CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

16.8 GGD IJZ jaarrekening 2020 CONCEPT

Besluitvormende raadsvergadering 8 juli 2021, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel om in te stemmen met de jaarstukken gemeente Borsele 2020 (portefeuille wethouder Witkam)26.607 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Project: Zeeland zonder zelfmoord (ZZZ)

Resultaten/ activiteiten: • Een groep van 6 LHBT professionals heeft de gatekeeperstraining gevolgd. Zij zijn in 2020 geschoold om in gesprek te gaan over suïcide. • De WRAP (Welness Recovery Action Plan) training is uitgevoerd voor middelbare, uitkeringsgerechtigde mannen door Stichting Hersteltalent. Hier hebben 6 deelnemers aan deelgenomen. De training is geëvalueerd en zeer positief ontvangen. • De podcastserie met 3 middelbare Zeeuwse mannen i.s.m. journalist Maarten Dallinga is ruim 4000 keer beluisterd en heeft veel free publicity opgebracht door alle aandacht die er aan is gegeven in de landelijke en Zeeuwse media. • Uitbreiding ambassadeurs met 3 ambassadeurs naar een totaal van 9 professionals. • De training voor huisartsen is ingebed in het cursusaanbod van Emergis.

27

PL

Doelen

Sociale Veiligheid Lasten Baten Mutatie reserve Eindtotaal

Resultaten heel 2020 • Adrz heeft een intentieverklaring tot samenwerking ondertekend. • Het nieuwe telefoonnummer 113 is herhaaldelijk bekendgemaakt richting het algemene publiek en de aan ZZZ verbonden professionals. • Daarnaast zijn de betrokken professionals geïnformeerd over de risico’s van COVID-19 voor suïcide en wat je voor jezelf en je naasten kunt doen. • Er zijn zes nieuwsbrieven uitgebracht. • Er zijn voorbereidingen getroffen voor de online talkshow met Eric Holm over depressie en suïcide die in juni 2021 wordt uitgezonden. • Op Wereld Suïcide Preventie dag is extra aandacht gevraagd voor alle mensen met suïcidale gedachten en alle nabestaanden. • Het project is geëvalueerd.

Prim Gewijzigde Realisatie Verschil V/N begroting begroting 3.085.520 3.630.051 3.533.695 96.356 V -2.139.353 -2.218.311 -2.267.076 48.765 V -356.000 -260.821 -95.179 N 946.167 1.055.740 1.005.799 49.941 V

Toelichting Sociale Veiligheid Lagere lasten 21.000 voor Uitstapprogramma RUPS en Zeeland Zonder Zelfmoord Loonkosten inclusief inhuur minus ontvangen ziekengelden (Veilig Thuis 105.000; MAB -21.000; FG 23.000). Waarvan incidenteel 105.000 lagere lasten Veilig Thuis (zie ook onder Mutatie reserves) Veilig Thuis hogere lasten externe adviseurs Q-consult i.v.m. onderbouwing begroting; implementatie koppeling Multisignaal; niet begrote bijdrage in de lasten van het Landelijk Netwerk Veilig Thuis; Overige diverse verschillen Veilig Thuis. Forensische Geneeskunde lagere lasten i.v.m. lasten deskundigenrapportages. Diverse verschillen Totaal lasten

Bedrag Inc/struct V/N 21.000 Incidenteel V +21.000 107.000 Incidenteel V +107.000 -43.000

Incidenteel -43.000

N

10.000

Incidenteel +10.000 Incidenteel +1.000 Incidenteel +96.000 V

V

1.000 96.000

V V

28

Toelichting Sociale Veiligheid Bedrag Inc/struct V/N Project MDA++ afrekening subsidie 2019 51.000 (nihil begroot) en lagere 23.000 Incidenteel V opbrengst 28.000 (bij 21.000 lagere lasten) voor Uitstapprogramma +23.000 RUPS en Zeeland zonder Zelfmoord Opbrengst Forensische Geneeskunde: aantal verrichtingen politie 1.442 -12.000 Incidenteel N en aantal verrichtingen gemeenten en overige opdrachtgevers 311 -12.000 Veilig Thuis opbrengsten personele inzet op Vaart en Veiligheid, MDA++ 34.000 Incidenteel V , trainingen meldcode en Meld- en Actiepunt Bemoeizorg +34.000 tegemoetkoming onverzekerdenregeling (168 meldingen) Diverse verschillen 4.000 Incidenteel V +4.000 Totaal baten 49.000 Incidenteel V +49.000 (V)

Toelichting Sociale Veiligheid Bedrag Inc/struct 2 begrotingswijzigingen Veilig Thuis voor totaal 356.000 i.v.m onttrekking -95.000 Incidenteel aan de algemene reserve zijn voor 261.000 gerealiseerd. Ondanks deze -95.000 lagere onttrekking dan begroot zijn de wachtlijsten AMT en OOT eind 2020 sterk afgenomen ten opzichte van eind 2019 Totaal mutatie reserves -95.000 Incidenteel -95.000 (N)

2.2

Programma Uitvoering Inkooporganisatie Jeugd Zeeland

Algemeen De Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (hierna: Inkooporganisatie) voert sinds 1 januari 2015 namens de dertien Zeeuwse gemeenten gedelegeerde taken uit op het gebied van de inkoop van jeugdhulp. De Inkooporganisatie maakt onderdeel uit van de Gemeenschappelijke Regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland. Eind 2019 en begin 2020 zijn diverse aanbestedingen afgerond. Het realiseren en succesvol tot een einde brengen van deze aanbestedingen heeft langer geduurd dan initieel voorzien. In totaliteit is voor de aanbesteding ten aanzien van perceel 3A een vertraging van circa 4 maanden opgelopen. Met de aanbestedingen is het Zeeuwse jeugdhulplandschap voor 2020 en verder opnieuw vormgegeven. De verschillende aanbestedingen zijn een uitwerking van de Zeeuwse Inkoopstrategie 2020 en verder. Deze inkoopstrategie levert een bijdrage aan het realiseren van de maatschappelijke resultaten van de ‘Transformatieagenda’, maar de gemeenten blijven zelf verantwoordelijk voor (de resultaten van) het beleid. Eerder heeft de Inkooporganisatie diverse doelen geformuleerd voor 2020 en verder. De voortgang ten aanzien van deze doelen wordt hierna nader toegelicht.

29

V/N N

N

Doelen en realisatie In 2020 is gestart met realisatie van de gestelde doelen, maar op dit moment is nog geen sprake van volledige realisatie. De coronacrisis is hier deels een oorzaak van. Ook speelt de opgelopen vertraging hierin een rol. Daarnaast zijn er regionaal en landelijk een aantal ontwikkelingen geweest die voor vertraging van de realisatie hebben gezorgd. Wat willen we bereiken? Een duidelijke, gedragen en goed doordachte en geïmplementeerd e inkoopstrategie

Wat gaan we daarvoor in 2020 doen? De inkoopstrategie wordt uitvoerig in verschillende gemeentelijke gremia besproken, bediscussieerd en behandeld.

Beoogd resultaat in 2020 Minder specialistische jeugdhulptrajecten.

Resultaat 2020

Het eerste beoogde resultaat is onderdeel van de inkoopstrategie. Deze is in 2019 tot stand gekomen in samenwerking met het inkoopteam (delegatie van de 13 Zeeuwse Met de betrokken gemeenten) en ketenpartners worden de jeugdhulpaanbieders. Op effecten van de nieuwe basis van deze strategie inkoopstrategie zijn de benodigde besproken. soorten jeugdhulp aanbesteed. In de eerste In 2019 wordt de helft van 2020 zijn de inkoopstrategie aanbestedingen uitgewerkt in onder afgerond, zijn de andere uitkomsten aanbestedingsbestekken. geformaliseerd in nieuwe Daarmee wordt de meerjarige jeugdhulp voor 2020 en inkoopcontracten en is verder middels gestart met de meerjarencontracten implementatie van het aanbesteed. nieuwe jeugdhulplandschap. Het De jeugdhulp voor 2020 is nog te vroeg om te en verder wordt in Afname gemiddelde kunnen concluderen dat meerjarencontracten lengte jeugdhulptrajecten het aantal specialistische tussen de jeugdhulptrajecten is Inkooporganisatie en afgenomen. jeugdhulpaanbieders De implementatie van vastgelegd. het nieuwe jeugdhulplandschap is Stimuleren van nog niet volledig ‘ketensamenwerking’ of voltooid. M.a.w. de ‘koepelvorming’ tussen uitwerking van de verschillende aanbestedingen is nog

30

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor in 2020 doen? jeugdhulpaanbieders (komt terug in aanbestedingsbestekken) .

Beoogd resultaat in 2020 Afname aantal gecontracteerde jeugdhulpaanbieders

Ontwikkelen en implementeren (via contracten) van een eenduidig kwaliteitskader.

Toename samenwerkingsverbande n

Resultaat 2020 niet compleet. Over 2020 is om die reden nog onvoldoende informatie beschikbaar om te kunnen constateren of de gemiddelde lengte van de trajecten is afgenomen. Met de inkoopstrategie en de Europese aanbestedingen is beoogd om het aantal gecontracteerde partijen te reduceren zonder in te leveren op jeugdhulpaanbod en kwaliteit. Het meer in ketens samenwerken is één van de achterliggende gedachten geweest. In 2019 was sprake van meer dan 135 gecontracteerde jeugdhulpaanbieders. Per 2020 (eerste halfjaar) is dit 77. Veel jeugdhulpaanbieders zijn samen gaan werken of hebben zich gemeld als onderaannemer. Door middel van de Europese aanbestedingen in 2019 en begin 2020 zijn in totaal 11 verschillende samenwerkingsverbande n ontstaan. De samenwerkingsverbande n bestaan uit meerdere jeugdhulpaanbieders die voorheen 31

Wat willen we bereiken?

Geen onnodige administratieve lasten en financiële inefficiënties.

Wat gaan we daarvoor in 2020 doen?

Afspraken maken en vastleggen over factuuren declaratiebehandeling. Declaraties en facturen binnen de daarvoor afgesproken termijn behandelen.

Beoogd resultaat in 2020 Toename inzet preventieve producten

Gemiddelde betalingstermijn is gelijk aan of kleiner dan afgesproken termijn.

Resultaat 2020 individualistisch optraden. Dit is sinds 2020 niet langer het geval. Echter in de praktijk blijkt dit ook een ongewenst effect te hebben. De toename van onderaannemers is groot waardoor toegangsmedewerkers moeite hebben om dit in beeld te krijgen en te houden. Bij de evaluatie van de inkoop wordt dit onderzocht. In het kader van de aanbestedingen zijn diverse percelen gecreëerd waarop aanbieders konden inschrijven. Eén van deze percelen is specifiek voor preventieve producten. Het is nog te vroeg om t.o.v. eerdere jaren een toename te constateren, maar er zijn door dit perceel wel meer mogelijkheden gecreëerd om preventieve hulp in te zetten. De afspraak is dat factuurregels binnen 30 dagen worden uitbetaald nadat deze zijn goedgekeurd. In 2020 is de gemiddelde betalingstermijn (eerste halfjaar) 11,3 dagen. Tussen factuurdatum en het moment van betalen 32

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor in 2020 doen? Goedgekeurde productie binnen de betalingstermijn betalen. Vergelijken van data van declaraties/facturen met periode waarover wordt gedeclareerd/ gefactureerd (ten behoeve van vaststelling achterstanden). Periodieke onderzoeken bij/namens gemeenten uitvoeren naar levering ingezette en betaalde jeugdhulp t.b.v. vaststelling levering. Structureel door ontwikkelen van het protocol bedrijfsvoering. In vaste regelmaat een update van het protocol bedrijfsvoering publiceren Toezien op gebruik digitaal iJW-berichtenverkeer door jeugdhulpaanbieders.

Beoogd resultaat in 2020 Gemiddelde behandelingstermijn declaraties/facturen is gelijk aan of kleiner dan afgesproken termijn.

Gemiddeld 45 dagen (of minder) tussen datum declaratie/factuur en periode waarop de declaratie/factuur betrekking heeft.

Levering (procentueel/in euro’s) van ingezette en betaalde jeugdhulp vastgesteld.

2x per jaar een update van het protocol bedrijfsvoering.

Resultaat 2020 zit dus gemiddeld 11 dagen. De afspraak is binnen 20 werkdagen een retourbericht ten aanzien van een factuurbericht te verzenden. In 2020 (eerste halfjaar) is de gemiddelde termijn tussen factuurontvangst en verzending retourbericht 3,6 dagen. Wanneer van de einddatum van een periode wordt uitgegaan, is de gemiddelde termijn (in dagen) tussen periode en ontvangst factuur t.a.v. die periode 18,6 dagen.

Ten aanzien van dit resultaat is nog geen actie ondernomen. Door de drukte rondom het jaarrekeningtraject 2019 en de coronamaatregelen is dit in het eerste halfjaar niet opgepakt. Per 1 januari 2020 zijn de landelijke standaard administratieprotocollen verplicht gesteld. De noodzaak om het Zeeuwse protocol bedrijfsvoering te updaten is daarmee minder geworden.

33

Wat willen we bereiken?

Periodiek inzicht in uitgaven jeugdhulp (zorg in natura).

Wat gaan we daarvoor in 2020 doen?

Afstemmen met (delegatie van) Zeeuwse gemeenten over inhoud en vormgeving dashboards.

Beoogd resultaat in 2020

Aantal ontwikkelde en bruikbare dashboards.

Afstemmen met jeugdhulpaanbieders over mogelijke inhoud en vormgeving van mogelijk dashboards. Afstemmen van bovenstaande met softwareleverancier dashboardomgeving. Periodiek bestaande dashboards evalueren en laten bijstellen door softwareleverancier. Periodiek nieuwe dashboards laten ontwikkelen door softwareleverancier. KPI’s vertalen naar concrete grafieken, widgets en diagrammen in de dashboardomgeving.

Aantal afstemmingssessies.

Resultaat 2020 In het tweede halfjaar van 2020 wordt een aantal vergaderingen met de werkgroep ‘protocol bedrijfsvoering’ gepland om invulling te geven aan de afsprakenkaart. Hierop worden afspraken vastgelegd die niet in de landelijke protocollen zijn geregeld. Door de Inkooporganisatie en in een samenwerking tussen de Inkooporganisatie en de Zeeuwse gemeenten zijn (door Van Dam & Oosterbaan) een tweetal ‘Monitors’ ontwikkeld. In één ‘Monitor’ is gefocust op de inhoud en één ‘Monitor’ is met name financieel van aard. De statische versies van deze ‘Monitors’ zijn door Van Dam & Oosterbaan opgeleverd. In het tweede halfjaar van 2020 wordt aan een datawarehouse gewerkt waarmee het statische karakter verandert in een dynamisch karakter. Het is vanaf dat moment mogelijk om de data maandelijks te verversen. Beide ‘Monitors’ zijn in verschillende afstemmingssessies tussen de Inkooporganisatie, Van 34

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor in 2020 doen? Analyse van KPI’s en waar mogelijk hierop sturen. Periodiek (maandelijks) rapporteren aan Zeeuwse gemeenten over uitgaven jeugdhulp (zorg in natura).

Beoogd resultaat in 2020

Aantal verstuurde rapportages en de daarbij gehanteerde frequentie.

Data uit het verleden (2015 – 2018) verzamelen en structureren. Historische data koppelen aan hedendaagse gegevens om trendontwikkelingen te onderzoeken.

Aantal afgesproken KPI’s die vertaald zijn naar concrete diagrammen, widgets en/of grafieken

Resultaat 2020 Dam & Oosterbaan en de Zeeuwse gemeenten besproken en ontwikkeld.

Over 2020 zijn conform afspraak vier kwartaalrapportages ten aanzien van de productie en realisatie aangaande jeugdhulp verstrekt aan de Zeeuwse gemeenten. Het is nog niet mogelijk gebleken om de gewenste frequentie van aanlevering per maand te halen. Met de dynamische ‘Monitors’ wordt dit doel in 2021 gerealiseerd.

Met name voor de ‘inhoudelijke monitor’ geldt dat diverse KPI’s zijn geformuleerd en tussen gemeenten, Inkooporganisatie en Van Dam & Oosterbaan zijn afgestemd. Per KPI is in de ‘Monitor’ een apart tabblad vormgegeven waaruit informatie ten aanzien van de KPI moet blijken. In de tweede helft van 2020 wordt duidelijk in hoeverre een en ander nog verder ontwikkeld dient te worden en in hoeverre 35

Wat willen we bereiken?

Wat gaan we daarvoor in 2020 doen?

Beoogd resultaat in 2020

Resultaat 2020 aan geformuleerde KPI’s wordt voldaan.

Uitgaven 2020 De totale uitgaven, inclusief de kosten van de Inkooporganisatie en de Taskforce Jeugd, aan zorg-innatura voor jeugdhulp in 2020 bedragen € 117,9 miljoen ten opzichte van een geprognosticeerd bedrag (in de bestuursrapportage 2020) van € 111,8 miljoen. Sinds 2018 realiseert het totale programma ‘Inkoop Jeugdhulp Zeeland’ een resultaat. Dit resultaat komt voort uit de Rijksbijdrage in het kader van het Transformatiefonds en de subsidie Vaart in Veiligheid. Voor 2020 is het resultaat reeds toegevoegd aan de bestemmingsreserve ‘Transformatiefonds’ en ‘Vaart in Veiligheid’. De kosten voor zorg-in-natura zijn verdeeld over de gemeenten op basis van de werkelijk verantwoorde kosten per gemeente1. Daar waar zorgkosten niet zijn toe te rekenen aan individuele gemeenten zijn zorgkosten verdeeld op basis van een verdeelsleutel. Deze is gebaseerd op de Rijksbijdrage aan de dertien gemeenten van de afgelopen jaren (2015-2018). De totale kosten en opbrengsten 2020 van het programma ‘Inkoop Jeugdhulp Zeeland’ (inclusief uitvoeringskosten, waaronder overhead, Taskforce Jeugd, het Transformatiefonds en de subsidie Vaart in Veiligheid.

1

Het gaat hier dan om productie op basis van productieveranwoordingen of – indien deze niet aanwezig zijn – productie op basis van gefactureerde en goedgekeurde bedragen vanuit het iJW-berichtenverkeer. 36

Inkooporganisatie

Prim begroting

Gewijzigde begroting

Realisatie

Saldo

V/N

Uitvoeringsorganisatie Baten (regulier) Lasten (regulier) * Subtotaal

-1.627.525 1.627.525 -

-1.559.440 1.559.440 -

-1.559.440 1.476.609 -82.831

-82.831 -82.831

V V V

Jeugdhulp (zorg in natura) Baten (regulier) Lasten (regulier) Baten (Transformatiefonds) Lasten (Transformatiefonds) Baten (Vaart in Veiligheid) Lasten (Vaart in Veiligheid) Subtotaal

-94.127.528 94.127.528 -758.524 758.524 -

-110.267.720 110.267.720 -758.524 758.524 -

-110.825.506 116.457.602 -758.524 670.012 -266.000 47.380 5.324.963

557.786 -6.189.882 88.512 266.000 -47.380 5.324.963

V N V V N N

Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten

-

-

5.242.132

-5.242.132

N

Mutatie reserves

-

-

307.132

-307.132

N

Gerealiseerd resultaat

-

-

5.549.265

-5.549.265

N

* Het bedrag van 1.476.609 is inclusief 110.000 doorbelasting van GGD Zeeland. Onder het bedrag voor uitvoeringskosten is € 1.237.867 (incl. overheadkosten á € 402.405) voor de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland en € 239.522 voor de TaskForce Jeugd opgenomen. Zichtbaar is een nadelig resultaat van € 5,5 miljoen. Dit resultaat wordt in 2021, via de "T+1”-systematiek in de begrotingen van de gemeenten verwerkt en met de inkooporganisatie afgerekend. Kosten Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland De Inkooporganisatie heeft in 2020 minder kosten gemaakt dan begroot voor de uitvoering van de aan haar gedelegeerde taken en voor de ontwikkeling van de inkoopstrategie voor de komende vijf tot zeven jaar. De uitgaven/kosten bestaan op hoofdlijnen uit:

• • • • • •

Personeelskosten Overheadkosten GGD Software Externe inhuur Accountantskosten Overig

€ 852.223 € 110.000 € 89.375 € 54.650 € 50.037 € 80.801

Kosten TaskForce Jeugd De Inkooporganisatie verzorgt ook de administratie en uitbetalingen namens de Taskforce Jeugd. In 2020 bedroegen deze kosten € 239.522, primair voor personeelskosten (€ 203.692). Verder is vanuit het werkbudget € 35.830 uitgegeven aan diverse bijeenkomsten en projecten. 37

Transformatiefonds Aan jeugdhulp gerelateerd is het ‘Transformatiefonds’ waaruit de Zeeuwse gemeenten in de jaren 2018 – 2020 een bijdrage ontvangen. Door de Inkooporganisatie worden deze gelden ontvangen en besteed aan goedgekeurde innovatieve voorstellen. In 2020 is € 758.524 ontvangen uit dit fonds. In 2020 is € 570.012 besteed en is door gemeenten besloten € 100.000 over te dragen aan de subsidie Vaart in Veiligheid. De totale kosten komen daarmee neer op € 670.012. Het verschil tussen baten en lasten, zijnde € 88.512, is op de balans onder de bestemmingsreserve Transformatiefonds verantwoord. Vaart in Veiligheid (subsidie) In 2020 is een subsidie toegekend aan “Vaart in Veiligheid” van € 266.000. Daarnaast is € 100.000 naar deze subsidie overgeheveld vanuit het transformatiefonds, waardoor de totale baten € 366.000 bedragen. In 2020 is € 147.381 uitgegeven. Het restant, € 218.619, is op de balans onder de bestemmingsreserve “Vaart in Veiligheid” verantwoord. Kosten Jeugdhulp De totale uitgaven aan zorgkosten bedragen € 116,5 miljoen ten opzichte van een begroot bedrag van € 110,3 miljoen (bestuursrapportage 2020). Omdat de bijdragen (voorschotten) van de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling zijn gebaseerd op de werkelijke kosten voor Jeugdhulp - Zorg in Natura – zijn de baten voor dit programma gelijk aan de lasten.

De kosten voor Jeugdhulp – Zorg in Natura – zijn verdeeld over de gemeenten op basis van de werkelijk verantwoorde kosten per gemeente. Daar waar zorgkosten niet zijn toe te rekenen aan individuele gemeenten, zijn zorgkosten verdeeld op basis van de verdeelsleutel van de Rijksbijdrage aan de dertien gemeenten. De zorgkosten bestaan uit de volgende categorieën: Zorg-in-natura Maatwerk-in-natura Crisisopvang Jeugdzorg + Reiskostensupplement Omzetgaranties Corona Meerkosten Corona Sprienke Innovatiebudget Pleegoudersupport Penvoerderschap Overige kosten

102.359.607 3.660.067 2.609.584 3.282.840 651.687 2.144.901 437.673 329.695 267.481 61.066 17.500 635.502 116.457.602

38

Bij het bepalen van de zorgkosten zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: -

Zorg-in-natura o De van jeugdhulpaanbieders ontvangen productieverantwoordingen (90 aanbieders, t.w.v. € 100,3 miljoen) zijn leidend geweest voor het bepalen van de last over het boekjaar 2020. De productieverantwoordingen zijn gehanteerd voor het toewijzen van de kosten aan de Zeeuwse gemeenten. Op het moment dat kosten niet toe te wijzen waren op basis van onderliggende documentatie is gekozen de kosten toe te wijzen op basis van de verdeelsleutel die gedurende 2020 meermaals is gebruikt. o Zorgaanbieders die geen verantwoording hebben ingediend (135 aanbieders, € 7,4 miljoen) zijn verantwoord op basis van de t/m 13-05-2020 gedeclareerde kosten.

-

Crisisopvang en Jeugdzorg+ o De kosten voor crisisopvang en jeugdzorg+ zijn bepaald op basis van de daarover gemaakte contractuele afspraken. De verdeling over de gemeenten is gebaseerd op de in 2020 gehanteerde verdeelsleutel.

-

Reiskostensupplement o De kosten voor het reiskostensupplement zijn bepaald op basis van de daarvoor in gediende separate facturen en afrekeningen. De verdeling over de gemeenten is gebaseerd op de in 2020 gehanteerde verdeelsleutel.

-

Omzetgaranties Corona o De kosten voor de omzetgaranties zijn bepaald op basis van de daartoe ingediende en door de inkooporganisatie beoordeelde aanvragen. Daar waar specifiek is aangegeven welke gemeente het betrof is die vermelding gehanteerd bij het verdelen van de kosten, in andere gevallen is de verdeelsleutel 2020 gehanteerd.

-

Meerkosten Corona o De kosten voor de meerkosten zijn bepaald op basis van de daartoe ingediende en door de inkooporganisatie beoordeelde aanvragen. De kosten zijn verdeeld naar rato van de door gemeenten beschikbaar gestelde bedragen.

-

Sprienke, innovatiebudget, Pleegoudersupport en Penvoerderschap, overige kosten o Deze kosten zijn over gemeenten verdeeld door (1) de op onderliggende facturen vermelde gemeenten en (2) in andere gevallen op basis van de verdeelsleutel.

39

Verdeling over gemeenten De totale kosten voor het programma Jeugdzorg, inclusief uitvoeringskosten en de Taskforce Jeugd, bedragen € 117,9 miljoen. Deze verdeling over de gemeenten is als volgt:

Gemeente 01. Borsele 02. Goes 03. Kapelle 04. Noord-Beveland 05. Reimerswaal 06. Schouwen-Duiveland 07. Tholen 08. Middelburg 09. Veere 10. Vlissingen 11. Hulst 12. Sluis 13. Terneuzen

Uitvoerings kosten en TaskForce Jeugd 83.147 145.132 39.600 32.744 89.098 109.395 110.087 236.395 58.367 187.915 95.153 67.755 221.821 1.476.609

Zorgkosten 6.597.748 12.637.575 3.441.225 1.918.640 8.167.796 7.518.498 6.554.831 19.501.086 4.459.732 16.780.744 6.420.595 5.100.950 17.358.182 116.457.602

Totaal 6.680.895 12.782.706 3.480.825 1.951.384 8.256.894 7.627.894 6.664.918 19.737.481 4.518.099 16.968.659 6.515.747 5.168.705 17.580.003 117.934.211

Analyse Stijging Zorgkosten t.o.v. 2019 De zorgkosten vertonen al een aantal jaar een stijgende lijn. Ook dit jaar zijn de zorgkosten weer hoger dan in 2019: € 116,5 miljoen t.o.v. 109,6 miljoen, een stijging van € 6,8 miljoen (6,3%). Een deel van deze toename wordt verklaard door de indexatie van de tarieven t.o.v. 2019. Conform besluit van de bestuurscommissie Jeugdhulp bedraagt deze stijging gemiddeld 4,5%, overeenkomende met € 4,9 miljoen. Het overige bedrag van de stijging, zijnde € 1,9 miljoen, bestaat voor € 0,5 miljoen uit de meerkosten Corona en voor € 0,6 miljoen uit de instandhoudingsbijdrage Intervence.

2.3

Covid-19

In juni 2020 is door alle GGD’en – op basis van het door VWS aangeleverde format – een inschatting voor het jaar 2020 gemaakt van de lasten die gemoeid zijn met de bestrijding van COVID-19. Hierbij gaat het om de volgende elementen:

• •

Specifieke meerkosten: Extra gemaakte lasten die direct aan Corona-activiteiten zijn toe te wijzen (bron- en contactonderzoek, bemonstering, etc.). Overige meerkosten: Extra gemaakte lasten voor reguliere taken (bijvoorbeeld voor uitgestelde dienstverlening die moet worden ingehaald en leidt tot externe inhuur).

40

•

•

Onder de post Overig is verantwoord de apparatuur (met name laptops) voor de COVIDorganisatie. Faciliteiten in verband met het mogelijk maken van thuiswerken voor de reguliere GGD-organisatie maken geen deel uit van deze post. Onder de post Ondersteuning zijn o.a. verantwoord de volgende meerkosten. In verband met het uitbreken van COVID-19 is het inhuurcontract van de manager Bedrijfsvoering, tevens plaatsvervangend DPG, verlengd. Om continuïteit in de leiding van de GGD te borgen bij het bestrijden van de covidcrisis, kon deze manager niet vervangen worden op dat moment. Het aannemen van een nieuwe manager Bedrijfsvoering betekent daarnaast een inleertijd als DPG, welke gezien de heftigheid van de crisis op dat moment niet mogelijk was. De meerkosten van inhuur t.o.v. dienstbetrekking zijn hierbij gedeclareerd. Verder is onder de post Ondersteuning verantwoord tijdelijke inhuur van o.a. een crisismanager en een manager COVID en personeel op het gebied van ICT, HRM, Communicatie, Facilitaire ondersteuning en ondersteuning IZB ten behoeve van de Covid-organisatie. Minder inkomsten: Inkomstenderving (bijvoorbeeld door wegvallen van inkomsten uit reizigersvaccinaties). Deze derving is in rekening gebracht bij VWS voor de afdelingen TBC, THZ, Reizigerszorg.

De declaratie is gebaseerd op het verschil tussen het exploitatiesaldo in de gewijzigde begroting en het gerealiseerde exploitatiesaldo van de betreffende afdelingen. De bedragen in de gewijzigde begroting zijn de bedragen die golden per 1 maart 2020 dus vóór de COVID-19 uitbraak. Voor Reizigersvaccinatie is aanvullend € 38.400 gedeclareerd in verband met omzet derving welke op dat moment nog niet in de gewijzigde begroting opgenomen was, deze omzet zou in de begrotingswijziging over het eerste halfjaar 2020 worden bijgeraamd indien COVID-19 niet zou hebben plaatsgevonden. Uit documentatie blijkt dat voorafgaand aan de COVID-19 uitbraak besloten was tot uitbreiding van de formatie met als doel een hogere omzet te realiseren. Minder uitgaven: Lasten die GGD’en minder hebben gemaakt voor reguliere dienstverlening die later niet wordt ingehaald (bijvoorbeeld minder reis- en opleidingskosten). Voor reis- en opleidingskosten is het verschil tussen de gerealiseerde kosten en de kosten volgens de gewijzigde begroting verrekend met VWS. Deze bedragen in de gewijzigde begroting zijn de bedragen die golden per 1 maart 2020 dus vóór de COVID-19 uitbraak.

Deze kosteninschatting is in de zomer van 2020 opgenomen in de bestuursrapportage. Dit betrof de werkelijk gemaakte lasten tot en met juli en een raming van augustus tot en met december 2020. Deze raming was gebaseerd op de aannames van dat moment t.a.v. het aantal testen en de daarbij benodigde capaciteit voor uitvoeren van deze testen en bron- en contactonderzoek. In augustus is gestart met het declareren van de gemaakte lasten. In eerste instantie zijn de gemaakte lasten tot en met juni gedeclareerd en vervolgens is maandelijks een kostendeclaratie ingediend. De bij het Ministerie van VWS ingediende kostendeclaraties zijn, conform de hierover landelijk gemaakte afspraken, steeds voorafgaand geaccordeerd door de Voorzitter van de Veiligheidsregio. De gemaakte laboratoriumkosten zijn, conform de landelijke lijn, rechtstreeks gedeclareerd bij het RIVM. Beide declaratiestromen liepen vlot: steeds werd binnen 2-3 weken de ingediende declaratie betaald door VWS/RIVM. Zo hebben deze forse extra lasten geen effect gehad op de liquiditeitspositie van GGD Zeeland in 2020. In onderstaande tabel zijn de gemaakte lasten afgezet tegen de prognose die is opgesteld rond de zomer van dit jaar. De grootste verschillen worden onder de tabel kort toegelicht. Onderstaande kosten zijn niet opgenomen onder de baten en lasten van de voorgaande programmalijnen.

41

Kostensoort

Bron- en contactonderzoek Bemonstering Overige Meerkosten Infectieziektebestrijding (IZB) Tuberculosebestrijding (TBC) Medische Milieukunde (MMK) Technische Hygiënezorg (THZ) / Toezicht Seksuele Gezondheid (inclusief SOA poli) Reizigerszorg Gezondheidsbevordering (GB) Algemene Gezondheidszorg (AGZ) Jeugdgezondheidszorg (JGZ), incl. Rijksvaccinatie Openbare GGZ / Sociaal medische advisering Veilig Thuis Forensische Zorg (For) Regionale Ambulance Voorziening (RAV) Overig Ondersteuning Subtotaal Minder inkomsten (verrekend met minder uitgaven) Infectieziektebestrijding (IZB) Tuberculosebestrijding (TBC) Medische Milieukunde (MMK) Technische Hygiënezorg (THZ) / Toezicht Seksuele Gezondheid (inclusief SOA poli) Reizigerszorg Gezondheidsbevordering (GB) Algemene Gezondheidszorg (AGZ) Jeugdgezondheidszorg (JGZ), incl. Rijksvaccinatie Openbare GGZ / Sociaal medische advisering Veilig Thuis Forensische Zorg (For) Regionale Ambulance Voorziening (RAV) Overig (HIP) Overig (aanvullende diensten) Overig (Minder inkomsten Hygiene Infectie Preventie; Minder inkomsten Aanvullende diensten gemeenten; Minderkosten reisen scholingskosten Ondersteuning Subtotaal Totale voorlopige uitgaven 2020 - VWS

1e opgave t/m Opgave kosten juni en 2020 prognose 2e halfjaar € 6.937.844 € 1.967.390 € 1.013.397 € 1.517.388 € 750.172

€ 897.800

€ 61.997 € 87.970

€ 244.838 € 700.305

€ 900.139

€ 1.842.943

€ 65.724 € 33.948

€ 35.845

€ 124.647

€ 249.777

€ 327.932 € 54.000

€ 157.122 -

-€ 222.173 €0 € 318.353 € 9.169.733

-€ 172.509 €0 € 335.959 € 5.663.680

42

Laboratoriumkosten 2020 - RIVM

n.v.t

€ 7.408.720

Totaal VWS + RIVM

n.v.t

€ 13.072.400

Als volgt te verklaren: -

-

Het aantal uitgevoerde tests wijkt af van de inschatting die destijds op basis van de landelijke richtlijnen is gemaakt. (werkelijk aantal 120.396 versus geraamd aantal op basis van de landelijke input 224.760; De capaciteit voor bron- en contactonderzoek (BCO) wijkt af van de inschatting die destijds op basis van de landelijke richtlijnen is gemaakt: er was in 2020 uiteindelijk ca. 65 fte BCO-capaciteit in Zeeland, terwijl de aanname op basis van de landelijke input destijds ca. 165 fte bedroeg.

Deze afwijkingen hebben met name effect op de BCO-kosten en de laboratoriumkosten. De laboratoriumkosten zijn echter in de prognose niet meegenomen omdat dit een aparte facturatiestroom was, welke rechtstreeks via RIVM is verlopen (werkelijke kosten € 7.408.720). Verder is het van belang om te weten dat na de zomer 2020 landelijk de inschattingen voor het aantal tests en bron- en contactonderzoek zijn bijgesteld. GGD Zeeland heeft steeds voldaan aan deze landelijke afspraken qua beschikbare testcapaciteit en qua aantallen fte’s voor BCO. Het verschil bij de overige meerkosten zit er met name in dat de ondersteuningskosten hoger zijn dan ingeschat. Er is vooral langduriger inzet nodig gebleken voor de ondersteuning van de binnen de GGD opgezette COVID-organisatie, hoofdzakelijk op het gebied van communicatie (veel inzet van communicatie nodig gedurende de hele periode), IT en HRM (deze laatste twee vooral doordat veel nieuwe mensen zijn aangenomen, deze allemaal zijn voorzien van de benodigde ICT-middelen en kantoorruimte is betrokken door de COVID-organisatie). In de kosten over 2020 zijn de vaccinatiekosten niet separaat weergegeven, maar wel in het totaal meegenomen. Deze lasten waren op dat moment nog zeer beperkt, namelijk uren van voorbereiding voor het opzetten van de vaccinatiestraten.

Dit omdat deze voorbereiding pas startte in de loop van december 2020, nadat daarvoor een opdracht was gekomen vanuit het ministerie van VWS. De belangrijkste kengetallen over 2020 voor het testen en bron- en contactonderzoek over 2020 zijn: Indicator Aantal in 2020 Aantal uitgevoerde testen door de GGD 120.396 Aantal positieve testuitslagen 9.365 Aantal fte ingezet voor teststraten dd. 31-12-20 31,7 (start augustus 2020 met 6,0 fte) Aantal fte voor bron- en contactonderzoek dd. 31-12-20 (start augustus 2020 met 15 58 fte) Aantal fte triage gemiddeld 13,5 Aantal testlocaties van de GGD 7

43

2.4

Overhead

Overhead GR GGD Zeeland (Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland en GGD) Overhead Lasten Baten Mutatie reserves Eindtotaal

Prim begroting

8.320.823 -2.021.797 6.299.026

Gewijzigde begroting

6.974.591 -664.007 -173.833 6.136.751

Realisatie

Verschil

7.115.840 -750.218

V/N

-141.249 86.211 -173.833 -228.872

6.365.623

N V N N

*In de realisatie is € 110.000 geëlimineerde (in de lasten en baten) in verband met een interne doorbelasting van GGD Zeeland aan Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland. Overhead GR GGD Zeeland onderdeel GGD Lasten Baten Mutatie reserve Eindtotaal

Prim begroting 8.031.823 -1.732.797 6.299.026

Overhead GR GGD Zeeland onderdeel Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland Lasten

Prim

Baten Eindtotaal

Gewijzigde Begroting 6.677.210 -366.626 -173.833 6.136.751 Gewijzigde begroting

begroting

Realisatie

Verschil

V/N

6.823.435 -452.837

-146.225 86.211 -173.833 -233.848

N V N N

6.370.599

Realisatie

Verschil

V/N

399.000

407.381

402.405

-4.976

V

-399.000

-407.381

-407.381

0

N

0

0

-4.976

-4.976

V

Onder de overheadkosten binnen de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland zijn opgenomen de personeelskosten voor de financieel controller, financieel beleidsmedewerker, de directeur en de managementassistent(e). Daarnaast zijn de door de GGD doorbelaste kosten voor huisvesting, ICT, HRM etcetera hieronder opgenomen. Toelichting Overhead GR GGD Zeeland onderdeel GGD Loonkosten inclusief inhuur minus ontvangen ziekengelden. Diverse verschillen

Totaal lasten

Bedrag Inc/struct -156.000 Incidenteel -156.000 10.000 Incidenteel +10.000 -146.000

V/N N V

Incidenteel -146.000

N

44

Toelichting Overhead GR GGD Zeeland onderdeel GGD Niet begrote VWS covid-19 bijdrage Hogere detacherings – en piket opbrengsten Diverse verschilen Totaal baten

Toelichting Overhead GR GGD Zeeland onderdeel GGD Begrotingswijziging 173.833 onttrekking aan de algemene reserve i.v.m. begrote meerkosten 4 teamregisseurs t.o.v. manager GVB. In realisatie geen meerkosten i.v.m. latere start teamregisseurs, namelijk 4 januari 2021 . Totaal mutatie reserves

Bedrag Inc/struct 50.000 Incidenteel +50.000 23.000 Incidenteel +23.000 3.000 Incidenteel +3.000 86.000 Incidenteel +86.000

V/N V

Bedrag -174.000

Inc/struct incidenteel -174.000

V/N N

-174.000

Incidenteel -174.000

N

V V V

45

2.5

Algemene dekkingsmiddelen

Algemene dekkingsmiddelen

Prim begroting

Lasten Baten Mutatie reserve Eindtotaal

Gewijzigde begroting

-448.330 -16.056.377 -16.504.707

Realisatie

-16.100.377 -89.445 -16.189.822

Verschil

-16.100.368 -89.445 -16.189.813

V/N -9 -9

N N

In de primaire begroting is een opbrengst onder de lasten verantwoord van 448.330 in verband met de te realiseren taakstelling. In de gewijzigde begroting is deze taakstelling, conform AB besluit verminderd met de hieronder toegelichte onttrekking aan de algemene reserve van € 89.445 en toegewezen aan het Programma WPG. De gewijzigde begroting is € 44.000 hoger dan de primaire begroting in verband met de incidentele verhoging van de gemeentelijke bijdrage Veilig Thuis. De Gemeentelijke bijdragen GGD zijn als volgt verdeeld over de verschillende gemeenten: Gemeentelijke bijdragen 2020 GGD Zeeland

Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis

WPG 7.1 Volkgezond heid (WPG collectief)

399.866 662.501 483.585 223.908 850.270 128.747 397.032 592.987 414.125

Gem. BDU Rijksvaccinati projecten 7.1 e 7.1 Volksgezond 7.1 Volkgezond heid (BDU Volksgezond heid (WPG JGZ,RVP) heid (BDU collectief) JGZ,RVP) 6.888 11.411 8.330 3.857 14.646 2.218 6.839 10.214 7.133

429.810 617.401 410.226 253.716 862.475 103.072 497.362 533.675 331.495

47.644 68.438 45.473 28.124 95.604 11.425 55.132 59.157 36.746

Veilig Thuis Radar 6.2 Wijkteams (Veilig Thuis) 10.542 15.143 10.062 6.223 21.154 2.528 12.199 13.090 8.131

BDU VerwijsVeilig Thuis Totaal GGD maatwerk Index 6.2 excl. IJZ 6.1 7.1 Wijkteams SamenVolkgezond (Veilig kracht en heid (WPG Thuis) burgerpartic collectief) ipatie 1.002.467 24.784 7.060 75.874 132.294 41.062 11.696 1.559.946 86.499 1.082.685 29.972 8.538 13.878 3.953 36.094 569.752 215.426 52.699 15.011 2.127.285 7.980 2.273 29.885 288.128 81.341 1.081.522 24.608 7.010 36.753 10.469 99.788 1.356.133 62.127 892.735 25.667 7.311 46

Terneuzen Tholen Veere Vlissingen Totaal

958.299 450.334 384.921 783.063 6.729.639

16.506 7.757 6.630 13.488 115.915

865.091 510.841 371.297 707.391 6.493.852

95.894 56.626 41.158 78.413 719.830

21.218 12.529 9.107 17.350 159.276

59.395 27.912 23.857 48.534 417.100

16.919 7.951 6.796 13.825 118.811

201.731 100.470 53.086 171.340 1.345.954

2.235.053 1.174.418 896.852 1.833.403 16.100.377

Mutatie reserves: Dit betreft een incidentele onttrekking aan de algemene reserve ter dekking van de lasten voor Toezicht WMO en Verzuim MBO resp. € 27.620 en € 61.825 (totaal € 89.445). Vanaf 2022 worden deze bijdragen opgenomen in de gemeentelijke bijdragen. 2.6

Vennootschapsbelasting

Vennootschapsbelasting Vennootschapsbelasting Lasten Eindtotaal

Prim begroting

Gewijzigde begroting 17.615 17.615 17.615

Realisatie 22.631 22.631 22.631

Verschil -5.016 -5.016 -5.016

V/N N N N

Verantwoord is voor VPB plicht 2020 een schatting van € 23.206. Op de betaalde voorlopige aanslag VPB is € 574 korting ontvangen, realisatie per saldo € 22.631. De aangifte VPB 2020 vindt plaats na accountantscontrole. In de VPB zijn betrokken de (markttaak) activiteiten op het gebied van Preventieve maatregelen risicogroepen en Forensische Geneeskunde. Tot en met boekjaar 2019 zijn de VPB aanslagen definitief.

47

2.7

Onvoorzien

Onvoorzien Lasten Eindtotaal

Prim begroting 15.000 15.000

Gewijzigde begroting 15.000 15.000

Realisatie

Verschil -

V/N V V

15.000 15.000

48

3.

Paragrafen

3.1

Onderhoud kapitaalgoederen

Gebouwen De Gemeenschappelijke Regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland is juridisch eigenaar van het gebouw aan de Westwal in Goes. De Stichting GGE is economisch eigenaar. De Stichting GGE is verantwoordelijk voor het cyclisch en dagelijks onderhoud. In verband met de ouderdom van een aantal technische installaties is het onderhoud hieraan geïntensiveerd. Zie ook de paragraaf huisvesting. Bedrijfswagens Voor de bedrijfswagens zijn onderhoudscontracten afgesloten waarin het onderhoud opgenomen is. Overig Voor de overige kapitaalgoederen vindt onderhoud veelal plaats op correctieve basis, dus uitvoering naar aanleiding van storingen, schades of andere meldingen. 3.2

Bedrijfsvoering

Algemeen De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de ontwikkelingen rondom de bedrijfsvoering. Met bedrijfsvoering worden de bedrijfsprocessen bedoeld die nodig zijn om de beleidsdoelstellingen uit de programma's te realiseren. Het betreft beleidsmatige (primaire) processen, ondersteunende (secundaire) processen en de sturing en beheersing ervan. Visie en kernwaarden Onze visie, die 'Een leven lang meedoen' heet sluit aan op de missie (waar we als organisatie voor staan en willen gaan): 'Samen werken aan een gezonder en veiliger leven in Zeeland’. Deze visie is in 2019 door het bestuur vastgesteld. Zeeuwen die een leven lang meedoen; dat is onze ambitie. Om die waar te kunnen maken, hebben we vier kernwaarden voor de organisatie als geheel én voor de mensen die er werken namelijk:

Organisatie Sinds 2015 werken we met zelforganiserende teams. Het was noodzakelijk om de destijds ingezette zelforganisatie nog verder te implementeren waardoor sturing en besluitvorming op alle niveaus van de organisaties beter worden ingebed. . Daarnaast is er een toenemend tekort aan artsen waardoor een taakherschikking plaats zal moeten gaan vinden. Dit vraagt bij uitstek team overstijgende sturing en besluitvorming. In 2020 is gewerkt aan het verbeteren van beide knelpunten.

49

Hiervoor zijn concrete voorstellen gedaan, waaronder de tijdelijke hulpstructuur met teamregisseurs, zij zijn gestart per 4-1-2021. Personeel Onderstaand de personele bezetting (inclusief inhuur) in fte. Stagiaires met en zonder stagevergoeding zijn buiten beschouwing gelaten. Gemiddeld fte inclusief inhuur Fysieke Veiligheid & Bescherming Gezondheid in de Wijk Sociale Veiligheid Veilig Thuis Overhead Eindtotaal

2020 31,3 14% 105,8 47% 5,3 2% 28,9 13% 51,6 23% 222,9 100%

Gemiddeld fte inclusief inhuur Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland

2020

Aantal fte inclusief inhuur op peildatum COVID-19

31-12-2020 118,4

2019 29,4 13% 106,1 49% 5,4 2% 27,2 12% 50,4 23% 218,6 100% 2019

10,8

10,5 31-12-2019 -

Ziekteverzuim Net als in 2019, is er ook in 2020 extra aandacht geweest voor het ziekteverzuimpercentage. Dit was ook in het plan van aanpak taakstelling 2019 vermeld. Dit percentage is succesvol gedaald van,7 eind 5 5,99% eind 2019 naar 4,57 eind 2020. f). De meldingsfrequentie is eveneens gedaald, naar 0,77 (ten opzichte van 1,01 keer per jaar in 2019 ). In 2020 is aandacht besteed aan preventie en vitaliteit (bijvoorbeeld door workshops over balans werk-privé en gezond werken, coaching, deelname Fit2 workweek). Psychosociale arbeidsbelasting (PSA) In juni 2019 is een meting uitgevoerd naar de werkdrukbeleving met het onderzoek PSA. Hiermee maken medewerkers op individueel niveau en op teamniveau plannen om hun vitaliteit te verhogen, gericht op (duurzame) inzetbaarheid en op het voorkomen van uitval. Daarnaast leidt dit tot het prioriteren van aandachtspunten en beleidsontwikkeling voor het MT en HRM voor een gezonde organisatie en gezonde medewerkers. Opleiding en scholing bedragen x 1.000 Opleiding en bijscholing

2017 407

2018 337

2019 264

2020 191

De verschillen tussen de jaren worden vooral verklaard uit: -In 2020 door COVID-19 beperkingen minder opleiding en bijscholing (incidenteel) -In 2017 relatief hoge opleidingskosten bij Veilig Thuis (2017 - € 67.000 en 2018 - € 35.000) (incidenteel) -In 2019 is een creditnota verantwoord van circa € 33.000 die betrekking heeft op restitutie van lasten vanaf 01-01-2019 die in eerdere jaren onder de lasten van 2017 en 2018 verantwoord zijn. (incidenteel) Huisvesting In maart 2017 is de visie op huisvesting van de GGD vastgesteld. De visie op huisvesting sluit aan bij de veranderende werkprocessen en omgevingsfactoren van de GGD Zeeland. 50

Deze is gebaseerd op het uitgangspunt dat de gemeenten regisseur zijn van de activiteiten in het sociaal domein. Er wordt onderscheid gemaakt in bezoeklocaties, afstemmingslocaties en een centrale locatie. Bezoeklocaties Er zijn 37 bezoeklocaties, voornamelijk gehuisvest in scholen, kindercentra of huisartsenpraktijken. Afstemmingslocaties Er zijn 13 afstemmingslocaties waar medewerkers van de GGD en ketenpartners naartoe kunnen en ruimte hebben om bureauwerk te verrichten, te bellen, te overleggen. Dit versterkt het informele contact, zodat ook de onderlinge samenwerking verder wordt versterkt. I.v.m. maatregelen rondom Covid-19 is het gebruik hiervan in 2020 minder geweest dan in voorgaande jaren. Centrale locatie Vanuit de huisvestingsvisie is er een centrale locatie waar GGD Zeeland met een aantal ketenpartners samen gehuisvest is vanuit het oogpunt van efficiëntie. Hiertoe is in 2019 een businesscase uitgewerkt en getoetst. Deze is vervolgens ‘on hold’ gezet in verband met de verkenning van de samenwerking tussen GGD, RUD en VRZ. In 2020 zijn uitsluitend reparaties of vervanging van installaties gedaan indien dit nodig was voor de continuiteit van de bedrijfsvoering. Inkoop en contractmanagement Per 1 juli 2018 is er een samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen GGD Zeeland en de Stichting Inkoopbureau West-Brabant (hierna: het Inkoopbureau).

Dit in het kader van een verdere professionalisering van de inkoop- & contractmanagementfunctie binnen GGD Zeeland. In de jaren 2018 en 2019 is de nadruk gelegd op strategische en tactische inkoopactiviteiten. Dit om uniforme kaders vast te leggen voor borging van het rechtmatig en doelmatig inkopen. Hiertoe is concreet beleid opgesteld en vastgesteld. In 2020 is dit beleid geïmplementeerd. Daarmee is de inkoopen contractmanagementfunctie verder geprofessionaliseerd. Met het implementeren van het inkoopbeleid 2020, waarin de aandacht is gelegd op het rechtmatig en doelmatig inkopen, en het professionaliseren van contractmanagement is de inkoop(functie) verder geprofessionaliseerd. ICT In 2020 is de Cloudmigratie om de beschikbaarheid, toegankelijkheid, veiligheid, continuïteit en beheersbaarheid te continueren doorgevoerd. Daarnaast is de huidige werkplekomgeving (hardware) in 2020 compleet vernieuwd. De ‘Governance Informatieveiligheid’ is vastgesteld waarmee de informatiebeveiliging en privacy binnen onze organisatie verder is geborgd. De nieuwe omgeving heeft zijn schaalbaarheid bewezen gezien de forse groei in FTE's door het inrichten van de Covid-19 organisatie. De organisatie is gegroeid van 325 naar inmiddels zo'n 550 medewerkers. Samenwerking In 2020 is een bestuurlijke opdracht verstrekt om samenwerking tussen GGD, VRZ en RUD te onderzoeken.

De opdracht is gegund aan organisatieonderzoeksbureau Berenschot. Bij het opstellen van de jaarrekening is dit onderzoek nog lopende. Oplevering zal in de tweede helft van 2021 plaatsvinden. Externe inhuur personeel We definiëren externe inhuur personeel als volgt: Het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht van GGD Zeeland, door een private organisatie met winstoogmerk, door middel van het tegen betaling inzetten van personele capaciteit en deskundigheid, zonder dat daar een arbeidsovereenkomst of aanstelling tussen de GGD en de daarbij ingezette personen aan ten grondslag ligt. In deze cijfers is ook inhuur via payroll opgenomen. Uit kosten oogpunt (zoals opgenomen in het plan van aanpak taakstelling 2019) hangt GGD Zeeland het beleid aan om zoveel als mogelijk is te werken met contracten voor bepaalde duur in plaats van inhuur of payroll constructies.

51

Echter voor de COVID- organisatie is besloten hiervan af te wijken gezien de hoeveelheid medewerkers die nodig zijn en het ontbreken van een einddatum voor het contract. Onderstaande tabel gaat echter uit van de GGD Zeeland organisatie exclusief de COVID-organisatie. . De externe inhuur in percentage van de totale loonsom laat voor GGD Zeeland (excl. Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland) het volgende beeld zien: Bedragen x 1.000 Ingeleend personeel (inclusief payroll personeel) Externe adviezen (in economische categorie Overige goederen en diensten) Totaal externe inhuur

2017

2018 1.986 534

2019 2.024 388

2020 1.168 300

2.622

2.519

2.412

1.468

Totaal loonsom

13.509

13.536

14.819

17.270*

Externe inhuur in % van de loonsom

19,4%

18,6%

16,3%

8,5%

*Loonsom excl. zorgbonussen. Uit bovenstaande tabel blijkt dat het beleid rondom inhuur versus tijdelijke contracten bij GGD Zeeland succesvol is uitgevoerd. 3.3 Verbonden partijen Verbonden partijen zijn in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten gedefinieerd als privaat- of publiekrechtelijke organen waarin de provincie of gemeente (c.q. Gemeenschappelijke regeling) zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. Voor wat betreft ‘financieel belang’ gaat het om: een ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is bij faillissement dan wel waarvoor GGD Zeeland aansprakelijk kan worden gesteld. Voor wat betreft ‘bestuurlijk belang’ gaat het om: vertegenwoordiging in het bestuur en het hebben van stemrecht. Stichting Gezondheidszorg gebouwen exploitatie (GGE) Doel Exploitatie van het gebouw aan de westwal 37 Beleid/kerntaak Zorg dragen voor de exploitatie van het gebouw en dit vervolgens aan de ggd te verhuren. Financiële effecten Bijdrage door GGD via huur. Huurbedrag 2019 € 308.343. Risico’s Geen directe risico’s, wel een indirect risico: in de businesscase huisvesting GGD is rekening gehouden met een inbreng van 500.000 euro vanuit de GGE. Omdat besluitvorming hierover is uitgesteld, is er een risico op extra grote onderhoudskosten aan het pand Westwal 37.

In het geval dit risico daadwerkelijk optreedt, gaat dit ten koste van de inbreng in de businesscase huisvesting. Dit kan een huurverhoging vanuit de GGE ten gevolge hebben. Zeggenschap / Geen zeggenschap. De plaatsvervangend directeur en voorzitter van het AB zijn invloed op persoonlijke titel bestuurslid. Partners N.v.t. Vermogenspositie Eigen vermogen € 688.376 op 31-12-2019. Vreemd vermogen €2.623.225 31-12en resultaat 2019. Resultaat 2019 € 34.245. Jaarrekening 2020 nog niet beschikbaar. Ontwikkelingen -

52

Stichting Inkoopbureau West-Brabant Doel De dienstverlening is gericht op de professionalisering van het inkoop- en aanbestedingsbeleid van deelnemers. Financiële effecten GGD huurt een aantal dagdelen een inkoper in van Inkoopbureau West-Brabant Risico’s De behoefte aan flexibiliteit in inkoopondersteuning bij de deelnemers, beschikbaarheid van personeel, opzet van de financiën en de veranderende weten regelgeving. Zeggenschap / GGD Zeeland is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. De plaatsvervangend Invloed directeur is de huidige portefeuillehouder. Partners N.v.t. Vermogenspositie Jaarrekening 2019 solvabiliteit 60%; liquiditeitsratio 2,3; eigen vermogen € en resultaat 493.007 Exploitatieresultaat 2020 €327.895. Ontwikkelingen

3.4

Financiering

Inleiding De paragraaf financiering is samen met het treasurystatuut voorgeschreven in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido). De wet is per 1 januari 2001 in werking getreden. De treasuryfunctie heeft tot doel tegen gunstige condities en tegen zo laag mogelijke lasten te voorzien in de benodigde financieringsmiddelen en daarbij risico’s zoveel mogelijk uit te sluiten en beperken. In de Wet Fido zijn kaders opgenomen ter beperking van het renterisico op de netto vlottende schuld en het renterisico op de vaste schuld (renterisiconorm). In de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) zijn kaders opgenomen ter beperking van de risico’s. Op 10 december 2013 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF). Deze wet bepaalt onder meer dat Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is vastgelegd in de Uitvoeringregeling financiering decentrale overheden (Ufdo) en bedraagt voor gemeenschappelijke regelingen 8,2% van het begrotingstotaal. Toegestane kasgeldlimiet (inclusief Inkooporganisatie) Begrotingstotaal 2020 primitieve begroting Inkooporganisatie Begrotingstotaal primitieve begroting 2020 GGD Zeeland 1. Kasgeldlimiet 8,2% x begrotingstotaal

2020 96.512.307 22.892.441 9.791.189

2. Omvang vlottende korte schuld Opgenomen gelden< 1 jaar Schuld in rekening-courant Gestorte gelden door derden<1 jaar Totale omvang van de vlottende schuld

24.285.542 267.283 24.552.826

3. Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening-courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar Totale omvang van de vlottende omvang

1.484 93 20.605.662 20.607.239 53

4. Totaal netto vlottende schuld (2)-(3)

3.945.587

Ruimte = (1)-(4)

5.845.603

Renterisiconorm GGD Zeeland heeft geen leningen met een looptijd van 1 jaar of langer zodat geen toetsing plaatsvindt op de renterisiconorm. Uitzettingen In de wet Ruddo is vastgelegd dat openbare lichamen alleen overtollige middelen, voor een periode langer dan drie maanden, mogen uitzetten bij financiële ondernemingen die zijn gevestigd in een EUlidstaat en die ten minste beschikken over een AA-rating, afgegeven door ten minste twee ratingbureaus. Er zijn in 2020 door GGD Zeeland geen actieve uitzettingen van gelden geweest bij banken. Het eventuele positieve saldo op de bank wordt dagelijks afgeroomd door het Ministerie van Financiën in het kader van het Schatkistbankieren (zie hieronder).

Schatkistbankieren Het wetsvoorstel verplicht schatkistbankieren is op 15 december 2013 van kracht geworden. Het wetsvoorstel verplicht alle decentrale overheden, dus ook GGD Zeeland, om hun overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Het woord ‘overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Een decentrale overheid behoudt, op basis van de wet Fido, de mogelijkheid om leningen te verstrekken en uitzettingen te verrichten uit hoofde van de publieke taak. Deelname aan schatkistbankieren verandert daar niets aan.

54

Tegelijkertijd met de wet is een ministeriële regeling van kracht geworden. Onderdeel van die regeling is de rekening-courantovereenkomst die iedere decentrale overheid krijgt met de Staat der Nederlanden. De regeling bevat verder onder meer de verplichting voor decentrale overheden een tussenrekening te openen bij een of meerdere banken, zodat aan de verplichting tot deelname aan schatkistbankieren kan worden voldaan. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1.000) GGD incl. IJZ Verslagjaar (1)

Drempelbedrag

(2)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

(3a)=(1)>(2) (3b)=(2)>(1)

Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag

(1) Berekening drempelbedrag (4a) (4b) (4c)

Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner op gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

(1)=(4b)*0,0075+(4c)*0,002 met een minimum van € 250.000 Drempelbedrag (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

887 Verslagjaar -

-

-

-

887

887

887

887

Verslagjaar

-

-

-

119.405 119.405 887

Q1

(5a) (5b) (2)=(5a)/(5b)

Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

Q2

Q3

Q4

-

-

-

-

91

91

92

92

-

-

-

-

In 2020 zijn voor alle dagen in het jaar op basis van valuta datum geen banksaldi aangehouden buitenom ’s Rijks schatkist. In bovenstaande tabel wordt (net als bij de berekening van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm) als begrotingstotaal gehanteerd het begrotingstotaal van de bruto lasten van de primaire begroting.

55

3.5

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding Binnen de private en publieke sector is sprake van toenemende aandacht voor het inzicht in en de beheersing van risico’s. Risicomanagement is daarom een vast onderdeel van goed bestuur (Good Governance) en een belangrijk middel om de continuïteit van de organisatie te waarborgen. Naast de interne behoefte om risico’s in beeld te hebben en te beheersen is er ook vanuit het Rijk wetgeving opgelegd omtrent risico’s. In het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) wordt in artikelen 9 en 26 gesteld dat in ieder geval in de begroting en de jaarrekening een paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt opgenomen. In deze paragraaf dienen tenminste opgenomen te zijn: 1)

een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; een inventarisatie van de risico's; 1) het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's. Risico’s moeten in dit verband worden opgevat als reële, doch niet altijd te kwantificeren, bedreigingen die, ook nadat maximale inspanningen zijn verricht om het optreden ervan te voorkomen, of de gevolgen ervan te verminderen, kunnen leiden tot uitgaven die niet begroot zijn.

Weerstandsvermogen en beschikbare weerstandscapaciteit Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate de GGD in staat is om omvangrijke tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid aanzienlijk moet worden aangepast. Het gaat daarbij om de verhouding tussen de weerstandscapaciteit, ofwel de beschikbare (financiële) middelen die zonder ingrijpende beleidswijzigingen beschikbaar zijn, en de risico’s. De weerstandscapaciteit is in artikel 11 BBV omschreven als “de middelen en mogelijkheden waarover een organisatie beschikt of kan beschikken om niet begrote lasten te dekken”. Weerstandscapaciteit bestaat bij de GGD uit de volgende onderdelen: - de algemene reserve; - de post onvoorzien in de begroting; - het deel van de bestemmingsreserves waarvoor geen harde verplichtingen zijn aangegaan of toezeggingen zijn gedaan en die zonder noemenswaardige beleidsmatige aanpassingen kunnen worden aangewend; - de getroffen reserves en voorzieningen waarmee gespecificeerde, gekwantificeerde risico’s kunnen worden opgevangen. De VZG hanteert in haar begrotingrichtlijnen een reserverichtlijn. De norm voor reservevorming bedraagt 5% van alle baten van de desbetreffende gemeenschappelijke regeling. Deze norm dekt dan het totaal van alle vormen van reservevorming af. Negatieve exploitatiesaldi moeten in eerste instantie hieruit worden afgedekt.

Als daarmee het totaal van de reserves is opgebruikt, komt het restant ten laste van de deelnemers. Indien de totale reservepositie op de balans per 31 december meer dan 5% van de baten bedraagt, moet het meerdere in maximaal vijf jaar worden uitgekeerd aan de deelnemers. Die vijf jaar geldt vanaf het eerste jaar dat de afbouw van de reserve is gestart.

56

Benodigde weerstandscapaciteit Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen wordt de beschikbare weerstandscapaciteit afgezet tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De risico’s die GGD Zeeland loopt zijn bepalend voor de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit. Om de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen is het noodzakelijk om de risico’s te voorzien van een kwantificering van zowel kans als financiële gevolgen. Door de maximale gevolgen van de individuele risico’s bij elkaar op te tellen ontstaat een te negatief oordeel over het weerstandsvermogen. Immers, het is vrijwel zeker dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen. Daarnaast zal niet ieder risico zich maximaal voordoen. Tot slot is een aantal risico’s qua omvang en waarschijnlijkheid niet in te schatten. In de volgende tabel wordt weergegeven welke risico’s uit de begroting 2020 zich in 2020 hebben voorgedaan met invloed op het resultaat van 2020:

57

Risico’s

1

Later of niet realiseren van de taakstelling 2020 ad € 448.000

In de begroting is uitgegaan van loonstijging van 2,9 % conform VZG norm. De VZG norm wordt vergoed in gemeentelijke bijdragen. De werkelijke 2 loonstijging, als gevolg van de cao-onderhandelingen, kan hiervan afwijken. Het CPB gaat uit van mogelijk 3,5%. Dat betekent een risico van 0,6% van € 16.500.000 De aanscherping van de meldcode in januari 2019 zal waarschijnlijk zorgen voor meer adviesvragen en meldingen bij Veilig Thuis. In 2020 worden ook middelen toegevoegd aan de Decentralisatie 3 uitkering Vrouwenopvang om deze lasten (deels) op te vangen. Nog niet duidelijk is in hoeverre de toegekende middelen matchen met de extra verwachte lasten wegens adviesvragen en meldingen veilig thuis. Vanaf 2021 worden de middelen uit de Decentralisatie Uitkering Maatschappelijke Opvang (budget Vlissingen) door gedecentraliseerd naar alle Zeeuwse gemeenten. Vanuit dit budget (middels een subsidie via het CZW Bureau) wordt Veilig Thuis voor 4 ca 50% gefinancierd en het Meld en Actiepunt bemoeizorg volledig. Gemeenten dienen opnieuw te beslissen op welke wijze zij de diensten vanaf 2021 willen financieren. Deze ontwikkeling betekent dat de financiering van deze diensten een risico vormen voor GGD Zeeland vanaf 2021

Kans op optreden in 2020

Impact 2020

Benodigde weerstandscapaciteit 2020

Risico opgetreden in 2020 Ja/Nee

Financiële impact

10%

448.000

44.800 Nee

-

50%

99.000

49.500 Nee

-

50%

PM

50%

Niet voor 2020

PM ja

Niet voor Nee 2020

260.821

-

Toelichting

De gerealiseerde loonkosten minus detacheringsopbrengsten minus ontvangen vergoedingen voor ziekengelden en zorgbonussen waren rekening houdend met de taakstelling 3.000 lager dan het budget. Bij de loonkosten is rekening gehouden met een structurele verhoging van 4,9 % in de periode 2019-2020 op basis van de VZGrichtlijn. In de cao is een verhoging van 6,25% afgesproken. Omdat de verhoging gefaseerd wordt ingevoerd, waren er in 2019 en 2020 geen budgettaire problemen. De totale bijdrage van CZW daalde t.o.v. 2019 met 16.701 (van 1.043.423 naar 1.026.722). In verband met het opgetreden risico in 2020 is, met goedkeuring van het AB, 260.821 onttrokken aan de algemene reserves van de GGD

Risico vanaf 2021.

58

5

6

7

8 9 10 11 12 13

Vanuit het CZW Bureau is aangegeven dat niet kan worden gegarandeerd dat GGD Zeeland de incidentele subsidie van € 48.000 ook in 2020 voor Veilig Thuis zal blijven ontvangen Werkgevers in de sector Overheid en Onderwijs zijn verplicht eigenrisicodrager voor de Werkloosheidswet (WW). Als eigenrisicodrager voor de WW betaalt GGD de lasten van de WW-uitkering, als (ex)-werknemers werkloos worden Claims als gevolg van implementatie nieuwe wetgeving (bv AVG) of extra onvoorzienbare lasten als gevolg van implementatie nieuwe wetgeving (bv archiefwet) Uitval in die gevallen waarin slechts één persoon bepaalde werkzaamheden verricht (inhuur ten behoeve van vervanging van één persoon) Uitval ICT servers of diensten door derden Claim volgens het niet (goed/volledig) uitvoeren van de Wet Poortwachter Medisch beroepsrisico lasten juridische bijstand Wachtgeld markttaken, door de kans op terugloop markttaken bestaat de kans dat wachtgeld betaald moet worden Risico op juridische procedures, onder andere bij aanbestedingstrajecten en arbeidsgeschillen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10316315/1