5.5 Antwoordnota zienswijzen ontwerp bestemmingsplan brandweerpost
Tekst van het document
geluidsniveau in de nachtperiode 74 dB(A) bedragen, nog steeds een overschrijding van 14 dB(A). Het is niet voor niets dat in milieuwetgeving ‘geluidpieken tijdens het uitrukken ten behoeve van ongevals- en brandbestrijding’ uitgesloten zijn van toetsing. ad 10. De aannames die in het akoestisch onderzoek zijn opgenomen voor installaties (luchtbehandelingskast en warmtepompen) zijn realistisch. De installaties die uiteindelijk worden toegepast moeten voldoen aan de wettelijke normen. Hierop wordt toegezien. Indien in de praktijk er toch klachten zijn, kunnen deze te allen tijde gemeld worden via het daarvoor bestemde meldpunt voor milieuklachten. Als na controle blijkt dat niet voldaan kan worden aan de normen zullen aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden om deze overschrijdingen teniet te doen. ad 11. Wij delen deze stelling niet, temeer omdat het geluid van een sirene de communicatie in het brandweervoertuig ook bemoeilijkt. De brandweer zal alleen daardoor al niet geneigd zijn om de sirene aan te zetten wanneer de verkeerssituatie daar niet om vraagt. ad 12. Het door indiener gestelde is niet juist. Zonder sirene vinden er geen overschrijdingen plaats van het equivalente geluidsniveau (= langtijdgemiddelde geluidsniveau). ad 13. ‘Geprojecteerde woning’ is vaktaal.
In het kader van een akoestisch onderzoek kan het zowel gaan om woningen die er al zijn als woningen die nog gebouwd gaan worden. Voor de onderzoeksresultaten maakt dit geen verschil. Bedrijven en milieuzonering ad 14. Dat een kortere afstand wordt aangehouden dan de richtafstand van 50 meter uit de handreiking Bedrijven en milieuzonering wil niet zeggen dat de brandweerpost er niet kan komen. Voor de nieuwbouw van de brandweerpost binnen 50 meter van een woonbestemming dient nader onderzoek plaats te vinden of de beoogde ontwikkeling vanuit milieuoogpunt (in casu: geluid) aanvaardbaar is. Om die reden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. In de handreiking van de VNG is een toetsingskader voor geluid opgenomen, bestaande uit vier stappen waarbij per stap de geluidsbelasting groter wordt en daarmee de onderzoeks- en motiveringsplicht (zie paragraaf 2.2 van het akoestisch rapport). Dit toetsingskader, dat overigens geen wettelijke status kent, is gevolgd. Bedrijfsactiviteiten/Activiteitenbesluit ad 15. Wij zijn van mening dat dit wat vergezocht is. De redenering van indiener volgend zouden bedrijven ook geen bedrijfsborrel mogen houden, omdat dit niet past bij een inrichting. Het is niet meer dan normaal dat een organisatie af en toe informele bijeenkomsten organiseert met het oog op groepsbinding en als waardering voor hun personeel. Verkeersveiligheid ad 16.
Anders dan indiener stelt neemt de hoeveelheid verkeer in de wijk als gevolg van de komst van de brandweerpost niet toe. Gemiddeld over een week gezien ligt het aantal verkeersbewegingen van een brandweerpost juist lager dan het aantal verkeersbewegingen van 2 vrijstaande woningen. Een vrijstaande woning kent een verkeersgeneratie van 7 tot 9 mvt/etmaal (bron: CROW). Twee woningen genereren daarmee 98 tot 126 autoverkeersbewegingen per week. Uitgaande van één oefen-/theorieavond per week en gemiddeld één uitruk per week met de brandweerauto bedraagt de verkeersgeneratie van een brandweerpost circa 46 bewegingen van gemotoriseerd verkeer per week. Mocht er in de toekomst een waterwagen op de locatie worden gestald dan komen daar, verspreid over enkele weken, nog circa 8 verkeersbewegingen bij. Wel wordt opgemerkt dat het aandeel zwaar verkeer bij een brandweerpost groter is dan bij woningen en dat er sprake is van 39
piekmomenten in de verkeersbewegingen. Daarnaast wordt opgemerkt dat in de uitgevoerde onderzoeken voor de zekerheid wordt uitgegaan van één extra uitruk en daarmee van een hoger aantal verkeersbewegingen (76 totaal) én dat daarbij is gerekend alsof deze bewegingen zich dagelijks voordoen. In de praktijk is dit echter niet het geval. Met betrekking tot de verkeersveiligheid merken we op dat de vrijwilligers komen om levens te redden, niet om ze in gevaar te brengen. Bij ons is niet bekend dat er bij de post Heinkenszand in het verleden ongevallen zijn geweest en ook elders in Nederland komen die zelden voor. De chauffeurs van de brandweerauto’s hebben een speciale rijopleiding genoten. Gevaarlijke situaties worden daarmee zoveel als mogelijk uitgesloten. Overigens betreffen niet in alle uitrukkenlevensbedreigende situaties die om grote spoed vragen. Dat de gemeente geen maatregelen heeft getroffen om de rijsnelheid van verkeer in de woonwijk te remmen is onjuist. Zo zijn in de Guldenroedestraat, de hoofdontsluitingsweg van de wijk, verkeersremmers aangebracht. Verder wordt verwezen naar ad 24 van de beantwoording van de zienswijze van indiener J. Gezien het hiervoor geschrevene is ons inziens een verkeersonderzoek niet nodig. Luchtkwaliteit ad 17.
Voor kleine ontwikkelingen is een specifieke rekentool ontwikkeld waarmee op een eenvoudige en snelle manier kan worden bepaald of er sprake is van een project dat 'niet in betekende mate' (NIBM) bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Gerekend is met een toename van circa 76 verkeersbewegingen op een gemiddelde weekdag1, waarvan circa 12% vrachtverkeer. Uit de berekening met de NIBM-rekentool zoals opgenomen in subparagraaf 4.10.2 blijkt dat de toename van het verkeer als gevolg van de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Uit raadpleging van de NSL-monitoringstool blijkt bovendien dat er geen sprake is van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden. Omdat direct langs de A58 aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ter plaatse van het plangebied ook het geval zijn, aangezien hier beduidend minder verkeersstromen zijn. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van stikstof en fijn stof zullen dalen (bijvoorbeeld omdat het aandeel elektrische auto’s op de weg toeneemt), waardoor zeer zeker geen overschrijdingen van de grenswaarden zullen plaatsvinden. Financiën ad 18.
Als we kijken naar het verschil in marktwaarde tussen de locatie Guldenroedestraat en de locatie bedrijventerrein dan gaat het inderdaad om een verschil van € 438.000,-. De grond op de locatie Guldenroedestraat heeft een hogere waarde (€ 538.000,-), maar deze grond zal ook altijd een hogere marktwaarde blijven behouden dan grond op een bedrijventerrein (€ 100.000,-). De gemeente blijft eigenaar van de grond. De gemiste winst wordt niet meegenomen in de kapitaallasten en op grond wordt niet afgeschreven. Bij de berekening van de jaarlijkse kapitaallasten wordt overigens niet uitgegaan van de marktwaarde maar van de
Zoals eerder onder ad 16 aangegeven ligt het aantal verkeersbewegingen in de praktijk lager. Daarnaast wordt gerekend met een toename ten opzichte van een niet in gebruik zijnde locatie (= 0 verkeersbewegingen). In vergelijking met de verkeersgeneratie van twee woningen is er juist sprake van een afname van het aantal verkeersbewegingen. 1
40
gemiddelde kostprijs van de grond vermeerderd met BTW. Om die reden leidt de investering in grond voor de locatie Guldenroedestraat versus de locatie bedrijventerrein tot een beperkt verschil in de jaarlijkse kapitaallasten van zo’n € 3.000,- per jaar bij een huidig rentepercentage van 1% per jaar. Stichtingskosten De stichtingskosten van een gebouw op een bedrijventerrein zijn niet per definitie lager dan een gebouw in een woonwijk. Dit hangt af van materiaalkeuze, constructie, terreininrichting, benodigde aanpassingen infrastructuur, etc. Het verschil zal meer zitten in de planologische kosten van ongeveer € 48.000,-. Aanvullende kosten Wij verwachten dat een tijdelijke post ook nodig zou zijn in het geval van een brandweerpost op het bedrijventerrein. Er is weliswaar geen planologische procedure nodig, maar het ontwerp, de voorbereiding en het bouwproces nemen ook tijd in beslag. Enige verschil zou zijn dat de huurperiode van de units korter zal zijn. Naar verwachting gaat dit om een bedrag van hoogstens € 5.000,- tot € 10.000,-. Planschade Om een beeld te krijgen of er sprake is van planschade hebben wij een planschaderisicoanalyse laten opstellen. Uit deze analyse komt naar voren dat dit niet het geval is. Het is daarmee legitiem om dit niet op voorhand mee te nemen in de projectbegroting.
Kosten versus baten Uiteraard speelt betaalbaarheid een rol, maar het boekhoudkundige verschil in kapitaallasten is beperkt. De stichtingskosten en aanvullende kosten zijn overzienbaar. Primair moet de locatiekeuze gebaseerd zijn op brandveiligheid en de beste brandweerzorg. Verder merken we op dat alle locaties kosten met zich meebrengen. Is het niet in de vorm van grondkosten, dan wel in de vorm van technische, waterbouwkundige of verkeerskundige ingrepen. Naast geld zijn ook maatschappelijke kosten (en opbrengsten) relevant. Zo draagt een zichtlocatie in belangrijke mate bij aan de preventieve werking van de post en het behoud en de werving van nieuwe vrijwilligers. Dat is niet in geld uit te drukken. Tot slot ad 19. Hiervan is kennisgenomen. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. P. Indiener P Brief van 19 oktober 2021, ontvangen 20 oktober 2021 (D21.575253) Samenvatting De inhoud van de zienswijze komt grotendeels (soms in een andere formulering) overeen met de aangedragen punten in de zienswijze van indiener O. Kortheidshalve wordt naar de samenvatting en beantwoording van die zienswijze verwezen. In aanvulling daarop wordt het volgende punt aangedragen:
41
Uitrit Guldenroedestraat? 1. Bij de hoekkavels grenzend aan de Guldenroedestraat was het niet toegestaan om een uitrit richting de Guldenroedestraat te maken. Om die reden heeft de indiener niet gekozen voor de grote hoekkavel aan de Hoefbladstraat. Een vereiste was dat alle hoekkavels grenzend aan de Guldenroedestraat voorzien zouden worden van tuinmuren. Indiener vraagt waar de verplichte tuinmuur is gebleven. Waarom zijn niet alle andere mogelijke locaties volledig onderzocht? 2. Indiener stelt dat er meerdere locaties (onder andere op het bedrijventerrein) zijn die beter passen bij een brandweerpost dan een locatie in een rustige woonwijk. Daarbij merkt hij op dat de aanrijtijd vanaf het bedrijventerrein niet langer is dan vanuit de woonwijk. Hij is van mening dat er geen zorgvuldig onderzoek is verricht naar de potentie van de locaties, omdat er bij een aantal locaties geen ruimtelijke verkenning heeft plaatsgevonden. Indiener stelt dat vanuit ruimtelijk oogpunt wenselijk is de locaties alsnog beter te onderzoeken. Kosten 3. De kosten voor het bouwen van een brandweerpost in de woonwijk zullen vele malen hoger uitvallen dan bijvoorbeeld het bouwen van een brandweerpost op een bedrijventerrein. Indiener stelt daarbij de volgende vragen: a. Wie gaat deze ‘onnodige extra kosten’ betalen? b.
De gemeente stond in 2020 onder financiële curatele bij de provincie en moest de komende jaren miljoenen bezuinigen. Zijn de bezuinigingen nu ineens wegbezuinigd? c. Is er wel voldoende rekening gehouden met planschade? d. Kortom, is dit plan nog te verantwoorden? Relevante ontwikkelingen 4. Na het collegebesluit van 26 februari 2019 hebben diverse relevante ontwikkelingen voorgedaan. Verwezen wordt naar een bijlage waarin wordt ingegaan op de tweede brandweerpost van Goes, de toekomstbestendigheid van een fijnmazig systeem van brandweerposten in Zeeland en het einde van de vrijwillige brandweer als gevolg door Europese wetgeving. Bezwaar 5. Verzocht wordt om het bestemmingsplan niet vast te stellen. Reactie Omdat de inhoud van de zienswijze grotendeels (soms in een andere formulering) overeenkomt met de punten aangedragen in de zienswijze van indiener O wordt kortheidshalve integraal naar de beantwoording van die zienswijze verwezen. Daarnaast hebben we de volgende reactie op de zienswijze: Uitrit Guldenroedestraat? ad 1. Aangezien de Guldenroedestraat een wijkontsluitingsweg is met een functie voor doorgaand verkeer is gekozen om het aantal in-/uitritten hierop zo beperkt mogelijk te houden en woonkavels in de wijk hierop niet direct te ontsluiten. Voor de brandweer is het echter van essentieel belang dat ze zo snel mogelijk toegang heeft tot een doorgaande weg.
Ontsluiting via de Hoefbladstraat betekent onnodig tijdsverlies. Om die reden vinden wij het te verantwoorden dat voor deze functie een uitzondering wordt gemaakt. Anders dan indiener stelt was voor onderhavige locatie in het “beeldkwaliteitsplan Heinkenszand Over de Dijk, fase II en III” een haag voorgeschreven op de overgang openbaar – 42
privé met de Guldenroedestraat (en geen tuinmuur). Weliswaar wordt er thans geen haag aangeplant, maar realisatie van het beoogde groenplan draagt wel bij aan het groene karakter. Waarom zijn niet alle andere mogelijke locaties volledig onderzocht? ad 2. Verwezen wordt naar ad 11 en ad 12 van de beantwoording van indiener C. Kosten ad 3. Ja, wij zijn van mening dat dit plan financieel verantwoord is. In dit kader verwijzen we naar ad 18 van de beantwoording van indiener O. Verder verwijzen we naar ad 19 van de beantwoording van indiener J. Relevante ontwikkelingen ad 4. De genoemde ontwikkelingen maken niet dat een brandweerpost in Heinkenszand niet meer noodzakelijk is. In dit kader wordt verwezen naar ad 11 van de beantwoording van de zienswijze van indieners H en ad 12 van de beantwoording van de zienswijze van indiener J. Daarnaast is het opheffen van de brandweerpost Heinkenszand, vanwege de strategische ligging binnen het werkgebied van de VRZ, nu en in de toekomst hoogst onwaarschijnlijk. Heinkenszand heeft immers een belangrijke brandweerpositie voor het dorp zelf, maar ook voor omliggende dorpen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan Lewedorp, Nisse, ‘s- Heerenhoek, Baarsdorp en ‘s- Heer Arendskerke. Deze dorpen hebben geen eigen brandweerpost en zijn aangewezen op omliggende posten waaronder Heinkenszand. Bezwaar ad 5. Hiervan is kennis genomen.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Q. Indieners Q Brief van 18 oktober 2021, ontvangen 20 oktober 2021 (D21.575272) Samenvatting 1. En brandweerpost hoort niet in een woonwijk, zeker niet als er plaats vrij is op een nabij gelegen industrieterrein. 2. Bouwen op een industrieterrein zal aanzienlijk schelen in de kosten, inwoners van Borsele worden zo ontzien in de kosten. 3. De kosten zijn te hoog voor wat er wel en niet mag plaatsvinden aan taken/oefeningen op de beoogde bestemming aan de Guldenroedestraat. 4. Naar aanleiding van het voorgaande wordt verzocht het bestemmingsplan niet vast te stellen en de omgevingsvergunning niet te verlenen. Reactie ad 1. Aan de keuze voor de locatie Guldenroedestraat ligt een onderzoek van de Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) ten grondslag, waarbij verschillende locaties in Heinkenszand zijn onderzocht op dekkingseisen. Daarnaast heeft het kwaliteitsteam (bestaande uit vertegenwoordigers van de VRZ en vertegenwoordigers van en namens de gemeente) de in aanmerking genomen locaties getoetst met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit en een Programma van Eisen, dat geformuleerd is op basis van de uitgangspunten van Maatwerk in Brandweerzorg (zoals door het bestuur van de VRZ vastgesteld). De locatie Guldenroedestraat kwam daarbij als beste naar 43
voren. De onderzochte locaties op het bedrijventerrein zijn afgevallen, omdat deze relatief ver van de kruising Drieweg zijn gelegen. Daarnaast zorgen de lastige kruising op de kop van het bedrijventerrein en de slinger, die moet worden gemaakt, voor vertraging. Hierdoor komen de aanrij- en uitruktijden (die op basis van de spider al licht werden overschreden) in de praktijk verder onder druk te staan. Met andere woorden: er is extra tijd nodig om de brandweerauto op te halen, waardoor een opkomsttijd van 10 minuten binnen het verzorgingsgebied in de praktijk niet altijd haalbaar is. Tijd is een maatgevend criterium bij een woningbrand met mogelijk slachtoffers en is daarmee van zwaarwegend belang in het kader van een locatiekeuze. Verder vinden wij een brandweerpost een wezenlijk andere functie dan een bedrijf. Het betreft ons inziens een maatschappelijke functie en geen bedrijfsfunctie. Er zijn tussen beide functies verschillen qua doel, aard en intensiteit van de activiteiten. Dit maakt ook dat een brandweerpost niet persé thuishoort op een bedrijventerrein. Uit de uitgevoerde onderzoeken, die onderdeel uitmaken van voorliggend bestemmingsplan, blijkt bovendien dat ook met de realisatie van de brandweerpost op de locatie Guldenroedestraat een goed woonen leefklimaat voor omwonenden geborgd blijft. ad 2.
Verwezen wordt naar ad 18 van de beantwoording van de zienswijze van indiener O. ad 3. Dit standpunt delen wij niet. Ons inziens zijn de kosten voor de realisatie van een brandweerpost op de locatie Guldenroedestraat goed te verantwoorden. Wederom wordt verwezen naar ad 18 van de beantwoording van de zienswijze van indiener O. ad 4. Hiervan is kennisgenomen. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. R. Indiener R Brief van 18 oktober 2021, ontvangen 20 oktober 2021 (D21.575273) De brief van indiener R is identiek aan die van indiener Q. Kortheidshalve verwijzen we dan ook naar het geschrevene onder indiener Q. S. Indiener S Brief van 18 oktober 2021, ontvangen 20 oktober 2021 (D21.575274) De brief van indiener S is identiek aan die van indiener Q. Kortheidshalve verwijzen we dan ook naar het geschrevene onder indiener Q. T. Indiener T Brief van 18 oktober 2021, ontvangen 20 oktober 2021 (D21.575275) De brief van indiener T is identiek aan die van indiener Q. Kortheidshalve verwijzen we dan ook naar het geschrevene onder indiener Q. Bijlagen bij antwoordnota 1. Geanonimiseerde resultaten steekproef uitrijden brandweer 2. Onderzoek locatiekeuze brandweerkazerne d.d. 27 april 2019 3. Reactie op onderzoek bewoners inzake locatiekeuze d.d. 24 december 2021
44