CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

D24.642062 Integraal Rapport Bevelandse Gemeenten 2023 - versie 1.0

Informerende- en kaderstellende raad 14 maart 2024, gemeente BorseleBij agendapunt: Armoede & Schulden31.506 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

46

GR De Bevelanden

Versie 1.0

Voorbeeldcasus: paar met kinderen Robin en Max hebben twee kinderen van 8 en 13 jaar oud en krijgen een bijstandsuitkering, wat neerkomt op een netto-inkomen van € 1.708 per maand (dit is inclusief vakantietoeslag). Zij hebben maandelijks recht op € 1.125 aan toeslagen van het Rijk. Voor het gezin bestaat dit uit huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderbijslag en kindgebonden budget. Tot slot kunnen Robin en Max rekenen op een financiële bijdrage vanuit de gemeente van € 433 per maand. Dit bestaat uit kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, de korting op de collectieve zorgverzekering, het Declaratiefonds en de energietoeslag. Voor hun kinderen maken zij nog aanspraak op Stichting Jarige Job, Stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport en Cultuur. In totaal hebben Robin en Max een inkomen van € 3.266 per maand. Als Robin of Max werk krijgt tegen een inkomen van 110 procent Wsm, dan stijgt hun netto-inkomen naar € 1.879 per maand. Zij houden recht op dezelfde toeslagen van het Rijk, dit bedraagt € 1.125. Ze kunnen geen kwijtschelding meer aanvragen, maar houden wel recht op de andere gemeentelijke regelingen. De gemeentelijke bijdragen zijn dan € 347 per maand. Het totaal inkomen van Robin en Max is bij een inkomen van 110 procent Wsm € 3.351. Dit is een stijging van € 85 (3 procent) ten opzichte van hun totaal inkomen bij een bijstandsuitkering.

Wanneer Robin of Max tegen een loon van 120 procent Wsm gaat werken, stijgt hun netto-inkomen naar € 2.050 per maand. Zij houden recht op de toeslagen van het Rijk, maar deze bedragen zijn nu iets lager, en zijn nu in totaal € 1.074. Het gezin heeft nog steeds recht op dezelfde gemeentelijke bijdragen, dit bedrag blijft dus € 347 per maand. Het totale inkomen van het gezin is dan € 3.471 per maand. Dit is € 204 (6 procent) meer dan wanneer zij een bijstandsuitkering hebben. Als Robin of Max gaat werken tegen een inkomen van 130 procent Wsm dan stijgt hun netto-inkomen naar € 2.221 per maand. De bijdragen van het Rijk dalen verder naar € 971 per maand. Het recht op bijna alle gemeentelijke regelingen vervalt. Het gezin kan nu alleen nog aanspraak maken op de korting voor de collectieve zorgverzekering en de energietoeslag. Aan gemeentelijke bijdragen ontvangt het gezin nu € 187 per maand. Het totale inkomen van Robin en Max is nu € 3.378 per maand, dit is € 112 (3 procent) meer dan toen zij een bijstandsuitkering hadden.

47

GR De Bevelanden

Versie 1.0

5. Gebruik inkomensondersteunende voorzieningen Het voorgaande hoofdstuk gaf een beeld van de financiële situatie van huishoudens als zij gebruikmaken van de beschikbare regelingen. In dit hoofdstuk gaan we nader in op het daadwerkelijke gebruik en bereik onder de doelgroep van de gemeentelijke regelingen. Met deze regelingen wil de gemeente ervoor zorgen dat inwoners met een minimuminkomen kunnen participeren in de samenleving. Zij kunnen door deze regelingen financieel worden ondersteund.

5.1. Regelingen voor het minimabeleid De volgende tabel geeft de inkomensgrens en doelgroep per regeling weer. Tabel 5.1.1 Inkomensgrenzen regelingen en omvang doelgroep Categorie

Inkomensgrens

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Individuele bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Tegemoetkoming chronisch zieken Declaratiefonds (volwassenen en kinderen) Stichting Leergeld Jeugdfonds Sport & Cultuur Studietoeslag

100% Wsm Individuele draagkrachtberekening Drie jaar of langer 110% Wsm 130% Wsm 130% Wsm 120% Wsm 120% Wsm 120% Wsm Situatieafhankelijk

5.2. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Huishoudens kunnen kwijtschelding aanvragen voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing en waterschapsbelasting. De doelgroep bestaat uit huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm. In onderstaande tabel wordt de doelgroep en het gebruik per gemeente weergegeven. Daarnaast is het bereik van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen berekend. Het gemiddelde bereik in andere gemeenten ligt tussen de 70 en 75 procent. In 2022 is aan 777 huishoudens in de gemeente Goes geheel of gedeeltelijk kwijtschelding van gemeentelijke belastingen verstrekt. Met elkaar is dit een bereik van 70 procent onder de primaire doelgroep. Het bereik van de gemeente Goes ligt dus in lijn met het landelijk gemiddelde. In de gemeente Borsele zijn er in 2022 201 huishoudens met een verstrekking voor de kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Afgezet tegen de doelgroep is dit een bereik van 45 procent. Dit ligt aanzienlijk lager dan het landelijk gemiddelde. In de gemeente Kapelle zijn er 166 huishoudens met een verstrekking voor de kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Hiermee komt het bereik op 72 procent. Het bereik ligt daarmee in lijn met het landelijk gemiddelde. In de gemeente Noord-Beveland zijn er 55 huishoudens met een verstrekking voor de kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Afgezet tegen de doelgroep is dit een bereik van 27 procent.

Dit ligt in lijn met het landelijk gemiddelde. Tabel 5.2.1 Bereik kwijtschelding gemeentelijke belastingen Categorie Goes Reimerswaal Borsele Kapelle Noord-Beveland

Doelgroep 1.110 huishoudens 462 huishoudens 445 huishoudens 229 huishoudens 205 huishoudens

48

Gebruik 777 huishoudens Onbekend 201 huishoudens 166 huishoudens 55 huishoudens

Bereik 70% Onbekend 45% 72% 27%

GR De Bevelanden

Versie 1.0

5.3. Bijzondere bijstand Het bijzondere bijstandsbeleid van de Bevelandse gemeenten is erop gericht om mensen die bijzondere noodzakelijke kosten hebben en deze niet zelf kunnen betalen, te ondersteunen. GR De Bevelanden beoordeelt bij iedere aanvraag of er sprake is van bijzondere omstandigheden. De doelgroep bestaat uit huishoudens met inkomens tot 100 procent van de bijstandsnorm daarboven geldt een draagkrachtberekening. In onderstaande tabel wordt de doelgroep en het gebruik per gemeente weergegeven. We gaan uit van een doelgroep tot 100 procent Wsm, omdat dit de primaire doelgroep is. Daarnaast is het bereik van de bijzondere bijstand berekend. Een bereik tussen de 20 en 25 procent is gangbaar bij andere gemeenten. In de gemeente Goes maken 1.115 personen gebruik van de bijzondere bijstand. De doelgroep bestaat uit 1.477 personen, hiermee komt het bereik in de gemeente Goes op 75 procent. Dit aandeel ligt drie keer hoger dan het landelijk gemiddelde. In de gemeente Reimerswaal hebben 299 personen een vergoeding uit de bijzondere bijstand ontvangen. De doelgroep bestaat uit 626 personen. Het bereik ligt in de gemeente Reimerswaal op 48 procent. Dit ligt twee keer hoger dan het landelijk gemiddelde. In de gemeente Borsele maken 293 personen van de 616 personen gebruik van de bijzondere bijstand. Daarmee bereikt de gemeente Borsele 48 procent van de doelgroep.

Dit aandeel is dubbel zo groot als het landelijk gemiddelde. In de gemeente Kapelle hebben 147 personen gebruikt gemaakt van de bijzondere bijstand. 319 personen behoren tot de doelgroep en zouden gebruik kunnen maken van de bijzondere bijstand. Het bereik komt daarmee op 46 procent. Dit aandeel is twee keer groter het landelijk gemiddelde. In de gemeente Noord-Beveland maken 199 personen gebruik van de bijzondere bijstand, van de 273 personen die van deze regeling gebruik zouden mogen maken. Dit is een bereik van 44 procent. Dit aandeel is twee keer hoger dan het landelijk gemiddelde. Tabel 5.3.1 Bereik bijzondere bijstand Categorie Goes Reimerswaal Borsele Kapelle Noord-Beveland

Doelgroep 1.477 personen 626 personen 616 personen 319 personen 273 personen

Gebruik 1.115 personen 299 personen 293 personen 147 personen 119 personen

Bereik 75% 48% 48% 46% 44%

5.4. Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag is bedoeld als inkomensondersteuning voor mensen die langdurig afhankelijk zijn van een minimuminkomen. In de Bevelandse gemeenten behoort iedereen tussen de 21 jaar en pensioengerechtigde leeftijd, die gedurende drie jaar een inkomen heeft tot 110 procent Wsm, tot de doelgroep. Verder geldt als voorwaarde voor toekenning dat er in de afgelopen drie jaar geen mogelijkheden waren voor inkomensverbetering. Het bereik ligt landelijk gezien gemiddeld tussen de 45 en 50 procent. In de gemeente Goes hebben 510 huishoudens gebruikgemaakt van deze regeling. Dit komt neer op een bereik van 53 procent. Het bereik in de gemeente Goes ligt iets hoger dan het gemiddelde. In 2022 hebben 125 huishoudens in de gemeente Reimerswaal gebruikgemaakt van de individuele inkomenstoeslag. Het bereik ligt op 33 procent. Dit ligt onder het landelijk gemiddelde. In de gemeente Borsele hebben 116 huishoudens gebruikgemaakt van de individuele inkomenstoeslag. De doelgroep voor de individuele inkomenstoeslag is 322 huishoudens. Hiermee komt het bereik op 36 procent. Dit ligt onder het landelijk gemiddelde.

49

GR De Bevelanden

Versie 1.0

In 2022 hebben 62 huishoudens in de gemeente Kapelle gebruikgemaakt van de regeling. De doelgroep bestaat uit 168 huishoudens. Het bereik voor de individuele inkomenstoeslag komt daarmee op 36 procent. Dit ligt onder het landelijk gemiddelde, waar een bereik tussen de 45 en 50 procent gangbaar is. In de gemeente Noord-Beveland hebben 154 huishoudens gebruikgemaakt van de individuele inkomenstoeslag. De doelgroep bestaat uit 154 huishoudens en daarmee komt het bereik op 40 procent. Dit ligt iets onder het landelijk gemiddelde. Tabel 5.4.1 Bereik individuele inkomenstoeslag Categorie Goes Reimerswaal Borsele Kapelle Noord-Beveland

Doelgroep 954 huishoudens 370 huishoudens 322 huishoudens 168 huishoudens 154 huishoudens

Gebruik 510 huishoudens 125 huishoudens 116 huishoudens 62 huishoudens 51 huishoudens

Bereik 53% 33% 36% 37% 40%

5.5. Collectieve zorgverzekering De gemeente biedt minima de mogelijkheid om deel te nemen aan de collectieve zorgverzekering van zorgverzekeraar CZ. Ze krijgen korting op de premie en profiteren van extra vergoedingen voor zorgkosten. Het pakket dat aangeboden bestaat uit de basisverzekering 'Zorg-op-maatpolis' en de aanvullende verzekering 'Extra uitgebreid'. Om deel te nemen aan de collectieve zorgverzekering mag het huishoudinkomen niet hoger zijn dan 130 procent Wsm. Het gemiddelde bereik voor de collectieve zorgverzekering ligt landelijk tussen de 35 en 40 procent. In de gemeente Goes maken 930 personen gebruik van de collectieve zorgverzekering. De doelgroep bestaat uit 3.103 personen, hiermee komt het bereik in de gemeente Goes op 30 procent. Dit ligt net iets onder het landelijk gemiddelde. In de gemeente Reimerswaal hebben 237 een zorgverzekering afgesloten via de collectieve zorgverzekering. De doelgroep bestaat uit 1.546 personen. Het bereik ligt in de gemeente Reimerswaal op 15 procent. Dit ligt fors lager dan het landelijk gemiddelde. In de gemeente Borsele maken 207 personen van de 1.352 personen gebruik van de collectieve zorgverzekering. Daarmee bereikt de gemeente Borsele 15 procent van de doelgroep. Dit ligt fors lager dan het landelijk gemiddelde. In de gemeente Kapelle hebben 122 personen een collectieve zorgverzekering afgesloten.

699 personen behoren tot de doelgroep en zouden gebruik mogen maken van de collectieve zorgverzekering. Het bereik komt daarmee op 17 procent. Dit ligt onder het landelijk gemiddelde. In de gemeente Noord-Beveland maken 91 personen gebruik van de collectieve zorgverzekering, van de 500 personen die van deze regeling zouden mogen maken. Dit is een bereik van 18 procent. Dit ligt lager dan het landelijk gemiddelde. Tabel 5.5.1 Bereik collectieve zorgverzekering Categorie Goes Reimerswaal Borsele Kapelle Noord-Beveland

Doelgroep 3.103 personen 1.546 personen 1.352 personen 699 personen 500 personen

50

Gebruik 930 personen 237 personen 207 personen 122 personen 91 personen

Bereik 30% 15% 15% 17% 18%

GR De Bevelanden

Versie 1.0

5.6. Declaratiefonds 5.6.1. Volwassenen De Bevelandse gemeenten willen ervoor zorgen dat iedereen mee kan blijven doen in de maatschappij. Daarom kunnen minima gebruikmaken van het Declaratiefonds. Met het Declaratiefonds kunnen inwoners sportieve, culturele en/of recreatieve activiteiten ondernemen. Het huishoudinkomen mag niet hoger zijn dan 120 procent van het wettelijk sociaal minimum. Het gemiddelde bereik voor een participatieregeling voor volwassenen ligt gemiddeld tussen 35 en 40 procent. In de gemeente Goes hebben 865 personen één of meerdere verstrekkingen gekregen vanuit het Declaratiefonds. De doelgroep bestaat uit 2.186 personen, waarmee het bereik op 40 procent komt. Het bereik ligt in lijn met het landelijk gemiddelde. In de gemeente Reimerswaal hebben van de 1.128 personen die gebruik mogen maken van het Declaratiefonds, 222 personen ook daadwerkelijk het Declaratiefonds gebruikt. Het bereik ligt op 20 procent. Dit ligt onder het landelijk gemiddelde. In de gemeente Borsele hebben 205 personen een verstrekking vanuit het Declaratiefonds gekregen. Het bereik komt daarmee op 21 procent, dit ligt onder het landelijk gemiddelde. In de gemeente Kapelle bestaat de doelgroep uit 525 personen. Hiervan hebben 113 personen gebruikgemaakt van de regeling. Het bereik komt daarmee op 22 procent. Dit ligt onder het landelijk gemiddelde.

In de gemeente Noord-Beveland zijn er 2 personen die gebruik hebben gemaakt van het Declaratiefonds. Er zijn 401 personen die tot de doelgroep behoren. Het bereik ligt op 0 procent. Tabel 5.6.1 Bereik Declaratiefonds Volwassenen Categorie Goes Reimerswaal Borsele Kapelle Noord-Beveland

Doelgroep 2.186 personen 1.128 personen 965 personen 525 personen 401 personen

Gebruik 741 personen 179 personen 171 personen 88 personen 90 personen

Bereik 34% 16% 18% 17% 22%

5.6.2. Kinderen Ook kinderen tussen 0 en 18 jaar kunnen aanspraak maken op een vergoeding vanuit het Declaratiefonds om te sporten of culturele activiteiten te ondernemen. De vergoeding bedraagt maximaal € 146 per kind per jaar. Een dergelijke participatieregeling voor kinderen heeft in vergelijkbare gemeenten een gemiddeld bereik van 45 tot 50 procent. In de gemeente Goes hebben 124 kinderen één of meerdere verstrekkingen gekregen vanuit het declaratiefonds. De doelgroep bestaat uit 717 kinderen en dat brengt het bereik op 17 procent. In de gemeente Reimerswaal maakten 43 kinderen gebruik van het declaratiefonds op een totale doelgroep van 507 kinderen. Het bereik bedraagt 8 procent en ligt onder het landelijk gemiddelde. In de gemeente Borsele maakten 34 kinderen gebruik van het declaratiefonds. De totale doelgroep bestaat uit 400 kinderen en het bereik is 8 procent. Dit ligt onder het landelijk gemiddelde. In de gemeente Kapelle hebben 25 kinderen gebruikgemaakt van het declaratiefonds op een totale doelgroep van 212 kinderen. Het bereik van 12 procent ligt onder het landelijk gemiddelde.

51

GR De Bevelanden

Versie 1.0

In de gemeente Noord-Beveland maken 55 kinderen gebruik van het Declaratiefonds. De doelgroep bij deze regeling bestaat uit 114 kinderen. Het bereik van 48 procent ligt in lijn met het landelijk gemiddelde. Tabel 5.6.2 Bereik Declaratiefonds kinderen Categorie Goes Reimerswaal Borsele Kapelle Noord-Beveland

Doelgroep 717 kinderen 507 kinderen 400 kinderen 212 kinderen 114 kinderen

Gebruik 124 kinderen 43 kinderen 34 kinderen 25 kinderen 55 kinderen

Bereik 17% 8% 8% 12% 48%

5.7. Stichting Leergeld Stichting Leergeld wil in de Bevelandse gemeenten sociale uitsluiting van kinderen voorkomen. Daarom biedt de stichting financiële ondersteuning voor kinderen van 4 tot 18 jaar die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Hierdoor krijgen deze kinderen de kans om mee te doen aan binnen- en buitenschoolse activiteiten. Het gemiddelde bereik ligt landelijk tussen de 35 en 40 procent. In de gemeente Goes hebben 304 kinderen één of meerdere verstrekkingen gekregen vanuit Stichting Leergeld. De doelgroep bestaat uit 574 personen, waarmee het bereik op 53 procent komt. Het bereik ligt hoger dan het landelijk gemiddelde. In de gemeente Reimerswaal hebben van de 406 kinderen die gebruik mogen maken van Stichting Leergeld, 122 kinderen ook daadwerkelijk een verstrekking vanuit Stichting Leergeld gekregen. Het bereik ligt op 30 procent. Dit ligt iets onder het landelijk gemiddelde. In de gemeente Borsele hebben 320 kinderen een verstrekking vanuit Stichting Leergeld gekregen. Het bereik komt daarmee op 23 procent, dit ligt onder het landelijk gemiddelde. In de gemeente Kapelle bestaat de doelgroep uit 170 kinderen. Hiervan hebben 90 kinderen gebruikgemaakt van de regeling. Het bereik komt daarmee op 53 procent. Dit ligt boven het landelijk gemiddelde.

In de gemeente Noord-Beveland zijn er 20 kinderen die gebruik hebben gemaakt van Stichting Leergeld. Er zijn 91 kinderen die tot de doelgroep behoren. Het bereik ligt op 22 procent. Dit ligt onder het landelijk gemiddelde. Tabel 5.7.1 Bereik Stichting Leergeld Categorie Goes Reimerswaal Borsele Kapelle Noord-Beveland

Doelgroep 574 kinderen 406 kinderen 320 kinderen 170 kinderen 91 kinderen

Gebruik 304 kinderen 122 kinderen 74 kinderen 90 kinderen 20 kinderen

Bereik 53% 30% 23% 53% 22%

5.8. Jeugdfonds Sport en Cultuur Jeugdfonds Sport en Cultuur is bedoeld voor kinderen tot 18 jaar. Er kan per kind maximaal één sport- of cultuuractiviteit per 12 maanden worden aangevraagd. Voor sport is er jaarlijks maximaal € 225 per kind beschikbaar en voor het cultuurfonds is het maximale bedrag € 425 per jaar. Dit geld kan gebruikt worden voor de contributie of lesgeld. Het huishoudinkomen mag niet hoger zijn dan 120 procent Wsm. Het gemiddeld bereik ligt landelijk tussen 20 tot 25 procent.

52

GR De Bevelanden

Versie 1.0

In de gemeente Goes hebben 301 kinderen gebruikgemaakt van het Jeugdfonds Sport en Cultuur. De doelgroep bestaat uit 717 kinderen, waarmee het bereik op 42 procent komt. Het bereik ligt hoger dan het landelijk gemiddelde. In de gemeente Reimerswaal maken 111 kinderen van de 507 kinderen uit de doelgroep gebruik van het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Het bereik komt hiermee op 22%. Dit ligt in lijn met het landelijke gemiddelde. In de gemeente Borsele hebben 72 kinderen gebruikgemaakt van het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Het bereik komt daarmee op 18 procent, dit ligt iets onder het landelijk gemiddelde. In de gemeente Kapelle bestaat de doelgroep uit 212 kinderen. Hiervan hebben 62 kinderen gebruikgemaakt van de regeling. Het bereik komt daarmee op 29 procent. Dit ligt iets hoger dan het landelijk gemiddelde. Tabel 5.8.1 Bereik Jeugdfonds Sport en Cultuur Categorie Goes Reimerswaal Borsele Kapelle Noord-Beveland

Doelgroep 717 kinderen 507 kinderen 400 kinderen 212 kinderen 114 kinderen

Gebruik 301 kinderen 111 kinderen 72 kinderen 62 kinderen Onbekend

Bereik 42% 22% 18% 29% Onbekend

5.9. Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten In de Bevelandse gemeenten kunnen inwoners met een chronische ziekte of handicap een tegemoetkoming ontvangen. Deze inwoners hebben vaak te maken met hogere zorgkosten. De doelgroep kan voor deze regeling niet worden vastgesteld, omdat het onduidelijk is hoeveel inwoners een chronische ziekte of handicap hebben en daardoor gebruik mogen maken van de regeling. Vandaar dat in de volgende tabel enkel het gebruik wordt weergegeven. Tabel 5.9.1 Gebruik Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten Categorie Goes Reimerswaal Borsele Kapelle Noord-Beveland

Gebruik 535 personen 135 personen 129 personen 60 personen 44 personen

5.10. Studietoeslag Inwoners die een studie of opleiding volgen, maar door een arbeidshandicap moeite hebben om een (bij)baan te hebben, kunnen gebruikmaken van de studietoeslag. De gemeente draagt hiermee bij aan de financiële situatie. Om in aanmerking te komen voor deze regeling zijn een aantal voorwaarden gesteld. Zo moet iemand recht hebben op studiefinanciering of een tegemoetkoming in onderwijsbijdrage en schoolkosten. De inwoner mag geen Wajong uitkering ontvangen en er is sprake van een structurele medische beperking waardoor de persoon naast de studie geen extra inkomsten kan bijverdienen. De doelgroep voor deze regeling kan niet worden vastgesteld, omdat de regeling voor een specifieke doelgroep is bedoeld. Daarom wordt in de volgende tabel enkel het gebruik weergegeven. Tabel 5.10.1 Gebruik Studietoeslag Categorie

Gebruik 53

GR De Bevelanden

Goes Reimerswaal Borsele Kapelle Noord-Beveland

Versie 1.0

7 personen 2 personen 2 personen 0 personen 0 personen

54

GR De Bevelanden

Versie 1.0

6. Uitvoering van het beleid In dit hoofdstuk wordt de uitvoering van het huidige beleid beschreven. Er hebben twee groepsgesprekken plaatsgevonden met de ketenpartners van GR de Bevelanden en tussen interne medewerkers van de verschillende gemeenten. Bij het groepsgesprek met de ketenpartners waren Stichting Leergeld, SHV Zeeland, Humanitas, Voedselbank en de cliëntenraad WIZ aanwezig. (Schriftelijke) input van het SMWO is meegenomen in de analyse27.

6.1. Doelgroep Ketenpartners zien het aantal hulpvragen toenemen en identificeren verschillende (kwetsbare) doelgroepen voor het minimabeleid: inwoners met beperkte digitale vaardigheden of taalvaardigheden en inwoners met een migratieachtergrond. Daarnaast geven zowel interne medewerkers als ketenpartners aan dat zij een nieuwe doelgroep waarnemen, namelijk inwoners met middeninkomens die (soms) in het bezit zijn van een eigen huis. Als mogelijke oorzaken noemen zij onder andere de huidige inflatie en hoge energiekosten. Ketenpartners geven aan dat zelfs bij gebruik van meerdere regelingen, een huishouden soms geld tekort komt28.

6.2. Minimabeleid 6.2.1. Aanbod van regelingen Over het algemeen zijn de betrokken ketenpartners tevreden over het gemeentelijke minimabeleid. De landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen geven inwoners met een laag inkomen een steuntje in de rug. Hierdoor kunnen zij meedoen in de samenleving. Maar als inwoners net buiten de boot vallen, omdat ze net niet aan alle voorwaarden voor ondersteuning voldoen, zien ketenpartners dat dit grote problemen kan opleveren. Rondkomen en participeren in de samenleving is dan niet mogelijk. Daarnaast zien zij dat participeren voor alleenstaanden soms lastiger is dan voor gezinnen met kinderen, omdat ouders aanspraak kunnen maken op kindregelingen en daarmee extra ondersteund worden. Ketenpartners en interne medewerkers vinden het aanbod aan minimaregelingen uitgebreid, waardoor vele doelgroepen worden ondersteund. Voor zowel participatie, als zorgkosten als kinderen wordt ondersteuning geboden vanuit de gemeentelijke regelingen. De interne medewerkers benoemen dat zij ook dubbelingen zien in het aanbod; bijvoorbeeld tussen de participatieregelingen voor kinderen en volwassenen en in de regelingen voor zorgkosten. Deze overlap en dubbelingen zijn in de beleidsanalyse aan de orde gekomen en worden om die reden hier niet verder toegelicht.

In de gesprekken zijn daarnaast een aantal gemeentelijke regelingen en kosten in het bijzonder naar voren gekomen, veelal omdat het aanbod (nog) niet toereikend is. • Collectieve zorgverzekering De Bevelandse gemeenten bieden een collectieve zorgverzekering aan via CZ (bestaande uit de basisverzekering 'Zorg-op-maatpolis' en de aanvullende verzekering 'Extra uitgebreid'). Ketenpartners geven aan dat zij de collectieve zorgverzekering alleen onder de aandacht brengen bij inwoners die chronisch ziek zijn, wegens de hoge premiekosten van deze verzekering (€ 157 na gemeentelijke korting). De verzekering is daardoor minder interessant dan wel voordelig voor inwoners met een minder grote zorgvraag. Ook interne medewerkers van de gemeente uiten hun bedenkingen. De zorgvraag verschilt sterk per persoon en de vraag rijst of het daarom niet wenselijker zou zijn dat adviseurs ondersteunen bij de aanvraag van een passende verzekering. 27 Daarnaast zijn ook Vluchtelingenwerk, SMWO en Jeugdfonds Sport en Cultuur uitgenodigd voor het

gesprek, maar zij hebben niet deelgenomen. 28 Uit de Inkomens effectrapportage blijkt wanneer huishoudens gebruikmaken van alle regelingen, zij een (klein) budget overhouden aan het einde van de maand. Echter is de Inkomens effectrapportage gebaseerd op gemiddelden en gaan we ervan uit dat een huishouden van alle regelingen gebruikmaakt.

55

GR De Bevelanden

•

•

•

Versie 1.0

Tegelijkertijd geven de medewerkers aan dat het gesprek over de gemeenschappelijke visie van de GR op het aanbieden van de collectieve zorgverzekering nog moet plaatsvinden. Noodfonds De ketenpartners benoemen de behoefte aan een noodfonds. Op dit moment biedt Schuldhulpvrijwilligers Zeeland noodhulp aan als onderdeel van het Leger des Heils. Deze ondersteuning wordt op incidentele basis verstrekt en per situatie afgewogen. De voorwaarden zijn strikt: de kosten moeten door geen andere regeling vergoed worden, zorgkosten worden vergoed in levensbedreigende situaties en er moet een offerte beschikbaar zijn. Dit maakt de noodhulp ongeschikt voor de vervanging van huishoudelijke apparatuur. De ervaring van inwoners en ketenpartners leert dat de individuele inkomenstoeslag hiervoor niet volstaat. Een noodfonds zou wenselijk zijn om inwoners te ondersteunen bij noodzakelijke, incidentele uitgaven die niet door andere regelingen worden vergoed. Vervoer29 De Bevelandse gemeenten zijn omgeven door water, het gebied is uitgestrekt en het netwerk van openbaar vervoer is relatief beperkt. Vervoer is daarom een uitdaging voor veel minima. Ook als het gaat om participatiedoeleinden; om vrijwilligerswerk te kunnen doen, is een fiets nodig om op locatie te komen.

In alle Bevelandse gemeenten is een vergoeding beschikbaar voor vervoerskosten of de aanschaf van een fiets voor kinderen tussen de 12 en 18 jaar. Ketenpartners geven aan dat deze mogelijkheden er voor volwassenen niet zijn. Kledingbank en Speelgoedbank De kledingbank is actief in de gemeente Reimerswaal; twee keer per jaar kunnen minima daar terecht. Inwoners van de andere Bevelandse gemeenten worden ook uitgenodigd maar zijn dikwijls niet in de gelegenheid om te gaan. De ketenpartners zien de meerwaarde en het effect van de kledingbank en speelgoedbank voor minima en zouden graag zien dat dit ook in de andere gemeenten wordt opgestart. Eventueel als rijdende dependance van de vestiging in de gemeente Reimerswaal.

Overzicht regelingen en sociale kaart Het uitgebreide aanbod aan gemeentelijke minimaregelingen vraagt om een duidelijk overzicht van de mogelijkheden. Daarnaast zijn in de Bevelandse gemeenten verschillende organisaties actief die financiële ondersteuning bieden wat meerdere aanvraagloketten tot gevolg heeft. De interne medewerkers vragen zich af of dit voldoende gebruiksvriendelijk voor de inwoners is. Het is voor inwoners niet altijd duidelijk welke ondersteuning mogelijk is en waar dit aangevraagd kan worden. Ook scholen en jeugdverpleegkundigen geven deze signalen. Een inhoudelijke afstemming van de gemeentelijke regelingen is daarmee noodzakelijk zodat kosten op één plek vergoed worden. Daarnaast is een overzicht van de beschikbare regelingen en externe organisaties (sociale kaart) wenselijk om zowel voor inwoners als hulpverleners de informatievoorziening te vereenvoudigen.

6.2.2. Harmonisatie minimabeleid GR de Bevelanden gemeenten De gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland en Reimerswaal hebben zich verenigd in het samenwerkingsverband GR de Bevelanden. De uitvoering van het minimabeleid wordt gezamenlijk opgepakt. Het aanbod aan minimaregelingen is deels geharmoniseerd, maar er bestaan ook verschillen in zowel het aanbod en de hoogte van de vergoedingen. Ketenpartners benoemen hun behoefte aan een volledige harmonisatie binnen GR de Bevelanden. De belangrijkste reden hiervoor is eenduidigheid richting de inwoners. Zij vinden dat klantmanagers hierin een sleutelrol kunnen vervullen; zij hebben het eerste contact met inwoners en kunnen doorsturen naar andere voorzieningen. De ketenpartners zien regelmatig dat inwoners pas in een later stadium bij hen terechtkomen, terwijl doorverwijzing al veel eerder had kunnen plaatsvinden toen de gemeentelijke ondersteuning startte.

29 Een tweedehands fiets kan worden vergoed via het re-integratie budget. Echter is dit niet bij ketenpartners

bekend.

56

GR De Bevelanden

Versie 1.0

De interne medewerkers geven aan dat er verschillende obstakels zijn voor het afstemmen van de inkomensgrenzen en vergoedingen van de beschikbare regelingen: • Gemeentelijke eigenschappen De contextfactoren van de gemeenten kennen verschillen. Waar Goes een grote stad is en stedelijke voorzieningen heeft, zijn de andere gemeenten meer georiënteerd op het platteland. Dit maakt dat er andere behoeften spelen en de uitvoering een verschillende aanpak vereist. • Spanningsveld tussen politieke kleur en gemeentelijke beleidsterreinen De uitvoering van de minimaregelingen is gedelegeerd aan GR de Bevelanden, maar ambtelijk en bestuurlijk gezien vormen het vijf verschillende gemeenten. Dit betekent dat de politieke kleur invloed heeft op het beleid van de verschillende gemeenten. De situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen dat in één van de gemeenten budget beschikbaar wordt gesteld voor de minimaregelingen en dit ook hieraan besteed moeten worden (bijvoorbeeld door de bijdrage van één van de regelingen te verhogen). • Visie Tot slot speelt ook de politieke visie an sich een rol. Sommige gemeenten zijn meer lokaal gericht (eigen gemeente) terwijl anderen gericht zijn op de regio en verdere harmonisatie. De harmonisatie is in 2015 gestart en intussen zijn al vele stappen gezet.

Ondanks bovenstaande overwegingen en spanningsvelden pleiten ook de interne medewerkers voor verdere harmonisatie. Het gaat met name om de inkomensgrenzen en de hoogte van de vergoedingen van de gemeentelijke regelingen. Eventuele onderlinge verschillen omtrent de Voedselbank of Kledingbank zouden de interne medewerkers acceptabel vinden.

6.3. Informatievoorziening GR de Bevelanden heeft als beleidsdoelstelling geformuleerd: Onze hulp- en dienstverlening is laagdrempelig, logisch en begrijpelijk en onze communicatie sluit aan bij de leefwereld van de inwoners. Op dit moment kunnen hierin ontwikkelstappen gezet worden volgens de interne medewerkers en ketenpartners. De huidige informatievoorziening is niet voor alle doelgroepen laagdrempelig genoeg. De interne medewerkers werken aan meer toegankelijke formulieren en informatie door taalniveau B1 als uitgangspunt te nemen. De ketenpartners opperen om daarnaast minder tekst en meer pictogrammen te gebruiken. Daarnaast vinden ze dat het online aanvragen van regelingen onder de loep moet worden genomen om het laagdrempeliger te maken. Ketenpartners vinden het van belang dat het schriftelijk aanvragen van regelingen ook mogelijk blijft, juist voor de inwoners die niet digitaal vaardig zijn. Het aanbieden van informatie in verschillende talen wordt tevens wenselijk gevonden voor de doelgroep die de Nederlandse taal (nog) niet vaardig is. Daarnaast benoemden interne medewerkers dat het begrip ‘GR de Bevelanden’ nog weinig bekendheid heeft. Vele inwoners zijn er niet van op de hoogte dat de GR verantwoordelijk is voor het uitvoeren van de minimaregelingen. De verklaring hiervoor is vermoedelijk dat de huidige naam niet tot de verbeelding spreekt.

De Voedselbank hanteert bijvoorbeeld landelijk dezelfde term en is daarom goed bekend. De interne medewerkers benoemen dit als kracht van de maatschappelijke organisaties/ ketenpartners en als kwetsbaarheid van de gemeente; per gemeente hebben regelingen en uitvoeringsorganisaties andere namen. Een alternatieve naam die meer tot de verbeelding spreekt, zou bijvoorbeeld ‘Sociaal Loket de Bevelanden’ kunnen zijn. Concluderend, de informatievoorziening van GR de Bevelanden over de minimaregelingen kent nog verbeterpunten. Door een betere informatievoorziening kan de minimapopulatie meer ondersteund worden, middels de minimaregelingen. Dit kan bijdragen aan een hogere participatie van minimapopulatie in de samenleving.

57

GR De Bevelanden

Versie 1.0

6.4. Samenwerking 6.4.1. Samenwerking tussen de Bevelandse gemeenten De onderlinge samenwerking tussen de verschillende gemeenten wordt als prettig ervaren; medewerkers weten elkaar te vinden en de lijntjes zijn kort. De interne medewerkers geven echter wel aan dat ze – door de komst van de GR – verder af staan van de uitvoering omdat dit nu centraal belegd is. Een andere uitdaging ligt bij de ervaren krappe beleidscapaciteit bij GR de Bevelanden in combinatie met de actuele ontwikkelingen (Corona, energiecrisis, statushouders, inflatie). De GR moet hierdoor prioriteiten stellen aan de beleidsdoelen. Dit gebeurt in afstemming met de gemeenten in de ambtelijke werkgroep armoede en schulden.

6.4.2. Samenwerking tussen de ketenpartners en gemeenten Binnen de GR is het Platform Armoede en Schulden actief waar ketenpartners elkaar periodiek ontmoeten. Dit zorgt ervoor dat de gemeenten en de partners betrokken blijven bij elkaar wat de samenwerking verbetert. Ketenpartners vinden de uitwisseling een meerwaarde en hebben onderling goed contact. Toch merken zij dat het Platform Armoede en Schulden soms een stap ‘te hoog’ is; het is waardevol om gezamenlijk na te denken over beleid, maar de doorverwijzing van de gemeente richting de ketenpartners (dus de daadwerkelijke samenwerking) vindt plaats via de klantmanagers. De ketenpartners hebben geen contact of ingang om de samenwerking met de klantmanagers te evalueren. Daarnaast verschillen de ervaringen van ketenpartners over de samenwerking met de gemeente. Sommige ketenpartners onderhouden een subsidierelatie met de gemeente zoals de Voedselbank. De gemeente en ambtelijke medewerkers van de GR hebben tweejaarlijks een overleg met de Voedselbank. Beide partijen ervaren dit contact als positief. Humanitas onderhoudt contact met de gemeentelijke medewerkers van vroegsignalering. Dit verloopt ook goed en de partijen pakken over en weer doorverwijzingen op. Minder positief over de samenwerking zijn de ketenpartners die geen subsidierelatie met de gemeente hebben.

Zij missen de betrokkenheid van de gemeente en zouden ook graag financiële ondersteuning van hun werkzaamheden ontvangen. Met name vanuit het perspectief dat participatie net zo goed ondersteund zou moeten worden als levensbehoeften zoals voeding. Klantmanagers Ketenpartners benoemen dat zij bovendien signalen ontvangen van inwoners over de klantmanagers. Inwoners spreken hun klantmanager voor een nieuwe aanvraag, maar er is geen proactief contact vanuit de manager. Een jaarlijks evaluatiemoment over de huidige stand van zaken zou wenselijk zijn voor de inwoners, volgens de ketenpartners. Daarnaast zouden klantmanagers voor een adequate doorverwijzing moeten zorgen, zowel naar andere gemeentelijke regelingen waar de inwoner wellicht aanspraak op kan maken als naar de ketenpartners. De doorverwijzing zou via de GR lopen, maar de vraag is of deze doorverwijzing (altijd) plaatsvindt. Een terugkoppeling of langere opvolging zou wenselijk zijn. Op die manier kan de GR bijhouden welke aanvragen in behandeling zijn en welke moeten worden doorgezet naar een andere partner.

6.5. Sturing en monitoring De gebruikscijfers van de gemeentelijke regelingen zijn per gemeente inzichtelijk. De interne medewerkers ontvangen deze cijfers niet periodiek, maar zouden dit wel wenselijk vinden. Op dit moment vindt geen periodieke evaluatie van deze cijfers plaats. Hierin is een verbeterslag mogelijk; de gebruikscijfers geven input voor beleidsmatige sturingsinformatie. De ketenpartners die een subsidierelatie met de gemeente onderhouden, leveren informatie en verantwoording aan. Voor de voedselbank is deze informatie echter niet per gemeente beschikbaar.

58

GR De Bevelanden

Versie 1.0

7. Ervaring inwoners minimaregelingen In dit hoofdstuk wordt het minimabeleid vanuit de doelgroep in de Bevelandse gemeenten bekeken. Deze groep inwoners heeft door middel van een vragenlijst hun mening en ervaringen over het minimabeleid kenbaar gemaakt. In de vragenlijst staat een aantal thema’s centraal, zoals: kennis en gebruik regelingen, beoordeling van de informatievoorziening, financiële situatie, energie(kosten), zorgkosten en adviezen en opmerkingen van de respondenten. Hieronder volgt een analyse van de ervaringen en meningen van de respondenten30. Respons De doelgroep bestaat uit 1.595 huishoudens in de Bevelandse gemeenten. Deze groep heeft een uitnodiging ontvangen om de vragenlijst op papier of online in te vullen. Uiteindelijk hebben 316 respondenten de vragenlijst ingevuld (269 op papier en 47 online). Dat brengt de respons op 20 procent. De respons is voldoende om uitspraken te doen over de volledige doelgroep met een betrouwbaarheid van 95 procent31. De resultaten zijn betrouwbaar en representatief voor de doelgroep in de Bevelandse gemeenten, maar de respons per gemeente is niet voldoende om betrouwbare uitspraken te doen over de doelgroep in de afzonderlijke gemeenten. De resultaten per gemeenten dienen als indicatief te worden beschouwd 32. De helft van de respondenten komt uit de gemeente Goes.

Een vijfde woont in de gemeente Borsele, hetzelfde geldt voor de gemeente Reimerswaal. De minste respondenten komen uit de gemeente Kapelle en Noord-Beveland (beide 7 procent). Kennis en gebruik van de regelingen voor volwassenen De bekendheid van de inkomensondersteunende regelingen voor volwassenen verschilt, zoals weergegeven in figuur 7.1.1 (volgende pagina). De tegemoetkoming voor energiekosten is de meest bekende en gebruikte regeling. Het Declaratiefonds is daarna de meest gebruikte regeling (61 procent). De collectieve zorgverzekering en de kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen zijn de regelingen die, na de energietoeslag, het meest bekend zijn. Beide regelingen zijn bekend onder 82 procent van de respondenten. De twee minst bekende en gebruikte regelingen zijn de studietoeslag en het Volwassenfonds. Een verklaring voor de lage bekendheid en gebruik is dat de studietoeslag alleen van toepassing is op specifieke doelgroepen en het Volwassenfonds alleen beschikbaar is in de gemeenten Borsele en Kapelle. De helft van de respondenten die in Kapelle woont, kent het Volwassenenfonds. In Borsele kent een kwart van de respondenten de regeling. Een ruime meerderheid (70 procent) van de respondenten gebruikt het geld van de regelingen om de rekeningen te betalen of om rond te komen.

Een derde van de respondenten gebruikt de vergoedingen om noodzakelijke medische zorg te bekostigen. Van de respondenten die de tegemoetkoming chronisch zieken ontvangen, heeft 61 procent aangegeven dat de regeling helpt in het krijgen van de noodzakelijke medische zorg. Bij de respondenten die gebruikmaken van de collectieve zorgverzekering gaat het om 54 procent. Bijna de helft (46 procent) van de respondenten gebruikt de regelingen niet, omdat ze de regelingen niet kennen. Verder weet een kwart van de respondenten niet hoe ze regelingen moeten aanvragen en een kwart geeft aan dat de regelingen niet passen bij de behoeften. Respondenten missen het meest regelingen met kortingen voor winkels, kleding en reiskosten. De helft van de respondenten zou overigens (meer) gebruik willen maken van een kledingbank. 30 De volledige analyse is weergegeven in een aparte rapportage: ‘Behoeftepeiling Minimabeleid 2023 –

Bevelandse gemeenten’, opgeleverd in maart 2023. Voor een uitgebreide weergave van de resultaten, diagrammen en analyse verwijzen wij u graag naar die rapportage. 31 Om betrouwbare uitspraken te kunnen doen met een betrouwbaarheidsniveau van 95 procent moet de respons bestaan uit minstens 310 respondenten. 32 Bijvoorbeeld: om betrouwbare uitspraken te doen over de doelgroep in de gemeente Goes (835 verstuurde enquêtes) zouden 264 enquêtes nodig zijn. In totaal hebben 154 respondenten uit Goes gereageerd.

59

GR De Bevelanden

Versie 1.0

Figuur 7.1.1. Bekendheid en gebruik minimaregelingen (n = 167 ~ 289)

Kent en gebruikt u (of iemand uit uw gezin) de regelingen? Ja, gebruik ik

Nee, maar ken ik wel

Nee, en ken ik ook niet

Energietoeslag

86%

Declaratiefonds

61%

Collectieve zorgverzekering

55%

Individuele inkomenstoeslag

54%

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen

53%

Bijzondere bijstand

40%

Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten

39%

Individuele studietoeslag Volwassenenfonds (gemeente Borsele en Kapelle)

5% 9%

4%

14%

25%

27% 13%

19% 33%

29%

18%

34%

27%

25%

37%

31%

65%

4% 11%

85%

Kennis en gebruik van de kindregelingen 50 respondenten hebben thuiswonende kinderen onder de 18 jaar (17 procent van de respondenten). Het Declaratiefonds, het Jeugdfonds Sport en Cultuur Zeeland, Stichting Leergeld en de bijzondere bijstand voor fiets, computer en indirecte schoolkosten kennen een bij benadering gelijke bekendheid in de Bevelanden (rond de 70 procent). Het Declaratiefonds wordt het meest gebruikt (63 procent van de respondenten). Driekwart kinderen van de respondenten worden door de kindregelingen geholpen met het lid worden van een (sport)vereniging. Daarbij helpt het bij de helft van de respondenten bij het volgen van zwemles en meegaan op schoolreis of sportkamp. Ook het aanschaffen van een fiets of identiteitsbewijs wordt veel genoemd, respectievelijk door 45 en 42 procent van de respondenten. Figuur 7.1.2. Bekendheid en gebruik kindregelingen (n = 40 ~ 47)

Maakt uw kind gebruik van of kent u deze regelingen? Ja, gebruik ik

Nee, maar ken ik wel

Declaratiefonds

Nee, en ken ik ook niet 63%

Jeugdfonds Sport en Cultuur Zeeland

10%

53%

Stichting Leergeld

44%

Bijzondere bijstand voor fiets, computer of indirecte schoolkosten

40%

Speelgoedbank Zeeland

40%

60

17%

27% 30%

27%

29%

27%

33% 60%

GR De Bevelanden

Versie 1.0

Ouders geven aan niet voldoende financiële middelen te hebben voor de kosten van hun kind, ondanks het aanbod aan regelingen 33. Wat voor veel ouders te duur is, is het kopen van voldoende kleding of schoenen (46 procent), een lidmaatschap bij een (sport)vereniging (36 procent) of het kopen van spullen of kleding voor een (sport)vereniging (28 procent). Informatievoorziening Inwoners kunnen op verschillende manieren informatie over de regelingen vinden. De meest gebruikte informatiekanalen om informatie over de regelingen te verzamelen zijn via het internet (39 procent) en via een medewerker van de gemeente of van GR de Bevelanden (38 procent). De meerderheid van de respondenten vindt zowel GR de Bevelanden als de gemeente goed telefonisch bereikbaar. Daarentegen weet bijna een derde van de respondenten niet waar hij moet zijn voor de minimaregelingen. Bijna de helft van de respondenten vindt het loket van GR de Bevelanden toegankelijk en snapt de informatie die hij krijgt. Het merendeel van de respondenten is tevreden over het telefonische en persoonlijke contact. Over de website en de folders als informatievoorziening is slecht een derde van de respondenten tevreden. Financiële situatie De meerderheid, 60 procent van de respondenten, heeft moeite om iedere maand financieel rond te komen.

Hiervan kan 14 procent maandelijks niet rondkomen en bijna de helft kan soms wel/soms niet rondkomen. De overige 40 procent kan maandelijks wel financieel rondkomen. Wanneer respondenten niet rond kunnen komen, dan hebben ze het meest moeite met het betalen van de basisbehoeften als (gezond) eten en wonen. Energie Acht op de tien respondenten kunnen elke maand de energierekening betalen. Van de respondenten die maandelijks de energierekening kunnen betalen, maakt 89 procent gebruik van de energietoeslag. Tegelijkertijd maakt van de groep respondenten die de energierekening niet elke maand kan betalen, ook de grote meerderheid gebruik van de energietoeslag. Meer dan driekwart van de respondenten heeft de verwarming in de winter vaak of soms lager (of uit) staan. Zorgkosten Een kwart van de respondenten vraagt vaak medicijnen niet of gaat niet naar een tandarts, fysiotherapeut of het ziekenhuis, wegens de hoge (verwachte) kosten. 36 procent doet dit soms en 39 procent mijdt de zorg niet. Het zijn voornamelijk de jongere respondenten die aangeven vaak of soms de zorg te mijden. De collectieve zorgverzekering wordt door bijna de helft van de respondenten gebruikt. De meest genoemde reden voor het niet gebruik maken van de collectieve zorgverzekering is dat de respondenten al blij zijn met hun huidige (andere) zorgverzekering.

Vier op de tien respondenten heeft op dit moment een verzekering die goed bij zijn zorgvraag past, maar een derde geeft aan dat het pakket te weinig vergoedt. Tot slot heeft een kleine meerderheid een voorkeur voor het gebruiken van de collectieve zorgverzekering (54 procent). Een kwart maakt het liefst gebruik van een zelfgekozen zorgververzekering en 10 procent heeft het liefst hulp bij het zoeken naar een geschikte zorgverzekering. Adviezen en opmerkingen van respondenten •

Informatie en communicatie over de minimaregelingen: respondenten zouden graag meer en duidelijkere informatie ontvangen over de minimaregelingen. Ze geven hiervoor

33 Niet alle respondenten maken gebruik van alle regelingen waar ze recht op hebben.

61

GR De Bevelanden

• •

• •

Versie 1.0

concrete ideeën als het verstrekken van een duidelijk overzicht via post, een folder of de website. Maatwerk in de tegemoetkomingen: er zijn respondenten die aangeven dat ze vergoedingen missen of dat er niet voldoende vergoeding wordt vergeven. Dit gaat bijvoorbeeld over ziekte-, reis-, boodschappen- of energiekosten. Aanvragen van de regelingen: respondenten benoemen dat het moeilijk is om een regeling aan te vragen of dat ze hierbij hulp (nodig) hebben. Er worden verder ideeën genoemd om het proces eenvoudiger te maken. Zo kan de taal eenvoudiger of zien inwoners graag één aanvraagformulier voor meerdere regelingen. Tevreden over de minimaregelingen: inwoners uiten hun tevredenheid over de tegemoetkomingen en ondersteuning. Zorg: respondenten delen hun ervaringen over de hoogte van de kosten voor (tandarts)zorg en zorgverzekeringen.

62

GR De Bevelanden

Versie 1.0

8. Scenarioanalyse In dit hoofdstuk worden drie verschillende scenario’s geanalyseerd. De huidige situatie wordt geschetst, de scenario’s worden met bijbehorende aannames weergegeven en vervolgens is uitgewerkt wat dit betekent voor de Bevelandse gemeenten.

8.1. Verruiming van de inkomensgrenzen voor de kindregelingen Huidige situatie Op dit moment bieden de Bevelandse gemeenten haar kindregelingen aan met een inkomensgrens van 120 procent Wsm. In de inkomens effectrapportage is weergegeven wat het voor de minimahuishoudens betekent wanneer huishoudens met kinderen gebruik maken van het Jeugdfonds Sport en Cultuur, Stichting Leergeld, het Declaratiefonds (vergoeding voor kinderen) en Stichting Jarige Job. De minimagezinnen kunnen een bedrag krijgen uit deze regelingen, afhankelijk van de leeftijd van de kinderen. Het gaat om de volgende bedragen: • Jeugdfonds Sport en Cultuur: € 250 voor sport en € 450 voor cultuur; • Stichting Leergeld: gemiddeld €148,35 per kind per jaar; • Declaratiefonds: € 146 per jaar voor kinderen tussen 0 en 18 jaar en € 115 extra per jaar voor kinderen tussen 0 en 4 jaar; • Stichting Jarige Job: een verjaardagsbox ter waarde van € 35 per kind per jaar; Scenario Vanuit de Bevelandse gemeenten is het voorstel gekomen om door te bereken wat het voor het vrij besteedbare budget van de minimahuishoudens met kinderen betekent, wanneer de kindregelingen kunnen worden aangevraagd tot een inkomen van 130 procent Wsm. Aannames Het Declaratiefonds is een regeling die vergoedingen voor zowel kinderen als volwassenen verstrekt.

In dit scenario wordt ervan uitgegaan dat er voor de verschillende verstrekkingen van dit fonds, verschillende inkomensgrenzen kunnen gelden. Voor de verstrekkingen voor volwassen blijft de inkomensgrens 120 procent Wsm, voor kinderen wordt dit 130 procent Wsm. Doorrekening Vrij besteedbare budget Alleenstaande ouders en tweeoudergezinnen hebben in de huidige situatie bij elke inkomensniveau voldoende budget voor vrije bestedingen. Echter neemt dit budget in de huidige situatie af bij een inkomen van 130 procent Wsm ten opzichte van 120 procent Wsm. Wanneer de kindregelingen worden verstrekt voor minimahuishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm, is te zien dat het vrij besteedbare budget bij het desbetreffende inkomen bij zowel alleenstaande ouders als tweeoudergezinnen toeneemt met € 111 per maand. Bij de doorrekening van het scenario gaan alleenstaande ouders en ouderparen bij een stijging van het inkomen van 120 naar 130 procent Wsm er in vrij besteedbaar budget op vooruit, zie figuren 8.1.1 tot 8.1.4. Inkomensvooruitgang In de huidige situatie krijgen alleenstaande ouders en tweeoudergezinnen bij een inkomensstijging van 120 naar 130 procent Wsm te maken met een inkomensachteruitgang.

Wanneer de kindregelingen worden doorgerekend tot een inkomen van 130 procent Wsm, is te zien dat de inkomensachteruitgang bij een stijging van het inkomen van 130 procent Wsm verandert in een inkomensvooruitgang. De inkomensvooruitgang ten opzichte van de bijstand stijgt bij alleenstaande ouders van 6 procent naar 10 procent. Bij tweeoudergezinnen stijgt dit van 3 procent naar 7 procent.

63

GR De Bevelanden

Versie 1.0

Figuur 8.1.1. Het vrij besteedbare budget voor alleenstaande ouders, huidige situatie

Alleenstaande ouders, huidige situatie Zonder gemeentelijke bijdrage

Met alle gemeentelijke bijdragen

Normbedrag sociale participatie € 227 € 300

100% Wsm

€ 370

€ 389

110% Wsm

€ 283 € 514

120% Wsm

€ 283 € 632

130% Wsm €0

€ 100

€ 200

€ 300

€ 148 € 400

€ 500

€ 600

€ 700

€ 800

€ 900

Figuur 8.1.2. Het vrij besteedbare budget voor alleenstaande ouders, doorrekening scenario

Alleenstaande ouders, scenario Zonder gemeentelijke bijdrage

Met alle gemeentelijke bijdragen

Normbedrag sociale participatie € 227 € 300

100% Wsm

€ 370

€ 389

110% Wsm

€ 283 € 514

120% Wsm

€ 283 € 632

130% Wsm €0

€ 100

€ 200

€ 300

€ 259 € 400

€ 500

€ 600

€ 700

€ 800

€ 900

€ 800

€ 900

Figuur 8.1.3. Het vrij besteedbare budget voor ouderparen, huidige situatie

Ouderparen, huidige situatie Zonder gemeentelijke bijdrage

Met alle gemeentelijke bijdragen

Normbedrag sociale participatie € 309 100% Wsm

€ 61

€ 433

€ 162

110% Wsm

€ 347 € 282

120% Wsm

€ 347

€ 350

130% Wsm €0

€ 100

€ 187

€ 200

€ 300

€ 400

€ 500

€ 600

€ 700

Figuur 8.1.4. Het vrij besteedbare budget voor ouderparen, doorrekening scenario

Ouderparen, scenario Zonder gemeentelijke bijdrage

Met alle gemeentelijke bijdragen

Normbedrag sociale participatie € 309 100% Wsm

€ 61

€ 433

€ 162

110% Wsm

€ 347 € 282

120% Wsm

€ 347

€ 350

130% Wsm €0

€ 100

€ 200

€ 298 € 300

€ 400

64

€ 500

€ 600

€ 700

€ 800

€ 900

GR De Bevelanden

Versie 1.0

Figuur 8.1.5. Inkomensvooruitgang t.o.v. 100% Wsm bij werkaanvaarding, huidige situatie

Inkomensvooruitgang, huidige situatie 110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

2% Alleenstaande ouder

7% 6% 3%

Paar met kinderen

6% 3%

Figuur 8.1.6. Inkomensvooruitgang t.o.v. 100% Wsm bij werkaanvaarding, doorrekening scenario

Inkomensvooruitgang, scenario 110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

2% Alleenstaande ouder

7% 10% 3%

Paar met kinderen

6% 7%

Reflectie Het verruimen van de inkomensgrenzen voor de kindregelingen naar 130 procent Wsm heeft als effect dat ouders met een inkomen van 130 procent Wsm er in vrij besteedbaar budget en inkomen op vooruit gaan in vergelijking met ouders met een inkomen van 120 procent Wsm. Tegelijkertijd maakt het verruimen van de inkomensgrens van de kindregelingen niet, dat het verschil in hoeveelheid vrij besteedbaar budget en hoeveelheid inkomensvooruitgang tussen alleenstaande ouders en ouderparen kleiner wordt. Alleenstaande ouders hebben in de huidige situatie en in het doorrekenen van het scenario een groter vrij besteedbaar budget en een grotere inkomensvooruitgang dan paren met kinderen. Verder is in dit onderzoek niet duidelijk geworden wat de verruiming van de inkomensgrenzen van de kindregelingen betekent voor het vrij besteedbare budget en de inkomensvooruitgang van huishouden met inkomens hoger dan 130 procent Wsm. Het is aannemelijk dat er met de verruiming van de inkomensgrens voor kindregelingen, bij hogere inkomens een terugval in het vrij besteedbare budget of een inkomensachteruitgang plaatsvindt. De verruiming van de inkomensgrens betekent namelijk dat er in één keer meerdere gemeentelijke regelingen wegvallen bij inkomens boven 130 procent Wsm. Het is de vraag of de inkomensstijging dit voldoende compenseert.

Daarnaast betekent een verruiming van de inkomensgrenzen dat meer minimagezinnen gebruik mogen maken van de kindregelingen. Dit brengt met zich mee dat de kosten voor de gemeente wellicht zullen stijgen.

8.2. Update energieprijzen en het weglaten van de energietoeslag Huidige situatie In de huidige situatie zijn de energieprijzen vastgesteld op de peildatum 3 januari 2023. Daarbij is bij het overzicht van de maandelijkse financiën een bijdrage van € 108 uit de energietoeslag

65

GR De Bevelanden

Versie 1.0

meegenomen. Uit de inkomenseffectrapportage is gebleken dat alle huishoudens, mits zij gebruik maken van alle landelijke en gemeentelijke bijdragen, voldoende budget hebben voor sociale participatie. Scenario De energietoeslag, zoals deze is meegenomen in de inkomens effectrapportage, is in 2023 in werkelijkheid nog niet uitgekeerd aan minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm. Uit de rapportage is op te maken dat het bedrag dat huishoudens maandelijks ontvangen vanuit de energietoeslag (€ 108) in vergelijking met andere gemeentelijke minimaregelingen, relatief groot is. Om inzicht te krijgen in de financiële situatie van minimahuishoudens zonder de energietoeslag, wordt deze toeslag weggelaten in dit scenario. Daarbij is een update van de energieprijzen gegeven. In tabel 8.2.1. is te zien dat de energieprijzen ten opzichte van het vorige peilmoment zijn gedaald. Tabel 8.2.1 Maandelijkse energiekosten per huishoudgrootte met verschillende peildata Huishoudgrootte Eenpersoonshuishouden Tweepersoonshuishouden Driepersoonshuishouden Vierpersoonshuishouden

Peildatum 03-01-202334 € 164,64 € 211,00 € 258,08 € 307,99

Peildatum 26-04-202335 € 121,78 € 156,14 € 180,41 € 204,46

Doorrekening Vrij besteedbare budget Wanneer er geen energietoeslag aan de huishoudens wordt uitgekeerd en de huidige energieprijzen worden meegenomen, valt op dat alle huishoudtypes bij elk inkomen voldoende, maar minder vrij besteedbaar budget overhouden dan in de huidige situatie (tabel 8.2.2.). Hoe groot dit verschil is, hangt af van het type huishouden. Zo is te zien dat het verschil voor paren met kinderen het minst groot is. Het verschil tussen de huidige situatie en het scenario is € 4 tot € 5. Voor alleenstaanden is dit verschil groter, namelijk € 66. Dit komt doordat de daling van de energieprijzen voor ouderparen met kinderen bijna even groot is als de maandelijkse bijdrage van de energietoeslag, die in de doorrekening wegvalt. Het effect van het wegvallen van de energietoeslag is voor alleenstaanden groter, doordat de daling van de energieprijzen voor dit type huishouden minder groot is. Tabel 8.2.2 Maandelijks vrij besteedbaar budget per huishoudtype niet AOW-gerechtigd, huidige situatie en scenario Vrij besteedbaar budget Alleenstaande Huidige situatie Scenario

100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

€ 169 € 103

€ 167 € 101

€ 287 € 221

€ 374 € 308

Alleenstaande ouder Huidige situatie Scenario

€ 443 € 412

€ 445 € 414

€ 570 € 540

€ 552 € 522

Paar zonder kinderen Huidige situatie Scenario

€ 131 € 77

€ 154 € 100

€ 274 € 220

€ 292 € 239

Paar met kinderen Huidige situatie Scenario

€ 186 € 181

€ 200 € 196

€ 320 € 315

€ 228 € 223

34 Mega, EU groene stroom en Aardgas, variabel contract 35 Eneco, Hollandse Wind&Zon en CO2-gecompenseerd Gas, 6 maanden vast contract

66

GR De Bevelanden

Versie 1.0

Inkomensvooruitgang Ten opzichte van de huidige situatie, is te zien dat er na de doorrekening van het scenario in de inkomensvooruitgang voor paren zonder kinderen niks verandert. Verder is de grootste verandering te zien bij alleenstaanden en alleenstaande ouders. Alleenstaanden krijgen bij inkomens tegen 120 en 130 procent Wsm te maken met een grotere inkomensvooruitgang dan in de huidige situatie. Dit is voor alleenstaande ouders zo bij inkomens tegen 110 en 130 procent. Verder zijn de inkomensachteruitgangen die zichtbaar zijn in de huidige situatie, na de doorrekening van het scenario ook nog zichtbaar. Zie figuren 8.2.1. en 8.2.2. Figuur 8.2.1. Inkomensvooruitgang t.o.v. 100% Wsm bij werkaanvaarding, huidige situatie

Inkomensvooruitgang, huidige situatie 110% Wsm

10%

4%

Paar zonder kinderen

Paar met kinderen

130% Wsm

4%

Alleenstaande

Alleenstaande ouder

120% Wsm

8%

2%

15%

9%

7% 6%

3%

6%

3%

Figuur 8.2.2. Inkomensvooruitgang t.o.v. 100% Wsm bij werkaanvaarding, doorrekening scenario

Inkomensvooruitgang, scenario 110% Wsm

11%

4%

Paar zonder kinderen

Paar met kinderen

130% Wsm

4%

Alleenstaande

Alleenstaande ouder

120% Wsm

8%

3%

16%

9%

7% 7%

3%

6%

4%

Reflectie Het scenario maakt inzichtelijk dat het wegvallen van de energietoeslag een groter effect heeft op het maandelijkse vrij besteedbare budget van alleenstaanden dan op paren met kinderen. Hierin speelt mee dat alleenstaanden de energietoeslag volledig voor zichtzelf kunnen gebruiken, In meerpersoonshuishoudens wordt het bedrag daarentegen verdeeld over meerdere inwoners. Verder is de daling van de energieprijzen bij vierpersoonshuishoudens bijna even groot als het bedrag dat zij maandelijks met de energietoeslag zouden kunnen dekken. Voor paren met kinderen verandert er in dit scenario financieel niet veel ten opzichte van de huidige situatie.

67

GR De Bevelanden

Versie 1.0

8.3. Overzicht in aanbod minimaregelingen Op dit moment zijn er op het gebied van zorgkosten, participatie voor volwassenen en participatie voor kinderen dubbelingen in het aanbod aan minimaregelingen. Zo kunnen bijvoorbeeld minimakinderen in Goes middels het Declaratiefonds een vergoeding krijgen voor sportieve activiteiten, tegelijkertijd wordt dit vanuit het Jeugdfonds Sport en Cultuur vergoed. Naast de dubbelingen zijn er leemtes te identificeren in het aanbod aan minimaregelingen op het gebied van zorgkosten en participatie voor kinderen. Hieronder is een overzicht gegeven van de regelingen die de Bevelandse gemeenten aanbieden op het gebied van zorgkosten, participatie voor volwassenen en kinderen. Per gebied is beschreven wat de dubbelingen en leemtes zijn. Voor een helder en meer samenhangend geheel van minimaregelingen in de Bevelandse gemeenten is per gebied een scenario uitgewerkt waarin de overlap tussen regelingen zoveel mogelijk wordt beperkt. Zorgkosten Huidige situatie In het aanbod aan minimaregelingen voor zorgkosten is een dubbeling te zien in de doelgroep waarop de collectieve zorgverzekering en de tegemoetkoming chronisch zieken gericht is. Deze regelingen spelen voornamelijk in op inwoners met een minimuminkomen en hoge zorgvraag, omdat het collectieve zorgpakket relatief uitgebreid is. Tegelijkertijd is een leemte op te merken.

Inwoners met een minimuminkomen en geen grote zorgvraag, komen niet in aanmerking voor de tegemoetkoming chronisch zieken en beperkten en hebben minder baat bij de collectieve zorgverzekering. De collectieve zorgverzekering is namelijk duurder dan een basisverzekering, doordat het collectieve pakket uitgebreid is. Voor inwoners met een minimuminkomen en geen grote zorgvraag kan de collectieve zorgverzekering niet altijd uit. Noord-Beveland biedt als enige gemeente aanvullend de regeling zorgkosten aan. Aangezien deze regeling niet gericht is op de gebruikers van de tegemoetkoming voor chronisch zieken en beperkten, is het aanbod van Noord-Beveland op het gebied van zorgkosten meer toereikend voor minima inwoners zonder grote zorgvraag, dan de andere Bevelandse gemeenten. Tabel 8.3.1 Minimaregelingen op het gebied van zorgkosten Regeling

Goes

Reimerswaal

Borsele

Kapelle

Noord-Beveland

Collectieve zorgverzekering

Keuze uit één pakket: Basisverzekering 'Zorg-op-maatpolis' en de aanvullende verzekering 'Extra uitgebreid' € 157,45 i.p.v. € 196,80 per maand. De CZcollectiviteitskorting bedraagt € 4,10 en de gemeentelijke bijdrage € 35,35 per maand.

Tegemoetkoming chronisch zieken en beperkten

€ 253 per kalenderjaar voor aanvragers met WIA/WAJONG/WAZ of WAO-uitkering, € 457 per kalenderjaar voor overige aanvragers

Regeling zorgkosten

n.v.t.

68

Maximaal € 375,00 per jaar ter dekking van het eigen risico. Deze kan alleen worden aangevraagd als je niet in aanmerking komt voor de tegemoetkoming chronisch zieken en beperkten.

GR De Bevelanden

Versie 1.0

Scenario Voor zorgkosten is het beleid binnen de Bevelandse gemeenten grotendeels geharmoniseerd. De overlap is met name waar te nemen in het feit dat de collectieve zorgverzekering en tegemoetkoming voor chronisch zieken beide gericht zijn op minima met een grote zorgvraag. De gemeente Noord-Beveland biedt als enige gemeente de regeling zorgkosten aan naast de collectieve zorgverzekering en tegemoetkoming chronisch zieken. Hier is echter geen sprake van overlap omdat deze vergoeding alleen wordt aangeboden voor minima met weinig zorgvraag terwijl de tegemoetkoming voor chronisch zieken juist wordt aangeboden voor minima met een grote zorgvraag. Dit maakt dat er sprake is van een leemte in de gemeenten Goes, Reimerswaal, Borsele en Kapelle voor minima met weinig zorgvraag. Voor deze doelgroep wordt geen passend pakket aangeboden binnen de collectieve zorgverzekering. Het advies zou daarom zijn om de volgende opties te overwegen: 1) Een pakket aanbieden binnen de collectieve zorgverzekering die minder uitgebreid en minder duur is. Op deze manier kunnen minima met weinig zorgvraag gebruikmaken van een passend pakket. Eventueel kan een vervolgstap zijn om de regeling zorgkosten in de gemeente Noord-Beveland niet meer aan te bieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13856770/1