CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij presentatie Bedrijventerreinen Regionaal BT programma De Bevelanden 28 mei 2025 VOLLEDIG DEFINITIEF

Informerende- en kaderstellende raad 18 september 2025, gemeente Borsele18.534 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen Regionaal bedrijventerreinprogramma De Bevelanden 28 mei 2025

2

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

Inhoudsopgave Samenvatting

3

1.

Inleiding

7

1.1 1.2 1.3

7 7 7

2.

3.

4.

5.

Waarom een nieuw bedrijventerreinprogramma? Doorlopen proces Leeswijzer

Economisch DNA De Bevelanden

9

2.1 2.2

9 12

Regionale economie in beeld Trends en ontwikkelingen

Rol en opgaven bedrijventerreinen

16

3.1 3.2

16 21

Belang en functioneren bedrijventerreinen Vraag en aanbod

Toekomstbeeld bedrijventerreinen De Bevelanden

28

4.1 4.2

28 30

Ambitie en koers voor bedrijventerreinen Leidende principes

Strategie en regionale afspraken

33

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

33 34 39 40 47 48

Inzet: streven naar voldoende en toekomstbestendige bedrijventerreinen Behouden en versterken bedrijventerreinen Transformeren Toevoegen Monitoring Proces- en organisatorische afspraken

Bijlage: Onderbouwing De Poort grootschalig

49

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

Samenvatting Context en opgaven De Bevelandse bedrijventerreinen zijn een cruciale ruimtelijke schakel in vernieuwing en innovatie van de economie, vertegenwoordigen veel waarde en zijn sociaaleconomisch van groot belang. De economie verandert echter snel. Trends en ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het gebied van circulariteit en de energietransitie, hebben veel impact op de Bevelandse bedrijventerreinen. Bovendien verwachten we een flinke uitbreidingsvraag de komende jaren, en hier tegenover staat niet genoeg aanbod. Daarbovenop verwachten we nog additionele vraag voor De Bevelanden. Tegelijkertijd loopt de regio tegen verschillende grenzen aan, bijvoorbeeld op het gebied van stikstof en netcongestie. Kortom, er zijn veel ontwikkelingen die vragen om bewuste keuzes over hoe we als regio De Bevelanden hierop willen en kunnen acteren. Het vorige bedrijventerreinprogramma van de Regio Bevelanden stamt uit 2021 is daarom toe aan actualisatie. Via deze actualisatie wil de regio werken aan een goed functionerende en toekomstbestendige set van bedrijventerreinen, waardoor bedrijven kunnen groeien, innoveren en verduurzamen. Zo willen we werken aan verdere versterking van de economie en samenleving in De Bevelanden.

Toekomstbeeld en ambities De regio heeft te maken met een verdeelvraagstuk: welke economie geven we waar ruimte? Hierbij heeft de regio de ambitie uitgesproken om voor de korte tot middellange termijn regionaal gewortelde bedrijven te faciliteren. Hierbij wordt aan de autonome vraag van bedrijven tegemoet gekomen en krijgen gevestigde bedrijven de ruimte om te groeien. Voor de lange termijn wil de regio daarbij ook bedrijven faciliteren die een bijdrage leveren aan belangrijke transities in de regio en daarmee een positieve impact hebben op de Bevelandse economie en samenleving. Deze ambities vormen de basis voor het programma en de bijbehorende afspraken. Overzicht van de afspraken Langs vijf thema’s willen we werken aan een gezonde en toekomstbestendige bedrijventerreinenportefeuille voor De Bevelanden. Hieronder benoemen we de thema’s. In de paragrafen hieronder gaan we verder in op de bijbehorende afspraken.

Behouden en versterken

Transformeren Toevoegen Monitoring Proces- en organisatorische afspraken

3

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

Behouden en versterken 1 We maken een actuele planning voor herstructurering/revitalisering van bedrijventerreinen in de regio. Bij de monitoring van het regionaal bedrijventerreinprogramma monitoren we waar potentiële transformatie op een bedrijventerrein of een solitaire locatie speelt (of op korte termijn mogelijk gaat spelen), zodat we tijdig kunnen anticiperen op (eventuele) vervangingsvraag. 2 We werken in de regio aan het vergroten van de organisatiegraad op bedrijventerreinen. Op die manier kunnen publieke investeringen beter worden afgestemd op private investeringen. 3 We willen reststromen van bedrijven in beeld brengen en kringlopen sluiten. We sluiten aan bij de initiatieven die er al zijn op dit vlak en dragen de lessen van deze ondernemers actief uit bij andere ondernemers en lokale ondernemersverenigingen in onze regio. 4 We zetten bij revitalisering of herontwikkeling in op vergroening. Per bedrijventerrein is het maatwerk welke maatregelen worden ingezet. 5 We hebben aandacht voor de bereikbaarheid en verkeersveiligheid van bedrijventerreinen en willen dat werknemers op een duurzame, efficiënte en veilige wijze naar hun werk kunnen. Bedrijven en gemeenten kunnen hiertoe (gezamenlijk) initiatieven opzetten. 6 We staan positief tegenover private investeringen in de digitale of energie infrastructuur.

Hiervoor zijn met name private partijen verantwoordelijk, waaronder de netbeheerder. 7 We zetten in op het beter benutten van onze bestaande bedrijventerreinen. Daarvoor realiseren we geen overmatig nieuw aanbod, zodat er een natuurlijke prikkel bestaat om bestaande terreinen aan te pakken (zie ‘toevoegen’). Daarnaast zijn we selectief in welke bedrijven op onze bedrijventerreinen vestigen. We willen geen vervuiling meer met bijvoorbeeld (kleinschalige) kantoorfuncties, garageboxen, nagelstudio’s en dansscholen. Dit soort functies kunnen immers ook op andere plekken terecht en zitten bedrijven die gezien aard en omvang op bedrijventerreinen zijn aangewezen in de weg. We ontwikkelen een uitgifteprotocol (zie ‘toevoegen’) om onze nieuwe bedrijventerreinen zorgvuldig uit te geven en leggen daarbij expliciet een koppeling met de benutting van onze bestaande bedrijventerreinen. Waar relevant brengen we de mogelijkheden om de (planologische) ruimte op bestaande bedrijventerreinen beter te benutten nader in beeld, naar analogie van de gemeente Reimerswaal. Afhankelijk van de beter benutten kansen realiseren we een deel van de vraag naar bedrijventerreinen op bestaande bedrijventerreinen (zie ‘toevoegen’). Sowieso wegen we als gemeenten altijd de kansen in de bestaande voorraad af in de behoefteonderbouwing (Ladder voor duurzame verstedelijking) voor nieuwe (zachte) plannen.

We hebben doorlopend aandacht voor de kansen en ontwikkelingen rondom beter benutten (zie ‘monitoring’). 8 We benutten de mogelijkheden die de provincie Zeeland en andere overheden bieden om onze bestaande bedrijventerreinen aan te pakken. Denk hierbij aan de subsidieregeling Toekomstbestendige Bedrijventerreinen of een vergelijkbare regeling/programma, zoals het Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen Nederland. Transformeren 1 We maken een planning voor herstructurering/revitalisatie van bedrijventerreinen in de regio. Bij de monitoring van het regionaal bedrijventerreinprogramma kijken we waar potentiële transformatie op een bedrijventerrein of een solitaire locatie speelt (of op korte termijn mogelijk gaat spelen), zodat we tijdig kunnen anticiperen op (eventuele) vervangingsvraag. Toevoegen 1 We zetten voor de periode tot en met 2032 in op voldoende kwalitatief geschikt planaanbod voor het lage scenario uit de behoefteraming. We zetten voor de periode 2032 tot en met 2040 in op voldoende kwalitatief geschikt planaanbod voor het hoge scenario uit de behoefteraming. Per saldo programmeren we nu 67 hectare netto nieuw bedrijventerrein. Dat is lager dan de 79 hectare die we noemen in ons toekomstbeeld. We hebben echter de ambitie

4

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

om ook werk te maken van het beter benutten van onze bedrijventerreinen. Daarvoor willen we voldoende ‘druk’ op de markt houden. 2 We ontwikkelen nieuwe bedrijventerreinen vraaggericht en volgens de leidende principes, hierbij is tabel 10 uit dit programma richtinggevend. Zo sturen we op een optimale (ruimtelijke) benutting van onze bedrijventerreinen en regionale meerwaarde. We doen dit concreet door het ontwikkelen van een uitgifteprotocol dat we als afwegingskader hanteren bij de gronduitgifte. Eerste criteria (nader uit te werken) waar we hierbij aan denken zijn: • Type bedrijf, denk aan bedrijfsactiviteit, mate van duurzaamheid (zoals energieverbruik, waterverbruik, bijdrage aan transities zoals circulaire economie, energietransitie en klimaatadaptatie). • Moet het bedrijf gezien de activiteiten op een bedrijventerrein vestigen of kan het gezien aard en omvang (waaronder milieucategorie) ook op een andere locatie terecht? • Locatie die bedrijf achter laat. Biedt dit bijvoorbeeld kansen voor het oplossen van een ruimtelijk knelpunt of een kans voor herontwikkeling en beter benutten op de achterblijvende locatie? • Maatschappelijke binding, bijvoorbeeld sponsoring, werkgeversrol. • Economische binding, zoals samenwerking binnen clusters, ketens, aanwezigheid van klanten/afnemers.

• Aansluiting op de arbeidsmarkt, denk aan woonplaatsen werknemers, afhankelijkheid (aandeel) van arbeidsmigranten en effecten van arbeidsmigratie op huisvesting in de gemeente/regio (hierbij benutten we de VNG-handreiking effectrapportage bij nieuwe bedrijvigheid). 3 We spannen ons als regiogemeenten in om een bepaald deel van de vraag binnen de bestaande voorraad van bedrijventerreinen in De Bevelanden te faciliteren. Dit doen we door bestaande bedrijventerreinen beter te benutten. Hoeveel vraag we op de bestaande terreinen willen en kunnen faciliteren, is afhankelijk van onderzoek naar de kansen voor beter benutten in de regio (zie ook afspraak onder ‘behouden en/of versterken bedrijventerreinen’). Op basis hiervan bepalen we ons precieze ambitieniveau (bijvoorbeeld 10% van de uitbreidingsvraag faciliteren door het beter benutten van bestaande bedrijventerreinen). Monitoring 1 We benutten voor monitoring de tool die we als regio hiervoor hebben ontwikkeld.

2 De monitoring vindt plaats op bedrijventerreinenniveau (betreft alle terreinen zoals geregistreerd in IBIS en weergegeven op de bedrijventerreinenkaart Zeeland) 3 De monitoring bevat: • cijfers over beschikbaar aanbod op bedrijventerreinen, uitgifte en kavels in optie; • inzicht in type bedrijvigheid, branche en doelgroep; • gegevens vanuit het regionale loket: zoekvragen en nieuwe vestigers gespecificeerd naar branche en doelgroep; • cijfers over transformatie (vervangingsvraag) en herstructurering; • inzicht in actuele kansen voor beter benutten van de ruimte op bedrijventerreinen. 4 De monitoring wordt ieder kwartaal geüpdatet en één keer per jaar aan de provincie gerapporteerd. 5 De jaarlijkse versie bevat conclusies met betrekking tot de uitgifte, beschikbaar aanbod en de status van de harde en zachte plannen in de regio. Proces- en organisatorische afspraken Naast een aantal inhoudelijke afspraken maken we ook een aantal procesafspraken. Hiermee borgen we een goede samenwerking en uitvoering van het bedrijventerreinenprogramma. 1 Na vaststelling van voorliggend bedrijventerreinenprogramma worden de afspraken en de actuele programmeringstabel het uitgangspunt.

5

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

2 We monitoren uitgiftes, bedrijvendynamiek en ontwikkelingen in het aanbod om in te kunnen spelen op veranderende omstandigheden (zie ‘Monitoring’). We hebben daarbij een proactieve houding en delen relevante informatie (vestigingsinformatie, plannen, uitbreidingsvragen, grondprijzen 1) tijdig met elkaar. 3 Elke twee jaar doen we een totaalevaluatie van het programma en de afspraken. Indien nodig passen we deze vervolgens aan. 2F

1

Voor het berekenen van de grondprijzen voor de bedrijventerreinen hanteren we een uniforme werkwijze. Voor het bepalen van de grondprijs wordt de marktwaarde als uitgangspunt genomen, met dien verstande dat de kostprijs altijd gedekt moet zijn.

6

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

1. Inleiding 1.1 Waarom een nieuw bedrijventerreinprogramma? Bedrijventerreinprogramma uit 2021 vraagt om actualisatie De Bevelandse bedrijventerreinen zijn een cruciale ruimtelijke schakel in vernieuwing en innovatie van de economie, vertegenwoordigen veel waarde en zijn sociaaleconomisch van groot belang. Maar de economie verandert snel. Trends op het gebied van vernieuwing en verduurzaming zoals circulariteit, energietransitie en digitalisering hebben veel impact op bedrijventerreinen. Bovendien was er in de regio tot voor kort sprake van voldoende bedrijventerreinen, voldoende stroom, voldoende personeel, et cetera. Dit beeld is volledig gekanteld. Zoals overal, loopt ook de regio De Bevelanden aan tegen grenzen als een aanbodtekort, een arbeidstekort en een stroomtekort. Tegelijkertijd hebben sommige gemeenten plannen om aanzienlijk areaal nieuwe bedrijventerreinen te ontwikkelen, mogelijk zelfs meer dan de regionale behoefte voorspelt. Kortom, er zijn veel ontwikkelingen die vragen om verdere regionale afstemming over de toekomst. De huidige bedrijventerreinenprogrammering (2021-2030) is in de zomer van 2022 door alle colleges vastgesteld. Daarbij is de afspraak gemaakt om elke twee jaar te evalueren en indien nodig aan te passen. Daarom is besloten het bedrijventerreinprogramma nu te actualiseren.

Via het programma wil de regio werken aan een goed functionerende en toekomstbestendige set van bedrijventerreinen, waardoor bedrijven kunnen groeien, innoveren en verduurzamen. Zo willen we werken aan verdere versterking van de economie en samenleving in De Bevelanden.

1.2 Doorlopen proces Bij de start van het traject is een ambtelijk kernteam geformeerd en is onderzoeks- en adviesbureau Stec Groep ingeschakeld om het proces naar een nieuw regionaal bedrijventerreinprogramma te begeleiden. Gerichte analyse van de uitgangssituatie Om een actueel beeld te krijgen van de bedrijventerreinen in de regio zijn kwantitatieve en kwalitatieve (data-)analyses uitgevoerd. Analyses uit de vorige bedrijventerreinenprogrammering zijn bijgewerkt en aangevuld met actuele data. Integrale afstemming en strategische beleids- en programmeringskeuzes Het kernteam heeft tijdens het proces een sterke focus gehad op het voeren van een kwalitatief gesprek over de bedrijventerreinen. Hierbij heeft interne ambtelijke afstemming en inventarisatie plaatsgevonden bij aanpalende beleidsdisciplines om input en draagvlak te verkrijgen voor het proces en de inhoud rond een nieuw bedrijventerreinprogramma. Ook zijn meerdere bestuurlijke sessies georganiseerd, waarbij in discussie is gegaan over strategische beleid- en programmeringskeuzes. Daarnaast heeft het kernteam schriftelijk input kunnen leveren op het concept bedrijventerreinenprogramma. Door middel van deze diverse afstemmings- en feedbackmomenten is het bedrijventerreinenprogramma tot stand gekomen zoals het nu voor u ligt.

1.3 Leeswijzer Het regionaal bedrijventerreinprogramma bestaat uit vijf hoofdstukken. Hoofdstuk 2 schetst het economisch DNA van de regio en de trends en ontwikkelingen op de bedrijventerreinenmarkt. Hoofdstuk 3 zoomt in op de huidige rol van de bedrijventerreinen in de regio en de opgaven waar

7

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

de bedrijventerreinen voor staan. Vervolgens schetst hoofdstuk 4 het gewenste toekomstbeeld van de bedrijventerreinen in De Bevelanden. Dit samen is de basis voor de afspraken over bestaande en nieuwe bedrijventerreinen in hoofdstuk 5.

8

9

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

2. Economisch DNA De Bevelanden 2.1 Regionale economie in beeld Sectorverdeling De Bevelanden laat divers palet zien; zorg en detailhandel/horeca het grootst De werkgelegenheid in De Bevelanden is verdeeld over diverse sectoren. Verreweg de meeste werkgelegenheid bevindt zich in de zorgsector (aandeel 19%), gevolgd door de detailhandel/horeca (16%) en zakelijke dienstverlening en ICT (14%). Ook de industrie is met in totaal 14% van de werkgelegenheid omvangrijk.

Figuur 1: Sectorverdeling werkgelegenheid regio De Bevelanden Landbouw 6%

6%

Industrie voedingsmiddelenindustrie Industrie - HTSM

4% 4% 19%

Industrie - overige maak- en procesindustrie Bouwnijverheid

6%

Handel en reparatie 7% 3%

2%

Groothandel Detailhandel en horeca Vervoer en opslag

8% 14%

Dienstverlening en ICT Overheid

5%

16%

Zorg Onderwijs

Bron: Actualisatie bedrijventerreinprognose provincie Zeeland (2023)

Voedingsmiddelenindustrie en landbouw, recreatie- en toerisme en lokaal mkb typisch voor Bevelandse economie Vergeleken met andere regio’s is vooral de voedingsmiddelenindustrie en daaraan gelieerde logistiek en groothandel relatief groot en typerend voor De Bevelanden. Deze industrie concentreert zich vooral rondom verwerking, vervoer en opslag van uien, vis, aardappelen en fruit. Veel bedrijven in de Bevelandse voedingsmiddelenindustrie zijn op de bedrijventerreinen te vinden. Ook de landbouwsector, gerelateerd aan de voedingsmiddelenindustrie, is een typerende sector in de regio. Vooral in de gemeenten Kapelle, Noord-Beveland, Borsele en Reimerswaal zijn er veel landbouwbedrijven. De recreatie- en toerismesector is een andere typerende sector van de regio. Deze sector is in De Bevelanden in hoge mate aan het water gebonden. Vooral langs de Deltawateren (met name Oosterschelde) zijn veel bedrijven actief in de recreatie en toerismesector, bijvoorbeeld duik- en watersportfaciliteiten. De recreatie- en toerismesector is

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

vooral in de gemeente Noord-Beveland belangrijk. In de overige regiogemeenten is de recreatieen toerisme sector ook in toenemende mate van belang.

Figuur 2: Regio De Bevelanden

Bron: IBIS (2023), bewerking Stec Groep (2024)

Goes is de centrumgemeente met relatief veel zorg, onderwijs en kantoren Vooral Goes vormt – als centrumgemeente – een concentratiepunt van verzorgende en dienstverlenende economie binnen De Bevelanden. Hier bevindt zich bijvoorbeeld de hoofdvestiging van het Admiraal de Ruyter ziekenhuis. Deze vestiging heeft ongeveer 1.850 werknemers in dienst. Ook zijn de onderwijsinstellingen sterk vertegenwoordigd in Goes, met verschillende scholen, bijvoorbeeld Het Goese Lyceum en het Calvijn College. Daarnaast bevindt zich in Goes ook relatief veel zakelijke dienstverlening, met name op de kantoorlocaties rondom het stationsgebied. North Sea Port: zeehaventerrein Sloegebied Verder beschikt regio De Bevelanden over een zeehaven: het oostelijke gedeelte van Zeehaventerrein Sloegebied ligt in de gemeente Borsele. Deze zeehaven maakt onderdeel uit van het havencomplex van North Sea Port (NSP). Een haven op internationaal niveau waar veel zware, industriële bedrijven zijn gevestigd. De haven van NSP is een belangrijke motor in de economie van Zeeland en De Bevelanden. De haven speelt met name een rol in verschillende transities, zoals de energietransitie (aanlanding wind, productie duurzame energie) en de circulaire economie (bijv. recyclecluster). Ook is wisselwerking zichtbaar tussen de havens en de ‘droge’ bedrijventerreinen.

Enerzijds economische wisselwerking, doordat er op de droge bedrijventerreinen bedrijven actief zijn voor bedrijven in de haven. Denk aan bedrijven die zich bezig houden met de offshore windenergie. Anderzijds wisselwerking door de tekorten op de droge bedrijventerreinen in Zeeland en De Bevelanden. Hierdoor kijken steeds meer bedrijven naar de havens als mogelijke vestigingslocatie. Dit zijn geen haven-/watergebonden bedrijven, maar wel bedrijven die aangetrokken worden door de grote kavels en ruime milieu- en

10

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

hindercirkels. Het gaat zelfs in toenemende mate ook om reguliere ‘droge’ bedrijvigheid. Deze ontwikkeling kan haven-/watergebonden bedrijven in de weg staan. Het gedeelte van het zeehaventerrein dat in De Bevelanden ligt, is goed voor circa 2.500 banen. Druk op de arbeidsmarkt door vergrijzing en afnemende beroepsbevolking De economie van De Bevelanden heeft te maken met vergrijzing. Op regionaal niveau neemt de bevolking tot 2040 nog wel toe. De groei zit vooral in de gemeenten Goes en Reimerswaal. In Goes is dat vooral het gevolg van een trek naar de stad, zoals we ook in andere steden zien. In Reimerswaal is het in belangrijke mate een gevolg van natuurlijke aanwas (meer geboortes dan sterfte). Daarnaast zien we dat de buitenlandse migratie een rol speelt in de groei van de bevolking in de regio. De beroepsbevolking neemt (door de vergrijzing) echter nauwelijks toe. Tot 2040 met circa +1.800 in De Bevelanden. Ook hier zien we dat vooral Goes en Reimerswaal nog groeien. De overige gemeenten hebben een min of meer stabiele (Kapelle, Noord-Beveland) of krimpende (Borsele) beroepsbevolking. De migratie is de belangrijkste reden waardoor de beroepsbevolking redelijk stabiel is. Dit compenseert de afname in verschillende leeftijdsgroepen.

Figuur 3: Ontwikkeling bevolking (boven) en potentiële beroepsbevolking (onder) per gemeente

Bron: Provinciale bevolkings- en huishoudensprognose 2022, provincie Zeeland (2022)

11

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

2.2 Trends en ontwikkelingen Verschillende trends en ontwikkelingen hebben impact op de regionale economie en bedrijventerreinen. We zoomen in op de meest relevante – en sterk samenhangende – technologisch-maatschappelijke trends waarvan we de grootste ruimtelijke effecten verwachten: (a) energie & klimaat, (b) circulaire economie, (c) digitalisering en (d) arbeidsmigratie. A. Energie & klimaat Groeiende dynamiek en ruimtevraag door energietransitie, maar netcongestie is bottleneck Vanwege de energietransitie verwachten we een groei van (mkb-)bedrijven die zich richten op een reductie van energie en het benutten van nieuwe (energie)bronnen. Vooral bestaande installatiebedrijven en nieuwe spelers in de markt floreren hierdoor. Op bedrijventerreinen kunnen huidige beperkingen in de netcapaciteit echter (tijdelijk) invloed hebben op zowel de vraag naar uitbreiding als de mogelijkheden voor verduurzaming van bedrijven en bedrijventerreinen. Dit zet mogelijk een (tijdelijke) rem op verdere economische ontwikkeling en daarmee op de ruimtevraag. Het oplossen van netcapaciteitsproblemen is dan ook urgent. Zeker met het oog op het verminderen van het gebruik van schadelijke brandstoffen door hoge prijzen en strengere CO2-beprijzing: hierdoor groeit de vraag naar andere, schonere energiebronnen.

We verwachten dan ook meer vraag vanuit nieuwe activiteiten op bedrijventerreinen zoals waterstofen/of batterijfabrieken. Er wordt hard gewerkt aan uitbreiding van het energienetwerk Recente berichten van netbeheerder Tennet wijzen uit dat er op het volle elektriciteitsnet van Zeeland nieuwe ruimte zal ontstaan, ook voor bedrijven in De Bevelanden (zie kader). Hiervoor vinden in De Bevelanden veel investeringen in het netwerk plaats en komen er in de regio veel energieontwikkelingen samen (figuur 5). Denk aan de aanlanding van wind op zee (Sloegebied), uitbreiding en verdere ontwikkeling van het hoogspanningsnetwerk (380 kV) in Borsele, uitbreiding van het HS/MS-station Rilland, maar bijvoorbeeld ook een aftakking van de waterstofbackbone rondom Kapelle en Reimerswaal en komst van waterstoffabrieken. Specifiek noemen we daarbij de beoogde komst van de nieuwe kerncentrales waarvoor de locatie Borsele in beeld is. Dit alles moet bijdragen aan het toekomstbestendig maken van het Nederlandse energienet en specifiek helpen om de bestaande industrieën en bedrijven in de regio (waaronder in het havengebied) te verduurzamen en ontwikkelperspectief te geven.

Hierdoor ontstaan in de regio De Bevelanden meerdere hotspots rondom vraag (verschillende activiteiten die om energieinfrastructuur vragen, zoals bestaande bedrijven en potentiële bedrijventerreinontwikkeling) en aanbod (centrale en decentrale opwek, waterstofbackbone, nieuwe hoogspanningstracés, et cetera) van energie.

Nieuwe ruimte op het net voor grootverbruikers elektriciteitsnet Zeeland Tennet en Stedin hebben een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden om extra capaciteit te creëren op het 150.000 volt-netwerk in Zeeland. Grootverbruikers op de wachtlijst vragen in totaal 715 megawatt (MW) aan vermogen, wat gelijkstaat aan 10 keer het elektriciteitsverbruik van Middelburg. Uit het onderzoek blijkt dat 425 MW van dit vermogen kan worden aangesloten, waarmee de meeste klanten op de wachtlijst op de lange termijn geholpen worden. Er zijn echter regionale verschillen: in Schouwen-Duiveland, Tholen, Sint-Philipsland, Walcheren en De Bevelanden kunnen 305 MW van de gevraagde 425 MW worden aangesloten, wat de meeste klanten in die gebieden helpt. In Zeeuws-Vlaanderen is de situatie minder gunstig; hier kan slechts 120 MW worden aangesloten, wat slechts 1 van de 29 klanten op de wachtlijst bedient. Het gebied Vlissingen-Oost, waar al congestie is afgekondigd, blijft een knelpunt. Dit biedt overigens nog maar deels een oplossing voor de netcongestie: het duurt namelijk nog een aantal

12

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

jaar voordat het net daadwerkelijk uitgebreid kan worden. Ook zijn er inmiddels nieuwe bedrijven die wachten op een stroomaansluiting, maar niet op de wachtlijst staan. Netcongestie blijft dus de aankomende jaren een aanzienlijk probleem voor bedrijven. Onder andere congestiemanagement (pieken en dalen in elektriciteitsverbruik verminderen), meer eigen opwek van duurzame elektriciteit en smart energy hubs op bedrijventerreinen kunnen helpen om de netcongestie te verminderen.

Figuur 4: Netcongestie afname (links) en teruglevering (rechts) van elektriciteit

Bron: Netbeheer Nederland (juni 2024)

Figuur 5: Indicatieve2 visualisatie van ontwikkelingen en hotspots binnen het (toekomstige) energienetwerk van De Bevelanden

Bron: PMIEK Zeeland, 2023 2

Deze visualisatie is opgesteld ter ondersteuning van het proces om te komen tot een PMIEK Zeeland 2023. De kaart heeft geen formele status en is indicatief (Bron: PMIEK Zeeland 2023, TwynstraGudde, april 2023)

13

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

Groeiende, additionele ruimteclaim vanuit energie-infrastructuur op bedrijventerreinen De energietransitie leidt ook tot een groeiende ruimteclaim vanuit duurzame energieinfrastructuur op bedrijventerreinen. Denk aan de realisatie van nieuwe onderstations waarvoor regelmatig bedrijventerreinen in beeld zijn en aan ruimte die nodig is voor (tijdelijke) opslag van duurzaam opgewekte energie. De ruimtebehoefte vanuit dit soort energie-infrastructuur zit niet in de reguliere raming van de ruimtevraag want die raamt de ruimtevraag vanuit bedrijven. Er is sprake van een additionele ruimtevraag als dit soort functies op bedrijventerreinen landen. In deze energie-infra onderscheiden we drie soorten: 1) realisatie van nieuwe energie-infrastructuur voor verzwaring netcapaciteit, 2) realisatie van (decentrale) energieopslag op bedrijventerreinen en 3) realisatie van (extra) laadinfrastructuur op bedrijventerreinen, collectief of individueel. Ook vergroening en klimaatadaptatie hebben ruimtelijke impact op bedrijventerreinen Bedrijventerreinen zijn vaak versteende gebieden, ook in De Bevelanden is dit het geval. Dit kan leiden tot problemen zoals hittestress, waterschade en een minder aantrekkelijke werkomgeving. Om deze terreinen toekomstbestendig te maken, is klimaatadaptatie nodig, bijvoorbeeld door het aanleggen van wadi’s, groene daken en meer groenvoorzieningen.

Dit verbetert niet alleen de gezondheid en productiviteit van werknemers, maar versterkt ook de concurrentiepositie van bedrijven. Voor nieuwe bedrijventerreinen betekent dit dat meer ruimte nodig is voor groen en water, wat naar verwachting vooral op het bruto-oppervlak zal landen. Hierdoor verandert de bruto-netto verhouding. De mogelijkheden voor vergroening zijn op bestaande terreinen een stuk beperkter. Vaak zal extensivering nodig zijn om ruimte voor groen en blauw te creëren. Dit kan een opdrijvend effect hebben op de vraag naar bedrijventerreinen: er blijft immers netto minder areaal over. B. Circulaire economie Circulaire transitie komt mondjesmaat op gang Nederland werkt aan een duurzame, circulaire economie. Deze geleidelijke transitie brengt een economische vernieuwing met zich mee. Zo zijn er kansen voor bedrijven: businessmodellen rondom hergebruik, nieuwe (internationale) markten en meer samenwerking in lokale productketens. Inmiddels is zo’n 6% van de bedrijven in Nederland te bestempelen als circulair (Bron: ICER 2023, PBL). De laatste jaren is sprake van een toename in het aantal circulaire bedrijven, maar een echte versnelling ontbreekt nog. Bovendien richt het merendeel van de circulaire bedrijven zich nu op laagwaardige recycling.

Er is kortom nog een flinke weg te gaan om de doelstellingen in 2030 (halvering grondstoffengebruik) en 2050 (volledig circulair) te halen. Nog veel hobbels op de route naar 100% circulaire economie In een zeer recente analyse constateert het PBL (2024) dat het (virgin) materiaal- en grondstoffengebruik juist weer toeneemt en dat de circulaire economie-doelen zelfs onhaalbaar dreigen te worden. Er is veel meer en beter beleid nodig om de circulaire economie van de grond te krijgen. Bestaand beleid, zoals het Nationaal Programma Circulaire Economie en de Grondstoffenstrategie, is niet genoeg. Een van de zorgenkindjes is bijvoorbeeld het hergebruik van plastics. De plasticrecycling zit in zwaar weer door de stortvloed aan goedkope(re), nieuwe plastics vanuit Azië. Maar ook in productgroepen als de energietechnologie (zonnepanelen, windmolens, grote batterijen) en de bouw stuit de omslag naar een circulair businessmodel nog op allerlei belemmeringen. Kortom, in de overgang van een lineaire naar een circulaire economie is nu sprake van marktfalen. Dit alles betekent niet dat de circulaire economie geen kans van slagen heeft. Maar de overheid is nodig (ook in Europees verband) om via concreet beleid, weten regelgeving dit marktfalen op te lossen en de transitie te versnellen. Dit is immers in het belang van de gehele maatschappij.

14

15

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

Omslag naar circulaire economie verandert economisch landschap De circulaire economie is geen nieuwe, aparte sector, zoals soms wordt verondersteld. Het gaat om de transitie van een lineaire naar een circulaire werkwijze in 2050. Dit betekent een ombouw van onze huidige lineaire economische systeem naar een circulair systeem. Deze ombouw gaat dwars door alle sectoren heen. Wel zijn er sectoren waarin de circulaire transitie een grotere impact zal hebben op de bedrijfsactiviteiten dan andere. Het gaat dan vooral om sectoren die nu vaak op bedrijventerreinen zijn gevestigd of daar een voorkeur voor hebben en bovengemiddeld veel goederen of materialen verbruiken. Denk aan (maak)industrie, bouwbedrijven en logistiek. C. Digitalisering Digitalisering neemt een hoge vlucht bij bedrijven, ook binnen bedrijventerreinsectoren Robotisering en automatisering nemen de laatste jaren sterk toe in de grote bedrijventerreinsectoren industrie, bouw en logistiek. De krappe arbeidsmarkt geeft daarbij een extra incentive voor bedrijven om hierin te investeren. Door investeringen in machines en robots kunnen bedrijven de productie vaak opschroeven zonder extra ‘handjes’. Dit biedt perspectief omdat de potentiële beroepsbevolking de komende jaren afneemt. Tegelijkertijd ontstaat nieuwe werkgelegenheid voor technische vakmensen, ICT-ers en programmeurs.

Door robotisering en automatisering zijn sommige bedrijfsactiviteiten schoner en stiller en zo makkelijker te combineren met andere functies, ook buiten formele bedrijventerreinen. Toch zal het voor veel bedrijven aantrekkelijk zijn om juist op bedrijventerreinen gevestigd te zijn en te blijven. Ruimtelijk effect is divers: soms kan digitalisering leiden tot meer ruimtevraag, soms juist niet Per saldo verwachten we een overwegend gelijkblijvende concentratie van bedrijven en werkgelegenheid op bedrijventerreinen door digitalisering. Dit betekent een neutraal effect op de locatietypevoorkeur. Naar verwachting stijgt het ruimtegebruik door deze trend meer dan de werkgelegenheid. Vaak zien we dat robots en geautomatiseerde productielijnen meer ruimte innemen. Dit is vooral het geval in de sectoren industrie en logistiek, maar bijvoorbeeld ook – in lichtere mate – in de bouw, handel en reparatiesector. Wel is dit naar verwachting vooral een effect op de korte tot middellange termijn (2030). Op termijn is meer productie, opslag op logistiek op dezelfde meter mogelijk. Als gevolg van digitalisering, automatisering en robotisering zijn diverse (productie)activiteiten ook weer rendabel in West-Europa uit te voeren. Reshoring en nearshoring worden bij diverse bedrijven op strategisch niveau overwogen, zo ook bij bedrijven in Zeeland. Dit kan leiden tot extra productie en/of groei. D.

Arbeidsmigratie In een aantal sectoren in De Bevelanden zijn arbeidsmigranten sterk vertegenwoordigd. Dit geldt bijvoorbeeld voor de logistieke sector, maar ook voor de voedingsmiddelenindustrie en land- en tuinbouw. Afhankelijk van de economische ontwikkeling (aan de hand van de WLO-scenario’s) zal het aantal arbeidsmigranten tot en met 2028 toenemen tot circa 2.800 tot 4.400. Momenteel is er kwantitatief voldoende huisvesting voor de arbeidsmigranten, maar voornamelijk kwalitatief blijkt er sprake van een tekort. Het gaat om een gebrek aan adequate of goed ingepaste arbeidshuisvesting. Dit is een probleem in de regio, blijkt uit eerder onderzoek van Stec Groep 3. Naast een kwalitatieve vraag vanuit de al aanwezige arbeidsmigranten, zorgt de instroom van honderden extra arbeidsmigranten tot en met 2028 voor een extra druk op de bestaande arbeidsmigrantenhuisvesting. De provincie Zeeland erkent deze trend en stimuleert een integraal, regionaal afgestemd beleid voor de huisvesting van tijdelijke (buitenlandse) werknemers. Dit beleid is gericht op het bieden van ruimte voor voldoende, kwalitatief goede huisvesting, het inzetten van handhaving om illegale situaties te voorkomen, het creëren van draagvlak en het stimuleren van integratie. 19 F

3

Zie ‘behoefte aan arbeidsmigrantenhuisvesting op De Bevelanden’. Stec Groep, 2019

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

3. Rol en opgaven bedrijventerreinen 3.1 Belang en functioneren bedrijventerreinen Economisch en maatschappelijk belang van bedrijventerreinen is groot Bedrijventerreinen zijn belangrijke plekken voor de economie van De Bevelanden. De bedrijventerreinen bieden bijvoorbeeld plek aan lokaal, kern-ondersteunend mkb, dat diensten, producten en banen aanbiedt aan de directe omgeving. Denk hierbij bijvoorbeeld aan bouwbedrijven, garages en andere ondernemingen die de lokale economie ondersteunen. Hiermee stimuleren bedrijventerreinen groei en werkgelegenheid in de regio. Ook hebben bedrijventerreinen een belangrijke rol in de sociale en maatschappelijke vitaliteit van de steden en dorpen in De Bevelanden. Denk aan sponsoring van sportclubs en verenigingen, opleidingsen stageplekken. Daarnaast heeft de levensmiddelenketen een grote rol op de Bevelandse bedrijventerreinen. Zowel in productie- en verwerking van uien, vis, aardappelen, groenten en fruit (denk bijvoorbeeld aan Coroos, Lamb-Weston of McCain) maar ook in de opslag en distributie ervan (onder andere De Koeijer en van Duijn en Bosman Transport). Bedrijventerreinen zijn de ruimtelijke schakel voor de vernieuwing in de (levensmiddelen)industrie en dienstverlenende sectoren in de schil daaromheen. De bedrijventerreinen in De Bevelanden zijn daarmee van groot ruimtelijk-economisch belang voor de regio en haar inwoners.

Aandeel in werkgelegenheid is afgelopen jaren gegroeid In totaal werken er circa 18.2004 mensen bij de 1.500 bedrijven op de Bevelandse bedrijventerreinen. Dit is circa 32% van de totale werkgelegenheid in de regio. Dit aandeel is vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde, maar boven Zeeuwse gemiddelde van 25%. In 2020 was het aandeel werkgelegenheid dat op de bedrijventerreinen zat in De Bevelanden nog 29%. Er is in de tussentijd dus een groter aandeel mensen op de bedrijventerreinen gaan werken. Agri- en foodcluster rode draad op veel terreinen Het agri- en foodcluster is op veel bedrijventerreinen de dominante sector en daarom de rode draad door de regio. Denk aan bedrijven als Coroos, Lamb-Weston, CSV, TOP Onions, MSP Onions, Seasun of McCain, maar ook de visverwerkende industrie in Yerseke (bijvoorbeeld Lenger Seafoods, Adri & Zoon) en Colijnsplaat (Kingfish). Het agri- en foodcluster bestaat ook uit een netwerk van dienstverlenende (transport)bedrijven aan het foodcluster (zoals van Duijn Coldstores of De Koeijer) en groothandels die onderdeel uitmaken van het foodcluster (zoals DLF, FARMPLUS of Vogelaar). Hierdoor heeft vrijwel ieder bedrijventerrein in De Bevelanden een sterke connectie met het foodcluster.

Werkgelegenheidsstructuur op de bedrijventerreinen toont divers beeld De sectoren logistiek & groothandel en industrie zijn de dominante sectoren op de bedrijventerreinen. In 2020 was dit beeld hetzelfde: toen waren dit ook de grootste sectoren op de bedrijventerreinen. Echter waren beide sectoren toen groter. Het aandeel logistiek & groothandel is gedaald van 32% naar 29% en de industriesector van 30% naar 28%. Dezelfde trend zien we voor de sector bouw, handel en reparatie: deze sector heeft een kleine krimp doorgemaakt van 19% naar 17%.

4

Dit is exclusief de circa 2.500 banen in Zeehaven Sloegebied (deel Borsele)

16

17

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

Zoals eerder genoemd, is het aandeel banen op de bedrijventerreinen in de ICT, zakelijke en overige dienstverlening juist sterk toegenomen (van 12% naar 17%). Dit komt met name door de sterke groei van holdings, verzekeringsbedrijven en pensioenfondsen. Deze groei is vooral te zien op de bedrijventerreinen in Goes. Een voorbeeld hiervan is de komst van het hoofdkantoor van Roompot Vakanties op De Poel II in Goes. Inmiddels is dit hoofdkantoor echter vertrokken uit Goes vanwege een interne reorganisatie. Wel blijven de klantenservice en de logistieke afdeling en de mensen die op het shared services center werken en diensten verrichten voor eigenaren van huizen. Ook de sector consumentendiensten is op de bedrijventerreinen licht toegenomen ten opzichte van 2019. Deze sectoren zijn sectoren die niet noodzakelijk op een bedrijventerrein gevestigd hoeven te zijn. Kortom, we zien dat de sectoren die van origine traditionele bedrijventerrein-sectoren zijn afnemen in aandeel, en de andere functies juist toenemen. Vooral in de gemeente Goes is dit het geval. De vraag is of dat wenselijk is, gezien het tekort aan bedrijventerreinen. Doordat deze sectoren groeien, zitten zij de groei van andere bedrijven die wel noodzakelijk op een bedrijventerreinen moeten vestigen in de weg.

Een minimale milieucategorie op bedrijventerreinen (al dan niet met afwijkingsmogelijkheid naar beneden) kan hiervoor een oplossingsrichting zijn.

Figuur 6: Sectorstructuur op bedrijventerreinen in De Bevelanden in 2020 en 2022 100% 90% 80%

32%

29% Logistiek & groothandel

70% Industrie

60% 50%

30%

28% Bouw, handel en reparatie

40% 30%

19%

ICT, zakelijke en overige dienstverlening Consumentendiensten

20% 10%

17%

13%

17%

7%

8%

2020

2022

0% Bron: LISA Zeeland (2022)

Per gemeente zien we verschillen in de sectorverdeling (zie figuur 7). Vergeleken met 2020 zijn de profielen van de bedrijventerreinen in de afzonderlijke gemeentes redelijk hetzelfde gebleven. Het profiel van Kapelle kenmerkt zich door een relatief grote industriesector. In Reimerswaal is de logistieke sector juist wat groter door de aanwezigheid van reguliere logistiek. Goes kent een groot aandeel in ICT en zakelijke dienstverlening. Met name op bedrijventerrein De Poel zijn meerdere kleinere (zakelijk) dienstverlenende bedrijven gevestigd, maar ook het kantoor van Rabobank Oosterschelde.

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

Figuur 7: Sectorverdeling op de bedrijventerreinen per gemeente 100% 80%

Logistiek & groothandel

60% Industrie

40%

20%

Bouw, handel en reparatie

0%

ICT, zakelijke en overige dienstverlening Consumentendiensten

Bron: LISA Zeeland (2022)

Breed pallet aan toonaangevende bedrijven Op de Bevelandse bedrijventerreinen zijn meerdere grote, typerende bedrijven gevestigd. Deze bedrijven zijn beeldbepalend: ze dienen als uithangbord voor de regio en zorgen voor positieve economische effecten op de regio. Naast grote bedrijven zijn er ook diverse mkb-bedrijven sterk vertegenwoordigd. Deze bedrijven zijn belangrijk voor de lokale werkgelegenheid. Onderstaande tabel geeft een aantal voorbeelden van toonaangevende bedrijven in de regio De Bevelanden weer. Puur bedoeld als illustratie, niet om compleet te willen zijn.

Tabel 1: Aantal voorbeelden van toonaangevende bedrijven (niet uitputtend!) Gemeente

Bedrijf

Sector

Borsele

Dumaco

Vervaardiging van metalen

Top Onions

Verwerking van groente

Hoondert

Wegenbouw

Sagro

Aannemingsbedrijf (milieu, sloop, infra)

Bax shop

Handel in audio en video

McCain foods

Vervaardiging van aardappelproducten

CSM

Vervaardiging van broodproducten

Bison

Vervaardiging van chemische producten

Coroos

Verwerking van groente en fruit

VDL Hapro

Vervaardiging van huishoudapparaten

Top Taste

Verwerking van groente en fruit

DLF

Groothandel in zaden

Groenvoederdrogerij

Vervaardiging van veevoeders

Kingfish Zeeland

Kweken van vis

Roompot Vakantiepark

Verhuur van vakantiehuisjes en appartementen

Goes

Kapelle

Noord-Beveland

18

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

Reimerswaal

Topsy Baits

Zagerkwekerij

Lamb-Weston

Vervaardiging van aardappelproducten

Kotra

Opslag- en transport in koelhuizen

Adri & Zoon

Groothandel in vis, schaal- en schelpdieren

Wiskerke Onions

Groothandel in uien

Weg- en waterontsluiting van vitaal belang voor de bedrijventerreinen De A58 is van essentieel belang voor de Bevelandse bedrijven. Alle grote bedrijventerreinen – zowel in omvang als in werkgelegenheid – zijn direct gelegen aan de A58. Gedeeltelijk is de binding met de A58 van belang als zichtlocatie (zoals voor autodealers op De Poel). Voor de ontsluiting van de regio met de rest van Nederland (en de Benelux) is de A58 van levensbelang. Vooral het grote foodcluster met verwante logistieke- en groothandelsactiviteiten heeft hier een groot economisch belang bij, omdat de in de regio geproduceerde voedingsmiddelen voornamelijk gedistribueerd worden naar andere gebieden. Ook het belang van de water(ontsluiting) van de regio moet niet worden onderschat. Met het Sloegebied is er natuurlijk de mogelijkheid om op grote schaal goederen en containers over te slaan, maar ook op kleinere schaal is de waterontsluiting van groot belang. Het visverwerkende cluster in Yerseke is afhankelijk van de Oosterschelde, maar ook meerdere bedrijven in de regio maken gebruik van het water als multimodaal transport (denk aan Ecotank, FARMPLUS, Pit beton en verschillende bedrijven in het Goese Havenindustriegebied). Daarnaast is de ligging aan de wateren een belangrijke reden voor de omvangrijke recreatie- en toerisme sector.

Ligging ten opzichte van Natura-2000 gebieden bemoeilijkt uitbreiding bedrijventerreinen Op bedrijventerreinen vindt stikstofemissie plaats door de realisatie van gebouwen en terreinen, bedrijfsprocessen en/of verkeer. Een nieuw bedrijventerrein leidt al snel tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Denk aan een toename van de stikstofdepositie in de aanlegfase (aanvoer materialen en bouwwerkzaamheden) of gebruiksfase (transportbewegingen). In en rond De Bevelanden zijn verschillende stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden (voornamelijk de Ooster- en Westerschelde, maar ook de Kapelse en Yerseke Moer) aanwezig. Dit heeft effect op de mogelijkheden voor een nieuwe bedrijventerreinontwikkeling. Ook bedrijfsuitbreiding of nieuwvestiging van bedrijven op bestaande terreinen zal hier hinder van ondervinden.

Figuur 8: Ligging Natura2000-gebieden

Bron: Stec Groep (2024)

19

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

Uitgangssituatie op de bedrijventerreinen Een helder beeld van de uitgangssituatie op de bedrijventerreinen is een belangrijke voorwaarde voor het opstellen van een nieuw en actueel bedrijventerreinprogramma. De uitgangssituatie op de bedrijventerreinen is in beeld gebracht op basis van de NEER-scans uit het Regionaal Bedrijventerreinprogramma van 2020, aangevuld met nieuwe inzichten. We kijken eerst naar het actuele beeld, daarna naar de toekomstbestendigheid van de terreinen. De overall beoordeling van de terreinen worden getoond in figuur 9.

NEER-scans als basis voor uitgangssituatie bedrijventerreinen De Next Economy Effect Rapportage (NEER) is een meetlat van robuuste, objectieve indicatoren waarlangs bedrijventerreinen worden gelegd en beoordeeld. Hierbij kijken we enerzijds naar de positie op de levenscyclus van een bedrijventerrein, waarbij drie fasen onderscheiden worden. Fase I heeft hierbij de hoogte economische waarde en Fase III de laagste economische waarde. Anderzijds kijken we naar de potentie en kansen voor terreinen om in te spelen op trends en ontwikkelingen om hierdoor een waardebehoud of waardesprong te realiseren.

Ruimtelijk-economische kwaliteit: bedrijventerreinen voldoende, wel onderlinge verschillen De Bevelandse bedrijventerreinen scoren over het algemeen goed (zie figuur 9). De meeste bedrijventerreinen bevinden zich in eind ‘fase I’ of begin ‘fase II’. De kleinere, lokale bedrijventerreinen bevinden zich overwegend in eind ‘fase II’. Alleen locatie Oostzeedijk (NoordBeveland) valt momenteel in ‘fase III’: op dit terrein zijn zware ingrepen of transformatie nodig. De gemeente Noord-Beveland speelt hier al op in en heeft een gedeelte van het bedrijventerrein opgekocht voor transformatie. Opvallend is het lage leegstandspercentage. Grofweg op alle terreinen is de leegstand minder dan 5%. Hiermee ligt het leegstandspercentage onder een gezond frictieniveau. Sommige bedrijven hebben helemaal geen leegstand, waardoor bedrijven weinig schuifruimte hebben. Een aantal bedrijven zal hierdoor ‘klemzitten’ op de huidige kavel. Toekomstpotentie: weinig potentie klimaatadaptiviteit, veel potentie circulariteit en robotisering De meeste bedrijventerreinen in De Bevelanden (60%) hebben een basis-potentie voor Next Economy. We zien dat de terreinen over het algemeen weinig potentie tonen voor klimaatadaptiviteit, maar een hoge potentie tonen voor circulariteit en robotisering.

De terreinen zijn over het algemeen relatief versteend, wat het risico op wateroverlast en hittestress tijdens warme periodes verhoogt. Ook is er een groot aantal dakoppervlakken wat nog onbenut is. Het benutten van daken voor zonne-energie kan een belangrijke stap zijn in de richting van verduurzaming van de terreinen en het verminderen van de CO2-uitstoot. Een goede organisatiegraad van de bedrijventerreinen kan een sleutelrol spelen bij het treffen van maatregelen omtrent duurzaamheid, bijvoorbeeld het plaatsen van zonnepanelen. Door gezamenlijke initiatieven te stimuleren, kunnen investeringen in klimaatadaptieve maatregelen en duurzame energieoplossingen effectiever en efficiënter worden toegepast. Samenwerking tussen bedrijven kan ook bijdragen aan het bevorderen van circulariteit op de bedrijventerreinen. Aan de andere kant scoren De Bevelandse bedrijventerreinen over het algemeen hoog op het gebied van circulariteit en robotisering. Achterliggende reden is de aard van de bedrijvigheid op veel terreinen: de industrie is een dominante sector in de regio. Niet alleen heeft de industrie veel reststromen en mogelijke robotiseringspotentie, ook heeft de sector een hoge mate van

20

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

innovatie. Dit is bijvoorbeeld terug te zien op de twee ‘excellente’ bedrijventerreinen Smokkelhoek en Nishoek. Beide terreinen kennen een groot industrieel cluster. Op de bedrijventerreinen zijn grote, kapitaalkrachtige bedrijven gevestigd (Lamb-Weston, Coroos en Top Taste, Sinke Groep) en ondersteunende bedrijvigheid die hier direct aan gekoppeld is. Ook constateren we dat de organisatiegraad op beide terreinen op orde is. Onderstaande figuur toont een overzicht van de resultaten voor elk terrein. Wat opvalt is dat de terreinen die in een eerdere fase zitten, ook meer next-economy potentie hebben. Hierbij zijn Nishoek, Smokkelhoek, De Poel II en III, De Poel I en IV en Olzendepolder de terreinen die het best scoren. Dit zijn terreinen met aanzienlijke omvang. We zien dan ook dat de kleinere terreinen over het algemeen minder scoren. Er zijn verder geen overeenkomsten te vinden in welke gemeente terreinen over het algemeen hoger scoren.

Figuur 9: Confrontatiematrix NE-potentie en levensfase

Bron: Stec Groep (2020)

3.2 Vraag en aanbod Kwantitatieve vraag Uitbreidingsvraag De uitbreidingsvraag is geraamd op basis van de Actualisatie Prognose Bedrijventerreinen (2023) van de provincie Zeeland. De uitbreidingsvraag ramen we in twee perioden: 2024 t/m 2032 en 2033 t/m 2040. De uitbreidingsvraag in regio De Bevelanden in de periode 2024 t/m 2032 bedraagt 34 tot 65 hectare bedrijventerrein. Dit betekent een jaarlijkse vraag van circa 4 tot 7 hectare. In de periode 2033 t/m 2040 verwachten we een uitbreidingsvraag van 22 hectare tot 46 hectare. Dit betekent een jaarlijkse vraag van zo’n 2 tot 5 hectare.

21

22

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

Tabel 2: Uitbreidingsvraag in De Bevelanden Tijdsperiode

EIB laag

EIB hoog

2024 t/m 2032

34 hectare

65 hectare

2033 t/m 2040

22 hectare

46 hectare

Bron: Actualisatie Prognose Bedrijventerreinen Zeeland (2023), bewerking Stec Groep (2024)

Vervangingsvraag Door transformatie van bestaande bedrijventerreinen verwachten we een vervangingsvraag van maximaal circa 22 hectare voor de regio De Bevelanden.

Tabel 3: Totale vervangingsvraag in De Bevelanden Verwachte Bedrijventerrein periode vervangingsvraag

Gemeente

2024 t/m 2032

Goese Schans

Goes

1 hectare

2024 t/m 2032

Havenindustrieterrein

Goes

4 hectare

2024 t/m 2032

Poel IV

Goes

5 hectare

2024 t/m 2032

Burenpolder

Reimerswaal

7 hectare

2024 t/m 2032

Grintweg

Reimerswaal

2 hectare

2024 t/m 2032

Nishoek/Capelleweg

Reimerswaal

2 hectare

2024 t/m 2032

Vismijnlocatie Colijnsplaat

Noord-Beveland

1 hectare

2033 t/m 2040

Haven Kats

Noord-Beveland

0 hectare

Totaal

Inschatting hectares waar daadwerkelijk vervanging voor nodig is

22 hectare

Bron: Stec Groep (2024), op basis van inventarisatie transformatieplannen onder gemeenten. Afgerond op hele hectaren.

Additionele vraag Het vestigingsklimaat van De Bevelanden is divers en kent soms heel specifieke accenten, zoals de visserij en aquacultuur in Yerseke. Veel bedrijven zijn al jaren actief in de regio en op de bedrijventerreinen en sterk verbonden met de huidige vestigingsplek. Vandaar dat een groot deel van de ruimtevraag te duiden is vanuit de autonome behoefteraming (provinciale prognose). Er kan echter ook sprake zijn van additionele ruimtevraag. We zien drie soorten additionele vraag die kunnen optreden in regio De Bevelanden. Ten eerste is Zeeland recente jaren nadrukkelijk(er) in beeld bij (internationale) bedrijven van buiten de regio en bedrijven die met nieuwe of innovatieve activiteiten bezig zijn. Dit blijkt uit informatie van Impuls Zeeland en uit onze Database Locatiedynamiek Nederland (2000-heden). Binnen de Zeeuwse context is het logisch te verwachten dat deze ruimtevraag zich bovengemiddeld concentreert in De Bevelanden. Dit in bijzonder vanwege de bereikbaarheid vanuit en richting West-Brabant, de centrale ligging in de provincie en de aantrekkingskracht van NSP.

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

Naast vraag vanuit nieuwe, grootschalige bedrijven, verwachten we een potentiële ruimtevraag van gevestigde bedrijven die vanuit het havengebied de regio in worden geduwd. NSP biedt op dit moment geen ruimte aan nieuwe, niet-watergebonden bedrijven en probeert ook zittende nietwatergebonden bedrijven uit te plaatsen. Deze bedrijven zoeken een andere plek, waarbij mogelijk een deel van die ruimtevraag zich manifesteert in De Bevelanden. Ten derde verwachten we additionele vraag vanuit de energie-infrastructuur. Deze ruimtevraag komt niet vanuit bedrijven, maar vanuit infrastructuur dat bedrijven op de bedrijventerreinen faciliteert in stroom. Problemen rondom netcongestie vragen namelijk om alternatieve, lokale oplossingen. Een voorbeeld van zo’n oplossing is het realiseren van een Smart Energy Hub (SEH) op een bedrijventerrein. Hierin komen diverse energiestromen samen in een decentraal netwerk, dat de opwek, de opslag en het verbruik steeds in een onderlinge balans brengt. Daarmee bieden ze een oplossing voor de volle elektriciteitsnetten die ontstaan door de toename van de productie van duurzame energie. Onderdeel van zo’n SEH zijn voorzieningen om op een slimme manier opwek, uitwisseling, opslag en verbruik van energie (zoals stroom, warmte) mogelijk te maken. Denk dus aan ruimte voor (grootschalige) batterijpakketten, waterstof, zonnepanelen, laadinfra, et cetera.

Bepalend voor de precieze uitwerking – en daarmee ruimtelijke impact – van een SEH zijn de rol die een SEH kan spelen in de energiehuishouding en de schaalgrootte 5. Kwalitatieve vraag Naast kwantitatieve vraag gaan we ook in op kwalitatieve vraag. Daarbij richten we ons op de kwaliteiten van bedrijventerreinen. Dus we focussen niet alleen op hoeveel vraag er is naar bedrijventerreinen, maar ook op wat voor type vraag er bestaat. Hiervoor vertalen we de behoefteraming naar vier typen werkmilieus. In regio De Bevelanden verwachten we dat meer dan de helft van de uitbreidingsvragers voorkeur heeft voor een regulier werkmilieu. Dit zijn de lokale en regionale maak- en mkb-bedrijven, voornamelijk in milieucategorie 3 en 4, met behoefte aan een kavel tot circa 1 hectare en incidenteel tot enkele hectares. Dit type bedrijvigheid heeft een sterke verbondenheid aan eigen kern en gemeente en vestigt zich dan ook het liefst nabij de huidige locatie of binnen een acceptabele straal (tot zo’n 10 à 15 km). Een deel van de vraag vanuit het gemengd/interactie en reguliere werkmilieu komt echter vanuit de ICT, zakelijke dienstverlening en consumentendiensten. Doordat deze bedrijven op bedrijventerreinen gevestigd zijn, worden ze meegenomen in de prognose. Deze hoeven echter niet per se op een bedrijventerrein gevestigd te zijn.

Daarnaast verwachten we dat circa een kwart van de uitbreidingsvraag in De Bevelanden een voorkeur heeft voor het werkmilieu XXL-logistiek. Enkele recente ontwikkelingen in dit werkmilieu zijn de uitbreiding van Kotra Logistics in Yerseke (bron: behoefteonderzoek gemeente Reimerswaal, 2024). Verder verwachten we dat zo’n 18 tot 20% van de uitbreidingsvraag een voorkeur heeft voor het werkmilieu grootschalig HMC (hoge milieucategorie). De energietransitie en circulaire transitie hebben hierop invloed. Deze trends zorgen niet alleen voor ‘schone’ bedrijven, maar vragen ook om ruimte voor activiteiten die een bepaalde mate van hinder veroorzaken (stof, geluid, externe veiligheid, et cetera).

5

Zie ook onderzoek RHDV (2022) naar Meerwaarde Smart Energy Hubs; klik hier.

23

24

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

Tabel 4: Totale uitbreidingsvraag naar werkmilieu in De Bevelanden Werkmilieu

EIB laag (periode 2024 t/m 2032)

EIB hoog (periode 2024 t/m 2032)

Gemengd/interactie

1 hectare

3 hectare

Regulier

18 hectare

33 hectare

XXL-logistiek

8 hectare

16 hectare

Grootschalig HMC

6 hectare

12 hectare

Totaal

34 hectare

65 hectare

Bron: Actualisatie Prognose Bedrijventerreinen Zeeland (2023), bewerking Stec Groep (2024)

Kwantitatief aanbod In de regio De Bevelanden is er circa 21 hectare planaanbod uitgeefbaar. Het grootste aandeel van dit uitgeefbaar aanbod bevindt zich op Bedrijvenpark Deltaweg met 17,5 hectare. Belangrijke aantekening hierbij is dat een deel van dit aanbod al onder optie/reservering ligt. Afhankelijk van de herkomst van deze vraag is dit een concretisering van de geraamde uitbreidingsvraag.

Tabel 5: Uitgeefbaar hard planaanbod Gemeente

Bedrijventerrein

Planstatus

Goes

Bedrijvenpark Deltaweg

Hard

17,5 hectare

Goes

De Poel II en III

Hard

1,5 hectare

Noord-Beveland

Oostzeedijk Oost6

Hard

2,0 hectare

Borsele

Uitbreiding Noordzak Fase 3

Hard

0,2 hectare

Totaal regio

Uitgeefbaar

21,2 hectare

Bron: IBIS (2023), bewerking Stec Groep (2024).

Kwalitatief aanbod De kavels op Bedrijvenpark Deltaweg hebben een grootte van 0,1 tot 2 hectare. Daarnaast is er ruimte voor bedrijvigheid t/m milieucategorie 3 op dit terrein. Hiermee is het terrein geschikt voor het reguliere werkmilieu. Op basis van de beschikbare informatie zien we dat er voor ongeveer 75% van de kavels belangstelling is. Deze kavels zijn al in optie of gereserveerd. Het overige aanbod is ook beperkt met maximaal milieucategorie 3 en kavelgroottes tot de 2 hectare.

6

Dit betreft een particulier terrein. De gemeente gaat hier niet over de uitgifte.

25

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

Tabel 6: Kwalitatieve beoordeling planaanbod Bedrijventerrein

Milieucategorie

Kavelgroottes

Werkmilieu

Bedrijvenpark Deltaweg

t/m milieucategorie 3

0,1 tot 2 hectare

Regulier

De Poel II en III

t/m milieucategorie 3

0,2 tot 2 hectare

Regulier

Oostzeedijk Oost

t/m milieucategorie 3

n.n.b.

Regulier

Uitbreiding Noordzak Fase 3

t/m milieucategorie 3

0,1 tot 1 hectare

Regulier

Zachte plannen Er zijn naast bovenstaande harde plannen (met een vastgesteld bestemmings-/omgevingsplan) ook zachte plannen voor bedrijventerreinen. Er zijn zachte plannen voor een nader te bepalen locatie in Noord Beveland, Smokkelhoek II (Kapelle), uitbreiding Deltaweg en uitbreiding van bedrijventerrein tussen ADRZ en de A58 (Goes), Nishoek (Reimerswaal), De Poort (Reimerswaal) en Olzendepolder (Reimerswaal). Of deze zachte plannen omgezet (kunnen) worden naar hard planaanbod, en hoeveel netto uitgeefbare grond hier beschikbaar komt, is sterk afhankelijk van opgaven zoals benodigde ruimte voor waterberging, groen en landschappelijke inpassing. Maar ook van beperkende factoren als stikstof en netcongestie. Oplossingen op deze thema’s zijn randvoorwaarden voor het ontwikkelen van nieuwe plannen. Beter benutten bestaande voorraad Een deel van de ruimtevraag kan potentieel opgevangen worden in bestaande voorraad aan bedrijventerrein. Een globale blik op de bedrijventerreinen in de regio laat zien dat de arbeidsintensiteit (aantal banen per hectare) en de floor space index (verhouding bedrijfsvloeroppervlakte en omvang kavel) relatief laag zijn. Deels hangt dit samen met de activiteiten op de terreinen, maar deels ook door de wijze van uitgifte in het verleden.

Specifiek heeft Reimerswaal recent laten onderzoeken hoe de benutting van de terreinen is in vergelijking met de planologische mogelijkheden. Hieruit bleek dat sommige (delen van) bedrijventerreinen nog relatief onderbenut zijn. Denk bijvoorbeeld aan kavels waarbij niet het volledige bouwvlak wordt benut, of aan vastgoed dat nog niet zo hoog is gebouwd als de maximale bouwhoogte. In Reimerswaal kan circa 25% tot 30% van de lokale behoefte aan bedrijventerreinen (kwantitatief) op bestaande bedrijventerreinen gefaciliteerd worden door de ruimte beter te benutten. De mate waarin hiermee ook daadwerkelijk ruimte te winnen valt, is alleen van veel factoren afhankelijk. Denk aan de bereidheid en inzet vanuit gemeenten en provincie (beleid, geld, capaciteit) om hierop te sturen, alternatief aanbod en schuifruimte om het beter benutten mogelijk te maken, in hoeverre het aanbod kwalitatief past op de vraag, investeringsmomentum bij bedrijven en de mate waarin aanbod en vraag in de tijd aansluiten. Zo’n inzicht is niet (actueel) voor de hele regio De Bevelanden beschikbaar, maar het is aannemelijk dat ook op andere terreinen in de regio kansen liggen voor ‘beter benutten’ 7.

7

De NEER-analyses uit 2020 geven op zekere hoogte ook een beeld van het ruimtegebruik. Hierin is echter niet onderzocht of er bijvoorbeeld planologische mogelijkheden onbenut blijven.

26

Afspraken voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

3.2.1 Confrontatie vraag-aanbod Op basis van de analyse van de ruimtevraag en de kenmerken van het planaanbod maken wij de confrontatie: • We constateren dat de uitbreidingsvraag in de regio De Bevelanden in de periode 2024 t/m 2032 34 tot 65 hectare bedraagt. In de periode 2033 t/m 2040 komt daar nog 22 tot 46 hectare uitbreidingvraag bij. Over de hele periode 2024 t/m 2040 bedraagt de uitbreidingsvraag dus 56 tot 111 hectare. Naast uitbreidingsvraag verwachten we in de periode 2024 tot 2040 nog 22 hectare vervangingsvraag op basis van de nu bekende transformatieplannen. De totale vraag over deze periode komt daarmee op 77 tot 132 hectare. • Bovenop op de uitbreidingsvraag en vervangingsvraag kan additionele vraag komen. Deze vraag is op voorhand lastig te kwantificeren en daarom nog niet meegenomen in de confrontatie. Via aanvullend (lokaal) onderzoek kan in beeld komen of en in welke mate van additionele vraag sprake is. • Het harde planaanbod bedraagt zo’n 21 hectare. • We confronteren de uitbreidingsvraag en de vervangingsvraag met het harde planaanbod, zie figuur 10). Zo ontstaat er in de periode 2024 t/m 2032 een ruimtebehoefte van zo’n 34 hectare in het lage scenario en 65 hectare in het hoge scenario. Kijken we over de hele periode 2024 t/m 2040 dan bedraagt de ruimtebehoefte 56 tot 111 hectare.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15938866/1