7.2 Bijlage ontwerpbestemmingsplan Oostgaarde 's Gravenpolder
Tekst van het document
Venecoweg 5 B-9810 Nazareth +32 (0)9 222 77 59 belgie-env@eurofins.be www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
23220051 Certificaatnummer/Versie Magnoliastraat/Vuurdoornstraat te ‘s-Gravenpolder Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
1
2
3
4
5
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
% (m/m)
82.5
89.3
84.2
79.6
84.7
Eenheid
Analyse
2022049023/1 25-Mar-2022 31-Mar-2022 31-Mar-2022/16:16 A,B,C 1/4
Voorbehandeling
Cryogeen malen Bodemkundige analyses
S
Droge stof
S
Organische stof
% (m/m) ds
3.0
1.1
2.2
0.7
Gloeirest
% (m/m) ds
96
98
97
99
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
8.8
7.4
7.3
7.7
S
Metalen
S
Barium (Ba)
mg/kg ds
<20
<20
<20
<20
S
Cadmium (Cd)
mg/kg ds
0.24
<0.20
0.23
<0.20
S
Kobalt (Co)
mg/kg ds
4.8
3.0
3.9
3.2
S
Koper (Cu)
mg/kg ds
14
<5.0
6.5
<5.0
S
Kwik (Hg)
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
S
Molybdeen (Mo)
mg/kg ds
<1.5
<1.5
<1.5
<1.5
S
Nikkel (Ni)
mg/kg ds
8.8
5.0
8.7
6.0
S
Lood (Pb)
mg/kg ds
16
<10
18
<10
S
Zink (Zn)
mg/kg ds
38
20
39
<20
Minerale olie (C10-C12)
mg/kg ds
<3.0
<3.0
<3.0
<3.0
Minerale olie (C12-C16)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
<5.0
<5.0
Minerale olie (C16-C21)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
<5.0
<5.0
Minerale olie (C21-C30)
mg/kg ds
<11
<11
<11
<11
Minerale olie (C30-C35)
mg/kg ds
5.7
<5.0
<5.0
<5.0
Minerale olie (C35-C40)
mg/kg ds
<6.0
<6.0
<6.0
<6.0
Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg ds
<35
<35
<35
<35
Minerale olie
S
Organo chloorbestrijdingsmiddelen, OCB
S
alfa-HCH
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
beta-HCH
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
gamma-HCH
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
delta-HCH
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
Nr. Uw monsteromschrijving
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
12657018
MM02 07 (0-50) 10 (0-50) 12 (0-50) 16 (0-50)
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
3
MM03 09 (0-50) 14 (0-50) 15 (0-50) 18 (0-50)
Grond (AS3000)
12657020
4
MM04 03 (70-120) 10 (100-150) 13 (100-150) 18 (100-150)
Grond (AS3000)
12657021
5
MM05 02 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50) 08 (0-50) 11 (0-50) 15 (0-50) 17 (0-50)
Grond (AS3000)
12657022
1
MM01 01 (0-50) 04 (0-50) 08 (0-50) 11 (0-50)
2
12657019
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
W: Waals Gewest erkende verrichting
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
23220051 Certificaatnummer/Versie Magnoliastraat/Vuurdoornstraat te ‘s-Gravenpolder Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
Analyse
S
Eenheid
1
2
3
Hexachloorbenzeen
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
Heptachloor
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
Heptachloorepoxide(cis- of A)
mg/kg ds
0.0034
<0.0010
0.0012
S
Heptachloorepoxide(trans- of B)
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
Hexachloorbutadieen
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
Aldrin
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
Dieldrin
mg/kg ds
0.0017
<0.0010
<0.0010
S
Endrin
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
Isodrin
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
Telodrin
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
alfa-Endosulfan
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
Q
beta-Endosulfan
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
Endosulfansulfaat
mg/kg ds
<0.0020
<0.0020
<0.0020
S
alfa-Chloordaan
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
gamma-Chloordaan
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
o,p'-DDT
mg/kg ds
<0.0010
2)
<0.0010
<0.0010
2)
<0.0010
0.0031
<0.0010
<0.0010
S S
p,p'-DDT
mg/kg ds
<0.0010
S
o,p'-DDE
mg/kg ds
<0.0010
S
p,p'-DDE
mg/kg ds
0.0043
0.0011
0.021
S
o,p'-DDD
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
p,p'-DDD
mg/kg ds
<0.0010
S
HCH (som) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0021
S
Drins (som) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0031
S S S S S
Heptachloorepoxide (som) (factor 0,7)
mg/kg ds
<0.0010 1)
0.0041
DDD (som) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0014
DDE (som) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0050
DDT (som) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0014
DDX (som) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0078
1)
0.0021
1)
0.0021
1)
0.0021
1)
0.0014
1)
0.0019
0.0014
1)
0.0023
0.0014
0.0014
0.022 1)
0.0038 0.028
1)
S
Chloordaan (som) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0014
S
OCB (som) LB (factor 0,7)
mg/kg ds
0.022
0.015
0.039
S
OCB (som) WB (factor 0,7)
mg/kg ds
0.023
0.017
0.040
Nr. Uw monsteromschrijving
5
0.0016 1)
0.0046 1)
4
0.0021
0.0018 1)
2022049023/1 25-Mar-2022 31-Mar-2022 31-Mar-2022/16:16 A,B,C 2/4
0.0014
1)
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
12657018
MM02 07 (0-50) 10 (0-50) 12 (0-50) 16 (0-50)
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
3
MM03 09 (0-50) 14 (0-50) 15 (0-50) 18 (0-50)
Grond (AS3000)
12657020
4
MM04 03 (70-120) 10 (100-150) 13 (100-150) 18 (100-150)
Grond (AS3000)
12657021
5
MM05 02 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50) 08 (0-50) 11 (0-50) 15 (0-50) 17 (0-50)
Grond (AS3000)
12657022
1
MM01 01 (0-50) 04 (0-50) 08 (0-50) 11 (0-50)
2
12657019
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
W: Waals Gewest erkende verrichting
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
23220051 Certificaatnummer/Versie Magnoliastraat/Vuurdoornstraat te ‘s-Gravenpolder Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
Analyse
2022049023/1 25-Mar-2022 31-Mar-2022 31-Mar-2022/16:16 A,B,C 3/4
Eenheid
1
2
3
4
5
Polychloorbifenylen, PCB
S
PCB 28
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 52
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 101
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 118
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 138
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 153
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
PCB 180
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S S
mg/kg ds
PCB (som 7) (factor 0,7)
0.0049
1)
0.0049
1)
0.0049
<0.0010 1)
0.0049
1)
PerFluorKoolwaterstoffen(PFC)
Q
perfluorbutaanzuur (PFBA)
µg/kg ds
<0.1
Q
perfluorpentaanzuur (PFPeA)
µg/kg ds
<0.1
Q
perfluorhexaanzuur (PFHxA)
µg/kg ds
<0.1
Q
perfluorheptaanzuur (PFHpA)
µg/kg ds
<0.1
Q
perfluoroctaanzuur (PFOA) lineair
µg/kg ds
0.4
Q
perfluoroctaanzuur (PFOA) vertakt
µg/kg ds
<0.1
Q
perfluornonaanzuur (PFNA)
µg/kg ds
<0.1
Q
perfluordecaanzuur (PFDA)
µg/kg ds
<0.1
Q
perfluorundecaanzuur (PFUnDA)
µg/kg ds
<0.1
Q
perfluordodecaanzuur (PFDoA)
µg/kg ds
<0.1
Q
perfluortridecaanzuur (PFTrDA)
µg/kg ds
<0.1
Q
perfluortetradecaanzuur (PFTeDA)
µg/kg ds
<0.1
Q
perfluorhexadecaanzuur (PFHxDA)
µg/kg ds
<0.1
Q
perfluoroctadecaanzuur (PFODA)
µg/kg ds
<0.1
Q
perfluorbutaansulfonzuur (PFBS)
µg/kg ds
<0.1
Q
perfluorpentaansulfonzuur (PFPeS)
µg/kg ds
<0.1
Q
perfluorhexaansulfonzuur (PFHxS)
µg/kg ds
<0.1
Q
perfluorheptaansulfonzuur (PFHpS)
µg/kg ds
<0.1
Q
perfluoroctaansulfonzuur (PFOS) lineair
µg/kg ds
0.4
Q
perfluoroctaansulfonzuur (PFOS) vertakt
µg/kg ds
0.2
Q
perfluordecaansulfonzuur (PFDS)
µg/kg ds
<0.1
Nr. Uw monsteromschrijving
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
12657018
MM02 07 (0-50) 10 (0-50) 12 (0-50) 16 (0-50)
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
3
MM03 09 (0-50) 14 (0-50) 15 (0-50) 18 (0-50)
Grond (AS3000)
12657020
4
MM04 03 (70-120) 10 (100-150) 13 (100-150) 18 (100-150)
Grond (AS3000)
12657021
5
MM05 02 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50) 08 (0-50) 11 (0-50) 15 (0-50) 17 (0-50)
Grond (AS3000)
12657022
1
MM01 01 (0-50) 04 (0-50) 08 (0-50) 11 (0-50)
2
12657019
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
W: Waals Gewest erkende verrichting
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
Q
23220051 Certificaatnummer/Versie Magnoliastraat/Vuurdoornstraat te ‘s-Gravenpolder Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
Analyse
Eenheid
1
2
2022049023/1 25-Mar-2022 31-Mar-2022 31-Mar-2022/16:16 A,B,C 4/4 4
3
5
4:2 fluortelomeer sulfonzuur (4:2 FTS)
µg/kg ds
<0.1
Q
6:2 fluortelomeer sulfonzuur (6:2 FTS)
µg/kg ds
<0.1
Q
8:2 fluortelomeer sulfonzuur (8:2 FTS)
µg/kg ds
<0.1
Q
10:2 fluortelomeer sulfonzuur (10:2 FTS)
µg/kg ds
<0.1
Q
N-methylperfluoroctaansulfonamideacetaa µg/kg ds
<0.1
t(MeFOSAA) Q
N-ethylperfluoroctaansulfonamideacetaat µg/kg ds
<0.1
(EtFOSAA) Q
perfluoroctaansulfonamide (PFOSA)
µg/kg ds
<0.1
Q
N-methylperfluoroctaansulfonamide
µg/kg ds
<0.1
µg/kg ds
<0.1
(MeFOSA) Q
8:2 fluortelomeerfosfaatdiester (8:2 diPAP)
Q
som PFOA (*0,7)
µg/kg ds
0.5
Q
som PFOS (*0,7)
µg/kg ds
0.5
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
S
Naftaleen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
S
Fenanthreen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
S
Anthraceen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
S
Fluorantheen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
S
Benzo(a)anthraceen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
S
Chryseen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
S
Benzo(k)fluorantheen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
S
Benzo(a)pyreen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
S
Benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
S
Indeno(123-cd)pyreen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
S
PAK VROM (10) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.35
1)
0.35
Nr. Uw monsteromschrijving
1)
0.35
<0.050 1)
0.35
1)
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
12657018
MM02 07 (0-50) 10 (0-50) 12 (0-50) 16 (0-50)
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
3
MM03 09 (0-50) 14 (0-50) 15 (0-50) 18 (0-50)
Grond (AS3000)
12657020
4
MM04 03 (70-120) 10 (100-150) 13 (100-150) 18 (100-150)
Grond (AS3000)
12657021
5
MM05 02 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50) 08 (0-50) 11 (0-50) 15 (0-50) 17 (0-50)
Grond (AS3000)
12657022
1
MM01 01 (0-50) 04 (0-50) 08 (0-50) 11 (0-50)
2
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting
12657019
Akkoord Pr.coörd.
V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
W: Waals Gewest erkende verrichting
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC: 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
KD
TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2022049023/1 Pagina 1/1 Monster nr. Barcode
Uw monsteromschrijving Boornr
12657018
Van
Tot
Uw datum monstername
Monsteromsch./Monstername ID
MM01 01 (0-50) 04 (0-50) 08 (0-50) 11 (0-50)
0539406145
11
0
50
22-Mar-2022
1
0539405914
08
0
50
22-Mar-2022
1
0539405919
01
0
50
23-Mar-2022
1
0539405928
04
0
50
23-Mar-2022
1
12657019
MM02 07 (0-50) 10 (0-50) 12 (0-50) 16 (0-50)
0539405810
10
0
50
22-Mar-2022
1
0539406535
12
0
50
22-Mar-2022
1
0539405921
07
0
50
22-Mar-2022
1
0539405672
16
0
50
23-Mar-2022
1
12657020
MM03 09 (0-50) 14 (0-50) 15 (0-50) 18 (0-50)
0539406681
14
0
50
22-Mar-2022
1
0539406665
09
0
50
22-Mar-2022
1
0539405922
18
0
50
23-Mar-2022
1
0539405927
15
0
50
23-Mar-2022
1
12657021
MM04 03 (70-120) 10 (100-150) 13 (100-150) 18 (100 -150)
0539405814
10
100
150
22-Mar-2022
3
0539406539
13
100
150
22-Mar-2022
3
0539405923
03
70
120
23-Mar-2022
3
0539405912
18
100
150
23-Mar-2022
3
12657022
MM05 02 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50) 08 (0-50) 11 (0 -50) 15 (0-50) 17 (0-50)
0539406145
11
0
50
22-Mar-2022
1
0539406671
06
0
50
22-Mar-2022
1
0539406069
05
0
50
22-Mar-2022
1
0539405914
08
0
50
22-Mar-2022
1
0539405913
02
0
50
23-Mar-2022
1
0539405682
17
0
50
23-Mar-2022
1
0539405927
15
0
50
23-Mar-2022
1
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2022049023/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)
De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG Opmerking 2)
Indicatieve waarde(n) i.v.m. adsorptie van de interne standaard.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.be www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
.
Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2022049023/1 Pagina 1/1 Analyse
Methode
Techniek
Methode referentie
W0106
Voorbehandeling
AS3000
Droge Stof
W0104
Gravimetrie
pb 3010-2 en NEN-EN 15934
Organische stof (gloeiverlies)
W0109
Gravimetrie
pb 3010-3 en NEN 5754
Korrelgrootte < 2 µm (lutum)
W0171
Sedimentatie
pb 3010-4 en NEN 5753
Barium (Ba)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Cadmium (Cd)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Kobalt (Co)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Koper (Cu)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Kwik (Hg)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Molybdeen (Mo)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Nikkel (Ni)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Lood (Pb)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Zink (Zn)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
W0202
GC-FID
pb 3010-7 en NEN-EN-ISO 16703
OCB (25)
W0262
GC-MS
pb 3020-1-3 & NEN 6980
OCB som AP04/AS3X
W0262
GC-MS
pb 3020-1-3 & NEN 6980
W0271
GC-MS
pb 3010-8 en NEN 6980
PFAS (28) Handelingskader
W0323
LC-MSMS
Eigen methode
Som lin + vert PFOS & PFOA AS3000
W0323
LC-MSMS
Eigen methode
Voorbehandeling
Cryogeen malen Bodemkundige analyses
Metalen
Minerale olie
Minerale Olie (C10-C40) Organo chloorbestrijdingsmiddelen, OCB
Polychloorbifenylen, PCB
PCB (7) PerFluorKoolwaterstoffen(PFC)
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
PAK som AS3000/AP04
W0271
GC-MS
pb. 3010-6 en NEN-ISO 18287
PAK (10) (VROM)
W0271
GC-MS
pb. 3010-6 en NEN-ISO 18287
Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie juni 2020.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Bijlage 5B Grondwater, chemisch
23220051
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Magnolia- / Vuurdoornstraat te 's-Gravenpolder
Bijlage 5
SMA Zeeland b.v. T.a.v. Diana Postma Postbus 25 4453 ZG 'S- HEERENHOEK NETHERLANDS
Analysecertificaat Datum: 04-Apr-2022
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw datum aanlevering monster(s)
2022052878/1 23220051 Magnoliastraat/Vuurdoornstraat te ‘s-Gravenpolder 31-Mar-2022
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 NL-3771NB Barneveld +31 (0)34 242 63 00 Info-env@eurofins.nl www.eurofins.nl
Venecoweg 5 B-9810 Nazareth +32 (0)9 222 77 59 belgie-env@eurofins.be www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
23220051 Certificaatnummer/Versie Magnoliastraat/Vuurdoornstraat te ‘s-Gravenpolder Startdatum analyse Datum einde analyse Gilian De Feijter Rapportagedatum Bijlage Pagina
Analyse
Eenheid
1
12
2022052878/1 31-Mar-2022 04-Apr-2022 04-Apr-2022/14:19 A,B,C 1/2
Metalen
S
Arseen (As)
µg/L
S
Barium (Ba)
µg/L
<20
S
Cadmium (Cd)
µg/L
<0.20
S
Kobalt (Co)
µg/L
<2.0
S
Chroom (Cr)
µg/L
<1.0
S
Koper (Cu)
µg/L
<2.0
S
Kwik (Hg)
µg/L
<0.050
S
Molybdeen (Mo)
µg/L
<2.0
S
Nikkel (Ni)
µg/L
<3.0
S
Lood (Pb)
µg/L
<2.0
Zink (Zn)
µg/L
<10
<0.20
S
Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen
S
Benzeen
µg/L
S
Tolueen
µg/L
0.51
S
Ethylbenzeen
µg/L
<0.20
S
o-Xyleen
µg/L
<0.10
S
m,p-Xyleen
µg/L
<0.20
S
Xylenen (som) factor 0,7
µg/L
0.21
BTEX (som)
µg/L
<0.90
S
Naftaleen
µg/L
<0.020
S
Styreen
µg/L
<0.20
1)
Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen
S
Dichloormethaan
µg/L
<0.20
S
Trichloormethaan
µg/L
<0.20
S
Tetrachloormethaan
µg/L
<0.10
S
Trichlooretheen
µg/L
<0.20
S
Tetrachlooretheen
µg/L
<0.10
S
1,1-Dichloorethaan
µg/L
<0.20
S
1,2-Dichloorethaan
µg/L
<0.20
S
1,1,1-Trichloorethaan
µg/L
<0.10
Nr. Uw monsteromschrijving
1
10-1-1 10 (150-250)
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
Water (AS3000)
12670313
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
W: Waals Gewest erkende verrichting
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
23220051 Certificaatnummer/Versie Magnoliastraat/Vuurdoornstraat te ‘s-Gravenpolder Startdatum analyse Datum einde analyse Gilian De Feijter Rapportagedatum Bijlage Pagina
Analyse
S
Eenheid
1
1,1,2-Trichloorethaan
µg/L
<0.10
S
cis 1,2-Dichlooretheen
µg/L
<0.10
S
trans 1,2-Dichlooretheen
µg/L
<0.10
CKW (som)
µg/L
<1.6
S
Tribroommethaan
µg/L
<0.20
S
Vinylchloride
µg/L
<0.10
S
1,1-Dichlooretheen
µg/L
<0.10
S
1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7
µg/L
0.14
S
1,1-Dichloorpropaan
µg/L
<0.20
S
1,2-Dichloorpropaan
µg/L
<0.20
S
1,3-Dichloorpropaan
µg/L
<0.20
Dichloorpropanen som factor 0.7
µg/L
0.42
Minerale olie (C10-C12)
µg/L
<10
Minerale olie (C12-C16)
µg/L
<10
Minerale olie (C16-C21)
µg/L
<10
Minerale olie (C21-C30)
µg/L
<15
Minerale olie (C30-C35)
µg/L
<10
Minerale olie (C35-C40)
µg/L
<10
Minerale olie totaal (C10-C40)
µg/L
<50
S
2022052878/1 31-Mar-2022 04-Apr-2022 04-Apr-2022/14:19 A,B,C 2/2
1)
Minerale olie
S
Nr. Uw monsteromschrijving
1
10-1-1 10 (150-250)
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
Water (AS3000)
12670313
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting
Akkoord Pr.coörd.
V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
W: Waals Gewest erkende verrichting
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC: 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
VA
TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2022052878/1 Pagina 1/1 Monster nr. Barcode
Uw monsteromschrijving Boornr
12670313
Van
Tot
Uw datum monstername
Monsteromsch./Monstername ID
10-1-1 10 (150-250)
0680614139
10
150
250
30-Mar-2022
1
0680614145
10
150
250
30-Mar-2022
2
0801022531
10
150
250
30-Mar-2022
3
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2022052878/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)
De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.be www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
.
Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2022052878/1 Pagina 1/1 Analyse
Methode
Techniek
Methode referentie
Arseen (As)
W0421
ICP-MS
pb 3150-1/2 & NEN-EN-ISO 17294-2
Barium (Ba)
W0421
ICP-MS
pb 3110-3 en NEN-EN-ISO 17294-2
Cadmium (Cd)
W0421
ICP-MS
pb 3110-3 en NEN-EN-ISO 17294-2
Kobalt (Co)
W0421
ICP-MS
pb 3110-3 en NEN-EN-ISO 17294-2
Chroom (Cr)
W0421
ICP-MS
pb 3150-1/2 & NEN-EN-ISO 17294-2
Koper (Cu)
W0421
ICP-MS
pb 3110-3 en NEN-EN-ISO 17294-2
Kwik (Hg)
W0421
ICP-MS
pb 3110-3 en NEN-EN-ISO 17294-2
Molybdeen (Mo)
W0421
ICP-MS
pb 3110-3 en NEN-EN-ISO 17294-2
Nikkel (Ni)
W0421
ICP-MS
pb 3110-3 en NEN-EN-ISO 17294-2
Lood (Pb)
W0421
ICP-MS
pb 3110-3 en NEN-EN-ISO 17294-2
Zink (Zn)
W0421
ICP-MS
pb 3110-3 en NEN-EN-ISO 17294-2
Metalen
Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen
Xylenen som AS3000
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
Aromaten (BTEXN)
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
Styreen
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen
VOCl (11)
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
Tribroommethaan (Bromoform)
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
Vinylchloride
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
1,1-Dichlooretheen
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
DiClEtheen som AS3000
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
1,1-Dichloorpropaan
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
1,2-Dichloorpropaan
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
1,3-Dichloorpropaan
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
DiChlprop. som AS3000
W0254
HS-GC-MS
pb 3130-1
W0215
GC-FID
pb 3110-5
Minerale olie
Minerale olie (C10-C40)
Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie juni 2020.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Bijlage 6 Topografische kaarten
23220051
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Magnolia- / Vuurdoornstraat te 's-Gravenpolder
Bijlage 6
Overzichtskaart
Jaartal: Ca. 1995
Contouren onderzoekslocatie
Jaartal: Ca. 1985
Project:
23220051
Tekenaar:
svuden
Locatie:
Magnoliastraat/Vuurdoornstraat te 's-Gravenpolder
Tekennr:
Q4
Onderdeel:
Historische topografische kaarten
Papier fromaat: A4
Opdrachtgever:
Gemeente Borsele
Datum:
08-03-2022
Jaartal: Ca. 1970
Jaartal: Ca. 1950
Jaartal: Ca. 1915
Jaartal: Ca. 1865
Contouren onderzoekslocatie
Project:
23220051
Tekenaar:
svuden
Locatie:
Magnoliastraat/Vuurdoornstraat te 's-Gravenpolder
Tekennr:
Q5
Onderdeel:
Historische topografische kaarten
Papierformaat:
A4
Opdrachtgever:
Gemeente Borsele
Datum:
08-03-2022
Bijlage 7 Foto’s
23220051
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Magnolia- / Vuurdoornstraat te 's-Gravenpolder
Bijlage 7
Foto 1
Foto 2
23220051
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Magnolia- / Vuurdoornstraat te 's-Gravenpolder
Bijlage 7
Foto 3
Foto 4
23220051
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Magnolia- / Vuurdoornstraat te 's-Gravenpolder
Bijlage 7
Foto 5
23220051
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Magnolia- / Vuurdoornstraat te 's-Gravenpolder
Bijlage 7
Bijlage 2 Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek
ARTEFACT! RAPPORT 684
’s-Gravenpolder Seringestraat – Magnoliastraat – Vuurdoornstraat Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen
D.G. Winterswijk F.M.J. Delporte
Colofon Titel
’s-Gravenpolder Seringestraat – Magnoliastraat - Vuurdoornstraat Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen
Auteur(s)
D.G. Winterswijk en F.M.J. Delporte
Artefact rapport
684
Status rapport
Definitief
Datum
4-4-2022
Projectcode
2022ART11
Projectmedewerker(s)
F.G.R. D’hondt en D. Kneuvels
ISSN
2213 7424
Autorisatie
Naam
J.E.M. Wattenberghe
Paraaf
Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed! Riemensstraat 9 4543 BW Zaamslag T 0115 851614 E info@artefact-info.nl W www.artefact-info.nl
© Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed B.V., 2022 Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van het hierin verwoorde advies. Voorliggend rapport is beoordeeld en goedgekeurd door de bevoegde overheid.
ARTEFACT RAPPORT 684
’S-GRAVENPOLDER, SERINGESTRAAT-MAGNOLIASTRAAT-VUURDOORNSTRAAT
Inhoud Samenvatting ............................................................................................................................................................. 4 Administratieve Gegevens ...........................................................................................................................................5
1
Inleiding ........................................................................................................................... 7 1.1 Aanleiding van het onderzoek ..................................................................................................................... 7 1.2 Doel van het onderzoek en onderzoeksvragen .............................................................................................8 1.3 Wettelijk kader en beleid ........................................................................................................................... 10 1.4 Plangebied, onderzoeksgebied en planvorming ........................................................................................ 11
2
Archeologisch bureauonderzoek ....................................................................................... 12 2.1 Methoden .................................................................................................................................................. 12 2.2 Landschap en geologie .............................................................................................................................. 13 2.2.1
Landschappelijke ontwikkeling ..................................................................................................... 13
2.2.2
Aardkundige waarden .................................................................................................................. 16
2.3 Historie ...................................................................................................................................................... 22 2.3.1
Historisch-geografische ontwikkeling .......................................................................................... 22
2.3.2
Verstoringsgeschiedenis ............................................................................................................... 32
2.4 Archeologische waarden ........................................................................................................................... 32 2.5 Bouw- en cultuurhistorische waarden ........................................................................................................ 36 2.6 Archeologisch verwachtingsmodel ............................................................................................................ 36
3
Inventariserend veldonderzoek ........................................................................................ 40 3.1 Methoden ..................................................................................................................................................40 3.2 Resultaten booronderzoek ........................................................................................................................ 41
4
3.2.1
Geologie en bodem ...................................................................................................................... 41
3.2.2
Archeologie ................................................................................................................................. 42
Conclusie en Advies ......................................................................................................... 43 4.1 Conclusie: beantwoording onderzoeksvragen ........................................................................................... 43 4.2 Advies .......................................................................................................................................................44
Lijst met figuren ....................................................................................................................................................... 46 Bronnen ..................................................................................................................................................................... 47 Bijlage 1
AMZ-cyclus
Bijlage 2
Verklarende woordenlijst en afkortingen
Bijlage 3
Tijdstabel
Bijlage 4
Planvorming
Bijlage 5
Boorstaten
3
ARTEFACT RAPPORT 684
’S-GRAVENPOLDER, SERINGESTRAAT-MAGNOLIASTRAAT-VUURDOORNSTRAAT
Samenvatting De gemeente Borsele heeft het voornemen om nieuwe woningen te realiseren aan de Seringestraat, Magnoliastraat en Vuurdoornstraat te ’s-Gravenpolder (gemeente Borsele). De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het bestaande bestemmingsplan. In het kader van de hiertoe benodigde bestemmingsplanwijziging heeft Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed een Archeologisch Bureauonderzoek en een Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd. In het kader van het bureauonderzoek werd een groot aantal bronnen bestudeerd die geleid hebben tot een gespecifieerd verwachtingsmodel voor het plangebied. Dit model is vervolgens getoetst door het uitvoeren van een verkennend booronderzoek.
Op basis van de resultaten kan gesteld worden dat: ⎯ Binnen het gehele plangebied zich afzettingen van het Laagpakket van Walcheren bevinden op Hollandveen op afzettingen van het Laagpakket van Wormer; ⎯ De afzettingen van het Laagpakket van Walcheren bestaan uit kwelder op overgangsafzettingen; ⎯ De bovenste laag van het Laagpakket van Walcheren doorwerkt is tot een akkerlaag met daarboven een pakket opgebrachte grond; ⎯ Binnen het gehele plangebied een lage verwachting geldt op het voorkomen van vindplaatsen voor het Neolithicum tot en met de Midden-IJzertijd, de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd; ⎯ De top van het Hollandveen is geërodeerd en er dus geen verwachting geldt op het aantreffen van vindplaatsen uit de Late-IJzertijd en Romeinse tijd. Op basis hiervan wordt geadviseerd: ⎯ In het nieuw op te stellen bestemmingsplan geen dubbelbestemming archeologie op te nemen; ⎯ Dit betekent verder dat archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk wordt geacht voor het plangebied.
4
ARTEFACT RAPPORT 684
’S-GRAVENPOLDER, SERINGESTRAAT-MAGNOLIASTRAAT-VUURDOORNSTRAAT
Administratieve Gegevens Projectnaam
’s-Gravenpolder Seringestraat – Magnoliastraat – Vuurdoornstraat
Onderzoeksvorm
Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen
LOCATIE Provincie
Zeeland
Gemeente
Borsele
Plaats
’s-Gravenpolder
Adres / Locatie
Seringestraat – Magnoliastraat – Vuurdoornstraat
Hoekpunten coördinaten RD Deelgebied A
NW 52.486/386.783 ZW 52.507/386.748
NO 52.502/386.788 ZO 52.522/584.764.
Hoekpunten coordinaten RD Deelgebied B Centrum coördinaat RD Deel A Deel B Kaartblad
NW 52.506/386.738 ZW 52.524/386.711
NO 52.577/386.797 ZO 52.616/386.754
Kadastraal perceel Oppervlakte plangebied
Gemeente Borsele Sectie AG, perceel 4167 (gedeeltelijk) 4756 m²
Vigerende bestemmingsplan
Bestemmingsplan Oostgaarde (2009), enkelbestemming Groen
52.504/386.770 52.561/386.754 65H
BEKENDE WAARDEN Gemeentelijke vindplaats
Geen
AMK status
Geen
Archis vondstlocatie
Geen
Zeeuws Archeologisch Depot
Geen (mail helpdesk d.d. 24-02-2022)
OPDRACHTGEVER Naam
Gemeente Borsele
Contactpersoon
Mevr. F. de Groot
Adres
Postbus 1, 4450 AA Heinkenszand
Telefoon
0113 238383
FdeGroot@Borsele.nl
BEVOEGDE OVERHEID Naam
Gemeente Borsele
Contactpersoon
Mevr. A.I. Elling
Adres
Postbus 1, 4450 AA Heinkenszand
Telefoon
14 0113
5
ARTEFACT RAPPORT 684
’S-GRAVENPOLDER, SERINGESTRAAT-MAGNOLIASTRAAT-VUURDOORNSTRAAT
aielling@borsele.nl
ADVISEUR BEVOEGDE OVERHEID Naam
Oosterschelderegio Archeologisch Samenwerkingsverband (OAS)
Contactpersoon
Dhr. K-J. R. Kerckhaert
Adres
Postbus 49, 4330 AA Middelburg
Telefoon
0118 670611
kjr.kerckhaert@erfgoedzeeland.nl adviesarcheologie@erfgoedzeeland.nl
BEHEER EN PLAATS DOCUMENTATIE EN VONDSTEN Naam
Zeeuws Archeologisch Depot
Contactpersoon
dhr. J.J. H. van den Berg
Adres
Looierssingel 2, 4331 NK Middelburg Postbus 49, 4330 AA Middelburg
Telefoon
0118 670618
jjh.vanden.berg@erfgoedzeeland.nl
E-depot
EDNA (E-Depot Nederlandse archeologie via www.easy.dans.knaw.nl)
UITVOERDER Naam
Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed.
Contactpersoon
dhr. J.E.M. Wattenberghe
Adres
Riemensstraat 9, 4543 BW Zaamslag
Telefoon
0115 851614
janwattenberghe@artefact-info.nl
ONDERZOEKSGEGEVENS Planologische aanleiding
Bestemmingsplanwijziging
Begin/einddatum veldwerk
8 februari 2022
Projectnummer Artefact
2022ART11
Archis onderzoeksmelding
5160456100
6
ARTEFACT RAPPORT 684
’S-GRAVENPOLDER, SERINGESTRAAT-MAGNOLIASTRAAT-VUURDOORNSTRAAT
1
Inleiding
1.1
Aanleiding van het onderzoek
In opdracht van de gemeente Borsele heeft Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd binnen het plangebied gelegen aan de Seringestraat, Magnoliastraat en de Vuurdoornstraat in ’s-Gravenpolder, gemeente Borsele. De aanleiding tot het onderzoek wordt gevormd door het voornemen van de gemeente om nieuwe woningbouw te realiseren. Het plangebied omvat een deel van het kadastrale perceel Borsele, Sectie AG, perceel 4167 (gedeeltelijk). De oppervlakte bedraagt 4756 vierkante meter (figuur 1 en 2).
Figuur 1 Ligging in Nederland, schaal 1:100.000. Bron: ESRI Nederland, Community Map Contributors 2022.
Het plangebied is binnen bestemmingsplan Oostgaarde 2009 gesitueerd in een gebied met enkelbestemming Groen. De voorgenomen ontwikkeling past dus niet binnen het bestaande bestemmingsplan en om de realisatie van nieuwe woningen mogelijk te maken is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk. In het vigerende bestemmingsplan is geen dubbelbestemming inzake archeologie opgenomen, in het gemeentelijke archeologiebeleid geldt voor deze locatie een hoge verwachting wat impliceert dat archeologisch onderzoek vereist is bij werkzaamheden die groter zijn dan 250 vierkante meter en dieper reiken dan 0,40 meter beneden maaiveld. Dergelijke werkzaamheden zijn wel vergunbaar mits een archeologisch onderzoeksrapport wordt voorgelegd waarin wordt aangetoond dat geen archeologische waarden aanwezig zijn, dat deze niet behoudenswaardig zijn of dat deze door de voorgenomen werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad. Met de geplande herinrichting worden de vrijstellingsgrenzen 7
ARTEFACT RAPPORT 684
’S-GRAVENPOLDER, SERINGESTRAAT-MAGNOLIASTRAAT-VUURDOORNSTRAAT
overschreden. In het kader van de noodzakelijke bestemmingsplanwijziging dient een archeologisch onderzoeksrapport te worden voorgelegd.
Figuur 2 Ligging in Nederland, schaal 1:5000. Bron: ESRI Nederland, Community Map Contributors 2022.
1.2
Doel van het onderzoek en onderzoeksvragen
Conform de AMZ- cyclus start een archeologisch onderzoek steeds met een bureauonderzoek. Het doel van een bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde, archeologische verwachting, met behulp van informatie van bestaande bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden binnen een omschreven gebied. Het resultaat is een standaardrapport met een advies op basis waarvan de bevoegde overheid een besluit kan nemen over het al dan niet laten uitvoeren van vervolgonderzoek. 1 De resultaten van het standaardrapport bureauonderzoek kunnen leiden tot één van de volgende uitkomsten: ⎯ Er zijn onvoldoende data: er wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek ⎯ Er zijn voldoende data: er wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd Het doel van een inventariserend veldonderzoek is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek en/of in het Programma van Eisen. Het gaat om gebieds- of vindplaatsgericht onderzoek.
1 SIKB, Protocol 4002, Versie 4.1, d.d. 19 februari 2018: p.4
8
ARTEFACT RAPPORT 684
’S-GRAVENPOLDER, SERINGESTRAAT-MAGNOLIASTRAAT-VUURDOORNSTRAAT
Inventariserend veldonderzoek gebeurt door middel van waarnemingen in het veld, waarbij (extra) informatie wordt verkregen over bekende en/of verwachte archeologische waarden in een onderzoeksgebied. Dit omvat de aan- of afwezigheid, de aard, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Het inventariserend veldonderzoek kan uitgevoerd worden als een IVOproefsleuvenonderzoek (IVO-P waarbij veldwerk bestaat uit het aanleggen van proefsleuven en/of proefputten) of als een IVO-overig (IVO-O waarbij het veldwerk kan bestaan uit oppervlaktekartering, boringen, profielputjes of geofysisch onderzoek). Een inventariserend veldonderzoek kent drie mogelijke fasen: een verkennende, een karterende en een waarderende fase. Het is vanzelfsprekend niet steeds noodzakelijk al deze fasen te doorlopen. ⎯ De verkennende fase heeft als doel om inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap die van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Dit kan met een eenvoudige terreininspectie, maar ook door geo-archeologisch booronderzoek en het graven van profielputjes. Doel daarbij is het uitsluiten van kansarme zones en het selecteren van kansrijke zones voor de volgende vormen van onderzoek. ⎯ Tijdens de karterende fase wordt het terrein systematisch onderzocht op de aanwezigheid van vondsten en/of sporen.
⎯ Tijdens de waarderende fase kan het waarnemingsnet verdicht worden om de aard, omvang, datering, gaafheid, conservering en inhoudelijke kwaliteit van de archeologische resten vast te stellen Het resultaat van dit onderzoek is een standaardrapport met een waardering en een inhoudelijk selectieadvies (buiten normen van tijd en geld), op basis waarvan een beleidsbeslissing (meestal een selectiebesluit) kan worden genomen. Om te komen tot het resultaat moeten de veldactiviteiten uitgevoerd worden tot het niveau waarop de beleidsbeslissing gefundeerd genomen kan worden, d.w.z. dat de archeologische waarden van het terrein/vindplaats in voldoende mate zijn vastgesteld. Indien er onvoldoende data voor waardering en selectie-advies zijn, kunnen deze niet opgesteld worden.2 Het advies kan dan zijn: vrijgeven, vervolgonderzoek en/of planologische bescherming. Het voorliggend onderzoek betreft een bureauonderzoek gecombineerd met een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen (IVO-O, verkennende fase). Conform de Regeling aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland 20193 dient een archeologisch vooronderzoek in de Provincie Zeeland, behoudens anders besloten na overleg met de bevoegde overheid, immers (minimaal) te bestaan uit een bureauonderzoek gecombineerd met een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen.
Daarbij dienen volgende vragen te worden beantwoord: ⎯ Wat is de geo(morfo)logische situatie binnen het plangebied? ⎯ Is de bodem intact of werden verstoringen vastgesteld? ⎯ Werden binnen het plangebied (aanwijzingen voor de aanwezigheid van) vindplaatsen vastgesteld? Zo ja, binnen welk deel van het plangebied en op welk niveau/diepte? ⎯ Bestaat binnen het plangebied een verwachting op het voorkomen van vindplaatsen? Zo ja, binnen welk deel van het plangebied en op welk niveau/diepte? Met andere woorden: kan het verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek worden bijgesteld? ⎯ Worden de (vastgestelde of verwachte) archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen planontwikkeling? ⎯ Is het plangebied in voldoende mate onderzocht? Zo nee, welke vorm van vervolgonderzoek wordt geadviseerd?
2 SIKB, Protocol 4003, Versie 4.1, d.d. 19 februari 2018: p.4-5 3 Provinciaal Blad van Zeeland nr. 8080, 12 december 2019.
9
ARTEFACT RAPPORT 684
1.3
’S-GRAVENPOLDER, SERINGESTRAAT-MAGNOLIASTRAAT-VUURDOORNSTRAAT
Wettelijk kader en beleid
Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht, hiermee is het Europese Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Het verdrag beoogt het cultureel erfgoed, dat zich in de bodem bevindt, beter te beschermen. De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van archeologische onderzoeken. De Erfgoedwet moet samen met de (nog in werking te treden) Omgevingswet een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk maken. Op landelijk niveau is een Nationale Onderzoeksagenda Archeologie (NOaA2) opgesteld waarin het Zeeuws kleigebied als archeoregio een afzonderlijk hoofdstuk vormt en de regiogebonden onderzoeksthema’s en -vragen toegelicht worden. Daarnaast worden in deze NOaA2 ook per periode en complextype specifieke onderzoeksthema’s en –vragen geformuleerd die richtinggevend kunnen zijn bij onderzoek. Het beleid van de provincie Zeeland ten aanzien van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) is vastgelegd in de CultuurNota 2017-2020, deze is met een jaar verlengd in 2021. In februari 2017 heeft het College van Gedeputeerde Staten van Zeeland het ‘Toetsingskader archeologie Provincie Zeeland 2017’ vastgesteld. 4 In het toetsingskader is vastgesteld wanneer archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is indien de provincie als bevoegde overheid optreedt.
Daarnaast is in 2016 de Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie Zeeland 2017-2020 gepubliceerd waarin de kernthema’s en zwaartepunten voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland worden gepresenteerd: ⎯ Basale harde gegevens en diachrone datasets ⎯ Archeologisch onderzoek in diepere bodemontsluitingen ⎯ Uitwerking oud archeologisch onderzoek ⎯ Verdronken land en dorpen ⎯ Onderzoek naar infrastructuur ⎯ Verdedigingswerken in Zeeland ⎯ Boerderijen en rurale nederzettingen ⎯ Voedseleconomie van stad en platteland ⎯ Religieuze en rituele verschijningsvormen ⎯ Scheeps- en onderwaterarcheologie ⎯ Publiekswerking van archeologisch onderzoek Tot slot heeft de provincie een Regeling aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland 2019. De Gedeputeerde Staten van de Provincie Zeeland zijn bevoegde overheid in het kader van de Ontgrondingenwet (welke voor het voorliggende project niet van toepassing is). Met de komst van de (herziene) Wet op de archeologische Monumentenzorg (Wamz) in 2007, de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in 2008 is de verantwoordelijkheid voor het cultureel erfgoed in grote mate gedecentraliseerd en verschoven van Rijk en provincie naar de gemeenten. Gemeenten worden verantwoordelijk gehouden voor de omgang met archeologische waarden.
Daartoe dienen gemeenten een eigen archeologiebeleid te voeren en te verankeren in de ruimtelijke ordening. Als gevolg van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, 2010) zijn de burgemeester en wethouders bevoegde overheid in het kader van de omgevingsvergunning. Het gemeentelijke beleid van Borsele is in 2011 door Vestigia opgesteld en vervolgens door het College van Burgemeester en Wethouders vastgesteld. In de beleidsnota is geconcludeerd dat de gemeentelijke ondergrond in vier archeologisch relevante lagen kan worden onderverdeeld. Op de hieruit volgende archeologische maatregelenkaart-in-lagen werd de archeologische waarde bepaald op basis van bekende landschappelijke en bodemkundige informatie, archeologische waarnemingen en bekende vindplaatsen. Elk van de vastgestelde 8 categorieën vertegenwoordigt een bepaalde archeologische
4 Toetsingskader archeologie Provincie Zeeland 2017, Provinciaal blad 2017 nr. 605, 15 februari 2017.
10
ARTEFACT RAPPORT 684
’S-GRAVENPOLDER, SERINGESTRAAT-MAGNOLIASTRAAT-VUURDOORNSTRAAT
waarde of –wanneer de waarde nog niet is vastgesteld– een archeologische verwachting. Dit gemeentelijk beleid is meegenomen in de sinds 2011 opgestelde bestemmingsplannen waarbij gebieden met (een) archeologische (verwachtings)waarde een planologische bescherming hebben gekregen. De vrijstellingsgrenzen werden toegekend op basis van de (verwachtings)waarde. Op de vigerende gemeentelijke archeologische maatregelenkaart-in-lagen geldt voor het plangebied: ⎯ Hoge verwachting op het niveau van het Laagpakket van Walcheren (Formatie van Naaldwijk; Laag 1); ⎯ Hoge verwachting voor het Hollandveen Laagpakket (Formatie van Nieuwkoop; Laag 2); ⎯ Een hoge verwachting voor het Laagpakket van Wormer (Formatie van Naaldwijk; Laag 3); ⎯ Een gematigde verwachting voor het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel; Laag 4).
1.4
Plangebied, onderzoeksgebied en planvorming
Het plangebied, opgesplitst in twee delen (deelgebied A en B, figuur 3), is gelegen in het oostelijke gedeelte van de dorpskern van ’s-Gravenpolder en grenst aan de Seringestraat, Magnoliastraat en Vuurdoornstraat. De stukken grond zijn op dit moment in gebruik als grasland. De initiatiefnemer, de gemeente Borsele, heeft het voornemen om op deze plek nieuwe woningbouw te realiseren. Er zijn nog geen concrete plannen bekend. Er is echter wel een verkavelingsplan opgesteld (bijlage 4), waarbij 10 nieuwe woningen binnen het plangebied zijn voorzien. De funderingsdetails zijn eveneens nog niet bekend, maar zullen de naar verwachting de vrijstellingsgrenzen overschrijden.
Figuur 3 Ligging plangebied, opgesplitst in deelgebieden A en B. Bron: ESRI Nederland, Community Map Contributors 2022.
11
ARTEFACT RAPPORT 684
’S-GRAVENPOLDER, SERINGESTRAAT-MAGNOLIASTRAAT-VUURDOORNSTRAAT
2
Archeologisch bureauonderzoek
2.1
Methoden
Het voorliggend hoofdstuk omvat de resultaten van het archeologisch bureauonderzoek. Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 van de KNA 4.1 en de Regeling aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland 2019.5 Hierbij werden de volgende processtappen doorlopen: Processtap
Specificatie
Hoofdstuk
Afbakenen plan/onderzoeksgebied; vaststellen consequenties toekomstig gebruik
LS01
1.4
Vermelden (en toepassen) overheidsbeleid
LS01
1.3
Beschrijven huidig gebruik
LS02
1.4
Beschrijven historische situatie
LS03
2.3.1
Beschrijven mogelijke verstoringen
LS03
2.3.2
Beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden ondergrond
LS02-03-04
2.5
Beschrijven bekende aardwetenschappelijke kenmerken
LS04
2.2.2
Beschrijven bekende archeologische kenmerken
LS04
2.4
Opstellen gespecificeerde verwachting
LS05
2.6
Tijdens het uitvoeren van de bovengenoemde processtappen werd een groot aantal bronnen van diverse aard geraadpleegd. Deze worden hieronder benoemd en in het bronnenoverzicht nader gespecificeerd. ⎯ (Landelijke en regionale) bodem-, geologische en geomorfologische (overzichts)kaarten ⎯ Paleogeografische kaarten ⎯ Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) ⎯ (Specialistische) literatuur ⎯ Rapporten van eerder uitgevoerd archeologisch en cultuurhistorisch onderzoek ⎯ Inrichtingsplannen en conditionerende onderzoeksrapporten: milieu, ecologie, niet-gesprongen explosieven ⎯ Lucht- en satellietfoto’s ⎯ Kaartmateriaal: topografische (militaire) kaarten, oud(st)e kadasterkaarten, oude en/of historische kaarten ⎯ Gemeentelijk en/of provinciaal archief ⎯ Archeologische Monumenten Kaart (AMK) ⎯ Het Archeologisch Informatie Systeem (Archis) ⎯ Centraal Monumenten Archief (CMA) en Centraal Archeologisch Archief (CAA) werden niet geraadpleegd omdat deze oude papieren archieven na de introductie door de ROB werden ingevoerd in Archis ⎯ Cultuurhistorie: gemeentelijke waardenkaart en/of de provinciale Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) ⎯ Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO) ⎯ Gemeentelijke verwachtings- en beleidskaarten ⎯ Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW), maar enkel indien geen meer gedetailleerde regionale kaarten beschikbaar zijn ⎯ Amateurarcheologen, AWN
en/of heemkundevereniging ⎯ Provinciaal depot: archief van het Zeeuws Archeologisch Depot (ZAD)
5 Provinciaal Blad van Zeeland nr. 8080, 12 december 2019.
12
ARTEFACT RAPPORT 684
’S-GRAVENPOLDER, SERINGESTRAAT-MAGNOLIASTRAAT-VUURDOORNSTRAAT
2.2
Landschap en geologie
2.2.1
Landschappelijke ontwikkeling
Zeeland maakt deel uit van het zuidwestelijk zeekleigebied, een sterk gestapeld landschap bestaande uit eolische afzettingen, mariene sedimenten en sedentaat (veen). Omdat in beginsel de locatiekeuze van bewoning en nederzettingspatronen grotendeels te herleiden zijn op de mogelijkheden die het natuurlijke landschap daartoe bood, is het zinvol de landschappelijke ontwikkeling gedurende de laatste fase van het pleistoceen en het holoceen in beeld te krijgen. De landschappelijke evolutie van het Zeeuwse kustgebied kan geschetst worden aan de hand van de paleogeografische kaarten die door Vos en de Vries zijn gepubliceerd. 6 Deze paleogeografische kaarten zijn ontwikkeld door de analyse van grote hoeveelheden bodemdata en bieden aan de hand van momentopnamen inzicht in het waarschijnlijke landschapsbeeld. De veranderende landschappelijke omgeving gedurende de laatste 12.000 jaar en de globale ligging van het plangebied, wordt afgebeeld op figuur 4.7 Onder invloed van de stijgende temperatuur en het smelten van ijskappen in het boreaal (circa 8.400 – 6.950 v. Chr.) stijgt de zeespiegel en gaat hierdoor het pleistocene zandlandschap langzaam vernatten. Plantaardig materiaal wordt als een gevolg van het stijgende waterniveau niet meer afgebroken.
Eerst op de lager gelegen delen, maar later ook hogerop in het landschap groeit laag na laag een pakket veen dat lithostratigrafisch benoemd wordt als Basisveen (Formatie van Nieuwkoop). Deze veengroei doet zich eerst voor in het westen van Zeeland, maar de grens verschuift door de constante stijging van het waterpeil geleidelijk op in oostelijke richting. Aan het veenvormingsproces komt een einde in het midden tot laat-atlanticum (vanaf 5.500 v. Chr.). 8 Gaandeweg wordt namelijk door de sterke zeespiegelstijging en getijdenwerking de strandbarrière die het veenlandschap van de zee afschermt opgeruimd en loopt het noordelijke deel van Zeeland onder water. Er ontstaat hierbij een open kust met daarachter een groot getijdengebied bestaande uit platen, slikken en schorren. Grote delen van het oude pleistocene landschap en Basisveen worden door getijdengeulen uitgeschuurd. De afzettingen van het Laagpakket van Wormer (Formatie van Naaldwijk) die in dit getijdengebied gevormd zijn, zijn overwegend zandig maar kunnen ook bestaan uit kleiplaatgronden.9 Vanaf het subboreaal stagneert de stijging van de zeespiegel in die mate dat de sedimentatie en de stijging elkaar in balans houden. Er zetten zich hierbij meer kleiige sedimenten af. Deze klei is slap en bevat veel rietwortels.
Op de hoger opgeslibde kwelders groeit een dichte rietvegetatie in het getijdengebied en er gaat zich opnieuw veen vormen op de getijdenafzettingen, zodat er vanaf het midden-subboreaal (3.100 v. Chr.) een quasi gesloten kustbarrière van strandwallen ontstaat met daarachter een groot veenlandschap dat bestaat uit een veenmoeras met daartussen kleine vennen en veenstroompjes. 10 Geologisch wordt dit veen tot het Hollandveen Laagpakket van de Formatie van Nieuwkoop gerekend.11 Het veenmilieu verandert in het subboreaal van brak naar zoet en vervolgens van eutroof naar oligotroof en kan opgroeien tot ruim boven NAP. Omstreeks 500 v. Chr. bereikt het veenkussen zijn maximale omvang. Daarna treedt een geleidelijk verval in. Water uit dit veengebied zoekt zijn weg richting de zee in steeds breder wordende geulen. Hierdoor wordt de mariene invloed op het achterliggende land opnieuw geactiveerd. Tussen Vrouwenpolder en Oostkapelle, op Walcheren, doorbreekt het water de strandwal en ontstaat er achter de strandwal sluftergebied met
6 Vos en de Vries, 2018. 7 Delporte, 2021, 13 8 Van Rummelen, 1978: 62-64 9 Van Rummelen, 1978: 53; Delporte 2021, 13 10 Vos en Van Heeringen, 1997: 28 11 Delporte, 2021, 13
13
ARTEFACT RAPPORT 684
’S-GRAVENPOLDER, SERINGESTRAAT-MAGNOLIASTRAAT-VUURDOORNSTRAAT
een veelvoud aan smalle geulen die de verbinding tussen het veengebied met de zee versterkten. Het Veerse gat, de inbraakgeul tussen Walcheren en Noord-Beveland, is in oorsprong wellicht ook in deze periode ontstaan. 12
12 Vos en van Heeringen, 1997 paleogeografische kaart; Delporte, 2021, 13
14
ARTEFACT RAPPORT 684
’S-GRAVENPOLDER, SERINGESTRAAT-MAGNOLIASTRAAT-VUURDOORNSTRAAT
Figuur 4 Paleogeografische ontwikkeling Zeeland. Blauwe stip: globale ligging plangebied. Bron: Vos en de Vries 2018.
Tot in de late ijzertijd wordt de landschappelijke ontwikkeling voornamelijk bepaald door natuurlijke factoren zoals de morfologie van de ondergrond, de zeespiegelstijging en de gedifferentieerde afzettingen en opslibbing van sediment.
15
ARTEFACT RAPPORT 684
’S-GRAVENPOLDER, SERINGESTRAAT-MAGNOLIASTRAAT-VUURDOORNSTRAAT
Grofweg vanaf de Romeinse tijd gaat de antropogene invloed geleidelijk aan een meer bepalende rol spelen in de vorming en afbraak van het landschap. 13 De ontwatering van het veen door het graven van afwateringsgreppels en het verbreden en kanaliseren van de reeds aanwezige veenstroompjes resulteren in erosie van het oppervlakteveen en inklinken van het veenlandschap. De zee krijgt opnieuw vat op het gebied. De eerste tekenen van overstromingen dateren dan ook al uit de 2 de helft van de 2de eeuw. Vanaf het midden-subatlanticum (circa 250 n. Chr.) kan de zee ook verder en breder het achterland voorbij de strandwallen instromen, waardoor een nieuw getijdenlandschap ontstaat. 14 Het ontstaan van een nieuw getijdenlandschap vanaf deze periode resulteert in de sedimentatie van dikke pakketten klei en zand. Daar waar getijdengeulen zich hebben ingesneden worden zandige pakketten afgezet en de hoger gelegen veengronden worden afgedekt met fijner sediment, hoofdzakelijk zware klei. De afzettingen van het Laagpakket van Walcheren (Formatie van Naaldwijk), die daarbij tot stand komen, liggen tot op heden in vrijwel heel Zeeland aan het oppervlak. Ook de omgeving van het plangebied bestaat omstreeks 800 n. Chr. grotendeels uit een langzaam opslibbend kweldergebied. De geleidelijk aan droger en stabieler wordende situatie biedt nieuwe kansen.
Gedurende de eeuwen die volgden vindt dan ook een intensieve kolonisatie van het getijdengebied plaats. Het economische zwaartepunt ligt hier op schapenteelt en wolproductie. Vanaf dat ogenblik beginnen de bewoners zich ook met grootschalige bedijkingen tegen het water te beschermen en worden ook nieuwe gebieden (offensief) ingepolderd.15 In het nieuwgewonnen land wordt naast landbouw en veeteelt ook aan veenontginning gedaan. Het zoute veen kan namelijk gebruikt worden bij de productie van zout. Het weggraven van het veen heeft echter ook een aanzienlijke verlaging van het maaiveld en een erosie van het leefoppervlak tot gevolg. 16 De degeneratie van het landschap in de Late Middeleeuwen wordt bovendien in de hand gewerkt door slecht onderhoud van dijken, wat ertoe zal leiden dat dijkdoorbraken tijdens een stormvloed catastrofale gevolgen kennen, waarbij veel land verloren gaat. Het oostelijk deel van Zuid-Beveland (het verdronken land van Zuid-Beveland) welke na zware stormen aan het einde van de 16 e eeuw onder water komt te staan, is hiervan een van de bekendste exponent. Bovendien heeft dit ook fundamentele gevolgen voor de hydrografie van Zeeland. De hoofdstroom van de Schelde, die tot dat ogenblik steeds via het Kreekrak en de Oosterschelde zijn weg naar de zee had gevonden, verlegt zich zuidwaarts naar de Westerschelde.
Reeds eeuwen drong deze zeearm verder binnen in het land, maar door de plots ontstane ruimte die het water krijgt op de verdronken Bevelanden, kan de Westerschelde de laatste barrière opruimen en zich ontwikkelen tot zijn huidige dimensies.17
2.2.2
Aardkundige waarden
Geologie Op de Geologische Kaart van Nederland van Van Rummelen uit 1978 (figuur 5) is deel A van het plangebied gelegen in een gebied waar zich afzettingen van Duinkerke 3a (Laagpakket van Walcheren) op oudere afzettingen van Duinkerke op Hollandveen op afzettingen van Calais (Laagpakket van Wormer) bevinden (code A0.3a). In deel B van het plangebied bestaat de ondergrond in het zuidwestelijke gedeelte (code A0.3a) eveneens uit afzettingen van Duinkerke 3a (Laagpakket van Walcheren) op oudere afzettingen van Duinkerke op Hollandveen op afzettingen van Calais (Laagpakket van Wormer). De ondergrond in het noordoostelijke deel (code Bd0.3a) is daarentegen opgebouwd uit afzettingen van Duinkerke 3a (Laagpakket van Walcheren) op oudere afzettingen van Duinkerke op afzettingen van Calais (Laagpakket van Wormer). Zoals te zien op figuur 5 betreft het hier waarschijnlijk afzettingen van een oude kreek, waarbij het veen en mogelijk ook de top van de Wormer is weg geërodeerd.