8.1 Regiovisie de Bevelanden
Tekst van het document
Visie op de regionale opgaven van de Bevelanden ‘Het vitale hart van Zeeland’ 2021-2026
1
Voorwoord In het voorjaar van 2019 is het Bestuurlijk Platform De Bevelanden gestart met het opstellen van een visie op de regionale opgaven van de Bevelanden. Deze visie brengt focus en geeft richting aan de regionale samenwerking binnen de Bevelanden. Deze samenwerking is in ontwikkeling. Door middel van een verbreding van onderwerpen, een professionalisering van de organisatie en meer samenwerking met andere overheidspartners, zoals onze buurregio Tholen en de provincie, maar ook partners in het bedrijfsleven en het onderwijs streven we naar een slagvaardiger en toekomstbestendig Platform. Ons nieuwe visiedocument is een volgende stap in de samenwerking tussen de vijf gemeenten op de beleidsterreinen wonen, werken en recreëren. De regio opereert vanuit haar eigen kracht en identiteit om antwoord te geven op en invulling te geven aan de gezamenlijke maatschappelijke vraagstukken en opgaven die op ons afkomen. Maatschappelijke opgaven die in een snel veranderende wereld steeds complexer worden en sterk met elkaar samenhangen. Gelet op de (nog te verwachten) sociale en economische impact van de Covid-19 crisis op onze samenleving, heeft deze visie tijdens het voorbereidingsproces verder aan betekenis gewonnen.
De pandemie die de wereld in 2020 heeft getroffen, heeft boven alles duidelijk gemaakt dat nauwe samenwerking tussen overheden, bedrijfsleven, maatschappelijke instellingen en inwoners cruciaal is om een solidaire, inclusieve en duurzame samenleving in te richten en te beschermen. Een door de Bevelandse gemeenten gezamenlijk opgestelde visie op de speerpunten van haar ruimtelijk samenwerkingsbeleid is hierbij een waardevol hulpmiddel. Door binnen de regio De Bevelanden, samen met Tholen, de komende jaren intensief aan een gezamenlijk uitvoeringsprogramma te werken, verwachten we de positie van de Bevelanden als ‘Het vitale hart van Zeeland’ voor haar bewoners, bedrijven en bezoekers verder te kunnen versterken. Deze versterkte positie is belangrijk om de actuele vraagstukken op het gebied van wonen, economie, klimaat en welzijn slagvaardig op te pakken. In februari 2020 hebben we in de vorm van het Statement ‘Hart van Zeeland’, onze visie gepresenteerd op vijf thema’s c.q. regionale opgaven. Dit Statement diende als input voor de provinciale Omgevingsvisie die dit jaar wordt uitgewerkt. De provincie heeft Zeeuwse regio’s ruimte geboden om regionale inbreng aan te leveren voor deze Omgevingsvisie. Van de provincie verwachten we dat deze de benodigde ruimte zal bieden om de positie van De Bevelanden en Tholen te versterken, conform ons Statement.
Het Statement vraagt een nadere uitwerking. In dit visiedocument brengen we verdieping aan in de opgaven. Per thema is een aantal randvoorwaarden geformuleerd. De thema’s stimuleren een gezamenlijke aanpak gericht op creativiteit, ondernemerschap en innovatie. Naast het voeren van een gezamenlijk beleid voor de genoemde thema’s onderzoeken we de mogelijkheid om via een bidbook en een strategische agenda gezamenlijk als overheden, bedrijfsleven en kennisinstellingen te laten zien wat we willen bereiken en hoe we de samenwerking willen organiseren, waarmee we als regio het verschil kunnen maken. Dit doen we binnen het centrale thema ‘De Vitale Regio’. Om die reden hebben we de ondertitel van ons regionale visiedocument gewijzigd in ‘Het vitale hart van Zeeland’. Naast de inhoudelijk thema’s gaan wij ons ook richten op de randvoorwaardelijke aspecten om als gezamenlijke overheden een betrouwbare partner in deze strategische samenwerking te zijn, we willen met één mond spreken, partijen helpen en ontwikkelingen initiëren. Met dit visiedocument voorzien we in de (ruimtelijke) randvoorwaarden waarmee we bij de uitbouw van de samenwerking 2
rekening moeten houden. Zo willen we als samenwerkende Bevelandse gemeenten ons steentje bijdragen om het ‘Vitale hart van Zeeland’ meer dan ooit een drijvende kracht te laten zijn bij het inspelen op de actuele vraagstukken. Kees Weststrate Voorzitter Bestuurlijk Platform De Bevelanden
3
Inhoud Voorwoord ............................................................................................................................................... 2 1.
2.
3.
4.
Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1
Aanleiding ........................................................................................................................... 5
1.2
Maatschappelijke en technologische ontwikkeling ............................................................ 5
1.3
Samenwerking binnen De Bevelanden ............................................................................... 6
1.4
Het gevolgde visieproces .................................................................................................... 6
1.6
Leeswijzer ........................................................................................................................... 7
Regio De Bevelanden: een kenschets .............................................................................................. 9 2.1
De Bevelanden .................................................................................................................... 9
2.2
Landschap en verstedelijking in balans .............................................................................. 9
2.3
De Bevelanden en Zeeland ............................................................................................... 12
2.4
Samenwerking in de Bevelanden; een terugblik .............................................................. 13
Vijf opgaven voor De Bevelanden ................................................................................................. 15 3.1
Een aantrekkelijk stedelijk woon- en vestigingsklimaat ................................................... 15
3.2
Een toekomstbestendig platteland................................................................................... 18
3.3
Een energiek en geconcentreerd bedrijventerreinenaanbod .......................................... 20
3.4
Een evenwichtige arbeidsmarkt ....................................................................................... 22
3.5
Kwalitatief hoogwaardige recreatie en toerisme ............................................................. 24
Van visie naar een uitvoeringsprogramma .................................................................................... 27 4.1
Inleiding ............................................................................................................................ 27
4.2
Monitoring en evaluatie ................................................................................................... 27 Uitvoeringsprogramma ..................................................................................................... 28
4
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding
De vastgestelde ‘Strategische Agenda De Bevelanden 2016 – 2026’ positioneert de regio De Bevelanden als knooppunt en als plek voor ontmoeting en aantrekkelijk verblijf voor zowel inwoners, bezoekers, bedrijven als (kennis)instellingen. Dit doel sluit naadloos aan op de bestaande kwaliteiten van onze regio en op de ligging ervan in het hart van het gebied tussen de Randstad, de Brabantse stedenband en Vlaanderen. Als aantrekkelijke, sterke en vitale regio kan De Bevelanden als motor van regionale groei een bijdrage aan een duurzame toekomst leveren. De regio De Bevelanden beschikt over een uiterst gevarieerd en aantrekkelijk landschap, met daarin een brede verscheidenheid aan kernen. Internationale maatschappelijke ontwikkelingen onderstrepen de betekenis en het belang van deze herkenbare regionale identiteit voor de leefbaarheid van een gebied. Een hoogwaardig vormgegeven leefomgeving, die stoelt op herkenbare waarden, vergroot de maatschappelijke veerkracht en haar adaptievermogen om om te gaan met dagelijkse maatschappelijke effecten als gevolg van actuele sociale en economische veranderingen.
‘Het versterken van de krachtige positie van de regio De Bevelanden als ‘Het vitale hart van Zeeland’ op het gebied van wonen, werken en recreëren’ Gebleken is dat ingrijpende gebeurtenissen, zoals de Covid-19 pandemie, de kwetsbaarheid op mondiaal, nationaal, maar ook regionaal niveau bloot leggen. Dit geldt ook voor onze regio. Niet verwonderlijk dat vragen over de economisch-logistieke en financiële afhankelijkheden opnieuw worden geagendeerd. Ligt een verschuiving van de strategische productie vanuit Azië richting de westerse afzetmarkten in de rede? Is het reëel dat hiermee arbeidskostenafhankelijke productie voor Europa primair in Oost-of Zuid-Europa haar beslag zal krijgen? Zal de productie die in hoge mate geautomatiseerd kan worden, zich meer richting strategisch gelegen logistieke en technische verwerkingscentra in het westen verplaatsen? Gelegen tussen drie belangrijke economische motoren van West-Europa: de Randstad, de Brabantse stedenband en Vlaanderen, biedt dit voor De Bevelanden volop kansen. Kortom, naast snelle technologische veranderingen is het zeer wel denkbaar dat het speelveld waarop globalisatie zich afspeelt verandert (zie ook het kader op pagina 8).
1.2
Maatschappelijke en technologische ontwikkeling
Door haar ligging, bedrijvigheid en bevolkingssamenstelling is de regio De Bevelanden van oudsher in staat gebleken zich flexibel aan te passen aan (internationaal) wijzigende (economische) omstandigheden. In de komende decennia voorzien we opnieuw een stroom aan economische, technologische, klimatologische en maatschappelijke veranderingen. De Bevelanden benadert de voorziene en onvoorziene veranderingen en gevolgen van onder andere energietransitie, klimaatadaptatie, technologie en internationale handel in de eerste plaats als een kans en niet als een bedreiging. Om kansen om te zetten in positieve effecten is – naast een goede uitgangssituatie – echter kennis van de nieuwe ontwikkelingen nodig. Om verantwoorde besluiten te kunnen nemen over projecten die voor tientallen jaren de economische en maatschappelijke infrastructuur van de regio zullen gaan bepalen, is inzicht en overzicht noodzakelijk. Wij, het samenwerkingsplatform De 5
Bevelanden, zien het als onderdeel van onze taak om samen met betrokken stakeholders ook in de toekomst deze kennis en inzichten te blijven vergaren en uitwisselen.
1.3
Samenwerking binnen De Bevelanden
De Bevelanden vormen binnen Zeeland in sociaal-maatschappelijk opzicht één samenhangend en geografisch duidelijk begrensd gebied. De gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland en Reimerswaal delen belangrijke kwaliteiten met elkaar. Het is in eenieders belang deze samenhang verder te versterken. De gemeenten staan hierdoor voor opgaven die gemeentegrenzen overstijgen en waarvoor op de schaal van de regio slagvaardig gehandeld dient te worden. Voor dit soort gemeentegrens overstijgende projecten treedt het Bestuurlijk Platform de Bevelanden als volwaardige en gemandateerde gesprekspartner naar voren. Om optimaal in te kunnen spelen op de kansen die eerdergenoemde sociale en economische ontwikkelingen bieden, lijken nut en noodzaak tot gemeentelijke samenwerking dus evident. In de realiteit van alledag is samenwerking echter een lastige opgave die zorgvuldigheid, tijd en focus vraagt. Gelijkwaardigheid, respect voor elkaars specifiek lokale vraagstukken, maatwerk in oplossingen en overtuiging door argumenten blijken tot op heden de basis om gezamenlijk resultaten te boeken. Op basis van deze beginselen is afgelopen jaren toegewerkt naar betere bestuurlijke afstemming en meer capaciteit om onderzoeks- en beleidsprocessen te faciliteren. Dit heeft inmiddels haar vruchten afgeworpen.
Zo beschikt De Bevelanden over regionale woon- en bedrijventerreinenprogramma’s en trekken we samen op om tot een verantwoorde huisvesting voor arbeidsmigranten te komen. In het kader van het proces om te komen tot deze visie is zowel ambtelijk als bestuurlijk overleg gevoerd met de gemeente Tholen. Op relevante thema’s en opgaven (onder meer mobiliteit, water en economie) heeft de gemeente Tholen geparticipeerd in de totstandkoming van dit visiedocument. In de effectuering zal Tholen een actieve gesprekspartner zijn. Triple Helix We kunnen als gemeenten een aantal uitvoeringstaken zelfstandig oppakken. Het creëren van randvoorwaarden, zoals het zorgen voor planologische ontwikkelruimte voor woningbouw, economische activiteiten en mobiliteit, maar ook voor nieuwe functiesen het aanleggen van infrastructuur en openbare ruimte, behoort tot onze kerntaken. Andere taken en opgaven zullen we samen met andere overheden, onze partners in het bedrijfsleven en het onderwijs op moeten pakken. Daarom werken we aan een stevig triple helix-netwerk. Gezamenlijk willen we komen tot een nieuwe strategische agenda waarin we laten zien wat we gezamenlijk als overheden, bedrijfsleven en kennisinstellingen willen bereiken en hoe we de samenwerking willen organiseren, waarmee we als regio het verschil kunnen maken.
1.4
Het gevolgde visieproces
Na een bestuurlijke aftrap met raadsleden op 24 juni 2019 is een inventarisatie gemaakt van de (bestaande) gemeentelijke visies en is een aantal interviews gehouden met regionale stakeholders. Op 26 november 2019 volgde een bestuurlijke bijeenkomst om de eerste kaders waarbinnen de samenwerking tussen de gemeenten zich de komende jaren kan verdiepen te bepalen. Op 9 december 2019 zijn deze kaders met de raadsleden besproken. De kaders richten zich primair op 6
activiteiten waarvan verwacht wordt dat ze beter in gezamenlijkheid kunnen worden opgepakt dan door de solitaire gemeenten. Los van efficiency, zal het gezamenlijk opereren van gemeenten regionale stakeholders het vertrouwen geven dat de lokale overheid in staat is complexe vraagstukken aan te pakken, en in de toekomst rationele afwegingen en keuzen te (blijven) maken die voorbijgaan aan louter lokale belangen. Op basis hiervan hebben we in februari 2020 een bestuurlijk statement vastgesteld. Dit statement heeft als input gediend bij het opstellen van de Zeeuwse Omgevingsvisie om de benodigde beleidsmatige ruimte te krijgen om de positie van De Bevelanden en Tholen te versterken. In dit visiedocument wordt het statement verder uitgewerkt. Statement, regionale visie en triple helix Het traject om het statement uit te werken tot dit visiedocument heeft parallel gelopen aan de opstartfase van de doorontwikkeling van het Bestuurlijk Platform met de vorming van het triple helix-netwerk en een nieuwe strategische agenda als belangrijke doelen. Met deze gezamenlijke visie op de regionale opgaven voorzien we als gemeenten gezamenlijk in de randvoorwaarden, met een uitvoeringsprogramma dat erop gericht is de basis, waarvoor de gemeenten primair de verantwoordelijkheid dragen, op orde te hebben.
De strategische agenda zal erop gericht zijn gezamenlijk als overheden, bedrijfsleven en kennisinstellingen te laten zien wat we willen bereiken en hoe we de samenwerking willen organiseren, waarmee we als regio het verschil kunnen maken.
1.6
Leeswijzer
Voordat we onze visie en invulling geven op de vijf opgaven geven we een kenschets van de Bevelanden; wie en wat zijn we, wat zijn onze kernkwaliteiten, wat bindt ons en welke kansen willen we als regio benutten? Voorts gaan wij in hoofdstuk 3 in op onze visie op de vijf opgaven en geven we in hoofdstuk 4 aan welke organisatorische en financiële randvoorwaarden er nodig zijn om ook daadwerkelijk invulling aan onze visie te kunnen geven. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met een uitvoeringsprogramma.
7
Covid-19 pandemie en haar impact op De Bevelanden: een beschouwing Nederland Vanaf maart 2020 is Nederland in volle hevigheid geconfronteerd met de gevolgen van de Covid-19 pandemie. De lockdown-maatregelen waartoe Nederland zich - net als veel andere landen- toe gedwongen zag hebben ingrijpende sociale en economische gevolgen. Tot hoever en in welke mate deze gevolgen de samenleving ook over een langere periode blijvend zullen beïnvloeden is niet duidelijk, maar haar invloed op het sociaal en economisch functioneren in het komende decennium is evident. Binnen de internationale sociaaleconomische beperkingen die de post Covid-19 periode zal opwerpen, is het niet onrealistisch te verwachten dat Nederland zich binnen dit speelveld relatief snel zal kunnen herpositioneren. Als gevolg van opgedane ervaringen tijdens de Covid-19 pandemie staan internationaal opererende bedrijven voor de uitdaging kwetsbaar gebleken onderdelen van hun logistieke ketens te herijken. Verschuiving van strategische productie vanuit Azië richting de westerse afzetmarkten ligt in de rede. Meer ‘lokaal produceren’ betekent binnen een globale wereld meer ‘continent gericht produceren’.
Binnen Europa wordt verwacht dat arbeidskostenafhankelijke productie primair haar beslag in Oost-of Zuid-Europa zal krijgen, en dat productie die in hoge mate geautomatiseerd kan worden meer richting strategisch gelegen logistieke en technische verwerkingscentra in het westen zal opschuiven. Gedreven door een veranderend consumenten besef en een aangescherpte regelgeving vanuit de (Europese) overheid zullen deze nieuwe investeringen aantoonbaar duurzaam en circulair karakter van karakter moeten zijn, mede ook om gebruik te kunnen maken van (fiscale) stimuleringsmaatregelen. De Bevelanden Gelegen tussen drie belangrijke economische motoren van West-Europa: de Randstad, de Brabantse stedenband en Vlaanderen, biedt dit De Bevelanden volop kansen. De sociaaleconomische ruggengraat van de Bevelandse samenleving steunt in belangrijke mate op een hoog percentage MKBbedrijven, waarvan een substantieel deel familiebedrijven. Deze categorie bedrijven heeft over het algemeen een lange termijn focus, en zijn vaak degelijk gefinancierd. Door haar ligging, aard van bedrijvigheid en bevolkingssamenstelling is De Bevelanden van oudsher in staat gebleken zich flexibel aan te passen aan (internationaal) wijzigende (economische) omstandigheden.
Binnen de randvoorwaarden die een post Covid-19 periode aan de samenleving zal opleggen, zijn er geen redenen te veronderstellen dat dit beeld structureel zal wijzigen. Relatief zwaar getroffen sectoren en branches (horeca, entertainment en cultuur, bepaalde vormen en sectoren van detailhandel, recreatie) zullen wellicht een langere herstelperiode kennen of zich dienen te herstructureren. De recreatiesector, voor Zeeland een belangrijke aanjager van sociaaleconomische en culturele activiteit, zal op middellange termijn haar positie kunnen versterken als het aandeel vakanties en ‘exotische’ reizen buiten Europa post Covid-19 structureel verminderd blijft. Het aandeel recreatie binnen de economie van De Bevelanden is momenteel beperkt, en het Bevelands recreatieproduct kent een relatief hoog percentage regelmatig terugkerende gasten. Het aan belang winnende ‘betekenis toerisme’ creëert met name voor regio’s als De Bevelanden kansen voor versterking. Niet ondenkbaar is dat de positieve ervaringen met het thuiswerken tot een grotere structurele toename ervan zal leiden. Hiermee worden andere eisen gesteld aan de woon- en werkomgeving. Dit is gunstig voor Zeeland/De Bevelanden als woongebied, zeker in combinatie met goede (OV) verbindingen. En het betekent mogelijk ook iets voor de behoefte aan ruimte op bedrijventerreinen en kantorenlocaties.
Het directe effect van de Covid-19 crisis voor dit visiedocument is vooralsnog beperkt, daar deze visie zich met name richt op het verder versterken van het fundament onder De Bevelanden. De voorgestelde beleidsaanpassingen richten zich hierbij met name op aanpassingen richting een meer duurzame, circulaire en inclusieve samenleving. Na een aanvankelijke diepe terugval van de economie, 8 aan het duurzaam plaats geven aan de kan juist een in dit opzicht versterkt fundament bijdragen gevolgen van de Covid-19 pandemie.
2.
Regio De Bevelanden: een kenschets
2.1 De Bevelanden Door de eeuwen heen heeft er in de Zeeuwse Delta een voortdurende uitwisseling tussen land en water plaatsgevonden. Zuid-Beveland is ontstaan uit verschillende eilanden, die door middel van bedijkingen geleidelijk aan elkaar gekoppeld zijn. Ook Noord-Beveland vindt haar oorsprong in een eiland, dat onder normale omstandigheden bij vloed droog bleef. Stormvloeden en overstromingen hebben grote invloed gehad op het huidige landschapsbeeld van de Bevelanden. Zo is door de St. Felixvloed van 1530 een groot deel van het toenmalige Zuid-Beveland verdwenen (’het verdronken land van Zuid-Beveland’). Ook Noord-Beveland verdween door de St. Felixvloed geheel onder water. Deze situatie zou circa 60 jaar voortduren. De herbedijking van de eilanden van de Bevelanden is een proces geweest dat honderden jaren geduurd heeft. Wat maakt de Bevelanden tot één regio? Het landschap met de grote diversiteit aan water, de gemeenschappelijke geschiedenis, de onderlinge functionele betrokkenheid binnen het gebied? Bestaat er op het niveau van de Bevelanden iets als een gemeenschappelijke culturele identiteit, en zo ja hoe is deze te omschrijven? Naast enkele (semi) wetenschappelijke definities over regiovorming, ligt het belangrijkste antwoord op deze vragen besloten in het antwoord hoe de bewoners van de Bevelanden hun gebied beleven.
(Illustratie: historische kaart Christiaan Sgroten 1573)
2.2 Landschap en verstedelijking in balans De Bevelanden is een landelijke regio, die met uitzondering van de stad Goes bestaat uit landelijk gebied met daarin grotere en kleinere dorpen. De omvang van deze dorpen verschilt sterk. Grotere dorpen als Kapelle, Yerseke, Kruiningen, Heinkenszand en ‘s-Gravenpolder kennen naast een kleine historische dorpskern vaak relatief omvangrijke planmatige dorpsuitbreidingen. Kleinere dorpen 9
Hoe regio De Bevelanden functioneert als één regio: Inwoners aan het woord Motivaction, 2020 In het laatste kwartaal van 2019 heeft onderzoeksbureau Motivaction onderzoek gedaan naar het functioneren van de vijf Bevelandse gemeenten als één regio. De algemene conclusie luidt als volgt: Vrijwel alle activiteiten onderneemt men in de eigen woonplaats, binnen de gemeente of binnen de regio de Bevelanden. Wanneer men voor een bepaalde activiteit buiten de eigen woonplaats moet zijn (maar er wel binnen de gemeente of de regio de Bevelanden voor terecht kan), leidt dat niet tot grote ontevredenheid. Men vindt het niet erg om de gemeentegrenzen te overschrijden; in feite is die grens afwezig en in die zin is de conclusie te verdedigen dat de regio inderdaad als één regio functioneert. Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste conclusies: -
-
-
-
-
Negen van de tien inwoners uit de Bevelanden zijn in het algemeen (zeer) tevreden over de gemeente waarin zij wonen. Inwoners associëren hun regio in de eerste plaats met rust, maar ook ruimte, natuur, groen, zee, water en fijn worden tamelijk vaak genoemd. Inwoners zijn redelijk bekend met de samenwerking tussen de vijf gemeenten (>80%), maar minder met de thema’s wonen, werken en recreëren waarop binnen het platform wordt samengewerkt. Het vaakst noemt men zorg en gezondheid, infrastructuur en afvalverwerking als bekende samenwerkingsterreinen, maar geen enkel terrein scoort hoger dan 50%. Meer dan de helft ziet vooral voordelen in de samenwerking, slechts 4% vooral nadelen. 43% heeft geen mening of geen voorkeur. Basisactiviteiten (huisarts, apotheek, kerk, bibliotheek, boodschappen, paramedische zorg, sport en recreëren) worden veelal (60 tot 80%) in de eigen woonplaats uitgevoerd vrijwel uitsluitend binnen de regio (meer dan 94%). Voor deze activiteiten vindt men het ook het meest vervelend om de eigen woonplaats te moeten verlaten. Meer incidentele activiteiten (bezoeken sportwedstrijd, tandarts, uitgaan, winkelen) worden minder vaak (30 tot 50%) in de eigen woonplaats uitgevoerd, maar toch relatief vaak binnen de regio (75%). 31% van de inwoners werkt binnen de eigen woonplaats, 75% binnen de regio.
Cultuur, onderwijs en evenementen bezoekt men het vaakst buiten de regio (>40%). Veel genoemde ergernissen hebben betrekking op bereikbaarheid en mobiliteit. Men is voor veel activiteiten afhankelijk van de auto. Inwoners zijn het minst tevreden over het OV in de eigen woonplaats, gemeente en regio. Overigens is over geen enkel aspect grote ontevredenheid onder de inwoners van de regio. Over veel aspecten die men (heel) belangrijk vindt (zorg, bereikbaarheid met fiets en auto, parkeren) is men tevreden. Het winkel- en woningaanbod en werkgelegenheid zijn ook belangrijk, maar scoren iets lager op tevredenheid, maar wel (ruim) voldoende. Een ruime meerderheid (>80%) verwacht in de huidige woongemeente te blijven wonen. Redenen om te vertrekken of veranderwensen hebben vaak betrekking op bereikbaarheid/mobiliteit en voorzieningen/activiteiten. Ook familie en werk worden genoemd.
zoals Geersdijk, Bath, Schore, Oud- Sabbinge en Ellewoutsdijk bestaan uit slechts enkele straten. In veel kleine dorpen domineert het historische beeld, wat het kleinschalige landelijke karakter onderstreept. Doordat de kleinste dorpen nauwelijks of geen voorzieningen (meer) hebben, zijn de inwoners ervan al over een langere periode aangewezen op de school of winkel van het dichtstbijzijnde grotere dorp. Dit maakt dat veel inwoners zich meer verbonden voelen met ‘de regio’ 10
dan de betreffende kern of gemeente waar ze wonen. Om dezelfde reden zien nagenoeg alle inwoners van de Bevelanden de stad Goes als ‘de hoofdstad’ van de Bevelanden. Bijzonder is dat de Bevelanden een breed spectrum aan verschillende typische Zeeuwse historische dorpsplattegronden kent. Zo zijn er ‘ringdorpen’ (zoals ’s-Heer Arendskerke en Kapelle), ‘voorstraatdorpen’ (bijvoorbeeld Kortgene en Wissenkerke), ‘wegdorpen’ (Rilland, ’s-Gravenpolder), ‘dijkdorpen’ (Ovezande, Kwadendamme), een ontworpen ‘renaissance dorp’ (Borssele) en een ‘vestingdorp’ (Bath). Vanwege hun bijzondere ruimtelijke kwaliteiten zijn (delen van) Nisse, Kloetinge, Wemeldinge, Borssele en Colijnsplaat aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Sommige kernen hebben door hun specifieke karakter landelijke of zelfs internationale bekendheid (Yerseke). Mede doordat ze de enige stad in de regio is, vervult Goes van oudsher een belangrijkere centrumfunctie dan haar inwonersaantal doet vermoeden. Veel van de bovenlokale zorg, onderwijs, culturele en sportvoorzieningen voor de Bevelanden zijn hier geconcentreerd. Naast sommige onderwijsvoorzieningen vervullen het ziekenhuis en de geestelijke gezondheidszorginstelling Emergis een provinciale rol. Het uitgebreide aanbod aan detailhandel en andere vormen van commerciële dienstverlening versterken de centrumrol van Goes.
Daarnaast wordt Goes, ondanks het brede aanbod aan horecavoorzieningen in de gehele Bevelanden, ervaren als hét uitgaanscentrum van de regio. Goes kent een aantrekkelijke historische binnenstad, die vanwege haar ruimtelijke kwaliteit voor een groot deel als beschermd stadsgezicht is aangewezen. De rol als regionaal centrum komt ook op het gebied van werkgelegenheid terug. Een groot deel van de Bevelandse bevolking is voor haar werkzaam bestaan direct of indirect verbonden met in Goes gevestigde bedrijvigheid. De centrale ligging van Goes in Zeeland en haar goede bereikbaarheid via de weg en spoor maken dat een substantieel deel van de Zeeuwse regionale bedrijventerreinen en kantoorlocaties zich in Goes bevindt. Als onderdeel van de Zeeuwse Delta liggen de Bevelanden ingeklemd tussen de Oosterschelde en de Westerschelde. Hoewel beide aan getijden onderhevig zijn, kennen de wateren een zeer verschillend karakter. Ondanks haar status als Nationaal Park heeft de Oosterschelde een belangrijke betekenis voor de visserij (oester-, mossel- en kreeftencultuur) en de recreatie. De Westerschelde heeft, naast een aantal belangrijke beschermde natuurgebieden, bijzondere betekenis als hoofdvaarroute naar de havens van Antwerpen. Het verschil in karakter is goed waarneembaar vanaf de Bevelandse dijken en vanuit de aan de rivieren gesitueerde dorpen.
Naast de weidsheid van deze grote wateren kent de regio een uitgestrekt landelijk (polder)gebied. Binnen dit gebied zijn opvallende landschappelijke schaalverschillen waarneembaar. Op NoordBeveland, in het oostelijk deel van Zuid-Beveland, ten noorden van Goes en het gebied direct grenzend aan het haven- en industriegebied ‘Sloe’ liggen de grootschalige polders. Dit zijn uitgesproken akkerbouwgebieden met een doorgaans rationeel verkavelingspatroon. Daartegenover staan de oudere kleinschalige poldergebieden met een meer grillig verkavelingspatroon en meer besloten karakter. De ‘Zak van Zuid-Beveland’ kan hiertoe worden gerekend. Qua gebruik komt in dit gebied, evenals in de gebieden rond Biezelinge, Kapelle, Wemeldinge, Krabbendijke en Waarde veel fruitteelt voor. Naast de Zak van Zuid-Beveland verdient ook het landschap van de Kapelse en Yerseke Moer vermelding, een waardevol oud cultuurlandschap met een mozaïek van unieke zoutvegetaties. Samenvattend kan worden gesteld dat de ontstaansgeschiedenis van de Bevelanden, zowel in het landschap als in haar bebouwing, nog goed afleesbaar is. De afwisseling tussen groot- en kleinschalig landschap met kleine en grote dorpen levert een gevarieerd en aantrekkelijk beeld op. Samen met de centrale ligging van de Bevelanden in de provincie, haar goede ontsluiting via weg en spoor – van 11
groot belang voor de ontwikkeling van het stedelijk gebied - bieden een basis voor een goed woonen leefklimaat. De doorgaans goed betaalbare woningen, veilige leefomgeving, breed aanbod aan werkgelegenheid, mooie dorpen in een fraai landelijk gebied leveren samen met een stad met een compleet voorzieningenniveau een gebied in balans op, dat gewaardeerd wordt door haar bewoners, die zich over het algemeen dan ook sterk verbonden met de regio tonen.
2.3 De Bevelanden en Zeeland De Bevelandse bevolking vormt iets meer dan een kwart van de totale Zeeuwse bevolking. De meeste Bevelanders wonen in de gemeente Goes, de minste in Noord-Beveland. Iets meer dan de helft van de Bevelandse bevolking woont in de stad Goes en de grotere kernen Kapelle, Yerseke, Heinkenszand en ‘s-Gravenpolder. De Bevelanden is de hardst groeiende regio van de provincie. Ten opzichte van 2010 is de bevolking met ruim 4% gegroeid. De provincie groeide in dezelfde periode slechts 1%. In absolute aantallen groeide de regio (+4261) zelfs harder dan de hele provincie (+3970).
Bevolkingsgroei De Bevelanden in % t.o.v. 1 januari 2010 5,00% 4,00% 3,00% 2,00% 1,00% 0,00% -1,00% 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 Zeeland
Bevelanden
Gemiddeld is de bevolkingsdichtheid van de Bevelanden gelijk aan die van heel Zeeland. De bevolkingsdichtheid in het ‘verstedelijkte gebied’ van de gemeenten Goes en Kapelle ligt echter ruim (circa 50%) hoger dan het Zeeuwse en Bevelandse gemiddelde. Indien wateroppervlakten groter dan 1 hectare buiten beschouwing worden gelaten, vormen de Bevelanden rond de 26% van het oppervlakte van Zeeland. Als het gaat om het gemiddeld bodemgebruik voor stedelijke functies (wonen, detailhandel, openbare en sociaal culturele voorzieningen, bedrijventerreinen) volgen de Bevelanden het gemiddelde van Zeeland. In deze zouden de Bevelanden als ‘representatief’ voor Zeeland kunnen worden aangemerkt. Waar het infrastructuur betreft, wijkt de Bevelanden wel (sterk) af van het gemiddelde in Zeeland: circa 1/3 van de oppervlakte die in Zeeland wordt aangewend voor infrastructuur bevindt zich in de Bevelanden. Ook wat betreft het aantal bedrijfsvestigingen in Zeeland kan worden geconstateerd dat zich ongeveer een kwart in de Bevelanden bevindt. Het percentage economisch toegevoegde waarde ligt iets lager dan een kwart, omdat dit getal sterk beïnvloed wordt door de grotere (chemische) complexen in en nabij de Zeeuwse havengebieden.
12
Toename aantal banen van werknemers De Bevelanden in % t.o.v. 2010 10% 8% 6% 4% 2% 0% -2% -4% -6% 2010
2011
2012
2013
2014
Zeeland
2015
2016
2017
2018
2019
Bevelanden
Na een dip in de eerste jaren is het aantal banen van werknemers ten opzichte van 2010 in de regio met circa 8% gegroeid ten opzichte van 4% groei in heel Zeeland. De recreatieve sector is relatief minder groot in vergelijking met de rest van Zeeland. Circa 15% van de toeristische overnachtingen in de provincie vindt plaats op de Bevelanden. De gemeente NoordBeveland heeft de grootste concentratie verblijfsrecreatie, vanwege de ligging aan de Noordzeekust en het Veerse Meer. Andere plaatsen met relatief veel verblijfsrecreatie zijn Wolphaartsdijk (Veerse Meer) en Wemeldinge (Oosterschelde). Het aantal toeristisch-recreatieve banen op de Bevelanden is ongeveer een vijfde van het Zeeuwse totaal. Kijkend naar het landbouwareaal van de provincie kan ook hier geconstateerd worden dat iets meer dan een kwart zich in de Bevelanden bevindt. Het gebruik van dit areaal verschilt echter met het gemiddelde van Zeeland. Met name wat betreft fruitteelt en glastuinbouw stijgt het gebruik boven het gemiddelde van Zeeland uit. Samenvattend kan gesteld worden dat de Bevelanden in ruimte en betekenis ongeveer een kwart van Zeeland vertegenwoordigt. De groei van de regio is de afgelopen 10 jaar, zowel demografisch als economisch, aanzienlijk groter dan in de rest van de provincie.
2.4 Samenwerking in de Bevelanden; een terugblik In 2000 is voor het eerst gesproken over een betere samenwerking tussen de Bevelandse gemeenten. In 2002 werd dit initiatief door de gezamenlijke Bevelandse gemeenteraden, door het formaliseren van een ‘Bestuurlijke Platform,’ bekrachtigd. In 2003 is door de toenmalige gemeenteraadsleden een aantal malen intensief gedebatteerd over de inhoud en betekenis van deze samenwerking, hetgeen geresulteerd heeft in een eerste gezamenlijke visie op het gebied van wonen, werken en recreëren in de Bevelanden. Sindsdien heeft de Bevelandse samenwerking zich verder geïntensiveerd en geprofessionaliseerd. Delen van de beleidsuitvoerende samenwerking zijn in de loop der jaren ondergebracht in de ‘Gemeenschappelijke Regeling De Bevelanden’. Beleidsvormende samenwerking wordt tot op heden aangestuurd door het Bestuurlijk Platform, ondersteund door een secretariaat en ambtelijke werkgroepen die bestaan uit medewerkers van de betrokken gemeenten. Momenteel werken we aan de uitvoering van de Woonvisie, de Economische Agenda en de Toeristische Agenda. Onze Strategische Visie uit 2016 zorgt hierbij voor samenhang.
13
Een traject om te komen tot een professionalisering en verbreding van het Bestuurlijk Platform, in onderwerpen, maar mogelijk ook in deelnemers, is in 2020 opgestart. Dit visiedocument legt hiervoor de inhoudelijke basis. Hoe we dit willen gaan organiseren leggen we vast in een nieuwe Strategische Agenda. Met deze gezamenlijke visie op de regionale opgaven voorzien we als gemeenten gezamenlijk in de randvoorwaarden, met een uitvoeringsprogramma dat erop gericht is dat de basis, waarvoor de gemeenten de verantwoordelijkheid dragen, op orde is. De strategische agenda zal erop gericht zijn gezamenlijk als overheden, bedrijfsleven en kennisinstellingen te laten zien wat we willen bereiken en hoe we de samenwerking willen organiseren, waarmee we als regio het verschil kunnen maken.
Missie De Bevelanden vormen binnen Zeeland in sociaal-maatschappelijk opzicht één samenhangend en geografisch gebied. De gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland en Reimerswaal delen belangrijke kwaliteiten met elkaar. De gemeenten staan voor opgaven die gemeentegrenzen overstijgen en waarvoor op de schaal van de regio slagvaardig gehandeld dient te worden. De Bevelanden werkt proactief aan het versterken van haar ruimtelijke en economische kwaliteiten, zowel binnen als buiten de grenzen van het bebouwd gebied. De op een rijke historie gefundeerde verscheidenheid van de Bevelanden wordt hierbij ingezet om de inwoners en bezoekers een inclusief en gevarieerd woon-, werk- en leefklimaat te bieden. De sociale, ruimtelijke en economische mogelijkheden van nieuwe ontwikkelingen (zoals alternatieve energievoorziening, klimaatadaptatie en nieuwe technologie) worden door de Bevelanden gezamenlijk in beeld gebracht en bestudeerd, zodat op dezelfde uitgangspunten gebaseerd lokaal (kwaliteit)beleid kan worden gevoerd, waarbij bewoners en ondernemers zich zowel sterker verbonden voelen met elkaar als met de regio.
14
3.
Vijf opgaven voor De Bevelanden
3.1
Een aantrekkelijk stedelijk woon- en vestigingsklimaat
-
Aantrekkelijk stedelijk woon- en vestigingsklimaat Goede verbindingen tussen kernen en stedelijk gebied Oplossen infrastructurele knelpunten
Om concurrerend te blijven ten opzichte van andere regio’s, dient het woon- en vestigingsklimaat van Zeeland in het algemeen en De Bevelanden in het bijzonder verder te worden versterkt. Om de inwoners van een - op termijn - vergrijzende plattelandsregio blijvend goede zorg- en dienstverlening aan te kunnen bieden, zal naast kwalitatieve groei waar mogelijk ook op kwantitatieve groei moeten worden ingezet. We verwachten dat door de Corona-pandemie de instroom van nieuwe inwoners naar Zeeland en onze regio zal toenemen. De positieve ervaringen met het thuiswerken en de behoefte aan meer rust en ruimte zal een verschuiving veroorzaken van de verstedelijkte gebieden naar de meer landelijke regio’s. Deze groei moet daar plaatsvinden waar het gezamenlijke maatschappelijke rendement voor de regio het grootste is en de negatieve gevolgen voor (landschappelijk) kwetsbare gebieden het kleinste zijn. Uitgangspunt is dat de regio gezamenlijk altijd over voldoende woningen beschikt om iedere doelgroep te kunnen bedienen. Hiervoor beschikken we over een regionale Woonvisie en een woningbouwprogramma dat we jaarlijks actualiseren. Een verhoogde inspanning om de kwaliteit van de openbare ruimte als onderdeel van de dagelijkse woonen leefmilieu verder te vergroten zal het kwalitatief onderscheid met andere regio’s vergroten.
Het adagium ‘hoge kwaliteit voor een redelijke prijs’ zal de positie van de regio als aantrekkelijk stedelijk woon- en vestigingsklimaat versterken.
15
Inzetten op stedelijke ontwikkeling met oog voor differentiatie De Bevelanden kenmerkt zich door een gedifferentieerd aanbod aan woonmilieus, dat zich op basis van de eigen identiteit en de dynamiek laat indelen in de stad (Goes), de omliggende dragende kernen (bestaande uit Kapelle, ’s-Gravenpolder, Heinkenszand en Yerseke) en de landelijke kernen. De stad Goes en de dragende kernen met een (centrum-)dorps woonmilieu hebben een sterke voorzieningenstructuur en zijn bovendien vaak goed bereikbaar. Hier zijn het draagvlak voor en de bereikbaarheid van voorzieningen het grootst. Om de bestaande voorzieningenstructuur te behouden, en in de stad deze te versterken, zetten we in op concentratie van woningbouw in deze kernen. Voor de landelijke kernen zetten we in op kwaliteitsverbetering. Dit betekent dat hier woningen gebouwd kunnen worden, maar dat uitbreidingen niet ten koste mogen gaan van landschappelijke waarden en kwalitatief iets moeten toevoegen aan het karakter en de identiteit van de betreffende kern. Goes zal inzetten op stedelijk bouwen. Als één van de Z4 gemeenten vindt de stedelijke ontwikkeling, groei en concentratie hier plaats.
De kracht van de omliggende dragende kernen is gericht op het aanbieden van een dorps of landelijk woonmilieu op korte afstand van de stad, waarbij de woningbouw tevens is gericht op de plaatselijke demografische en economische ontwikkeling. Hierbij is het wel van belang dat de groene corridors tussen Goes en de dragende kernen worden behouden en beschermd. Tevens zal ingezet worden op het verbeteren van goede, duurzame en snelle verbindingen met Goes om de positie van Goes als stedelijk centrum ook daadwerkelijk betekenis te geven. Hiermee ligt de focus op het verder versterken van een hoogwaardige, samenhangende en efficiënte structuur waarbinnen ook op lange termijn hoogwaardige werkgelegenheid, onderwijs, zorg en dienstverlening kunnen worden gegarandeerd. Verbindingen Goede verbindingen tussen de dorpse en landelijke kernen en Goes zijn essentieel om het ruraal gebied van De Bevelanden als landelijk woon- en werkgebied aantrekkelijk te houden. Om de toegankelijkheid van voorzieningen voor de hele regio te garanderen zetten we in op het behouden en verder versterken van aantrekkelijke functionele verbindingen van de kernen naar Goes. Dit doen we door het aanleggen en verbeteren van (hoge snelheids-)fietspaden naar Goes, optimalisatie van de OV-knooppunten, bundeling van doelgroepenvervoer, het stimuleren van deeltijd rijden en een hoogwaardige digitale infrastructuur.
Naast het optimaliseren van de verbindingen binnen de regio zetten we ook nadrukkelijk in op het verbeteren van de verbindingen met omliggende regio’s, zoals Tholen, Walcheren, SchouwenDuiveland, Brabant, Vlaanderen en de Randstad. Synergie Binnen het gebied van de samenwerkende Bevelandse gemeenten en Tholen ligt een aantal (hoogwaardige) knooppunten voor werkgelegenheid: de Reimerswaalse/Kapelse A58 corridor, het knooppunt ‘De Poel’ en een deel van de havens van North Sea Port. Om synergie-effecten tussen deze knooppunten te stimuleren zijn optimale onderlinge verbindingen cruciaal. Hierbij wordt niet alleen aan traditionele vormen van mobiliteit (auto, trein) gedacht. Het bevorderen van autonoom elektrisch rijden, de aanleg van (hoge snelheids-)fietspaden en het stimuleren van alternatieve vormen van (openbaar) vervoer staan hierbij hoog op onze agenda. Waar mogelijk bieden we hiervoor ruimte aan nieuwe technologieën, zeker wanneer deze mede ten dienste staan van de verdere ontwikkeling van de bedrijven die bijdragen aan het innovatieve en duurzame karakter van De Bevelanden. Een gemeenschappelijk Bevelands ontwikkelbedrijf ter 16
bevordering van duurzame infrastructuur kan een steun in de rug betekenen bij het versneld realiseren van deze doelstellingen. Een studie naar het inrichten van een dergelijk fonds, dat ook als een vereveningsfonds kan optreden indien (natuur- en/of landschap) compensatie aan de orde is, is opgenomen in de uitvoeringsagenda in het afsluitende hoofdstuk van dit visiedocument. Oplossen knelpunten We zetten ons in voor het gezamenlijk oplossen en verbeteren (waaronder verduurzamen) van de volgende knelpunten in de belangrijkste infrastructuur: • De verbindingen tussen North Sea Port – Goes/Poel – A58 corridor Reimerswaal • De verbinding met West-Brabant, de Randstad en Antwerpen (A4) • De verbinding tussen Reimerswaal - Tholen (Oesterdam) • De verbinding tussen Goes – Schouwen-Duiveland en Rotterdam • De spoorverbinding tussen North Sea Port – Antwerpen • De ontsluiting van (de bedrijventerreinen van) Yerseke • De ontsluiting van het Veerse Meer
17
3.2
Een toekomstbestendig platteland -
-
‘Renaissance van het platteland’ Ruimte voor wonen, nieuwe functies en innovatie Respect voor bestaande landschappelijke en ecologische kwaliteiten Onderlinge compensatie is hierbij het uitgangspunt
De tegenhanger van Goes en de dragende kernen wordt gevormd door het omliggende landelijke gebied, waarin tientallen kleinere kernen liggen. Nieuwe opgaven zoals energietransitie, klimaatadaptatie, verduurzaming van de agrarische sector (landbouwtransitie) en vergroting van de biodiversiteit stellen het komende decennium nieuwe eisen aan de inrichting van het landelijk gebied. Het fraaie en afwisselende landschap van de Bevelanden en Tholen is één van de pijlers onder de aantrekkelijkheid van de regio als woon- en werkgebied, het woon- en leefklimaat van de hierin gelegen kleine kernen en een randvoorwaarde voor het in standhouden van de recreatieve infrastructuur. ‘Renaissance van het Bevelandse platteland’ Een goed woon-, werk- en leefklimaat in de dorpen en het omringende platteland is het uitgangspunt van ons beleid. Hier maakt een economisch gezond renderende agrarische sector onderdeel van uit. Multifunctioneel en slim ruimte- en grondgebruik zijn hierbij essentieel. De regio heeft van oudsher een sterke agro- en aqua foodsector. Een proactieve opstelling van de Bevelandse gemeenten en Tholen draagt zorg voor het gericht toewijzen van ruimtelijke mogelijkheden voor nieuwe functies (zoals aquacultuur en zonneweides) en het bieden van innovaties in de landbouw c.q. de agrofoodsector. Ook voor vrijkomende agrarische gebouwen zoeken we een passende (innovatieve) invulling.
Hiermee wordt versnippering en verrommeling van het landschap tegengegaan. De beschikbaarheid van voldoende zoet water voor een toekomstbestendige landbouw is van evident belang voor de regio om de als gevolg van de klimaatcrisis voorspelde verdroging van het gebied tegen te gaan. Naast het economisch belang voor de landbouw is voldoende zoet water belangrijk om het huidige aantrekkelijke (fruitteelt) landschap te behouden. We zullen de noodzakelijke transformaties met respect voor de bestaande landschappelijke en ecologische kwaliteiten van de regio plaats laten vinden. We gaan daarbij onderzoeken of deze ‘renaissance van het platteland’ medegefinancierd kan worden met behulp van een gezamenlijk Bevelands ontwikkelbedrijf. Ruimtelijke en financiële compenserende maatregelen, opgebracht door nieuwe functies, kunnen bijdragen aan het behoud van de leefbaarheid van het landelijk gebied en het mede als gevolg van vergrijzing wegvallen van voorzieningen in de hierin gelegen kernen.
18
Verbindingen Het stapsgewijs introduceren van nieuwe technologieën (zoals autonoom rijden, taxi- en bezorgdiensten, domotica en robotica) kan – samen met een hoogwaardige digitale infrastructuur – de leefbaarheid van het landelijk gebied voor een brede doelgroep veiligstellen. Samen met bovenregionale, provinciale en landelijke partners is het streven dat verplaatsingen door het gebied laagdrempelig plaats kunnen vinden, met een zo laag mogelijke belasting voor natuur en milieu. Daarbij moet wel worden bedacht dat het wonen op het platteland niet automatisch met zich meebrengt dat de overheid blijvend zorg draagt voor een sluitend systeem van collectief openbaar vervoer. Bewoners van het platteland die niet beschikken over individuele vervoersmogelijkheden zouden echter wel gebruik moeten kunnen maken van alternatieve vervoerssystemen zoals bijvoorbeeld deelauto’s.
19
3.3
Een energiek en geconcentreerd bedrijventerreinenaanbod
-
-
Voldoende uitgeefbaar bedrijventerrein in iedere categorie Concentratie van terreinen langs hoofdinfrastructuur Verduurzamen bestaande bedrijventerreinen Vormen van ‘energielandschappen’
De Bevelandse gemeenten en Tholen beschikken gezamenlijk over een gevarieerd en compleet aanbod aan bedrijventerreinen, waarvan het merendeel direct verbonden is met de droge en natte hoofdverkeersinfrastructuur van Zeeland. We willen versnippering en verrommeling van het landschap voorkomen en de infrastructurele verbindingen naar de bedrijventerreinen versterken. Multifunctioneel en slim ruimte- en grondgebruik zijn hierbij essentieel. Verouderde bedrijventerreinen pakken we aan door ze op te knappen of uit de markt te nemen. Uitgangspunt is dat de regio gezamenlijk altijd over voldoende direct uitgeefbaar bedrijventerrein in iedere categorie beschikt. Hiervoor beschikken we over een regionaal bedrijventerreinenprogramma dat we jaarlijks actualiseren. Uitbreiding Bij de uitbreiding van het ‘droge’ bedrijventerreinareaal kiezen we in eerste instantie voor locaties die direct aansluiten op de bestaande terreinen of bestaande hoofdwegeninfrastructuur. Waar het (boven)regionale bedrijvigheid betreft, wordt aansluiting bij een bestaand regionaal terrein gezocht. Vernieuwing en verduurzaming Oudere bedrijventerreinen nemen we onder de loep, om te bezien of revitalisatie (waaronder vergroening) en/of (gedeeltelijke) sanering en functieomvorming gewenst zijn.
Voor alle bestaande en nieuwe bedrijventerreinen formuleren we een duurzaamheidsbeleid, waarbij we zullen kijken naar aspecten als levensvatbaarheid, energie, klimaat en circulaire economie. We werken aan een goede ontsluiting van onze regionale bedrijventerreinen vanaf de hoofdinfrastructuur A58. Met name de verbindingen naar Yerseke, het Bedrijvenpark Deltaweg en het Sloegebied hebben hierbij prioriteit. Watergebonden bedrijventerreinen Belangrijke karakteristiek van de Bevelanden is haar ligging aan verschillende Deltawateren (Westerschelde, Oosterschelde, Veerse meer) en de Noordzee. Naast een belangrijke landschappelijke betekenis heeft deze koppeling een fundamentele rol in het definiëren van de identiteit van de regio. De verbinding met het water heeft voor De Bevelanden belangrijke economische betekenis. De betekenis van de bedrijvigheid in en rond de Sloehaven, Yerseke, het kanaal door Zuid-Beveland, Colijnsplaat en Kats gaat echter verder dan louter werkgelegenheid: ze slaat tevens een brug tussen de economie en de sociaal maatschappelijke structuur van de regio. 20
Door de generaties heen heeft de koppeling aan het water zich verweven met het cultuurmaatschappelijk bewustzijn van de regio, dat mede tot uiting komt in de manier hoe ze zich naar buiten toe (ook promotioneel) presenteert. Op een aantal plaatsen heeft het profiel van De Bevelandse havens zich verengd tot een louter recreatieve (Wemeldinge, Goes/’t Sas, Wolphaartsdijk, Kortgene) al dan niet in combinatie met aantrekkelijke woonmilieus. De Bevelanden stimuleert echter een zo gedifferentieerd mogelijk profiel en gebruik van haar havens. Watergebonden functies krijgen binnen de hiervoor geldende milieuruimte dan ook volop gelegenheid zich verder te ontwikkelen. De hiervoor benodigde aanpassingen in de infrastructuur worden zo actief mogelijk gefaciliteerd. Energielandschappen Bijzondere aandacht schenken we aan de noodzakelijke locaties voor duurzame energieopwekking. Bezien uit oogpunt van het tegengaan van versnippering en verrommeling van het landschap, en het efficiënt gebruik maken van koppelmogelijkheden aan het elektriciteitshoofdnet, kijken we hierbij in het bijzonder naar de mogelijkheden die de A58-corridor ter hoogte van de Schelde-Rijnverbinding en het Sloegebied bieden. Maar ook andere opties sluiten we niet uit.
We sturen hierbij op het vormen van geconcentreerde, zorgvuldig ontworpen ‘energielandschappen’, die op hun eigen manier bijdragen aan het groene (duurzame) karakter en imago van De Bevelanden, en van heel Zeeland. Ook hierbij is het uitgangspunt slim ruimte- en grondgebruik waarbij goed wordt gekeken naar de mogelijkheden van combinatie van functies.
21
3.4
Een evenwichtige arbeidsmarkt
-
-
-
Voldoende woningen in kwaliteit en prijs voor aantrekken nieuwe arbeidskrachten Arbeidsmigranten zien als potentiële inwoners en ambassadeurs voor de regio Samenwerking zoeken met onderwijs voor meer evenwicht op de arbeidsmarkt en wervingsbeleid gericht op immigratie
De Bevelanden en Tholen beschikken over een zeer gevarieerd aanbod aan succesvolle MKBbedrijven. De regio is hiermee één van de bepalende factoren voor het toekomstige economische klimaat in Zeeland. De komende decennia zal een uitgebalanceerde arbeidsmarkt, waarin de vraag kwalitatief en kwantitatief aansluit op het aanbod, de meest onderscheidende factor zijn in het succesvol (door)ontwikkelen van deze bedrijven. Een structureel gebrek aan (goed opgeleide) arbeidskrachten remt het regionale bedrijfsleven in haar ontwikkeling. We koesteren de leidende positie die we op MKB-gebied in Zeeland hebben en geven hoge prioriteit aan het faciliteren van werkgevers in hun zoektocht naar gekwalificeerd personeel. Naast snelle technologische veranderingen is het speelveld waarop globalisatie zich afspeelt in beweging. Als gevolg van de ervaringen tijdens de Covid-19 pandemie staan internationaal opererende bedrijven voor de uitdaging kwetsbaar gebleken onderdelen van hun logistieke ketens te herzien. Verschuiving van een deel van de strategische productie vanuit Azië richting de westerse afzetmarkten ligt in de rede. Meer ‘lokaal produceren’ betekent binnen een globale wereld meer ‘continent gericht produceren’.
Binnen Europa wordt verwacht dat arbeidskostenafhankelijke productie primair haar beslag in Oost-of Zuid-Europa zal krijgen, maar dat productie die in hoge mate geautomatiseerd kan worden meer richting de strategisch gelegen logistieke en technische verwerkingscentra in het westen opschuiven (waaronder de regio Rotterdam, Eindhoven, Antwerpen). Gedreven door een veranderend consumentenbesef en een aangescherpte regelgeving vanuit de (Europese) overheid zullen deze nieuwe investeringen aantoonbaar duurzaam en circulair van karakter zijn, mede ook om gebruik te kunnen maken van (fiscale) stimuleringsmaatregelen. Gelegen tussen drie belangrijke economische motoren van West-Europa; de Randstad, de Brabantse stedenband en Vlaanderen, biedt dit De Bevelanden kansen die ze juist in het post Covid-19 tijdperk volop wil aangrijpen. De Bevelandse arbeidsmarkt speelt hierop in door zich nog aantrekkelijker te maken voor vestigers van buiten Zeeland met een technische opleiding, en vestigers van buiten die zich door een verdere (om)scholing aan willen passen aan het veranderende profiel van de WesEuropese economie. Het bieden van een uiterst aantrekkelijke prijs-kwaliteit verhouding voor woon- en leefomgeving is een strategisch instrument voor De Bevelanden.
22
Wonen Schaarste op de woningmarkt leidt tot prijsopdrijving, rem op groei of vestiging van bedrijvigheid, of in het uiterste geval tot vertrek van bestaande bedrijven. De toenemende vraag naar personeel beperkt zich niet langer tot tijdelijke invulling van eenvoudiger banen, maar manifesteert zich gelet op veranderende economische bedrijfsprofielen met name ook binnen de vraag naar technisch (hoger) gekwalificeerd personeel. Het kunnen aantrekken van middelbaar en hoger geschoolde expats is essentieel om Zeeuwse ambities, onder andere in de energie- en offshore sector, concreet te maken. We zetten in op het bieden van voldoende woningen van de juiste kwaliteit en het goede prijsniveau op de juiste plaatsen. We willen hierbij niet beperkt worden door discussies over aantallen, maar we richten ons vooral op kwalitatieve criteria voor toevoegingen aan de woningvoorraad. Het aanpassen van de bestaande woningvoorraad voor de komende energietransitie en het geschikt maken van bestaande woningen voor het langer huisvesten van de ouder wordende bewoners zijn daarbij ook belangrijke speerpunten. Als gevolg van verdere groei van het thuiswerken verwachten we een toenemende vraag naar tweede woningen. Hoewel dit niet direct leidt tot een groei van de bevolking zien we dit als een welkome ontwikkeling.
Ook parttime-inwoners maken gebruik van voorzieningen en leveren een bijdrage aan de lokale economie. Goede verbindingen tussen de woon- en de werklocatie zijn hierbij wel een belangrijke randvoorwaarde, zowel fysiek als digitaal. Het aanbieden van voldoende woningen in de juiste kwaliteit en prijs is dus een voorwaarde voor het aantrekken van nieuwe arbeidskrachten. Daarnaast is ook sprake van een toenemende instroom van arbeidsmigranten. Arbeidsmigranten worden gezien als potentiële inwoners van de regio, en mogelijke ambassadeurs bij het aantrekken van extra arbeidskrachten. De kwaliteit van hun huisvesting en de mogelijkheid om – ook tijdelijk – aansluiting bij de samenleving te vinden, zijn belangrijke onderscheidende criteria. Onderzoek (voorafgaand aan de Covid-19 pandemie) heeft aangetoond dat er voor het komende decennium structureel behoefte is aan 1000 extra huisvestingsplaatsen voor tijdelijke arbeidskrachten uit het buitenland. Voor deze specifieke vorm van huisvesting voeren we gezamenlijk beleid. Onderwijs We spannen ons in om in overleg met de onderwijssector te komen tot een verbeterde kwalitatieve en kwantitatieve verhouding tussen vraag en aanbod op de regionale arbeidsmarkt. We zoeken bovendien afstemming met de onderwijsinstellingen in de regio met betrekking tot stageplaatsen en afstudeeropdrachten om daarmee jongeren aan onze regio te binden.
Daarnaast onderzoekt de regio in samenwerking met het regionale onderwijs de mogelijkheid voor het voeren van een wervingsbeleid gericht op immigratie (en daarmee een langdurig verblijf in De Bevelanden) in buitenlandse regio’s. Vestiging voor een langere periode wordt gefaciliteerd met mogelijkheden voor gerichte scholing (taal, vakkennis), opvang en begeleiding van nietNederlandstalige kinderen, en activiteiten gericht op sociale integratie.
23
3.5
Kwalitatief hoogwaardige recreatie en toerisme
-
-
Innoveren, investeren en experimenteren in een vitale sector Niet meer van hetzelfde, maar beter verblijf en meer beleving Inzetten op succesvolle crossovers gericht op duurzaamheid, authenticiteit, gezondheid en wellness
Toerisme is van groot belang voor De Bevelanden, jaarlijks trekken vele toeristen naar de regio. Naar schatting gaat het om zo’n 2,3 miljoen overnachtingen. Hiervan vindt het overgrote merendeel plaats op verblijfsrecreatieve parken. De verwachting is dat het toerisme de komende jaren verder zal groeien. Het is niet uitgesloten dat, mede als gevolg van veranderend vakantiegedrag na de Covid-19 pandemie, de binnenlandse recreatiedruk op Zeeland op termijn verder zal toenemen. Ook zullen onze inwoners meer vertier zoeken in de nabije omgeving. Toeristen zijn bovendien meer op zoek naar een regio die bijdraagt aan een gezonde leefstijl. De Provincie Zeeland heeft dit al onderkend en stelt momenteel in samenwerking met een veelheid aan partijen - waaronder de Zeeuwse gemeenten en ondernemers - een toeristische visie Bewuste bestemming Zeeland op. Deze visie ziet toe op de balans tussen toerisme en leefbaarheid. Voor de spreiding van toeristen tussen de kust, steden en achterland zal dat kansen bieden voor de Bevelanden. Deze visie zal worden voorzien van een uitvoeringsagenda waar we vanuit de Bevelanden op aan kunnen sluiten. Daarbij gaan we ervoor zorgen dat de regio zowel regionaal als provinciaal zichtbaar is. Daarnaast heeft de pandemie ook kwetsbare delen van de sector bloot gelegd.
Vernieuwing van het aanbod en product is daarom nodig om een robuuste sector te krijgen en groei (vooral kwalitatieve groei) op te vangen. Het is daarbij van belang dat we hiervoor de juiste planologische randvoorwaarden scheppen. We werken als regio samen aan een vitale recreatiesector waarbij wij als regio onderscheidend zijn ten opzichte van andere regio’s. Overaanbod van kampeerplekken als gevolg van een ‘scheef’ marktaanbod leidt tot een structurele onderbezetting. Dit leidt, evenals leegstand van verouderde recreatiewoningen, tot problemen als verpaupering en biedt ruimte voor ongewenste functies. Het is nodig hier adequaat op te reageren en tijdig actie te ondernemen om deze effecten te voorkomen. Productdifferentiatie en een kwaliteitsimpuls zullen in de vorm van pilots en experimenteerruimte dan ook worden ingezet. Vitale sector Het Bevelands recreatieproduct kent een relatief hoog percentage regelmatig terugkerende gasten. De sector vormt een belangrijke aanjager van sociaaleconomische en culturele activiteit, en zal op middellange termijn haar positie wellicht kunnen versterken als het aandeel vakanties buiten Europa (en ‘exotische’ reizen) post Covid-19 structureel verminderd blijft. Een vitale sector wil zeggen dat 24
bedrijven in staat zijn om te innoveren en te investeren. Het aan belang winnende ‘betekenistoerisme’ creëert hierbij kansen voor versterking van het Bevelands aandeel binnen het Zeeuwse toerisme. De recreant wil actief ‘beleven’ en zoekt daarvoor naar belevingsrecreatie die dit faciliteert. Dat wil zeggen recreatie die naast ontspanning bijdraagt aan individuele groei. Aandacht voor duurzaamheid, authenticiteit en gezondheid zijn hierbij vanzelfsprekende randvoorwaarden. Het versterken en ontwikkelen van (internationale) recreatieve routestructuren (over land bijvoorbeeld de Bevrijdingsroute, Schelderoute, Romeinen en over water middels bijvoorbeeld het pontjesnetwerk en andere duurzame vervoersmiddelen) en de versterking van de mogelijkheden voor de duiksport zijn kansrijke ontwikkelingen. Dit mede aan de hand van de Zeeuwse verhaallijnen en met behulp van het Bevelands DNA. In aanvulling hierop willen we de land-waterbeleving van onze regio verder versterken met aan de diverse wateren gekoppelde (nieuwe) producten. Met het oog op deze groeiende betekeniseconomie liggen er ook kansen om naast de recreatiesector aanpalende sectoren te versterken. Zo zijn er voorbeelden waarbij de zorgsector en de recreatiesector tot succesvolle cross-overs komen in de vorm van gezondheidstoerisme en zorgtoerisme.