9.1 Kamerbrief EZK met uitwerking afspraken in coalitieakkoord over kernenergie 9 december 2022 incl bijlage I tm IV
Tekst van het document
In het rapport wordt gesuggereerd om de ontwikkelingen in generatie IV technologieën te ondersteunen. Een tweetal conventionele generatie III+ reactoren wordt in Noord-Brabant niet overwogen. De provincie Limburg ziet geen aanleiding om een vestigingslocatie voor een conventionele centrale in Limburg nader te onderzoeken. Gezien de techniekkeuze voor generatie III+ reactoren zijn de provincies Noord-Brabant en Limburg op dit moment uitgesloten voor de beoogde nieuwbouw.
Pagina 20 van 25
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Programmadirectie Kernenergie
De scenariostudie laat ook zien dat SMRs een interessante complementaire energiebron kunnen zijn, mits de beoogde voordelen zich inderdaad in de praktijk voordoen. Ik neem de belofte van snelle SMR-ontwikkeling serieus en volg de actuele gebeurtenissen op dit gebied nauwgezet. 21
Ons kenmerk DGKE-PK / 22488932
Tijdens het commissiedebat van 13 oktober jl. heb ik toegezegd aan het lid Eerdmans (JA21) om in te gaan op de conclusies van het rapport “Investigating Challenges Benefits and of Converting Retiring Coal Plants into Nuclear Plants Nuclear Fuel Cycle and Supply Chain”. Uit dit onderzoek blijkt dat op het overgrote deel van de onderzochte locaties, kerncentrales kleiner dan 1,0 GW zouden kunnen worden geplaatst. Voor de drie onderzochte onderdelen (her te gebruiken onderdelen voor de ombouw; te behalen kosten- en tijdlijnwinst; en interesse vanuit investeerders), kunnen er bouwkostenbesparingen van 15 tot 35% behaald worden door het ombouwen van de aanwezige infrastructuur. Verder onderzoek kan de mogelijke voordelen uit het onderzoek verder uitdiepen. Er moet wel op gelet worden dat het hier gaat om een hypothetische casestudy-analyse van een regio in de Verenigde Staten (VS) en dat het onduidelijk is in hoeverre dit geldt voor de Nederlandse situatie. Gezien de omvang van de centrales waar in het onderzoek wordt uitgegaan, is deze optie niet mogelijk voor de beoogde nieuwbouw vanuit het coalitieakkoord. Indien er in de toekomst nadere plannen voor kernenergie komen, met daarin een rol voor kleinere reactoren, zou deze optie in beeld kunnen komen.
Financieringsmogelijkheden De afgelopen maanden hebben er ambtelijke werkbezoeken plaatsgevonden naar Europese landen die ook bezig zijn met de ontwikkeling en financiering van nieuwe kerncentrales. Dit gaat om werkbezoeken naar Finland, Frankrijk, Polen, Tsjechië en het Verenigd Koninkrijk (VK). Daarnaast is op ministerieel niveau gesproken met de VS, Zuid-Korea, Polen, Frankrijk, Finland en relevante internationale organisaties. Ik heb onderzoeksbureau Baringa gevraagd om aanvullend hierop een onderzoek uit te voeren naar verschillende financieringsmodellen voor de realisatie van een kerncentrale en de toepasbaarheid daarvan op de Nederlandse situatie. Deze modellen zijn gebaseerd op een casestudy van instrumenten die momenteel in verschillende Europese landen (Frankrijk, Finland, Polen en VK) worden toegepast of regelingen die daar momenteel worden onderzocht en ontwikkeld. Daarnaast geeft de scenariostudie ook inzicht in mogelijke financieringsmodellen. In deze paragraaf zal ik u meenemen door de conclusies uit deze studies en het vervolgtraject. Financiële betrokkenheid door de overheid Los van de grote investeringsomvang 22 brengt de bouw van een kerncentrale ook financiële risico’s met zich mee. De doorlooptijd tot de kerncentrale operationeel is, is namelijk lang en tot die tijd worden er geen inkomsten gegenereerd.
Bovendien zijn toekomstige omzetstromen onzeker, omdat ze afhankelijk zijn van Aanhangsel van de handelingen 2022-2023, nr. 145 Op basis van een studie van het IEA/NEA (Projected Costs of Generating Electricity, 2020) geeft de systeemstudie aan dat de benchmark voor de kapitaalbehoefte voor de bouw van een centrale van 1600 MW op dit moment geschat wordt op 5,6 miljard euro. Dit is exclusief financieringslasten. 21 22
Pagina 21 van 25
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Programmadirectie Kernenergie
onvoorspelbare energieprijzen. Andere risico’s zijn sterk oplopende kosten als gevolg van tegenvallers tijdens de bouw, zoals nieuwe vergunningseisen of lange levertijden van benodigd materiaal. Recent geplande of gebouwde centrales in Europa hebben te maken gehad met forse kostenoverschrijdingen en oplopende bouwtijden. De verwachting is echter dat door leereffecten dit type centrales een meer volwassen stadium heeft bereikt en daardoor bij nieuwe initiatieven sneller en tegen lagere kosten gebouwd kan worden.
Ons kenmerk DGKE-PK / 22488932
De omvang van het te financieren bedrag, de lange ontwikkelfase en de daarmee samenhangende financiële risico’s worden door private financiers als grote barrières beschouwd. Vanwege deze risico’s zullen private financiers hoge risicoopslagen rekenen, wat leidt tot hoge financieringslasten en uiteindelijk tot hoge kosten per geproduceerde MWh. Overheidssteun is noodzakelijk om de financiële risico’s te beperken en daarmee de financieringslasten. Het is ook om deze reden dat alle kerncentrales in aanbouw een vorm van overheidssteun ontvangen. Deze overheidssteun moet getoetst worden bij de Europese Commissie (EC). In het Klimaatfonds is een indicatief budget van 5 miljard euro gereserveerd voor kernenergie. Als onderdeel van urgente uitgaven uit het Klimaatfonds is in de Miljoenennota 2023 reeds 20 miljoen euro gereserveerd voor eerste onderzoeken en m.e.r.-trajecten, zowel voor de bedrijfsduurverlenging Borssele als voor de beoogde nieuwe centrales en de uitvoeringskosten. De integrale besluitvorming over het gehele Meerjarenprogramma Klimaatfonds loopt mee met de Voorjaarsbesluitvorming. Tijdens het commissiedebat van 13 oktober jl. heb ik toegezegd aan het lid Boucke (D66) om in te gaan op de kosten van kernenergie per kW.
De scenariostudie baseert de kosten voor kernenergie op het rapport “The Projected Cost of Generating Electricity” van het International Energy Agency (IEA). De uiteindelijk benodigde investering is vervolgens afhankelijk van de financieringskosten en de bouwtijd van de centrale. Op basis van het IEA rapport rekent de scenariostudie in het hoofdscenario met een prijs van ca. 4.100 euro per kW. In het scenario met hoge kosten en hoge rentelasten (prijs van 4.600 euro per kW) bestaat er volgens de studie geen kostenoptimale rol meer voor kernenergie. Met betrekking tot de KPMG marktconsulatie geldt dat de kosten voor kernenergie gebaseerd zijn op FOAK-projecten die nu gerealiseerd worden in Europa en de VS. Door lessen van deze projecten mee te nemen, is de techniek meer volwassen geworden en kunnen vergelijkbare centrales tegen lagere kosten worden gerealiseerd. In een recente studie van MIT 23 naar het Amerikaanse project Vogtle, dat op vergelijkbare problemen is gestuit als de Europese projecten, is geconcludeerd dat een investering van 4.300 dollar per kW mogelijk is. Daarnaast geldt dat niet het absolute bedrag per kW van doorslaggevend belang is. Belangrijker is hoe de ene technologie relatief presteert ten opzichte van andere technologieën.
Daarom is er in de scenariostudie voor gekozen om voor alle technologieën het IEA rapport te gebruiken, zodat een eerlijke vergelijking gemaakt kan worden. Onlangs heeft de EC kernenergie als gedelegeerde handeling ter aanvulling opgenomen in de taxonomie. Dit kan potentieel invloed hebben op de financiering 23
Massachusetts Institute of Technology: Overnight Capital Cost of the Next AP1000, 2022 Pagina 22 van 25
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Programmadirectie Kernenergie
van nieuwe centrales, al voldoet Nederland momenteel nog niet aan de beoordelingscriteria zoals geformuleerd door de EC. Voor een nadere toelichting op de inzet van het kabinet in relatie tot de taxonomie verwijs ik naar de Kamerbrief van de Staatsecretaris van IenW die u gelijktijdig met deze brief wordt aangeboden.
Ons kenmerk DGKE-PK / 22488932
Pagina 23 van 25
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Programmadirectie Kernenergie
Bijlage IV: Bedrijfsduurverlenging kerncentrale Borssele
Ons kenmerk DGKE-PK / 22488932
Voorbereiding besluitvorming Voor bedrijfsduurverlenging is het Convenant Kerncentrale Borssele 24 relevant, omdat daarin afspraken zijn gemaakt tussen de Staat der Nederlanden en de aandeelhouders van Elektriciteits Produktiemaatschappij Zuid-Nederland (EPZ, de exploitant van KCB) over het buiten bedrijf stellen van de kerncentrale per 31 december 2033. De Staat der Nederlanden is partij in dit convenant, dat onder andere moet bijdragen aan het doel om de bedrijfsduur van de KCB tot en met uiterlijk 31 december 2033 te continueren. De huidige aandeelhoudersstructuur van de KCB komt voort uit de eerdere herstructurering van DELTA NV, voltrokken op 1 juli 2017 in navolging van de Wet Onafhankelijk Netbeheer. De aandeelhouders van DELTA NV hebben voorafgaand aan dit traject het Rijk verzocht een rol te spelen in de oplossing voor de op dat moment bestaande financiële problematiek. Destijds heeft het Rijk gekozen afstand te houden van de wens tot een grotere financiële betrokkenheid bij de kerncentrale. Op 29 mei 2020 heeft de Minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) aan EPZ bij brief gevraagd of bedrijfsduurverlenging naar inschatting van EPZ technisch haalbaar is en of de benodigde investeringen bedrijfseconomisch verantwoord zouden zijn. EPZ heeft in haar antwoord bij brief van d.d.
23 juli 2020 de verwachting uitgesproken dat bedrijfsduurverlenging qua veiligheid en techniek mogelijk is. Hiervoor dient wel een technisch onderzoek plaats te vinden, dat is gericht op de langjarige veiligheid, betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de installatie en de benodigde investeringen. 25 Verder heeft EPZ aangegeven dat de bedrijfseconomische aantrekkelijkheid in de huidige gesubsidieerde markt lastig te voorspellen is en een oplossing hiervoor gelegen zou kunnen zijn in het maken van afspraken met het Rijk over hoe deze onzekerheden te mitigeren. Deze onzekerheden in acht nemend, heeft het Ministerie van EZK de gesprekken met EPZ en haar aandeelhouders in maart 2022 opnieuw geopend. Dit heeft geleid tot een Letter of Intent (LOI), die is toegevoegd in bijlage V. Het doel hiervan is te komen tot een nieuw convenant, waarmee het Rijk, de aandeelhouders van EPZ en de decentrale overheden een gezamenlijk traject richting bedrijfsduurverlenging onderzoeken. Het streven is om eind 2023 overeenstemming te hebben over een tekst voor een concept convenant die bedrijfsduurverlenging mogelijk maakt. Dit voornemen is op 3 oktober jl. tijdens het bestuurlijk overleg met gedeputeerden van de provincie Zeeland en vertegenwoordigers van de aandeelhouderscommissie van Provinciale Zeeuwse Elektriciteit Maatschappij (PZEM) bevestigd.
Er zal de komende tijd onder andere onderzoek gedaan moeten worden naar de bedrijfseconomische haalbaarheid van de bedrijfsduurverlenging, marktrisico’s en overige randvoorwaarden voor de bedrijfsduurverlenging samen met EPZ en haar aandeelhouders PZEM en RWE. Besluitvorming bij lokale overheden krijgt ook een plek in het traject om tot een nieuw convenant te komen. Parallel daaraan zal ik samen met de lokale overheden diverse thema’s uitwerken: een veilige toekomst, een leefbare omgeving, en een transparant proces.
24 25
Staatscourant 2006, 136 p. 29 Bijlage bij Kamerstuk 32 645, nr. 92 Pagina 24 van 25
Directoraat-generaal Klimaat en Energie Programmadirectie Kernenergie
Milieueffectrapportage en wetswijziging Om te besluiten tot bedrijfsduurverlenging zal tevens een m.e.r. moeten worden uitgevoerd. Hierin wordt de noodzakelijke inspraak over de milieueffecten van de benodigde wijziging van de Kernenergiewet georganiseerd. Op dit moment ben ik in het proces om deze opdracht middels een aanbesteding te gunnen aan een externe partij. Ik verwacht dat deze partij begin 2023 start met het uitvoeren van de opdracht. Eerdere pogingen om deze opdracht te gunnen waren niet succesvol. Helaas is daardoor kostbare tijd verloren gegaan. Het is nodig dat de aanbesteding zo snel mogelijk succes oplevert en de partij begin 2023 van start gaat om de daaropvolgende stappen tijdig te kunnen starten.
Ons kenmerk DGKE-PK / 22488932
Tegelijkertijd bereid ik samen met de Staatssecretaris van IenW een wetsvoorstel tot wijziging van de Kernenergiewet voor om bedrijfsduurverlenging mogelijk te maken. Voorafgaand aan het aanbieden van het wetsvoorstel aan uw Kamer zal een reeks procedures moeten worden doorlopen, waaronder: • De bovengenoemde m.e.r., • Een uitvoerings- en handhaafbaarheidstoets (parallel aan m.e.r.), • Een advies van de Adviescommissie Toetsing Regeldruk (parallel aan m.e.r.), • De internetconsultatie van het wetsvoorstel (parallel aan ter inzage legging m.e.r.), • De wetgevingstoets, • De besluitvorming door de ministerraad voor advies van de Raad van State, • Het advies van de Raad van State op het wetsvoorstel, en • Het opstellen van het nader rapport naar aanleiding van het advies van de Raad van State. Mijn verwachting is dat ik in 2025 het wetsvoorstel voor de wijziging van de Kernenergiewet aan de Tweede Kamer ter behandeling kan aanbieden. Ik zal uw Kamer informeren als de inzichten hierover wijzigen. Wanneer de exploitant van de KCB na het in werking treden van de wetswijziging beslist tot het aanvragen van een Kernenergiewetvergunning voor bedrijfsduurverlenging, dan is het aan de exploitant om voor de concrete fysieke aanpassingen en werkzaamheden ten behoeve van bedrijfsduurverlenging een project-m.e.r. uit te laten voeren.
Pagina 25 van 25