15.1 Transitievisie Warmte Borsele
Tekst van het document
23
Bedrijventerreinen: in het Sloegebied, maar ook in diverse dorpen vinden we bedrijfspanden en utiliteitsgebouwen op bedrijventerreinen. Voor bedrijventerreinen geldt dat de warmtevraag sterk afhankelijk is van het type bedrijven op het terrein. Over het algemeen hebben bedrijven een grotere koudevraag dan woningen en is het aantal eigenaren beperkt, waardoor kleinschalig collectieve oplossingen met warmtepompen en WKO logische opties zijn. In het geval van hallen of loodsen geldt dat er wellicht helemaal geen warmtevraag is.
Recreatieterreinen: recreatievastgoed ligt vaak op terreinen die beschikken over een grote, zakelijke elektriciteits- en gasaansluiting. De infrastructuur op het terrein is eigendom van een beheerder. Voordeel is dat elektriciteit op deze plekken goedkoop is dankzij een lage energiebelasting, waardoor elektrificeren loont. Dit, gecombineerd met het feit dat de
warmtevraag in het laagseizoen beperkt is, maakt dat infrarood aangevuld met een (zonne)boiler voor warm tapwater een betaalbare en logische oplossing is. Ook bij permanente bewoning is dit een logische warmteoptie als de woningen beschikken over enige mate van isolatie en het te verwarmen oppervlak beperkt blijft.
Gebiedsontwikkeling: op verschillende plekken in Borsele wordt in de toekomst gebouwd. Zoals in de wijk Platepolder in Heinkenszand waar straks een paar honderd woningen komen. Op dergelijke gebiedsontwikkelingslocaties ligt de keuze voor de duurzame warmteoptie vaak nog open. Bij vrijwel alle nieuwe woningbouw zal een elektrische warmtepomp de meest logische keus zijn. Alleen bij locaties waar in korte tijd veel woningen in hoge dichtheden (meer dan 100 woningen) worden gebouwd is het logisch om een collectieve oplossing zoals een warmtenet of bronnet te onderzoeken.
Waar? Naast het Sloegebied, vinden we concentraties bedrijven in de kleinere bedrijventerreinen naast de dorpen. Daarnaast kent Borsele op verschillende plekken in de gemeente recreatievastgoed, zoals op Scheldeoord en in Heinkenszand. Tot slot kent Borsele nieuwbouwlocaties in onder andere Heinkenszand en Ovezande. Hoe? Voor bedrijventerreinen, recreatieterreinen en gebiedsontwikkelingslocaties geldt dat een gebiedsgerichte aanpak logisch is om voor die locatie de optimale warmteoptie te kiezen en ontwikkelen. In alle gevallen is er namelijk maar sprake van één of enkele eigenaren of ontwikkelaars. De gemeente kan een rol spelen om deze eigenaren, samen met andere belanghebbenden en marktpartijen, te helpen met een aanpak om te komen tot de overstap naar aardgasvrij. Dat kan bijvoorbeeld de vorm hebben van een gebiedsgericht warmte uitvoeringsplan.
4.5 De transitiekaart voor Borsele 4.5.1 Hoe is de transitiekaart tot stand gekomen? De transitiekaart is tot stand gekomen op basis van een vergelijkende analyse en zorgvuldige afwegingen per buurt, waarbij onze uitgangspunten leidend zijn geweest:
Een vergelijkende analyse van drie verschillende modelstudies waarmee we inzicht hebben gekregen in de laagste maatschappelijke kosten voor warmteopties per buurt.
Als buurtgrenzen zijn de buurtgrenzen aangenomen zoals het CBS die hanteert. Omdat die grenzen niet altijd logisch of herkenbaar zijn, hebben we daarbovenop gebieden gemarkeerd waar de gebouwde omgeving afwijkt van de rest van de buurt, en waar dus ook een ander transitiepad gevolgd zal worden.
Omstandigheden per buurt in overleg met de betrokken partijen. Het gaat dan bijvoorbeeld over plannen rondom de restwarmtestudie, van inwonerscollectieven, gebiedsontwikkelingen en het goed meenemen van buurten die al (deels) aardgasvrij zijn.
De technische achtergrond die hoort bij de Zeeuwse transitiepaden en een toelichting op de vergelijkende analyse is te vinden in bijlage F. 4.5.2 Wat betekent de transitiekaart? De transitiekaart laat zien welk transitiepad we in welke buurt doorlopen. Zoals eerder aangegeven beschrijft de TVW de hoofdlijnen van het transitiepad en is het nog geen definitief besluit voor een bepaalde warmteoptie per buurt. Wel biedt de transitiekaart een richtlijn waarmee we als gemeente stappen kunnen zetten:
24
Op basis van de transitiekaart kunnen we per buurt duidelijkheid geven aan gebouweigenaren over welke maatregelen zij moeten nemen voor hun gebouw. Die maatregelen zijn in deze TVW al op hoofdlijnen beschreven.
Met de transitiekaart kunnen we uitvoeringsplannen voor buurten gaan opstellen. Daarin worden zaken zoals techniek, betaalbaarheid en uitvoering voor een buurt duidelijk.
De transitiekaart opent het gesprek voor ons als gemeente en onze partners, zoals de woningcorporaties, inwonerscollectieven
en netbeheerders. De gemeente kan de transitiekaart gebruiken als onderbouwing om bepaalde initiatieven van partners te steunen.
De transitiekaart biedt een onderbouwing voor het gebruik van nieuwe wet- en regelgeving (bijvoorbeeld de Warmtewet) en middelen die de gemeente ontvangt van de Rijksoverheid. Zo verwachten we bijvoorbeeld dat gemeenten tijdens de nieuwe kabinetsperiode instrumenten tot haar beschikking zal krijgen voor warmtenetten in de bestaande bouw.
4.5.3 Tot welk eindbeeld leidt de transitiekaart? Nu maken we in bijna de hele gemeente nog gebruik van aardgasverwarming. In 2050 hebben we te maken met verschillende warmteopties die gebruik maken van duurzame elektriciteit, duurzaam gas en lokale, duurzame warmtebronnen. Wij hebben uitgerekend hoeveel energie onze mix van warmteopties in 2050 zal gebruiken op jaarbasis. Dit is te vinden in paragraaf 2.3 van bijlage F. Daarbij hebben we gekeken naar het hele energiegebruik in de gebouwde omgeving, dus verwarming, koeling, apparaten, licht en elektrisch koken bij elkaar. Om te beginnen zien we dat we in de toekomst veel minder energie gaan gebruiken in de gebouwde omgeving. Dat komt vooral omdat we gaan isoleren. Daarnaast zien we dat we veel minder gas gaan gebruiken. Dat komt omdat we verwachten dat duurzaam gas schaars zal blijven en we dus onze gasvraag zo klein mogelijk moeten maken. In de toekomst gebruiken we alleen nog duurzaam gas voor de piekvoorziening van warmtenetten en voor hybride warmtepompen. We zien dat ons elektriciteitsverbruik zal toenemen. Dat komt vooral omdat we op verschillende plekken in de gemeente gebruik zullen maken van warmtepompen. Voor de levering van schone elektriciteit en gas zullen we afhankelijk zijn van de verduurzaming van de landelijke elektriciteits- en gasvoorziening, omdat we daarvoor een nationale infrastructuur hebben.
Tegelijkertijd onderzoek wij de mogelijkheden om deze wel lokaal op te wekken. 4.5.4 Alles gekleurd, overal starten? De doelstelling is om in 2050 woningen en gebouwen in Borsele aardgasvrij te verwarmen. Alle buurten zullen hier dus op den duur mee aan de slag moeten, daarom hebben alle buurten een transitiepad. Belangrijk om te realiseren bij het lezen van de kaart, is dat de
(tussen)stappen en de snelheid en intensiteit daarvan, sterk kunnen wisselen. Een dat een transitiepad een proces beschrijft en niet een moment waarop de schop in de grond gaat. Concrete stappen zoals een buurtaanpak of een haalbaarheidsonderzoek vinden plaats in uitvoeringsplannen als vervolg op de TVW. Deze worden vanaf 2022 ontwikkeld. Dat wil niet zeggen dat er nog niks moet en kan gebeuren. Gemeentebreed zijn energie besparen en het transitiegereed maken van gebouwen de eerste stappen richting aardgasvrij. Dat zal bij voorkeur gebeuren op natuurlijke momenten, bijvoorbeeld bij renovaties of bij afschrijving van de Cv-ketel als dat haalbaar en betaalbaar is voor de gebouweigenaar. Het doel van de TVW en de transitiekaart is om inzicht te bieden in de richting voor de komende jaren.
25
26
Verschillende van onze activiteiten zullen gericht zijn op al onze dorpen en wijken. Voor pilots e.a. onderzoeken we in eerste instantie de optie om binnen de meest actieve dorpen aan de slag te gaan. Zoals bijvoorbeeld de dorpen die actief zijn in RHEDCOOP.
Voor de zomer van 2022 ontwikkelen we een projectplan voor de ontwikkeling van de WUP voor onze dorpen
Voor 1 juli 2023 is voor ieder dorp een WUP opgesteld
5 Stappen richting uitvoering De warmtetransitie is complex en wordt niet van de ene op de andere dag uitgevoerd. Er zijn aanpassingen aan gebouwen en infrastructuur nodig, er zijn duurzame energiebronnen nodig, en er komen grote investeringen bij kijken. Deze transitie vraagt ook om nieuwe vormen van samenwerken met gebouweigenaren, met inwoners en met het bedrijfsleven en de provincie. Het vraagt tevens om veranderingen binnen de gemeentelijke organisatie. Samenwerken in de warmtetransitie betekent meer dan het naast elkaar uitvoeren van de projecten van de individuele stakeholders. Enerzijds dient er coördinatie te zijn op de (samenhang tussen) de specifieke projecten en opgaven. Anderzijds liggen er stevige uitdagingen op het gebied van samenwerking, strategie, communicatie & participatie en financiering. Dit vraagt om een gestructureerde aanpak en sturing. De gemeente neemt hierin de regie. In dit hoofdstuk maken we een doorkijk naar de eerste stappen richting uitvoering. De gemeente Borsele hanteert een aantal kaders bij de uitvoering van de warmtetransitie waar de komende jaren gestalte aan gegeven wordt. Deze kaders zijn als volgt.
We kiezen er voor om geen wijken aan te wijzen die binnen de komende 8 jaar van het gas af gaan
Overeenkomstig eerdere besluiten streven we wel naar bepaalde percentages energiebesparing per jaartal
We willen voor de eerstvolgende herijking van de TVW (2026) al een definitieve keuze kunnen maken voor all-electric gebieden, bijvoorbeeld in 2022 (optioneel)
27
We willen voor de eerstvolgende herijking van de TVW (2026) al een definitieve keuze kunnen maken voor gebieden waar we op gebruik van restwarmte in gaan zetten. Bijvoorbeeld voor 1 december 2023 (optioneel) We kiezen ervoor om in te zetten op vraagreductie (isoleren), bewustwording, efficiënt gebruik van energie e.a.
5.1 De transitiepaden omzetten naar praktijk Verschillende transitiepaden vragen om verschillende type aanpakken. Wij voorzien voor onze gemeente een gemeentebrede doelgroepenaanpak en een gebiedsgerichte aanpak. 5.1.1 Doelgroepenaanpak voor individuele maatregelen In het vorige hoofdstuk hebben we gezien dat er in veel transitiepaden maatregelen nodig zijn die vragen om een doelgroepgerichte aanpak. Een dergelijke aanpak is bedoeld om individuele gebouweigenaren te faciliteren en motiveren bij de keuzes die zij moeten maken voor het nemen van individuele stappen zoals isolatie of een warmtepomp. Elke woningeigenaar is anders en heeft een eigen type woning en beslismoment. Het is mogelijk om hierin een aantal verschillende doelgroepen te formuleren als we kijken naar de meest logische stappen die een gebouweigenaar kan zetten, bijvoorbeeld op basis van bouwjaar van de woning. Met deze doelgroepenaanpak maken we onderscheid in een aanpak voor het isoleren van gebouwen en een aanpak voor de overstap naar (hybride) warmtepompen. Bij het categoriseren van doelgroepen onderscheiden we de volgende groepen: Isolatieaanpak
<1950 focus op isolatie, maatwerk, i.v.m. grote diversiteit
1950-1975 isolatie met gestandaardiseerde aanpak naar transitiegereed (max 70 graden)
1976-1990 isolatie met gestandaardiseerde aanpak naar transitiegereed.
Aanpak (hybride) warmtepompen
> 1990 Hybride warmtepomp
> 2005 all-electric
Uiteraard hangt het van de gebouweigenaar af of er al maatregelen aan het gebouw zijn getroffen. Het verkrijgen van meer informatie over reeds genomen renovatiemaatregelen en over een mogelijk CV-ketel vervangingsmoment, kan helpen om gerichter inzichtelijk maken waar de komende tijd stappen gezet kunnen worden. Een analyse is noodzakelijk om op basis van de actuele situatie van een gebouw te kunnen beoordelen welke vervolgstappen nodig zijn. Sturingsmogelijkheden Vanuit de gemeente zijn er momenteel weinig sturingsmogelijkheden om het daadwerkelijk nemen van maatregelen te stimuleren. Het nemen van deze individuele maatregelen vindt dus plaats op basis van vrijwilligheid zolang er geen wetgeving is om deze sturing mogelijk te maken. Met de juiste boodschap en middelen willen we de verschillende benoemde doelgroepen stimuleren om toch de stappen richting transitiegereed te zetten. Hoe we inwoners daarin willen ondersteunen, beschrijven we in paragraaf 5.2. Uit de verschillende Zeeuwse informatieavonden met inwoners blijkt dat inwoners sterk gemotiveerd zijn om hun woningen te isoleren. Zowel voor het comfort dat het oplevert, als voor de financiële besparingen en de klimaatwinst. Om de juiste stappen te kunnen zetten willen inwoners beter inzicht krijgen in welke maatregelen ze kunnen nemen en wat daarvoor natuurlijke momenten zijn.
5.1.2 Gebiedsgerichte aanpak: drie aanknopingspunten Naast de kansen om op basis van doelgroepen stappen te maken in de transitie, liggen er ook nadrukkelijk mogelijkheden om gebiedsgericht aan de slag te gaan. Daarnaast is een gebiedsgerichte aanpak een welkome aanvulling op een doelgroepenaanpak, omdat je op een gebied meer grip hebt als gemeente en partners, waarmee de besparingsdoelstellingen voor 2030 haalbaarder worden. Vanuit het Klimaatakkoord zijn zogenaamde (wijk)uitvoeringsplannen (WUP) bestempeld als middel om gebiedsgericht te werken
(Wijk)uitvoeringsplannen Een wijkuitvoeringsplan (WUP) beschrijft hoe de gemeente de gebiedsgerichte aanpak in een wijk of dorp wil (laten) uitvoeren of regisseren. Het plan beschrijft voor één of meerdere gebieden op welke aardgasvrije warmteoplossing deze gebieden overgaan en (indien al mogelijk) per wanneer. Het beschrijft ook welke maatregelen in het gebied nodig zijn om de stap naar aardgasvrij te maken en welke partijen daarbij een rol spelen. Het wijkuitvoeringsplan biedt daarmee een totaaloverzicht van de stappen die door diverse partijen gezet gaan worden om de isolatie-aanpak en/of de aardgasvrije warmteoplossing voor het gebied te realiseren. Het uitvoeringsplan wordt opgesteld in samenwerking met bewoners, gebouweigenaren en stakeholders, zoals netbeheerders en woningcorporaties. Vanuit onze kijk op de warmtetransitie, zien we drie aanknopingspunten voor een gebiedsgerichte aanpak om binnen buurten, wijken of dorpen verder te gaan verkennen: 1. Clustering Gebouwen met vergelijkbare eigenschappen zoals het bouwjaar, kennen vaak een vergelijkbare oplossing. Als deze gebouwen geclusterd zijn binnen een gebied, kan een gebiedsgerichte aanpak uitkomst bieden. De aandachtsgebieden in de transitiekaart laten deze clustering zien.
In bijvoorbeeld een all-electric aandachtsgebied staan woningen geclusterd waar een collectieve inkoopactie voor warmtepompen opgezet kan worden. Gezien de homogeniteit in bouwjaren van na 1990 is hier namelijk waarschijnlijk al voldoende isolatie aanwezig om deze stap te zetten. Daarnaast zou een clustering van woningen waar een isolatieslag wenselijk is een kans kunnen zijn om met een collectieve isolatieaanpak te starten. Deze isolatiekansen hebben we inzichtelijk op blokniveau, en zijn gezien de kleinere schaal niet zichtbaar op de transitiekaart. We lichten dit in het kader op de volgende pagina verder toe. 2. Aansluiten bij de sociale energie in een buurt, wijk of dorp (sociale warmte) In de Zeeuws-brede samenwerking is verkend waar sociale energie in een buurt, wijk of dorp aanwezig is om met aardgasvrij aan de slag te gaan. De zogenoemde sociale warmtebronnen. Deze zijn samengebracht in de
28
Sociale Warmte Atlas Zeeland. De Sociale Warmte Atlas is een digitale tool die specifiek voor de Zeeuwse TVW’s is ontwikkeld. De atlas bestaat uit meerdere kaarten, die verschillende aspecten laten zien van de sociale warmte in Zeeland. Sociale energie is essentieel in een buurt om initiatieven vanuit de wijk van de grond te krijgen. Niet alleen omdat het mogelijk een initiatiefnemer de kar kan trekken, maar ook omdat wijk of dorp als sociaal netwerk kan dienen en op die manier draagvlak of gezamenlijk initiatief gecreëerd kan worden. Voorbeelden van sociale warmtebronnen om bij aan te sluiten zijn:
Initiatiefnemers, verenigingen, inwonerscollectieven, energie coöperaties, VVE’s, dorpsraden en -werkgroepen die in de buurt, wijk of dorp aan de slag willen met verduurzaming.
Partijen die als katalysator kunnen werken, zoals een kerkgemeenschap, vereniging of school. De gemeente kan, samen met een dergelijke partij een isolatie aanpak opzetten en uitvoeren.
Andere organisaties die met duurzame maatregelen aan de slag willen zoals lokale ondernemers
3. Aansluiten bij andere lokale opgaven en kansen De warmtetransitie in een wijk staat nooit op zichzelf. Vaak zijn er andere opgaven op het gebied van renovatie, vergroening, veiligheid en andere thema’s die ook spelen in een wijk. Het is belangrijk dat ambities en plannen worden afgestemd daar waar dat logisch is, en dat werkzaamheden worden gecombineerd om overlast voor inwoners en kosten te besparen. Aan de andere kant wordt het te complex als we in alle wijken alles met alles verknopen. Een balans tussen integraliteit en focus is essentieel. Er zal afstemming plaatsvinden met en over:
29
Het natuurinclusief aanpassen van gebouwen, zoals bij de pilot “Proactieve Soortenbescherming” in Nieuwdorp, waar bij het isoleren van de woningen rekening wordt gehouden met de instandhouding van soorten als de huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis;
Aangrenzende duurzaamheidsthema’s zoals klimaatadaptatie, circulariteit, opwek duurzame energie, en mobiliteit;
Opgaven in de openbare ruimte, zoals rioleringsopgaven;
Sociale thema’s zoals energiearmoede, leefbaarheid en sociale problemen in een buurt, wijk of dorp;
De drukte in de ondergrond;
Plannen van stakeholders zoals de woningcorporatie, waarmee de gemeente samen verkenningen kan doen. Bijvoorbeeld waar renovatieplannen gaan plaatsvinden en kansen liggen voor de collectieve inkoop van isolatie. Daarbij kan verkend worden of er isolatie kan worden aangeboden aan de particulieren in die buurt, wijk of dorp. Van aanknopingspunten naar startkansen Op basis van de aanknopingspunten kunnen we in Borsele de komende tijd verder verkennen waar we gebiedsgericht aan de slag willen. We gebruiken de Energie Transitie Atlas om inzichtelijk te maken of en hoe deze aanknopingspunten elkaar kunnen versterken. De atlas maakt het mogelijk om op kleinere schaal naar kansen te kijken dan het CBS-buurtniveau zoals aangehouden in de transitiekaart. Op dit kleinere schaalniveau kunnen we clustering van vergelijkbare woningen, sociale warmtebronnen en koppelkansen beter inzichtelijk maken en over elkaar heen leggen. Op dat niveau wordt ook de kaartlaag interessant met isolatiekansen per deelgebied en zelfs op blokniveau.
Om isolatiekansen inzichtelijk te maken is gefilterd op: bovengemiddelde warmtevraag, bovengemiddeld gasverbruik, en de aanwezigheid van startkansen voor isolatiemaatregelen (spouw, zoldervloer en grondvloer) In de kaart op de vorige pagina zien we hoe deze aanknopingspunten samenkomen in Kwadendamme. Hier zien we op verschillende plekken isolatiekansen, het gasnet is ouder dan 30 jaar en zijn drie inwonersinitiatieven die mogelijk willen bijdragen dorpsgerichte acties. om hier met de warmtetransitie aan de slag te gaan. Ook voor het gebied Oude Vreeland zien we potentie. Dit blok is namelijk aangemerkt als kansrijk blok voor elektrische warmtepompen (zie transitiekaart). Tot slot zien we dat er verschillende inwonersinitiatieven/-collectieven op het dorp zijn waarmee we het gesprek kunnen starten. Deze inzichten op wijkniveau kunnen helpen om gebieden op kansrijkheid te beoordelen en deze kansen in de tijd uiteen te zetten. . De komende periode vullen we de Atlas verder aan met bruikbare data om de drie aanknopingspunten (isolatiepotentie, sociale energie in de buurt en andere lokale opgaven en kansen in de buurt) verder aan te vullen en uit te diepen. Tegelijkertijd blijven het data en modellen die zijn gevisualiseerd in kaarten, en ziet de wereld er in het echt complexer en genuanceerder uit.
We zien de kaarten daarom als basis voor de belangrijkste vervolgstap, namelijk het gesprek blijven voeren met de projectgroep, en lokale betrokkenen om de kaarten met lokale kennis te valideren en verrijken en op die manier weloverwogen keuzes te maken over welke startkansen we wanneer verder willen verkennen. Het vormt daarmee
5.2 Hoe gaan we inwoners informeren, motiveren en faciliteren? Communicatie Communicatie met inwoners is een cruciaal onderdeel voor een succesvol verloop van de warmtetransitie. Het onderwerp leeft onder inwoners en ondernemers omdat de bijbehorende werkzaamheden en aanpassingen zich voor een deel achter de voordeur afspelen. Met het opstellen van een heldere communicatiestrategie en een communicatieaanpak zetten we de eerste stappen voor een succesvolle samenwerking met onze inwoners. Daarom zetten we in op de volgende punten:
Communicatie via verschillende kanalen: in algemene zin (periodiek) over het nut en de noodzaak van de warmtetransitie en in specifieke zin over isoleren en andere praktische maatregelen die gebouweigenaren kunnen nemen;
Inwoners die aan de slag willen voorzien van objectieve, heldere en toegankelijke informatie. Zoals informatie over handelingsperspectieven op de gemeentelijke website, via een energieloket zoals Energiek Zeeland. Deze informatie is eenduidig en Zeeuws-breed afgestemd. We bouwen hierbij voort op bestaande structuren en op wat al goed gaat, en vullen aan waar verbetering mogelijk is.
Zelf inwoners binnen de doelgroepenaanpak actief benaderen toegespitst op hun situatie
Communiceren (periodiek) over het proces dat plaatsvindt door de verschillende stappen die in de gemeente worden gezet in de warmtetransitie. Vroegtijdig communiceren in buurten waar vervolgstappen in de transitie voorzien worden;
Inspirerende voorbeelden delen, zoals het Duurzaamheidshuis in Goes, maar ook voorbeelden binnen de eigen gemeente. Bijvoorbeeld met een Borselse Duurzame Huizenroute
Participatie Hoe verder we komen richting uitvoering, hoe concreter de plannen worden en hoe belangrijker de inbreng van inwoners wordt om mee te denken en te beslissen in de planvorming voor hun wijk of dorp.
30
Terugblik inwonersavond 1 juni 2021 Op 1 juni 2021 vond de eerste inwonersavond over de Transitievisie plaats. Iedereen die dat wilde kon digitaal aan de bijeenkomst deelnemen en zijn of haar inbreng geven. De avond was goed bezocht, met bijna 30 inwoners uit Borsele, Driewegen, Hoedekenskerke, Lewedorp, Ellewoutsdijk, ’s-Heerenhoek, Ovezande, Baarland en Heinkenszand. De concept transitiekaart werd besproken en in kleinere groepen werden ervaringen en tips uitgewisseld met en tussen bewoners. Deze feedback is meegenomen in het schrijven van deze gehele visie., Enkele tips willen we in het bijzonder uitlichten. Energiebesparing in Borsele: tips van inwoners
31
Zorg voor onafhankelijk en persoonlijk advies aan huis. Inwoners willen weten waar ze moeten beginnen met isoleren en wanneer een hybride of volledig elektrische warmtepomp voor hen het meest geschikt is.
Doe een studie naar een warmtenet in het Sloegebied
Werk aan een gedetailleerde planning wanneer wijken van het gas af gaan, zodat eigenaren hun verbouwplanning erop aan kunnen passen.
Betrek ook de eigenaren van Scheldeoord in de transitie.
Hoe duurzaam de restwarmte van Zeeland Refinary is, is twijfelachtig, omdat het afkomstig is van fossiele brandstoffen; misschien dat de grote vrieshuiscomplexen in Borsele duurzamere restwarmte kunnen bieden.
Heb ook aandacht voor het gedrag van de bewoner, aangezien dat aanzienlijke invloed heeft op hun gebruik.
Stel besparingsambassadeurs aan in wijken: inwoners met een voorbeeldwoning waarin alle effecten zichtbaar zijn.
Communiceer gericht en duidelijk over campagnes, collectieve inkoopacties en subsidies die beschikbaar komen. En richt je ook op Zeeuwen die graag zelf willen klussen i.p.v. het laten doen door een aannemer.
We zullen daarom een participatiestrategie gericht op de warmtetransitie opstellen waarin we kaders beschrijven over wanneer inwoners op welke manier kunnen meedenken en hoe we hen willen bereiken (inwonersparticipatie). Tegelijkertijd zullen er ook steeds meer initiatieven vanuit inwoners en organisaties ontstaan waarbij een samenwerking met de gemeente gezocht wordt. De participatiestrategie moet daarom ook laten zien op welke manier wij bereid zijn om te ondersteunen in gebiedsgerichte projecten die opgezet zijn vanuit lokale initiatiefnemers (overheidsparticipatie). De betrokken inwoner(-collectieven) zullen we actief betrekken bij de ontwikkeling hiervan. Financiering Er zijn verschillende mogelijkheden om inwoners financieel te ondersteunen bij maatregelen in de woning. Denk aan subsidies, leningen, en collectieve inkoopacties. We willen samen met Zeeuwse partners de bestaande financiële instrumenten voor alle inwoners in Zeeland nog beter inzichtelijk en toegankelijk maken. We onderzoeken ook hoe we bestaande instrumenten kunnen doorontwikkelen en kijken naar de mogelijkheden van nieuwe instrumenten, passend bij de gemeentelijke of Zeeuwse aanpak. We willen verdere kansen voor gemeente overstijgende constructies verkennen.
Te denken valt aan een provinciale lening, provinciale gebouwgebonden financiering, provinciale collectieve inkoop en samenwerking met Zeeuwse installateurs. Daarnaast willen we Zeeuws-breed inwoners kunnen informeren over financiële instrumenten die beschikbaar komen vanuit het Rijk. Hoewel iedere eigenaar de maatregelen individueel treft, kan er altijd een collectief
aanbod georganiseerd worden, waar meerdere eigenaren tegelijk gebruik van kunnen maken.12 Tijdens de inwonersavond is duidelijk naar voren gekomen dat gebouweigenaren willen weten van welke middelen ze gebruik kunnen maken om maatregelen te nemen, zoals rekentools, woningscans, (digitale) loketten, subsidies, leningen en voorbeeldwoningen. Er werd een duidelijke behoefte geuit aan een overzichtelijke en makkelijk toegankelijke plek waar deze informatie te vinden is. Wij hechten eraan dat informatie duidelijk en centraal te vinden is.
5.3 Zeeuws-brede samenwerking: hoe gaan we het organiseren? In de voorgaande paragrafen zijn de doelgroep- en gebiedsgerichte aanpak beschreven die we in samenwerking met betrokken partijen na de TVW kunnen uitwerken. Daarnaast liggen er concrete aanknopingspunten om bepaalde onderdelen van de uitvoeringsstrategie Zeeuws-breed met andere gemeenten op te pakken. De voordelen van regionale en provinciale samenwerking zijn schaalvoordeel in de uitvoering en uitvoeringskosten, het kunnen leren van elkaars ervaringen, en uniformiteit in communicatie, voorlichting en andere uitingen richting inwoners. Als gemeente hoeven we niet op alle vlakken zelf het wiel uit te vinden. We leren graag van elkaar. De samenwerkingskansen waarop we elkaar kunnen versterken op provinciaal niveau worden daarom omschreven in de volgende paragrafen. Tevens wordt in een stappenschema toegelicht hoe de Zeeuws-brede samenwerking verder georganiseerd kan worden. 5.3.1 Zeeuws-brede doelgroepen aanpak: samen aan de slag met besparen en woningen transitiegereed maken Aan de slag gaan met besparen en transitiegereed maken van woningen met een doelgroepgerichte aanpak is in alle Zeeuwse gemeenten de eerste stap.
Het ligt dan ook voor de hand om hier samen in op te trekken, door ervoor te zorgen dat middels het standaardiseren van een isolatieen/of installatieaanpak: elke Zeeuwse inwoner kan gebruik maken van hetzelfde verduurzamingspakket dat voor het bouwjaar of woningtype van
12
In bijlage D treft u een overzicht van financieringsinstrumenten en initiatieven die reeds in de Zeeuwse gemeenten worden uitgerold. Leningen die genoemd zijn, zijn niet allemaal op
32
zijn of haar woning relevant is. Dit verduurzamingspakket zou door de hele provincie heen op dezelfde manier aangeboden kunnen worden via uniforme communicatie. Het Duurzaam Bouwloket en Energiek Zeeland kunnen hierbij een belangrijke rol spelen in de uniformiteit. Bijvoorbeeld in het aanbieden van woning- of straatscans in heel Zeeland. Ook kan er via de Zeeuws-brede samenwerking worden afgesproken om per gemeente te focussen op een bepaalde doelgroep (op basis van woningtype en bouwjaar, zie paragraaf 5.1.1) door middel van gerichte campagnes. Zo kan elke gemeente zich toespitsen op één doelgroep en leren hoe deze het beste benaderd kan worden. Deze ervaringen kunnen vervolgens Zeeuws-breed worden uitgewisseld. 5.3.2 Zeeuws-brede gebiedsgerichte aanpak Ondanks dat een gebiedsgerichte aanpak in de basis plaatsvindt in een afgebakend gebied dat binnen de gemeente ligt, zijn er kansen voor een Zeeuws-brede samenwerking – met name als het gaat om kennisuitwisseling. Een gebiedsgerichte aanpak richt zich met name op een verdere verkenning van de haalbaarheid voor een warmteoptie in een wijk of dorp. Hierin wordt intensief samengewerkt met lokale stakeholders en gebruik gemaakt van de gemeentelijke en lokale kennis in dat gebied.
Voordeel van een dergelijke lokale aanpak is dat er beweging en betrokkenheid kan ontstaan van onderop door de betrokkenheid van lokale initiatiefnemers (woningcorporatie, inwonersinitiatief of gemeente). Dergelijke initiatiefnemers zorgen voor betrokkenheid van inwoners door te fungeren als ambassadeur en dragen bij aan het draagvlak van een bredere groep inwoners in de omgeving. In de verschillende gemeentes in Zeeland zien we duidelijke gebiedsgerichte kansen. De Zeeuws-brede samenwerking leent zich bij uitstek als platform voor kennisuitwisseling over deze gebiedsgerichte ervaringen. Tevens zouden er binnen deze samenwerking afspraken kunnen worden gemaakt tussen gemeentes om te focussen op een uitvoeringsplan warmtenet in de ene gemeente, een uitvoeringsplan allelectric wijk in de andere gemeente, en een aanpak recreatiepark in een volgende gemeente. Denk hierbij ook aan het ontwikkelen van Zeeuwsebrede onderzoeken en demonstratieprojecten, bijvoorbeeld voor
dit moment actief. Mogelijk worden er nieuwe rondes waarin deze leningen worden vrijgegeven uitgeschreven.
zonthermie, aquathermie en andere onderwerpen. Op deze manier kunnen er in de verschillende gebiedsgerichte plannen lessen worden opgehaald die kunnen terugvloeien naar de Zeeuws-brede samenwerking. Dit komt de versnelling van de warmtetransitie in Zeeland ten goede. 5.3.3 Zeeuws-breed uniform communiceren over dezelfde inkoopacties en financieringsmogelijkheden Er liggen Zeeuw-breed kansen om richting inwoners en andere betrokken partijen inzicht te geven in de beschikbare financieringsmogelijkheden op zowel, regionaal, provinciaal als landelijk niveau. Of informatie op het gebied van voorbeeldwoningen die in naburige gemeenten te bezoeken zijn, en voorlichtingsavonden en evenementen die georganiseerd worden in Zeeland over besparen en transitiegereed maken. Ook de aanpak voor bedrijventerreinen kan Zeeuws-breed opgepakt worden. Bijvoorbeeld door goede voorbeelden (provinciaal/regionaal) te verzamelen en de lessen te delen in een makelaarsrol. Of door kansen voor een financieel haalbare oplossing te delen. 5.3.4 Stappen richting Zeeuws-brede samenwerking De voordelen van een Zeeuws-brede samenwerking op de verschillende aanpakken is in de voorgaande paragrafen toegelicht. Deze paragraaf zal verder ingaan op hoe de stappen die nodig zijn om de Zeeuws-brede organisatie op te zetten.
Figuur 4 geeft een voorstel voor een mogelijke samenwerkingsvorm voor een Zeeuws-brede samenwerking. Voor de verdere organisatie van de Zeeuws-brede samenwerking zien we de volgende stappen die na de TVW moeten worden uitgewerkt: 1. Zoveel mogelijk aansluiten bij de bestaande structuren. Binnen het al bestaande samenwerkingsverband, de RES-organisatie en de provinciale TVW- tafel (bestaande uit alle gemeenten en andere samenwerkingspartners), onderzoeken we de wijze waarop we ons het beste kunnen organiseren. Hier kan gekeken worden of de huidige TVW-tafel moet worden aangevuld met andere partijen. Gemeenten houden net als nu regie over deze tafel. 2. Afspraken maken voor een intensievere thematische Zeeuwse samenwerking. Bijvoorbeeld op basis van onderstaande schema. Onder andere door de kennis en capaciteit van gemeenten te bundelen over deze thema’s. Zo zetten we de
33
bestaande/toekomstige capaciteit zo efficiënt mogelijk in. Hoewel de samenwerking intensiever is blijft er nog steeds ruimte voor lokale afweging.
5.3.5 Doorlopend: afstemming met stakeholders Bovengenoemde manier van organiseren zorgt ervoor dat partijen op verschillende niveaus en op verschillende onderwerpen doorlopend met elkaar in gesprek blijven. Dat is belangrijk omdat we nadrukkelijk al onze partners en hun kennis en kunde nodig hebben om de warmtetransitie tot een succes te maken en we de beschikbare middelen zo slim mogelijk in willen zetten.
Verbreding Provinciale subtafel TVW met externe partijen
Gebiedsgerichte aanpakken
Doelgroepgerichte aanpakken
Besparing en transitiegereed
(Hybride) warmtepomp
Uitvoeringsplan warmtenet
Uitvoeringsplan individuele oplossingen
Aanpak bedrijventerreinen
Participatie en communicatie
Financiering
Figuur 4: Themagerichte samenwerkingskansen binnen de Zeeuwse warmtetransitie
34
Wanneer wij bijvoorbeeld stimuleringsmaatregelen voor (hybride) warmtepompen ontwikkelen is het van belang dat zowel de netbeheerder als de gemeente dit monitoren. Wanneer we weten hoe de transitie verloopt in buurt, wijk of dorp houdt de netbeheerder op die manier grip op de impact op het energienetwerk. Tijdige afstemming realiseren we door de plannen van de gemeente te vergelijken met de prognoses van het netwerkbedrijf. Aanpak recreatiegebieden
Ook met Beveland Wonen wordt doorlopend afstemming gezocht om renovatieplanningen op elkaar af te stemmen en mogelijk nieuwe aanknopingspunten te identificeren. Met hen wordt bijvoorbeeld ook gekeken of collectiviteit georganiseerd kan worden, bijvoorbeeld wanneer isolatiepakketten worden ingekocht door corporaties. Mogelijk kunnen particulieren in die wijken dan aanhaken bij de inkoop die de corporaties voor hun woningen doen.
5.4 Gemeentelijke invulling: gemeentelijke rol en capaciteit 5.4.1 Gemeentelijke rol Vanuit het Klimaatakkoord wordt de gemeente als regisseur bestempeld in de warmtetransitie. We geven hier invulling aan door het verdere proces van de warmtetransitie in onze gemeente te blijven leiden en de daartoe zo belangrijke samenwerking met onze belangrijkste partners voort te zetten en uit te breiden. We zien ons daarin vooral als ‘trekker van het gesprek en hebben een belangrijke uitvoerende rol met ons grote gebouwbezit in de gemeente. We zien daarbij partijen als Beveland wonen en het netwerkbedrijf als centrale partners om gezamenlijk en met gedeelde verantwoordelijkheid de warmtetransitie verder te brengen. Als concrete vervolgstap op de TVW, zien wij dan ook het voortzetten van de projectgroep als lokale ‘TVW-tafel’. Een belangrijke taak van deze tafel is het verder verkennen en opstarten van uitvoeringsplannen voor de meest kansrijke startgebieden. Inwoners(collectieven) zijn een van de
belangrijkste partners bij deze stap en met hen zullen we de actieve samenwerking zoeken. Belangrijke derde taak is het monitoren van de voortgang en de relatie tussen de voortgang en het gestelde doel voor 2030. Hoewel de ontwikkeling van de doelgroepenaanpak vooral bij de provinciale subtafel TVW ligt, zien wij een rol in het vertalen van deze aanpak en bijbehorende middelen naar een lokale inzet die passend is voor en herkend wordt door de inwoners van Borsele. We zijn aanspreekpunt voor onze inwoners en organisaties en houden hen andersom blijvend betrokken om gezamenlijk in de warmtetransitie op te trekken. Naast een regierol, zie we hier een motiverende en faciliterende rol met bijbehorende taken zoals eerder beschreven in paragraaf 5.2. Als gemeente ‘lenen’ we dus aanpakken en middelen uitgewerkt op de provinciale subtafel TVW, maar zorgen we ook dat inzichten daar weer naar terugvloeien. Dat kunnen lessen zijn uit gebiedsgerichte projecten waar andere gemeenten gebruik van kunnen maken. Maar ook monitoringsresultaten om gezamenlijk met andere gemeenten de provinciale voortgang van de warmtetransitie accuraat te blijven volgen en waar nodig de strategie bij te sturen. 5.4.2 Gemeentelijke capaciteit Tot slot vraagt de warmtetransitie veel van de gemeente én betrokken partijen..
Het rapport Van Parijs naar praktijk13 laat zien dat een aanzienlijke groei in het aantal fte nodig is om de taken die in het klimaatakkoord aan gemeenten is toebedeeld te kunnen invullen. De indicaties uit het rapport zijn één onderdeel van de totale kosten die de uitvoering van het Klimaatakkoord met zich meebrengt. Het rapport laat zien dat er veel uitvoeringskracht nodig is – van planvorming tot uitvoering. Hoeveel capaciteit er extra nodig is, hangt onder andere sterk af van het aantal (wijk)uitvoeringsplannen waaraan wordt gewerkt. Om de transitie echt in een stroomversnelling te brengen zijn dan ook financiële middelen vanuit de Rijksoverheid een noodzaak. Tenslotte is naast de inzet van de gemeente ook inzet van andere partijen nodig. Ook daar zal nog gewerkt moeten worden aan de uitbreiding van de
13
https://www.raadopenbaarbestuur.nl/documenten/publicaties/2021/01/25/advies-van-parijs-naar-
praktijk
35
capaciteit. Het gaat dan bijvoorbeeld om de netbeheerders, de corporaties maar ook de installatie- en bouwbranche.
5.5 Actieagenda: stappen richting uitvoering voor de komende twee jaar In de volgende tabel is de actieagenda opgenomen met daarin de acties voor de komende twee jaar die voortvloeien uit de hiervoor besproken stappen richting uitvoering. Dit zijn acties die in ieder geval in de komende twee jaar worden opgestart, om de transitie op gang te laten komen. Met deze scope van twee jaar wordt dus niet bedoeld dat de acties na twee jaar ten einde komen. De tabel is onderverdeeld in drie onderdelen: van transitiepaden naar praktijk, informeren motiveren en faciliteren en tot slot het onderdeel samenwerking en organisatie
Tabel 2: actieagenda voor stappen richting uitvoering de komende twee jaar
Doelgroepenaanpak
Gebiedsgerichte aanpak
Van transitiepaden naar praktijk Provinciaal Gemeentelijk Uitwerken van de doelgroepenaanpak Combineren van de provinciale ( op basis van bouwjaar) voor 1) doelgroepenaanpak met de Borselse besparing en transitiegereed en 2) aanpak voor gerichte communicatie (hybride) warmtepompen Uitwerken aanpak voor specifieke groepen als: - Monumenteneigenaren - Vereniging van Eigenaren - Huurders (samen met corporaties) Afstemming bovenlokale warmtebronnen (RSW) Tweejaarlijkse update van de RWS Kennisdeling en uitwisseling over (proces richting) wijk uitvoeringsplannen. Opstellen van gezamenlijk aanpak voor opstellen uitvoeringsplannen. Uitwerken van een standaard procesaanpak voor 1) bedrijventerreinen en 2) recreatiegebieden Gezamenlijk verkennen/ontwikkelen van demonstratieprojecten rondom onderwerpen als collectieve toepassingsmogelijkheden van aquathermie, zonthermie, energieopslag e.a.
Communicatie
Kennis verrijken: isolatiekansen valideren, koppelkansen in beeld en sociale warmtebronnen verder verkennen
Participatie
Startkansen in dorpen/wijken identificeren. Benoemen voor welke gebieden een warmteplan ontwikkeld moet worden en wie hiervoor verantwoordelijk is
Financiering
Lokale invulling geven aan de procesaanpak voor bedrijventerreinen en recreatiegebieden Geïdentificeerde startkansen verder verkennen in een (opstap naar een) uitvoeringsplan
Monitoring en evaluatie
Monitoring stand van zaken op Zeeuws breed niveau. Evaluatie van de uitvoering van de TVW op Zeeuws breed niveau en voorstel voor actualisatie.
Rol en taken
36
Inwoners informeren, motiveren en faciliteren Provinciaal Gemeentelijk Opstellen gezamenlijk communicatie Uitvoering en toespitsing op gemeentelijke items die Zeeuws breed gedeeld situatie kunnen worden. Faciliteren regionale energieloketten Inbedden van de informatie op de als duurzaam bouwloket, platform gemeentelijke kanalen en bij de afdeling energiek zeeland, monumentencommunicatie, zodat inwoners bij hun paspoort van erfgoed Zeeland. eigen gemeente de weg kunnen vinden Ondersteunen kennisuitwisseling tussen Zeeuwse inwonerscollectieven via organisaties als de ZVKK, Dorpen voor Morgen, de Zeeuwse participatiecoalitie e.a. Opstellen van handvaten voor een participatieaanpak Inwonerparticipatie in de Zeeuwse warmtetransitie verder stimuleren en te faciliteren. Afstemmen van financieringsmogelijkheden Ontwikkelen van instrumenten. Kansen voor nieuwe regionale constructies collectieve inkoop en samenwerking met installateurs op Zeeuws breed niveau Regionale afstemming over beschikbaar stellen van data.
Samenwerking en organisatie Gemeentelijk Regierol in de samenwerking met stakeholders en bijbehorende taken Rol van de subtafel TVW bestaat uit verder uitwerken en uitvoeren uitwisseling, afstemming en monitoring Afstemming binnen overleg Zeeuwse Faciliterende rol in de ondersteuning van Overheden inwoners en bijbehorende taken verder uitwerken en uitvoeren Verwachtingen over uit te voeren taken, benodigde capaciteit en verzoek meer capaciteit neerleggen bij Raad Provinciaal Voortzetten