CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij presentatie Bedrijventerreinen Regionaal BT programma De Bevelanden 28 mei 2025 VOLLEDIG DEFINITIEF

Informerende- en kaderstellende raad 18 september 2025, gemeente Borsele18.534 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

• Hieruit concluderen we dat de vraag naar bedrijventerreinen het aanbod kwantitatief zal overstijgen. Kwalitatief verwachten we met name een tekort in het reguliere werkmilieu. • De behoefte kan worden ingevuld door het ontwikkelen van (geplande) nieuwe plannen en/of het intensiveren van bestaande bedrijventerreinen. De behoefte is echter geen planningsopgave. Een keuze kan ook zijn om niet alle behoefte te faciliteren en als regiogemeenten selectiever te zijn in aan welke bedrijven ruimte wordt geboden.

Figuur 10: Confrontatie vraag en aanbod in hectare (2024 t/m 2032, 2033 t/m 2040) 140 120 22 100 80

22 65

60 46

40 20

22

34

21

0 EIB Hoog Uitbreidingsvraag 2024-2033

Bron: Stec Groep (2024)

EIB Laag Uitbreidingsvraag 2033-2040

Hard aanbod Vervangingsvraag

Planaanbod

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

Belemmeringen van invloed op vraag-aanbodconfrontatie Een belangrijke randvoorwaarde bij deze confrontatie is dat er geen (grote) beperkingen zijn in de beschikbaarheid van bijvoorbeeld arbeid, stroom, water, stikstofruimte, et cetera. We zien echter dat dit noodgedwongen steeds meer de investeringsdynamiek van bedrijven drukt. De vraag is er wel vanuit bedrijven, maar het is lastig plannen realiseren door alle beperkingen. In 2023 zagen we daardoor landelijk een terugval in de ruimtevraag op bedrijventerreinen van 40%8. Deze terugval kwam vooral voor rekening van het tweede halfjaar. Ook in de eerste helft van 2024 is een verdere afname (circa 25%) van de dynamiek zichtbaar 9. Dit beeld zien we in grote lijnen ook terug in Zeeland en De Bevelanden. En dit past in het beeld van onder meer de NVM die constateert dat netcongestie, maar ook ruimtegebrek het bedrijfsleven remmen10. Naast het drukkend effect op de vraag heeft dit ook een effect op de aanbodzijde. Immers, het is zeer lastig om nieuwe bedrijventerreinen op het stroomnet aangesloten te krijgen. De ligging van De Bevelanden tussen verschillende stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden bemoeilijkt nieuwe bedrijventerreinontwikkeling nog eens extra.

8

Zie: https://stec.nl/grenzen-aan-groei-in-2023-40-minder-bedrijventerreinenvraag/

9

Database Locatiedynamiek Nederland, Stec Groep, 2024

10

Zie: https://www.nvm.nl/nieuws/2024/ruimtegebrek-en-netcongestie-remmen-nederlands-bedrijfsleven/

27

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

4. Toekomstbeeld bedrijventerreinen De Bevelanden 4.1 Ambitie en koers voor bedrijventerreinen Vraaggericht ontwikkelen met lokale of regionale meerwaarde Onze regio werkt al sinds 2010 goed samen en stemt in regionaal verband de ontwikkelingen op en van bedrijventerreinen met elkaar af. Met de (her)ontwikkeling van bedrijventerreinen willen we als Bevelandse gemeenten economische kansen verzilveren en zorgen voor een regio waarin het prettig werken, wonen en leven is. Zorgvuldige keuzes maken is daarbij belangrijker dan ooit De ontwikkeling van bedrijventerreinen is laatste jaren lastiger geworden. Zoals overal, loopt ook De Bevelanden aan tegen de grenzen van ruimte, arbeid, stroom, water en de staat van onze natuur. Hier bovenop komen potentiële grote ontwikkelingen van buitenaf. We noemen daarbij in het bijzonder de mogelijke komst van nieuwe kerncentrales in Borsele11 en de mogelijke doorontwikkeling van North Sea Port. Deze ontwikkelingen bieden economische en maatschappelijke kansen voor onze regio, maar leveren tegelijkertijd grote uitdagingen op voor de leefbaarheid, het draagvlak en de draagkracht in de regio. Binnen het North Sea Port District (één van de zestien NOVEX-gebieden) werken het Rijk, de provincies Zeeland en Oost-Vlaanderen en de betrokken gemeenten samen om deze opgaven in goede banen te leiden.

NOVEX De rijksoverheid kent veel nationale opgaven waarmee ze doelen voor Nederland wil bereiken. De maatregelen om de doelen te bereiken, worden opgenomen in programma’s. Daarnaast hebben de provincies, gemeentes en waterschappen ook hun eigen opgaven. Programma NOVEX is het proces om al die ruimtelijke opgaven samen te brengen en waar mogelijk in te passen. Eind 2022 heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) een brief gestuurd naar de Provincies. In deze brief beschrijft de minister van BZK de grote nationale ruimtelijke opgaven uit de verschillende nationale programma’s en vraagt de provincies om die ruimtelijk te vertalen.

11

Dit heeft een grote impact. Niet alleen als de centrales er staan, maar ook in de bouwfase. Het betekent bijvoorbeeld veel werkverkeer en veel extra mensen die tijdelijk (maar al snel meer dan 10 jaar) aan deze bouw werken. Ook kan dit extra impulsen geven aan bedrijven in de regio die bijvoorbeeld worden ingeschakeld. Wat betekent dat voor de ontwikkeling/groei van deze bedrijven en daarmee de ruimtevraag. Welke aantrekkingskracht levert zo’n groter kerncentralecluster op in combinatie met andere energievoorzieningen (aanlanding wind)?

28

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

In 2023 is met het Overleg Zeeuwse Overheden, de adviesgroep voor de Zeeuwse Omgevingsvisie en de grensoverschrijdende samenwerkingsgroep North Sea Port District een inventarisatie gemaakt van voorgenomen en vastgestelde plannen die beslag leggen op de Zeeuwse ruimte. Dat laat zien dat de provincie Zeeland te klein is om al deze plannen uit te kunnen voeren. Daarom moeten er keuzes gemaakt worden. Dat doet de provincie samen met alle betrokken partijen, zodat alle belangen en invalshoeken worden gehoord en met elkaar worden afgewogen. In het Ruimtelijk Voorstel Zeeland beschrijft de Provincie wat de opgaven en ruimtelijke effecten zijn, inclusief knelpunten en mogelijke oplossingen. Streven is om eind 2024 een Ruimtelijk Arrangement te sluiten met het Rijk. Specifiek wordt er binnen het NOVEX gebied North Sea Port District gekeken hoe alle opgaven die daar samenkomen in goede banen zijn te leiden en kunnen zorgen voor economische en maatschappelijk versterking.

…kiezen belangrijker dan ooit! Linksom of rechtsom zijn er veel ontwikkelingen die vragen om bewuste keuzes hoe we als regio De Bevelanden hierop willen en kunnen acteren. Keuzes die bepalend zijn voor hoe we met toekomstige bedrijventerreinontwikkeling omgaan (voor welke bedrijven, hoeveel, waar, et cetera). De bedrijventerreinenprognose gaat bijvoorbeeld uit van continuering van bestaand beleid, waaronder de economische focus, maar ook de manier waarop we als regiogemeenten bedrijventerreinen nu ontwikkelen en uitgeven (denk aan intensiteit ruimtegebruik). De vraag is of we als regio de koers van afgelopen jaren willen continueren. Het gaat bovendien niet alleen om wat we als regio wíllen, maar vooral ook om wat kán. Immers, onder meer netcongestie en stikstofproblematiek hebben effect op onze regionale ambities en mogelijkheden. Wat als we weinig tot geen nieuw aanbod kunnen creëren? Wat wordt dan de oplossing? Moeten we dan bijvoorbeeld selectiever zijn en sterker inzetten op het beter benutten van bestaande terreinen? Welke bedrijven bieden we dan nog wel ruimte, welke niet? Dit is allemaal van invloed op de kwantitatieve en kwalitatieve ruimtevraag en opgave van de regio en daarmee de Bevelandse bedrijventerreinenprogrammering.

Bovendien zien we dat naast de traditionele locatiefactoren als bereikbaarheid en ruimte, de factor energie en bijvoorbeeld ook de beschikbaarheid van rest- en materiaalstromen sterk sturend is geworden. Dit betekent bijvoorbeeld dat plekken voor nieuwe bedrijventerreinen idealiter zo dicht liggen bij plekken waar nieuwe, duurzame energie wordt opgewekt. Maar ook dat energie sturend is voor welke combinaties van bedrijven kansrijk zijn op een bedrijventerrein (denk aan een bedrijf dat veel energie gebruikt naast een bedrijf dat energie produceert). Verder zien we dat bestaande zware energieaansluitingen (op bestaande bedrijventerreinen) waarde hebben. Bedrijven nemen bijvoorbeeld contracten over of vestigen op locaties waar al zware energieaansluitingen aanwezig zijn. Bevelanden staat voor verdeelvraagstuk: welke economie geven we waar ruimte? Er is dus, zeker op de korte tot middellange termijn, sprake van een verdeelvraagstuk. Welke economie geven we ruimte? Op welke plekken? Hoe doen we dat in balans met andere opgaven (wonen, natuur, water, energie, circulair) en kwaliteiten (rust, ruimte) van De Bevelanden? Ambitie voor korte tot middellange termijn: lokaal en regionaal gewortelde bedrijven faciliteren Hierover heeft de regio gesproken en een keuze gemaakt. Streven is om de lokale en regionaal gewortelde bedrijven te behouden en te kunnen laten groeien.

We willen tegemoet kunnen komen aan de autonome ruimtevraag van in de regiogemeenten gevestigde bedrijven. Gevestigde bedrijven moeten kunnen doorgroeien en -ontwikkelen is het credo. Van klein tot

29

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

groot bedrijf, van familiebedrijf tot filiaal van een grotere multinational. We stellen daarbij geen specifieke eisen aan het type bedrijven dat ruimte krijgt. We staan in principe open voor het faciliteren van elke ruimtevrager, mits dit een bedrijf is dat in De Bevelanden is gevestigd of daar zijn oorsprong heeft en bijdraagt aan onze sterke sectoren zoals het agri- en foodcluster. Kwantitatief betekent dit dat we streven naar het faciliteren van het lage groeiscenario t/m 2032 (34 hectare), inclusief de verwachte vervangingsvraag (21 hectare). In totaal is dat een vraag van 55 hectare. Minus de nu nog beschikbare harde planvoorraad (22 hectare) betekent dit een behoefte aan nieuw terrein t/m 2032 van 33 hectare. Ambitie voor langere termijn: verzilveren kansen vestigers nieuwe economie en transities Op de langere termijn willen we als regio verder kunnen doorgroeien en prioriteit leggen bij het faciliteren van bedrijven die een bijdrage leveren aan de belangrijke transities op gebied van energie, klimaat, circulariteit. Logischerwijs bouwen we daarbij voort op de al sterke sectoren in de regio. Voor bedrijventerreinen gaat het dan vooral om het agri- en foodcluster, daaraan gelieerde groothandel en logistiek en overige mkb bedrijven in bijvoorbeeld bouw, handel en reparatie.

We geven ruimte aan bedrijven in deze sectoren die hierop vooruitstrevend zijn en aantoonbaar een positieve impact leveren aan de economie en samenleving van De Bevelanden. Het gaat daarbij om al in de regio gevestigde bedrijven, maar ook om nieuwe bedrijven van buitenaf die betekenisvol zijn voor deze transities. Kwantitatief betekent dit dat we streven naar het faciliteren van het hoge groeiscenario in de periode 2033 t/m 2040, wat neerkomt op 46 hectare. Inclusief de 33 hectare behoefte in de periode 2024 t/m 2032 betekent dit een totale te faciliteren behoefte in de periode 2024 t/m 2040 van 79 hectare. Basis voor keuzes en afspraken over (her)ontwikkeling Deze strategische koers is de basis voor ons bedrijventerreinenprogramma en de afspraken die we maken. We kijken meer dan in het verleden naar de kwaliteiten van de bestaande bedrijventerrein. Verduurzaming is een belangrijk integraal onderdeel bij (her)ontwikkeling van bedrijventerreinen. En bij het ontwikkelen van nieuw bedrijventerrein wordt altijd rekening gehouden met ligging en kenmerken, zodat maximaal wordt aangesloten op de vestigingseisenen wensen van bedrijven. De regio zet in op adaptief en vraaggericht ontwikkelen.

Er wordt alleen nieuw bedrijventerrein ontwikkeld wanneer er sprake is van lokale of regionale meerwaarde, een actuele ruimtebehoefte vanuit de markt en als dit complementair is aan de bestaande voorraad.

4.2 Leidende principes We hanteren de volgende leidende principes bij onze keuzes en regionale afspraken over de (her)ontwikkeling van bedrijventerreinen: 1. Recht doen aan (door)ontwikkeling van lokale economieën in de regio Alle gemeenten in De Bevelanden hebben een lokale economie met eigen accenten. Clustering van bedrijven binnen een sector of clustering van bedrijven in dezelfde keten (bijvoorbeeld van aqua- en agrifoodbedrijven: leverancier, producent, groothandelaar en transporteur), heeft in de afgelopen jaren geleid tot versterking en groei van de bedrijvigheid in onze regio. Dit komt onder andere omdat bedrijven gebruik maken van dezelfde (toe)leveranciers en/of dezelfde klanten (externe economische voordelen). Ruimtelijke concentratie (clustering) leidt vaak tot meer samenwerking en vernieuwing. Werkgevers en werknemers profiteren zo optimaal van elkaars kennis en kunde. De Bevelanden houdt aandacht voor deze clustering en zal blijven inzetten op het clusteren van bedrijven die elkaar kunnen versterken en zo een grote toegevoegde waarde vertegenwoordigen voor de regionale economie. Deze ambitie sluit aan bij kernspeerpunten uit de Economische Agenda 2016-2026 van De Bevelanden. Hierin wordt ingezet op ‘Versterken

30

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

samenwerking en organisatie’, ‘Stimuleren van innovatie en vernieuwing in de economische structuur’ en ‘Gerichte profilering en regiomarketing’. 2. Toekomstbestendige bedrijventerreinen We willen de huidige, grote waarde van de bedrijventerreinen in De Bevelanden behouden en versterken naar de toekomst. De kwaliteitsopgave op de bestaande voorraad is essentieel. Voor toekomstbestendige en aantrekkelijke bedrijventerreinen zijn investeringen nodig in de openbare ruimte, de infrastructuur (energie, weg, water en digitaal) en het private vastgoed. We vinden het belangrijk dat het goed ondernemen is op onze bedrijventerreinen. Als het goed gaat met ondernemers en zij investeren in hun bedrijf, vastgoed en personeel heeft dit positieve effecten voor de economie en samenleving in De Bevelanden als geheel. Samen met ondernemers, vastgoedeigenaren en andere belanghebbenden blijven we werken aan de toekomstwaarde van onze bestaande bedrijventerreinen om te voorkomen dat deze de aansluiting met de (snel veranderende) marktvraag verliezen. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. 3. Evenwicht in vraag en aanbod Een belangrijk leidend principe in het bedrijventerreinenprogramma is evenwicht tussen vraag en aanbod. Door voldoende aanbod te realiseren kunnen bedrijven in de regio doorgroeien.

Het is in de huidige context van steeds complexer wordende planontwikkelingen voor bedrijventerreinen wel belangrijk om realistisch te blijven over wat wel en niet mogelijk is. Concreet is de ambitie om op de korte tot middellange termijn (t/m 2032) in elk geval voldoende aanbod te ontwikkelen om de ruimtevraag in het lage scenario van de behoefteraming bedrijventerreinen te faciliteren. Op langere termijn (als huidige belemmeringen rondom ontwikkeling van bedrijventerreinen hopelijk minder zijn) is de ambitie om voldoende aanbod te ontwikkelen om de ruimtevraag te faciliteren aan de bovenkant van de bandbreedte van de behoefteraming bedrijventerreinen. 4. Beter benutten van de bestaande voorraad De ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen stuit op meerdere hindernissen in De Bevelanden, terwijl er wel vraag is naar extra ruimte op bedrijventerreinen. De combinatie van extra ruimtevraag en het ontbreken van voldoende uitbreidingsmogelijkheden maken het noodzakelijk om de bestaande bedrijventerreinen te vernieuwen en ruimtelijk te optimaliseren. Daarnaast bestaat de wens om zo weinig mogelijk nieuw te bouwen in het groen. Het beter benutten van bestaande plekken is dan ook één van de leidende principes waarop we onze bedrijventerreinenprogrammering baseren. Beter benutten van de bestaande voorraad bestaat uit drie dimensies.

Een ruimtelijke dimensie (intensief en meervoudig ruimtegebruik), een economische dimensie (het juiste bedrijf op de juiste plek) en een duurzame dimensie (meer groene en klimaatadaptieve omgeving). 5. Ontwikkelen binnen de ‘grenzen’ van de regio Op allerlei fronten loopt onze samenleving tegen grenzen op die grote gevolgen hebben als ze (te ver en/of te lang) overschreden worden. Actuele voorbeelden zijn stikstofuitstoot, biodiversiteit, klimaatadaptatie en CO2-uitstoot maar ook beschikbaarheid van arbeid, beschikbaarheid van grondstoffen/deelproducten, capaciteit van infrastructuur en schaarse ruimte. Ook in De Bevelanden speelt dit. Als regio kiezen we er daarom voor om zoveel mogelijk te ontwikkelen binnen de ‘grenzen’ van de regio. Dit is een complexe opgave die soms moeilijke keuzes vergt. Sommige aspecten kunnen daarbij (ogenschijnlijk) tegenstrijdig zijn. 6. Bestaande infrastructuur sturend Goede infrastructuur is een voorwaarde voor (door)ontwikkeling van toekomstbestendige bedrijventerreinen in de regio. Voor bedrijventerreinen is vooral weginfrastructuur, waterinfrastructuur en energie-infrastructuur van belang. Het is bij ontwikkeling van (nieuwe) bedrijventerreinen efficiënt om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de bestaande (en geplande) infrastructuur in de regio. Dit is van toenemend belang nu dat onder andere stikstofuitstoot,

31

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

netcongestie, duurzaamheid en landschappelijke inpassing een bepalende rol spelen bij nieuwe infrastructurele projecten. Niet alles kan overal meer. Concreet voor de bedrijventerreinenprogrammering betekent dit dat (door)ontwikkeling van bedrijventerreinen in de regio zo veel mogelijk aansluitend op bestaande en geplande infrastructuur plaatsvindt. Hierbij is uiteraard wel aandacht voor de capaciteit van de infrastructuur. 7. Kennis- en inzichtgedreven keuzes maken De Bevelanden kiest voor adaptief programmeren van bedrijventerreinen. Dit houdt in een meer vraaggerichte wijze van bedrijventerreinenplanning. Ofwel, een bedrijventerreinenplanning met adaptief vermogen die flexibel kan inspelen op de concrete marktvraag. De economie heeft namelijk een steeds snellere ‘omloopsnelheid’: trends en ontwikkelingen volgen elkaar in toenemend tempo op en het wordt steeds moeilijker om de toekomst te voorspellen. Deze manier van programmeren stelt de regio in staat om economische kansen te verzilveren. Monitoring van aanbod (maar ook van vraag) is dan ook een belangrijk onderdeel.

32

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

5. Strategie en regionale afspraken 5.1 Inzet: streven naar voldoende en toekomstbestendige bedrijventerreinen We streven als regiogemeenten naar een goede balans tussen vraag en aanbod op de bedrijventerreinenmarkt. Niet alleen in kwantiteit (hectares) maar vooral ook in kwaliteit/duurzaamheid (ieder bedrijf op de juiste plek en zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik). Het bedrijfsleven moet de beschikking hebben over voldoende passende en toekomstbestendige terreinen om te kunnen groeien, verduurzamen en investeren. Maar tegelijkertijd zien we de belemmeringen die het – vooral op korte termijn – moeilijk maken om bedrijventerreinen te realiseren in onze regio. Langs vijf thema’s willen we hierop een antwoord bieden en werken aan een gezonde en toekomstbestendige bedrijventerreinenportefeuille voor De Bevelanden. Hieronder benoemen we de thema’s. In de paragrafen daarna gaan we verder in op de thema’s en wat deze betekenen voor De Bevelanden. Aan het einde van elk thema staan de bijbehorende afspraken. •

Behouden en versterken De meeste bedrijventerreinen kunnen met enkele (kleine) gerichte ingrepen de huidige kwaliteit op een voldoende niveau houden of indien mogelijk zelfs een waardesprong realiseren. Om te werken aan goed functionerende en toekomstbestendige bedrijventerreinen kan gedacht worden aan het verhogen van de organisatiegraad, het beter benutten van de (planologische) ruimte, het verduurzamen en vergroenen, het verbeteren van de digitale infrastructuur, het aanpakken van de parkeerdruk en het verbeteren van de verkeersveiligheid/ontsluiting. Inzet van de maatregelen dient veelal integraal te gebeuren, in overleg met ondernemers(collectief) en/of individuele bedrijven. Voor een aantal bedrijventerreinen zijn zwaardere ingrepen nodig. Vernieuwing (zoals revitalisering of herstructurering) of herprofilering van deze bedrijventerreinen is wenselijk om de locaties toekomstbestendig te maken en aan te laten sluiten bij de (toekomstige) vraag.

•

Transformeren Op dit moment komen acht terreinen in aanmerking voor transformatie naar een andere functie. Deze locaties zijn in beeld als toekomstige transformatielocaties. Op korte termijn speelt nog geen concrete transformatie en daarmee vervangingsopgaven. Wanneer onttrekking plaats vindt van (deelgebieden op) bedrijventerreinen kan additionele vervangingsvraag ontstaan.

•

Toevoegen We willen nieuw terrein toevoegen aan de bedrijventerreinenportefeuille om voldoende geschikte uitbreidingsmogelijkheden te waarborgen. Nieuwe bedrijventerreinontwikkelingen moeten regionale meerwaarde opleveren (economisch/maatschappelijk, op lokaal/regionaal niveau), aansluiten op een behoefte uit de markt en complementair/additioneel zijn aan de bestaande voorraad.

33

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

•

Monitoring Goede monitoring is cruciaal om te kijken of de realiteit aansluit bij de prognose en andere verwachtingen voor de bedrijventerreinenmarkt. Wanneer uit de monitoring blijkt dat ontwikkelingen aan vraag- en/of aanbodzijde anders verlopen dan werd verwacht en dit aanleiding geeft tot herziening van de afspraken, kunnen bestaande afspraken over harde en zachte plannen herzien worden.

•

Proces- en organisatorische afspraken We sluiten af met overkoepelende proces- en organisatorische afspraken die gelden voor elke thema.

5.2 Behouden en versterken bedrijventerreinen De meeste bedrijventerreinen in De Bevelanden functioneren goed. Met (een aantal) kleine ingrepen kan de basiskwaliteit op orde blijven, en het terrein aantrekkelijk blijven voor zowel ondernemers als werknemers. De voorgestelde acties in deze paragraaf zijn van toepassing op vrijwel alle bedrijventerreinen in de regio en stroken met de bevindingen uit de NEER-analyse uit paragraaf 3.1. Verhogen organisatiegraad Op veel terreinen ontbreekt een vorm van organisatie van de ondernemers. Veel gemeenten hebben een overkoepelende ondernemersvereniging voor al het bedrijfsleven binnen de gemeente, maar specifiek op bedrijventerreinniveau ontbreekt dit vaak. Alleen Smokkelhoek heeft een ondernemersvereniging, en de ondernemersvereniging in Reimerswaal (OVR) is actief op de grotere bedrijventerreinen Olzendepolder, De Poort en Nishoek. In gemeente Goes en Borsele is een vorm van organisatie via Stichting Beveiliging Bedrijventerreinen Goes (SBBG) en Stichting Beveiliging Bedrijventerreinen Borsele (SBBB). De stichtingen zorgen voor collectieve beveiliging van de bedrijventerreinen, maar van breder organiserend vermogen onder de ondernemers is geen sprake. Uit een analyse van bedrijventerreinen in andere regio’s in Nederland blijkt dat terreinen die over een ondernemerscollectief beschikken, veelal toekomstbestendiger zijn.

Het zorgt voor het verhogen van de innovatiekracht op bedrijventerreinen, draagvlak voor gezamenlijke opgaven en investeringen om de (ruimtelijke en economische) kwaliteit te waarborgen en verstevigen. Bovendien kunnen gemeenten zo eenvoudiger maatregelen afstemmen met ondernemers. Een belangrijke randvoorwaarde voor een publiek-private investeringsgerichte aanpak van bedrijventerreinen. Een vorm van organisatie is niet afdwingbaar, maar kan wel als gemeentelijke basisvoorwaarde gelden voor toekomstige investeringen in de revitalisering of herstructurering van een bedrijventerrein. Het is verstandig om klein te beginnen (bijvoorbeeld met een werkgroep). Ook het initiëren of juist voortzetten van KVO-B (Keurmerk Veilig Ondernemen Bedrijventerrein) kan een eerste stap zijn om langzaam toe te werken naar meer gedeeld eigenaarschap (bijvoorbeeld in de vorm van parkmanagement of Bedrijven InvesteringsZone (BIZ)). Een hogere organisatiegraad is belangrijk om gezamenlijk te investeren in allerlei thema’s: duurzaamheid, vergroenen, fysieke en digitale infrastructuur, parkeren, etc.

34

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

Beter benutten van de ruimte Zeker niet alle bedrijventerreinen in De Bevelanden worden optimaal benut. Gezien de resterende behoefte moet de regio alle zeilen bijzetten om op de bestaande terreinen waar mogelijk onbenutte ruimte en intensiveringskansen te verzilveren12. Dit in combinatie met kwaliteitsverbetering en het toekomstbestendig maken van de bedrijventerreinen in de regio. Op plekken waar dit kan en gewenst is kunnen planologische mogelijkheden in een nieuw omgevingsplan verruimd worden. Ook kunnen gemeenten bij een initiatief van een ondernemer meedenken bij en meewerken aan het optimaliseren van de planologische gebruiksmogelijkheden (waardoor uitbreiding op de huidige locatie kan plaatsvinden). Hierbij is het altijd mogelijk om iets extra’s te vragen bij wijziging van het ruimtelijk-planologisch kader. Denk aan aanvullende investeringen in het groen, waterberging, multifunctioneel ruimtegebruik en voldoende parkeerplekken. Om de ruimte op bedrijventerreinen beter te benutten, is enige (permanente) schuifruimte en een zekere organisatiegraad nodig. Schuifruimte is nodig bij intensivering, voor bijvoorbeeld uit/verplaatsing.

Daarnaast is het belangrijk om bepaalde passende typen bedrijvigheid zoveel mogelijk terug te laten komen in gebieden (en gebiedsontwikkelingen) buiten bedrijventerreinen, denk bijvoorbeeld aan detailhandelsbedrijven die beter binnen de bebouwde kom van een kern passen. Verduurzamen en vergroenen Bedrijventerreinen kunnen een belangrijke rol spelen in de energietransitie. De energiedichtheid is hoog en maatregelen hebben snel effect. Het bedrijfsleven wordt gestimuleerd (en gedwongen) om duurzamer te produceren en hun (fossiele) energieverbruik te reduceren. Het is belangrijk om samen met ondernemers en vastgoedeigenaren stappen te zetten om ook vastgoed te verduurzamen en te vergroenen. De Bevelandse bedrijventerreinen zijn over de gehele linie behoorlijk versteend. Indien er groen aanwezig is, is dit vaak op gemeentegrond (openbaar terrein). Relatief weinig ondernemers zijn actief bezig met de aanwezigheid en kwaliteit van de groenvoorziening op hun eigen kavel. Hierdoor zijn – ondanks een ligging in landelijk gebied – de Bevelandse bedrijventerreinen gemiddeld 1 tot 2 graden warmer zijn dan de gemiddelde regionale temperatuur. Deze hoge waarden spelen voornamelijk op de (binnenstedelijke) Goese bedrijventerreinen, zo blijkt uit de monitor hitte-eiland effect van het RIVM . 6F2

Hittestress beïnvloedt de locatiewaarde van een gebied in negatieve zin. Het heeft een negatieve impact op de gezondheid van mensen, leefbaarheid van de omgeving, comfort in gebouwen en ook de arbeidsproductiviteit. Het ‘vergroenen’ van de bedrijventerreinen draagt niet alleen bij aan een betere klimaatadaptatie en biodiversiteit, ook de aantrekkelijkheid van de terreinen als werklocatie wordt verhoogd. Werknemers voelen zich daarnaast ook prettiger in een aantrekkelijke, groene omgeving, en daarmee kan vergroening bijdragen aan een aantrekkelijk werk- en verblijfklimaat.

12

Let op: intensivering op bestaande bedrijventerreinen zijn vaak projecten van een lange adem, onder andere doordat er sprake is van veel verschillende eigenaren en andere belanghebbenden. Ook is intensivering vaak technisch uitdagend; intensivering vraagt vaak een aanpassing van de bedrijfsprocessen, een investering, een verbouwingsperiode, aanpassingen in veiligheidsprocedures, etc. Ondanks deze uitdagingen zien we steeds meer succesvolle voorbeelden op bedrijventerreinen in het hele land terug.

35

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

Spanningsveld tussen vergroenen, intensiveren en parkeerdruk Op bedrijfskavels bestaat een spanningsveld tussen de opgaven rondom het vergroenen van de kavels, het beter benutten van de kavels en het oplossen van parkeerproblematiek op de bestaande kavel. Een focus op vergroenen hoeft echter niet ten koste te gaan van ruimte voor intensivering. Denk bijvoorbeeld aan de ‘loze’ onbebouwbare ruimte tussen de erfgrens en het bedrijfspand. Deze ruimte mag sowieso niet bebouwd worden door beperkingen vanuit het omgevingsplan (minimale bebouwingsoppervlakte en minimale afstand tussen gevel en kavelgrens). Deze ruimte is tevens vaak ongeschikt voor het realiseren van parkeerplaatsen. Door het vergroenen van deze ‘loze’ ruimte kan een kavel worden vergroend, zonder dat dit spanning creëert met andere aspecten (zoals extra parkeerdruk).

Verbeteren digitale infrastructuur Voor moderne ICT-voorzieningen zijn bedrijven tegenwoordig volledig afhankelijk van een snelle internetverbinding. Zonder die ICT-voorzieningen kunnen bedrijven moeizaam functioneren. Niet alleen voor ICT-toepassingen is een snelle internetverbinding van belang, maar onder andere ook het steeds ‘slimmer’ worden van bedrijfsprocessen en stabiliteit van het netwerk. Hier heeft vrijwel iedere ondernemer behoefte aan. Op dit moment beschikken sommige bedrijventerreinen in De Bevelanden nog over een ‘koperen’ internetaansluiting: hiermee is alleen een (zeer) lage internetsnelheid haalbaar, met als bijkomend nadeel dat hoe verder een bedrijf van de wijkcentrale af ligt, de snelheid verder afneemt. De stabiliteit neemt ook verder af naar mate de afstand toeneemt. Het is daarom belangrijk dat zo veel mogelijk bedrijven kunnen aansluiten op glasvezel. Aanpakken parkeerdruk Ondernemers zien parkeerproblematiek vaak als minpunt voor het vestigingsklimaat. De hoge parkeerdruk wordt landelijk veelvuldig genoemd als verbeterpunt op bedrijventerreinen. Op het moment dat er een tekort is aan parkeerplaatsen vindt oneigenlijk parkeren plaats in de openbare ruimte. Dit geeft een rommelige uitstraling en kan de verkeersveiligheid negatief beïnvloeden.

Enerzijds komt de parkeeroverlast door bedrijven met grote verkeersaantrekkende activiteiten (zoals dienstverlening of PDV) zonder voldoende private parkeerplaatsen, maar ook industriële bedrijven met veel vrachtwagenbewegingen zorgen voor parkeeroverlast op de bedrijventerreinen. Op de meeste terreinen ontbreekt in de huidige situatie een vrachtwagenparkeerplaats. Op kavels van industriële bedrijven is (op piekmomenten) regelmatig te weinig ruimte om alle vrachtwagens kwijt te kunnen. Het is belangrijk om met ondernemers in gesprek te gaan om private kavels en/of het openbaar gebied te herinrichten. In het geval van publieke investeringen moet – waar mogelijk – altijd een verbinding worden gelegd met investeringen van ondernemers in de private ruimte. Indien er sprake is van het aanleggen van publieke parkeerplaatsen langs de openbare weg, kan in het kader van verduurzaming gedacht worden aan half open verharding (bijvoorbeeld in de vorm van grastegels).

36

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

Geen kant en klare parkeeroplossing, mogelijkheden verschillen per locatie Voor het oplossen van de parkeerdruk is er geen kant-en-klare oplossing, maar zijn wel verschillende mogelijkheden. Het gaat er in de basis om dat intensivering alleen (mag) plaatsvinden indien dit niet tot extra verstening en parkeerdruk leidt. Dit zijn afspraken die 1-1 gekoppeld kunnen worden aan een verhoging van de bouwhoogte/verruiming van het bebouwingspercentage. Verhoging van de minimum parkeernorm is in principe een optie: meer parkeerplaatsen op eigen kavel schept ruimte in openbaar gebied; dit verhoogt de netto/brutoverhouding. Hierbij zijn opties zoals parkeren op het dak (te bereiken via een hellingbaan – veel gebruikt in onder andere de autobranche) denkbaar, zodat dit niet ten koste gaat van het ruimtegebruik op eigen kavel. Maar ook andere oplossingen zijn mogelijk, zoals collectief parkeren. Naast het creëren van (extra) parkeermogelijkheden, is het terugdringen van autogebruik natuurlijk een oplossing om de problematiek aan te pakken bij de bron. Het verbeteren van de verbinding met het openbaar vervoer, aanmoedigen gebruik deelauto’s/carpoolen of bijvoorbeeld het stimuleren van het gebruik van de (elektrische) fiets bij werknemers zorgt voor een afname van het autogebruik. Bijkomend voordeel: het aanbieden van een elektrische fiets ‘van de zaak’ is fiscaal voordelig.

Verbeteren verkeersveiligheid/ontsluiting Op meerdere bedrijventerreinen wordt de verkeersveiligheid door de ondernemers genoemd als verbeterpunt. Dit omvat zowel de interne verkeersveiligheid (het ontbreken van een stoep of fietspad, maar ook een te hoge verkeersintensiteit, hardrijders of ongewenste menging met toerisme), als de externe verkeersveiligheid (ontsluiting van het bedrijventerrein). Voor de interne verkeersveiligheid kan een verkeersplan worden opgesteld. Hierin wordt de huidige situatie geïnventariseerd (soorten van verkeer, goederenstromen en infrastructuur), waarna mogelijke verbeteringen van de verkeersveiligheid worden opgesteld. Immers: een bedrijventerrein dat veilig is voor voetgangers, nodigt uit om tijdens de lunchpauze een frisse neus te halen voor personeel. Ook de externe bereikbaarheid is een aandachtpunt. Met name kleinschalige bedrijventerreinen liggen niet direct aan een A- of N-weg. De ontsluiting loopt via een dorpskern of dijkweg, met onveilige situaties als gevolg. Zeven terreinen in aanmerking voor herprofilering of vernieuwing Een aantal bedrijventerreinen komt in aanmerking voor specifiekere acties. In de meeste gevallen is deze noodzaak herkend en erkend door de desbetreffende gemeente. De volgende plannen voor vernieuwing of herprofilering spelen, of zijn al gaande.

De lijst van bedrijventerreinen in deze tabel wordt in de toekomst verder aangevuld met locaties.

37

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

Tabel 7: Bedrijventerreinen voor herprofilering of vernieuwing Gemeente

Bedrijventerrein

Actie

Omschrijving

Borsele

Noordlandseweg

Vernieuwen

Noordzak

Vernieuwen

Zwake

Vernieuwen

De gemeente verkent samen met VNONCW en Impuls Zeeland een plan van aanpak voor de verduurzaming van deze drie terreinen. Hierbij ligt de focus op het klimaatadaptief maken en verduurzamen van openbare ruimte, maar ook op mogelijkheden bij en de bedrijven zelf.

Poel I en IV

Vernieuwen

Vanuit SPUK regeling wordt op dit moment planvorming onderzocht voor verduurzaming/revitalisering van deze 2 terreinen. Daarnaast is een gedeelte van Poel 4 aangemerkt voor mogelijke transformatie naar woningen in het kader van de Visie Centrum Zuid.

Eindewege

Vernieuwen

In de komende jaren zal onderzocht worden wat de mogelijkheden zijn voor revitalisering van dit gebied. Denkrichting is: opwaarderen groenvoorziening, aanleg van regenwaterriolering en de verbeteren van de algemene uitstraling van het bedrijventerrein.

NoordBeveland

Het Rip

Vernieuwen

Gemeente Noord-Beveland wil de gronden van een kavel aan de Ruiterplaatweg (op dit moment in gebruik voor de opslag van landbouwmachines) vernieuwen.

Reimerswaal

Burenpolder

Herprofileren/

Het bedrijventerrein is zowel bij de provincie als de gemeente op het oog om te herstructureren. Stec Groep heeft een conceptrapportage opgesteld met vier scenario’s voor herontwikkeling. Deze scenario’s zijn beoordeeld en financieel doorgerekend. Gemeente heeft de voorkeur voor totale transformatie naar woningbouw. Financieel levert dit een aanzienlijk tekort op. Besluitvorming hierover is voorzien in het eerste kwartaal van 2025.

Goes

transformeren

Afspraken 1 We maken een actuele planning voor herstructurering/revitalisering van bedrijventerreinen in de regio. Bij de monitoring van het regionaal bedrijventerreinprogramma monitoren we waar potentiële transformatie op een bedrijventerrein of een solitaire locatie speelt (of op korte termijn mogelijk gaat spelen), zodat we tijdig kunnen anticiperen op (eventuele) vervangingsvraag.

38

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

2 We werken in de regio aan het vergroten van de organisatiegraad op bedrijventerreinen. Op die manier kunnen publieke investeringen beter worden afgestemd op private investeringen. 3 We willen reststromen van bedrijven in beeld brengen en kringlopen sluiten. We sluiten aan bij de initiatieven die er al zijn op dit vlak en dragen de lessen van deze ondernemers actief uit bij andere ondernemers en lokale ondernemersverenigingen in onze regio. 4 We zetten bij revitalisering of herontwikkeling in op vergroening. Per bedrijventerrein is het maatwerk welke maatregelen worden ingezet. 5 We hebben aandacht voor de bereikbaarheid en verkeersveiligheid van bedrijventerreinen en willen dat werknemers op een duurzame, efficiënte en veilige wijze naar hun werk kunnen. Bedrijven en gemeenten kunnen hiertoe (gezamenlijk) initiatieven opzetten. 6 We staan positief tegenover private investeringen in de digitale of energie infrastructuur. Hiervoor zijn met name private partijen verantwoordelijk, waaronder de netbeheerder. 7 We zetten in op het beter benutten van onze bestaande bedrijventerreinen. Daarvoor realiseren we geen overmatig nieuw aanbod, zodat er een natuurlijke prikkel bestaat om bestaande terreinen aan te pakken (zie 5.4). Daarnaast zijn we selectief in welke bedrijven op onze bedrijventerreinen vestigen.

We willen geen vervuiling meer met bijvoorbeeld (kleinschalige) kantoorfuncties, garageboxen, nagelstudio’s en dansscholen. Dit soort functies kunnen immers ook op andere plekken terecht en zitten bedrijven die gezien aard en omvang op bedrijventerreinen zijn aangewezen in de weg. We ontwikkelen een uitgifteprotocol (zie 5.4) om onze nieuwe bedrijventerreinen zorgvuldig uit te geven en leggen daarbij expliciet een koppeling met de benutting van onze bestaande bedrijventerreinen. Waar relevant brengen we de mogelijkheden om de (planologische) ruimte op bestaande bedrijventerreinen beter te benutten nader in beeld, naar analogie van de gemeente Reimerswaal. Afhankelijk van de beter benutten kansen realiseren we een deel van de vraag naar bedrijventerreinen op bestaande bedrijventerreinen (zie 5.4). Sowieso wegen we als gemeenten altijd de kansen in de bestaande voorraad af in de behoefteonderbouwing (Ladder voor duurzame verstedelijking) voor nieuwe (zachte) plannen. We hebben doorlopend aandacht voor de kansen en ontwikkelingen rondom beter benutten (zie 5.5). 8 We benutten de mogelijkheden die de provincie Zeeland en andere overheden bieden om onze bestaande bedrijventerreinen aan te pakken. Denk hierbij aan de subsidieregeling Toekomstbestendige Bedrijventerreinen of een vergelijkbare regeling/programma, zoals het Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen Nederland.

5.3 Transformeren Er komt een achttal aan bedrijventerreinen in aanmerking voor transformatie (zie ook tabel 3). De verwachting is dat er op korte termijn nog geen sprake is van verschillende vervangingsopgaven. Er is sprake van vervangingsvraag op het moment dat bedrijventerreinen worden getransformeerd naar een andere functie en de bedrijfsbestemming op de locatie verdwijnt. Vervangingsvraag wordt niet geraamd in de behoefteraming bedrijventerrein en is dus altijd een additionele vraagcomponent. De modelmatige prognose gaat er namelijk vanuit dat het bestaande bedrijventerreinenareaal intact blijft. Op basis van input van de regiogemeenten verwachten we in totaal 22 hectare vervangingsvraag de komende jaren.

39

40

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

Afspraken 1 We maken een planning voor herstructurering/revitalisatie van bedrijventerreinen in de regio. Bij de monitoring van het regionaal bedrijventerreinprogramma kijken we waar potentiële transformatie op een bedrijventerrein of een solitaire locatie speelt (of op korte termijn mogelijk gaat spelen), zodat we tijdig kunnen anticiperen op (eventuele) vervangingsvraag.

5.4 Toevoegen Uitgeefbaar hard planaanbod goed voor circa 21 hectare Voor het uitgeefbaar hard planaanbod in de regio is een actualisatie gemaakt met als peildatum 18-11-2024. Op dit moment is het harde planaanbod in de regio goed voor ongeveer 21 hectare. Zie onderstaande tabel voor de bestaande harde plannen in de regio.

Tabel 8: Uitgeefbaar hard planaanbod Gemeente

Bedrijventerrein

Planstatus

Goes

Bedrijvenpark Deltaweg

Hard

17,5 hectare

Goes

De Poel II en III

Hard

1,5 hectare

Noord-Beveland

Oostzeedijk Oost13

Hard

2,0 hectare

Borsele

Uitbreiding Noordzak Fase 3

Hard

0,2 hectare

Totaal regio

Uitgeefbaar

21,2 hectare

Bestaande programmeringsafspraken: nieuwe ruimtelijke ontwikkeling Voor vraag die niet gefaciliteerd kan worden in de bestaande voorraad, op terreinen die in uitgifte zijn of op locaties die al ontwikkeld kunnen worden (onherroepelijk omgevingsplan), is mogelijk behoefte aan een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. De drie belangrijkste segmenten van ruimtevragers waar een programmeringsvraag van kan komen zijn: 1 Regulier-gemengde ruimtevraag: vooral afkomstig van lokaal (en regionaal) gebonden MKB (tot 1 ha) 2 Grootschalige ruimtevraag: vooral afkomstig vanuit logistiek & groothandel en industrie, maar ook doorgroeiers vanuit andere sectoren (vanaf 1 ha) 3 Additionele ruimtevraag: vraag vanuit specifieke clusters, nieuwe ontwikkelingen of van buiten de regio 1 Regulier-gemengde ruimtevraag voor lokaal (en regionaal) gebonden MKB (< 1 ha) Het MKB is de drijvende kracht achter groei van onze economie. Landelijk behoort circa 99% van alle bedrijven tot deze categorie. Van alle toegevoegde waarde is het MKB goed voor zo’n 62%, landelijk komt circa 70% van alle banen voor rekening van het MKB. Een sterk MKB in De Bevelanden zorgt voor een sterke regionale economie. Het gros van de MKB-bedrijven is sterk gebonden aan de huidige vestigingslocatie/-gemeente.

Dit omdat ze daar zijn ontstaan, vanwege de herkomst van werknemers (en woonplaats ondernemer) en door relaties met toeleveranciers en afnemers. Daarom willen MKB-bedrijven vaak het allerliefst op de huidige plek uitbreiden. Als dit niet kan, dan is het haalbare zoekgebied voor een eventuele nieuwe plek vaak maximaal zo’n 10 tot 15 kilometer. In de meeste gevallen gaat het daarbij om terreinen die in de Zeeuwse Omgevingsverordening gelabeld zijn als ‘kleinschalig’. Deze terreinen mogen maximaal 0,5 hectare of 20% uitbreiden. Deze ruimtelijke ontwikkelingen moeten in ieder geval met de buurgemeenten zijn afgestemd en met de provincie. 13

Dit betreft een particulier terrein. De gemeente gaat hier niet over de uitgifte.

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

2 Grootschalige/regionale ruimtevraag voor logistiek en industrie en doorgroeiers vanuit andere sectoren (>1 ha) Grootschalige logistiek en industrie – zeker in hogere milieucategorie (HMC) – zoekt vaak over grotere afstand naar een nieuwe bedrijfslocatie. De grote zoek-/verhuisradius hangt samen met de specifieke locatie-eisen die deze bedrijven hebben (grote kavels, hinderruimte, bouwhoogte). Toch zijn ook grote (gevestigde) logistieke en industriële bedrijven vaak honkvast (door gedane investeringen in pand of machinepark, herkomst werknemers, relaties toeleveranciers en afnemers). Het gros blijft bij voorkeur in de directe omgeving van de huidige vestigingsplaats/regio gevestigd. Een aandachtspunt is voldoende geschikt aanbod voor deze doelgroep. Op korte tot middellange termijn is onvoldoende geschikt hard planaanbod beschikbaar. Belangrijke opgave voor onze regio is meer regie en clustering op de beste plekken (nabij of op korte reisafstand van de A58). Dit biedt de beste garantie om in de toekomst ook een sterke logistieke en industriële regio te zijn. Het gaat bij uitstek om sectoren die een vooraanstaande rol kunnen spelen in de trend naar een circulaire economie. We kiezen dan ook voor vestiging en clustering van grootschalige bedrijven, al dan niet in combinatie met industrie/hogere milieucategorie.

De focus ligt daarbij op de terreinen in onze regio die in de Zeeuwse Omgevingsverordening zijn gelabeld als grootschalig. In bijzondere gevallen en goed onderbouwd kan daar in overleg met de provincie eventueel een locatie aan toegevoegd worden. Alle nieuwe grootschalige ontwikkelingen (zoals uitbreidingen > 0,5 hectare van bestaande grootschalige terreinen) stemmen we op regioniveau af. 3 Additionele ruimtevraag Daarnaast is er nog specifieke ruimtevraag die moeilijk te ramen is. Het gaat om thematische ruimtevraag gericht op niches/topsectoren (thematisch, campussen) en incidentele ruimtevraag, al dan niet van buiten de regio (situationeel en niet op voorhand te bepalen). Vaak zijn dit grotere ruimtevragers die passen op een regionaal bedrijventerrein. Tot deze doelgroepen behoren bedrijven met een zoekgebied dat grotendeels bepaald wordt door het aanwezige aanbod en de specifieke kenmerken/kwaliteiten en faciliteiten van een locatie. Het gaat bijvoorbeeld om bedrijven in de aquacultuur of een groot datacentrum. De vraag vanuit dit soort bedrijven kan buiten de prognose – en daarmee buiten de vraag-aanbodconfrontatie – vallen, maar dat hangt uiteraard geheel af van de doelgroep en de specifieke afbakening (positionering/profiel) van de locatie/ontwikkeling. Dit zullen we per voorkomend geval taxeren op het niveau van de regio.

Werkwijze programmeringsvraag Bij plannen voor een nieuw bedrijventerrein (uitbreiding, nieuwe locatie) hanteren we onderstaande schematische werkwijze. Voor terreinen met het label ‘kleinschalig’ zoals bedoeld in de Zeeuwse Omgevingsverordening stemmen we eerst ambtelijk af met de buurgemeente(n) van de betreffende gemeente en met de provincie. We informeren de regio met een brief/afschrift. Voor grootschalige terreinen/ontwikkelingen stemmen we eerst ambtelijk af met alle regiogemeenten en de provincie. Waar nodig worden op basis hiervan aanpassingen gedaan op de plannen. Vervolgens kunnen nieuwe plannen bestuurlijk worden ingebracht. Nieuwe plannen worden daarbij beschreven en ingebracht volgens een format. Indien (buur)gemeenten en provincie akkoord zijn, wordt het ingebracht als hamerstuk in het Portefeuillehoudersoverleg Economie. Indien er geen consensus is over de ontwikkeling wordt de casus besproken in het Portefeuillehoudersoverleg. Na eventuele aanpassing van de plannen kan de procedure nogmaals doorlopen worden.

41

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

Figuur 11: Schematische weergave stappenplan programmeringsvraag

Als format voor de regionale afstemming hanteren we de onderstaande opzet. De aspecten genoemd bij toelichting zijn geen blauwdruk maar voorbeelden van aspecten die bij het betreffende onderdeel aan bod kunnen komen:

Tabel 9: Format regionale afstemming nieuw plan Onderdeel

Toelichting

Beschrijving plan

•

Omvang

•

Doelgroep

•

Opzet en verkaveling

Reikwijdte plan (incl. motivering)

•

Lokaal (kleinschalig) / regionaal (grootschalig)

Bijdrage plan aan profiel/opgaven De Bevelanden

•

Economie: profiel, (lokale/regionale) werkgelegenheid, toegevoegde waarde

•

Ruimtelijke kwaliteit: landschappelijke inpassing, verbeterde ontsluiting etc.

•

Mobiliteit en bereikbaarheid: ontsluiting, multimodaliteit, etc.

•

Energietransitie/RES: verduurzaming, vergroening, etc.

•

Triple helix: samenwerking overheid/onderwijs/bedrijven

•

Is er (concrete) ruimtevraag (autonome uitbreidingsvraag, vervangingsvraag, eventuele additionele vraag)?

•

Kan vraag opgevangen worden in bestaande voorraad (=leegstand)?

•

Kan vraag opgevangen worden door vernieuwing/herstructurering of herontwikkeling (herverkaveling)?

•

Kan vraag opgevangen worden in bestaand planaanbod bedrijfskavels in ruimtelijk verzorgingsgebied?

Beknopte visie plan in relatie tot Ladder voor duurzame verstedelijking 14 40F 9F

14

Gemeente is uiteindelijk verantwoordelijk voor beoordeling Ladder voor duurzame verstedelijking bij vaststelling bestemmingsplan. Voor regionale afstemming kan beknopte visie toereikend zijn.

42

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

Koers programmering: eerst lokale bedrijven faciliteren dan economie (door)ontwikkelen Op basis van gesprekken op ambtelijk en bestuurlijk niveau hebben we als regio een koers voor de programmering van onze bedrijventerreinen bepaald. Het streven is om op korte tot middellange termijn (tot en met 2032) – binnen alle belemmeringen die er zijn – de lokale en regionaal gewortelde bedrijven te behouden en te kunnen laten groeien. Kwantitatief betekent dit dat we streven naar het faciliteren van het lage groeiscenario t/m 2032 (34 hectare), inclusief de verwachte vervangingsvraag (21 hectare). In totaal is dat een vraag van 55 hectare. Minus de nu nog beschikbare harde planvoorraad (22 hectare) betekent dit een behoefte aan nieuw terrein t/m 2032 van 33 hectare. Dit is nog exclusief eventuele additionele vraag. Op de langere termijn (2032 tot en met 2040) willen we als regio verder kunnen doorgroeien en prioriteit leggen bij het faciliteren van bedrijven die een bijdrage leveren aan de belangrijke transities op gebied van energie, klimaat, circulariteit. We bouwen daarbij voort op de al sterke sectoren in uw regio. We gaan ervan uit dat de grootste belemmeringen zoals netcongestie in die periode zijn opgelost. Daarom hanteren we het hoge scenario uit de prognose als uitgangspunt voor deze periode.

Dit betekent dat er op basis van de geraamde autonome uitbreidingsvraag een aanvullende bedrijventerreinenbehoefte is in de periode 2032 t/m 2040 van 46 hectare netto. Inclusief de 33 hectare behoefte in de periode 2024 t/m 2032 betekent dit een totale te faciliteren behoefte in de periode 2024 t/m 2040 van 79 hectare. Dit is nog exclusief eventuele additionele vraag. Binnen deze kwantitatieve kaders werken we de programmering van nieuwe bedrijventerreinen uit. Daarnaast zijn we kritisch op de mate waarin nieuwe plannen voor bedrijventerreinen bijdragen aan onze leidende principes. Fasering nieuwe plannen voor bedrijventerreinen Hieronder gaan we in op hoe we de nieuwe plannen voor bedrijventerreinen hebben beoordeeld op onze (voor nieuwe bedrijventerreinen relevante) leidende principes. 1 Recht doen aan (door)ontwikkeling van lokale economieën in de regio We hebben de nieuwe plannen beoordeeld op in hoeverre ze (naar verwachting) een bijdrage leveren aan onze lokale economieën. We gaan hierbij uit van het type bedrijf dat normaliter op bedrijventerreinen te vinden. Bijna alle plannen voldoen hier goed aan. Voor Uitbreiding ADRZ is dit nog een aandachtspunt omdat nog niet zeker is hoeveel ruimte het terrein gaat bieden aan het type bedrijf dat normaliter op een bedrijventerrein te vinden is naast ziekenhuisgerelateerde bedrijvigheid.

2 Toekomstbestendige bedrijventerreinen We hebben de nieuwe plannen beoordeeld op in hoeverre het terrein (naar verwachting) toekomstbestendig ingericht gaat worden. Hierbij baseren we ons (deels) op de ligging en directe omgeving van het plan. Bijna alle plannen voldoen hier goed aan. Voor Deltaweg (fase II), De Poort en Olzendepolder verwachten we op basis van ligging, omgeving en plannen dat ze zeer toekomstbestendige terreinen kunnen worden. Voor Nieuwe Haven Colijnsplaat is op basis van de directe omgeving de toekomstbestendigheid nog een aandachtspunt. 3 Evenwicht in vraag en aanbod We hebben nieuwe plannen beoordeeld op in hoeverre het terrein (kwantitatief) past binnen de behoefte naar bedrijventerreinen in de regio op basis van de behoefteraming en de beoogde fasering. Tot en met Olzendepolder (van links naar rechts in tabel 10) passen de plannen binnen de behoefte aan bedrijventerreinen t/m 2040. Een goede fasering is daarbij belangrijk en passen we op basis van monitoring van vraag en aanbod waar nodig aan. De locatie ADRZ kan een toevoeging zijn als het zich richt op een specifiek(er) profiel dat helpt bij de versterking van de

43

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

zorg- en regionale centrumfunctie van Goes. Voor nieuwe locaties moet de betreffende gemeente aantonen dat de ontwikkeling voorziet in een behoefte (Laddertoets). 4 Beter benutten van de bestaande voorraad We hebben nieuwe plannen beoordeeld op in hoeverre het terrein kan bijdragen aan het beter benutten van de bestaande voorraad in de betreffende gemeente door (geschikte) schuifruimte beschikbaar te stellen. De meeste plannen dragen hier goed aan bij, Smokkelhoek II en Nishoek zijn door hun omvang nog belangrijker voor het beschikbaar stellen van schuifruimte in de regio. In Noord-Beveland speelt beter benutten een minder grote rol en de plannen zijn beperkt qua omvang, vandaar dat ze minder bijdragen aan beter benutten van bedrijventerreinen in de regio. Uitbreiding ADRZ is weliswaar een relatief groot plan maar is (deels) bedoeld voor ziekenhuisgerelateerde bedrijvigheid. In dat geval draagt het terrein niet of slechts deels bij aan schuifruimte voor reguliere bedrijfsruimtegebruikers. 5 Ontwikkelen binnen de ‘grenzen’ van de regio We hebben nieuwe plannen beoordeeld op in hoeverre ze binnen de ‘grenzen’ van de regio ontwikkeld kunnen worden.

Denk aan grenzen rondom thema’s als stikstofuitstoot, biodiversiteit, klimaatadaptatie en CO2-uitstoot maar ook beschikbaarheid van arbeid, beschikbaarheid van grondstoffen/deelproducten, capaciteit van infrastructuur en schaarse ruimte. Dit zijn te specifieke en complexe thema’s om individueel te beoordelen in dit bedrijventerreinenprogramma. We gaan ervan uit dat kleinere bedrijventerreinen eerder binnen de ‘grenzen’ van de regio ontwikkeld kunnen worden dan grotere bedrijventerreinen. Bij Smokkelhoek II en Nishoek (uitbreiding) is dit een aandachtspunt. 6 Bestaande infrastructuur sturend We hebben de nieuwe plannen beoordeeld op in hoeverre het terrein aansluit bij bestaande en geplande infrastructuur. Hierbij gaan we vooral uit van weginfrastructuur, waterinfrastructuur en energie-infrastructuur. Alle plannen sluiten goed of zeer goed aan op de bestaande infrastructuur in de regio. 7 Kennis- en inzichtgedreven keuzes maken De programmering van de nieuwe bedrijventerreinen is dusdanig uitgewerkt dat het aansluit bij het principe van maken van kennis- en inzichtgedreven keuzes. Door de plannen te faseren over de jaren, heeft de programmering adaptief vermogen en kan het inspelen op de concrete marktvraag. Op deze manier kunnen plannen op een vraaggerichte manier worden uitgevoerd.

Dit is geen principe waar we de terreinen afzonderlijk op toetsen, maar een overkoepelend uitgangspunt bij de programmering en onze regionale afspraken. Programma nieuwe (zachte) plannen In tabel 10 staat het programma van nieuwe plannen (ook wel zacht planaanbod). Hierbij is inzichtelijk gemaakt in hoeverre het nieuwe plan beoogd in te spelen op regulier-gemengde (kleinschalige) ruimtevraag of grootschalige ruimtevraag. We maken in de programmering onderscheid in plannen met een verschillende status aan de hand van de kleuren: ‘donkergroen’, ‘lichtgroen’ en ‘oranje’: • Donkergroen: regionaal akkoord. Het plan voorziet in aantoonbare behoefte (Laddertoets is doorlopen). De locatie van het plan is bekend en stuit niet op bezwaren vanuit ruimtelijke ordening. Het plan is regionaal afgestemd. Inzetten op ontwikkeling. • Lichtgroen: regionaal akkoord onder voorwaarden. Het plan voorziet naar verwachting in een concrete en aantoonbare behoefte, maar een nadere locatieverkenning moet nog plaatsvinden. Het beoogde plan kan de donkergroene status krijgen indien de locatieverkenning is afgerond, behoefte voldoende is aangetoond (Laddertoets) en er geen bezwaren zijn vanuit ruimtelijke ordening. Hierna vindt altijd regionale afstemming plaats op basis van de programmeringsafspraken: nieuwe ruimtelijke ontwikkeling.

44

45

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

•

Oranje: regionaal nog geen akkoord. Het plan beoogt een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling bij aantoonbare behoefte. Het plan is momenteel nog onvoldoende helder en/of stuit nog op bezwaren vanuit ruimtelijke ordening en/of past nu niet in de regionale programmering en/of behoefte is niet aangetoond. Het plan kan een lichtgroene of donkergroene status (wanneer ook regionale afstemming via de programmeringsafspraken heeft plaatsgevonden) krijgen als van bovengenoemde punten geen sprake meer is. Tot die tijd wordt het plan aangehouden.

Tabel 10: Nieuwe plannen voor bedrijventerreinen De Bevelanden Nieuwe Haven Colijnsplaat Noord-Beveland

Nader te benoemen Noord-Beveland

Smokkelhoek II Kapelle

Bedrijvenpark Deltaweg (fase II) Goes

Nishoek (uitbreiding) Reimerswaal

De Poort (uitbreiding) Reimerswaal

Olzendepolder (uitbreiding) Reimerswaal

Uitbreiding ADRZ Goes

Omvang (netto ha.)

1,6

2

25

12

12

5,4

9

18

Start uitgifte

2026

2027

2029/

> 2030

2028 fase 1

2028

2028

> 2030

fase 1

fase 1

2032 fase 2

2032 fase 2

2032 fase 2

2030

Leidende principes Lokale economieën Toekomstbestendige bedrijventerreinen

N.n.b.

Evenwicht vraag en aanbod Beter benutten bedrijventerreinen Ontwikkelen binnen grenzen regio

N.n.b.

Infrastructuur sturend

N.n.b.

Status huidige regionale afstemming Status nieuwe programmering

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

Met deze ontwikkelingen voegen we als Bevelandse gemeenten 67 hectare netto bedrijventerrein toe in de periode t/m 2040. Dat is minder dan de 79 hectare die we noemen in ons toekomstbeeld. We hebben echter de ambitie om ook werk te maken van het beter benutten van onze bedrijventerreinen. We willen daarvoor voldoende ‘druk’ op de markt houden en een deel van de ruimteclaim faciliteren binnen de bestaande voorraad. Daarnaast willen we werk maken van onze centrumfunctie op het vlak van medische en geestelijke gezondheidszorg. Daarvoor hebben we de ambitie om een specifiek geprofileerd terrein te realiseren op de locatie ADRZ. Concreet betekent dit het volgende per beoogd bedrijventerrein: • Gemeente Kapelle – Smokkelhoek II: Deze uitbreiding heeft de status donkergroen volgens de regionale afspraken. De plannen sluiten goed aan bij de leidende principes. De gemeente verwacht in 2029/2030 te starten met de uitgifte, met een tempo van 3 à 4 hectare per jaar. Daarmee is het terrein naar verwachting tussen 2035 en 2038 volledig uitgegeven. Belangrijke onzekerheden zijn nog de netcongestie en stikstofproblematiek. • Gemeente Goes – Deltaweg fase 2: Ook dit terrein staat op donkergroen en kan dus worden gerealiseerd. De plannen passen binnen de regionale kaders en sluiten aan bij de uitgangspunten voor duurzame ontwikkeling van bedrijventerreinen.

• Gemeente Noord-Beveland – Nieuwe Haven Colijnsplaat en nader te bepalen locatie: De plannen zijn gericht op het faciliteren van de lokale behoefte en passen qua aard en omvang goed bij de gemeente. Ze hebben echter nog niet de status donkergroen binnen de regionale programmering. Daarom staan ze op lichtgroen en kunnen ze via de gebruikelijke procedure worden opgewaardeerd, mits goed onderbouwd. • Gemeente Reimerswaal – uitbreiding Nishoek, Olzendepolder en De Poort: De gemeente heeft plannen voor drie terreinen. Uit aanvullend onderzoek blijkt dat hier behoefte aan is, maar dat er ook kansen zijn voor het beter benutten van bestaande terreinen. De gemeente stelt daarom een gefaseerde aanpak voor: in 2027 starten met het bouwrijp maken van de drie locaties, gevolgd door uitgifte van de eerste helft van iedere locatie vanaf eind 2027/begin 2028. De tweede helft van de locaties kan dan vanaf 2032 worden uitgegeven, afhankelijk van de marktvraag. Netcongestie en stikstof blijven aandachtspunten; de gemeente onderzoekt oplossingen zoals alternatieve energieopwekking (wind, zon, batterij) en piekverdeling. Daarnaast is voor de beoogde uitbreiding van De Poort noodzakelijk dat dit terrein het label ‘grootschalig’ krijgt. In de bijlage van dit programma is een onderbouwing hiervoor opgenomen.

• Gemeente Goes – ADRZ-terrein (Gezondheidspark): Deze uitbreiding past momenteel niet binnen de kwantitatieve behoefte tot 2040. De plannen zijn nog in ontwikkeling en maken deel uit van een bredere visie op een Gezondheidspark. De gemeente wil regie nemen en nieuwbouwplannen van ADRZ en Emergis integreren in één gebiedsvisie. De focus ligt op zorggerelateerde bedrijvigheid met maatschappelijke meerwaarde. Niet alle typen bedrijven zullen zich hier kunnen vestigen. Verdere concretisering en regionale afstemming zijn nodig. Uitgifte wordt op zijn vroegst in 2030 verwacht, met een geleidelijk verloop.

Programmering is adaptief Regiogemeenten kunnen nieuwe plannen toevoegen aan de oranje lijst. Tijdens het herijkingsmoment (om de twee jaar) kijken we in welk gebied de concrete marktvraag en urgentie het hoogst is. Op basis van monitoring gaan de regiogemeenten met elkaar in gesprek om eventuele extra ontwikkelruimte te verdelen. Dit kunnen ook uitbreidingen of nieuwe ontwikkellocaties zijn die niet in de lijst met plannen is opgenomen. De (toekomstige) marktvraag is altijd leidend. Aan het bovenstaande voegen we nog toe dat in het geval van sanering van solitaire bedrijventerreinen in het buitengebied of solitaire vestigingen in de kern de ‘gesaneerde gemeente’ als eerste het recht heeft om de verloren omvang terug te brengen. Als de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15938866/1