Bijlage bij presentatie Bedrijventerreinen Regionaal BT programma De Bevelanden 28 mei 2025 VOLLEDIG DEFINITIEF
Tekst van het document
46
Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen
desbetreffende gemeente daar geen noodzaak in ziet dan kan de ‘vervangingsvraag’15 verdeeld worden over de gemeente(n) waarbinnen de urgentie het grootst is.
Afspraken 4 We zetten voor de periode tot en met 2032 in op voldoende kwalitatief geschikt planaanbod voor het lage scenario uit de behoefteraming. We zetten voor de periode 2032 tot en met 2040 in op voldoende kwalitatief geschikt planaanbod voor het hoge scenario uit de behoefteraming. Per saldo programmeren we nu 67 hectare netto nieuw bedrijventerrein. Dat is lager dan de 79 hectare die we noemen in ons toekomstbeeld. We hebben echter de ambitie om ook werk te maken van het beter benutten van onze bedrijventerreinen. Daarvoor willen we voldoende ‘druk’ op de markt houden. 5 We ontwikkelen nieuwe bedrijventerreinen vraaggericht en volgens de leidende principes, hierbij is tabel 10 richtinggevend. Zo sturen we op een optimale (ruimtelijke) benutting van onze bedrijventerreinen en regionale meerwaarde. We doen dit concreet door het ontwikkelen van een uitgifteprotocol dat we als afwegingskader hanteren bij de gronduitgifte. Eerste criteria (nader uit te werken) waar we hierbij aan denken zijn: • Type bedrijf, denk aan bedrijfsactiviteit, mate van duurzaamheid (zoals energieverbruik, waterverbruik, bijdrage aan transities zoals circulaire economie, energietransitie en klimaatadaptatie).
• Moet het bedrijf gezien de activiteiten op een bedrijventerrein vestigen of kan het gezien aard en omvang (waaronder milieucategorie) ook op een andere locatie terecht? • Locatie die bedrijf achter laat. Biedt dit bijvoorbeeld kansen voor het oplossen van een ruimtelijk knelpunt of een kans voor herontwikkeling en beter benutten op de achterblijvende locatie? • Maatschappelijke binding, bijvoorbeeld sponsoring, werkgeversrol. • Economische binding, zoals samenwerking binnen clusters, ketens, aanwezigheid van klanten/afnemers. • Aansluiting op de arbeidsmarkt, denk aan woonplaatsen werknemers, afhankelijkheid (aandeel) van arbeidsmigranten en effecten van arbeidsmigratie op huisvesting in de gemeente/regio (we benutten de VNG-handreiking effectrapportage bij nieuwe bedrijvigheid). 6 We spannen ons als regiogemeenten in om een bepaald deel van de vraag binnen de bestaande voorraad van bedrijventerreinen in De Bevelanden te faciliteren. Dit doen we door bestaande bedrijventerreinen beter te benutten. Hoeveel vraag we op de bestaande terreinen willen en kunnen faciliteren, is afhankelijk van onderzoek naar de kansen voor beter benutten in de regio (zie ook afspraak onder ‘behouden en/of versterken bedrijventerreinen’).
Op basis hiervan bepalen we ons precieze ambitieniveau (bijvoorbeeld 10% van de uitbreidingsvraag faciliteren door het beter benutten van bestaande bedrijventerreinen).
5.5 Monitoring Monitoring als basis voor bedrijventerreinenbeleid Monitoring van vraag en aanbod is de basis voor een sterk bedrijventerreinenbeleid en effectieve besluiten in de regio. Goede monitoring is cruciaal om te kijken of de realiteit aansluit bij de prognose en andere verwachtingen voor de bedrijventerreinenmarkt. Hierbij is het in eerste instantie van belang dat de kwantitatieve monitoring van de bedrijventerreinenmarkt op orde is. Met de kwantitatieve monitoring als stevige basis kan de monitoring uitgebreid worden met meer
15
Randvoorwaarde is dat op de huidige locatie de bedrijfsbestemming omgezet wordt naar een andere functie.
47
kwalitatieve kenmerken. Denk bijvoorbeeld in de basis aan het type bedrijf waaraan gronden worden uitgegeven (o.a. sector, verschijningsvorm). Maar ook complexere thema’s kunnen onderdeel zijn van monitoring. Denk aan vraag en aanbod van energie (en welke type), welke reststromen (nieuwe) bedrijven genereren en gevolgen van uitgifte voor de lokale arbeidsmarkt en fysieke infrastructuur. Zo kunnen we als regio beter sturen op onze bedrijventerreinenmarkt. Wanneer uit de monitoring blijkt dat ontwikkelingen aan vraag- en/of aanbodzijde anders verlopen dan werd verwacht en dit aanleiding geeft tot herziening van de afspraken, kunnen bestaande afspraken over harde en zachte plannen herzien worden. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer uitgifte aanmerkelijk sneller of langzamer verloopt dan verwacht, initiatiefnemers zich terugtrekken uit een plan (dat op ‘groen’ staat), er sprake is van transformatie van bedrijventerrein (en daarmee vervangingsvraag) of wanneer de parameters achter de prognose zich anders ontwikkelen dan verwacht Afspraken We gaan jaarlijks monitoren om afspraken waar nodig te herzien. Hierbij maken we de volgende afspraken: 7 We benutten voor monitoring de tool die we als regio hiervoor hebben ontwikkeld.
8 De monitoring vindt plaats op bedrijventerreinenniveau (betreft alle terreinen zoals geregistreerd in IBIS en weergegeven op de bedrijventerreinenkaart Zeeland). 9 De monitoring bevat: • cijfers over beschikbaar aanbod op bedrijventerreinen, uitgifte en kavels in optie; • inzicht in type bedrijvigheid, branche en doelgroep; • gegevens vanuit het regionale loket: zoekvragen en nieuwe vestigers gespecificeerd naar branche en doelgroep; • cijfers over transformatie (vervangingsvraag) en herstructurering; • inzicht in actuele kansen voor beter benutten van de ruimte op bedrijventerreinen. 10 De monitoring wordt ieder kwartaal geüpdatet en één keer per jaar aan de provincie gerapporteerd. 11 De jaarlijkse versie bevat conclusies met betrekking tot de uitgifte, beschikbaar aanbod en de status van de harde en zachte plannen in de regio.
5.6 Proces- en organisatorische afspraken Naast een aantal inhoudelijke afspraken maken we ook een aantal procesafspraken. Hiermee borgen we een goede samenwerking en uitvoering van het bedrijventerreinenprogramma. Afspraken 1 Na vaststelling van voorliggend bedrijventerreinenprogramma worden de afspraken en de actuele programmeringstabel het uitgangspunt. 2 We monitoren uitgiftes, bedrijvendynamiek en ontwikkelingen in het aanbod om in te kunnen spelen op veranderende omstandigheden (zie ‘Monitoring’). We hebben daarbij een proactieve houding en delen relevante informatie (vestigingsinformatie, plannen, uitbreidingsvragen, grondprijzen 16) tijdig met elkaar. 3 Elke twee jaar doen we een totaalevaluatie van het programma en de afspraken. Indien nodig passen we deze vervolgens aan. 2F
16
Voor het berekenen van de grondprijzen voor de bedrijventerreinen hanteren we een uniforme werkwijze. De marktwaarde wordt als uitgangspunt genomen, met dien verstande dat de kostprijs altijd gedekt moet zijn.
Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen
Bijlage: Onderbouwing De Poort grootschalig Voor de beoogde uitbreiding van bedrijventerrein De Poort in de gemeente Reimerswaal is het noodzakelijk dat het terrein gelabeld wordt als ‘grootschalig’. De onderbouwing hiervoor is: 1. Ruimtelijke en beleidsmatige noodzaak De provincie Zeeland stuurt aan op clustering van bedrijvigheid op grootschalige terreinen. Met de ontwikkeling van De Poort kan hierop worden aangesloten. De locatie biedt de mogelijkheid om bedrijvigheid te concentreren op een strategische gelegen locatie, die goed bereikbaar is en waar (nieuwe) energie-infrastructuur bij elkaar komt. Zo wordt versnipperde, kleinschalige ontwikkeling elders in de gemeente voorkomen. Dit draagt bij aan efficiënt ruimtegebruik. 2. Lokale behoefte en uitbreidingsdruk Uit specifiek behoefteonderzoek van de gemeente blijkt dat lokale bedrijven in Reimerswaal willen uitbreiden en zich willen vestigen op De Poort. Dit leidt tot een benodigde uitbreiding van meer dan 20% of 0,5 hectare. Deze schaal van uitbreiding overschrijdt de grenzen van een kleinschalig terrein en vereist een herclassificatie. 3. Kenmerken van bestaande en toekomstige bedrijven Er zijn al bedrijven op De Poort met kavels groter dan 0,5 ha en hogere milieucategorieën, wat typerend is voor grootschalige bedrijventerreinen.
De aard en schaal van de bedrijvigheid past in de huidige situatie al niet meer bij het profiel van een kleinschalig terrein. Het is logisch om dit profiel door te zetten en te versterken. 4. Ruimtelijke en milieutechnische randvoorwaarden De uitbreiding voldoet aan provinciale eisen zoals klimaatbestendigheid, duurzaam beheer, landschappelijke inpassing en huisvesting van werknemers. Zo zijn de plannen voor de uitbreiding van het terrein afgestemd op de Klimaatadaptatie Strategie Zeeland en bevatten ze concrete maatregelen voor duurzaamheid en biodiversiteit in de opzet en inrichting van het terrein. Er is bijvoorbeeld voor gekozen om het maximale uitgiftepercentage 60 % te laten zijn zodat er voldoende ruimte overblijft voor groen, waterberging en milieukwaliteit. 5. Beleidsmatige verankering De gemeenteraad heeft in 2023 het voorkeursrecht toegepast en de uitbreiding is opgenomen in de Structuurvisie van 2024. Dit toont aan dat de gemeente de uitbreiding beleidsmatig stevig heeft ingebed en projectmatig aanpakt, net als bij andere grootschalige terreinen. Regionaal is bovendien in de eerdere bedrijventerreinenprogrammering afgesproken dat Reimerswaal tot ontwikkeling over kan gaan, mits de behoefte nader lokaal is onderbouwd. Dat is inmiddels gebeurd.
49
Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen
Colofon Datum: 28 mei 2025 Projectnummer: 24.152 Opdrachtgever: Regio De Bevelanden Opdrachtnemer: Stec Groep Adviseurs: Evert-Jan de Kort, Callum Lewis en Nina Dolsma Stec Groep Onderzoek en advies over wonen, werken en leefomgeving Postbus 217, 6800 AE Arnhem Willemsplein 5, 6811 KA Arnhem 026 - 751 41 00 info@stec.nl www.stec.nl
50