02 Kadernota 2027 2026000711.pdf
Tekst van het document
onder
Kadernota 2027
INHOUDSOPGAVE
1.
Inleiding ...........................................................................................................................3
2.
Scenario’s ........................................................................................................................5
3.
Op weg naar een begroting .....................................................................................9
4.
Kaders .............................................................................................................................10
5.
Samenvatting budgettair kader 2027 - 2030 .................................................14
Bijlage 1:
Ontwikkelingen .............................................................................................16
Bijlage 2:
Recapitulatie aanvragen ...........................................................................26
Bijlage 3:
Toelichting aanvragen ................................................................................29
Kadernota 2027, Z1371438, pagina 2
1.
Inleiding
Algemeen. Voor u ligt de kadernota 2027. De gemeenteraad stelt jaarlijks de (financiële) kaders vast op basis waarvan de begroting wordt opgesteld. In dit geval de (meerjaren)begroting 2027-2030. De gemeenteraad wordt gevraagd om de uitgangspunten vast te stellen waarmee de ontwerpbegroting 2027 wordt opgesteld. De kadernota 2027 is beleidsrijk, zodat de gemeenteraad in staat is om richting te geven. Dat past in het streven om de kaderstellende rol van de gemeenteraad te versterken en de raad meer tijd en ruimte te geven voor menings- en besluitvorming. Bij de besluitvorming van de begroting 2027 gelden financiële kaders en criteria die door de hogere overheid zijn vastgesteld. Deze kaders zijn opgenomen in de Gemeentewet, het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK) van de provincie Noord-Holland. Het toezicht richt zich primair op het aanwezig zijn van een structureel en reëel begrotingsevenwicht. Dit houdt in dat de jaarlijks terugkerende structurele lasten gedekt moeten worden door jaarlijks terugkerende structurele baten. Ongewijzigd beleid.
Het beeld bij een ongewijzigd beleid inclusief het verwerken van de verplichte uitgaven is als volgt: Tabel 1 Uitgangssituatie kadernota 2027 MEERJARENBEGROTING 2 0 2 6 - 2 0 2 9 x € 1.000 Stand meerjarenbegroting in PRIMAIRE begroting 2026 - Septembercirculaire 2025 - Raadsbesluiten januari '26 BIJGESTELDE STAND meerjarenbegroting 2026-2029 na raadsbesluiten januari 26 Eliminatie opgenomen incidentele uitgaven en inkomsten BIJGESTELDE STAND meerjarenbegroting 2026-2029 na eliminatie incidentele baten en lasten Bijstelling vastgestelde bezuinigingen Berenschot (voorstel college) Autonome ontwikkelingen (1% van begrotingstotaal € 83.730.724) Effect aanvragen kadernota 2027 Uitwerking Meicirculaire 2026 Saldo
2027 -1.960 33 -12 -1.939 -1.684 -255 -113 -837 -416
2028 -2.716 -17 -11 -2.744 -1.537 -1.207 -113 -837 -341
2029 -3.994 27 -11 -3.977 -1.629 -2.349 -113 -837 -341
2030 -3.994 27 -11 -3.977 -1.629 -2.348 -113 -837 -341
-1.621
-2.497
-3.639
-3.639
Voor een specificatie van de aanvragen Kadernota zie bijlage 2. In dit beeld is rekening gehouden met de inschatting van de investeringen die de gemeente moet gaan doen als gevolg van het vastgestelde Integraal Huisvesting Plan (IHP) voor onderwijsgebouwen. We schatten de investeringen in op ca. € 10 mln. per jaar voor de periode 2027-2030. In de afgelopen jaren hebben we de besluitvorming over een integraal huisvestingsplan onderwijs voor ons uitgeschoven, waardoor de noodzaak tot investeren steeds hoger oploopt. Die investeringen zijn in de komende jaren onvermijdelijk geworden. De jaarlijkse investeringen zullen langer doorlopen dan de periode 2027-2030 die we begroten. Dit exploitatielasten die voortvloeien uit de investeringen zullen een groot beslag op onze begrotingsruimte leggen Hiermee moeten we rekening houden, ook al zijn we nog niet verplicht om dit te begroten. Vanwege de onvermijdelijkheid van de investeringen zijn we van mening dat we op dit moment keuzes moeten maken die die investeringen mogelijk maken. Doen we dat niet, dan staan we in 2030 voor een financieel beeld dat onafwendbaar is. De verschillende ontwikkelingen kunnen ertoe leiden tot het tekort in de jaren na 2030 verder oploopt tot een bedrag van ongeveer € 6 miljoen euro.
Met behulp van het Berenschot rapport over de beïnvloedbaarheid van de begroting, heeft het college een pakket aan maatregelen samengesteld waarmee het in te schatten tekort van € 6 miljoen via bezuinigingen te compenseren zou zijn. Bij de behandeling van begroting 2026 is een scenario gekozen met een deel van de bezuinigingen (oplopend
Kadernota 2027, Z1371438, pagina 3
naar € 3 mln.). Dit pakket aan bezuinigingen heeft niet voor sluitende meerjarenbegroting geleid. Er zullen voor begroting 2027 opnieuw maatregelen getroffen moeten worden om meerjarig tot een structureel begrotingsevenwicht te komen. Natuurlijk zijn er nog andere mogelijkheden (buiten een bezuinigingsoperatie) om voor de jaren 20272030 een sluitende begroting te creëren, bijvoorbeeld: • • •
De investeringen in met name onderwijshuisvesting vertragen/faseren Overschot aan reserves inzetten om ingrepen te verzachten (jaarlijks max. 10% surplus van de algemene reserve € 30 mln.) Onbenutte belastingcapaciteit inzetten (onbenutte belastingcapaciteit is € 4 mln.)
Kadernota 2027, Z1371438, pagina 4
Scenario’s
2.
Op basis van het bovenstaande (Inleiding) is er door het college gewerkt aan een viertal scenario’s hoe om te gaan met het begrotingstekort :
Scenario 1: Lastenverzwaring inwoners (belastingverhoging) • • • •
extra OZB-verhoging boven indexatie geen aanvullende bezuinigingen alle aanvragen kadernota inschatting autonome ontwikkelingen
Financieel vertaald ziet dit scenario er als volgt uit: Scenario 1: Lastenverzwaring inwoners (belastingen verhogen) MEERJARENBEGROTING 2 0 2 6 - 2 0 2 9 x € 1.000 Stand meerjarenbegroting in PRIMAIRE begroting 2026 - Septembercirculaire 2025 - Raadsbesluiten januari '26 BIJGESTELDE STAND meerjarenbegroting 2026-2029 na raadsbesluiten januari 26 Eliminatie opgenomen incidentele uitgaven en inkomsten BIJGESTELDE STAND meerjarenbegroting 2026-2029 na eliminatie incidentele baten en lasten Bijstelling vastgestelde bezuinigingen Berenschot (voorstel college) Autonome ontwikkelingen (1% van begrotingstotaal € 83.730.724) Effect aanvragen kadernota 2027 Uitwerking Meicirculaire 2026 Eliminatie opgenomen incidentele uitgaven en inkomsten aanvragen kadernota 2027 Maatregel: OZB verhogen Saldo
2027 -1.960 33 -12 -1.939 -1.684 -255 -113 -837 -416
2028 -2.716 -17 -11 -2.744 -1.537 -1.207 -113 -837 -341
2029 -3.994 27 -11 -3.977 -1.629 -2.349 -113 -837 -341
2030 -3.994 27 -11 -3.977 -1.629 -2.348 -113 -837 -341
1.621 0
2.497 0
3.639 0
3.639 0
Het effect op de kapitaallasten op de lange termijn (10 jaar) is als volgt: 2026 ONDERWIJS OVERIG
0 0 0
2027
2028
39.000 77.082 116.082
614.000 1.180.875 1.769.625 2.320.250 2.862.750 3.397.125 3.923.375 4.441.500 248.035 276.218 330.107 469.500 606.292 740.486 872.078 1.001.074 862.035 1.457.093 2.099.732 2.789.750 3.469.042 4.137.611 4.795.453 5.442.574
2029
2030
2031
2032
2033
2034
Door de investeringsambitie van het IHP van € 10 miljoen op jaarbasis na te streven, stijgen de totale kapitaallasten over 10 jaar naar een niveau van € 5,4 miljoen. Het begrotingstekort zal daarmee oplopen en aanvullende maatregelen noodzakelijk. Door het verhogen van de OZB, stijgen de inkomsten van de gemeente laat de bijgestelde stand een sluitende begroting zien. Het extra verhogen van de OZB, heeft invloed op de hoogte van de woonlasten van de inwoners. Een positief resultaat heeft een positief effect op de algemene reserve en daarmee een positief effect op de financiële kengetallen. De toenemende investeringslast heeft een negatief effect op de hoogte van de langlopende leningen en daarmee de schuldpositie van de gemeente. Er is nog een aantal onzekere factoren waarvan de effecten nog niet bekend zijn, zoals de uitwerking van de Meicirculaire. Ook kunnen de autonome ontwikkelingen anders uitvallen dan ingeschat.
Kadernota 2027, Z1371438, pagina 5
2035
Scenario 2: Extra Berenschot maatregelen • • • •
geen extra OZB-verhoging boven indexatie aanvullende bezuinigingen alle aanvragen kadernota inschatting autonome ontwikkelingen
Financieel vertaald ziet dit scenario er als volgt uit: Scenario 2: Extra Berenschot maatregelen MEERJARENBEGROTING 2 0 2 6 - 2 0 2 9 x € 1.000 Stand meerjarenbegroting in PRIMAIRE begroting 2026 - Septembercirculaire 2025 - Raadsbesluiten januari '26 BIJGESTELDE STAND meerjarenbegroting 2026-2029 na raadsbesluiten januari 26 Eliminatie opgenomen incidentele uitgaven en inkomsten BIJGESTELDE STAND meerjarenbegroting 2026-2029 na eliminatie incidentele baten en lasten Bijstelling vastgestelde bezuinigingen Berenschot (voorstel college) Autonome ontwikkelingen (1% van begrotingstotaal € 83.730.724) Effect aanvragen kadernota 2027 Uitwerking Meicirculaire 2026 Eliminatie opgenomen incidentele uitgaven en inkomsten aanvragen kadernota 2027 Maatregel: extra bezuinigingen (overige opties lijst Berenschot) Saldo
2027 -1.960 33 -12 -1.939 -1.684 -255 -113 -837 -416
2028 -2.716 -17 -11 -2.744 -1.537 -1.207 -113 -837 -341
2029 -3.994 27 -11 -3.977 -1.629 -2.349 -113 -837 -341
2030 -3.994 27 -11 -3.977 -1.629 -2.348 -113 -837 -341
1.621 0
2.497 0
3.639 0
3.639 0
Het effect op de kapitaallasten op de lange termijn (10 jaar) is als volgt: 2026 ONDERWIJS OVERIG
0 0 0
2027
2028
39.000 77.082 116.082
614.000 1.180.875 1.769.625 2.320.250 2.862.750 3.397.125 3.923.375 4.441.500 248.035 276.218 330.107 469.500 606.292 740.486 872.078 1.001.074 862.035 1.457.093 2.099.732 2.789.750 3.469.042 4.137.611 4.795.453 5.442.574
2029
2030
2031
2032
2033
2034
Door de investeringsambitie van het IHP van € 10 miljoen op jaarbasis na te streven, stijgen de totale kapitaallasten over 10 jaar naar een niveau van € 5,4 miljoen. Het begrotingstekort zal daarmee oplopen en aanvullende maatregelen zijn noodzakelijk. Door het inzetten van een deel van de bezuinigingsmaatregelen van bureau Berenschot, laten we een sluitende begroting zien. Een positief resultaat heeft een positief effect op de algemene reserve en daarmee een positief effect op de financiële kengetallen. De toenemende investeringslast heeft een negatief effect op de hoogte van de langlopende leningen en daarmee de schuldpositie van de gemeente. Er is nog een aantal onzekere factoren waarvan de effecten nog niet bekend zijn, zoals de uitwerking van de Meicirculaire. Ook kunnen de autonome ontwikkelingen anders uitvallen dan ingeschat.
Kadernota 2027, Z1371438, pagina 6
2035
Scenario 3: 1e jaar inzet reserve, daarna mix bezuinigingen en belastingverhoging • • • • •
in 2027 inzet surplus algemene reserve in 2028 en verder: 50% extra OZB-verhoging boven indexatie in 2028 en verder: 50% aanvullende bezuinigingen alle aanvragen kadernota inschatting autonome ontwikkelingen
Financieel vertaald ziet dit scenario er als volgt uit: Scenario 3: 1e jaar inzet reserve, daarna mix bezuinigingen en OZB-verhoging MEERJARENBEGROTING 2 0 2 6 - 2 0 2 9 x € 1.000 Stand meerjarenbegroting in PRIMAIRE begroting 2026 - Septembercirculaire 2025 - Raadsbesluiten januari '26 BIJGESTELDE STAND meerjarenbegroting 2026-2029 na raadsbesluiten januari 26 Eliminatie opgenomen incidentele uitgaven en inkomsten (dekking algemene reserve) BIJGESTELDE STAND meerjarenbegroting 2026-2029 na eliminatie incidentele baten en lasten Bijstelling vastgestelde bezuinigingen Berenschot (voorstel college) Autonome ontwikkelingen (1% van begrotingstotaal € 83.730.724) Effect aanvragen kadernota 2027 Uitwerking Meicirculaire 2026 Eliminatie opgenomen incidentele uitgaven en inkomsten aanvragen kadernota 2027 Maatregel 1: inzet algemene reserve (structureel) Maatregel 2: 50% OZB verhogen Maatregel 3: 50% extra bezuinigingen (overige opties lijst Berenschot) Saldo
2027 -1.960 33 -12 -1.939 -1.684 -255 -113 -837 -416
2028 -2.716 -17 -11 -2.744 -1.537 -1.207 -113 -837 -341
2029 -3.994 27 -11 -3.977 -1.629 -2.349 -113 -837 -341
2030 -3.994 27 -11 -3.977 -1.629 -2.348 -113 -837 -341
1.249 1.249 0
1.820 1.820 0
1.820 1.820 0
1.621
0
Het effect op de kapitaallasten op de lange termijn (10 jaar) is als volgt: 2026 ONDERWIJS OVERIG
0 0 0
2027
2028
39.000 77.082 116.082
614.000 1.180.875 1.769.625 2.320.250 2.862.750 3.397.125 3.923.375 4.441.500 248.035 276.218 330.107 469.500 606.292 740.486 872.078 1.001.074 862.035 1.457.093 2.099.732 2.789.750 3.469.042 4.137.611 4.795.453 5.442.574
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
Door de investeringsambitie van het IHP van € 10 miljoen op jaarbasis, stijgen de totale kapitaallasten over 10 jaar naar een niveau van € 5,4 miljoen. Het begrotingstekort zal daarmee oplopen en aanvullende maatregelen zijn noodzakelijk. Door het inzetten van de algemene reserve (maximaal 10% van het surplus van de algemene reserve) in 2027, laten we een sluitende begroting zien. Door in de jaren 2028 tm 2030 in te zetten op van een deel van de bezuinigingsmaatregelen van bureau Berenschot in combinatie met een OZB-verhoging zijn ook deze jaren sluitend. De toenemende investeringslast heeft een negatief effect op de hoogte van de langlopende leningen en daarmee de schuldpositie van de gemeente. Er is nog een aantal onzekere factoren waarvan de effecten nog niet bekend zijn, zoals de uitwerking van de Meicirculaire. Ook kunnen de autonome ontwikkelingen anders uitvallen dan ingeschat.
Kadernota 2027, Z1371438, pagina 7
Scenario 4: 1e jaar deels inzet reserve + deels OZB-verhoging, daarna mix bezuinigingen en belastingverhoging • • • • •
in 2027 deels inzet surplus algemene reserve + deels OZB-verhoging in 2028 en verder: 50% extra OZB-verhoging boven indexatie in 2028 en verder: 50% aanvullende bezuinigingen alle aanvragen kadernota inschatting autonome ontwikkelingen
Financieel vertaald ziet dit scenario er als volgt uit: Scenario 4: 1e jaar deels inzet reserve, deels OZB-verhoging, daarna mix bezuinigingen en OZB MEERJARENBEGROTING 2 0 2 6 - 2 0 2 9 x € 1.000 Stand meerjarenbegroting in PRIMAIRE begroting 2026 - Septembercirculaire 2025 - Raadsbesluiten januari '26 BIJGESTELDE STAND meerjarenbegroting 2026-2029 na raadsbesluiten januari 26 Eliminatie opgenomen incidentele uitgaven en inkomsten BIJGESTELDE STAND meerjarenbegroting 2026-2029 na eliminatie incidentele baten en lasten Bijstelling vastgestelde bezuinigingen Berenschot (voorstel college) Autonome ontwikkelingen (1% van begrotingstotaal € 83.730.724) Effect aanvragen kadernota 2027 Uitwerking Meicirculaire 2026 Eliminatie opgenomen incidentele uitgaven en inkomsten aanvragen kadernota 2027 Maatregel 1: inzet algemene reserve 50% Maatregel 2: 50% OZB verhogen Maatregel 3: 50% extra bezuinigingen (overige opties lijst Berenschot) Saldo
2027 -1.960 33 -12 -1.939 -1.684 -255 -113 -837 -416
811 811 0
2028 -2.716 -17 -11 -2.744 -1.537 -1.207 -113 -837 -341
2029 -3.994 27 -11 -3.977 -1.629 -2.349 -113 -837 -341
2030 -3.994 27 -11 -3.977 -1.629 -2.348 -113 -837 -341
1.249 1.249 0
1.820 1.820 0
1.820 1.820 0
Het effect op de kapitaallasten op de lange termijn (10 jaar) is als volgt: 2026 ONDERWIJS OVERIG
0 0 0
2027
2028
39.000 77.082 116.082
614.000 1.180.875 1.769.625 2.320.250 2.862.750 3.397.125 3.923.375 4.441.500 248.035 276.218 330.107 469.500 606.292 740.486 872.078 1.001.074 862.035 1.457.093 2.099.732 2.789.750 3.469.042 4.137.611 4.795.453 5.442.574
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
Door de investeringsambitie van het IHP van € 10 miljoen op jaarbasis na te streven, stijgen de totale kapitaallasten over 10 jaar naar een niveau van € 5,4 miljoen. Het begrotingstekort zal daarmee oplopen en aanvullende maatregelen noodzakelijk. Door het in 2027 deels inzetten van 10% van het surplus van de algemene reserve en deels OZB-verhoging, laten we een sluitende begroting zien. Door in de jaren 2028 tm 2030 in te zetten op van een deel van de bezuinigingsmaatregelen van bureau Berenschot in combinatie met een OZB-verhoging zijn ook deze jaren sluitend. Een positief resultaat heeft een positief effect op de algemene reserve en daarmee een positief effect op de financiële kengetallen. De toenemende investeringslast heeft een negatief effect op de hoogte van de langlopende leningen en daarmee de schuldpositie van de gemeente. Er is nog een aantal onzekere factoren waarvan de effecten nog niet bekend zijn, zoals de uitwerking van de Meicirculaire. Ook kunnen de autonome ontwikkelingen anders uitvallen dan ingeschat.
Kadernota 2027, Z1371438, pagina 8
3.
Op weg naar een begroting
Anders dan in voorafgaande jaren, is de Gemeente Bloemendaal op een keerpunt beland waarbij de noodzaak tot omvangrijke investeringen in zowel onderwijshuisvesting (vele tientallen miljoenen in komende tien jaren), als (sociale) woningbouw (circa 10 miljoen in komende zes jaren) niet langer vooruitgeschoven kan worden. Het is de omvang van deze investeringen, veel meer nog dan het aanstaande ‘ravijnjaar’ waar veel over gesproken wordt, dat de gemeente Bloemendaal zal dwingen om anders en veel kritischer met de beperkte financiële middelen om te gaan. We besteden onze middelen in Bloemendaal met zorg en met een (goede) reden. Als we ervoor (moeten) kiezen om sommige bestedingen stop te zetten, valt die (goede) reden tot besteding niet weg. Bezuinigen doet dus meestal pijn. Tegelijkertijd creëren we met (nieuwe) investeringen, in bijvoorbeeld scholen en woningbouw, ook prachtige kansen voor onze gemeente. Als we besluiten die investeringen te doen èn de bezuinigingen te laten, ontstaan tekorten. Tenzij we, natuurlijk, besluiten om onze inkomsten via belasting van onze burgers te verhogen. Juist omdat de keuzes waarvoor we staan zo ingrijpend zijn, hebben we ervoor gekozen om in de Kadernota niet slechts een enkel scenario te presenteren, maar u in uw rol als raadslid juist zicht te geven op een viertal scenario’s.
Evengoed kunt u ervoor kiezen om elementen uit de vier grotere scenario’s te combineren. Vooropgesteld, natuurlijk, dat de hoofddoelstelling van een structureel sluitende begroting bewaakt blijft. Tenslotte is het niet onbelangrijk om nog iets te zeggen over de lasten voor de burger. In drie van de vier scenario’s wordt er voorgesteld om de OZB extra te verhogen met meer dan alleen met de indexatie. Dit heeft een direct gevolg op de woonlasten van de burger. Hoewel we het detail niet schuwen, zoeken we met u in de eerste plaats een gesprek op hoofdlijnen. Hoe belangrijk vind u de investeringen? Welke lastenverhogingen voor de burger zijn niet acceptabel? Welke voorzieningen kunnen we (met moeite) opgeven? Maar vooral: welke richting (kaders) geeft u ons om de aankomende begroting voor ’27 (-’30) voor te bereiden? Wij zijn ervan overtuigd dat deze discussie niet alleen van groot belang is voor de toekomst van onze gemeente maar ook helpt om onze organisatie wendbaar te maken in een wereld die minder dan ooit voorspelbaar is. Juist in zulke omstandigheden is vooruit kijken belangrijk!
Kadernota 2027, Z1371438, pagina 9
4.
Kaders
De volgende kaders zijn relevant voor de kadernota 2027. Algemene kaders A. Sluitende begroting Ingevolge de Gemeentewet, het BBV en het GTK van de provincie Noord-Holland, ziet de raad erop toe dat de begroting volgens de wettelijke opgave structureel, reëel en duurzaam in evenwicht is. Met structureel evenwicht wordt bedoeld dat structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Met reëel evenwicht wordt bedoeld dat de geraamde baten en lasten in de begroting en meerjarenraming volledig en realistisch zijn. De gemeente moet zich rekenschap geven van daadwerkelijk te verwachten groei of afname van baten en lasten. Bij het nemen van besluiten met grotere financiële gevolgen is het van belang dat raadsleden een goed beeld hebben van het structureel begrotingssaldo en inzicht krijgen in de financiële positie op korte en lange termijn. Het structureel, reëel en duurzaam begrotingsevenwicht is het belangrijkste toezichtcriterium bij de beoordeling van de begroting door de provincie Noord-Holland. Om vast te kunnen stellen dat sprake is van een structureel evenwicht is het belangrijk dat inzicht bestaat in welk deel van de baten en lasten incidenteel is en welk deel structureel. In de begroting moet om die reden een overzicht van de incidentele baten en lasten worden opgenomen.
Zo worden de aanwendingen van reserves als incidenteel aangemerkt tenzij sprake is van bestemmingsreserves welke specifiek zijn gevormd voor de afdekking van de uit investeringen voortvloeiende kapitaallasten, de zogenoemde dekkingsreserves voor kapitaallasten. Hiertoe dient een apart overzicht van de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves te worden opgesteld. Van duurzaam materieel begrotingsevenwicht van de begroting kan de raad afwijken indien aannemelijk is dat het structureel evenwicht binnen de eerstvolgende 3 jaren van de meerjarenbegroting tot stand zal worden gebracht. Hierbij aangetekend dat het herstelde structurele evenwicht in enig jaar niet meerjarig mag opschuiven. B. Interne budgetregels De begroting wordt opgesteld op basis van vastgesteld beleid waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen voorstellen met incidentele en structurele effecten. Bij de behandeling van de begroting worden zowel voorstellen met structurele als met incidentele effecten ter vaststelling aan de raad voorgelegd. Voorstellen met een structureel karakter worden afgezet tegen de structureel beschikbare middelen. De voorstellen met een incidenteel karakter hebben geen effect op de structurele exploitatieruimte van de begroting, zolang deze uit reserves gedekt kunnen worden. Specifieke kaders 1.
Ontwikkeling financiering en rente De financieringsbehoefte zal in 2027 als gevolg van investeringsvoorstellen en bestaande en aanstaande aflossingen van geldleningen onverminderd hoog blijven. De daarmee samenhangende vraag om vreemd vermogen leidt tot een beroep op de geld- en kapitaalmarkt en brengt rentelasten met zich mee. De in de begroting te verantwoorden rekenrente is gebaseerd op zowel de in het verleden afgesloten alsnog af te sluiten vaste geldleningen. Deze rentelasten worden via een omslagrente toegerekend aan de betreffende taakvelden. Het te hanteren omslagpercentage wordt bepaald op basis van de verwachte invetseringspositie per 1 januari 2027, de beslaande leningenportefeuille, de beschikbare liquiditeiten en de verwachte fasering van de investeringsuitgaven in 2027. Als voor de financiering van investeringen nieuwe vaste geldleningen moeten worden aangetrokken, wordt voor het begrotingsjaar 2027, uitgaande van lineaire afschrijvingstermijnen van 20 tot 40 jaar, rekening gehouden met een rentepercentage van 3,25%. De renteontwikkelingen zullen
Kadernota 2027, Z1371438, pagina 10
de komende maanden nauwlettend worden gevolgd. Als de marktomstandigheden daartoe aanleiding geven, zal bij het opstellen van de begroting 2027 worden bezien of een tussentijdse bijstelling noodzakelijk is. 2. Autonome ontwikkelingen: inwoners/woningen/areaaluitbreiding Bij de meerjarenraming van de OZB opbrengsten zal rekening worden gehouden met de areaal uitbreiding van opgeleverd nieuw onroerend goed. De uitbreiding levert een toename van de WOZwaarde op omdat woningen en niet-woningen mee worden genomen in de WOZ-waardering. Enerzijds neemt daardoor de OZB opbrengst toe en anderzijds neemt de algemene uitkering uit het Gemeentefonds af omdat de OZB-belastingcapaciteit als negatieve inkomstenmaatstaf wordt meegenomen bij de bepaling van de hoogte van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. Deze verrekensystematiek werkt nagenoeg budgettair neutraal door. 3. Loon- prijsontwikkeling Voor de bepaling van het loon-prijsniveau wordt gebruik gemaakt van de meest recente informatie van het Centraal Planbureau (CPB) van maart 2026. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in loonkostenontwikkeling en prijsontwikkeling van goederen en diensten. Voor de inflatieverwachting voor de komende vier jaar wordt uitgegaan van het gemiddelde van de door het CPB berekende cijfers.
Loonkostenontwikkeling Conform het 4-jaarsgemiddelde van de CPB-raming volgt een loonontwikkeling van 3,6%, het gemiddelde CPB cijfer prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers (gemiddelde periode 2027 t/m 2030). We stellen de loonontwikkeling op advies van HRM bij naar 4,8% gebaseerd op het laatste loonbod uit de vastgelopen cao-onderhandelingen en een opslag voor de pensioenpremies. Op deze wijze hanteren we een gelijke indexatie met buurgemeente Heemstede wat van belang is voor de onderlinge gemeenschappelijke regelingen. Mocht er aanleiding (bv. uitkomst cao-onderhandelingen) voor zijn, kan het cijfer bijgesteld worden in de begroting 2027. Prijsontwikkeling goederen, diensten, subsidies De materiële budgetten worden geïndexeerd om de koopkracht op peil te houden. Volgens de raming van het CPB gaat het om 2,4%. Dit is het CPB cijfer prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc). (gemiddelde periode 2027 t/m 2030). Dit percentage wordt gebruikt voor de koopkrachtcompensatie van subsidiebudgetten. Voor de subsidies voor zorg- en welzijnsorganisaties binnen het sociaal domein alsmede het lumpsum bedrag aan de consortia in de jeugdzorg worden geïndexeerd met de voorlopige OVA-index van 3,86%. Voor de schoolgebouwen uit het Integraal Huisvestingsplan wordt voorgesteld de BDB-index (Bureau Documentatie Bouwwezen) toe te passen. 4.
Relatie WOZ-herwaardering met OZB-tarieven In Bloemendaal is, in navolging van wat landelijk gebruikelijk is, het beleid dat de hoogte van de OZBopbrengsten voor de gemeente niet wijzigt door hogere of lagere WOZ-waarderingen, tenzij er sprake is van areaaluitbreiding door nieuwbouw. Dit betekent dat het effect van de WOZ-waarderingen op de beschikbare belastingcapaciteit wordt vertaald in een evenredige verhoging/verlaging van de lokale OZB-tarieven. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door GBKZ ontwikkeld rekenmodel waarbij naast de geprognosticeerde waardeontwikkeling een correctie voor beroep, bezwaar en leegstand is meegenomen. Waardestijgingen in Bloemendaal als gevolg van areaaluitbreiding (meer woningen en niet-woningen) mogen wel leiden tot een hogere OZB-opbrengst. Dit om de korting op de algemene uitkering, zie hiervoor omschreven in onderdeel 2, te compenseren. Voor de ontwikkeling van de WOZ-waarderingen wordt het in de meicirculaire vermelde landelijke percentage gevolgd. Op dit percentage wordt zowel de geprognosticeerde belastingcapaciteit als de korting op de algemene uitkering berekend. De raming van de algemene uitkering is op de meicirculaire gebaseerd. Dit is een eis volgens het toezichtkader van de provincie.
Kadernota 2027, Z1371438, pagina 11
Zoals hiervoor al gememoreerd is de belastingcapaciteit van de gemeente gekoppeld aan de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Indien de waarde van het onroerend goed in de gemeente sneller stijgt dan het landelijk gemiddelde, dan wordt de korting op de algemene uitkering groter. Indien de waarde van het onroerend goed in de gemeente langzamer stijgt dan het landelijk gemiddelde, dan wordt de korting op de algemene uitkering kleiner. Dit heeft ongewenste schommelingen aan de batenkant van de gemeente tot gevolg. Om deze ongewenste effecten weg te nemen zal bij de vaststelling van de belastingtarieven OZB in de raad van december op basis van actuele adviespercentages van GBKZ (jaarlijks op 1 december) de begroting worden bijgesteld in combinatie met doorberekening in de belastingtarieven. 5. Heffingen en belastingen Voor de heffingen en belastingen (incl. OZB) geldt een koppeling met het landelijk inflatiecijfer voor de loon-prijsontwikkeling van het CPB. De overige inkomsten w.o. huren worden ook verhoogd met het gemiddelde van de loonkostenontwikkeling (3,6%) en de prijsontwikkeling materieel (2,4%). Dit houdt in dat het gemiddelde percentage uitkomt 3%. De tarieven afvalstoffenheffing en rioolheffing mogen maximaal op een niveau van 100% kostendekking gesteld worden.
Besparingen op 'gesloten financieringssystemen' zoals riolering en afval worden verrekend in de tarieven van de retributies. Huur gemeentewoningen Om het “scheefhuren” (bewoners die gelet op hun inkomen te goedkope sociale huurwoningen bewonen en daarmee de doorstroming belemmeren) tegen te gaan is de jaarlijkse huurverhoging van gemeentewoningen gekoppeld aan het regeringsbeleid inzake huurwoningen. Daarin is bepaald dat de huurverhoging inkomensafhankelijk is. Vanaf 1 juli 2026 is de systematiek van de inkomensafhankelijke hogere huurverhoging gewijzigd en gelden de volgende inkomensgrenzen en maximale huurverhogingen: Tabel toegestane inkomensafhankelijke hogere huurverhoging 2026 Inkomenscategorie (inkomen 2024) Lage (midden)inkomens
Hoge Hoge middeninkomens inkomens
Eenpersoonshuishoudens
Niet hoger dan € 59.504
Tussen € 59.504 en € 70.149
Hoger dan € 70.149
Huishoudens van 2 of meer personen
Niet hoger dan € 68.858
Tussen € 68.858 en € 93.531
Hoger dan € 93.531
Inkomensindicatie die Belastingdienst verstrekt
"Laag (midden)inkomen" "Hoog (code "N") (midden)inkomen" (code "M")
Toegestane huurverhoging
* Max. 4,1% bij huur vanaf € 350 * Max. € 25 bij huur onder € 350
Max. € 50
"Hoog inkomen" (code "J")
Max. € 100
De gemeente Bloemendaal heeft geen huren onder de € 350. 6. Investeringen Er worden alleen reële investeringen in het investeringsprogramma van de meerjarenbegroting opgenomen. Dit zijn reguliere vervangingsinvesteringen (o.a. vervoermiddelen) en nieuwe investeringen die voldoende zijn onderbouwd met betrekking tot capaciteit, tijd en geld. Dit betekent, dat de investering én in het begrotingsjaar wordt gedaan én dat een degelijke onderbouwing over nut en noodzaak van het bedrag is gegeven. Kadernota 2027, Z1371438, pagina 12
Volgens vastgesteld financieel beleid worden investeringen kleiner dan € 25.000 niet geactiveerd. Gezien de relatie met het schuldniveau is het belangrijk om nut, noodzaak en tempo van investeringen af te wegen tegen de financiële mogelijkheden. 7. Grip op samenwerking De Wet Gemeenschappelijke regelingen verplicht ‘zware’ Gemeenschappelijke Regelingen om vóór 30 april van het lopende jaar hun voorlopige jaarrekening van het voorafgaande jaar en de algemene financiële en beleidsmatige kaders voor het komende jaar aan de raden van de deelnemende gemeenten aan te bieden. Dat sluit beter aan op de gemeentelijke planning en control cyclus. In het kader van ‘grip op samenwerking’ wordt een toetsingskader gebruikt om de ontvangen P&C documenten te beoordelen en gestructureerd aan de gemeenteraad aan te bieden. Deze toetsingskaders worden inmiddels ook gebruikt door het college om grote subsidies van meer dan € 50.000 te beoordelen. In november 2023 is de nieuwe nota Grip op Samenwerking 2023 door de raad vastgesteld. 8. Indeling programma’s De begroting is volgens het BBV ingedeeld in programma’s en taakvelden. Deze BBV-indeling is het meest transparant en maakt het vergelijken met andere gemeenten makkelijker. Zo ook met hulp van de website “Waarstaatjegemeente.nl”.
De indeling is als volgt: Programma 0: Bestuur en ondersteuning Programma 1: Veiligheid Programma 2: Verkeer, vervoer en waterstaat Programma 3: Economie Programma 4: Onderwijs Programma 5: Sport, cultuur en recreatie Programma 6: Sociaal domein Programma 7: Volksgezondheid en milieu Programma 8: Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing
Kadernota 2027, Z1371438, pagina 13
5.
Samenvatting budgettair kader 2027 - 2030
Onderwerp
Voorstel
Sluitende begroting
De gemeenteraad ziet toe op een structureel, reëel en duurzaam materieel begrotingsevenwicht. Dit houdt in dat meerjarige structurele lasten door meerjarige structurele baten worden gedekt en dat deze volledig en realistisch zijn.
Interne budgetregels
Nieuw beleid met structurele financiële gevolgen worden niet tussentijds, maar alleen bij de begroting, in behandeling genomen. Tussentijdse nieuwe voorstellen worden alleen bij de Zomernota behandeld mits ze onvoorzien, onvermijdbaar en onuitstelbaar zijn en bovendien betrekking hebben op 2027. Voor andere en complexe nieuwe voorstellen dient een apart raadsvoorstel te worden gemaakt.
Ontwikkeling financiering en De rekenrente voor de begroting 2027 vast te stellen op 3,25%. (toe te rekenen) rente Autonome ontwikkelingen (inwoners/woningen)
In de meerjarenbegroting wordt voor zover mogelijk rekening gehouden met autonome ontwikkelingen inwoners/woningen die uit bouwprojecten voortvloeien. De zogenoemde volume-aanpassingen. Hierbij wordt er bovendien vanuit gegaan, dat tegenover de stijging van de baten (OZB + Algemene uitkering), een stijging van de lasten staat wegens infrastructurele en sociaal maatschappelijke kosten. De budgethouders dienen dit aan te geven.
Loon-/prijscompensatie
1. De personeelsbudgetten worden vanaf 2027 jaarlijks met 4,8% geïndexeerd; 2. De budgetten goederen en diensten worden vanaf 2027 met 2,4% verhoogd; 3. De subsidies worden vanaf 2027 met 2,4% verhoogd. 4. De subsidies voor zorg- en welzijnsorganisaties binnen het sociaal domein alsmede het lumpsum bedrag aan de consortia in de jeugdzorg worden geïndexeerd met de voorlopige OVA-index van 3,86%. 5. Voor de investeringen uit het Integraal Huisvestingsplan wordt voorgesteld de BDB-index (Bureau Documentatie Bouwwezen) toe te passen.
Gemeentefonds
De raming van de algemene uitkering in de begroting 2027 is gebaseerd op de meicirculaire. Over de effecten van de meicirculaire 2026 is nog niets bekend, de raad wordt met een separate brief geïnformeerd.
Relatie WOZ-herwaardering Als in het WOZ-tijdvak (1-1-2025 tot 1-1-2026) sprake is van met OZB-tarieven waardestijgingen/-dalingen, dan vindt, rekening houdend met, de beschikbare belastingcapaciteit een verrekening plaats via een evenredige verlaging/verhoging van de OZB-tarieven 2027. Hierdoor is er geen sprake van een structurele meer-/minderopbrengst m.i.v. 2027 als gevolg van de mutaties in de belastingcapaciteit. Tenzij er sprake is van areaaluitbreiding van nieuw onroerend goed. Heffingen/belastingen
1. De OZB, de parkeerbelasting, de toeristenbelasting, de precariobelasting en de leges worden in 2027 trendmatig met 3% verhoogd. De overige inkomsten w.o. huren, met uitzondering van de huur van de gemeentewoningen, worden ook met het inflatiecijfer van 3% verhoogd. 2. De afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de lijkbezorgingsrechten worden slechts trendmatig verhoogd indien het niveau van 100% kostendekking nog niet is bereikt.
Investeringen
Er worden voor de periode 2027-2030 alleen investeringen in de begroting geraamd die in het betreffende begrotingsjaar ook tot uitvoering zullen
Kadernota 2027, Z1371438, pagina 14
komen. Bij de aanlevering voor de begroting worden op basis van concrete plannen van aanpak (capaciteit, tijd en geld) voorstellen tot het beschikbaar stellen van kredieten ingediend. In geval van zeer hoge urgentie kan van deze beleidslijn worden afgeweken. D.w.z. dat de gemeente of derden bij uitstel van investeringswerken risico’s lopen waaruit mogelijk ook schadeclaims kunnen voortvloeien. Zie verder bijlage 1 ‘Ontwikkelingen’. Ontwikkeling schuldpositie / De schuldpositie van de gemeente blijft de komende begrotingsjaren investeringsplafond aandacht vragen. De ontwikkeling van de schuld van de gemeente wordt gemonitord met de financiële kengetallen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Veel schulden worden gemaakt voor investeringen in kapitaalgoederen wegen, riolering en onderwijshuisvesting. Volgens staand beleid wordt gestreefd naar een bruto schuld van maximaal € 40 miljoen alsmede een solvabiliteit van tenminste 50%. Er dient continue een integrale afweging te worden gemaakt tussen de meerjarige investeringen enerzijds en het beoogde schuldniveau anderzijds. De jaarrekening 2025 laat per balansdatum 31 december 2025 een stand van de langlopende geldleningen zien van € 16,6 miljoen. De korte schuldpositie bedroeg per balansdatum € 0. De beide kengetallen netto schuldquote en solvabiliteit voldoen aan de norm van de gemeenteraad.
Het schuldniveau zal vanaf 2027 mede door onderhanden en geplande investeringswerken weer toenemen.
Kadernota 2027, Z1371438, pagina 15
Bijlage 1: Ontwikkelingen Onderstaand worden ontwikkelingen genoemd die de komende jaren een substantiële invloed (kunnen) hebben op de financiële positie van de gemeente Bloemendaal. Over concrete voorstellen zal uw akkoord worden gevraagd bij het behandelingsproces van de begroting 2027. In het begrotingsproces 2027-2030 kunnen immers de laatste inzichten worden meegenomen, ook die van de ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds volgens de meicirculaire. Bij de begrotingsbehandeling worden u nieuwe voorstellen, c.q. ontwikkelingen met financiële consequenties voor de begroting 2027 en volgende jaren, ter vaststelling voorgelegd. Achtergrond hiervan is de gedachtegang dat de raad een (beleids)keuze moet hebben als het gaat om een nieuw voorstel. In de samenvatting/recapitulatie worden ontwikkelingen in een nieuw voorstel bij de begroting 2027 verwerkt. Andere ontwikkelingen worden als mutatie in de begroting verwerkt. Hieronder staan per programma relevante ontwikkelingen. In bijlage 1 kunt u (indicatief) informatie vinden over voorstellen die door ons college in voorbereiding zijn. Nog niet alles is nu bekend, voorstellen kunnen nog worden aangepast, ingetrokken en nieuwe voorstellen kunnen worden toegevoegd.
Programma 0: Bestuur en ondersteuning Financieel perspectief algemeen Bij het opstellen van de begrotingen van de afgelopen jaren, was het als gevolg van de ontwikkelingen in vooral het sociaal domein steeds lastiger om de structurele baten en lasten te laten sluiten. Er zijn keuzes gemaakt bij de kadernota’s en de begrotingen van 2023 tot en met 2026 om de begroting sluitend op te leveren. De gemeente dient immers keuzes te maken omdat het Rijk gemeenten onvoldoende bekostigd en de investeringsopgave groot is (bijvoorbeeld aan het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs, huisvestingsopgaven alsmede de energietransitie). Derhalve is financieel perspectief onzeker. Naar verwachting zijn in juni 2026 de effecten uit de meicirculaire bekend en deze zullen bij de behandeling van de kadernota in juni worden medegedeeld. In de zomer zal de ontwerpbegroting 2027 opgesteld worden op basis van de financiële uitgangspunten van deze kadernota 2027. Bij de behandeling van de begroting 2027 zullen de voorstellen verder worden uitgewerkt en onderdeel uitmaken van de besluitvorming. Ook zullen de beleidsvoornemens uit het collegeprogramma hiervan onderdeel uitmaken. Financiële kengetallen De verplichte financiële kengetallen geven de verhouding weer tussen onderdelen van resultatenrekening en/of balans en helpen bij de beoordeling van de financiële positie.
De verschillende scenario’s uit hoofdstuk 2 hebben verschillende effecten op deze kengetallen. Scenario 3 en 4 waarin wordt voorgesteld de algemene reserve in te zetten om het begrotingstekort te dempen, hebben invloed op de hoogte van de reserves. Dit heeft een negatieve impact op de financiële kengetallen. In scenario 1, 3 en 4 heeft het extra verhogen van de OZB met name invloed op de hoogte van de woonlasten van de inwoners. Verduurzaming woningen Op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het Klimaatakkoord geldt voor overheden de verplichting om hun vastgoed te verduurzamen. Gemeenten dienen zorg te dragen dat alle verhuurde gemeentelijke woningen uiterlijk per 1 januari 2029 minimaal energielabel D hebben. Deze verplichting sluit aan bij de bredere doelstellingen rondom energie-efficiëntie, CO₂-reductie en maatschappelijk verantwoord vastgoedbeheer. Het doel is het verlagen van de energiebelasting voor
Kadernota 2027, Z1371438, pagina 16
huurders, het verbeteren van wooncomfort en het toekomstbestendig maken van de vastgoedportefeuille. Momenteel wordt geïnventariseerd welke bewoners medewerking wil verlenen en vervolgens welke maatregelen per woning dan dienen te worden uitgevoerd voor 1 januari 2029. Wanneer e.e.a. bekend is zal aan uw raad met een separaat raadsvoorstel voor het verstrekken van een investeringskrediet worden aangeboden. Personeel De arbeidsmarkt blijft krap en wij voorzien daarin geen veranderingen in de nabije toekomst. Door slimmere wervingscampagnes en een goede strategie op arbeidsmarktcommunicatie hebben we er vertrouwen in ook in de toekomst de vacatures te kunnen invullen. Dat blijft echter nog steeds extra inspanning vragen. Ook richten we ons op het aantrekkelijk maken van ons werkgeversmerk en goed werkgeverschap om het ook voor huidige werknemers aantrekkelijk te maken voor onze gemeente te blijven werken. Organisatieontwikkeling De opgaven die op de organisatie afkomen zijn groter en complexer. Daarbij zien we ook dat de ambtelijke organisatie de afgelopen jaren is verjongd. Dit vraagt om aandacht voor ontwikkeling en begeleiding van nieuwe medewerkers om de continuïteit te kunnen waarborgen. Wanneer nodig maken we gebruik van een flexibele schil (inhuur) zodat we de benodigde expertise kunnen leveren en werkzaamheden niet stil komen te liggen.
In het licht van de aansturing door het management is het belangrijk om te investeren in professionele ontwikkeling, integraliteit, ons leiderschap en duidelijke (uitvoerings-)kaders. Daarnaast is een helder opdrachtgever- en opdrachtnemerschap met de daarbij horende verantwoordelijkheden belangrijk voor het goed verlopen van het bestuurlijk proces. Dat zijn zaken waar we ons als organisatie komende jaren op focussen en op door willen ontwikkelen. Informatievoorziening ICT is steeds meer een strategisch middel voor het functioneren van de gemeente en het leveren van een kwalitatieve dienstverlening. In de komende jaren streven wij ernaar een flexibele digitale werkomgeving te realiseren die effectiever aansluit op de behoeften van gebruikers. Deze omgeving zal breed toegankelijk zijn, gegevens veilig verwerken en voldoen aan de vereisten van moderne informatietechnologieën. In 2027 wordt hiervoor een meerjarig uitvoeringsagenda gerealiseerd binnen de kaders van onze visie op Informatievoorziening en Informatiearchitectuur.. De gemeente vervangt en vernieuwt de ICT via een meerjarig vervangingsplan. In 2027 vervangen wij onder andere het Intranetsysteem van de gemeente, het Wifi systeem en het creëren en anonimiseren van documenten. De investeringen hiervoor zijn opgenomen in het meerjarenbeleid.
De kosten voor archiefbeheer nemen vanaf 2027 toe als gevolg van een nieuw kostenmodel bij het Noord-Hollands Archief. Deze stijging is deels opgenomen in de begroting, in afwachting van bestuurlijk overleg met het NHA. De volledige adoptie van de digitale werkomgeving ter ondersteuning van het gemeentelijke documentmanagement en compliancy (archivering en beveiliging) brengt een aanzienlijke verhoging van de beheerlast met zich mee. Deze toename wordt beschouwd als een autonome ontwikkeling die inherent is aan eerder gemaakte strategische keuzes voor de informatievoorziening. De intensivering van het gebruik vraagt om een bestendige technische en functionele beheerorganisatie om de continuïteit en veiligheid van onze informatie te garanderen. Informatiebeveiliging en Cyberveiligheid Door toenemende digitalisering en internationale ontwikkelingen krijgen informatiebeveiliging en cyberveiligheid steeds meer aandacht op Europees, nationaal en regionaal niveau. Ook in 2027 moet de gemeente blijven voldoen aan de vereisten van de Cyberbeveiligingswet en zullen we blijven door ontwikkelen met betrekking tot de beleidskaders voor de inzet van kunstmatige intelligentie (AI).
Kadernota 2027, Z1371438, pagina 17
Naast de technische beveiliging stelt de wet striktere eisen aan onze interne protocollen, de rapportageplicht bij incidenten en de actieve verantwoording door het bestuur. Wij sturen op een verdere professionalisering van onze informatiebeveiliging om aan deze wettelijke zorgplicht te voldoen. Om de toenemende complexiteit van wet- en regelgeving beheersbaar te houden, starten we met de implementatie van een integraal Information Security Management System (ISMS) en een overkoepelende GRC-tooling (Governance, Risk and Compliance). Met deze systemen stappen we af van ad-hoc verantwoording en groeien we toe naar een proces van continue monitoring. Het ISMS stelt ons in staat om informatiebeveiliging structureel te borgen volgens de BIO-normen en de Cyberbeveiligingswet. De GRC-tooling biedt het noodzakelijke centrale overzicht op de risico’s en de naleving van zowel de Cyberbeveiligingswet als de AI Act. Deze professionaliseringsslag is essentieel om aantoonbaar te voldoen aan onze auditverplichtingen en om het bestuur tijdig en feitelijk te informeren over onze digitale weerbaarheid. Dienstverlening In 2027 werken we volgens de vastgestelde Uitvoeringsagenda Dienstverlening. We richten ons op duidelijke communicatie, goede bereikbaarheid en toegankelijke informatie, zodat inwoners, ondernemers en organisaties ons makkelijker kunnen vinden en beter geholpen worden.
We werken meer datagedreven, onder andere door deel te nemen aan landelijke onderzoeken zoals Waar staat je gemeente en het Telan onderzoek. Daarnaast zorgen we dat medewerkers over de juiste ondersteuning en informatie beschikken om vragen eenduidig te beantwoorden en versterken we de samenwerking binnen en buiten de organisatie. Hiermee blijven we werken aan toegankelijke en toekomstbestendige dienstverlening. Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer De Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) is op 1 januari 2026 ingegaan. In het afgelopen jaar hebben we de digitale kanalen voor bestuurlijk verkeer ingericht, webformulieren verbeterd en beveiligd, en inwoners de mogelijkheid gegeven hun ingediende berichten digitaal in te zien. Daarnaast hebben we de websites van de gemeente opnieuw ingericht, waardoor producten en diensten beter vindbaar zijn en inwoners sneller bij het juiste digitale kanaal uitkomen. Ook is een basis gelegd voor digitale afhandeling van aanvragen. De komende jaren verwachten we dat de wet meer invloed krijgt op onze manier van werken met informatie, omdat steeds meer communicatie digitaal verloopt en dit vraagt om veilige systemen, duidelijke processen en medewerkers die hiermee kunnen werken. Aandeelhouderschap Stedin Onze gemeente bezit 0,29% van de aandelen in Stedin.
In totaal zijn er 61 gemeentelijke aandeelhouders, samen met 2 provincies en de Staat. Stedin is hoofdzakelijk actief in de provincies Zuid-Holland, Utrecht en Zeeland. Voor deze provincies is Stedin een belangrijke partner in de energietransitie. In Noord-Holland verzorgt Stedin het gasnet in 12 gemeenten, waarvan 8 gemeenten ook aandelen bezitten. Alleen in Heemstede verzorgt Stedin ook het elektriciteitsnet. Alliander verzorgt het elektriciteits- en gasnet in de rest van Noord-Holland. De activiteiten van Stedin in Noord-Holland bestaan hoofdzakelijk uit het instandhouden van het gasnet, waardoor de Noord-Hollandse (gas)aandeelhouders een uitzonderingspositie hebben ten opzichte van andere aandeelhouders Stedin. Vanwege de energietransitie zijn de investeringen van Stedin in het elektriciteitsnet enorm toegenomen, zodat onze uitzonderingspositie gaandeweg alleen maar groter wordt. Aandeelhouders monitoren periodiek via een Kader Aandelenverdeling de proportionaliteit van het aandelenbezit per aandeelhouder ten opzichte van de activiteiten van Stedin in het verzorgingsgebied. Hieruit blijkt de onbalans in het aandeelhouderschap; Bloemendaal heeft ruim bovenproportioneel veel aandelen, terwijl vooral Utrecht en Zeeland juist te weinig aandelen bezitten.
De aandeelhouders hebben onderling afgesproken om in gesprek te gaan met de gasaandeelhouders over een betere verdeling van het aandelenbezit in het verzorgingsgebied van Stedin, met als doel om ons aandelenbelang in Stedin proportioneel te verminderen door aandelen te verkopen. Uitgangspunt daarbij is dat er geen negatieve Kadernota 2027, Z1371438, pagina 18
financiële consequenties optreden. Dit proces is sterk afhankelijk van andere gemeenten en provincies omdat de aandelen in overheidshanden moeten blijven. De Noord-Hollandse aandeelhouders trekken hierin zo veel mogelijk gezamenlijk op. Hiermee voldoet de gemeente aan de motie uit de raad van 3 juni 2021 om het aandelenpakket Stedin te verkopen wanneer zich een mogelijkheid voordoet. In april 2026 is de gemeente geïnformeerd over de aanhoudende kapitaalbehoefte van Stedin vanaf 2029. De kans is aanwezig dat Stedin opnieuw nieuwe aandelen gaat uitgeven, en dat maakt het lastiger om onze aandelen op korte termijn te verkopen. Ook adviseert de aandeelhouderscommissie om behoedzaam om te gaan met dividendramingen, omdat de kapitaalbehoefte ook gevolgen kan hebben op toekomstige dividenduitkeringen. Vooralsnog wordt in de begroting op basis van het huidige aandelenbelang rekening gehouden met een geprognosticeerde dividenduitkering. Programma 1: Veiligheid We zetten in op het verder versterken van de openbare orde en veiligheid met nadruk op preventie, zichtbaarheid en samenwerking. De komende periode richten wij ons op het vroegtijdig signaleren van veiligheidsrisico’s, waarbij de focus ligt op ondermijnende criminaliteit, jeugdproblematiek en digitale fraude. Dit doen wij in samenwerking met zowel de lokale als de regionale partners.
De toepassing van de Wet Bibob (Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) is inmiddels een reguliere taak geworden. Wij blijven het aankomende jaar deze bevoegdheid structureel inzetten bij onder andere vergunningverlening en omgevingsvergunningen. Daarnaast gaan we meer investeren in de leefbaarheid van wijken en dorpskeren door gerichte inzet op diverse overlastsituaties. Hierbij willen wij meer preventief te werk gaan. Dit doen wij met onze lokale, en waar nodig onze regionale, partners. Veiligheidsregio Kennemerland (VRK) Bloemendaal is deelnemer aan de Veiligheidsregio Kennemerland (VRK). De VRK realiseert voor onze gemeente de wettelijke taken op de gebieden brandweer- en ambulancezorg, meldkamer, en incidenten crisisbeheersing. De brandweer werkt aan een nieuw beleidsplan en een nieuw dekkingsplan. Het verbeteren van waterwinning (voor bluswater) is een onderdeel daarvan. Natuurbrandbestrijding blijft een aandachtsveld en wordt in het nieuwe beleidsplan één van de prioriteiten. Het werkveld van de VRK biedt een veranderlijke context. Toenemende maatschappelijke en technologische complexiteit maakt incident- en crisisbeheersing steeds ingewikkelder. Daarom neemt de VRK deel aan landelijke kennisnetwerken (met andere veiligheidsregio’s en ketenpartners).
Zo wordt kennis over veiligheidsthema’s verbeterd, net als de werkwijzen die erbij gevolgd worden. Planvorming binnen VRK is ontwikkeld om samenwerking met ketenpartners (ook bovenregionaal) te ondersteunen. Aandacht voor maatschappelijke weerbaarheid en herstelvermogen is het gevolg van geopolitieke spanningen en mogelijke verstoringen van vitale sectoren. De veiligheidsregio’s kunnen instrumenteel zijn in uitvoering van nationaal veiligheidsbeleid en vormen dan de schakel tussen rijk en gemeenten. Via de VRK wordt beleid op nationaal niveau t.a.v. maatschappelijke weerbaarheid en zelfredzaamheid naar de gemeentelijke schaal vertaald. Het intergemeentelijke expertteam Bevolkingszorg is samen met politie, brandweer en geneeskundige hulpdiensten één van de vier pijlers van de regionale crisisorganisatie. VRK werkt samen met de veiligheidsregio’s Noord Holland-Noord en Zaanstreek-Waterland om de vakbekwaamheid en inzetbaarheid van crisisfunctionarissen op hoog niveau te houden. Bevolkingszorg werkt ondersteunend aan gemeenten, onder andere bij het realiseren van de voorgenomen steunpunten om weerbaarheid bij crises te ondersteunen.
Kadernota 2027, Z1371438, pagina 19
Programma 2: Verkeer, Vervoer en Waterstaat Invoering wegcategorisering GOW30 In 2020 is landelijk het nieuwe wegtype GOW30 ingevoerd ter vervanging van de zogenaamde ‘grijze wegen’. Binnen de bebouwde kom bestaan er tot nu toe erftoegangswegen (ETW30) met een verblijfsfunctie en gebiedsontsluitingswegen (GOW50) met een verkeersfunctie en een maximumsnelheid van 50 km/u. Wegen die zowel een verblijfs- als verkeersfunctie hebben, kunnen vaak niet veilig als GOW50 worden ingericht. GOW 30 biedt hiervoor de oplossing; de maximumsnelheid op deze wegen kan namelijk worden verlaagd, wat bijdraagt aan een hogere verkeersveiligheid. Op 14 oktober 2025 stelde het college het afwegingskader GOW30 vast, aangevuld met enkele principes die voor de gemeente Bloemendaal belangrijk zijn. 1) Fietsers op de rijbaan? 30! 2) OV gaat zoveel mogelijk over GOW’s 3) Eens 30, altijd 30 4) In winkel-kernen en bij scholen: altijd maximaal 30 km/h 5) Overgangen wegcategorieën op logische plekken 6) Veel gebruikte uitrukroutes van hulpdiensten gaan over GOW Dat heeft geleid tot een lijst van 17 wegen/trajecten die moeten worden aangepakt. Daartoe heeft de gemeenteraad op 29 januari 2026 het uitvoeringsprogramma Wegen GOW30 vastgesteld. Dit programma biedt een gestructureerde en transparante aanpak voor de verlaging van de maximumsnelheid naar 30 km/u op geschikte wegen in Bloemendaal.
Het geeft inzicht in de geplande projecten, de benodigde middelen en de prioritering van werkzaamheden. De gemeenteraad bepaalt de politieke prioriteiten en kan jaarlijks via de begroting accenten of de volgorde van projecten bijstellen, zodat uitvoering aansluit bij maatschappelijke wensen en de doelen van verkeersveiligheid en leefbaarheid. Jaarlijks worden daarom nieuwe voorstellen aan de raad gedaan. Programma Bereikbaarheid kust In 2023 zijn de provincie Noord-Holland en de vier gemeenten in de GR Bereikbaarheid Z-K gestart met het programma Bereikbaarheid kust (BK). De provincie is formeel opdrachtgever voor het programma. Bereikbaarheid kust De GR Bereikbaarheid Z-K is partner in het onderzoek. De GR-gemeenten zijn immers wegbeheerders (naast de provincie zelf) en hebben bereikbaarheid van de kust ook opgenomen in hun regionale Bereikbaarheidsvisie en de Zuid-Kennemer Agenda (2023). BK beoogt nieuwe maatregelen uit te voeren waarmee de bereikbaarheid van de kust wordt verbeterd (voor openbaar vervoer, auto en fiets) en waarmee de (file-)overlast voor bewoners wordt teruggedrongen. De studie richt zich op hoe de kust bereikbaar blijft op drukke stranddagen (verkeersveiligheid, doorstroming, vervoersmiddelen). Eind 2024 is een maatregelenpakket worden vastgesteld door provincie en gemeenten. De meeste maatregelen liggen bij de provincie.
Voor Bloemendaal gaat het om verbeteren van het fietspad Oude Trambaan tussen Heemstede en Zandvoort (=is een apart project binnen het programma Doorfietsroutes van de GR Bereikbaarheid en de provincie N-H, planperiode 2026-2028) en het (meewerken aan) een proef met een strand-pendelbus die voor de zomer 2026 is gepland. Voor de uitvoering van deze proef hebben de Provincie en GR Bereikbaarheid een plan van aanpak gemaakt. De uitvoering wordt gemonitord door de Provincie en de gemeenten Bloemendaal en Zandvoort. Stand van zaken trajectstudie Zeeweg De Zeeweg is een in Bloemendaal gelegen belangrijke provinciale toegangsweg naar Bloemendaal aan Zee. Ter verbetering van de verkeersveiligheid en in aanloop naar het geplande groot onderhoud op een deel van de N200/Zeeweg (gepland voor 2028), heeft de provincie Noord-Holland vanaf begin 2023 een trajectstudie gedaan, tezamen met diverse stakeholders (gemeenten, bos- en natuurbeheer, Kadernota 2027, Z1371438, pagina 20
waterschappen en direct belanghebbenden). Met behulp van een door de provincie opgesteld afwegingskader zijn er in het derde kwartaal van 2023, zes mogelijke varianten gepresenteerd en gedeeld met alle belanghebbenden. Op dit moment is er nog geen duidelijke voorkeur voor één van de varianten. De keuze voor één van de zes varianten volgt na uitkomst van de resultaten met een proef die in de zomer van 2026 is gepland binnen het programma Bereikbaarheid Kust. De opzet van de proef is een tijdelijke indeling van de Zeeweg in 2x1 rijstrook, waarbij de tweede (vrijkomende) rijstrook wordt gebruikt als vrije busbaan. Een definitieve keuze voor een variant wordt eind 2026 verwacht.
Programma Doorfietsroutes Het programma doorfietsroutes komt voort uit verschillende beleidsstukken; de Bereikbaarheidsvisie Zuid-Kennemerland, de Zuid-Kennemer Agenda (2023), het MRA-programma fiets en het provinciale fietsbeleid. Het routenetwerk zelf is door de provincie Noord-Holland beschreven en vastgelegd in het Regionaal Toekomstbeeld Fiets. De raden van Zuid-Kennemerland hebben aangedrongen op meer prioriteit voor de aanpak van doorfietsroutes. In 2024 zijn de provincie Noord-Holland en de vier gemeenten in de GR Bereikbaarheid Z-K gestart met het Programma Doorfietsroutes. Het doel van dit programma is een aantal fietsroutes in ZuidKennemerland op te waarderen naar de kwaliteit van een doorfietsroute (herkenbaar/goed bewegwijzerd, comfortabel/asfalt, zo weinig mogelijk oponthoud bij kruispunten, veilig). In Bloemendaal zijn twee routes in beeld: Julianalaan-Militairenweg-Zeeweg (noordelijke strandroute, loopt mee in provinciale trajectstudie Zeeweg); Zandvoorterweg (zuidelijke strandroute, Oude Trambaan en fietspaden langs de Zandvoorterweg); Het programma Doorfietsroutes heeft overlap met het programma Bereikbaarheid kust. Het is de bedoeling dat de gemeenten van de GR Bereikbaarheid en de provincie eind 2025 een bestuursovereenkomst sluiten.
Daarin maken we afspraken over welke fietsroutes prioriteit hebben (voor Bloemendaal: Oude Trambaan en fietspaden Zandvoorterweg), de maatregelen die nodig zijn om doorfietsroute-kwaliteit te verkrijgen en de uitvoeringskosten/opzet voor cofinanciering (subsidie van de provincie, bijdrage uit het GR-mobiliteitsfonds en een nader te bepalen eigen bijdrage van de gemeente, waarvoor in maart 2025 een eerste voorstel is aangeleverd voor de Kadernota). Programma 3: Economie Metropoolregio Amsterdam Vanuit het samenwerkingsverband Metropoolregio Amsterdam (MRA) is inmiddels een nieuwe agenda inclusief meerjarenbegroting vastgesteld voor de periode 2025-2028. In afwijking van de samenwerkingsafspraken is besloten om deze vier jaar een nullijn te hanteren voor de 'inwonerbijdrage'. De bijdrage is vastgesteld op € 1,62 per inwoner. Voor de inzet-om-niet voor de flexibele schil van de MRA directie geldt de gangbare CAO-indexering. Programma 4: Onderwijs Materiële financiële gelijkstelling onderwijs Tot en met 2025 stelde de gemeente Bloemendaal jaarlijks € 96.000 beschikbaar aan basisscholen op grond van de Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs Bloemendaal 2025. Scholen konden hiervoor aanvragen indienen bij het college voor activiteiten passend binnen gemeentelijke en onderwijskundige beleidskaders.
Bij de vaststelling van de begroting 2026 heeft de gemeenteraad besloten deze middelen structureel te laten vervallen. Als gevolg hiervan wordt de verordening aangepast. Een daartoe strekkend
Kadernota 2027, Z1371438, pagina 21
raadsvoorstel wordt in cyclus 4 van 2026 aan de raad voorgelegd, waarmee de beëindiging van deze regeling formeel wordt vastgelegd.
Programma 5: Sport, cultuur en recreatie Cultuurbeleid In 2026 heeft de gemeenteraad de Cultuurnota 2026–2032 ‘De verbindende kracht van cultuur’ vastgesteld. Naar aanleiding hiervan wordt een nieuwe subsidieverordening voor cultuur uitgewerkt, die in 2026 ter vaststelling aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. De uitvoering van de doelstellingen uit de nota vindt in 2027 plaats binnen de bestaande financiële kaders, met een gefaseerde en verantwoorde aanpak om de ambities haalbaar en duurzaam te realiseren. Sportbeleid Naar aanleiding van de vaststelling van de Nota Sport en Bewegen worden twee nieuwe subsidieverordeningen uitgewerkt, waarin een gewijzigde financieringssystematiek wordt geïntroduceerd. De (mogelijke) financiële consequenties van de wijziging worden op dit moment uitgewerkt.