5.1 Ontwerp Omgevingsplan Buitengebied Borsele 2018, herziening Vrielingweg 1, 2021
Tekst van het document
Omgevingsplan Buitengebied Borsele 2018, herziening Vrielingweg 1, 2021
Omgevingsplan Buitengebied Borsele 2018, herziening Vrielingweg 1, 2021
Borsele
omgevingsvergunning
identificatie
planstatus
identificatiecode:
datum:
status:
NL.IMRO.0654.OPBGBHVW1‐0002
01‐05‐2020 10‐09‐2020 08‐12‐2020
concept voorontwerp ontwerp vastgesteld
projectnummer:
20200391 opdrachtleider:
ir. C.A. Louws
aangesloten bij:
RBOI - Rotterdam bv Segeerssingel 6 Delftseplein 27b 4337 LG Middelburg Postbus 150 T: 0118- 68 90 10 3000 AD Rotterdam telefoon (010) E-mail: 201 85middelburg@rho.nl 55 E-mail: info@rboi.nl
© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
2
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding en doel
7
1.2
Plangebied
7
1.3
Geldend bestemmingsplan
8
1.4
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2
Beleidskader
11
2.1
Inleiding
11
2.2
Toetsing
11
2.3
Conclusie
12
Hoofdstuk 3
Sectorale toetsen
13
3.1
Inleiding
13
3.2
Bodem
13
3.3
Archeologie
13
3.4
Ecologie
15
3.5
Verkeersaspecten
17
3.6
Wegverkeerslawaai
18
3.7
Water
18
3.8
Luchtkwaliteit
18
3.9
Externe veiligheid
19
3.10
Landschappelijke inpassing
22
3.11
Beeldkwaliteit
22
3.12
Conclusie
22
Hoofdstuk 4
Juridische regeling
23
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
25
5.1
Economische uitvoerbaarheid
25
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
25
Bijlagen toelichting
27
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
29 31 33 35 37
Motivering/onderbouwing initiatiefnemer Verkennend bodemonderzoek Stikstofrapportage Watertoetstabel Landschappelijk inpassingsplan
Rho adviseurs voor leefruimte
20200391
3
Regels
39
Hoofdstuk 1
Waarvoor mag ik deze locatie gebruiken
41
Artikel 11
Bedrijven uit categorie 3.2
41
Artikel 39
Maximale oppervlakte in gebruik
43
Artikel 40
Algemeen toelaatbare functies
44
Artikel 44
Walradarketen 2
46
Artikel 48
Bebouwing ten behoeve van een indicatief begrensde functie
47
Artikel 56
Specifieke bouwaanduiding niet agrarisch bedrijf
48
Artikel 70
Maximale oppervlakte bebouwd
50
Artikel 74
Bouwen binnen het gebied van de walradarketen 2
51
Artikel 75 mestbassins
Anti‐hagelgeneratoren, teeltondersteunende voorzieningen en
Artikel 76 zijnde
Algemeen toelaatbare gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen
Hoofdstuk 6 beeldkwaliteit
Op deze locatie gelden regels voor een goede
Artikel 91 polder
Agrarische en niet‐agrarische bedrijfsbebouwing in een kleinschalige
Artikel 98
Woning
59
Artikel 133
Voormalige agrarische bedrijfsbebouwing
61
Artikel 134
Algemene regels
62
Artikel 135
Verplicht advies
63
Artikel 136
Excessenregeling
64
Artikel 137
Aanpassing van de regels voor beeldkwaliteit
65
52 54
56 56
Hoofdstuk 7 Mag het toelaatbare gebruik en het bouwen op deze locatie ook veranderen
66
Artikel 138
Bijzondere overnachtingsplaatsen
66
Artikel 140
Kleinschalige polders
67
Hoofdstuk 8 Voor het bouwen of de invulling van de functie gelden regels voor een goede landschappelijke inpassing
80
Artikel 144
Landschappelijke inpassing in de Herverkavelde oudlandpolders
80
Artikel 147
Aanpassing regels landschappelijke inpassing
83
Hoofdstuk 9 locatie
Welke regels gelden er voor de houtopstanden op deze
Artikel 148
Regels voor beschermwaardige bomen
85
Hoofdstuk 11 Deze locatie bevindt zich in archeologisch waardevol gebied, hiervoor gelden regels
87
Artikel 151
87
Rho adviseurs voor leefruimte
85
Waarde ‐ Archeologie 2
20200391
4
Hoofdstuk 16
Verklarende regels
89
Artikel 168
Begripsbepalingen
89
Artikel 169
Wijze van meten
103
Hoofdstuk 17
Welke regels gelden er nog meer op deze locatie
105
Artikel 170
Anti‐dubbeltelregel
105
Artikel 171
Overgangsrecht
106
Artikel 172
Slotregel
107
Bijlagen regels
109
Bijlage 1
Sortimentslijst beplantingen
111
Bijlage 2
Streekeigen beplantingen
113
Bijlage 3
Staat van Bedrijf‐activiteiten
115
Bijlage 4
Staat van Horeca‐activiteiten
117
Bijlage 5
Vergunde nevenactiviteiten
119
Bijlage 6
Technische criteria planbeoordeling monumenten
121
Rho adviseurs voor leefruimte
20200391
Toelichting
6
Rho adviseurs voor leefruimte
20200391
7
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Op het perceel van autodemontagebedrijf Bert Bek aan de Vrielingweg 1 in Hoedekenskerke is het voornemen om, ten noorden van de bestaande bedrijfsloods, een nieuwe bedrijfsloods te realiseren. In het geldende omgevingsplan 'Buitengebied Borsele 2018' zijn de gronden bestemd ten behoeve van een autodemontagebedrijf met een maximale categorie 3.2. van de staat van bedrijfsactiviteiten met een maximaal bedrijfsoppervlak van 19.019 m² en een maximaal bebouwingsoppervlak van 1502 m². Het bedrijf heeft in de huidige situatie een bedrijfsoppervlak van 18.360 m² en een bebouwingsoppervlak van circa 1.350 m². Met de voorgenomen uitbreiding wordt een nieuwe bedrijfsloods van 1.000 m² gerealiseerd, waardoor de voorgenomen ontwikkeling in strijd is met de gestelde bouwregels vanwege een overschrijding van 851 m² van het maximaal toegestane bebouwingsoppervlak. Op basis van het geldend omgevingsplan 'Buitengebied Borsele 2018' is voorgenomen ontwikkeling dus niet toegestaan. Op verzoek van initiatiefnemer heeft gemeente Borsele in principe besloten medewerking te willen verlenen aan het initiatief. Om de voorgenomen ontwikkeling juridisch planologisch te regelen is het opstellen van een herziening van het omgevingsplan noodzakelijk.
Het doel van deze herziening van het omgevingsplan is de voorgenomen ontwikkeling van een nieuwe bedrijfsloods van 1000 m² ten behoeve van het autodemontagebedrijf, toch mogelijk te maken. De overige regels van het Omgevingsplan “Buitengebied Borsele 2018” zijn ongewijzigd en onverkort van toepassing.
1.2
Plangebied
Het plangebied ligt ten noorden van de kern van Hoedekenskerke, in het buitengebied van de gemeente Borsele. De locatie betreft een bedrijfsperceel aan de Vrielingweg 1. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200391
8
Figuur 1.1 Ligging van het plangebied (bron: luchtfoto kadaster Nederland)
1.3
Geldend bestemmingsplan
Het perceel is gelegen in het werkingsgebied van het omgevingsplan 'Omgevingsplan Buitengebied Borsele, 2018', vastgesteld op 1 maart 2018 door de gemeenteraad van Borsele. In het omgevingsplan is bepaald dat de gronden gebruikt mogen worden ten behoeve van een autodemontagebedrijf met een maximale categorie 3.2. van de staat van bedrijfsactiviteiten met een maximaal bedrijfsoppervlak van 19.019 m² en een maximaal bebouwingsoppervlak van 1502 m². Daarnaast geldt ook de dubbelbestemming Waarde ‐ Archeologie 2 en de gebiedsaanduiding Walradarketen 2. Voor het bouwen of de invulling van de functie gelden op deze locatie regels voor een goede beeldkwaliteit en tevens voor een goede landschappelijke inpassing.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200391
9
Figuur 1.2 Uitsnede omgevingsplan 'Omgevingsplan Buitengebied Borsele (bron: Borsele Crotec Viewer)
Figuur 1.3 Impressie terreininrichting waarbij het grijze blok de beoogde ontwikkeling vormt.
1.4
Leeswijzer
De toelichting op de herziening van het omgevingsplan heeft de volgende opzet: in hoofdstuk 2 wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan het relevante gemeentelijk beleid. vervolgens worden in hoofdstuk 3 de verschillende omgevingsaspecten getoetst, die van invloed zijn op de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt beschreven hoe de voorgenomen ontwikkeling in deze herziening van het omgevingsplan is geregeld. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200391
10
Rho adviseurs voor leefruimte
20200391
11
Hoofdstuk 2
2.1
Beleidskader
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt het ruimtelijk beleidskader geschetst dat van toepassing is voor de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied. In paragraaf 2.2 wordt het relevante beleid op Rijks‐, provinciaal en gemeentelijk niveau beschreven. Tot slot volgt in paragraaf 2.3 de conclusie.
2.2
Toetsing
Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bevat het ruimtelijk beleid van het Rijk. De SVIR is in maart 2012 in werking getreden. In de SVIR worden de dertien onderwerpen aangegeven die het Rijk als 'nationaal belang' beschermingswaardig acht. In de SVIR is geen specifiek ruimtelijk beleid opgenomen voor de omgeving van het plangebied. Provinciaal beleid In september 2018 is een nieuw Omgevingsplan en Verordening vastgesteld door Provinciale Staten. Voorliggende herziening wordt aan het nieuwe Omgevingsplan en de nieuwe Verordening getoetst. Omgevingsplan Zeeland 2018 en Omgevingsverordening Zeeland 2018 Het Omgevingsplan Zeeland 2018 bevat de hoofdlijnen uit alle provinciale beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving. Het gaat over economie, ruimte, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. De kern van dit omgevingsplan wordt gevormd door vier integrale strategische toekomstgerichte opgaven die nationaal en provinciaal centraal staan: Duurzame en concurrerende economie; Klimaatbestendige en ‐neutrale samenleving; Waardevolle leefomgeving; Toekomstbestendige bereikbare woon‐, werk‐ en verblijfomgeving. De voor de provincie relevante beleidskaders uit het Omgevingsplan zijn verwerkt in de Omgevingsverordening Zeeland 2018.
Artikel 2.3 "Bedrijven" van de Omgevingsverordening Zeeland 2018 gaat uitsluitend in op de realisatie van een nieuw bedrijventerrein alsmede de uitbreiding van een bedrijventerrein. Omdat de beoogde ontwikkeling alleen een toename van de bebouwing op een bestaand bedrijventerrein betreft is artikel 2.3 niet aan de orde en wordt geconcludeerd dat de regeling in de Omgevingsverordening Zeeland 2018 het initiatief niet in de weg staat. Gemeentelijk beleid Structuurvisie Gemeente Borsele 2015‐2020 In de Structuurvisie gemeente Borsele 2015‐2020 geeft de gemeente een beeld van de gewenste
Rho adviseurs voor leefruimte
20200391
12
toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van Borsele, met als achterliggend doel behoud en ontwikkeling van een aantrekkelijke gemeente, om zowel te wonen, te werken als te recreëren. De structuurvisie dient voornamelijk als toetsings‐ en afwegingskader bij de beoordeling van nieuwe ruimtelijke initiatieven. De gemeente heeft in de structuurvisie op verschillende onderdelen beleid geformuleerd. Een van deze onderwerpen is 'economie'. Hierin wordt onder andere ingegaan op het uitgiftebeleid van bedrijventerreinen, Nieuwe Economische Dragers en bestaande bedrijven in het buitengebied. Laatstgenoemde is relevant voor de voorgenomen ontwikkeling. Het bestaande beleid voor niet agrarische bedrijvigheid wordt doorgevoerd. Dit houdt onder andere voor de beoogde ontwikkeling het volgende in; In een aantal dorpskernen van de gemeente Borsele of net daarbuiten bevinden zich een aantal grotere solitaire bedrijven. Deze bedrijven passen qua aard en schaal in principe niet binnen de dorpskernen maar zorgen op geheel eigen wijze voor leefbaarheid in de kernen. De bedrijven zijn daar van oudsher gevestigd en werknemers komen veelal uit het dorp. Uitplaatsing van deze bedrijven is financieel economisch niet haalbaar.
De gemeente is bereid mee te denken met solitaire bedrijven om onder voorwaarden tot een beperkte groei op de huidige locatie te komen zodat deze bedrijven kunnen inspelen op de groeiende vraag vanuit de markt, hun werkprocessen kunnen stroomlijnen en/of duurzamer kunnen produceren.
2.3
Conclusie
In voorgaande paragraaf is de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de relevante ruimtelijke beleidskaders op rijks‐, provinciaal en gemeentelijk niveau. De afwijkingen ten opzichte van het omgevingsplan bedragen alleen afwijkingen in de maatvoering. Er worden geen functionele wijzigingen voorgesteld. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past in het Rijksbeleid en het Provinciaal beleid. Om te kunnen voldoen aan de nieuwe milieueisen maar ook aan het verwachtingspatroon van de klanten is uitbreiding en aanpassing van het bedrijf noodzakelijk. Dit past in het gemeentelijk beleid waarbij een solitair bedrijf zoals autodemontagebedrijf Bert Bek kan inspelen op de groeiende vraag vanuit de markt en waarbij werkprocessen gestroomlijnd kunnen worden. Daarbij geniet uitbreiding op de huidige locatie de voorkeur boven het aankopen en uitbreiden op een andere locatie in het buitengebied. (Gedeeltijdelijke) verplaatsing van het bedrijf zou zorgen voor ruimtebeslag en extra verkeersbewegingen en dit is in het buitengebied niet wenselijk. Initiatiefnemer heeft een document opgesteld om de beoogde ontwikkeling te motiveren. Dit document is opgenomen in Bijlage 1. De ontwikkeling van de nieuwe bedrijfsloods is getoetst in het kader van het geldende omgevingsplan. De beoogde ontwikkeling is in overeenstemming met de Structuurvisie Borsele 2015‐2020.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200391
13
Hoofdstuk 3
3.1
Sectorale toetsen
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt het project getoetst aan alle relevante sectorale aspecten. Deze toetsing geldt als basis voor de planologische afweging.
3.2
Bodem
Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Onderzoek en conclusie Op basis van het vigerende omgevingsplan mag het totale perceel in gebruik genomen worden ten behoeve van een bedrijf uit categorie 3.2. Om de bodemkwaliteit aan te tonen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 2 Hieruit blijkt dat de bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
3.3
Archeologie
Toetsingskader Verdrag van Malta In Europees verband is het zogenaamde "Verdrag van Malta" (1992) tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk in situ te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Om dit meewegen te laten plaatsvinden is, naast de doorvertaling in nationale wet‐ en regelgeving, een economische factor toegevoegd. De kosten voor het zorgvuldig omgaan met het bodemarchief, dus de kosten voor inventarisatie, (voor)onderzoeken, bodemonderzoek en documentatie, moeten door de initiatiefnemer worden betaald. Het "Verdrag van Malta" is in 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg geïmplementeerd in de Nederlandse Monumentenwet. In combinatie met de Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, is behoud en beheer van het bodemarchief daarmee integraal verankerd in de ruimtelijke werkprocessen van gemeenten. Beleidsnota Archeologie gemeente Borsele
Rho adviseurs voor leefruimte
20200391
14
Door burgemeester en wethouders van de gemeente Borsele is archeologiebeleid vastgesteld (d.d. 11 oktober 2011). Het archeologiebeleid van de gemeente Borsele is geëvalueerd en bijgesteld. De gemeenteraad heeft het aangepaste beleid in de raadsvergadering van 6 april 2017 vastgesteld. Als gevolg daarvan is de oppervlaktemaat voor gebieden met een lage verwachtingswaarde (lichtpaars op figuur 3.7, categorie 6, Waarde Archeologie 4) vervallen. Bovendien is categorie 7 (Waterbodem) toegevoegd. In het archeologiebeleid wordt invulling gegeven aan de beleidsruimte die de Erfgoedwet aan gemeenten biedt. Het archeologiebeleid is opgesteld met de intentie een verantwoorde balans te bieden tussen het belang van archeologie en andere belangen die spelen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het beleid, dat gebaseerd is op een analyse van de plaatselijke situatie, geeft aan wanneer archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Het rapport "Archeologiebeleid gemeente Borsele" (d.d. 30 juni 2011) bestaat uit een "Deel A: Beleidsnota archeologie" en een "Deel B: Toelichting beleidskaart". Deel B is een (ruimtelijke) uitwerking van het archeologiebeleid (deel A).
Op basis van de beleidskaart, die bestaat uit een samenhangend pakket van kaarten en een toelichting, kan worden bepaald of voor een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling op een specifieke locatie al dan niet archeologisch onderzoek moet plaatsvinden. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt in 8 categorieën, waarvan enkele categorieën bekende archeologische waardevolle gebieden omvatten en andere een bepaalde verwachtingswaarde op archeologische vondsten weergeven (er wordt dus onderscheid gemaakt tussen archeologische waarden en verwachtingen). Het grootste deel van het grondgebied bestaat uit zones met een archeologische verwachting. Aan elke categorie, uitgezonderd categorie 1, is een, aan oppervlakte van grondverstoring gebonden, vrijstelling voor archeologisch onderzoek gekoppeld. Bij alle categorieën, wederom uitgezonderd categorie 1, geldt in ieder geval dat geen onderzoek hoeft plaats te vinden indien de bodem niet dieper dan 40 cm wordt verstoord.
De gehanteerde categorieën zijn: categorie 1: archeologisch rijksmonument; hiervoor is altijd een monumentenvergunning nodig; categorie 2: terrein van archeologische waarde; geen onderzoeksplicht indien minder dan 50 m² wordt verstoord; categorie 3: stads‐ en dorpskernen van een specifieke archeologische verwachting; geen onderzoeksplicht indien minder dan 50 m² wordt verstoord; categorie 4: hoge verwachtingswaarde op archeologische vondsten; geen onderzoeksplicht indien minder dan 250 m² wordt verstoord; categorie 5: matige verwachtingswaarde op archeologische vondsten; geen onderzoeksplicht indien minder dan 500 m² wordt verstoord; categorie 6: lage verwachtingswaarde op archeologische vondsten; geen onderzoeksplicht indien minder dan 2.500 m² wordt verstoord; categorie 7: verwachting van maritieme vondsten; hiervoor is altijd overleg met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed nodig; categorie 8: archeologische vondsten worden niet verwacht; geen onderzoeksplicht. Daarnaast is er de Archeologische Maatregelkaart‐in‐lagen. Dit is een kaart die inzicht geeft in de ligging van alle gewaarde terreinen en de kans op een vondst van archeologische relicten/sporen. De Maatregelkaart‐in‐lagen geeft vlakdekkend weer wanneer welke maatregelcategorie in het kader van de ruimtelijke ordening van principe van toepassing is.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200391
15
Onderzoek en conclusie Ter plaatse van het plangebied geldt volgens het geldende omgevingsplan de archeologische dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2'. Daarin is opgenomen dat bij een bodemverstoring groter dan 250 m² en meer dan 40 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk is. De nieuwe bedrijfsloods is 1.000 m². Hiermee wordt de de vrijstellingsgrens van 250 m² wel overschreden maar er zullen geen graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm plaats vinden. Men zal op de bestaande/aanwezige vloeistofdichte platen bouwen. Archeologisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk.
3.4
Ecologie
Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier‐ en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura2000‐gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura2000‐gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura2000‐gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura2000‐netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200391
16
Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden.
Bij de voorbereiding van het ruimtelijk plan moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. Uitwerking Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zeeland In de provincie Zeeland wordt vrijstelling verleend voor het weiden van vee en het voor op of in de bodem brengen van meststoffen. In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied, bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw, bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of natuurbeheer, of bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage IV bij deze verordening.
Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. Onderzoek en conclusie Gebiedsbescherming Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur‐ of groengebied met een beschermde status, zoals Natura2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Uit de kaart van het Natuurbeheerplan blijkt dat in het plangebied of directe omgeving geen beschermde landschapselementen aanwezig zijn. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura2000‐gebied 'Westerschelde & Saeftinghe' bedraagt circa 1,3 kilometer en tot het dichtstbijzijnde NNN‐gebied bedraagt ca. 570 meter. De agrarische percelen ten oosten van Hoedekenskerke vormen een onderdeel van het NNN.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200391
17
Het plangebied ligt buiten beschermde natuurgebieden. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de aard en omvang van de ontwikkeling kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Het Natura2000‐gebied Westerschelde en Saeftinghe, dat op circa 1,3 kilometer ten oosten van het plangebied ligt, is wel gevoelig voor stikstofdepositie. Door de aard en omvang van de ontwikkeling valt hier echter geen significante stikstofdepositie te verwachten. Er is in dit geval wel sprake van een aanlegfase, omdat het gaat om een nieuwe bedrijfsloods. Derhalve is er een Aerius berekening uitgevoerd. (Bijlage 3) Hieruit blijkt dat significante negatieve effecten op beschermde gebieden kunnen worden uitgesloten. De Wet natuurbescherming en het beleid van de Provincie Zeeland staan de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg. Soortenbescherming In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is er geen voornemen tot het slopen van bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Ook worden geen kapwerkzaamheden uitgevoerd. Daarmee vinden er geen werkzaamheden plaats die verblijfplaatsen en/of foerageergebieden van beschermde soorten kunnen aantasten en de algemene zorgplicht wordt in achtgenomen.
De nieuwe bedrijfsloods die in de toekomstige situatie wordt gebruikt ten behoeve van het autodemontagebedrijf, veranderd niets aan de huidige situatie waarbij het perceel al gebruikt wordt ten behoeve van bedrijfsvoering, specifiek de als autodemontagebedrijf. Gelet op het bovenstaande is het niet noodzakelijk om onderzoek te doen naar beschermde soorten in het plangebied.
3.5
Verkeersaspecten
Ontsluiting De ontwikkeling voorziet niet in de functiewijziging van het bedrijf in het buitengebied van de gemeente Borsele. Het plangebied wordt ontsloten door de Vrielingweg. De westkant van het perceel grenst aan deze weg. Het snelheidsregime op de Vrielingweg is 60 km/uur. Fietsers delen de rijbaan met het gemotoriseerde verkeer. De ontsluiting van de locatie is goed. Verkeersgeneratie Met de nieuwe ontwikkeling wordt de BVO met 1000 m² uitgebreid. Dit zou kunnen zorgen voor meer motorvoertuigbewegingen/etmaal dan wat in de huidige situatie al wordt gegenereerd. Het verkeer gaat echter al direct op in het heersend verkeersbeeld op de 's‐Gravenpoldersestraat. Daarmee heeft de ontwikkeling geen invloed op de verkeersafwikkeling. Parkeren Het voornemen is om de waardevolle onderdelen, die nu buiten op het eigen terrein opgeslagen worden, in de nieuwe bedrijfsloods op te slaan. Hierdoor ontstaat parkeerruimte op eigen terrein waarmee, evenals in de huidige situatie, wordt voorzien in de parkeerbehoefte op eigen terrein. Conclusie Het plangebied is goed bereikbaar. Door de ontwikkeling neemt de verkeersgeneratie in geringe mate toe en het verkeer gaat direct op in het heersend verkeersbeeld op de 's‐Gravenpoldersestraat. Derhalve zullen er geen problemen ontstaan in de verkeersafwikkeling. De parkeerbehoefte wordt opgevangen binnen het plangebied.
Het aspect verkeer en parkeren staat de ontwikkeling dan ook niet in de weg.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200391
18
3.6
Wegverkeerslawaai
Toetsingskader In de Wet geluidhinder is bepaald dat voor wegen in principe onderzoekszones gelden waarbinnen ‐ bij nieuwe ontwikkelingen ‐ aandacht aan wegverkeerslawaai moet worden besteed. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies binnen de geluidszone van een weg worden geprojecteerd, moet worden bepaald of ter plaatse van deze functies wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Onderzoek en conclusie Het bestaande bedrijf in de huidige situatie is volgens de Wet geluidhinder geen geluidgevoelige functie. Bij het bouwen van de nieuwe bedrijfsloods is het daarom niet noodzakelijk om een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uit te voeren.
3.7
Water
Beleid Ten behoeve van een ruimtelijke ontwikkeling dient een watertoets met het waterschap overlegd te worden. Bij de watertoets gaat het om allerlei waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt. Bij het tot stand komen van deze paragraaf is overleg gevoerd met de waterbeheerder. Onderzoek en conclusie Aangezien er een nieuwe bedrijfsloods wordt gebouwd, op de locatie die volledig is verhard met vloeistofdichte betonplaten neemt de verharding binnen het plangebied niet toe. De waterafvoer verandert niet. Deze blijft op dezelfde manier via bermpassage plaatsvinden. Derhalve zijn voor de bouw van de nieuwe bedrijfsloods geen extra maatregelen nodig. Een en ander is verder beschreven in de watertoetstabel (bijlage 4).
3.8
Luchtkwaliteit
Toetsingskader In het kader van een goede fysieke leefomgeving wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm). Dit onderdeel van de Wm bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar‐ en daggemiddelde) van belang. Deze grenswaarden zijn in tabel 3.1 weergegeven. Tabel 3.1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof Toetsing van Stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie Fijnstof (PM10) jaargemiddelde concentratie 24‐uurgemiddelde concentratie Fijnstof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie
Grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ 25 µg /m³
Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200391
19
Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Onderzoek Deze herziening van het omgevingsplan maakt de bouw van een nieuwe bedrijfsloods mogelijk. Het aantal bedrijven neemt daarmee per saldo niet toe. Daarmee draagt het plan op voorhand niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijnstof in de lucht. Er wordt dan ook voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied.
3.9
Externe veiligheid
Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde wordt overschreden Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen.
Op basis van het Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beiden liggen op een niveau van 10‐6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied van de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200391
20
Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het Bevt vormt de wet‐ en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het Bevt en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10‐5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10‐6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10‐6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10‐6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute.
Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes waarbinnen beperkingen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gelden. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Voor het groepsrisico geldt op grond van het Bevt slechts een oriënterende waarde en alleen in bepaalde gevallen is het doen van een verantwoording van een toename van het GR verplicht. Besluit externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op grond van het Bevb dient zowel bij consoliderende bestemmingsplannen als bij ontwikkelingen inzicht te worden gegeven in de afstand tot het PR en de hoogte van het GR als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Onderzoek Volgens de Risicokaart zijn er in de omgeving van het projectgebied enkele risicovolle inrichtingen en transport over spoor en water die mogelijk relevant zijn voor de ontwikkeling. In de omgeving van de projectlocatie is geen sprake van transport van gevaarlijke stoffen over de weg of door buisleidingen.
Inrichtingen Op het industrieterrein Vlissingen‐Oost, ruim 11 km ten westen van de ontwikkeling, zijn enkele risicovolle bedrijven gevestigd waarvan bekend is dat deze een groot invloedsgebied hebben. Het betreft Kloosterboer Vlissingen VOF en Verbrugge Zeeland Terminals. Uit de Risicokaart blijkt echter dat de invloedsgebieden van deze inrichtingen niet reiken tot de projectlocatie aan de Vrielingweg 1 in Hoedekenskerke. Het projectgebied ligt tevens buiten het toxisch aandachtsgebied van 1.500 meter. Deze bedrijven kunnen daarmee buiten beschouwing worden gelaten. Transport over spoor Op circa 6 km ten noorden van de projectlocatie is sprake van transport van gevaarlijke stoffen over het spoor. Conform het advieskader van VRZ worden de invloedsgebieden van het spoor en andere transportroutes 'afgekapt' op 1500 meter. Deze risicobron kan daarmee buiten beschouwing worden gelaten.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200391
21
Transport over water Ten oosten van de projectlocatie worden gevaarlijke stoffen vervoerd over de Westerschelde. De locatie ligt op circa 1600 meter van de vaargeul van de Westerschelde en ligt daarmee binnen het invloedsgebied van ongevallen met toxische stoffen en ongevallen met brandbare gassen op deze vaarroute. Vanwege de ligging binnen het invloedsgebied dient een beknopte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Redelijkerwijs zijn er alleen maatregelen te nemen tegen het vrijkomen van een gifwolk. Beknopte verantwoording groepsrisico Conform de Beleidsvisie Externe Veiligheid §2.6 geldt voor deze risicovolle inrichtingen de plicht voor een beknopte verantwoording van het groepsrisico. Het betreft namelijk een enkel kwetsbaar object in een al zeer volle omgeving, waardoor het effect op het groepsrisico van de inrichtingen marginaal is. Hierbij wordt ingegaan op het ongeval scenario met een toxische wolk. Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Zowel voor de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten.
De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/ adequaat aanwezig zijn van invalswegen en bluswatervoorzieningen. Ook speelt een snelle alarmering te allen tijde een belangrijke rol. Het plangebied wordt via verschillende wegen ontsloten. In zuidelijke richting kan over de Vrielingweg richting de Vrouwenweg worden gereden. In noordelijke richting is via de Vrielingweg de 's‐Gravenpoldersestraat bereikbaar. Hiermee is er sprake van een goede ontsluiting en bereikbaarheid voor hulpdiensten. Zelfredzaamheid Ter plaatse van het projectgebied wordt een loods mogelijk gemaakt. De aanwezige personen zullen over het algemeen zelfredzaam zijn. Aanwezige kinderen, ouderen en gehandicapten worden wel beschouwd als verminderd zelfredzame personen. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de ouders/verzorgers de verminderd zelfredzame personen kunnen begeleiden. Als gevolg van een incident met toxische stoffen geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in deze scenario's is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen.
Denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het centraal uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Daarnaast dienen, in het kader van effectieve zelfredzaamheid, de gebruikers van de objecten door risicocommunicatie te worden geïnstrueerd over de risico's en de mogelijke maatregelen die zij kunnen nemen. Conclusie Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200391
22
3.10
Landschappelijke inpassing
Voor de nieuwe ontwikkeling is het vereiste van een landschappelijke inpassing opgenomen. De Richtlijn voor erfbeplanting die hiervoor binnen de gemeente Borsele wordt gehanteerd is opgenomen in het Omgevingsplan Buitengebied Borsele, 2018. Daarbij is de richtlijn 'opgeknipt' naar deelgebieden. De nieuwe bedrijfsloods ligt in het deelgebied 'Herverkavelde oudlandpolders'. Qua openheid neemt dit gebied een positie in tussen de open grootschalige polders en de kleinschalige, besloten polders. De hoofdstructuur van het landschap wordt bepaald door de wegbeplantingen. Het gaat hier om boomsingels met een onderbeplanting, waarbij de bomen vaak in een onregelmatig plantverband staan. Bij Baarland en Hoedekenskerke is het landschap fijnmazig gestructureerd door dijken. Ruimtelijk vormen de erfbeplantingen een belangrijke aanvulling op de landschappelijke opbouw. De erven komen meestal voor langs de beplante polderwegen. Inrichtingsmaatregelen zorgen voor een goede landschappelijke inpassing van bedrijfsgebouwen. De nieuwe bedrijfsloods ligt achter de bestaande groensingel. Daarom is het opstellen van een landschappelijk inpassingsplan bij deze ontwikkeling noodzakelijk. Deze is opgenomen in Bijlage 5 en daarmee wordt voldaan aan de landschappelijke inpassing.
Figuur 3.1 Impressie landschappelijk inpassing.
3.11
Beeldkwaliteit
Ten aanzien van het aspect beeldkwaliteit dient nieuwe (agrarische) bedrijfsbebouwing in een kleinschalige polder in het Omgevingsplan Buitengebied Borsele 2018 een set regels opgenomen te worden die betrekking heeft op onder andere situering, massa, vorm, gevelindeling, kleur en materiaalgebruik. Toetsing aan deze regels zal plaatsvinden na aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen.
3.12
Conclusie
In hoofdstuk 3 is het voorgenomen initiatief getoetst aan de relevante omgevingsaspecten. Geconcludeerd wordt dat deze omgevingsaspecten geen belemmering vormen voor de beoogde ontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200391
23
Hoofdstuk 4
Juridische regeling
De beoogde ontwikkeling kan niet op basis van de delegatiebevoegdheid zoals opgenomen in artikel 140.5.1 van het geldende omgevingsplan plaats vinden. Daarom vindt er een herziening plaats van het geldende omgevingsplan dat op 1 maart 2018 door de gemeenteraad van Borsele is vastgesteld. Hierin is het maximaal bebouwingsoppervlak van 1502 m² gewijzigd naar het maximaal bebouwingsoppervlak van 2353 m². De regels van het Omgevingsplan “Buitengebied Borsele 2018” zijn ongewijzigd en onverkort van toepassing. Voor de raadpleegbaarheid van het omgevingsplan zijn de regels toegevoegd aan de digitale dataset.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200391
24
Rho adviseurs voor leefruimte
20200391
25
Hoofdstuk 5
5.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro moet de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen, waaronder de economische uitvoerbaarheid, worden aangetoond. De beoogde ontwikkeling betreft een particulier initiatief op particulier terrein. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente is een anterieure overeenkomst gesloten waarmee eventuele gemeentelijke kosten worden afgedicht. De gemeente Borsele is van mening dat de financiële uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling wordt gewaarborgd.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient inzicht te worden gegeven in de maatschappelijke uitvoerbaarheid van de herziening van het omgevingsplan. Het gaat daarbij zowel om de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de planvoorbereiding zijn betrokken alsook om de resultaten van het vooroverleg. In het kader van het vooroverleg zullen de wettelijke overlegpartners, Provincie, Waterschap en VRZ, betrokken worden en wordt het voorontwerp van de herziening van het omgevingsplan voor inspraak gedurende vier weken ter inzage gelegd. Vervolgens wordt het ontwerp van de herziening van het omgevingsplan voor zes weken ter inzage gelegd en wordt voor een ieder de mogelijkheid geboden tot het indienen van een zienswijze.
Rho adviseurs voor leefruimte
20200391
26
Rho adviseurs voor leefruimte
20200391
bijlagen bij de Toelichting
28
Rho adviseurs voor leefruimte
20200391
29
Bijlage 1 Motivering/onderbouwing initiatiefnemer
Rho adviseurs voor leefruimte
20200391
30
Rho adviseurs voor leefruimte
20200391
VERZOEK OMGEVINGSPLAN HERZIENING VRIELINGWEG 1, 4433 RV HOEDEKENSKERKE
Van Zaeck & Co CRES B.V. Van Blankenburgstraat 81 2517 XN Den Haag Tel 070 324 12 25 Projectnummer Opdrachtgever
Autodemontagebedrijf Bert Bek B.V.
Datum
19 november 2019
Versie
1
Status
definitief
Opsteller
Ir G.J. Schreurs
PAGINA 1 VAN 16
VRIELINGWEG 1 HOEDEKENSKERKE
OMGEVINGSPLAN HERZIENING
Inhoudsopgave 1.
I n l e i d i n g . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . . . . . . 3
2.
H u i d i g e s i t u a t i e . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . . 4
3.
V e r k o r t e i n v e n t a r i s a t i e g e s c h i k t h e i d . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1 1
4.
V e r z o e k t o t a a n p a s s i n g o m g e v i n g s p l a n . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1 4
5.
B i j l a g e n g e b o u w o n t w e r p . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1 5
VAN ZAECK & CO CRES B.V.
PAGINA 2 VAN 16
VRIELINGWEG 1 HOEDEKENSKERKE
1.
OMGEVINGSPLAN HERZIENING
Inl e idin g
A u t o d e m o n t a g e b e d r i j f B e r t B e k B. V. (h ie rna te no e m en Be k) i s ge v e st igd a an de V ri el in gw e g 1 in
Hoed ek en s ke rk e. He t b e drij f i s g e sp e cia li s e erd i n de de m onta ge van a ut o’s . Na as t au to de mont ag e h e e ft h et be drij f o ok e en a lg e m en e w erkp l aa t s waa r ond er h oud e n A PK k eur ing en aan aut o’ s wo rde n v err i cht. H et b edr ij f wo rdt g erun d doo r dr i e br o er s Walt e r, Den ni s en Mar c o Be k en b ij h et b ed rij f w erk en 1 0 p er son e e ls l ed e n. A u tod e mont ag e b ed ri jf B ek is e en f am il i ebedr ij f w elk e opg e ri cht is doo r Op a Be k en nu d oor d e j ong s te g en er ati e wo rdt ge l eid . H et bedr ij f h e e ft i n haa r b e s taan r e g el mat ig t e mak e n g ekr e ge n me t g rot e v e rand er ing en . Zo v era nde r en ond e r and e r e d e v er wa cht ing en van klant en . Op h et g eb i ed van m il i eur eg e l s z ijn o o k de no di ge ve rand er in ge n g e we e st . Dit m aakt da t e r c onti nu e g e ïn ve s te e rd word t in he t b edr ij f om aan d e v er w ach tin ge n v an kl ant en en aan d e ov e rh eid re g el s t e v old o en. Het be dri jf sp ro c es i s a l s vo lg t in g er ich t. Van al l e d e mont ag e auto’ s w or den d e v lo ei st o ff en af ge tapt bij binn enk o m s t. Jon ge ( s chad e )aut o’ s (jon g er d an c a 5 jaa r) w ord en vo ll edi g e ged e mo nt ee rd en d e on derd e le n word en op ge s l ag en in d e b edr ij f sru im t en.
D e ou de r e t e de mont e re n aut o’ s sta a n op h et bu it ent e rr ein . Op v e rz oe k word en hi er onde rd el en v an ged e mo nt ee rd. Ind ien e r ru im te op h et bui ten t e rr ein n odi g is word en d e m ee s t waa rd e vol l e del en v an d e bu it en sta a nde a uto’ s g ed e mont e er d. Oo k d ez e on de rd el en wo rd en op g es la g en in e en van de op h et te rr e i n st aand e g ebou w en. D e r e st en v an d e ge de m o nte erd e auto’ s word en sa m en gep e r st en a f g ev o erd al s oud i jz er v oor he rg ebru ik. Het be dri jf w e rkt v ol led ig e vo lg en s d e ri cht lij ne n v an d e br anch e or gani s ati e S TI BA en i s aang e sl ot en b ij d e ARN . B ek i s daa rnaa st aan g e sl ot en b ij Sti cht ing K wa l it eit sz or g D e mo nta ge (K ZD ) w elk e h e t d e mont ag e pr oc e s cont rol e er t en ce r t if ic e er t. D e K ZD he ef t in haa r r ich tl ijn en de N ed er land s e w et g ev i ng op g eno m en en a ang e vu ld m et ei g en r e ge l s. E r w ord t doo r d e KZ D ge con tro l ee rd o f d at d e bedr ij f s vo er ing vol g en s de r i chtl ijn en p laa t s vind t. O m dit ook v oor derd en inz ic ht eli jk t e m aken w ord t h et d e mon t ag epro c e s g e c ert if i ce e r d.
H et b ed rij f b e s chik t ov er al l e voo r d e d e mon tag e b enod i gde c er ti fi ca ten en v old oe t daa r m ee aan d e N ed er land s e w et ge v ing . Van w eg e n i eu we mil i eu ei s en ma ar ook va nw e g e de v er and er end e v er wa chti ng va n kl ant en w il het b ed ri jf de en tr e e en de ind el ing van h et bed rij f a anpa s s en. Ook l ig g en er nu no g waa rd e vo ll e o nde rd el en b uit en . Va nuit he t oo gpun t va n m il ie u maar ook van w eg e d e e cono m i sch e waa rd e van de ze ond erd el en kunn en d ez e b et e r onde r dak l ig g en. Het be dri jf b es ch ikt ov e r e en m od ern e b edr ij f sl ood s . I n d ez e l ood s v ind en d e a lg e m en e w erkp laa t s we rkz aa mh e den en d e de m onta g e w erk zaa mh e d en p laa ts . O ok l ig g en hi e r een g root de el v an d e ond e rd el en. D e kl ant en w el ke ko m e n v oor he t d e monta g e d e el va n h et b ed rij f z ijn ov er h et a lg e m e en and e re ga rag eb ed rij v en (z ak el ijk e k lant en ) en enk e l e pa rti cu li er en . D e klant en di e ko m en v oor onde rhoud en o f A PK k e urin ge n zi jn o v er h et a lg e m een par ti cul ie r en. Het be dri jf w il daa ro m g raag d ez e t w e e a cti v it ei ten n i et m e er in é én l oo ds hu i s v e st en. D e act i vit ei t en kunn en be t er b ed ri jf s ma ti g van e lk aar wo rd en g e sp lit s t.
D e b ezo ek e r s van d e w erkp laa t s v er wa cht en e en sc hoon en v e r war m d g ebou w wa ar ze kunn en p laat sn e m en in e en wa chtr ui mt e t en ti jde v an de r epa rat ie en /o f A PK k e u rin g t er w ij l d e d e mon tag e b ed ri jf bezo ek e r s enk el e en on derd e el ko m en h al en w e lke o v e r d e b al ie word t uitg e le v e rd. Ook zij n er v er s chi ll end e ei s en t en aanzi en v an d e op s la g c ondit ie s . Duurd e re e l ekt roni ca ond erd el en li gg e n v er wa r md (v or st v rij ) op ge s la gen e n d e o v er ig e onde rd el en wo rd en a ll e en ma ar d roo g opg e sla g en. Ni eu w e ond erd e len t en b eho e v e va n de al ge m e en w er kpla a ts w ord en e v en ee ns
VAN ZAECK & CO CRES B.V.
PAGINA 3 VAN 16
OMGEVINGSPLAN HERZIENING
VRIELINGWEG 1 HOEDEKENSKERKE
v er wa r md op g e sla g en. E r i s du s ni et all e en e en v er s chi l in d e ont v ang st ( v er wa cht ing en ) van klant en m aar ook in d e ma gaz ijn fun cti e v an b ei de b e d rij f sond e rd el en. In d e ond er s taand e afb e eld in g word t d e b edr ij f s loc a ti e va n B ek we e rg eg e v en.
Bedrijfslocatie Bek met gebouwen en kadastrale percelen.
In d e a fb ee ld ing zijn d e cont our en van d e g ebo u w en geb a se e rd op de B A G in h et roz e w e erg e g e ve n. I n d e g e le ci rk el s z ijn de vo eta fdr ukken van d e g ebou w en op ba s is van d e BA G cont our en w e er ge g e v en . D e z w art e lijn en en d e v ie rkan te nu m me r s z ijn de k ada st ral e per c ee l gr enz en re sp e cti e v eli jk d e k ada st ral e p e rc e el snu m m er s . Zo al s u i t de lu cht fot o bl ijk t l igt het b ed ri jf go ed ont sl ot en a an d e Vri e lin g w eg i n Ho ed ek en sk erk e. D e V ri el ing w e g z el f i s een zij w eg v an d e ’ s G ra v en pold er s e str aat w e lk e Ho ed ek en sk erk e m et ’ s Gr av enp old er v e rbind . 2.
Hu id ig e si tuat ie
De kada s tra l e p er ce l en ge m e ent e Bo rs e l e, S e ct i e T, nu m m er 2 00, 6 22 e n 62 3 vo r m en sa m en h e t bedr ij f. B inn en h et 1, 8 hec tar e gr ot e t er re in z ij n tw e e lood s en v an r e sp ec ti e v el ijk 75 4 m 2 ( b.j . 19 90 ) en 20 7 m 2 (b .j. 1 99 6) g er ea li s e erd al s m e de e en b edr ij f s won ing v an 1 12 m 2 u it 19 82 . De z e ge g e v en s zi jn on tl e ent a an de B as i s Ad min i str ati e G ebou w en (B A G ) en d e m etr ag e s z ijn geb a se e rd op de vo eta f drukk en va n d e g eb ou w en. D e g e bou w en k enn e n ook v er di epin g en du s het g ebru ik s vl oe ropp e r v lakt e i s g rot er dan d e h i er opg en om en m et ra g es . Enk el d e v o eta fdru k te lt m ee bij h et b epa l en va n h et ma xi ma l e b ebo uwi ng so ppe r vl ak. D e on der li gg end e ka v el s (kada s tra al b ek end al s n rs 2 00, 6 22 en 6 23 ) z ijn in to taa l 1 8. 36 0 m 2 g ro ot. H et t err e inopp er v lak van 1, 8 h ec tar e i s du s v oor 5,8 % v ol g ebou wd (o p ba si s va n d e B A G ). E e n de rg el ijk bebou w ing s pe rc ent ag e i s z e er laa g. D e g ebou w e n zijn al l en aan d e voo rz ijd e van h e t t er re in ge r eal i se e rd wat m aakt dat z e op ti ma al li gg en t. b.v . d e o nt slu iti ng. R on dom he t b edr ij f l ig g en fru itbo o mga ard en.
D ez e fru itb oo mg aard en in clu si e f d e Ze eu w s e ha g en v an he t b edr ij f en d e om li gg end e h ag en v an d e bo o mga ard en ma ke n d at h et b edr ij f go ed land s chapp el ijk i s ing epa s t.
VAN ZAECK & CO CRES B.V.
PAGINA 4 VAN 16
VRIELINGWEG 1 HOEDEKENSKERKE
OMGEVINGSPLAN HERZIENING
Aan d e a cht e rzi jde i s op de luc ht foto ’s nu no g a kke rbou w gron d t e z ie n maa r d ez e k a ve l i s inm idd el s ook in g ebru i k g eno m en a l s fru itbo o mg aard . Het be dri jf s te rr ei n maa kt ond erd e e l ui t van e e n clu s te r van dri e v e r sc hill en de bedr ij f st er re int je s . R ui mt el ijk ord en ing t echn i s ch va lt h et m e e st n oord el ijk g el e gen bedr ij f st er re int je ond er be st e m min gp lan “ Kl e in s chal ig e B edr ij f st er re in en” . D e and er e t w e e bedr ij f sl oca ti e s va ll en o nder h et i n 2 01 8 go ed ge keu rde O m ge v in gs plan Buit en g ebi ed Bo r s el e 20 18 . R ui mt el ijk e ord en ing s inf or ma ti e o v er de l ocat i e i s n i et b e s chik ba ar vi a ru i mt el ijk e plann en ma ar v ia d e ge m e ent el ijk e r ui mt el ijk e ord en in g s vi e w er.
Planverbeelding vigerend bestemmingsplan en omgevingsplan in het gebied.
Wij heb ben h et vi g er en d om g e vin g spl an ge raad ple e gd. He t o m ge v in gs p lan i s tot s tand g eko m e n in een Pi lot pro je ct . D it proj ec t i s s a men me t d e pr o vi nc ie Z ee land e n h et Min i st er ie van Inf ra str uctu ur en Wat er sta at t ot st and g ek o me n . D e p ilo t i s g ehoud en o m a l va st v oor t e so rt er en o p d e ni eu w e o mg e v ing s w et . On dank s dat d ez e w et no g n i et i s aang en om en i s h et om g e vin g spla n al g e m ee n v er bind end . D at w il z e gg en d at a l va st v er gunn ing en k unn en wor de n v er st r ekt o p di t ni eu w e om g e vin g spla n. D ez e v e rgunn ing en zi jn, o ok a l s de n i eu we om g e vin g s we t noo it wo rdt aa ng eno m en, v an k r acht en kunn en n i et wo r den v ern i eti gd n adat z e onhe rro ep e lij k zi jn ge w ord en.
VAN ZAECK & CO CRES B.V.
PAGINA 5 VAN 16
VRIELINGWEG 1 HOEDEKENSKERKE
OMGEVINGSPLAN HERZIENING
In d e ond er s taand e afb e eld in g word t d e v erb e el ding w e er g eg e v en.
Planverbeelding omgevingsplan viewer gemeente Borsele.
Ui t d e a fb e eld ing bli jkt dat op d e lo cat i e d e b e s te m min g “ B edr ij f t ot en m et d e cat e go ri e 3.2 ” rus t. Daa rnaa s t l igt h et ter r ein in h et de e lg eb ie d “K le in sc hal ig e p old er s ”. Op he t t er r ein ru st daarna a st d e b e st e m mi ng “ Waar de ”. Art ik el 11 ,1 lid d l aat h e t g ebru ik va n h et t e rr ei n ten b eho e v e van a uto de mont ag e to e. Hi erond e r word t di t a rti kel we e gg e ge v en 11 Bedrijven uit categorie 3.2 11.1 Toelaatbaar gebruik De gronden met de indicatieve aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2' en de daarbij aansluitende gronden mogen worden gebruikt voor: a. een bedrijf uit maximaal categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten met een maximale oppervlakte in gebruik zoals aangegeven in het plan; b. een dierenpension/dierenbegraafplaats/- mortuarium uit maximaal categorie 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten met een maximale oppervlakte in gebruik zoals aangegeven in het plan op de locaties Boerendijk 4, Heinkenszand en Kruipuitsedijk 8, Oudelande;
VAN ZAECK & CO CRES B.V.
PAGINA 6 VAN 16
OMGEVINGSPLAN HERZIENING
VRIELINGWEG 1 HOEDEKENSKERKE
c. een opslag van diverse materialen voor onderhoud water en wegen uit maximaal categorie 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten met een maximale oppervlakte in gebruik zoals a a n g e g e v e n i n h e t p l a n o p d e l o c a t i e Wo l f h o e k se w e g 5 , D r i e w e g e n ; d. een autodemontagebedrijf uit maximaal 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten met een maximale oppervlakte in gebruik zoals aangegeven in het plan op de locatie Vrielingsweg 1, Hoedekenskerke; e. nevenfuncties zoals aangegeven in 11.2; f. het wonen voor zover noodzakelijk voor de bedrijfsvoering, tenzij in het plan de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' is opgenomen; g. bij deze functie behorende voorzieningen zoals tuinen, erven, verhardingen, waterhuishoudkundige voorzieningen, laad- en losvoorzieningen, groenelementen, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. Artikel 11 omgevingsplan.
Zoals uit de regels blijkt is het autodemontagebedrijf als activiteit toegelaten. Ook is het toegelaten een bedrijfswoning bij het bedrijf te realiseren. In artikel 39 is het maximale bedrijfsoppervlakte opgenomen. 39 Maximale oppervlakte in gebruik Voor de functie op deze indicatief aangeduide locatie bedraagt de maximale oppervlakte in gebruik zoals bedoeld in de regels: 19019 m², zijnde de maximale oppervlakte in gebruik zoals vermeld in het plan. Artikel 39 omgevingsplan.
D e b e d r i j f s l o c a t i e z o a l s g e m a r k e e r d d o o r h e t s y m b o o l “ B edr ij f to t en m et d e cat e gor i e 3 .2 ” i s kadastraal 18.360 m2 groot en voldoet dus aan het maximale oppervlakte van 19.019 m2. Er zou nog een toevoeging kunnen plaatsvinden van 659 m2 grond van kadastrale kavel 202. 56 Specifieke bouwaanduiding niet agrarisch bedrijf Voor de toelaatbare bebouwing ten behoeve van de indicatief begrensde functies Bedrijf tot en met categorie 2, Bedrijven uit categorie 3.1, Bedrijven uit categorie 3.2, Detailhandel, Horeca, Dagrecreatie, Dagrecreatie 1 of Verblijfsrecreatie 1, inclusief de medegebruiksfuncties, geldt het volgende: a. bebouwing voldoet aan de regels voor een goede beeldkwaliteit zoals uitgewerkt in '6 Op deze locatie gelden regels voor een goede beeldkwaliteit'; b. bedrijfsbebouwing (uitgezonderd de bedrijfswoning met vrijstaande bijbehorende bouwwerken) is toegestaan tot de maximale bebouwingsoppervlakte zoals aangegeven in het plan: 1.waarbij de afstand tot de bouwperceelsgrens ten minste 5 m bedraagt; 2.waarbij geen bebouwing is toegestaan vóór de voorgevelrooilijn; c. per indicatief begrensde functie is ten hoogste één bedrijfswoning met aan- en uitgebouwde bijbehorende bouwwerken toegestaan, tenzij anders aangegeven in het plan;