5.1 Toelichting en regels Marktstraat 3 's-Heerenhoek
Tekst van het document
Uitwerking Er zijn geen objecten in of nabij het plangebied aanwezig.
Nee. Door de kleinschaligheid van de beoogde ontwikkeling zal dit niet tot onevenredige overlast leiden.
23
Bestemmingsplan "Kern ’s-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3 2022”, gemeente Borsele
na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw plan kunnen bereiken. Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd? na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).
Het plangebied is via de bestaande infrastructuur bereikbaar. Er zullen geen wegen worden gewijzigd of worden aangelegd. Gedeeltelijk. Op het eigen terrein is plaats voor het parkeren van één auto. De andere twee plaatsen worden in de openbare ruimte opgevangen, die daar ruimschoots in kan voorzien. Nee.
4.6.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat het plan voldoet aan het beleid en de normstelling ten aanzien van water. Het aspect water staat de vaststelling van dit bestemmingsplan niet in de weg. De vaststelling van het bestemmingsplan heeft nauwelijks tot geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem in het plangebied.
4.7
Milieuhinder
4.7.1 Wettelijk kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Milieuzonering betekent het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: 1. het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; 2. het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering In de brochure 'Bedrijven en milieuzonering 2009' (uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG)) wordt een handreiking gegeven voor het verantwoord inpassen van bedrijfsactiviteiten in de omgeving. De handreiking geeft informatie over een aantal ruimtelijk relevante milieuaspecten van een scala van bedrijfsactiviteiten.
In deze handreiking worden bedrijven ingedeeld in verschillende categorieën, al naar gelang de mate van hinder en inpasbaarheid. Ook maakt de handreiking onderscheid in verschillende gebiedstypen zoals een rustige woonwijk, rustig buitengebied en gemengd gebied. Aan de hand van de categorie-indeling kan bepaald worden of, en eventueel onder welke voorwaarden, een bedrijf inpasbaar is in de omgeving. In de brochure zijn (indicatieve) richtafstanden opgenomen. De richtafstanden worden gemeten vanaf de grens van de inrichting tot de gevel van de dichtstbijzijnde gevoelige functie. Daarbij kan worden uitgegaan van uitwaartse zonering of inwaartse zonering. Uitwaartse zonering gaat uit van de
24
Bestemmingsplan "Kern ’s-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3 2022”, gemeente Borsele
milieubelastende functie, met als doel milieugevoelige functies in de omgeving te weren. In de zone rondom de belastende functie gelden beperkingen voor milieugevoelige functies en voor milieubelastende activiteiten. Bij inwaartse zonering wordt vanuit de gevoelige functie een beschermende bufferzone gecreëerd. Dit kan tot gevolg hebben dat bij de realisatie van bijvoorbeeld een bedrijventerrein minder belastende activiteiten op kleine afstand en meer belastende activiteiten op grotere afstand worden toegelaten. De richtafstanden gelden in beginsel tot het omgevingstype van een rustige woonwijk (of rustig buitengebied). De richtafstanden gelden daarbij voor nieuwe situaties en dus in beginsel niet voor bestaande - reeds juridisch-planologisch vastgestelde - situaties. Tevens gelden de richtafstanden niet voor gevallen waarin een bedrijfswoning onderdeel uitmaakt van de inrichting. Voor een inrichting van derden gelden de richtafstanden wel. Bij gemengd gebied, dat wil zeggen gebieden met matig tot sterke functiemenging of grootschalige infrastructuur, gelden gereduceerde richtafstanden omdat al sprake is van een zekere verstoring ten opzichte van een rustige woonwijk; direct naast woningen komen andere functies, zoals winkels en bedrijven voor.
De kwalificatie gemengd gebied rechtvaardigt voorts het toepassen van een kleinere richtafstand tot een gevoelig object, zoals een woning. De planlocatie, waar in de directe omgeving naast woningen tevens maatschappelijke en horecavoorzieningen met bijbehorende parkeergelegenheid aanwezigheid zijn voldoet hieraan, zodat de richtafstand met één stap kan en mag worden verminderd. Uit de beoordeling is gebleken, dat er binnen deze afstand geen relevante milieuhinderlijke bedrijvigheid is gelegen, met uitzondering van de horecagelegenheid gelegen ten zuidwesten aan de overzijde van de Markstraat (horecabedrijf met terras en parkeerplaats). 4.7.2 Toetsing Het onderhavige plan betreft uitsluitend een juridisch-planologische functiewijziging van een perceel deel uitmakend van een bestaand bebouwingslint. Meer concreet: de detailhandelsfunctie wordt gewijzigd naar een burgerwoning in een omgeving die wordt gedomineerd door wonen. In het kader van bedrijven en milieuhinder is hiermee formeel sprake van toevoeging van een hindergevoelige functie of een milieubelastende activiteit en is de toetsing van het plan aan de richtafstanden uit het VNG -Handboek Bedrijven en milieuzonering (editie 2009) dan wel het uitvoeren van een onderzoek naar bedrijf - en milieuhinder noodzakelijk.
Uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten blijkt, dat de meeste bedrijven die zijn gevestigd in de bebouwde kom in categorie 1 en 2 vallen. Deze bedrijven kunnen direct naast of beneden woningen in een daarvoor omschreven gebied met functiemenging worden toegestaan. De activiteiten zijn zodanig weinig milieubelastend dat de eisen uit het Bouwbesluit toereikend zijn. Een nadere afweging ten aanzien van deze bedrijven is dan ook niet noodzakelijk. Wel dient opgemerkt te worden, dat dit niet heeft te gelden voor het nabijgelegen horecabedrijf, welke als een categorie 4.2 bedrijf dient te worden aangemerkt. Destijds is ervoor gekozen het bedrijf te voorzien van een daarop toegesneden bestemming. Uitbreiding binnen het plangebied is daarmee niet mogelijk. Verder is binnen de bestaande bouwvlakken gelegen direct ten noorden, alsmede aan de overzijde van de Markstraat van het categorie 4.2 bedrijf (horecabedrijf met terras en parkeerplaats) op basis van het geldende bestemmingsplan de oprichting van woningen al toegestaan. Deze woningen, welke tevens feitelijk aanwezig zijn, zijn daarmee op kortere afstand van het horecabedrijf met bijbehorend terras en parkeerterrein gesitueerd en daarmee reeds bepalend voor de bedrijfsvoering.
Tot slot werd de bestaande bebouwing al mede voor een woonfunctie gebruikt, zodat de aanname dat de woonfunctie tot milieuhinder zou kunnen leiden, dan ook niet reëel is.
25
Bestemmingsplan "Kern ’s-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3 2022”, gemeente Borsele
4.7.3 Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering staat de planvorming niet in de weg.
4.8
Externe veiligheid
4.8.1 Wettelijk kader Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. In de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) zijn o.a. standaardafstanden opgenomen waarbij wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico. Het Bevi is van toepassing op vergunningplichtige risicovolle bedrijven en de nabijgelegen al dan niet geprojecteerde (beperkt) kwetsbare objecten. In artikel 2, lid 1 van het Bevi is opgesomd wat wordt verstaan onder risicovolle bedrijven. In artikel 1 van het Bevi wordt toegelicht wat wordt verstaan onder (beperkt) kwetsbare objecten. Voor de toepassing van het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een nieuwe situatie. Plaatsgebonden risico (PR) Het PR is omschreven als de kans dat een persoon die gedurende een heel jaar onafgebroken en onbeschermd op een bepaalde plaats verblijft, ten gevolge van een ongewoon voorval met een gevaarlijke stof komt te overlijden. In het relevante beleid- en wetgevingskader geldt het PR met de risicocontour van de kans één op een miljoen per jaar (kans 10-6 per jaar) als grenswaarde voor kwetsbare objecten. Vanwege de definiëring als grenswaarde kan hiervan niet worden afgeweken.
Voor beperkt kwetsbare objecten werkt deze norm slechts als een richtwaarde. Van een richtwaarde kan na een uitgebreide motivering eventueel worden afgeweken. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de kans van één op de honderdduizend per jaar (kans 10-5 per jaar) als grenswaarde. Kwetsbare objecten zijn gebouwen of verblijfsterreinen waar zich kwetsbare en/of grote groepen personen (kunnen) bevinden. Beperkt kwetsbare objecten zijn gebouwen of verblijfsterreinen waar dat doorgaans niet het geval is. Ook belangrijke infrastructuur, zoals een belangrijke verbindingsweg, kan als beperkt kwetsbaar object worden aangemerkt. Een limitatieve opsomming van (beperkt) kwetsbare objecten, wordt in de wetgeving niet gegeven. Het bevoegd gezag heeft daarom een zekere mate van beoordelingsvrijheid over wat zij in een specifieke situatie als kwetsbaar object beschouwt. Groepsrisico (GR) Het GR is de cumulatieve kans dat een groep personen van 10, 100 en 1.000 personen tegelijk komt te overlijden als gevolg van een ongewoon voorval met gevaarlijke stoffen. Het GR is niet genormeerd. Hiervoor geldt enkel een oriënterende waarde waarboven een afweging gemaakt moet worden over de aanvaardbaarheid van de risico's. Het GR wordt enkel bepaald voor het invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied is het gebied waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het GR.
Veelal wordt hiervoor het gebied gebruikt dat is gelegen binnen de 10-8-contour van het PR (het gebied dat wordt getroffen door een ongeval met een kans van één op honderd miljoen per jaar). Aangezien sommige ongevalscenario's ook bij (nog) kleinere ongevalkansen nog tot dodelijke slachtoffers kunnen leiden, wordt in die gevallen het gebied gebruikt waarbinnen nog 1% van de aanwezige personen kan komen te overlijden (de zogenaamde 1%letaliteitsgrens).
26
Bestemmingsplan "Kern ’s-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3 2022”, gemeente Borsele
Ten aanzien van het groepsrisico als gevolg van dit plan kan worden gesteld, dat het groepsrisico zal dalen. De detailhandelsbestemming zal komen te vervallen, waarbij de bestaande bebouwing voor één woning zal worden aangewend, zodat door het planvoornemen het groepsrisico zal afnemen. Wet Basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes Per 1 april 2015 zijn de Wet Basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden. In de wet is het Basisnet juridisch verankerd. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Hiermee wordt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) beoogt om duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten en de daarbij behorende maximale omvang van de risico's die dat transport mag veroorzaken. Het Bevt vormt het toetsingskader voor ruimtelijke plannen voor het vervoer over de weg, het spoor en het water. Op basis van het Bevt gelden de volgende normen: De contour van het PR met een kans van 10-6 per jaar geldt als grenswaarde voor kwetsbare objecten en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. De ligging ervan is te vinden in de bijlagen bij de Regeling Basisnet; Het groepsrisico dient berekend te worden voor de realisatie van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen een afstand van 200 meter van route die is aangewezen in het Bevt.
Daarbij geldt dat het groepsrisico berekend en (uitgebreid) verantwoord moet worden indien: 1. het groepsrisico hoger is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of; 2. het groepsrisico met meer dan 10% toeneemt, of; 3. de oriëntatiewaarde wordt overschreden; Bij het mogelijk maken van nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten in het plasbrandaandachtsgebied (PAG) gemotiveerd moet worden waarom deze objecten toelaatbaar zijn, gelet op de mogelijke gevolgen van een ongeval met brandbare vloeistoffen. Besluit externe veiligheid buisleidingen en de Regeling externe veiligheid buisleidingen Op het transport van gevaarlijke stoffen door buisleiding is per 1 januari 2011 het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing. Het Bevb bestaat uit twee delen. Het eerste deel bevat algemene voorschriften waaraan een exploitant van een buisleiding dient te voldoen. Het tweede deel bevat de instructieregels die bij het opstellen van een bestemmingsplan in acht moeten worden genomen. De contour van het PR met een kans van 10-6 per jaar geldt op grond van het Bevb als grenswaarde voor kwetsbare objecten en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Het GR moet op grond van het Bevb worden bepaald voor ruimtelijke ontwikkelingen die zijn gelegen in het invloedsgebied van de betreffende buisleiding.
De Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) bevat een technische uitwerking van het Bevb. In artikel 2 van de Revb zijn onder andere aardgastransportleidingen met een diameter van 50 mm of meer en een werkdruk van 16 bar of meer aangewezen als leidingen waarop het Bevb van toepassing is. 4.8.2 Onderzoek Uit de risicokaart is gebleken, dat het plangebied is gelegen in het invloedsgebied van de bedrijven Kloosterboer Vlissingen V.O.F. en Verbrugge Zeeland Terminals. Voorts ligt het plangebied binnen de contour van de wegen A58 en de spoorlijn Sloehaven-Roosendaal West waar transport van gevaarlijke stoffen plaats vindt. Echter, gelet op de aard van de wijziging, de afname van het aantal aanwezige personen binnen het plangebied én het feit dat de afstand tot de risicobronnen zeer groot is, hebben deze bronnen geen ruimtelijke invloed op onderhavig ontwikkeling. Verder zal formeel het groepsrisico afnemen. Een nadere afweging en beoordeling van het groepsrisico is derhalve niet noodzakelijk.
27
Bestemmingsplan "Kern ’s-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3 2022”, gemeente Borsele
4.8.3 Conclusie De voorgenomen bestemming betreft geen risicovolle activiteit. Verder worden er binnen het plangebied zelf geen nieuwe risicobronnen gerealiseerd en zal het groepsrisico afnemen. Hiermee vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor het planvoornemen.
4.9
Luchtkwaliteit
4.9.1 Wettelijk kader Het onderzoek naar luchtkwaliteit wordt uitgevoerd op grond van hoofdstuk 5, titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' van de Wet milieubeheer. De titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' is beter bekend als de Wet luchtkwaliteit. De kern van de Wet luchtkwaliteit is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren en waarin alle ruimtelijke ontwikkelingen/projecten zijn opgenomen die de luchtkwaliteit in belangrijke mate verslechteren. Het doel van de NSL is om overal in Nederland te voldoen aan de Europese normen voor de luchtverontreinigende stoffen. Voor wegverkeer zijn stikstofdioxide (NO 2) en fijn stof (PM10) de belangrijkste stoffen. De in de Wet luchtkwaliteit gestelde norm voor NO2 en PM10 jaargemiddelde grenswaarde is voor beide stoffen 40 µg/m 3. Daarnaast mag de PM10 24 uurgemiddelde grenswaarde van 50 µg/m3 maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. Met het van kracht worden van het NSL zijn de tijdstippen waarop moet worden voldaan aan de jaargemiddelde grenswaarden NO 2 en PM10 vastgesteld op 11 juni 2011 voor PM10 en 1 januari 2015 voor NO2. Naast de introductie van het NSL is het begrip 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit.
Een project draagt NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toeneemt dan 1,2 µg/m 3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. Een ruimtelijke ontwikkeling vindt volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang als tenminste aan een van de volgende voorwaarden is voldaan: • de ontwikkeling is opgenomen in het NSL; • de ontwikkeling aangemerkt wordt als een NIBM-project; • de gestelde grenswaarden in bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit niet worden overschreden; • projectsaldering kan worden toegepast. Voor zover de ruimtelijke ontwikkeling is opgenomen in het NSL of de ontwikkeling kan worden aangemerkt als NIBM-project is toetsing aan de normen van de Wet luchtkwaliteit niet nodig. In artikel 2 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is opgenomen, dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de zogenaamde '3% grens' niet wordt overschreden. Na vaststelling van het NSL op 1 augustus 2009 is deze grens gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2.
In artikel 4 van het ‘Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. De wettelijke ondergrens voor onderzoek bedraagt: • 1500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg; • 3000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling; • 100.000 m² bruto vloeroppervlakte bij minimaal 1 ontsluitingsweg;
28
Bestemmingsplan "Kern ’s-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3 2022”, gemeente Borsele
•
200.000 m² bruto vloeroppervlakte bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.
4.9.2 Onderzoek Onderhavige ontwikkeling voorziet in een functiewijziging. De verkeersaantrekkende werking van één vrijstaande woning is beperkter dan detailhandel. Gesteld kan dan ook worden, dat dit plan niet in betekende mate aan de luchtkwaliteit zal bijdragen. Immers, door het beëindigen van een detailhandelsfunctie en daarmee samenhangende afname van verkeersbewegingen leidt de ontwikkeling tot een lichte verbetering van de luchtkwaliteit ter plaatse. 4.9.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de onderhavige ontwikkeling.
4.10
Kabels en leidingen
4.10.1 Wettelijk kader De hierna volgende leidingen zijn planologisch relevant, voor zover zij geen deel uitmaken van een inrichting zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. a. hoogspanningsverbindingen van 50 kV en hoger; b. buisleidingen voor transport van aardgas met een uitwendige diameter van meer dan 50 mm en een druk van meer dan 16 bar; c. buisleidingen voor transport van aardolieproducten met een uitwendige diameter van meer dan 70 mm en een druk van meer dan 16 bar; d. buisleidingen met een diameter van 400 mm of meer buiten de bebouwde kom; e. buisleidingen voor transport van andere stoffen dan aardgas en aardolieproducten, die risico's met zich meebrengen voor mens en/of leefomgeving wanneer deze leidingen beschadigd raken 4.10.2 Onderzoek In het plangebied bevinden zich geen planologisch relevante kabels en leidingen waar inzake het planvoornemen rekening mee moet worden gehouden. 4.10.3 Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
4.11
Vormvrije m.e.r-beoordeling
4.11.1 Wettelijk kader Behalve aan de uitvoeringsaspecten bedoeld in de Awb en het Bro dient ook te worden getoetst aan de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r of er sprake is van een mogelijke verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapportage. Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor plannen de onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: 1. Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten (boven de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r.); 2. Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden;
29
Bestemmingsplan "Kern ’s-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3 2022”, gemeente Borsele
3. Plannen en activiteiten die o.g.v. een provinciale milieuverordening zijn aangewezen als MERplichtig. Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009 (HvJ EG 15 oktober 2009, zaak C-255/08 – Commissie vs. Nederland). Deze wijziging heeft gevolgen voor eerstgenoemd criterium om te beoordelen of een MER noodzakelijk is. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.(beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit de C- of D-lijst blijft, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom per 1 april van 2011 ook bij 'kleine projecten' (projecten onder de drempelwaarden van de C- of D-lijst) beoordelen of een m.e.r.(beoordeling) nodig is. Dit wordt de 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' genoemd. Deze beoordeling houdt in dat er bekeken moet worden of er bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld. Hierbij wordt gekeken naar de selectiecriteria uit bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU), welke o.a.
de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreffen. Daarnaast heeft op 7 juli 2017 eveneens een wijziging van het Besluit m.e.r. plaatsgevonden. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is moet het bevoegd gezag een m.e.r.beoordelingsbesluit nemen. 4.11.2 Onderzoek Het bestemmingsplan maakt de functiewijziging van een detailhandel naar een woonbestemming mogelijk. Hierbij wordt geen nieuwe woning gebouwd, maar bestaande bebouwing (her-)gebruikt. Deze ontwikkeling valt niet onder een activiteit opgenomen in bijlage II van het Besluit m.e.r. 4.10.3 Conclusie Nu de voorziene ontwikkeling geen stedelijk ontwikkelingsproject vormt, behoeft er geen reguliere of vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. Desondanks zijn in het kader van dit ruimtelijk plan de belangrijkste milieuaspecten waaronder bodem, luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid en ecologie in beeld gebracht. Hieruit is gebleken, dat er geen sprake is van een ontwikkeling die een forse invloed heeft op het milieu. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De onderbouwing geeft voldoende inzicht in de milieugevolgen om een gewogen besluit omtrent dit ruimtelijke plan te nemen. Het opstellen van een milieueffectrapportage zal geen verder inzicht verschaffen op de relevante milieuaspecten.
De kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zijn niet van dien aard, dat er aanleiding bestaat tot het opstellen van een milieueffectrapportage.
30
Bestemmingsplan "Kern ’s-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3 2022”, gemeente Borsele
Hoofdstuk 5
Juridische vormgeving
In de Wet ruimtelijke ordening met bijbehorende Besluit ruimtelijke ordening heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van de gemeente, provincies en het rijk. In de ministeriële 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening' hierna (Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP 2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen, die tot doel heeft om te komen tot een geüniformeerde en gestandaardiseerde opzet van bestemmingsplannen in Nederland. Deze methodiek is onverkort gevolgd. Het bestemmingsplan is daarbij tevens digitaal vervaardigd en is daarom ook digitaal raadpleegbaar via internet. Naast het feit dat de bestemmingen, aanduidingen en weergave van de verbeelding gestandaardiseerd zijn, vloeit de redactie van de regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti-dubbeltelbepaling rechtstreeks voort uit het Besluit ruimtelijke ordening. De beleidsmatige inhoud van het bestemmingsplan is niet gestandaardiseerd. De gemeente behoudt haar vrijheid ten aanzien van de inhoud en vormgeving aangaande de toelichting. Verbeelding De verbeelding geeft de bestemmingen weer.
Binnen de bestemmingsvlakken kunnen bouwvlakken, bouw-, gebieds-, functie- en maatvoeringsaanduidingen aangegeven worden, waarbinnen een aantal specifieke bouwregels en functies kunnen worden aangegeven. Deze hebben juridische betekenis, omdat daar in de regels naar wordt verwezen. De topografische ondergrond die gebruikt is als basis voor de verbeelding heeft geen juridische status. Regels Algemeen De regels bevatten bepalingen over het gebruik van de gronden, over de toegelaten bebouwing en bepalingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn, conform de wettelijk verplicht gestelde SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 3 Algemene regels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Inleidende regels Begripsbepalingen en Wijze van meten De inleidende regels omvatten de begripsbepalingen en de bepalingen omtrent de wijze van meten. De begripsbepalingen geven de definities over de in de regels gehanteerde begrippen met betrekking tot bouwen en functies. De wijze van meten geeft uitsluitsel over de wijze waarop afstanden, hoogtes, oppervlakte etc. moeten worden gemeten. Bestemmingsregels Artikel 3 Wonen Het plangebied is bestemd tot 'Wonen'.
Binnen deze bestemming zijn de volgende bouwwerken toegestaan; één vrijstaand hoofdgebouw, bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken. Verder voorziet onderhavig bestemmingsplan in een maatwerkbestemming. Meer concreet: het bebouwde oppervlak alsmede goot- en bouwhoogte van de hoofdbebouwing worden als bestaand recht opgenomen, met dien verstande, dat deze niet meer mogen bedragen dan de bestaande
31
Bestemmingsplan "Kern ’s-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3 2022”, gemeente Borsele
maatvoeringen. Hiertoe is op de verbeelding een specifieke aanduiding (‘specifieke bouwaanduiding – bestaand’) opgenomen met een doorvertaling in de planregels (hiermee is de locatie en omvang van toegestane hoofdbebouwing vastgelegd). Ten aanzien van het hoofdgebouw zijn onder meer regels opgenomen betreffende situering, de minimale breedte, goot- en totale hoogte en dakhelling. Voor overige bouwwerken zijn bouwregels opgenomen betreffende de toegestane bouwhoogte, waarbij een specifieke regeling is opgenomen voor tuin- of erfafscheidingen. Uit oogpunt van flexibiliteit zijn enkele afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Afwijkingen zijn opgenomen om de voorgevel van het hoofdgebouw gedeeltelijk achter de gevellijn op te kunnen richten, voor een overschrijding van de goot- en totale bouwhoogte van het hoofdgebouw. Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen, dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Algemene bouwregels Dit artikel bevat nadere eisen die burgemeester en wethouders kunnen stellen bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen.
Daarbij gaat het om nadere eisen aan de plaatsing van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken, de dakhelling en de plaatsing en vormgeving van overige bouwwerken. Algemene afwijkingsregels In deze regels wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bij omgevingsvergunning af te wijken voor het bouwen van nutsvoorzieningen met een geringe afmeting en voor het overschrijden van de naar de weg gekeerde bebouwingsgrens. Daarnaast kan afgeweken worden voor geringe afwijkingen die in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken en die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Ten slotte kunnen burgemeester en wethouders afwijken voor het oprichten van antennes en masten tot een bouwhoogte van 15 meter. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsregels opgenomen. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met een omgevingsvergunning voor afwijken geregeld kunnen worden, zoals het overschrijden van bestemmingsgrenzen. Overgangs- en slotregels In deze regels is het overgangsrecht vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven.
Als laatste is de slotbepaling opgenomen, welke bepaling zowel de titel van het plan als de regels bevat.
32
Bestemmingsplan "Kern ’s-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3 2022”, gemeente Borsele
Hoofdstuk 6 6.1
Economische uitvoerbaarheid
Kostenverhaal
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is in afdeling 6.4 de regelgeving rondom grondexploitatie opgenomen. Centrale doelstelling van de wet is om in de situatie van particuliere grondexploitatie te komen tot een verbetering van het gemeentelijk kostenverhaal en de versterking van de gemeentelijke regie bij de locatieontwikkeling. In artikel 6.12 Wro is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd wat onder een bouwplan wordt verstaan. De bouw van een of meerdere hoofdgebouwen is in het betreffende artikel van het Bro opgenomen. De beoogde ontwikkeling betreft geen bouwplan, zodat het opstellen van een exploitatieplan niet verplicht is.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro moet de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen, waaronder de economische uitvoerbaarheid, worden aangetoond. De kosten voor de beoogde invulling worden gedragen door de initiatiefnemers. Het object is eigendom van initiatiefnemer. Voor het verhalen van eventuele kosten voor tegemoetkoming in planschade is een overeenkomst ter verhaal van eventuele kosten aangegaan. Hiermee is het verhaal van de gemeentelijke kosten voldoende verzekerd.
33
Bestemmingsplan "Kern ’s-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3 2022”, gemeente Borsele
Hoofdstuk 7 7.1
Maatschappelijke toetsing en overleg
Maatschappelijke toetsing
Ten aanzien van de maatschappelijke uitvoerbaarheid is in de eerste plaats een breed draagvlak nodig voor de regels die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Dit wordt bevorderd door het bestemmingsplan goed af te stemmen op het gewenste ruimtelijk beleid van het rijk en de provincie, als ook op de wensen en ambities van het lokale bestuur en door middel van participatie van de direct belanghebbenden.
7.2
Overleg
7.2.1 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, overleg gepleegd met besturen van gemeenten, met Rijksen provinciale diensten etc. Nu uit de beoordeling van beoogde ontwikkeling naar voren komt, dat noch de belangen van de provincie, noch de Veiligheidsregio, noch het Waterschap in het geding zijn, is vooroverleg met deze instanties niet vereist.
34
Bestemmingsplan "Kern 's-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3, 2022"
Inhoudsopgave
Regels
5
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten
7 7 12
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Wonen
15 15
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 4 Anti-dubbeltelregel Artikel 5 Algemene bouwregels Artikel 6 Algemene afwijkingsregels Artikel 7 Algemene wijzigingsregels
19 19 20 21 22
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 8 Overgangsrecht Artikel 9 Slotregel
23 23 24
3
Bestemmingsplan "Kern 's-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3, 2022"
4
Bestemmingsplan "Kern 's-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3, 2022" Regels
Regels
5
Bestemmingsplan "Kern 's-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3, 2022" Regels
6
Bestemmingsplan "Kern 's-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3, 2022" Regels
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan
het bestemmingsplan “Kern 's-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3, 2022” identificatienummer NL.IMRO.0654.BPHHMS32022-0001 van de gemeente Borsele; 1.2
met
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
verbeelding
de geometrisch bepaalde planobjecten NL.IMRO.0654.BPHHMS32022-0001; 1.4
als
vervat
in
het
GML-bestand
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
achtererf
gedeelte van het erf dat gelegen is achter de achtergevelrooilijn; 1.7
achtergevel
de meest van de wegzijde afgekeerde gevel van een gebouw; 1.8
achtergevellijn
denkbeeldige lijn die strak loopt langs de achtergevel van een gebouw tot aan de zijdelingse bouwperceelsgrenzen; 1.9
achtergevelrooilijn
denkbeeldige lijn die gelegen is op de helft van de afstand tussen de voorgevel van een hoofdgebouw en de achtergrens van het bouwperceel met een maximum van 15 meter achter de voorgevel; 1.10
afgewerkt bouwterrein
de gemiddelde hoogte van de grond die gebouwen of overige bouwwerken omringt; 1.11
Awb
de Algemene wet bestuursrecht, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan;
7
Bestemmingsplan "Kern 's-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3, 2022" Regels
1.12
bebouwing
één of meer gebouwen en/of overige bouwwerken; 1.13
bedrijfs- en/of beroepsmatig gebruik van een woning
het gebruik van (een gedeelte van) een woning en/of bijbehorende bouwwerken voor bedrijfsen/of beroepsmatige activiteiten, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt ; 1.14
bestaand
aanwezig ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.15
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.16
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.17
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.18
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.19
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.20
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.21
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.22
bouwperceelsgrens
de grens van een bouwperceel; 1.23
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en overige bouwwerken zijn toegelaten;
8
Bestemmingsplan "Kern 's-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3, 2022" Regels
1.24
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.25
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.26
erf
al dan niet bebouwd bouwperceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat hoofdgebouw; 1.27
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.28
gemeentelijke kwaliteitscoördinator
een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige op het gebied van stedenbouw dan wel architectuur; 1.29
gevellijn
zie voorgevellijn 1.30
hoofdgebouw
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.31
logies met ontbijt
een kleinschalige overnachtingsaccomodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, ondergeschikt aan de (woon)bestemming; 1.32
maaiveld
a. het oppervlak (of de hoogte daarvan) van het land; b. de bovenkant van het terrein dat een bouwwerk omgeeft; 1.33
maatvoeringsvlak
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar een bepaalde maatvoering geldt; 1.34
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van openbaar nut;
9
Bestemmingsplan "Kern 's-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3, 2022" Regels
1.35
overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.36
pand
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.37
peil
a. de kruin van de weg indien de afstand tussen het bouwwerk en de kant van de weg minder dan 5 meter bedraagt; b. bij ligging in het water het gemiddelde zomerpeil van het aangrenzende water; c. in andere gevallen de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte bouwterrein; 1.38
samenhangend straat- en bebouwingsbeeld
a. een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte; b. een goede hoogte-/breedteverhouding tussen de bebouwing onderling; c. een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; d. de cultuurhistorische samenhang van de omgeving; 1.39
tuin-/erfafscheiding
bouwwerk geen gebouw zijnde, ter afbakening van eigendommen. 1.40
voorerf
gedeelte van het erf dat gelegen is voor de voorgevellijn; 1.41
voorgevel
de meest naar de wegzijde gekeerde gevel van een gebouw; 1.42
voorgevellijn
denkbeeldige of op de verbeelding aangegeven lijn die strak langs de voorgevel van een hoofdgebouw loopt tot aan de zijdelingse bouwperceelsgrenzen; 1.43
vrijstaand
een gebouw zonder gemeenschappelijke wand met een ander gebouw; 1.44
Wabo
de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.45
weg
weg als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub b, van de Wegenverkeerswet 1994, zoals die luidde ten tijde van inwerkingtreding van dit plan; 1.46
Wet geluidhinder
de Wet geluidhinder, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan;
10
Bestemmingsplan "Kern 's-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3, 2022" Regels
1.47
windturbine
een windturbine is een machine met rotorbladen, waarmee door middel van windkracht elektriciteit wordt opgewekt; 1.48
woning
een gebouw, dat dient voor de huisvesting van personen; 1.49
Wro
de Wet ruimtelijke ordening, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.50
zijerf
gedeelte van het erf dat begrensd wordt door de zijgevellijn van het hoofdgebouw, de voorgevellijn en de achtergevelrooilijn; 1.51
zijgevel
een gevel van een gebouw, die niet een voorgevel of een achtergevel is; 1.52
zijgevellijn
(denkbeeldige) lijn die strak loopt langs de zijgevel van een gebouw tot aan de voorste en achterste bouwperceelsgrens.
11
Bestemmingsplan "Kern 's-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3, 2022" Regels
Artikel 2
Wijze van meten
Bij het toepassen van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstanden
van bouwwerken onderling, alsmede afstanden van bouwwerken tot de bouwperceelsgrens worden daar gemeten, waar deze afstanden het kleinst zijn; 2.2
de afstand van een gebouw tot de zijdelingse bouwperceelsgrens
vanaf het dichtst bij de bouwperceelsgrens gelegen punt van het gebouw en haaks op de bouwperceelsgrens; 2.3
de bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4
de breedte en diepte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of tot het hart van de scheidingsmuren, met dien verstande, dat wanneer de betreffende gevelvlakken niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste maat; 2.5
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.6
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.7
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.8
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.9
het bebouwde oppervlak
van een bouwperceel, of een ander terrein wordt bepaald door de oppervlakten van alle op een terrein gelegen gebouwen bij elkaar op te tellen, tenzij in de regels anders is bepaald; 2.10
het bewoonbaar vloeroppervlak
binnen de afgewerkte omtrekwanden (in voorkomende gevallen binnen de balustrade) onder aftrek van de in de ruimte inspringende onderdelen van het gebouw als schoorsteenstoelen, kanalen en kasten, maar zonder aftrek van plinten en vast meubilair als aanrechten en verwarmingslichamen; vloeroppervlak waarboven minder dan 1,5 meter hoogte aanwezig is, wordt hierbij buiten beschouwing gelaten
12
Bestemmingsplan "Kern 's-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3, 2022" Regels
2.11
de hoogte van een windturbine
Vanaf het peil tot aan de as van de windturbine.
13
Bestemmingsplan "Kern 's-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3, 2022" Regels
14
Bestemmingsplan "Kern 's-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3, 2022" Regels
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Wonen
3.1
Bestemmingsomschrijving
3.1.1
Bestemming
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de huisvesting van personen; b. tuinen, erven, paden, verhardingen, parkeervoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming; c. etcetera. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Toelaatbare bebouwing
Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 3.1.1 bedoelde bestemming worden gebouwd: a. één hoofdgebouw; b. bijbehorende bouwwerken; c. overige bouwwerken. 3.2.2
Hoofdgebouwen
Met betrekking tot het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. het hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden opgericht; b. ter plaatse van het bouwvlak met de aanduiding 'vrijstaand' mag uitsluitend één vrijstaand hoofdgebouw worden gebouwd; c. het hoofdgebouw wordt met de voorgevel gebouwd in de op de kaart aangegeven voorgevellijn, daar waar een dergelijke lijn op de kaart is aangegeven; d. de goot- en bouwhoogte van een gebouw bedraagt maximaal de op de kaart aangegeven maat. 3.2.3
Bijbehorende bouwwerken
Bij het hoofdgebouw mogen bijbehorende bouwwerken worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden opgericht; b. de bebouwde oppervlakte van het achtererf mag maximaal 50% bedragen met een maximum van 40 m²; c. in afwijking van het bepaalde in lid 3.2.3, sub b mag voor achtererven groter dan 80 m² dit maximum worden verhoogd met 10% van het verschil in grootte, zulks met een absoluut maximum van 90 m²; d. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 3,25 meter en de bouwhoogte maximaal 7 meter bedragen. Indien een dakhelling wordt toegepast bedraagt de helling minimaal 30°;
15
Bestemmingsplan "Kern 's-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3, 2022" Regels
e. de afstand tussen bijbehorende bouwwerken die (deels) gebouwd worden vóór de achtergevelrooilijn, en de zijdelingse bouwperceelsgrens zal minimaal 3 meter bedragen, met dien verstande dat aan één zijde van het perceel deze afstandsmaat niet van toepassing is. f. bijbehorende bouwwerken moeten minimaal 6 meter achter de voorgevellijn worden gebouwd; g. bijbehorende bouwwerken mogen een kap hebben. 3.2.4
Overige bouwwerken
Bij het hoofdgebouw mogen overige bouwwerken worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt maximaal 2 meter; b. in afwijking van het onder lid 3.2.4, sub a bepaalde bedraagt de bouwhoogte van een tuinof erfafscheiding, die gebouwd wordt vóór (het verlengde van) de voorgevellijn, alsmede binnen 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevellijn, maximaal 1 meter. 3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1
Afwijken middels omgevingsvergunning
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. lid 3.2.2, sub c voor het oprichten van een deel van de voorgevel achter de op de verbeelding aangegeven voorgevellijn, mits tenminste 50% van de totale voorgevelbreedte van het hoofdgebouw wel in de op de verbeelding aangegeven voorgevellijn wordt gebouwd; b. lid 3.2.2, sub d mits deze maat met maximaal 1 meter zal worden overschreden; c. lid 3.2.3, sub e, voor een kortere afstand van bijbehorende bouwwerken tot de zijdelingse bouwperceelsgrens; d. lid 3.2.4, sub a tot een bouwhoogte van maximaal 10 meter; e. lid 3.2.4, sub b, voor een kortere afstand van bijbehorende bouwwerken tot de voorgevellijn. 3.3.2
Vergunningvereiste
De in lid 3.3.1 genoemde omgevingsvergunningen kunnen slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de samenhang in het straat- en bebouwingsbeeld; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. 3.3.3
Procedureregel
Bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.3.1, sub a en d, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de gemeentelijke kwaliteitscoördinator.
16
Bestemmingsplan "Kern 's-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3, 2022" Regels
3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Verboden gebruik
Tot het verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de huisvesting van personen; b. het gebruik van de gronden voor windturbines. 3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1 Afwijken m.b.t. de uitoefening van detailhandel, beroepsmatige en/of bedrijfsmatige activiteiten Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.1.1: a. voor de uitoefening van de detailhandel in, beroepsmatig en/of bedrijfsmatig gebruik van de woning en/of bijbehorende bouwwerken met dien verstande dat bedoeld gebruik geen onevenredige hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt. Dit betekent onder meer dat: 1. de woning moet blijven voldoen aan het Bouwbesluit; 2. het gebruik een kleinschalig karakter heeft en zal behouden en naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn. Dat wil zeggen dat van de vloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken gezamenlijk maximaal 40 m² ten behoeve van detailhandel, beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in gebruik mag zijn; 3. geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid die vergunnings- of meldingsplichtig is op grond van de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving, tenzij het gebruik de woonfunctie op zichzelf en in relatie tot zijn omgeving niet zal aantasten; 4.
het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of bijbehorend bouwwerk uitvoert tevens bewoner van de woning is; 5. er geen verkeersaantrekkende activiteiten plaatsvinden die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte. 3.5.2
Afwijken m.b.t. logies met ontbijt
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.1.1: a. voor het gebruik van een woning en/of bij de woning bijbehorende bouwwerken voor logies met ontbijt, met dien verstande dat het bedoeld gebruik geen onevenredige hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt. Dit betekent onder meer dat: 1. de woning moet blijven voldoen aan het Bouwbesluit;
17
Bestemmingsplan "Kern 's-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3, 2022" Regels
2. de logies met ontbijt een kleinschalig karakter heeft en zal behouden en naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn. Dat wil zeggen dat van de vloeroppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken gezamenlijk maximaal 40 m² ten behoeve van de logies met ontbijt in gebruik mag zijn; 3. de logies met ontbijt mag niet in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk worden gerealiseerd; 4. geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het aanbieden van logies met ontbijt die vergunnings- of meldingsplichtig is op grond van de Wet milieubeheer of andere milieuwetgeving, tenzij het gebruik de woonfunctie op zichzelf en in relatie tot zijn omgeving niet zal aantasten; 5. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of bijbehorend bouwwerk uitvoert tevens bewoner van de woning is; 6. er geen verkeersaantrekkende activiteiten plaatsvinden die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte. 3.6
Algemene gebruiksregels
3.6.1
Verboden gebruik
Tot het verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub b en c Wabo (sub b alleen opnemen als er een aanlegvergunningenstelsel in het plan zit) wordt in ieder geval gerekend: a. Het gebruiken of te doen of laten gebruiken van overige bouwwerken en gronden op een wijze of tot een doel strijdig met de in dit plan aan de grond gegeven bestemming. 3.6.2
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.6.1: a. indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik dat niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
18
Bestemmingsplan "Kern 's-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3, 2022" Regels
Hoofdstuk 3 Artikel 4
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
19
Bestemmingsplan "Kern 's-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3, 2022" Regels
Artikel 5
Algemene bouwregels
5.1
Plaatsbepaling en vormgeving bouwwerken
5.1.1
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met inachtneming van de regels vervat in Hoofdstuk 2, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen, nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de plaatsing van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken ten opzichte van de bouwperceelsgrens en ten opzichte van elkaar; b. de dakhelling van hellende dakvlakken van gebouwen; c. de plaatsing en vormgeving van overige bouwwerken. 5.1.2
Procedureregel
De in lid 5.1.1 bedoelde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gebouwen, overige bouwwerken en gronden in verband met calamiteiten.
20
Bestemmingsplan "Kern 's-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3, 2022" Regels
Artikel 6
Algemene afwijkingsregels
6.1
Afwijkingsbevoegdheid
6.1.1
Afwijken middels omgevingsvergunning
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van de regels in dit plan voor: a. het bouwen van niet voor bewoning bestemde gebouwen en overige bouwwerken van geringe afmetingen ten dienste van het openbaar nut met een oppervlakte van maximaal 15 m² en een bouwhoogte van maximaal 3,5 meter; b. het overschrijden van de naar de weg gekeerde bebouwingsgrens door: 1. erkers, balkons en bordessen tot maximaal 1 meter; 2. ingangspartijen tot maximaal 2 meter, mits de bebouwde oppervlakte maximaal 6 m² en de bouwhoogte maximaal 3,25 meter zal bedragen; c. geringe afwijkingen, die in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Hierbij zijn verschuivingen van de bebouwingsgrens met maximaal 3 meter toelaatbaar; d. het oprichten van antennes en masten tot een bouwhoogte van 15 meter. 6.1.2
Vergunningvereiste
De in lid 6.1.1 genoemde omgevingsvergunningen kunnen slechts worden verleend indien: a. de samenhang in het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig wordt aangetast; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; c. dit niet leidt tot wijziging van de op de verbeelding aangegeven bestemming.
21
Bestemmingsplan "Kern 's-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3, 2022" Regels
Artikel 7
Algemene wijzigingsregels
7.1 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met inachtneming van het bepaalde in de Wro, de regels te wijzigen voor: a. het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, van geringe afmetingen ten dienste van het openbaar nut met een oppervlakte van maximaal 15 m² en een bouwhoogte van maximaal 3,5 meter; b. het overschrijden van de naar de weg gekeerde bouwgrens, zomede van de ten opzichte van de zijdelingse bouwperceelsgrens bepaalde minimumafstand door: 1. erkers, balkons en bordessen tot maximaal 1 meter; 2. ingangspartijen tot maximaal 2 meter, mits de bebouwde oppervlakte maximaal 6 m² en de bouwhoogte maximaal 3,25 meter zal bedragen; c. geringe afwijkingen, die in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Hierbij zijn verschuivingen van de bestemmingsgrens met maximaal 3 meter toelaatbaar. Deze regels zijn van toepassing voor het overschrijden van grenzen voor zover deze leiden tot wijziging van bestemmingen.
22
Bestemmingsplan "Kern 's-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3, 2022" Regels
Hoofdstuk 4 Artikel 8 8.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken:
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Burgemeester en wethouders kunnen éénmalig in afwijking van lid 8.1, sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 8.1, sub a met maximaal 10%; c. Lid 8.1, sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 8.2
Overgangsrecht gebruik:
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 8.2, sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld in lid 8.2, sub a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. Lid 8.2, sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan. 8.3
Afwijking overgangsrecht gebruik
Indien toepassing van het overeenkomstig lid 8.2 in het plan opgenomen overgangsrecht gebruik zou kunnen leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruikten in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan, kan de gemeenteraad met het oog op beëindiging op termijn van die met het bestemmingsplan strijdige situatie, van dat overgangsrecht afwijken.
23
Bestemmingsplan "Kern 's-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3, 2022" Regels
Artikel 9
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Kern 's-Heerenhoek, gedeelte Marktstraat 3, 2022'.
24