5.1 Ontwerp bestemmingsplan Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat 2022
Tekst van het document
Ontwerp bestemmingsplan “Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022”
Vastgesteld door de raad van de gemeente Borsele bij besluit van , voorzitter , griffier
gemeente titel
Projectnummer imro-idn voorontwerp ontwerp vastgesteld
Borsele Ontwerp bestemmingsplan “Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022” BS4465 NL.IMRO.0654.BPHZBPGS2021-0002 20-04-2021 31-08-2021
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Toelichting
2
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 Beleidskaders 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Regionaal beleid 2.4 Gemeentelijk beleid Hoofdstuk 3 Stedenbouwkundig plan brandweerpost 3.1 Algemeen 3.2 Uitgangspunten nieuwbouw 3.3 Stedenbouwkundige inpassing/ontwerp 3.4 Verkeer en parkeren Hoofdstuk 4 Kwaliteit van de leefomgeving 4.1 Geluidhinder 4.2 Bodemverontreiniging 4.3 Flora en Fauna 4.4 Cultuurhistorisch Hoofd Structuur 4.5 Archeologie 4.6 Water 4.7 Milieuhinder 4.8 Externe veiligheid 4.9 Kabels en Leidingen 4.10 Luchtkwaliteit Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid 6.1 Kostenverhaal 6.2 Economische uitvoerbaarheid Hoofdstuk 7 Maatschappelijke toetsing en overleg 7.1 Maatschappelijke toetsing 7.2 Bewonersparticipatie 7.3 Inspraak en overleg
4 4 6 7 8 10 10 13 15 16 18 18 18 19 20 24 24 24 26 28 29 30 33 37 39 39 42 44 44 44 46 46 46 47
Bijlagenboek Bijlage 1 Advies van het kwaliteitsteam Bijlage 2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bijlage 3 Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Tritium Advies, 18 september 2019 Bijlage 4 Ecologische quickscan Wet natuurbescherming nieuwe Brandweerpost Heinkenszand, Buijs Eco Consult B.V., 31 oktober 2019 Bijlage 5 Onderzoek stikstofdepositie Guldenroedestraat te Heinkenszand, Econsultancy, 19 februari 2021 Bijlage 6 Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, Artefact, 24 januari 2020 en het advies van de archeologisch adviseur Bijlage 7 Akoestisch haalbaarheidsonderzoek ten behoeve van de Brandweerpost aan de Guldenroedestraat te Heinkenszand, advies- en ingenieursbeau Anteagroup, 4 maart 2021 Bijlage 8 Vooroverleg- en inspraakrapport
3
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Heinkenszand heeft sinds jaar en dag een vrijwillige brandweer. De vrijwilligers komen uit (de directe omgeving van) het dorp en zijn zeer actief in en voor de Borselse samenleving. Vanwege onder andere de onderstaande redenen is een verplaatsing/vernieuwing van de brandweerpost noodzakelijk: Het brandweerkorps Heinkenszand is samengevoegd met een deel van het korps 's-Heer Arendskerke. Dit is onderdeel van het in 2016 vastgestelde implementatieplan Maatwerk Brandweerzorg van de Veiligheidsregio Zeeland. De huidige locatie van de brandweerpost is ongeschikt voor de samenvoeging, omdat de aanrijtijd van de vrijwilligers uit 's-Heer Arendskerke naar de bestaande post in Heinkenszand te lang is. De huidige brandweerpost voldoet niet langer aan de eisen die aan een moderne post mogen worden gesteld. Op de locatie van de huidige brandweerpost is de ontwikkeling van een supermarkt voorzien. Die nieuwe supermarkt betekent een versterking van het voorzieningenniveau in Heinkenszand. Met een nieuwe post kan niet alleen worden ingespeeld op alle Arbo technische en operationele eisen die aan moderne brandweerzorg mogen worden gesteld, maar het biedt ook de kans om een representatieve uitstraling te realiseren, die de trots van de Borselse gemeenschap op dit korps recht doet.
Er is geen sprake van een volwaardig bemande brandweerkazerne die overdag en/of 's-nachts in gebruik is, het gaat hier om een post waar het materieel opgeslagen staat en waar de vrijwilligers zich verzamelen als zij worden opgeroepen voor een uitruk en waar zij gemiddeld één keer per week bij elkaar komen voor (theorie)instructie. Om dit onderscheid voor ogen te houden, hanteren wij consequent de term brandweerpost in plaats van brandweerkazerne. Ook moet het dekkingsgebied (figuur 1) van de nieuwe brandweerpost Heinkenszand zo optimaal mogelijk bediend worden vanuit de locatie. De post Heinkenszand is verantwoordelijk voor de dekking richting de woonkernen Heinkenszand, 's-Heer Arendskerke, Nisse, N62 en omstreken. Daarnaast is de post Heinkenszand primair ook verantwoordelijk voor de dekking van de rijksweg A58, in westelijke richting tot en met de afslag Arnemuiden en in oostelijke richting tot en met de afslag Goes (Deltaweg).
4
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Figuur 1: Dekkingsgebied van de nieuwe brandweerpost Heinkenszand Om een locatiekeuze te maken is een kwaliteitsteam in het leven geroepen. Dit kwaliteitsteam heeft op basis van verschillende factoren een afweging gemaakt. Snel bij een brand of een incident komen en de brand bestrijden of hulp verlenen, dat is in essentie de taak van de brandweer. Burgers ontlenen hun gevoel van (brand)veiligheid aan de wetenschap dat de brandweer snel aanwezig is als dat nodig is. Deze zogenaamde opkomsttijd van de brandweer is daarmee de belangrijkste factor bij het zoeken naar een geschikte locatie voor een nieuwe brandweerpost. Naast de wettelijke opkomsttijden spelen ook andere factoren in meer of mindere mate een rol. Ruimtelijke inpasbaarheid, stedenbouwkundige en sociaal-maatschappelijke principes, grondpositie/-kosten en draagvlak zijn vanzelfsprekend van belang, maar zijn in dit keuzeproces omwille van het algemeen belang van een goede brandweerzorg in eerste instantie ondergeschikt gemaakt aan een snelle aanrij- en uitruktijd en een centrale ligging in het dekkingsgebied. De conclusie van het kwaliteitsteam is dat de locatie Guldenroedestraat/Hoefbladstraat op alle onderzoeksaspecten het beste scoort. Verwezen wordt naar bijlage 1 in het Bijlagenboek waarin het volledige advies van het kwaliteitsteam is opgenomen.
Op basis van dit advies van het kwaliteitsteam beoogt de gemeente Borsele op de locatie Guldenroedestraat/Hoefbladstraat in Heinkenszand een nieuwe huisvesting voor het vrijwillige brandweerkorps Heinkenszand te realiseren. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in het planologisch-juridisch mogelijk maken van de voorgestane ontwikkeling.
5
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Figuur 2: Aanzicht bestaande situatie plangebied (Bron: GoogleMaps) 1.2
Plangebied
Het plangebied is gelegen aan de noordoostzijde van de kern Heinkenszand, aan de rand van de wijk Over de Dijk, dichtbij een belangrijke uitvalsweg, de Drieweg. Meer specifiek is het plangebied gelegen op de hoek van de Guldenroedestraat en de Hoefbladstraat. In de afgelopen decennia is de woonwijk Over de Dijk gerealiseerd. Inmiddels zijn er nog slechts een klein aantal locaties in fase III van de woonwijk die nog braak liggen, waaronder de locatie aan de Guldenroedestraat/Hoefbladstraat. In het oorspronkelijke stedenbouwkundige ontwerp van de wijk Over de Dijk is uitgegaan van een markant gebouw met een bijzondere en representatieve uitstraling op de hoek van de Guldenroedestraat/ Hoefbladstraat. Dit gebouw kan gezien worden als verbinding/overgang van de woonwijk naar de kantoor-/praktijk-/bedrijfsfuncties op de hoek Guldenroedestraat/Clara's pad én als markering van de entree van de wijk. In de afgelopen jaren is er door een gebrek aan belangstelling en veranderingen in de markt niet gekomen tot een definitieve invulling van het plangebied. Het gedeelte van het plangebied waar de beoogde brandweerpost zal komen ligt derhalve braak en is ingezaaid met gras.
6
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Figuur 3: Ligging plangebied (rode omlijning) (Bron: provincie Zeeland, Atlas van Zeeland) 1.3
Geldend bestemmingsplan
Het vigerende bestemmingsplan betreft 'Heinkenszand, gedeelte Over de Dijk, fase III' welke is vastgesteld op 4 september 2008. Dit bestemmingsplan is voor de gronden die voor de brandweerpost worden aangewend in 2010 gewijzigd. Thans vigeert voor dit gedeelte van het plangebied het wijzigingsplan 'Heinkenszand, gedeelte Over de Dijk, fase III Hoefbladstraat 73 en 75, 2010'. Dit wijzigingsplan is door burgemeester en wethouders van de gemeente Borsele vastgesteld op 26 januari 2010. De gronden van het plangebied kennen zowel in het bestemmingsplan als in het wijzigingsplan een woonbestemming. De beoogde invulling met een brandweerpost is binnen deze bestemming niet toegestaan. De gemeente Borsele wil middels het voorliggende bestemmingsplan het vigerende bestemmingsplan en wijzigingsplan herzien, om ruimte te bieden aan de beoogde realisatie van de brandweerpost.
Figuur 4: uitsnede plankaart behorende bij het wijzigingsplan 'Heinkenszand, gedeelte Over de Dijk, fase III Hoefbladstraat 73 en 75, 2010. (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
7
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
1.4
Leeswijzer
Dit bestemmingsplan bestaat uit deze toelichting, regels en een verbeelding. Deze toelichting bestaat naast dit inleidende hoofdstuk uit zes hoofdstukken. In Hoofdstuk 2 komt het ruimtelijk relevante beleid uit de geldende beleidskaders aan bod. In Hoofdstuk 3 wordt het project toegelicht. Vervolgens worden in Hoofdstuk 4 de verschillende milieuaspecten beoordeeld. Hoofdstuk 5 bevat de beschrijving van de juridische aspecten. In Hoofdstuk 6 wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Tot slot komt in Hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid aan bod.
8
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
9
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Hoofdstuk 2
Beleidskaders
2.1
Rijksbeleid
2.1.1
Nationale Omgvingsvisie
Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie wordt door het Rijk een langetermijnvisie op 2050 gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk.
Fig. 5: Afwegen met de NOVI (bron: Nationale Omgevingsvisie) De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met ambities. Ook worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
10
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken & identiteit; 3. Afwentelen voorkomen. In de NOVI zijn de volgende nationale belangen genoemd die het project raken: • Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; • Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; • Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; Voor wat betreft de volgende nationale belangen wordt verwezen naar de milieuonderzoeken, zoals die in Hoofdstuk 4 ‘Kwaliteit van de leefomgeving’ aan de orde komen.
Conclusie relatie met voorliggend plan De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het ontwikkelen van duurzame, toekomstbestendige woningen en past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. Daarmee voldoet het plan aan het rijksbeleid zoals dit is vastgelegd in de Nationale Omgevingsvisie. 2.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Structuurvisies hebben op zichzelf geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de structuurvisie die juridische borging vragen worden daarom geborgd in de Amvb Ruimte. Deze Amvb wordt aangeduid als het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze Amvb is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. In het Barro zijn verschillende bepalingen opgenomen, o.a. ten aanzien van Rijksvaarwegen, hoofdwegen en -spoorwegen. Er zijn geen bepalingen die direct betrekking hebben op het plangebied. 2.1.3
Besluit ruimtelijke ordening
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is met ingang van 1 oktober 2012 opgenomen dat gemeenten en provincies verplicht zijn om in de toelichting van een ruimtelijk besluit de zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' op te nemen, wanneer een zodanig ruimtelijk besluit een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.'
11
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Het bestemmingsplan is een ontwikkelingsgericht plan. Verder kan een brandweerpost worden aangemerkt als 'andere stedelijke voorziening'. Van belang is dat een voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte. In onderhavig geval is daar sprake van. De verdeling van de verschillende brandweerposten wordt en is regionaal afgestemd om tot een evenwichtige en veilige verdeling van de brandweerposten binnen de regio te geraken om zodoende de brandveiligheid binnen de regio te kunnen garanderen. Omwille van die brandveiligheid is het van belang dat de huidige te verplaatsen brandweerpost binnen de grenzen van de gemeente Borsele, en meer specifiek Heinkenszand hernieuwd geaccommodeerd wordt. De verplaatsing van de bestaande brandweerpost is onder andere gemotiveerd in het document 'Maatwerk in Brandweerzorg' van de Veiligheidsregio Zeeland. Daarnaast is er een kwaliteitsteam in het leven geroepen om middels een locatiestudie tot de meest optimale locatie te komen. Belangrijke wegingsfactoren voor de locatiestudie betreffen snelle aanrij- en uitruktijd en een centrale ligging in het dekkingsgebied. De conclusie van het kwaliteitsteam is dat de locatie Guldenroedestraat/Hoefbladstraat op alle onderzoeksaspecten het beste scoort.
Op basis van de ladder dient de ontwikkeling vervolgens binnen het bestaand stedelijk gebied van de regio te worden vormgegeven middels benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. Het bestaande stedelijk gebied wordt gedefinieerd als zijnde het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Rekening houdende met voorgaande definitie kan worden geconcludeerd dat de locatie voor de nieuwe brandweerpost is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling is derhalve in overeenstemming met de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. 2.1.4
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
De vormvrije m.e.r.-beoordeling is het gevolg van de uitspraak van het Europese hof over de manier waarop de EU-richtlijn in de Nederlandse regelgeving was geïmplementeerd. De essentie van die uitspraak is dat altijd m.e.r. noodzakelijk is als belangrijke nadelige milieugevolgen niet kunnen worden uitgesloten. De drempelwaarden in het Besluit m.e.r. (kolom 2 'gevallen' in de D-lijst) zijn gebaseerd op algemene kenmerken van een activiteit en een globale aanname dat bij gevallen onder de drempelwaarde geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden. Dat hoeft echter niet altijd het geval te zijn. In bepaalde gevallen kan een activiteit met een kleinere omvang wel degelijk belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Dat kan bijvoorbeeld doordat die activiteit in of bij een kwetsbaar gebied is gepland. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is bedoeld als waarborg dat in dergelijke gevallen de m.e.r.(beoordelingsplicht) niet over het hoofd wordt gezien. Het ten onrechte niet doorlopen van een m.e.r. doet immers geen recht aan de bedoeling van m.e.r. en is een risico in de procedure. Voor de beoogde ontwikkeling van het realiseren van een nieuwe brandweerpost is een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen als bijlage 2 in het Bijlagenboek.
Op basis van deze beoordeling heeft het college van burgemeester en wethouders besloten af te zien van het opstellen van een milieueffectrapport. 2.1.5
Conclusie
Het plangebied heeft geen directe relatie met één van de thema's of bepalingen uit het SVIR, Barro en/of Bro (o.a. ladder voor duurzame verstedelijking). Voor het plan zijn er ten aanzien van het Rijksbeleid geen knelpunten.
12
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1
Omgevingsplan Zeeland 2018
In het omgevingsplan en de verordening Ruimte, vastgesteld door Provinciale Staten van Zeeland op 21 september 2018, geeft de provincie haar beleidsvisie op de toekomst van Zeeland. Naast het centrale thema duurzame ontwikkeling zijn een sterke economie, een goed woon- en werkklimaat en kwaliteit van water en landelijk gebied sleutelbegrippen. Verder zet de provincie zich in voor het toekomstbestendig maken van het Zeeuwse voorzieningenstelsel. Bovengemeentelijke voorzieningen worden afgestemd met de desbetreffende regio. De verantwoordelijkheid voor het ruimtelijk beleid wordt daarmee primair bij de samenwerkende gemeenten gelegd. De provincie beperkt zich tot het bevorderen van de regionale samenwerking en het bewaken van een aantal eigen belangen. Voorzieningen Leefbaarheid is een belangrijke voorwaarde voor een goed woon-, werk- en vestigingsklimaat. De bevolkingssamenstelling van Zeeland, verandert door vergrijzing, ontgroening en krimp. Met het aanhouden van deze demografische ontwikkelingen komt op enig moment een ondergrens in zicht voor cruciale voorzieningen zoals scholen, (zorg)voorzieningen en culturele evenementen. Daarnaast is er een trend tot concentratie van maatschappelijke voorzieningen, zodat ook bereikbaarheid daarvan een vraagstuk wordt.
Een betaalbaar, bereikbaar en divers voorzieningenniveau en toekomstbestendig voorzieningenstelsel voor alle bewoners, toeristen en bedrijven is essentieel. Het bieden van een goede kwaliteit van voorzieningen is daarbij belangrijker dan de fysieke nabijheid. Vanwege schaalvergroting heeft de provincie aandacht voor de bereikbaarheid van bovenlokale voorzieningen. Hierbij gaat het om ruimtelijke inpassing in de hoofdnetwerken van openbaar vervoer, fiets en auto. Ook wil de provincie optimaal gebruik maken van beschikbare innovaties, zowel sociale (zelforganiserende samenleving), digitale (mindere fysieke verplaatsingen) als technische (ebikes, zelfrijdende auto's). Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet, naar verwachting in juli 2022, heeft de provincie Zeeland een nieuwe Omgevingsvisie opgesteld. Deze visie wordt naar verwachting begin volgend jaar (2022) vastgesteld. Ook in de komende visie staat de kwaliteit van voorzieningen en regionale afstemming daarvan om ongewenste ruimtelijke en leefbaarheidseffecten te voorkomen centraal. 2.2.2
Omgevingsverordening Zeeland 2018
Met de vaststelling van het Omgevingsplan Zeeland 2018 is ook de Omgevingsverordening Zeeland 2018 vastgesteld (21 september 2018). Slechts een select aantal onderdelen uit het Omgevingsplan is geregeld in de verordening. Onderwerpen opgenomen in de nieuwe Omgevingsverordening zijn bijvoorbeeld bestaande natuur en ecologische hoofdstructuur, agrarische gebieden van ecologische betekenis, molenbiotopen, glastuinbouw en intensieve veehouderij. Voor wat betreft dit plan zijn de regels uit de Omgevingsverordening aangaande het aspect verdrogingsgevoelige natuurgebieden (artikel 4.12) van belang. Bescherming grondwater Op basis van artikel 3.11 van de Waterwet zijn in artikel 4.12 van de verordening enkele instructieregels gesteld, waarmee het waterschap als bevoegd gezag rekening moet houden bij het stellen van regels in de keur en het verlenen van vergunningen met betrekking tot het onttrekken van grondwater en het infiltreren van water. Deze instructieregels hangen samen met het provinciale water- en natuurbeleid in het Omgevingsplan Zeeland 2018.
13
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Zo is het van belang dat verdrogingsgevoelige natuurgebieden (zoveel mogelijk) worden beschermd tegen nadelige gevolgen van grondwatertekorten. Daarnaast is van belang dat de kwantitatieve toestand van aanwezig (zoet) grondwater dat geschikt is voor onttrekkingen ten behoeve van landbouwkundig gebruik (zoals beregening) duurzaam wordt beheerd, zodat deze als gevolg van benuttingsmogelijkheden niet uitgeput raakt. Verder verdient de kwaliteit van het grondwater bescherming in geval van infiltratie van water. Op het waterschap rust als bevoegd gezag de zorgplicht om te beoordelen of en in hoeverre een (voorgenomen) onttrekking van grondwater nabij verdrogingsgevoelige natuurgebieden (negatieve) gevolgen zal hebben voor de kwantitatieve toestand van het grondwater in de beschermde gebieden, of, in andere gebieden, voor de duurzame kwantitatieve toestand van het grondwater. Zoals in figuur 6 is weergegeven is alleen de oostelijke rand van het plangebied gelegen in de indicatieve toetszone van 300 meter rondom verdrogingsgevoelige gebieden. Het onderhavige plan is voorgelegd aan het Waterschap Scheldestromen ter toetsing. Het resultaat hiervan is vermeld in paragraaf 4.6 'Water'.
Figuur 6: Uitsnede kaart 15: Verdrogingsgevoelige natuurgebieden Omgevingsverordening Zeeland 2018 (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) 2.2.3
Conclusie
De provincie Zeeland staat – zowel nu als in de komende visie – een betaalbaar, bereikbaar en divers voorzieningenniveau voor. Een toekomstbestendig voorzieningenstelsel voor alle bewoners, toeristen en bedrijven is essentieel. Het realiseren van een nieuwe brandweerpost valt hier onder. Met de realisatie van de post vindt een verbetering van de brandweerzorg plaats (optimalisering dekkingsgebied). De Omgevingsverordening Zeeland 2018 heeft in dit geval geen betrekking op de nieuwbouw van de brandweerpost, met uitzondering van het bepaalde in 4.12 verdrogingsgevoelige natuurgebieden. In dit kader is het plan voorgelegd aan het Waterschap Scheldestromen. Verwezen wordt naar paragraaf 4.6 'Water' van deze toelichting.
14
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
2.3
Regionaal beleid
2.3.1
Thematische regiovisie De Bevelanden
Door de 5 Bevelandse gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland en Reimerswaal is de thematische Regiovisie voor de Bevelanden vastgesteld. De regio De Bevelanden kenmerkt zich door een relatief hoge (economische) dynamiek met een groot aantal dorpen en met de stad Goes als duidelijk regionaal centrum. Detailhandel en voorzieningen 1. Goes is het belangrijke centrum. In deze regionale centrumgemeente bevindt zich een (grootschalige) concentratie van detailhandel en voorzieningen; 2. In de omliggende kernen wordt belang gehecht aan een goed woon- en leefklimaat; 3. Bij inbreiding en herstructurering behoort ontwikkeling en instandhouding van een goede detailhandelsstructuur en een adequaat voorzieningenniveau tot de uitgangspunten. 2.3.2
Veiligheidsregio Zeeland: Maatwerk in Brandweerzorg
In het voorjaar van 2013 is gestart met een onderzoek om, binnen de kaders en mogelijkheden die de Wet veiligheidsregio’s biedt, te kijken op welke wijze een verdergaande optimalisering van de brandweerzorg mogelijk is. Dit heeft geresulteerd in het ‘eindrapport Maatwerk in Brandweerzorg’. Dit rapport is op 9 juli 2015 vastgesteld. Na bestuurlijke vaststelling van MiB is de ontwikkel- en besluitvormingsfase afgerond en is aangevangen met de implementatieen realisatiefase. Hiertoe is in februari 2016 het ‘implementatieplan Maatwerk in Brandweerzorg’ vastgesteld. In 2018 heeft er een evaluatie van dit plan plaatsgevonden. Het beleidsstuk gaat uit van een aantal onderwerpen waarin de maatregelen voor het betrouwbaar en toekomstbestendig maken van de brandweerzorg zijn opgenomen. Dit zijn de onderwerpen: 1. Implementatie Nieuwe TS (inclusief bezetting N-TS). 2. Implementatie TS2/FRB. 3. Ondersteuningsvoertuigen. 4. Realiseren dagbezetting Vlissingen Olympiaweg. 5. Sluiten van brandweerposten. 6. Samenvoegen van brandweerposten. 7. Nieuw te realiseren posten (inclusief huisvesting). 8. Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen (IBGS), Waterongevallenbestrijding (Duiken) en het Rope Rescue Team (RRT) (opgenomen in de reguliere bedrijfsvoering). Punten 6 is van toepassing op de brandweerlocatie in Heinkenszand.
Ten aanzien van de brandweerpost in Heinkenszand is opgenomen dat deze zal worden samengevoegd met 'sHeer Arendskerke. Er wordt gesteld dat voor deze samenvoeging een nieuwe brandweerpost, gesitueerd in Heinkenszand gewenst is (besluit c van Maatwerk in Brandweerzorg in het AB 9-7-2015.) 2.3.3
Conclusie
Er is geen specifiek beleid ten aanzien van de realisatie van brandweerposten in het regionale beleid van de Bevelanden opgenomen. Wel wordt er belang gehecht aan een goed voorzieningenniveau evenals een goed woon- en leefklimaat. De nieuwvestiging van een brandweerpost draagt hieraan bij. Tot slot kan wel worden geconcludeerd dat vanuit de Veiligheidsregio Zeeland is gekozen voor een samenvoeging en relocatie van de brandweerpost in Heinkenszand voor het betrouwbaar en toekomstbestendig maken van de brandweerzorg in Zeeland. Hieraan wordt middels voorliggend plan invulling gegeven.
15
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
2.4
Gemeentelijk beleid
2.4.1
Structuurvisie Borsele 2015-2020
De Structuurvisie Borsele 2015-2020 geeft een samenhangend beeld van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. De structuurvisie is een visie op hoofdlijnen en bevat een beschrijving van de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen voor de komende jaren. Er zijn drie centrale beleidsdoelen geformuleerd: 1. Behoud en versterking van de fysieke en sociaal-maatschappelijke kwaliteiten van Borsele. 2. Inzichtelijk maken van toekomstige plannen met een ruimtelijke en/of sociaalmaatschappelijke component. 3. Streven naar een duurzame aanpak. De structuurvisie dient niet alleen als toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente Borsele, maar ook als inspiratiebron voor mogelijke nieuwe ontwikkelingen en kansen. Het gaat er om de bestaande en toekomstige kwaliteiten van de gemeente in duurzaam evenwicht met elkaar te behouden en te versterken. De beleidsuitgangspunten ten aanzien van voorzieningen binnen de gemeente zijn als volgt in hoofdlijnen weergegeven: 1. Het richtpunt vanuit het bestaande beleidskader is het vormen van een samenleving met een bepaalde kwaliteit van leven, waarbij alle mensen deel kunnen uitmaken van het sociaal-maatschappelijk leven. Uitgangspunt hierbij is dat mensen onafhankelijk zijn van het inkomen, het opleidingsniveau, de leeftijd, de afkomst en/of de gezondheidssituatie. 2.
Voor het instandhouden van het voorzieningenniveau vervult de gemeente een regiefunctie. Zo zal de gemeente zich inzetten om de lokale betrokkenheid te faciliteren en te stimuleren. Hierdoor wordt de leefbaarheid vergroot. Daarnaast is de lokale betrokkenheid een succesfactor bij het verlenen van informele hulp. 3. Kwetsbare groepen mogen in de toekomst in Borsele niet buiten de boot vallen (de toenemende vergrijzing is hierbij een aandachtspunt). Het uitgangspunt is dat zij hun eigen verantwoordelijkheid nemen en, indien mogelijk, zolang mogelijk zelfstandig wonen. Zij kunnen daarbij een beroep doen op informele zorg van de lokale samenleving en nieuwe vormen van technologie. De gemeente garandeert wel een vangnet voor degenen die hier niet in slagen. Hierdoor kunnen mensen mee blijven doen in de samenleving. 4. De detailhandelsvoorzieningen in Heinkenszand en 's-Gravenpolder worden – indien mogelijk – verder uitgebreid en versterkt als centra. Hierbij wordt een combinatie gezocht van recreatief winkelaanbod en boodschappenaanbod voor alledag. Voor de meeste kernen in de gemeente Borsele is het draagvlak te klein voor een volwaardige winkelconcentratie. Dorpsprofiel Heinkenszand De ambitie voor Heinkenszand is inzetten op behoud en verbreding van de bestaande voorzieningen (tweede supermarkt) en medewerking verlenen aan initiatieven die de centrumfunctie versterken.
Het versterken van het dorpshart is een mogelijkheid waarbij het behouden en/of verbreden van het voorzieningenniveau een aandachtspunt is, met behoud van de dorpse schaal. In Heinkenszand wordt vooral uitgegaan van inbreiding. Hierbij gaat het onder andere om het afronden van de nieuwbouwwijk Over de Dijk, de herontwikkeling van de voormalige Emté locatie en het voltooien van de lintbebouwing aan de Stenevate. De herstructurering in Heinkenszand zal met name gericht zijn op de woningen van Beveland Wonen aan de Mr. Dr. Meslaan. Planmatige uitbreiding is nog mogelijk aan de zuidoostzijde van de kern (Platepolder). Het bedrijventerrein Noordzak wordt met de 3e fase nog beperkt uitgebreid. Hierbij is slechts de vestiging van 'lichte bedrijvigheid' aan de orde, gezien de ligging nabij de aangrenzende woonbebouwing. Na de afronding van Noordzak 3e fase zijn er in Heinkenszand geen bedrijfsterreinontwikkelingen meer voorzien
16
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
2.4.2
Conclusie
De ontwikkeling die in dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt, sluit aan bij het bovenstaande. Met de verplaatsing van de brandweerpost vindt er behoud en versterking van de voorzieningenstructuur plaats. Er wordt enerzijds op de bestaande locatie van de brandweerpost ruimte gecreëerd voor de vestiging van een supermarkt wat de aantrekkelijkheid van de kern Heinkenszand als winkelgebied ten goede komt. Anderzijds kan met de nieuwvestiging van de brandweerpost op de locatie worden voldaan aan de eisen die de Veiligheidsregio Zeeland stelt aan brandweerposten in de huidige tijd. Door de ontwikkeling van een nieuwe brandweerpost wordt bijgedragen aan een veiligere leefomgeving. Het niveau waarop brandweerzorg binnen het dekkingsgebied van de brandweerpost Heinkenszand kan worden geleverd, wordt geoptimaliseerd conform het beleid van de Veiligheidsregio Zeeland, zoals vastgelegd in het rapport Maatwerk in brandweerzorg.
17
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Hoofdstuk 3 3.1
Stedenbouwkundig plan brandweerpost
Algemeen
De Veiligheidsregio Zeeland heeft in 2016 het implementatieplan Maatwerk Brandweerzorg vastgesteld, gericht op een toekomstbestendige brandweerorganisatie in Zeeland. Onderdeel van dit plan is de samenvoeging van een deel van het korps in 's-Heer Arendskerke met het korps van Heinkenszand. In dat kader is een locatieonderzoek uitgevoerd. Uit deze analyse is gebleken, dat de locatie gelegen aan Guldenroedestraat – Hoefbladstraat te Heinkenszand de meest geschikte locatie is en aan de (ruimtelijke) eisen van de Veiligheidsregio Zeeland voldoet. Het dekkingsgebied voor onderhavige post omvat de kernen van Heinkenszand, 'sHeer Arendskerke, Nisse, N62 en omstreken en de A58 westelijk tot de afrit Arnemuiden en oostelijk tot de afslag Goes Deltaweg. De locatie is primair geschikt, omdat het dekkingsgebied binnen de normen wordt bereikt. Immers, de aanrij- en uitruktijden zijn het belangrijkste criterium voor een locatiekeuze (10 minuten voor de dorpskernen en 12 minuten voor het buitengebied). Verder heeft een kwaliteitsteam een analyse gemaakt, waarbij de locaties werden getoetst aan de ruimtelijke kwaliteit en een Programma van Eisen, dat is geformuleerd op basis van de uitgangspunten van Maatwerk in Brandweerzorg.
Ook vanuit dat oogpunt voldoet onderhavige locatie gelet op: De bereikbaarheid in relatie tot de bestaande wegenstructuur; De oppervlakte van de locatie; De zichtbaarheid van de maatschappelijke functie in de samenleving; De ruimtelijke inpasbaarheid van de brandweerpost. Op basis van deze overwegingen heeft de gemeenteraad van Borsele in zijn vergadering van 9 mei 2019 ingestemd met een nieuwe locatie voor de brandweerpost aan de Guldenroedestraat – Hoefbladstraat te Heinkenszand. 3.2
Uitgangspunten nieuwbouw
In het oorspronkelijke stedenbouwkundige ontwerp van de wijk 'Over de Dijk' is uitgegaan van een markant gebouw op de hoek van de Guldenroedestraat-Hoefbladstraat, als overgang van een woonwijk naar andere (kantoor-/praktijk-/bedrijfs)functies én als markering van de entree van de wijk. Een brandweerpost past in dit stedenbouwkundig concept. Een goede landschappelijk inpassing kan de gewenste kwaliteit op deze plek nog verder versterken. De oppervlakte van de kavel is ruim en biedt daardoor de mogelijkheid om tot een inpassing te komen die een meerwaarde biedt voor de omgeving. De uitgangspunten voor de inrichting van het plangebied (advies kwaliteitsteam) zijn als volgt: Compact gebouw in een groene omgeving met een uitstraling die past bij de omgeving; Ontsluiting schuin op de Guldenroedestraat zo dicht mogelijk naar de kruising met het Clara's Pad voor een goede, snelle en veilige uitruk van de brandweerauto; Creëren van een verkeersveilige situatie; Opstelplaats van 15 meter voor de brandweerauto; Voldoende parkeergelegenheid; Samenhangende groenstructuur-/inrichting; Voorstel voor beplantingssoorten en materialiseren van verharding; Bij voorkeur geen hoge hekwerken.
De uitgangspunten voor het ontwerp van het gebouw zijn als volgt: Twee bouwlagen met een plat dak, het gebouw zal ±6,5 meter hoog worden; De plattegrond van het gebouw bedraagt ±15 meter bij ±21,5 meter (323 m²); De ligging en de omgeving van de locatie vragen niet om een kant- en klaar gebouw, maar om een specifieke ontwerpopgave en maatwerk onder begeleiding van een architect.
18
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
3.3
Er dient aansluiting gezocht te worden met de omliggende bebouwing. Het gebouw moet een scharnierfunctie vervullen tussen de bebouwing met kantoor-/bedrijfsfunctie aan het Clara's pad en de woningen in de wijk; Alles functies behorende bij de brandweerpost dienen binnen één bouwvolume onder te worden gebracht. Met een compact gebouw zonder aparte bijgebouwen en bergingen kan de ruimtelijke kwaliteit verder worden verbeterd. Gelet op de reële kans om een waterwagen te stallen in de nieuwe post verdient het de aanbeveling om direct een post met twee deuren te bouwen; Verder moet het gebouw duurzaam zijn, zowel in materiaal- als energiegebruik. Stedenbouwkundige inpassing/ontwerp
Voornoemde uitgangspunten voor de nieuwbouw op deze locatie zijn allen overgenomen bij het inrichten van het plangebied en het ontwerp van het gebouw. In figuur 7 zijn de aanzichten van het ontwerp en de inrichting van het plangebied weergegeven.
19
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Figuur 7: Aanzichten nieuwe situatie (Bron: Fierloos architecten) Het ontwerp ziet op een duurzaam en compact gebouw met een uitrit schuin op de Guldenroedestraat, zo dicht mogelijk naar de kruising met het Clara's pad. Aan weerszijden van de uitrit zal het parkeren plaatsvinden. Voor het overige wordt het plangebied groen ingericht. Het gebouw zal gedeeltelijk worden ingebed in een grondterp. Op deze grondterp zal een bomenweide worden gerealiseerd. Er zijn bewust geen hoge erfafscheidingen opgenomen om de brandweerpost zichtbaar te maken voor de samenleving. 3.4
Verkeer en parkeren
Er worden 15 parkeerplaatsen op eigen terrein voor personeel en bezoek gerealiseerd. Aan de voorzijde wordt in opstel- en manoeuvreerruimte voor de brandweerwagens voorzien. Deze opstelruimte wordt 15 meter lang.
20
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Figuur 8: Inrichting perceel (Bron: Bosch en Slabbers) 3.4.1
Parkeerbalans
Voor het maken van een zogenoemde parkeerbalans voor de brandweerpost is uitgegaan van de in de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen' (publicatie 381) geïntroduceerd. Deze publicatie bevat de nieuwe parkeerkencijfers en vervangt de publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' uit 2012 (publicatie 317) door het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW) geadviseerde parkeernormen. Deze parkeernormen zijn afhankelijk van verschillende factoren: De stedelijke zone waarin het project uitgevoerd wordt; De mate van verstedelijking in de betreffende gemeente; De functies binnen het project; De prijscategorie woningen en/of het bruto vloeroppervlak (bvo) van niet-woonfuncties. Stap 1: Bepalen stedelijke zone In publicatie 381 wordt onderscheid gemaakt tussen drie 'stedelijke zones': Centrum; Schil/overloopgebied centrum; Rest bebouwde kom. Voor de berekening van de brandweerpost is uitgegaan van de zone 'rest bebouwde kom'. Stap 2: Bepalen mate van verstedelijking De mate van verstedelijking van een gemeente wordt gemeten aan de hand van de zogenoemde omgevingsadressendichtheid. De omgevingsadressendichtheid van de gemeente Borsele in 2019 was 320. Volgens de publicatie 381 van het CROW is dan sprake van een 'niet stedelijk gebied'.
Stap 3: Bepalen geplande functies Binnen het plan wordt een brandweerpost gerealiseerd met een BVO van 490 m².
21
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Stap 4: Berekening benodigd aantal parkeerplaatsen De publicatie 381 geeft geen parkeer-kencijfers voor deze specifieke functie 'brandweerpost'. De functie uit de ASVV die voor wat betreft parkeerdruk vergelijkbaar is, is een arbeidsextensief/ bezoekersextensief bedrijf. Hiervoor geeft de publicatie 381, uitgaande van bovenstaande gebieds- en functietypering een parkeernorm van minimaal 0,8 tot maximaal 1,3 parkeerplaatsen per 100m². Voor deze post zou een parkeerdruk van minimaal 4,90 x 0,8 = 4 tot maximaal 4,90 x 1,3 = 6 parkeerplaatsen bestaan. Op het terrein worden echter 15 parkeerplaatsen gerealiseerd. Het Programma van Eisen van de Veiligheidsregio Zeeland schrijft voor dat voor de vrijwilligers die naar de uitruk of oefening komen, er voldoende parkeerplaatsen zijn, afgestemd op het aantal vrijwilligers. Uitgangspunt is dat circa 75% van het aantal vrijwilligers hun auto moeten kunnen parkeren, bij voorkeur op het eigen terrein (75% x 20 vrijwilligers = 15 parkeerplaatsen). Gemiddeld zullen er per uitruk 10 personenwagens op het terrein parkeren, overige vrijwilligers komen te voet of per fiets. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het geplande aantal parkeerplaatsen voldoende is om in de parkeerbehoefte te voorzien.
22
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
23
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Hoofdstuk 4
Kwaliteit van de leefomgeving
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de diverse milieuaspecten. Ten aanzien van de bestaande woning die is opgenomen in het plangebied zal hier niet nader aan worden getoetst. De strook grond heeft op dit moment reeds een woonbestemming en hier vindt geen verandering in plaats, er worden ook geen extra bouwmogelijkheden toegevoegd. Ten aanzien van de realisatie van de brandweerpost zijn alle relevante aspecten in de navolgende paragrafen getoetst. 4.1
Geluidhinder
4.1.1
Wettelijk kader
Bij het opstellen van een ruimtelijk plan dient, in verband met de relatie tussen de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet geluidhinder (Wgh), inzicht te worden geboden in de relevante geluidsaspecten. De Wgh stelt eisen aan de maximaal toegestane geluidsbelasting ten gevolge van de aanleg van een nieuwe weg en de realisatie van geluidsgevoelige bestemmingen (zoals scholen, woningen etc). De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door onder meer industrie, wegverkeer en spoorwegverkeer. De wet richt zich vooral op de bescherming van de burger in zijn woon- en leefomgeving en bevat bijvoorbeeld normen voor de maximale geluidsbelasting op de gevel van een huis. Op 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder in werking getreden. Hierin is de bevoegdheid voor het verlenen van een hogere waarde neergelegd bij Burgemeester en Wethouders. Dat betekent dat het 'hogere waardenbesluit' niet langer ter goedkeuring aan Gedeputeerde Staten hoeft te worden voorgelegd. Voor wegverkeerslawaai en spoorweglawaai stapt de wetgever nu over op de Europese dosismaat Lden (staat voor dayevening-night). In de wet wordt Lden aangegeven in decibel (dB). 4.1.2
Onderzoek
De brandweerpost is geen geluidgevoelig object conform de Wet geluidhinder. Dit betekent dat er geen akoestisch onderzoek naar de geluidsbelasting op de post noodzakelijk is en dat wegverkeerslawaai geen belemmering voor de planvorming vormt. 4.1.3
Conclusie
Het aspect wegverkeerslawaai staat het bestemmingsplan niet in de weg. Er dient ook gekeken te worden naar eventuele geluidhinder die de brandweerpost met zich meebrengt voor geluidgevoelige functies (zoals wonen) in de omgeving. Hierop wordt in paragraaf 4.7 'Milieuhinder' nader ingegaan 4.2
Bodemverontreiniging
4.2.1
Wettelijk kader
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd.
24
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
Of de bodem een planontwikkeling in de weg staat, wordt middels een historisch onderzoek en eventueel aangevuld met een bodemonderzoek bepaald. Als uit historisch onderzoek blijkt dat binnen de nieuwe bestemmingen sprake is geweest van een activiteit met een verhoogd risico op verontreiniging, dan is een volledig verkennend bodemonderzoek noodzakelijk. De resultaten van het historisch onderzoek, het bodemonderzoek en de conclusie met eventuele saneringsadviezen worden in het bestemmingsplan vermeld. 4.2.2
Onderzoek
Tritium Advies heeft op 18 september 2019 een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op een locatie aan de Hoefbladstraat te Heinkenszand. In de onderstaande alinea's is de conclusie van het onderzoek weergegeven. Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage 3 van het Bijlagenboek. Uit de resultaten van het vooronderzoek, de veldwerkzaamheden en de uitgevoerde analyses wordt het volgende geconcludeerd. Zintuiglijke waarnemingen Zintuiglijk zijn in de bovengrond bijmengingen aangetroffen met sporen tot zwak puin. Omdat de herkomst en kwaliteit van het puin onbekend is, dienen deze bodemlagen als asbestverdacht te worden beschouwd. Derhalve is direct een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. Verkennend bodemonderzoek Uit de analyseresultaten van de gehele locatie blijkt dat de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd is met minerale olie en PAK. De ondergrond blijkt niet verontreinigd te zijn met de onderzochte parameters. Het grondwater is matig verontreinigd met nikkel en licht verontreinigd met barium en kobalt. Ter plaatse van de vermoedelijke ligging van de voormalige watergang is geen voormalige slootbodem of dempingsmateriaal aangetroffen. Tevens is de bodemopbouw niet afwijkend van de bodemopbouw op de rest van de onderzoekslocatie.
Toetsing hypothese De plaatselijke lichte verontreinigingen zijn overeenkomstig met de hypothese dat de locatie verdacht is op het voorkomen van een bodemverontreiniging. Voor de matige verontreinigingen met nikkel geldt dat vermoedelijk sprake is van een verhoogde regionale achtergrondwaarde waarbij door plaatsingseffecten in combinatie met een relatief lage pH, nikkel is gemobiliseerd. Er is geen locatie specifieke bron aanwezig voor nikkel. Gezien de geringe overschrijding van de tussenwaarde wordt een herbemonstering of aanvullend onderzoek naar nikkel in het grondwater weinig zinvol geacht. Voor de lichte verontreinigingen geldt dat de gehaltes dermate laag zijn, dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht. Verkennend asbestonderzoek Zintuiglijk zijn zowel op het maaiveld als in de uitkomende grond geen asbestverdachte materialen waargenomen. In de puinhoudende grond is analytisch geen asbest aangetoond. Derhalve dient de hypothese dat de puinhoudende grond verdacht is op de aanwezigheid van asbest te worden verworpen. Aangezien zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest is aangetoond, wordt een nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. 4.2.3
Conclusie
De onderzoeksresultaten vormen geen belemmering voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen en derhalve ook niet voor het bestemmingsplan.
25
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
4.3
Flora en Fauna
4.3.1
Wettelijk kader
Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura-2000 gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.
Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden
26
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. 4.3.2
Onderzoek
Ecologische quickscan Wet natuurbescherming Door Buijs Eco Consult B.V. is op 31 oktober 2019 een 'Ecologische quickscan Wet natuurbescherming nieuwe Brandweerpost Heinkenszand' uitgevoerd. In de onderstaande tekst is een samenvatting van de rapportage weergeven. In bijlage 4 is het gehele onderzoek opgenomen. Uit de quickscan kan het volgende worden geconcludeerd: Omdat het plangebied niet nabij Natura 2000 gebieden is gelegen zijn geen effecten op deze gebieden te verwachten. Ditzelfde geldt voor Natuurnetwerk Nederland gebieden (NNN gebieden). Omdat het plangebied niet in NNN gebied is gelegen zijn geen effecten zoals kwaliteitsverlies, versnippering of oppervlakteverlies aan de orde. En omdat tussen het plangebied (op afstand van > 80 m) en het NNN gebied de N665 is gelegen waardoor het NNN gebied afgescheiden van het plangebied ligt zijn ook geen visuele of andere natuurwaarde verminderende effecten aan de orde als gevolg van het planvoornemen. In en op het plangebied zijn vermoedelijk wel algemene broedvogels, kleine grondgebonden zoogdieren en amfibieën aanwezig. Voor deze laatste twee soortgroepen is bij ruimtelijke ingrepen een provinciale vrijstelling van toepassing. Wel dient het zorgvuldig handelen principe te worden nageleefd.
Dit kan door: Buiten het kwetsbaar broed-/ voortplantingsseizoen (maart t/m juli) te starten met voorbereidingswerkzaamheden zodat deze soorten uit zichzelf het gebied verlaten (terrein ongeschikt maken door vegetatie kort te maaien). Hierdoor zullen ook de meeste broedvogels het terrein niet aantrekkelijk vinden om te nestelen; Bij het groter maken van de waterpartij deze werkzaamheden bij voorkeur uit te voeren buiten het broed- /voortplantingsseizoen (o.a. waterhoen, meerkoet kan bijv. aan de oever een nest maken) of anders voor het seizoen zorgen voor het onaantrekkelijk maken van het plangebied; Geen (tijdelijke bouw)verlichting op de watergang te richten; Verder is het zeer aan te raden om bij de werkzaamheden bedacht te zijn om aantrekking van rugstreeppad. Deze is in de ruimere omgeving aanwezig en kan worden aangetrokken door (tijdelijk water) en zand (ofwel bouwsituaties). Dit kan door het zandtransport direct toe te passen (geen depot) en voorkomen van tijdelijk water (ondiepe plassen vormen ideaal voortplantingswater). Stikstof Door Econsultancy is op 19 februari 2021 een 'Onderzoek stikstofdepositie Guldenroedestraat te Heinkenszand' uitgevoerd. In de onderstaande tekst is een samenvatting van de rapportage
27
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
weergeven. In bijlage 5 van het Bijlagenboek is het gehele onderzoek opgenomen. Door Econsultancy is onderzoek verricht naar de stikstofdepositiebijdrage van het plan op de omliggende Natura 2000-gebieden. Zowel de aanleg- als de gebruiksfase van het plan kunnen namelijk negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitat- als de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Het beoogde plan mag geen negatieve effecten veroorzaken op de omliggende Natura 2000gebieden. Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en worden negatieve effecten uitgesloten. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de aanvoer van materialen en personen, en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de constructie ten behoeve van de realisatie van het plan.
De relevante emissies tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan. De berekening van het projecteffect van de beoogde situatie met peiljaar 2021 is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator. Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projectbijdrage zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstof. 4.3.3
Conclusie
Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.4
Cultuurhistorisch Hoofd Structuur
4.4.1
Wettelijk kader
Per 1 juli 2011 is de Modernisering Monumentenzorg (MoMo) in werking getreden. Als gevolg van de MoMo is de Bro per 1 januari 2012 (artikel 3.6.1, lid 2) gewijzigd. Wat eerst alleen voor archeologie gold, geldt nu ook voor al het cultureel erfgoed. Voor een herziening van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Het is daarmee dus verplicht om de facetten historische (stede)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. 4.4.2
Onderzoek
Op de kaart van de cultuurhistorische hoofdstructuur (CHS) voor Zeeland zijn geen kenmerkende cultuurhistorische elementen, noch waardevolle bomen opgenomen voor het plangebied en ook niet in de nabijheid van het plangebied. In het plangebied is geen bebouwing aanwezig. 4.4.3
Conclusie
Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de realisatie van het onderhavige plan en heeft geen invloed op kenmerkende cultuurhistorische elementen.
28
Bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte brandweerpost Guldenroedestraat, 2022"
4.5
Archeologie
4.5.1
Wettelijk kader
In Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. De zorgplicht voor het archeologisch erfgoed was tot enige tijd geleden vastgelegd in de Monumentenwet uit 1988, met een nadere uitwerking in de Wet op de Archeologische MonumentenZorg (Wamz) uit 2007. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden waarmee de Monumentenwet 1988 is vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze (naar verwachting) in 2022 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Het betreft: vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten; verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie; bescherming van stads- en dorpsgezichten.
Belangrijke uitgangspunten uit de Monumentenwet 1988, zoals de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem en het inpassen van archeologisch erfgoed in de ruimtelijke ordening en de financiering van onderzoek ('de verstoorder betaalt'), blijven dus onverminderd van kracht. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan en bij de bestemming van de in het plan begrepen gronden moet dan ook rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische resten. Daarom is het voor het opstellen van een bestemmingsplan noodzakelijk te onderzoeken in hoeverre in betreffende gronden archeologische resten aanwezig kunnen zijn. Gebieden waar resten aanwezig zijn, kunnen door middel van een dubbelbestemming voor archeologie door het bestemmingsplan worden beschermd. Voorafgaand aan werkzaamheden waarbij bodemingrepen plaatsvinden, dient dan in bepaalde gevallen nader archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. 4.5.2
Onderzoek
In het vigerende bestemmingsplan is archeologie niet opgenomen. Voor de bestemmingsplannen waar archeologie nog niet in opgenomen is, wordt de omgang met archeologie geregeld in de Erfgoedverordening (2018) van de gemeente Borsele. Uit artikel 23.1.b van deze verordening kan afgeleid worden dat binnen het plangebied een verbod geldt op het uitvoeren van (graaf)werkzaamheden die groter zijn dan 250 m2 en dieper reiken dan 0,4 m -mv. Indien deze grenzen overschreden worden, dient archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Door Artefact is Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd. Het rapport is gedateerd: 24 januari 2020. Op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek kan gesteld worden dat het archeologisch potentieel van het plangebied beperkt is. Voor alle perioden geldt namelijk geen tot een lage verwachting. De resultaten van voorliggend onderzoek in beschouwing nemend en de geplande verstoringsdiepten, wordt de kans klein geacht dat bij voorgenomen werkzaamheden archeologische vindplaatsen verstoord kunnen raken. Zodoende wordt archeologisch vervolgonderzoek binnen het plangebied niet noodzakelijk geacht.