12.67 GGD Begroting 2025
Tekst van het document
Door deze samenvoeging is op provinciaalniveau verbinding tussen gezondheid en sociaal domein ontstaan. Veilig Thuis wordt gefinancierd vanuit het Macrobudget Jeugd en via het CZW-bureau, middels een structurele subsidie (Decentralisatie Uitkering Vrouwenopvang/DUVO) vanuit het subsidieprogramma Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang. Deze gelden ontvangt de (centrum)gemeente Vlissingen voor de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Om blijvend in te kunnen zetten op het terugdringen van de maatschappelijke impact blijft financiering toekomstig noodzakelijk. Organisatie Veilig Thuis Zeeland is het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Vanuit deze rol levert Veilig Thuis een bijdrage aan het doorbreken van onveilige situaties en het stoppen van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Iedereen, of je nu slachtoffer, pleger, omstander of professional bent, kan bij Veilig Thuis terecht voor informatie, advies of ondersteuning. Daar waar nodig doet Veilig Thuis onderzoek. Veilig Thuis voert de (wettelijke) taken uit zoals deze zijn vastgelegd in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (art. 4) en de Jeugdwet (art. 7) alsmede het handelingsprotocol. Concreet valt hierbij te denken aan de uitvoering van taken zoals de radar-, onderzoeks- en monitoringsfunctie.
Middels een versterking van de ketensamenwerking en de inregeling van korte samenwerkingslijnen investeert Veilig Thuis, samen met de ketenpartners, in een vroegtijdige signalering. Dit om escalaties in onveilige situaties, zoals geweld, mishandeling, verwaarlozing of misbruik, te voorkomen of te stoppen en doorbreken. Cijfers Afgelopen jaren zijn zowel het aantal adviezen als meldingen bij Veilig Thuis Zeeland sterk toegenomen, terwijl de capaciteit niet of nauwelijks is toegenomen. Zo is er in 2022 een stijging van 8% van het aantal adviesvragen waar te nemen ten opzichte van 2021; in 2023 (3183) zagen we een stijging van 14% (2787) t.o.v. 2022. Het aantal meldingen in 2022 waren met 17% gestegen ten opzichte van 2021, in 2023 (2383) zijn het aantal meldingen met 20% gestegen t.o.v. 2022 (1990). Daarnaast is ook het aantal vervolgdiensten in 2022, als gevolg van de toenemende multiproblematiek en complexiteit in zaken, met 18% toegenomen ten opzichte van 2021. In 2023 zagen we echter een daling van 12% t.o.v. 2022. Mogelijke oorzaken hiervoor zijn het aantal (toenemende) crisissituaties en problemen die opspelen bij de monitoring (toetsen van de veiligheidsafspraken die gemaakt zijn), die voorrang krijgen op nieuwe zaken.
Daarnaast hebben we binnen het subteam Onderzoek en Ondersteuning in 2023 een relatief groot verloop gezien aan personeel, waardoor we niet op sterkte waren en het inwerken van nieuwe collega's tijd in beslag nam die ten koste ging van productie. In 2022 hebben we door een aantal ingezette interventies de doorlooptijden kunnen verbeteren. In 2023 konden we de gestaag verder stijgende wachtlijsten echter niet doen afnemen, aangezien de instroom structureel hoger bleef dan de uitstroom. 20
Toekomstige ontwikkelingen Veilig Thuis Zeeland De jaarlijkse verhoging aan instroom van meldingen en adviesaanvragen, bij een nagenoeg gelijkblijvende capaciteit, is één van de grootste oorzaken van de oplopende wachtlijsten. Daarnaast zien we een toenemende complexiteit in de casuïstiek (die er voorheen ook was maar die we nu beter kunnen zien) zoals de domein overstijgende problemen naast het huiselijk geweld of kindermishandeling. Voorbeelden daarvan zijn verslaving, problemen met huisvesting en schuldenproblematiek. Verder speelt een rol de toegenomen kennis over thema’s als intiem terreur, trauma/hechtingsproblematiek en eer gerelateerd geweld en de daarmee gepaard gaande afstemming met zorgaanbieders en intern benodigde deskundigheidsbevordering. Een andere oorzaak betreft een vertraagde overdracht binnen het lokale netwerk en oplopende wachtlijsten bij zorgaanbieders, waardoor we soms langer betrokken blijven in casuïstiek dan nodig en daarom overbruggingshulp aanbieden. Om duurzaam wachtlijstvrij te worden, wettelijke termijnen te halen, met goede kwaliteit en een acceptabele werkdruk, is het nodig om de capaciteit uit te breiden. Daarmee kan de achterstand weggewerkt worden om vervolgens mee te draaien in de reguliere productie. Hiermee kunnen we de doorlooptijd van veiligheidsbeoordeling houden op de wettelijke termijn van vijf werkdagen per melding (i.p.v.
de huidige vijf weken) en van vervolgdiensten op tien weken. Tevens gaan we aan de slag met een wachtlijstbeheer methodiek, waarbij we ook frequente rapportage over de wachtlijst (per gemeente) en stokkende overdrachten naar lokale teams/gemeenten willen bespreken op basis van een logistieke monitor. Wachtlijstvrij werken en verbeteren van de doorstroom vraagt niet alleen om extra capaciteit maar vergt ook intensievere en andersoortige interventies, waardoor inzet van gedragswetenschappers en forensisch verpleegkundigen/vertrouwensartsen in de toekomst vaker dienen te worden benut en nauwe samenwerking met gemeenten nodig is. Landelijke ontwikkelagenda’s en programmalijnen Toekomstig dient Veilig Thuis Zeeland (in opdracht van de VNG, het ministerie van VWS en Justitie en Veiligheid) ook uitvoering te blijven geven aan landelijke ontwikkelagenda’s en programmalijnen. Zo omvat het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming een voorstel voor de verbeterde aanpak van de jeugdbeschermingsketen, waarvoor wij in 2023 aan de proeftuin Ieder1 hebben deelgenomen en waarbij we (samen met lokale teams/gemeenten, GI’s en RvK) als beproevende regio verder gaan vanaf april 2024.
De ontwikkelagenda genaamd ‘Veiligheid Voorop’ richt zich op een vroegtijdige afstemming tussen de zorg- en strafketen (samen met ketenpartners als OM, Politie, RvK, GGZ) bij bijvoorbeeld stalking, (vermoeden van) strafbare kindermishandeling en complexe casuïstiek. Daarnaast dient er blijvend geïnvesteerd te worden op het eerder in beeld brengen van huiselijk geweld en kindermishandeling; het stoppen en duurzaam oplossen en de kennis- en expertise deling omtrent specifieke doelgroepen zoals ouderenmishandeling, eer gerelateerd geweld, femicide, complexe echtscheidingen en seksueel geweld. Deze elementen worden onder andere opgenomen in de uitwerking van een hernieuwde Zeeuwse regiovisie voor 2025 en onder de aandacht gebracht van de dertien gemeenten en bestuurders uit Zeeland. Veilig Thuis
2025
2026
2027
2028
Personele kosten Beleid en kwaliteit
414.100
414.000
414.100
414.400
Materiële lasten Beleid en kwaliteit
109.600
109.600
109.600
109.600
Personele kosten Advies en Meldingen
1.135.600
1.135.600
1.135.600
1.135.600
Personele kosten Ondersteuning en onderzoek (OOT) Materiële lasten OOT
1.521.000
1.521.000
1.521.000
1.521.000
50.100
50.100
50.100
50.100
Personele lasten procesondersteuning
190.500
190.500
190.500
190.500
-1.722.000
-1.722.000
-1.722.000
-1.722.000
Opbrengsten
Veilig Thuis valt geheel in taakveld 6.2 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen en wordt verdeeld op basis van het macrobudget. 21
1.1.3. Programma Inkoop Jeugdhulp Zeeland Voorjaar 2024 werd op voorspraak van de accountant van de GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland, op basis van o.a. de geactualiseerde notitie rechtmatigheid van de Commissie BBV, de verwerkingswijze voor de lasten van jeugdhulp gewijzigd. Dat heeft tot gevolg dat de lasten voor jeugdhulp niet langer in de begroting van de GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland worden verwerkt maar in de begrotingen van de deelnemende gemeenten. Daarom treft u in de voorliggende begroting voor het bedrijfsonderdeel Jeugd alleen Uitvoeringskosten IJZ en Taskforce Jeugd aan. Deze andere wijze van verwerken vraagt om een andere wijze van accountantscontrole waardoor die kosten naar verwachting met € 26.000 zullen stijgen. Op 26 januari 2024 heeft de Bestuurscommissie Jeugd besloten de (raam)overeenkomsten voor de inkoop van jeugdhulp nog een laatste keer met één jaar te verlengen. De voorbereiding op de aanbesteding voor de nieuwe overeenkomsten die op 1 januari 2026 moeten ingaan is in volle gang. Voor de ondersteuning van die aanbesteding is in 2024 € 75.000 extra budget nodig die wordt meegenomen in de Bestuursrapportage 2024. In 2025 is daarnaast nog € 135.000 benodigd. Dit zijn incidentele lasten.
Het onderzoek naar samenvoeging van de inkoop van jeugdhulp met de inkoop van beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang (BW/MO/VO) en de daarbij gewenste governance is op het moment van het opstellen van de begroting bijna afgerond. Medio 2024 wordt besluitvorming verwacht. Ter voorbereiding op een eventuele ‘fusie’ zijn de functies van de huidige medewerkers op een eenduidige manier beschreven. Een deel van de functies was namelijk niet beschreven of niet meer actueel. Vooruitlopend op de formele vaststelling van de functiebeschrijvingen en -waarderingen is de verwachting dat de salariskosten met € 83.000 zullen toenemen. Op 15 december 2023 heeft het AB ingestemd met een begrotingswijziging van € 130.000 voor elk van de jaren 2024 en 2025 om de toegestane formatie met 1,5 fte te kunnen verhogen. Het gaat om 1 fte junior contractmanager en 0,5 fte business analist. Rentebaten zijn niet eerder opgenomen in de begroting voor IJZ. De rentebaten over 2023 bedroegen ongeveer € 715.000. In de Bestuursrapportage 2024 wordt voorzichtigheidshalve voorgesteld rentebaten op te nemen voor een bedrag van € 500.000. Er wordt voorgesteld datzelfde bedrag op te nemen in de begroting 2025 en verder. Uitvoeringskosten IJZ (LASTEN)
2025
2026
2027
2028
Bijdragen deelnemers begroting 2024
1.667.400
1.667.400
1.667.400
1.667.400
Mutatie 2e begrotingswijziging 2024
130.000
0
0
0
Subtotaal bijdragen voor VZG-richtlijn
1.797.400
1.667.400
1.667.400
1.667.400
70.100
65.000
65.000
65.000
1.867.500
1.732.400
1.732.400
1.732.400
Verwerkingswijze lasten jeugdhulp
26.000
26.000
26.000
26.000
Externe begeleiding aanbesteding
135.000
Eenduidig functiebeschrijving/waardering Totaal
83.000
83.000
83.000
83.000
2.111.500
1.841.400
1.841.400
1.841.400
VZG-richtlijn 2025 (3,9%) Subtotaal na inflatiecorrectie
22
Uitvoeringskosten IJZ (BATEN)
2025
2026
2027
2028
Bijdragen deelnemers begroting 2024
0
0
0
0
Mutatie o.b.v. 2e begrotingswijziging 2024 Subtotaal bijdragen voor VZG-richtlijn
0
0
0
0
0
0
0
0
VZG-richtlijn 2025 (3,9%)
0
0
0
0
Subtotaal na inflatiecorrectie
0
0
0
0
Rentebaten
500.000
500.000
500.000
500.000
Totaal
500.000
500.000
500.000
500.000
Taskforce Jeugd (LASTEN)
2025
2026
2027
2028
Bijdragen deelnemers begroting 2024
317.800
317.800
317.800
317.800
Mutatie o.b.v. 2e begrotingswijziging 2024 Subtotaal bijdragen voor VZG-richtlijn
0
0
0
0
317.800
317.800
317.800
317.800
VZG-richtlijn 2025 (3,9%)
12.400
12.400
12.400
12.400
Totaal na inflatiecorrectie
330.200
330.200
330.200
330.200
1.1.4.Overhead en kostentoerekening Bij de bepaling van de kosten van overhead is uitgegaan van de notitie overhead van de commissie BBV zoals die vastgesteld is in juni 2016. De kosten van overhead vallen, tenzij anders vermeld, onder taakveld 0.4 Overhead en worden omgeslagen per inwoner. Dit betreft de overheadskosten sec van de GGD. 1.1.4.1. Leidinggevenden Om de basis op orde te krijgen is de managementlaag structureel uitgebreid. Het MT in de breedte versterkt en er is een teamleiderslaag ingericht. Dit leidt structureel tot hogere personele kosten. Verband houdend met de beweging van zelforganisatie naar lijnsturing is tevens sprake van een andere toewijzing van het teambudget en de attentieregeling als onderdeel van de materiëlelasten (102.000). In de begrotingswijziging 2023 is een PM post opgenomen voor het verbeteren van het management informatiesysteem. Het begrote bedrag hiervoor is 70.000. De inschatting is dat dit leidt tot 45.000 aan structurele kosten. Algemene kosten Personele kosten Materiële lasten Afschrijvingen Totaal
2025 1.415.200 188.600 24.100 1.627.900
2026 1.325.489 188.600 24.100 1.538.189
23
2027 1.325.489 188.600 24.100 1.538.189
2028 1.325.489 188.600 24.100 1.538.189
1.1.4.2. Staffuncties Omschrijving
2025
2026
2027
2028
Personele kosten: Ondersteuning bestuur en directie (1)
858.400
810.200
810.200
810.200
FG
64.700
64.700
64.700
64.700
Control
182.500
182.500
182.500
182.500
Financiën
413.200
413.200
413.200
413.200
HRM
610.200
610.200
610.200
610.200
Communicatie
239.100
239.100
239.100
239.100
Informatie en automatisering
635.100
635.100
635.100
635.100
Facilitair
449.300
449.300
449.300
449.300
Frontoffice
197.200
197.200
197.200
197.200
Secretariaat
276.200
276.200
276.200
276.200
Kwaliteit
289.900
289.900
289.900
289.900
Ondernemingsraad (2)
103.200
103.200
103.200
103.200
Ziektevervanging (3)
355.600
355.600
355.600
355.600
Materiële lasten (4) Afschrijvingen (5)
2.360.000
2.360.000
2.360.000
2.360.000
186.200
PM
PM
PM
Opbrengsten (6)
-353.100
-353.100
-353.100
-353.100
(1) In 2025 is in de som een bedrag van 48.181 opgenomen voor twee tijdelijke projectleiders. Omdat dit incidentele lasten betreft zijn deze in 2026 en verder niet meegenomen in de telling en komt deze (afgerond) lager uit. (2) Ondernemingsraad: sprake is van 11 OR leden waarvan er voor 2024 slechts 7 zijn begroot. Dit is een gevolg van COVID: door forse toename van het personeel is de OR, in lijn daarmee, uitgebreid. Van toepassing is de Wet op Ondernemingsraden: OR leden worden benoemd voor de daaraan gekoppelde bijbehorende termijn. Hiernaast is nog sprake van een ambtelijke secretaris. (3) Ziektevervanging, sprake is van een hoog ziekteverzuim percentage. (4) Zie nadere toelichting materiële lasten. (5) Betreft afschrijvingen ICT ten bate van de organisatie als geheel. (6) De opgenomen opbrengsten betreffen de doorbelasting IJZ voor het afnemen van diensten op het gebied van Bedrijfsvoering (169.500) en (vaste) rentebaten lening UG GGE (183.600). Ad (4) Materiële lasten In de materiële lasten zijn o.m. de algemene kosten inbegrepen voor de gehele organisatie, gedacht kan worden aan huishoudelijke kosten, porto, opleiding en training, kosten t.b.v. verzekering, accountantsdienst, bankkosten, licenties, beveiliging e.d.. Kosten voor werving- en selectie blijven hoog gezien de krapte op de arbeidsmarkt en meerdere moeilijk invulbare vacatures (specialistische functies).
Door de hoge inflatie zijn de materiële kosten toegenomen. In principe wordt bij het begroten de VZG-norm toegepast. Dit is niet realistisch omdat sprake is van een hogere inflatie en doorbelasting door leveranciers dan deze norm. Voor een aantal onderdelen is wel rekening gehouden met deze hogere inflatie zoals voor het uitvoeren van de loonadministratie (+ 20.000 hoger na aanbesteding), kosten mobiele telefoon (+ 25.000). Dit omdat deze meerkosten al bekend zijn.
24
1.1.4.3. Materiële baten en lasten Hierbij inbegrepen en nader toegelicht: Huisvesting Westwal Zowel de huur als de schoonmaakkosten stijgen harder dan de VZG-index. De huur omdat de CPI-index is afgesproken. De schoonmaakkosten zijn aangepast o.b.v. realisatie incl. BTW. Rentebaten GGD heeft een geldlening uitstaan aan de GGE. De rentebaten zijn een vast bedrag en vallen in het taakveld 0.5 Treasury. Centraal opleidingsbudget Het budget voor OTO (Opleiden, Trainen en Oefenen) is toegevoegd aan het taakveld Veiligheid.
25
1.1.5. Algemene dekkingsmiddelen De paragraaf Algemene dekkingsmiddelen toont, conform artikel 8 BBV, welke middelen gebruikt worden om de doelen te realiseren, naast de middelen die een rechtstreeks verband houden met de uitgaven. In 2025 delen we voor het eerst onze begroting in naar taakvelden conform de IV3. Dat houdt ook in dat we onze dekkingsmiddelen koppelen aan die taakvelden. Dit komt tot uiting in de verdeling over gemeenten. Dekkingsmiddelen 2025 De dekkingsmiddelen 2025 zijn als volgt opgebouwd: 2024
GGD Structureel
Eindsaldo begrotingsjaar 2023
GGD Incidenteel
21.307.384
BW 2023-1 BoO projectleiders (heel 2024)
GGD totaal 0
179.390
BW 2023—loonkosten fasering
163.566
BW 2022-5 Prenataal bezoek, mut tov '23
25.595
Subtotaal
21.496.545
179.390
VZG norm 2024 3.4% over het subtotaal
730.883
6.099
Compensatie tbv VT voor niet-index CZW
183.010
Compensatie JGZ aanvullende diensten
229.185
Subtotaal
22.639.623
Compensatie P/M verhouding 78/22 Totaal begroting 2024 2025 Eindsaldo begrotingsjaar 2024
GGD Structureel 22.684.902
22.825.112
185.489
22.870.391
GGD incidenteel
GGD Totaal 0
40.950
BW 2023-1 BoO projectleiders (3 mnd)
46.372 22.725.852
VZG norm 2025, 3,9% over het subtotaal Totaal begroting 2025
185.489
45.279 22.684.902
BW 2022-5 Prenataal bezoek, mut tov '24 Subtotaal
21.675.935
46.372
22.772.224
886.308
1.809
23.612.160
48.181
23.660.341
Vanaf 2025 nieuwe onderdelen: EVS (verplichting vanuit de wet)
27.609
BW 2023-2 applicatiekosten
8.000
BW 2023-1 BoO als PM benoemd: Managementinformatiesysteem Compensatie P/M verhouding 82.4/17.6
45.000 106.684
Totaal toevoegingen 2025
187.293
0
187.293
23.799.453
48.181
23.847.634
Totaal begroting 2025
Aan de dekkingsmiddelen zijn ten opzichte van 2024 de volgende componenten toegevoegd: Verhalen lasten verplichting elektronisch voorschrijf systeem: In de Nederlandse zorg is elektronisch voorschrijven verplicht, ook voor artsen van de GGD. Deze lasten vallen voor de GGD onder de AGZ, en bedragen voor 2025 27.609. Het betreft structurele lasten die we niet met andere opbrengsten kunnen dekken, we rekenen deze daarom door aan de deelnemende gemeenten. Dit is in lijn met de afspraken zoals genoemd in paragraaf 3.2 van het rapport ‘Afspraken over samenwerken met gemeenschappelijke regelingen in Zeeland’ van juli 2022. Het betreft hier structurele lasten. Hierbij is in eerste instantie wel gekeken of er ruimte zat in materiële lasten op andere systemen binnen de AGZ, echter we hebben geconstateerd dat licentiekosten in 2023 veelal hoger zijn gestegen dan de VZG-norm 26
op materiële lasten. Vanuit ICT wordt ook de komende jaren een fors hogere kostenpost verwacht door prijsstijgingen (aflopende contracten) waardoor er geen mogelijkheid is om de benodigde € 27.609 uit eigen middelen te bekostigen. Hierbij kan ook worden vermeld dat het sluitend krijgen van de begroting 2025 binnen de GR GGD al de nodige inspanning heeft gevraagd. Het onverminderd strak sturen op kosten maakt dat er op dit moment geen onnodige speelruimte in de begroting is opgenomen. Applicatiekosten In begrotingswijziging 2023-2 (prenataal huisbezoek) was opgenomen dat vanaf 2025 8.000 euro kosten (structureel) voor een applicatie nodig zouden zijn. Managementinformatiesysteem In begrotingswijziging 2023-1 Basis op Orde is aangegeven dat we een managementinformatiesysteem nodig hebben. Dit was als PM post benoemd. Managementinformatie is nodig om te kunnen sturen en te beheersen wat nu onvoldoende mogelijk is. Dit betreft zowel financiële stuurinformatie, als stuurinformatie op het gebied van HR. De stuurinformatie wordt verder uitgebouwd in 2025, ook ten behoeve van het primaire proces. Compensatie P/M verhouding De verhouding Personeel/Materieel is steeds bepaald door te kijken naar de verhouding in het jaar voorafgaand aan de begroting. Dit levert het volgende beeld: 2023 verhouding 2024 verhouding Personele lasten (inclusief inhuur)
18.510.444
78
24.005.073
82.4
Materiele lasten
5.175.957
22
5.139.068
17.6
Totaal
23.686.401
100
29.144.141
100
Om tot de berekende compensatie te komen is de volgende berekening gemaakt VZG-richtlijn 2025 o.b.v. regulier 3.9% 22.725.852 (*) VZG-richtlijn o.b.v. bijstelling P/M
22.725.852
3.9 % 4.4 %
Extra bijdrage
893.884 1.000.568 106.684
* Bedrag is het subtotaal structureel 2025 Verdeling over inwoneraantal De Algemene dekkingsmiddelen komen vanuit de dertien Zeeuwse gemeenten. Afhankelijk van het bestedingsdoel (het taakveld), wordt er een verdeelsleutel gemaakt van het totaal aantal inwoners, naar inwoners in de leeftijdsgroep 0 tot 19 jaar of naar het macrobudget. Daarbij is aangehouden wat de verdeling was zoals opgegeven door de Rijksoverheid in de meicirculaire van 2023. Voor het samenstellen van deze begroting is dit de meest recente. inwoners
0-19
macro
Borsele
22.847
5,91%
4.566
6,48%
40.405.610
7,70%
Goes
38.950
10,07%
6.902
9,80%
88.224.095
10,26%
Hulst
27.533
7,12%
4.435
6,30%
55.691.662
6,48%
Kapelle
13.020
3,37%
2.781
3,95%
22.035.569
2,56%
Middelburg
49.199
12,72%
9.394
13,34%
110.659.340
12,87%
Noord-Beveland
7.668
1,98%
1.084
1,54%
16.187.287
1,88%
Reimerswaal
22.920
5,93%
5.550
7,88%
42.277.520
4,92%
Schouwen-Duiveland
34.152
8,83%
5.735
8,14%
67.618.999
7,87%
Sluis
23.141
5,98%
3.518
5,00%
48.251.907
4,92%
Terneuzen
54.501
14,09%
9.146
13,01%
119.959.857
13,96%
27
Tholen
26.401
6,83%
5.740
8,15%
51.085.009
5,94%
Veere
21.850
5,65%
3.981
5,65%
35.413.747
4,12%
Vlissingen
44.585
11,53%
7.574
11,53%
161.739.187
18,82%
Totaal
386.767
70.424
859.549.788
1.1.6.Onvoorzien en Vennootschapsbelasting Conform de financiële verordening (artikel 4 lid 8) is 15.000 opgenomen als post onvoorzien. Dit valt in taakveld 0.8 overige baten en lasten. De lasten voor de Vennootschapsbelasting worden geschat op 6.600. Deze lasten vallen in taakveld 0.9 Vennootschapsbelasting.
28
1.2.
DE PARAGRAFEN
1.2.1. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Met kapitaalgoederen worden voor de GGD alle materiële duurzame productiemiddelen bedoeld. GGD Zeeland heeft geen immateriële vaste activa. Investeringen; afschrijvingstermijnen en vervanging GGD Zeeland houdt bij aanschaf van kapitaalgoederen rekening met het eventueel vervangen van de kapitaalgoederen op termijn (vervangingsschema), zodat dit bij vervanging (over het algemeen) niet leidt tot hogere, onvoorziene lasten. In 2022 is een begin gemaakt met het verder detailleren van benodigde herinvesteringen om zo te komen tot een realistisch meerjarig investeringsplan. Kapitaalgoederen worden lineair afgeschreven; de afschrijvingstermijnen zijn vermeld in de financiële verordening. Onderhoud gebouw Westwal Goes Van het gebouw aan de Westwal in Goes heeft de GGD het juridisch eigendom. De Stichting GGE heeft het economisch eigendom. De GGE is verantwoordelijk voor het onderhoud en heeft in verband hiermee een bestemmingsreserve onderhoud gevormd. Eind 2023 en begin 2024 wordt een bestuurlijke verkenning uitgevoerd naar huisvesting GGD/RUD/VRZ. De uitkomst hiervan wordt voorjaar 2024 verwacht. Er is in de begroting 2025 en verder geen rekening gehouden met de impact van een eventueel ander scenario dan de Westwal.
1.2.2. Paragraaf Bedrijfsvoering De GGD wil een toekomstbestendige wendbare en solide organisatie zijn die een actieve bijdrage levert aan de wettelijke- en maatschappelijke Zeeuwse GGD opgaven. Sprake is van een (structurele) financiering om de basis op orde te krijgen en te houden. Om het op orde te krijgen en te borgen vergt meerdere jaren. Naast structuur geldt dat juist ook de cultuur de nodige aandacht moet krijgen. Sprake is van een extra besturingslaag sinds 2023, maar ook van het invullen van bepaalde functies, het werken aan (het blijven) voldoen aan naleving van wet- en regelgeving, het versterken van de P&C cyclus (jaarplannen, risicomanagement, managementinformatie, soft controls, HR cyclus), strategische personeelsplanning, processen op orde etc. Door de wijziging van de besturingsfilosofie van zelfsturing naar lijnsturing, het toevoegen van een leidinggevende laag van teamleiders en structurele invulling van het MT wordt er gewerkt aan: ▪ ▪ ▪ ▪
De professional/teams worden dusdanig ondersteund zodat zij meer toekomen aan primaire vakinhoudelijke taken; Aandacht voor functioneren en ontwikkeling van medewerkers en verbinding binnen en tussen teams, binnen de doelen van de GGD Zeeland organisatie; Effectieve teams, die zich gezien en gewaardeerd voelen en met plezier in hun werk in staat worden gesteld vraag-, doel- en resultaatgericht te functioneren; Vanuit doelmatigheid: meer grip op resultaatgericht werken en betere (integrale) sturing op de programmabegroting (inhoud, kwaliteit, geld).
Inzet personeel 29
Voor 2025 staat de volgende formatie begroot: Programmalijn Crisisorganisatie Algemene gezondheidszorg Jeugdgezondheidszorg Veilig Thuis Bedrijfsvoering Subtotaal GGD Zeeland Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland Totaal
Aantal fte 1.05 50.62 114.57 34.75 58.15 259.14 15.28 274.42
Opmerkingen
Waarvan 2 fte tijdelijk 1/4/2023-31/3/2025 Waarvan 1,5 fte tijdelijk voor 2024 en 2025
In 2024 is gestart met de HR-cyclus waarbij o.m. aandacht op medewerkersniveau is voor kennis, competenties, vitaliteit en werkplezier. Om meer in te kunnen spelen op de toekomstige personele behoefte in kwantitatieve en kwalitatieve zin wordt in 2024 Strategische Personeelsplanning opgepakt wat zijn uitwerking in 2025 gaat krijgen. Inhuur derden Op dit moment wordt er niet apart begroot voor inhuur van derden Wel is sprake van een ‘potje’ ziektevervanging. Voor ziektevervanging binnen bedrijfsvoering, ondersteuning, bestuur en directie en AGZ is een jaarlijks budget beschikbaar wat ingezet kan worden waar dit nodig blijkt. Het bedrag is gebudgetteerd bij HRM. Voor JGZ geschiedt dit via een begrote flexpool. Inhuur van derden wordt in de toekomst anders en uniform ingericht beter passend bij enerzijds de werkelijke situatie (er is immer sprake van inhuur) en anderzijds beter te monitoren en te beheersen. Ziekteverzuim Onderstaande tabel laat het ziekteverzuimpercentage van de gehele GGD zien in het jaar 2023. Met name bij de afdeling Bedrijfsvoering, waar de bezetting al niet op orde is, is deze aan de hoge kant door langdurige uitval. Omdat de bezetting niet op orde is wordt nog meer werkdruk ervaren. Het percentage is hoger dan het gemiddelde percentage in overheidsland.
In het jaarplan 2024 wordt voorzien in een plan van aanpak ziekteverzuim teneinde de percentages terug te dringen. Maand % ziekteverzuim Januari 7,31 Februari 8,13 Maart 8,65 April 7,55 Mei 7,01 Juni 5,27 Juli 4,90 Augustus 5,64 September 5,88 Oktober 6,81 November 6,85 December 8,19 Algemene Verordening Gegevensbescherming De Functionaris Gegevensbescherming is sinds januari 2024 direct gepositioneerd onder de DPG in lijn met gedane aanbevelingen n.a.v. de uitgevoerde audit door een externe partij. Ook de komende jaren is het uitvoeren van audits opgenomen. Verder geldt dat de bezetting nog niet op orde is t.a.v. dit onderdeel. Met name het ontbreken van essentiële juridische kennis maakt dat inhuurkosten op dit onderdeel noodzakelijk
30
zijn. Delen van de taken worden nu bij diverse functionarissen belegd welke hiertoe niet of onvoldoende zijn opgeleid/getraind. Wet Open Overheid Op 1 mei 2022 is de Wet Open Overheid (WOO) in werking getreden. De wet is bedoeld om overheden en semi overheden transparanter te maken en moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed is. De implementatie van de WOO is één onderdeel waarbij drie wetten in samenhang en projectmatig moeten worden geïmplementeerd. Naast de WOO betreft het de Wet Elektronische Publicaties (WEP) en de Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer (WMEBV). De drie wetten hebben onderling diverse raakvlakken. Bij de 1e begrotingswijziging zijn middelen beschikbaar gesteld om een inhaalslag te maken zodat we voldoen aan wet- en regelgeving en ook het mitigeren van risico’s voldoende aandacht krijgt. In 2024 dienen hiervoor de nodige stappen te worden gezet. Ook hiervoor geldt dat stappen nog moeten worden gezet door het ontbreken van noodzakelijke juridische kennis en projectleiders hiervoor. Incidenten zijn tot nu beperkt gebleven. In 2024 worden de nodige inspanningen gedaan om implementatie van deze relevante wet- en regelgeving te kunnen realiseren.
31
Organogram
Organogram GGD Zeeland, december 2023 Een helder organogram en daarmee een overzichtelijke organisatiestructuur is een voorwaarde om de lijnsturing binnen een organisatie vorm te geven. In het organogram is te zien dat GGD Zeeland bestaat uit vier onderdelen: Algemene Gezondheidszorg (AGZ), Jeugdgezondheidszorg (JGZ), Veilig Thuis en de teams die bijdragen aan de bedrijfsvoeringsprocessen. Deze teams vormen samen het onderdeel Bedrijfsvoering.
32
Organogram IJZ, versie 0.4. Rechtmatigheidsverantwoording In het AB is besloten dat de GR een basis ambitieniveau (niveau 1) heeft voor de jaren 2023 tot en met 2025, waarbij we als verantwoordingsgrens 3% van het lastentotaal inclusief dotaties aan reserves hanteren, en indien relevant, afwijkingen vanaf 1% in de paragraaf bedrijfsvoering toelichten indien het bestuurlijk relevante onderwerpen betreft.
33
1.2.3. Paragraaf Financiering Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van gemeenschappelijke regelingen niet hoger mag zijn dan 8,2% van het begrotingstotaal, met een minimum van 300.000. De uitkomst is verwerkt onder het onderdeel Kengetallen in paragraaf 1.2.4. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Renterisiconorm GGD Zeeland heeft geen leningen met een looptijd van 1 jaar of langer, zodat geen toetsing plaatsvindt op de renterisiconorm.
1.2.4. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risicomanagement is een vast onderdeel van goed bestuur (Good Governance) en een belangrijk middel om de continuïteit van de organisatie te waarborgen. Met deze paragraaf voldoen we ook aan de eisen van het BBV (artikelen 9 en 26). • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit • een inventarisatie van de risico’s 1) • het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s 1) 1) Risico’s moeten in dit verband worden opgevat als reële, doch niet altijd te kwantificeren, bedreigingen die, ook nadat maximale inspanningen zijn verricht om het optreden ervan te voorkomen, of de gevolgen ervan te verminderen, kunnen leiden tot uitgaven die niet begroot zijn. We nemen alleen risico's op waarvoor 25.000 of meer weerstandsvermogen noodzakelijk is. Weerstandsvermogen en beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is in artikel 11 BBV omschreven als ‘de middelen en mogelijkheden waarover een organisatie beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken’. Het geeft aan in welke mate de GGD in staat is om omvangrijke tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid aanzienlijk moet worden aangepast. Het gaat daarbij om de verhouding tussen de weerstandscapaciteit, ofwel de beschikbare (financiële) middelen die zonder ingrijpende beleidswijzigingen beschikbaar zijn, en de risico’s.
Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen moet de beschikbare weerstandscapaciteit afgezet worden tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De risico’s die GGD Zeeland loopt zijn bepalend voor de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit. Om deze te bepalen is het noodzakelijk om de risico’s te voorzien van een kwantificering van zowel kans als financiële gevolgen. Door de maximale gevolgen van de individuele risico’s bij elkaar op te tellen ontstaat een te negatief oordeel over het weerstandsvermogen. Immers, het is vrijwel zeker dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen. Daarnaast zal niet ieder risico zich maximaal voordoen. Tot slot is een aantal risico’s qua omvang en waarschijnlijkheid niet in te schatten. Voor 2025 zijn de volgende significante risico's benoemd: Risico 1. DUMO-budget Veilig Thuis
Toelichting Vanaf 2025 worden de middelen uit de Decentralisatie Uitkering Maatschappelijke Opvang (budget Vlissingen) door gedecentraliseerd naar alle Zeeuwse gemeenten. Vanuit dit budget (middels een subsidie via het CZW Bureau) wordt Veilig Thuis nu (prijspeil 2022) voor ca 1.687.500.000 (=53% van totale financiering CZW + gemeenten) gefinancierd. Gemeenten dienen opnieuw te beslissen op welke wijze zij de diensten vanaf 2025 willen financieren. Indien de financiering stopt is het risico dat de bedrijfsvoering en dienstverlening bij Veilig Thuis niet kan worden voortgezet en dat daarbij personeel moet afvloeien met bijbehorende kosten. 34
2. Verplicht eigen risicodrager
3. Claims niet voldoen wetgeving (AVG, Archiefwet, WOO) 4. Beschikbaarheid arbeidskrachten/ kosten inhuur
5. Medisch beroepsrisico
Werkgevers in de sector Overheid en Onderwijs zijn verplicht eigenrisicodrager voor de Werkloosheidswet (WW). Als eigenrisicodrager voor de WW betaalt GGD de kosten van de WW-uitkering, als (ex)-werknemers werkloos worden. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt is dit risico 10% lager ingeschat dan voorheen. Claims als gevolg van implementatie nieuwe wetgeving (bv. AVG, WOO) of extra onvoorzienbare kosten als gevolg van implementatie nieuwe wetgeving (bv. Archiefwet). Door de basis verder op orde te brengen zou dit risico in de komende jaren aanzienlijk moeten verminderen. Beschikbaarheid arbeidskrachten en uitval in die gevallen waarin slechts één persoon bepaalde werkzaamheden verricht en krapte op de arbeidsmarkt, leiden tot hogere kosten in verband met inhuur van extern personeel. Omdat vanuit de eerste begrotingswijziging 2023 een budget beschikbaar is voor ziektevervanging kan dit risico relatief laag ingeschat kan worden. Medisch beroepsrisico kosten juridische bijstand. Meegenomen in de afweging is het risico op incidenten en de heersende maatschappelijke moraal.
6. Juridische procedures
Risico op (juridische) procedures, onder meer bij aanbestedingstrajecten en arbeidsgeschillen en geschillen bij toepassing overige wetgeving.
7. WNRA
Invoering WNRA in 2020 waardoor in voorkomende gevallen een transitievergoeding verschuldigd is bij ontslag.
8. Cyberattack/ uitval ICT
Ransomware of een andere externe aanval op de ICT-infrastructuur met financiële schade en langdurige uitval van diensten tot gevolg.
9. CAO stijging/ VRZ
In de begroting 2024 is uitgegaan van een loonstijging van 3,4%; de VZG-norm. De werkelijke loonkostenstijging als gevolg van CAO vanaf 2024 of een wijziging van pensioenpremie zal hiervan afwijken. Een nadelig verschil van 1% over 23.232.288 (de loonsom) is meegenomen als risico.
10. FG
Forensische geneeskunde, uiteenvallend in Forensisch medisch expertise, lijkschouw en arrestantenzorg, is door de krapte op de arbeidsmarkt lastig in te vullen. Bij het opstellen van deze begroting is GGD nog in onderhandeling over met name die arrestantenzorg. Indien dit contract niet afgesloten wordt, zal dat invloed hebben op de bijdrage van forensische geneeskunde in de totaalbegroting van de GGD. Inkooporganisatie jeugd: Juridische procedures bij aanbestedingsdocumenten en maatwerkovereenkomsten IJZ.
11. IJZ: juridische procedures 12. Gezonde Schoolaanpak
De Gezonde School-aanpak biedt scholen handvatten bij het bevorderen van een gezonde leefstijl en het welzijn van leerlingen. Dit is een van de belangrijkste pijlers binnen het preventieve aanbod (advisering op gebied van gezondheid) vanuit de GGD. Het is van belang dat dit aanbod doorloopt zodat expertise en draagvlak behouden blijft. Vanaf juli 2022 is de financiering voor randvoorwaardelijke werkzaamheden t.b.v. de Gezonde-school aanpak (deels) vervallen. Dit betekent dat de inzet vanuit landelijke financiering niet volledig kostendekkend maar afhankelijk van het aantal scholen dat deelneemt en het aantal uren dat scholen afnemen van de GGD.
Bovengenoemde risico's zijn als volgt gekwantificeerd: Nr.
Verkorte omschrijving
Kans
Impact
1.
DUMO budget Veilig Thuis
10%
1.687.000
35
Benodigd 168.700
2.
Verplicht eigen risicodrager
40%
100.000
40.000
3.
Claims niet voldoen wetgeving (AVG, Archiefwet, WOO)
50%
500.000
250.000
4.
Beschikbaarheid arbeidskrachten/ kosten inhuur
40%
600.000
240.000
5.
Medisch beroepsrisico
20%
150.000
30.000
6.
Juridische procedures
20%
200.000
40.000
7.
WNRA
60%
75.000
45.000
8.
Cyberattack/ uitval ICT
10%
500.000
50.000
9.
CAO stijging/ VRZ
70%
232.322
162.200
10.
Forensische Geneeskundige diensten
50%
400.000
200.000
11.
IJZ: juridische procedures
5%
1.000.000
50.000
12.
Gezonde School-aanpak
90%
44.500
40.050
Totaal benodigde weerstandscapaciteit
1.315.950
Beschikbare weerstandscapaciteit Voor de begroting 2025 is het uitgangspunt dat de algemene reserve en overige reserves van de GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland (exclusief IJZ) eind 2023 een restantsaldo hebben van: Eigen vermogen GGD (excl. IJZ)
31-12-2023
Algemene Reserve
791.307
Bestemmingsreserves
3.296.440
Nog te bestemmen resultaat (*)
2.579.636
Totaal eigen vermogen
6.667.383
(*) wordt bepaald door het AB medio 2024 wat de resultaatbestemming wordt Weerstandsvermogen Weerstandsvermogen: geeft de verhouding weer tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen bedraagt: 1.315.950/ 6.667.383= 0,2 Kengetallen De minister van Binnenlandse Zaken heeft in mei 2015 besloten dat kengetallen deel uitmaken van de paragraaf Weerstandsvermogen. Provincies, gemeenten en Gemeenschappelijke Regelingen dienen vanaf 2015 in deze paragraaf inzicht te geven in de volgende kengetallen: -
Netto schuldquote; Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; Solvabiliteitsratio; Grondexploitatie (niet van toepassing voor GGD Zeeland); Structurele exploitatieruimte; Belastingcapaciteit (niet van toepassing voor GGD Zeeland).
Kengetallen Solvabiliteit Liquiditeit ratio Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd
31-122023 36% 1,3% 22,4% 12,6% 36
31-122024 36% 1,3% 20,0% 11,0%
31-122025 36% 1,2% 18,5% 9,9%
31-122026 36% 1,2% 18,5% 9,9%
31-122027 36% 1,2% 18,2% 9,6%
31-122028 37% 1,2% 17,9% 9,3%
Ruimte kasgeldlimiet (omvang kostenbegroting) bedragen x 1.000
4.835
4.931
5.513
5.502
5.398
5.309
Toelichting: Solvabiliteitsratio: geeft aan in welke mate we aan onze financiële verplichtingen kunnen voldoen: het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves en het resultaat uit de baten en lasten (exclusief mutatie reserves). In het VNG-rapport Houdbare gemeentefinanciën worden de volgende labels gehanteerd voor het begrip solvabiliteitsratio: Solvabiliteitsrato <20% >20% en <30% >30% •
• •
•
het bezit is zeer zwaar belast met schulden(het signaal staat op rood) het signaal staat op oranje het signaal staat op groen
De liquiditeit ratio laat zien of tegenover de korte termijnschulden (vlottende passiva) voldoende vlottende activa (vorderingen) en liquide middelen staan. Een ratio van 1,5 wordt over het algemeen beschouwd als financieel gezond. Netto schuldquote: deze indicator toont de verhouding van de netto schulden tot de totale baten. Hoe hoger het percentage, hoe meer externe financiering; een laag percentage is gunstig. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekt leningen deze indicator toont de verhouding van de netto schulden gecorrigeerd voor verstrekte leningen tot de totale baten. Hoe hoger het percentage, hoe meer externe financiering; een laag percentage is gunstig. Structurele exploitatieruimte: een getal gelijk aan of groter dan 0 betekent dat de structurele baten groot genoeg zijn om de structurele lasten te dekken.
1.2.5. Paragraaf Verbonden partijen Verbonden Partijen zijn in het Besluit ‘Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten’ gedefinieerd als: privaat- of publiekrechtelijke organen, waarin de provincie of gemeente (c.q. Gemeenschappelijke Regeling) een bestuurlijk en financieel belang heeft. GGD Zeeland heeft geen verbonden partijen.
37
2. FINANCIELE BEGROTING EN MEERJARENRAMING
38
2.1. Uitgangspunten voor de begroting De meerjarenraming 2025-2028 in deze begroting wordt in constante prijzen geraamd, dat wil zeggen dat de baten en lasten niet meerjarig worden geïndexeerd. Hierop zijn enkele uitzonderingen en onderdelen die nadere toelichting verdienen. Deze worden hieronder benoemd. Loonkosten Loonkosten worden begroot op basis van formatie. Dit is structurele formatie, tenzij anders benoemd. De loonkosten 2025 zijn als volgt tot stand gekomen: •
Voor GGD: P * Q: formatie maal gemiddelde loonkosten per januari 2024 van de goedgekeurde begroting 2024: vacatures zijn begroot tegen eind schaal.
•
voor IJZ: P * Q; formatie maal loonkosten eind schaal; rekening houdend met de in januari 2024 bekende periodieke verhogingen en bekende aanpassingen in premies.
De uitkomst is in eerste instantie verhoogd met 4.9 %; de VZG-richtlijn voor het opstellen van de personeelslasten in de begroting 2025. GGD rekent met gemiddelde loonkosten omdat GGD een jaarlijks budget heeft om vervanging bij ziekte, zwangerschapsverlof en ouderschapsverlof op te vangen. IJZ heeft een dergelijk budget niet en dekt de kosten uit de (financiële) vacatureruimte in de begroting. Voorjaar 2024 werd op voorspraak van de accountant de verwerkingswijze voor de lasten van jeugdhulp gewijzigd. Dat heeft tot gevolg dat de lasten voor jeugdhulp niet langer in de begroting van de GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland worden verwerkt maar in de begrotingen van de deelnemende gemeenten. Daarom treft u in de voorliggende begroting voor het bedrijfsonderdeel Jeugd alleen Uitvoeringskosten IJZ en Taskforce Jeugd aan. Materiële lasten Het totale materiële budget voor de begroting 2025 is in eerste instantie bepaald door de goedgekeurde primaire begroting 2024 aangevuld met de door het AB goedgekeurde begrotingswijzigingen 2024 te verhogen met 2%; de VZG- richtlijn voor de materiële lasten voor het opstellen van de begroting 2025. Daarna is per post de afweging gemaakt of de werkelijke uitgaven en ontwikkelingen aanpassing tot een hoger of lager bedrag noodzakelijk maken. Indien nodig, is de post aangepast.
Uitzonderingen op deze methodiek zijn de rentebaten van de geldlening aan de GGE: dat is een vast percentage en dus niet geïndexeerd. Afschrijvingen Afschrijvingslasten starten in het eerste jaar na het jaar waarin de investering plaatsgevonden heeft. Afschrijvingslasten zijn in de exploitatie toegerekend aan de afdelingen waarop de gedane investeringen betrekking hebben. Tot en met begroting 2023 werden de afschrijvingslasten gebaseerd op de staat van activa. In 2022 is een inhoudelijke verbeterslag gemaakt waar het gaat om het meerjarig investeringsplan. Dit heeft gevolgen voor de afschrijvingen. Deze lijn is doorgezet. Notitie overhead De commissie BBV heeft in december 2023 een herziene notitie overhead uitgegeven. De GGD zal de regels vanuit die notitie gaan volgen met ingang van de begroting 2026. Voor deze begroting is nog uitgegaan van de notitie overhead van 2016.
39
Verdeling over de deelnemende gemeenten Voor de verdeling van de lasten over de deelnemende gemeenten, is voor de GGD uitgegaan van de verdeling van het Gemeentefonds zoals door het Rijk in maart 2023 is vastgesteld. IJZ gaat voor de jeugdhulp die niet toe te rekenen is aan een van de individuele gemeenten (zoals collectieve voorzieningen) uit van een verdeelsleutel die is gebaseerd op het gemiddelde van de macrobudgetten 2015 tot en met 2018. Hiervoor is gekozen omdat vanaf 2019 geen sprake meer is van macrobudgetten Jeugd. De verdeelsleutel is als volgt: Gemeente
Verdeelsleutel
Borsele
5,63%
Goes
9,83%
Kapelle
2,68%
Noord-Beveland
2,22%
Reimerswaal
6,03%
Schouwen-Duiveland
7,41%
Tholen
7,46%
Middelburg
16,01%
Veere
3,95%
Vlissingen
12,73%
Hulst
6,44%
Sluis
4,59%
Terneuzen
15,02%
Totaal
100,00%
40
2.2. Totaaloverzicht van baten en lasten Totaaloverzicht GGD per programma, inclusief meerjarenraming. Negatieve bedragen zijn baten en positieve bedragen zijn lasten. Voor dit overzicht worden de artikelen 17 en 27 BBV gevolgd. Baten en positieve resultaten zijn met een negatief getal weergegeven. 2025 GGD Overstijgend: Crisisorganisatie Baten Personele lasten Materiële lasten Saldo crisisorganisatie 1.1.1 Algemene gezondheidszorg Baten Personele lasten Materiële lasten Afschrijving (*) Saldo algemene gezondheidszorg 1.1.2 Jeugdgezondheidszorg Baten Personele lasten Materiële lasten Afschrijving (*) Saldo Jeugdgezondheidszorg 1.2 Veilig Thuis Baten Personele lasten Materiële lasten Saldo Veilig Thuis 1.1.3 Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (IJZ) Bijdragen deelnemende gemeenten Uitvoeringskosten IJZ (lasten) Uitvoeringskosten IJZ (baten) Taskforce Jeugd (lasten) Saldo IJZ 1.1.4 Overhead Baten Personele lasten Materiële lasten Afschrijvingen (*) Saldo Overhead 1.1.5 Algemene dekkingsmiddelen Dekkingsmiddelen structureel Dekkingsmiddelen incidenteel Saldo dekkingsmiddelen 1.1.6 Onvoorzien en VpB Onvoorzien Vennootschapsbelasting Saldo onvoorzien en VpB Totaal saldo van baten en lasten
2026
2027
2028
-40.000 148.800 88.400 197.200
-40.000 148.800 88.400 197.200
-40.000 148.800 88.400 197.200
-40.000 148.800 88.400 197.200
-3.952.500 5.662.900 880.100 12.400 2.602.900
-3.952.500 5.662.900 880.100 11.700 2.602.200
-3.952.500 5.662.900 880.100 11.200 2.601.700
-3.952.500 5.662.900 880.100 10.300 2.600.800
-530.700 10.056.800 1.386.400 54.800 10.967.300
-530.700 10.056.800 1.386.400 57.300 10.969.800
-530.700 10.056.800 1.386.400 52.600 10.965.100
-530.700 10.056.800 1.386.400 23.500 10.936.000
-1.722.000 3.261.200 159.700 1.698.900
-1.722.000 3.261.200 159.700 1.698.900
-1.722.000 3.261.200 159.700 1.698.900
-1.722.000 3.261.200 159.700 1.698.900
-1.941.700
-1.671.600
-1.671.600
-1.671.600
2.111.500 -500.000 330.200 -
1.841.400 -500.000 330.200 -
1.841.400 -500.000 330.200 -
1.841.400 -500.000 330.200 -
-353.100 6.089.800 2.437.700 186.200 8.360.600
-353.100 6.041.619 2.437.700 132.000 8.258.219
-353.100 6.082.219 2.437.700 94.500 8.261.319
-353.100 6.082.219 2.437.700 89.900 8.256.719
-23.799.453
-23.799.453
-23.799.453
-23.799.453
-48.181 -23.847.181
-23.799.453
-23.799.453
-23.799.453
15.000 6.600 21.600 866
15.000 6.600 21.600 -51.534
15.000 6.600 21.600 -53.634
15.000 6.600 21.600 -88.234
41
(*) De hoogte van de afschrijvingen is afhankelijk van investeringen in eerdere jaren. Voor de jaren na 2025 zijn alleen bekende afschrijvingen meegenomen, zonder herinvesteringen. Onderscheid incidentele en structurele baten en lasten Baten in de taakvelden zijn structureel van aard; lasten volgen de baten. Vaak gaat het om subsidies en andere (rijks-) bijdragen die jaarlijks terugkeren, maar in omvang kunnen variëren. In de begroting 2025 zijn de volgende posten incidenteel van aard: - Loonkosten tijdelijke projectleiders vanuit de eerste begrotingswijziging 2023 Basis op Orde, in Overhead; t.w.v. 48.181
2.2.1. Toelichting op het overzicht van baten en lasten De verdeling van baten en lasten over de programmaonderdelen staat uitgebreid beschreven in de programmabegroting. Verdeling over taakvelden In 2023 is notie genomen van de BBV regels om baten en lasten over taakvelden te verdelen. GGD gebruikt de volgende taakvelden: •
•
•
• • •
•
•
Taakveld 0.4: Overhead In dit taakveld vallen alle kosten die drukken op de GGD als geheel, óf die benoemd zijn als kosten bedrijfsvoering/ overhead zoals uitgelegd in de ‘notitie overhead’ van de commissie BBV, versie 2016. De kosten worden omgeslagen op basis van inwoneraantal. Taakveld 0.5: Treasury Hieronder vallen alleen de rentebaten van de lening u.g. aan de GGE. Dit taakveld wordt omgeslagen op basis van inwoners. Taakveld 0.8: Overige baten en lasten Hieronder valt, conform BBV regels, de post onvoorzien. Dit taakveld wordt omgeslagen op basis van inwoners. Taakveld 1.1: Crisisbeheersing en Brandweer Hieronder valt de crisistaak van de GGD. Dit taakveld wordt omgeslagen op basis van inwoners. Taakveld 1.2: Openbare orde en veiligheid Hieronder valt forensische geneeskunde. Dit taakveld wordt omgeslagen op basis van inwoners. Taakveld 6.1: Samenhang en burgerparticipatie Hieronder vallen de toezichtstaken voor hygiëne infectie preventie en toezicht Wmo. Dit taakveld wordt omgeslagen op basis van inwoners. Taakveld 6.2: Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Hieronder vallen alle taken van Veilig Thuis, die omgeslagen worden conform het macrobudget, alsook Nu niet Zwanger, Meldpunt Advies en Bemoeizorg, omgeslagen over inwoners als integrale vroeghulp, omgeslagen over inwoners 0-19 jaar.
Taakveld 7.1: Volksgezondheid Het grootste deel van de taken van de GGD vallen onder dit taakveld. De taken vanuit de JGZ (bijvoorbeeld alle CB's, screeners, Rijksvaccinatieprogramma et cetera) worden omgeslagen over inwoners 0-19 jaar, de taken vanuit de AGZ (bijvoorbeeld SOA preventie, infectieziekte bestrijding, Technische hygiëne zorg etcetera) over alle inwoners.
42
In 2025 delen we voor het eerst nauwkeuriger in naar de taakvelden zoals die in de IV 3 staan. De baten en lasten zijn dan als volgt verdeeld: Nr.
Taakveld
Baten
0.4
Overhead
0.5
Treasury
0.8 0.9 1.1 1.2 6.1 6.2 7.1
-169.500
Personele lasten 6.089.800
Materiële Lasten 2.437.700
-183.600
-
Overige baten en lasten
-
Vennootschapsbelasting Crisisbeheersing en brandweer Openbare orde en veiligheid Samenhang en burgerparticipatie Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Volksgezondheid
Totaal
Afschrijvingen 186.200
Resultaat taakveld 8.544.200
-
-
-183.600
-
15.000
-
15.000
-40.000
148.800
6.600 88.400
-
6.600 197.200
-928.300
803.100
24.500
-
-100.700
-745.000
737.900
13.300
-
6.200
-2.359.500
3.910.700
202.000
-
1.753.200
-2.172.400 -6.598.300
13.529.200 25.219.500
2.186.400 4.973.900
67.200 253.400
13.610.400 23.848.500
2.2.2. Begrotingsresultaat 2025 - 2028 Het begrotingsresultaat 2025 is ingedeeld het nieuwe organogram volgend. Dit nieuwe organogram, gecombineerd met de indeling naar taakvelden, zorgt ervoor dat een vergelijking tussen begroting 2024 en begroting 2025 lastig te maken is. We hebben de volgende significante veranderingen gezien: Aan de lastenkant: • Taakveld 0.4 overhead (bedrijfsvoering) 447.200 hoger • Taakveld 6.2 samenkracht (m.n VT) 456.600 hoger • Taakveld 7.1 volksgezondheid 1.270.300 hoger Aan de batenkant • 886.300 hoger uit de VZG-norm; structurele verhoging van de bijdragen (afgeronde bedragen) • 49.000 uit eerder goedgekeurde BW's • 27.000 EVS verplichting • 45.000 managementinformatiesysteem vanuit de 1e BW 2023 Basis op Orde • 106.684 extra compensatie P/M verhouding Het begrotingstekort van 2025 ad €866,- verwachten we op te kunnen vangen
De jaren 2026 en later liggen nu niet ter goedkeuring voor. We verwachten een wijziging in de verdeling van de lasten, met als belangrijkste oorzaak de invoering van de nieuwe notitie overhead van de commissie BBV zoals die in december 2023 vastgesteld is. We verwachten verschuivingen in de lasten, met name van overhead naar primair proces. Daarnaast zijn de afschrijvingen alleen opgenomen op de tot nu toe bekende investeringen, wat de positieve resultaten voor 2026 en verder verklaart.
43
2.3. Uiteenzetting financiële positie 2.3.1 Geprognosticeerde begin en eindbalans Activa x 1.000 (GGD incl. IJZ)
31-122023
31-122024
31-122025
31-122026
31-122027
31-122028
709 2.623 3.332
917 2.623 3.540
1.075 2.623 3.698
1.135 2.623 3.758
1.334 2.623 3.957
1.553 2.623 4.176
46
46
46
46
46
46
2.101
2.101
2.101
2.101
2.101
2.101
12.540 219
12.333 219
12.175 219
12.167 219
12.063 219
11.974 219
Liquide middelen Overlopende activa
15 350 15.271
15 350 15.064
15 350 14.906
15 350 14.898
15 350 14.794
15 350 14.705
Totaal Activa
18.603
18.604
18.604
18.656
18.751
18.881
Passiva x 1.000 (GGD incl. IJZ)
31-122023
31-122024
31-122025
31-122026
31-122027
31-122028
791
701
701
701
701
701
3.296
3.296
3.296
3.296
3.296
3.296
2.580
2.670
2.670
2.722
2.817
2.947
6.667
6.667
6.667
6.719
6.814
6.944
108
108
108
108
108
108
11.050
11.050
11.050
11.050
11.050
11.050
779
779
779
779
779
779
11.937
11.937
11.937
11.937
11.937
11.937
18.604
18.604
18.604
18.656
18.751
18.881
Vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa
Vlottende activa Voorraden - vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen met rente typische looptijd korter dan één jaar: - overige vorderingen
Eigen vermogen Reserves Bestemmingsreserves Totaal nog te bestemmen en begrotingstekort
Voorzieningen Voorzieningen
Vlottende passiva Netto vlottende schulden met rente typische looptijd korter dan één jaar Overlopende passiva
Totaal Passiva Voorzieningen
44
Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen en gaan om te kwantificeren verplichtingen in de toekomst. GGD Zeeland kent de volgende voorzieningen: Voorziening spaarverlof Sinds 1 januari 2023 kunnen medewerkers verlofsparen: uit overwerkuren, bovenwettelijke vakantie uren of uit de voormalige verlof spaar mogelijkheid. Hiervoor is bij de jaarrekening 2022 voor het eerst een voorziening in het leven geroepen. De hoogte van deze voorziening op 31-12-2023 was 107.963. (31/12/2022: 108.252). Bronnen van spaarverlof kunnen zijn: bovenwettelijk verlof, overwerkvergoeding, gekochte bovenwettelijke uren, verlofuren uit onregelmatig werken en beschikbaarheidsdiensten. Deze bronnen leiden niet automatisch tot spaarverlof doch slechts na een actieve handeling van de medewerker. De dotatie is de opbouw van het spaarverlof. De onttrekking is de daadwerkelijke (deel)opname van het verlof en/of evt. (deel)uitbetaling bij uitdienst treden. De voorziening is op het niveau van medewerker bepaald en wordt niet contant gemaakt. Voor het tarief (waarmee het aantal verlofuren wordt vermenigvuldigd) wordt uitgegaan van het bruto uurloon op waarderingsdatum verhoogd met sociale lasten.
2.3.2. Geprognosticeerde EMU-saldo (2024 t/m 2027) 31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
1 (+) Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c).
90.000
0
52.400
95.101
2 (+) Afschrijvingen ten laste van de exploitatie.
248.414
253.431
201.017
158.215
455.840
410.855
260.634
357.409
-117.426
-157.424
-7.217
-104.093
3 (+) Bruto dotatie aan voorzieningen ten laste van de exploitatie. 4 (-) Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd. 5 (+) Ontvangen bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overige die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4 6 (+) Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Opbrengsten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs) voor zover niet op exploitatie verantwoord 7 (-) Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan) 8 (+) Grondverkopen: Verkoopopbrengsten van grond (tegen verkoopprijs) voor zover transacties niet op de exploitatie verantwoord 9 (-) Betalingen ten laste van de voorzieningen. 10 (-) Betalingen die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten. 11 Verkoop van aandelen: 11a Gaat u deelnemingen en aandelen verkopen? (ja/nee) 11b (-) Zo ja wat is bij verkoop de te verwachten boekwinst? Berekend EMU-saldo
45
2.4.
Investeringsplan 2024-2027
Om beter te kunnen sturen en meer grip te hebben op de investeringen, is eind 2022 begonnen met een verbeterslag als het gaat om voorgenomen investeringen. Noodzakelijke duurzame productiemiddelen zijn per onderdeel beoordeeld op noodzakelijke (her)investeringen. Er ligt nu voor ICT en een groot deel van JGZ (de CB's) een gedetailleerd meerjarig investeringsplan. Deze verfijning in bedrijfsvoering is in 2023 verder doorgetrokken en wordt nog verder doorontwikkeld. In de loop van 2024 zullen we dan ook een nota ‘investeringen, waarderingen en afschrijvingen’ opstellen om te voldoen aan de eisen die in de financiële verordening staan, te voldoen. Binnen ICT zien we een ontwikkeling van aanschaf/bezit naar inhuur/dienstverlening, met als gevolg lagere kapitaallasten en hogere exploitatielasten. Dit is met elkaar verrekend. De investeringen in materiële vaste activa worden gedaan onder beheer van Facilitair. Daar worden de grootste aanpassingen gedaan in het verbeteren van het investeringsplan voor de JGZ (de consultatiebureaus), waar we toe willen werken naar meerjarige onderhoudsplannen voor elk consultatiebureau.
2.4.1. Meerjarig investeringsplan In het meerjarig investeringsplan zijn geplande investeringen opgenomen. Met deze begroting willen we de investeringskredieten voor 2025 vastleggen, conform artikel 5 lid 2 van de financiële verordening. Er zijn geen individuele investeringen groter dan 100.000. Bedragen die in dit overzicht deze grens overschrijden, zijn ontstaat door het clusteren van investeringen. Organisatieonderdeel
Levensduur
2024*
2025
2026
2027
2028
AGZ
10 jaar
15.000
-
-
-
-
ICT kort **
2 jaar
59.857
30.000
60.000
59.857
60.000
ICT lang ***
4 jaar
265.926
145.195
74.244
75.562
183.521
JGZ lang
10 jaar
3.827
68.340
41.940
28.190
21.890
JGZ kort
4 jaar
31.797
74.700
37.950
138.600
37.950
Doorontwikkeling website
5 jaar
20.000
-
-
-
-
JGZ kort
2 jaar
-
26.220
18.300
29.300
26.220
Bedrijfsvoering niet ICT
10 jaar
51.504
66.400
28.200
24.900
13.200
455.840
410.855
260.634
357.409
342.781
Totaal
* ** ***
2024 ligt als begrotingsjaar niet voor, maar is voor de volledigheid toegevoegd. Telefoons worden in 2 jaar afgeschreven, de herinvestering is op basis van vervanging. Deze bedragen kunnen daarom in 2025 en later lager uitvallen dan begroot. Hardware wordt in 4 jaar afgeschreven, maar de ontwikkelingen gaan snel. Bedragen van 2026 en later zijn dan ook een indicatie.
2.4.2. Geprognosticeerde afschrijvingen Bij een prognose van investeringen horen ook afschrijvingen. In 2022 is een nadere onderverdeling gemaakt naar afdelingen waar de investeringen – en dus ook de afschrijvingen – betrekking op hebben. Dit met name om bij markttaken te kunnen komen tot een nog beter marktconform tarief.
Afschrijvingen ICT AGZ Bedrijfsvoering – niet ICT JGZ
2025 162.110 12.362 24.137 54.822 46
2026 107.910 11.657 24.137 57.313
2027 70.349 11.175 24.137 52.555
2028 66.482 10.274 23.346 23.476
Totaal afschrijvingen
253.431
201.017
158.215
123.577
* Apparatuur ICT heeft een korte levensduur: 2 tot 4 jaar. Bijgaand afschrijvingsplan gaat uit van een volledige herinvestering na afschrijving. Vermoedelijk is dat niet noodzakelijk.
47
2.5. Stand en verloop van de reserves en voorzieningen In onderstaande overzichten komt tot uiting wat de stand van de reserves is/was, en welke toevoegingen en onttrekkingen gepland zijn. Dit betreft de cijfers van de GGD excl. IJZ
Eigen vermogen geconsolideerd
31-12-2023
31-12-2022
Algemene Reserve
791.307
475.943
Bestemmingsreserves
3.296.440
3.244.469
Gerealiseerde resultaat
2.579.636
713.875
Totaal eigen vermogen
6.667.383
4.434.287
Algemene Reserve verloopoverzicht
Saldo 1-1-2023
Bestemming saldo 2022
Toevoeging 2023
Onttrekking 2023
Saldo 31-12-2023
Algemene Reserve
475.943
515.541
200.177
791.307
Totaal Algemene Reserve
475.943
515.541
-
200.177
791.307
Bestemming saldo 2022
Toevoeging 2023
Onttrekking 2023
Saldo 31-12-2023
Bestemmingsreserve verloopoverzicht (GGD)
Saldo 1-1-2023
Saldireserve Markttaken
252.761
Saldireserve Gemeentelijke Projecten Bestemmingsreserve huisvesting Goes Transformatiefonds
368.483
252.761 51.971
420.454
2.623.225
2.623.225
Vaart in Veiligheid J&V Doorbraakmethode
-
Totaal Bestemmingsreserve
3.244.469
Gerealiseerd resultaat
Saldo 1-1-2023
51.971
3.296.440
Bestemming saldo 2022
Toevoeging 2023
-713.875
2.579.636
2.579.636
-
-
Gerealiseerd resultaat boekjaar GGD Gerealiseerd resultaat boekjaar IJZ Gerealiseerd resultaat boekjaar geconsolideerd.
713.875
713.875
-713.875
Eigen vermogen geconsolideerd
31-12-2024
31-12-2023
Algemene Reserve
701.307
791.307
Bestemmingsreserves
3.296.440
3.296.440
Nog te bestemmen resultaat
2.669.636
2.579.636
Totaal eigen vermogen
6.667.383
6.667.383
48
2.579.636
Onttrekking 2023
-
Saldo 31-12-2023
2.579.636
Algemene Reserve verloopoverzicht
Saldo 1-1-2024
Bestemming saldo 2023
Toevoeging 2024
Onttrekking 2024
Saldo 31-12-2024
Algemene Reserve
791.307
-
-
90.000
701.307
Totaal Algemene Reserve
791.307
-
-
90.000
701.307
Bestemming saldo 2023
Toevoeging 2024
Onttrekking 2024
Saldo 31-12-2024
Bestemmingsreserve verloopoverzicht (GGD) Saldireserve Markttaken Saldireserve Gemeentelijke Projecten Bestemmingsreserve huisvesting Goes Transformatiefonds Vaart in Veiligheid Doorontwikkeling Expertiseteam Jeugdhulp Zeeland Totaal Bestemmingsreserve
Gerealiseerd resultaat
Saldo 1-1-2024 252.761
252.761
420.454
420.454
2.623.225
2.623.225
-
-
3.296.440 Saldo 1-1-2024
-
2023
Nog te bestemmen resultaat 2023 GGD Nog te bestemmen resultaat 2022 IJZ Totaal nog te bestemmen
2.579.636
-
Eigen vermogen geconsolideerd
31-12-2025
31-12-2024
Algemene Reserve
701.307
701.307
Bestemmingsreserves
3.296.440
3.296.440
Nog te bestemmen resultaat
2.669.636
2.669.636
Totaal eigen vermogen
6.667.383
6.667.383
Algemene Reserve verloopoverzicht
Saldo 1-1-2025
2.579.636
-
-
-
3.296.440
Toevoeging 2024
Onttrekking 2024
Saldo 31-12-2024
90.000
-
2.669.636
-
90.000
-
2.669.636
Bestemming saldo 20232024
Toevoeging 2025
Onttrekking 2025
Saldo 31-12-2025
Algemene Reserve
701.307
-
-
-
701.307
Totaal Algemene Reserve
701.307
-
-
-
701.307
Bestemming saldo 20232024
Toevoeging 2025
Onttrekking 2025
Saldo 31-12-2025
Bestemmingsreserve verloopoverzicht (GGD) Saldireserve Markttaken Saldireserve Gemeentelijke Projecten Bestemmingsreserve huisvesting Goes
Saldo 1-1-2025 252.761
252.761
420.454
420.454
2.623.225
2.623.225
49
Transformatiefonds Vaart in Veiligheid Doorontwikkeling Expertiseteam Jeugdhulp Zeeland Totaal Bestemmingsreserve
Gerealiseerd resultaat
-
-
3.296.440 Saldo 1-1-2025
-
2023-2024
Nog te bestemmen resultaat 2023-2024 GGD Nog te bestemmen resultaat 2023 IJZ Totaal nog te bestemmen