7.1 Toelichting ontwerpbestemmingsplan Oostgaarde 's Gravenpolder
Tekst van het document
30
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
Inrichtingen Het doel van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is individuele en groepen burgers een basisbeschermingsniveau garanderen tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen bij een inrichting. Op basis van het Bevi geldt voor het PR rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. In het plangebied zelf zijn geen inrichtingen aanwezig die van belang zijn in het kader van externe veiligheid. Volgens de risicokaart bevinden zich geen inrichtingen in de verdere omgeving van het plangebied, met uitzondering van de kerncentrale Borssele. Het plangebied is binnen de schuilzone van de kerncentrale Borssele gesitueerd. De bewoners en bedrijven in en rondom de kern zijn op de hoogte van het risico dat verblijven in de nabijheid van de kerncentrale met zich meebrengt. Daarnaast is de dekking van het sirenestelsel in Borsele goed geregeld. De sirenes zijn overal goed hoorbaar. Tevens worden mensen tegenwoordig gealarmeerd via twitter, sms, media, NL-Alert enz. Alles bij elkaar biedt dit voldoende waarborg dat aanwezigen in de gemeente Borsele bij rampen, zoals een nucleaire ramp adequaat gewaarschuwd worden. Transportroutes Voor het transport van gevaarlijke stoffen is met name de Wet vervoer gevaarlijke stoffen relevant.
Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden waarmee het verplicht is geworden transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd vast te leggen in het bestemmingsplan. Tevens is de Regeling basisnet in werking getreden. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Nabij het plangebied is de snelweg A58 en een spoorlijn gelegen. In de nabijheid zijn twee gastransportbuisleidingen aanwezig. A58 Op circa 2,3 kilometer van het plangebied ligt de snelweg A58. Voor dit tracé geldt een PRcontour van 5 meter buiten de weg en een plasbrand-aandachtsgebied (PAG) dat reikt tot maximaal 30 meter vanaf de buitenste rijlijn. Deze gebieden reiken daarmee niet tot het plangebied. Het plangebied ligt wel binnen het invloedsgebied (meer dan 4.000 meter) van de A58 waardoor een beperkt verantwoording van het GR van toepassing is. Spoor Over de spoorlijn Sloehaven - Roosendaal West vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. De PR-contour is niet buiten het spoor gelegen. Daarnaast is er geen sprake van een plasbrandaandachtsgebied. Er is sprake van een invloedsgebied van meer dan 4.000 meter. Het plangebied ligt op circa 3,4 kilometer afstand van het spoor en daarmee binnen het invloedsgebied waardoor een beperkte verantwoording van het GR van toepassing is.
Westerschelde Op circa 2.200 meter afstand van het plangebied is de vaarverbinding Westerschelde gelegen. Hierover vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. De PR 10-6 contour valt binnen de begrenzing van de vaarweg en reikt daarmee niet over het plangebied. Conform de 'Actualisatiestudie 2011 risico's transport gevaarlijke stoffen Westerschelde en prognoses 2015-2030', uitgevoerd door Det Norske Veritas (DNV), is voorts bepaald, dat het toxisch invloedsgebied van de Westerschelde 2.887 meter is. De locatie valt daarmee binnen het invloedsgebied van de Westerschelde, doch buiten de risicocontour van 200 meter, zodat daarmee het groepsrisico niet berekend hoeft te worden. Wel is een beperkte verantwoording van het groepsrisico vereist, daar het aantal bezoekers en medewerkers in het gebied zal toenemen.
31
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
Buisleidingen Tot slot liggen twee gastransportleidingen in de nabijheid van het plangebied. Door de Nederlandse Gasunie is destijds een risicoberekening uitgevoerd voor één kilometer leiding, gecentreerd om de bestaande bouw en de nieuwbouwplannen aan de oostkant van 'sGravenpolder. Uit deze berekening blijkt, dat geheel geen overschrijding is van het PR en GR. Gelet op de beperkte omvang van de nieuwbouwontwikkeling, zal deze geen noemenswaardige invloed op deze berekeningen met zich meebrengen. Daarmee vormen ook de buisleidingen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Volledigheidshalve heeft de gemeente, gelet op de gedateerdheid van de risicoberekening, contact met de Veiligheidsregio gezocht, teneinde na te gaan welke maatregelen kunnen worden genomen om de woningen zo brandwerend mogelijk te maken. De Veiligheidsregio adviseert gelet op de afstand van de buisleidingen tot de beoogde nieuwbouwwoningen, geen ingrijpende en kostenverhogende maatregelen voor te schrijven. Dit daar onder meer het treffen van deze maatregelen niet voldoende effectief zal zijn.
Beknopte verantwoording groepsrisico Ter motivering van de groepsrisicoverantwoording in relatie tot het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt in het onderstaande ingegaan op de voorbereiding op de bestrijding van een ramp of zwaar ongeval en de middelen om de gevolgen van een ongeval met gevaarlijke stoffen te beperken. Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Het plangebied wordt zowel aan de west- als oostzijde goed ontsloten. Het verkeer kan via de Kamperfoeliestraat, de Lavendelstraat en de Magnoliastraat de woonwijk en daarmee plangebied in en uitrijden. Deze wegen sluiten verder aan op het verdere wegennetwerk. Het wegennetwerk biedt vluchtmogelijkheden in verschillende richtingen, waardoor altijd van de bron af kan worden gevlucht. Het wegennetwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede. Zelfredzaamheid In de toekomstige situatie wordt woningbouw toegestaan.
De aanwezigen worden beschouwd als zelfredzame personen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Als gevolg van een incident met toxische stoffen is het risico, dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in deze scenario's is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen. Denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Hiermee worden de aanwezigen beschermd tegen de blootstelling aan toxische gassen. Daarnaast dienen, in het kader van effectieve zelfredzaamheid, de gebruikers van de objecten door risicocommunicatie te worden geïnstrueerd over de risico's en de mogelijke maatregelen die zij kunnen nemen. De alarmering van de aanwezigen wordt gerealiseerd middels een totaalpakket aan alarmeringsmiddelen, waaronder de calamiteitenzenders, de sirenes, crisis.nl, NL-Alert en het gebruik van sociale media.
32
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
In het kader van het vooroverleg is het plan voor advies voorgelegd aan de Veiligheidsregio Zeeland. De aangereikte inzake hulpverlening en zelfredzaamheid zullen aan initiatiefnemer(s) worden voorgelegd, zodat zij daar bij de uitwerking van het plan en terrein rekening kunnen houden. Conclusie Uit de risicokaart is gebleken, dat het plangebied is gelegen binnen de contour van de A58, de spoorlijn Sloehaven-Roosendaal West en de Westerschelde, waar transport van gevaarlijke stoffen plaats vindt. Gelet op de aard van de wijziging, de beperkte toename van het aantal aanwezige personen binnen het plangebied én het feit dat de afstand tot deze risicobronnen zeer groot is, hebben deze bronnen geen (significante) ruimtelijke invloed op onderhavig ontwikkeling en kan met een nadere (beperkte) afweging en beoordeling van het groepsrisico worden volstaan. Gelet op het voorgaande levert het aspect externe veiligheid geen belemmering op voor de realisatie van het bouwplan. 4.8
Flora en Fauna
Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura-2000 gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Zeeland (NNZ)
33
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming Ook het aspect 'soortbescherming' vindt sinds 1 januari 2017 zijn wettelijk kader in de Wet natuurbescherming; deze wet beschermt de in deze wet aangemerkte soorten planten en dieren, ongeacht waar die zich bevinden. Om de instandhouding van de beschermde soorten te waarborgen moeten negatieve effecten op de instandhouding worden voorkomen. Hiertoe zijn in de wet verschillende verbodsbepalingen geformuleerd en zijn de soorten onderverdeeld in twee groepen: strikt beschermde soorten, volgend uit de Vogel- en Habitatrichtlijn; alle overige beschermde soorten, waaronder die uit de Rode Lijst. Onderzoek Het plangebied is niet gelegen in, noch nabij, een NNZ-gebied. Het plangebied is op meer dan 1,2 kilometer afstand gelegen van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied; 'Westerschelde & Saeftinghe'. Gezien de beperkte omvang van de voorgenomen ontwikkeling, de ligging van het plangebied in een bestaande woonwijk en bebouwde kom alsmede de aard van de ingrepen, kunnen effecten als licht- of geluidhinder op beschermde natuurgebieden uitgesloten worden.
Het enige mogelijke effect betreft stikstofdepositie wat met name wordt veroorzaakt door aan- en afrijdend verkeer, tijdens de eindfase. Echter, uit de berekening van het projecteffect met betrekking tot gebruiksfase op de Natura 2000gebieden blijkt, dat het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgt en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt, dat er geen ontheffing benodigd is voor het aspect stikstof. Het onderzoek naar de stikstofdepositie en berekening is als Bijlage 3 aan deze toelichting gehecht. Soorten Het is in theorie mogelijk dat op de locatie dier- en plantensoorten van de Habitatrichtlijnen voorkomen of dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Wet natuurbescherming. De voorgenomen ontwikkeling heeft echter geen gevolgen voor de flora en fauna. De percelen waar de ontwikkeling is voorzien, zijn nu ingericht als grasveld en wordt regelmatig gemaaid. Het gebruik van de gronden is de afgelopen jaren onveranderd geweest. Daardoor is het plangebied waar de ontwikkeling is voorzien niet geschikt als leefgebied voor (beschermde) dier- en plantsoorten. Een nader onderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht, maar er geldt altijd een algemene zorgplicht voor beschermde en onbeschermde soorten.
Dit laat onverlet, dat altijd een algemene zorgplicht voor beschermde en onbeschermde soorten geldt en bij werkzaamheden de zorgplicht in acht te worden genomen ten aanzien van algemene soorten. Conclusie Vanwege de ligging en de kleinschaligheid van de ontwikkeling kunnen negatieve effecten, zoals een toename van de stikstofdepositie, op beschermde natuurgebieden uitgesloten worden. Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
34
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
4.9
Lucht
De eisen voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm). Deze wet kent grenswaarden en voor enkele stoffen ook plandrempels. De Wm heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging, onder andere als gevolg van het verkeer. Indien het uitoefenen van bevoegdheden, zoals het vaststellen van bestemmingsplannen, gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen bestuursorganen die bevoegdheden uitoefenen wanneer aannemelijk is gemaakt dat sprake is van één van onderstaande gevallen (artikel 5.16 Wm): het bestemmingsplan leidt niet tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden; de luchtkwaliteit verbetert per saldo als gevolg van het bestemmingsplan dan wel blijft ten minste gelijk; het bestemmingsplan draagt niet in betekenende mate bij aan de concentratie van een stof waarvoor in de wet grenswaarden zijn opgenomen; de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). In het 'Besluit niet in betekende mate bijdragen' (laatstelijk gewijzigd op 7 juni 2012) is dit verder uitgewerkt.
Bij ministeriële regeling, de 'Regeling Niet in betekenende mate bijdragen' (Regeling NIBM), zijn categorieën van gevallen aangewezen, waarin het vaststellen van een bestemmingsplan in ieder geval niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Voor onder meer woningbouwlocaties en kantoorlocaties zijn categorieën van gevallen aangewezen. Wanneer een ontwikkeling valt onder de categorieën van gevallen is het niet nodig te toetsen aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit. In de praktijk zal daarom voor de nieuwbouw tot ongeveer 1.500 woningen met één ontsluitingsweg geen luchtkwaliteitsonderzoek nodig zijn. Onderzoek Dit bestemmingsplan maakt de bouw van maximaal 11 grondgebonden woningen. Gelet op de beperkte omvang daarvan kan de voorgenomen ontwikkeling gezien worden als een project dat niet in betekenende mate bijdraagt. Het uitvoeren van een luchtkwaliteitsonderzoek is daarom niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgestane ontwikkeling. 4.10
M.e.r. - beoordeling
In artikel 5, onderdeel 6 van Bijlage II Bor is bepaald dat artikel 4, onderdeel 9 van Bijlage II Bor niet van toepassing is op een activiteit als bedoeld in kolom 1 van onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is de activiteit 'aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject' genoemd. Indien een initiatief is aan te merken als een 'stedelijk ontwikkelingsproject', dan kan artikel 4, onderdeel 9 van Bijlage II
35
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
Bor derhalve niet worden toegepast. Uit een uitspraak van de ABRvS van 7 december 2016 (Voorzieningenrechter, ECLI:NL:RVS:2016:3279) blijkt dat voor uitleg van het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' aansluiting kan worden gezocht bij het begrip 'stedelijke ontwikkeling' als opgenomen in art. 1.1.1, eerste lid, onder i van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dit betreft een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Toetsing De afdeling overweegt, dat het antwoord op de vraag of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage, afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard en omvang van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Voor dit bestemmingsplan is gekeken naar activiteiten die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kennen. Hierbij is één activiteit gevonden die mogelijk m.e.r-(beoordelings)plichtig is, te weten: D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, bij een oppervlakte van 100 hectare of meer aaneengesloten gebied en dat 2.000 woningen of meer omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer betreft.
De beoogde ontwikkeling binnen het plangebied betreft het realiseren van 11 woningen. De bebouwde oppervlak neemt toe. De ontwikkeling blijft dus ruim onder de drempelwaarden, waardoor een m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk is. Zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder de drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich ervan te vergewissen of activiteiten geen belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen hebben door middel van een vormvrije-m.e.r.-beoordeling. Nu de milieugevolgen beperkt zijn c.q. hier in het plan goed mee kan worden omgegaan, volstaat de vormvrije m.e.r.-beoordeling. De aanmeldnotitie ten behoeve van de vormvrije m.e.r.- beoordeling is als Bijlage 4 aan onderhavig plan gehecht. Conclusie Het maken van een milieueffectrapport voor de besluitvorming over het project is niet nodig.
36
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische aspecten
Planvorm
Het bestemmingsplan bestaat uit juridisch bindende regels en een plankaart (verbeelding) met daarbij een toelichting. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van de op te richten en/of aanwezige bebouwing. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in beeld gebracht. Samen met de regels is dit het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. In paragraaf 5.2 wordt de inhoud nader toegelicht. Bij het opstellen van de regels en de verbeelding is uitgegaan van de richtlijnen 'Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen'. De toelichting heeft geen bindende werking, maar vervult een belangrijke rol voor de onderbouwing van het plan en de uitleg van de planregels. 5.2
De opzet van de planregels
De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Inleidende regels In de inleidende regels staan de algemene bepalingen die nodig zijn om de overige regels goed te kunnen hanteren. De begripsbepalingen (artikel 1) bevatten uitleg van de in het plan gebruikte begrippen die niet tot de algemeen bekend veronderstelde begrippen gerekend worden. De wijze van meten (artikel 2) bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van hoogtes, oppervlaktes etc. Bestemmingsregels De bestemmingen beginnen telkens met een bestemmingsomschrijving, waarin in algemene bewoordingen wordt aangegeven waarvoor de gronden, waaraan de desbetreffende bestemming is toegekend, mogen worden gebruikt. Deze bestemmingsomschrijving wordt gevolgd door een bepaling waarin staat aangegeven onder welke voorwaarden bebouwing van deze gronden is toegestaan (bouwregels). Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden.
Dit bestemmingsplan kent de volgende bestemmingen: Enkelbestemming Artikel 3 Verkeer Enkelbestemming Artikel 4 Wonen Onderstaand wordt per bestemming een toelichting gegeven. Artikel 3 Verkeer De beoogde straten, voet- en fietspaden, rabatten, parkeerterreinen, speelvoorzieningen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van het openbare nut en ter plaatse van de aanduiding garage zijn bestemd als 'Verkeer'. De bouwregels zijn met name gericht op de
37
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
maximaal toegestane hoogtematen. De oppervlakte van gebouwen mag maximaal 15 m2 bedragen en de bouwhoogte 3,5 meter. Artikel 4 Wonen De gronden met de bestemming 'Wonen' zijn bedoeld voor de huisvesting van personen en voor tuinen, erven, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming '. Binnen deze bestemming zijn de volgende bouwwerken toegestaan: hoofdgebouwen (woningen), aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Er wordt, door middel van een bouwaanduiding, onderscheid gemaakt in meerdere bebouwingstypen, namelijk: vrijstaand - 1, vrijstaand - 2 geschakeld en tweeaaneen. Hieraan zijn specifieke bouwregels verbonden. Ten aanzien van de hoofdgebouwen zijn onder meer bepalingen opgenomen betreffende de goot- en de totale bouwhoogte, de dakhelling en de diepte van de woning. De maximale oppervlakte van de woning volgt uit de maximale breedte en maximale diepte van het gebouw. De maximale diepte van de woning is afhankelijk van de diepte van het bouwperceel.
Verder geldt in hoofdlijnen onder meer het navolgende: Hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; Per bouwaanduiding is bepaald welke typologie waar mag worden gebouwd; De goot- en bouwhoogte zijn met een aanduiding op de verbeelding vastgelegd; Afwijken van de gebruiksregels is onder voorwaarden mogelijk voor onder andere de uitoefening van detailhandel, beroepsmatige en/of bedrijfsmatige activiteiten en logies met ontbijt in of bij een woning; Afwijken van de bouwregels is onder voorwaarden mogelijk om de voorgevel gedeeltelijk achter de gevellijn te kunnen oprichten, voor een korte afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens en voor een grotere bouwhoogte voor bouwweken, geen gebouwen zijnde. Tot slot is er onder voorwaarden een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om het woningtype te wijzigen. Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor een omgevingsvergunning hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Artikel 6 Algemene bouwregels In dit artikel geregeld dat het college van burgemeester en wethouders nadere eisen kan stellen aan plaatsing van gebouwen, de dakhelling van hellende dakvlakken en de plaatsing en vormgeving van overige bouwwerken. Verder wordt de parkeernorm gereguleerd.
Artikel 7 Algemene afwijkingsregels Dit artikel bevat een aantal algemene afwijkingsregels. Deze afwijkingen bij omgevingsvergunning betreffen het bouwen van gebouwtjes van openbaar nut, beperkte verschuivingen van de bestemmingsgrenzen én het oprichten van masten en antennes tot een bepaalde bouwhoogte.
38
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
Artikel 8 Algemene wijzigingsregels In deze regels zijn algemene wijzigingsbevoegdheden opgenomen voor het college van burgemeester en wethouders om het bouwen van gebouwtjes van openbaar nut en beperkte verschuivingen van de bestemmingsgrenzen mogelijk te maken. Overgangs- en slotregels Artikel 9 Overgangsrecht Dit artikel beschrijft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind. Daarnaast zijn overgangsregels opgenomen ten aanzien van het bouwen. Een bouwwerk dat afwijkt van de bouwregels van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt, mag gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, of na een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd. De afwijking mag daarbij naar aard en omvang niet worden vergroot. Daarvan mag eenmalig afgeweken worden bij omgevingsvergunning tot maximaal 10% van de inhoud van het bouwwerk. Het overgangsrecht is niet van toepassing op bouwwerken die reeds in strijd waren met het voorgaande geldende bestemmingsplan. Slotregel Artikel 10 Slotregel Deze bepaling bevat zowel de titel van het plan als de regels.
39
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
40
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Financiële uitvoerbaarheid
De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw daarvan planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan, een wijziging van een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betreft onder meer plannen voor de bouw van één of meer woningen en de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen. Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is en er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd én geen locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningbouwcategorieën) hoeven te worden vastgesteld. Nu het perceel binnen een gebied, waarvoor een bestemmingsplan wordt vastgesteld en op basis waarvan bouwplannen mogelijk zijn, in eigendom zijn van de gemeente, is er geen exploitatieplan nodig is. De gemeente regelt het kostenverhaal via de uitgifte van de bouwgrond. Ook de fasering en inrichting bepaalt de gemeente zelf. Het vaststellen van een grondexploitatieplan is daarom niet vereist.
Bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan zal dit worden besloten. 6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Procedure Ingevolge de inspraakverordening van de gemeente Borsele dient de gemeente de bevolking te betrekken bij de voorbereiding van plannen op ruimtelijk gebied. Het voorontwerp van het bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023" heeft in verband daarmee vier weken ter inzage gelegen op het gemeentehuis en is gepubliceerd op de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Tijdens deze termijn heeft de gemeente één inspraakreactie ontvangen. Vooroverleg Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg gepleegd te worden met besturen van gemeenten, met Rijks- en provinciale diensten, etc. Voor dit plan zal overleg worden gepleegd met: Provincie Zeeland; Waterschap Scheldestromen; Veiligheidsregio Zeeland. Van de vooroverlegpartners zijn reacties ontvangen. Voor de samenvatting en beantwoording van deze reacties wordt verwezen naar bijlage 5 in het Bijlagenboek (vooroverleg- en inspraakrapport). Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan Gelet
op
het
bepaalde
in
artikel
3.8
41
Wro
juncto
afdeling
3.4
Awb
is
het
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn geen zienswijzen ingediend. Het bestemmingsplan is op 29 juni 2023 vastgesteld door de gemeenteraad.
42
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
Regels
43
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
44
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten
47 47 52
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Wonen Artikel 4 Verkeer
55 55 60
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Artikel 6 Algemene bouwregels Artikel 7 Algemene afwijkingsregels Artikel 8 Algemene wijzigingsregels
61 61 62 63 64
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 9 Overgangsrecht Artikel 10 Slotregel
65 65 66
45
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
46
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan
het bestemmingsplan “Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023” met identificatienummer NL.IMRO.0654.BPGPMSVS2023-0003 van de gemeente Borsele; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
verbeelding
de geometrisch bepaalde planobjecten NL.IMRO.0654.BPGPMSVS2023-0003; 1.4
als
vervat
in
het
GML-bestand
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
achtererf
gedeelte van het erf dat gelegen is achter de achtergevelrooilijn; 1.7
achtergevel
de meest van de wegzijde afgekeerde gevel van een gebouw; 1.8
achtergevellijn
denkbeeldige lijn die strak loopt langs de achtergevel van een gebouw tot aan de zijdelingse bouwperceelsgrenzen; 1.9
achtergevelrooilijn
denkbeeldige lijn die gelegen is op de helft van de afstand tussen de voorgevel van een hoofdgebouw en de achtergrens van het bouwperceel met een maximum van 15 meter achter de voorgevel; 1.10
afgewerkt bouwterrein
de gemiddelde hoogte van de grond die gebouwen of overige bouwwerken omringt; 1.11
archeologisch deskundige
de gemeentelijke archeoloog dan wel een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige of commissie van deskundigen op het gebied van archeologie;
47
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
1.12
archeologisch onderzoek
onderzoek verricht door of namens de gemeente, door een dienst, bedrijf of instelling erkend door de Rijksdienst van het Cultureel Erfgoed (RCE) en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA); 1.13
archeologische verwachting
de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op in dat gebied voorkomende archeologische sporen en relicten; 1.14
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied aanwezige archeologische sporen en relicten; 1.15
Awb
de Algemene wet bestuursrecht, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.16
bebouwing
één of meer gebouwen en/of overige bouwwerken; 1.17
bebouwingspercentage
een op de verbeelding of in de regels aangeduid percentage, dat de grootte van het deel van een maatvoeringsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 1.18
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.19
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.20
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.21
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.22
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.23
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.24
bouwperceelsgrens
de grens van een bouwperceel;
48
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
1.25
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en overige bouwwerken zijn toegelaten; 1.26
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.27
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.28
erf
al dan niet bebouwd bouwperceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat hoofdgebouw; 1.29
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.30
gemeentelijke kwaliteitscoördinator
een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige op het gebied van stedenbouw dan wel architectuur; 1.31
gevellijn
zie voorgevellijn 1.32
hoofdgebouw
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.33
logies met ontbijt
een kleinschalige overnachtingsaccomodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, ondergeschikt aan de (woon)bestemming; 1.34
maaiveld
a. het oppervlak (of de hoogte daarvan) van het land; b. de bovenkant van het terrein dat een bouwwerk omgeeft; 1.35
maatvoeringsvlak
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar een bepaalde maatvoering geldt;
49
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
1.36
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van openbaar nut; 1.37
overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.38
pand
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.39
peil
a. de kruin van de weg indien de afstand tussen het bouwwerk en de kant van de weg minder dan 5 meter bedraagt; b. bij ligging in het water het gemiddelde zomerpeil van het aangrenzende water; c. in andere gevallen de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte bouwterrein; 1.40
samenhangend straat- en bebouwingsbeeld
a. een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte; b. een goede hoogte-/breedteverhouding tussen de bebouwing onderling; c. een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; d. de cultuurhistorische samenhang van de omgeving; 1.41
tuin-/erfafscheiding
bouwwerk geen gebouw zijnde, ter afbakening van eigendommen. 1.42
twee-aaneen
blok van twee aaneengebouwde hoofdgebouwen; 1.43
voorerf
gedeelte van het erf dat gelegen is voor de voorgevellijn; 1.44
voorgevel
de meest naar de wegzijde gekeerde gevel van een gebouw; 1.45
voorgevellijn
denkbeeldige of op de verbeelding aangegeven lijn die strak langs de voorgevel van een hoofdgebouw loopt tot aan de zijdelingse bouwperceelsgrenzen; 1.46
vrijstaand
een gebouw zonder gemeenschappelijke wand met een ander gebouw; 1.47
Wabo
de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan;
50
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
1.48
weg
weg als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub b, van de Wegenverkeerswet 1994, zoals die luidde ten tijde van inwerkingtreding van dit plan; 1.49
windturbine
een windturbine is een machine met rotorbladen, waarmee door middel van windkracht elektriciteit wordt opgewekt; 1.50
woning
een gebouw, dat dient voor de huisvesting van personen; 1.51
Wro
de Wet ruimtelijke ordening, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.52
zijerf
gedeelte van het erf dat begrensd wordt door de zijgevellijn van het hoofdgebouw, de voorgevellijn en de achtergevelrooilijn; 1.53
zijgevel
een gevel van een gebouw, die niet een voorgevel of een achtergevel is; 1.54
zijgevellijn
(denkbeeldige) lijn die strak loopt langs de zijgevel van een gebouw tot aan de voorste en achterste bouwperceelsgrens.
51
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
Artikel 2
Wijze van meten
Bij het toepassen van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstanden
van bouwwerken onderling, alsmede afstanden van bouwwerken tot de bouwperceelsgrens worden daar gemeten, waar deze afstanden het kleinst zijn; 2.2
de afstand van een gebouw tot de zijdelingse bouwperceelsgrens
vanaf het dichtst bij de bouwperceelsgrens gelegen punt van het gebouw en haaks op de bouwperceelsgrens; 2.3
de bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4
de breedte en diepte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of tot het hart van de scheidingsmuren, met dien verstande, dat wanneer de betreffende gevelvlakken niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste maat; 2.5
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.6
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.7
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.8
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.9
het bebouwde oppervlak
van een bouwperceel, of een ander terrein wordt bepaald door de oppervlakten van alle op een terrein gelegen gebouwen bij elkaar op te tellen, tenzij in de regels anders is bepaald; 2.10
het bewoonbaar vloeroppervlak
binnen de afgewerkte omtrekwanden (in voorkomende gevallen binnen de balustrade) onder aftrek van de in de ruimte inspringende onderdelen van het gebouw als schoorsteenstoelen, kanalen en kasten, maar zonder aftrek van plinten en vast meubilair als aanrechten en verwarmingslichamen; vloeroppervlak waarboven minder dan 1,5 meter hoogte aanwezig is, wordt hierbij buiten beschouwing gelaten
52
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
2.11
de hoogte van een windturbine
Vanaf het peil tot aan de as van de windturbine.
53
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
54
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Wonen
3.1
Bestemmingsomschrijving
3.1.1
Bestemming
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de huisvesting van personen; b. tuinen, erven, paden, verhardingen, parkeervoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Toelaatbare bebouwing
Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 3.1.1 bedoelde bestemming worden gebouwd: a. hoofdgebouwen; b. bijbehorende bouwwerken; c. overige bouwwerken. 3.2.2
Hoofdgebouwen
Met betrekking tot het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. de hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden opgericht; b. ter plaatse van de bouwvlakken met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - twee aaneen-2', mogen uitsluitend twee aaneen gebouwde woningen worden opgericht; c. ter plaatse van de bouwvlakken met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding vrijstaand - 1 en 2', mogen uitsluitend vrijstaande woningen worden opgericht; d. ter plaatse van de bouwvlakken met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding geschakeld', mogen uitsluitend geschakelde woningen worden opgericht; e. de hoofdgebouwen worden met de voorgevel gebouwd in de op de kaart aangegeven gevellijn; f. de breedte van een bouwperceel zal minimaal bedragen ter plaatse van de gronden met de (specifieke) bouwaanduiding; 1. 'twee-aaneen-2' 10 meter; 2. 'vrijstaand-1' 14 meter; 3. 'vrijstaand 2' 14 meter; 4. 'geschakeld' 12 meter. g. de breedte van een hoofdgebouw – een aangebouwd bijbehorend bouwwerk als genoemd in lid 3.2.1 sub b en c niet meegerekend – zal minimaal bedragen binnen de bouwvlakken met de (specifieke) bouwaanduiding: 1. 'twee-aaneen-2' 6 meter; 2. 'vrijstaand-1' 14 meter; 3. 'vrijstaand-2' 7 meter; 4. 'geschakeld' 6 meter. h.
de afstand tussen de hoofdgebouwen en de zijdelingse bouwperceelsgrens zal minimaal bedragen binnen de bouwvlakken met de (specifieke) bouwaanduiding: 1. 'twee-aaneen-2' 3 meter (aan één zijde); 2. 'vrijstaand-1' 3 meter; 3. 'vrijstaand-2' 3 meter;
55
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
4. 'geschakeld' 3 meter (aan één zijde). de goot- en bouwhoogte van de hoofdgebouwen bedraagt maximaal de op de verbeelding aangegeven maat; j. ter plaatse van de bouwvlakken met de aanduiding ‘kap’: is een kap verplicht, met dien verstande dat de dakhelling minimaal 40°-55° bedraagt; k. ter plaatse van de bouwvlakken met de 'specifieke bouwaanduiding vrijstaand - 1', moet het hoofdgebouw met de nokrichting haaks op de gevellijn worden gebouwd; l. ter plaatse van de bouwvlakken met de 'specifieke bouwaanduiding vrijstaand - 2, twee aaneen en geschakeld', moet het hoofdgebouw met de nokrichting evenwijdig aan de gevellijn worden gebouwd; m. in afwijking van het bepaalde in lid 3.2.2 sub b tot en met d is het toegestaan, daar waar de bouwaanduidingen op de verbeelding elkaar overlappen de genoemde woningtypologieën te combineren; n. de achtergevel mag maximaal op de helft van de afstand tussen de voorgevel van de hoofdgebouwen en de achtergrens van het bouwperceel zijn gelegen met een maximum afstand van 15 meter; o. in afwijking van het bepaalde in lid 3.2.2, sub n bedraagt ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - bouwdiepte' de afstand tussen de voorgevel van de hoofdgebouwen en de achtergrens van het bouwperceel maximaal 11 meter; p. het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein bedraagt 1 parkeerplaats per hoofdgebouw; q.
parkeergelegenheid die is gerealiseerd om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid dient in stand te worden gehouden. i.
3.2.3
Bijbehorende bouwwerken
Bij hoofdgebouwen mogen bijbehorende bouwwerken worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden opgericht; b. de bebouwde oppervlakte van het achtererf mag maximaal 50% bedragen met een maximum van 40 m²; c. in afwijking van het bepaalde in lid 3.2.3, sub c mag voor achtererven groter dan 80 m² dit maximum worden verhoogd met 10% van het verschil in grootte, zulks met een absoluut maximum van 90 m²; d. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 3,25 meter en de bouwhoogte maximaal 7 meter bedragen. Indien een dakhelling wordt toegepast bedraagt de helling minimaal 30°; e. de afstand tussen bijbehorende bouwwerken die (deels) gebouwd worden vóór de achtergevelrooilijn, en de zijdelingse bouwperceelsgrens zal minimaal bedragen binnen de bouwvlakken met de (specifieke) bouwaanduiding: 1. 'vrijstaand-1' 1 meter; 2. 'vrijstaand-2' 1 meter; 3. 'twee-aaneen-2' 1 meter; 4. 'geschakeld' nvt; f. bijbehorende bouwwerken moeten minimaal 6 meter achter de voorgevellijn worden gebouwd; g. in afwijking van het bepaalde in lid 3.2.3, sub a en f mogen vóór (het verlengde van) de gevellijn erkers worden gebouwd, met dien verstande dat de diepte, breedte en bouwhoogte van een erker respectievelijk maximaal 0,60 meter, maximaal 3,5 meter en maximaal 3,25 meter mag bedragen; h.
de in lid 3.2.3, sub e minimale afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens mag worden overschreden door erkers, met dien verstande dat de diepte, breedte en bouwhoogte van een erker respectievelijk maximaal 0,60 meter, maximaal 3,5 meter en maximaal 3,25 meter mag bedragen.
56
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
3.2.4
Overige bouwwerken
Bij hoofdgebouwen mogen overige bouwwerken worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt maximaal 2 meter; b. in afwijking van het onder lid 3.2.4, sub a bepaalde bedraagt de bouwhoogte van een tuinof erfafscheiding, die gebouwd wordt vóór (het verlengde van) de voorgevellijn, alsmede binnen 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevellijn, maximaal 1 meter. 3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1
Afwijken middels omgevingsvergunning
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. lid 3.2.2, sub c voor het oprichten van een deel van de voorgevel achter de op de verbeelding aangegeven voorgevellijn, mits tenminste 50% van de totale voorgevelbreedte van het hoofdgebouw wel in de op de verbeelding aangegeven voorgevellijn wordt gebouwd; b. lid 3.2.2, sub f voor een kortere afstand tot minimaal 1 meter van de zijdelingse bouwperceelsgrens; c. lid 3.2.2, sub g mits deze maat met maximaal 1 meter zal worden overschreden; d. lid 3.2.4, sub a tot een bouwhoogte van maximaal 10 meter. 3.3.2
Vergunningvereiste
De in lid 3.3.1 genoemde omgevingsvergunningen kunnen slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de samenhang in het straat- en bebouwingsbeeld; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. 3.3.3
Procedureregel
Bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.3.1, sub a, b en c, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de gemeentelijke kwaliteitscoördinator. 3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Verboden gebruik
Tot het verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de huisvesting van personen; b. het gebruik van de gronden voor windturbines. 3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1 Afwijken m.b.t. de uitoefening van detailhandel, beroepsmatige en/of bedrijfsmatige activiteiten Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.1.1: a. voor de uitoefening van de detailhandel in, beroepsmatig en/of bedrijfsmatig gebruik van de woning en/of bijbehorende bouwwerken met dien verstande dat bedoeld gebruik geen onevenredige hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt. Dit betekent onder meer dat: 1. de woning moet blijven voldoen aan het Bouwbesluit;
57
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
2. het gebruik een kleinschalig karakter heeft en zal behouden en naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn. Dat wil zeggen dat van de vloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken gezamenlijk maximaal 40 m² ten behoeve van detailhandel, beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in gebruik mag zijn; 3. geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid die vergunnings- of meldingsplichtig is op grond van de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving, tenzij het gebruik de woonfunctie op zichzelf en in relatie tot zijn omgeving niet zal aantasten; 4. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of bijbehorend bouwwerk uitvoert tevens bewoner van de woning is; 5. er geen verkeersaantrekkende activiteiten plaatsvinden die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte. 3.5.2
Afwijken m.b.t. logies met ontbijt
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.1.1: a. voor het gebruik van een woning en/of bij de woning bijbehorende bouwwerken voor logies met ontbijt, met dien verstande dat het bedoeld gebruik geen onevenredige hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt. Dit betekent onder meer dat: 1. de woning moet blijven voldoen aan het Bouwbesluit; 2. de logies met ontbijt een kleinschalig karakter heeft en zal behouden en naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn. Dat wil zeggen dat van de vloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken gezamenlijk maximaal 40 m² ten behoeve van de logies met ontbijt in gebruik mag zijn; 3. de logies met ontbijt mag niet in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk worden gerealiseerd; 4. geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het aanbieden van logies met ontbijt die vergunnings- of meldingsplichtig is op grond van de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving, tenzij het gebruik de woonfunctie op zichzelf en in relatie tot zijn omgeving niet zal aantasten; 5. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of bijbehorend bouwwerk uitvoert tevens bewoner van de woning is; 6.
er geen verkeersaantrekkende activiteiten plaatsvinden die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte. 3.6
Algemene gebruiksregels
3.6.1
Verboden gebruik
Tot het verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. Het gebruiken of te doen of laten gebruiken van overige bouwwerken en gronden op een wijze of tot een doel strijdig met de in dit plan aan de grond gegeven bestemming.
58
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
3.6.2
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.7.1: a. indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik dat niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
59
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
Artikel 4
Verkeer
4.1
Bestemmingsomschrijving
4.1.1
Bestemming
De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor straten, voet- en fietspaden, rabatten, parkeerterreinen, speelvoorzieningen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van het openbare nut. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Toelaatbare bebouwing
Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de kaart aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 4.1.1 genoemde bestemming worden gebouwd: a. gebouwen; b. bouwwerken geen gebouw zijnde. 4.2.2
Gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde
De gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. de oppervlakte van gebouwen bedraagt maximaal 15 m²; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 3,5 meter; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal: 1. antennes: 5 meter; 2. speeltoestellen: 4 meter; 3. openbare nutsvoorzieningen: 3,5 meter; 4. lichtmasten en overige masten: 8 meter; 5. overige bouwwerken, geen gebouw zijnde: 2 meter. 4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1
Afwijken middels omgevingvergunning
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. lid 4.2, sub c tot een bouwhoogte van maximaal 10 meter. 4.3.2
Vergunningsvereiste
De in lid 4.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de samenhang in het straat- en bebouwingsbeeld; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.
60
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
61
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
Artikel 6
Algemene bouwregels
6.1
Plaatsbepaling en vormgeving bouwwerken
6.1.1
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met inachtneming van de regels vervat in Hoofdstuk 2, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen, nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de plaatsing van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken ten opzichte van de bouwperceelsgrens en ten opzichte van elkaar; b. de dakhelling van hellende dakvlakken van gebouwen; c. de plaatsing en vormgeving van overige bouwwerken. 6.1.2
Procedureregel
De in lid 6.1.1 bedoelde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gebouwen, overige bouwwerken en gronden in verband met calamiteiten. 6.2
Parkeren
6.2.1 parkeren Tenzij in Hoofdstuk 2 expliciet is voorzien in een andere regel ten aanzien van de aanwezigheid van voldoende parkeergelegenheid, geldt de volgende regeling: a. bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en / of afwijken dient ten aanzien van de parkeernormen tenminste te worden voldaan zoals opgenomen in de 'CROW-publicatie 381: "Toekomstbestendig parkeren Van parkeerkencijfers naar parkeernormen' ; b. het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in sub a. indien wordt voorzien in een parkeervoorziening, die gelet op de parkeerbelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig is als bedoeld in sub a, daarbij rekening houdend met de reeds bestaande bebouwing ter plaatse; c. indien de CROW als bedoeld onder sub a. gedurende de planperiode van dit bestemmingsplan wordt gewijzigd, wordt bij de verlening van de omgevingsvergunning rekening gehouden met die wijziging.
62
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
Artikel 7
Algemene afwijkingsregels
7.1
Afwijkingsbevoegdheid
7.1.1
Afwijken middels omgevingsvergunning
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van de regels in dit plan voor: a. het bouwen van niet voor bewoning bestemde gebouwen en overige bouwwerken van geringe afmetingen ten dienste van het openbaar nut met een oppervlakte van maximaal 15 m² en een bouwhoogte van maximaal 3,5 meter; b. het overschrijden van de naar de weg gekeerde bebouwingsgrens door: 1. erkers, balkons en bordessen tot maximaal 1 meter; 2. ingangspartijen tot maximaal 2 meter, mits de bebouwde oppervlakte maximaal 6 m² en de bouwhoogte maximaal 3,25 meter zal bedragen; c. geringe afwijkingen, die in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Hierbij zijn verschuivingen van de bebouwingsgrens met maximaal 3 meter toelaatbaar; d. het oprichten van antennes en masten tot een bouwhoogte van 15 meter. 7.1.2
Vergunningvereiste
De in lid 7.1.1 genoemde omgevingsvergunningen kunnen slechts worden verleend indien: a. de samenhang in het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig wordt aangetast; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; c. dit niet leidt tot wijziging van de op de verbeelding aangegeven bestemming.
63
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
Artikel 8
Algemene wijzigingsregels
8.1
Wijzigingsbevoegdheid
8.1.1
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met inachtneming van het bepaalde in de Wro, de regels te wijzigen voor: a. het bouwen van gebouwen en overige bouwwerken van geringe afmetingen ten dienste van het openbaar nut met een oppervlakte van maximaal 15 m² en een bouwhoogte van maximaal 3,5 meter; b. het overschrijden van de naar de weg gekeerde bouwgrens, zomede van de ten opzichte van de zijdelingse bouwperceelsgrens bepaalde minimumafstand door: 1. erkers, balkons en bordessen tot maximaal 1 meter; 2. ingangspartijen tot maximaal 2 meter, mits de bebouwde oppervlakte maximaal 6 m² en de bouwhoogte maximaal 3,25 meter zal bedragen; c. geringe afwijkingen, die in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Hierbij zijn verschuivingen van de bestemmingsgrens met maximaal 3 meter toelaatbaar. Deze regels zijn van toepassing voor het overschrijden van grenzen voor zover deze leiden tot wijziging van bestemmingen.
64
Bestemmingsplan "Oostgaarde, gedeelte Magnoliastraat-Vuurdoornstraat, 2023"
Hoofdstuk 4 Artikel 9 9.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Burgemeester en wethouders kunnen éénmalig in afwijking van lid 9.1, sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 9.1, sub a met maximaal 10%; c. Lid 9.1, sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 9.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 9.2, sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld in lid 9.2, sub a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. Lid 9.2, sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan. 9.3
Afwijking overgangsrecht gebruik
Indien toepassing van het overeenkomstig lid 9.2 in het plan opgenomen overgangsrecht gebruik zou kunnen leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruikten in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan, kan de gemeenteraad met het oog op beëindiging op termijn van die met het bestemmingsplan strijdige situatie, van dat overgangsrecht afwijken.