CConstaterende datBorsele
Koppel je AI →
Document · PDF

11.7 GSP s-Gravenpolder

Besluitvormende raadsvergadering 7 juli 2022, gemeente BorseleBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de dorpsplannen voor het Groenstructuurplan Borsele (portefeuille wethouder Witkam)14.190 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GROENSTRUCTUURPLAN BORSELE 2018-2038

UITWERKING

‘S-GRAVENPOLDER

Colofon OPG E STE LD DOOR

Bosch Slabbers Landschapsarchitecten; Hans Eshuis, Jan van Minnebruggen, Rosie Brader OP DRACHTG EVE R

Gemeente Borsele; afdeling woonomgeving D AT U M

april 2018

TUIN - EN LANDSCHAPSARCHITECTEN

•2•

B OS C H

S LAB B E R S

INHOUDSOPGAVE 1. 1.1

INLEIDING Inleiding

7

2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

KARAKTERISTIEK VAN ‘S-GRAVENPOLDER Geogenese en bodem Landschap en natuurlijke vegetatie Ruimtelijke opbouw Ontwikkelingen Huidige groenstructuur

10 10 12 23 23

3. ANALYSE 3.1 Analyse huidig openbaar groen

32

4.WENSBEELD 4.1 Ambitie groenstructuur 4.2 Beheerniveaus, groenzonering 4.3 Ambitie biodiversiteit 4.4 Ambitie klimaatadaptatie

42 50 54 58

5. ACTIEPLAN 5.1 Investeringsraming

66

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

‘S-G RAVE N P OLDE R

•3•

•4•

B OS C H

S LAB B E R S

1. INLEIDING

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

‘S-G RAVE N P OLDE R

•5•

GROENSTRUCTUURPLAN GEMEENTE BORSELE

GROENBEHEER GROENSTRUCTUUR start

0 meing werkpakketen groenbeheer

start evaluaie doelstellingen GSP en inventarisaie thema’s

startnoiie uitgangspunten en doelstellingen

concept basisdocument groenbeleid terugkoppeling

pilot ruimtelijke uitwerking 2 kernen

deiniief basisdocument groenbeleid opstellen ruimtelijke uitwerkingen 13 kernen

figuur 1.1: schema proces Groenstructuurplan en Pilot Ruimtelijke Uitwerking

•6•

B OS C H

S LAB B E R S

adaptatie genoemd. In de Ruimtelijke Uitwerking wordt middels een ambitiekaart aangeduid hoe het openbaar groen kan bijdragen aan het verminderen van de effecten van toenemende extreme neerslag en hitte. Een verdere inhoudelijke verdieping van de thema’s biodiversiteit en klimaatadaptatie is te vinden in het Basisdocument Groenbeleid, net zoals de beschrijving van het algemene groenbeleid.

1.1 INLEIDING Aanleiding en doelstelling In 2016 is een start gemaakt met het actualiseren van het Groenstructuurplan van de gemeente Borsele, dat dateert uit 1997. Als eerste stap is het algemene groenbeleid geëvalueerd en geactualiseerd in een nieuw ‘Basisdocument Groenbeleid 2018-2038’. Het Basisdocument beschrijft de algemene beleidslijnen voor het openbaar groen aan de hand van een aantal thema’s.

Leeswijzer De Ruimtelijke Uitwerking wordt ingeleid met een beschrijving van de historie en stedenbouwkundige opbouw van het dorp (hoofdstuk 2), gevolgd door een beschrijving van de huidige ruimtelijke opbouw van het dorp (hoofdstuk 3). De beschrijving mondt uit in een kaartbeeld van de huidige groenstructuur. Vervolgens wordt het huidige beeld geanalyseerd. De analyse vindt plaats aan de hand van de thema’s zoals die ook in het Basisdocument worden gehanteerd. Er worden knelpunten, maar ook kansen aangegeven voor de komende planperiode.

Het groenbeleid wordt vertaald in een ruimtelijke uitwerking per woonkern, zoals deze voor het dorp ‘s-Gravenpolder. Het beschrijft hoe het openbaar groen in het dorp er in de komende 20 jaar concreet uit gaat zien. Wat zijn de belangrijke en minder belangrijke groene elementen en hoe worden de doelstellingen bereikt? De belangrijkste doelen van het Groenstructuurplan zijn het realiseren van een hoge ruimtelijke kwaliteit van de buitenruimte, het vergroten van de biodiversiteit van het openbaar groen en het inspelen op een veranderend klimaat.

In hoofdstuk 4 wordt een wensbeeld vastgelegd in de vorm van een kaartbeeld van de (hoofd)groenstructuur en een toelichting. De thema’s biodiversiteit en klimaatadaptatie worden elk voorzien van een eigen toelichting en kaartbeeld.

Het realiseren van een hoge ruimtelijke kwaliteit is een doelstelling die ook centraal stond in het Groenstructuurplan van 1997. Dit heeft onder meer geresulteerd in diverse omvormings- en herinrichtingsplannen van de openbare ruimte, waardoor de grootste ruimtelijke knelpunten in de afgelopen jaren reeds zijn aangepakt. Het accent ligt op deze locaties op continuering en beheer van de buitenruimte. In de analyse worden de nog aanwezige en eventuele nieuwe ruimtelijke kansen en knelpunten weergegeven. Daarbij wordt een accent gelegd op het bieden van goede groeiplaatsen voor het openbaar groen, omdat veel van de huidige knelpunten voortkomen uit een verkeerde of te krap bemeten standplaats van een boom of struik.

Naast de groene hoofdstructuur wordt ook de zonering van de beheerniveau’s over de woonkern vastgelegd. De beheerniveau’s staan voor de spreiding van intensief en extensief beheer. De belangrijkste projecten die volgen uit het wensbeeld worden in paragraaf 3.5 nader omschreven. Hoofdstuk 5 behandelt het actieplan of uitvoeringsprogramma van de wensen en voorstellen. Vaak kan worden meegelift op de programma’s van wegen en rioleringen. De benodigde investeringen die inzichtelijk worden gemaakt, hebben dan ook betrekking op de groene component.

Een tweede hoofddoel is om het openbaar groen meer van betekenis te laten zijn voor de flora en fauna. De teruggang van de biodiversiteit (het aantal aanwezige plant- en diersoorten) kan worden beperkt door gevarieerd en natuurlijk openbaar groen. In het Groenstructuurplan wordt de beleidslijn uit 2016 uitgewerkt, waarin de gemeente Borsele ervoor kiest om maatregelen te nemen voor het herstellen en verbeteren van de biodiversiteit, met extra aandacht voor fruitbestuivende insecten.

De ruimtelijke uitwerking wordt samengevat middels een conclusie en een totaalkaart, waar alle planvoorstellen zijn samengebracht.

De derde opgave voor de komende planperiode is het inspelen op het veranderende klimaat, ook wel klimaat-

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

‘S-G RAVE N P OLDE R

•7•

•8•

B OS C H

S LAB B E R S

2. KARAKTERISTIEK VAN ‘S-GRAVENPOLDER

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

‘S-G RAVE N P OLDE R

•9•

LEWEDORP

BAARSDORP

SINOUTSKERKE

NIEUWDORP HEINKENSZAND

‘S HEER ABTSKERKE

‘S GRAVENPOLDER NISSE

‘S HEERENHOEK

KWADENDAMME OVEZANDE BORSELE HOEDEKENSKERKE DRIEWEGEN

BAARLAND OUDELANDE

nieuwland oudland

ELLEWOUTSDIJK

Gemeente Borsele met daarin de kern ‘s-Gravenpolder

2.1 GEOGENESE EN BODEM Binnen het grondgebied van de gemeente Borsele komt een verscheidenheid aan bodemtypen voor. Op hoofdlijnen is er een onderverdeling te maken in Oudland en Nieuwland. Het Oudland betreft gebieden met een langere ontstaansgeschiedenis. Hier is in de ondergrond vaak veen aanwezig en is sprake van kreekruggen, met een meer zavelige bodemgesteldheid. Deze Oudland-gebieden lagen als eilanden temidden van een uitgestrekt schorrengebied. Vanaf het jaar 1000 worden vanuit deze “eilanden” geleidelijk aan de omringende schorren ingepolderd. Deze ingepolderde schorren worden daarom Nieuwland genoemd. De bodem van deze nieuwland-gebieden bestaat uit dikke kleipakketten en ze zijn door de opslibbing vaak wat hoger gelegen dan het Oudland. De kleigronden zijn over het algemeen kalkrijk. De oudste inpolderingen zijn vaak wat lichter van bodemsamenstelling en daarom uiterst geschikt voor vollegronds tuinbouw en fruitteelt. De bodem van ‘s-Gravenpolder wordt gerangschikt onder de Poldervaaggronden. 2.2 LANDSCHAP EN NATUURLIJKE VEGETATIE De van oorsprong op de schorren aanwezige beplanting - die sterk werd bepaald door zout water en getijdebewegingen - is met de inpoldering van de ‘s-Gra-

• 10 •

B OS C H

S LAB B E R S

venpolder verloren gegaan. Met de jaren is het zout uit de bodem verdwenen. Kalkrijk is de bodem nog wel. De van nature op deze gronden voorkomende vegetatietypen behoren tot het Alno-Ulmionverbond (elzen-iepenverbond). Omdat het inmiddels goed ontwaterde gronden betreft gedijen soorten als eik, beuk en linde goed op deze bodem. De onderbegroeiing bestaat uit kruidachtige planten als klimop, maagdenpalm, salomonszegel, fluitekruid, hondsdraf, bosaarbei, etc. Ook kan in de onderbegroeiing stinzeflora voorkomen; boshyacint, vogelmelk, sneeuwklokje, etc. In ‘s-Gravenpolder komen geen aaneengesloten bosgebieden voor. Wel zijn er groenwallen waarin deze plantensoorten in struweelverband kunnen voorkomen. Daarnaast zijn de dijkbeplantingen in de omgeving van ‘s-Gravenpolder vermeldenswaardig. ln het landschapsbeleidsplan van de gemeente Borsele (1995) worden de volgende bloemdijken in de omgeving van het dorp genoemd: De Koedijk, de Lange Mairedijk, de Korenhalmdijk en de Lenshoekdijk. Bij deze bloemdijken geldt: hoe zandiger het substraat en hoe ouder de dijk, des te groter de soortenrijkdom. Het beheer van deze dijken is gericht op de verschraling van de bodem, dit gebeurt door hooien of begrazen van de vegetatie.

Ontwikkeling dorp ‘s-Gravenpolder in de afgelopen honderd jaar (boven: 1900, 1950, onder: 1975, 2016)

de loop van de vijftiende eeuw in snel tempo dicht. ln 1445 wordt goedkeuring verkregen voor de aanleg van een afsluitdam. Een 800 meter lange dam wordt dwars door de Zwake naar het eiland Borsele gelegd. De dam is momenteel nog goed in het landschap te herkennen: de huidige Lenshoekdijk. Door de afdamming van de Zwake wordt het proces van opslibbing versneld. Hierdoor kan al in 1474 de Middel-Zwakepolder worden bedijkt. ln 1510 is tenslotte de Ooster-Zwakepolder ingepolderd. Omdat de kwaliteit van de wegen met name ‘s winters te wensen overlaat, worden in de loop van de zestiende eeuw twee schuitvaarten gegraven; één naar Goes en één naar Kapelle. In de loop van de zeventiende eeuw wordt de Goesestraatweg aangelegd, waardoor de verbinding met Goes aanmerkelijk verbetert. Inmiddels zijn de schuitvaarten in onbruik geraakt; alleen een straatnaam als ‘Schuitweg’ herinnert nog aan hun bestaan. ln 1927 wordt met de opening van de spoorweg door Zuid-Beveland het goederenvervoer nog verder verbeterd. Dat het goed wonen was in ‘s-Gravenpolder wordt door tal van schrijvers benadrukt. Smallegange bijvoorbeeld schrijft over ‘s-Gravenpolder: “zijnde een zeer bequaam dorp met een goede kerk en toren, niet verre gelegen van de Middel-Swaek, een groot binnenlands water, daer men seer schoone visserij heeft van over-

2.3 GESCHIEDENIS VAN ‘S-GRAVENPOLDER Uit de rekeningen van de Hollandse graven blijkt dat omstreeks 1317 het “nuwe land van Vortrap” ontstond. De graaf van Holland geeft dan persoonlijk de opdracht om vanuit het oudland van Zuidbeveland de schorren in de Zwake te bedijken. Enkele jaren later worden aansluitend nog een tweetal polders ingericht en ontstaat één langgerekte polder. Aanvankelijk wordt het gebied ‘Poldre Voirtrappen’ genoemd; pas in 1489 wordt de naam ‘s-Gravenpolder gebruikt. Bij de inrichting van de polder gaat men systematisch te werk. Er wordt een lange rechte weg aangelegd die de polder van West naar Oost doorsnijdt. Aan deze weg worden de eerste woonhuizen gebouwd. De nederzetting ‘s-Gravenpolder groeit snel uit tot een volwaardig dorp met een eigen parochiekerk (1351), korenmolen (1354) en kosterij (1358). Achter de kerk ligt een perceel waar mogelijk een kasteel of herenhuis heeft gelegen. Haaks op deze weg ligt een dwarsstraat in de richting van de dijk langs de Zwake. Reeds vanaf het begin is er vanuit ‘s-Gravenpolder een veerdienst geweest met het voormalige eiland Baarland, dat toen reeds samen met het eiland Borsele één groter eiland vormde. Later wordt ook een regelmatige veerdienst op Antwerpen opgezet. De Zwake, die oorspronkelijk een belangrijke verkeersader naar Antwerpen is, slibt in

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

‘S-G RAVE N P OLDE R

• 11 •

Achttiende eeuwse gravure kerkplein

vloedig veel carper, baers en vette paling, waer vanuit de stad van der Goes en het land volkomen haer lustvernoegens kunnen halen”. Van de Aa schrijft in 1843: “Het is een knap en vermakelijk dorp, met veel doortogt, in een bekoorlijk oord, waaraan het watertje de Zwake eene grote aangenaamheid bijzet”. ln het begin van de achttiende eeuw zijn ook een tweetal gravures van het dorpje ‘s-Gravenpolder vervaardigd. Een opvallend element op deze gravures is de muur om het kerkhof. Deze muur had aan de zijde van de ‘s-Gravenstraat een symmetrisch arrangement van een tweetal monumentale poorten en een ‘viskot’ in Renaissance-stijl. De Kerkhofmuur is in verlaagde vorm gebleven, de poorten en het viskot zijn verdwenen. In de meer recente geschiedenis heeft vooral de Tweede Wereldoorlog sporen in ‘s-Gravenpolder achtergelaten. Bij de bevrijding van ‘s-Gravenpolder in oktober 1944, liepen veel woningen aanzienlijke schade op. Met name in de Bosseweide werden veel woningen verwoest. De kerk werd wonder boven wonder slechts licht beschadigd. Na de oorlog is een wederopbouwplan opgesteld. Daarbij werd naast de herbouw van de Bosseweide ook een plan gemaakt voor de eerste uitbreidingen van het dorp. In de naoorlogse periode springt de toename van het inwonertal in het oog. Door de aanwijzing van ‘s-Gravenpolder als groeikern ontstaat een reeks uitbreidingswijken.

Met de realisatie van een rondweg aan de noordzijde van het dorp (de Bernhardweg-Oost) en een nieuwe weg richting Hoedekenskerke (de doorgetrokken en verbrede Baarlandsezandweg) worden de voormalige hoofdwegen in het dorp ontlast en ontstaat een nieuwe hoofdontsluiting. De dorpsuitbreidingen hebben zich vanuit het centrum in oostelijke richting

• 12 •

B OS C H

S LAB B E R S

Achttiende eeuwse gravure Kerkplein-’s-Gravestraat

opgevolgd, tussen de Bernhardweg-Oost en de Haagdijk. Een belangrijke ruimtelijke ingreep in de jaren negentig van de vorige eeuw is de realisatie van een winkelcentrum rond het Klimopplein, met aansluitend de bouw van een nieuwe basisschool aan de Egelantierstraat. Met deze ontwikkeling is er in het dorp sprake van twee dorpcentra. Aan de noordoostzijde heeft het dorp inmiddels de Zaaidijk, de voormalige oostelijke polderdijk bereikt. Hier is een concentratie van groene functies aangelegd, omgeven door een groengordel. 2.2 RUIMTELIJKE OPBOUW De ruimtelijke opbouw van de bebouwde kom van ‘s -Gravenpolder wordt bepaald door een aantal oude doorgaande wegen, in combinatie met de omliggende dijken van de polder. Deze lijnen zijn bepalend geweest voor de planning van de verschillende woon- en industriegebieden. Van groot belang was ook de aanwijzing van ‘s-Gravenpolder als groeikern in de gemeente Borsele. Naast de historische dorpskern zijn verschillende uitbreidingswijken als duidelijk afgebakende eenheden in de bebouwde kom herkenbaar. De uitbreidingswijken zijn geleidelijk tot stand gekomen. Daarmee is binnen de bebouwde kom een staalkaart ontstaan van de na-oorlogse stedenbouwkundige opvattingen. Tussen de wijken zijn deels groenstroken aanwezig die voor een duidelijke ruimtelijke geleding aan de oostzijde van het dorp zorgen.

Ook in de behandeling van het openbaar groen zijn er per woongebied typerende verschillen aan te wijzen. ln het onderstaande wordt de ruimtelijke opbouw van ‘s-Gravenpolder besproken aan de hand van de bovenstaande indeling. Per eenheid is ook een typerende beplantingskarakteristiek geschetst.

De hoofdlijnen De hoofdlijnen van het dorp ‘s-Gravenpolder worden gevormd door een aantal markante oude wegen, die nu een belangrijke functie hebben voor het verkeer binnen de bebouwde kom: de Schoorkenszandweg, Provincialeweg, ‘s-Gravenstraat en Langeweg liggen in elkaars verlengde. Ze vormen een 3,8 kilometer lange, oost-west georiënteerde doorgaande lijn dwars door de hele polder en het dorp. De Goesestraatweg is een weg met een zeer breed profiel (hoofdrijbaan en fietspaden). De weg is waarschijnlijk in de zeventiende eeuw aangelegd als verbinding met Goes. De hoofdlijnen verbinden het dorp in ruimtelijke zin ook met het omliggende landschap. De Schoorkenszandweg heeft een smalle berm met een beplanting met essen die zich ook buiten de bebouwde kom voortzet. Langs deze weg zijn de bermsloten nog aan weerszijden aanwezig. De Provincialeweg heeft geen doorgaande beplanting. Hier zijn de bermsloten in de loop van de tijd verdwenen. Wel is het ruimtelijk profiel tussen de rooilijnen groot: De woningen staan op sommige plaatsen wel 30 meter uit de as van de weg. Deze maten, in combinatie met de aanwe-

zigheid van enkele fraaie boerderijgebouwen, geven de Provincialeweg een landelijk karakter. De Langeweg is heringericht voortvloeiend uit het groenstructuurplan 1997. Er is een doorgaande boombeplanting aangebracht van eiken in een grasberm. Het zicht aan het uiteinde van de Langeweg op het polderland verbindt het dorp met de polder. Het laatste stuk van de Langeweg is hernoemd tot Populierestraat. De Goesestraatweg is lange tijd nagenoeg onbebouwd gebleven, pas aan het begin van de twintigste eeuw worden de eerste huizen gebouwd. In de loop van de jaren zestig worden aan weerszijden van de weg vrijstaande woningen gebouwd. De Goesestraatweg heeft een breed profiel, waardoor er vanaf de kruising met de Langeweg/’s-Gravenstraat een markant zicht op het buitengebied is. In de bebouwde kom kent de Goesestraatweg een doorgaand beplantingsprofiel met essen. In het buitengebied is er geen laanbeplanting, wel staan er vier grenslinden. Helaas zijn de oorspronkelijke grenslinden in 1967 bij de verbreding van de Goesestraatweg gekapt. In 1984 zijn ze door de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten weer herplant.

Hoofdlijn Langeweg met eiken

Hoofdlijn Goesestraatweg met essen

Hoofdlijn Schoorkenszandweg met essen

Hoofdlijn Haagdijk met populieren

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

‘S-G RAVE N P OLDE R

• 13 •

RUIMTELIJKE OPBOUW ‘S GRAVENPOLDER MET DE HOOFDLIJNEN

• 14 •

B OS C H

S LAB B E R S

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

‘S-G RAVE N P OLDE R

• 15 •

Het dorpscentrum Langs de ‘s-Gravenstraat verrezen de eerste gebouwen van het dorp: de herberg, de kerk en het raadhuis en het parochiehuis. Vanuit de ‘s-Gravenstraat liggen ter weerszijden van de kerk een tweetal dwarsstraten richting de zuidelijke polderdijk: de Bosseweide en de Raadhuisstraat. In de periode na de Tweede Wereldoorlog is de dorpskern aanzienlijk gewijzigd. Na het verlies van een aantal monumentale panden (de notariswoning etc.) volgde herstel. Daarbij werd onder andere het karakteristieke Peperstraatje afgebroken (een smal straatje met arbeidershuisjes). Met deze wijzigingen heeft de dorpskern een groot deel van haar historische karakter verloren. Het dorpscentrum van ‘s-Gravenpolder heeft nooit een monumentale beplanting gekend zoals bijvoorbeeld de dorpskern van Oudelande. Oude foto’s laten zien dat enkele panden een beplanting met leilinden kenden. Op het kerkhof stonden ooit hoog opgaande iepen. Van deze oude beplanting is nagenoeg niets bewaard gebleven. Eén monumentale plataan in een voortuin aan de ‘s-Gravenstraat heeft een beeldbepalend as-

pect. Bij de herinrichting van het dorpscentrum is een structuur van leilinden aangebracht rond de Maartenskerk. De kerkhoftuin vormt een centrale groene ruimte in het dorp, met enkele fraaie vrijstaande bomen. Het landschap buiten de bebouwde kom Ook elementen in het landschap buiten de bebouwde kom van ‘s-Gravenpolder hebben invloed op de ruimtelijke opbouw. Naast de doorgaande hoofdlijnen van het dorp - die een vervolg hebben buiten de bebouwde kom - betreft het voornamelijk de polderdijken en het landschap van de Zwake, dat door de tijden heen in reisverslagen wordt geroemd. Bij de dijkbeplantingen kan een onderverdeling gemaakt worden in de boombeplantingen en de soortenrijke graslandvegetaties (bloemdijken). Belangrijke polderdijken zijn: • Koedijk, de grens met het Oudland-gebied aan de noordzijde van de polder. Deze dijk is door de aanleg van de Bernhardweg-Oost doorsneden. De Koedijk heeft een sterk wisselende beplanting, variërend van dubbele populierenrijen, pluksgewijze boom- en struikgroepen, tot een zogenaamde

Monumentale plataan ‘s-Gravenstraat

Koedijk

Lange Mairedijk

Zaaidijk

• 16 •

B OS C H

S LAB B E R S

•

•

Schoolstraat

Raadhuisstraat

Kerktuin Maartenskerk

Bosseweide

zaaidijk: een vergraven dijk waar de akker op is doorgezet. Haagdijk/Korenhalmdijk/Lange Mairedijk: de zuidelijke dijk van de polder. Van oudsher vertrok vanaf deze dijk het veer naar Antwerpen en het eiland West-Borsele. Deze dijk kent eveneens een wisselend beplantingsbeeld, achtereenvolgens van oost naar west: essen en populieren (Haagdijk) naar een onbeplante grasdijk (Korenhalmdijk), naar een pluksgewijze beplanting van bomen en struiken (Lange Mairedijk). Vanaf deze dijken is steeds een zicht op het dorp en de omliggende polders mogelijk. De bedrijvigheid van de uienhandel en het bedrijvenpark worden door smalle singels aan het oog onttrokken. Tenslotte is er de Lenshoekdijk, de afsluitdam in de voormalige zeearm de Zwake. Deze dijk ligt ten zuiden van de polderdijk van ‘s-Gravenpolder Haagdijk/Korenhalmdijk. De verschillende dijkbeplantingen en het zicht op de molen “de Korenhalm” en de begraafplaats geven deze een plek een bijzondere uitstraling. Het restant van de voormalige Zwake

G S P

BOR S E LE

zelf is door een bosschage aan het zicht onttrokken. Het wederopbouwplan Kort na de Tweede Wereldoorlog ontstaat, in samenhang met het herstel van de oorlogsschade in de dorpskern, het eerste uitbreidingsplan voor ‘s-Gravenpolder. Het plan betreft de aanleg van de Schoolstraat, de Kerkhoekstraat en de Ambachtsstraat. De Ambachtsstraat loopt parallel met de ‘s-Gravenstraat in het centrum, en wordt daarmee middels drie smalle, korte straten verbonden; de Bakkersstraat, de Boomgaardstraat en de D.A. Poldermansstraat. De woongebieden die in de wederopbouwperiode zijn gerealiseerd, hebben een sober karakter. Dit komt tot uiting in de omvang en uitstraling van de woningen en de eenvoudige inrichting van de openbare ruimte. Het groen van deze woongebieden heeft een eenvoudig karakter. De straten zijn voorzien van een beplanting met kleine bomen in de particuliere tuinen. In de Ambachtsstraat staan de bomen (sierpeer) in het wegprofiel tussen de parkeervakken.

-

K E R N

‘S-G RAVE N P OLDE R

• 17 •

Willem de Goedestraat

Ambachtsstraat

Fortrapastraat

Middenstraat

Fortrapahoek Kort daarna wordt het volgende uitbreidingsplan gemaakt; de Fortrapahoek. Dit plan is de eerste “grote” uitbreiding van ‘s-Gravenpolder en wordt in de loop van de jaren zestig gerealiseerd. De straten die in deze wijk liggen zijn: de Burg. Jansenstraat, de Burg. Prümersstraat, de Fiolierenstraat, de Fortrapastraat, de van Hoekestraat, de Middenstraat, de Poelvoordestraat en de Willem de Goedestraat. Het straatbeeld in de Fortrapahoek is duidelijk ruimer dan de Wederopbouwstraten. De huizen zijn van een traditionele opzet: rijtjeshuizen, twee-onder-één-kap en vrijstaande woningen. In omgeving van de Burgemeester Prümersstraat zijn bungalows gerealiseerd. De rooilijnen van de woningen liggen veelal in elkaars verlengde. Het straatbeeld in de Fortrapahoek is daarom eenvoudig en rustig. In het midden van de Fortrapahoek wordt op het parkeerterrein de wekelijkse markt gehouden; er is een dorpshuis, een grote speeltuin en een trapveld. Daarnaast is er enige (industriële) bedrijvigheid aanwezig, inmiddels sterk gedateerd. De voormalige schoolgebouwen zijn in gebruik als woning.

• 18 •

B OS C H

S LAB B E R S

De Fortrapahoek kent, net als de woongebieden uit het wederopbouwplan, boombeplanting in particuliere tuinen. Daarnaast zijn er tegen de kopgevels van de huizenblokken plantvakken gerealiseerd, die met een menging van sierheesters zijn ingeplant. De Middenstraat heeft als middenberm een groot plantsoen die, in combinatie met de forse wegbreedtes, de weg een pleinachtige allure geeft. Buitenleven De uitbreidingswijk Buitenleven ligt binnen de rechthoek die gevormd wordt door de Langeweg, de Goesestraatweg en de Bernhardweg-Oost (de noordelijke rondweg). De wijk werd in de loop van de jaren ‘70 en ‘80 in verschillende fasen gerealiseerd. Ruimtelijk valt binnen de wijk Buitenleven een onderverdeling te maken in een viertal eenheden: l Meidoornhof, lepestraat, Elzehof en Berkehof, ll Kastanjestraat en Robiniahof, lll Esdoornstraat, IV Prunusstraat. De hoofdontsluiting van de wijk wordt gevormd door de Populierestraat en de Wilgestraat. De verschillende hofjes of buurten zijn alle met een lusvormige ontsluitingsweg aan de Populiereen Wilgestraat gekoppeld. De woningen (een combi-

natie van rijtjes-, twee-onder-één-kap en vrijstaande woningen) zijn veelal op orthogonale wijze geordend. De wegen slingeren met haakse hoeken tussen de woonblokken door; in het straatbeeld zijn daarom veel blinde gevels aanwezig. Alleen de Populierestraat is een uitzondering in het orthogonale patroon; het meest oostelijke deel van deze weg ligt als een diagonaal tussen de bebouwing. De namen van de verschillende hofjes of buurten zijn op een boomsoort gebaseerd die vaak als hoofdbeplanting is aangebracht. De stukjes grond die na de verkaveling en de verkeersinrichting overbleven zijn tot openbaar groen bestemd. Het resultaat is dat veel groenvakken, ogenschijnlijk zonder verband, verspreid in de wijk liggen. In de wijk zijn veel bomen geplant in kleine plantvakken in de trottoirs. Een aantal daarvan is inmiddels weer verwijderd als gevolg van de (te) krappe groeiplaats. Daar waar ze nog staan leveren ze vaak problemen op door wortelopdruk van de bestrating. Het versnipperde karakter van de oorspronkelijke groenopzet is in het vorige groenstructuurplan reeds opgepakt. Dit heeft geleid tot een andere invulling van het groen in de Populierestraat en een herinrichting van

de Prunusstraat. In de Populierestraat zijn vakbeplantingen van sterke vaste planten aangebracht. Deze geven een afwisselend en levendig karakter aan deze weg en verzachten de verkeersfunctie. In de wijk zijn een aantal beplantingsrelicten uit het oude agrarische landschap opgenomen: twee fragmenten van een hoogstamboomgaard aan de Wilgestraat/ Berkehof. De grootste hoogstamboomgaard is lastig te vinden en bovendien niet openbaar toegankelijk. Tussen fase ll en lll van de wijk Buitenleven is een buurtscheidende groenwal aangebracht. ln deze groenwal ligt een speeltuin. De Prunusstraat (fase lV) heeft aan de noord- en oostzijde een groenwal die de overgang naar het omringende agrarische landschap ‘s-Gravenpolder vormt. De groenwallen van Buitenleven hebben een belangrijke stedenbouwkundige functie. Ze vormen een doorgaand groenelement en geleden op deze manier de bebouwingsmassa. De buurt-scheidende groenwal langs kerkgebouw “Elim” ligt als een ‘groene ader’ door het dorp; vanuit Buitenleven vervolgt de wal haar weg naar Weltevrede om uiteindelijk uit te komen op de Haagdijk, die de zuidgrens van ‘s-Gravenpolder vormt. De groenwallen vervullen daarmee een functie

Robiniahof

Speeltuin Prunusstraat

Hoek Wilgestraat Kastanjestraat

Voetpad Populierestraat

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

‘S-G RAVE N P OLDE R

• 19 •

als parkgebied. De woongebieden zijn door middel van wandelpaden verbonden met het doorgaande pad in het groengebied. De speeltuinen ondersteunen deze recreatieve functie. Naast de waarde als parkgebied hebben de groenwallen ook een ecologische waarde; ze vormen een leefgebied voor allerlei plant- en diersoorten. Doordat de groenwallen zich tot aan de grenzen van de bebouwde kom voortzetten, vormen ze ‘verbindingszones’ door het dorp waarlangs diersoorten zich verplaatsen. Het beheer van de groene aders is intensief, met strak gemaaide gazons en geschoren struikranden. Weltevrede De volgende uitbreidingswijk is het woongebied Weltevrede. Dit gebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Langeweg en aan de zuidzijde door de Haagdijk. Vanaf het eind van de jaren ‘80 tot ca 2005 is hier gebouwd. In de huidige situatie zijn twee eenheden te onderscheiden: l Hazelaarstraat/Hortensiastraat/Jasmijnstraat/Magnoliastraat, ll Ganzerikstraat/Goudenregenstraat/Seringestraat. Anders dan Buitenleven is Weltevrede geen homogene eenheid; de wijk ver-

toont in de twee gerealiseerde fasen een geleidelijke ontwikkeling. De fasen hebben een ruimtelijk zeer verschillende opzet. Fase l heeft een orthogonale opzet die vergelijkbaar is met Buitenleven. De buurt kent een doorgaande route die als woonstraat is vormgegeven (Magnoliastraat en Hazelaarstraat) en een tweetal korte staten die als woonerf zijn ingericht. De groenvakken beperken zich tot het inpakken van geparkeerde auto’s en het beplanten van kopgevels. Wel zijn er vanuit de wijk mooie zichten op de Haagdijk. Langs deze dijk ligt een smalle groenwal waarin een wandelpad is opgenomen. De tweede fase (omgeving Goudenregenstraat) is als eenheid kleiner van omvang en eenvoudiger/duidelijker van opzet; de plattegrond herhaalt zich in de drie straten. Het groen is ook bescheiden van opzet en beperkt zich tot kleine accenten bij de kruispunten en de restruimten bij de parkeervakken. Oostgaarde De wijk Oostgaarde laat weer een geheel andere opzet zien; de wegen hebben een vloeiend verloop. In het straatprofiel staan steeds aan één zijde van de weg bomen in de verharding.

Buurtscheidende groensingels Buitenleven

Waterpartij Weltevrede

Haagdijk en Oostgaarde

Dorpsrand Oostgaarde

• 20 •

B OS C H

S LAB B E R S

Wilgestraat

Langeweg t.h.v. Klimopplein

Magnoliastraat

Bedrijfsterrein Schoorkenszandweg

Er is een grote waterpartij gegraven die de wijk scheidt van de eerdere fasen en het geheel een parkachtige uitstraling geeft. De vijverpartij slingert om het woon-zorgcentrum Vorsvliet en geeft de aanzet tot een wandelpad. Tussen Weltevrede en Oostgaarde liggen buurt-scheidende groenstroken. De groenstroken sluiten aan op de groenwal in Buitenleven. In de groenstrook ligt een groot speeltuincomplex met een “spannend” pad door het riet. Langs de oostgrens is op de grens met het akkerland een doorgaande berm met bomenrij en een brede sloot gegraven. Bij de Magnoliastraat verbreedt deze zone zich tot een park, met grote speelgazons en een waterpartij. Onder de bomenrij door is er vrij zicht op het open landschap. Aan de polderzijde is een bloemrijke akkerrand. Deze is niet in eigendom van de gemeente, maar draagt visueel wel bij aan de overgangszone. In het midden van Oostgaarde loopt tussen de achtertuinen van de woningen een wandelpad, omgeven door smalle stroken bosplantsoen. Er staan hier geen bomen, maar de struiken zijn wel inheems, fors ontwikkeld en - waarschijnlijk ook om die rede - aan de bovenzijde een keer ingekort.

G S P

BOR S E LE

Klimopplein en omgeving Door de gestage uitbreiding van ‘s-Gravenpolder naar het oosten ligt het oude dorpscentrum nogal excentrisch in de bebouwde kom. Binnen het dorp ontstaat daarom ook een geleidelijke verschuiving van centrumfuncties naar het oosten. Aan het Klimopplein (aan de Langeweg) zijn een aantal belangrijke centrumvoorzieningen gesitueerd: de sporthal, de bibliotheek, twee scholen en een supermarkt. Voor de gebouwen ligt een pleinvormige ruimte die de plek ook in ruimtelijke zin tot een centrumgebied maakt. De laanbeplanting van de Langeweg is bij het Klimopplein onderbroken. Rond het plein staan grote platanen, evenals op het grasveld achter de sporthal. Bedrijfs- en industrieterreinen Een groot deel van de bedrijfs- en industrieterreinen in ‘s-Gravenpolder liggen aan de westzijde van het dorp. Het merendeel van de bedrijven ligt in de zone tussen de Provincialeweg/ Schoorkenszandweg en de Lange Mairedijk. De Spoorstraat is een insteekweg die de bedrijfsterreinen ontsluit. Een brede schouwstrook met een rij eiken zorgt voor de groene inpassing aan de

-

K E R N

‘S-G RAVE N P OLDE R

• 21 •

Begraafplaats grafvelden

Begraafplaats en molen

Volkstuinen

Monumentale beuk bij Maartenskerk

zuidzijde van het bedrijvenpark, aangevuld met smalle singels aan de westzijde. Op het terrein zelf is nagenoeg geen groen aanwezig. Het is een volledig verharde en bebouwde ruimte. Aan de zuidzijde van de Lange Mairedijk in de Zwake-polders ligt een uienverwerkend bedrijf. Ook dit terrein is met een smalle wintergroene singel van de omgeving afgeschermd. Daarnaast is er in de Fortrapahoek enige bedrijvigheid aanwezig. De bedrijven liggen hier te midden van de bestaande bebouwing aan de Schuitweg en de Burgemeester Jansenstraat. Specifieke objecten In de kern van ‘s-Gravenpolder ligt een aantal specifieke groenobjecten. Het sportterrein ligt tussen de Langeweg en de Haagdijk. Het sportterrein is eenvoudig van opzet: een drietal speelvelden, een aantal eenvoudige paden en een omringende groensingel. De begraafplaats van ‘s-Gravenpolder ligt aan de overkant van de Haagdijk in de Zwakepolders. Het is een prachtige, monumentale locatie. Vooral de landelijke omgeving en het weidse uitzicht geven de begraaf-

• 22 •

B OS C H

S LAB B E R S

plaats een bijzondere charme. Opvallende elementen van de begraafplaats zijn het monumentale hek bij de Haagdijk, de hoge hagen en het oude laantje. Aan de noordoostzijde van het dorp is in 2005 een nieuw onderkomen gemaakt voor de scouting en de tennisvereniging. Deze functies waren eerst meer in het centrum van het dorp aanwezig. Binnen heldere groene kaders zijn nu de functies geplaatst, ook de volkstuinen zijn hierin opgenomen. Langs de buitenrand kan onder de eikenbomen een wandeling worden gemaakt. Monumentale bomenlijst In opdracht van de gemeente Borsele zijn in 2012 alle waardevolle bomen door de Stichting Landschapsverzorging Zeeland geïnventariseerd. De geïnventariseerde bomen hebben alle de status “monumentale boom” gekregen. Binnen de bebouwde kom van ‘s-Gravenpolder zijn meer dan 100 bomen op de monumentale bomenlijst vermeld. In een tuin op de hoek ‘s-Gravenstraat/Schoolstraat staat een plataan uit 1911. Deze boom is beeldbepalend voor het centrum van het dorp. In de tuin van de villa ‘Favorite’ aan de ‘s-Gravenstraat is een 15-tal bomen van diverse soorten en leeftijden

op de lijst geplaatst. Ook de treurwilg in het plantsoen aan de Wilgestraat staat op de lijst. Deze boom staat in de voormalige tuin van de boerderij “Buitenleven” die t.b.v. de gelijknamige woonwijk is afgebroken.

2.5 HUIDIGE GROENSTRUCTUUR De groene elementen in het dorp staan meestal niet op zichzelf, maar vormen samen groene structuren. In het Groenbeleid wordt onderscheid gemaakt in groene hoofdstructuur en nevenstructuur. De groene hoofdstructuur is bepalend voor het groene karakter van het hele dorp. De groene nevenstructuur is juist van belang op het schaalniveau van een buurt of straat.

2.4 ONTWIKKELINGEN Het dorp ’s-Gravenpolder is in de afgelopen 20 jaar gestaag gegroeid binnen de contouren van de wijk Weltevreden-Oostgaarde. Anno 2018 is nog ca 30% van deze wijk niet bebouwd. Op de lange termijn is een eventuele verdere uitbreiding van het dorp richting het oosten voorzien. Binnen de bebouwde kom staat de herinrichting van het bedrijventerrein langs de Schuitweg /Fortrapastraat in de planning.

Omdat de nevenstructuur in mindere mate bepalend is voor de ruimtelijke opbouw van het dorp, is er in de nevenstructuur meer ruimte voor participatie door bewoners. Dit is ook vastgelegd in het basisdocument Groenbeleid.

De huidige ontwikkelingen in het openbaar groen hebben betrekking op het verantwoord omgaan met de natuurlijke leefomgeving en het anticiperen op een veranderend klimaat. Deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor het beheer van het openbaar groen, maar ook voor de groenstructuur. In het Basisdocument Groenbeleid is een lijn uitgezet, hoe de gemeente Borsele inspeelt op deze ontwikkelingen. Deze wordt in de groenstructuurplannen uitgewerkt in een wensbeeld van openbaar groen dat van meer betekenis is voor flora en fauna en een wensbeeld van hoe het openbaar groen kan bijdragen aan het omgaan met de gevolgen van een veranderend klimaat.

Bij het bepalen van de groene hoofdstructuur is gekeken naar al het aanwezige groen in het dorp dat de ruimtelijke opbouw van het dorp bepaalt. Dit betekent dat ook de groene elementen die niet in eigendom zijn van de gemeente meedoen in de hoofdstructuur. Op de kaart ‘eigendommen hoofdstructuur’ is te zien welke delen van de hoofdgroenstructuur in particulier bezit zijn.

Dorpsgezicht

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

‘S-G RAVE N P OLDE R

• 23 •

Hoofdgroenstructuur De hoofdgroenstructuur van ’s-Gravenpolder volgt in grote lijnen de hoofdlijnen van de ruimtelijke opbouw, zijnde het historische wegenpatroon uit de ontginningstijd van de polder in combinatie met de omliggende polderdijken. De doorgaande wegen zijn voorzien van een laanbeplanting van eiken of essen, op één ontbrekend deel langs de Provincialeweg na. De polderdijken kennen een wisselend beplantingsbeeld, dat varieert van onbeplante grasdijk tot dubbele boomrijen. Naast de hoofdlijnen vormen ook de buurtscheidende groenstroken, samen met de bossages langs de Bernhardweg-Oost, ruimte structurerende elementen. Ook de beplanting langs de Populierestraat heeft, vanwege de functie als wijkontsluitingsweg, een structurerend karakter. De ruimtelijke dragers van de hoofdstructuur worden verder aangevuld met een aantal groene plekken, die beeldbepalend zijn voor het groene karakter van het hele dorp. Ook deze groene kerngebieden maken deel uit van de hoofdstructuur. In ‘s-Gravenpolder zijn dit: • Het dorpscentrum rond de Maartenskerk; • Het dorpscentrum rond het Klimopplein inclusief het sportpark; • Het gebied tussen de speeltuin aan de Middenstraat en het dorpshuis; • De combinatie scouting-tennisbaan-volks-tuinencomplex; • De boomgaard aan de Elzehof. Waardevolle bomen De waardevolle bomen conform de bomenlijst zijn op de kaart aangegeven.

De lijst is recentelijk herzien. Op basis van hun individuele waarde - deze bomen zijn beeldbepalend - zijn ze onderdeel van de hoofdgroenstructuur. Neven groenstructuur Het overige openbaar groen in ’s-Gravenpolder vervult een functie voor een buurt of straat en wordt gerangschikt onder de nevenstructuur.

• 24 •

B OS C H

S LAB B E R S

Wandelstructuur en visuele relaties Naast groene elementen zijn op de kaart twee aanvullende aspecten opgenomen, die van belang zijn voor de beleving van de groene buitenruimte van ‘s-Gravenpolder. Wandelstructuur De wandelpaden door het dorp zijn aangegeven. Deze paden volgen de groene hoofdstructuur en versterken de belevingswaarde ervan. Naast de wandelpaden zijn ook de routes van het wandelnetwerk Zeeland aangegeven. Deze lopen soms over een eigen pad, maar grotendeels over de bestaande (polder)wegen. Visuele relaties De belangrijkste zichtrelaties tussen het dorp en het omringende landschap zijn aangegeven. Daar waar het een straat betreft die een doorkijk geeft op de polder buiten het dorp is een eigen symbool gebruikt.

Hoofdgroenstructuur: dijken

Nevengroenstructuur: Hazelaarstraat

Hoofdgroenstructuur: omgeving Klimopplein

Nevengroenstructuur: Esdoornstraat

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

‘S-G RAVE N P OLDE R

• 25 •

HUIDIGE SITUATIE GROENSTRUCTUUR

• 26 •

B OS C H

S LAB B E R S

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

‘S-G RAVE N P OLDE R

• 27 •

EIGENDOMMEN HOOFDSTRUCTUUR

• 28 •

B OS C H

S LAB B E R S

Legenda

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

‘S-G RAVE N P OLDE R

• 29 •

• 30 •

B OS C H

S LAB B E R S

3. ANALYSE

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

‘S-G RAVE N P OLDE R

• 31 •

3.1 ANALYSE HUIDIG OPENBAAR GROEN Inleiding In dit hoofdstuk wordt de kwaliteit van het huidige openbaar groen geanalyseerd. Het gaat hierbij zowel om de ruimtelijke kwaliteit, als de staat van onderhoud en vitaliteit van de beplanting. De analyse is gebaseerd op een rondgang door ‘s-Gravenpolder in het najaar van 2017. De analyse mondt uit in een ambitiekaart voor de groenstructuur en concrete aanbevelingen voor de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De verbeteringen voor de hoofdgroenstructuur zijn genummerd en uitgewerkt in het wensbeeld. Kansen en knelpunten die alleen voor een specifieke straat of groenobject gelden worden in de analyse genoemd en zijn opgenomen in de actielijst. De ruimtelijke hoofdlijnen De hoofd lijnelementen hebben alle een doorgaande boomstructuur. Deels is deze gerealiseerd door herinrichtingsprojecten uit het vorige Groenstructuurplan. De Provincialeweg springt er uit door het ontbreken van de boomstructuur. De voorgestelde herinrichting

uit het GSP van 1997 is nog niet uitgevoerd. Het aanwezige landelijke karakter kan bij de herinrichting van de Provincialeweg behouden en versterkt worden. Mogelijk is er ruimte om de oorspronkelijke bermsloten deels weer terug te brengen. Een vergelijkbare opzet als bij de Langeweg ligt voor de hand, al zou een dubbele bomenrij hier gezien het beschikbare profiel niet misstaan. In soortkeuze wordt de Provincialeweg dan ook gekoppeld aan de Langeweg, dus een beplanting met eiken. Op twee plaatsen is de doorgaande boomstructuur van het dorpscentrum onderbroken: bij het dorpshart rond de Maartenskerk en ter hoogte van het Klimopplein. In de ‘s-Gravenstraat zou een boomstructuur gewenst zijn, ware het niet dat de fysieke ruimte in het straatprofiel ontbreekt. De Goesestraatweg is recentelijk heringericht met een dubbele rij essen, aangevuld met gazonstroken. Deze beplanting is eenvoudig en rustig, al is te hopen dat de essen de komende jaren gezond blijven. De gazonstro-

Ontbrekende laanstructuur Provincialeweg

Maaischade Langeweg

Smalle berm Langeweg

Korenhalmdijk zonder bomen

• 32 •

B OS C H

S LAB B E R S

ken met bollen sluiten aan op de ambities voor biodiversiteit. De Schoorkenszandweg beantwoordt aan het gewenste beeld van de hoofdstructuur: een smalle berm met een tweezijdige beplanting in essen, die zich ook buiten de bebouwde kom voortzet. Het bestaande beeld, inclusief de bermsloten, kan gehandhaafd worden. Mocht de es in de toekomst ziek worden, dan kan deze door een andere boomsoort worden opgevolgd.

waarbij er ogenschijnlijk geen “verhaal“ achter de beplantingskeuze is te ontdekken. In het landschapsbeleidsplan van 1996 wordt aangegeven dat de dijken rond de oudlandgebieden (o.a. Koedijk) een beplanting met langlevende boomsoorten krijgen en de dijken rond de jongere aanwaspolders (o.a. Lange Mairedijk, Haagdijk) een beplanting van populier of es. In de praktijk komen beide beplantingen voor op beide dijktypen. Een meer eenduidige keuze kan in een actualisatie van het landschapsbeleidsplan meegenomen worden.

De Langeweg heeft een doorgaande rij eiken gekregen bij de vorige herinrichting. De weg heeft hierdoor een toekomstbestendige beplanting die passen is bij het belang van de straat als hoofdlijn voor het dorp. De bermen echter, waarin de bomen staan, zijn eigenlijk te smal. Met name op het eerste deel. Dit geeft op termijn - als de bomen zwaarder worden - problemen met de achterliggende stoep. Los daarvan worden de bomen herhaaldelijk geraakt door de maaimachine. Indien noodzakelijk moet het formaat van de maaimachine worden aangepast. Een goede ontwikkeling van deze hoofdstructuur heeft prioriteit. Het beschadigen van stamvoeten door de maaimachine is een vaker voorkomend probleem bij bomen in gazon.

Dijkbeplantingen geven schaduw op de achterliggende kavels en woningen, mede afhankelijk van de oriëntatie en boomsoort. In dit opzicht hebben beplantingen op de Lange Mairedijk en Haagdijk meer invloed dan die op de Koedijk, die aan de noordzijde van het dorp ligt. Opgaande bomen maken dat de dijk op de schaal van het dorp een fraaie groene ruimtemarkering vormt, die de grens van de polder markeert. Daar waar de boombeplanting op dijken ontbreekt is de wens dus te beplanten met eerste of tweede grootte bomen. Het schaduweffect kan in geval van nieuw te ontwikkelen situaties worden voorkomen door afstand te hanteren tot de dijk middels openbaar groen, wegen of diepe achtertuinen, zie hiervoor het basisdocument.

Het dorpscentrum Rond de Maartenskerk is bij de herinrichting een structuur van leibomen aangeplant. Deze draagt, samen met de beplanting in de kerktuin het groene karakter van de verder pleinachtige ruimte. Het carré van leibomen markeert het dorpshart in de hoofdgroenstructuur. Het accent ligt op het handhaven van deze twee beplantingsstructuren en het creëren van goede groeiplaatsen voor de leibomen.

Gezien het belang van de dijken voor de hoofdgroenstructuur zou het wenselijk zijn om op alle dijken de beplantingskeuze te kunnen sturen of bepalen. De aankoop van de particuliere dijkstukken van de Koedijk en de Korenhalmdijk kan hier een oplossing voor zijn. Dit biedt tevens kansen om ontbrekende schakels in de wandelstructuur van ‘s-Gravenpolder aan te vullen. Het verloop van de Koedijk is onderbroken door het gedeeltelijke afgraven tot Zaaidijk en de aanleg van de Bernhardweg. Een meer eenduidige beplantingsaanpak zou deze belangrijke polderlijn weer nieuw leven kunnen inblazen. Hier ligt een uitdaging voor een geactualiseerd landschapsbeleidsplan. De eikenstructuur langs de rand van de zaaidijk vormt in ieder geval een goede eerste aanzet tot een opwaardering van de oude poldergrens.

In een voortuin aan de ‘s-Gravenstraat staat een monumentale plataan die beeldbepalend is voor de straat. Deze boom markeert tevens de overgang van de gesloten gevelwand van het dorpcentrum naar de vrijstaande bebouwing langs de Langeweg. Ter hoogte van de gesloten gevelwanden wordt de doorgaande laanstructuur niet gemist. Dit geldt tevens voor de oude dorpstraatjes Bosseweide en Raadhuisstraat. Ook de beplanting in de tuin van de voormalige villa Favorite draagt bij aan de groene entree van het dorpshart.

Aan de zuidzijde van het dorp zou een kleine ingreep in de huidige beplantingsstructuur een grote impact kunnen hebben op de beleving van de oude stroomgeul van de Zwakepolder. Door de onderbegroeiing langs de Lenshoekdijk weg te halen, wordt een zicht vanaf de dijk op het water gecreëerd. Dit zou in overleg met de terrein beherende instantie (Waterschap) bereikt

Het landschap buiten de bebouwde kom De polderdijken langs het dorp vormen mede de groene hoofdstructuur en zetten deze buiten de dorpskern voort. De dijken zijn wisselend beplant of onbeplant,

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

‘S-G RAVE N P OLDE R

• 33 •

Oude schoolmuur Schoolstraat

Kans wandelstructuur Fortrapastraat

Slechte vitaliteit lage beplanting dorpshuis

Knelpunt groenbeheer buurtscheidende singels

kunnen worden. Uiteraard blijven hierbij de laanbomen gehandhaafd. Het wederopbouwplan Het groen in deze buurt valt niet onder de hoofdstructuur van ‘s-Gravenpolder. In de Ambachtsstraat liggen kansen om de standplaats van de perenbomen te verbeteren, door het aantal bomen te verminderen en de plantvakken te verruimen en in te planten. De bomen in de particuliere tuinen van de Kerkhoekstraat/ Nazareth zijn aan vervanging toe. Gezien de beschikbare ruimte is een kleine boom geschikt, waarbij het creëren van een doorgaande structuur geen prioriteit heeft. Het relict van de oude schoolmuur op de hoek Nazareth /Kerkhoekstraat verdien een beter lot dan nu. Wellicht kan door gemeentelijke stimulans met de bewoners een andere tuinrichting worden bereikt, in combinatie met consolidatie van de muur. Fortrapahoek De Fortrapahoek kent als gevolg van de heersende opvattingen uit de bouwtijd brede straten en stoepen.

• 34 •

B OS C H

S LAB B E R S

Vandaag de dag oogt de stenige component van de buitenruimte wat overgedimensioneerd, zeker waar er parkeerplaatsen op het erf aanwezig zijn. In het kader van de ambities op het gebied van klimaatadaptatie zijn er in deze wijk kansen om het straatbeeld te vergroenen. Zie voor een verdere beschrijving hiervan hoofdstuk 4.4. Het buurtcentrum rond het dorpshuis en de Burgemeester Jansenstraat functioneert in zijn huidige vorm, net als de speeltuin. De beplanting rond het dorpshuis oogt, met uitzondering van de linden, wat versleten. Een nieuw beplantingsplan kan de uitstraling van de plek wat opfrissen en ambities op het gebied van biodiversiteit vormgeven. De bedrijvigheid langs de Schuitweg oogt gedateerd. Hiervoor is inmiddels een nieuw inrichtingsplan in de maak. De bosschages langs de Bernhardweg vormen een onderdeel van de groene hoofdstructuur van het dorp. Tussen de beplanting en de kavels van de Fortrapastraat ligt nog een brede schouwstrook en een sloot. Hier liggen kansen voor het realiseren van waterberging, in combinatie met een uitbreiding van de wandelstructuur. Op de bewonersavond is een wens

uitgesproken om meer bomen in de Fortrapastraat te planten. Deze wens kan in samenhang met de ambities voor klimaatadaptatie in deze buurt worden opgepakt.

ele overhangende takken van aangrenzende percelen afknippen. Het handmatig knippen van bosplantsoen is uit kostenoogpunt ongewenst.

Buitenleven De buurtscheidende groenstroken vormen samen met de beplanting langs de Bernhardweg onderdeel van de groene hoofdstructuur van de wijk. Ze vormen een uitloopgebied voor wandelaars en voor de flora en fauna zijn het leefgebieden en verbindingszones tegelijk. Het is lastig om het beheer van deze stroken in overeenstemming te krijgen met de natuurfunctie, met name door ruimtegebrek en de directe nabijheid van de woonkavels. Het gras wordt netjes als gazon beheerd en de bosranden worden strak geschoren om overhangen over de voetpaden te voorkomen. Naar aanleiding van klachten over overhangende takken in de afgelopen jaren, is de gemeente overgegaan tot het knippen van de bosranden grenzend aan particuliere kavels. Er zijn smalle onderhoudsgangen ontstaan waar de bosranden handmatig worden geschoren. Ondanks de goede bedoelingen is deze werkwijze niet nodig en mogen bewoners wettelijk gezien zelf eventu-

De keuze voor een meer natuurlijk beheer lijkt gezien de beperkt beschikbare ruimte en de ligging dicht op de woonkavels niet haalbaar. Er ligt dus een opgave om de bestaande parkstroken beter te laten functioneren en te beheren, waarbij genuanceerd wordt omgegaan met het netheidsbeeld, de beheerwijze en de waarde die de beplanting heeft voor flora en fauna. Deze opgave is nader uitgewerkt onder project 7: groensingels. De Populierestraat behoort tot de groene hoofdstructuur en is in de vorige eeuw voorzien van een fraaie beplanting van sterke vaste planten. Deze beplantingsvorm combineert meerdere gunstige eigenschappen als een fraaie en wisselende bloei, een grote waarde voor insecten en een relatief eenvoudig beheer. De vaste plantenvakken in deze straat staan model voor de realisatie van één van de doelstellingen van het Groenstructuurplan: het vergroten van de biodiversiteit voor insecten in de gemeente. In hoofdstuk 4.3 wordt een

Scheerbeheer buurtscheidende singels

Vergeten oase: boomgaard Buitenleven

Vaste planten Populierestraat

Overgroeide ballenvang netten

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

‘S-G RAVE N P OLDE R

• 35 •

gerichte uitbreiding van deze vaste plantenvakken in de dorpskernen voorgesteld. Een derde element van de groene hoofdstructuur wordt gevormd door de boomgaard van de voormalige boerderij ‘Buitenleven’, die naamgever is geweest voor de hele wijk. In deze boomgaard staan fraaie, monumentale hoogstam fruitbomen. Onder de bomen lopen schaapjes en er is zelfs een veedrinkput aanwezig. In potentie is de boomgaard een aangename en educatieve plek voor het dorp. De boomgaard is momenteel echter niet openbaar toegankelijk en ligt bovendien verstopt in de wijk, achter de tuinen van de omliggende woningen. Eigenlijk ligt hij er zelfs wat vergeten bij. De plek verdient het om beter gebruikt en gezien te worden. Hier ligt een opgave voor het groenstructuurplan, om de boomgaard beter beleefbaar en bruikbaar te maken voor de bewoners van ‘s-Gravenpolder, rekening houdend met de privacy van de omliggende percelen (project 8). Het groen in de overige straten van de wijk functioneert vooral voor de directe omwonenden, en minder voor alle dorpsbewoners. Het is daarom gerangschikt onder de nevenstructuur, en wordt in samenspraak met de buurt of straat nader vormgegeven. Een algemeen voorkomend standplaatsprobleem is dat van bomen in de verhardingen. Recentelijk zijn hier al enkele bomen weggehaald en zijn standplaatsen verruimd.

Kansen voor verdere kwaliteitsverbetering van het groen in de wijk zijn: • Een groene haag vóór of als vervanging van houten schuttingen langs de openbare ruimte (o.a. Prunusstraat, Iepestraat, in samenspraak met bewoners); • Een haagje in combinatie met het stalen hek rond de speeltuin in de Prunusstraat; • Het herstellen van de ballenvang netten met ingegroeide struiken achter de Elimkerk; • Het omvormen van de overgebleven ‘driehoeken’ langs de Wilgestraat tot grasruimtes met haag en knotwilgen. Weltevrede -Oostgaarde De groene hoofdstructuur van Weltevrede en Oostgaarde bestaat uit de doorgaande groenstroken inclusief watergang, gekoppeld aan de meer landschappelijke parkzone aan de oostrand van het dorp. Ook de Haagdijk is, hoewel eigendom van Natuurmonumenten, een beeldbepalende groene hoofdstructuur van de wijk.

• 36 •

B OS C H

S LAB B E R S

In de groenstroken speelt deels dezelfde problematiek als geschetst in de wijk Buitenleven. Ook hier is soms (te) weinig groeiruimte beschikbaar voor de inheemse struikbeplantingen, en is een beeld met geschoren randen de enige mogelijkheid om met inheemse beplanting te werken. Vanwege de beperkt beschikbare ruimte is de groene verbinding tussen “Oost en West“ in de wijk gedacht via de watergang en verder doorlopend langs de Seringestraat. Het groen invullen van de twee laatste bouwkavels aan de Seringestraat versterkt deze groenstructuur en is wenselijk om de structuur voldoende robuust te maken. Ook de groene achterkanten van de woningen langs de Langeweg sluiten aan bij de hoofdstructuur. Vanuit de parkzone aan de oostkant is een fraai zicht op de polder mogelijk. De natuurlijk beheerde akkerrand draagt bij aan het landelijke karakter van deze plek. Bij een eventuele toekomstige uitbreiding van het dorp aan de oostkant wordt voorgesteld om tussen Langeweg en Haagdijk eerst een flinke parkstrook te reserveren, alvorens nieuwe woonbebouwing te plannen. Het bestaande park kent een aantal landschappelijke elementen (vijver, knotwilgen, speelhut) in een verder strakke setting van gazon. Vanuit de omgeving gezien is een meer landschappelijke invulling passend en zou het gazon beperkt kunnen worden tot globaal de zone rond het trapveld en de eerste twee meter langs paden en wegen.

Dit wordt onder het thema biodiversiteit opgepakt. Het groen in de straten valt onder de nevenstructuur. Dit kan in samenspraak met de buurtbewoners verder worden vormgegeven. In de Kamperfoeliestraat en Magnoliastraat liggen kansen om de ambities voor klimaatadaptatie vorm te geven, in combinatie met een standplaatsverbetering voor bomen in verharding. Zie hiervoor de uitwerking klimaatadaptatie. Klimopplein en omgeving Het Klimopplein en de omgeving daarvan is in de afgelopen decennia uitgegroeid tot een tweede dorpcentrum. In de groenstructuur krijgt deze plek dan ook de status die daarbij hoort. Net als in het historische dorpcentrum wordt de laanstructuur van de Langeweg hier onderbroken door een andere boomsoort rond het plein: plataan en kers. Ook de platanen op het grasveld voor de basisschool en op de parkeerplaats maken deel uit van de hoofdstructuur rond dit centrumgebied.

De platanen hebben het duidelijk naar hun zin en zijn inmiddels uitgegroeid tot forse bomen. Gezien de schaduwwerking tot in de achterliggende woningen valt te overwegen om de bomen op Franse wijze enigszins in toom te houden middels kandelaberen. Om de eenheid van het plein en de omliggende centrumfuncties te versterken wordt voorgesteld om ook de kersenbomen te vervangen door platanen.

Specifieke objecten Sportterrein Het sportterrein wordt omgeven door smalle groensingels, direct grenzend aan particuliere tuinen. Gezien de beschikbare ruimte is er slechts plek voor een strak gesnoeide haagrand. Dit is een prima functionele beplanting op deze plek. Aan de zijde van de parkeerplaats groeit de haag tot in de ballenvangende netten. Door de ballenvanger slim aan te passen, en een opening te creëren waar de heggeschaar doorheen past, kan de haag toch geknipt worden. Eenzelfde probleem is geconstateerd bij de ballenvanger achter de Elimkerk.

Bedrijven- en industrieterreinen Het bedrijventerrein is momenteel puur functioneel, zonder enige groene invulling, ingericht. Hier liggen kansen voor klimaatadaptatie middels het gebruik van groene verhardingen. Zie hiervoor hoofdstuk 4.4, klimaatadaptatie. De schouwstrook met eiken onder aan de Lange Mairedijk vormt een fraaie versterking van de beplantingen op de dijk zelf en maakt daarom deel uit van de groene hoofdstructuur. De landschappelijke inpassing van het uien-verwerkend bedrijf is functioneel, maar met name aan de Noordzijde erg smal en weinig passend in de polder. Wellicht is hier in onderling overleg een iets aangenamer dijkprofiel te realiseren.

De begraafplaats De begraafplaats is qua groenstructuur een sieraad voor het dorp, en ziet er verzorgd uit. De vaste plantenthema’s zorgen voor een prima groene invulling tussen de graven, waardoor kale grond en moeilijk maaibaar gazon worden voorkomen. De begraafplaats behoort tot de groene hoofdstructuur van het dorp.

Smalle singels Weltevrede

Landschapspark Oostgaarde

Kanslocatie groenstructuur Magnoliastraat

Zaaidijk: kanslocatie biodiversiteit

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

‘S-G RAVE N P OLDE R

• 37 •

Scouting/Tennisbaan/Volkstuinen Het integrale ontwerp van het groene kader voor deze functies is helder van opzet en geeft bovendien ruimte voor flexibele invulling van de drie ‘kamers’. De rondwandeling sluit aan bij de wandelstructuren van het dorp en de polder. Bovendien wordt het tracé van de Oude Koedijk hier weer beleefbaar. Genoeg redenen om de omkadering inclusief de daar binnen gelegen functies op te nemen in de groene hoofdstructuur. Er liggen aanvullende kansen voor de ambities voor biodiversiteit en klimaatadaptatie. Als kritische noot kan de plaatsing van de hekwerken aan de binnenzijde van de singel genoemd worden. Deze functioneert goed bij de volkstuinen, maar bij de scouting is het beheer nu problematisch. Een mogelijke oplossing is een verbreding van de beplanting aan de binnenzijde. Het hek wordt dan opgenomen in de singel, en het scheerbeheer van de struikranden kan dan ook achterwege blijven. Hetzelfde geldt voor de buitenranden van de singels. De singels zijn verder toe aan een gericht dunningsbeheer, gezien de relatief dichte plantafstanden.

• 38 •

B OS C H

S LAB B E R S

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

‘S-G RAVE N P OLDE R

• 39 •

• 40 •

B OS C H

S LAB B E R S

4. WENSBEELD

G S P

BOR S E LE

-

K E R N

‘S-G RAVE N P OLDE R

• 41 •

4.1 AMBITIE GROENSTRUCTUUR Versterken en aanvullen hoofdgroenstructuur Het wensbeeld voor de groene hoofdstructuur bevat een aantal locaties binnen de bebouwde kom, maar geeft ook handreikingen voor aanvullingen daarop. Er is in dit opzicht samenhang tussen de groenstructuur in de bebouwde kom van het dorp en het omliggende gebied. Provincialeweg (1) Als eerste valt de Provincialeweg op, waar een aanvullende boomstructuur wordt voorgesteld. Dit betreft een wens die al in het GSP 1997 is aangegeven, maar waar de uitvoering in de afgelopen planperiode nog niet is gerealiseerd. De gewenste boomstructuur zou in samenhang met de op handen zijnde herinrichting kunnen worden meegenomen. Over de aard van de boomstructuur kan nog een afweging plaatsvinden. Enerzijds zou kunnen worden aangesloten op de eikenstructuur van de Langeweg, waarbij mogelijk ruimte is voor een dubbele rij bomen. Anderzijds zou de weg kunnen aansluiten op de bestaande Essenbeplanting van de

Schoorkenszandweg. Gezien de ziektegevoeligheid van de inheemse essen zou een keuze voor de eik nu voor de hand liggen. Naast de groene hoofdstructuur liggen hier ook kansen voor klimaatadaptatie. Korenhalmdijk/ Lange Mairedijk (2) Parallel aan de Provincialeweg is ook een boomstructuur op de Korenhalmdijk gewenst. Deze dijk is momenteel onbeplant. De aanplant van een boomstructuur op de dijk vult de ontbrekende schakel in de dijkbeplantingen langs de Zwakepolders. Vanwege de beperkingen van het molenbiotoop rond de molen is een opgaande boombeplanting niet toegestaan. De boomstructuur zou dus met knotwilgen gerealiseerd kunnen worden. In samenhang met de dijkbeplanting zou de landschappelijke inpassing van het uienverwerkend bedrijf op de dijk kunnen worden bezien. Hierbij valt te denken aan een meer streekeigen beplanting ter hoogte van de bestaande coniferenhagen. Lenshoekdijk (3) Een derde wens is het verbeteren van het zicht op de voormalige Zwake vanaf de Lenshoekdijk. Deze locatie

Provincialeweg; gewenst: boomstructuur

Lenshoekdijk (geen) zicht op Zwake-kreek

Vergroten beleving Koedijk/Zaaidijk, kans wandelstructuur

Schuitweg: kans locatie dorpsbos/natuurpark

• 42 •

B OS C H

S LAB B E R S

Kans wandelstructuur Fortrapastraat

Kans brede parkzone Oostgaarde

ligt weliswaar net buiten de bebouwde kom, maar is voor de beleving van de historie en landschappelijke context van het dorp erg belangrijk. Doel is het water van de voormalige Zwake-kreek weer beleefbaar te maken vanaf de dijk. Dit kan op eenvoudige wijze door de aanwezige struikbeplantingen onder aan het talud te vervangen door grastaluds.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11630466/1