D24.642062 Integraal Rapport Bevelandse Gemeenten 2023 - versie 1.0
Tekst van het document
269 319 400 484
5,8% 6,9% 8,7% 10,5%
Overige inkomens Alle kinderen
4.126 4.610
89,5% 100%
Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm
151 175 212 266
5,4% 6,3% 7,6% 9,5%
Overige inkomens Alle kinderen
2.524 2.790
90,5% 100%
Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm
296 383 507 654
5,3% 6,9% 9,1% 11,8%
Overige inkomens Alle kinderen
4.896 5.550
88,2% 100%
Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm
82 93 120 148
7,1% 8,1% 10,3% 12,9%
Overige inkomens Alle kinderen
1.008 1.156
87,1% 100%
23
GR De Bevelanden
Versie 1.0
2. Huidig beleid In dit hoofdstuk staat de integrale kadernota over armoede en schulden van de Bevelandse gemeenten beschreven. Het beleidsplan is opgesteld door de afdeling Werk, Inkomen en Zorg (WIZ) van de Gemeenschappelijke Regeling de Bevelanden in samenwerking met de gemeenten Goes, Borsele, Kapelle, Reimerswaal en Noord-Beveland. Een drietal gemeenten10, namelijk Goes, Borsele en Kapelle hebben aanvullend op het beleidsplan een uitvoerings- of actieplan opgesteld voor de gemeente. Dit zal aanvullend op het beleidsplan worden weergegeven.
2.1. Beleidsplan armoede en schulden 2021-2024 De Bevelandse gemeenten spelen een belangrijke rol in het bestrijden van armoede. Het vorige beleidsplan ‘Kadernota Armoedebeleid 2017-2020: Naar een integrale aanpak!’ heeft de GR de Bevelanden geëvalueerd om de kaders te actualiseren en aan te passen naar de ontwikkelingen in de samenleving. Dit heeft geleid tot het huidige beleidsplan ‘Leven zonder (geld)zorgen 20212024’. Hierin wordt beschreven hoe GR de Bevelanden en de gemeenten zo goed mogelijk wil omgaan met armoede binnen de vijf gemeenten.
2.1.1. Doelstelling De armoede- en schuldenproblematiek zien de gemeenten en GR de Bevelanden als complex, aangezien de doelgroep divers is en een groot aantal factoren invloed heeft op de problematieken. Gemeenten willen in eerste instantie zoveel mogelijk voorkómen dat mensen financiële problemen krijgen en in een armoedesituatie terechtkomen. Daarbij staat in de kadernota beschreven dat de problemen niet altijd opgelost, maar wel zoveel mogelijk verzacht kunnen worden, omdat de Bevelandse gemeenten verschillende gevolgen 11 zien als iemand in armoede verkeert of schuldenproblematieken heeft.
2.1.2. Beleidskaders Om de doelstelling te bereiken zetten de Bevelandse gemeenten in op het zo vroeg mogelijk signaleren van armoede en schulden. Hierbij wordt ingezet op een effectieve aanpak, waarbij de samenwerking met de maatschappelijke partners wordt opgezocht. Hier hoort een regelluwe dienstverlening bij. GR de Bevelanden en de gemeenten hebben vier beleidskaders vastgesteld om de armoede in de gemeente te verkleinen: •
De aanpak van armoede en schulden is een gezamenlijke verantwoordelijkheid Doel: iedereen in het Sociaal Domein is zich bewust van de gevolgen van armoede en schulden op alle levensgebieden. Omdat armoede- en schuldenproblematiek vaak samenhangt met andere levensgebieden is een structurele samenwerking nodig om armoede te herkennen en om vervolgens ondersteuning te bieden. De aanpak van armoede en schulden wordt uitgevoerd in samenwerking met de sociale wijkteams, kerken, maatschappelijk werk, vrijwilligers, scholen, GGD en overige maatschappelijke partners. Deze partners moeten de signalen van armoede kunnen herkennen én bespreken. Ook samenwerking met ondernemers(verenigingen) en werkgevers is belangrijk om financiële problemen bij (zelfstandig) werkenden zo vroeg mogelijk aan te pakken. Het is daarom van belang dat de samenwerkingspartners van de gemeente op de hoogte zijn van het beleid en de
10 De overige twee gemeenten (Reimerswaal en Noord-Beveland) hebben geen aanvullende uitvoerings- of
actieplannen. 11 In de Kadernota Armoede en Schulden; Leven zonder (geld)zorgen worden verschillende gevolgen van armoede en schulden beschreven. Voorbeelden: gezondheidsklachten als (chronische) stress, (lichamelijke) spanningen, depressie en zelfs een kortere levensduur. Maar ook heeft het gevolgen voor relaties, schoolprestaties van kinderen en opvoedproblemen.
24
GR De Bevelanden
Versie 1.0
ondersteuningsmogelijkheden binnen de gemeente. Het is het plan om een netwerk te vormen met relevante Bevelandse partners om schulden te voorkomen, te herkennen en te verzachten. Er zal ook eens per jaar een netwerkbijeenkomst worden georganiseerd voor werkers in het Sociaal Domein12. •
Vroegtijdig en preventief Doel: Inwoners met kans op armoede en/ of schulden worden vroegtijdig geholpen, zodat grotere financiële problemen kunnen worden voorkomen. Hoe eerder armoede en/of schulden worden gesignaleerd, hoe sneller (grotere) problemen voorkomen kunnen worden. Het project Vroegsignalering is ingezet om financiële problemen eerder te signaleren. Verder wordt in iedere gemeente gezocht naar netwerkpartners, die kunnen adviseren over de mogelijke financiële gevolgen van belangrijke levensgebeurtenissen. Tot slot zijn een actieve benadering van inwoners en een algemene voorlichting voor ondersteuningsmogelijkheden belangrijk
•
Een toegankelijke, efficiënte en effectieve hulp- en dienstverlening Doel: Onze hulp- en dienstverlening is laagdrempelig, logisch en begrijpelijk en onze communicatie sluit aan bij de leefwereld van de mensen. Veel mensen vinden het lastig om hulp te vragen. Daarom moet de hulp en ondersteuning van de gemeente laagdrempelig zijn. Het is daarbij van belang om de stress die komt kijken bij armoede en schaarste zoveel mogelijk wordt beperkt. Voor de inwoners moeten de aanvraagformulieren en brieven daarom eenvoudig zijn. Er wordt in de communicatie rekening gehouden met de behoeften van specifieke doelgroepen. Daarbij moeten professionals op de hoogte zijn van de sociale kaart, het aanbod aan inkomensregelingen en de mogelijkheden voor schulddienstverlening. Gemeenten vinden het belangrijk om de empowerment van inwoners te vergroten en nazorg te bieden. Dit willen zij implementeren in een nieuwe manier10 van werken. Hiervoor maken zij gebruik van het rapport van Movisie “Wat werkt bij de aanpak van armoede en schulden?” (Maart 2020) en methodieken zoals Mobility Mentoring® en de Omgekeerde Toets.
•
Kinderen hebben prioriteit bij armoedebestrijding Doel: Kinderen moeten gelijke kansen hebben in het onderwijs en de samenleving, zij mogen niet de dupe zijn van de financiële problemen thuis. Kinderen mogen niet de dupe worden van de financiële situatie, en de daarmee gemoeide gevolgen, van de thuissituatie. De schoolprestaties en de ontwikkelingskansen zijn minder als er thuis (financiële) stress is. GR de Bevelanden en de gemeenten willen voorkomen dat armoede van generatie op generatie wordt overgedragen. Daarom is de samenwerking met scholen en maatschappelijke organisaties daarbij een belangrijke factor. Er is een ambtelijke werkgroep ‘Kinderen in armoede’ gestart om het onderwerp onder de aandacht te brengen. De handreiking ‘Omgaan met armoede op scholen’ 13 helpt basis- en voortgezet onderwijs om armoede te signaleren, gezinnen in armoede te ondersteunen en kansengelijkheid in het onderwijs te bevorderen. Tot slot werkt GR de Bevelanden met één digitaal loket14 voor kindregelingen. Het doel hiervan is dat de voorzieningen eenvoudig vindbaar en aan te vragen zijn.
In het beleidskader staat geschreven dat de hierboven genoemde kaders uitgewerkt worden in lokale actie- of uitvoeringsplannen per gemeente. In de uitwerkingen worden de relevante samenwerkingspartners en collega’s van andere beleidsterreinen betrokken om de integrale aanpak te bevorderen. De uitwerking zal daarom per gemeente verschillen. 12 De netwerkbijeenkomst is in 2022 voor het eerst georganiseerd, deze is succesvol verlopen. 10 Het is onduidelijk in hoeverre dit tot uitvoering is gebracht. 13 Deze handreiking is ontwikkeld in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en
het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (februari 2020) 14 In het beleidskader is niet gespecificeerd welk digitaal loket dit is.
25
GR De Bevelanden
Versie 1.0
2.1.3. Leemte GR de Bevelanden en de gemeenten streven naar de doelstelling om financiële problematiek te voorkomen waar mogelijk en verzachting te bieden waar nodig (zoals hierboven beschreven). In de Kadernota zijn vier beleidskaders beschreven. Een van deze beleidskaders is dat kinderen gelijke kansen moeten hebben in het onderwijs en de samenleving. Zij mogen niet de dupe zijn van de financiële problemen thuis. Dit kan tevens worden gezien als een visie op kinderarmoede. Echter zij leven in een systeem/ gezin en hier is geen duidelijk beleidskader of langetermijnvisie voor beschreven. Waar er voor kinderarmoede een duidelijke visie is beschreven, is dit voor andere doelgroepen (en sociaal domein breed) minder duidelijk beschreven. Het is niet duidelijk waaróm de gemeenten inzetten op deze doelstelling. De beleidskaders en lokale uitvoeringsplannen zijn daarmee niet gestoeld op een visie voor de lange termijn. Minimaproblematiek geldt over het algemeen als langdurige problematiek 15 en dient ook op die wijze aangepakt te worden. Een beleidsvisie voor de lange termijn is daarvoor noodzakelijk. Naast het ontbreken van een langetermijnperspectief bestaat ook het risico dat een grondige probleemanalyse van de lokale Bevelandse situatie ontbreekt.
Het is van belang dat de lokale situatie centraal staat in de visie zodat het gemeentelijke beleid aansluit bij de lokale uitdagingen (water, beperkt netwerk van openbaar vervoer en lange reisafstanden). Een visie op het minimabeleid geeft ook richting aan de minimaregelingen. Vanuit een visie kan besloten worden welke doelgroep als minima worden gezien, welke doelgroepen de gemeente wil ondersteunen en met welke regelingen en inkomensgrenzen dat doel het beste bereikt kan worden. De huidige inkomensondersteunende regelingen dienen meer ingebed te worden in een lange termijnvisie op het minimabeleid. Dit is des te meer van belang omdat de vijf gemeenten samenwerken in uitvoeringsorganisatie GR de Bevelanden. Uniformiteit van de visie en daarmee de regelingen zal bijdragen aan een adequater minimabeleid.
2.1.4. Huidige taken en dienstverlening Gemeenten hebben vanuit hun zorgplicht verplichte taken om inwoners met financiële problemen te ondersteunen. Daarnaast hebben gemeenten ook beleidsvrijheid om op het gebied van armoede en schulden aanvullende regelingen te implementeren. De wettelijke taken en de aanvullende dienstverlening vanuit de gemeente worden hieronder beschreven. Taken op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs): Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de minnelijke schuldhulpverlening. De schuldhulpverlening moet integraal worden ingericht. GR de Bevelanden doet dit door de samenwerking op te zoeken met verschillende interne afdelingen binnen de gemeenten. Daarnaast werkt het team Schulddienstverlening veel samen met externe bureaus 16 die gespecialiseerd zijn in inkomensbeheer en met vrijwilligers van het SMWO, SchuldHulpVrijwilligers Zeeland (SHV Zeeland) en Humanitas. Daarnaast is GR de Bevelanden aangesloten bij de NVVK, waarbij er regelmatig audits worden uitgevoerd om de kwaliteit van de schuldhulpverlening te toetsen. Taken op grond van de Participatiewet: GR de Bevelanden voert de Participatiewet uit. Hieronder vallen de algemene bijstand en de bijzondere bijstand. Naast deze verplichte taken biedt GR de Bevelanden de Collectieve Zorgverzekering aan voor minima en de tegemoetkoming voor chronisch zieken en beperkten.
Aanvullend gemeentelijk beleid: Door het Declaratiefonds kunnen inwoners ondanks beperkte financiële middelen meedoen aan sociale, culturele en educatieve activiteiten. Voor kinderen van 0 tot 18 jaar is het Jeugdfonds Sport en Cultuur een voorliggende voorziening voor sportieve en culturele activiteiten. Deze groep kinderen ontvangt een lagere jaarlijkse bijdrage uit het Declaratiefonds. Verder wordt er samengewerkt met diverse organisaties, zoals Voedselbank De 15 Uit ervaringscijfers weten we dat gemiddeld twee derde van de minimadoelgroep langdurig (langer dan
drie jaar) een minimuminkomen heeft. 16 De externe bureaus zijn niet gedefinieerd in het beleidskader.
26
GR De Bevelanden
Versie 1.0
Bevelanden, Jeugdfonds sport en cultuur, Stichting Leergeld, Stichting Vluchtelingenwerk Nederland, Humanitas en Schuldhulpverlening Zeeland (onderdeel van het Leger des Heils). Deze organisaties hebben ieder een eigen aandachtsgebied. Overige wettelijke taken: Het Bijstandsbesluit zelfstandigen (BBZ) biedt ondernemers met (tijdelijke) financiële problemen ondersteuning. Ook kunnen startende ondernemers vanuit een uitkeringssituatie worden geholpen. Ook is de gemeente verantwoordelijk voor de inburgering van nieuwe inwoners in Nederland.
2.1.5. Evaluatie en monitoring Met het armoede- en schuldenbeleid beogen de Bevelandse gemeenten dat de nadelige gevolgen van armoede en problematische schulden beperkt blijven GR de Bevelanden en de gemeente willen een continue monitor realiseren. Op deze manier willen de gemeenten inzicht hebben of de doelstellingen nog worden nagestreefd of dat er bijgestuurd moet worden. Daarnaast brengen zij na het aflopen van de beleidsperiode de volgende gegevens in kaart, om deze te vergelijken met hun eigen eerdere cijfers, de cijfers van Nederland en de cijfers van Zeeland: • Aantallen huishoudens met bijstandsuitkering, met een laag inkomen en met een langdurig laag inkomen • Gegevens met betrekking tot kinderen • Huishoudens met betalingsproblemen • Aanmeldingen schulddienstverlening en aanvragen schuldhulpverlening • Gebruik van inkomensregelingen • Gebruik van gesubsidieerde organisaties Ook willen GR de Bevelanden en de gemeenten in 2024 opnieuw een enquête uitzetten onder inwoners die bekend zijn via een inkomens- of minimaregeling.
In de volgende evaluatie van de huidige kadernota worden de volgende vragen beantwoord: • Met welke relevante Bevelandse partners vormen we over vier jaar een netwerk om armoede en schulden te voorkomen, te herkennen en te verzachten? • Welke vindplaatsen voor belangrijke levensgebeurtenissen zijn benaderd en maken onderdeel uit van dit netwerk? • Hoeveel inwoners met betalingsachterstanden worden vroegtijdig geholpen, zodat grotere financiële problemen kunnen worden voorkomen? • Hoeveel procent van de mensen vindt het eenvoudig om een aanvraag voor een regeling te doen ten opzichte van 2020? • Hoeveel procent van de mensen met schulden is bekend met de mogelijkheden van schulddienstverlening ten opzichte van 2020? • Welke scholen hebben de handreiking ‘Omgaan met armoede op scholen’ gebruikt om armoede te signaleren, gezinnen in armoede te ondersteunen en kansengelijkheid in het onderwijs te bevorderen?
2.1.6. Financiën De begroting voor de verschillende inkomensregelingen is verschillend per gemeente van GR de Bevelanden. Hetzelfde geldt voor de budgetten die het rijk extra beschikbaar stelt voor armoedebestrijding onder kinderen.
2.2. Uitvoeringsplan Gemeente Goes 2021-2022 De gemeente Goes heeft het ‘Lokaal uitvoeringsplan Armoede & Schulden 2021-2022’ opgesteld aan de hand van de Kadernota. Met dit uitvoeringsplan worden de Bevelandse kaders en aanvullende kaders vanuit de Goese gemeenteraad vertaald naar een lokaal uitvoeringsplan.
2.2.1. Aanvullende kaders lokale aanpak armoede Aanvullend op de vier kaders uit de Kadernota heeft de gemeente Goes drie aanvullende kaders opgesteld voor de lokale aanpak van armoede
27
GR De Bevelanden
• • •
Versie 1.0
De armoedeval moet worden opgelost, de gemeente Goes ontwikkelt plannen zodat werken loont en leidt tot een hoger besteedbaar inkomen. Schulden moeten worden aangepakt, de gemeente Goes zet extra in op het voorkomen en het oplossen van schulden. We ondersteunen werkende armen, de gemeente Goes zorgt ervoor dat werkende armen meer in beeld komen en biedt hun passende ondersteuning.
2.2.2. Uitvoering •
• • • • • • • • •
De gemeente werkt in het project Samenwerken over Stelsels (SOS) samen met CZ om inwoners met een betalingsachterstand die langer duurt dan 6 maanden te helpen d.m.v. een maatwerkaanpak. De pilotfase is afgerond, de aanpak wordt verder uitgewerkt in de gemeente. Minimaal vijf extra scholen maken gebruik van een subsidieregeling van de Gezonde school en worden begeleid door een Gezonde School-adviseur. Minimaal twee scholen behalen een themacertificaat. De gemeente start een pilot van Petje Af, waarin kinderen worden voorgelicht over het effect van gezond ontbijten. De gemeente wil meer inzicht in het effect van het huidige minimabeleid, behoefte van de doelgroep en bereik van het minimabeleid, daarbij wil de gemeente weten of er sprake is van een armoedeval in Goes. De gemeente wil dat minimagezinnen structureel meedenken over het armoedebeleid De gemeente betrekt scholen in de aanpak van kinderarmoede. Samen ontwikkelen zij nieuwe initiatieven om kinderen in armoede te ondersteunen. Scholen worden gestimuleerd om aan de slag te gaan met de handreiking ‘Omgaan met armoede op scholen’. Deze handreiking gaat in op het signaleren van armoede en het bevorderen van kansengelijkheid. Minimaal vijf scholen doen mee aan de landelijke campagne ‘week van het geld’ om leerlingen financiële vaardigheden aan te leren.
De gemeente draagt zorg voor het organiseren van activiteiten voor kinderen in de kindervakantieweek in elke wijk of dorp. De gemeente gaat tweejaarlijkse trainingen aanbieden aan netwerkpartners, om ze te trainen in het signaleren van armoede.
2.3. Actieplan gemeente Borsele 2020-2023 De gemeente Borsele heeft een ‘Beleidsnota Sociaal Domein; Actieplan Sociaal Domein 2020 – 2023’ opgesteld. Dit plan is opgesteld aan de hand van de Integrale Kadernota van de GR de Bevelanden. In dit plan staat hoe de gemeente Borsele invulling wil geven aan het lokale beleid Sociaal Domein. Daarbij rekening houdend met de Kadernota van de GR de Bevelanden. De actiepunten behorende bij het armoedebeleid zijn in dit hoofdstuk beschreven.
2.3.1. Visie De gemeente ziet vaak dat gezinnen in armoede te maken krijgen met een stapeling aan problemen, waardoor zij in een negatieve spiraal terechtkomen. De gemeente wil inzetten op het doorbreken van de negatieve spiraal door de beschikbare middelen beter in te zetten op de verbinding tussen het armoedebeleid met het Wmo- en jeugdbeleid.
2.3.2. Actiepunten •
•
Voorkomen van de gevolgen van armoede De gemeente gaat een aanjager binnen de gemeente benoemen om de afgesproken actielijnen uit de kadernota armoedebeleid verder vorm te geven. De gemeente wil bijvoorbeeld een ouderenpakket aanbieden. Toegankelijk maken huidige regelingen en vroegtijdig in beeld brengen van risicogezinnen
28
GR De Bevelanden
Versie 1.0
o
•
De gemeente gaat samen met de afdeling WIZ onderzoeken hoe scholen meer betrokken kunnen worden in het signaleringsproces van armoede. o De gemeente gaat de (digitale) toegankelijkheid verhogen van de regelingen die bijdragen aan het bestrijden van armoede. o Kennis over armoedesignalen en over inkomens- en schuldregelingen van de afdeling WIZ wordt vergroot bij werkers in het sociaal domein en collega’s van de gemeente met een signaleringsfunctie. o De gemeente gaat in overleg met medewerkers van de afdeling WIZ om casussen, waar financiële problemen spelen, te bespreken. o Professionals worden gestimuleerd om bij vroegtijdig signalering financiële problemen, verder te vragen naar de situatie in andere leefdomeinen die samenhangen met armoede en schulden. o De gemeente ontwikkelt samen met de vier andere Bevelandse gemeenten beeldmateriaal voor de doelgroep. o Het CJG wordt betrokken om de huidige regelingen onder de aandacht te brengen van ouders o De minimaregelingen worden in een compact overzicht met pictogrammen weergegeven op de website van de gemeente Borsele. Passende ondersteuning De gemeente gaat investeren in de coachende vaardigheden van professionals en wil inwoners ondersteunen middels Mobility Mentoring®.
2.4. Uitvoeringsplan gemeente Kapelle 2022 De gemeente Kapelle heeft het uitvoeringsplan ‘Armoede & Schulden 2022’ geschreven als uitwerking van de Kadernota. De kadernota beschrijft de hoofdlijnen en het uitvoeringsplan maakt het mogelijk om flexibel mee te bewegen met de huidige ontwikkelingen.
2.4.1. Speerpunten De gemeente Kapelle heeft een drietal speerpunten geformuleerd: • Voorkomen van problematische schulden • Armoede onder kinderen aanpakken • Verzachten van de gevolgen van armoede
2.4.2. Uitvoering Om aan te sluiten op de kaders uit de kadernota en de speerpunten van het uitvoeringsplan, heeft de gemeente Kapelle verschillende uitvoeringspunten genoemd: • De gemeente Kapelle voorziet alle 17-jarigen van een informatieboekje ‘Bijna 18 en nu?’. Hierin staat informatie over de veranderingen die plaatsvinden op het moment dat inwoners 18 worden. • Aan basisscholen worden suggesties geleverd om de handreiking ‘Omgaan met armoede op scholen’ te behandelen in de klas. • Een training is georganiseerd in samenwerking met de gemeenten Borsele en Goes: ‘voor 1 dag arm’ voor professionals in het sociale domein. Deze training geeft inzicht in de gevolgen van geldstress op mensen, hoe je dit herkent en bespreekbaar maakt. • De gemeente gaat aansluiten bij Geldfit en Geldfit Zakelijk. Met deze aanpak wordt beoogd mensen (én ondernemers) met schuldzorgen sneller te bereiken en effectieve hulp aan te bieden. • Met CZ Zorgverzekeringen is een samenwerking gestart: ‘Samenwerking Over Stelsels (S.O.S.). Bij oplopende betalingsachterstanden van de zorgverzekeringspremie in veel gevallen sprake is van complexe problematiek. Met de samenwerking gaan de gemeente en de CZ samen in gesprek met de klant om tot oplossingen te komen. • Het boekje ‘Geldwijzer Scheiden’ wordt voor iedereen gratis beschikbaar en inwoners kunnen gebruik maken van een gratis adviesgesprek over scheiden.
Op deze manier zijn inwoners die (financiële) problemen ervaren na een scheiding eerder in beeld. Er kan dan ook sneller hulp worden geboden.
29
GR De Bevelanden
•
• •
Versie 1.0
Volwassenen kunnen gebruik maken van het Volwassenenfonds Sport en Cultuur, kinderen aan het Jeugdfonds Sport & Cultuur om deel te nemen aan de maatschappij. Ook zijn er bij Dagarrangementen activiteiten waar kinderen uit minimahuishoudens gratis aan deel kunnen nemen. De gemeente onderzoekt hoe en via welke organisatie zij vakantieweken en weekenden weg voor minimagezinnen het beste kunnen organiseren. Met de Burger Advies Raad, diaconieën en andere maatschappelijke partners wordt gespard over hoe armoede het beste opgevangen kan worden.
2.4.3. Evaluatie en monitoring De gemeente wil met het uitvoeringsplan een aantal doelstellingen realiseren. Op het gebied van het vroegtijdig en preventief inzetten op armoede en schulden zijn dat de volgende punten: • In 2022 hebben 50 inwoners het boekje Geldwijzer Scheiden aangevraagd, waarvan 1/3 een adviesgesprek heeft gehad met een maatschappelijk werker. • In 2022 hebben 50 inwoners en 10 ondernemers een test gedaan op geldfit.nl. • In 2022 helpen we 20 huishoudens met problematische schulden via de samenwerking met CZ Zorgverzekeringen. De volgende punten gaan in op het aanpakken van armoede onder kinderen: • In 2022 zijn alle voorzieningen voor kinderen te vinden in één overzicht en bekend bij professionals en vindplaatsen. • In 2022 doen meer kinderen die in armoede leven mee aan Dagarrangementen en Rommeldam. • Alle basisscholen zijn in 2022 actief aan de slag met beleid rondom armoede op school.
30
GR De Bevelanden
Versie 1.0
3. Onderzoeksmethodiek inkomens effectrapportage In dit hoofdstuk geven we een overzicht van de verschillende inkomsten en uitgaven die worden onderscheiden voor de Inkomens Effectrapportage.
3.1. Huishoudens en inkomensgrenzen We berekenen de inkomenseffecten van het lokale en landelijke beleid in 2023 voor de volgende zes huishoudtypen: Niet AOW-gerechtigden: • alleenstaande; • paar zonder kinderen; • alleenstaande ouder met twee kinderen (8 en 13 jaar) • paar (twee volwassenen) met twee kinderen (8 en 13 jaar). AOW-gerechtigden: • alleenstaande; • paar (twee volwassenen. We brengen de inkomenseffecten in beeld voor huishoudens met inkomens van 100, 110, 120 en 130 procent Wsm.
3.2. Inkomensbronnen Het totaal inkomen van de minimahuishoudens is opgebouwd uit het netto-inkomen, de gemeentelijke regelingen en diverse toeslagen van het Rijk. Specifiek gaat het om de volgende categorieën: • •
•
netto-inkomen inclusief vakantietoeslag; bijdrage Rijk: o huurtoeslag; o zorgtoeslag o kinderbijslag; o kindgebonden budget; o combinatiekorting. gemeentelijke minimaregelingen.
3.3. Gemeentelijke minimaregelingen In de onderstaande tabel volgt een overzicht van de gemeentelijke minimaregelingen in 2023. De gemeentelijke regelingen zijn in de meeste gevallen geharmoniseerd; de Bevelandse gemeenten voeren op deze punten gelijk beleid. Wanneer er geen sprake is van een geharmoniseerd beleid, is de gemeente Goes als leidraad genomen17. Gemeente Goes is namelijk de grootste van de vijf gemeenten en het beleid van Goes komt het meest overeen met de andere gemeenten. In bijlage 1 worden deze regelingen verder toegelicht, ook staan hier de verschillen in het aanbod aan minimaregelingen weergegeven.
17 Als uitzondering op deze regel zijn de tarieven voor de kwijtschelding van een deel van de gemeentelijke
belastingen gebaseerd op het beleid van Reimerswaal.
31
GR De Bevelanden
Versie 1.0
Tabel 3.3.1 Gemeentelijke minimaregelingen in de Bevelandse gemeenten Regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Collectieve zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Declaratiefonds Stichting Jarige Job Jeugdfonds Sport en Cultuur Energietoeslag Stichting Leergeld Niet meegenomen in berekeningen: Bijzondere bijstand
Inkomensgrens 100% Wsm 130% Wsm 110% Wsm, 3 jaar of langer 120% Wsm 120% Wsm 120% Wsm 130% Wsm 120% Wsm
Studietoeslag Volwassenenfonds Sport en Cultuur Tegemoetkoming chronisch zieken en beperkten Regeling zorgkosten Fiets- en rijkostenvergoeding voor schoolgaande kinderen Computerregeling (algemeen of voor schoolgaande kinderen)
100% Wsm en daarboven met draagkrachtberekening Niet van toepassing 120% Wsm 130% Wsm 120% Wsm 120% Wsm Respectievelijk 100 en 120% Wsm
Niet meegenomen regelingen Een aantal regelingen wordt niet meegenomen in de berekeningen en begrotingen. In de meeste gevallen gaat het om een regeling die een beperkte doelgroep heeft of niet ieder jaar wordt toegekend. Hieronder staat beschreven wat de precieze reden is dat de regeling niet is meegenomen. • Bijzondere bijstand is niet meegenomen in de berekeningen, omdat deze vorm van bijstand wordt verstrekt voor noodzakelijke onvermijdbare individuele uitgaven en dit niet maandelijks bij iedereen voorkomt. Het is dus geen structureel (maandelijks) inkomen. • De Studietoeslag is eveneens niet doorgerekend in de financiële overzichten. Deze regeling kent een specifieke doelgroep; namelijk studenten met een lichamelijke of psychische beperking, waarbij het niet mogelijk is dat zij naast hun studie werken. In deze inkomens effectrapportage is geen huishouden opgenomen waarbij deze regeling van toepassing is. • Vergoedingen uit het Volwassenenfonds Sport en Cultuur worden alleen in de gemeenten Kapelle en Borsele vergeven. Deze regeling is daarom niet in de inkomens effectrapportage opgenomen. • Ook zijn er geen huishoudens in deze inkomens effectrapportage opgenomen met een chronische ziekte of beperking, de huishoudens maken daarmee geen recht op vergoedingen uit de regeling tegemoetkoming voor chronisch zieken en beperkten.
Deze regeling wordt daarom buiten beschouwing gelaten in de rapportage. • Noord-Beveland heeft een extra regeling voor zorgkosten. Aangezien deze regeling slechts in één gemeente geldt en er geen huishoudens in de inkomens effectrapportage zijn opgenomen met een (grote) zorgvraag, is de regeling niet meegenomen in de berekening. • GR de Bevelanden heeft een fiets- en reiskostenvergoeding voor schoolgaande kinderen tussen 12 en 18 jaar. Afhankelijk van de situatie en de afstand tot de school kan een gezin aanspraak maken op een fiets en/of een vergoeding van de reiskosten voor het openbaar vervoer. Voor Noord-Beveland geldt overigens dat dit wordt vergoed vanuit het Declaratiefonds. Aangezien deze vergoeding situatieafhankelijk en een variabel bedrag betreft, is deze regeling achterwege gelaten in het financiële overzicht. • GR de Bevelanden biedt tevens een computerregeling aan voor schoolgaande kinderen. Op deze regeling kan alleen aanspraak worden gemaakt wanneer er geen computer, laptops of tablets aanwezig is, of als deze moeten worden vervangen. Er kan maximaal één keer per zes jaar aanspraak worden gemaakt op deze regeling. Daarbij komt dat er in Noord-Beveland in eerste instantie wordt gekeken naar het Declaratiefonds voor een
32
GR De Bevelanden
Versie 1.0
vergoeding. Het gaat bij deze regeling niet om een vast bedrag per maand waar huishoudens recht op hebben, daarom is deze regeling niet meegenomen in de rapportage.
3.4. Uitgaven De uitgaven zijn gecategoriseerd naar: • •
• •
vaste lasten. Dit zijn uitgaven die regelmatig terugkomen. Voorbeelden zijn huur, energiekosten18 en verzekeringen; reserveringsuitgaven. Dit zijn uitgaven die niet regelmatig voorkomen en waarvan de hoogte vooraf niet bekend is. Er moet in principe een bedrag voor gereserveerd worden. Voorbeelden zijn kosten voor inventaris, kleding en het eigen risico voor de zorgverzekering; huishoudelijke uitgaven. Dit zijn terugkerende uitgaven aan voeding, persoonlijke verzorging en dergelijke; werkgelerateerde uitgaven. Dit zijn uitgaven die gemaakt worden als een persoon werkt. Voorbeelden zijn de kosten van woon-werkverkeer en werkkleding.
Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de huur en lokale heffingen. De andere bedragen zijn gebaseerd op landelijke berekeningen van het Nibud. De normbedragen staan per huishoudtype in het financieel maandoverzicht in de bijlage. We benadrukken dat het bij alle posten gaat om de basale uitgaven en dat de normbedragen gemiddelden betreffen. Het is mogelijk dat een huishouden maandelijks minder uitgeeft dan de normbedragen waarmee in deze rapportage wordt gerekend, bijvoorbeeld omdat het huishouden minder geld per maand reserveert voor onregelmatige uitgaven.
3.5. Vrije bestedingen Het budget dat overblijft is vrij besteedbaar en kan worden uitgegeven aan sociale en recreatieve activiteiten. Voor deze vrije bestedingen hanteert het Nibud per huishoudtype eveneens een normbedrag, dat is terug te vinden in de begrotingen in bijlage 3.
3.6. Aannames Voor de inkomsten en uitgaven doen we een aantal aannames. Dit is nodig om een financieel maandoverzicht van minimagezinnen in de Bevelandse gemeenten te maken. Deze aannames zullen niet altijd voor iedere inwoner gelden; we gaan uit van gemiddelden en een algemene situatie. Daarom kan het beeld dat geschetst wordt afwijken van de realiteit van inwoners. De volgende aannames zijn gedaan: • De huishoudens maken van alle regelingen gebruik en ontvangen daarvoor het maximale bedrag. Daarnaast hebben huishoudens geen schulden. • Bij de inkomenseffecten wordt uitgegaan van gemiddelden. Dit betekent ook dat een ongunstige situatie, bijvoorbeeld een hogere huurprijs of een slecht geïsoleerd huis, direct gevolgen kan hebben voor de inkomenseffecten zoals in dit rapport zijn weergegeven. • Iedereen woont in een huurwoning. We gaan uit van € 562 kale huur per maand voor een alleenstaande en € 619 kale huur per maand voor een meerpersoonshuishouden. Deze bedragen zijn gebaseerd op huurtoeslaggegevens van de Rijksoverheid van de vijf Bevelandse gemeenten. Er is gerekend met een gemiddelde huurprijs over de vijf gemeenten. In de gehanteerde huurprijs is de maximale huurstijging van 2,3 procent meegenomen19.
18 Kosten gas en elektriciteit zijn gebaseerd op tarieven van Mega (EU groene stroom en aardgas, variabel),
de kosten voor water op de tarieven van Evides. Heffingskortingen zijn in de maandprijs verrekend. Gegevens over het gemiddelde gebruik per huishoudtype zijn afkomstig van het Nibud. 19 Bron: Artikel ‘Kleinste huurstijging sinds 1960’ van CBS, 6 september 2021
33
GR De Bevelanden
•
•
• • •
•
•
•
Versie 1.0
Alleenstaande ouders met een inkomen gelijk aan de bijstandsnorm werken niet of zitten in een traject waarbij de kinderopvang wordt vergoed. Wanneer zij echter gaan werken hebben alleenstaande ouders voor hun kind van 8 jaar een variërend aantal uren nodig voor buitenschoolse opvang (BSO), afhankelijk van het aantal uur dat de ouder werkt. Het aantal uur dat een alleenstaande ouder werkt, wordt berekend aan de hand van het inkomen en het minimumloon. Daarbij gaan we ervan uit dat een kind van 8 jaar bij een continurooster 30 uur naar school gaat. Uit onze berekening komt dat een alleenstaande ouder met een inkomen van 110 en 120 procent Wsm per maand geen gebruik maakt van de BSO (de ouder werkt nog niet meer uren, dan dat het kind naar school gaat). Bij een inkomen van 130 procent Wsm maakt een alleenstaande ouder gebruik van 6 uur BSO per maand en bij 140 procent Wsm is dit 16 uur. Dit alles tegen een tarief van € 8,73 (gemiddelde uurtarief in 2023). Bij een paar met twee kinderen en een inkomen hoger dan 100 procent Wsm werkt slechts één van beide partners. Anders zou het huishoudinkomen hoger zijn. Daarom gaan we ervan uit dat deze huishoudens geen kinderopvang nodig hebben omdat één van beide partners thuis is voor de kinderen.
Dit is eveneens waarom paren met kinderen geen combinatiekorting krijgen bij werkaanvaarding; De gemeenten bieden één collectief zorgpakket aan: de basisverzekering van CZ met de Zorg-op-maatpolis als aanvullende verzekering. Alle minimahuishoudens in deze rapportage maken gebruik van dit pakket. Huishoudens in de bijstand werken niet, en hebben daarom geen werkgerelateerde kosten. Bij een inkomen vanaf 110 procent Wsm werkt één persoon in het huishouden, en is er wel sprake van deze kosten. De Bevelandse gemeenten zijn aangesloten bij het waterschap Scheldestromen. Kwijtschelding voor gemeentelijke belastingen is mogelijk voor afvalstoffenheffing, rioolheffing (vanuit de gemeente), watersysteemheffing en zuiveringsheffing (vanuit het waterschap). Het bedrag aan gemeentelijke belastingen voor afvalstoffenheffing en rioolheffing is afkomstig uit het beleid van Reimerswaal. Het is niet mogelijk om de tarieven van Goes als leidraad te nemen, wegens het ontbreken van een vast bedrag voor de rioolheffing (deze wordt berekend op basis van de WOZ-waarde). Reimerswaal is de grootste gemeente waarbij zowel een maximaal bedrag voor de afvalstoffenheffing, alsook voor de rioolheffing bekend is. De tarieven voor de watersysteemheffing en zuiveringsheffing gelden voor alle vijf de Bevelandse gemeenten.
Inwoners van de Bevelandse gemeenten kunnen in aanmerking komen voor vergoedingen van Samen voor alle kinderen. Onder deze organisatie vallen Stichting Leergeld, Jeugdfonds Sport & Cultuur20, Stichting Jarige Job en het Nationaal Fonds Kinderhulp. o Het Nationaal Fonds Kinderhulp biedt incidenteel vergoedingen aan gezinnen, er wordt daarom geen bedrag uit dit fonds in de rapportage meegenomen. o Stichting Leergeld keert per jaar per kind gemiddeld € 148,35 uit21. o Jeugdfonds Sport en Cultuur: Bij huishoudens met twee kinderen wordt aangehouden dat er één kind gebruik maakt van de vergoeding voor sport en één kind gebruik maakt van de vergoeding voor cultuur 22. De vergoeding vanuit dit fonds voor sport is € 225 en voor cultuur € 450. o Stichting Jarige Job biedt een verjaardagsbox aan kinderen van 4 t/m 18 jaar met een waarde van € 35 per jaar. De vergoeding uit het Declaratiefonds van de gemeente Goes is als volgt: volwassenen kunnen per jaar maximaal € 293 ontvangen, kinderen tussen de 0 en 18 jaar maximaal € 146. Voor kinderen tussen de 0 en 4 jaar kan er maximaal € 115 extra worden uitgekeerd voor peuteropvang. In Borsele en Reimerswaal zijn deze vergoedingen hetzelfde.
20 Inwoners in Noord-Beveland maken geen aanspraak op het Jeugdfonds Sport en Cultuur. 21 Rapport jaarrekening 2021 van Stichting Leergeld Oosterschelderegio te Goes. 22 Inwoners in Borsele kunnen als enige gemeente via het Jeugdfonds Sport en Cultuur aanspraak maken
op een zwemregeling, waarmee een zwemdiploma kan worden gehaald. Er geldt een maximale vergoeding van € 250 per jaar.
34
GR De Bevelanden
•
Versie 1.0
Kapelle en Noord-Beveland hanteren andere bedragen voor participatie 23. Voor het interpreteren van de resultaten van deze rapportage is van belang om te realiseren dat de effecten per gemeente hierdoor anders kunnen uitvallen. De gemeentelijke vergoedingen zullen waarschijnlijk voor de gemeenten Kapelle en Borsele hoger uitvallen dan weergegeven in deze rapportage. Deze gemeenten zijn namelijk aangesloten bij het Volwassenenfonds Sport en Cultuur. Dit betekent dat volwassenen per jaar een maximale vergoeding € 200 kunnen ontvangen. Dit is niet meegenomen in de rapportage (zie aannames).
3.7. Energiekosten Wegens sterk stijgende energiekosten heeft het Rijk in 2022 een eenmalige energietoeslag geïntroduceerd. Hiervoor is een bedrag van € 1.300 per huishouden gereserveerd waarbij de gemeente de precieze beleidskaders zelf mag vaststellen. De Bevelandse gemeenten keren in 2023 opnieuw een energietoeslag van € 1.300 uit aan minimagezinnen. In lijn met het beleid uit 2022 is in deze rapportage hiervoor de inkomensgrens van 130 procent Wsm aangehouden 24. De meegenomen kosten van gas en elektriciteit zijn gebaseerd op tarieven van Mega (variabel contract, prijspeil van 3 januari 2023 25). Heffingskortingen zijn in de maandprijs verrekend. Ook is er rekening gehouden met het prijsplafond dat per 2023 is ingesteld. Gegevens over het gemiddelde gebruik per huishoudtype zijn afkomstig van het Nibud (elektriciteit) en Essent (gas). Er is gekozen voor het tarief van een variabel contract, ervan uitgaande dat minima op dit moment voor de goedkoopste optie zullen kiezen en hun tarief niet lang willen vastleggen om een eventuele daling af te wachten. Bovendien verstrekken energieleveranciers op dit moment vrijwel geen vaste contracten. De situatie per huishouden kan sterk verschillen en kan bovendien snel veranderen (bij een wijziging van de energieprijzen).
23 Kapelle keert per volwassene maximaal € 208 uit per jaar en per kind tussen de 4 en 18 jaar maximaal €
103 per jaar. Noord-Beveland biedt een ander pakket aan: er is een algemene vergoeding van maximaal €200,- per persoon per jaar, een aanvullende vergoeding van maximaal €50,- extra voor sportkleding of hobbymateriaal. Voor kinderen van 0 t/m 17 jaar wordt er maximaal € 100 vergoed voor extra activiteiten. Voor ouderen vanaf 65 jaar en gehandicapten kan er maximaal €55,- per jaar per huishouden worden uitgekeerd voor telefoonabonnementskosten. De extra vergoeding voor leerlingen in het middelbaar onderwijs in de leeftijd van 12 tot en met 15 jaar bedraagt € 125,- en voor leerlingen in de leeftijd van 16 en 17 jaar € 175,-. Verder zijn er regelingen voor fietsen en computers waarbij er eens in een aantal jaar vergoedingen uitgekeerd kunnen worden. 24 De definitieve hoogte van de toeslag en de inkomensgrens zijn onder voorbehoud van de definitieve besluitvorming in de Bevelandse gemeenten. 25 De energieprijzen kennen een sterke fluctuatie op dit moment. Dit betekent dat een actueel prijspeil wenselijk is om de huidige situatie duidelijk in beeld te brengen.
35
GR De Bevelanden
Versie 1.0
4. De inkomenseffecten In dit hoofdstuk staan de inkomenseffecten 26.
4.1. Het effect van het landelijk beleid is groter dan het gemeentelijk beleid Minima met een inkomen op bijstandsniveau maken aanspraak op landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen. Het totale bedrag uit de landelijke toeslagen (zoals huurtoeslag en zorgtoeslag) is groter dan het totale bedrag uit de gemeentelijke regelingen. In onderstaande figuren wordt de opbouw van het maandelijks totaal inkomen bij een inkomen van 100 procent Wsm per huishoudtype weergegeven. Daarin is ook duidelijk te zien dat gezinnen met kinderen een aanzienlijk hoger bedrag aan landelijke toeslagen kunnen ontvangen dan huishoudens zonder kinderen. Bij de gemeentelijke bijdragen is het verschil minder groot. Het verschil in hoogte is toe te schrijven aan de verschillende kindregelingen waar gezinnen recht op hebben, zoals het kindgebonden budget of de kinderbijslag. Als voorbeeld: een alleenstaande ontvangt maandelijks € 1.196 als uitkering (inclusief vakantietoeslag). Als hij gebruikmaakt van alle landelijke toeslagen, ontvangt hij daar maandelijks € 452 voor. Daarnaast kan hij maximaal € 223 aan gemeentelijke regelingen ontvangen als hij gebruikmaakt van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen, de collectieve zorgverzekering, het declaratiefonds en de energietoeslag. Figuur 4.1.1. Maandelijks inkomen op 100% Wsm, minima niet AOW-gerechtigd zonder kinderen Uitkering
Toeslagen Rijk
€ 1.196
Alleenstaande
Bijdrage gemeente
€ 452 € 223
€ 1.708
Paar zonder kinderen €0
€ 500
€ 1.000
€ 1.500
€ 600
€ 314
€ 2.000
€ 2.500
€ 3.000
Figuur 4.1.2. Maandelijks inkomen op 100% Wsm, minima niet AOW-gerechtigd met 2 kinderen Uitkering Alleenstaande ouder met twee kinderen
Toeslagen Rijk
Bijdrage gemeente
€ 1.196
Paar met twee kinderen
€ 1.335
€ 1.708 €0
€ 500
€ 370 € 1.125
€ 1.000
€ 1.500
€ 2.000
€ 2.500
€ 433 € 3.000
26 In de figuren wordt gewerkt met afgeronde bedragen. Deze bedragen kunnen minimaal verschillen met
de daadwerkelijke maandbedragen van de gemeentelijke en landelijke regelingen.
36
GR De Bevelanden
Versie 1.0
Figuur 4.1.3. Maandelijks inkomen op 100% Wsm, minima AOW-gerechtigd Uitkering
Alleenstaande AOWleeftijd
Toeslagen Rijk
€ 1.331
Bijdrage gemeente
€ 453 € 223
€ 1.807
Paar AOW-leeftijd €0
€ 500
€ 603
€ 1.000
€ 1.500
€ 2.000
€ 314 € 2.500
€ 3.000
4.2. Opbouw maandelijkse gemeentelijke bijdrage per huishoudtype Uit de vorige paragraaf blijkt dat de (maximale) maandelijkse gemeentelijke bijdrage verschilt per huishoudtype. Hieronder geven we per huishoudtype de opbouw van het totale bedrag aan gemeentelijke regelingen weer – eerst voor minima met een inkomen van 100 procent Wsm, daarna voor minima met een inkomen van 110 procent Wsm. Bij de opbouw van de maandelijkse gemeentelijke bijdrage geven we ook de individuele inkomenstoeslag weer waar minima die drie jaar of langer een minimuminkomen tot 110 procent Wsm hebben, recht op hebben.
4.2.1. Opbouw maximale gemeentelijke bijdrage per maand op 100% Wsm Als voorbeeld: een alleenstaande ontvangt maandelijks (maximaal) € 51 voor de kwijtschelding gemeentelijke belastingen, € 39 voor de collectieve zorgverzekering, € 24 voor het Declaratiefonds en € 108 voor de energietoeslag vanuit de gemeente. In totaal ontvangt hij dan € 223 per maand vanuit de gemeentelijke regelingen. Als hij al drie jaar of langer een inkomen op bijstandsniveau heeft, krijgt hij daar bovenop nog € 38 voor de Individuele inkomenstoeslag. Bij een langdurig minimuminkomen ontvangt hij € 261 als gemeentelijke bijdrage. Figuur 4.2.1. Maandelijks bedrag per regeling op 100% Wsm, minima niet AOW-gerechtigd zonder kinderen Kwijtschelding Declaratiefonds Individuele inkomenstoeslag € 51 € 39 € 24
Alleenstaande
€ 78
Paar zonder kinderen €0
€ 79 € 100
Collectieve Zorgverzekering Energietoeslag
€ 108
€ 49 € 200
37
€ 38
€ 108 € 300
€ 54 € 400
€ 500
GR De Bevelanden
Versie 1.0
Figuur 4.2.2. Maandelijks bedrag per regeling op 100% Wsm, minima niet AOW-gerechtigd met twee kinderen Kwijtschelding Stichting Jarige Job Stichting Leergeld
Collectieve Zorgverzekering Jeugdfonds Sport en Cultuur Individuele inkomenstoeslag
Declaratiefonds Energietoeslag
€6 Alleenstaande ouder met kinderen
€ 86
€ 39 € 49
€ 56
€ 108
€ 25 € 38
€6 € 86
Paar met kinderen
€0
€ 79
€ 100
€ 73
€ 200
€ 56
€ 300
€ 108
€ 25 € 54
€ 400
€ 500
Figuur 4.2.3. Maandelijks bedrag per regeling op 100% Wsm, minima AOW-gerechtigd Kwijtschelding Declaratiefonds
Alleenstaande AOWleeftijd
Collectieve Zorgverzekering Energietoeslag
€ 51 € 39 € 24
€ 78
Paar AOW-leeftijd
€0
€ 79
€ 100
€ 108
€ 49
€ 200
€ 108
€ 300
€ 400
€ 500
4.2.2. Opbouw maximale gemeentelijke bijdrage per maand op 110% Wsm Bij een inkomen hoger dan 100 procent Wsm vervalt het recht op de kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen in de Bevelandse gemeenten. De individuele inkomenstoeslag bij langdurige minima vervalt bij een inkomen hoger dan 110 procent Wsm. Bij een inkomen hoger dan 120 procent Wsm vervalt het declaratiefonds, Stichting Jarige Job, het Jeugdfonds Sport en Cultuur en Stichting Leergeld. Boven een inkomen van 130 procent Wsm kunnen huishoudens geen aanspraak meer maken op de collectieve zorgverzekering en de energietoeslag. In onderstaande grafieken wordt de opbouw van de (maximale) gemeentelijke bijdrage bij een inkomen van 110 procent Wsm per huishouden beschreven: dit is een interessante vergelijking met een inkomen van 100 procent Wsm omdat inwoners tussen deze situaties gaan werken. Als voorbeeld: een paar met twee kinderen (8 en 13 jaar) met een inkomen van 110 procent Wsm ontvangt maandelijks (maximaal) € 79 voor de collectieve zorgverzekering, € 73 voor Declaratiefonds, € 6 voor Stichting Jarige Job, € 56 voor het Jeugdfonds Sport en Cultuur, € 108 voor de energietoeslag en € 25 van Stichting Leergeld. In totaal ontvangen zij € 347 per maand vanuit de gemeentelijke regelingen. Dit is in totaal € 86 minder aan gemeentelijke regelingen dan wanneer zij een inkomen hebben op bijstandsniveau.
Bij een langdurig minimuminkomen ontvangen zij, door de individuele inkomenstoeslag, € 401 als gemeentelijke bijdrage.
38
GR De Bevelanden
Versie 1.0
Figuur 4.2.4. Maandelijks bedrag per regeling op 110% Wsm, minima niet AOW-gerechtigd zonder kinderen Collectieve Zorgverzekering
Declaratiefonds
Energietoeslag
Individuele inkomenstoeslag
Alleenstaande € 39 € 24
€ 108
€ 79
Paar zonder kinderen
€0
€ 38
€ 49
€ 108
€100
€200
€ 54
€300
€400
€500
Figuur 4.2.5. Maandelijks bedrag per regeling op 110% Wsm, minima niet AOW-gerechtigd met twee kinderen Collectieve Zorgverzekering Jeugdfonds Sport en Cultuur Individuele inkomenstoeslag
Declaratiefonds Energietoeslag
Stichting Jarige Job Stichting Leergeld
€6 Alleenstaande ouder met kinderen
€ 39 € 49
€ 56
€ 108
€ 25 € 38
€6 € 79
Paar met kinderen
€0
€ 73
€ 56
€100
€ 108
€200
€ 25 € 54
€300
€400
€500
Figuur 4.2.6. Maandelijks bedrag per regeling op 110% Wsm, minima AOW-gerechtigd
Collectieve Zorgverzekering
Alleenstaande AOW-leeftijd
€ 39 € 24
€ 79
Paar AOW-leeftijd
€0
Declaratiefonds
Energietoeslag
€ 108
€ 49
€ 108
€100
€200
39
€300
€400
€500
GR De Bevelanden
Versie 1.0
4.3. Het maandelijks vrij te besteden budget verschilt per huishoudtype Alle minimahuishoudens houden door de gemeentelijke regelingen (meer) geld over voor het doen van vrije bestedingen (bedoeld voor sociale participatie). Dit is het geld dat maandelijks overblijft na aftrek van alle vaste lasten, huishoudelijke uitgaven en reserveringsuitgaven. Per huishoudtype en inkomen verschilt het bedrag dat overblijft voor vrije bestedingen aanzienlijk. Het budget dat huishoudens nodig hebben voor, of zullen uitgeven aan vrije bestedingen verschilt ook per huishoudtype. Een paar met kinderen zal daar meer aan (willen) uitgeven dan een alleenstaande. In bijlage 3 staat per huishoudtype het normbudget voor vrije bestedingen. Uiteraard zal iemand die nauwelijks geld meer over heeft, dat niet per se daaraan besteden. Dit normbedrag is afkomstig van het Nibud. In onderstaande figuren staat per huishoudtype het budget dat zij overhouden voor vrije besteding weergegeven, opgesplitst in wat zij zonder de gemeentelijke regelingen zouden overhouden en wat de gemeentelijke regelingen toevoegen aan het vrij besteedbaar budget. De meeste huishoudtypen houden bij ieder hoger inkomen ook telkens een groter bedrag over voor het doen van vrije bestedingen.
Duiding vrij besteedbaar budget Het vrij besteedbaar budget is bedoeld voor sociale participatie (een krant, abonnement, dagje uit, op bezoek gaan et cetera). Dat huishoudens in de plus staan betekent niet direct dat huishoudens ook voldoende kunnen participeren. Een alleenstaande zonder kinderen heeft volgens het Nibud € 110 nodig voor minimale sociale participatie (zie bijlage 3). In Figuur 4.3.1. is te zien dat er op bijstandsniveau zonder de gemeentelijke bijdragen niet voldoende budget is voor vrije bestedingen, een alleenstaande heeft dan namelijk een budget van € 55. Indien een alleenstaande gebruik maakt van alle gemeentelijke regelingen is er (€ 55 + € 223 =) € 279 beschikbaar voor vrije bestedingen. Een alleenstaande zonder kinderen heeft dan voldoende budget voor sociale participatie. Bij alleenstaanden met twee kinderen (8 en 13 jaar) is dit plaatje anders: zij hebben € 227 per maand nodig voor minimale sociale participatie. Zonder gemeentelijke bijdragen hebben zij al voldoende budget beschikbaar voor sociale participatie op bijstandsniveau, namelijk € 300. Met de gemeentelijke bijdragen erbij is er (€ 300 + € 370 =) € 670 vrij besteedbaar budget. In dit geval is er voldoende budget voor vrije bestedingen, waardoor er ook voldoende budget is om sociaal te participeren als gezin. Zie bijlage 3 voor een overzicht van de overige huishoudens.
4.3.1. Minima zonder kinderen Huishoudens zonder kinderen zijn deels afhankelijk van de gemeentelijke bijdragen om voldoende budget voor sociale participatie te hebben. Alleenstaanden hebben voor sociale participatie € 110 per maand nodig en paren zonder kinderen hebben € 176 nodig. Alleenstaanden en paren zonder kinderen zijn bij inkomens tegen 100 en 110 procent Wsm afhankelijk van de gemeentelijke bijdragen om voldoende budget voor sociale participatie te hebben. Een paar zonder kinderen komt op bijstandsniveau op een minbedrag uit, wanneer zij geen gemeentelijke bijdragen ontvangen. Bij inkomens 120 en 130 procent Wsm zijn de huishoudens niet afhankelijk van de gemeentelijke bijdragen om voldoende budget voor sociale participatie te hebben. Beide huishoudtypes zonder kinderen krijgen bij een stijging van het eigen inkomen, te maken met een groter budget voor vrije bestedingen. Er is één uitzondering: alleenstaanden zonder kinderen krijgen te maken met een kleine teruggang van hun vrij besteedbare budget, wanneer het inkomen stijgt van 100 naar 110 procent Wsm. Het gaat om een daling van € 2 euro voor vrije bestedingen (mits er van alle regelingen gebruik wordt gemaakt).
40
GR De Bevelanden
Versie 1.0
Figuur 4.3.1. Maandelijks vrij besteedbaar budget alleenstaande, niet-AOW
Vrij besteedbaar budget voor een alleenstaande Zonder gemeentelijke bijdrage
Met alle gemeentelijke bijdragen
Normbedrag sociale participatie € 110 € 55
100% Wsm
€ 223
€ 105
110% Wsm
€ 172 € 224
120% Wsm
€ 172
€ 336
130% Wsm -€ 100
€0
€ 100
€ 200
€ 148 € 300
€ 400
€ 500
€ 600
€ 700
€ 800
Figuur 4.3.2. Maandelijks vrij besteedbaar budget paar zonder kinderen, niet AOW
Vrij besteedbaar budget voor een paar zonder kinderen Zonder gemeentelijke bijdrage
Met alle gemeentelijke bijdragen
Normbedrag sociale participatie € 176 100% Wsm
€ -7
€ 314 € 94
110% Wsm
€ 236 € 213
120% Wsm
€ 281
130% Wsm -€ 100
€ 236
€0
€ 100
€ 200
€ 187 € 300
€ 400
€ 500
€ 600
€ 700
€ 800
4.3.2. Minima met kinderen Van de twee huishoudtypes met kinderen in dit onderzoek hebben alleenstaande ouders met kinderen op ieder inkomensniveau duidelijk het meeste budget voor vrije bestedingen. Alleenstaande ouders hebben langer recht op hetzelfde bedrag aan landelijke toeslagen en ontvangen aanzienlijk een hoger bedrag voor het kindgebonden budget dan paren met kinderen. Net als de huishoudens zonder kinderen hebben huishoudens met kinderen bij alle inkomens voldoende budget voor sociale participatie, als zij gebruikmaken van alle regelingen. Alleenstaande ouders hebben een bedrag van € 227 per maand nodig om te kunnen participeren. Ze zijn niet afhankelijk van gemeentelijke regelingen om voldoende budget te hebben hiervoor. Paren met kinderen hebben een vrij besteedbaar budget nodig van € 272 per maand. Zij zijn bij inkomens tegen 100, 110 en 120 procent Wsm afhankelijk van de gemeentelijke bijdragen om voldoende budget voor sociale participatie te hebben. Bij een inkomen van 130 procent Wsm, hebben zij ook zonder gemeentelijke bijdragen voldoende budget om sociaal te participeren. 41
GR De Bevelanden
Versie 1.0
Beide huishoudtypes met kinderen gaan er bij een inkomensstijging van 100 naar 110 procent Wsm minimaal op vooruit in het vrij besteedbare budget. Wanneer het inkomen verder stijgt naar 120 procent Wsm wordt het vrij besteedbare budget duidelijk ruimer. Alleenstaande ouders met kinderen hebben € 125 meer vrij te besteden, voor paren met kinderen gaat het om € 120. Bij een inkomen van 130 procent Wsm neemt het vrij besteedbare budget af. Dit heeft te maken met het wegvallen van een deel van de gemeentelijke regelingen. Figuur 4.3.3. Maandelijks vrij besteedbaar budget alleenstaande ouder met kinderen, niet-AOW
Vrij besteedbaar budget voor een alleenstaande ouder met twee kinderen Zonder gemeentelijke bijdrage
Met alle gemeentelijke bijdragen
Normbedrag sociale participatie € 227 € 300
100% Wsm
€ 370
€ 389
110% Wsm
€ 283 € 514
120% Wsm
€ 283 € 632
130% Wsm -€ 100
€0
€ 100
€ 200
€ 300
€ 148 € 400
€ 500
€ 600
€ 700
€ 800
Figuur 4.3.4. Maandelijks vrij besteedbaar budget paar met kinderen, niet-AOW
Vrij besteedbaar budget voor een paar met twee kinderen Zonder gemeentelijke bijdrage
Met alle gemeentelijke bijdragen
Normbedrag sociale participatie € 309 100% Wsm
€ 61
€ 433
€ 162
110% Wsm
€ 347 € 282
120% Wsm
€ 350
130% Wsm -€ 100
€ 347
€0
€ 100
€ 200
€ 187 € 300
42
€ 400
€ 500
€ 600
€ 700
€ 800
GR De Bevelanden
Versie 1.0
4.3.3. AOW’ers AOW’ers hebben voldoende budget om sociaal te participeren. Alleenstaande AOW’ers zijn niet afhankelijk van gemeentelijke regelingen om voldoende budget voor sociale participatie te hebben. AOW-paren zijn alleen bij een inkomen van 100 procent Wsm afhankelijk van gemeentelijke bijdragen om voldoende budget voor sociale participatie te hebben. Beide AOW huishoudtypen hebben bij een hoger inkomen steeds een groter vrij besteedbaar budget. Tot een inkomen van 130 procent Wsm vinden er geen teruggangen plaats. Figuur 4.3.5. Maandelijks vrij besteedbaar budget alleenstaande, AOW-gerechtigd
Vrij besteedbaar budget voor een AOW-gerechtigde alleenstaande Zonder gemeentelijke bijdrage
Met alle gemeentelijke bijdragen
Normbedrag sociale participatie € 110 € 162
100% Wsm
€ 223 € 295
110% Wsm
€ 172 € 422
120% Wsm
€ 172
€ 499
130% Wsm -€ 100
€0
€ 100
€ 200
€ 148
€ 300
€ 400
€ 500
€ 600
€ 700
€ 800
Figuur 4.3.6. Maandelijks vrij besteedbaar budget paar, AOW-gerechtigd
Vrij besteedbaar budget voor een AOW-gerechtigd paar Zonder gemeentelijke bijdrage
Met alle gemeentelijke bijdragen
Normbedrag sociale participatie € 176 100% Wsm
€ 70
€ 314 € 249
110% Wsm
€ 236 € 405
120% Wsm
€ 514
130% Wsm -€ 100
€ 236
€0
€ 100
€ 200
€ 300
43
€ 187 € 400
€ 500
€ 600
€ 700
€ 800
GR De Bevelanden
Versie 1.0
4.4. Werken vanuit de bijstand loont meestal Een hoger inkomen leidt voor alle huishoudtypen in de Bevelandse gemeenten in veel gevallen tot een hoger totaal inkomen dan in de bijstand. Echter, voor de meeste huishoudens nemen de bijdragen van het Rijk en de gemeente af wanneer het inkomen stijgt. Dit zorgt ervoor dat het totaal inkomen van een huishouden niet altijd evenveel stijgt met de loonstijging. Hieronder geven we de inkomensvooruitgang bij werkaanvaarding vanuit de bijstand tot een inkomen van maximaal 130 procent Wsm weer per huishoudtype. Daarna leggen we de inkomensvooruitgang per inkomensniveau uit aan de hand van twee casussen. In bijlage 2 worden al deze inkomens per huishoudtype uitgesplitst naar inkomenssoort waarmee visueel wordt weergegeven waarom het totaal inkomen stijgt of daalt.
4.4.1. Huishoudens zonder kinderen gaan er bij elk hoger inkomen op vooruit Alleenstaanden gaan er bij ieder hoger inkomen (tot 130 procent Wsm) meer op vooruit ten opzichte van de bijstand. Voor paren zonder kinderen geldt dit ook. Het verschil tussen de inkomensvooruitgang bij een inkomen van 120 en 130 procent Wsm is bij paren niet groot, respectievelijk 8 en 9 procent. Dit kan komen door het dalen van de landelijke toeslagen en wegvallen van een deel van de gemeentelijke regelingen bij 130 procent Wsm. Figuur 4.4.1. Inkomensvooruitgang t.o.v. 100% Wsm bij werkaanvaarding, huishoudens zonder kinderen 110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
4% Alleenstaande
10% 15% 4%
Paar zonder kinderen
8% 9%
Tabel 4.4.1. Inkomensvooruitgang bij werkaanvaarding, huishoudens zonder kinderen Netto inkomen incl. VT
Bijdrage Rijk
Bijdrage gemeente
Totaal inkomen
Verschil tov 100% Wsm (€)
Verschil tov 100% Wsm (%)
1.196 1.315 1.435 1.554
452 452 452 444
223 172 172 148
1.871 1.939 2.059 2.146
68 188 275
4% 10% 15%
1.708 1.879 2.050 2.221
600 600 549 446
314 236 236 187
2.622 2.715 2.835 2.854
93 213 232
4% 8% 9%
Huishoudtype Alleenstaande 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm Paar zonder kinderen 100% Wsm 110% Wsm 120% Wsm 130% Wsm
44
GR De Bevelanden
Versie 1.0
4.4.2. Huishoudens met kinderen gaan er altijd op vooruit ten opzichte van de bijstandssituatie De stijging van het inkomen ten opzichte van het bijstandsniveau is bij huishoudens met kinderen in verhouding tot huishoudens zonder kinderen minder groot. Alleenstaande ouders hebben bij ieder hoger loon een hoger totaal inkomen dan in de bijstand. Voor alleenstaande ouders neemt de bijdrage vanuit het Rijk niet af bij een hoger loon, maar dit neemt zelfs toe vanwege de combinatiekorting. Door het wegvallen van de gemeentelijke regelingen is het totaal inkomen van een alleenstaande ouder bij een loon gelijk aan 130 procent Wsm lager dan het totaal inkomen bij een loon gelijk aan 120 procent Wsm. Bij paren met kinderen dalen de toeslagen van het Rijk als het huishoudinkomen stijgt. In combinatie met het vervallen van het recht op gemeentelijke regelingen neemt het totaal inkomen bij een inkomen van 130 procent Wsm minder toe dan bij een inkomen van 120 procent Wsm. Waar het inkomen ten opzichte van de bijstand bij een inkomen van 120 procent Wsm stijgt met € 204, stijgt dit bij een inkomen van 130 procent Wsm ‘slechts’ met € 112 ten opzichte van de bijstand. Figuur 4.4.2. Inkomensvooruitgang t.o.v. 100% Wsm bij werkaanvaarding, huishoudens met kinderen 110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
2% Alleenstaande ouder
7% 6%
3% Paar met kinderen
6% 3%
Tabel 4.4.2. Inkomensvooruitgang na werkaanvaarding, huishoudens met kinderen Netto inkomen incl. VT
Bijdrage Rijk
Huishoudtype Alleenstaande ouder met twee kinderen 100% Wsm 1.196 1335 110% Wsm 1.315 1374 120% Wsm 1.435 1379 130% Wsm 1.554 1385 Paar met twee kinderen 100% Wsm 1.708 1125 110% Wsm 1.879 1125 120% Wsm 2.050 1074 130% Wsm 2.221 971
Bijdrage gemeente
Totaal inkomen
Verschil tov 100% Wsm (€)
Verschil tov 100% Wsm (%)
370 283 283 148
2.900 2.972 3.097 3.087
72 197 187
2% 7% 6%
433 347 347 187
3.266 3.351 3.471 3.378
85 204 112
3% 6% 3%
45
GR De Bevelanden
Versie 1.0
Voorbeeldcasussen inkomensvooruitgang bij werkaanvaarding Voorbeeldcasus: alleenstaande Jan is alleenstaand en krijgt een bijstandsuitkering, wat neerkomt op een nettoinkomen van € 1.196 per maand (dit is inclusief vakantietoeslag). Hij heeft maandelijks recht op € 452 aan toeslagen van het Rijk. Voor Jan bestaat dit uit huurtoeslag en zorgtoeslag. Tot slot kan Jan rekenen op een financiële bijdrage vanuit de gemeente van € 223 per maand. Dit bestaat uit de kwijtschelding voor gemeentelijke belastingen, de korting op de collectieve zorgverzekering, het Declaratiefonds en de energietoeslag. In totaal heeft Jan een inkomen van € 1.871 per maand. Als Jan werk krijgt tegen een inkomen van 110 procent Wsm, dan stijgt zijn netto-inkomen naar € 1.315 per maand. Hij houdt recht op huurtoeslag en zorgtoeslag en deze bedragen blijven onveranderd, dus € 452 per maand. Het recht op minimaregelingen komt deels te vervallen. Jan heeft nog recht op de korting op de collectieve zorgverzekering, het Declaratiefonds en de energietoeslag. De gemeentelijke bijdragen zijn nu € 172 per maand. Hij kan geen kwijtschelding meer aanvragen. Bij een inkomen van 110 procent Wsm is het totaal inkomen van Jan € 1939. Dit is een stijging van € 68 (4 procent) ten opzichte van zijn totaal inkomen bij een bijstandsuitkering.
Wanneer Jan tegen een inkomen van 120 procent Wsm gaat werken, stijgt zijn netto-inkomen naar € 1.435 per maand. De bijdrage van het Rijk blijft € 452. Er vervallen voor Jan geen rechten op de minimaregelingen, de gemeentelijke bijdragen blijven € 172 per maand. Het totale inkomen van Jan is € 2.059 per maand, € 188 (10 procent) meer dan wanneer Jan een bijstandsuitkering heeft. Als Jan gaat werken tegen een inkomen van 130 procent Wsm dan stijgt zijn netto-inkomen naar € 1.554 per maand. De bijdragen van het Rijk zijn gedaald naar € 444 per maand. Jan ontvangt minder huurtoeslag, zijn zorgtoeslag blijft gelijk. Jan heeft nog recht op de korting op de collectieve zorgverzekering en de energietoeslag. Het recht op het Declaratiefonds vervalt. Jan ontvangt nu € 148 aan gemeentelijke regelingen. Het totale inkomen van Jan is nu € 2.146 per maand, dit is € 275 (15 procent) meer dan toen hij een bijstandsuitkering had.