CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

6.2 Bestuurlijke nota Handhaving Energiebesparingsplicht inclusief bijlagen

Besluitvormende raadsvergadering 18 juni 2026, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel om de conclusies en aanbevelingen in het Rekenkamerrapport ‘Handhaving energiebesparingsplicht’ integraal over te nemen (portefeuille burgemeester Dijksterhuis)27.786 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestuurlijke Nota

Zeeuws Beeld Handhaving Energiebesparingsplicht

13 maart 2026

Rekenkamer De Bevelanden & Tholen

Inhoudsopgave 1. Inleiding

4

2. Zeeuws beeld handhaving energiebesparingsplicht

8

3. Conclusie en aanbevelingen

16

4 Nawoord

20

1.1 Waarom dit onderzoek? 1.2 Doel 1.3 Onderzoeksmethode 1.4 Leeswijzer

3.1 Hoofdconclusie 3.2 Aanbevelingen

6 7 7 7

18 19

Toegankelijke PDF van de Bestuurlijke nota

Colofon Dit onderzoek is uitgevoerd door de rekenkamers van de gemeenten Schouwen-Duiveland, Veere, Goes, Borsele, Noord-Beveland, Tholen, Kapelle, Reimerswaal, Middelburg en Vlissingen en de Provincie Zeeland. De rekenkamers voeren onafhankelijk onderzoek uit naar de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van het gevoerde beleid. Rekenkamers zijn onafhankelijk. Het onderzoek is bedoeld om de kaderstellende en controlerende rol van Provinciale Staten en de gemeenteraden te versterken.

1. Inleiding De Rekenkamer Zeeland en de gemeentelijke rekenkamers van Middelburg, Vlissingen, Veere, Goes, Borsele, Reimerswaal, Noord-Beveland, Kapelle, Schouwen-Duiveland en Tholen (hierna de Zeeuwse Rekenkamers)1 hebben in 2024–2025 onderzoek verricht naar de uitvoering van toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht binnen de provincie Zeeland (zie kader). Deze nota informeert Provinciale Staten en de gemeenteraden over de resultaten van het onderzoek. 1

4

De Zeeuws-Vlaamse gemeentelijke rekenkamers hebben afgezien van deelname

5

1.1 Waarom dit onderzoek?

De energiebesparingsplicht speelt in het Nederlandse klimaatbeleid een belangrijke rol om de schadelijke gevolgen van het gebruik van fossiele energie voor het klimaat te beperken en daarmee samenhangende bindende Europese doelen voor energiebesparing te bereiken. Naast de bijdrage aan klimaatdoelstellingen levert het handhaven van de energiebesparingsplicht ook een bijdrage aan de maatschappelijke opgave rondom netcongestie en de energietransitie in bredere zin op. Energie die niet wordt gebruikt wegens besparende maatregelen hoeft immers niet te worden getransporteerd en opgewekt te worden. De wijze waarop Provincie en gemeenten uitvoering geven aan hun rol bij de handhaving van de energiebeparingsplicht is essentieel voor het bereiken van de energie- en klimaatdoelen die door de Rijksoverheid worden nagestreefd en worden onderschreven door Provincie en gemeenten.

Het onderzoek dat door de Zeeuwse rekenkamer is uitgevoerd is een vervolg op het landelijke DoeMee-onderzoek Energiebesparingsplicht van de Algemene Rekenkamer en (via de Nederlandse Vereniging voor Rekenkamers NVRR) de lokale rekenkamers, waarin is onderzocht hoe effectief het toezicht en de handhaving op de energiebesparingsplicht in Nederland is georganiseerd. De resultaten van het reguliere DoeMee onderzoek hebben een aantal waardevolle inzichten gegeven, maar de specifieke Zeeuwse situatie was daaruit onvoldoende te herleiden. De Zeeuwse rekenkamers hebben daarom gezamenlijk besloten om nog een aanvullend onderzoek uit te voeren. Dit onderzoek richtte zich specifiek op de rolverdeling, sturing, uitvoering en verantwoording tussen de Provincie Zeeland, de Zeeuwse gemeenten en hun uitvoeringsdiensten (RUD Zeeland en DCMR Rijnmond.

Wat houdt handhaving van de energiebeparingsplicht in? De energiebesparingsplicht is sinds 1993 een wettelijk instrument om het energieverbruik in Nederland terug te dringen. De plicht is van toepassingen op bedrijven en instellingen met een energieverbruik van meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas (of equivalent). De energiebesparingsplicht verplicht bedrijven om erkende energiebesparende maatregelen toe te passen met een terugverdientijd van maximaal vijf jaar. De term handhaving is door de rekenkamers breed geïnterpreteerd, ook alle toezichtstaken worden hiermee bedoeld. Samen omvatten toezicht en handhaving alle activiteiten die toezichthouders uitvoeren. Het gaat om: • • • •

6

Het verkrijgen van inzicht in welke bedrijven onder de energiebesparingsplicht vallen. Het bezoeken van bedrijven om te controleren of zij de erkende energiebesparende maatre- gelen hebben toegepast. Controleren van de kwaliteit van de onderzoeken van grootgebruikers en het controleren op de uitvoering van de vastgestelde maatregelen in het onderzoek. Het handhaven van de plicht, door bedrijven te waarschuwen of een dwangsom op te leggen en indien nodig te verbeuren als zij niet aan de energiebesparingsplicht voldoen.

1.2 Doel

Het doel van het onderzoek is om Provinciale Staten van Zeeland en de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten in staat te stellen om: Kennis te nemen van de taken op het gebied van het handhaven van de energiebesparingsplicht en de wijze waarop toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht in Zeeland wordt uit gevoerd door Provincie en gemeenten in samenwerking met omgevingsdiensten. Hen daarmee in positie te brengen om, indien van toepassing, besluiten te nemen die de doelmatigheid en effectiviteit van beleid ten goede komen.

1.3 Onderzoeksmethode

De vereniging van Rekenkamers heeft medio 2024 gegevens opgevraagd bij de gemeenten en de Provincie. Op basis daarvan zijn factsheets opgesteld. Daaropvolgend hebben de Zeeuwse rekenkamers in de periode januari 2025 – juni 2025 aanvullende gegevens opgevraagd en interviews gehouden op ambtelijk niveau met de tien Zeeuwse gemeenten, de RUD Zeeland en

DCMR. Op basis van de verzamelde informatie is een nota van bevindingen opgesteld, die in de periode juli tot september heeft voorgelegen voor ambtelijk wederhoor. De rekenkamers hebben de ontvangen reacties vervolgens verwerkt in de definitieve nota van bevindingen. Deze bestuurlijke nota is hierop gebaseerd.

1.4 Leeswijzer

Hoofdstuk 2 van deze Bestuurlijke Nota beschrijft de centrale onderzoeksvraag en geeft een samenvatting van het onderzoek. In hoofdstuk 3 zijn de hoofdconclusie van het onderzoek en de een viertal aanbevelingen omschreven. Deze nota sluit af met een nawoord van de rekenkamers. In de bijlage zijn de bestuurlijke reacties opgenomen op het onderzoek van Gedeputeerde Staten van Zeeland en de deelnemende Colleges van Burgemeester en Wethouders van de Zeeuwse gemeenten. In de Nota van Bevindingen wordt uitvoerig verslag gedaan van het uitgevoerde onderzoek en de daaruit voortvloeiende bevindingen (bijlage).

7

8

2. Zeeuws beeld handhaving energiebesparingsplicht Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van de bevindingen uit het onderzoek en daarmee antwoord op de centrale vraag: Hoe werd de handhaving van de energiebesparingsplicht in Zeeland uitgevoerd in de periode 2022 - 2025, welk beleid is dawarop van toepassing, wat zijn de resultaten en hoe wordt daarover verantwoord?

9

Constatering 1: Het handhaven van de energiebesparingsplicht is een gezamenlijke opdracht van de Zeeuwse overheden, waarbij een goede samenwerking en voldoende financiële middelen essentieel zijn voor een effectieve uitvoering. Het handhaven van de energiebeparingsplicht in Zeeland is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeenten, de provincie en omgevingsdiensten. De Provincie en gemeenten zijn bevoegd gezag voor het toezicht op en de handhaving van de energiebesparingsplicht. Tot de bevoegdgezagstaak van Provincie en gemeenten behoren strategische beleidsvorming, besluitvorming over de inzet van middelen, het verstrekken van opdrachten aan omgevingsdiensten en het monitoren en evalueren van beleid. De Provincie Zeeland is bevoegd gezag voor ongeveer 59 bedrijven in Zeeland die onder de energiebesparingsplicht vallen. De gemeenten zijn in dat kader samen voor circa 3.200 bedrijven het bevoegd gezag. De uitvoering van de handhaving ligt niet bij de bevoegde gezagen zelf. Sinds 2023 is toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht een zogeheten verplichte basistaak van omgevingsdiensten. Deze verplichting houdt in dat alleen omgevingsdiensten deze taak kunnen uitvoeren. Daarom heeft in Zeeland de Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland in principe voor de bevoegde gezagen de opdracht de handhaving op de energiebesparingsplicht uit te voeren.

Hierop bestaat een uitzondering. De Provincie Zeeland is in sommige gevallen verplicht om de uitvoering onder te brengen bij omgevingsdienst DCMR. Ten gevolge daarvan voert DCMR de handhaving op de energiebesparingsplicht uit bij circa 29 bedrijven in Zeeland, naast de RUD Zeeland die dat bij de overige circa 3.260 bedrijven doet. De effectiviteit van de controles door omgevingsdiensten op de energiebesparingsplicht in opdracht van de bevoegde gezagen staat niet op zichzelf. Toezichthouders die deze controles uitvoeren, doen dat ook voor andere bevoegde gezagen en vormen samen een team binnen een omgevingsdienst. Energiecontroles zijn steeds meer los komen te staan van andere milieu-inspecties die een omgevingsdienst uitvoert. De rijksoverheid is omgevingsdiensten met diverse financiële instrumenten steeds meer gaan stimuleren de inzet op het energietoezicht te verhogen en het werken met vast personeel daarbij te bevorderen. De reden hiervoor is dat de energiebesparingsplicht voor de rijksoverheid een steeds belangrijker instru10

ment is geworden om klimaat- en energiedoelen te realiseren. Van toezichthouders wordt steeds meer specialisme gevraagd door veranderingen in regels en de uitbreiding van het aantal bedrijven dat onder de plicht valt. Vanaf 2015 moeten inspecteurs kunnen toetsen aan een lijst van erkende maatregelen. Vanaf 2023 vallen alle bedrijven onder de energiebesparingsplicht, ook bijvoorbeeld de glastuinbouw, de vergunningplichtige bedrijven en de bedrijven die onder het CO2-emmissiehandelsysteem van de EU vallen en die voorheen waren uitgezonderd. Deze ontwikkeling verlangt van toezichthouders dat zij met voldoende kennis en kunde kunnen opereren in een krachtenveld waar grote belangen spelen. Het is belangrijker geworden om energiecontroles uit te laten voeren door personeel dat zich hoofdzakelijk met deze taak bezighoudt. Gebeurt dat niet, dan ontstaat het risico dat het thema energie te veel moet concurreren met andere milieuthema’s in het takenpakket van inspecteurs bij omgevingsdiensten. Vanuit historisch perspectief was energie slechts één van de aspecten van een integrale milieucontrole, waarbij ook op andere milieuaspecten werd gecontroleerd, zoals bodemverontreiniging, geluidshinder en externe veiligheid. Deze manier van controleren wordt uit het oogpunt van robuustheid niet langer als praktisch houdbaar gezien.

Om robuuste energieteams bij een omgevingsdienst te kunnen organiseren, is het noodzakelijk dat bevoegde gezagen daarvoor eigen middelen specifiek voor de energietaak inbrengen, naast de middelen die van het Rijk worden ontvangen. Het is belangrijk voor omgevingsdiensten om te weten wat het ambitieniveau van de bevoegde gezagen is en hoeveel zij in meerjarenperspectief willen investeren. Dat maakt duidelijk welke basis er is voor een omgevingsdienst om een organisatie op te bouwen. De volgende constateringen beschrijven dat er in Zeeland nog een verbeterslag mogelijk is in dat kader.

Constatering 2: Beleid werd door de meeste gemeenten in de periode t/m 2025 nauwelijks omgezet in acties om het handhaven van de energiebesparingsplicht te bevorderen. De rekenkamers hebben in hun onderzoek geanalyseerd welke plek het handhaven van de energiebesparingsplicht inneemt in het beleid op het gebied van duurzaamheid, energie, klimaat en milieu. Uit deze analyse blijkt dat het individuele gemeentelijke beleid

divers is. De meeste Zeeuwse gemeenten hebben in hun kaders geen koppeling gelegd met de energiebesparingsplicht als in te zetten instrument om doelen te realiseren. De Regionale Energiestrategie (RES) legt deze koppeling wel. De RES beschrijft hoe de Provincie Zeeland, gemeenten, het waterschap, de netbeheerder en andere partners willen komen tot een duurzaam energiesysteem. Voor 2030 zijn er ambities geformuleerd, waaronder een reductie van meer dan 50% CO²uitstoot. In de RES 1.0 (februari 2020) werd aanbevolen om samen met de RUD een plan op te stellen over hoe de handhaving op de energiebesparingsplicht vorm te geven. De rekenkamers constateren dat deze aanbeveling er slechts in beperkte mate toe heeft geleid dat er conform een plan acties zijn uitgevoerd om de effectiviteit van het handhaven op de energiebesparingsplicht te verhogen. De RUD Zeeland heeft in 2022 een plan2 opgesteld, maar daar heeft nooit besluitvorming over plaatsgevonden, waardoor de door de RUD gevraagde financiële middelen niet door de gemeenten is ingebracht in de periode 2022 tot en met 2025. Hierdoor kon RUD Zeeland slechts in beperkte mate een robuust energieteam vormen.

De controles die de RUD Zeeland wel uitvoerde bij bedrijven en instellingen met de gemeenten als bevoegd gezag (zie constatering 3) werden vrijwel volledig gefinancierd met financieringsinstrumenten van het Rijk, die bedoeld zijn als aanvulling op de inzet door decentrale overheden. Energiebesparing wordt in Zeeland vanuit de RES wel ondersteund, maar dat blijft beperkt tot vrijwillige instrumenten. Er zijn subsidieregelingen gestart vanuit de RES, zoals de subsidieregeling IMPULS Zeeland, die bedrijven en instellingen stimuleert om energiebesparende maatregelen te nemen. Via IMPULS Zeeland (Expertplatform) wordt er ook veel advies en ondersteuning aangeboden, bijvoorbeeld via een nieuwe voucherregeling energiebesparing voor bedrijven en instellingen.

Constatering 3: De inzet op het handhaven van de energiebesparingsplicht blijkt in Zeeland de afgelopen jaren beperkt te zijn geweest. Uitzondering zijn bedrijven met de Provincie Zeeland als bevoegd gezag. De praktijk in Zeeland wat betreft het handhaven van de energiebesparingsplicht blijkt in schril contrast te staan met het doel dat de Rijksoverheid met de plicht voor ogen heeft. Gemiddeld genomen werden in Zeeland jaarlijks circa 170 bedrijven en instellingen gecon-

troleerd van de in totaal ongeveer 3250 bedrijven die onder de plicht vallen. Met dit tempo duurt het ongeveer 20 jaar voordat alle bedrijven in Zeeland worden gecontroleerd. Waar de Rijksoverheid naar een sneller resultaat streeft met het oog op de energie- en klimaatdoelen die zijn gesteld met het oog op het jaar 2030 (controle eens in de vier jaar), bleef de uitvoering daar in Zeeland dus sterk op achter. Daarbij dient te worden opgemerkt dat er een groot verschil is tussen de Provincie Zeeland en de gemeenten als bevoegd gezag: • • • • •

De Provincie formuleerde afgelopen jaren beleid en een doel voor het handhaven van de energiebesparingsplicht. RUD zeeland controleerde alle bedrijven waar de Provincie het bevoegd gezag is in het jaar 2022. De Provincie bleef in de jaren daarna extra middelen beschikbaar stellen voor controles door RUD Zeeland bovenop de beschikbare Rijksmiddelen en het budget voor milieutoezicht. Ook door DCMR wordt op een wijze uitvoering gegeven die passend is bij het door de Provincie Zeeland vastgestelde beleid. DCMR heeft een specifieke aanpak ontwikkeld voor de energieintensieve bedrijven in onder andere Zeeland. Daarbij worden deze bedrijven jaarlijks bezocht. Telkens wordt ingezoomd op bepaalde onderdelen die naar het oordeel van specialisten het meest relevant zijn. Bedrijven met een minder hoog energiegebruik zullen minder vaak bezocht worden, bijvoorbeeld eens in de 2 of 4 jaar.

Tevens wordt opgemerkt dat er enkele gemeenten aangeven met inzet van incidentele middelen te hebben geprobeerd de intensiteit van het toezicht te verhogen.

Constatering 4: De inzet op het handhaven van energiebesparingsplicht door RUD Zeeland zal vanaf 2026 intensiveren. De wijze waarop het VTH-systeem in Nederland is ingericht, bepaalt dat gemeenten en de provincie in de periode 2022–2025 zelf konden besluiten welke prioriteit werd gegeven aan het toezicht op de energiebesparingsplicht en of er geld beschikbaar werd gesteld om een robuuste organisatie en uitvoering te borgen. Uit het onderzoek blijkt dat dit gaat veranderen en dat gemeenten, de provincie en RUD Zeeland daarop hebben geanticipeerd. In 2022 is het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel opgestart. Het programma had tot doel uit-

2 Voorstel energiewerkzaamheden in het takenpakket (RUD Zeeland, d.d. 24 oktober 2022)

11

voering te geven aan de aanbevelingen uit het rapport van de commissie Van Aartsen “Om de leefomgeving”. De commissie Van Aartsen heeft het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) geanalyseerd. De commissie kwam tot de conclusie dat het VTH-stelsel niet goed functioneert en niet voldoet aan de oorspronkelijke bedoeling. Het Interbestuurlijk Programma heeft zes robuustheidscriteria voor omgevingsdiensten geformuleerd. Afgesproken is dat omgevingsdiensten uiterlijk op 1 april 2026 blijvend voldoen aan deze criteria. De robuustheidscriteria worden vastgelegd in regelgeving. Daarmee verdwijnt de vrijblijvendheid voor de bevoegde gezagen en komt er een ondergrens: de zogeheten basis op orde. Basis op orde wil zeggen dat omgevingsdiensten taken kwalitatief, maar vooral kwantitatief kunnen uitvoeren. Voor de RUD Zeeland is geanalyseerd of er wordt voldaan aan de criteria uit het Interbestuurlijk Programma en, wanneer niet werd voldaan, is er een plan van aanpak opgesteld om te laten zien hoe er blijvend kan worden voldaan aan de criteria voor een robuuste omgevingsdienst. Dit plan van aanpak is in februari 2024 gepubliceerd.

In het plan van aanpak is beschreven dat het handhaven van de energiebesparingsplicht een taak is die nog niet volledig wordt uitgevoerd volgens het vereiste niveau van ‘basis op orde’ De RUD Zeeland geeft in het plan van aanpak aan dat het huidige bedrijvenbestand vraagt om een vaste formatie van 4,3 fte. Indien de Rijksoverheid blijft bijdragen met extra financiering, wordt een korting voorgesteld op deze deelnemersbijdrage.

12

In 2025 is RUD Zeeland begonnen met het implementeren van het plan van aanpak. In de begroting 2026 zijn de benodigde middelen opgenomen. De inzet op het handhaven van de energiebesparingsplicht zal vanaf 2026 toenemen. In gesprekken die zijn gevoerd in het kader van dit onderzoek, wordt aangegeven dat de intensiteit van het handhaven op de energiebesparingsplicht zalgaan verdubbelen ten opzichte van de huidige situatie. In tien jaar kunnen alle bedrijven in Zeeland een controle verwachten, in plaats van eens in de twintig jaar in de periode 2022 – 2025 (zie constatering 3). Hierbij dient wel de nuance te worden aangebracht dat hier is gerekend met kengetallen die nog in ontwikkeling zijn. Naarmate de grootte en complexiteit van een bedrijf toenemen, zal het langerzal duren vooraleer de omgevingsdiensten alle relevante bedrijfsonderdelen kunnen controleren om vast te stellen of er wordt voldaan aan de energiebesparingsplicht. Ook het algemene functioneren van milieuzorgsystemen bij bedrijven is van belang. Tot slot wordt opgemerkt dat het niet duidelijk is of de basis op orde brengen van de uitvoering vanaf 2026 zoals hiervoor is beschreven, ook ertoe zal leiden dat het gewenste effect in relatie tot de CO2-reductiedoelstelling wordt bereikt.

Er is niet in beeld gebracht bij de beleidsvorming welke reductiekan worden bereikt met de inzet op het handhaven van de energiebesparingsplicht. De volgende constatering gaat hier nader op in.

Constatering 5: Het handhaven van de energiebesparingsplicht is een effectief instrument om naleven van de regels te

bevorderen: bedrijven gaan overwegend niet automatisch over tot het compleet naleven van de plicht. Echter resultaten over de bijdrage van het handhaven van de energiebesparingsplicht in relatie tot de maatschappelijke opgaven op het gebied van klimaat en energie zijn niet inzichtelijk. Het handhaven van de energiebesparingsplicht is een effectief instrument om het naleven van de regels te bevorderen. Bedrijven gaan overwegend niet automatisch over tot het volledig naleven van de plicht. De rekenkamers zijn nagegaan wat toezichthouders constateren bij controles op de energiebesparingsplicht. Uit de verkregen informatie blijkt dat in circa 80% van de controles één of meer overtredingen worden geconstateerd, waarna een waarschuwingsbrief volgt. Formele handhavingstrajecten, zoals het opleggen van een last onder dwangsom, komen echter weinig voor. Als verklaring voor het relatief lage aantal formele handhavingstrajecten wordt aangegeven dat bedrijven en instellingen relatief welwillend zijn om de toezichtbevindingen op te volgen. Het bewustzijn over het nut en de noodzaak van energiebesparing is de laatste jaren sterk toegenomen na het sterk stijgen van de energieprijzen in 2022, maar dat leidt er dus vaak niet toe dat bedrijven uit zichzelf maatregelen nemen die zich binnen vijf jaar terugverdienen.

Uit dit onderzoek komt naar voren dat bij de huidige energieprijzen een bepaalde mate van dwang (door een reële kans op controle) nodig is om bedrijven aan

te zetten tot het nemen van energiebesparende maatregelen. Tevens wordt de naleving van de plicht bemoeilijkt doordat veel besparingsplichtige bedrijven/instellingen niet weten dat er een energiebesparingsplicht bestaat. In 2023 bleek dat slechts de helft van de MKB-bedrijven die meededen aan een onderzoek, ervan op de hoogte was dat ze moesten voldoen aan de energiebesparingsplicht. Hoe effectief het handhaven van de energiebesparingsplicht precies is, konden de rekenkamers niet achterhalen. Over de bijdrage van het handhaven van de energiebesparingsplicht in relatie tot maatschappelijke opgaven op het gebied van klimaat en energie zijn onvoldoende gegevens beschikbaar. Dit is geen Zeeuws fenomeen. Ook op landelijk niveau is hierover onduidelijkheid en dit speelt tevens in andere Provincies, blijkt uit het onderzoek van de Vereniging voor Rekenkamers en de Algemene Rekenkamer. De evaluatie van beleid en uitvoering op het gebied van energietoezicht kan dus beter, maar het ligt voor de hand om als Zeeuwse overheden niet alleen daarover opnieuw het wiel uit te vinden, maar aan te sluiten op landelijke initiatieven. Wel is het duidelijk dat voor bepaalde subgroepen van bedrijven/instellingen het doelmatiger is te handhaven op de energiebesparingsplicht dan bij andere subgroepen.

Zo noemt de Algemene Rekenkamer de groep bedrijven die onder het Emissiehandel Systeem van de EU vallen als categorie waar handhaving op de energiebesparingsplicht relatief doelmatig en doeltreffend is3. Onderzoek van de Vereniging van Rekenkamers bij 3 Energiebesparingsplicht, 2008-2023 | Algemene Rekenkamer

13

twaalf waterschappen beschrijft3 dat de deelnemende waterschappen de administratieve lasten als hoog ervaren en de milieuwinst als gering beschouwen.

middelen aan besteed worden uit de algemene bijdrage voor milieutoezicht. In de afweging werd prioriteit gegeven aan andere thema’s.

Constatering 6: Er blijkt discussie mogelijk over de financiële middelen die beschikbaar zijn voor RUD Zeeland voor het uitvoeren van de handhaving op de energiebesparingsplicht.

Constatering 7: De verantwoording over het handhaven op de energiebesparingsplicht is gefragmenteerd en wisselend qua informatiewaarde.

Een aantal bij het onderzoek betrokken respondenten geven aan dat de RUD Zeeland meer middelen tot zijn beschikking heeft voor het handhaven van de energiebesparingsplicht, dan de rekenkamer beschrijft bij constatering 3. Deze discussie vindt zijn oorsprong in het oormerken van middelen. De bevoegde gezagen specificeren de structurele middelen die de RUD Zeeland ontvangt voor milieutoezicht (en waar de energiebesparingsplicht een onderdeel van is) namelijk niet nader in de opdrachtverstrekking aan de RUD Zeeland. Het uitgangspunt is dat RUD Zeeland op basis van hun expertise en overzicht een afweging maken op basis van een risico-inschatting hoe het budget wordt ingezet in de uitvoering. Bij deze risico-inschatting dient de RUD Zeeland voor een groot aantal thema’s een integrale afweging te maken welke aandacht per bedrijf of per branche uitgaat in een bepaald jaar. Daarbij kunnen beleidsprioriteiten worden meegegeven door bevoegde gezagen als mee te wegen informatie en dat gebeurt in de praktijk ook. De energiebesparingsplicht is vanuit deze visie een thema waarvoor financiële ruimte is vanuit het budget voor milieutoezicht beschikbaar is om inzet op te plegen, terwijl de rekenkamers in dit onderzoek hebben gefocust op specifiek daarvoor geoormerkte middelen en/ of benutte middelen door de omgevingsdienst.

De motivatie van de rekenkamers om op deze manier te focussen op geoormerkte/benutte middelen ligt in het feit dat de controles op de energiebesparingsplicht in de praktijk steeds meer los zijn komen te staan van het integrale milieutoezicht, zoals reeds is beschreven in constatering 1.

De meeste gemeenten die in het kader van dit onderzoek zijn onderzocht, leggen verantwoording af aan de gemeenteraden over de taken die de RUD Zeeland uitvoert op basis van jaarverslagen, jaarrekeningen en voortgangsrapportages. Dit betreft voornamelijk output en gaat in mindere mate over de bredere resultaten van de energiebesparingsplicht. Provinciale Staten hebben bepaald dat jaarlijks wordt gerapporteerd over de voortgang van toezicht en handhaving van de energiebesparingsplicht (als onderdeel van de rapportage van het milieuprogramma). In 2024 en 2025 zijn de eerste twee monitoringsrapportages verschenen, over respectievelijk 2023 en 2024. De rapportage over 2023 vermeldt dat DCMR alle vergunningen heeft geactualiseerd en dat omgevingsdiensten zijn begonnen met controles op energiebesparende maatregelen. De rapportage over 2024 stelt dat de provincie op koers ligt om in 2026 te voldoen aan de energiebesparingsplicht voor alle bedrijven waar zij bevoegd gezag is. Tegelijk wordt aangegeven dat meer inzicht in de prestaties pas in 2026 wordt verwacht, wanneer er meer data beschikbaar is. In de tweejaarlijkse voortgangsrapportage (mei 2025) van de RES Zeeland is een paragraaf opgenomen over energiebesparing bij bedrijven. Daarin wordt echter niets vermeld over het handhaven op de energiebesparingsplicht.

De RUD Zeeland verantwoordt in de jaarstukken kort over het handhaven op deenergiebesparingsplicht. De jaarstukken van de RUD Zeeland worden toegestuurd aan Provinciale Staten en de Zeeuwse gemeenten.

Uit diverse onderzoeken in het verleden bleek dat de prioriteit voor energiebesparing op basis van integrale afweging laag is: energiebesparing komt onder aan de lijst terecht van urgente thema’s en de energiebesparing die wordt bereikt met de uitvoering van handhaving bleek minder dan beleidsmatig werd beoogd4. Ook uit dit onderzoek blijkt dat zonder het oormerken van middelen, er beperkt prioriteit uitgaat naar specifieke controles op de energiebesparingsplicht (zie constateringen 3 en 4), ook al kunnen daar in beginsel wel 14

4 Zie de onderzoeken van de Algemene Rekenkamer naar de Energiebesparingsplicht (2024) en Noordelijke Rekenkamer (2025) en Rekenkamer Oost (2025).

Energiebesparingsplicht Belangrijk instrument om Nederlandse en EU-klimaatdoelen te realiseren Energie die wordt bespaard hoeft niet opgewekt en getransporteerd te worden. Dit is ook relevant voor netcongestie en de energietransitie.

Van toepassing op: Bedrijven en instellingen met een hoog energieverbruik. > 50.000 Kwh

> 25.000 m3

Bevoegd gezag: Provincie Zeeland Voor circa 60 bedrijven Gemeenten Voor circa 3.200 bedrijven

Uitvoering: Door omgevingsdiensten (verplicht vanaf 2023). DCMR Uitvoering in opdracht van de Provincie.

RUD Zeeland Uitvoering in opdracht van de Provincie en gemeenten.

15

16

3. Conclusie en aanbevelingen

17

3.1 Hoofdconclusie

In de vorige paragraaf is de centrale vraag van het onderzoek beantwoord. De rekenkamers trekken hieruit de volgende hoofdconclusie: Het handhaven van de energiebesparingsplicht in Zeeland blijkt een effectief instrument om energie besparingsmaatregelen bij bedrijven en instellingen in Zeeland te bevorderen. Bij circa 80% van de controles in de afgelopen jaren werden overtredingen op de energiebesparingsplicht vastgesteld. Bedrijven gaan niet allemaal uit zich zelf over tot het nemen van alle energiebesparende maatregelen die zich binnen vijf jaar terug verdienen. Ondanks de effectiviteit van het instrument, blijkt de inzet op het uitvoeren van de handhaving op de energiebesparingsplicht in Zeeland beperkt te zijn geweest in de periode 2021 – 2025. Door wisselende prioriteit bij gemeenten, onvoldoende financiering en gebrekkige samenwerking tussen gemeenten en de RUD Zeeland bleef het tempo van controles laag. De Provincie Zeeland vormde een uitzondering door beleid te ontwikkelen gericht op de energiebesparingsplicht en extra middelen daarvoor jaarlijks in te zetten. De meeste gemeenten boden deze steun niet, waardoor een robuust energieteam van handhavers bij de RUD Zeeland maar beperkt tot ontwikkeling kon komen.

18

Vanaf 2026 zal de robuustheid van de uitvoeringsorganisatie toenemen door landelijke verplichte robuustheidscriteria. De implementatie van het plan van aanpak Robuuste RUD Zeeland, zal de intensiteit van handhaving op de energiebesparing naar verwachting verdubbelen. Het is onduidelijk hoe effectief deze intensivering daadwerkelijk zal bijdragen aan doelen die gesteld zijn voor de maatschappelijke opgaven in relatie tot energie en klimaat in bijvoorbeeld de Regionale Energiestrategie Zeeland. Zowel regionaal als landelijk ontbreekt een goed inzicht in het maatschappelijke effect van handhaving op de energiebesparingsplicht. De verantwoording over de uitvoering van de energiebesparingsplicht is gefragmenteerd en wisselend qua informatiewaarde. Er is winst te behalen wanneer bevoegde gezagen op één plek op dezelfde manier verantwoorden over de handhaving op de energiebesparingsplicht. De tweejaarlijkse verantwoordingsrapportage in het kader van de RES biedt hiervoor aanknopingspunten.

3.2 Aanbevelingen

Provincie Zeeland

Gemeenten

De rekenkamer Zeeland doet Provinciale Staten van Zeeland de volgende aanbevelingen:

De aan dit onderzoek participerende gemeentelijke Zeeuwse rekenkamers, doen de volgende aanbevelingen aan de gemeenteraden van Veere, Schouwen-Duivenland, Vlissingen, Middelburg, Kapelle, Goes, Borsele, Reimerswaal, Tholen en Noord-Beveland: 1. Geef opdracht aan het college van B&W om in overleg met omgevingsdiensten meer inzicht te creëren in de effectiviteit van het handhaven op de energiebesparingsplicht. Dit inzicht dient de doelen die zijn gesteld in relatie tot energie en klimaat te betrekken. Sluit hierbij aan op landelijke informatie en kennisontwikkeling. 2. Geef opdracht aan het college van B&W om de informatiewaarde van de verantwoording over handhaving op de energiebesparingsplicht te verhogen en betrek daarbij de effectiviteit van de inzet. De rekenkamers merken bij deze aanbeveling op dat de tweejaarlijkse verantwoordingsrapportage in het kader van de RES biedt aanknopingspunten deze informatie efficiënt te communiceren aan alle betrokken partijen. 3. Geef opdracht aan het college van B&W om de financiële middelen ten behoeve van het handhaven op de energiebesparingsplicht te oormerken in de opdracht aan de RUD Zeeland. 4. Geef opdracht aan het college van B&W om in samenspraak met de andere opdrachtgevers een zo eenduidig mogelijke opdracht te verlenen richting de RUD Zeeland inzake het handhaven van de energiebesparingsplicht.

1. Geef opdracht aan GS om in overleg met omgevingsdiensten meer inzicht te creëren in de effectiviteit van het handhaven op de energiebesparingsplicht. Dit inzicht dient de doelen die zijn gesteld in relatie tot energie en klimaat te betrekken. Sluit hierbij aan op landelijke informatie en kennisontwikkeling. 2. Geef opdracht aan GS om de informatiewaarde van de verantwoording over handhaving op de energiebesparingsplicht te verhogen en te koppelen aan het doel in het Milieuprogramma 2023 - 2027: In 2026 voldoen alle bedrijven waar GS bevoegd gezag is aan de energiebesparingsplicht. 3. Geef opdracht aan GS om de financiële middelen ten behoeve van het handhaven op de energiebesparingsplicht te blijven oormerken in de opdracht aan de RUD Zeeland. 4. Geef opdracht aan GS om vanuit de regierol in samenspraak met de andere opdrachtgevers een zo eenduidig mogelijke opdracht te verlenen richting de RUD Zeeland inzake het handhaven van de energiebesparingsplicht. De rekenkamer Zeeland merkt bij deze aanbeveling op dat de Regionale Energiestrategie Zeeland een logisch reeds bestaand samenwerkingsverband is om beleidsmatig af te stemmen over prestaties en inzet op de energiebesparingsplicht als instrument daarbij.

De rekenkamers merken bij deze aanbeveling op dat de Regionale Energiestrategie Zeeland een logisch reeds bestaand samenwerkingsverband is om beleidsmatig af te stemmen over prestaties en inzet op de energiebesparingsplicht als instrument daarbij

19

20

4. Nawoord

21

Nawoord

Wij danken het college van Gedeputeerde Staten van Zeeland en de colleges van Burgemeester en Wethouders van de deelnemende Zeeuwse gemeenten voor hun bestuurlijke reactie op de bestuurlijke nota over handhaven van de energiebesparingsplicht in Zeeland. Deze bestuurlijke reacties zijn opgenomen in de bijlage. Provinciale Staten van Zeeland en de verschillende gemeenteraden ontvangen van hun eigen rekenkamers een aanbiedingsbrief, waarin nader wordt ingegaan op de bestuurlijke reactie van de betreffende colleges. De ontvangen bestuurlijke reacties zijn als bijlage bij dit eindrapport opgenomen.

22

Bijlagen 1. Bestuurlijke reacties GS en colleges van B&W 2. Nota van bevindingen

Abdij 6 4331BK Middelburg Postbus 6001 4330 LA Middelburg +31 118631011 IBAN NL08 BNGH 0285010557

Gedeputeerde Staten

Rekenkamer Zeeland t.a.v. de voorzitter Postbus 6001 4330 LA Middelburg

Onderwerp

Zaaknummer

Onderzoek Rekenkamer Handhaving Energiebesparingsplicht

800192

Behandeld door

Verzonden

Middelburg, 27 januari 2026 Geachte voorzitter, De Rekenkamer Zeeland heeft onderzoek gedaan naar handhaving van de energiebesparingsplicht. Naar aanleiding van de hoofdconclusie geeft de Rekenkamer Zeeland vier aanbevelingen aan Provinciale Staten. Wij herkennen het geschetste beeld en onderschrijven de hoofdconclusie dat handhaving van de energiebesparingsplicht een effectief instrument is, terwijl de maatschappelijke effecten daarvan nog onvoldoende inzichtelijk zijn. Ook herkennen wij de constatering dat de Provincie Zeeland de afgelopen jaren relatief actief heeft ingezet op dit instrument en dat vanaf 2026 een verdere intensivering van de uitvoering wordt voorzien. Verschillen in opdrachtverlening door bevoegde gezagen kunnen een effect hebben op de doelmatigheid en effectiviteit van de uitvoering. Wij zijn bereid om kennis te delen en het gesprek te blijven voeren met de Zeeuwse gemeenten en andere opdrachtgevers om de opdrachtverstrekking richting de RUD Zeeland verder te verbeteren. U heeft Gedeputeerde Staten verzocht om een bestuurlijke reactie te geven op het door u verrichte onderzoek, alsmede de daaruit voortgekomen conclusies en aanbevelingen. In de bijlage staat onze reactie op de vier aanbevelingen aan Provincie Zeeland. Gedeputeerde Staten spreken de waardering uit voor het onderzoek.

Het geeft helder en duidelijk inzicht over de handhaving energiebesparingsplicht in Zeeland. GS herkennen zich in de conclusies en aanbevelingen. Een aantal van de aanbevelingen worden al opgepakt of zijn reeds in gang gezet. In de bijlage vindt u de reactie van GS op elk van de vier aanbevelingen. Met vriendelijke groet, Gedeputeerde Staten van Zeeland,

 H.M. de Jonge Voorzitter

 drs. M.C.J. Franken Secretaris-algemeen directeur

Bijlagen: 1. Reactie GS op onderzoek Rekenkamer Zeeland naar handhaving energiebesparingsplicht Noem in uw contact met ons steeds het zaaknummer. Dit staat bovenaan deze brief.

Behoort bij brief met zaaknummer: 800192

2

Reactie van Gedeputeerde Staten op de aanbevelingen van de Rekenkamer Zeeland uit de Bestuurlijke Nota handhaving energiebesparingsplicht

Hieronder gaan wij per aanbeveling in op de wijze waarop wij hieraan opvolging geven. Aanbeveling 1 Geef opdracht aan GS om in overleg met omgevingsdiensten meer inzicht te creëren in de e!ectiviteit van het handhaven op de energiebesparingsplicht, gekoppeld aan energie- en klimaatdoelen, en daarbij aan te sluiten op landelijke informatie en kennisontwikkeling. Reactie GS Zoals ook in de Bestuurlijke Nota is aangegeven, is het inzicht in de daadwerkelijke bijdrage van handhaving van de energiebesparingsplicht aan energie- en klimaatdoelen momenteel beperkt, zowel regionaal als landelijk. Wij zullen daarom samen met RUD Zeeland en DCMR verkennen hoe de beschikbare uitvoeringsinformatie beter kan worden benut om zicht te krijgen op de e,ecten van handhaving, zonder daarbij zelfstandig nieuwe systemen te ontwikkelen. Wij sluiten daarbij nadrukkelijk aan bij landelijke initiatieven en kennisontwikkeling, onder meer via het Rijk, de Vereniging van Omgevingsdiensten en de inzichten van de Algemene Rekenkamer. Het doel is om de Zeeuwse informatiepositie te verbeteren binnen de kaders en mogelijkheden die landelijk worden ontwikkeld.

Aanbeveling 2 Geef opdracht aan GS om de informatiewaarde van de verantwoording over handhaving op de energiebesparingsplicht te verhogen en te koppelen aan het doel in het Milieuprogramma 2023–2027: In 2026 voldoen alle bedrijven waar GS bevoegd gezag is aan de energiebesparingsplicht. Reactie GS In het Milieuprogramma 2023–2027 is expliciet het doel opgenomen dat in 2026 alle bedrijven waarvoor de provincie bevoegd gezag is, voldoen aan de energiebesparingsplicht. In de jaarlijkse voortgangsrapportages is reeds gestart met het monitoren van deze doelstelling. Wij zullen in afstemming met betrokken partijen de verantwoording verder door ontwikkelen door de bestaande rapportages te verdiepen, onder meer door duidelijker te onderscheiden tussen output (aantal controles, constateringen) en voortgang richting het beleidsdoel. Daarbij wordt rekening gehouden met de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van data en met de uitvoeringspraktijk bij de omgevingsdiensten.

Aanbeveling 3 Geef opdracht aan GS om de "nanciële middelen ten behoeve van het handhaven op de energiebesparingsplicht te blijven oormerken in de opdracht aan de RUD Zeeland. Reactie GS Wij geven reeds invulling aan deze aanbeveling. In de afgelopen jaren heeft de provincie bewust gekozen voor het oormerken van middelen voor handhaving van de energiebesparingsplicht, aanvullend op Rijksmiddelen en reguliere budgetten voor milieutoezicht. Deze lijn zetten wij voort. Het oormerken van middelen achten wij noodzakelijk om de prioriteit van energietoezicht te borgen, bij te dragen aan de vorming en instandhouding van een robuust energieteam en om te voorkomen dat dit thema in de integrale afweging binnen het milieutoezicht structureel onderbelicht raakt. Aanbeveling 4 Geef opdracht aan GS om vanuit de regierol in samenspraak met de andere opdrachtgevers een zo eenduidig mogelijke opdracht te verlenen richting de RUD Zeeland inzake het handhaven van de energiebesparingsplicht. Reactie GS Wij herkennen dat verschillen in opdrachtverlening door bevoegde gezagen invloed kunnen hebben op de doelmatigheid en e,ectiviteit van de uitvoering. Wel geldt dat gemeenten en Provincie eigenstandige bevoegdheid hebben om opdracht te verstrekken aan de RUD-Zeeland.

Wij zijn bereid om kennis te delen en in gesprek te blijven met de Zeeuwse gemeenten en andere opdrachtgevers over verdere harmonisatie van uitgangspunten, ambities en opdrachten richting de RUD Zeeland.

Slotopmerking Gedeputeerde Staten beschouwen de aanbevelingen van de Rekenkamer als een ondersteuning van de ingezette koers. Met de implementatie van het plan van aanpak robuuste RUD Zeeland en de intensivering van het toezicht vanaf 2026 wordt een belangrijke stap gezet. Tegelijk blijven wij oog houden voor het verbeteren van sturing, verantwoording en inzicht in maatschappelijke e,ecten, in samenhang met landelijke ontwikkelingen.

Afdeling Afdeling Dienstverlening

Rekenkamer De Bevelanden & Tholen

Uw contactpersoon

Telefoonnummer

Geachte heer Metz,

Op 18 december 2025 hebben wij het conceptrapport Onderzoek energiebesparingsplicht ontvangen, dat u samen met de Rekenkamer Zeeland heeft opgesteld. In uw begeleidende brief vraagt u de gemeente Goes om vóór 29 januari een bestuurlijke reactie te geven. Samen met andere Zeeuwse gemeenten hebben wij u om vier weken uitstel gevraagd zodat wij onze reactie onderling kunnen afstemmen. Wij waarderen het dat u met dit verzoek hebt ingestemd. Naar aanleiding van het conceptrapport geven wij hierbij onze bestuurlijke reactie. De gemeente Goes onderschrijft dat een goede uitvoering van de taken door zowel Provincie als gemeenten bij de handhaving van de energiebesparingsplicht essentieel is voor het behalen van de energie- en klimaatdoelen die door de Rijksoverheid worden nagestreefd. Vanaf 1 april 2026 zal de robuuste RUD Zeeland volledig operationeel zijn. In dit kader worden de controles op de informatie- en energiebesparingsplicht geïntensiveerd van eens per twintig jaar naar eens per tien jaar overeenkomstig het uitvoeringsplan van de robuuste RUD. De gemeente stelt hiervoor de benodigde financiële middelen beschikbaar.

Onderwerp Bestuurlijke reactie wederhoor Onderzoek Energiebesparingsplicht Datum 25 februari 2026 Verzonden

Uw kenmerk RDBT-2025-12-18 Ons kenmerk Z25.270323 / D26.1513402 Bijlagen

Pagina 1

Ten aanzien van de overige aanbevelingen zijn wij van mening dat die onderdeel moeten zijn van de nog op te stellen regionale probleem- en risicoanalyse. Een werkgroep daartoe is inmiddels opgestart. Wij vragen u hierbij om onze bestuurlijke reactie mee te nemen bij het opstellen van het definitieve rapport. Mocht u hierover nog vragen hebben dan kunt u contact opnemen met

IBAN Rekeningnummer: NL39BNGH0285002821

Gemeente Goes | Afdeling Dienstverlening

Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Goes, namens hen,

A. Schroevers Adj. afdelingshoofd Dienstverlening

Onderwerp Bestuurlijke reactie wederhoor Onderzoek energiebesparingsplicht Datum 25 februari 2026 Uw kenmerk RDBT-2025-12-18 Ons kenmerk Z25.270323 / D26.1513402

Pagina 2

*Z02D8F24E15*



Rekenkamer De Bevelanden en Tholen Per mail: rekenkamer@rkdbt.nl

verzonden : bijlage :

uw brief van uw kenmerk

: :

onderwerp : Bestuurlijk wederhoor onderzoek Energiebesparingsplicht

*Z031826A 690* zaaknummer documentnummer behandelaar

: Z25.042277 : D26.364494 :

Geachte mevrouw, heer, Op 18 december 2025 hebben wij het conceptrapport Onderzoek energiebesparingsplicht ontvangen, dat u samen met de Rekenkamer Zeeland heeft opgesteld. In uw begeleidende brief vraagt u de gemeente Noord-Beveland om vóór 29 januari een bestuurlijke reactie te geven. Samen met andere Zeeuwse gemeenten hebben wij u om vier weken uitstel gevraagd zodat wij onze reactie onderling kunnen afstemmen. Wij waarderen het dat u met dit verzoek hebt ingestemd. Naar aanleiding van het conceptrapport geven wij hierbij onze bestuurlijke reactie. De gemeente Noord-Beveland onderschrijft dat een goede uitvoering van de taken door zowel provincie als gemeenten bij de handhaving van de energiebesparingsplicht essentieel is voor het behalen van de energie- en klimaatdoelen die door de Rijksoverheid worden nagestreefd. Vanaf 1 april 2026 zal de robuuste RUD Zeeland volledig operationeel zijn. In dit kader worden de controles op de informatie- en energiebesparingsplicht geïntensiveerd van eens per twintig jaar naar in ieder geval eens per tien jaar overeenkomstig het uitvoeringsplan van de robuuste RUD. De gemeente stelt hiervoor de benodigde financiële middelen beschikbaar. Ten aanzien van de overige aanbevelingen zijn wij van mening dat die onderdeel moeten zijn van de nog op te stellen regionale probleem- en risicoanalyse. Een werkgroep daartoe is inmiddels opgestart.

Pagina 2 Wij vragen u hierbij om onze bestuurlijke reactie mee te nemen bij het opstellen van het definitieve rapport. Heeft u nog vragen? Neem dan gerust contact op met de behandelend ambtenaar. De behandelend ambtenaar is bereikbaar via telefoonnummer 14 0113 of per e-mail via info@noord-beveland.nl.

Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Noord-Beveland, {{esl:Signer1:Capture:size(125,75)}}{{esl:Signer2:Capture:size(125,75)}}

mr. B.C.C. Melis secretaris

drs. G.L. Meeuwisse burgemeester

Oude Plein 1, 4416 AK Kruiningen Postbus 70, 4416 ZH Kruiningen gemeente@reimerswaal.nl www.reimerswaal.nl 0113 395 000 Per mail verzonden: rekenkamer@rkdbt.nl

Rekenkamer De Bevelanden & Tholen

Uw brief van : 19-12-2025 Uw kenmerk :

Zaak : Z25.039092 Document : D26.301346

Contactpersoon Bijlage

: :

Onderwerp: reactie op rapport Energiebesparingsplicht

Kruiningen, 26 februari 2026 Geachte mevrouw, heer, Op 18 december 2025 heeft u ons het conceptrapport onderzoek Energiebesparingsplicht toegezonden, dat u samen met de Rekenkamer Zeeland heeft opgesteld. In uw begeleidende brief vraagt u ons om vóór 29 januari 2026 een bestuurlijke reactie te geven. Samen met andere Zeeuwse gemeenten hebben wij u om vier weken uitstel gevraagd zodat wij onze reactie onderling kunnen afstemmen. Wij waarderen het dat u met dit verzoek hebt ingestemd. Naar aanleiding van het conceptrapport geven wij hierbij onze bestuurlijke reactie. Wij onderschrijven dat een goede uitvoering van de taken door zowel provincie als gemeenten bij de handhaving van de energiebesparingsplicht essentieel is voor het behalen van de energie- en klimaatdoelen die door de Rijksoverheid worden nagestreefd. Vanaf 1 april 2026 zal de robuuste RUD Zeeland volledig operationeel zijn. In dit kader worden de controles op de informatie- en energiebesparingsplicht geïntensiveerd van eens per twintig jaar naar eens per tien jaar. De gemeente stelt hiervoor de benodigde financiële middelen beschikbaar. Ten aanzien van de overige aanbevelingen zijn wij van mening dat die onderdeel moeten zijn van de nog op te stellen regionale probleem- en risicoanalyse. Een werkgroep daartoe is inmiddels opgestart. Informatie Voor meer informatie kunt u contact opnemen met

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Reimerswaal

mr. F. Marquinie, MBA Secretaris

J.J. Luteijn Burgemeester wnd.

Rekenkamer Schouwen-Duiveland Laan van St. Hilaire 2 4301 SH Zierikzee

Ons kenmerk Aantal bijlage(n) Onderwerp

: zaaknummer 1678792 Behandeld door : :1 Datum : 25 februari 2026 : Bestuurlijke reactie op conceptrapport Onderzoek energiebesparingsplicht

Geachte heer, mevrouw Op 18 december 2025 hebben wij het conceptrapport Onderzoek energiebesparingsplicht ontvangen, dat u samen met de Rekenkamer Zeeland en de overige Zeeuwse rekenkamers heeft opgesteld. In uw begeleidende brief vraagt u aan de gemeente om v66r 29 januari 2026 een bestuurlijke reactie te geven. Samen met de andere Zeeuwse gemeenten hebben wij u om vier weken uitstel gevraagd zodat wij onze reactie onderling kunnen afstemmen. Wij waarderen het dat u met dit verzoek hebt ingestemd. Naar aanleiding hiervan geven wij hierbij onze bestuurlijke reactie. De gemeente Schouwen-Duiveland onderschrijft dat een goede uitvoering van de taken door zowel Provincie als gemeenten bij de handhaving van de energiebesparingsplicht essentieel is voor het behalen van de energieen klimaatdoelen die door de Rijksoverheid worden nagestreefd. In 2019 heeft de gemeente Schouwen-Duiveland haar eerste Energieagenda vastgesteld. Deze is in september 2025 geactualiseerd tot de Energieagenda 2025-2030. Zowel in de eerste als in de tweede Energieagenda zijn doelstellingen opgenomen op het gebied van energiebesparing en CO2-reductie. Een van de acties om deze doelstellingen te realiseren is de handhaving van de energiebesparingsplicht, dat namens de gemeente wordt uitgevoerd door de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Zeeland.

De handhaving van de energiebesparingsplicht is daarmee verankerd in ons beleid. Door middel van het plan van aanpak verduurzaming bedrijven, dat in 2020 is vastgesteld, ondersteunen wij bedrijven bij energiebesparing en CO2-reductie en schenken wij aandacht aan de energiebesparingsplicht. Om in 2025 een extra impuls te geven aan de handhaving van de energiebesparingsplicht, hebben wij de RUD Zeeland opdracht gegeven om tien extra energiecontroles uit te voeren bij bedrijven met een hoog energieverbruik. Vanaf 2026 zal de robuuste RUD Zeeland volledig operationeel zijn. In dit kader worden de controles op de energiebesparingsplicht geïntensiveerd van een keer in de twintig jaar naar een keer in de tien jaar. De gemeente stelt hiervoor extra financiële middelen beschikbaar. Samen met de andere Zeeuwse gemeenten onderzoeken wij de mogelijkheid om deze frequentie op termijn verder te verhogen naar eens per vier jaar. Wij vragen u hierbij om onze bestuurlijke reactie mee te nemen bij het opstellen van het definitieve rapport. Mocht u hierover nog vragen hebben dan kunt u contact opnemen met Met vriendelijke groet, namens burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland,

J.Chr. van der Hoek MBA Burgemeester Postadres: Postbus 5555, 4300 JA Zierikzee Bezoekadres: Laan van St. Hilaire 2, 4301 SH Zierikzee

mr. S.J.A. Bronsveld Secretaris T: (0111) 452 000 www.schouwen-duiveland.nl

BIC: BNGHNL2G IBAN: NL80BNGH0285076094

Hof van Tholen 2 4691 DZ Tholen Postbus 51 4690 AB Tholen

Aan de Rekenkamer De Bevelanden en Tholen via rekenkamer@rkdbt.nl

Uw brief d.d.: Uw kenmerk: Ons kenmerk: Bijlage: Datum: Verzenddatum: Onderwerp:

telefoon: 14 0166 e-mail: gemeente@tholen.nl website: www.tholen.nl bank: NL14BNGH0285008315 bic: BNGHNL2G btw-nummer: NL0017.26.006.B.01 kvk-nummer: 20166109

18 december 2025 RDBT-2025-12-18 1437407 24 februari 2026 25 februari 2026 Bestuurlijk wederhoor Onderzoek Energiebesparingsplicht

Geachte leden van de Rekenkamer, Op 18 december 2025 hebben wij het conceptrapport Onderzoek energiebesparingsplicht ontvangen, dat u samen met de Rekenkamer Zeeland heeft opgesteld. In uw begeleidende brief vraagt u de gemeente om vóór 29 januari een bestuurlijke reactie te geven. Samen met andere Zeeuwse gemeenten hebben wij u om vier weken uitstel gevraagd zodat wij onze reactie onderling kunnen afstemmen. Wij waarderen het dat u met dit verzoek hebt ingestemd. Naar aanleiding van het conceptrapport geven wij hierbij onze bestuurlijke reactie. We onderschrijven dat een goede uitvoering van de taken door zowel Provincie als gemeenten bij de handhaving van de energiebesparingsplicht essentieel is voor het behalen van de energie- en klimaatdoelen die door de Rijksoverheid worden nagestreefd. Vanaf 1 april 2026 zal de robuuste RUD Zeeland volledig operationeel zijn. In dit kader worden de controles op de informatie- en energiebesparingsplicht geïntensiveerd van eens per twintig jaar naar eens per tien jaar. De gemeente stelt hiervoor de benodigde financiële middelen beschikbaar. Ten aanzien van de overige aanbevelingen zijn wij van mening dat die onderdeel moeten zijn van de nog op te stellen regionale probleem- en risicoanalyse. Een werkgroep is inmiddels opgestart. Naast uw Rekenkamer zijn nog enkele rekenkamers in Zeeland ingesteld.

Wanneer het gewenst is tot 1 Zeeuwsbrede lijn te komen in plaats van een regionale lijn zal dit ook met deze gemeenten besproken moeten worden. Daar hebben we nu geen kans voor gezien en is een actie die we als gemeenten in de toekomst nog kunnen oppakken. Hier is momenteel nog geen sprake van.

-2-

Wij vragen u hierbij om onze bestuurlijke reactie mee te nemen bij het opstellen van het definitieve rapport. Mocht u hierover nog vragen hebben dan kunt u contact opnemen met Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Tholen,

J.K. Fraanje secretaris

M.L.P. Sijbers burgemeester

Rekenkamer Veere t.a.v. de heer M. Rossen

datum uw brief van uw kenmerk ons kenmerk behandeld door doorkiesnummer afdeling

: : : : : : :

23 december 2025

25BYL03247

Directie

onderwerp: Bestuurlijke reactie rekenkameronderzoek energiehandhavingsplicht Geachte leden van de Rekenkamer, Wij hebben kennisgenomen van de bestuurlijke nota ‘Handhaving energiebesparingsplicht’. Het rapport biedt ons als bevoegd gezag een goed overzicht van de verplichtingen en uitdagingen ten aanzien van dit thema. We zien hiermee duidelijk de link met de te behalen duurzaamheidsdoelstellingen. Hiervoor hebben we een gezamenlijke inspanningsverplichting. Zoals het rapport schetst ligt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Handhaving op de energiebesparingsplicht bij de omgevingsdiensten. Voor ons is dit RUD Zeeland. RUD Zeeland heet vanaf 2026 Omgevingsdienst (Od) Zeeland. De organisatie doorgaat momenteel de ontwikkeling naar een robuuste Od. Structurele borging van de basistaak energie maakt daarbij onderdeel uit van de ‘basis op orde’. Hiervoor is ook geld opgenomen in de begroting 2026 onder de noemer ‘structurele dekking basistaak energie’. Hiermee wordt de in 2026 weg te vallen SPUK-THE financiering opgevangen. Om RUD Zeeland een goede opdracht mee te geven voor de handhaving van de energiebesparingsplicht is het ons als deelnemer allereerst van belang dat we weten wat de RUD precies hieraan doet met de huidige beschikbare middelen. Dit om in te kunnen schatten wat aanvullend hierop nodig is om de doelstellingen te bereiken.

De nota geeft aan dat de RUD komende jaren toe wilt werken naar een controlefrequentie van eens in de 10 jaar: momenteel is dit eens in de 20 jaar. De toezegging van eens per 10 jaar kregen wij ambtelijk niet. Wij hebben meermaals uitgevraagd welke controlefrequenties RUD Zeeland gaat hanteren met de uitgegeven middelen. Hierop kwam geen eenduidig antwoord. Zolang hierover geen duidelijkheid is, kunnen wij ook niet beoordelen of er aanvullende middelen nodig zijn. Aan het einde van de nota worden enkele aanbevelingen gedaan. Hierop kunnen de we als college de volgende reacties geven: Uit aanbeveling 1 maken we op dat het de bedoeling is dat de colleges meer inzicht opdoen uit opgedane ervaringen van andere omgevingsdiensten. We willen hierbij meegeven dat één van onze collegeleden lid is van het AB GR RUD Zeeland. Hiermee is er

correspondentieadres: Postbus 1000 4357 ZV Domburg

tel.: 0118 555444 e-mail: gemeente@veere.nl

BNG: 285074571 IBAN: NL73BNGH0285074571 BIC: BNGHNL2G

bezoekadres: Traverse 1 Domburg

vanuit het college geen directe binding met overige omgevingsdiensten. Wel kunnen wij deze opdracht meegeven aan de RUD. Bij voorkeur op regionaal niveau. Aanbeveling 2 maakt gebruik van het begrip ‘informatiewaarde’. Dit begrip zien wij graag beter geduid. RUD Zeeland rapporteert jaarlijks Zeeuwsbreed in hun jaarverslag over de verrichte werkzaamheden. Deze jaarverslagen zijn van algemene aard. Om het gewenste inzicht te krijgen in de effectiviteit van de handhaving energiebesparingsplicht zou daarom een flinke verdiepingsslag nodig zijn. Aanbeveling 3 geeft aan dat de benodigde financiële middelen geoormerkt moeten worden. Momenteel zijn deze middelen als zodanig opgenomen in de begroting 2026. Onduidelijk is of hiermee aan deze aanbeveling voldaan wordt, of dat er meer nodig is. Aanbeveling 4 heeft onze Veerse Rekenkamer er apart aan toegevoegd. Deze aanbeveling gaat over een gezamenlijke opdrachtformulering (Zeeuwse gemeenten en de provincie). Wat ons betreft raakt deze aanbeveling de kern en zijn aanbeveling 1 t/m 3 onlosmakelijk verbonden met aanbeveling 4. We zouden wij daarom graag zien dat deze aanbeveling Zeeuwsbreed gedeeld wordt. De nota geeft aan dat de provincie reeds beleid heeft geformuleerd hiervoor. Het lijkt ons een kans om vanuit dit beleid gezamenlijk te bekijken wat aanvullend hierop nodig is voor deze maatschappelijke opgave.

Unanimiteit is hierin een kritische succesfactor. Daarom is het zaak dat dit onderwerp breed onder de aandacht komt, op zowel ambtelijk niveau (deelnemersoverleg), als op bestuurlijk niveau (algemeen bestuur) van de RUD. Kanttekening hierbij is dat er hedendaags meerdere maatschappelijke opgaven liggen, waarvoor we gezamenlijk aan de lat staan. Een eventueel te voeren discussie over benodigde middelen en capaciteit zal daarom breder doorgetrokken worden en mede gevoerd worden op basis van prioritering. Tot slot willen we meegeven dat we momenteel bestuurlijk onze zorgen uiten aangaande de continuïteit van de RUD. De RUD heeft moeite met het op orde krijgen van de organisatie, maar maakt hiervoor wel stappen in de juiste richting. De voortgang in dit proces is momenteel nog te pril om hieruit conclusies te trekken. Als bevoegd gezag zijn wij bereid om voor het behalen van de doelstellingen extra middelen vrij te stellen. Het is in lijn met het continuïteitsvraagstuk echter wel de vraag of dit direct tot de gewenste effecten leidt. We geven er daarom de voorkeur aan om eerst af te wachten of de beoogde controlefrequentie van eens in de 10 jaar haalbaar is. Om van daaruit te bekijken of en hoeveel aanvullende middelen er nog nodig zijn.

Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Veere, namens het college, de gemeentesecretaris,

E.T. Israël

correspondentieadres: Postbus 1000 4357 ZV Domburg

tel.: 0118 555444 e-mail: gemeente@veere.nl

BNG: 285074571 IBAN: NL73BNGH0285074571 BIC: BNGHNL2G

bezoekadres: Traverse 1 Domburg

Rekenkamer Vlissingen T.a.v. dhr. W. Van Wijngaarden/ mevr. I. Pattenier

UW BRIEF VAN

UW KENMERK

BEHANDELD DOOR

BEZOEKADRES

Paul Krugerstraat 1

ONS KENMERK

DATUM

2835651 / 2843768

18 maart 2026

TELEFOON

BIJLAGEN

+31118729612

ONDERWERP

Rekenkamerrapport Energiebesparingsplicht

Geachte heer, mevrouw, Op 18 december 2025 hebben wij het conceptrapport Onderzoek Energiebesparingsplicht ontvangen dat u samen met de Rekenkamer Zeeland heeft opgesteld. In uw begeleidende brief vraagt u de gemeente Vlissingen een bestuurlijke reactie te geven. De gemeente Vlissingen onderschrijft dat een goede uitvoering van de taken door zowel Provincie als gemeenten bij de handhaving van de energiebesparingsplicht essentieel is voor het behalen van de energie- en klimaatdoelen die door de Rijksoverheid worden nagestreefd. Dit hebben wij als gemeente ook opgenomen in het Programma Toekomstbestendige Leefomgeving. Vanaf 1 april 2026 zal de robuuste RUD Zeeland volledig operationeel zijn. In dit kader worden de controles op de informatie- en energiebesparingsplicht geïntensiveerd van eens per twintig jaar naar eens per tien jaar overeenkomstig het uitvoeringsplan van de robuuste RUD. De financiële middelen voor het toezicht op en de handhaving van de Energiebesparingsplicht zijn opgenomen in de begroting 2026 onder de jaarbijdrage voor RUD Zeeland. Het energietoezicht is opgenomen in het Jaarplan 2026, de opsomming van taken met kostenraming, die RUD Zeeland in 2026 voor de gemeente Vlissingen zal uitvoeren. Ten aanzien van de overige aanbevelingen zijn wij van mening dat dit onderdeel moet zijn van de nog op te stellen regionale probleem- en risicoanalyse.

Een werkgroep daartoe is inmiddels opgestart.

POSTBUS 3000, 4380 GV VLISSINGEN TELEFOON 0118-487000 EMAIL GEMEENTE@VLISSINGEN.NL FAX 0118-410218 IBAN: NL36BNGH0285008889 BIC: BNGHNL2G

Wij vragen u hierbij om onze bestuurlijke reactie mee te nemen bij het opstellen van het definitieve rapport. Mocht u hierover nog vragen hebben dan kunt u contact opnemen met Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Vlissingen, de secretaris, de burgemeester, drs. R.D.A. Wiskerke drs. A.R.B. van den Tillaar

Blad 2 behorend bij 2835651 / 2843768

Colofon Dit onderzoek is uitgevoerd door de rekenkamers van de gemeenten Schouwen-Duiveland, Veere, Goes, Borsele, Noord-Beveland, Tholen, Kapelle, Reimerswaal, Middelburg en Vlissingen en de Provincie Zeeland. De rekenkamers voeren onafhankelijk onderzoek uit naar de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van het gevoerde beleid. Rekenkamers zijn onafhankelijk. Het onderzoek is bedoeld om de kaderstellende en controlerende rol van Provinciale Staten en de gemeenteraden te versterken. 18 december 2025 Status: definitief

2

I NHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING ................................................................................................................................................ 5 1.1 AANLEIDING .............................................................................................................................................. 5 1.2 DOELSTELLING ........................................................................................................................................... 5 1.3 SCOPE...................................................................................................................................................... 5 1.4 ACHTERGRONDEN BIJ DE ENERGIEBESPARINGSPLICHT......................................................................................... 6 1.5 VRAAGSTELLING ......................................................................................................................................... 8 CENTRALE VRAAGSTELLING ........................................................................................................................................ 8 DEEL- OF ONDERZOEKSVRAGEN ..................................................................................................................................

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17073140/1