiteren (corporatie of commerciële partij), maar soms ook bijvoorbeeld om de doelgroep te begeleiden (bijvoorbeeld uitstroom kwetsbare doelgroepen of ex-gedetineerden). Door in een vroeg stadium in overleg te gaan worden eventuele knelpunten vroeg geconstateerd en opgelost. Zo kan een concept ontstaan (combinatie van product en locatie) die specifieke doelgroepen optimaal helpt in een woningmarkt die nu voor hen niet of nauwelijks kansen biedt.
9
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
Bijlage A: Verdieping per doelgroep In deze bijlage zoomen we in op de afzonderlijke doelgroepen. We brengen voor zover mogelijk de omvang en ontwikkeling in beeld, of geven de jaarlijkse instroom op de woningmarkt. We beschrijven de dominante huidige woonsituatie, en kijken naar praktijkvoorbeelden voor flexwonen. Achtereenvolgens benaderen we behoefte vanuit de volgende doelgroepen: 1) 2) 3) 4)
Scheidingsgevallen en verbroken relaties; Huisuitzettingen en gedwongen verkoop; Kwetsbare doelgroepen; Ex-gedetineerden;
5) 6) 7) 8)
Statushouders; MBO-studenten; HBO- en WO-studenten; Buitenlandse werknemers.
Waar mogelijk maken we per doelgroep een onderbouwde inschatting van de behoefte aan flexwonen. Deze aantallen zijn nadrukkelijk geen blauwdruk. Ze geven richting bij het vormgeven aan de pilots.
A.1 Scheidingsgevallen en mensen met een verbroken relatie De flexibele schil kan uitkomst bieden bij scheidingen of verbroken relaties. Denk aan een acute behoefte voor ieder een eigen woning of verhuizen naar een tijdelijke woning in verband met betaalbaarheid. Scheidingen: jaarlijks gemiddeld 1.500 gescheiden personen in Zeeland In onderstaande figuur benaderen we het aantal scheidingsgevallen per jaar in Zeeland vanaf 2001. We zetten per jaar het aantal gescheiden personen per duizend gehuwden (paarse lijn) af tegen het totale aantal gehuwden personen in Zeeland. Zo benaderen we het jaarlijkse aantal gescheiden personen in Zeeland. Gemiddeld zijn de afgelopen decennia jaarlijks zo’n 1.500 personen gescheiden. Daarbij zijn de jaar-op-jaar verschillen relatief klein. Sinds 2001 kent Zeeland minimaal 1.360 en maximaal zo’n 1.750 scheidingsgevallen per jaar. Figuur A1: Benadering aantal gescheiden personen in Zeeland, 2001-2019 2.000 1.800 1.600 1.400 1.200 1.000 800 600 400 200 0
12,0 10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 0,0 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 Benadering aantal scheidingen (linkeras)
Bron: CBS (2020), bewerking Stec Groep (2021).
Gemiddeld aantal scheidingen per 1.000 gehuwden (rechteras)
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
10
Verbroken relaties: jaarlijks naar schatting zo’n 2.250 tot 3.000 personen in Zeeland Oude onderzoeken van onder andere het CBS geven een grove indicatie van het aantal verbroken relaties. Deze gegevens zijn helaas sterk verouderd 1, en alleen beschikbaar op landelijk niveau. Afgaand op de verhoudingen tussen het aantal echtscheidingen en verbroken (serieuze) relaties uit deze onderzoeken schatten we in dat het aantal verbroken relaties op jaarbasis rond de 1,5 tot 2 keer hoger ligt dan het aantal echtscheidingen. Daarbij houden we rekening met een dalend aandeel getrouwden onder samenwonende stellen. Het aantal verbroken relaties (zonder huwelijk) in Zeeland komt daarmee uit op grofweg 2.250 tot 3.000 personen per jaar. Huidig woningaanbod: opvang vooral in particuliere huurvoorraad of op camping of recreatiepark Scheidingsgevallen worden nu vaak opgevangen via de particuliere markt, in een reguliere huurwoning of op een recreatiepark of camping. Bewoning van een recreatiewoning wordt in deze situaties gedoogd. Afhankelijk van de regio kan men hier maximaal 6 maanden tot 1 jaar verblijven. Behoefte flexwonen: naar schatting jaarlijks 125 flexibele woonoplossingen nodig voor doelgroep Het aantal verbroken relaties plus het aantal echtscheidingen geeft een totaalbeeld van de omvang van de doelgroep: zo’n 3.750 tot 4.500 per jaar.
Een heel groot deel hiervan heeft naar verwachting geen behoefte aan flexwonen, maar wilt een reguliere woning. Op basis van het aandeel vechtscheidingen – 10 tot 15% van alle scheidingen 2 – komt het aantal heftige en acute situaties neer op zo’n 470 tot 560 gevallen per jaar. Deze huishoudens komen vaak op een recreatiepark terecht. Een deel landt in de corporatiehuur of particuliere huur. Flexwonen kan een betaalbaar, leefbaar en tijdelijk alternatief zijn. De omvang van de groep die hier specifiek behoefte aan heeft is lastig te prognosticeren. Als slechts een kwart kiest voor een flexwoning, en deze personen gemiddeld een jaar in de woning blijven, gaat het alsnog om zo’n 125 flexwoningen op het niveau van Zeeland. Let op: het geschetste beeld van de behoefte door scheidingen en verbroken relaties betreft een voorzichtige aanname. In de praktijk wijkt de behoefte mogelijk af. Op basis van de huidige bewoning op vakantieparken valt de behoefte wellicht juist hoger uit. In zekere zin is de omvang van de vraag ook afhankelijk van beleidskeuzes om een vervangingsvraag al dan niet te faciliteren. Een goede monitoring van de daadwerkelijke behoefte zoals blijkt uit proefprojecten en gerealiseerde projecten is cruciaal.
Kwalitatieve invulling flexwonen: betaalbare zelfstandige woning, snel beschikbaar Voor gescheiden gezinnen met kinderen is een oplossing in de reguliere woningvoorraad het beste, mede met oog op stabiliteit en de nabijheid van school. Voorbeelden van flexwonen voor eenoudergezinnen zijn er wel, zo blijkt uit de voorbeeldtabel op de volgende pagina. Flexwonen biedt echter primair uitkomst voor scheidingsgevallen wanneer er geen kinderen zijn. Vooral de snelle beschikbaarheid van flexwoningen ten opzichte van reguliere woningen is belangrijk. Zo kan dak/ of thuisloosheid worden voorkomen. Het gaat meestal om zelfstandige woningen (met eigen sanitair en kookgelegenheid) binnen de stad of kern, als tussenstap naar uiteindelijk weer een reguliere woning. De woonvorm kan uiteenlopen van een modulaire woonunit tot een appartement in getransformeerd vastgoed. Vaak spelen woonlasten een belangrijke rol. Dit maakt een relatief kleine woonruimte met lage maandlasten passend.
1 2
Relatie en gezin aan het begin van de 21ste eeuw (2007); Niet-gehuwde paren vaker uit elkaar (2002) Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
11
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
Voorbeelden flexwonen voor scheidingsgevallen en mensen met verbroken relatie Estafette, Hoofddorp
De Jozef, Alphen aan den Rijn
•
•
18 driekamerappartementen bedoeld voor urgente situaties eenoudergezinnen (b.v. na scheiding) • Modulair/verplaatsbaar • Tijdelijk huurcontract (max 2 jaar), met ‘ruggensteunregeling’ (extra inschrijfduur toegekend mits actief wordt gezocht) om doorstroming te bevorderen Bron: Expertisecentrum flexwonen (2021).
• •
75 studio’s in getransformeerd voormalig verzorgingstehuis Gericht op gescheiden volwassenen, statushouders en andere spoedzoekers Tijdelijke contracten (3 - 24 maanden), ook zonder inschrijftijd
12
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
A.2 Huisuitzettingen en gedwongen verkoop Gegevens van de woningcorporaties geven inzicht in het aantal huisuitzettingen per jaar. Er wordt veel gedaan om huisuitzettingen te voorkomen. Toch komt het in kleine aantallen nog voor. Flexwonen kan helpen om dak/thuisloosheid te voorkomen. Er zijn ook huishoudens die noodgedwongen hun koopwoning moeten verlaten. Dit komt voor als een woningeigenaar niet aan zijn betalingsverplichtingen richting de hypotheekverstrekker kan voldoen en beide partijen er ondanks maximale inspanning niet uitkomen. In zo’n geval kan de hypotheekverstrekker overgaan tot een executoriale verkoop. Huisuitzettingen: dalende trend door begeleiding aan de voorkant, grootste aantallen op Walcheren en in Zeeuws-Vlaanderen In onderstaande figuur 1 (links) geven we het aantal huisuitzettingen per jaar in Zeeland. Dit aantal daalde van jaarlijks ruim 65 in 2016/2017 tot jaarlijks circa 50 in 2018 en 2019. In 2020 was weer sprake van een aanzienlijke daling. Meerdere factoren spelen hierin mee: • Er is in toenemende mate begeleiding aan de voorkant om bijvoorbeeld overlast en huurachterstanden te beperken. Hierdoor worden onhoudbare situaties deels voorkomen. • In sommige gevallen wordt met huurders in overleg overeengekomen dat het huurcontract wordt opgezegd. In dat geval is er geen sprake van een formele uitzetting.
Toch hebben deze huishoudens een urgente huisvestingsbehoefte. Vaak kunnen ze niet meer bij de woningcorporatie terecht. • De sterke daling in 2020 lijkt mede samen te hangen met de coronacrisis. Woningcorporaties zijn als gevolg hiervan uit coulance terughoudender met uitzettingen. In figuur 1 (rechts) geven we het aantal huisuitzettingen per regio voor de periode 2016-2020. Om de aantallen in perspectief te plaatsen zetten we ze af tegen het totaal aantal huishoudens per regio. In totaal zijn er jaarlijks gemiddeld zo’n 15 huisuitzettingen per 10.000 huishoudens in Zeeland: • In Zeeuws-Vlaanderen (13 per 10.000 huishoudens) en op De Bevelanden en Schouwen-Duiveland ligt het aantal iets lager (circa 9 huishoudens per 10.000 inwoners). • Op Walcheren (21 per 10.000 huishoudens) en Tholen (27 per 10.000 huishoudens) ligt het aantal uitzettingen juist boven het gemiddelde. Figuur A2: Huisuitzettingen corporaties per jaar in Zeeland (links) en totaal per regio 2016-2020 (rechts) 80
60 50 40 30
21
20 10 0 2016
2017
2018
2019
2020
Bevelande n
66
huishoudens uitzettingen
38
Tholen
70
20.000
huishoudens
10.510
uitzettingen
29
ZeeuwsVlaandere Schouwen n Walcheren -Duiveland
0
huishoudens
15.500
uitzettingen
14
40.000
60.000
44.580
huishoudens
54.820
uitzettingen
114
huishoudens
49.290
uitzettingen
62
-
20
40
Bron: Zeeuwse woningcorporaties (2021), provinciale prognose Zeeland (2019) bewerking Stec Groep (2021).
60
80
100
120
13
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
We kijken primair naar Zeeland als geheel. Dit doen we omdat op regioniveau veel verschillende factoren van invloed kunnen zijn op de aantallen. Denk bijvoorbeeld aan: • het aandeel corporatiewoningen binnen de totale woningvoorraad; • het beleid van de corporatie; • het type bewoners in de corporatievoorraad, et cetera. AANLEIDING HUISUITZETTING VARIEERT, FLEXWONEN MOGELIJK NIET ATLIJD DE JUISTE OPLOSSING Oorzaken van huisuitzettingen zijn bijvoorbeeld betalingsachterstanden, of overlastsituaties waarbij geen andere oplossing voorhanden is. Ten aanzien van wietteelt hanteren corporaties een zerotolerance beleid: dit leidt tot ontbinding van het huurcontract. Afhankelijk van de aanleiding, maar ook van de mate waarin mogelijk begeleiding nodig is (bij schulden, herhaaldelijke criminele activiteiten, et cetera), kan flexwonen een oplossing bieden en op een specifieke manier worden ingevuld: middenin de maatschappij of meer aan de rand van woonkernen. Gedwongen verkoop: afgelopen jaren sterke daling in het aantal executieverkopen In onderstaande figuur geven we jaar-op-jaar het aantal executieverkopen in de provincie Zeeland. Sinds 2016 zien we een behoorlijke daling: van bijna 80 woningen in 2016 tot 23 in 2019. In de eerste helft van 2020 waren er 7 executieverkopen in heel Zeeland.
Deze daling is goed te verklaren, enerzijds vanuit het oogpunt van de aantrekkende economie (en dus een hogere inkomenszekerheid) en anderzijds door een (landelijke) sterke stijging in woningwaarden. Daarmee is er minder kans dat de hypotheek hoger is dan de waarde van de woning. Gedwongen verkoop komt zo minder voor: • hypotheekverstrekkers lopen minder risico; • woningeigenaren kiezen eerder om de woning zelf te verkopen en te profiteren van de overwaarde. Tot een executieverkoop komt het minder snel. • In 2020 speelde de coronacrisis een rol. Hypotheekverstrekkers zijn tijdens de crisis uit coulance terughoudend geweest met overgaan tot gedwongen verkoop. Figuur A3: Aantal executieverkopen per half jaar* 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0
32 35
H2 20
31 2015
45 25 2016
H1 15
2017
12
14
11
7
2018
2019
2020
Bron: Omroep Zeeland (augustus 2020) op basis van gegevens Kadaster (2020). *gegevens H2 2020 ontbreken.
Huidig woningaanbod: beperkt zicht op doelgroep, deel landt naar verwachting in particuliere verhuur Er is weinig zicht op waar huishoudens terecht komen na een huisuitzetting of gedwongen verkoop. Naar verwachting landt een deel in een opvangsituatie of raakt dakloos. De meerderheid landt echter in een particuliere huurwoning. Kopen is de duur, huren via een corporatie is na een huisuitzetting vaak enkele jaren niet mogelijk. Behoefte flexwonen: mogelijk betaalbare oplossing, behoefte aan zo’n 75 tot 150 per jaar Flexwonen kan worden ingezet voor acute situaties. Doorgaans zijn de woningen beter betaalbaar dan een reguliere woning. Op basis van pieken (2016: 144 in totaal) en dalen (voor de coronacrisis, 2019: 76) komen we uit op een bandbreedte van zo’n 75 tot 150 huishoudens per jaar met potentieel behoefte aan een flexwoning.
14
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
De daadwerkelijke behoefte ligt mogelijk lager. Voor een deel is flexwonen mogelijk geen passende oplossing, bijvoorbeeld omdat zij door wietteelt doelbewuste risico’s namen. Ook kan het zijn dat een deel bij voorkeur niet zelfstandig woont. De uitzetting is bijvoorbeeld mogelijk het gevolg van overlast of achterstallige betalingen gekoppeld aan psychische- of gedrag gerelateerde problemen. Tegelijkertijd zijn in deze cijfers alleen gevallen meegenomen waarbij het daadwerkelijk kwam tot een uitzetting of gedwongen verkoop. In de praktijk zijn er ook schrijnende gevallen van ongedwongen verkopen en contract beëindigingen bij corporaties zonder formele uitzetting. In deze situaties ontstaat toch een acute woningbehoefte. Gezien deze onzekerheid houden we vast aan de bandbreedte van 75 tot 150 huishoudens per jaar. Kwalitatieve invulling flexwonen: snel beschikbare, betaalbare zelfstandige woning in de maatschappij De snelle beschikbaarheid van een flexwoning ten opzichte van reguliere woningen weegt het zwaarst mee. Zo kan dak/thuisloosheid worden voorkomen. Het gaat om zelfstandige woningen (met eigen sanitair en kookgelegenheid) binnen de stad of kern, als tussenstap naar een reguliere woning. In veel gevallen gaat het om één- of tweepersoonshuishoudens met een beperkt budget. Dit maakt een relatief kleine woonruimte met lage maandlasten passend.
Voorbeelden flexwonen voor spoedzoekers (na uitzetting/gedwongen verkoop) Prefabwoningen Kesterenlaan, Breda
THP Blitterswijk, Venray
•
•
25 prefab woningen (tijdelijk, 10 jaar op deze locatie), verplaatsbaar/modulair • Voor aantoonbaar urgentie situaties, zoals op straat dreigen te komen door gedwongen verkoop of bij gedwongen vertrek uit studentenkamer na studie Bron: Expertisecentrum flexwonen (2021).
•
44 voormalige vakantiewoningen, gerenoveerd en nu ingezet voor spoedzoekers, naast 57 woningen voor arbeidsmigranten (met actief beheer en begeleiding) Tijdelijke huurcontracten. In 2029 wordt park afgebroken en teruggegeven aan de natuur
Gezamenlijk toewerken naar oplossingen voor complexe doelgroep Vooral mensen die dakloos dreigen te raken behoeven specifieke aandacht. Het gaat dan niet om personen die de uitzetting direct te danken hebben aan zichzelf (zoals bij wietteelt), maar juist om de groep waarbij de uitzetting het gevolg is van betaling- of gedragsproblemen en waarbij het betrekken van hulpinstanties aan de voorkant onvoldoende hielp. Deze groep heeft vaak verdergaande hulp nodig. Door de uitzetting komen ze vaak niet in aanmerking voor een nieuwe corporatiehuurwoning. Deze groep lijkt gebaat te zijn bij een maatwerkoplossing met samenwerking tussen gemeenten, woningcorporaties en de betrokken hulpinstanties.
15
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
A.3 Uitstroom kwetsbare groepen (maatschappelijke opvang en beschermd wonen) Flexwonen kan deels uitkomst bieden voor kwetsbare doelgroepen die vanuit een opvang of instelling een stap willen zetten op de woningmarkt. We onderscheiden uitstroom vanuit: • Beschermd Wonen (BW): personen die niet meer zelfstandig kunnen wonen door psychische en/of psychosociale problematiek. Als ambulante hulp aan huis (begeleid wonen) onvoldoende is, wordt via Beschermd Wonen een kamer aangeboden in een instelling of wooninitiatief. • Maatschappelijke Opvang (MO): tijdelijke huisvesting en begeleiding voor mensen die door een of meerdere problemen niet meer thuis kunnen wonen, en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan zwerfjongeren en dak- of thuislozen. • Vrouwenopvang (VO): opvang van en hulp aan mishandelde of met mishandeling bedreigde vrouwen en eventueel hun kinderen. Dit zijn vrouwen in een crisissituatie of met psychosociale en relationele problemen door lichamelijk, geestelijk en/of seksueel geweld. Indicatieve doorstroming kwetsbare groepen naar woningmarkt in Zeeuwse regio’s Het College Zorg en Welzijn (CZW) 3 bureau ontwikkelt onder andere beleid voor de opvang van maatschappelijk kwetsbare doelgroepen.
Het CZW bureau deed navraag bij de relevante betrokken partijen en de gemeenten om zo goed mogelijk zicht te krijgen op de doorstroming van deze doelgroepen richting de woningmarkt. Met de opgehaalde informatie maken we voor de komende jaren een onderbouwde inschatting van de verwachtte uitstroom vanuit de hierboven genoemde domeinen (BW, MO en VO). 4 Indicatief geven we aan hoe de spreiding over Zeeland per regio eruit ziet. Let op: het gaat niet gaat om harde prognoses, maar om een onderbouwde inschatting. Exacte aantallen wijken mogelijk af. Deze aantallen geven echter wel een reëel beeld van de orde van grootte. Zie onderstaande tabel. Tabel A1: Indicatieve verwachte woningvraag door uitstroom kwetsbare personen vanuit opvang Doelgroep
ZeeuwsVlaanderen
Walcheren
Oosterschelderegio
Doorstroming naar woningmarkt
(Bevelanden, SchouwenDuiveland, Tholen
gemiddeld per jaar in Zeeland
Beschermd Wonen
+/- 20 woningen
+/- 20 woningen
+/- 20 woningen
+/- 60 woningen
Maatschappelijke Opvang
+/- 45 woningen
+/- 35 woningen
+/- 35 woningen
+/- 115 woningen
Vrouwenopvang
+/- 45 woningen
+/- 45 woningen
+/- 20 woningen
+/- 110 woningen
Totaal
+/- 285 woningen
Bron: CZW Bureau (2021), afgerond op 5-tallen om schijnzekerheid te voorkomen: aantallen indicatief.
Huidig woningaanbod: opvang met name in corporatievoorraad, in mindere mate particuliere verhuur Kwetsbare groepen worden nu vooral opgevangen in de reguliere corporatievoorraad. Hierover zijn concrete afspraken gemaakt, bijvoorbeeld binnen de Oosterschelderegio (De Bevelanden, SchouwenDuivenland en Tholen) vanuit het actieprogramma Weer Thuis. Op de Bevelanden bestaan diverse tussenvoorzieningen zoals woonbegeleiding of een tijdelijk logeerhuis. In Middelburg staat een groepsaccommodatie voor de opvang van kwetsbare jongeren. Verder landt een (gering) deel in de particuliere huur of in een anti-kraakwoning, zonder recht op huurtoeslag. Vooral voor deze laatste groep kan het lastig zijn een passende nieuwe woning te vinden.
Voor het College Zorg en Welzijn, een bestuurlijk overleg van dertien Zeeuwse gemeenten en de provincie, wordt via het CZW bureau de beleidsvoorbereiding en -uitvoering vorm gegeven, op verschillende beleidsterreinen 4 Na correctie aantallen naar de Wet langdurige zorg 3
16
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
Behoefte flexwonen: geschikt voor beperkte groep (max 5 tot 10%), maatwerk is belangrijk Flexwonen is mogelijk een (tijdelijke) oplossing voor slechts een klein deel van de kwetsbare doelgroepen. Naar schatting gaat het om maximaal 5 tot 10% van de gevallen. Wanneer we dit projecteren op de circa 285 gevallen per jaar, komt dit uit op grofweg 15 tot 30 potentiële flexwoningen op Zeeuws niveau. Op basis van gesprekken met het CZW bureau en woningcorporaties lijkt flexwonen meestal niet de juiste oplossing. Voor het leeuwendeel van de kwetsbare doelgroepen is een nieuwe vaste woonplek in een rustige omgeving cruciaal. Het lukt nu vaak al goed om deze doelgroepen in een corporatiewoning te huisvesten. Dit wordt verder gestimuleerd en ondersteund vanuit het actieprogramma Weer Thuis. Flexwonen kan passend zijn voor personen die bij uitstroom uit hun huidige verblijf: • relatief beperkte ondersteuning nodig hebben; • goed zelfstandig kunnen wonen en; • behoefte hebben aan een tijdelijke woning als opstap naar een permanente woning elders. Kwalitatieve invulling flexwonen: zelfstandige woonruimte om (weer) op eigen benen te (leren) staan Voor het relatief kleine aandeel waarvoor flexwonen uitkomst kan bieden gaat het om woonvormen waarin deze personen (weer) een eerste stap zetten naar volledig zelfstandig wonen, met voor nu nog (lichte) begeleiding dichtbij.
Het kan gaan om tijdelijke modulaire woningen of getransformeerd bestaand vastgoed. Daarbij is van belang: • Aansluiting met stad of woonkern om optimaal het zelfstandig wonen en deelnemen aan de maatschappij te bevorderen. • De woonruimten beschikken over eigen voorzieningen (keukenblok, sanitair). Voor de kwetsbare doelgroepen is afstemming met betrokken instanties belangrijk: de precieze locatie, opzet van de woningen en de begeleiding moeten goed aansluiten bij de specifieke behoefte in de betreffende gemeente of regio. Gezien de relatief kleine jaarlijkse opgave zal het in de meeste gevallen gaan om maatwerk in een geclusterd concept, met een passende combinatie van wonen en zorg. Voorbeelden flexwonen voor kwetsbare doelgroepen Jongerenhuis de Bevelanden, Goes
Place2BU, Leidsche Rijn, Utrecht
•
• •
9 appartementen in voormalige school Voor jongeren die om verschillende redenen niet meer thuis wonen • Bewoning en begeleiding maximaal 2 jaar, daarna is het de bedoeling dat ze op eigen benen staan Bron: Expertisecentrum flexwonen (2021).
•
•
490 eenkamerstudio’s + gemeenschappelijke ruimten Mix van uitstroom MO, statushouders en starters Gemeente Utrecht is samen met Lister, Leger Des Heils, Stichting de Tussenvoorziening en Vluchtelingenwerk partner van het project
17
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
A.4 Ex-gedetineerden Flexwonen kan helpen om dak/thuisloosheid na detentie te voorkomen. In Nederland krijgt een op de drie ex-gedetineerden hiermee te maken. De doelgroep is vaak kwetsbaar. Zonder passende woning is de kans op recidive aanzienlijk. We benaderen het aandeel voor wie flexwonen uitkomst kan bieden. We maken we een robuuste inschatting op basis van kengetallen. We doen dit op twee manieren: 1) top-down, door te kijken naar de jaarlijkse totale uitstroom en het aandeel dat mogelijk behoefte heeft aan een flexwoning en 2) bottom-up, door te kijken naar cijfers van hulpverlenende instanties. Hierna werken we beide benaderingen verder uit. Uitstroom van gemiddeld 330 personen per jaar, 22% heeft maand na detentie geen woonadres We kijken eerst naar de jaarlijkse uitstroom uit detentie in Zeeland. De afgelopen jaren ging het gemiddeld om ruim 330 personen per jaar. Daarbij zien we de laatste jaren een duidelijke daling. Uit de Monitor nazorg ex-gedetineerden blijkt dat landelijk zo’n 22% van de re-integratiekandidaten een maand na uitstroom uit detentie niet op een adres staat ingeschreven. Dit is een belangrijke groep waarvoor flexwonen een uitkomst kan bieden. Uitgaande van de gemiddelde uitstroom in de afgelopen jaren gaat het dan in Zeeland om ruim 70 personen waarvoor dit geldt.
Figuur A4: Aantal ex-gedetineerden dat terugkeert in de maatschappij, per jaar in Zeeland 457
500
384
362
366
400 252
186
300 200 100 0
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Bron: Zorg- en Veiligheidshuis (2021).
Ex-gedetineerden met concrete hulpvraag op huisvesting: gemiddeld tussen de 60 en 70 per jaar We kijken naar het bij instanties bekende aantal ex-gedetineerden met een hulpvraag op huisvesting. Voor de laatste jaren komen we uit op gemiddeld zo’n 60 tot 70 personen per jaar. We nemen daarbij mee: • Het aantal ex-gedetineerden dat via het Zorg- en Veiligheidshuis ambulante begeleiding (AB) heeft ontvangen en een hulpvraag had op huisvesting. • Het aantal (ex-) gedetineerden, met reclasseringstoezicht, die een hulpvraag op huisvesting hadden en zijn uitgestroomd vanuit forensisch beschermd wonen (FBW) naar huisvesting elders. Dit zijn exgedetineerden die vanuit detentie niet direct de reguliere woningmarkt betreden, maar als tussenstap via het FBW. Figuur A5: Aantal ex-gedetineerden dat terugkeert in de maatschappij met een hulpvraag op wonen 100 80 60
42
41
40 20
36
33
2016
2017
0
AB met hulpvraag wonen* 37
31
35
20
21
15
2018
2019
2020
Uitstroom FBW met hulpvraag wonen
Bron: Zorg- en Veiligheidshuis (2021), DOOR (2021), bewerking Stec Groep (2021). *gebaseerd op aantal personen met ambulante begeleiding, waarvan circa 90% een hulpvraag op wonen heeft gemiddeld.
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
18
Zorg- en Veiligheidshuis verwacht stabiele tot licht stijgende vraag In Zorg- en Veiligheidshuizen werken justitie, zorg en bestuur samen bij de aanpak van complexe problematiek rond overlast, huiselijk geweld en criminaliteit. Het Zorg- en Veiligheidshuis is betrokken bij de re-integratie van ex-gedetineerden. Ondanks een licht dalende trend verwachten zij dat het aantal exgedetineerden met een hulpvraag huisvesting gelijk blijft de komende jaren, en mogelijk juist stijgt. Ondanks een daling in de uitstroom is de casuïstiek over het algemeen juist complexer geworden. Het aandeel ex-gedetineerden met een hulpvraag (onder andere voor huisvesting) is stijgende.
WOONRUIMTE BELANGRIJKE BASISVOORWAARDE VOOR STABILITEIT EN LAGERE KANS OP RECIDIVE Uit de meest recente Monitor nazorg ex-gedetineerden (2020) blijkt dat huisvesting een van de belangrijkere basisvoorwaarden is voor een succesvolle terugkeer in de maatschappij en het verlagen van de kans op recidive. Huisvesting verhoogt bovendien de kans op het vinden van een baan. Dat leidt vervolgens weer tot een lagere kans op recidive. Huisvesting is daarmee cruciaal voor ex-gedetineerden. Tegelijkertijd blijkt uit de monitor dat een passende woning vinden voor een deel van de ex-gedetineerden een probleem is: 22% van de re-integratiekandidaten staat een maand na uitstroom uit detentie niet ingeschreven op een adres. BESTUURLIJK AKKOORD ‘KANSEN BIEDEN VOOR RE-INTEGRATIE’ VOOR SUCCESVOL REINTEGREREN Om de re-integratie van ex-gedetineerden beter te laten verlopen hebben de Dienst Justitiële Inrichtingen, gemeenten en reclassering in 2019 een bestuurlijk akkoord gesloten. Hierin is beschreven dat per justitiabele in samenspraak een re-integratieplan wordt opgesteld, al direct bij aanvang van de detentie. Eén van de belangrijke onderdelen van dit re-integratieplan is (het regelen van) onderdak, waarbij een belangrijke rol is weggelegd voor de gemeenten: “Onderdak verkleint de kans op zwerfgedrag en een beroep op oude criminele netwerken.
In principe wordt teruggekeerd naar de gemeente van herkomst behalve als er zwaarwegende redenen zijn dit niet te doen. Bij zwaarwegende redenen gaat de herkomstgemeente vroegtijdig in overleg met de ontvangende gemeente.” Bron: Monitor nazorg ex-gedetineerden - 6e meting (WODC, 2020), ‘Kansen bieden voor re-integratie’ (1 juli 2019).
Huidig woningaanbod: groot deel landt in reguliere woning, aandachtsgroep vooral in (onwenselijke) particuliere kamerverhuur Een wezenlijk deel van de ex-gedetineerden landt uiteindelijk in een reguliere woning, vaak met persoonlijke ondersteuning. Indicatief gaat het om zo’n 80% van de uitstroom. Het overige deel behoeft extra aandacht. Landelijk gezien is sprake er een tekort aan sociale huurwoningen voor ex-gedetineerden. Dit tekort is in Zeeland is overwegend minder groot dan elders in Nederland. Toch zijn ex-gedetineerden die binnen de aandachtsgroep vallen ook in Zeeland veelal toegewezen op kamerverhuur. Vaak is dit onwenselijk. Deze situaties zijn vaak minder stabiel dan wanneer men een volledig eigen woonruimte heeft. Behoefte flexwonen: mogelijke oplossing voor jaarlijks 60 tot 70 ex-gedetineerden in Zeeland Op basis van de top-down en bottom-up benadering verwachten we dat flexwonen een oplossing kan bieden aan zo’n 60 tot 70 personen per jaar in Zeeland. Deze verwachting is met onzekerheden omgeven, maar geeft een indicatie van de omvang van de vraag. Flexwonen biedt uitkomst als een reguliere huurwoning niet beschikbaar is, of wanneer de prijs of persoonlijke omstandigheden niet passen bij het reguliere aanbod.
19
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
Kwalitatieve invulling flexwonen: eigen voorzieningen, recht op huurtoeslag en niet geconcentreerd Ex-gedetineerden zijn vaak alleenstaand. De omvang van de woning mag daarom relatief beperkt zijn. De woning moet zelfstandig zijn, met eigen voorzieningen. Bij voorkeur beschikt de woning over een eigen voordeur in verband met huurtoeslag. Groepswoningen en combinaties met andere doelgroepen zijn minder geschikt. Echter is, met oog op een succesvolle terugkeer in de maatschappij, ook clustering van ex-gedetineerden onwenselijk. De verdere invulling van de vraag verschilt, zo blijkt uit gesprekken met het Zorg- en Veiligheidshuis, DOOR, het Leger des Heils en Emergis. We onderscheiden grofweg drie groepen: • De meerderheid heeft baat bij een woning met begeleiding, middenin de maatschappij. Flexwonen kan uitkomst bieden, met zelfstandige eenheden in getransformeerd leegstaand vastgoed of andere kleinschalige vormen van zelfstandig wonen. Jaarlijks gaat het indicatief om 40 tot 50 personen. • Voor een kleiner deel is flexwonen een duidelijke tussenstap. Deze groep heeft intensievere begeleiding nodig. De kans op overlast is aanwezig. Voor deze groep zijn tijdelijke woningen meer aan de rand van het centrum een oplossing. Bij goed gedrag kan deze doelgroep op termijn eventueel doorstromen naar een reguliere woning. Jaarlijks gaat het indicatief om 10 tot 20 personen.
• Bij een relatief kleine groep (zo’n 10%) is overlast (in verschillende vormen) voor de omgeving reëel. Het gaat jaarlijks om 5 à 10 personen. Voor deze doelgroep kan een tijdelijke woning in een prikkelvrije omgeving meer aan de rand van de kern uitkomst bieden. Daarbij is ook de zorgcomponent belangrijk. De opvang van deze groep kan het best Zeeuws-breed benaderd worden. De laatstgenoemde groep is extra complex. Woningcorporaties willen deze personen vaak niet huisvesten, bijvoorbeeld omdat herhaaldelijk sprake is (geweest) van overlast of huurachterstanden. Hier ligt een extra uitdaging voor gemeenten om gezamenlijk ook deze mensen een geschikte woonruimte te bieden. Voorbeelden flexwonen voor brede groep spoedzoekers* Tijdelijke Heijmans-One woningen, Veldhoven
President Kennedylaan, Roosendaal
•
•
• •
20 Heijmans-One Tiny Houses (verplaatsbaar) Bedoeld voor brede groep starters en spoedzoekers (specifiek éénpersoonshuishoudens) Tijdelijke huurcontracten
• •
20 Grondgebonden modulaire/verplaatsbare woningen, instapklaar Bedoeld voor brede groep starters en spoedzoekers (specifiek één- en tweepersoonshuishoudens) Tijdelijke huurcontracten (maximaal 2 jaar) om woningen beschikbaar te houden voor doelgroep (doorstroming)
Bron: Expertisecentrum flexwonen (2021), Alwel (2021). *Voorbeelden hier weergegeven sluiten in concept aan bij kwalitatieve behoefte deel ex-gedetineerden, maar zijn meer algemene voorbeelden voor brede groep spoedzoekers.
Samenwerking tussen gemeenten en instanties belangrijk om tot juist invulling huisvesting te komen Voor de uiteindelijk invulling van de huisvestingsvraag vanuit ex-gedetineerden is samenwerking tussen gemeenten en instanties zoals het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland belangrijk. De casuïstiek is complex en juist door inzichten én bevoegdheden te bundelen kan het beste hulp worden geboden aan deze specifieke doelgroep.
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
20
A.5 Statushouders Gemeenten krijgen halfjaarlijks een taakstelling opgelegd voor het aantal te huisvesten statushouders. Ontwikkeling van de doelgroep statushouders is onzeker De instroom van asielzoekers, en daaraan gekoppeld het aantal statushouders, laat zich lastig voorspellen. Oplaaiende conflicten, klimaatveranderingen of andere factoren kunnen leiden tot schommelingen en pieken in de vluchtelingenstromen. De instroom van vluchtelingen was bijvoorbeeld in de periode 20142016 relatief groot, als gevolg van de aanhoudende conflicten in het Midden-Oosten. Ook veranderingen in regelgeving, zowel in Nederland als elders, kunnen van invloed zijn op de instroom van vluchtelingen. Het opwerpen van juridische belemmeringen tegen immigratie, zoals de vluchtelingendeal met Turkije, leidde bijvoorbeeld tot een grote daling in migratiestromen. Migratiestromen laten zich dus lastig vooraf voorspellen. Situaties kunnen snel veranderen. Bandbreedte o.b.v. historische cijfers om ontwikkeling aantal statushouders te benaderen De instroom van vluchtelingen kan dus jaar op jaar sterk verschillen. We benaderen de ontwikkeling van het aantal statushouders dat moet worden gehuisvest in Zeeland daarom met een bandbreedte. We geven op basis van historische ontwikkelingen drie scenario’s voor de toekomstige taakstelling voor huisvesting van statushouders in Zeeland.
• Basisprognose: we gaan uit van een jaarlijkse taakstelling gelijk aan het meerjarig gemiddelde in het verleden, van de periode 2014-2021 (met pieken en dalen). • Scenario hoog: we gaan uit van een taakstelling gelijk aan de instroom gedurende de periode 20152017, toen sprake was van een relatief forse instroom van vluchtelingen. • Scenario laag: we kijken naar de taakstelling voor de periode 2018-2020. In deze jaren daalde de instroom van vluchtelingen sterk, onder andere door de EU-Turkijedeal. Flexwonen mogelijk passend voor jaarlijks circa 190 tot 420 jonge (alleenstaande) statushouders Op basis van historische migratiestromen verwachten we een jaarlijkse opgave van circa 330 tot maximaal 720 personen die gemeenten jaarlijks moeten huisvesten in Zeeland. Zie onderstaande figuur. Flexwonen is naar verwachting vooral een geschikte oplossing voor jonge (alleenstaande) statushouders. Medio 2021 was 59% van de instromers tussen de 18 en 35 jaar (bron: COA, juni 2021). Dit percentage (59%) betrekken we op de taakstelling: dit is de behoefte aan flexwonen vanuit de meest kansrijke doelgroep jongvolwassenen. Jaarlijks gaat het om circa 190 tot 420 personen. Maatwerk door corporaties en gemeenten is belangrijk. Voorkomen moet worden dat statushouders in een flexwoonvorm aan hun lot worden overgelaten.
Goede begeleiding vanuit stichting Vluchtelingenwerk is daarbij nodig om doorstroming naar een reguliere (huur)woning op termijn effectief te kunnen faciliteren. Figuur A6: Taakstelling huisvesting statushouders provincie Zeeland, historisch en prognose 1200 1000 800
718
600
524
400
332
200 0 2004
2006 2008 2010 2012 2014 2016 2018 2020 2022 2024 2026 2028 Historisch Zeeland Prognose Zeeland laag (2018-2020) Prognose Zeeland basis (2004-2021) Prognose Zeeland hoog (2015-2017) Bron: Provincie Zeeland (2021), bewerking Stec Groep (2021). *De taakstelling voor de 2e helft van 2021 ontbreekt. We gaan voor nu uit van een gelijke taakstelling als voor de 1e helft van het jaar. In de praktijk zal deze naar verwachting eerder lager uitvallen dan hoger.
21
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
PROGRAMMA FLEXIBILISERING ASIELKETEN De partners in en om de asielketen (ministeries van J en V en SZW, het IND, het COA, de DT&V, de DJI, Politie, KMar, gemeenten en maatschappelijke organisaties) ontwikkelen een flexibel asielstelsel. Dit stelsel speelt flexibeler in op grote veranderingen in de instroom van asielzoekers. Hierbij nemen zij de ervaringen mee met grote schommelingen in de instroom in 2015 en 2016. Daarnaast werken de partners aan een maatschappelijk en financieel goed werkend systeem waarbij ad hoc maatregelen niet nodig zijn. Doelen van het flexibele asielstelsel zijn: • een voorspelbaar, inzichtelijk en goed werkend asielproces; • beheersing van de tijd die een asielprocedure kost; • opvangcapaciteit laten aansluiten op schommelingen in de instroom; • aansluiten op wonen en integreren in de gemeenten. Of een goed werkend terugkeertraject. Bron: Rijksoverheid (2021).
Regionale verdeling verwachte taakstelling huisvesting statushouders In onderstaande figuur geven we de scenario’s voor de Zeeuwse regio’s. We hanteren hiervoor wederom een bandbreedte. Per scenario geven we de totale verwachte taakstelling voor de periode 2022-2028. Omdat de verhoudingen zijn gebaseerd op het aantal inwoners per gemeente zijn de verschillen tussen de regio’s binnen elk scenario relatief gelijk. Figuur A7: Verwachte taakstelling huisvesting statushouders per regio, 2022-2028* 2.000
1.000 500
1.500
1.356
1.500
1.094 1.010
994 754
686 224
170
1.388
691 324
443
246
336
0 Prognose laag De Bevelanden
Prognose basis Schouwen-Duiveland
Tholen
Prognose hoog Walcheren
Zeeuws-Vlaanderen
Bron: Provincie Zeeland (2021), bewerking Stec Groep (2021). *De taakstelling voor de 2e helft van 2021 is nog niet bekend. We gaan voor nu uit van een gelijke taakstelling als voor de 1e helft van het jaar. In de praktijk zal deze naar verwachting eerder lager uitvallen dan hoger.
IN DE PRAKTIJK SCHOMMELINGEN IN TAAKSTELLING In de praktijk verwachten we ook in de toekomst schommelingen: de taakstelling voor gemeenten zal niet precies een van de drie geschetste lijnen volgen, maar jaarlijks schommelen binnen de bandbreedte (of in een extreem geval zelfs daarbuiten). Onderliggend kan daarnaast de samenstelling van groep van jaar op jaar verschillen. Voor de huisvestingsvraag maakt dit natuurlijk veel uit: gaat het overwegend over alleenstaanden of juist gezinnen? Of een combinatie van alle doelgroepen? Juist het moeten opvangen van die schommelingen maakt dat flexwonen voor deze doelgroep mogelijk een rol kan vervullen op de woningmarkt.
22
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
Huidig woningaanbod: statushouders landen nagenoeg volledig in corporatiehuurwoningen Gemeenten geven aan dat nagenoeg alle statushouders uiteindelijk worden gehuisvest in een reguliere corporatiehuurwoning. Een vergelijking van de historische taakstellingen met het aantal gehuisveste statushouders door woningcorporaties per regio (onderstaande figuur) bevestigd dit beeld. In alle regio’s is het aantal gehuisveste statushouders door corporaties ongeveer gelijk aan de taakstelling. Woningcorporaties konden de pieken in het verleden relatief goed opvangen, geven zij aan. In de toekomst lijkt bovendien op basis van recente onderzoeken de druk op de reguliere grondgebonden sociale huurvoorraad in Zeeland – als gevolg van de demografische transitie –eerder af dan toe te nemen. Tegelijkertijd hangt de druk op het sociale huursegment echter samen met de betaalbaarheid van de koopvoorraad. Die betaalbaarheid nam de laatste jaren juist af. Ook de mate waarin wordt ingezet op het aanpassen van reguliere grondgebonden sociale huurwoningen voor het invullen van de behoefte aan nultredenwoningen vanuit de groeiende groep ouderen speelt mee in de corporatie-ontstijgende behoefte vanuit statushouders, en welke kan worden ingevuld met flexwonen. Figuur A8: Aantal gehuisveste statushouders versus taakstelling per regio, periode 2016-2020 0
100
200
300
Zeeuws-Vlaanderen
Tholen Bevelanden
500
600
700
800 710
900
755 777 769
Walcheren* Schouwen-Duiveland
400
221 228
Gehuisvest door corporatie(s)/leegstandbeheer Taakstelling
181 173 697** 697
Bron: Zeeuwse regio’s (2021), Zeeuwse woningcorporaties (2021), bewerking Stec Groep (2021). * Aantal Middelburg op basis van input gemeente Middelburg, exacte aantal gehuisvest kan licht afwijken maar is nagenoeg gelijk aan taakstelling. ** Op basis van input Beveland Wonen en gemeenten regio de Bevelanden, exacte aantal kan licht afwijken maar is nagenoeg gelijk aan taakstelling.
Behoefte flexwonen: corporaties zien onder de juiste voorwaarden kans om pieken op te vangen Woningcorporaties zijn belangrijke partners voor gemeenten bij het invullen van de taakstelling. De historische piek in het aantal statushouders dat gehuisvest moest worden tussen 2014 en 2016 konden zij relatief goed opvangen. Door de tijdige aankondiging, een relatief hoge mutatiegraad en lagere marktdruk in het sociale segment heeft de piek op hoofdlijnen niet tot grote knelpunten geleid. Momenteel zien corporaties een toegenomen druk op de woningmarkt en het sociale huursegment, waardoor een eventuele nieuwe piek nu minder makkelijk kan worden opgevangen. Flexwonen wordt deels gezien als oplossing tijdens eventuele toekomstige pieken in het aantal statushouders, in het bijzonder voor alleenstaande asielzoekers (al dan niet in afwachting van gezinshereniging). De kwalitatieve invulling hiervan lichten we hierna toe.
23
Onderzoek flexwonen Zeeland 20.340
Kwalitatieve invulling flexwonen: gespreid in de vorm van woongroepen en kleine woningen, sterke borging tijdelijkheid Flexwoonoplossingen lijken vooral kansrijk voor alleenstaande statushouders, al dan niet in afwachting van gezinshereniging. Bij tijdelijk onvoldoende beschikbaarheid van reguliere woningen is flexwonen aanvullend eventueel een oplossing voor stellen. Voor gezinnen is een stabiele positie in de wijk nabij onderwijsvoorzieningen belangrijk. Een oplossing in de reguliere woningvoorraad is – ook met het oog op de ruimtebehoefte – daardoor doorgaans geschikter. Er zijn echter ook flexwoonvormen specifiek gericht op gezinnen. Een tijdelijke modulaire woonunit, een tijdelijke woonruimte in getransformeerd bestaand vastgoed of een woongroep kan een mooie tussenstap vormen richting een reguliere woning op termijn, zoals bij gezinshereniging of gezinsvorming. In een groepswoning met gemengde doelgroepen kunnen statushouders door andere doelgroepen worden geholpen om hun weg te vinden in de Nederlandse maatschappij. Het kan helpen als flexwoningen zoveel mogelijk in de kern of stad staan, nabij OVverbindingen. Locaties aan de randen, ver van voorzieningen en openbaar vervoer zijn minder geschikt. Corporaties benadrukken het belang van spreiding en het niet inzetten op grootschalige clustering indien flexwonen wordt ingezet voor statushouders.
Spreiding helpt bij de integratie van statushouders in de buurt en vergroot het draagvlak onder buurtbewoners. Ook een goede borging van de tijdelijkheid is van belang: als men te lang in de flexwoning blijft ontstaan risico’s voor wat betreft de beschikbaarheid voor nieuwe instromers. Tot slot maakt de onvoorspelbaarheid van de taakstelling dat flexwonen voor statushouders idealiter wordt gecombineerd met flexwonen voor andere doelgroepen, zoals starters. Ook zien corporaties kansen voor koppelingen met herstructureringsplannen (flexibele schil inzetten voor statushouders en voor tijdelijke huisvesting bij hertstructurering). GEMENGDE GROEPSWONING KANSRIJK VOOR ALLEENSTAANDE JONGERE STATUSHOUDERS Specifiek voor jonge alleenstaande statushouders lijken groepswoningen met gemengde doelgroepen een kansrijk alternatief te zijn voor reguliere corporatiehuurwoningen. Door het land zijn de afgelopen jaren goede ervaringen opgedaan met huisvesting van jonge statushouders in complexen waar ook studenten en andere jongeren wonen. Niet alleen zijn de lagere woonlasten hiervan een voordeel, het helpt jonge alleenstaande statushouders ook om meer in verbinding te komen en blijven met leeftijdsgenoten en te integreren in de Nederlandse maatschappij. Bron: Handreiking ‘Aan de slag met flexwonen’, input gemeente Middelburg, bewerking Stec Groep (2021).