16.1 Water- en rioleringsprogramma 2026-2030 gemeente Borsele
Tekst van het document
51
Water-en rioleringsprogramma 2026-2030 Lozing van niet-huishoudelijk bedrijfsafvalwater op de riolering mag de gemeente weigeren. Sanitair afvalwater wordt altijd als huishoudelijk gezien, ook bij bedrijven. Aanleg van riolering voor uitbreidingen worden verhaald op de ontwikkelaar. Inwoner equivalenten en aansluitplicht vervuiling afstand < 10 i.e. 40m. 10 i.e. < x < 25 i.e. 100m 25 i.e. < x < 50 i.e. 600m. 50 i.e. < x < 100 i.e. 1500m. 100 i.e. < x < 2000 i.e. 3000m. artikel 2.17 van de Bruidschat
Aansluitplicht op de riolering.
Bedrijfsafvalwater De gemeente mag bedrijfsafvalwater en vloeibare afvalstoffen weigeren als ze schadelijk zijn voor de riolering of zuivering. Zorgtaak stedelijk afvalwater geeft aan dat er geen inzamelplicht is voor bedrijfsafvalwater. Volgens de Waterwet (art. 8.5) mag schoon regenwater zonder vergunning op sloten geloosd worden. De gemeente kan lozing van regen- en grondwater op de riolering weigeren uit doelmatigheidsoverwegingen. Dit staat omschreven in onze hemel -en grondwaterverordening.
8.5.7. Peilbesluiten Gewenste toestand en beleid Een hoger polderpeil helpt bodemdaling, verdroging, CO2-uitstoot en verzilting tegen te gaan en houdt meer zoet water vast. In stedelijk gebied voorkomt het schade aan houten paalfunderingen, hoewel in onze gemeente weinig woningen op houten palen staan. Nadeel is dat landbouwpercelen minder toegankelijk worden en gewasschade kan toenemen. Dit kan met peilgestuurde drainage opgelost worden. Werknormen uit het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW 2003) verplichten het waterschap tot maatregelen tegen wateroverlast, die vóór 2016 uitgevoerd moesten zijn. ’s-Gravenpolder en Borssele voldoen nog niet, maar in 2026 worden duikers vergroot om aan normen te voldoen. In iplo.nl overlastnormen staan de normen benoemd als omgevingswaarden. – zie ook bijlage 8.1
52
Water-en rioleringsprogramma 2026-2030
9 Zoetwater en terugdringen van waterverbruik De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) speelt een belangrijke rol bij het beschermen van drinkwaterbronnen en het waarborgen van de algehele kwaliteit van de waterlichamen binnen de Europese Unie. Binnen de KRW richt de Drinkwaterrichtlijn zich specifiek op de kwaliteit en veiligheid van drinkwater. Naast de Drinkwaterrichtlijn zijn er ook regels vastgelegd in de Europese REACH-verordening, die betrekking hebben op de registratie, evaluatie en beperking van chemische stoffen. Europees stoffenbeleid Doel 4: conservering van zoetwater en terugdringen van het waterverbruik Het programma Water en Bodem Sturend (WBS) benadrukt het belang van voldoende drinkwater. Door de bevolkingsgroei, het toerisme en het stijgende drinkwatergebruik neemt de kans op drinkwatertekort toe. Dit tekort wordt versterkt door vervuiling van zoetwaterbronnen met bestrijdingsmiddelen en andere chemische afvalstoffen. Door de klimaatverandering met langere droge periodes wordt er minder water aangevoerd. Nieuw is het Nationaal Plan Aanpak Drinkwaterbesparing. Dit plan heeft als doel het drinkwaterverbruik terug te brengen van ongeveer 128 liter per persoon per dag in 2025 naar 100 liter in 2035. Het plan wil meer bewustzijn creëren en het gebruik van water duurzamer en innovatiever maken.
In het Bestuursprogramma 2022-2026 ‘Schakelen met raad en daad’ van de Raad van Borsele wordt vooral het belang van voldoende zoetwater voor de fruittelers benadrukt, omdat Borsele de grootste fruitteeltgemeente van Nederland is. De Raad wil inwoners en bedrijven hierbij actiever betrekken.
9.1 Waterbalans Nederland en verdringingsreeks In Nederland voeren de rivieren jaarlijks ruim 80 miljard m³ water aan. Daarnaast is er een neerslagoverschot van ongeveer 10 miljard m³. Dit is het verschil tussen de neerslag van 30 miljard m³ en de verdamping van 20 miljard m³. Daarmee komt de totale beschikbaarheid van zoetwater in Nederland uit op ongeveer 90 miljard m³. (Bron: Eurostat 2021) Rijkswaterstaat maakt op basis van de verdringingsreeks bij watertekorten een keuze voor de verdeling van zoetwater wat ons land binnenkomt. Bij deze verdringingsreeks worden alle belangen zoals waterveiligheid, natuur en het voorkomen van inklinking meenomen. Drinkwater staat hoog in deze rangorde, maar niet bovenaan. Het meeste zoetwater wordt in de grote rivieren geloosd om de zoute kwel vanuit de Noordzee tegen te gaan. Zo wordt bijvoorbeeld het Volkerak-Zoommeer met zoetwater doorspoeld om het zoutgehalte onder de met de landbouw afgesproken maximale norm van 400mg/l te houden. Voor de fruitteelt is een chloridegehalte van maximaal 200mg/l gewenst. Tijdens lange, droge en warme periodes is de watervraag het grootst en de aanvoer via de Maas het laagst. Ook kan er door vervuiling van Maaswater met bestrijdingsmiddelen en PFAS afkomstig uit de industrie en landbouw minder water worden ingenomen.
De opslag- en distributiecapaciteit is te beperkt en daarom de kans op een toekomstig drinkwatertekort groot. Voor 2030 zijn ingrijpende aanpassingen in het drinkwatersysteem nodig. Van het binnenkomende zoete water wordt ongeveer 12% gebruikt door energiebedrijven, de industrie, drinkwaterbedrijven en de landbouw. Industrie, datacentra en energiebedrijven gebruiken zoet water vooral voor koelen. Door de toenemende energievraag en meer datacentra is er meer zoetwater voor koeling nodig. In Zeeland wordt deels zoutwater gebruikt voor de koeling. Dit water wordt geloosd in de Westerschelde en veroorzaakt thermische vervuiling. Deze opwarming staat haaks op de uitgangspunten uit de Omgevingswet die verslechtering van het watermilieu zoals een 53
Water-en rioleringsprogramma 2026-2030 lager zuurstofgehalte of een hogere watertemperatuur niet toestaat. Door de lozing van warm water verandert de waterhabitat rond het lozingspunt en komen er tropische vissen en planten voor.
Door onvolledige monitoring is het gebruik in de landbouw waarschijnlijk hoger dan de 1% van het CBS.
Van het geproduceerde drinkwater blijft na distributieverliezen netto 1,16 miljard m3 over.
9.2 Conserveren van zoetwater De beste manier om regenwater op te slaan is door infiltratie in de bodem, wat ook verzilting tegengaat en water beschikbaar houdt voor groen. In landelijke gebieden kan water vastgehouden worden door betere sponswerking van de bodem, hoger polderpeil en peilgestuurde drainage. Bodem met meer organisch stof houdt meer water vast. Minder grondkerende bewerkingen en lichtere machines helpen hierbij. Peilgestuurde drainage regelt het waterpeil beter, wat de opbrengst kan verhogen. De aanleg kost ongeveer €3.000 per hectare. Kleibodem infiltreert regenwater langzaam, dus wordt het vaak afgevoerd. In Heinkenszand wordt gebruikgemaakt van zandgrond, IT-riolen, drains en wadi’s om water vast te houden en de zoetwaterbel aan te vullen. Bewoners kunnen zelf water opslaan met hoogteverschillen, regentonnen of IBC-containers.
9.3 Verminderen waterverbruik Gewenste toestand en beleid Een van de doelstellingen van de Rijksoverheid is om het drinkwaterverbruik te verminderen. Dit beleid is uitgewerkt in het Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing, de Kaderrichtlijn Water (KRW) en het programma Water- en Bodemsturend (WBS). Het streven is om het drinkwaterverbruik met 15% terug te brengen, van ongeveer 128 liter per persoon per dag naar 100 liter in 2035. Dit komt neer op ongeveer 10 m³ per persoon per jaar. 54
Water-en rioleringsprogramma 2026-2030
Installaties voor het opvangen en hergebruiken van regenwater kosten al snel €8.000. Door extra energieverbruik, materiaalgebruik en onderhoudskosten zijn deze individuele systemen minder duurzaam dan een gezamenlijke voorziening. Een voordeel van individuele installaties is wel dat door de opvang van water de riolering ontlast wordt en wateroverlast voorkomen kan worden. Er is wel een gevaar voor de volksgezondheid door verkeerd gebruik. In Over de Dijk 1 is een gezamenlijk B-watersysteem aangelegd. Vanwege verkeerde aansluitingen en gevaar voor de volksgezondheid is op last van ministerie van VROM dit systeem buiten bedrijf genomen. Deze systemen worden niet meer toegepast. Tuinen en droge perioden Een groene tuin kan water vasthouden en daardoor wateroverlast verminderen. Tegelijkertijd zal het drinkwatergebruik in droge perioden toenemen. Planten hebben nu eenmaal water nodig. Door water in de tuin op te slaan kan dit verminderd worden en is ook de kans op zetting van de bodem kleiner.
9.4 Drinkwater in Zeeland De Kaderrichtlijn Water en de Drinkwaterrichtlijn stellen normen voor de kwaliteit van drinkwater. In Zeeland komt ongeveer 85% van het drinkwater uit de Maas en 15% uit grondwater van de Brabantse Wal. De hoeveelheid beschikbaar drinkwater hangt af van het opgeslagen water in de Biesbosch, de vergunningen voor grondwaterwinning, de groeiende watervraag en de vervuiling van de waterbronnen. Drinkwaterbronnen worden bedreigd door verschillende vervuilingsbronnen, zoals afvalstoffen uit de industrie en landbouw. Vooral in droge periodes, wanneer de watervraag het grootst is, ontstaan er problemen met de levering en de kwaliteit van drinkwater uit de Biesbosch. Door vervuiling van het Maaswater is het dan lastig om voldoende zoet water te krijgen. De aanwezigheid van PFAS in het drinkwater versterkt dit probleem. PFAS in drinkwater
Gewenste toestand en beleid 55
Water-en rioleringsprogramma 2026-2030 Door de groeiende watervraag als gevolg van bevolkingsgroei, de recreatiesector en de industrie is extra opslag- en distributiecapaciteit nodig. Daarnaast beïnvloedt klimaatverandering de aanvoer van zoetwater uit de Maas en het waterverbruik. Op warme dagen wordt bijvoorbeeld meer water gebruikt, ook door datacentra. Het watergebruik is te beïnvloeden door een hogere drinkwaterprijs. Omdat drinkwater een basisbehoefte is moet een te hoge prijs voorkomen worden. De prijs mag geen negatieve invloed hebben op het gebruik vanwege hygiëne en volksgezondheid. De Belasting op Leidingwater (BOL) van €0,51 per m³ geldt in 2025 alleen voor de eerste 300 m³, terwijl 93% van de huishoudens minder dan 200 m³ gebruikt. Hierdoor zijn grootgebruikers vrijwel vrijgesteld, waardoor de BOL weinig effect heeft op het verminderen van drinkwatergebruik. Het verwerken van vaste kosten in de variabele prijs is effectiever en eerlijker, omdat het besparen van water zo meer loont en kosten beter verdeeld worden. Nu betalen kleingebruikers relatief veel voor uitbreidingen van distributienetten, terwijl zij niet de belangrijkste veroorzaker zijn van deze grotere watervraag. De rekening wordt op de verkeerd plaats neergelegd. Zie bijlage 9.1.
In de Miljoenennota 2025 is aangegeven dat de 300 m³-drempel in de BOL zal verdwijnen, om het gebruik van grondwater te beperken. (Artikel Sterk consulting over BOL effect ) Voorlichting is de eenvoudigste en goedkoopste manier om het waterverbruik te verminderen. Korter douchen of een andere douchekop kan het watergebruik met ongeveer 20 liter per persoon per dag terugbrengen. In Zeeland is het drinkwaterverbruik sterk afhankelijk van het aantal toeristen. Het terugdringen van het watergebruik is daarom ook een verantwoordelijkheid van recreatieondernemers. De groei van recreatie mag de leveringszekerheid voor inwoners en bedrijven in Zeeland niet in gevaar brengen. Ook mag de toename van toerisme in andere gemeentes niet leiden tot hogere kosten voor onze inwoners. (bron CBS - Zeeland ) Om drinkwaterleveringsproblemen in Midden-Zeeland te voorkomen wordt door Evides vanuit de Biesbosch een extra aanvoerleiding aangelegd. Aanvoer van Maaswater in droge perioden is een beperkende factor. In droge perioden wordt, om verdroging van de natuur te voorkomen, de onttrekking van grondwater uit de Brabantse Wal door de provincie Brabant beperkt. vewin cijfers. Onderzocht moet worden of de landbouw mee kan liften op het verzwaren van de extra aanvoer van zoetwater van een goede kwaliteit. Een financiële bijdrage van de landbouw wordt dan waarschijnlijk verwacht.
De komst van datacentra in Zeeland moet vanwege een gebrek aan zoetwater zorgvuldig overwogen worden. Datacentra vragen veel zoet koelwater bij warm weer wanneer de watervraag al het grootst is. Vaak geven deze datacentra vanwege ‘bedrijfsgeheim’ geen openheid over het gebruik van de hoeveelheid zoetwater.
56
Water-en rioleringsprogramma 2026-2030
10. Middelen en kostendekking In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke middelen nodig zijn, personeel en geld en hoe de kosten gedekt kunnen worden.
10.1 Personele middelen De Kennisbank Stedelijk Water ,de vroegere Leidraad riolering, van Rioned geeft inzicht in het benodigd personeel voor de rioleringstaak. Uitgegaan wordt van de taken planvorming, onderzoek, onderhoud, opstellen van maatregelen plannen, overleg en voorlichting etc. De werkzaamheden in onze gemeente worden bijna volledig in eigen beheer door de team Leefomgeving uitgevoerd. Formatie Onze gemeente staat voor grote uitdagingen op het gebied van duurzaamheid en klimaatverandering. Wanneer de landelijke norm voor benodigde formatie voor de rioleringstaak toegepast wordt op gemeente Borsele, komt hieruit dat 3,7 fte begroot moet worden. In onze gemeente is in 2025 2,9 fte formatie beschikbaar. Doordat er nu nog gebruik gemaakt wordt van generatiepact afspraken is maar 2,5 fte aan interne capaciteit beschikbaar. In het vierde kwartaal van 2026 zal door pensionering weer 2,9 fte beschikbaar komen. Om te voldoen aan strengere wetgeving, meer vervangingen en extra aandacht voor participatie en duurzaamheid, is uitbreiding naar de norm van 3,7 fte noodzakelijk. De voorkeur gaat uit naar eigen personeel boven uitbesteden. Uitbesteden is duurder en vraagt substantieel tijd voor begeleiding en controle. Door krapte op de arbeidsmarkt, en dan vooral ook bij technische functies, is nog maar de vraag of we passende kandidaten kunnen vinden.
10.2 Trendverloop kosten riolering 10.2.1 Kostenverloop De vervangingskosten van de post riolering wordt grotendeels bepaald door de vrijvervalriolering. De leeftijd van de vrijvervalriolering geeft een indicatie voor de kosten op de lange termijn. De korte termijnplanning wordt bepaald door de kwaliteit van de riolering. Video-inspectie geeft inzicht over deze kwaliteit. De kosten in de GWW stijgt harder dan de inflatie. Aanbestedingen van de afgelopen jaren bevestigen deze trend. Tabel 10.1 Overzicht van jaar van aanleg en indicatieve kosten vervangen van de vrijvervalriolering. Jaar van aanleg vrijverval riolering
Km Vervanging na 60 riool jaar Indicatief
Km vervanging per jaar
Per jaar in miljoen €
Leeftijd < 1970
13
2010 - 2030
1,2
€ 0,8
1970 < leeftijd < 1980
26
2030 - 2040
2,6
€ 2,0
1980 < leeftijd < 1990
26
2040 – 2050
2,6
€ 2,0
1990 < leeftijd < 2000
38
2050- 2060
3,8
€ 2,9
2000 < leeftijd < 2025
80
2060 – 2085
2,4
€ 2,1
Totaal
170
57
Water-en rioleringsprogramma 2026-2030 In bijlage 10.1 en 10.2 zijn de kosten uitgewerkt. Uit tabel 10.1 volgt dat de kosten vooral na 2030 toenemen. De kosten zijn doorgerekend op basis van prijspeil 2024, het is binnen de gemeente Borsele niet gebruikelijk om inflatie en verwachte prijsstijgingen in de GWW sector meerjarig mee te ramen. We gebruiken de tariefegalisatiereserve om kostenpieken (en daarmee ook grote stijgingen in belastingtarieven) te voorkomen en prijsstijgingen op te vangen. Door renovatietechnieken met de kousmethode zijn de kosten lager dan volledige vervanging. De levensduur van de buizen wordt door deze techniek verlengd met 50 jaar.
10.2.2 Duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord inkopen In 2019 is het VNG Model Inkoop- en aanbestedingsbeleid geactualiseerd waarbij meer de nadruk ligt op Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) voor werken, diensten en leveringen. MVI betekent dat de Gemeente bij Inkoop de effecten op ‘people, planet en profit’ meeneemt en deze doelstellingen voor 2030 realiseert. De gemeente heeft als opdrachtgever en inkoper een voorbeeldfunctie in het maatschappelijk verkeer en kan als opdrachtgever en inkoper invloed op ondernemers uitoefenen om veranderingen in gang te brengen. Inkoopbeleid gemeente Borsele
De gemeente is in 2025 overgegaan op HVO100-diesel. Dit is een duurzame brandstof gemaakt van hernieuwbare grondstoffen zoals plantaardige oliën en dierlijke vetten. Hydrotreated Vegetable Oil (HVO) is een synthetisch alternatief voor fossiele diesel en kan zonder motoraanpassingen worden gebruikt. Hiermee draagt de gemeente bij aan doel 13 van de SDG ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. Voordelen van HVO100-diesel zijn: - Milieu vriendelijk, mits geproduceerd uit afvalstoffen en niet uit palmolie - Minder CO2-, stikstof-, en fijnstofuitstoot - Geen netcongestie op het elektriciteitsnet door zwaardere elektriciteitsaansluitingen - Geen aanpassing van motoren nodig bij gebruik van HVO100. (EN15940) HVO-diesel is ongeveer 5% duurder dan traditionele diesel. De inzet van bestaande machines is ook duurzamer dan aanschaf van nieuw materieel. Vaak wordt ‘vergeten’ dat het opwekken van elektriciteit ook CO2 uitstoot geeft en dus niet ‘zero emissie’ is. HVO100 is een transitie brandstof voordat overgegaan wordt op elektrisch materieel op het moment dat de netcongestie is opgelost. HVO is een ander product dan biodiesel. 58
Water-en rioleringsprogramma 2026-2030
10.3 Kapitaalslasten en BBV Een van de doelen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is het nastreven van uniformiteit voor de financiële verantwoording van overheidsorganisaties. Artikel 35 lid 1b uit de BBV geeft aan dat investeringen met economisch nut volgens BBV (artikel 59 en 64) geactiveerd moeten worden. Bijdragen van derden zoals de rioolheffing mogen echter volgens artikel 62 lid 2 van de BBV eerst in mindering gebracht worden op de te activeren bedragen. Met andere woorden: het is nog mogelijke om investeringen direct af te schrijven volgens het ideaalcomplex - Nota materiele vaste activa van december 2017 BBV. Om toekomstige vervangingspieken te egaliseren is het mogelijk om een deel van de inkomsten van de rioolheffing te reserveren. (BBV artikel 431b/2 en 44) Bij vervangingspieken mag dit gespaarde bedrag in mindering gebracht worden op investeringen. Besluit begroting en verantwoording. De uitgaven worden hierdoor geëgaliseerd. Klein onderhoud en exploitatiekosten mogen niet geactiveerd worden. De kosten voor groot onderhoud gemalen en drukriolering wordt in 10 jaar afgeschreven. De levensduur van pompen en elektrische installaties is beperkt tot 10 tot 15 jaar. De vrijverval riolering wordt over een termijn van 60 jaar afgeschreven. Voor riolering die is gerelined kan voor een periode van 50 of 60 jaar gekozen worden.
Bij activeren worden de kosten deels verlegd naar de toekomst. Door rentelasten nemen de totale kosten toe, tenzij de rente lager is dan de inflatie. In bijlage 10.1 en 10.2 is het verloop van de kapitaallasten te zien. Sinds 2022 wordt de vervanging van vrijvervalriolering en het relinen van de riolering geactiveerd. Bij een lage kapitaalsmarktrente en een hogere inflatie is activeren gunstig.
10.4 Riool- en waterzorgheffing, baten Na de aanleg van riolering in de vorige eeuw wordt het onderhoud van de gemeentelijke watertaken, grond-, regen -en vuilwater, betaald uit een heffing op grond van artikel 228a van de Gemeentewet. Het is een bestemmingsheffing. Dit betekent dat de opbrengsten van deze belasting bedoeld zijn voor dit specifieke doel en ook aanverwante kosten voor straatvegen, kolkenzuiger en onderhoud aan sloten zoals baggerwerk. De werkzaamheden moeten meer dan 10% relatie hebben met de riolering en de gemeentelijke waterzorgplichten. Riool- en waterzorgheffing, VNG De Wet verankering en bekostiging van de gemeentelijke watertaken geeft aan dat de heffing niet meer dan kostendekkend mag zijn. (GW 229b, Tk2005-2006, nr. 30578). Hierbij mag uitgegaan worden van een gemiddelde kostendekking over een planperiode van bijvoorbeeld 5 jaar. In bijlage 10.1 is een overzicht van de kosten aangegeven inclusief het dekkingspercentage van de rioolheffing. De heffing is niet bedoeld voor de eerste aanleg van de riolering. Hiervoor hebben we de bouwexploitatie van bestemmingsplannen. Het onderhoud en de latere vervanging van deze riolering mag weer wel betaald worden uit de ‘Riool- en waterzorgheffing.’
59
Water-en rioleringsprogramma 2026-2030
10.4.1 Rioolheffing en Riool- en waterzorgheffing De rioolheffing bestond al in de tijd van keizer Nero in Rome. De heffing was ingevoerd om geld te verdienen. Ammoniak uit de urine was een bruikbare grondstof om wol te ontvetten. Later voerde keizer Vespasianus een rioolheffing en ontstond de uitdrukking ‘geld stinkt niet’ ofwel ‘pecunia non olet’. Met de huidige heffing mag geen geld verdiend worden. Sinds de wijziging van de VNG-verordening ‘Rioolheffing’ in 2021 in de ‘Riool- en waterzorgheffing’ mag de heffing bij iedereen, ook bij niet op de riolering aangesloten percelen, opgelegd worden. De wijziging van de verordening was nodig omdat ook de kosten van de overige gemeentelijke watertaken ‘Grondwater’ en ‘Regenwater’ uit de heffing betaald worden. Voor de hoogte van de heffing moet naar de mate van profijt gekeken worden. Inwoners zonder aansluiting op het riool profiteren ook van maatregelen die betaald worden uit de Riool- en waterzorgheffing, zoals straatvegen, kolkenreinigen, onderhoud van sloten en vijvers, en klimaatmaatregelen. De Raad kan daarom besluiten om een deel van de heffing ook te heffen bij panden die niet op het riool zijn aangesloten. Dit wordt echter afgeraden, omdat de opbrengsten beperkt zijn en de inningskosten vanwege mogelijke bezwaren hoog uit kunnen vallen.
gem watertaken Een keuze van de Raad kan ook zijn om deze maatregelen uit de ‘Algemene middelen’ te betalen in plaats van uit de ‘Rioolheffing- en waterzorgheffing’, dan betaalt ook iedereen voor de maatregelen. In onze gemeente is er voor gekozen om uit te gaan van de zogenaamde ‘smalle zorgplicht riolering’ waarbij de inwoners in het buitengebied zelf verantwoordelijk zijn voor hun septictank en riolering.
10.4.2. Rioolheffing in Borsele, eigenaren en gebruikers De Raad is vrij te bepalen bij wie, voor welk bedrag en hoe de rioolheffing oplegt wordt. De wetgever geeft wel aan dat de hoogte onderbouwd moet zijn en er moet een sterke relatie zijn tussen de heffing en de kosten. In onze gemeente worden de ‘gebruikers’ en ‘eigenaren’ belast. Borsele Sabewa De hoogte van de heffing voor gebruikers bestaat uit een startbedrag, voor watergebruik tot 75m3, en een extra bedrag voor waterverbruik boven de 75m3. Voor eigenaren wordt de hoogte van de rioolheffing in Borsele gebaseerd op de WOZ-waarde. Het tarief is een percentage van de WOZwaarde waarbij verschil is gemaakt wordt tussen ‘woningen’ en ‘niet woningen’ of bedrijfsgebouwen.’ De waarde van de woningen is de afgelopen jaren veel meer toegenomen dan van niet woningen. Bedrijfspanden voeren ook in verhouding meer (regen)water dan niet bedrijfspanden. Voor de eerste aanleg is het verhard oppervlak bepalend voor de kosten.
10.4.3. Toekomst bestendige Riool- en waterzorgheffing Sabewa heeft in de werkgroep Riool- en waterzorgheffing van de SAZ+ aangegeven dat de huidig heffingsmethodiek tot discussie kan leiden en minder toekomstbestendig is. De relatie tussen kosten en heffingsmaatstaf is niet sterk genoeg. De wetgever wil de relatie ‘vervuiler betaald’ sterker in de heffing terugzien. De ‘vervuiler’ moet dan gelezen worden als ‘de kostenveroorzaker’ omdat er geen relatie bestaat tussen ‘de vervuiling’, ‘watergebruik’ en ‘de kosten’ voor de riolering.
60
Water-en rioleringsprogramma 2026-2030 De hoogte van de heffing is nu sterk afhankelijk van de WOZ-waarde en watergebruik. Sabewa verwacht dat dit kan leiden tot meer juridische geschillen en hogere perceptiekosten. De relatie WOZ-waarde en kosten riolering is niet altijd sterk. Voor de eerste aanleg is de capaciteit en een groot deel van de kosten afhankelijk van het aangesloten verhard oppervlak. De WOZ-waarde van een pand is afhankelijk van de plaats. De woningwaarde in Heinkenszand is hoger dan in bijvoorbeeld Ellewoutsdijk. Dit kan leiden tot een juridisch geschil. Is de hogere heffing, ook al is het verschil maar een klein bedrag, voor dezelfde dienst gerechtvaardigd? Voor de afvalstoffenheffing geldt toch ook één bedrag. Dit bedrag is niet afhankelijk van het dorp waar de woning staat. Dit is niet goed uit te leggen. Ook is de waarde van woningen sterker toegenomen dan de bedrijfspanden terwijl bedrijfspanden, door het grote aangesloten verhard oppervlak, de riolering meer belast. Daarom is er ook een verschil in tarief tussen woningen en niet woningen. Voor waterverbruik heeft alleen een grote lozing van water op de drukriolering een relatie met de kosten. Het stroomverbruik en de kosten nemen dan toe. Watergebruik en kosten voor de vrijverval riolering hebben geen relatie. In Nederland wordt meestal een vastrecht, een vast bedrag per aansluiting, gebruikt.
Online Atlas Gemeenten (coelo.nl) Deze methodiek leidt tot minder discussie en tot lagere kosten voor SABEWA. Het advies van de ‘werkgroep Riool en waterzorgheffing’ is om een eenvoudigere heffingmaatstaf in te voeren waarbij de ‘methodiek’ voor alle gemeenten in de regio min of meer gelijk is en waarbij de hoogte afhankelijk is van de mate van profijt. Een groter verschil in tarief per WOZ-waarde tussen bedrijven en huishoudens is dan logisch. De waarde van woningen is de afgelopen 10 jaar veel sterker gestegen dan de bedrijfspanden waardoor inwoners zwaarder belast worden. De voorkeur van de werkgroep gaat uit naar een vastrecht die bijna alle lozers omvat. Alleen voor de grotere lozers boven bijvoorbeeld 200m3 watergebruik en voor de hogere WOZ-waardes boven bijvoorbeeld € 400.000 wordt een toeslag opgelegd. De staffels voor de toeslagen worden in grotere stappen opgelegd om de perceptie kosten te verlagen en de kans op geschillen kleiner te maken.
10.4.4 Ontwikkeling hoogte van de rioolheffing In bijlage 10.1 is het verloop van het tarief aangegeven. Op basis van prijspeil 2024 loopt het tarief op van €199 in 2026 tot €216 in 2030 (kostendekkend tarief). De bedragen kunnen licht afwijken van de werkelijke bedragen in de jaarrekening. De werkelijke kostenstijging is afhankelijk van de areaal vermeerdering en de kostenontwikkeling in de GWW. Een jaarlijkse inflatie correctie is zeker bij sterk stijgende kosten in de GWW nodig.
61
Water-en rioleringsprogramma 2026-2030
9. Bijlagen
2. Beleidstukken van andere overheden 4. Uitgangspunten en doelstellingen WRP 5.1 Overzicht kenmerken overstorten 5.2 Overzicht gemalen gemeente 5.3 Overzicht gemalen van het waterschap 5.4. Op drukriolering aangesloten panden 5.5 Niet op de drukriolering aangesloten panden 5.6 Overzicht van IBA’s (in beheer bij derden) 6.1 Planning reiniging riolering en inspectie 6.2 Vrijverval klein onderhoud 6.3 Gemalen klein onderhoud 6.4 Reparatie vrijverval diversen 6.5 Onderhoud watergangen. 6.6 Bestorting overstorten 6.7 Vernieuwen en verbeteren vrijvervalriolering incl. relining (GO) 6.8 Gemalen en drukriolering (GO) 6.9 Voorwaarden waterbergingsfonds 6.10 Overschot waterberging uitbreidingen 7.1. Verdeling taken en bevoegdheden op gebied van (grond)water 7.2 Regels met betrekking tot grondwateronttrekkingen 7.3 Meldingsprocedure grondwateroverlast en loket 8.1 Planning Stedelijke Wateropgave met knelpunten 9.1 Kosten drinkwater en vastrecht 10.1 Financieel overzicht 2026-2030 10.2 Financieel overzicht 2031-2036 10.3 MVI criteria paragraaf 3.2
62
Water-en rioleringsprogramma 2026-2030
63
Water-en rioleringsprogramma 2026-2030
Download bruidsschat waterschapsverordening
•
Regels bruidsschat waterschapsverordening (pdf, 932 kB)
•
Toelichting regels waterschapsverordening (pdf, 655 kB)
INFO
Water- en rioleringsprogramma (Wrp) - RIONED (riool.net)
64
Water-en rioleringsprogramma 2026-2030
Vind een zwemplek | Zwemwater.nl
65