CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

6.3 Jaarstukken 2020 VRZ

Besluitvormende raadsvergadering 3 juni 2021, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel om inzake de Veiligheidsregio Zeeland een positieve zienswijze uit te brengen op de jaarstukken 2020 en de resultaatbestemming 2020, de 1ste begrotingswijziging en de programmabegroting 2022. (portefeuillehouder burgemeester Dijksterhuis)35.357 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Jodiumprofylaxe: • Naast Schuilen en Evacueren behoort Jodiumprofylaxe tot de belangrijkste maatregelen om de bevolking tegen de gevolgen van een kernongeval te beschermen. Gezien het verlopen van de houdbaarheid van de bestaande tabletten is herhaalde jodiumpredistributie vóór september 2021 noodzakelijk. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is verzocht om minimaal een jaar voor het verlopen van de tabletten te starten met de voorbereiding van een campagne. Eind 2019 is dit verzoek formeel bij VWS neergelegd. Door de Covid-19 crisis is er vertraging op te treden. VWS is inmiddels gestart met de voorbereiding op de herdistributie. • Naast predistributie van jodiumtabletten is er ook nooddistributie noodzakelijk. VRZ heeft in samenwerking met het Rode Kruis Zeeland een procedure ontwikkeld en het Rode Kruis Zeeland bereid gevonden om bij een kernongeval een aantal uitvoerende taken voor haar rekening te nemen.

51

Frequente afstemming met de kerncentrales Doel, Borssele en COVRA: • In het kader van de Covid-19 crisis heeft er veel overleg plaatsgevonden over de bedrijfscontinuïteit tussen VRZ en de directies van genoemde exploitanten. • N.a.v. kernongevallen elders is er met Kerncentrale Borssele en Doel afgestemd over leerpunten elders. Komende tijd wordt hier een vervolg aan gegeven. Nieuw splijtstofopslag gebouw Kerncentrale Doel • Kerncentrale Doel gaat de komende jaren een aantal oude kernreactoren stilleggen. Daartoe dient opgebrande splijtstof op het fabrieksterrein te worden opgeslagen. Dit vereist een vergunning. Eén van de (Belgische) vergunningsvoorwaarden is dat aanliggende gemeenten (ook grensoverschrijdend) daarin worden betrokken. VRZ heeft de aangrenzende gemeenten geadviseerd over de risico’s van deze opslag: zeer kleine kans dat er radioactiviteit vrijkomt en daarbij dan minimaal tot geen effect over de grens. Wat heeft het gekost? Primitieve Begroting Rekening begroting na wijziging 2020 2020 2020 8 Programma Nucleaire Veiligheid Gerealiseerd totaal van baten en lasten Lasten Gerealiseerd resultaat

281.650 281.650 281.650

251.650 251.650 251.650

220.295 220.295 220.295

Saldo

V/N

-31.355 V -31.355 V -31.355 V

52

2.9

Overhead en kostentoerekening

Inleiding Het Wijzigingsbesluit vernieuwing BBV7 treedt voor gemeenschappelijke regelingen in werking met ingang van het begrotingsjaar 2018. In 2004 trad het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) in werking. Daarmee kwam een zelfstandig kader voor de verslagleggingsregels voor provincies en gemeenten tot stand en daarmee ook voor gemeenschappelijke regelingen. Diverse ontwikkelingen sinds de introductie van het BBV waren voor het VNG-bestuur medio 2013 aanleiding om een adviescommissie in te stellen onder voorzitterschap van de heer Depla (hierna: de commissie) om voorstellen te doen voor vernieuwing van het BBV. In mei 2014 bracht de commissie haar rapport “Vernieuwing van de begroting en verantwoording van gemeenten” uit. De wijzigingen richten zich op: 1. Een uniforme indeling in taakvelden; 2. Een uniforme basisset van beleidsindicatoren; 3. Een uniforme basisset van financiële kengetallen; 4. Verbeterde informatie over verbonden partijen; 5. Vernieuwing van de accountantscontrole; 6. Inzicht in de overheadkosten; 7. Enkele aanpassingen van het stelsel van baten en lasten. Naar aanleiding hiervan hebben de veiligheidsregio’s samenwerking gezocht door het opstellen van een handreiking.

De handreiking had als doel “het bevorderen van een eenduidige interpretatie en verwerking van de wijzigingen uit het Wijzigingsbesluit vernieuwing BBV in de begrotingen en jaarstukken van de veiligheidsregio’s, zodanig dat deze bijdragen aan een betere vergelijkbaarheid (en transparantie)”. Kostentoerekening In de programma’s worden alleen de kosten opgenomen die betrekking hebben op het primaire proces. Het centraal begroten van de kosten van overhead betekent dat het niet langer mogelijk is om uit de taakvelden tarieven te bepalen. Omdat VRZ niet werkt met kostendekkende heffingen of tarieven of opereert in concurrentie met de markt, wordt de doorberekening van overhead aan de programma’s zo veel mogelijk achterwege gelaten. Wel heeft een doorberekening plaatsgevonden aan het programma GMZ om aansluiting te behouden met de kosteninventarisatie die is uitgevoerd in voorbereiding op de nieuwe meldkamer in Bergen op Zoom (business case). Overzicht van baten en lasten

9 Overhead en kostentoerekening Gerealiseerd totaal van baten en lasten Lasten Baten Mutaties Reserves Baten Gerealiseerd resultaat

Primitieve Begroting begroting na wijziging 2020 2020

Rekening 2020

Saldo

V/N

8.085.723 8.095.223 -9.500 0 0 8.085.723

8.012.033 8.101.858 -89.826 -15.000 -15.000 7.997.033

-13.999 14.726 -28.726 17.000 17.000 3.001

V N V N N N

8.026.032 8.087.132 -61.100 -32.000 -32.000 7.994.032

7 In het Staatsblad nummer 101 is het Besluit van 5 maart 2016 geplaatst, houdende wijziging van het Besluit begroting en

verantwoording provincies en gemeenten (BBV) in verband met de invoering van een aantal wijzigingen die bijdragen aan de interne sturing door provinciale staten en de raad, en een betere vergelijkbaarheid tussen provincies en tussen gemeenten

53

2.10

Algemene Dekkingsmiddelen

Overzicht van baten en lasten .

10 Algemene dekkingsmiddelen Gerealiseerd totaal van baten en lasten Lasten Baten Mutaties Reserves Lasten Baten Gerealiseerd resultaat

Primitieve Begroting Rekening begroting na wijziging 2020 2020 2020

Saldo

V/N

-35.198.102 -34.853.751 -35.028.046 -362.537 -35.000 -186.187 -34.835.565 -34.818.751 -34.841.859 -294.100 275.018 -148.587 0 423.605 0 -294.100 -148.587 -148.587 -35.492.202 -34.578.733 -35.176.633

-174.295 V -151.187 V -23.108 V -423.605 V -423.605 V 0 -597.900 V

54

2.11

Onvoorzien

Overzicht van baten en lasten Primitieve Begroting begroting na wijziging 2020 2020 11 Onvoorzien Gerealiseerd totaal van baten en lasten Lasten Gerealiseerd resultaat

50.000 50.000 50.000

618.500 618.500 618.500

Rekening 2020

681.473 681.473 681.473

Saldo

V/N

62.973 N 62.973 N 62.973 N

55

3.

Paragrafen

3.1

Onderhoud kapitaalgoederen

Afschrijvingstermijnen en vervanging VRZ houdt bij aanschaf van kapitaalgoederen rekening met het eventueel vervangen van de kapitaalgoederen op termijn (vervangingsschema), zodat dit bij vervanging (over het algemeen) niet leidt tot hogere, onvoorziene lasten. De kapitaalgoederen worden lineair afgeschreven. De (maximale) afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de ‘Financiële verordening’ van VRZ en in de uitgangspunten voor de begroting. Het is moeilijk om vooraf de exacte technische levensduur van een kapitaalgoed te voorspellen, zeker wanneer dit een langere periode dan 10 jaar bedraagt. Wanneer er na verloop van tijd dusdanige correctieve werkzaamheden moeten worden uitgevoerd die niet meer in relatie staan tot de restwaarde moet er vroegtijdig worden afgestoten en vervangen. Omgekeerd kan het ook voorkomen dat er vervangen zou moeten worden terwijl de maximale technische levensduur nog niet is bereikt en er geen noemenswaardige problemen zijn. In deze situaties kan de vervanging worden uitgesteld en vooruit worden geschoven. Oplopende kapitaallasten voor vervangingsinvesteringen De komende jaren komt er een piek aan te vervangen (brandweer)voertuigen en -materiaal aan. Het niet doen van deze vervangingen leidt tot vermindering van de operationaliteit en de slagkracht van Brandweer Zeeland. De kapitaallasten zullen daarmee oplopen.

De verwachting is dat de kapitaallasten zich in de toekomst om en nabij de € 5,5 mln. zullen stabiliseren (prijsniveau 2022 en een rekenrente van 2% voor de financieringsbehoefte). Bij de overdracht van budget voor de regionale brandweer aan de Veiligheidsregio in 2013 is rekening gehouden met een niveau van € 4,2 mln. aan kapitaallasten. Hierop zijn in het verleden bezuinigingen gerealiseerd in de vorm van een lagere marktrente (2%), verlenging van afschrijvingstermijnen en de invoer van restwaarden op voertuigen. Vervolgens is het budget in de begroting 2020 voor het eerst weer verhoogd, gedekt door een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Het kapitaallastenniveau in de meerjarenbegroting bedraagt vanaf toen ca. € 3,7 mln. € 6.000.000

Begroting 2021 € 5.500.000

Jaarrekening 2020 € 5.000.000

Begroting 2022

Jaarrekening 2019 € 4.500.000

€ 4.000.000

€ 3.500.000

€ 3.000.000

Begroting 2021 na wijziging € 2.500.000

€ 2.000.000

Kapitaallasten

Niveau begroting

56

De kapitaallasten lopen op door: Vervangingsachterstand en inflatie (over een groot aantal jaren) Uit een benchmark (2016) is gebleken dat bij VRZ het percentage afschrijvingen ten opzichte van de vaste activa hoger is dan bij andere regio’s, omdat VRZ relatief veel oude voertuigen in gebruik heeft met lage of geen boekwaarden. De prijs voor bijvoorbeeld een nieuwe tankautospuit is nu aanzienlijk hoger dan de prijs van 17 jaar geleden toen de oude voertuigen zijn geactiveerd. Afschaffing BTW-compensatiefonds De aanschafkosten van het meest van de bestaande activa, waarover nu wordt afgeschreven, zijn tot en met 2013 exclusief BTW opgenomen. Met ingang van 2014 is het BTW-compensatiefonds voor Veiligheidsregio’s afgeschaft. Het effect van de afschaffing van het BTW-compensatiefonds op de afschrijvingslasten is destijds berekend op circa € 100.000 per jaar, waarvoor onvoldoende compensatie van het Rijk is ontvangen. De compensatie van het Rijk was alleen voldoende voor het verhogen van de exploitatiebudgetten voor de BTW-component. Als al het (brandweer)materiaal en -materieel inclusief BTW is geactiveerd, zal dit effect niet meer optreden. Het totale effect op de kapitaallasten is berekend op ongeveer € 1,1 mln.

Materieel grootschalig brandweeroptreden Vanuit het rijk is het rijksmaterieel voor rampenbestrijding in 2013 ‘aan het veld’ geschonken, in eerste instantie aan het IFV als landelijke ondersteuningsorganisatie. De Veiligheidsregio’s hebben vervolgens het huidig materieel van het IFV gekregen. Dit bestaat bij VRZ onder andere uit 6 dompelpompen/watertransportsystemen en 2 commando-containers. Vervanging wordt, afhankelijk van de maximale technische levensduur, verwacht in de periode 2023 t/m 2025. Dit leidt tot een schoksgewijze verhoging van de kapitaallasten. Het investeringsplan is gebaseerd op het huidige beleid. Binnen dit beleid is 1 op 1 vervanging voorzien, gebaseerd op de vastgestelde maximale afschrijvingstermijnen om zo de operationele sterkte op peil te houden. Voor sommige activa wordt momenteel gewerkt aan nieuw beleid en daarnaast kunnen beleidsontwikkelingen m.b.t. ‘Brandweerzorg 2030’ gevolgen hebben voor dit vervangingsplan. Aanpassing/besluitvorming over het huidige beleid gaat echter vooraf aan aanpassing van het vervangingsplan. Bij een aanbesteding van bijvoorbeeld nieuwe tankautospuiten zal er daarom aandacht zijn voor flexibiliteit in de afname van het aantal voertuigen.

Onderhoud (brandweer)materieel en - materiaal VRZ werkt voor onderhoud met drie servicecentra, gepositioneerd in Terneuzen (kazerne Koegors), Middelburg (kazerne Stromenweg) en Borssele (kazerne Quistenburg). De servicecentra voeren beheertaken uit op het gebied van grote en kleine voertuigen, bepakkingen, ademlucht, bluskleding etc. Daarnaast wordt een aantal beheertaken centraal uitgevoerd, zoals niet-repressieve kleding, verbindingsmiddelen etc. Deze centrale taken zijn binnen één van de servicecentra’s gepositioneerd. Onderhoudskosten voertuigen en materiaal (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel)

Onderhoud brandweermaterieel en materiaal Investeringsplan Werkplaatsinrichting servicecentra Totaal

Realisatie 2019

Begroting 2020

Realisatie 2020

923.400

Begroting 2020 na wijziging 972.000

1.128.163

37.302 1.165.915

923.400

63.279 1.035.279

16.006 1.204.095

1.188.089

57

Er is in 2020 (net als in 2018 en 2019) meer onderhoud uitgevoerd. Dit hangt samen met de ouderdom van de activa. Dit nadeel wordt als incidenteel beschouwd, omdat het investeringsplan voorziet in de vervanging van veel activa. Onderhoud kantoren VRZ (Middelburg, Goes, Borssele, Terneuzen) VRZ is sinds januari 2017 eigenaar van het kantoor Segeerssingel 10 te Middelburg. Het gebouw plus de verbouwingskosten worden in 25 jaar afgeschreven zonder rekening te houden met een restwaarde. Uiteindelijk resteert de waarde van de grond op de balans. In de begroting 2020 is voor onderhoud een totaalbedrag van € 82.500 opgenomen. In het gebouw was ook de Meldkamer Zeeland gehuisvest. Medio 2020 is de Meldkamer Zeeland-Brabant gehuisvest in Bergen op Zoom. Een vleugel van de Segeerssingel 10 staat sindsdien leeg. Voor opruimen en aanpassen is een bedrag van € 150.000 voorzien, waarvan € 15.000 in 2020. Deze kosten worden gedekt uit de reserve Meldkamer. In het kader van het onderzoek naar de samenwerking tussen VRZ, GGD en RUD is voortgang op het huisvestingdossier tijdelijk ‘on hold’ gezet. Alleen noodzakelijke investeringen worden gedaan. Er is in 2021 nog een bedrag van € 100.000 voorzien voor investeringen in o.a. de klimaatinstallatie. Onderhoudskosten kantoren VRZ (exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel)

Realisatie Begroting 2019 2020 Gebruikers- en eigenaarsonderhoud Segeerssingel 10 Middelburg Kantoormeubilair Opruimen/aanpassen vleugel GMZ Investeringsplan Beveiligings- en toegangscontroleinstallaties Totaal

47.776

82.500

72.580

120.356

82.500

Begroting 2020 na wijziging 62.500

Realisatie 2020

1.000 15.000

1.164 15.000

25.000

29.779

103.500

102.329

56.386

Naast de Segeerssingel 10 te Middelburg bevinden zich o.a. op de kazernes Middelburg Stromenweg, Goes Oranjeweg, Borssele Quistenburg en Terneuzen Koegors kantoren van VRZ. Ook op een aantal kleinere posten zijn werkruimtes beschikbaar. Onderhoud en vervanging brandweerposten Het eigendom van de brandweerposten en het beheer daarvan is in 2013 niet aan VRZ overgedragen. Voor alle brandweerposten is een verdeling van de verantwoordelijkheid voor het onderhoud afgesproken. Het Algemeen Bestuur heeft hiervoor in 2013 een zogenaamde demarcatielijst vastgesteld. Hierbij geldt dat het (gebruikers)onderhoud van de in de demarcatielijst onder de kolom “VRZ” opgenomen zaken voor rekening komt van VRZ. De kosten voor onderdelen die wortel- en nagelvast zijn, zijn voor rekening van de gemeenten. De kosten voor de losse inventaris zijn voor rekening van VRZ. De bestaande inventaris is in 2013 ‘om-niet’ overgedragen aan VRZ. Voor de vervanging is dus geen financiële ruimte overgedragen. Hiervoor is € 25.000 per jaar voorzien (op het investeringsplan). Afschrijving zal plaatsvinden in 10 jaar.

58

In de Notitie Huisvesting brandweerposten, die op 1 maart 2018 in het AB is vastgesteld, zijn de uitgangspunten voor oprichting en vervanging vastgesteld. Indien binnen een gemeente brandweerposten worden gesloten of nieuwe brandweerposten worden opgericht, dan zijn de investeringslasten in eerste instantie voor de betreffende gemeente. De gemeente brengt daarbij de kapitaallasten in die de gemeente ook in de begroting zou (moeten) verwerken voor het vervangen van de bestaande brandweerpost. Een nieuwe brandweerpost heeft minimaal twee uitrukdeuren of verlengde diepte. Indien (een) extra deur(en) of verlengde diepte noodzakelijk is/zijn voor regionaal materieel van de basis brandweerzorg, dan zijn de kosten voor: a) individuele gemeente, bij een gelijke situatie; b) alle gemeenten, indien meer uitrukdeur(en) gewenst zijn dan in de huidige situatie; c) als er sprake is van frictiekosten vindt hierover overleg plaats tussen partijen. Onderhoudskosten brandweerposten(exclusief kosten eigen onderhoudspersoneel)

Realisatie Begroting 2019 2020 Gebruikersonderhoud brandweerposten Eigenaarsonderhoud Stadsgewest VlissingenMiddelburg8 Investeringsplan Energiebesparende maatregelen Vervanging inventaris brandweerposten Inventaris nieuwe kazerne Rilland Inventaris nieuwe kazerne Goes-West Inventaris nieuwe kazerne Kortgene Inventaris nieuwe kazerne Heinkenszand Totaal

135.268 69.156

25.785

230.209

117.500 70.000

25.000 60.000 65.000 60.000 60.000 457.500

Begroting 2020 na wijziging 117.500 70.000

Realisatie 2020

18.000 25.000 30.000

17.108 25.528

260.500

315.991

203.187 69.768

Naast het vele klein correctieve onderhoud van kazernes, zijn er in de 2e helft van het 2020 vanwege Corona extra werkzaamheden uitgevoerd, zoals het reinigen van luchttoevoer – en afvoerkanalen, het coaten van vloeren en het verplaatsen of vervangen van toegangscontrolesystemen.

8 Na onderzoek is gebleken dat de Stadsgewestelijke Brandweer Middelburg-Vlissingen (SGB) abusievelijk het volledige

onderhoudsbudget, bedoeld voor zowel het eigenaarsonderhoud en het gebruikersonderhoud, heeft overgedragen aan VRZ. Afgesproken is dat voor het eigenaarsonderhoud jaarlijks tot een bedrag van € 68.000 in rekening gebracht mag worden bij VRZ. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.

59

3.2

Algemene bedrijfsvoering VRZ

Visie en kernwaarden VRZ In 2016 is het beleidsplan 2016 – 2019 vastgesteld. Dat plan is op een interactieve wijze tot stand gekomen. Het plan heeft als titel meegekregen: ‘Samen sterk voor een veilig Zeeland’. In het beleidsplan is de visie van VRZ opgenomen die luidt als volgt: ‘Wij zijn een gerespecteerde en betrouwbare speler in het veld van fysieke veiligheid. Met onze kennis en expertise identificeren we risico’s en proberen we deze te voorkomen en te beperken. VRZ stimuleert en faciliteert kennisdeling en samenwerking. We helpen de samenleving veerkrachtiger te worden door het bewustzijn over omgevingsrisico’s te versterken en geven aan hoe de burgers met deze risico’s om kunnen gaan. Onze professionals treden slagvaardig, daadkrachtig en vakbekwaam op’. VRZ hanteert de kernwaarden verbindend, daadkrachtig en flexibel. Organisatie Ordeningsprincipes De directeur/ commandant brandweer heeft samen met het MT in mei 2018 de ordeningsprincipes bepaald. Deze ordeningsprincipes zijn niet nieuw, eerder sluiten zij aan bij de al ingezette beweging binnen de organisatie om meer in gezamenlijkheid de organisatie te (be)sturen: -

Bevoegdheden zijn laag in de organisatie Bedrijfsvoering is van iedereen Onderlinge afhankelijkheid erkennen, zien en naar handelen (integraliteit) Voldoende strategisch vermogen Balans in MT in zwaarte van de portefeuilles van MT-leden Ruimte voor samenwerking overheidspartners De organisatie is zichtbaar, staat open en is bereikbaar voor anderen (en voor onszelf) Smal aan de top Voldoende toegerust management (MT en teamleiders) Voorsorteren op informatiegestuurde organisatie

De ordeningsprincipes horen bij te dragen aan het bereiken van het (hoger) doel van de organisatie. Samenstelling MT Het MT neemt op basis van bovenstaande ordeningsprincipes de aansturing op een meer strategisch niveau voor haar rekening. Het MT bestaat uit de directeur/ commandant brandweer, manager risico en crisisbeheersing, manager brandweer en directeur meldkamer. In 2020 heeft de manager risico en crisisbeheersing een baan buiten VRZ aanvaard, waardoor de werkzaamheden zijn verdeeld tussen de directeur en een teamleider. In verband met extra werkzaamheden, voortkomend uit de Covid-19 crisis voor directeur en manager brandweer, is tijdelijk een manager bedrijfsvoering aangesteld. ICT Afdeling I&A heeft in 2020 afscheid genomen van het grootste deel van het serverpark en is voor de meeste applicatie overgestapt naar de Cloud. Daarnaast is afscheid genomen van de software pakketten voor de boekhouding en personeelszaken en is er nieuwe ERP software geïmplementeerd om een kwaliteitsslag te realiseren en de informatievoorziening te verbeteren.

60

HRM Algemeen, speerpunt medewerkers Speerpunt

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor doen in 2020?

Indicatoren

Medewerkers

Medewerkers zijn meer daadkrachtig, flexibel en verbindend. Zij zitten op de juiste plaats Het bestuur van Veiligheidsregio Zeeland hanteert een kwaliteitszorgsysteem. We voldoen aan artikel 23 van de Wet Veiligheidsregio’s.

Dit speerpunt onderdeel laten zijn Wegens inzet van medewerkers in de van het project Emergo. crisisorganisatie voor Covis-19 is dit onderwerp doorgeschoven naar 2021.

We volgen de landelijke Wegens Covidontwikkelingen op het gebied van 19 Heeft de visitatie niet plaatsgevonden. kwaliteit. In 2020 vindt de visitatie Nog niet duidelijk is wanneer deze plaats. De resultaten van deze plaatsvindt. visitatie vergelijken we met de eerste visitatie uit 2014 en verbeteringen volgen we op. 2019 benutten we voor het verder uitwerken van de visie op kwaliteit Kwaliteitszorg is binnen alle Borgen dat op alle niveaus in de Wegens Covid-19 én het verkennend geledingen van de organisatie organisatie wordt gewerkt aan de onderzoek naar vanzelfsprekend. hiervoor bedoelde verbeteringen. samenwerkingsmogelijkheden tussen In het tweede halfjaar 2020 wordt GGD, VRZ en RUD wordt het onderzoek door controllers van de Zeeuwse uitgevoerd na 2022. gemeenten een doelmatigheidsonderzoek uitgevoerd bij VRZ. De arbeidsveiligheid van de De wettelijke eisen m.b.t. RI&E In 2020 is een arbocommissie aangesteld. medewerkers wordt geborgd opvolgen. Het plan van aanpak via het nemen van behorend bij de RI&E actualiseren. maatregelen op punten die voortvloeien uit structurele toepassing van de RI&E.

VRZ heeft per 31 december 2020 een formatie van 209,88 fte, exclusief de formatie van Bevolkingszorg. De werkelijke bezetting per die datum is 204,25 fte, een verschil van 5,63 fte. Zie voor een specificatie onderstaande tabel.

De verschillen in bezetting zijn verder per onderdeel aangegeven. Daar waar er sprake is van een lagere bezetting betekent dit dat er nog vacatures openstaan. Door vertrek van de meldkamer is de formatie in 2020 gedaald met 22 fte.

61

Inhuur- en advieskosten De inhuur van derden laat in 2020 een licht stijgende lijn zien ten opzichte van 2019. Dit is vooral te wijten aan de inhuur die plaatsgevonden heeft in het kader van de Covid-19 pandemie. Naar verwachting dalen de lasten in de komende jaren weer zoals de trend in de voorgaande jaren. Een deel van deze kosten inhuur derden is gedekt met vrijval uit salariskosten.

De cijfers tot en met 2020 betreffen de werkelijke kosten. De cijfers vanaf 2022 zijn de kosten op begrotingsbasis. Hieronder een overzicht van de kosten gemaakt wegens inhuur van derden:

62

3.3

Verbonden partijen

Verbonden partijen zijn in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten gedefinieerd als privaat- of publiekrechtelijke organen waarin de provincie of gemeente (c.q. Gemeenschappelijke regeling) een bestuurlijk en financieel belang heeft. Op grond van deze definitie kan worden gesteld dat VRZ geen verbonden partijen kent. Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) Doel en belang De LMS beheert voor alle hulpdiensten de meldkamers en zorgt voor een netwerk van tien operationeel en technisch met elkaar verbonden meldkamerlocaties. De LMS is een zelfstandig onderdeel binnen de politie organisatie met een eigen sturing, budget en medewerkers. Deelnemers Ministerie J&V, Ministerie VWS , Ministerie van Defensie, Politie, Ambulancezorg Nederland, Veiligheidsregio’s 63

Bestuurlijk belang

Financieel belang Risico’s Portefeuillehouder

De aansturing van de LMS vindt plaats in verschillende overleggen. Het Bestuurlijk Meldkamer Beraad (BMB) neemt op het hoogste niveau besluiten over beleidskeuzes, de besteding en uitvoering in de meldkamers. Het BMB stelt de kaders waarbinnen LMS handelt. Het BMB bestaat uit een bestuurlijke afvaardiging van de volgende partijen: • Het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De Minister is stelselverantwoordelijk, verantwoordelijk voor LMS en voor de politie. • Het Ministerie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor zaken die de ambulancezorg raakt. • De besturen van de veiligheidsregio’s voor de brandweertaak, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening. • Het Ministerie van Defensie voor de Koninklijke Marechaussee. • De voorzitter van het Strategisch Meldkamer Beraad (SMB) is aanwezig bij de vergaderingen en vertegenwoordigt het SMB. Het Strategisch Meldkamer Beraad (SMB) adviseert het BMB en beslist op basis van het beleids- en bestedingsplan over de uitvoering van het beleid en beheer van de meldkamers. Het SMB bespreekt de ontwikkelingen en aan welke onderwerpen of taken prioriteit moeten worden gegeven. Risico op doorbelasting van specifieke kosten voor de brandweermeldkamer Zeeland- Brabant die niet door de Politie/LMS worden betaald Dhr. J. Lonink Vertegenwoordiging van het Veiligheidsberaad in het BMB vindt plaats door J.

Hamming (Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland) en F. Schippers (Veiligheidsregio Kennemerland) als voorzitter SMB Vertegenwoordiging van de Veiligheidsregio’s in het SMB vindt plaats door F. Schippers (Veiligheidsregio Kennemerland) en A. Slofstra (Brandweer Nederland)

64

3.4

Financiering

De financieringsparagraaf is samen met het treasurystatuut voorgeschreven in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido). De wet is per 1 januari 2001 in werking getreden. In de Wet Fido zijn kaders opgenomen ter beperking van het renterisico op de netto vlottende schuld en het renterisico op de vaste schuld (renterisiconorm). In de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) zijn kaders opgenomen ter beperking van de risico’s bij het hanteren van financiële derivaten en het uitzetten van overtollige middelen. Renterisico Het renterisico wordt direct gerelateerd aan het budgettaire risico. De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De renterisiconorm is vastgelegd in de Uitvoeringregeling financiering decentrale overheden (Ufdo) en houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossing en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Door de norm in relatie tot de begroting te brengen, kunnen gemeenschappelijke regelingen met een vaste schuld die lager is dan het begrotingstotaal de spreidingsduur van de financiering verkorten. Als de schuld groter is dan het begrotingstotaal zal de aflossing van de schuld in de tijd worden gespreid en zal de begroting minder gevoelig worden voor renteschokken bij herfinanciering.

Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal Percentage regeling Renterisiconorm

Renterisiconorm vaste schuld Renteherziening op vaste schuld o/g Aflossingen Renterisico Renterisconorm Ruimte onder renterisiconorm Overschrijding renterisiconorm

€

2020 36.728.578 20% 7.345.716

€ € € € € €

2020 Budget 2.557.613,43 2.557.613,43 7.345.716 4.788.102 -

€

In 2020 heeft VRZ de renterisiconorm niet overschreden. Op 10 december 2013 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF). Met de wet HOF zijn de Europese afspraken van het Stabiliteits- en Groeipact en het reeds bestaande Nederlandse budgettaire beleid vanaf 1 januari 2014 wettelijk verankerd. De Wet Hof bepaalt onder meer dat Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Daarmee worden de tekorten van gemeenten of provincies door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort, dat volgens de EU-regels niet meer dan 3 procent mag bedragen. Er treedt een correctiemechanisme in werking als de macro-norm voor het EMU-saldo structureel (meerjarig) door de decentrale overheden (gezamenlijk) wordt overschreden. Daarna zal vervolgens eerst bestuurlijk overleg volgen over verbetermaatregelen. Maatregelen volgend uit het sluitstuk van het correctiemechanisme, waaronder de mogelijkheid tot kortingen op de decentrale overheden, zullen alleen als ultimum remedium worden ingezet. Deze maatregelen worden door het Rijk in een AMvB vastgelegd. 65

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is vastgelegd in de Uitvoeringregeling financiering decentrale overheden (Ufdo) en bedraagt voor gemeenschappelijke regelingen 8,2% van het begrotingstotaal. Voor VRZ bedraagt de limiet voor de netto vlottende schuld circa € 3.012.000. Kasgeldlimiet per kwartaal 2020 (x € 1.000)

1)

2)

3)

4)

Omvang begroting per 1 januari 2020 Toegestane kasgeldlimiet - in procenten - in bedrag Omvang vlottende korte schuld - opgenomen gelden korter dan 1 jaar - schuld in rekening-courant - gestorte gelden door derden korter dan 1 jaar - overige geldleningen niet zijnde vaste schuld

1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal 36.729 36.729 36.729 36.729

Vlottende middelen - contante gelden in kas - tegoeden in rekening-courant - overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar Toets kasgeldlimiet Totaal netto vlottende schuld (2-3) Toegestane kasgeldlimiet (1) Ruimte (+)/overschrijding (-); (1-4)

8,20% 3.012

8,20% 3.012

8,20% 3.012

8,20% 3.012

0 0

0 0

0

0 0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0 39

0 11

0 324

0 27

0

0

0

0

39

11

324

27

-39 3.012 3.051

-11 3.012 3.023

-324 3.012 3.336

-27 3.012 3.039

In 2020 heeft VRZ het kasgeldlimiet niet overschreden. Uitzettingen In de wet Ruddo is vastgelegd dat openbare lichamen alleen overtollige middelen, voor een periode langer dan 3 maanden, mogen uitzetten bij financiële ondernemingen die zijn gevestigd in een EU-lidstaat en die ten minste beschikken over een AA-rating, afgegeven door ten minste twee ratingbureaus. Er zijn in 2020 door VRZ geen uitzettingen van gelden geweest bij banken. Het eventuele positieve saldo op de bank wordt dagelijks afgeroomd door het Ministerie van Financiën in het kader van het Schatkistbankieren (zie hieronder). Het wetsvoorstel verplicht schatkistbankieren is op 15 december 2013 van kracht geworden. Het wetsvoorstel verplicht alle decentrale overheden, dus ook VRZ, om hun overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Het woord ‘overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Een decentrale overheid behoudt, op basis van de wet Fido, de mogelijkheid om leningen te verstrekken en uitzettingen te verrichten uit hoofde van de publieke taak. Deelname aan schatkistbankieren verandert daar niets aan. Tegelijkertijd met de wet is een ministeriele regeling van kracht geworden. Onderdeel van die regeling is de rekening-courantovereenkomst die iedere decentrale overheid krijgt met de Staat der Nederlanden.

De regeling bevat verder onder meer de verplichting voor decentrale overheden een tussenrekening te openen bij een of meerdere banken, zodat aan de verplichting tot deelname aan schatkistbankieren kan worden voldaan.

66

3.5

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding Binnen de private en publieke sector is sprake van toenemende aandacht voor het inzicht in en de beheersing van risico’s. Het spectrum van veiligheidsregio’s vormt hierop geen uitzondering. Risicomanagement is daarom een vast onderdeel van goed bestuur (Good Governance) en een belangrijk middel om de continuïteit van de organisatie te waarborgen. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 19 december 2013 is de ‘Notitie Risicomanagement en weerstandsvermogen’ vastgesteld. Hierin is het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s aangegeven. De notitie is ook in 2020 nog steeds actueel. In deze notitie worden de termen risico’s, weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen als volgt gedefinieerd: •

Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate VRZ in staat is om omvangrijke tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid aanzienlijk moet worden aangepast. Het gaat daarbij om de verhouding tussen de weerstandscapaciteit, ofwel de beschikbare (financiële) middelen die zonder ingrijpende beleidswijzigingen beschikbaar zijn en de risico’s.

•

Risico’s moeten in dit verband worden opgevat als reële, doch niet altijd te kwantificeren, bedreigingen die, ook nadat maximale inspanningen zijn verricht om het optreden ervan te voorkomen, of de gevolgen ervan te verminderen, kunnen leiden tot uitgaven die niet begroot zijn.

Een nuttig instrument om risico’s efficiënter en effectiever te beheersen en tegelijkertijd organisatiedoelstellingen te realiseren is risicomanagement. Het managen van risico’s geeft geen garantie dat gebeurtenissen met een negatief gevolg niet (meer) zullen optreden, maar het geeft de organisatie wel tools om zich bewust te worden en blijven van mogelijke risico’s en middels beheersmaatregelen te anticiperen op het plaatsvinden ervan. Naast de interne behoefte om risico’s in beeld te hebben en te beheersen is er ook vanuit het Rijk wetgeving opgelegd omtrent risico’s. In het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) wordt in artikelen 9 en 26 gesteld dat in ieder geval in de begroting en de jaarrekening een paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt opgenomen. In deze paragraaf worden ten minste opgenomen: • • •

een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; een inventarisatie van de risico's; het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's.

Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is in artikel 11 BBV omschreven als “de middelen en mogelijkheden waarover een organisatie beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken”. Volgens de ‘Notitie weerstandsvermogen en risicomanagement’ wordt de beschikbare weerstandscapaciteit bepaald aan de hand van de post onvoorzien en de algemene reserve. Aanvullend is vanuit de VZG bepaald dat het onbestemde deel van de bestemmingsreserves onder beschikbare weerstandscapaciteit wordt gerangschikt. De post onvoorzien bedraagt € 50.000. Het betreft een meerjarig incidentele post bedoeld voor onvoorziene incidentele uitgaven of voor het één jaar dekken van structurele uitgaven.

67

Benodigde weerstandscapaciteit (risico’s) Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen moet de beschikbare weerstandscapaciteit afgezet worden tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De risico’s die VRZ loopt zijn bepalend voor de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit. Om de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen is het noodzakelijk de risico’s te voorzien van een kwantificering van zowel kans als financiële gevolgen. Door de maximale gevolgen van de individuele risico’s bij elkaar op te tellen ontstaat een te negatief oordeel over het weerstandsvermogen. Immers, het is vrijwel zeker dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd voor zullen doen. Daarnaast zal niet ieder risico zich daadwerkelijk in de maximale omvang voordoen. Een aantal risico’s is qua omvang en waarschijnlijkheid niet in te schatten.

68

Risico’s

Kans op optreden in 2020 in %

Impact

Benodigde

2020

weerstands-

11 Uitval ICT servers of diensten door derden

5-10%

75.000

capaciteit 2020 7.500

Nee

0

12 Claim volgens het niet (goed/volledig) uitvoeren van de Wet Poortwachter 13 Stijging brandstofprijzen

5-10%

75.000

7.500

Nee

0

70%

40.000

28.000

Nee

0

Er is sprake van een voordeel van € 100.000 door minder voertuigbewegingen en lage dieselprijzen

14 Risico op hogere kosten van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) voor VRZ

25%

40.000

10.000

Ja

15.435

Het betreft extra kosten voor de landelijke aanbestedingen dienstvoertuigen en haakarmvoertuigen, waarmee geen rekening is gehouden

15 Rentestijging tbv financieringsbehoefte in 2021 voor investeringen waarvoor nog geen lening is afgesloten

Nvt in 2020

Nvt in 2020 Nvt in 2020

-

0

16 Diverse ontwikkelingen maken op termijn een andere inrichting van het OMS-stelsel noodzakelijk, mede gezien de samenvoegingen van regionale meldkamers naar tien meldkamergebieden. Het toekomst-vast herinrichten van het OMS systeem dient fasegewijs binnen de kaders van wet- en regelgeving plaats te vinden middels een zorgvuldige transitie, ook richting de burgers die al jaren gebruik maken van de OMS dienstverlening. Veiligheid en continuïteit m.b.t. de uitvoering van de kerntaken dient steeds zo goed mogelijk gewaarborgd te worden waarbij ook gelet op de moet worden op het voorkomen van nodeloze alarmeringen en onnodig uitrukken van de brandweer. Vanwege de overdracht van OMS meldingen op termijn naar het landelijke meldkamerdiensten-centrum (MDC) zullen nadelige effecten in de begroting ontstaan. Waarschijnlijk met ingang van 2020, het exacte moment is nog onduidelijk

90%

162.000

146.000

Nee

0

17 Risico op juridische procedures, onder andere aanbestedingstrajecten en arbeidsgeschillen

5-10%

25.000

2.500

Ja

6.535

18 Zoals in de tussenevaluatie Maatwerk is vermeld vormt het vergroten van de beschikbaarheid van vrijwilligers een aandachtspunt de komende jaren. Het risico op uitstroom van brandweervrijwilligers (verloop), meer dan verwacht/gemiddeld, zou als gevolg extra kosten voor wervingscampagnes en opleidingen kunnen hebben, om de posten op sterkte te houden

50%

150.000

75.000

Ja

49.397

19 Naar verwachting wordt met ingang van 2022 de wet Nvt voor Normalisering rechtspositie ambtenaren van kracht voor 2020 brandweerpersoneel.Deze wet zorgt ervoor dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde arbeidsrechtelijke positie krijgen als werknemers in het bedrijfsleven en op grond van een arbeids-overeenkomst werkzaam zijn. De loonkosten kunnen hierdoor stijgen en de WnRA kan leiden tot (gedeeltelijke of volledig) einde van vrijwillige brandweer. Om die reden vindt op landelijk niveau overleg plaats over de gevolgen en implementatie van deze wet. Impact is ca. 30 % van totaalbedrag vrijwilligersvergoedingen (grove schatting)

Nvt voor 2020

Nvt voor 2020

-

0

20 In 2019 zal een aanbesteding plaatsvinden van de wagenparkverzekeringen met mogelijk gevolgen voor de verzekeringskosten. Er zijn signalen ontvangen dat de premies op de verzekeringsmarkt stijgen.

40.000

28.000

Nee

0

1.648.445

685.000

Totaal

70%

Risico Financiele opgeimpact treden j/n

Toelichting

Er zijn extra bevelvoerdersopleidingen ingekocht. Uitstroom van ervaren vrijwilligers betekent vaak ook dat er gezorgd moet worden voor nieuwe doorstroom naar bevelvoerdersposities

Het aanbestedingstraject is afgerond. De nieuwe premies van de wagenpark-verzekering passen binnen de begroting.

218.491

In het positieve resultaat 2020 is een nadeel van € 218.491 opgevangen dat samenhangt met de in de begroting 2020 genoemde risico’s. Tegenover deze nadelen staan voordelen op andere gebieden. Een onttrekking aan de algemene reserve is daarom voor dekking in 2020 niet nodig.

69

Beoordeling weerstandsvermogen De algemene reserve van VRZ heeft begin 2020 een saldo van € 1.490.829. De jaarrekening 2020 laat een positief resultaat zien van € 1.592.009. Het bestuur zal worden voorgesteld de algemene reserve aan te vullen tot het maximum van € 1.841.733. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt daarmee begin 2021 naar verwachting: • • •

Algemene reserve € 1.841.733 Post onvoorzien € 50.000 Totaal € 1.891.733

Op basis van de financieel berekende risico’s in de begroting 2021 is de ratio weerstandsvermogen dan: Beschikbare weerstandscapaciteit = € 1.891.733 = 1,20 (was 0,95 bij begroting 2020) Benodigde weerstandscapaciteit = € 1.577.650 In de concept programmabegroting 2022-2025 wordt mede als gevolg van verwachte ontwikkelingen/risico’s rondom de Wet Normering Rechtspositie Ambtenaren echter een benodigde weerstandscapaciteit van € 2.298.500 berekend. De ratio weerstandsvermogen wordt dan per 1 januari 2022: Beschikbare weerstandscapaciteit € 1.557.330 = 0,68 Benodigde weerstandscapaciteit € 2.298.500 Deze ratio daalt eind 2022 in verband met geraamde onttrekking aan de reserve naar 0,46 Op basis van de gehanteerde normeringsystematiek door VRZ is het weerstandsvermogen voor 2022 aan het begin van het jaar als onvoldoende geclassificeerd, oplopend tot ruim onvoldoende eind 2022. Indien risico’s daadwerkelijk (cumulatief) optreden, kan dit mogelijk leiden tot een negatief resultaat. In de Notitie risicomanagement en weerstandsvermogen is een maximum bepaald aan het aan te houden weerstandsvermogen. Inmiddels is de gemeenschappelijke regeling 2017 VRZ vastgesteld.

Conform de VZG-richtlijn is hierin opgenomen artikel 25: “Veiligheidsregio Zeeland vormt een reserve ten laste van de gemeentelijke bijdragen aan de uitvoeringskosten tot maximaal 5% van de jaaromzet, inclusief de bijdrage van de deelnemers.” Dat betekent voor 2021 een maximale reserve van 5% van € 36.834.655 = € 1.841.733. Bij de omvang van de algemene reserve worden de volgende kanttekeningen gemaakt, op basis waarvan een afbouw van de weerstandscapaciteit op dit moment niet verstandig wordt geacht: • • • •

In de begroting 2021 en 2022 is een onttrekking aan de algemene reserve geraamd van respectevelijk € 334.403 en € 311.003 ter dekking van het structurele begrotingstekort 2021. Er is er nog sprake van een structurele taakstelling in de meerjarenbegroting. Er is sprake van een groot structureel risico in de vorm van de Wnra. Dit risico blijft bestaan tot het moment dat het rijk de financiering van de extra uitgaven voortvloeiend uit implementatie van de wet volledig voor haar rekening neemt. In de 1e begrotingswijziging 2022 wordt voorgesteld in de periode 2022, 2023 en 2024 respectievelijk € 200.000, € 200.000 en € 100.000 (samen € 500.000) op te nemen voor het programmamanagement Brandweer 2030 en deze kosten te dekken uit de algemene reserve.

70

Kengetallen Jaarrekening 2020 Kengetallen: Netto schuldquote (NSQ) NSQ gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

Verloop van de kengetallen 2019 2020 2020 Jaarrekening Begroting Jaarrekening 59,32% 67,19% 56,11% 59,32% 67,19% 56,11% 9,60% 6,49% 12,33% 0,01% 0% 0% Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt Nvt

De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van VRZ ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is voor VRZ gelijk aan de netto schuldquote (zie bovenstaande tabel). De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin VRZ in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van VRZ bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Het financiële kengetal "structurele exploitatieruimte" geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de organisatie in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn.

De structurele exploitatieruimte bestaat uit het saldo van de structurele baten en structurele lasten. VRZ beschikt in 2020 niet over structurele exploitatieruimte.

71

Jaarrekening 4.

Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening

Overzicht per economische categorie Primitieve Begroting begroting na wijziging 2020 2020 Saldo van baten en lasten Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 720 Mutaties voorzieningen 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 360 Huren 380 Overige goederen en diensten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 437 Inkomensoverdrachten - Europese Unie 438 Inkomensoverdrachten - overige instellingen en personen Mutaties Reserves Lasten 710 Mutaties reserves Baten 710 Mutaties reserves Eindtotaal

Rekening 2020

Saldo

-1.037.173

-1.523.700 V

22.260.300 21.124.358 20.394.589 141.100 143.100 141.732 167.900 748.700 895.550 9.059.363 9.905.638 9.110.291 667.500 700.000 728.000 397.500 396.700 405.303 360.100 356.400 355.889 82.500 0 0 3.560.922 3.353.682 3.437.465

-729.769 V -1.369 V 146.850 N -795.347 V 28.000 N 8.603 N -511 V 0 83.783 N

-15.300 -35.300 -78.060 0 -41.100 -50.849 -259.800 -259.800 -386.950 -6.473.713 -6.728.899 -6.771.911 -28.586.352 -28.600.352 -28.600.351 -98.600 -127.100 -121.156 -250.000 -250.000 -250.000 0 -37.500 -34.003 -162.000 -162.000 -212.712 -851.420 -486.527 -554.836

-42.760 V -9.749 V -127.150 V -43.012 V 1 N 5.944 N 0 3.497 N -50.712 V -68.309 V

851.420

486.527

V/N

0

423.605

0

-423.605 V

-851.420 0

-910.132 0

-554.836 -1.592.009

355.296 N -1.592.009 V

Rekening 2020

Saldo

Overzicht per programma en economische categorie Primitieve Begroting begroting na wijziging 2020 2020 1 Programma Bevolkingszorg Saldo van baten en lasten Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden Baten 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 2 Programma Meldkamer Zeeland-Brabant Saldo van baten en lasten Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 510 Rente

V/N

269.800 436.800 265.900 30.500 105.200 35.200 -167.000 -167.000

270.550 451.550 271.650 30.500 114.200 35.200 -181.000 -181.000

225.028 406.027 250.005 30.500 90.774 34.747 -180.999 -180.999

-45.522 V -45.523 V -21.645 V 0 -23.426 V -453 V 1 N 1 N

1.175.792 1.175.792 145.000 0 150.000 667.500 2.400

952.620 1.273.120 243.000 31.300 207.100 700.000 3.200

967.342 1.262.520 163.846 31.292 256.431 728.000 3.198

14.722 N -10.601 V -79.154 V -8 V 49.331 N 28.000 N -2 V

72

730 Afschrijvingen 750 Overige verrekeningen Baten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 3 Programma Risicobeheersing Saldo van baten en lasten Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 438 Inkomensoverdrachten - overige instellingen en personen 4 Programma Brandweer Saldo van baten en lasten Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 5 Programma Crisisbeheersing Saldo van baten en lasten Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden Baten 352 Uitgeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 6 Programma GHOR Saldo van baten en lasten Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige

overheden 510 Rente 730 Afschrijvingen Baten 352 Uitgeleend personeel 438 Inkomensoverdrachten - overige instellingen en personen 7 Programma Maritieme Veiligheid Saldo van baten en lasten Lasten

Primitieve Begroting Rekening begroting na wijziging 2020 2020 2020 210.892 20.920 20.920 0 67.600 58.833 0 -320.500 -295.177 0 -292.000 -266.669 0 -28.500 -28.509 2.777.250 3.062.850 2.736.605 0 187.600 130.100 100 8.445 -285.600 0 -5.000 -20.000 -98.600 -162.000

2.731.851 2.997.451 2.653.155 0 212.751 130.100 100 1.345 -265.600 0 -5.000 0 -98.600 -162.000

Saldo

V/N

0 V -8.767 V 25.323 N 25.331 N -9 V

2.617.553 2.924.030 2.539.179 52.837 202.731 127.810 128 1.345 -306.478 -10.560 0 0 -92.647 -203.271

-114.298 V -73.421 V -113.976 V 52.837 N -10.020 V -2.290 V 28 N 0 N -40.878 V -10.560 V 5.000 N 0 5.953 N -41.271 V

20.039.279 19.213.154 18.318.182 20.388.979 19.572.354 18.809.618 11.277.250 10.152.250 9.906.724 135.000 135.000 132.881 0 88.000 57.510 5.558.200 5.794.952 5.213.206 63.900 63.100 78.509 323.600 317.100 316.676 3.031.029 3.021.952 3.104.111 -349.700 -359.200 -491.436 0 0 -1.342 -237.200 -246.700 -377.594 -37.500 -37.500 -37.500 -75.000 -75.000 -75.000

-894.972 V -762.736 V -245.526 V -2.119 V -30.490 V -581.746 V 15.409 N -424 V 82.159 N -132.236 V -1.342 V -130.894 V 0 0

1.909.650 1.917.750 1.426.750 30.000 370.900 90.100 -8.100 0 -8.100

1.966.643 1.974.743 1.332.008 98.000 454.635 90.100 -8.100 0 -8.100

1.804.957 1.824.807 1.332.645 103.310 299.138 89.714 -19.850 -13.800 -6.050

-161.686 V -149.936 V 637 N 5.310 N -155.497 V -386 V -11.750 V -13.800 V 2.050 N

1.067.378 1.082.678 643.895 0 369.500 51.000 1.000 17.283 -15.300 -15.300 0

1.023.778 1.039.078 630.295 0 339.500 51.000 1.000 17.283 -15.300 -15.300 0

903.196 929.324 581.208 1.131 278.167 48.755 1.157 18.907 -26.129 -16.688 -9.441

-120.582 V -109.754 V -49.087 V 1.131 N -61.333 V -2.245 V 157 N 1.624 N -10.829 V -1.388 V -9.441 V

393.000 568.000

285.500 498.000

240.815 495.053

-44.685 V -2.947 V

73

110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten Baten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 437 Inkomensoverdrachten - Europese Unie 8 Programma Nucleaire Veiligheid Saldo van baten en lasten Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 380 Overige goederen en diensten 9 Overhead en kostentoerekening Saldo van baten en lasten Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 210 Belastingen 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden 510 Rente 720 Mutaties voorzieningen 730 Afschrijvingen 750 Overige verrekeningen Baten 352 Uitgeleend personeel 360 Huren 380 Overige goederen en diensten 10 Algemene dekkingsmiddelen Saldo van baten en lasten Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 380 Overige goederen en diensten Baten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten 11 Onvoorzien Saldo van baten en lasten Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten Mutaties Reserves 2 Programma Meldkamer Zeeland-Brabant Baten 710 Mutaties reserves 3 Programma Risicobeheersing Baten 710 Mutaties reserves 4 Programma Brandweer Baten 710 Mutaties reserves 5 Programma Crisisbeheersing Baten 710 Mutaties reserves 9 Overhead en kostentoerekening Baten 710 Mutaties reserves 10 Algemene dekkingsmiddelen

Primitieve Begroting Rekening begroting na wijziging 2020 2020 2020 264.900 204.900 217.965 0 22.000 12.645 303.100 271.100 264.444 -175.000 -212.500 -254.238 0 0 -45.235 -175.000 -175.000 -175.000 0 -37.500 -34.003

Saldo

V/N

13.065 N -9.356 V -6.656 V -41.738 V -45.235 V 0 3.497 N

281.650 281.650 221.150 60.500

251.650 251.650 221.150 30.500

220.295 220.295 201.973 18.321

-31.355 V -31.355 V -19.177 V -12.179 V

8.085.723 8.095.223 5.529.550 6.100 107.400 2.016.200 27.200 33.000 82.500 293.273 0 -9.500 0 0 -9.500

8.026.032 8.087.132 5.259.350 8.100 290.400 2.242.500 27.200 35.000 0 292.182 -67.600 -61.100 -20.000 -41.100 0

8.012.033 8.101.858 5.194.080 8.850 422.562 2.182.519 25.768 34.730 0 292.182 -58.833 -89.826 -35.671 -50.849 -3.306

-13.999 V 14.726 N -65.270 V 750 N 132.162 N -59.981 V -1.432 V -270 V 0 0 N 8.767 N -28.726 V -15.671 V -9.749 V -3.306 V

-35.198.102 -34.853.751 -35.028.046 -362.537 -35.000 -186.187 -250.700 -35.000 -186.187 -111.837 0 0 -34.835.565 -34.818.751 -34.841.859 -6.453.713 -6.436.899 -6.460.007 -28.381.852 -28.381.852 -28.381.852

-174.295 V -151.187 V -151.187 V 0 -23.108 V -23.108 V 0

50.000 50.000 0 0 50.000 -851.420 -548.120

618.500 618.500 191.600 188.500 238.400 -486.527 -349.184

681.473 681.473 193.151 183.763 304.559 -554.836 -349.184

62.973 N 62.973 N 1.551 N -4.737 V 66.159 N -68.309 V 0

-548.120 0

-349.184 -23.974

-349.184 0

0 23.974

0 -9.200

-23.974 -264.652

0 -37.726

23.974 N 226.926 N

-9.200 0

-264.652 -91.735

-37.726 -4.339

226.926 N 87.396 N

0 0

-91.735 -32.000

-4.339 -15.000

87.396 N 17.000 N

0 -294.100

-32.000 275.018

-15.000 -148.587

17.000 N -423.605 V

N

74

Primitieve Begroting begroting na wijziging 2020 2020 Lasten 710 Mutaties reserves Baten 710 Mutaties reserves Eindtotaal

Rekening 2020

Saldo

V/N

0

423.605

0

-423.605 V

-294.100 0

-148.587 0

-148.587 -1.592.009

0 -1.592.009 V

Resultaat op hoofdlijnen Het resultaat voor mutatie op de Algemene Reserves over 2020 is € 1.592.009 voordelig. In de 2de bestuurs-rapportage werd nog een voordelig resultaat voor mutaties aan de reserves van € 423.605 verwacht. De actuele begroting 2020 betreft de begroting na de 3de begrotingswijziging 2020. De afwijkingen in 2020 ten opzichte van de begroting 2020 per programma zijn als volgt: Saldo van baten en lasten

1 Programma Bevolkingszorg 2 Programma Meldkamer Zeeland-Brabant 3 Programma Risicobeheersing 4 Programma Brandweer 5 Programma Crisisbeheersing 6 Programma GHOR 7 Programma Maritieme Veiligheid 8 Programma Nucleaire Veiligheid 9 Overhead en kostentoerekening 10 Algemene dekkingsmiddelen 11 Onvoorzien Mutaties Reserves Eindtotaal

Primitieve Begroting Rekening begroting na wijziging 2020 2020 2020 269.800 270.550 225.028 1.175.792 952.620 967.342 2.777.250 2.731.851 2.617.553 20.039.279 19.213.154 18.318.182 1.909.650 1.966.643 1.804.957 1.067.378 1.023.778 903.196 393.000 285.500 240.815 281.650 251.650 220.295 8.085.723 8.026.032 8.012.033 -35.198.102 -34.853.751 -35.028.046 50.000 618.500 681.473 -851.420 -486.527 -554.836 0 0 -1.592.009

Saldo

V/N

-45.522 14.722 -114.298 -894.972 -161.686 -120.582 -44.685 -31.355 -13.999 -174.295 62.973 -68.309 -1.592.009

V N V V V V V V V V N V V

Post Onvoorzien In de 2e begrotingswijziging 2020 is de post onvoorzien met € 285.600 opgehoogd ter dekking van de te verwachte extra kosten in verband met Covid-19. Voor een specificatie en nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 5.11 Onvoorzien.

75

5.

Overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en toelichting per programma

5.1

Programma Bevolkingszorg Primitieve Begroting begroting na wijziging 2020 2020

1 Programma Bevolkingszorg Saldo van baten en lasten Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 436 Inkomensoverdrachten - overige overheden Baten 432 Inkomensoverdrachten - gemeenten Eindtotaal

Rekening 2020

Saldo

V/N

269.800

270.550

225.028

-45.522 V

265.900 30.500 105.200 35.200

271.650 30.500 114.200 35.200

250.005 30.500 90.774 34.747

-21.645 V 0 -23.426 V -453 V

-167.000 269.800

-181.000 270.550

-180.999 225.028

1 N -45.522 V

Toelichting Het resultaat van het programma Bevolkingszorg in 2020 bedraagt € 45.522 voordelig. Verschillen van meer dan € 10.000 of significante afwijkingen t.o.v. het budget worden toegelicht. 110 Salarissen en sociale lasten (lasten)

€ 21.645 V

Piket HTO crisiscommunicatie en adviseur Burgemeester (incidenteel) € 21.645 V Dit betreft het piket Hto Crisiscommunicate/BT-adviseur. Wegens onvoldoende belangstelling is dit piket tot op heden nog niet ingevuld. De volledige invulling van dit piket wordt met minimaal één jaar opgeschoven. 380 Overige goederen en diensten (lasten)

€ 23.426 V

Opleidings- en cursuskosten (incidenteel) € 17.140 V In 2020 zouden diverse examens voor OvD Bevolkingszorg en Algemeen Commandant Bevolkingszorg worden afgenomen. Door Covid-19 zijn de ingeplande examens van vóór de zomer verplaats naar het najaar 2020 en de examens die gepland stonden in het najaar 2020 worden afgenomen in 2021. Daarnaast zou er in 2020 een themadag Bevolkingszorg georganiseerd worden. Vanwege Covid-19 is deze geannuleerd. Overig (incidenteel) Dit is het saldo van diverse kleine verschillen.

€ 6.286 V

76

5.2

Programma Gemeenschappelijke Meldkamer Zeeland (GMZ) Primitieve Begroting begroting na wijziging 2020 2020

2 Programma GMZ / Meldkamer Zeeland-Brabant Saldo van baten en lasten Lasten 110 Salarissen en sociale lasten 351 Ingeleend personeel 380 Overige goederen en diensten 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen 510 Rente 730 Afschrijvingen 750 Overige verrekeningen Baten 431 Inkomensoverdrachten - Rijk 433 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen Mutaties Reserves Baten 710 Mutaties reserves Eindtotaal

Rekening 2020

Saldo

V/N

1.175.792

952.620

967.342

14.722 N

145.000 0 150.000 667.500 2.400 210.892 0

243.000 31.300 207.100 700.000 3.200 20.920 67.600

163.846 31.292 256.431 728.000 3.198 20.920 58.833

-79.154 V -8 V 49.331 N 28.000 N -2 V 0 V -8.767 V

0 0 -548.120

-292.000 -28.500 -349.184

-266.669 -28.509 -349.184

25.331 N -9 V 0

-548.120 627.672

-349.184 603.436

-349.184 618.158

0 14.722 N

Toelichting Het resultaat van het programma GMZ / Meldkamer Zeeland-Brabant in 2020 bedraagt € 14.722 nadelig. Verschillen van meer dan € 10.000 of significante afwijkingen t.o.v. het budget worden toegelicht. Lasten 110 Loonbetalingen en sociale premies (lasten)

€ 79.154 V

Afkoop piketregelingen (incidenteel) € 93.116 V Voor het afbouwen of afkopen op basis van de car-uwo en het sociaal statuut van interne piketfunctionarissen is een bedrag van € 145.000 opgenomen in de begroting 2020 ten laste van de reserve Meldkamer. Op loonbetalingen en sociale premies bedragen de kosten € 51.884. Een voordeel van € 93.116. Op basis van de car-uwo heeft VRZ ook de piketregelingen van een aantal externe piketfunctionarissen met een aanwijzing moeten afkopen. Deze kosten bedragen € 47.577 (zie 380 Overige goederen en diensten). Overige salarislasten (incidenteel) Het betreft een optelsom van diverse kleine nadelen.

€ 13.962 N

380 Overige goederen en diensten (lasten)

€ 49.331 N

Afkoop piketregelingen (incidenteel) € 47.577 N Voor het afbouwen of afkopen op basis van de car-uwo en het sociaal statuut van interne piketfunctionarissen is een bedrag van € 145.000 opgenomen in de begroting 2020 ten laste van de reserve Meldkamer (zie 110 Loonbetalingen en sociale premies). Op basis van de car-uwo heeft VRZ ook de piketregelingen van een aantal externe piketfunctionarissen met een aanwijzing moeten afkopen. Deze kosten bedragen € 47.577. Overige kosten (incidenteel) verband met de omvang van het bedrag wordt geen toelichting opgenomen.

€ 1.754 N

77

433 Inkomensoverdrachten gemeenschappelijke regelingen (lasten)

€ 28.000 N

Bijdrage aan VRMWB Meldkamr Zeeland-Brabant (incidenteel) € 28.000 N De Algemeen Besturen van VRMWB en VRZ hebben in september 2019 ingestemd met een Convenant inzake de samenwerking in de meldkamer Bergen op Zoom ten behoeve van de uitvoering van de meldkamerfunctie voor de brandweertaak, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening als bedoeld in artikel 35, lid 1 en 3 van de Wet veiligheidsregio’s. In het convenant zijn afspraken vastgelegd over de samenwerking tussen partijen ten aanzien van onderwerpen die van belang zijn voor het borgen van de meldkamerfunctie van partijen vanaf het moment dat de uitvoering van de meldkamerfunctie per 1 januari 2020 organisatorisch is samengevoegd. Onderdeel hiervan is de afgesproken verdeelsleutel voor de kosten (VRMWB: VRZ = 74% : 26%) De bijdrage van VRZ aan de brandweermeldkamers is oorspronkelijk begroot op € 667.500 (26%). Deze bijdrage is gebaseerd op het Organisatieplan Operationeel Centrum Veiligheidsregio/ Brandweer Bergen op Zoom (onderdeel van het eerder aangehaalde convenant tussen VRMWB en VRZ). Er is sprake van meerkosten. In het Organisatieplan wordt een opstartperiode onderkend met tijdelijke overbezetting. Daarom is in de 2e Bestuursrapportage 2020 / 3e begrotingswijziging 2020 de verwachte bijdrage van VRZ eenmalig verhoogd naar € 700.000.

Gebleken is dat de kosten in 2020 nog hoger zijn en dat de bijdrage van VRZ eenmalig € 28.000 hoger is (€ 728.000). Baten 431 Inkomensoverdrachten Rijk (baten)

€ 25.331 N

Beheer GMZ t/m 9 juni 2020 (incidenteel) € 25.331 N De Nationale Politie heeft het beheer van de meldkamer vanaf 1 januari 2020 formeel over genomen. Vanaf 1 januari 2020 is het personeel van ICT/functioneel beheer door VRZ over gedragen aan de Nationale Politie. Andere beheerkosten voor VRZ in de periode 1-1-2020 t/m 9-6-2020 zijn doorberekend. Hiervoor is in de begroting een bedrag van € 292.000 opgenomen. Na overleg met de Nationale Politie is gebleken dat er in de afrekening te veel kosten waren opgenomen, omdat een deel van de kosten al in rekening was gebracht op basis van een lopende huurovereenkomst. De afrekening is daarom gecorrigeerd. Mutaties reserves 710 Mutaties reserves (baten) De onttrekking aan de reserves bedraagt € 349.184 conform begroting. Het resultaat van het programma GMZ / Meldkamer Zeeland-Brabant in 2020 bedraagt daarna nog € 14.722 nadelig. Het nadelig resultaat zou kunnen worden verrekend met de reserve meldkamer. Deze reserve is beschikbaar om frictiekosten en desintegratiekosten op te vangen. In 2018 is een eenmalige rijksbijdrage van € 1.003.000 toegevoegd aan deze reserve ter dekking van frictiekosten en desintegratie-kosten die ontstaan als gevolg van de verhuizing van de meldkamer van Middelburg naar Bergen op Zoom. Het saldo van deze reserve bedraagt ultimo 2020 € 972.650.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10155767/1