5.1 Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat 2022
Tekst van het document
29
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Het volledige rapport is opgenomen in bijlage 6 van het Bijlagenboek. Daarnaast is ook het advies van de archeologisch adviseur toegevoegd aan het Bijlagenboek. 4.5.3
Conclusie
Uit onderzoek blijkt dat nader onderzoek niet noodzakelijk is en dat het opnemen van een archeologische dubbelbestemming in het bestemmingsplan achterwege kan worden gelaten. Ondanks dat er bij het vooronderzoek geen behoudenswaardige archeologische waarden werden aangetroffen, is niettemin de kans aanwezig dat archeologische sporen en vondsten in de bodem aanwezig zijn en dat deze in de uitvoeringsfase van de graaf- en inrichtingswerkzaamheden aan het licht komen. Voor dergelijke vondsten bestaat een wettelijke meldingsplicht ex. artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit 2016. Bij graafwerkzaamheden dient men dan ook attent te zijn op eventuele vondsten. Opdrachtgever verplicht de aannemers om attent te zijn op eventuele vondsten en/of sporen tijdens de werkzaamheden en verplicht hen archeologische vondsten direct te melden bij de bevoegde overheid.
4.6
Water
4.6.1
Wettelijk kader
Water en ruimtelijke ordening hebben met elkaar te maken. Enerzijds is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Anderzijds kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, te voorkomen. Volgens het Bro is een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht geworden. De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het uitvoeren van een watertoets betrekt de waterbeheerders actief bij ruimtelijke besluitvormingsprocessen en geeft water een duidelijke plek binnen de ruimtelijke ordening Waterbeleid 21e eeuw (Rijksbeleid) Het afgelopen decennium heeft Nederland meerdere keren te kampen gehad met wateroverlast. Dit heeft een omslag in het denken over water en het waterbeleid veroorzaakt. In het aangepaste beleid zijn het rijk, de provincies, de waterschappen en de gemeenten overeengekomen dat: het water zoveel mogelijk moet worden vastgehouden, daarna moet worden geborgen en daarna pas afgevoerd mag worden; voor ruimtelijke plannen een zogenaamde watertoets uitgevoerd moet worden.
In de watertoets moeten de keuzes ten aanzien van waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschreven te worden. Beleid Waterschap Scheldestromen Het provinciaal beleid van de provincie Zeeland is vastgelegd in het Omgevingsplan Zeeland 2018, de Waterverordening en de Provinciale Omgevingsverordening 2018. Het operationele waterbeheer van de Zeeuwse (binnendijkse) regionale wateren is in handen van het Waterschap Scheldestromen. In het waterbeheerplan 2016-2021 van het waterschap zijn de hoofdlijnen van het beleid op het gebied van watersystemen en afvalwaterketen kort beschreven. De uitwerking vindt plaats in de desbetreffende Beleidsnota's. Doel van het waterbeheer is het bereiken en in stand houden van een goede toestand van dit oppervlaktewater. Zowel wat de waterkwaliteit betreft als de waterkwantiteit. In het waterbeheerplan wordt aangegeven met welke maatregelen en tegen welke prijs het waterschap dit doel wil bereiken. In 2012 heeft het Waterschap Scheldestromen de Keur watersysteem waterschap Scheldestromen vastgesteld. Het waterschap richt zich op het in
30
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
stand houden en versterken van gezonde en veerkrachtige watersystemen. Het oppervlaktewater wordt niet los gezien van het grondwater. Gemeentelijk rioleringsplan, GRP4, Borsele 2012-2017 Het vierde GRP is op 5 april 2012 vastgesteld en heeft als hoofddoel: het continueren van de hoofddoelen van de eerdere gemeentelijke rioleringsplannen zoals het bereiken van een goede waterkwaliteit en het voorkomen van wateroverlast. Het rioleringssysteem moet tegen zo laag mogelijke kosten klimaatbestendig gemaakt worden waarbij ernaar gestreefd wordt om waterschade te allen tijde te voorkomen. Het hoofddoel is uitgewerkt in vier subdoelen: doelmatige inzameling en transport van afvalwater; voorkomen van waterhinder, overlast of schade en vasthouden van water; voorkomen van grondwateroverlast; schoon oppervlaktewater, grondwater en een schone waterbodem. Stedelijk waterplan Borsele 2016-2022 In het waterplan staan normen genoemd ten aanzien van de waterkwaliteit, waterkwantiteit, voorkomen van grondwateroverlast, afkoppelen van regenwater, beheer en onderhoud van stedelijk oppervlaktewater, ruimtelijke ordening en de inrichting van openbaar water. Het nieuwe waterplan besteed extra aandacht aan de klimaatverandering met name aan extreme en langdurige buien en rioolvreemd water.
Rioolvreemd water is regenwater en grondwater wat ten onrechte op de riolering en niet op het oppervlaktewater geloosd wordt. Het plan voldoet aan de uitgangspunten van het waterplan Borsele. 4.6.2
Onderzoek
Voor de watertoets is door het waterschap Scheldestromen een watertoetstabel beschikbaar gesteld. De tabel is hieronder opgenomen. De ontwikkeling is getoetst aan de daarin opgenomen waterthema's en water(beheer)doelstellingen. Onderstaande tabel geeft de onderbouwing voor de verschillende wateraspecten in een ruimtelijk plan. Overleg met het waterschap Scheldestromen heeft tijdens het planproces plaatsgevonden en de onderstaande tabel is ter beoordeling voorgelegd. Thema en water(beheer)doelstelling
Uitwerking
Veiligheid waterkeringen Het plangebied ligt niet in de nabijheid van primaire Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met waterkeringen en/of transportroute gevaarlijke stoffen de daarvoor benodigde ruimte. over water. In het plangebied waren 2 vrijstaande woningen Voorkomen overlast door oppervlaktewater voorzien. Hiervoor in de plaats wordt een nieuwe Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en brandweerpost gebouwd. Het overige deel van het afvoeren van water. plangebied wordt ingeplant met bomen. Het Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit dakoppervlak en de oppervlakteverharding zijn oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. vergelijkbaar met de bouw van de 2 vrijstaande Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de woningen. Watercompensatie is niet aan de orde. In het kans op extreme weersituaties. bestaande watersysteem is voldoende waterberging aanwezig. Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Het hemelwater van de brandweerpost wordt afgevoerd Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI's en van naar de nabijgelegen sloot. Aanpassingen aan de de (gemeentelijke) rioleringen. duikers en het talud worden afgestemd met het Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met waterschap.
De afvoer van afvalwater wordt de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het aangesloten op het bestaande gemeentelijke transportsysteem en het beperken van overstorten. rioleringsstelsel. Grondwaterkwantiteit en verdroging Grondwateroverlast of onttrekking van grondwater is Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. niet aan de orde. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en -mogelijkheden.
31
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk De kwaliteit van het grondwater wijzigt niet. aan grondwaterbeschermingsgebieden. Oppervlaktewaterkwaliteit De kwaliteit van het oppervlaktewater verslechtert niet. Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Er worden geen uitlogende materialen gebruikt. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren. Volksgezondheid Minimaliseren risicowater gerelateerde ziekten en plagen. De aan de rand van het plangebied gelegen sloot wordt Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via o.a. de daarvoor zodanig onderhouden dat geen risico's voor de volksgezondheid ontstaan. Deze sloot wordt door het benodigde ruimte. waterschap onderhouden. De natuurvriendelijke oevers worden behouden. Er zijn geen risico's voor de volksgezondheid Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zetting gevoelige veroorzaken.
Bodemdaling is niet aan de orde. gebieden
kunnen
Natte natuur Binnen het plangebied is geen natte natuur aanwezig Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk en wordt geen natte natuur gerealiseerd. karakteristieke aquatische natuur. Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en (hout)beplanting.
Voor de nabijgelegen sloot blijft onderhoud mogelijk vanaf de bestaande berm langs de sloot. Onderhoud hiervan zal door het waterschap plaatsvinden.. Het talud opgaande aan de zijde van het plangebied zal door de gemeente worden onderhouden.
Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.
Aanpassingen aan de sloot, talud en duikers worden afgestemd met het waterschap. Er zijn geen waterkeringen gelegen nabij het plangebied.
Wegen in beheer bij het waterschap Er zijn in de directe nabijheid van het plangebied geen * in de bouwfase: wegen in eigendom of beheer bij het waterschap Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over aanwezig. waterschapswegen? * na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer? * na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw plankunnen bereiken. Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd? * na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? * na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (Zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).
4.6.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat het plan voldoet aan het beleid en de normstelling ten aanzien van water. Het aspect water staat de vaststelling van dit bestemmingsplan niet in de weg. De vaststelling van het bestemmingsplan heeft nauwelijks tot geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem in het plangebied.
32
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
4.7
Milieuhinder
4.7.1
Wettelijk kader
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Milieuzonering betekent het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: 1. het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; 2. het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering In de brochure 'Bedrijven en milieuzonering 2009' (uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG)) wordt een handreiking gegeven voor het verantwoord inpassen van bedrijfsactiviteiten in de omgeving. De handreiking geeft informatie over een aantal ruimtelijk relevante milieuaspecten van een scala van bedrijfsactiviteiten.
In deze handreiking worden bedrijven ingedeeld in verschillende categorieën, al naar gelang de mate van hinder en inpasbaarheid. Ook maakt de handreiking onderscheid in verschillende gebiedstypen zoals een rustige woonwijk, rustig buitengebied en gemengd gebied. Aan de hand van de categorie-indeling kan bepaald worden of, en eventueel onder welke voorwaarden, een bedrijf inpasbaar is in de omgeving. 4.7.2
Toetsing
Er dient bekeken te worden of in de omgeving van het plangebied functies voorkomen die gehinderd kunnen worden door onderhavig project (in al haar activiteiten) of waarvan het project juist hinder ondervindt. Er zijn geen bedrijven of instellingen in de nabijheid van de toekomstige brandweerpost gelegen die een dusdanige milieu-invloed hebben dat deze belemmerend werken voor de realisatie van de brandweerpost. Daarom wordt hierna in deze paragraaf alleen ingegaan op hinder van de toekomstige brandweerpost op de omgeving. De (indicatieve) lijst 'Bedrijven en Milieuzonering 2009', geeft weer wat de richtafstanden zijn voor milieubelastende activiteiten. In deze publicatie worden de indicatieve richtafstanden gegeven voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
Bij het bepalen van de richtafstanden wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: het betreft gemiddeld moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstypen 'rustige woonwijk' en 'rustig buitengebied'; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten; bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten kunnen deze activiteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij de ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan mogelijk is. De gegeven richtafstanden zijn
33
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
richtafstanden en geen harde afstandseisen. Ze moeten daarom gemotiveerd worden toegepast. Dit betekent dat afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn. Op basis van de publicatie gelden voor een brandweerpost de volgende afstanden: Geur: 0 meter Stof: 0 meter Geluid: 50 meter Gevaar: 0 meter. Dit betekent dat een brandweerpost in VNG categorie 3.1. valt, met een indicatieve milieucirkel van 50 meter voor het aspect geluid. Aangezien in de VNG-brochure het onderdeel 'geluid' maatgevend is voor dit type inrichting en dus voor de richtafstand van 50 meter, is nader onderzoek gedaan naar het aspect geluid (omgevingslawaai). De afstand van 50 meter geldt vanaf de perceelsgrenzen van de brandweerpost. De VNGpublicatie geeft richtafstanden tot het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Indien echter de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kleinere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype 'gemengd gebied', dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. In dit kader kan het plangebied volgens de VNG typering worden ingedeeld onder het omgevingstype 'gemengd gebied'. In de directe omgeving van het plangebied zijn immers op korte afstand woningen, een dierenkliniek, kantoor en bedrijventerrein aanwezig.
Het plangebied wordt daarnaast via de Guldenroedestraat en het Clara's pad op de N665 ontsloten, welke een doorgaande weg betreft, die Heinkenszand met de omgeving verbindt. De kwalificatie van het omgevingstype 'gemengd gebied' doet recht aan het combineren van de beoogde maatschappelijke bestemming met de reeds aanwezige functies in het gebied. Door deze gebiedstypering kunnen de richtafstanden van de betreffende milieucategorieën worden teruggebracht met één afstandsstap voor wat betreft het hinderaspect geluid. Dit betekent dat voor de beoogde brandweerpost een richtafstand van 30 meter mag worden aangehouden. De afstand tussen de beoogde brandweerpost en de dichtstbijzijnde woning bedraagt circa 17 meter. Dit betekent dat niet voldaan kan worden aan de VNG-afstanden en dat een akoestisch onderzoek noodzakelijk is. Akoestisch onderzoek Door adviesbureau Anteagroup is een akoestisch haalbaarheidsonderzoek ten behoeve van de Brandweerpost aan de Guldenroedestraat te Heinkenszand. Dit onderzoek is als bijlage 7 (advies- en ingenieursbureau Anteagroup, 4 maart 2021) opgenomen in het Bijlagenboek. Toetsingskader geluid (industrielawaai) In het kader van de goede ruimtelijk ordening zijn de akoestische consequenties van de activiteiten binnen de inrichting en de verkeersaantrekkende werking van het plan inzichtelijk gemaakt.
Om te kunnen beoordelen of sprake is van een goede ruimtelijke ordening en een goed akoestisch woon- en leefklimaat, is aansluiting gezocht bij de systematiek van de VNGpublicatie Bedrijven en milieuzonering (hierna VNG-publicatie). Het toetsingskader voor geluid bestaat uit vier stappen waarbij per stap de geluidbelasting groter wordt en daarmee de onderzoeks- en motiveringsplicht. Stap 1: In de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' worden richtafstanden tussen geluidbronnen en geluidgevoelige bestemmingen benoemd. Indien de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven: inpassing is mogelijk. Stap 2: Indien stap 1 niet toereikend is, dan is inpassing mogelijk bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen van maximaal:
34
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Gebiedstype Rustige woonwijk
Gemengd gebied
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau
45 dB(A)
50 d(A)
Maximaal (piekgeluiden)
65 dB(A)
70 dB(A)
Ten gevolge van verkeersaantrekkende werking
50 dB(A)
50 dB(A)
Stap 3: Indien stap 2 niet toereikend is, is inpassing mogelijk bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen van maximaal: Gebiedstype Rustige woonwijk
Gemengd gebied
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau
50 dB(A)
55 d(A)
Maximaal (piekgeluiden)
70 dB(A)
70* dB(A)
Ten gevolge van verkeersaantrekkende werking
50 dB(A)
65 dB(A)
*Exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer
Het bevoegd gezag dient echter te motiveren waarom het deze belasting in de concrete situatie mogelijk acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezig geluidbelasting moet worden betrokken. Stap 4: Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal inpassing doorgaans niet mogelijk zijn. Indien het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, dient het grondig te onderzoeken, onderbouwen en te motiveren waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken.
Daarnaast valt de brandweerpost onder het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit). In het Activiteitenbesluit zijn grenswaarden voor geluid opgenomen. De akoestische consequenties zijn ook hieraan getoetst. Voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau (LAmax), veroorzaakt door de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting geldt dat: a. Niveaus op de genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden; Grenswaarden Activiteitenbesluit [dB(A)]
07.00-19.00 uur
19.00-23.00 uur
23.00-07.00 uur
LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen
50
45
40
LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
35
30
25
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
70
65
60
LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
55
50
45
b. De in de periode tussen 07.00 en 19.00 maximale geluidsniveaus(LAmax) zijn niet van toepassing op laad- en losactiviteiten. Resultaten uit het onderzoek Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Het hoogste langtijdgemiddeld beoordelingsniveau als gevolg van de activiteiten op het terrein van de uitrukpost is berekend in de situatie met en zonder sirene, ter plaatse van de geluid geluidgevoelige objecten in de omgeving. In de situatie met sirene wordt in de avond- en nachtperiode (52dB(A) respectievelijk 49dB(A)) niet voldaan aan stap 2 en 3 van de VNGpublicatie 'Bedrijven en milieuzonering' voor een gemengd gebied. Deze situatie doet zich echter incidenteel voor. Het grootste deel van het jaar blijft de geluidbelasting onder de
35
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
waarden die volgens stap 2 van de VNG publicatie gelden voor een rustige woonwijk. Maximale geluidniveaus Hiermee wordt in alle gevallen met sirene niet voldaan aan stap 2 en 3 en zonder sirene wordt in de nachtperiode niet voldaan aan stap 2 van de VNG publicatie. (Aan stap 3 wordt wel voldaan, omdat volgens de VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' piekgeluiden als gevolg van aan- en afrijdende verkeer in deze stap worden uitgezonderd. De piekniveaus in de avond en nacht worden uitsluitend door deze activiteit veroorzaakt .) Zonder sirene betreft dit de vertrekkende en terugkerende voertuigen in verband met een uitruk. Dit zal zich maximaal 8 keer per jaar voordoen. Voor de woningen van de Hoefbladstraat geldt bovendien dat een gangbaar binnenniveau van 45 dB(A) niet wordt overschreden vanwege de geluidwering van minimaal 20 dB(A) op basis van het Bouwbesluit. Indirecte hinder Het equivalente geluidniveau als gevolg van het verkeer van en naar de inrichting zonder sirene bedraagt maximaal 52 dB(A) etmaalwaarde op de oostgevel van Hoefbladstraat 88. Hiermee wordt niet aan de gestelde normstelling van 50 dB(A) etmaalwaarde voldaan ('stap 2' in de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'). Echter geldt dat de woningen aan de Hoefbladstraat conform het Bouwbesluit een geluidwering bezitten van minimaal 20 dB(A).
Het binnennveau is derhalve 32 dB(A) en voldoet daarmee aan het gestelde binnenniveau van 35 dB(A) conform het Bouwbesluit. Tevens is voor een goede ruimtelijke onderbouwing de geluiduitstraling ten gevolge van uitrukken met sirene inzichtelijk gemaakt. Het equivalente geluidniveau in de situatie met sirene bedraagt maximaal 69 dB(A) etmaalwaarde. Conclusie Gezien de optredende geluidniveaus en de beperkte frequentie van uitrukken van hoogstens 14 uitrukken in de avond en 8 in de nacht op jaarbasis, wordt het treffen van technische maatregelen (bijv. geluidsscherm) niet zinvol geacht. De uitrit wordt zo ver mogelijk richting Clara's Pad-Drieweg aangelegd zodat de brandweerauto bij een uitruk niet door de wijk rijdt en zo snel mogelijk op de Drieweg uitkomt. De installaties op en bij de brandweerpost worden geluidarm uitgevoerd. De sirene wordt alleen aangezet indien dit noodzakelijk is, zowel om geluidoverlast voor de buurt zoveel mogelijk te voorkomen als om de communicatie tijdens de opstart van een incident niet te bemoeilijken. De noodzaak is vooral als de verkeerssituatie daar aanleiding toe geeft. Hierover worden afspraken gemaakt met de bestuurders van de brandweerauto. Hierdoor is de overlast ten gevolge van de uitruk van brandweerauto's met sirenes in de omgeving minimaal.
Onder deze voorwaarden is ten gevolge van de ontwikkeling van de brandweerpost bij de geprojecteerde omliggende woningen sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. 4.7.3
Conclusie
Vanuit milieuzonering bestaan er geen belemmeringen tegen deze planontwikkeling. Voor de woningen blijft een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd.
36
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
4.8
Externe veiligheid
4.8.1
Wettelijk kader
De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving voor het beheersen van risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen (zoals het gebruik, de opslag, de productie en het transport). Het beleid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen in de nabijheid van risicobronnen dienen te worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Twee begrippen staan in dit beleidsveld van de externe veiligheid centraal: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Plaatsgebonden risico (PR) Het PR is omschreven als de kans dat een persoon die gedurende een heel jaar onafgebroken en onbeschermd op een bepaalde plaats verblijft, ten gevolge van een ongewoon voorval met een gevaarlijke stof komt te overlijden. In het relevante beleid- en wetgevingskader geldt het PR met de risicocontour van de kans één op een miljoen per jaar (kans 10-6 per jaar) als grenswaarde voor kwetsbare objecten. Vanwege de definiëring als grenswaarde kan hiervan niet worden afgeweken. Voor beperkt kwetsbare objecten werkt deze norm slechts als een richtwaarde. Van een richtwaarde kan na een uitgebreide motivering eventueel worden afgeweken.
Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de kans van één op de honderdduizend per jaar (kans 10-5 per jaar) als grenswaarde. Kwetsbare objecten zijn gebouwen of verblijfsterreinen waar zich kwetsbare en/of grote groepen personen (kunnen) bevinden. Beperkt kwetsbare objecten zijn gebouwen of verblijfsterreinen waar dat doorgaans niet het geval is. Ook belangrijke infrastructuur, zoals een belangrijke verbindingsweg, kan als beperkt kwetsbaar object worden aangemerkt. Een limitatieve opsomming van (beperkt) kwetsbare objecten, wordt in de wetgeving niet gegeven. Het bevoegd gezag heeft daarom een zekere mate van beoordelingsvrijheid over wat zij in een specifieke situatie als kwetsbaar object beschouwt. Groepsrisico (GR) Het GR is de cumulatieve kans dat een groep personen van 10, 100 en 1.000 personen tegelijk komt te overlijden als gevolg van een ongewoon voorval met gevaarlijke stoffen. Het GR is niet genormeerd. Hiervoor geldt enkel een oriënterende waarde waarboven een afweging gemaakt moet worden over de aanvaardbaarheid van de risico's. Het GR wordt enkel bepaald voor het invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied is het gebied waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het GR.
Veelal wordt hiervoor het gebied gebruikt dat is gelegen binnen de 10-8-contour van het PR (het gebied dat wordt getroffen door een ongeval met een kans van één op honderd miljoen per jaar). Aangezien sommige ongevalscenario's ook bij (nog) kleinere ongevalkansen nog tot dodelijke slachtoffers kunnen leiden, wordt in die gevallen het gebied gebruikt waarbinnen nog 1% van de aanwezige personen kan komen te overlijden (de zogenaamde 1%letaliteitsgrens). Wet Basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes Per 1 april 2015 zijn de Wet Basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden. In de wet is het Basisnet juridisch verankerd. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Hiermee wordt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) beoogt om duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten en de daarbij behorende maximale omvang van de risico's die dat transport mag veroorzaken.
37
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Het Bevt vormt het toetsingskader voor ruimtelijke plannen voor het vervoer over de weg, het spoor en het water. Op basis van het Bevt gelden de volgende normen: De contour van het PR met een kans van 10-6 per jaar geldt als grenswaarde voor kwetsbare objecten en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. De ligging ervan is te vinden in de bijlagen bij de Regeling Basisnet; Het groepsrisico dient berekend te worden voor de realisatie van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen een afstand van 200 meter van route die is aangewezen in het Bevt. Daarbij geldt dat het groepsrisico berekend en (uitgebreid) verantwoord moet worden indien: 1. het groepsrisico hoger is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of; 2. het groepsrisico met meer dan 10% toeneemt, of; 3. de oriëntatiewaarde wordt overschreden; Bij het mogelijk maken van nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten in het plasbrandaandachtsgebied (PAG) gemotiveerd moet worden waarom deze objecten toelaatbaar zijn, gelet op de mogelijke gevolgen van een ongeval met brandbare vloeistoffen. Besluit externe veiligheid buisleidingen en de Regeling externe veiligheid buisleidingen Op het transport van gevaarlijke stoffen door buisleiding is per 1 januari 2011 het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing. Het Bevb bestaat uit twee delen.
Het eerste deel bevat algemene voorschriften waaraan een exploitant van een buisleiding dient te voldoen. Het tweede deel bevat de instructieregels die bij het opstellen van een bestemmingsplan in acht moeten worden genomen. De contour van het PR met een kans van 10-6 per jaar geldt op grond van het Bevb als grenswaarde voor kwetsbare objecten en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Het GR moet op grond van het Bevb worden bepaald voor ruimtelijke ontwikkelingen die zijn gelegen in het invloedsgebied van de betreffende buisleiding. De Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) bevat een technische uitwerking van het Bevb. In artikel 2 van de Revb zijn onder andere aardgastransportleidingen met een diameter van 50 mm of meer en een werkdruk van 16 bar of meer aangewezen als leidingen waarop het Bevb van toepassing is. 4.8.2
Onderzoek
Inrichtingen In het plangebied zelf zijn geen inrichtingen aanwezig die van belang zijn in het kader van externe veiligheid. Volgens de risicokaart bevindt zich wel een inrichting in de verdere omgeving van het plangebied. Dit betreft Kerncentrale Borsele. De kerncentrale heeft een schuilzone van 20 kilometer en een evacuatie- en ontruimingszone van 5 kilometer. Het plangebied valt met een afstand van circa 8,5 kilometer vanaf de centrale buiten de evacuatieen ontruimingszone, maar binnen de schuilzone. Transportroutes Nabij het plangebied is de snelweg A58 en een spoorlijn gelegen. In de nabijheid zijn geen buisleidingen met gevaarlijke stoffen of een vaarroute voor gevaarlijke stoffen aanwezig. A58 Op circa 530 meter van het plangebied ligt de snelweg A58. Voor dit tracé geldt een PRcontour van 5 meter buiten de weg en een plasbrand-aandachtsgebied (PAG) dat reikt tot maximaal 30 meter vanaf de buitenste rijlijn. Deze gebieden reiken daarmee niet tot het plangebied. Het plangebied ligt wel binnen het invloedsgebied (meer dan 4.000 meter) van de A58 waardoor een beperkt verantwoording van het GR van toepassing is.
38
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Spoor Over de spoorlijn Sloehaven - Roosendaal West vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. De PR-contour is niet buiten het spoor gelegen. Daarnaast is er geen sprake van een plasbrandaandachtsgebied. Er is sprake van een invloedsgebied van meer dan 4.000 meter. Het plangebied ligt op circa 2.200 meter afstand van het spoor en daarmee binnen het invloedsgebied waardoor een beperkte verantwoording van het GR van toepassing is. Verantwoording Beheersbaarheid De ontwikkeling ziet op verplaatsing van een brandweerpost binnen de kern Heinkenszand en het conserverend bestemmen van de naastgelegen woning. Op dit moment is op de beoogde locatie van de brandweerpost de realisatie van 2 woningen toegestaan. De huidige locatie van de brandweerpost valt ook reeds binnen het invloedsgebied van zowel het spoor als de weg. Per saldo kan dan ook worden geconcludeerd dat het aantal personen binnen het invloedsgebied niet significant toeneemt. Bereikbaarheid en bestrijdbaarheid Zowel voor de bereikbaarheid als bestrijdbaarheid van calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van het incident te voorkomen.
Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende / adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Tevens speelt een snelle alarmering te allen tijde een belangrijke rol. Nu de te realiseren functie een brandweerpost betreft voldoet de locatie volledig aan de gestelde eisen. Bovendien wordt opgemerkt dat de keuze voor deze locatie ten behoeve van de realisatie van de brandweerpost is gemaakt, omdat deze een zo optimaal mogelijke bereikbaarheid/aanrijtijd heeft voor het verzorgingsgebied indien een calamiteit zich voordoet. Zelfredzaamheid De beoogde doelgroep kan zichzelf redden wanneer een noodgeval zich voordoet. De nieuwe gebruikers zijn getraind om omwonenden in de omgeving en zichzelf te redden indien een noodgeval zich voordoet. 4.8.3
Conclusie
Op basis van de bovenstaande bevindingen, kan worden geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. 4.9
Kabels en Leidingen
Op of in de directe nabijheid van de locatie zijn geen transportleidingen dan wel andere belangrijke kabels en leidingen gelegen, welke de realisatie van de beoogde ontwikkeling kunnen belemmeren. 4.10
Luchtkwaliteit
4.10.1 Wettelijk kader Het onderzoek naar luchtkwaliteit wordt uitgevoerd op grond van hoofdstuk 5, titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' van de Wet milieubeheer. De titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' is beter bekend als de Wet luchtkwaliteit.
39
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
De kern van de Wet luchtkwaliteit is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren en waarin alle ruimtelijke ontwikkelingen/projecten zijn opgenomen die de luchtkwaliteit in belangrijke mate verslechteren. Het doel van de NSL is om overal in Nederland te voldoen aan de Europese normen voor de luchtverontreinigende stoffen. Voor wegverkeer zijn stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) de belangrijkste stoffen. De in de Wet luchtkwaliteit gestelde norm voor NO 2 en PM10 jaargemiddelde grenswaarde is voor beide stoffen 40 µg/m3. Daarnaast mag de PM10 24 uurgemiddelde grenswaarde van 50 µg/m3 maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. Met het van kracht worden van het NSL zijn de tijdstippen waarop moet worden voldaan aan de jaargemiddelde grenswaarden NO2 en PM10 vastgesteld op 11 juni 2011 voor PM10 en 1 januari 2015 voor NO2. Naast de introductie van het NSL is het begrip 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit. Een project draagt NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toeneemt dan 1,2 µg/m3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen.
Een ruimtelijke ontwikkeling vindt volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang als tenminste aan een van de volgende voorwaarden is voldaan: de ontwikkeling is opgenomen in het NSL; de ontwikkeling aangemerkt wordt als een NIBM-project; de gestelde grenswaarden in bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit niet worden overschreden; projectsaldering kan worden toegepast. Voor zover de ruimtelijke ontwikkeling is opgenomen in het NSL of de ontwikkeling kan worden aangemerkt als NIBM-project is toetsing aan de normen van de Wet luchtkwaliteit niet nodig. 4.10.2 Onderzoek In de 'Regeling niet in betekenende mate bijdrage (luchtkwaliteitseisen)' (Regeling NIBM) zijn voor verschillende functiecategorieën cijfermatige kwantificaties opgenomen, waarbij een ontwikkeling als een NIBM-project kan worden beschouwd. Deze categorieën betreffen landbouwinrichtingen, spoorwegemplacementen, kantoorlocaties, woningbouwlocaties en een combinatielocatie van woningbouw en kantoren. In de Regeling NIBM is geen brandweerpost opgenomen. Daarom is middels de NIBM-tool berekend of de luchtkwaliteit op de locatie voldoet. De NIBM-tool is in 2008 ontwikkeld door het ministerie van Infrastructuur en Milieu in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil. De NIBM-tool is een rekentool waarmee de bijdrage van kleinere ruimtelijke plannen en verkeersplannen aan de luchtkwaliteit vastgesteld kan worden.
Met de NIBM-tool kan op een eenvoudige en snelle manier bepaald worden of een plan niet-in-betekenende-mate bijdraagt (NIBM). In de onderstaande tabel is de ingevulde NIBM-tool (versie 2020) weergegeven. Uit deze tabel kan worden geconcludeerd dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekenende mate bijdraagt en een nader onderzoek niet nodig is.
40
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
(Bron verkeersgegevens tabel: 'Onderzoek stikstofdepositie Guldenroedestraat te Heinkenszand', Econsultancy, 19 februari 2021 )
4.10.3 Conclusie De voorgestane ontwikkeling is aan te merken als een project dat NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Toetsing aan de grenswaarden van de Wet luchtkwaliteit is dan ook niet nodig. Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering oplevert voor de voorgenomen ontwikkeling in dit bestemmingsplan.
41
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Hoofdstuk 5
Juridische vormgeving
In de Wet ruimtelijke ordening met bijbehorende Besluit ruimtelijke ordening heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van de gemeente, provincies en het rijk. In de ministeriële 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening' hierna (Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP 2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen, die tot doel heeft om te komen tot een geüniformeerde en gestandaardiseerde opzet van bestemmingsplannen in Nederland. Deze methodiek is onverkort gevolgd. Het bestemmingsplan is daarbij tevens digitaal vervaardigd en is daarom ook digitaal raadpleegbaar via internet. Naast het feit dat de bestemmingen, aanduidingen en weergave van de verbeelding gestandaardiseerd zijn, vloeit de redactie van de regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti-dubbeltelbepaling rechtstreeks voort uit het Besluit ruimtelijke ordening. De beleidsmatige inhoud van het bestemmingsplan is niet gestandaardiseerd. De gemeente behoudt haar vrijheid ten aanzien van de inhoud en vormgeving aangaande de toelichting. Verbeelding De verbeelding geeft de bestemmingen weer.
Binnen de bestemmingsvlakken kunnen bouwvlakken, bouw-, gebieds-, functie-, en maatvoeringsaanduidingen aangegeven worden, waarbinnen een aantal specifieke bouwregels en functies kunnen worden aangegeven. Deze hebben juridische betekenis, omdat daar in de regels naar wordt verwezen. De topografische ondergrond die gebruikt is als basis voor de verbeelding heeft geen juridische status. Regels Algemeen De regels bevatten bepalingen over het gebruik van de gronden, over de toegelaten bebouwing en bepalingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn, conform de wettelijk verplicht gestelde SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 3 Algemene regels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Inleidende regels Begripsbepalingen en Wijze van meten De inleidende regels omvatten de begripsbepalingen en de bepalingen omtrent de wijze van meten. De begripsbepalingen geven de definities over de in de regels gehanteerde begrippen met betrekking tot bouwen en functies. De wijze van meten geeft uitsluitsel over de wijze waarop afstanden, hoogtes, oppervlakte etc. moeten worden gemeten. Bestemmingsregels Artikel 3 Groen Binnen de bestemming 'Groen' mogen overige bouwwerken worden opgericht. De bouwregels zijn met name gericht op de maximaal toegestane hoogtematen.
Artikel 4 Maatschappelijk Voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening vallen onder de bestemming 'Maatschappelijk'. De brandweerpost is conform de standaard regels van de gemeente Borsele voorzien van een specifieke aanduiding: 'uitsluitend brandweerpost toegestaan'. Andere vormen van maatschappelijk zijn daarmee niet toegestaan. Wel zijn bijbehorende voorzieningen zonder meer toegestaan, zoals parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. De bebouwing moet opgericht worden in het op de kaart aangegeven
42
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
bebouwingsvlak. Op deze wijze wordt de situering van de bebouwing nader geregeld. Daarnaast zijn regels opgenomen ten behoeve van de toegestane bouwhoogte. Ook zijn enige afwijkingsmogelijkheden bij omgevingsvergunning opgenomen om af te wijken van de voorgeschreven (hoogte)maten. Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen, dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Algemene bouwregels Dit artikel bevat nadere eisen die burgemeester en wethouders kunnen stellen bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen. Daarbij gaat het om nadere eisen aan de plaatsing van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken, de dakhelling en de plaatsing en vormgeving van overige bouwwerken. Algemene afwijkingsregels In deze regels wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bij omgevingsvergunning af te wijken voor het bouwen van nutsvoorzieningen met een geringe afmeting en voor het overschrijden van de naar de weg gekeerde bebouwingsgrens.
Daarnaast kan afgeweken worden voor geringe afwijkingen die in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken en die noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Ten slotte kunnen burgemeester en wethouders afwijken voor het oprichten van antennes en masten tot een bouwhoogte van 15 meter. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsregels opgenomen. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met een omgevingsvergunning voor afwijken geregeld kunnen worden, zoals het overschrijden van bestemmingsgrenzen. Overgangs- en slotregels In deze regels is het overgangsrecht vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Als laatste is de slotbepaling opgenomen, welke bepaling zowel de titel van het plan als de regels bevat.
43
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Hoofdstuk 6 6.1
Economische uitvoerbaarheid
Kostenverhaal
Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd. De beoogde ontwikkeling is een gemeentelijk initiatief. De gronden ter plaatse van de ontwikkelingslocatie zijn in bezit van de gemeente. Bij de onderhavige ontwikkeling worden de voorziene kosten gedekt door de gemeentelijke begroting, waardoor het niet noodzakelijk is een exploitatieplan vast te stellen. 6.2
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 3.1.6, lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening dient de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen, waaronder de economische uitvoerbaarheid, te worden aangetoond. De ontwikkelkosten, waaronder ook aansluitingen op het gemeentelijk rioleringsstelsel en inrichting van de buitenruimte, zijn voor rekening van de gemeente. De Veiligheidsregio Zeeland betaalt ook een bijdrage aan de ontwikkeling. De gemeenteraad heeft het benodigde krediet voor de realisatie van de brandweerpost beschikbaar gesteld. Het voorliggende plan is daarmee economisch uitvoerbaar.
44
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
45
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Hoofdstuk 7 7.1
Maatschappelijke toetsing en overleg
Maatschappelijke toetsing
Ten aanzien van de maatschappelijke uitvoerbaarheid is in de eerste plaats een breed draagvlak nodig voor de regels die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Dit wordt bevorderd door het bestemmingsplan goed af te stemmen op het gewenste ruimtelijk beleid van het rijk en de provincie, als ook op de wensen en ambities van het lokale bestuur en door middel van participatie van de direct belanghebbenden. 7.2
Bewonersparticipatie
Behalve door de wet gestelde eisen en bestuurlijke overeenstemming over het plan, is het maatschappelijk draagvlak onder de bevolking en met name onder de bewoners en gebruikers van de wijken van groot belang. Mede met het oog op de komende Omgevingswet hecht de gemeente Borsele eraan, dat bij ontwikkelingen van projecten bewonersparticipatie plaatsvindt. Om te voorkomen dat participatie te veel lijkt op een juridische procedure in plaats van echte betrokkenheid van bewoners bij een ontwikkeling, worden geen harde eisen en termijnen gesteld aan het participatietraject. Wel zal nadrukkelijk worden gekeken naar de mate waarin bewoners vroegtijdig zijn gekend in het beoogde project, er voldoende kennis van konden nemen en mee konden praten en denken over de invulling van het project. Verslaglegging van het participatietraject wordt verder niet aan bepaalde vormvereisten onderworpen, met dien verstande dat inzichtelijk zal worden gemaakt wat er in het kader van de participatie is ondernomen en welke reacties van bewoners zijn ontvangen. Binnen het totstandkomingsproces van dit bestemmingsplan heeft burgerparticipatie een belangrijke rol gespeeld. De locatiekeuze voor de nieuwe brandweerpost is begin 2019 in een informatiebijeenkomst aan de direct-belanghebbenden gepresenteerd. Vervolgens zijn de belanghebbenden betrokken bij de stedenbouwkundige uitwerking van het plan.
Aan de hand van twee schetssessies is een inrichtingsschets gemaakt. De inrichtingsschets heeft de architect gebruikt om een idee voor een gebouw te ontwerpen. De architect heeft de belanghebbenden geïnformeerd over het schetsontwerp en zijn in de gelegenheid gesteld vragen te stellen en wensen kenbaar te maken. Via deze bijeenkomsten zijn de bouwstenen en inrichting van de toekomstige brandweerpost geïnventariseerd en is een afweging gemaakt van alle wensen en belangen die meespelen. Tot slot is het eindresultaat besproken met de belanghebbenden. Participatie betekent niet dat verschil in zienswijzen over een planontwikkeling altijd worden opgelost. Met betrekking tot voorliggend plan bestaan verschillen van inzicht tussen enkele omwonenden en de gemeente, zowel wat betreft de locatiekeuze voor de brandweerpost als de inrichting van het terrein en de vormgeving van het gebouw. De gemeente is echter van mening dat de beoogde ontwikkeling ruimtelijk verantwoord is en dat hiermee een algemeen belang wordt gediend.
46
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
7.3
Inspraak en overleg
7.3.1
Inspraak
Ingevolge de inspraakverordening van de gemeente Borsele dient de gemeente de bevolking te betrekken bij de voorbereiding van plannen op ruimtelijk gebied. Het voorontwerp van het bestemmingsplan heeft in verband daarmee 4 weken op het gemeentesecretariaat ter inzage gelegen en is op de landelijke website (www.ruimtelijkeplannen.nl) gepubliceerd. Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn 7 inspraakreacties ontvangen. Voor de samenvatting en beantwoording van deze reacties wordt verwezen naar bijlage 8 in het Bijlagenboek (vooroverleg- en inspraakrapport). 7.3.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, overleg gepleegd met besturen van gemeenten, met Rijks- en provinciale diensten etc. Dit plan is in het kader van het vooroverleg toegestuurd aan: Provincie Zeeland; Waterschap Scheldestromen; Veiligheidsregio Zeeland. Van de vooroverlegpartners zijn reacties ontvangen. Voor de samenvatting en beantwoording van deze reacties wordt verwezen naar bijlage 8 in het Bijlagenboek (vooroverleg- en inspraakrapport).
47
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Regels
48
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Groen Artikel 4 Maatschappelijk Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Artikel 6 Algemene bouwregels Artikel 7 Algemene afwijkingsregels Artikel 8 Algemene wijzigingsregels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 9 Overgangsrecht Artikel 10 Slotregel
49
50 50 53 54 54 55 57 57 58 59 60 61 61 62
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan 'Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022' met identificatienummer NL.IMRO.0654.BPHZBPGS2021-0002 van de gemeente Borsele; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
verbeelding
de geometrisch bepaalde planobjecten NL.IMRO.0654.BPHZBPGS2021-0002; 1.4
als
vervat
in
het
GML-bestand
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
Awb
de Algemene wet bestuursrecht, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.7
bebouwing
één of meer gebouwen en/of overige bouwwerken; 1.8
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.9
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.10
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.11
bouwgrens
de grens van een bouwvlak;
50
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
1.12
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.13
bouwperceelsgrens
de grens van een bouwperceel; 1.14
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en overige bouwwerken zijn toegelaten; 1.15
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.16
erf
al dan niet bebouwd bouwperceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat hoofdgebouw; 1.17
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.18
gemeentelijke kwaliteitscoördinator
een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige op het gebied van stedenbouw dan wel architectuur; 1.19
hoofdgebouw
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.20
maaiveld
a. het oppervlak (of de hoogte daarvan) van het land; b. de bovenkant van het terrein dat een bouwwerk omgeeft; 1.21
maatvoeringsvlak
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar een bepaalde maatvoering geldt; 1.22
maatschappelijke voorzieningen
educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel ten dienste van deze voorzieningen;
51
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
1.23
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van openbaar nut; 1.24
overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.25
peil
a. de kruin van de weg indien de afstand tussen het bouwwerk en de kant van de weg minder dan 5 meter bedraagt; b. bij ligging in het water het gemiddelde zomerpeil van het aangrenzende water; c. in andere gevallen de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte bouwterrein; 1.26
samenhangend straat- en bebouwingsbeeld
a. een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte; b. een goede hoogte-/breedteverhouding tussen de bebouwing onderling; c. een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; d. de cultuurhistorische samenhang van de omgeving; 1.27
tuin-/erfafscheiding
bouwwerk geen gebouw zijnde, ter afbakening van eigendommen; 1.28
Wabo
de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.29
weg
weg als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub b, van de Wegenverkeerswet 1994, zoals die luidde ten tijde van inwerkingtreding van dit plan; 1.30
Wro
de Wet ruimtelijke ordening, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan.
52
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Artikel 2
Wijze van meten
Bij het toepassen van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstanden van bouwwerken onderling, alsmede afstanden van bouwwerken tot de bouwperceelsgrens worden daar gemeten, waar deze afstanden het kleinst zijn; 2.2
de afstand van een gebouw tot de zijdelingse bouwperceelsgrens
vanaf het dichtst bij de bouwperceelsgrens gelegen punt van het gebouw en haaks op de bouwperceelsgrens; 2.3
de bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4
de breedte en diepte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of tot het hart van de scheidingsmuren, met dien verstande, dat wanneer de betreffende gevelvlakken niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste maat; 2.5
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.6
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.7
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.8
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.9
het bebouwde oppervlak
van een bouwperceel, of een ander terrein wordt bepaald door de oppervlakten van alle op een terrein gelegen gebouwen bij elkaar op te tellen, tenzij in de regels anders is bepaald;
53
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Groen
Bestemmingsomschrijving
3.1.1 Bestemming De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. plantsoen, bermstroken, bermsloten, waterpartijen, paden, grondlichamen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van openbaar nut, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere tot de bestemming behorende groenen recreatieve voorzieningen. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 3.1.1 genoemde bestemming worden gebouwd: a. overige bouwwerken. 3.2.2 Overige bouwwerken Overige bouwwerken worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt maximaal: 1. antennes: 5 meter; 2. openbare nutsvoorzieningen: 3,5 meter; 3. lichtmasten en overige masten: 8 meter; 4. overige bouwwerken: 2 meter. 3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1 Afwijken middels omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. lid 3.2.2, sub a tot een hoogte van maximaal 10 meter. 3.3.2 Vergunningvereiste De in lid 3.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de samenhang in het straat- en bebouwingsbeeld; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. 3.4
Algemene gebruiksregels
3.4.1 Verboden gebruik Tot het verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. Het gebruiken of te doen of laten gebruiken van overige bouwwerken en gronden op een wijze of tot een doel strijdig met de in dit plan aan de grond gegeven bestemming. 3.4.2 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 3.4.1: a. indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik dat niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
54
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Artikel 4 4.1
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
4.1.1 Bestemming De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - brandweerpost': uitsluitend een brandweerpost; b. tuinen, erven, paden, verhardingen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. 4.2
Bouwregels
4.2.1 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduiding, uitsluitend ten dienste van de in lid 4.1.1 bedoelde bestemming worden gebouwd: a. gebouwen; b. overige bouwwerken. 4.2.2 Gebouwen Gebouwen worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden opgericht; b. de bouwhoogte van een gebouw bedraagt maximaal de op de verbeelding aangegeven maat. 4.2.3 Overige bouwwerken Bij gebouwen mogen overige bouwwerken worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. de bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt maximaal voor: 1. antennes: 5 meter; 2. openbare nutsvoorzieningen: 3,5 meter; 3. lichtmasten en overige masten: 8 meter; 4. overige bouwwerken: 2 meter. 4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Afwijken middels omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in: a. lid 4.2.2, sub b mits deze maat met maximaal 1 meter zal worden overschreden; b. lid 4.2.3, sub a tot een bouwhoogte van maximaal 10 meter. 4.3.2 Vergunningvereiste De in lid 4.3.1 genoemde omgevingsvergunningen kunnen slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de samenhang in het straat- en bebouwingsbeeld; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. 4.3.3 Procedureregel Bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.3.1, sub b winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de gemeentelijke kwaliteitscoördinator.
55