9.1 Rapportage Sociaal domein 2025 – Definitief
Tekst van het document
RAPPORTAGE SOCIAAL DOMEIN 2025
Rapportage 2025 Sociaal Domein Borsele INHOUD
Rapportage Sociaal Domein 2025............................................................................................................... 2 1. INLEIDENDE WOORDEN ........................................................................................................................... 4 2. WIE DOET WAT? ........................................................................................................................................ 5 3. ALGEMEEN SOCIAAL DOMEIN .................................................................................................................. 6 3.1 Beleidskader sociaal domein ................................................................................................................ 6 3.2 Algemene ontwikkelingen ..................................................................................................................... 7 3.2.1 Jeugd ................................................................................................................................................... 7 3.2.2 Wmo..................................................................................................................................................... 8 3.2.3 Ontwikkelingen wonen en zorg ..........................................................................................................
9 3.2.4 Zorg & Veiligheid ................................................................................................................................. 9 3.2.5 Toezicht en naleving ........................................................................................................................... 9 3.2.6 Brede participatie sociaal domein ................................................................................................... 10 3.2.7 Lokale Inclusie agenda ..................................................................................................................... 10 3.3 Ontwikkelingen uitvoeringsorganisaties ............................................................................................ 10 3.3.1 Governance sociaal domein ............................................................................................................. 10 3.3.2 GGD Zeeland ..................................................................................................................................... 11 3.3.3 Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio............................................................ 13 3.3.4 Uitvoeringsorganisatie GR de Bevelanden WIZ ............................................................................... 13 4.
BESCHOUWINGEN AAN DE HAND VAN IV3 ............................................................................................. 14 Inleiding ..................................................................................................................................................... 14 | 6.1 | Samenkracht en burgerparticipatie ................................................................................................ 14 Welzijnshuis ............................................................................................................................................... 14 6.1.1 Vrijwilligerswerk & mantelzorgers ................................................................................................... 14 6.1.2 Maatschappelijke activering ............................................................................................................ 15 6.1.3 Nieuwkomers .................................................................................................................................... 15 | 6.2 | TOEGANG en eerstelijnsvoorzieningen ........................................................................................... 16 6.2.1 Toegang en eerstelijnsvoorziening wmo .........................................................................................
16 6.2.2 Toegang en eerstelijnsvoorziening jeugd ........................................................................................ 16 6.2.3 Toegang en eerstelijnsvoorziening integraal .................................................................................. 19 | 6.3 | Inkomensregelingen ........................................................................................................................ 21 6.3.1 BUIG (Wet bundeling uitkeringen inkomensvoorziening aan gemeenten) .................................... 21 | 6.4 | Begeleide participatie ...................................................................................................................... 23 De Betho..................................................................................................................................................... 23 | 6.5 | Arbeidsparticipatie ........................................................................................................................... 24 | 6.6 | Hulpmiddelen en diensten (WMO)................................................................................................... 25 | 6.7 | Maatwerkdienstverlening 18+ ......................................................................................................... 26
Bladzijde 2
Rapportage 2025 Sociaal Domein Borsele 6.7.1 Huishoudelijke ondersteuning ......................................................................................................... 26 6.7.2 Begeleiding ....................................................................................................................................... 27 6.7.3 Maatwerkdienstverlening 18- ........................................................................................................... 28 | 6.8 | Geëscaleerde zorg 18+ ..................................................................................................................... 31 6.8.1 Geëscaleerde zorg 18-....................................................................................................................... 32 | 7.1 | Volksgezondheid .............................................................................................................................. 32 5. FINANCIEEL ............................................................................................................................................ 34 Financiële verantwoording ....................................................................................................................... 34 6.
BIJLAGEN ................................................................................................................................................ 35
Bladzijde 3
Rapportage 2025 Sociaal Domein Borsele 1. INLEIDENDE WOORDEN In deze ‘Rapportage sociaal domein 2025’ geven we de stand van zaken weer van de ontwikkelingen in het sociaal domein binnen Borsele. Deze ‘Rapportage sociaal domein 2025’ is gekoppeld aan de gemeentelijke programmarapportage (prorap). De prorap behelst de financiële stand van zaken voor de gemeente, waaronder ook voor het sociaal domein. In de ‘Rapportage sociaal domein 2025’ concentreren we ons dan ook op de inhoud van het programma sociaal domein. In de ‘Rapportage sociaal domein 2025’ hebben we de resultaten van ons actie- en koersplan, net zoals in 2024, verweven in de inhoudelijke thema’s en/of de IV3-taakvelden. Uit verschillende bronnen/informatieoverzichten halen we data op. Samen met onze data-analist geven we in deze ‘Rapportage sociaal domein 2025’ - door middel van diverse grafieken en tabellen zowel kwalitatief als kwantitatief inzicht in ontwikkelingen. Aansluitend daarop geven we een tekstuele toelichting om inzicht te geven in de algemene trends en de opvallendste ontwikkelingen.
Bladzijde 4
Rapportage 2025 Sociaal Domein Borsele 2. WIE DOET WAT? Vanuit de gemeentelijke verantwoordelijkheid zijn binnen het sociaal domein meerdere organisaties actief om onze inwoners te ondersteunen. In het volgende overzicht brengen we in beeld met welke organisaties we te maken hebben en wat deze doen. Organisatie Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland (GGD Zeeland) Veilig thuis (GGD Zeeland)
Werkgebied Provinciaal
Taken (kort verwoord) Uitvoering geven aan taken op het gebied van de Wet publieke gezondheid.
Provinciaal
Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (IJZ, GGD Zeeland) Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio (SWVO)
Provinciaal
Werk, Inkomen en Zorg (WIZ, GR de Bevelanden)
Regionaal (5 Bevelandse gemeenten) Regionaal (5 Bevelandse gemeenten)
Advies en meldpunt Huiselijk geweld en kindermishandeling (onderzoek, advies, scholing meldcode en radarfunctie). Inkopen en contracteren van jeugdzorg: beheer van contracten, verzamelen gegevens t.b.v. monitoring en verantwoording op productniveau. Backoffice beleid (inkoop en betalingen) voor de Wmo maatwerkvoorzieningen (regiotaxi, huishoudelijke ondersteuning, hulpmiddelen, et cetera). Daarnaast ook werkzaamheden op het gebied van gezondheid, cultuur, volwasseneneducatie en leerlingenvervoer. Toegang voor werk, inkomen en Wmo-zorg en uitvoering van taken rondom inburgering.
Stichting Maatschappelijk Werk en Welzijn Oosterschelderegio (SWMO) Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) Borsele
Regionaal (7 Oosterscheldegemeenten)
Maatschappelijk werk, cliëntondersteuning.
Borsele
Gemeentelijk loket voor alle vragen over- en het aanbieden van preventieve activiteiten rondom opvoeden en opgroeien, inclusief de toegang voor de jeugdzorg: intakes, kortdurende ondersteuning en toekennen van zorg door middel van beschikking.
Welzijnshuis
Borsele
College voor Zorg en Welzijn (CZW)
Provinciaal
Task Force Jeugd
Provinciaal
De gemeentelijke welzijnsorganisatie. Organisatie preventieve activiteiten, ondersteuning vrijwilligers en mantelzorgers et cetera. Beleid rondom anti-discriminatie, huiselijk geweld, beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. Verantwoordelijk voor de gemeente-overstijgende taken m.b.t. jeugdbeleid.
Zeeuwse Samenwerking Sociaal Domein (ZSSD) / OZO
Provinciaal
Zeeuwse samenwerking tussen dertien gemeenten voor het krijgen van meer grip en overzicht, met een goede balans tussen bestuurlijke wensen en beschikbare capaciteit.
Bladzijde 5
Rapportage 2025 Sociaal Domein Borsele 3. ALGEMEEN SOCIAAL DOMEIN 3.1 Beleidskader sociaal domein Het huidige beleid is verwoord in het 'Actieplan Sociaal domein Borsele 2020-2023'. In de vergadering van 17 oktober 2024 heeft de raad de looptijd van het actieplan - als ook het Koersplan sociaal domein Borsele - verlengd tot eind 2025. Terugkijkend op onze huidige nota zien we dat sinds 2020 vele acties zijn uitgevoerd, de resultaten hiervan vindt u terug in deze rapportage. De afgelopen jaren is de zorg- en ondersteuningsbehoefte van inwoners toegenomen. Dit wordt o.a. versterkt door vergrijzing, veranderde leefomstandigheden en (ongezonde) leefgewoonten. Door grote financiële tekorten en krapte op de arbeidsmarkt worden we gedwongen het sociaal domein anders in te richten. Het zorgt voor noodzakelijke veranderingen in ons zorgstelsel, in ons denken en ons doen. Het algemene uitgangspunt daarbij is dat (steeds) meer wordt uitgegaan van de eigen kracht van inwoners en het belang van een sterke sociale basis, zodat zorg beschikbaar blijft voor de meest kwetsbare doelgroepen. Een samenleving waarbij mensen worden geacht meer zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun sociaal welzijn en gezondheid is geen nieuwe koers. Echter, als samenleving zijn we er de afgelopen jaren onvoldoende in geslaagd deze koers vast te houden.
Aangezien de zorgkosten de pan uit rijzen en de krapte op de arbeidsmarkt alleen maar toeneemt, heeft het Rijk stringente regels bedacht om deze te bestendigen. De nieuwe verplichte programmalijnen, richtlijnen en aanvullingen op de wetgeving moeten in samenhang het antwoord geven op de beheersbaarheid en het verder verwezenlijken van een koersverschuiving binnen het sociaal domein. Tegelijkertijd wordt hiermee de druk op de financiën verlaagd. De diverse landelijke programma’s en regionale ontwikkelingen zijn hierop ingericht, en deze staan vanzelfsprekend niet op zichzelf. Ze zijn gebaseerd op een integrale visie op het sociaal domein en worden om deze reden ook in samenhang uitgewerkt. Het jaar 2025 stond voor ons in het teken van het formuleren van kaders voor het nieuwe beleid dat in 2026 van start gaat. In juni hebben we de raad meegenomen in onze ambitie. In de raadsvergadering van 3 juli 2025 heeft de raad zowel de inhoudelijke als financiële kaders voor de uitvoering van het beleidskader sociaal domein vastgesteld. Het betreft een extra € 920.000 structureel per jaar en € 810.000 incidenteel in totaal voor de periode 2026 t/m 2028 voor de uitrol van het plan.
De inhoudelijke uitgangspunten en richtinggevende principes zijn afgelopen maanden uitgewerkt in het beleidskader Sociaal Domein 2026-2031 ‘Anders denken, anders doen’, welke door de gemeenteraad op 6 november is vastgesteld. Zoals eerder aangegeven bouwen we voort op bestaand beleid en de basisinrichting van ons huidig lokaal team. Het beleidskader is strategisch van aard, gericht op de lange termijn en vormt de basis voor de aanpak van de uitdagingen en kansen in het sociaal domein. Leidende principes beleidskader sociaal domein 2026-2031 De noodzakelijke omslag in ons denken en doen biedt kansen om meer te werken vanuit de sociale basis door sterke verbindingen en voorliggende voorzieningen. We rekenen op de zelf- en samenredzaamheid van een inclusieve samenleving waarin iedereen naar eigen vermogen meedoet. Een hulpvraag van een inwoner vraagt niet altijd om professionele ondersteuning. Veel situaties horen bij het leven en kunnen samen worden opgelost, waarmee we de eigen kracht versterken. Waar professionele hulp nodig is, is deze aanvullend en bij voorkeur tijdelijk. Wanneer herstel niet mogelijk is, richten we ons op acceptatie en het leren omgaan met de situatie. We investeren in sociale netwerken en het versterken van de veerkracht, zodat iedereen onderdeel blijft van onze samenleving. Bladzijde 6
Rapportage 2025 Sociaal Domein Borsele
Opbouw van het beleidskader Het beleidskader is opgebouwd vanuit één gedeelde visie en bevat vier maatschappelijke doelstellingen, elk gekoppeld aan een ondersteuningsniveau. Deze vormen samen het kompas voor beleid en uitvoering in het sociaal domein. Zo bieden we houvast aan professionals en zorgen we voor samenhang en richting. De vier maatschappelijke doelstellingen zijn: 1. Stimuleren van zelfredzame inwoners 2. Versterken van een sterke sociale basis in een vitale samenleving 3. Bieden van passende ondersteuning dichtbij inwoners 4. Waarborgen van kwalitatieve zorg en ondersteuning Het versterken van de sociale basis loopt als rode draad door alle doelstellingen. Omdat het beleidskader een document op hoofdlijnen is, werken we de concrete actiepunten per doelstelling uit in een afzonderlijke uitvoeringsagenda. In de uitvoeringsagenda 2026–2027 geven we inzicht in de acties die we de komende twee jaar willen oppakken. Door deze acties te koppelen aan de vier ondersteuningsniveaus bevorderen we integraliteit en samenhang binnen het sociaal domein. De uitvoeringsagenda wordt samen met inwoners, organisaties en andere gemeenten uitgewerkt en tweejaarlijks geactualiseerd. Zo kunnen we inspelen op nieuwe ontwikkelingen en maatschappelijke behoeften. In 2026 beraden we ons hoe we de rapportage sociaal domein in de toekomst willen vormgeven.
In 2026 rapporteren we uiteraard conform de reguliere ijkmomenten van de gemeentelijke cyclus. 3.2 ALGEMENE ONTWIKKELINGEN 3.2.1 Jeugd Algemeen Te veel kinderen en gezinnen in kwetsbare situaties wachten nu soms te lang op jeugdzorg. Zij zijn de dupe van de toenemende druk op de jeugdzorg. Het stelsel is overbelast, terwijl snelle hulp om te voorkomen dat de problematiek erger wordt soms nodig is. We zien dat er een groep jeugdigen is die kampt met psychische problemen en dat de mentale gezondheid in zijn algemeenheid onder druk staat. We zien ook binnen Borsele dit jaar opnieuw een verzwaring in de jeugdzorgtrajecten die door werken in de (financiële) cijfers. Dat uit zich vooral in een stijging van de kosten binnen de jeugd-GGZ en ambulante hulpverlening, de zorg wordt complexer, zwaarder en langere doorlooptijden. We zien ondanks alle inspanningen een stijging van het aantal jeugdigen met een indicatie jeugdhulp, en daarmee ook een stijging van de totale kosten. We zien wel dat het aandeel verwijzingen via de gemeente stijgt ten opzichte van de ‘overige wettelijk verwijzers’; dat is een gunstige ontwikkeling omdat we in deze casussen meer grip hebben op de inzet en het verloop (effect) van zorg. Het neveneffect van deze stijging is wel dat er een groter beroep wordt gedaan op de inzet (belasting) van onze eigen CJG-medewerkers.
Bladzijde 7
Rapportage 2025 Sociaal Domein Borsele Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 en Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming De ‘Hervormingsagenda Jeugd’ (HAJ) omvat een groot pakket afspraken dat erop gericht is de jeugdzorg inhoudelijk te verbeteren en het stelsel financieel houdbaar te krijgen voor de toekomst. Niet alle voorgestelde maatregelen vragen evenveel (lokale) aandacht. Voor sommige maatregelen geldt dat het Rijk het voortouw neemt, voor andere is de jeugdhulpregio Zeeland aan zet. Het ‘Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming’ is een landelijk programma van de ministeries VWS, JeV en VNG. Kinderen en gezinnen krijgen soms niet de ondersteuning die ze nodig hebben. Het programma richt zich op het verbeteren van de hulp en bescherming aan gezinnen waar de ontwikkeling van kinderen bedreigd wordt of veiligheid in het geding is. Binnen Zeeland is voor de doorontwikkeling en opzetten van een regionaal veiligheidsteam in 2024 een kwartiermaker aangesteld die hiermee in samenspraak met de gemeenten aan de slag gaat. Stevig lokaal team In het pakket aan maatregelen zoals opgesteld binnen de HAJ en het Toekomstscenario Jeugd- en Gezinsbescherming is een belangrijke rol toebedeeld aan het versterken van de lokale (sociale) teams. Deze teams hebben een zeer belangrijke, centrale rol bij het behalen van de transformatiedoelen zoals beschreven in de Jeugdwet.
Er wordt verwacht dat de Stevige lokale teams (SLT’s) de sleutel zijn voor het terugdringen van de jeugdhulp. Dit betekent dat wij ons nog meer moeten richten op de inzet van tijdige en passende hulp aan of dichtbij huis en aansluiting bij het toekomstig op te richten sociaal veiligheidsteam (toekomstscenario). Het doorontwikkelen en verder inrichten van het Stevig lokaal team Borsele is meegenomen als een belangrijk item binnen ons beleidskader sociaal domein 2026-2031. Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling Op 1 juli 2013 is de Wet Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling in werking getreden. Deze wet verplicht alle organisaties, inclusief gemeenten, en professionals die werken met kinderen, gezinnen en ouderen, om de meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (hierna: meldcode) toe te passen. De meldcode geldt voor partnergeweld, kindermishandeling en ouderenmishandeling, en omvat daarnaast ook eer-gerelateerd geweld en meisjesbesnijdenis. Onze professionals werken al jaren volgens de meldcode, alleen ontbrak er nog een lokaal plan. In 2025 hebben we daarom een implementatieplan geschreven om het werken via de meldcode verder uit te werken binnen onze organisatiestructuur. Het doel is om de werkwijze van de meldcode stevig te verankeren binnen de organisatie, over alle domeinen heen. 3.2.2 Wmo De druk op de maatwerkvoorzieningen blijft.
Zowel bij gemeenten als bij zorgaanbieders staan de capaciteit en de middelen onder spanning. Onze focus ligt op het verbeteren van de samenwerking, de doelmatigheid en de efficiency. Dat doen we samen met onze belangrijke ketenpartners en verwijzers zoals de huisartsen, het maatschappelijk werk en de GGZ-aanbieders. Dat is ook de lijn die vanuit GALA en IZA wordt uitgezet. Met ‘Kerngezond Borsele’ hebben we een concreet project dat daarmee aan de slag gaat (zie ook hoofdstuk 7.1 | Volksgezondheid). We zoeken voortdurend naar mogelijkheden om de druk op de maatwerkvoorzieningen niet verder toe te laten nemen. Dat doen we door voorliggende voorzieningen te ontwikkelen zoals: • De pilot Begeleiding dichtbij, voorliggend op de maatwerkvoorziening Wmo-begeleiding. • Het (door) ontwikkelen van de inloopvoorzieningen voor kwetsbare doelgroepen. • Het versterken van de lokale sociale netwerken. Vanaf 2027 wil het nieuwe kabinet voor de maatwerkvoorzieningen een ‘inkomensafhankelijke eigen bijdrage’ invoeren met landelijke normen én met oog voor de betaalbaarheid voor de lage- en middeninkomens. Bladzijde 8
Rapportage 2025 Sociaal Domein Borsele
3.2.3 Ontwikkelingen wonen en zorg In april 2024 is de Bevelandse Woon(zorg)visie 2024-2028 vastgesteld door alle raden van de Bevelandse gemeenten. Regio De Bevelanden wil een zorgzame regio zijn waar vraag en aanbod naar wonen met zorg in balans is, ook voor de meest kwetsbare groepen. De opgave voor wonen en zorg vraagt samenwerking tussen en gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokken partijen. Daarbij is een goede koppeling tussen het sociaal en fysiek domein een belangrijke voorwaarde. Samen met Beveland Wonen, de Huurdersvereniging, alle Bevelandse gemeenten, Zorgpartijen (voor ouderenzorg, geestelijke gezondheidszorg, Jeugd en gehandicaptenzorg), CZ Zorgkantoor en het CZW Bureau hebben we gewerkt aan een raamovereenkomst voor de jaren 2025-2028. Deze is 18 september 2025 ondertekend door alle betrokken partijen. We zetten hierbij in op een langdurige samenwerking en het samen oppakken van vraagstukken die raken aan de domeinen wonen en zorg. Op 1 januari 2025 is het pré-mantelzorgbeleid in werking getreden. Dit was een van de acties uit de Bevelandse Woon(zorg)visie 2024-2028. Met dit beleid wordt het mogelijk om een (pré)mantelzorgwoning in te richten, voordat er daadwerkelijk sprake is van een mantelzorgsituatie. Zo kunnen inwoners alvast dichtbij hun naaste wonen.
De regeling is bedoeld voor ouderen vanaf 70 jaar en mensen met een medische indicatie waarbij de verwachting is dat ze in de toekomst in een mantelzorgsituatie komen. Met dit beleid stimuleren wij als gemeente dat mensen meer voor elkaar gaan zorgen, ontlasten we de druk op de zorg, besparen we op de Wmo en stimuleren we doorstroom op de woningmarkt. Dit beleid is tot stand gekomen door integrale samenwerking tussen diverse domeinen binnen gemeente Borsele. Sinds begin van het jaar werken we nauw samen met collega’s van wonen en volkshuisvesting in voorbereiding op de Wet versterking regie volkshuisvesting. Binnen deze wet worden aandachtsgroepen benoemd, die een plek moeten krijgen in een volkshuisvestingsprogramma en huisvestingsverordening. Dit moet ook verankerd worden in onze Wmo-verordening. De wet zal naar verwachting op 1 juli 2026 in werking treden. 3.2.4 Zorg & Veiligheid De aanpak rondom mensen met zorgwekkend gedrag wordt steeds verder ingevuld. Eerder constateerden we hiaten in de aansluiting van de zorgketen. In 2024 is er Zeeuwsbreed een onderzoek gedaan naar wat domeinoverstijgend, regionaal en lokaal nodig is voor een goede aanpak. Dat heeft met name betrekking op vraagstukken waar de zorgvraag ook de openbare orde en veiligheid raakt. Een rapport van dit onderzoek met voorgestelde interventies is in oktober 2024 gepresenteerd.
Dit onderzoek adviseert op een gezamenlijke visie en aanpak en stelt acht deelprojecten met interventies voor. Van de acht deelprojecten die in het onderzoek van 2024 over domeinoverstijgende samenwerking zijn aanbevolen, zijn er inmiddels vier door de Zeeuwse gemeenten aangenomen. Dit betreft de deelprojecten: ‘domeinoverstijgend samenwerken’, ‘doorbraakmethode’, ‘regionaal interventieteam’ en ‘samenwerkingsstructuur zorg en veiligheid’. Deze projecten krijgen steeds meer vorm waardoor ook een nauwere samenwerking ontstaat met het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland. Voor de doorbraakmethode zijn de opleidingen inmiddels gepland en het Regionaal Interventieteam is op 1 september 2025 van start gegaan. De start van dit team versterkt de verbinding met de WijkGGD en is daarmee ook de lokale koppeling tussen welzijn, zorg en veiligheid. Dit zorgt voor een nog betere inbedding van deze samenwerking binnen onze organisatie. We zien een positief effect van de samenwerking tussen zorg en veiligheid (zie ook IV3 6.8 Geëscaleerde zorg 18+). 3.2.5 Toezicht en naleving De meeste zorgaanbieders leveren zorg op een verantwoorde wijze conform wet- en regelgeving en kwaliteitseisen. Helaas komt er ook zorgfraude en onrechtmatigheid voor. Gemeenten zijn verplicht Bladzijde 9
Rapportage 2025 Sociaal Domein Borsele om inhoud en vorm te geven aan het voorkomen en bestrijden van onrechtmatigheden. Op 7 maart 2024 hebben we het ‘Beleidsplan Toezicht en Naleving Wmo en Jeugdwet’ met u gedeeld dat door alle Zeeuwse gemeenten is vastgesteld. Hierdoor werken we eenduidig samen volgens een uniform beleid. In 2025 zijn zes toezichthouders gestart die, samen met de kwartiermaker, het proces verder hebben ingericht en alle voorwaarden hebben geregeld. Zo zijn we aangesloten bij Stichting Informatieknooppunt Zorgfraude, is er een toezichtskader opgesteld en werken we middels het systeem Basisbeeld. In het laatste kwartaal van 2025 worden het controleplan Jeugd en het handhavingskader vastgesteld door alle Zeeuwse colleges. Er zijn inmiddels via verschillende gemeenten signalen binnen gekomen die nu worden onderzocht door de toezichthouders. 3.2.6 Brede participatie sociaal domein In 2024 hebben we belangrijke stappen gezet om brede participatie binnen het sociaal domein te versterken en beter te organiseren. In 2025 hebben we de ingezette koers voortgezet met als doel: we zetten niet langer de vorm, maar de bedoeling achter participatie centraal. Om medewerkers binnen domein Samenleving te ondersteunen bij de inzet van participatie, hebben we een participatiewaaier ontwikkeld.
Deze participatiewaaier biedt een overzicht van de verschillende doelen en vormen van participatie binnen Borsele. Daarnaast hebben we het participatieplatform ‘Praat Mee Borsele’ uitgebreid, zodat het eerder en vaker wordt ingezet om inwoners beter te betrekken bij besluitvorming en beleidsontwikkeling. Sinds eind 2024 is de burgerparticipatie Wmo met betrekking tot advisering (gevraagd en ongevraagd) over verordeningen en beleidsvoorstellen op het gebied van maatwerkvoorzieningen Wmo ondergebracht bij de huidige cliëntenraad Bevelands Belang Werk en Inkomen (BBWI). We hebben brede participatie ook toegepast in de totstandkoming van de nieuwe nota sociaal domein. We hebben zorgprofessionals (in- en extern) in het brede sociaal domein gevraagd mee te denken over de opgaven en kansen voor de komende jaren. De input is integraal onderdeel van de nieuwe nota sociaal domein. 3.2.7 Lokale Inclusie agenda De Lokale Inclusie Agenda, gestart in 2023, is in 2025 verder uitgewerkt. We organiseerden evenementen die voor iedereen toegankelijk zijn en verbeterden de communicatie met ondersteunende beelden. Daarnaast zetten we ons actief in op het voorkomen en bestrijden van laaggeletterdheid, voortbordurend op de acties van 2024. Op het gebied van gezondheid hebben we preventie en samenwerking met de eerstelijnszorg versterkt, onder andere via Kerngezond Borsele.
Inwoners kregen eenvoudig bereikbare hulp en zelfhulpmodules aangeboden. De leefomgeving is gezonder en toegankelijker gemaakt door meer groen, rookvrije zones en plekken die uitnodigen tot bewegen. De Lokale Inclusie Agenda wordt in 2025 geëvalueerd. Aan de hand daarvan wordt in 2026 een nieuwe Lokale Inclusie Agenda opgesteld en voorgelegd aan het college en de gemeenteraad. 3.3 ONTWIKKELINGEN UITVOERINGSORGANISATIES 3.3.1 GOVERNANCE SOCIAAL DOMEIN In het proces voor het oprichten van een nieuwe Gemeenschappelijke Regeling (GR) voor inkoop en toezicht van jeugdhulp, Beschermd Wonen (BW), Maatschappelijke Opvang (MO) en Vrouwenopvang (VO) willen de dertien Zeeuwse colleges een volgende stap zetten in de samenwerking binnen het sociaal domein in Zeeland. Gezien de uitdagingen van de huidige en komende tijd én de wettelijke en juridische eisen die aan een dergelijke samenwerking zijn verbonden, kiezen zij ervoor om dit te doen op basis van een gemeenschappelijke regeling in de vorm van een openbaar lichaam. Het doel van de samenwerking is het realiseren van een optimale organisatievorm voor het coördineren, voorbereiden en uitvoeren van regionale taken. Hiermee wordt de efficiency verbeterd, de bestuurlijke en ambtelijke drukte verminderd en de samenwerking versterkt. Belangrijke Bladzijde 10
Rapportage 2025 Sociaal Domein Borsele uitgangspunten zijn dat de samenwerking ten goede komt aan de kwaliteit van (organisatie van) ondersteuning aan de Zeeuwse inwoners en dat gemeentelijke regie op de taken gewaarborgd is. Er wordt nu gewerkt naar een toekomstplan regionale samenwerking sociaal domein. De Zeeuwse gemeenteraden zijn geïnformeerd via een tweetal (digitale) bijeenkomsten en een nieuwsbrief. De planning is erop gericht vanaf half december 2025 tot eind februari 2026 de ontwerpregeling voor te leggen over de in te richten GR Sociaal Domein Zeeland en het bestuurlijke besluitvormingsproces, waarin de raden een belangrijke rol hebben. Het streven is om per januari 2027 een regeling te hebben waarmee alle gemeenten kunnen instemmen. 3.3.2 GGD ZEELAND De GGD geeft uitvoering aan diverse taken op het gebied van de Wet publieke gezondheid (Wpg). Gezien de wettelijke kaders en de omvang van dit taakveld, hebben we de bestuursrapportage 2025 van de GGD aan u aangeboden in uw vergadering van 4 september 2025. Over het lopende proces rondom de samenwerking van de GGD met de Veiligheidsregio Zeeland wordt u afzonderlijk geïnformeerd. Binnen deze ‘Rapportage sociaal domein 2025’ benoemen we kort de algemene ontwikkelingen en lichten we twee onderdelen uitgebreider toe: - Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland. - Veilig Thuis Zeeland.
Het programma Publieke gezondheid van de GGD bestaat uit drie programmalijnen: 1. De programmalijn ‘Fysieke Veiligheid en bescherming’ omvat de taken op het gebied van infectieziekten, toezichttaken en fysieke leefomgeving, die onder de Algemene Gezondheidszorg (AGZ) vallen. In 2025 werkt de GGD verder aan het duiden van de vaccinatiecijfers van de Zeeuwse gemeenten over 2024 vanuit het RIVM. Deze cijfers tonen een voorzichtige stijging van de vaccinatiegraad in Zeeland. Vanuit de Taskforce Vaccinatiegraad werkt de GGD met gemeenten aan het intern en extern verbeteren van onderzoek en dienstverlening, om zo de vaccinatiegraad te verhogen. 2. De programmalijn ‘Gezondheid in de wijk’ beslaat vooral de Jeugdgezondheidszorg (JGZ). Met een integrale benadering zet de GGD in op de bescherming, de bewaking en de bevordering van gezondheid van de jeugd. De GGD heeft in 2025 een programmastructuur opgezet voor het plan ‘Toekomst JGZ’ en geeft hier uitvoering aan. Dit plan heeft enerzijds als doel de dienstverlening en bijbehorende effectiviteit van de JGZ verder te verbeteren. Deze staat ook in 2025 onder druk. Anderzijds wil de GGD de JGZ verder versterken zodat deze toekomstbestending wordt en blijft. Daarnaast verzorgt de GGD ‘Nu Niet Zwanger’ en het Prenataal huisbezoek binnen haar reguliere dienstverlening.
Ook voert de organisatie aanvullende diensten uit en taken op het gebied van ‘publieke gezondheid asielzoekers’ en reguliere JGZ aan niet-geregistreerde vluchtelingenkinderen. In 2025 zijn de resultaten gepubliceerd van de gezondheidsmonitor ‘Jongvolwassenen’ en de gezondheidsmonitor ‘Volwassenen en Ouderen’. 3. De programmalijn ‘Sociale veiligheid’ richt zich op zorgwekkende situaties en het gevoel van veiligheid van inwoners. Deze lijn omvat onder meer het Meld- en Adviespunt Bemoeizorg (MAB) en de forensische geneeskunde (FG). In 2025 zien we opnieuw capaciteitsproblemen in de Forensische Geneeskunde vanwege arbeidsmarktkrapte. In maart heeft de politie de landelijke aanbesteding van één van de onderdelen van Forensische Geneeskunde - de arrestantenzorg afgerond, waarbij gunning niet aan GGD-en heeft plaatsgevonden. De GGD brengt eind 2025 in kaart of en tegen welke voorwaarden de resterende onderdelen lijkschouw en expertise alsnog kunnen worden uitgevoerd.
Bladzijde 11
Rapportage 2025 Sociaal Domein Borsele Landelijke ontwikkelingen zoals de programma’s GALA, IZA en het nieuwe Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) hebben impact op de werkzaamheden van de GGD. GGD Zeeland voert regie op de vijf ketenaanpakken en de algehele preventie-infrastructuur zoals beschreven in het GALA en IZA. Hier ontvangt de organisatie middelen voor uit de specifieke uitkering (SPUK) voor het IZA. Deze SPUK-middelen zijn beschikbaar van 2024 t/m 2026. Vanaf 2027 is de verwachting dat deze middelen via het AZWA zullen lopen. In hoofdstuk 7.1 | Volksgezondheid rapporteren we uitgebreid op dit thema. Een gezonde fysieke leefomgeving blijft een actueel thema. Dit heeft onder andere te maken met: - De stijgende en blijvende impact van klimaatverandering op de leefomgeving, met onder andere hitte en heftige regenval als gevolg. - De lopende ontwikkelingen rondom PFAS1 en de landelijke onderzoeken vanuit het RIVM. - De inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. De impact van de leefomgeving op de gezondheid van inwoners is en blijft groot. Deze (complexe) vraagstukken blijven een brede benadering van de aanpak publieke gezondheid door de GGD vragen.
Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland Eén van de basistaken van de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (IJZ) is het gezamenlijk inkopen en contracteren van de zogeheten ‘Zorg In Natura’ (ZIN) voor de jeugdhulp aan de inwoners van de dertien Zeeuwse gemeenten. De gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de toeleiding van jeugdigen naar deze hulp en de ondersteuning via hun toegangs- of gebiedsteams. Vanaf 2025 zijn gemeenten ook zelf verantwoordelijk voor de financiële verantwoording van de ingekochte zorg en worden de uitgaven verantwoord binnen de gemeentelijke begroting, de (personele uitvoeringskosten) van IJZ blijven wel binnen de begroting van de GGD vallen. Via IJZ ontvangen we maandelijks een financiële rapportage. We gebruiken deze rapportage - en de gegevens die beschikbaar zijn via het IJZ-dashboard ‘Grip op Jeugd’ - om onze afgegeven beschikkingen en financiën te monitoren en onze werkprocessen te verbeteren. Aanbesteding jeugdhulp Zoals eerder met de raad gecommuniceerd is het niet gelukt om in 2025 tijdig de nieuwe aanbesteding jeugdhulp 2026-2030 uit te schrijven. Het betreft een intensief proces. Er is meer tijd nodig om dit op een passende manier te doen zodat de nieuwe aanbesteding, de doelen van de landelijke Hervormingsagenda Jeugd en de regiovisie jeugdhulp Zeeland 2023-2028, ondersteunt en tegelijkertijd recht doet aan de financiële opgaven van gemeenten.
Omdat het niet mogelijk is de huidige contracten voor jeugdhulp nog een keer te verlengen, heeft de bestuurscommissie besloten een aanbesteding op basis van de huidige contractafspraken te doorlopen om op 1 januari 2026 rechtmatige contracten te hebben. Veilig Thuis Zeeland Veilig Thuis is het advies- en meldpunt voor vermoedens van huiselijk geweld, kindermishandeling en ouderenmishandeling. Daarnaast heeft Veilig Thuis een radarfunctie waardoor iedere organisatie en instelling verplicht is om te werken volgens de verbeterde meldcode met afwegingskaders. Vanuit deze rol levert Veilig Thuis een bijdrage aan het doorbreken van onveilige (thuis)situaties en het stoppen van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Veilig Thuis had aan het begin van het jaar een wachtlijst, waardoor zij zich alleen richtte op haar basistaken. De wachtlijst is met name ontstaan door personeelstekorten als gevolg van de krapte op 1
PFAS is de afkorting van poly- en perfluoralkylstoffen. Bladzijde 12
Rapportage 2025 Sociaal Domein Borsele de arbeidsmarkt in Zeeland. Door tijdelijke inzet van externe inhuur, wat hogere kosten en minder inzetbare uren met zich meebrengt, en een efficiëntieslag te maken op alle processen is het gelukt om een inhaalslag te maken. De wachtlijst is daardoor sinds de tweede helft van 2025 aanzienlijk afgenomen. Vanaf oktober 2025 zijn bijna alle openstaande vacatures ingevuld met nieuw personeel, waardoor wordt verwacht dat in 2026 geen externe inhuur meer nodig is. Het streven van Veilig Thuis is om eind 2025 volledig wachtlijstvrij te zijn, zodat zij ook haar neventaken en radarfunctie weer kan oppakken. Daarnaast onderzoekt de organisatie momenteel hoe ze onderdeel kan worden van de Stevige lokale teams en hierin kan samenwerken met gemeenten. 3.3.3 Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio De taken van SWVO hebben we opgenomen in de tabel in hoofdstuk 2. Eén van de basistaken is het gezamenlijk inkopen en contracteren van de zogeheten ZIN voor Wmo namens de deelnemende gemeenten. Op 1 mei 2024 is het nieuwe contract ingegaan met aanbieders van Wmo-ondersteuning. De bouwstenen voor ondersteuning van onze inwoners zijn gelijk gebleven, maar de manier van financieren is veranderd. We werken nu met een inspanningsgerichte bekostiging. Dat houdt in dat aanbieders per uur worden gefinancierd (PxQ-systematiek).
Vanaf 1 mei 2024 worden nieuwe indicaties op basis van de nieuwe contracten verleend. Voor de nog lopende indicaties geldt een overgangsperiode van twee jaar. Uiterlijk 1 mei 2026 moeten alle indicaties onder het oude contract zijn omgezet. In samenwerking met SWVO en de Oosterschelderegio-gemeenten monitoren we de impact van het nieuwe contract. Vooralsnog zien we positieve resultaten. Bij IV3-code 6.6 Maatwerkvoorzieningen gaan we daar dieper op in. Bij IV3-code 6.7.1. gaan we ook nog verder in op (de wachtlijsten bij) Huishoudelijke Hulp. 3.3.4 Uitvoeringsorganisatie GR de Bevelanden WIZ GR de Bevelanden afdeling Werk, inkomen en zorg (hierna: WIZ) geeft uitvoering aan de toegang tot Wmo-maatvoorzieningen en diensten. Daarnaast geeft GR de Bevelanden invulling aan beleid en uitvoering van de Participatiewet en voert zij werkzaamheden uit die voortkomen uit de Wet inburgering. De organisatorische ontwikkelingen hebben we opgenomen in de paragraaf ‘Brede toegang 0-100 en gebiedsgericht werken’ (H6.2 Wijkteams).
Bladzijde 13
Rapportage 2025 Sociaal Domein Borsele 4. BESCHOUWINGEN AAN DE HAND VAN IV3 INLEIDING In 2025 heeft het Rijk de indeling voor de IV3-categorieën aangepast waarbij de taakvelden voor Wmo en Jeugd zijn herzien. We rapporten de inhoudelijke en financiële ontwikkelingen per IV3-taakveld. | 6.1 | Samenkracht en burgerparticipatie Welzijnshuis We zijn al geruime tijd bezig met de positionering van het welzijnswerk als voorliggende ondersteuning ter voorkoming of vermindering van geïndiceerde maatwerkvoorzieningen. Rijksbeleid zoals het GALA, IZA en de Hervormingsagenda Jeugd, en ook zorgaanbieders doen steeds vaker een beroep op het welzijnswerk en de lokale sociale netwerken. Deze beweging ‘naar de voorkant’ zet zich stevig door. Dat betekent tegelijkertijd dat er ook steeds meer van onze welzijnswerkers gevraagd wordt. Onze welzijnsmedewerkers werken vraaggericht en zetten sterk in op sociale netwerken, wijkopbouw en preventie. Onze lief & leedstraten, preventieve huisbezoeken en ‘Een tegen eenzaamheid’ zijn voorbeelden van programma’s die daarvoor worden ingezet. De welzijnswerker is de verbinder naar de juiste voorliggende ondersteuning, werkt wijkgericht en is bekend met de lokale sociale kaart. We zien dat onze welzijnswerkers goed worden ‘gevonden’ door inwoners, vrijwilligersgroepen die actief zijn in de dorpen en ook door onze zorgpartners.
Zo biedt ons welzijn passende, laagdrempelige ondersteuning. Het gebiedsgericht werken met de medewerkers die een rol hebben in de toegang voor zowel Jeugd, Wmo, Participatiewet als Veiligheid, zorgt - waar nodig - voor een domeinoverstijgende invulling van de hulpvragen. Wanneer er sprake is van GGZ-problematiek en/of overlast voor de omgeving betrekken onze procescoördinatoren de welzijnswerkers bij die casussen; dit gebeurt in samenwerking met de Wijk-GGD’ers. Ook voor eenvoudige hulpvragen - waarvoor vrijwilligers worden ingezet – benaderen inwoners de welzijnswerkers steeds vaker. Voor de groeiende groep inwoners met psychosociale problematiek is op 1 april 2025 in ’s-Gravenpolder een inloopvoorziening met ervaringsdeskundigen van stichting ‘Hersteltalent’ gestart. Dit gebeurt in samenwerking met ActiefZorg, een aanbieder van dagbesteding. Via de huidige indicatieloze inloopvoorzieningen krijgen we regelmatig signalen van zorg, waardoor we vroegtijdig en preventief ondersteuning kunnen bieden. Onze laagdrempelige koffieochtenden in verschillende dorpshuizen zijn hier ook een mooi voorbeeld van. De verbinding van het jeugd- en jongerenwerk met het opbouwwerk als onderdeel van het plan ‘Integrale aanpak jeugdgroepen, van preventie tot repressie’ werkt goed. Het voorziet in een behoefte van de jongeren en in de behoefte van de omgeving om de overlast te beperken.
Omdat de jongerengroepen telkens ‘verjongen’ en veranderen, is dit een proces dat continue aandacht vraagt. 6.1.1 Vrijwilligerswerk & mantelzorgers Het werven en aanbieden van nieuwe vrijwilligers doen we zoveel mogelijk via het onlinedienstenplatform ‘Borsele Voor Elkaar’ en via onze sociale contacten in de dorpen. Het lukt op deze manier vaak om in de vraag te voorzien. Inwoners én zorgpartners weten het Welzijnshuis steeds beter te vinden, wat ook resulteert in een toenemende vraag naar vrijwillige ondersteuning. We hebben in 2025 de pilot ‘vrijwillige huisbezoeken 75+’ geborgd en voeren deze met behulp van vrijwilligers uit. Elk kwartaal worden inwoners die in dat kwartaal 75 jaar worden, aangeschreven voor een huisbezoek. Zij kunnen zelf bellen om een afspraak te maken. We horen van inwoners die Bladzijde 14
Rapportage 2025 Sociaal Domein Borsele zich aanmelden dat ze niet altijd behoefte hebben aan het huisbezoek, maar de mogelijkheid waarderen en er daarom toch gebruik van maken. Onze vrijwilligers geven aan dat inwoners vaak nog niet op de hoogte zijn van sommige regelingen (zoals mantelzorgondersteuning) en dat er daarom altijd wel nieuwe informatie bij zit. Dit informatieaanbod doet inwoners goed. De preventieve huisbezoeken zijn er om mensen te helpen passend, lokaal aanbod te vinden. We werken in aanvulling op de huisbezoeken daarom ook aan een folder per dorp waarin alle vaste activiteiten van het dorp worden vermeld. In 2025 hebben we ook onze regeling ‘Woon+++’ onder de aandacht gebracht bij onze energiecoaches, die dit meenemen tijdens hun huisbezoeken. Daarnaast zijn de lief & leedstraten in 2025 uitgebreid en organiseren we bijeenkomsten voor de betrokken gangmakers. We zien het aantal mantelzorgers in de gemeente toenemen. Mantelzorgers zijn van onschatbare waarde voor de samenleving, maar zij dragen steeds vaker de zorg alleen en raken overbelast. We bieden mantelzorgondersteuning volgens ons reguliere aanbod: het registreren, ondersteunen en waarderen van mantelzorgers.
Vanuit het nieuwe beleidskader sociaal domein werken we mantelzorgondersteuning verder uit, onder andere voor jonge mantelzorgers, mantelzorgers voor mensen met GGZ-problematiek en werkende mantelzorgers. We zetten hier ook in op de zogeheten ‘respijtzorg’2 vanuit de inloopvoorzieningen, het lotgenotencontact en laagdrempelige digitale mogelijkheden, met als doel om de weg naar ondersteuning goed te vinden.
6.1.2 Maatschappelijke activering De welzijnswerkers en opbouwwerker werken samen met de sociale netwerken in de kernen. Ze sluiten aan bij bestaande werkgroepen als daar behoefte aan is. De welzijnswerkers stimuleren via deze netwerken de opstart van nieuwe initiatieven die raakvlakken hebben met welzijn. Ook worden zij benaderd voor leefbaarheidsvragen of ideeën voor een inwonerinitiatief. Zij ondersteunen inwoners of werkgroepen in de realisatie van deze initiatieven. 6.1.3 Nieuwkomers Het huisvesten van statushouders is belegd bij WIZ. De meest recente cijfers van 2025 laten zien dat we al hebben voldaan aan de realisatie van de taakstelling. We merken echter dat het lastig blijft om
Respijtzorg biedt de mogelijkheid om de mantelzorgers de zorg van hun zorgvrager even over te laten nemen. De bedoeling is dat de zorggever even rust en vrij kan nemen van de zorg die hij/zij dag en nacht moet geven. 2
Bladzijde 15
Rapportage 2025 Sociaal Domein Borsele aan de taakstelling te voldoen. Dit komt omdat er minder mutaties in de woningvoorraad van Beveland Wonen zijn, waardoor er minder woningen vrijkomen om statushouders te huisvesten.
| 6.2 | TOEGANG en eerstelijnsvoorzieningen We blijven uitgaan van het principe dat investeren in preventieve en voorliggende voorzieningen – ofwel vroegsignalering - problematiek mogelijk minder groot kan laten worden. Deze visie dragen we uit naar al onze ketenpartners. We verwachten dat zij ook vanuit deze visie werken en dat zij bij een hulpvraag eerst goed kijken naar de eigen kracht van de inwoner, het netwerk en de mogelijkheden binnen onze voorliggende voorzieningen. Zo proberen we te normaliseren en tegelijkertijd de toenemende druk op de financiën te verminderen. Ook dit jaar hebben we geïnvesteerd in de verdere versteviging van samenwerking met professionals – zowel in- als extern – voor een verbeterde dienstverlening aan onze inwoners. Dit doen we integraal en domeinoverstijgend. Ook zijn diverse trainingen gevolgd ten behoeve van de (door)ontwikkeling van het Stevig lokaal team. 6.2.1 Toegang en eerstelijnsvoorziening wmo De toegang tot de Wmo wordt verzorgd door klantmanagers werkzaam bij GR de Bevelanden. Wij rapporteren dit hoofstuk niet afzonderlijk, hiervoor verwijzen we naar de 1e halfjaarrapportage 2025 van GR de Bevelanden WIZ.
6.2.2 Toegang en eerstelijnsvoorziening jeugd De ontwikkelingen binnen het sociaal domein en de hiermee gepaard gaande uitdagingen vragen om professionals die zich in dit brede veld kunnen bewegen en hier de kennis, deskundigheid, beroepshouding en vaardigheden voor hebben. De afgelopen jaren hebben we het Centrum Jeugd en Gezin (CJG) dusdanig ingericht dat we kunnen inspelen op de vraag en behoefte van gezinnen, zorgaanbieders en partners in het voorliggend veld. Zoals beschreven in ons actieplan werken we niet langer op basis van ‘recht op zorg’ maar gaan we uit van de eigen mogelijkheden van onze jeugdigen en gezinnen. Het CJG bestaat uit professionals die deel uitmaken van drie uitvoerende teams: - Het team Jeugd- en Gezinsondersteuners (JGO). - Het Toegangs Team (TT) Jeugd. - Het Consultatie- en Regieteam (CRT).
Bladzijde 16
Rapportage 2025 Sociaal Domein Borsele Ieder team heeft specifieke specialismen op het gebied van ketensamenwerking voor de uitvoering van de jeugdzorg en het hieraan gerelateerd preventieve jeugdbeleid. Bij volwassenen richt dit zich vooral op complexe zorgcasussen, verwarde personen en de verplichte GGZ, waarbij integraal handelen centraal staat. Tussen de teams wordt nauw samengewerkt bij op- en afschalen. We treden naar buiten als één CJG.
Team Jeugd- en Gezinsondersteuning Het JGO-team biedt laagdrempelige en kortdurende (opvoed)ondersteuning aan jeugdigen en gezinnen. Zij zijn een belangrijke schakel tussen kinderopvang, onderwijs en preventieve zorgondersteuning. Zij worden veelvuldig benaderd; door huisartsen, professionals maar ook door ouders zelf. In 2025 zagen we dat de schoolondersteuning enorm is gestegen t.o.v. van de vorige jaren (door de manier van registreren in voorgaande jaren is het niet goed mogelijk hier een vergelijk in te maken met voorgaande jaren. Mede daarom hebben we ervoor gekozen de schoolondersteuning niet op te nemen in onderstaand overzicht). De inzet voorziet in een behoefte en zorgt ervoor dat jeugdigen en gezinnen met kortdurende ondersteuning weer verder konden. Zij kwamen daardoor (mogelijk) niet terecht in geïndiceerde hulpverlening. Het team zorgt ook voor zichtbaarheid van het CJG, door laagdrempelig contact met onder andere kinderopvang, scholen en huisartsen.
Bladzijde 17
Rapportage 2025 Sociaal Domein Borsele
Toegangsteam Jeugd We hebben het Toegangsteam Jeugd (TT Jeugd) zo breed mogelijk ingericht; het TT Jeugd bestaat uit: - Jeugd- en gezinsprofessionals; - Een jeugdverpleegkundige (GGD); - Een psycholoog (inhuur) Gezinnen kunnen met opvoed- en opgroeivragen -groot en klein- terecht bij het CJG. Op basis van een brede vraagverheldering wordt een besluit genomen welke inzet passend is. Dat kan kortdurende ondersteuning zijn vanuit het CJG, inzet binnen het eigen netwerk en voorliggend veld, en/of gespecialiseerde (jeugd)zorg. Door een goede analyse en het tijdig inzetten van de ondersteuning voorkomen we dat niet-passende hulpverleningstrajecten worden ingezet en/of worden afgewend. In 2025 is er naar aanleiding van de opvallende stijgende kosten binnen de GGZ door onze zorgprofessionals veel tijd besteed om hier grip op te krijgen. Dit doen we door veelvuldige tussentijdse evaluaties en het monitoren van de doelstellingen. Ook zien we dat de omslag om meer in te zetten vanuit eigen netwerk en voorliggend veld veel tijd kost. Dit heeft helaas tot gevolg dat binnen dit team minder tijd over is voor kortdurende casusregie en monitoren in de algemene zin. En dat we toe willen werken naar meer eigen inzet. Zoals eerder aangegeven loopt de werkdruk van het team op en waren we in 2025 genoodzaakt om dit gat op te vullen met extra inzet van geïndiceerde hulpverlening.
Bladzijde 18
Rapportage 2025 Sociaal Domein Borsele
Consultatie- en regieteam Door het CRT-team krijgen we meer zicht op de zorgstapeling en de kosten en wordt de samenwerking vanuit 1G1P1R (1Gezin, 1Plan, 1Regisseur) geïntensiveerd. Dat zal zich in de nabije toekomst naar verwachting vertalen in de verkorting van de veiligheidsketen en de daarmee gepaard gaande doorlooptijden. Het team bestaat uit twee gespecialiseerde jeugd- en gezinsprofessional aangevuld met twee gespecialiseerde maatschappelijk werkers. In principe wordt er door de CRT medewerkers geen kortdurende hulp verleend, maar focussen zij zich vooral op de regiefunctie. Soms doen ze sporadisch bewust wat eigen inzet om tot meer contact te komen met de klant. Het team wordt ondersteund door een medewerker vanuit JB West (GI3), en een gedragswetenschapper. Helaas is de deelname van Veilig Thuis in 2025 on hold gezet doordat Veilig Thuis onvoldoende capaciteit had om deze expertise te leveren. Door de multidisciplinaire benadering kunnen zij rekenen op de juiste expertise bij complexe (veiligheids-)casuïstiek. Vanwege de complexiteit van de casussen binnen het CRT is de doorlooptijd langer. Dat betekent dat casussen die in 2024 zijn opgepakt vaak ook nog tot de ‘caseload’ – de werkvoorraad - van de CRTmedewerkers behoren.
Ook zien we dat er vaker casussen worden opgepakt vanuit ‘consultatie en advies’ - op de werkvloer dus niet via zogenaamde ‘inbreng’ - én vanuit (kortdurend) duoschap. Deze consultatie en adviesvragen of het meelopen worden niet in de CRT monitor geregistreerd maar zijn onderdeel van de monitor toegangsteam.
6.2.3 Toegang en eerstelijnsvoorziening integraal In 2024 zijn we gestart met een gebiedsgericht casusoverleg waarin alle disciplines zijn vertegenwoordigd die een rol hebben in de toegang tot ondersteuning. Dat betreft toegangsmedewerkers uit alle disciplines: welzijn, maatschappelijk werk, jeugdhulp, Wmo, inkomen, schulddienstverlening en/of vroegsignalering. Nu we de toegang ‘gebiedsgericht’ hebben vormgegeven, wordt ‘ontschot’ werken een meer natuurlijke manier van werken. Daarnaast zijn alle GI = gecertificeerde instelling. Dit is een organisatie die - conform de Jeugdwet - maatregelen van jeugdbescherming en jeugdreclassering uitvoert. 3
Bladzijde 19
Rapportage 2025 Sociaal Domein Borsele medewerkers geschoold in het benaderen van hulpvragen vanuit positieve gezondheid en het methodisch werken volgens ‘1Gezin, 1Plan, 1Regisseur’ (1G1P1R). Door de methode van de ‘Omgekeerde Toets’ wordt een hulpvraag bekeken vanuit de oplossing in plaats van deze langs de meetlat van de verschillende verzuilde wetten te leggen. We kijken of de doorbraakmethode van IPW hier ook een plaats in kan krijgen. Door het samen ‘doorleven’ van een hulpvraag komt er niet alleen meer begrip voor de behoefte vanuit de klant, maar ook voor de belemmeringen die de toegangsmedewerkers ervaren vanuit hun wettelijke kaders. In het voorjaar 2025 hebben alle partners van het gebiedsteam meegedacht aan het bepalen van de belangrijkste (nog door te ontwikkelen) punten voor de verdere vormgeving van het beleidskader en specifiek de inrichting en visie op het Stevig lokaal team. Maatschappelijk werk en onafhankelijke cliëntondersteuning De vijf Bevelandse gemeenten verstrekken gezamenlijk subsidie aan SMWO voor de uitvoering van maatschappelijk werk en onafhankelijke cliëntondersteuning. Door maatschappelijke en financiële ontwikkelingen is de vraag ontstaan of de huidige dienstverlening en subsidiëring houdbaar en toekomstbestendig zijn.
Daarom vindt momenteel een heroriëntatie plaats op de basistaken van SMWO en welke onderdelen in de toekomst wel of niet gezamenlijk gefinancierd worden. Deze heroriëntatie krijgt in 2026 verder vorm. De vraag naar ondersteuning via SMWO volgt de bredere maatschappelijke trends. Er is sprake van een toename van kwetsbare groepen en van casuïstiek met meervoudige problematiek. In het afgelopen halfjaar daalde het aantal casussen binnen maatschappelijk werk en onafhankelijke cliëntondersteuning licht, terwijl de vraag naar sociaaljuridische ondersteuning en collectieve dienstverlening juist steeg. SMWO speelt hierop in door de inzet van ‘blended dienstverlening’ (een combinatie van fysieke en digitale ondersteuning) en door verdere ontwikkeling van het collectieve aanbod. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met gemeenten en andere maatschappelijke partners. Samenwerking met huisartsenpraktijken De afgelopen jaren hebben we de samenwerking met huisartsen op verschillende manieren versterkt en geïntensiveerd. We zien steeds vaker dat de huisarts ervoor kiest de bredere vraagverheldering via de gemeentelijke toegang te laten lopen. Door de toename van de huisartsverwijzingen en geen extra personele uren is de druk binnen het CJG-team toegenomen. Daardoor zie je dat er door tijdgebrek soms te snel geïndiceerde zorg wordt ingezet.
Ook op het gebied van welzijn zijn we sinds de afspraken over ‘Welzijn op recept’ een volwaardig samenwerkingspartner. Via de applicatie ‘Zorgdomein’ hebben huisartsen de mogelijkheid om - met toestemming van de klant - digitaal door te verwijzen naar het Welzijnshuis of CJG. We werken daarnaast ook intensief samen met huisartsenpraktijken binnen ‘Kerngezond Borsele’ (zie hoofdstuk 7.1 Volksgezondheid).
Bladzijde 20
Rapportage 2025 Sociaal Domein Borsele
| 6.3 | INKOMENSREGELINGEN 6.3.1 BUIG (Wet bundeling uitkeringen inkomensvoorziening aan gemeenten) Uit het budget BUIG betalen we de algemene bijstand, IOAW4, IOAZ5 en de bijstand voor starters in het kader van het Bijstandsbesluit Zelfstandigen (BBZ). De prognose laat een licht positief saldo zien voor het programma Werk & Inkomen. We hebben dit gedetailleerd geduid in de gemeentelijke programmarapportage. Het aantal uitkeringen voor Borsele is in 2025 licht gestegen ten opzichte van dezelfde periode in 2023 en 2024.
Armoedebestrijding en schulddienstverlening Op het gebied van armoede en schulden werken we vanuit de Kadernota Armoede & Schulden (‘Leven zonder (geld)zorgen’) en het Plan Schulddienstverlening. De looptijd van beide documenten is verlengd tot eind 2026. De gemeente zet in op snelle schuldhulpverlening met aandacht voor vroegsignalering. We willen inwoners met problematische schulden ontzorgen. De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (wsg) blijft het uitgangspunt. Op 1 juli 2023 is de looptijd van de ‘Wet schuldsanering natuurlijke personen’ (Wsnp) en daarmee ook de ‘Minnelijke schuldregeling natuurlijke personen’ (Msnp) verkort van 36 maanden naar 18 maanden. Het is hierdoor voor inwoners met schulden aantrekkelijker om een Wsnp aan te vragen. Na een traject van 18 maanden zijn inwoners schuldenvrij. Het aantal gesprekken dat collega’s van schulddienstverlening voeren is daardoor ook gestegen. Echter, we zien nog geen grote stijging van het aantal aanvragen voor de Wsnp. 4 5
IOAW = Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. IOAZ = Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. Bladzijde 21
Rapportage 2025 Sociaal Domein Borsele
De gemeente subsidieert organisaties zoals Leger des Heils, Humanitas, de Voedselbank, de Kledingbank en het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Sinds begin van dit jaar zijn we structureel aangesloten bij het Volwassenenfonds Sport & Cultuur. Voor minima kan het verlagen van de drempel tot deelname aan sport, zingeving, gezonde leefstijl en cultuur een preventieve werking hebben. Het declaratiefonds wordt vooral gebruikt voor dringende spullen zoals fietsen, wasmachines en koelkasten. Minimabeleid en inkomensondersteuning Samen met de andere Bevelandse gemeenten vervullen wij onze rol als vangnet voor onze inwoners met een laag inkomen die niet of moeilijk kunnen rondkomen. Ons minimabeleid is erop gericht om deze groep inwoners te ondersteunen, zodat ze kunnen meedoen en toekomstperspectief hebben. In samenwerking met GR de Bevelanden voeren we aanvullende maatregelen uit om de bestaanszekerheid van onze inwoners te vergroten. Hieronder staan de aanvullende maatregelen die worden ingezet: •
•
• •
•
•
•
Vroegsignalering schulden: Er is een blijvende stijging in betalingsachterstanden bij vaste lasten. Dit wordt gesignaleerd via onze vastelasten-partners zoals energieleveranciers, zorgverzekeraars, watervoorzieningsbedrijven en woningcorporaties. We blijven ons met communicatiemiddelen inzetten om inwoners met schuldenproblematiek in een zo vroeg mogelijk stadium, bij het ontstaan van schulden, te bereiken. Communicatie: Er zijn diverse acties om minimaregelingen beter bekend en toegankelijk te maken. Dit is om bewustwording te vergroten, schaamte te verminderen en problemen te voorkomen. Er wordt samengewerkt met het Bevelandse Platform Armoede om inwoners te bereiken die minder snel hulp zoeken. Elk jaar organiseren we een netwerkbijeenkomst voor professionals. Bevelandse werkgroep energiearmoede: We zijn aangesloten bij deze werkgroep om ervoor te zorgen dat duurzaamheidsmaatregelen en financiële hulp goed op elkaar aansluiten. Minima-effectonderzoek 2023: We zijn bezig met het uitvoeren van de aanbevelingen uit het Minima-effectonderzoek 2023. In 2025 zijn we gestart met de opzet van één loket voor kindregelingen dat in 2026 verder vorm krijgt. Ook onderzoeken we Bevelands-breed de mogelijkheid voor het invoeren van een vervoerspas voor minima en het uitbreiden van het declaratiefonds.
Brochure inkomensregelingen en ‘potjescheck’: De brochure ‘Inkomensregelingen’, waarin een overzicht wordt gegeven van de beschikbare regelingen en het aanvraagproces, is geactualiseerd. In maart 2025 zijn er tijdens de ‘Week van het Geld’ inloopdagen georganiseerd, waarbij inwoners middels een ‘potjescheck’ konden nagaan of zij mogelijk aanspraak maken op aanvullende regelingen. Het Welzijnshuis heeft ondersteuning geboden bij het aanvragen van deze regelingen. Gratis deelname BONS-activiteiten: Vanaf schooljaar 2024-2025 kunnen ouders zelf bepalen aan hoeveel BONS-activiteiten hun kinderen uit minimuminkomensgezinnen kosteloos deelnemen. Ouders zijn hierover geïnformeerd via een brief van GR de Bevelanden. Babystartpakketten: In 2023 zijn we een samenwerking gestart met de stichting Babyspullen. Deze stichting geeft gratis ‘babystartpakketten’ uit voor (aanstaande) ouders die moeten rondkomen van een minimuminkomen. Dit draagt bij aan kansrijke start voor deze gezinnen en sluit aan bij de doelen van onze lokale coalitie ‘Kansrijke Start Borsele’. Binnen deze coalitie werken partners uit het medisch en sociaal domein samen aan een kansrijke start voor elk kind in Borsele.