CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

14.2 Bodemkwaliteitskaart gemeente Borsele 2023

Besluitvormende raadsvergadering 7 december 2023, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de geactualiseerde Nota bodembeheer en Bodemkwaliteitskaart gemeente Borsele 2023 (portefeuille wethouder Witkam)44.878 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

BKK Borsele

25/45

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

-

wanneer geen boorpunten en geen rapportcontour beschikbaar zijn: het middelpunt van de locatiecontour.

Bij de nieuwe invoer sinds 2016 is de ligging van de geanalyseerde grond(meng)monsters voor meer dan 98% gebaseerd op de ingetekende boorpunten. In Squit werden in het verleden alleen rapport- en locatiecontouren ingetekend. Bij de dataset uit 2009 is dus voor de coördinaten van de meetpunten uitgegaan van het middelpunt van het desbetreffende bodemonderzoek. In het algemeen is dit voldoende nauwkeurig, omdat in het algemeen het hele bodemonderzoek binnen dezelfde zone ligt. Voor enkele onderzoeken die in meerdere zones bleken te liggen is destijds op basis van het betreffende dossier nagegaan welke analyses op welke zone betrekking hebben (met name voor de boomgaardperiodes).

5.2

Selectie van representatieve gegevens voor de bodemkwaliteitskaart

Uitgangspunt in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (lit. 9) is, dat alle beschikbare gegevens worden meegerekend, tenzij wordt gemotiveerd waarom bepaalde gegevens niet representatief zijn voor de bodemkwaliteitskaart. Bij twijfel daarover moeten de gegevens wél worden meegerekend. Een aantal gegevens wordt op voorhand als niet representatief beschouwd. Hiervoor zijn dezelfde keuzes gemaakt als eerder gehanteerd in de voorgaande bodemkwaliteitskaart: onderzoekstypen gerelateerd aan saneringen (saneringsonderzoeken, saneringsplannen, saneringsevaluaties, BUS-meldingen) en waterbodemonderzoek monsters die alleen zijn geanalyseerd op minerale olie en niet op andere stoffen (regelmatig zijn dit lokale olieverontreinigingen. In ieder geval zijn dit vrijwel altijd plekken die verdacht zijn voor olieverontreiniging) Verder kunnen gegevens niet worden meegerekend in de volgende situaties: indien geen x- en y-coördinaten konden worden toegekend aan de analysegegevens; indien geen dieptetraject bij de geanalyseerde monsters is ingevoerd. Een deel hiervan kon nog worden aangevuld op basis van het pdf-bestand van het onderzoeksrapport. In aanvulling hierop bevat bijlage 5 een tabel van rapporten met analyseresultaten die om overige redenen niet zijn meegerekend.

Zo zijn uit onderzoeken van wegbermen zowel de gegevens van de NEN5740-parameters als eventuele analyses van bestrijdingsmiddelen en PFAS niet meegerekend. Bij een aantal PFAS-analyses zijn de boven- en ondergrond gemengd (bijvoorbeeld monstername over dieptetraject 0-1,0 m-mv). Die gegevens zijn niet meegerekend bij het bepalen van de statistische kengetallen voor PFAS.

BKK Borsele

26/45

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Nader onderzoeken Nader onderzoeken zijn in sommige gevallen bruikbaar voor de bodemkwaliteitskaart, bijvoorbeeld als het onderzoek in feite de diffuse verontreiniging van een zone betreft (metalen in vooroorlogse kernen die niet aan een duidelijke historische bron zijn te relateren, bestrijdingsmiddelen in boomgaarden). In veel gevallen zijn nader onderzoeken niet bruikbaar, omdat het duidelijk om een lokale verontreiniging gaat, verklaard door historische activiteiten en/of aanwezigheid van bodemvreemd materiaal. De dataset uit 2009 bevatte 126 nader onderzoeken, waarvan 112 met analyseresultaten van grondmonsters. Destijds zijn deze beoordeeld op bruikbaarheid en op basis daarvan is het merendeel van de nader onderzoeken niet meegerekend bij het bepalen van de statistische kengetallen voor de NEN5740-parameters: het betreft een onderzoek met alleen individuele olie-analyses; nader onderzoeken op bestrijdingsmiddelen in (voormalige) boomgaarden; er is een lokale verklaring waarom het rapport niet representatief is voor de zone-kwaliteit. Gezien het voorgaande zijn bij de evaluatie in 2016 de nader onderzoeken niet meer nagelopen op mogelijke representativiteit voor de bodemkwaliteitskaart. Alle analyses uit nader onderzoeken zijn in 2016 bij de NEN5740-parameters op voorhand buiten beschouwing gelaten.

Bij de bestrijdingsmiddelen zijn de nader onderzoeken wel meegerekend (14 nader onderzoeken). Bij de actualisatie in 2023 zijn de nader onderzoeken niet op voorhand uitgesloten en zijn de in 2016 buiten beschouwing gelaten nader onderzoeken alsnog nagelopen op hun bruikbaarheid. Ook nu blijken de nader onderzoeken in veel gevallen niet bruikbaar. In een aantal gevallen is ervoor gekozen om van een nader onderzoek alleen de separate analyses op één of enkele stoffen niet mee te rekenen.

Ouderdom van de gegevens Een aantal oude rapporten uit eind jaren 80 – begin jaren 90 is niet meegerekend, omdat in die onderzoeken op basis van een toenmalig protocol bemonsterd is over een dieptetraject van 0-1,5 m-mv (en dus de boven- en ondergrond met elkaar gemengd zijn) en/of omdat destijds de detectiegrenzen voor een aantal stoffen beduidend hoger waren dan tegenwoordig. De rapporten die dit betreft zijn vermeld in bijlage 5. Afgezien daarvan is geen arbitrair onderscheid gemaakt op basis van de ouderdom van de gegevens. In de praktijk blijkt er bij bodemkwaliteitskaarten geen onderscheid te maken op basis van ouderdom van gegevens. Een uitzondering hierop betreft de situatie van recent opgehoogde gebieden waar de kwaliteit van het vroegere maaiveld afwijkt van het ophoogmateriaal. In dat geval is het van belang of het onderzoek is uitgevoerd vóór of na ophoging. Dergelijke situaties komen in de dataset van de gemeente Borsele echter niet voor. Wel zijn gegevens van lokale ophogingen op perceelsniveau in sommige gevallen uitgesloten omdat deze niet representatief zijn voor de kwaliteit van desbetreffende zone.

BKK Borsele

27/45

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Geschatte waarden voor lutum en organische stof (dataset 2009) In 2009 waren in het gemeentelijk bodeminformatiesysteem bij veel onderzoeken geschatte waarden voor lutum en organische stof ingevoerd. In principe werd in het bodeminformatiesysteem aangevinkt dat het een geschatte waarde betreft. Geschatte waarden voor lutum en organische stof zijn niet meegerekend voor het bepalen van de bodemtypecorrectie. In de dataset uit 2009 kwamen bij verschillende onderzoeken dezelfde waarden voor lutum en organische stof bij meerdere monsters voor, zonder dat was aangevinkt dat het geschatte waarden betrof. In deze gevallen is destijds aangenomen, dat een deel van de waarden voor lutum en organische stof geschatte waarden betreft. Dit betekent, dat wanneer in één bodemonderzoek meerdere keren dezelfde waarden voor lutum en organische stof bij bovengrondmonsters waren ingevoerd, deze waarden slechts 1 x zijn meegerekend. Hetzelfde geldt voor de ondergrond. Op deze wijze zijn in de oude dataset uit 2009 voor 902 grondmonsters uit 166 bodemrapporten de ingevoerde lutum- en organische stof percentages buiten beschouwing gelaten. Tegenwoordig speelt dit niet meer, omdat in het standaardpakket van NEN5740 ook altijd de percentages lutum en organische stof bepaald worden.

BKK Borsele

28/45

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

6

BODEMKWALITEITSKAART

6.1

Zones in de bodemkwaliteitskaart

De bodemkwaliteitskaart van de gemeente Borsele bestaat uit drie verschillende zone-indelingen, afhankelijk van de stofgroep: zones voor de NEN5740-parameters (inclusief arseen en chroom); zones voor bestrijdingsmiddelen (DDD, DDE, DDT en drins) zones voor PFAS De begrenzingen van deze drie zone-indelingen komen niet met elkaar overeen, omdat de processen die aan deze zone-indelingen ten grondslag liggen verschillend zijn: de zones voor de NEN5740-parameters zijn primair gebaseerd op de ouderdom van de bebouwing in de verschillende woonkernen. Verder is onderscheid gemaakt tussen de woonwijken en de bedrijfsterreinen; de zone-indeling voor de bestrijdingsmiddelen is gebaseerd op de verschillende boomgaardperiodes; voor PFAS is de zone-indeling gebaseerd op de invloed van seaspray vanuit de Westerschelde.

De statistische kengetallen van deze zones zijn opgenomen in de volgende bijlagen: NEN5740-parameters: bijlage 7 Bestrijdingsmiddelen (DDD, DDE, DDT en drins): bijlage 8 PFAS: bijlage 9 De zones zijn in de volgende bijlagen in kaart weergegeven: NEN5740-parameters: zone-indeling in bijlage 10 en ontgravingsklasse boven- en ondergrond in bijlage 11A en 11B Bestrijdingsmiddelen (DDD, DDE, DDT en drins): zone-indeling in bijlage 12 en ontgravingsklasse boven- en ondergrond in bijlage 13A en 13B PFAS: bijlage 14 De indeling in zones wordt nader toegelicht in de volgende paragrafen: NEN5740-parameters: paragraaf 6.2 bestrijdingsmiddelen: paragraaf 6.3 PFAS: paragraaf 6.4

BKK Borsele

29/45

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Zones voor de NEN5740-parameters Zone A: Buitengebied en woonwijken > 1960 B: Woonwijken 1900-1960 C: Woonwijken < 1900 D: Bedrijfsterreinen

Bodemkwaliteitsklasse Bovengrond (0-0,5 m-mv) Landbouw/natuur Wonen Industrie Landbouw/natuur

Bodemkwaliteitsklasse Ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur

.

Zones voor de bestrijdingsmiddelen Zone Boomgaardzone 1 Boomgaardzone 2 Bebouwde kernen voor 1960 Overig gebied

Kwaliteitsklasse Bovengrond (0-0,5 m-mv) Voldoet niet aan Industrie Industrie Industrie Landbouw/natuur

Kwaliteitsklasse Ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Landbouw/natuur

Kwaliteitsklasse o.b.v Handelingskader PFAS Bovengrond (0-0,5 m-mv) Voldoet aan Achtergrondwaarde Variabel tot boven toepassingswaarden voor wonen en industrie

Kwaliteitsklasse o.b.v Handelingskader PFAS Ondergrond (0,5-2,0 m-mv) Voldoet aan Achtergrondwaarde Voldoet aan Achtergrondwaarde

PFAS Zone

Overig Borsele Aandachtsstrook PFAS langs Westerschelde

Lokaal afwijkende situaties Met nadruk wordt erop gewezen, dat in de bodemkwaliteitskaart een gemiddelde achtergrondkwaliteit van grotere gebieden wordt vastgelegd. Plaatselijk kan de bodemkwaliteit hiervan afwijken, bijvoorbeeld in geval van verdachte locaties, wegbermen, boerenerven en bijmengingen van puin en koolas. Toepassen van grond op basis van deze bodemkwaliteitskaart is dus pas mogelijk, nadat eerst een vooronderzoek is uitgevoerd.

BKK Borsele

30/45

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

6.2

Toelichting op de zones voor de NEN5740-parameters

Algemeen Bij de actualisatie in 2023 zijn de begrenzingen uit de kaart met de bebouwingsgeschiedenis op enkele plekken aangescherpt. Op die plekken wijzigen ook de zonegrenzen. Verder wijzigt de classificatie van de ondergrond van de zone ‘B: Woonwijken 1900-1960’ op basis van meer beschikbare gegevens van klasse wonen naar klasse landbouw/natuur. Afgezien daarvan is de zone-indeling niet gewijzigd ten opzichte van de bodemkwaliteitskaart uit 2009. Voor de ondergrond is uitgegaan van het dieptetraject 0,5-2,0 m-mv, in aansluiting op het dieptetraject dat vaak bemonsterd wordt bij verkennend bodemonderzoek. De gegevens zijn ook apart bekeken voor de dieptetrajecten 0,5-1,0 m-mv en 1,0-2,0 m-mv, maar de gegevens van deze dieptetrajecten leveren dezelfde classificatie op als de classificatie van het dieptetraject 0,5-2,0 m-mv. Onderstaande tekst met de toelichting per zone is grotendeels identiek aan de tekst uit paragraaf 5.3 van de bodemkwaliteitskaart uit 2009.

Zone A: Buitengebied en woonwijken > 1960 In de zone ´A: Buitengebied en woonwijken > 1960´ is het buitengebied samengevoegd met alle woonwijken, die zijn aangelegd na 1960. Deze zone bevat ook enkele voormalige bedrijfsterreinen in Nieuwdorp, ‘s Heerenhoek en Heinkenszand, die inmiddels zijn of worden ontwikkeld tot woonwijk. De statistische kengetallen van deze zone zijn opgenomen in bijlage 7C. Deze zone voldoet aan de achtergrondwaarde (kwaliteitsklasse landbouw/natuur). Dit geldt zowel voor de bovengrond als de ondergrond. Zowel het buitengebied als de woonwijken na 1960 zoals weergegeven in bijlage 3A t/m 3D zijn ook apart doorgerekend om te verifiëren of deze gebieden terecht kunnen worden samengevoegd (bijlage 7A en 7B). Hierbij is tevens gecontroleerd of één of meer van deze deelgebieden een afwijkende bodemkwaliteit hebben, door het ruimtelijke patroon van de meetgegevens te bekijken. Hieruit bleek de bodemkwaliteit in de wijken na 1960 niet af te wijken van de bodemkwaliteit van het buitengebied, zodat deze terecht zijn samengevoegd. De kritische parameter voor deze zone is PAK. Strikt genomen is het rekenkundig gemiddelde van PAK voor de bovengrond van het buitengebied iets hoger dan de achtergrondwaarde (hoger dan 1,5 mg/kgds). Ruim een kwart van de waarnemingen in het buitengebied is hoger dan de achtergrondwaarde.

Het gemiddelde (en ook de 80-percentielwaarde) vallen echter binnen de toetsingsregel voor de achtergrondwaarde. Veel onderzoeken in het buitengebied zijn uitgevoerd ter plaatse van oude bebouwing. De bodemkwaliteit ter plaatse van en rondom boerenerven is meer beïnvloed door menselijk handelen dan in de rest van het buitengebied. Daarnaast treedt er een zekere bias op doordat bij bodemonderzoek in de monsterselectie voor analyse door het laboratorium zintuiglijk afwijkende monsters voorrang krijgen.

BKK Borsele

31/45

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Ten behoeve van de oudere bodemkwaliteitskaart uit 2004 (lit. 17) is aanvullend onderzoek in het buitengebied uitgevoerd, waarbij de monsters op agrarische percelen en niet nabij bebouwing zijn genomen (rapportcode NZ065400753 en NZ065400756 in het bodeminformatiesysteem). Wanneer deze gegevens apart worden doorgerekend dan zijn de statistische kengetallen voor PAK beduidend lager. Op basis van deze 59 metingen bedraagt het gemiddelde voor PAK in de bovengrond 0,185 mg/kgds en de 95-percentielwaarde 0,83 mg/kgds. Op basis van het voorgaande is ervoor gekozen om het buitengebied in te delen in de kwaliteitsklasse landbouw/natuur. Overigens zijn verschillende onderzoeken met hoge meetwaardes voor PAK niet meegerekend, doordat de meetgegevens als gevolg van bodemvreemde bijmengingen niet representatief zijn voor de gemiddelde bodemkwaliteit van het buitengebied (bijvoorbeeld onderzoeken van dammen) of omdat ze zijn uitgevoerd in de bermen van voorheen teerhoudende asfaltwegen. Er zijn nauwelijks gegevens beschikbaar voor de gebieden die in de 20 e eeuw zijn ingepolderd. In de Quarlespolder zijn 2 analyses van de bovengrond en 2 analyses van de ondergrond beschikbaar. In één bovengrondmonster zijn voor arseen, kwik, lood en zink gehaltes net boven de achtergrondwaarde gemeten. In het andere bovengrondmonster zijn geen gehalten boven de achtergrondwaarde aangetoond.

Vooralsnog zijn de recente polders bij de zone van het buitengebied gelaten, zolang er onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om na te gaan of de bodemkwaliteit in de recente polders afwijkt.

Zone B: Woonwijken 1900-1960 In de zone ‘B: Woonwijken 1900-1960’ zijn alle wijken en kernen samengevoegd die zijn aangelegd in de periode 1900-1960. De statistische kengetallen van deze zone zijn opgenomen in bijlage 7D. De bovengrond van deze zone voldoet aan de maximale waarden voor wonen (MaxWONEN). In de bodemkwaliteitskaart uit 2009 was de ondergrond van deze zone ook ingedeeld in klasse wonen. Op basis van meer gegevens voldoet de ondergrond van deze zone bij de actualisatie in 2023 aan klasse Landbouw/natuur. In eerste instantie zijn de woonwijken uit de periode 1900-1940 en de periode 1940-1960 apart doorgerekend. Aanvankelijk waren voor eerstgenoemde periode meer gegevens beschikbaar dan voor de periode 1940-1960. Sinds de voorgaande bodemkwaliteitskaart uit 2009 is de hoeveelheid beschikbare gegevens voor de wijken uit de periode 1940-1960 meer dan verdubbeld. In totaal zijn er 20 niet aaneengesloten deelgebieden uit de bebouwingsperiode 1940-1960, gelegen in 12 verschillende dorpen. De helft van deze deelgebieden heeft een oppervlakte van minder dan 1 hectare en slechts 3 deelgebieden hebben een oppervlakte van meer dan 2 hectare. In veel van deze deelgebieden zijn geen analysegegevens beschikbaar.

Op basis van de wel beschikbare gegevens van deze bebouwingsperiode is ervoor gekozen deze bij de wijken uit de periode 1900-1940 te voegen en niet bij de recentere wijken en het buitengebied. Strikt genomen schrijft de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten voor, dat in elk niet aaneengesloten deelgebied minimaal 3 waarnemingen beschikbaar dienen te zijn. Hieraan wordt niet in alle deelgebieden uit deze zone voldaan. Het is niet aannemelijk, dat er binnen deze zone deelgebieden zijn

BKK Borsele

32/45

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

die in een schonere danwel minder schone bodemkwaliteitsklasse worden ingedeeld wanneer voor deze deelgebieden meer gegevens beschikbaar zouden zijn. Zodoende zijn alle wijken uit de periode 1900-1960 samengevoegd in deze zone, ongeacht het aantal waarnemingen per niet aaneengesloten deelgebied.

Zone C Woonwijken < 1900 Uit het ruimtelijke patroon van de dataset blijkt duidelijk, dat in de vooroorlogse kernen de hoogste concentraties worden gemeten ter plaatse van de oudste bebouwing. In de zone ‘C: Woonwijken < 1900’ zijn alle wijken en kernen samengevoegd die zijn aangelegd in de periode voor 1900. De statistische kengetallen van deze zone zijn opgenomen in bijlage 7E. Aan de westkant van Nieuwdorp is in deze zone ook een stukje voormalige bebouwing opgenomen, die inmiddels is gesloopt. De bovengrond van van deze zone voldoet niet aan Max WONEN en valt in kwaliteitsklasse Industrie. De ondergrond van de zone voldoet wel aan MaxWONEN en is ingedeeld in kwaliteitsklasse Wonen.

Zone D: Bedrijfsterreinen In de zone ‘Bedrijfsterreinen D’ zijn alle huidige bedrijfsterreinen samengevoegd. De gemiddelde bodemkwaliteit in de boven- en ondergrond van deze zone voldoet aan de kwaliteitsklasse Landbouw/natuur. De statistische kengetallen van deze zone zijn opgenomen in bijlage 7H. In bijlage 7F zijn de statistische kengetallen apart berekend voor het industrieterrein ’t Sloe. Bijlage 7G bevat de statistische kengetallen voor de overige bedrijfsterreinen. In 2009 waren ook enkele nog te ontwikkelen bedrijfsterreinen opgenomen in deze zone. Bij de actualisatie in 2023 is hier niet meer voor gekozen.

PCB In de meeste zones is bij meer dan 80% van de monsters geen gehalte PCB boven de detectiegrens aangetoond. De Regeling bodemkwaliteit schrijft voor, dat (om het gemiddelde te berekenen) waardes beneden de detectiegrens worden meegerekend als 0,7 x detectiegrens. Bij de sommatie van somparameters zoals de 7 PCB’s moet volgens de Regeling bodemkwaliteit elke afzonderlijke PCB beneden de detectiegrens worden meegerekend als 0,7 x detectiegrens. Bij lage humuspercentages leidt dit tot rekenwaardes die hoger zijn dan de Achtergrondwaarde voor PCB’s , hoewel geen enkele individuele PCB boven de detectiegrens is aangetoond. In een aantal gevallen leidt dit ertoe, dat het rekenkundig gemiddelde voor PCB in bijlage 8 iets hoger is dan de Achtergrondwaarde, hoewel zelden gehalten boven de Achtergrondwaarde zijn aangetoond. Dit heeft overigens geen consequenties voor de classificatie van de zones.

BKK Borsele

33/45

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Op grond van de statistische verdeling en gegevens uit AW2000 leidt de 0,7 factor bij de sommatie van PCB’s tot een overschatting van deze somparameter (lit. 24). Een correctiefactor lager dan 0,3 geeft voor waarnemingen beneden de detectiegrens een realistischer schatting van de werkelijke gehaltes.

6.3

Toelichting op de zones voor de bestrijdingsmiddelen

De zone-indeling voor de bestrijdingsmiddelen op basis van verschillende boomgaardperiodes is niet gewijzigd ten opzichte van de bodemkwaliteitskaart uit 2009. Bij de actualisatie in 2023 zijn deze twee zones als volgt hernoemd: Boomgaardzone 1: boomgaardperiode 2 (boomgaard in 1936 en 1960) Boomgaardzone 2. Boomgaardperiode 1, 3 en 4 (overige boomgaardperiodes t/m 1970) Voormalige boomgaarden in het opgehoogde deel van industrieterrein ’t Sloe zijn buiten deze boomgaardzones gelaten. Per rapport met analyses op DDD, DDE en DDT is aan de hand van de digitale topografische kaarten bepaald binnen welke boomgaardperiode (zoals beschreven in paragraaf 4.6) de analyses op de bestrijdingsmiddelen zijn uitgevoerd. Wanneer binnen een rapportcontour meerdere boomgaardperiodes voorkomen is op basis van de boorpunten uit het bodemrapport nagegaan tot welke boomgaardperiode het betreffende monster moet worden gerekend. In enkele gevallen liggen de boringen van een mengmonster in verschillende boomgaardperiodes. Deze mengmonsters zijn verder buiten beschouwing gelaten. In de oudere bodemkwaliteitskaart uit 2004 was bij de oude boomgaarden onderscheid gemaakt tussen de dieptetrajecten 0-30 cm en 30-50 cm. In 2009 is voor de boomgaardperiodes met de meeste gegevens (2: boomgaard in 1936 EN 1960 en 5: nooit boomgaard) nagegaan in hoeverre een dergelijk onderscheid zinvol is.

De statistische kengetallen voor DDD, DDE en DDT zijn berekend voor verschillende varianten van dieptetrajecten. Hierbij bleek het nauwelijks verschil uit te maken of de berekeningen worden uitgevoerd voor het dieptetraject 0-30 cm of 0-50 cm, ook al blijkt het dieptetraject 30-50 cm gemiddeld iets schoner te zijn dan het dieptetraject 0-30 cm. Er is voor gekozen om voor de bovengrond net als bij de NEN5740-parameters verder uit te gaan van het dieptetraject 0-50 cm. Het overgrote deel van de gegevens voor de ondergrond is afkomstig uit het dieptetraject 0,5 – 1,0 mmv. Daarnaast zijn enkele monsters meegerekend uit het dieptetraject 1,0 – 2,0 m-mv. Bijlage 8A bevat de statistische kengetallen voor de verschillende boomgaardperiodes.

Boomgaardperiode 2 (boomgaard in 1936 en 1960) Boomgaardperiode 2 (boomgaard in 1936 EN 1960) wijkt duidelijk af van de overige boomgaardperiodes. In 2009 waren het gemiddelde en de 75-percentielwaarde voor DDE en DDT hoger dan de MaxINDUSTRIE. Ten opzichte van de dataset uit 2009 zijn inmiddels voor deze boomgaardperiode 2,5 x zo veel gegevens beschikbaar. Op basis van deze uitgebreidere dataset zijn de statistische kengetallen voor DDE

BKK Borsele

34/45

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

wat lager dan in 2009. Voor DDT zijn de kengetallen vergelijkbaar met 2009 en ook op basis van de uitgebreidere datazet zijn het gemiddelde en de 75-percentielwaarde voor DDT hoger dan de MaxINDUSTRIE. Deze boomgaardperiode is in 2009 met behulp van een Mann-Whitneytoets vergeleken met de overige boomgaardperiodes. Bij elke andere boomgaardperiode werd met 90% betrouwbaarheid de hypothese verworpen dat de concentraties vergelijkbaar zijn met de boomgaardperiode 2 (boomgaard in 1936 en 1960). Boomgaardperiode 2 (boomgaard in 1936 en 1960) is derhalve als aparte zone opgenomen in de bodemkwaliteitskaart, aangeduid als Boomgaardzone 1. De statistische kengetallen van deze zone zijn opgenomen in bijlage 8B. Voor de ondergrond zijn voor deze boomgaardperiode inmiddels 22 waarnemingen beschikbaar, waarvan 20 uit het dieptetraject 0,5-1,0 m-mv. Deze ondergrondgegevens zijn afkomstig uit 13 verschillende bodemrapporten. Op basis van het gemiddelde van DDE en DDT wordt de ondergrond van deze zone ingedeeld in klasse industrie.

Boomgaardperiode 1, 3 en 4 (overige boomgaardperiodes t/m 1970) De statistische kengetallen van de volgende boomgaardperiodes zijn ongeveer in dezelfde orde van grootte: Boomgaardperiode 1: boomgaard in 1936, NIET in 1960 Boomgaardperiode 3: boomgaard in 1960, NIET in 1936 Boomgaardperiode 4: boomgaard (niet eerder dan) in 1970 Het gemiddelde voor DDE en DDT voldoet in deze boomgaardperiodes niet aan Max WONEN (met uitzondering van DDT in boomgaardperiode 1). Het gemiddelde voor DDD is in deze boomgaardperiodes hoger dan de achtergrondwaarde, maar lager dan Max WONEN. In 2009 is tussen deze boomgaardperiodes een Mann-Whitneytoets uitgevoerd. Daaruit kwam, dat met 95% betrouwbaarheid de hypothese werd aangenomen dat deze boomgaardperiodes vergelijkbaar zijn. Deze 3 boomgaardperiodes zijn in de bodemkwaliteitskaart samengevoegd tot Boomgaardzone 2 (in de voorgaande bodemkwaliteitskaart aangeduid als de zone ‘overige boomgaarden t/m 1970’). De statistische kengetallen van deze zone zijn opgenomen in bijlage 8C. Voor de ondergrond van deze zone zijn minder dan 20 waarnemingen beschikbaar. Deze zijn voornamelijk afkomstig uit het dieptetraject 0,5-1,0 m-mv. Gemiddeld voldoet de ondergrond voor de bestrijdingsmiddelen aan klasse Landbouw/natuur en de 90-percentielwaarden voor DDD, DDE, DDT en drins zijn lager dan de Achtergrondwaarde.

Op basis van deze informatie wordt de ondergrond ingedeeld in de kwaliteitsklasse Landbouw/natuur.

BKK Borsele

35/45

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

DDD, DDE en DDT in particuliere tuinen voor 1960 DDT blijkt soms ook te zijn toegepast in particuliere tuinen. Het is nog niet bekend hoe algemeen dit voorkomt, maar in de dataset van de gemeente Borsele uit 2022 kwam dit in een aantal bodemonderzoeken naar voren. Ook in de andere gemeenten op Zuid-Beveland is dit vastgesteld. In de eveneens in 2022 respectievelijk 2023 geactualiseerde bodemkwaliteitskaarten van Reimerswaal en Kapelle zijn de oude kernen opgenomen als aparte zones voor de bestrijdingsmiddelen vanwege de hogere DDT-gehalten in tuinen bij oude bebouwing (lit. 25 en 26). Voor de bestrijdingsmiddelen zijn de oude kernen in voorliggende bodemkwaliteitskaart opgenomen in een afzonderlijke zone Bebouwde kernen voor 1960. De begrenzing van deze zone komt overeen met de NEN5740-zones B: Woonwijken 1900-1960 en C: Woonwijken <1900 (met aftrek van incidentele oude boomgaarden die hierbinnen vallen). De statistische kengetallen voor de zone Bebouwde kernen voor 1960 zijn opgenomen in bijlage 8D. De bovengrond van de zone Bebouwde kernen voor 1960 valt in klasse industrie. In de ondergrond van deze zone zijn 21 waarnemingen beschikbaar voor DDD, DDE en DDT. Dit betreft voornamelijk monsters van het dieptetraject 0,5-1,0 m-mv. Het rekenkundig gemiddelde van DDD, DDE en DDT is in de ondergrond lager dan de Achtergrondwaarde.

De ondergrond van deze zone is daarom voor de bestrijdingsmiddelen ingedeeld in klasse Landbouw/natuur. Op één locatie in deze zone zijn in de ondergrond sterk afwijkende gehalten DDD, aldrin en chloordaan gemeten. De twee hoogste meetwaarden voor DDD, aldrin en chloordaan uit de totale dataset van Borsele zijn afkomstig uit de ondergrond van deze locatie aan de ’s Gravenstraat in ’s Gravenpolder. De gehalten voor deze stoffen zijn in deze monsters een veelvoud van de tweenahoogste meetwaarden in de dataset. Hier is sprake van een lokale verontreiniging die niet representatief is voor de zone, waarbij de precieze oorzaak van deze verontreiniging overigens niet bekend is. Deze twee monsters zijn daarom uitgesloten van de statistische berekeningen. Ook de overige ondergrondmonsters van deze locatie aan de ’s Gravenstraat hebben verhoogde gehalten, waardoor ook het gemiddelde van drins, chloordaan en heptachloorepoxide niet aan de Achtergrondwaarde voldoen. In de overige ondergrondmonsters van andere locaties in deze zone zijn voor deze stoffen geen gehalten boven de detectiegrens aangetoond. Vanwege dat laatste zijn drins, chloordaan en heptachloorepoxide niet betrokken in de classificatie en is de ondergrond voor de bestrijdingsmiddelen ingedeeld in klasse Landbouw/natuur.

Boomgaardperiode 4b en 5 (nooit boomgaard, of alleen boomgaard na 1970) In boomgaardperiode ‘4b: boomgaard (niet eerder dan) in 1984’ is het rekenkundig gemiddelde voor zowel DDD, DDE als DDT lager dan de achtergrondwaarde. Voor boomgaardperiode 5 (nooit boomgaard, dan wel alleen boomgaard na 1984) is het rekenkundig gemiddelde voor DDD hoger dan de achtergrondwaarde (maar binnen de toetsingsregel voor de

BKK Borsele

36/45

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

achtergrondwaarde). Het gemiddelde wordt omhooggetrokken door een enkele uitschieter. In drie kwart van de waarnemingen is geen gehalte boven de achtergrondwaarde gemeten en de 80percentielwaarde voldoet nog aan de toetsingsregel voor de achtergrondwaarde. De gemiddeldes voor DDE en DDT voldoen voor boomgaardperiode 5 aan de achtergrondwaarde. In de bodemkwaliteitskaart zijn de boomgaarden na 1970 samengevoegd met het gebied waar nooit een boomgaard lag. De statistische kengetallen voor de zone Overig gebied zijn opgenomen in bijlage 8E. Deze zone voldoet voor DDD, DDE en DDT aan de achtergrondwaarde.

Drins Bijlage 8A bevat ook de statistische kengetallen voor drins (som aldrin dieldrin, endrin). In alle boomgaardperiodes is bij meer dan de helft van de monsters voor de drins geen gehalte boven de detectiegrens aangetoond. Voor zover wel gehalten boven de detectiegrens zijn gemeten betreft dit met name dieldrin. Aldrin en endrin zijn zelden boven de detectiegrens aangetoond. Incidentele uitschieters trekken de gemiddelden bij de drins erg omhoog. Daardoor zijn de gemiddelden voor de drins bij alle boomgaardperiodes hoger dan de 80-percentielwaarden en in een aantal gevallen zelfs hoger dan de 90-percentielwaarden. In de meeste gevallen zijn deze gemiddelden lager dan 2x Achtergrondwaarde en de drins zijn verder niet in de classificatie van de boomgaardzones betrokken.

Overige bestrijdingsmiddelen De dataset van de gemeente Borsele bevat naast DDD, DDE, DDT en drins ook analysegegevens voor een aantal andere bestrijdingsmiddelen. Meestal worden voor deze andere bestrijdingsmiddelen geen gehalten boven de detectiegrens aangetoond. Volledigheidshalve zijn in de bijlagen 8B t/m 8E ook de statistische kengetallen opgenomen voor deze overige bestrijdingsmiddelen. Voor chloordaan en heptachloorepoxide worden af en toe gehalten boven de detectiegrens gemeten. Afhankelijk van de zone is bij 10 à 26% van de bovengrondmonsters (chloordaan) respectievelijk 13 à 21% van de bovengrondmonsters (heptachloorepoxide) een gehalte boven de detectiegrens vastgesteld. Het betreft in het algemeen geringe overschrijdingen in de bandbreedte 0,001 – 0,01 mg/kgds (zonder bodemtypecorrectie). Voor de overige bestrijdingsmiddelen uit bijlage 8B t/m 8E is vrijwel altijd bij meer dan 95% van de monsters geen gehalte boven de detectiegrens aangetoond. De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten schrijft voor, dat voor het berekenen van het gemiddelde de waarden beneden de detectiegrens worden meegerekend als 0,7 x detectiegrens. Mede door de bodemtypecorrectie zijn de detectiegrenzen van een aantal bestrijdingsmiddelen hoger dan de Achtergrondwaarde (en hoger dan de maximale waarde voor Wonen).

Dit levert berekende gemiddelden op die niet aan klasse landbouw/natuur of klasse wonen voldoen, terwijl er vrijwel geen gehalten bovende detectiegrens zijn aangetoond. Deze gemiddelden zijn in bijage 8B t/m 8E grijs gemarkeerd.

BKK Borsele

37/45

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

6.4

Toelichting op de zone-indeling voor PFAS

6.4.1

Verhoogde PFAS-gehalten langs de Westerschelde

In de hele Westerscheldedijk vanaf de Belgische grens tot het Sloegebied komen verhoogde PFASgehalten voor, met name PFOS en PFOA. Ook in een strook direct langs de dijk zijn hogere PFAS-gehalten gemeten. Deze paragraaf beschrijft de PFAS-gehalten in een strook van 500 meter langs de Westerschelde in de gemeenten Reimerswaal, Kapelle en Borsele tezamen, inclusief de gehalten in de dijk.

Onderzoeken van 19 raaien langs de Westerschelde tussen de Belgische grens en het Sloegebied In het najaar van 2022 heeft waterschap Scheldestromen op 19 plaatsen tussen de Belgische grens en het Sloegebied het dwarsprofiel van de Westerscheldedijk laten onderzoeken op PFAS (lit. 22) 11. In dit hele traject heeft het onderste deel van het buitentalud een steenbekleding, in het algemeen tot aan een fiets- annex onderhoudspad. Op een dwarsprofiel van een eerdere dijkversterking ten westen van Hansweert eind jaren 50 is te zien dat dit pad de oude kruin van de dijk was ten tijde van de watersnoodramp (lit. 27). Boven dit pad is het dijktalud onverhard. Op deze 19 locaties zijn raaien van het dwarsprofiel van de dijk als volgt bemonsterd: A: onderaan het onverharde deel van het buitentalud; B: halverwege het onverharde deel van het buitentalud (alleen bredere taluds raaien 15 t/m 19); C: midden op de kruin van de dijk; D: halverwege het binnentalud (met uitzondering van raai 01) E: onderaan het binnentalud

Bijlage 9A toont de ligging van deze 19 locaties met per raai het hoogst gemeten gehalte PFOS. Er is gecontroleerd in hoeverre gegevens van de dwarsprofielen beïnvloed kunnen zijn door recente dijkversterkingen. Het waterschap heeft daarvoor oude bestekken in haar archief nagezocht: raai 05: binnenwaartse dijkversterking in 2009 raai 06: zowel binnen- als buitenwaarste versterking in 2015 raai 08: binnenwaartse dijkversterking in 2009 raai 11, 12 en 13: bestek Deltaversterking uit 1986 (zowel binnen- als buitendijks versterkt) raai 14: versterking buitenbeloop en kruinverhoging in 2011 raai 15: bestek Deltaversterking uit 1983 (zowel binnen- als buitendijks versterkt) In maart 2023 hebben de gemeenten Reimerswaal, Kapelle en Borsele ter hoogte van deze 19 raaien de strook van 500 meter landinwaarts langs de Westerschelde laten onderzoeken op PFAS (lit. 23). Daarbij is in principe om de 100 meter een boring uitgevoerd (F, G, H, J, K), gerekend vanaf de buitenkruin van de dijk (tevens de grens van het bodembeheergebied van de gemeenten). Per raai is bij de boring het dichtst bij de dijk ook een ondergrondmonster (0,5-1,0 m-mv) geanalyseerd op PFAS.

11

Aanvullend zijn de monsters ook onderzocht op de NEN5740-parameters.

BKK Borsele

38/45

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Enkele boringen konden niet worden uitgevoerd vanwege de toegankelijkheid van locaties. Ook vielen enkele boorlocaties af vanwege waterpartijen zoals de Spuikom bij Bath. Soms zijn boringen lateraal verplaatst ten opzichte van de raai naar een geschiktere plek, waarbij wel de juiste afstand ten opzichte van de dijk aangehouden is. Bijlage 9B bevat een overzichtstabel van de meetgegevens van PFOS en PFOA uit de bovengrond (0-0,5 m-mv) van de 19 onderzochte raaien. In deze bijlage zijn ook de gegevens vermeld uit de onderzoeken ten behoeve van de dijkversterking bij Hansweert. (lit. 21). In december 2021 zijn bij Hansweert 2 raaien onderzocht op PFAS met een interval van 75 meter. De tabel in bijlage 9B bevat daarvan de meetwaarden die het best corresponderen met de intervallen van 100 meter uit het onderzoek van maart 2023.

Onderzoeksresultaten van de 19 dwarsprofielen van de Westerscheldedijk De belangrijkste parameter is PFOS (som lineair+vertakt). Vrijwel overal zijn in (een deel van) het dwarsprofiel gehalten PFOS gemeten boven de toepassingswaarden voor wonen en industrie uit het Handelingskader voor PFAS (oftewel hoger dan 3,0 µg/kgds), tot maximaal 25 µg/kgds. Er zijn echter geen gedeelten naar voren gekomen met hogere PFAS-gehalten dan de maximaal gemeten gehalten uit de onderzoeken die eerder ten behoeve van de dijkversterking bij Hansweert zijn uitgevoerd. Vrijwel overal zijn in (een deel van) het dwarsprofiel ook gehalten PFOA boven de landelijke achtergrondwaarde gemeten. De gehalten PFOA zijn in het algemeen lager dan de gehalten PFOS en op een enkel monster na zijn voor PFOA geen gehalten gemeten boven de toepassingswaarden voor wonen en industrie uit het handelingskader (7 µg/kgds). Ook een aantal andere PFAS is in veel monsters boven de detectiegrens van 0,1 µg/kgds aangetoond, met name PFBA, PFPeA, PFHxA, PFHpA en PFHxS. Deze meetwaarden zijn beduidend lager dan de gehalten PFOS en PFOA (tot maximaal 1,2 µg/kgds PFPeA in het buitentalud van raai 7). De gehalten zijn in het buitentalud en de kruin van de dijk beduidend hoger dan in het binnentalud. Er is een grote variatie aan meetwaarden binnen hetzelfde dwarsprofiel.

Meestal heeft boring A (onderkant onverhard deel buitentalud) de hoogste meetwaarde PFOS. Maar er is ook een aantal raaien met op de kruin (boring C) de hoogste meetwaarde en soms is de hoogste meetwaarde juist afkomstig uit het binnentalud. Er is gemiddeld geen groot verschil tussen boring A (voet buitentalud) en boring C (kruin). Ook is er gemiddeld geen wezenlijk verschil tussen boring D (halverwege het binnentalud) en boring E (voet binnentalud). De gehalten PFOS zijn gemiddeld in het buitentalud (boring A) een factor 2 à 3 hoger dan in het binnentalud (boringen D en E). Het gehalte PFOA is in het buitentalud gemiddeld 1,5 x zo hoog als in het binnentalud. Geografisch is er geen sprake van een duidelijke trend stroomopwaarts of stroomafwaarts. Er lijkt eerder een verband te zijn met de aan- of afwezigheid van schorren en slikken. De lagere PFAS-gehalten zijn vooral gemeten op plekken waar schorren en slikken voor de dijk liggen.

BKK Borsele

39/45

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Ook de expositie van de dijk speelt een rol. De hoogste PFOS-gehalten zijn gemeten in dijkgedeelten met een expositie op het zuidwesten. Bij Hansweert heeft zuidwestenwind een relatief lange strijklengte, maar ook bij Waarde (raai 07) zijn gehalten PFOS tot 25 µg/kgds gemeten, terwijl de zuidwestenwind hier een veel kortere strijklengte heeft. Mogelijk speelt het een rol, dat zuidwestenwind de meest voorkomende windrichting is en vooral bij regen de meest voorkomende windrichting is. Bij droog weer kan een groter deel van de PFAS-deeltjes zich naar hogere luchtlagen verplaatsen. Bij regen wordt een deel van de PFAS met de regendruppels meegenomen naar het landoppervlak. Bijlage 9C bevat de statistische kengetallen van PFAS voor het buitentalud en de kruin van de dijk (boringen A, B en C). Bijlage 9D bevat de statistische kengetallen van PFAS voor het binnentalud (boringen D en E). Onderaan deze tabellen is voor PFOS een vergelijking gemaakt tussen de raaien in de gemeente Reimerswaal en de raaien in de gemeente Borsele. In beide gemeenten komen dijkgedeelten met hogere en lagere PFAS-gehalten voor, maar de PFOS-gehalten hebben in beide gemeenten een vergelijkbare bandbreedte.

Onderzoeksresultaten uit de strook van 500 meter langs de Westerscheldedijk Bijlage 9E bevat een overzicht van de bandbreedte aan gehalten PFOS en PFOA uit de boringen die om de 100 meter vanaf de buitenkruin van de dijk zijn geplaatst. In deze tabel zijn ook de twee raaien meegenomen die in december 2021 bij Hansweert zijn onderzocht. In deze strook van 500 meter langs de dijk blijken in het oostelijke deel hogere gehalten PFOS voor te komen dan in het westelijke deel. De grens is daarbij gelegd bij de Langeweg in de gemeente Kapelle, waar de dijk een scherpe knik maakt. Oostelijk van de Langeweg ligt de op het zuidwesten gerichte Schoorse Zeedijk. Westelijk van de Langeweg ligt de op het zuidoosten gerichte Zeedijk langs de Willem Annapolder. Dit komt overeen met het beeld dat al naar voren kwam in de regionale bodemkwaliteitskaart PFAS Bevelanden en Tholen uit 2020. In de hele gemeente Reimerswaal komen iets hogere gehalten PFOS voor dan in de rest van Zuid-Beveland. Per saldo nemen de gehalten PFOS af met de afstand vanaf de dijk, met name in het eerste deel vanaf de dijk. In de tabellen in bijlage 9E zijn zowel het gemiddelde als de mediaan vermeld, omdat op enkele plekken uitschieters naar boven het beeld vertekenen. De spreiding in de meetgegevens maakt het lastig om een harde zonegrens in te tekenen.

Daarom is deze strook van 500 meter in de kaart in bijlage 14 weergegeven als ‘aandachtsstrook PFAS langs Westerschelde’. Binnen deze strook komen gedeelten voor waar de PFAS-gehalten vergelijkbaar zijn met de rest van de gemeente, maar vooral in de dijk en direct langs de dijk komen hogere gehalten voor. Op basis van de beschikbare onderzoeksgegevens wordt een strook van 500 meter een veilige marge geacht.

BKK Borsele

40/45

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Bijlage 9F en 9G bevatten de statistische kengetallen van PFAS in de bovengrond van het oostelijke, respectievelijk westelijke deel van deze strook langs de Westerschelde. Naast de gegevens uit het in maart 2023 uitgevoerde onderzoek zijn hierbij ook de gegevens meegerekend die verder binnen deze strook beschikbaar zijn uit het bodeminformatiesysteem en enkele meetpunten uit het onderzoek dat ten behoeve van de eerdere regionale bodemkwaliteitskaart uit 2020 is uitgevoerd.

Ondergrond van de strook langs de Westerschelde Bijlage 9H bevat de statistische kengetallen van PFAS voor de ondergrondmonsters van de 19 raaien uit de boringen die het dichtst bij de Westerscheldedijk liggen (vanaf de Belgische grens tot het Sloegebied). In de ondergrond (0,5-1,0 m-mv) zijn de PFAS-gehalten beduidend lager dan in de bovengrond. In het algemeen zijn in de ondergrond geen gehalten boven de landelijke achtergrondwaarden gemeten. Een uitzondering vormt boring 17F, waar in het ondergrondmonster 2,8 µg/kgds PFOS en 2,0 µg/kgds PFOA is gemeten. Het bovengrondmonster is hier juist schoner (0,2 µg/kgds PFOS en < 0,1 µg/kgds PFOA). In de boorstaat van deze boring is vermeld ‘mogelijk opgevoerde bovenlaag, zat zintuiglijk geen o.s. in’. Vermoedelijk betreft het ondergrondmonster van boring 17F met verhoogde PFAS-gehalten dus een oorspronkelijke maaiveld. Een tweede uitzondering is boring 2F (PFOS 4,8 µg/kgds). Hiervoor is geen duidelijke verklaring. Afgezien van voornoemde twee monsters zijn in de ondergrond geen hogere gehalten gemeten dan 0,5 µg/kgds PFOS en 0,7 µg/kgds PFOA.

7H-perfluorheptaanzuur De monsters uit het onderzoek uit maart 2023 zijn op een uitgebreider pakket onderzocht dan de in de bijlagen met statistische kengetallen vermelde PFAS van de advieslijst van Bodem+ d.d. 12 juli 2019. Bij 12 monsters is 7H-perfluorheptaanzuur (HPFHpA) boven de detectiegrens (voor HPFHpA in het algemeen 0,4 µg/kgds) aangetoond, tot maximaal 2,0 µg/kgds. Deze 12 monsters (waarvan 2 ondergrondmonsters) zijn afkomstig uit de raaien 10, 15, 16 en 19. Er is geen verband tussen de gehalten HPFHpA enerzijds en de gehalten PFOS of PFOA anderzijds. Bij de meeste van deze 12 monsters is geen gehalte PFOS of PFOA boven de landelijke achtergrondwaarde gemeten. De oorzaak van deze verhoogde meetwaarden HPFHpA is onduidelijk. Wel valt op dat het merendeel van deze monsters afkomstig is van grasland (natuurgebied). De overige negen extra onderzochte PFAS zijn nooit boven de detectiegrens aangetoond.

BKK Borsele

41/45

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

6.4.2

Zone PFAS overig Borsele

In de rest van de gemeente (buiten de hiervoor beschreven strook langs de Westerschelde) zijn in het algemeen geen gehalten PFAS boven de landelijke achtergrondwaarden aangetoond. Daarbij zijn de gegevens van drie onderzoeken van wegbermen buiten beschouwing gelaten (waaronder de Noldijk bij Ovezande waar in de wegbermen verhoogde PFOS-gehalten zijn gemeten). Verder zijn de gegevens uit een saneringsplan van een calamiteit met een kapotte riolering op een industriële locatie niet meegerekend. De resterende dataset bevat 12 bovengrondmonsters met een gehalte PFOS hoger dan de landelijke achtergrondwaarde (hoger dan 1,4 µg/kgds), waarvan 7 monsters afkomstig zijn van dezelfde locatie aan de Belgiëweg-Oost (onderzoek-ID 208030). Laatstgenoemde locatie ligt op een kilometer van de Westerschelde, maar de verhoogde gehalten lijken een lokale oorzaak te hebben. Uit de rapporage van desbetreffend bodemonderzoek kan de herkomst van deze verhoogde gehalten niet worden achterhaald. Bijlage 9-I bevat de statistische kengetallen van de zone PFAS overig Borsele. Deze zone voldoet aan de achtergrondwaarden uit het Handelingskader voor PFAS (boven- en ondergrond). De statistische kengetallen zijn berekend inclusief voornoemde locatie aan de Belgiëweg-Oost. Onderaan de tabel zijn ook de statistische kengetallen voor PFOS opgenomen zonder de locatie aan de Belgiëweg-Oost.

6.5

Zones met 95-percentielwaarde hoger dan interventiewaarde

De indeling van de zones uit de bodemkwaliteitskaart in verschillende bodemkwaliteitsklasses is gebaseerd op het rekenkundig gemiddelde van de verschillende stoffen. De concentraties van de verschillende stoffen hebben een zekere spreiding en een deel van de waarnemingen in een zone voldoet niet aan de bodemkwaliteitsklasse waarin de zone is ingedeeld. De meeste partijen grond die binnen een zone vrijkomen voldoen derhalve aan betreffende bodemkwaliteitsklasse, maar af en toe kan het vrij grondverzet ertoe leiden dat een partij grond wordt toegepast die niet aan de toepassingseis van een zone voldoet. Gemiddeld leidt dit niet tot een verslechtering van de bodemkwaliteit. Het grondverzet levert geen ‘nieuwe’ verontreiniging op, maar betreft een verplaatsing van al in het milieu aanwezige verontreiniging. Het grondverzet mag er echter niet toe leiden dat op de toepassingslocatie dusdanige milieuhygiënische risico’s ontstaan, dat volgens de Wet bodembescherming een spoedige sanering noodzakelijk zou zijn. Om de kans op dit laatste te minimaliseren is in artikel 4.3.5, lid 3c van de Regeling bodemkwaliteit een toetsing opgenomen van de 95-percentielwaarde van de bodemkwaliteitszone van de plaats van herkomst van de grond.

Op basis van de 95-percentielwaarde wordt getoetst of vrij grondverzet op de toepassingslocatie volgens de Wet bodembescherming kan leiden tot een noodzaak tot spoedige sanering. Een locatie kan in principe alleen spoedeisend zijn wanneer de interventiewaarde wordt overschreden. Voor deze risicobeoordeling is een standaardbeoordeling uitgewerkt in het computerprogramma Sanscrit.

BKK Borsele

42/45

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

Hogere 95-percentielwaarden dan de interventiewaarde komen alleen voor in de volgende zones: zone C: Woonwijken voor 1900 (lood) boomgaardzone 1 (DDE en DDT) In de praktijk zal grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart – zonder verdere keuring – vanuit deze zones niet snel voorkomen, gezien de classificatie van deze zones.

BKK Borsele

43/45

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

LITERATUUR 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16.

17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25.

Nota bodembeheer voor de landbodem van de gemeente Borsele; Marmos Bodemmanagement, 6 oktober 2009, 1e herziening 4 september 2014. Bodemkwaliteitskaart gemeente Borsele; Marmos Bodemmanagement, 6 oktober 2009. Evaluatie geldigheid bodemkwaliteitskaart gemeente Borsele; Marmos Bodemmanagement, 11 mei 2016. Bodemkwaliteitskaart PFAS Bevelanden en Tholen; Marmos Bodemmanagement, 11 augustus 2020. Nota bodembeheer inclusief bodemkwaliteitskaart voor wegbermen in de provincie Zeeland – Actualisatie 2020; Marmos Bodemmanagement, 26 november 2020. Waterbodemkwaliteitskaart beheergebied waterschap Scheldestromen 2020; Marmos Bodemmanagement, 17 juni 2020. Besluit bodemkwaliteit; Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, jaargang 2007, nr. 469. Regeling bodemkwaliteit; Staatscourant, 20 december 2007. Richtlijn bodemkwaliteitskaarten; Ministerie van VROM en Ministerie van Verkeer en Waterstaat; gepubliceerd via website NEN, 7 september 2007, inclusief wijzigingsblad d.d. 1 januari 2016. NEN5740, Bodem – Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond; NEN, januari 2009. Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet; Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, jaargang 2021, nr. 98, 25 februari 2021. Regeling bodemkwaliteit 2022; Staatscourant, nr. 1338, 19 januari 2023.

Regeling houdend regels met betrekking tot het beheer en gebruik van watersystemen (Waterregeling); Staatscourant, 17 december 2009. Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (versie december 2021), bijlage bij Kamerbrief van 13 december 2021 (IENW/BSK-2021/335279) Achtergrondwaarden perfluoralkylstoffen (PFAS) in de Nederlandse landbodem; A. Wintersen et al., RIVM-briefrapport 2020-0100, 2020. Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerde versie van 2 juli 2020), Kamerstukken II, 2019/20, 35334 nr. 116, bijlage bij Kamerbrief van 3 juli 2020. Bodemkwaliteitskaart en bodembeheerplan gemeente Borsele; De Straat Milieu-adviseurs BV, 1 december 2004. Archeologiebeleid gemeente Borsele Deel A: Beleidsnota archeologie; Vestigia BV Archeologie & Cultuurhistorie, 30 juni 2011. Archeologiebeleid gemeente Borsele Deel B: Toelichting beleidskaart; Vestigia BV Archeologie & Cultuurhistorie, 30 juni 2011. Pilotproject boomgaarden Zeeland – Gebruik gewasbeschermingsmiddelen 1945-1980 – Historie boomgaarden Zeeland. CONCEPT; DLV Plant BV, marktgroep fruitteelt, Boxtel, april 2003. Bodemkwaliteitskaart en lokale maximale waarden dijkversterking Hansweert (PRJ1013H); Marmos Bodemmanagement, 22 juni 2022. PFAS onderzoek in de Westerscheldedijk (noordoever); ATKB, 20221599/rap02, 20 januari 2023.

Briefrapport bodemonderzoek PFAS Westerscheldedijk Zuid-Beveland; SMA Zeeland BV, 5 april 2023. Evaluatie van het nieuwe stoffenpakket NEN5740 in relatie tot bodemkwaliteitskaarten in Zeeland; Marmos Bodemmanagement, 29 november 2010. Bodemkwaliteitskaart gemeente Reimerswaal – actualisatie 2022; Marmos Bodemmanagement, 23 september 2022.

BKK Borsele

44/45

Eindrapport, 25 augustus 2023

MARMOS bodemmanagement

26. Bodemkwaliteitskaart gemeente Kapelle – actualisatie 2023; Marmos Bodemmanagement, 25 augustus 2023. 27. B. De werken langs de Westerschelde, de kust van Zeeuwsch-Vlaanderen en Walcheren Verbetering van de zeedijk van het waterschap "De Breede Watering bewesten Yerseke" op ZuidBeveland; Driemaandelijks bericht van de Deltawerken, nr. 9, blz 48-50, augustus 1959.

BKK Borsele

45/45

Eindrapport, 25 augustus 2023

Lewedorp Lewedorp

Heinkenszand Heinkenszand

Nieuwdorp Nieuwdorp

's 's Heer Heer Abtskerke Abtskerke

Nisse Nisse

's-Gravenpolder 's-Gravenpolder

's 's Heerenhoek Heerenhoek

Kwadendamme Kwadendamme Ovezande Ovezande Borssele Borssele

Hoedekenskerke Hoedekenskerke

Driewegen Driewegen

Baarland Baarland Oudelande Oudelande SCHAAL:

1:50.000 (op A3)

DATUM: 28-03-2022

BIJLAGE:

1

Begrenzing bodembeheergebied

PROJECT:

P21-07

Bodemkwaliteitskaart gemeente Borsele

OPDRACHTGEVER:

Gemeente Borsele

Ellewoutsdijk Ellewoutsdijk

Bodemopbouw Bovenste 120 cm, op basis van Stiboka-kaart klei met zware tussenlaag of ondergrond klei op fijn zand lichte klei met homogeen profiel zavel met homogeen profiel zand zand (ophooglaag) niet gekarteerd

Quarlespolder Quarlespolder ingepolderd ingepolderd 1949 1949

SCHAAL:

1:50.000 (op A3)

DATUM: 05-04-2022

BIJLAGE:

2

Bodemopbouw volgens Stiboka-kaart

PROJECT:

P21-07

Bodemkwaliteitskaart gemeente Borsele

OPDRACHTGEVER:

Gemeente Borsele

ingepolderd ingepolderd halverwege halverwege 20e 20e eeuw eeuw

Ouderdom bebouwing woonwijk < 1900 woonwijk 1900-1940 woonwijk 1940-1960 woonwijk 1960-1980 woonwijk 1980-heden bedrijfsterrein vm. bedrijfsterrein

Lewedorp Lewedorp

Heinkenszand Heinkenszand

Nieuwdorp Nieuwdorp gesloopt gesloopt

SCHAAL:

1:25.000 (op A3)

DATUM: 05-04-2022 's 's Heerenhoek Heerenhoek BIJLAGE:

3A

Bebouwingsgeschiedenis

PROJECT:

P21-07

Bodemkwaliteitskaart gemeente Borsele

OPDRACHTGEVER:

Gemeente Borsele

Ouderdom bebouwing woonwijk < 1900 woonwijk 1900-1940 woonwijk 1940-1960 woonwijk 1960-1980 woonwijk 1980-heden bedrijfsterrein vm. bedrijfsterrein

Heinkenszand Heinkenszand 's 's Heer Heer Abtskerke Abtskerke

's-Gravenpolder 's-Gravenpolder

Nisse Nisse

SCHAAL: Ovezande Ovezande

1:25.000 (op A3)

DATUM: 05-04-2022

Kwadendamme Kwadendamme

BIJLAGE:

3B

Bebouwingsgeschiedenis

PROJECT:

P21-07

Bodemkwaliteitskaart gemeente Borsele

Hoedekenskerke Hoedekenskerke Driewegen Driewegen

OPDRACHTGEVER:

Gemeente Borsele

Ovezande Ovezande

Borssele Borssele

Driewegen Driewegen

SCHAAL:

1:25.000 (op A3)

DATUM: 05-04-2022

BIJLAGE:

3C

Bebouwingsgeschiedenis

PROJECT:

P21-07

Bodemkwaliteitskaart gemeente Borsele

OPDRACHTGEVER:

Gemeente Borsele

Ouderdom bebouwing woonwijk < 1900 woonwijk 1900-1940 woonwijk 1940-1960 woonwijk 1960-1980 woonwijk 1980-heden bedrijfsterrein vm. bedrijfsterrein

Ellewoutsdijk Ellewoutsdijk

Ovezande Ovezande

Kwadendamme Kwadendamme

Hoedekenskerke Hoedekenskerke

Driewegen Driewegen

Baarland Baarland Oudelande Oudelande

Ellewoutsdijk Ellewoutsdijk

SCHAAL:

Ouderdom bebouwing woonwijk < 1900 woonwijk 1900-1940 woonwijk 1940-1960 woonwijk 1960-1980 woonwijk 1980-heden bedrijfsterrein vm. bedrijfsterrein

1:25.000 (op A3)

DATUM: 05-04-2022

BIJLAGE:

3D

Bebouwingsgeschiedenis

PROJECT:

P21-07

Bodemkwaliteitskaart gemeente Borsele

OPDRACHTGEVER:

Gemeente Borsele

Ouderdom (voormalige) boomgaarden gebaseerd op oude topografische kaarten boomgaard in 1936, niet in 1960 (boomgaardperiode 1) boomgaard in 1936 EN in 1960 (boomgaardperiode 2) boomgaard in 1960, niet in 1936 (boomgaardperiode 3) boomgaard (niet eerder dan) in 1970 (boomgaardperiode 4) boomgaard (niet eerder dan) in 1984 (boomgaardperiode 4b)

SCHAAL:

1:25.000 (op A3)

DATUM: 05-04-2022

BIJLAGE:

4A

Ligging (voormalige) boomgaarden

PROJECT:

P21-07

Bodemkwaliteitskaart gemeente Borsele

OPDRACHTGEVER:

Gemeente Borsele

Ouderdom (voormalige) boomgaarden gebaseerd op oude topografische kaarten boomgaard in 1936, niet in 1960 (boomgaardperiode 1) boomgaard in 1936 EN in 1960 (boomgaardperiode 2) boomgaard in 1960, niet in 1936 (boomgaardperiode 3) boomgaard (niet eerder dan) in 1970 (boomgaardperiode 4) boomgaard (niet eerder dan) in 1984 (boomgaardperiode 4b)

SCHAAL:

1:25.000 (op A3)

DATUM: 05-04-2022

BIJLAGE:

4B

Ligging (voormalige) boomgaarden

PROJECT:

P21-07

Bodemkwaliteitskaart gemeente Borsele

OPDRACHTGEVER:

Gemeente Borsele

SCHAAL:

1:25.000 (op A3)

DATUM: 05-04-2022

BIJLAGE:

4C

Ligging (voormalige) boomgaarden

PROJECT:

P21-07

Bodemkwaliteitskaart gemeente Borsele

OPDRACHTGEVER:

Gemeente Borsele

Ouderdom (voormalige) boomgaarden gebaseerd op oude topografische kaarten boomgaard in 1936, niet in 1960 (boomgaardperiode 1) boomgaard in 1936 EN in 1960 (boomgaardperiode 2) boomgaard in 1960, niet in 1936 (boomgaardperiode 3) boomgaard (niet eerder dan) in 1970 (boomgaardperiode 4) boomgaard (niet eerder dan) in 1984 (boomgaardperiode 4b)

SCHAAL:

1:25.000 (op A3)

Ouderdom (voormalige) boomgaarden gebaseerd op oude topografische kaarten boomgaard in 1936, niet in 1960 (boomgaardperiode 1) boomgaard in 1936 EN in 1960 (boomgaardperiode 2) boomgaard in 1960, niet in 1936 (boomgaardperiode 3) boomgaard (niet eerder dan) in 1970 (boomgaardperiode 4) boomgaard (niet eerder dan) in 1984 (boomgaardperiode 4b)

DATUM: 05-04-2022

BIJLAGE:

4D

Ligging (voormalige) boomgaarden

PROJECT:

P21-07

Bodemkwaliteitskaart gemeente Borsele

OPDRACHTGEVER:

Gemeente Borsele

Marmos . Bodemmanagement

BIJLAGE 5: NIET REPRESENTATIEVE RAPPORTEN/ANALYSES In aanvulling op onderstaande lijst zijn de volgende analysegegevens niet meegenomen bij de statistische berekeningen: - alle analyses uit rapporten met onderzoekstypes SO (saneringsonderzoek), SP (saneringsplan), SE (saneringsevaluatie) - alle individuele olie-analyses (monsters die alleen zijn geanalyseerd op minerale olie)

A buitengebied en woonwijken > 1960

Zone

Rapportcode (NZ0654 + …) 8 9 10 11 13 14 15 16 18 19 20 21 22 23 24 25 27 29 30 31 32 34 36 38 40 45 48 81

BKK gemeente Borsele

naam / adres rapport

Plaats

Torenstraat Prinses Wilhelminastraat Kolewiegenhoek Maaiklinkstraat Commejansstraat Haagdijk Langeweg Gerbernesseweg Emmastraat Patrijzenpad Werrilaan 30 Werrilaan 6 Molendijk Westdijk Zwanestraat Eendvogelstraat Kasteelhoekstraat Ridderhofstraat Uithofstraat Wildemanshoekseweg 7 Postweg Grevelingenstraat Diaconielaan Hugo Kostenhoekstraat Mauritsstraat 's-Heerenhoeksedijk Hellenburgstraat Stenevate

Baarland Baarland Baarland Driewegen Ellewoutsdijk 's-Gravenpolder 's-Gravenpolder 's-Heer Abtskerke 's-Heerenhoek 's-Heerenhoek 's Heerenhoek 's Heerenhoek 's-Heerenhoek Heinkenszand Heinkenszand Heinkenszand Hoedekenskerke Kwadendamme Kwadendamme Oudelande Lewedorp Lewedorp Nisse Oudelande Ovezande 's-Heerenhoek Oudelande Heinkenszand

Toelichting (+ niet representatieve boringen / monsters) Tenzij anders vermeld is het hele rapport niet meegerekend Ouderdom rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde Ouderdom rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde Ouderdom rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde Ouderdom rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde Ouderdom rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde Ouderdom rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde Ouderdom rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde Ouderdom rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde Ouderdom rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde Ouderdom rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde Ouderdom rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde Ouderdom rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde Ouderdom rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde Ouderdom rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde Ouderdom rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde Ouderdom

rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde Ouderdom rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde Ouderdom rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde Ouderdom rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde Ouderdom rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde Ouderdom rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde Ouderdom rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde Ouderdom rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde Ouderdom rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde Ouderdom rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde Ouderdom rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde Ouderdom rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde lokale verontreiniging met diverse metalen. Verdachte locatie, niet representatief voor buitengebied

1

15 november 2022

Marmos . Bodemmanagement

A buitengebied en woonwijken > 1960

Zone

Rapportcode (NZ0654 + …)

naam / adres rapport

Plaats

113

Stelleweg

Heinkenszand

122

Lenshoekdijk 3

's Gravenpolder

123

Lenshoekdijk 3

's Gravenpolder

128 129 135 142 164 165 166 167 168 173 179 180 181

Postweg 6 Postweg 6 Coudorp Kalootstraat Joosthuipjesdijk P J Isra¿lweg Langepolderweg Weeldijk Kapuinhoekweg Oude Rijksweg Zeedijk Ganzepoelweg Groenedijk

Lewedorp Lewedorp Nieuwdorp Borssele Borssele Oudelande Baarland 's-Gravenpolder Hoedekenskerke Borssele Hoedekenskerke Hoedekenskerke Driewegen

184

Nassauweg 23

's Heerenhoek

185

Nassauweg 23

's Heerenhoek

188 200 212 234 253 254

Nassauweg Stelleplas Heinkenszandseweg 22 Zuiddijk 1 Nieuwstraat Nieuwstraat

's-Heerenhoek Heinkenszand 's Heerenhoek Baarland Ovezande Ovezande

257

Nieuwstraat 5

Ovezande

268 276 281 319

Willem Tellpad Prins Bernhardstraat Van der Poest Clementstr Nieuwkamersedijk 3

Ovezande Nieuwdorp Nisse Heinkenszand

BKK gemeente Borsele

Toelichting (+ niet representatieve boringen / monsters) Tenzij anders vermeld is het hele rapport niet meegerekend verhoogde concentratie PAK en olie ter plaatse van pad (door bodemvreemd materiaal van verharding pad?) (mengmonster 69+70+71+72+73+74+75 op vervallen) lokale verontreiniging metalen en PAK; locatie ligt op kaart 1910 nog in 's Gravenpoldersche Weel, mogelijk dempingsmateriaal uitsplitsing verhoogd mengmonster uit voorgaand ondz. locatie ligt op kaart 1910 nog in 's Gravenpoldersche Weel, mogelijk dempingsmateriaal nader onderzoek met alleen PAK-analyses gronddepot met verhoogde PAK-concentraties waterbodemonderzoek Ouderdom rapport: monstername 0-1,5 m-mv en hoge detectiegrenzen > Achtergrondwaarde stortplaats (onderzoek in kader van VOS) voormalige stortplaats stortplaats (onderzoek in kader van VOS) stortplaats (onderzoek in kader van VOS) stortplaats (onderzoek in kader van VOS) stortplaats (onderzoek in kader van VOS) stortplaats (onderzoek in kader van VOS) stortplaats (onderzoek in kader van VOS) stortplaats (onderzoek in kader van VOS) Nader onderzoek lokale verontreiniging koper,\lood en zink door puin in bovengrond, inmiddels gesaneerd Nader onderzoek lokale verontreiniging koper,\lood en zink door puin in bovengrond, inmiddels gesaneerd verhoogd PAK-gehalte door puin in grond, 1mengmonster vervallen (1+2) Monsteromschrijving "aanvulgrond" dus

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13524132/1