7.1a Ontwerp bestemmingsplan, toelichting
Tekst van het document
veilige vaarwegen en wegen in beheer en
geen waterschapswegen.
onderhoud bij Rijkswaterstaat, de provincie en/of het waterschap.
4.5
Ecologie / flora en fauna Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze nieuwe wet vervangt drie voormalige wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Op basis van de Wet natuurbescherming is het van belang bij de ruimtelijke planvorming vooraf te onderzoeken of en welke dier -en plantensoorten er in en nabij het plangebied voorkomen, wat hun beschermingsstatus is en wat de effecten zijn van de ingreep op het voortbestaan van de gevonden soorten. Het plangebied is niet gelegen in een Natura2000 gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000 gebied is gelegen op een afstand van meer dan 8000 meter. Het plangebied is gelegen circa 550 meter afstand van een natuurgebied in het kader van het Natuurnetwerk Zeeland gelegen. In figuren 13 en 14 zijn de natuurgebieden weergegeven. De soortenbescherming in het kader van de Wet natuurbescherming heeft evenwel ook betrekking op beschermde planten- en diersoorten buiten de aangewezen gebieden. Ten behoeve hiervan moet worden onderzocht of en welke dier- en plantensoorten er in het plangebied voorkomen en wat hun beschermingsstatus is. De planlocatie is gelegen in het stedelijk gebied van Heinkenszand. Rondom de planlocatie is woonbebouwing aanwezig. Op het perceel zullen, anders dan interne verbouwingen geen verder bouwactiviteiten plaatsvinden.
33
Ontwerp bestemmingsplan ‘Kern Heinkenszand, gedeelte Clara’s pad 6-8, 2023’– Toelichting, 16 mei 2023
Figuur 13: Natura 2000
Figuur 14: Natuurnetwerk Zeeland
Afwegingszone natuurgebieden Daarnaast geldt artikel 2.27 ‘Afwegingszone natuurgebieden’ opgenomen in de Omgevingsverordening Zeeland 2018. Dit betekent dat in de toelichting bij een bestemmingsplan waarin bestemmingen worden aangewezen dan wel regels worden gegeven voor gronden die zijn gelegen binnen 100 meter rond natuurgebieden, niet zijnde binnendijken inzicht wordt gegeven in de afweging van de bescherming van de natuurbelangen. Tenminste wordt aandacht besteed aan het belang van het behoud van openheid van het gebied en de verstoringsgevoeligheid van het natuurgebied. Het plangebied is op meer dan 100 meter vanaf een natuurgebied gelegen. Een nadere afweging hoeft derhalve niet plaats te vinden. Stikstofdepositie Op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in de Europese Unie waardevolle natuurgebieden aangewezen en beschermd die gezamenlijk een Europees ecologisch netwerk vormen, Natura 2000 genaamd. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd. Het per gebied behalen van deze doelstellingen moet er toe leiden dat op landelijk niveau een gunstige staat van instandhouding van bepaalde soorten en
34
Ontwerp bestemmingsplan ‘Kern Heinkenszand, gedeelte Clara’s pad 6-8, 2023’– Toelichting, 16 mei 2023
habitattypen behouden of hersteld wordt. In Nederland kennen we ruim 160 Natura 2000gebieden, waaronder de Westerschelde. Stikstof vormt een van de grootste belemmeringen voor de realisatie van de Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen. Deze stikstof is voornamelijk afkomstig uit de landbouw en voor een klein deel uit het verkeer en de industrie. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient onderzocht te worden of de betreffende ontwikkeling al dan niet significant bijdraagt aan de stikstofuitstoot en daarmee een bedreiging vormt voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied. De beoogde ontwikkeling voorziet in een functiewijziging die niet zal resulteren in een (significante) verkeerstoename. De voormalige Barbesteinkerk bood ruimte aan 235 personen. De personen kwamen te voet (ca. 15%), per fiets (ca. 60%) en per auto (ca. 25%). De auto’s werden voornamelijk met 2 personen bezet. Dit betekent dat per week circa 30 auto’s (is 60 verkeersbewegingen per week) aan het gebruik van de Barbesteinkerk kunnen worden toegerekend. Dit nog exclusief het aantal verkeersbewegingen per week ten behoeve van wekelijkse bijeenkomsten aan de kerk gerelateerd.
Aanlegfase Om de beoogde situatie te realiseren zullen er verbouwwerkzaamheden worden verricht. Hierbij wordt gebruik gemaakt van elektrisch materieel en gereedschappen. De aanvoer van bouwmaterialen zal zich beperken tot circa 4 vrachtwagens (6 voertuigbewegingen).
Gebruiksfase In de beoogde situatie kunnen er verkeersbewegingen aan de 3 appartementen, de ontmoetingsruimte en de detailfunctie van het Leger des Heils worden toegeschreven. Bij de appartementen gaat het op weekbasis om 42 verkeersbewegingen (2 bewegingen per dag x 7 dag per week). Voor de ontmoetingsruimten komen de mensen voornamelijk op de fiets en te voet. Een enkele auto kan hier aan toe worden gerekend (ca. 3 auto’s per week, 6 bewegingen). De detailhandelsfunctie van het Leger des Heils genereerd een enkele auto om spullen de brengen en te halen (ca. 3 auto’s per week, 6 bewegingen. De klanten van het Leger des Heils komen voornamelijk op de fiets. Het totaal aantal verkeersbewegingen (op en neer) bedraagt in de beoogde situatie 54 per week. Door de functiewijziging vinden minder verkeersbewegingen plaats ten opzicht van de voormalige situatie en dus vinden er ook minder stikstofemissies plaats. Andere stikstofbronnen in het plangebied nemen niet toe. Stikstofdepositie zal daarom naar verwachting niet toenemen ten opzichte van de huidige planologische situatie. Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling 4.6
Milieuhinder Door het aanbrengen van een zone tussen bedrijvigheid en gevoelige bestemmingen (zoals woningbouw) kan de overlast ten gevolge van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden worden. Zonering is met name van toepassing bij nieuwbouw van woningen en andere gevoelige functies in de directe omgeving van een bedrijf en bij vestiging van een nieuw bedrijf in de directe omgeving van gevoelige bestemmingen.
35
Ontwerp bestemmingsplan ‘Kern Heinkenszand, gedeelte Clara’s pad 6-8, 2023’– Toelichting, 16 mei 2023
In de omgeving van de beoogde ontwikkeling zijn geen functies aanwezig die van invloed kunnen zijn op de te realiseren gevoelige bestemming. Weliswaar is op circa 50 meter het bedrijventerrein Zwake gelegen, doch de maatgevende gevoelige bestemmingen (woningen aan de westzijde van Clara’s pad) grenzen aan dit bedrijventerrein. Derhalve kan worden geconcludeerd dat het aspect milieuhinder geen belemmering vormt. De ontwikkeling ziet onder meer op het toevoegen van ondergeschikte horeca bij de detailhandelsfunctie van het Leger des Heils. Het gaat om een terras met 2 tafels voor maximaal 9 personen. Nu dit terras nabij de woning (voormailge pastorie) op nr. 8 is gelegen, dient onderzoek gedaan te worden naar het aspect geluid. Door Vliex akoestiek en lawaaibeheersing is hiervoor een notitie akoestiek d.d. 9 maart 2023 opgesteld. De conclusie uit deze notitie is: Het gewenste terras kan zonder het treffen van maatregelen bij een openstelling van maximaal 6 uur in de dagperiode voor maximaal 10 bezoekers in de dagperiode voldoen aan de richtwaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximale geluidniveau, zoals deze gelden voor een gemengd gebied, uit de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Het akoestisch rapport is openomen in de bijlagen. 4.7
Geluidhinder Sinds 1 januari 2007 geldt de gewijzigde Wet geluidhinder (Wgh). Ingevolge artikel 74 Wgh zijn in principe alle wegen gezoneerd. Uitzondering op deze regel zijn wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt en woonerven. Voor gezoneerde wegen geldt een grenswaarde van 48 dB. Deze waarde wordt berekend op basis van Lden. Als een geluidzone geheel of gedeeltelijk binnen het plangebied valt, moet bij de voorbereiding van een bestemmingsplan akoestisch onderzoek worden verricht naar de geluidsbelasting op nieuwe woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen die geluidszone (artikel 77 Wgh). Dit heeft echter slechts betrekking op nieuwe ontwikkelingen die binnen 10 jaar worden voorzien. Voor de dichts bij het plan gelegen wegen geldt een snelheidsregime van 30 km/h. Voor het Clara’s pad, daar waar deze overgaat in de Noordlandseweg, geldt een snelheidsregime van 50 km/h. Dit deel van Clara’s pad en de Noordlandseweg zijn op een afstand van meer dan 300 m van het plangebied gelegen. Het plangebied is dus buiten de zone van een gezoneerde weg gelegen. De gevoelige bestemmingen in het plan bevinden zich op een afstand van meer dan 35 m van de wegen rondom het plan, zodat gesteld kan worden dat ook van die wegen geen grotere geluidbelasting dan 48 dB te verwachten is.
Een akoestisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk voor de nieuwe ontwikkelingen.
4.8
Luchtkwaliteit De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet Milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waarvan de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen.
36
Ontwerp bestemmingsplan ‘Kern Heinkenszand, gedeelte Clara’s pad 6-8, 2023’– Toelichting, 16 mei 2023
Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio’s om samen te werken aan een schonere lucht waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen. Plannen die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in het NSL in de provincies c.q. regio’s waar overschrijdingen plaatsvinden. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Plannen die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10. betekent dit dat aannemelijk moet worden gemaakt dat het plan tot maximaal 1,2 ųg/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM.
Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het plan op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het plan ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging.
Toetsing De ontwikkeling ziet op de realisatie van 3 appartementen en een functiewijziging van maatschappelijk naar detailhandel en ondergeschikte horeca. Deze ontwikkeling is dan ook dermate kleinschalig dat om deze reden kan worden aangenomen dat het project niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Een onderzoek naar luchtkwaliteit hoeft derhalve niet plaats te vinden. 4.9
Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid van degenen die niet bij de risicovolle activiteit zelf zijn betrokken, maar als gevolg van die activiteit wel risico’s kunnen lopen, zoals omwonenden. Bij ruimtelijke plannen dient aandacht te worden besteed aan de vraag of er risicovolle activiteiten in en/of nabij het plangebied aanwezig zijn dan wel komen en zo ja, of er sprake is van een toelaatbaar risico. Risicovolle activiteiten zijn: - het opslaan, gebruiken en/of produceren van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); - het vervoer van gevaarlijke stoffen over auto-, spoor- en waterwegen of door buisleidingen (transportroutes). De adviesrol op het gebied van externe veiligheid in Zeeland is weggelegd bij de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ). De VRZ gaat steeds meer risicogericht werken, wat inhoudt dat zij enkel gaat adviseren op ruimtelijke plannen, waarin veiligheidsrisico’s gelopen worden en middels maatregelen er een veiligere omgeving kan worden ontwikkeld. Aan de hand van het wettelijk kader en de mogelijke incidentscenario’s is bepaald bij welke ontwikkelingen veiligheidswinst kan worden behaald. De beoordeling of er bij een ruimtelijke ontwikkeling veiligheidswinst kan worden behaald, gebeurt in twee stappen:
37
Ontwerp bestemmingsplan ‘Kern Heinkenszand, gedeelte Clara’s pad 6-8, 2023’– Toelichting, 16 mei 2023
1. 2.
Het bepalen van het type ontwikkeling; Het beoordelen van de locatie van de ontwikkeling.
Ad. 1 De eerste stap vindt plaats door te beoordelen wat voor type ontwikkeling het betreft. De VRZ wil betrokken zijn bij en adviseren op een ruimtelijke ontwikkeling als deze: Meer dan 10 personen toevoegen aan de omgeving; Een risico volle activiteit mogelijk maakt, zoals bedoeld in het Brzo, Bevi, Bevt of Bevb; Een woonwijk of een bedrijventerrein betreft; Vitale infrastructurele en infrastructurele werken betreft, waaronder bijvoorbeeld windturbines. Ad. 2 De tweede stap is het beoordelen van de locatie van de ontwikkeling. Voor de beoordeling of er op de ontwikkelingslocatie veiligheidsrisico’s spelen, heeft de VRZ een kaart ontwikkeld: de signaleringskaart. Deze kaart geeft 3 signaleringszones weer. Wanneer de locatie van de ontwikkeling binnen één van deze zones ligt, dan spelen er veiligheidsrisico’s en wil de VRZ betrokken worden bij deze ontwikkeling. Gelet op het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat: Het niet gaat om het toevoegen van meer dan 10 personen aan de omgeving, nu de huidige functie, een kerk, meer dan 10 personen kan onderbrengen. De VRZ hoeft derhalve niet om advies te worden gevraagd. Inrichtingen Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. Dit besluit moet individuele en groepen burgers een basisbeschermingsniveau garanderen tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen bij een inrichting.
Op basis van het Bevi geldt voor het PR rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten2. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Dat wil zeggen een kans van één op de miljoen per jaar dat een persoon die permanent en onbeschermd op een plaats aanwezig is, als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen overlijdt. Het Bevi legt daarnaast een verantwoordingsplicht voor een gemeente of provincie op voor het groepsrisico (indien dit risico verandert). Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen voordoen. Dit is de zogenaamde 1%-letaliteitsgrens; de afstand vanaf de inrichting waarop nog slechts 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval bij een inrichting. Bij de verantwoording moet de gemeente of provincie onder andere de zelfredzaamheid van de bevolking en de mogelijkheden voor hulpverlening meewegen. Zij moet hierover advies vragen
2
Grenswaarden moeten in acht worden genomen, van richtwaarden kan enkel om zwaarwegende redenen worden
afgeweken. Voorbeelden van kwetsbare objecten zijn woningen (enkele uitzonderingen daargelaten), gebouwen bestemd voor het verblijf van kwetsbare groepen en gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn. Voorbeelden van beperkt kwetsbare objecten zijn sport- en kampeerterreinen, sporthallen, zwembaden en speeltuinen, kantoorgebouwen en hotels met een brutovloeroppervlak van minder dan 1.500 m².
38
Ontwerp bestemmingsplan ‘Kern Heinkenszand, gedeelte Clara’s pad 6-8, 2023’– Toelichting, 16 mei 2023
bij de regionale brandweer. In Zeeland wordt aan deze adviestaak invulling gegeven door de Veiligheidsregio Zeeland. Op basis van de professionele risicokaart is aan het Clara’s pad 22 een tankstation aanwezig van TinQ. Bij dit tanks is geen vulpunt LPG aanwezig. Daarmee heeft de inrichting geen invloed op de ontwikkeling. Transportroutes
Buisleidingen Op basis van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) zijn gemeenten verplicht de leidingen die niet in stroken liggen, reeds bestaand of nieuw op te nemen in het bestemmingsplan met een belemmeringenstrook van 5 meter ter weerszijden van de leiding. Verder dient op grond van het Bevb voor alle leidingen rekening te worden gehouden met de risiconormering die voor buisleidingen voor gevaarlijke stoffen geldt. Op basis van de professionele risicokaart liggen er geen buisleidingen in de buurt van de planlocatie.
Verkeersroutes gevaarlijke stoffen Voor transport van gevaarlijke stoffen is met name de Wet vervoer gevaarlijke stoffen relevant. Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden waarmee het verplicht is geworden transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd vast te leggen in het bestemmingsplan. Op 1 april 2015 is de Regeling basisnet in werking getreden. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het Basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen (enkele uitzonderingen daargelaten). Aan de noordzijde van de planlocatie op circa 830 meter is de Drieweg gelegen. Dit is een verkeersroute voor gevaarlijke stoffen. De PR10-6 contour van deze route bedraagt 0 meter. Het plangebied ligt ook buiten het invloedsgebied van de weg. 4.10
Overige belemmeringen Bij de bouwwerkzaamheden zal rekening moeten worden gehouden met eventueel overige aanwezige kabels en leidingen.
39
Ontwerp bestemmingsplan ‘Kern Heinkenszand, gedeelte Clara’s pad 6-8, 2023’– Toelichting, 16 mei 2023
5
JURIDISCHE ASPECTEN
5.1
Algemene opzet Inleiding In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de juridische opzet van het bestemmingsplan als uitwerking van het wettelijke kader en het beleidskader in het juridische gedeelte van het bestemmingsplan, namelijk de verbeelding en regels. Het bestemmingsplan ‘Clara’s pad 6-8, 2019’ bestaat uit de volgende onderdelen:
De regels Deze regels bevatten de bouw- en gebruiksregels binnen de verschillende bestemmingen. Daarnaast zijn bevoegdheden opgenomen om door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van het bestemmingsplan en zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen om het plan de benodigde flexibiliteit te geven.
De verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen en de waarden (zoals archeologische waarden) opgenomen die kenmerkend zijn voor het gebied. Voor de categorieën waarbij bebouwing voorkomt, zijn op de verbeelding tevens bouwvlakken en eventueel aanduidingen opgenomen over bijvoorbeeld de maximaal te bebouwen oppervlakte. In de desbetreffende regels wordt daarnaar verwezen. De verbeelding en de regels zijn niet los van elkaar te zien. De opzet van het plan Het bestemmingsplan is een juridisch plan dat bindend is voor de burgers en voor de overheid. In het plan zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen en tevens zijn er mogelijkheden opgenomen om door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van het bestemmingsplan. Deze verschillende regelingen bieden ruimte voor bepaalde ontwikkelingen, maar er kunnen geen directe rechten en/of plichten aan worden ontleend. Er zal altijd een belangenafweging plaatsvinden. Daarnaast geldt voor de wijzigingen een uitgestelde exploitatieplanplicht. 5.2
Verbeelding Bestemmingen Op de verbeelding zijn de diverse bestemmingen te onderscheiden. De bestemmingen zijn afgeleid uit het gebruik (de aanwezige functies) en de aan een gebied toegekende waarde. De bestemmingen vormen het zogenaamde casco van het plan, waarvan in beginsel niet mag worden afgeweken. Aanduidingen We onderscheiden, bouwaanduidingen en maatvoeringsaanduidingen. Er zijn bouwaanduidingen op de verbeelding aangegeven. Deze aanduidingen geven bijvoorbeeld aan waar een hoofdgebouw kan worden gebouwd. De maatvoeringsaanduidingen die op de verbeelding zijn weergegeven, geven de verschillende maten aan met betrekking tot bouw- en goothoogte.
40
Ontwerp bestemmingsplan ‘Kern Heinkenszand, gedeelte Clara’s pad 6-8, 2023’– Toelichting, 16 mei 2023
5.3
Regels De systematiek van de regels De systematiek van de regels kan worden samengevat aan de hand van de hoofdstukindeling. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 'Inleidende Regels' gaat in op de begripsomschrijvingen en de wijze van meten. Hoofdstuk 2 'Bestemmingsregels’ gaat in op de bestemmingen. Hierin wordt een regeling gegeven voor de functies die in het plangebied zijn toegestaan. Bepaald is welke vormen van gebruik en bouwwerken rechtstreeks (dus zonder voorafgaande wijziging, afwijking van het bestemmingsplan of omgevingsvergunning) zijn toegestaan. In hoofdstuk 3 zijn de algemene regels weergegeven die voor alle bestemmingen gelden (anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels etcetera). In hoofdstuk 4 zijn de overgangs- en slotbepalingen opgenomen. Hierna worden de hoofdstukken nader toegelicht.
5.3.1
HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS Dit hoofdstuk bevat artikelen, die van belang zijn voor een juiste toepassing van deze regels. Begrippen Deze geven een nadere uitleg van een aantal in de regels gehanteerde begrippen. Hierdoor wordt de eenduidigheid en daarmee de rechtszekerheid vergroot. Wijze van meten Dit artikel bevat bepalingen die aangeven op welke wijze bepaalde zaken, zoals oppervlakte en inhoud van gebouwen, dienen te worden gemeten.
5.3.2
HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS Opbouw bestemmingsregels Dit hoofdstuk bevat regels waarin bepalingen zijn opgenomen betreffende de bestemmingen en de aanduidingen. Bij de opzet van deze regels is een alfabetische volgorde gehanteerd alsmede een standaardvolgorde zoals opgenomen in SVBP2012. Bestemmingsomschrijving In dit onderdeel wordt de materiële inhoud van de bestemming aangegeven. Dit houdt in: de functies die binnen de bestemming ‘bij recht’ zijn toegestaan. De bestemmingsomschrijving vormt de eerste ‘toetssteen’ voor gebruiksvormen en ook voor bouwactiviteiten (past het beoogde gebruik van het gebouw in de bestemming). Beide zijn slechts toegestaan, voor zover zij zullen plaatsvinden binnen de opgenomen omschrijving. Bouwregels Dit onderdeel geeft aan welke bouwwerken mogen worden opgericht. Voorop staat dat slechts mag worden gebouwd ten behoeve van de voor de bestemming aangegeven bestemmingsomschrijving. Afwijken van de bouwregels De bevoegdheid tot afwijken van de bouwregels is in dit deel van de regels opgenomen. Specifieke gebruiksregels In dit onderdeel wordt ten opzichte van de bestemmingsomschrijving, specifiek bepaald welke functies al dan niet specifiek zijn toegestaan. Deze bepaling vormt een aanvulling op de Bestemmingsomschrijving.
41
Ontwerp bestemmingsplan ‘Kern Heinkenszand, gedeelte Clara’s pad 6-8, 2023’– Toelichting, 16 mei 2023
Afwijken van de gebruiksregels In dit deel van de regels is de bevoegdheid tot afwijken van de bestemmingsomschrijving en van de specifieke gebruiksregels opgenomen.
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Voor zover nodig zijn hierin de regels opgenomen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden, voorzien van uitzonderingsregels en criteria.
Wijzigingsregels Enkele bestemmingen of locaties binnen een bestemming kunnen worden gewijzigd wat betreft gebruik of bouwmogelijkheden. De bevoegdheden staan in dit deel vermeld.
Gemengd Teneinde de beoogde activiteiten in de voormalige kerk te reguleren, hebben deze gronden de bestemming ‘Gemengd’ gekregen. Binnen deze bestemming zijn de functies detailhandel met een maximum van 150 m2, ondergeschikte horeca, kantoren, kleinschalige bedrijfsactiviteiten, cultuur en ontspanning en maatschappelijke voorzieningen mogelijk. Binnen de bouwregels wordt gewerkt met een bouwvlak, met betrekking tot goot- en bouwhoogte en dakhelling is een nadere maatvoering opgenomen. Ten aanzien van de situering van hoofdgebouwen is een voorgevellijn opgenomen en voor verschillende maatvoeringen zijn afwijkingsregels opgenomen. Tevens is een afwijking bij omgevingsvergunning opgenomen ten aanzien van de toegelaten aard van bedrijfsactiviteiten. De mogelijkheid wordt geboden om bedrijfsactiviteiten toe te staan die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten voorkomen. Ter plaatse van de gronden waar het terras wordt beoogd, is een functieaanduiding ‘ondergeschikte horeca’ opgenomen. Hier mag maximaal aan 9 personen plaats worden geboden. Daarnaast is het verboden om muziekgeluid op het buitenterras ten gehore te brengen. Wonen Binnen deze bestemming zijn de volgende bouwwerken toegestaan: hoofdgebouwen (de woning), aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
De voormalige pastorie is met de aanduiding ‘vrijstaand’ aangegeven en de drie appartementen met de aanduiding ‘aaneengebouwd’. Aan de voormelde functies zijn bouwregels verbonden. Ten aanzien van het hoofdgebouw zijn onder meer bepalingen opgenomen betreffende de goot- en de bouwhoogte en dakhelling. Ten aanzien van de aan- en uitbouwen en de bijgebouwen zijn onder meer regels opgenomen betreffende de goot- en de bouwhoogte. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn bouwregels opgenomen betreffende de toegestane bouwhoogte. Uit oogpunt van flexibiliteit zijn enkele afwijkingsbevoegdheden opgenomen. Daarnaast zijn er specifieke gebruiksregels opgenomen om aan-huis-gebonden beroepen onder voorwaarden mogelijk te maken. Waarde – Archeologie-1 De gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie -1’ zijn mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden van de gronden. Bouwwerken ten dienste van de andere
42
Ontwerp bestemmingsplan ‘Kern Heinkenszand, gedeelte Clara’s pad 6-8, 2023’– Toelichting, 16 mei 2023
aldaar geldende bestemmingen mogen onder voorwaarden vernieuwd of veranderd worden. Ter bescherming van de archeologische waarden dient de aanvrager ter plaatse van de bestemming ‘Waarde – Archeologie -1’ voor het bouwen voor een bouwwerk waarbij de bodemverstoring groter is dan 50 m² en dieper dan 40 cm een archeologisch rapport te overleggen. Indien het oprichten van een bouwwerk kan leiden tot een onevenredige verstoring van behoudenswaardige archeologische waarden kunnen burgemeester en wethouders naar aanleiding daarvan voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning. Daarnaast is een omgevingsvergunningstelsel opgenomen voor werken en werkzaamheden die de grond roeren (voorheen genoemd: aanlegvergunningsstelsel). 5.3.3
HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS Dit hoofdstuk bevat een aantal bepalingen die op de bestemmingen als bedoeld in hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Het betreffen de volgende bepalingen. Anti-dubbeltelregel Hiermee wordt voorkomen dat gronden oneigenlijk worden gebruikt voor het optimaliseren van bouwmogelijkheden. Algemene bouwregels Bestaande maten (uitgezonderd van de overgangsregels), overschrijding van bouwgrenzen, percentages. Met de regels inzake bestaande maten wordt voorkomen dat (ondergeschikte) afwijkingen onder het overgangsrecht komen te vallen. Algemene aanduidingsregels In deze regels is de molenbiotoop van de molen De Vijf Gebroeders opgenomen. Algemene afwijkingsregels In deze regels is een aantal algemene afwijkingsregels opgenomen. Deze afwijkingen bij omgevingsvergunning betreffen het bouwen van gebouwtjes van openbaar nut, beperkte overschrijding van de naar de weg gekeerde bebouwingsgrens, geringe afwijkingen met betrekking tot de plaatsing van bouwwerken en het oprichten van masten en antennes tot een bepaalde bouwhoogte.
5.3.4
HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Overgangsregels De overgangsregels hebben tot doel de rechtstoestand te begeleiden van bouwwerken die gebouwd zijn of kunnen worden gebouwd en die afwijken van de bebouwingsbepalingen van het plan. Tevens is bepaald dat het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken in het plan, voor zover dit gebruik op het tijdstip van het rechtskracht verkrijgen van het plan (rechtens) afwijkt van de in het onderhavige plan gegeven bestemming, kan worden voortgezet. Deze regels zijn opgenomen in het Bro en zijn op voorgeschreven wijze overgenomen. Slotregel Dit artikel geeft ten slotte aan dat de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald als het bestemmingsplan ‘Kern Heinkenszand, gedeelte Clara’s pad 6-8, 2023’.
43
Ontwerp bestemmingsplan ‘Kern Heinkenszand, gedeelte Clara’s pad 6-8, 2023’– Toelichting, 16 mei 2023
6
ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
6.1
Economische uitvoerbaarheid In de Wro is in afdeling 6.4 de regelgeving rondom grondexploitatie opgenomen. Centrale doelstelling van de wet is om in de situatie van particuliere grondexploitatie te komen tot een verbetering van het gemeentelijk kostenverhaal en de versterking van de gemeentelijke regie bij locatieontwikkeling. In artikel 6.12 van de Wro is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 Bro is vastgelegd wat onder een bouwplan wordt verstaan. De bouw van een of meerdere hoofdgebouwen is in het betreffende artikel van het Bro opgenomen. Een exploitatieplan dient tegelijkertijd met een bestemmingsplan te worden vastgesteld. In de Wro is tevens opgenomen, dat kan worden afgeweken van de verplichting tot het opstellen van een exploitatieplan indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is. Dit is onder andere het geval indien de gemeente en de initiatiefnemer en/of de ontwikkelende partij een privaatrechtelijke overeenkomst hebben gesloten over de verdeling van kosten bij de grondexploitatie. De beoogde ontwikkeling aan Clara’s pad is een particulier initiatief. De gronden ter plaatse van de ontwikkelingslocatie zijn in bezit van de initiatiefnemer.
Bij onderhavige ontwikkeling is een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer ofwel de ontwikkelende partij gesloten, waardoor het niet noodzakelijk is een exploitatieplan op te stellen. Conform artikel 3.1.6, lid 1 sub f van het Bro heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. De ontwikkeling wordt uit eigen middelen betaald. Er is gebleken dat het plan economisch uitvoerbaar is.
6.2
Maatschappelijke toetsing
6.2.1
PROCEDURE Ingevolge de inspraakverordening van de gemeente Borsele dient de gemeente de bevolking te betrekken bij de voorbereiding van plannen op ruimtelijk gebied. Het voorontwerp van het bestemmingsplan ‘Clara’s pad 6-8, 2022’ heeft in verband daarmee vier weken ter inzage liggen op het gemeentehuis, alsmede is deze gepubliceerd op de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Gedurende de periode van terinzagelegging zijn 4 inspraakreacties ingediend. Voor een samenvatting en beantwoording van de reacties wordt verwezen naar bijlage 4 van het bijlagenboek (Vooroverleg- en inspraakrapport).
6.2.2
VOOROVERLEG Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg gepleegd te worden met besturen van gemeenten, met Rijks- en provinciale diensten, etc. Voor dit plan is overleg gepleegd met: Provincie Zeeland; Waterschap Scheldestromen
44
Ontwerp bestemmingsplan ‘Kern Heinkenszand, gedeelte Clara’s pad 6-8, 2023’– Toelichting, 16 mei 2023
-
Veiligheidsregio Zeeland.
Voor een samenvatting van de vooroverlegreacties wordt verwezen naar bijlage 4 van het bijlagenboek (Vooroverleg- en inspraakrapport).
45