7.1 Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022 ontwerp bestemmingsplan
Tekst van het document
Ontwerp bestemmingsplan “Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022”
Vastgesteld door de raad van de gemeente Borsele bij besluit van , voorzitter , griffier
gemeente titel
Projectnummer imro-idn voorontwerp ontwerp vastgesteld
Borsele Ontwerp bestemmingsplan “Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022” BS4464 NL.IMRO.0654.BPHKWW42022-0002 29-03-2022
Toelichting
Bestemmingsplan "Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022"
2
Bestemmingsplan "Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022"
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldende beheersverordening 1.4 Leeswijzer
5 5 7 7 7
Hoofdstuk 2 Beleidskaders 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Regionaal beleid 2.4 Gemeentelijk beleid
9 9 11 15 16
Hoofdstuk 3 Beoogde ontwikkeling 3.1 Algemeen 3.2 Huidige situatie 3.3 Beoogde ontwikkeling 3.4 Verkeer en parkeren
19 19 19 20 22
Hoofdstuk 4 Kwaliteit van de leefomgeving 4.1 Geluidhinder 4.2 Bodemverontreiniging 4.3 Flora en Fauna 4.4 Cultuurhistorisch Hoofd Structuur 4.5 Archeologie 4.6 Water 4.7 Milieuhinder 4.8 Externe veiligheid 4.9 Luchtkwaliteit 4.10 Kabels en Leidingen 4.11 Vormvrije m.e.r-beoordeling
25 25 26 27 29 30 31 35 38 42 43 44
Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving
47
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid 6.1 Kostenverhaal 6.2 Economische uitvoerbaarheid
51 51 51
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke toetsing en overleg 7.1 Maatschappelijke toetsing 7.2 Inspraak en overleg
53 53 53
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Situatietekeningen beoogde ontwikkeling Bijlage 2 Parkeerbalans Bijlage 3 Situatietekening parkeren Bijlage 4 Aerius-berekening en stokstofdepositierapportage Bijlage 5 Akoestisch onderzoek Bijlage 6 Vooroverleg- en inspraakrapport
3
Bestemmingsplan "Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022"
Figuur 1: Straatnamenkaart, de rode contour geeft indicatief het plangebied aan
Figuur 2: Luchtfoto, de rode contour geeft indicatief het plangebied aan
4
Bestemmingsplan "Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022"
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Algemene beschrijving Aan de zuidzijde van de kern Hoedekenskerke, gemeente Borsele, is aan de Waardweg 4 het museum, genaamd “De Buffer” met bijbehorend recreatiepark “De Pluimweide” gesitueerd. Het museum en het park worden geëxploiteerd door de Stichting Stroomtrein Goes Borsele, hierna nader te noemen 'SGB'. Het museum is direct naast het perron van de stoomtrein Goes-Borsele gelegen en betreft het eindpunt van de historische spoorlijn. Formeel (sinds 2010) is Baarland het eindpunt van de toeristische dienst. De stoomtreinen rijden echter niet verder dan de kern Hoedekenskerke, doordat de lijn tussen Baarland en Oudelande door struiken is overwoekerd, er in Baarland geen mogelijkheid bestaat om de locomotief naar de andere kant van de trein te rangeren en de locomotief van water te voorzien. Het gebouw “De Buffer” huisvest een museum, met bijbehorende kleinschalige (horeca)voorzieningen. In het museum worden modeltreinen en traditionele Zeeuwse klederdracht tentoongesteld. Direct ten zuiden wordt het museum door het bijbehorende park belend. Het park zelf betreft een recreatieve voorziening met onder meer een doolhof, vaarvijver, speeltuin en miniatuurtrein. Verder staan er twee kiosken die tot een bed&breakfast zijn omgebouwd. Het betreft al met al een gemêleerd samenstel van functies. De ligging van de planlocatie is weergegeven in figuur 1.
In figuur 2 is een luchtfoto van het omliggende gebied afgebeeld. Planvoornemen SGB is reeds enkele jaren met de gemeente Borsele in overleg over het toestaan van volledige horeca in (een deel van) de bestaande bebouwing. Aanleiding betreft enerzijds de toegenomen vraag om het museum te gebruiken voor restaurant, (familie-)bijeenkomsten, verjaardagen, feesten en partijen. Anderzijds wordt gezocht naar een verbreding van economische drager voor een volwaardige continuering van het museum en bijbehorende park. Zo is recent een aanbouw gerealiseerd. In deze aanbouw bevinden zich extra bergruimten, een spoelkeuken en kantoorruimte. Door het realiseren van deze aanbouw wordt ruimte geboden om de toiletgroepen uit te breiden en de bar en keuken qua indeling te wijzigen. Voor het realiseren van deze aanbouw is de zogenaamde kruimelgevallenregeling toegepast en heeft een grondruil met de buurman wonende aan de Veerweg 10 plaatsgevonden. Concreet betekent dit, dat de gemeente een stuk grond ter grootte van circa 318 m², voorheen in eigendom van de bewoner van Veerweg 10, heeft geruild tegen een strook grond met een oppervlakte van circa 454 m². In het plangebied biedt vooralsnog enkel een deel van de binnenruimte van het museum (stationsgebouw) met terras aan de voorzijde, ruimte voor het exploiteren van een restaurant.
Er wordt daarmee ondervonden dat er te weinig fysieke en daarmee rendabele ruimte aanwezig is om diners, (familie-)bijeenkomsten en verjaardagen te kunnen faciliteren.
5
Bestemmingsplan "Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022"
Daarnaast bestaat de behoefte het museum – niet meer incidenteel, maar permanent – voor feesten en partijen te kunnen aanwenden. SGB heeft derhalve de wens uitgesproken om de bestaande bebouwing in westelijke richting met een locomotief, wagon, perron en terras uit te breiden, waar tevens naast de bestaande binnen- en buitenruimte zelfstandige horeca kan worden uitgeoefend. Concreet betekent, dat de wagon, geplaatst achter de locomotief, mede als restaurant zal kunnen worden aangewend. Immers, ter plaatse van het museum is nu formeel enkel ondersteunende horeca toegestaan ten behoeve van activiteiten die plaatsvinden in het kader van de educatieve en informatieve activiteiten mede in relatie tot het park. Onder ondersteunende horeca wordt in beginsel verstaan “horeca die wordt aangeboden binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan horeca is maar waar men uitsluitend ter ondersteuning van en gerelateerd en ondergeschikt aan de hoofdof nevenfunctie een ruimte gebruikt dan wel specifiek heeft ingericht voor de consumptie van drank en etenswaren, niet bedoeld voor feesten en partijen”. De gemeente heeft over het planvoornemen een positief besluit genomen. Onder voorwaarden wordt in (een deel van) de bestaande binnen- en buitenruimte, inclusief de beoogde uitbreiding (treinwagon), zelfstandige horeca toegestaan.
Sindsdien is er tussen de gemeente Borsele en de SGB veelvuldig contact en afstemming geweest om de planvorming verder uit te werken. Dit heeft geresulteerd in een gezamenlijk gedragen planvoornemen. Overige onderwerpen Naast het geschetste planvoornemen spelen nog enkele ondergeschikte onderwerpen, waarvoor nog een juridisch-planologische verankering moet plaatsvinden. Het betreft hier de volgende onderwerpen: 1. Het verwerken van de verleende omgevingsvergunning d.d. oktober 2019, waarbij een aanbouw aan de achterzijde van “De Buffer” – zoals hiervoor omschreven – is vergund en gerealiseerd; 2. Het betrekken van de grondtransactie die in het kader van de verleende aanbouw (punt 1) met de bewoner van Veerweg 10 heeft plaatsgevonden; 3. Het meenemen van een stuk grond ter grootte van circa 1.085 m² gelegen direct ten westen van het museum. Op deze wijze ontstaat een logische planbegrenzing, welke aansluit op de bestaande feitelijke situatie; 4. Het legaliseren van de twee bestaande bed&breakfast voorzieningen en het toestaan van een derde, gebouw(tje) voor het uitbaten van bed & breakfast. Deze bebouwing zal op termijn reeds bestaande fundering in het park worden gesitueerd en gerealiseerd; 5.
Het in beperkte mate veranderen van het vigerende bouwvlak alsmede een beperkte verruiming van de bouwmogelijkheden om zo te komen tot een flexibelere en efficiëntere benutting van de bebouwing en het park. Doel Om zelfstandige horeca ter plaatse van het museum en de aanvullende (parkeer-) voorzieningen mogelijk te maken alsmede de hierboven genoemde overige onderwerpen te verankeren dient het bestemmingsplan te worden gewijzigd. De wijziging van het bestemmingsplan zal plaatsvinden door middel van een zogenaamd postzegelbestemmingsplan. Onderhavig bestemmingsplan voorziet daarin.
6
Bestemmingsplan "Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022"
1.2
Plangebied
Het plangebied betreft een langwerpige locatie, gelegen aan de zuidzijde van Hoedekenskerke, dichtbij de Westerschelde. Het plangebied wordt globaal bezien begrensd door de Waardweg in het westen, agrarische gronden en het 'Park de Remise' in het zuiden/zuidoosten en de Nieuwe Veerweg en Veerweg in het oosten. De omgeving van het plangebied wordt daarmee gekenmerkt door diverse functies, waaronder begrepen een begraafplaats (ten westen), agrarische gronden (ten zuiden/zuidwesten), de recreatieve voorziening 'Park de Remise' (ten zuidoosten), de jachthaven de Val (ten oosten) en grondgebonden woonbebouwing met bijbehorende verkeer-, parkeer- en groenvoorzieningen behorende bij de kern Hoedekenskerke (ten noorden). Het gebouw wordt voor gemotoriseerd verkeer primair ontsloten op de Waardweg en de Ganzepoelweg. Het merendeel van de bezoekers voor het museum komt echter aan via de stoomtrein, waarvan het beginpunt zich in Goes bevindt. Parkeren geschiedt thans aan de zijde van de Waardweg en op eigen terrein ten (zuid-)westen van het museum. 1.3
Geldende beheersverordening
De huidige locatie is opgenomen in de beheersverordening “Kern Hoedekenskerke 2013” zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 5 september 2013. De gronden van het plangebied zijn hoofdzakelijk voor recreatieve doeleinden (dagrecreatie) bestemd. Verder is de strook grond welke in de grondruil is betrokken alsmede de gronden ten westen van de Buffer voor woondoeleinden (zonder bouwvlak) bestemd. Daarnaast kent het plangebied de navolgende bestemmingen 'Water' (sloot), 'Leiding-Riool' (ter plaatse van de sloot), 'Verkeer' (Waardweg), 'Toeristische spoorweg' (spoorlijn), 'Groen' (ten noordoosten van het museum), en 'Maatschappelijk' (nutsvoorziening). Tot slot dragen alle gronden de dubbelbestemming “Waarde- Archeologie-2”. De gronden met een recreatieve bestemming zijn naast het bestaande gebruik bestemd voor recreatieve voorzieningen; dagrecreatie; ondergeschikte detailhandels- en/of horecaactiviteiten, uitsluitend ten dienste van deze voorzieningen. Verder mogen de bestaande bouwwerken worden vervangen door bouwwerken met dezelfde oppervlakte en afmetingen op dezelfde locatie. 1.4
Leeswijzer
Dit bestemmingsplan bestaat uit deze toelichting, regels en een verbeelding. Deze toelichting bestaat naast dit inleidende hoofdstuk uit zes hoofdstukken. In Hoofdstuk 2 komt het ruimtelijk relevante beleid uit de geldende beleidskaders aan bod. In Hoofdstuk 3 wordt het project toegelicht. Vervolgens worden in Hoofdstuk 4 de verschillende milieuaspecten beoordeeld. Hoofdstuk 5 bevat de beschrijving van de juridische aspecten. In Hoofdstuk 6 wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Tot slot komt in Hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid aan bod.
7
Bestemmingsplan "Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022"
8
Bestemmingsplan "Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022"
Hoofdstuk 2
Beleidskaders
2.1
Rijksbeleid
2.1.1
Nationale omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie wordt door het Rijk een langetermijnvisie op 2050 gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk.
Fig.3: Afwegen met de NOVI (bron: Nationale Omgevingsvisie) De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met ambities. Ook worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
9
Bestemmingsplan "Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022"
Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken & identiteit; 3. Afwentelen voorkomen.
In de NOVI zijn de volgende nationale belangen genoemd die het project raken: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. Voor wat betreft bovengenoemde nationale belangen wordt verwezen naar de beoordeling van de milieuaspecten en milieuonderzoeken, zoals die in Hoofdstuk 4 'Omgevingsaspecten' aan de orde komen. 2.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Structuurvisies hebben op zichzelf geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de structuurvisie die juridische borging vragen worden daarom geborgd in de Amvb Ruimte. Deze Amvb wordt aangeduid als het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze Amvb is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. In het Barro zijn verschillende bepalingen opgenomen, o.a. ten aanzien van Rijksvaarwegen, hoofdwegen en spoorwegen. Er zijn geen bepalingen die direct betrekking hebben op het plangebied. 2.1.3
Besluit ruimtelijke ordening
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is met ingang van 1 oktober 2012 opgenomen, dat gemeenten en provincies verplicht zijn om in de toelichting van een ruimtelijk besluit de zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' op te nemen, wanneer een zodanig ruimtelijk besluit een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of
10
Bestemmingsplan "Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022"
zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet, dat de 'ladder voor duurzame verstedelijking' als een 'open norm' is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden. Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde 'overzichtsuitspraak' gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uiteen worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' concreet worden toegepast. De ladder voor duurzame verstedelijking heeft als voornaamste doel om zuinig en zorgvuldig om te gaan met de realisatie van nieuwe stedelijke functies en om ongewenste leegstand te voorkomen. Bovendien wordt met de ladder bijgedragen aan de tendens dat stedelijke functies zo veel mogelijk moeten worden geconcentreerd in het bestaand stedelijk gebied en dat extra ruimtebeslag voor stedelijke functies in het buitenstedelijk gebied in beginsel wordt voorkomen.
Toetsend aan deze ladder dient allereerst te worden bepaald of onderhavig plan voorziet in een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Bij onderhavig initiatief betreft het een ontwikkeling in het bestaande stedelijk gebied met de realisatie van een extra functie in een bestaand gebouw ter verbreding en behoud van het museum én recreatieve park voor de toekomst. De toename van het ruimtebeslag is verder zeer beperkt van aard. Verder vindt er geen significante gebruikswijziging plaats, doordat sprake blijft van een recreatieve enkelbestemming. De jurisprudentie stelt dat hiermee geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling (zie o.a. ECLI:NL:RVS:2016:1663). Er is dus geen sprake van een formele toetsing aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. In het kader van de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan dient echter wel behoefte te zijn naar de ontwikkeling. SGB ervaart van bezoekers de behoefte naar de mogelijkheid tot het gebruiken van het gebouw voor volledige horeca. Echter ontbreekt op het recreatieve voorziening de juridisch-planologische mogelijkheid om deze vorm van volledige horeca aan te bieden. Om deze reden is de wens ontstaan om tevens volledige horeca toe te staan. 2.1.4
Conclusie
De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is niet van toepassing op de onderhavige ontwikkeling. Het planvoornemen voorziet wel in een concrete behoefte. 2.2
Provinciaal beleid
2.2.1
Zeeuwse Omgevingsvisie
Op 12 november 2021 hebben Provinciale staten van Zeeland de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. Op 1 januari 2023 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. In de Omgevingswet worden alle bestaande wetten die te maken hebben op de fysieke leefomgeving samengevoegd. In de Zeeuwse Omgevingsvisie legt de Provincie Zeeland al haar doelen en ambities voor de lange termijn vast. In de Omgevingsvisie worden verschillende onderwerpen benoemd. Denk daarbij aan wonen, landbouw en circulaire economie, maar bijvoorbeeld ook cultureel erfgoed, recreatie en leefbaarheid.
11
Bestemmingsplan "Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022"
Het uitgangspunt van de provincie voor de Omgevingsvisie is, beleid en regels die hun waarde hebben bewezen, alleen worden gewijzigd als er betere alternatieven zijn. De Provinciale Omgevingsverordening 2018 is daarom hierbij als uitgangspunt genomen. Verder bestaat de visie uit twee delen: deel A en deel B. In Deel A staan de strategische doelen voor de periode tot 2050 onderverdeeld in vier centrale ambities verwoord. De uitdagingen en ambities voor Zeeland, alsmede de Zeeuwse kernkwaliteiten worden daarin beschreven en geven richting aan de beleidsdoelstellingen en acties voorde kortere termijn (tot 2030). In Deel B wordt het beleid voor de periode tot 2030 vormgegeven. Dit beleid is onderverdeeld in doelen voor 2030, de huidige situatie, acties voor de periode tot 2030 én afwegingsfactoren voor de uitvoering. Er zijn 27 thema's (bouwstenen) uitgewerkt die samen met onze omgeving geselecteerd zijn. Bij deze thema's is het beleid voor de komende 10 jaar weergegeven. Deel A De uitdagingen voor Zeeland bestaan voornamelijk uit de klimaatverandering, stijging van de zeespiegel, afname van biodiversiteit, andere bevolkingssamenstelling door vergrijzing. Deels is het de uitdaging te behouden wat er is, deels is het de uitdaging in te spelen op de ontwikkelingen die komen gaan.
Om deze uitdagingen het hoofd te bieden en tegelijkertijd te werken aan brede welvaart, beschrijft de Zeeuwse Omgevingsvisie vier Zeeuwse Ambities voor 2050. Deze ambities betreffen: 1. uitstekend wonen en werken in Zeeland; 2. balans in grote wateren en het landelijk gebied; 3. een duurzame en innovatieve economie; 4. een klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland. Deel B In deel B staat per thema aangegeven welke instrumenten worden ingezet om de doelen tot 2030 te bereiken. Gezien de grootte en de complexiteit van de uitdagingen, zijn de ambities echter alleen te halen als iedereen de keuze maakt die zoveel mogelijk bijdraagt aan deze ambities. Hiervoor zijn afwegingsfactoren beschreven en wordt een 'beste keuze hulp' gemaakt. De afwegingsfactoren sluiten aan op het NOVI van het Rijk en verwijzen onder meer naar de Zeeuwse kernkwaliteiten. Deze zijn vertaald naar vier afwegingsfactoren voor Zeeland: 1. Doe meer met minder grond; 2. Werk samen en deel kosten en baten; 3. Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten; 4. Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld. Kernkwaliteiten zijn herkenbare, fysieke kenmerken. De Zeeuwse kernkwaliteiten betreffen: genieten en opladen; waarderen en beschermen van het landschap; verbondenheid met de historie; passende werkgelegenheid en ontwikkelingsmogelijkheden voor iedereen.
12
Bestemmingsplan "Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022"
In de visie komen een aantal ambities en doelstellingen terug welke relevant zijn voor dit bestemmingsplan, waarbij sommige doelen onder verschillende ambities vallen. Deze worden in onderstaande paragrafen toegelicht. Cultuurhistorie, erfgoed en landschap De provincie hecht belang aan de cultuurhistorische, archeologische en landschappelijke waarden en wenst deze als onderdeel van haar Zeeuwse identiteit duurzaam te beschermen en te benutten en daar waar mogelijk (bij ontwikkelingen) te versterken. De bereikbaarheid en toegankelijkheid (digitaal) dragen voorts bij aan de beleving, maatschappelijke betekenis en bewustwording van deze waarden; niet alleen voor de bewoners en recreanten, maar ook toeristen. Recreatie en toerisme Recreatie en toerisme zijn zeer belangrijk voor Zeeland als pijlers voor de economie, werkgelegenheid en leefbaarheid. De Provincie Zeeland wil dan ook de aantrekkelijkheid van de provincie in alle seizoenen voor bewoners en toeristen vergroten. Daarbij gaat de vergroting van de diversiteit, kwaliteit en mogelijkheden voor (dag-)recreatieve voorzieningen met stimulering van de (lokal) economie, hand in hand. Verder is een goede bereikbaarheid essentieel en dienen bij (recreatieve) ontwikkelingen de effecten op de leefomgeving te worden betrokken, zodanig dat deze een positieve bijdrage (meerwaarde) aan de (lokale) omgeving en samenleving leveren.
Het kunnen aanbieden van zelfstandige horeca draagt bij aan bovengenoemde doelstellingen; de aantrekkelijkheid van zowel het museum als het park zal hierdoor worden vergroot. De uitstaling en karakter zal worden versterkt en een impuls geven niet alleen aan de kern, maar het hele gebied. Daarnaast is de horecafunctie, mede ingegeven door haar ligging, zowel ondersteunend als zelfstandig rendabel en daarmee haalbaar en uitvoerbaar. De beleidsambities met betrekking tot archeologie en cultuurhistorie worden verder via separaat beleid in de par.4.4 en 4.5 uitgewerkt. De bestaande en toekomstige voorzieningen zullen naast bewoners en recreanten, tevens bezoekers en toeristen uit de omgeving en andere regio's trekken. Het park en het museum is goed bereikbaar voor iedereen, zowel met eigen vervoer als per (stoom)trein. Het is daarom de verwachting, dat de toevoeging van zelfstandige horeca een positief effect zal hebben op de groei van het dagtoerisme en op de lokale economie alsmede leefbaarheid van de kern zelf. 2.2.2
Omgevingsverordening Zeeland 2018
Met de vaststelling van het Omgevingsplan Zeeland 2018, welke thans is vervangen door de Zeeuwse Omgevingsvisie 2021, is ook de Omgevingsverordening Zeeland 2018 vastgesteld (21 september 2018). Slechts een select aantal onderdelen uit het voormalige Omgevingsplan is geregeld in de verordening. Onderwerpen opgenomen in deze Omgevingsverordening zijn bijvoorbeeld bestaande natuur en ecologische hoofdstructuur, agrarische gebieden van ecologische betekenis, molenbiotopen, glastuinbouw en intensieve veehouderij. In de verordening is geen nadere regelgeving ten aanzien van horecavoorzieningen opgenomen. Van gemeenten wordt een loyale bijdrage verwacht aan de uitvoering van de beleidsdoelen van het plan, ook ten aanzien van die onderdelen van het plan die niet in de verordening zijn opgenomen. Verder streeft de provincie naar realisering van beleidsdoelen met de inzet van andere instrumenten.
13
Bestemmingsplan "Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022"
Relevant bepalingen uit de verordening voor onderhavige planontwikkeling betreffen: Artikel 2.23 bestaande Natuur In een bestemmingsplan wordt voor de in bijlage 9 aangegeven gebieden met de aanduiding Bestaande natuur, primair de bestemming Natuur, Bos, Beschermde of Waardevolle dijk aangewezen. Bestaand gebruik en bestaande bebouwing mogen positief worden bestemd. In afwijking van het eerste lid worden binnendijken zoals aangegeven in bijlage 9 voor zover deze samenvallen met binnendijken, in bijlage 8 aangeduid als regionale waterkering, primair bestemd voor Waterstaat-waterkering en secundair voor Natuur, Bos, Beschermde- of Waardevolle dijk. De wezenlijke kenmerken en waarden van de in bijlage 9 aangegeven gebieden met de aanduiding Bestaande natuur zijn de huidige en potentiële waarden, gebaseerd op de natuurdoelen voor het gebied. De natuurdoelen zijn vermeld in het Natuurbeheerplan Zeeland 2016 zoals dat luidt op de datum van vaststelling van deze verordening. In een bestemmingsplan worden geen bestemmingen aangewezen of regels gesteld die, ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan, mogelijk maken dat de wezenlijke kenmerken of waarden van de in bijlage 9 aangegeven gebieden met de aanduiding Bestaande natuur per saldo significant worden aangetast.
Ook mag de bestemming niet leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte van de gronden of tot een significante aantasting van de samenhang tussen gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Zeeland. In de toelichting bij een bestemmingsplan waarin, ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan, nieuwe bebouwing of nieuwe vormen van grondgebruik worden toegelaten wordt aannemelijk gemaakt dat de in de vorige volzin bedoelde aantasting en vermindering zich niet voordoet.” De bestaande toeristische spoorweg, welke is aangewezen als Rijksmonument, is op basis van de 5e herziening aangewezen als bestaande natuur, binnendijks. De gronden zijn verder niet aangewezen als regionale waterkering. De aanwijzing tot bestaande natuur vloeit voort uit de bescherming van het beheer van kruiden- en faunarijk grasland. De spoorlijn wordt in onderhavig plan conserverend bestemd; er worden geen extra bouw- of gebruiksmogelijkheden toegekend, zodat de wezenlijke kenmerken of waarden, oppervlakte en samenhang van de bestaande natuur per saldo niet significant worden aangetast. 2.27 Afwegingszone natuurgebieden 1.
“In de toelichting bij een bestemmingsplan waarin bestemmingen worden aangewezen dan wel regels worden gegeven voor gronden die zijn gelegen binnen 100 meter rond bestaande natuurgebieden, niet zijnde binnendijken, zoals aangegeven in bijlage 9, met inachtneming van een ingevolge artikel 2.26 vastgestelde wijziging van de begrenzing, wordt een beschrijving gegeven van de wijze waarop rekening is gehouden met de wezenlijke kenmerken en waarden van de natuurgebieden en wordt aannemelijk gemaakt dat geen onevenredige aantasting van de bedoelde kenmerken en waarden plaatsvindt. 2. In een bestemmingsplan waarin een bevoegdheid tot afwijking van de regels door middel van een omgevingsvergunning wordt opgenomen, voor de in het eerste lid bedoelde gronden, wordt de regel gesteld dat de omgevingsvergunning uitsluitend wordt verleend indien geen onevenredige aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het binnen 100 meter afstand gelegen natuurgebied plaatsvindt.” Daarnaast ligt het plangebied in de directe invloedsfeer van een strook grond die door de provincie in september 2020 (5e herziening) is aangewezen als bestaande natuur, binnendijks. Daarmee vinden de beoogde (bouw-)ontwikkelingen plaats buiten de NNZ, maar wel binnen de afwegingszone ter bescherming van de NNZ.
Voor deze ontwikkeling moet eveneens gemotiveerd worden, dat er door de ontwikkeling geen wezenlijke aantasting
14
Bestemmingsplan "Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022"
plaatsvindt van de NNZ. De nieuwbouw is gesitueerd ten westen van de bestaande bebouwing, zodat de gronden en daarmee de zone direct gesitueerd langs het NNZ onaangetast blijven. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd, dat de zone niet verdergaand wordt verstoord. Tenslotte ligt het plangebied ook over een beperkte oppervlakte naast een gebied dat in het NNZ aangewezen is als Agrarisch gebied van ecologische betekenis. Het beheertype is Botanisch waardevol grasland. Ook dit gebied zal onaangetast blijven; er zal geen waardevol grasland verdwijnen. 2.2.3
Conclusie
Bovenstaande in ogenschouw nemende is de beoogde ontwikkeling passend binnen de Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 en Omgevingsverordening Zeeland 2018, inclusief de 5e herziening. 2.3
Regionaal beleid
2.3.1
Thematische regiovisie De Bevelanden
In dit gezamenlijk document van de gemeenten Noord-Beveland, Goes, Borsele, Kapelle en Reimerswaal is een visie geformuleerd met betrekking tot de thema's wonen, werken en recreëren. Mede op basis van de trends en ontwikkelingen zijn in deze visie de volgende ontwikkelingskansen aangegeven: Groeimogelijkheden met name buiten de zomerperiode; Investeringen in kwaliteit van voorzieningen, in comfort en luxe en privacy-maatregelen zijn essentieel. De combinatie van 'kust' met specifieke Zeeuwse (en authentieke) kern kwaliteiten zoals 'groenblauw', 'ruimte en rust' en 'Deltawerken' biedt Zeeland de mogelijkheid om zich te positioneren en te profileren. Meer diversiteit in aanbod van accommodaties om tegemoet te komen aan de zeer uiteenlopende vraag van de toerist. Toenemende integratie van toerisme en recreatie in de Zeeuwse economie biedt mogelijkheden voor synergie: in de tijd (seizoensverlenging) en in combinatiebezoeken (arrangementen). 2.3.2
Conclusie
Onderhavig initiatief past door het verbreden van haar faciliteiten op meerdere punten uitstekend binnen deze visie. 2.3.3
Strategische Agenda de Bevelanden 2016-2026
In de strategische agenda voor de periode van 2016 tot en met 2026 presenteert De Bevelanden de gezamenlijke opgaven van de 5 regiogemeenten voor de komende jaren. De agenda beoogt een overzicht te geven van de gedeelde belangen van de beleidsvelden wonen, werken en recreëren van de gemeenten en de dwarsverbanden ertussen, die nodig zijn om De Bevelanden verder te brengen. De agenda speelt in op actuele ontwikkelingen, anticipeert op toekomstige vraagstukken en kansen en geeft de rode draad voor de Bevelandse samenwerking in de komende jaren.
15
Bestemmingsplan "Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022"
De kracht en uitdagingen voor De Bevelanden zijn: Zorg, vrijetijdseconomie en agro en food als belangrijke sectoren. Traditionele en relatief kwetsbare werkgelegenheidsstructuur. Aandeel hoogopgeleiden is lager dan landelijk gemiddelde. Trek naar de stad ook in Zeeland duidelijk zichtbaar. Vergrijzing en ontgroening leiden op termijn tot krimp. De strategische agenda is opgehangen aan drie onderwerpen waar de regio de komende jaren mee aan de slag wil: 1. Slimmer samenwerken voor toekomstige regionale groei. 2. De Bevelanden als beleving. 3. Energiek vestigingsklimaat. In de Strategische agenda zijn deze onderwerpen verder uitgewerkt. 2.4
Gemeentelijk beleid
2.4.1
Toeristische agenda De Bevelanden 2016-2023
In de toeristische agenda voor De Bevelanden is een gemeenschappelijke visie/doel verwoord en worden concrete acties benoemd, om bij te dragen aan de verdere samenwerking van de gemeenten en de markt op toeristisch-recreatief gebied. De toeristische agenda De Bevelanden 2016-2023 heeft de volgende doelstellingen meegekregen: Het bepalen van een gezamenlijke, samenhangende koers voor de Bevelandse toeristisch recreatieve economie vanuit de intentie dit economisch deelgebied te stimuleren en faciliteren. Dit moet bijdragen aan een gericht en gedifferentieerd productaanbod dat voor de gebruiker (toeristen en inwoners) goed vindbaar is; De regio De Bevelanden als een toeristisch-recreatief aantrekkelijk gebied positioneren binnen het grotere toeristische geheel. Dit vanuit de intentie om te bewerkstelligen dat beleidsinstrumenten en financiële middelen van hogere overheden/derden worden ingezet ten gunste van de Bevelandse toeristisch-recreatieve economie. 2.4.2
Conclusie
De voorgenomen ambities zijn niet gering en om deze te realiseren zal dan ook aan een aantal randvoorwaarden moeten worden voldaan. Deze randvoorwaarden zijn daarom in een uitvoeringsagenda bij de toeristische agenda opgenomen. 2.4.3
Structuurvisie Borsele 2015-2020
De structuurvisie 2015-2020 actualiseert de bestaande structuurvisie van de gemeente Borsele uit 2009. De beleidslijnen die in de structuurvisie uit 2009 zijn uitgezet, zijn tegen het licht gehouden en op hun merites beoordeeld. Het bestaande beleid is herijkt, geactualiseerd en nieuw beleid is meegenomen.
16
Bestemmingsplan "Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022"
Er zijn drie centrale beleidsdoelen voor het ruimtelijk beleid voor het grondgebied van de gemeente Borsele geformuleerd: Behoud en versterking van de fysieke en sociaal-maatschappelijke kwaliteiten van Borsele: uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen is dat ruimtelijke contrasten en de sociaal-maatschappelijke structuur in de gemeente worden behouden en versterkt, dan wel (beter) worden benut; Inzichtelijk maken van toekomstige plannen met een ruimtelijke en/of sociaalmaatschappelijke component; uitgangspunt hierbij is dat deze toekomstige plannen een positieve bijdrage leveren aan de leefbaarheid van de gemeente; Streven naar een duurzame aanpak: bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt het aspect duurzaamheid meegewogen; het streven is om energieafhankelijkheid te verkleinen. Overlast zoals geluid en geur, wordt zoveel mogelijk beperkt ten opzichte van milieugevoelige functies. Daarnaast wordt de beschikbare ruimte zo zorgvuldig mogelijk gebruikt. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn tevens gericht op het vergroten van de toekomstbestendigheid van het gebied, zowel economisch als sociaal-maatschappelijk als fysiek. Nieuwe ontwikkelingen in de toeristisch-recreatieve sector dienen bij voorkeur aan te sluiten op de ecologische, landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het gebied.
De ligging aan de Westerscheldkust is één van de kwaliteiten van de gemeente die zich leent om verder uitgebouwd te worden en een drager te vormen tussen de kuststrook en het meer van de Westerschelde afgelegen binnengebied. Kenmerkende landschapselementen, zoals het tracé en de emplacementen van de SGB kunnen aan deze versterking bijdragen. Met name nieuwe ontwikkelingen bij de dorpen Ellewoutsdijk, Baarland en Hoedekenskerke gelden als speerpunten voor het recreatief-toeristisch aanbod gericht op de kuststrook bij de Westerschelde. Vooral dient er aandacht te komen voor onderscheidende verblijfsrecreatie met behoud en/of versterking van de aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Maatwerk ten aanzien van de te ontwikkelen locatie is hierbij vanzelfsprekend. 2.4.4
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling geeft, nadrukkelijk invulling aan de structuurvisie en past uitstekend binnen de beleidsuitgangspunten van de gemeente. 2.4.5
Beeldkwaliteitsnota
In de beeldkwaliteitsnota Borsele, vastgesteld januari 2013, wordt het gemeentelijke beeldkwaliteitsbeleid van de gemeente Borsele beschreven. Het vervangt de welstandsnota Borsele 2006. Deze beeldkwaliteitsnota beoogt primair iedereen, die in de gemeente Borsele een bouwplan heeft, vooraf informatie en inzicht te verschaffen over de wijze waarop de dorpsbouwmeester/monumentencommissie over zijn/haar plan zal adviseren. Het functioneren van het beeldkwaliteitsbeleid wordt iedere vier jaar door de gemeenteraad geëvalueerd en waar nodig aangevuld en bijgesteld. In de nota zijn vier typen beeldkwaliteitscriteria opgenomen waaraan bouwplannen worden getoetst: algemene criteria, gebiedsgerichte criteria, themagerichte criteria en sneltoetscriteria. Voorts worden bijzonder en reguliere welstandsgebieden onderscheiden.
17
Bestemmingsplan "Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022"
Het plangebied valt in de beeldkwaliteitsnota buiten de gebiedscriteria van Hoedekenskerke. Voor recreatieparken zijn specifieke gebiedsgerichte beeldkwaliteitscriteria van toepassing.
18
Bestemmingsplan "Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022"
Hoofdstuk 3 3.1
Beoogde ontwikkeling
Algemeen
Voor het formuleren van het beleid en het opstellen van het bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangspunten alsmede de huidige en toekomstige situatie van het plangebied goed in beeld worden gebracht. Het plangebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan voorliggende ontwikkeling. Ter verduidelijking van de toekomstige situatie zijn een aantal situatietekeningen opgesteld. Deze tekeningen zijn als Bijlage 1 aan deze toelichting gehecht. 3.2
Huidige situatie
Het plangebied betreft het museum “De Buffer” en het park “De Pluimweide”, waarbij de oppervlakte van het park circa 4,8 ha bedraagt. Het plangebied is primair ingericht voor dagrecreatie. Het museum bevindt zich ten westen van de toeristische spoorlijn, met direct ten zuiden daarvan het park. Het bestaande hoger gelegen perron, waar de stoomtrein aankomt en vertrekt, biedt -geflankeerd door de hoge dijk- een fraai panorama op het stationsplein, het museum (stationsgebouw) en het park. De bezoekers die met de auto komen betreden het plangebied via de toegangsweg de Waardweg. Echter, het met merendeel van de bezoekers voor het museum en het park komt aan via de stoomtrein, waarvan het beginpunt zich in Goes bevindt. Museum Het voorste deel van het stationsgebouw is ingericht als horeca (bar met zitgedeelte). Achterin het gebouw staan de modeltreinen en worden klederdrachttentoonstellingen gehouden, waarbij de ruimte tevens geheel vrij kan worden gemaakt voor bijeenkomsten (workshops), feesten en partijen. Beide bouwdelen worden gescheiden door ondersteunende functies: een centrale bar/balie, keuken, souvenirwinkel, toiletten en techniekruimte. In de bebouwing, hetgeen een open ruimte betreft, zijn daarmee achtereenvolgens drie delen te onderscheiden: 1. Horeca; 2. Ondersteunende functies, en; 3. Een multifunctionele ruimte.
Vanaf het terras voor het gebouw en het perron lopen de bezoekers het stationsplein op dat als knooppunt fungeert. Het park kan vanaf het stationsplein te voet of via een miniatuurtrein worden bezocht. Park Het (landschaps-)park bestaat grotendeels uit een open ruimte met een natuurlijke groene gordel van met name opgaand groen (bomen), zowel ten westen als ten oosten daarvan. Door het park slingert een miniatuurtrein die vanaf het stationsplein vertrekt. Verder zijn twee bed&breakfast voorzieningen aanwezig en bevinden zich er onder meer een doolhof, vaarvijver en speeltuin.
19
Bestemmingsplan "Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022"
3.3
Beoogde ontwikkeling
In nauwe samenspraak met de gemeente zijn kaders voor onderhavig bestemmingsplan opgesteld. Over de planvorming heeft dan ook veelvuldig contact en afstemming tussen de SGB en de gemeente plaatsgevonden. Dit heeft geresulteerd in een gezamenlijk gedragen planvoornemen, welke verdergaand is uitgewerkt. Concreet houdt het planvoornemen van initiatiefnemer (SGB) het navolgende in. 1. Initiatiefnemer wenst de bestaande bebouwing uit te breiden met twee rijtuigen bestaande uit een locomotief en een wagon, welke achter elkaar zijn geplaatst en met het museum (stationsgebouw) zullen worden verbonden. Hierdoor lijkt het, dat de locomotief en de wagon in de zijkant van het stationsgebouw zijn ingereden en vormen daarmee een nieuw markant element. De locomotief en wagon; beide rijtuigen, zijn reeds geplaatst, doch nog niet met de bebouwing verbonden. 2. In (een deel van) de bestaande binnen- en buitenruimte, inclusief de beoogde uitbreiding; in de treinwagon, wordt zelfstandige horeca in de vorm van een restaurant met bijbehorende terrassen en het houden van feesten en partijen toegestaan. 3. Op de bestaande fundering in het park wordt de oprichting van een extra, derde, gebouw(tje) voor het uitbaten van bed & breakfast toegestaan. Deze bebouwing zal op termijn worden gerealiseerd. 4. Het vigerende bouwvlak zal in beperkte mate van vorm veranderen.
Daarnaast worden de bouwmogelijkheden in beperkte mate verruimd om zo te komen tot een flexibelere en efficiëntere benutting van de bebouwing en het park. Het planvoornemen toont zich, naast de verbeeldingen zoals opgenomen in Bijlage 1, het beste aan de hand van onderstaande tekeningen.
Figuur 4: Plattegrond beoogde ontwikkeling "De Buffer"
20
Bestemmingsplan "Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022"
Figuur 5: Weergave gedachte uitvoering De concrete planuitwerking behelst daarmee het toestaan van zelfstandige horeca in het museum (stationsgebouw) met bijbehorende terrassen, een parkeerbalans die hoort bij alle (gewenste) activiteiten in het museum en het park alsmede een voorstel tot het bieden van extra parkeergelegenheid (begraafplaats en eventueel jachthaven). De maximale oppervlaktemaat voor het exploiteren van een restaurant is tot stand gekomen in overleg met de SGB en de gemeente op basis van ervaring en om het aantal bezoekers bij de geschetste activiteiten te limiteren. Deze oppervlakte wordt daarmee ruim voldoende geacht, zodat niet meer oppervlak benodigd is voor het exploiteren van het restaurant in het museum. Daarnaast is een akoestisch onderzoek industrielawaai verricht om in het kader van het aspect bedrijven en milieuzonering het maximale geluidniveau inherent aan zowel de restaurantfunctie met bijbehorende terrassen als het houden van feesten en partijen te bepalen. Op de situatietekening is weergegeven waar het restaurant binnen het gebouw en treinwagon en bijbehorende terrassen worden toegestaan. Daartoe wordt verwezen naar par. 4.1 van onderhavige toelichting, waar dit aspect nader wordt gemotiveerd.
Daarnaast zal de rest van het gebouw beschikbaar blijven als expositieruimte (in het kader van de modeltreinen en klederdrachttentoonstellingen), bijeenkomsten, workshops, spoelkeuken, bergingsruimten en kantoor. Naast het beoogde planvoornemen zijn er (her-)inrichtingstekeningen voor het landschapspark zelf gemaakt. Bij deze (her-)inrichting zal met thema's worden gewerkt. Meer concreet: in dit plan is het park uitgevoerd als een miniatuur polderlandschap. Binnen de verschillende polders worden meerdere thema's aangegrepen om een (nog meer) divers park te creëren. Deze (her-)inrichting ligt momenteel echter nog niet voor maar geeft aan, dat de SGB duidelijk toekomstbericht bezig is. Het museum en park kunnen – voor zowel nu als de toekomst – blijven en worden behouden, door een invulling te geven die aansluit op de (veranderende) recreatieve vraag. Dat is nu niet aan de orde. De eerste stap is het toestaan van zelfstandige horeca en uitbreiding van de bestaande bebouwing in de vorm van een locomotief, wagon, perron met bijbehorende terrassen. In een volgende fase wordt de (her-)inrichting van het park ter hand genomen.
21
Bestemmingsplan "Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022"
3.4
Verkeer en parkeren
3.4.1
Verkeer
De ontsluiting van het plangebied blijft ongewijzigd via de Waardweg en de Ganzepoelweg. De (overloop) parkeervoorziening aan de westzijde bij de begraafplaats wordt tevens door deze wegen ontsloten. Ter plaatse zijn reeds inritten aanwezig. Het plangebied is zowel uit noordelijke richting (over de 's-Gravenpoldersestraat) als uit zuidelijke richting (over de Waardweg en over de Zeedijk/Kapuinhoekweg) bereikbaar, waarbij het aannemelijk is dat het autoverkeer voornamelijk via de noordelijke richting plaatsvindt. De kern van Hoedekenskerke wordt via de 's-Gravenpoldersestraat verbonden met 's-Gravenpolder en Goes. Het verkeer ten gevolge van de gebruiksfase zal ter hoogte van de 's-Gravenpoldersestraat al volledig zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Immers, voor het criterium wanneer het verkeer in het heersende verkeersbeeld is opgenomen wordt gesteld: 'op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Daarbij weegt mee de verhouding tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer.
Het met de voorgenomen ontwikkeling gepaard gaand verkeer (zie bijlage 5 van de Toelichting van het bestemmingsplan voor wat betreft de gehanteerde verkeersbewegingen op een maatgevende dag) wordt meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. 3.4.2
Parkeren
Voor het maken van een zogenoemde parkeerbalans is uitgegaan van de in de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen' (publicatie 381) geïntroduceerd. Deze publicatie bevat de nieuwe parkeerkencijfers en vervangt de publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' uit 2012 (publicatie 317) door het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW) geadviseerde parkeernormen. Deze parkeernormen zijn afhankelijk van verschillende factoren: 1. De stedelijke zone waarin het project uitgevoerd wordt; 2. De mate van verstedelijking in de betreffende gemeente; 3. De functies binnen het project; 4. De prijscategorie woningen en/of het bruto vloeroppervlak (bvo) van niet-woonfuncties. Stap 1: Bepalen stedelijke zone In publicatie 381 wordt onderscheid gemaakt tussen drie 'stedelijke zones': Centrum; Schil/overloopgebied centrum; Rest bebouwde kom. Voor de berekening is uitgegaan van de zone 'rest bebouwde kom, niet stedelijk'. Stap 2: Bepalen mate van verstedelijking De mate van verstedelijking van een gemeente wordt gemeten aan de hand van de zogenoemde omgevings-adressendichtheid. Volgens de publicatie 381 van het CROW is dan sprake van een 'niet stedelijk gebied'.
22
Bestemmingsplan "Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022"
Stap 3: Bepalen geplande functies Binnen het plan wordt zelfstandige horeca mogelijk gemaakt, met dien verstande dat de oppervlakte ten behoeve van een restaurant maximaal 525 m² en voor het houden van feesten en partijen maximaal 760 m² mag bedragen. Stap 4: Berekening benodigd aantal parkeerplaatsen De parkeerbalans is als Bijlage 2 aan deze toelichting gehecht. In deze bijlage worden de uitgangspunten van de parkeerbalans toegelicht. Blijkens de parkeerbalans zijn er afgerond minimaal 98 en maximaal 147 parkeerplaatsen benodigd, uitgaande van een 'worst case' benadering (piekbelasting), zijnde een volle bezetting van het restaurant én park. Hierbij is relevant op te merken, dat de functies van het restaurant en het park niet gelijktijdig met een feest of partij zullen plaatsvinden, met uitzondering van de verblijfsrecreatie, doch deze parkeren de auto bij de logiesvoorziening in het park zelf en brengen daarmee geen extra parkeerdruk met zich mee. Op eigen terrein worden er 17 parkeerplaatsen aangelegd. In theorie betekent dit een tekort aan respectievelijk 81 tot 130 parkeerplaatsen. Echter, aan de hand van maatwerk kan van deze normering worden afgeweken. Hiervoor gelden de navolgende argumenten: Om te voorzien in voldoende parkeerplaatsen wordt een (overloop) parkeervoorziening aan de westzijde, zijnde de parkeerstrook van de begraafplaats, aangewend.
Deze parkeervoorziening bestaat uit halfverharding en kan ruimte bieden aan circa 39 parkeerplaatsen en een tweetal opstelplaatsen voor bussen. Voorts kan er nog een verdergaande optimalisatie worden doorgevoerd, indien langsparkeren in de berm tegenover de haakse parkeervakken zal worden toegepast (ongeveer 12 parkeerplaatsen extra). Ook biedt de parkeergelegenheid aan de jachthaven, gelegen op relatief korte afstand van het park en het museum, voldoende capaciteit om de parkeerbehoefte op te vangen, hetgeen vooralsnog incidenteel het geval zal zijn en ingeval van feesten en partijen kan worden aangewend. Het merendeel van de bezoekers komt per stoomtrein en zal zijn auto in Goes bij het beginpunt parkeren. Echter, om te voorkomen dat de parkeerbehoefte wordt onderschat kan – op basis van ervaringsgegevens – worden aangenomen, dat 50% van bezoekers van het museum en restaurant per trein zullen arriveren en vertrekken. Het restaurant zal door bezoekers aan het museum en het park met name overdag en voor een kortere periode (lunch) in de weekenden worden bezocht. Het percentage bezoekers zal naar verwachting op een piekmoment maximaal 75% bedragen, waarmee de overloopterreinen ruimschoots in de behoefte gelet op de beschikbare capaciteit daarvan kunnen voorzien.
Het volgende kaartbeeld geeft globaal de situering van de parkeerplaatsen, zowel op eigen terrein als de overloopparkeerplaats aan de overzijde van de begraafplaats weer.
23
Bestemmingsplan "Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022"
Figuur 6: Parkeren De gemeente hecht voorts belang aan het gegeven, dat door middel van het gebruik van deze bestaande overloopgebieden (dubbelgebruik) de bestaande structuur en (open) aanzicht op de directe omgeving gehandhaafd blijven en daarmee niet onnodig veel parkeerplaatsen zullen worden gerealiseerd. Daarnaast worden er tussen de SGB en gemeente als eigenaar van de begraafplaatsen goede (privaatrechtelijke) afspraken gemaakt over het gebruik van de parkeergelegenheid. Meer concreet, ingeval van begrafenissen wordt overeengekomen dat de parkeervoorziening zal worden vrijgehouden. Er wordt verder voor gezorgd dat de parkeerplaats ten alle tijde goed en veilig bereikbaar is, zowel indien sprake is van een begrafenis als voor de bezoekers van het museum en park. 3.4.3
Conclusie
Gelet op bovenstaande overwegingen kan met deze extra (overloop)parkeerplaats(en) in relatie tot de planontwikkeling in voldoende parkeerplaatsen worden voorzien. Geconcludeerd kan worden dat het aantal parkeerplaatsen voldoende is om in de parkeerbehoefte te voorzien.
24
Bestemmingsplan "Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022"
Hoofdstuk 4
Kwaliteit van de leefomgeving
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de diverse milieuaspecten. Ten aanzien van de bestaande woning die is opgenomen in het plangebied zal hier niet nader aan worden getoetst. De strook grond heeft op dit moment reeds een woonbestemming en hier vindt geen verandering in plaats, er worden ook geen extra bouwmogelijkheden toegevoegd. Ten aanzien van de ontwikkeling zijn alle relevante aspecten in de navolgende paragrafen getoetst. 4.1
Geluidhinder
4.1.1
Geluidhinder
Op basis van artikel 76 van de Wet geluidhinder (Wgh) dienen bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijzigingsplan of uitwerkingsplan als bedoeld in art. 3.6 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de waarden als bedoeld in art. 82 t/m 85 van de Wgh in acht te worden genomen, indien dat plan gelegen is in een zone rondom een weg als bedoeld in art. 74 lid 1 Wgh en (het betreffende onderdeel van) dat plan mogelijkheden biedt voor: de realisatie van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen (functies zoals genoemd in art. 1 Wgh en art 1.2 Bgh – het Besluit geluidhinder zoals gewijzigd op 4 april 2012); de aanleg van een nieuwe weg en/ of een reconstructie van een bestaande weg; functiewijzigingen van een niet-geluidsgevoelige functie in een geluidsgevoelige functie (bijvoorbeeld via afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid). Artikel 74 lid 2 Wgh regelt dat indien de bovengenoemde ontwikkelingen zijn gelegen binnen een als 'woonerf' aangeduid gebied of in een zone nabij wegen waarvoor een maximum snelheidsregime van 30 km/u geldt, de betreffende waarden niet in acht hoeven te worden genomen. Uit een akoestisch onderzoek moet blijken of, indien sprake is van een van de bovengenoemde ontwikkelingen binnen een zone als bedoeld in art.
74 lid 1 Wgh, deze binnen de waarden valt zoals deze voor diverse typen ontwikkelingen is vastgelegd in de Wgh. De grenswaarde voor de toelaatbare etmaalwaarde van de equivalente geluidbelasting van wegen binnen zones langs wegen is voor woningen 48 dB. In bijzondere gevallen is een hogere waarde mogelijk; Burgemeester en Wethouders zijn binnen de grenzen van de gemeente en onder voorwaarden bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting. 4.1.2
Onderzoek
Als geluidsgevoelig worden aangemerkt woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen. 'Andere geluidsgevoelige gebouwen' zijn in het Besluit geluidhinder gedefinieerd als onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven. Alle objecten die niet onder bovenstaande categorieën zijn te scharen vallen niet onder de beschermingssfeer van de Wet geluidhinder. Als 'geluidsgevoelige terreinen' worden aangemerkt woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonschepen. In voorliggende situatie is er geen sprake van de realisatie van een geluidsgevoelige functie. De zelfstandige horeca zal gebruikt worden door wisselende groepen bezoekers, met een kortdurend verblijf per persoon. Toetsing aan de Wet geluidhinder is derhalve niet aan de orde.
25
Bestemmingsplan "Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022"
4.1.3
Conclusie
Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 4.2
Bodemverontreiniging
4.2.1
Wettelijk kader
Op basis van art. 3.1.6, lid 1 onder f Bro geldt dat in een toelichting op een ruimtelijk besluit de inzichten over de uitvoerbaarheid van dat besluit worden neergelegd. Ten aanzien van het aspect bodemkwaliteit staat, op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS), voorop dat de vaststelling van de aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem, de noodzaak van sanering van verontreinigde locaties en de wijze waarop deze saneringen moeten worden uitgevoerd, zijn geregeld in afzonderlijke wetgeving met eigen procedures. Dat doet er niet aan af dat het bevoegd gezag het ruimtelijk besluit pas kan nemen indien, voor zover redelijkerwijs valt in te zien, een eventuele bodemverontreiniging niet aan de uitvoerbaarheid in de weg staat (22 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO8297, r.o. 2.18.4; 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9569, r.o. 2.10.3). Daarbij geldt als uitgangspunt dat de bodem in principe geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico vormen voor de gebruikers van de bodem. 4.2.2
Onderzoek
Onderhavig initiatief betreft het verruimen van het gebruik van een bestaand gebouw met de functie zelfstandige horeca. Verder worden twee rijtuigen (locomotief en wagon op wielen) met de bestaande bebouwing verbonden en wordt een extra perron en terras aangelegd. Daarnaast wordt het in de toekomst mogelijk op de bestaande fundering in het park een extra bed&breakfast gebouw(tje) te realiseren. De beoogde activiteiten worden gerealiseerd op een reeds bestaand recreatieve voorziening waar niet eerder bodemverontreinigende (bedrijfs-)activiteiten hebben plaatsgevonden. De kans op bodemverontreiniging ter plaatse is derhalve nihil. Op basis van de huidige situatie kan worden aangenomen dat ter plaatse sprake is van een aanvaardbare milieuhygiënische bodemkwaliteit. Ten aanzien van de (overloop)parkeervoorziening op eigen terrein is sprake van weide- c.q. tuingrond. Aangenomen mag worden dat de bodemkwaliteit van deze grond geschikt is voor het parkeren van auto's, aangezien er geen vormen van bebouwing en intensief verontreinigend gebruik aanwezig zijn dan wel bekend zijn. Verder worden de gronden bij de begraafplaats reeds voor parkeren aangewend en is de extra overloop parkeervoorziening aan de jachthaven volledig verhard. 4.2.3
Conclusie
Het aspect bodem belemmert het planvoornemen niet.
26
Bestemmingsplan "Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022"
4.3
Flora en Fauna
4.3.1
Wettelijk kader
Wet natuurbescherming Bij ruimtelijke ontwikkelingen kunnen wettelijk beschermde dieren en plantensoorten in hun algemeenheid (soortbescherming) of wettelijk beschermde gebieden (gebiedsbescherming) in het geding zijn. Om de natuurwaarden van de projectlocatie te kunnen beoordelen moet er getoetst worden aan wat beschreven staat in de Wet natuurbescherming. Daarnaast is het beleid aangaande het Natuurnetwerk Nederland van belang. Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura-2000 gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn).
Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden.
27
Bestemmingsplan "Kern Hoedekenskerke, gedeelte Waardweg 4, 2022"
Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb.