CConstaterende datBloemendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Bijlage Programma Klimaatadaptatie Zuid-Kennemerland 2026001174.pdf

Commissie Grondgebied 1 september 2026, gemeente BloemendaalBij agendapunt: 6: Raadsvoorstel Vaststelling van programma klimaatadaptie Zuid-Kennemerland13.385 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Aangezien de mate van klimaatverandering aan verandering onderhevig is worden de inzichten en impacts van klimaatverandering iedere 6-8 jaar herzien door het IPCC en het KNMI. 41 | 54 Witteveen+Bos | 149685/26-008.711 | Definitief 02 De vervolguitwerking naar de impacts op lokale schaal kan worden onderzocht door provincies, werkregio’s waterschappen en gemeenten in klimaatstresstesten. Zuid-Kennemerland heeft gekozen om als regio gezamenlijke stresstesten uit te laten voeren voor gemeentegrens overstijgende thema’s zoals een stresstest calamiteiten en nutsnetwerken, koelteplekken (hittestress) en schaduwwerking op doorfietsroutes, evenals een stresstest naar de gevolgen van droogte. Afweging en plannen Op basis van de stresstestresultaten worden risicodialogen gevoerd met terreinbeheerders, waterschappen, en andere partijen over welke risico’s acceptabel zijn en welke gezamenlijke inspanningen nodig zijn om onacceptabele risico’s te reduceren. De risicodialogen leiden tot uitvoeringsagenda’s en op basis van de kwetsbaarheden kunnen (ruimtelijke) plannen worden opgesteld of bijgesteld.

Voorbeelden hiervan binnen het natuurlijk systeem zijn bijvoorbeeld regionale plannen om water te bergen in natuurlijke laagtes, plannen om koelteplekken in de vorm van zwemwater of openbaar groen beter te spreiden over de regio, of door na te denken over mogelijke beheermaatregelen in het grensgebied van duin en bewoningskernen. Beleid en communicatie Daarnaast speelt communicatie en educatie een belangrijk rol om het belang van klimaatadaptatie aan bedrijven en inwoners duidelijk te maken. Het uitgangspunt hierin is dat verharding en bodemverdichting zo veel mogelijk worden beperkt om infiltratie te bevorderen, en dat hemelwater wordt afgekoppeld met maatwerk op basis van het bodem- en watersysteem. Maatregelen die deze groepen tot actie laten overgaan variºren van informatiecampagnes, subsidies, tot beleid en regelgeving voor nieuw te ontwikkelen fysieke gebieden. Technische maatregelen Binnen Zuid Kennemerland vullen technische maatregelen het natuurlijke systeem waar nodig aan. Concrete voorbeelden waarbij het natuurlijk systeem bijvoorbeeld niet voldoende robuustheid biedt zijn infrastructuur zoals tunnels, of bestaand bebouwd gebied waar een grote druk op de ruimte is. Technische maatregelen worden doorgaans genomen in de inrichting, waterberging, peilbeheer en infrastructuur.

Onderzoek Stresstesten vormen de basis om de knelpunten en zwakke plekken in het systeem te ontdekken. Een stresstest calamiteitennetwerk kan al aangeven welke tunnels wel/niet onder water komen te staan bij overstromingen of langdurige neerslag, of de bovenregionale stresstest heeft laten zien waar het watersysteem bij een langdurige waterbom onvoldoende capaciteit heeft. Ander onderzoek dat binnen de technische laag plaatsvindt, is het onderzoek naar gerichte en innovatieve oplossingsrichtingen. Een voorbeeld hiervan zijn pilotprojecten, waarbij zaken als verkoelende verhardingen worden toegepast, of andere vormen van waterberging op privaat terrein worden uitgeprobeerd. De kennis van deze pilots wordt breed gedeeld zodat per gemeente bepaald kan worden of deze toepassingen worden benut en worden voorgeschreven. Fysieke maatregelen Op basis van het stresstestonderzoek, of empirische gegevens, wordt bepaald welke locaties een fysieke technische maatregel nodig hebben. Afhankelijk van de situatie kan dit gaan om kleine technische ingrepen zoals een pomp en uitstroomvoorziening in een tunnelbak, tot maatregelen met grote ruimtelijke consequenties. Die ruimte is bijvoorbeeld benodigd voor het versterken en onderhouden van primaire keringen, of gaan om minimum aanleghoogtes die worden bepaald op basis van de overstromingsdiepte in een polder.

Pilotprojecten Vanuit de kennis uit de pilotprojecten, en vanuit andere kennis die is opgedaan op het gebied van klimaatadaptatie, kunnen beleidsmatig eisen en leidraden worden opgesteld ten behoeve van nieuwe ontwikkelingen. Denk bijvoorbeeld aan de materialen die wel en niet mogen worden toegepast in de bouw of eisen aan het waterdicht kunnen afwerken van kelders i.v.m. incidenteel hoog grondwater. 42 | 54 Witteveen+Bos | 149685/26-008.711 | Definitief 02 De communicatie over het hoe en waarom speelt daarnaast een belangrijke rol om het gedrag van mensen te beïnvloeden. ÉØn van de landelijke ambities is bijvoorbeeld om het drinkwaterverbruik te reduceren tot 100 L/per persoon/per dag. Het toepassen van een eigen regenton om de tuin te kunnen sproeien met regenwater in plaats van drinkwater, kan hier al aan bijdragen. Handelen bij extremen Een onderdeel van klimaatadaptatie is het accepteren dat er altijd een restrisico zal blijven bestaan op extreme gebeurtenissen. De maatregelen binnen deze laag van de adaptatiepiramide zijn er op gericht om voldoende voorbereid te zijn en de crisisbeheersing vooraf te hebben afgestemd. De gemeenten, waterschappen en veiligheidsregio denken na over calamiteitenplannen en stellen deze waar nodig bij. In het geval van een calamiteit neemt de veiligheidsregio een coördinerende rol op en informeert hulpdiensten en inwoners wat zij moeten doen.

Daarbij hoort ook een communicatiecampagne die inwoners zelf al voorbereid op calamiteiten, zoals het hebben van communicatiemiddelen als de stroom uitvalt, of voldoende drinkwater beschikbaar hebben om 3 dagen1 door te kunnen brengen. 4.3 Toelichting regionale stappen klimaatadaptatiestrategie De strategie is grafisch weergegeven in afbeelding 4.1. In de afbeelding is een tijdlijn te zien die doorloopt tot 2050. De tijdlijn bevat drie lagen die overeenkomen met de lagen van de DPRA-piramide. In de tijdlijn zijn hoofdmaatregelen uit de klimaatadaptatiestrategie weergegeven. Ten behoeve van de strategie zijn de maatregelen onderverdeeld in categorieºn: Onderzoek, Beleid, Fysieke ingrepen, en Communicatie, zoals ook weergegeven in de naast de tijdlijn. Deze hoofdmaatregelen vormen de basis om te komen tot de doelstellingen uit hoofdstuk 2. In de werksessies van 2025 zijn deze hoofdmaatregelen geconcretiseerd voor Zuid-Kennemerland. In de komende alinea’s worden de hoofdmaatregelen verder toegelicht met input en voorbeelden die zijn aangeleverd door de kerngroep van Zuid-Kennemerland. De voorbeelden die zijn aangedragen kunnen door de tijd heen worden aangevuld, naar voren worden gehaald, of worden geschrapt in de uitvoeringsagenda’s. 1 https://www.pwn.nl/drinkwater-in-noodpakket?utm_medium=email.

43 | 54 Witteveen+Bos | 149685/26-008.711 | Definitief 02 Afbeelding 4.1 Strategische regionale stappen richting doelstellingen 2050

44 | 54 Witteveen+Bos | 149685/26-008.711 | Definitief 02 Fysieke ingrepen Watersysteem - toepassing van technische maatregelen om grondwater te reguleren: • gescheiden regenwaterafvoer: meer hemelwaterinfiltratie; • Deepwells: bemalingstechniek voor diep grondwater; • drainage: flexibel gebruik voor zowel afvoeren als infiltreren. Vormt hiermee een sturend middel om flexibel om te gaan met seizoensgerelateerde opgaven en verschillen tussen duingebieden, binnenduinrand en stedelijk gebied; - aanpassingen in watersysteem: • peilbeheer; - zomerpeil verhogen, mede om een grotere tegendruk te geven en verzilting tegen te gaan; - flexibel peilbeheer instellen: meebewegen met de natuurlijke fluctuaties van het watersysteem; - regelbare of automatische stuwen plaatsen: water optimaal verdelen en verdroging en verzilting voorkomen; • vergroten watersysteem; - pompen toepassen bij tunnels om wegen bereikbaar te houden; - aanleg en vergroting van toegankelijkheid van zwemwaterlocaties; - aanleg en/of uitbreiding van de regionale buffercapaciteit zoetwater; - duin- en kadeversterking. Onderzoek oplossingsrichtingen - subsidieregeling verkoelende materialen: gezamenlijke inkoop van verkoelende materialen. Openbaar groen & Beheer Het openbaar groen en beheer van het gebied is een cruciaal en continu onderdeel dat de robuustheid van het systeem garandeert.

Het gaat hierbij om: - aanleg koelteplekken in de vorm van groene openbare ruimte met veel schaduwwerking; - bosomvorming, ondergroeibeheer en/of stoplijnen creºren tegen natuurbrandrisico; - vegetatie in de niet-natuurlijke kustgebieden afstemmen op hoge windsnelheden in de zomer, zodat erosie en vegetatieschade beperkt blijven; - geleidelijk uitfaseren van het verouderde bomenbestand zodra bekend is (vanuit het CSI trees onderzoek) welke bomen als klimaatrobuust worden gezien; - groenstructuren aan elkaar verbinden en zo koele routes creºren; - baggeren watergangen: Het baggeren van watergangen wordt doorgaans verzorgd door het waterschap, en in het geval van kleinere watergangen door de aangrenzende eigenaar. Dit heeft een belangrijke functie voor de capaciteit van het watersysteem en de waterkwaliteit van het systeem; - de veiligheidsregio en terreinbeheerders stemmen het beheer af op toegankelijkheid voor hulpdiensten, inclusief zicht op stoplijnen bij brand (zoals doorgaande wegen), evacuatieroutes en bluswatervoorzieningen; - toegankelijk maken en houden van zwemwateren en koelteplekken; - functioneren van waterbergingen in de openbare ruimte, zoals wadi’s.

45 | 54 Witteveen+Bos | 149685/26-008.711 | Definitief 02 Onderzoek Updaten Stresstesten (6-jaarlijks) De scenario’s over de bandbreedte van deze klimaatverandering veranderen aan de hand van nieuwe inzichten over onze uitstoot, maar ook door versnellende en vertragende processen zoals afbrekend ijs, of smeltende gletsjers bijvoorbeeld. Het IPCC brengt Assessment reports uit die vervolgens door het KNMI worden vertaald naar de Nederlandse context. Recent is het 6e Assessment report van het IPCC vertaald door het KNMI naar de KNMI’23 scenario’s. De impacts van deze klimaatveranderingen kan worden onderzocht door het uitvoeren van stresstesten op verschillende thema’s, gebieden en doelgroepen. Per cyclus zal opnieuw worden gekeken welke thema’s een herijking nodig hebben.

De volgende stresstesten zijn benoemd in de werksessies eind 2025 om voor de komende stresstestronde mee te nemen: - stresstest calamiteiten en nutsnetwerk: gecombineerde stresstest op basis van verschillende thematische kaarten zoals hittestress, wateroverlast, overstromingen en natuurbrandgevoeligheid; - stresstest droogte: • natuurbrandgevoeligheid; • stedelijke watervraag: gevoeligheid fundering, stedelijk groen en bluswatervoorziening; • gevoeligheid groen en agrarisch voor verzilting; - potentieel probleemgebieden ‘Hoog grondwater’: - regionale inventarisatie koelteplekken; - doorfietsroutes; - stresstest Stroombanen; - onderzoek opwarming drinkwater; Onderzoek oplossingsrichtingen Naast de stresstesten zijn ook verschillende onderzoeken naar oplossingsrichtingen benoemd tijdens het proces voor dit programma.

Maatregelen die binnen deze onderzoeken vallen zijn: - onderzoek naar verkoelende materialen; - hoe en waar het zoetwater te bufferen in de regio; - inventarisatie koelteplekken, en potentiºle koelteplekken (nieuwe zwemwaterlocaties); - onderzoek naar klimaatadaptief groen (CSI Trees, langlopend onderzoek Wageningen University); - onderzoek naar gebruik van effluentwater uit rioolwaterzuiveringsinstallaties als zoetwaterbuffer; - onderzoek naar hernieuwde drinkwaterproductie op locatie pompstation Overveen; - onderzoek naar mitigerende maatregelen verzilt water; - onderzoek naar maatregelen om opwarmen van drinkwaterinfrastructuur tegen te gaan; - onderzoek de mogelijkheden voor toekomstbestendige fiets- en wandelinfrastructuur in duinen; - onderzoek mogelijkheden voor het betrekken van uitgangspunten ‘Ruimte voor de Rivier’ voor de regio Zuid-Kennemerland; - ontwikkel modelsituaties voor grondwater: welk type maatregel is het meest effectief in welk gebied? Welke waterstanden worden verwacht in KNMI-scenario’s in een toekomstig extreem jaar? Evaluatie/monitoring Een belangrijk onderdeel van effectief beleid is het regelmatig monitoren van de voortgang en evalueren van uitgevoerde maatregelen.

De volgende plannen en onderzoeken zijn in de werksessies benoemd om te evalueren en kennis over op te doen: - evalueren van de actieagenda en daaruit volgende acties (zoals de gezamenlijke monitoring van grondwaterpeilen); - inpassing van de hemelwaterverordening bij de gemeenten van de werkregio; - evalueren en lessen trekken uit Living lab natuurbranden. 46 | 54 Witteveen+Bos | 149685/26-008.711 | Definitief 02 Communicatie Bij klimaatadaptatie wordt al snel gedacht aan fysieke ingrepen. De maatregelen die onder de categorie communicatie vallen zijn echter cruciaal om iedereen mee te krijgen en bewust te maken van de aanpassingen die nodig zijn, en de risico’s die soms blijven bestaan. Onder het kopje communicatie zijn vier verschillende vormen van communicatie benoemd door de deelnemers van de werkregio: Publieks- en voorlichtingscommunicatie: - a) om draagvlak en bewustwording te vergroten bij inwoners en ondernemers. Voorbeelden zijn folders, informatieve websites, sociale-mediacampagnes, wijkbijeenkomsten en educatieve programma’s op scholen.

Belangrijk is om helder uit te leggen waarom maatregelen nodig zijn en aan te geven dat niet ieder risico voor 100 % weggenomen kan worden door de overheid; - b) ingaan op wat verschillende doelgroepen zelf kunnen doen aan klimaatadaptatie: Bijvoorbeeld zuinig omgaan met water, hemelwateropvang toepassen, klimaatbestendig groen aanplanten, toepassen verkoelende materialen of groenblauwe daken stimuleren. De inwoner wordt hiervan bewust van zijn impact en eigen verantwoordelijkheden in het omgaan met klimaatverandering. Dit kan worden gedaan via gerichte campagnes, en bewonerscompetities zoals Steenbreker van het jaar, en vanuit de landelijk operatie steenbreek bijvoorbeeld. Crisis- en waarschuwingscommunicatie: - voor acute gebeurtenissen zoals een overstroming, extreme regen, hittestress of droogte. Bereikbaarheidsketens via weeralerts, SMS-waarschuwingen, regionale omroepen en apps voor burger- en hulpdiensten. Duidelijke instructies over de te volgen acties (bijvoorbeeld: ‘Kelder vrijmaken’, ‘Ouderen opzoeken bij hitte’) zijn cruciaal. Hiervoor dient een calamiteitenplan te zijn opgesteld. Risicodialoog: - door het uitvoeren van onderzoeken en stresstesten ontstaan resultaten en inzicht in de kwetsbaarheden van gebieden.

Door het voeren van een risicodialoog over deze kwetsbaarheden worden keuzes gemaakt over welke kwetsbaarheden acceptabel zijn en welke kwetsbaarheden aandacht en maatregelen nodig hebben. Dit is een terugkerend proces, aangezien door nieuwe inzichten ook nieuwe afwegingen kunnen worden gemaakt. Stakeholder- en netwerkcommunicatie: - gericht op regionale samenwerking met waterschappen, veiligheidsregio, bedrijfsleven, burgerverenigingen en bewonersplatforms. De samenwerking vindt bijvoorbeeld plaats via het PHO klimaatadaptatie, maar ook via terugkerende gesprekken met de veiligheidsregio; - kennisdeling met andere gemeenten en ontwikkelaars over klimaatadaptieve inrichting van de openbare ruimte. Stimuleer ruimtegebruik met dubbele functies; - communiceer de resultaten van de monitoring van de verschillende klimaateffecten; neem hier actie op. 47 | 54 Witteveen+Bos | 149685/26-008.711 | Definitief 02 Beleidsmatig Wetgeving Beleidsmatig kan de regio gezamenlijk optrekken door gelijke uitgangspunten te hanteren in verschillende verordeningen en leidraden, en door kennis te delen over hoe klimaatadaptatie kan worden ingebed in het beleid. - bouwstenen ontwikkelen voor het opnemen van klimaatadaptieve inrichting, en water en bodem sturend principes in het omgevingsplan; - leidraad inrichting openbare ruimte (LIOR)/Handboek inrichting openbare ruimte (HIOR); • voorschriften t.a.v.

koele materialen; • doorlatende verhardingen; • wanneer wel/geen HWA of oppervlakkige afvoer toepassen; - hemelwaterverordeningen stroomlijnen; - aansluitverordening aanpassen zodat huisaansluitingen op drainagestelsel aangesloten kunnen worden; - de 3+30+300-regel wordt zoveel mogelijk toegepast: elke bewoner kan minstens drie volgroeide bomen zien vanuit de woning, elke bewoner woont in een buurt met 30 procent boomkroonbedekking, en elke bewoner heeft binnen 300 meter toegang tot een groene buitenruimte van tussen een halve en een hele hectare. Stimuleringsmaatregelen Naast de dwingende regels vanuit verordeningen en LIORs/HIORs, kunnen gemeenten ook samen optrekken om klimaatadaptieve maatregelen te stimuleren bij particulieren en bedrijven. Door: - stimuleringsmaatregelpakket opzetten: beleid over stimuleringsmaatregelen of budgetten voor bedrijven en inwoners; - gezamenlijk inkopen van klimaatrobuust bomenbestand; - gezamenlijk inkopen van verkoelende materialen; - specifieke op bewoners gerichte regelingen zoals de tegeltaxi (het gratis ophalen door gemeentes van gewipte tegels), groene daken en duintuinen (isolatie resp. Waterbesparing, naast biodiversiteitsherstel). Plannen Daarnaast is het aan de regio en Provincie om planmatig en gezamenlijk na te denken over de robuustheid van de regio.

Door het principe ‘bodem en water sturend’ kan gestuurd worden op geschikte locaties voor bijvoorbeeld woningbouw, landbouw, of andere bedrijvigheid. Op basis van stresstesten en onderlinge afspraken kunnen de volgende plannen worden opgesteld: - gezamenlijk hitteplan met aandacht voor: • communicatiestrategie calamiteitensituatie; • overzicht koele plekken en koele routes; • strategie mitigerende maatregelen voor (alleenstaande) ouderen en andere kwetsbaren; • afspraken over openingstijden van koelteplekken bij langdurige hitte. - gezamenlijk plan droogtebestrijding, met aandacht voor: • voldoende zoetwaterberging en passende (her)verdeling water; • positionering gemeentelijke watervraag in verdringingsreeks; • maatregelenpakket droogte afstemmen met regio, ook bijpassen communicatiestrategie opzetten. - gezamenlijk plan kwetsbare infrastructuur bij wateroverlast, met aandacht voor: • Hoe om te gaan met viaducten bij piekbuien; - leidraad preventieve maatregelen natuurbrandbestrijding. Bijsturing plannen (evaluaties/nieuwe inzichten) Het bijsturen en aanpassen van: - onderling kennisdeling; - herzien/doorzetten van het programma/actie-agenda op basis van nieuwe inzichten.

48 | 54 Witteveen+Bos | 149685/26-008.711 | Definitief 02 4.4 Rollen en verantwoordelijkheden In de voorgaande paragrafen is beschreven welke maatregelen in de komende 25 jaar benodigd zijn om te voldoen aan de doelen uit hoofdstuk 2. In onderstaande tabellen zijn deze maatregelen op hoofdlijnen ingedeeld op basis van de taken en verantwoordelijkheden van de verschillende partijen. In de uitvoeringsagenda (2026-2030) worden concrete maatregelen en acties toegewezen aan specifieke partijen. Tabel 4.1 Rol en verantwoordelijkheden gemeenten ten aanzien van de strategie Partij en rol Binnen de strategie verantwoordelijk voor Gemeenten Zuid-Kennemerland De gemeentelijke rol in klimaatadaptatie omvat het voorbereiden en aanpassen van de lokale omgeving en samenleving aan de gevolgen van klimaatverandering, waar mogelijk en waar noodzakelijk op een risico gestuurde wijze. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het integreren van klimaatadaptatie in hun beleid en ruimtelijke planning, zoals het verminderen van overstromingsrisico’s, hitte-eilandeffecten en wateroverlast. Concreet betekent dit dat gemeenten maatregelen nemen om de leefomgeving klimaat robuust te maken, bijvoorbeeld door het stimuleren van groen, het toepassen van waterdoorlatende verhardingen, het realiseren van waterbergingen, en het aanpassen van bouwvoorschriften.

Daarnaast spelen zij een rol in bewustwording en samenwerking met inwoners, bedrijven en andere overheden. Een evenwichtige toedeling van functies is hierbij essentieel om belangen zorgvuldig af te wegen en samenwerking te optimaliseren. Gemeenten fungeren dus als uitvoerders en regisseurs van klimaatadaptatie binnen hun eigen grondgebied, in lijn met landelijke richtlijnen en programma’s. Stresstesten (circa 6-jaarlijks) De gemeenten staan aan de lat voor het organiseren van regionale stresstesten. De scope van de stresstesten wordt in het ambtelijk PHO-overleg Klimaatadaptatie afgestemd op de regionale behoeften, en de al beschikbare gegevens vanuit provinciale, lokale stresstesten of stresstesten vanuit Rijnland. Evaluatie en monitoren Gemeenten evalueren, plannen en monitoren de voortgang van acties uit de uitvoeringsagenda’s. Een voorbeeld hiervan is de recente invoering van een hemelwaterverordening door alle gemeenten binnen Zuid-Kennemerland. Wat is hierin goed gegaan, waar zitten de aandachtpunten en verschillen? Resultaten van de evaluaties en geleerde lessen worden breed teruggekoppeld in het PHO-overleg Klimaatadaptatie. Wet- en regelgeving Gemeenten stellen eisen aan de inrichting van zowel publiek als privaat terrein. Samen met het Hoogheemraadschap van Rijnland worden bijvoorbeeld waterbergingseisen afgestemd.

In de LIOR en HIOR van de gemeente kunnen ook specificaties voor materialen worden meegegeven aan ontwikkelende partijen. Plannen De principes van Bodem en Water sturend worden door de gemeenten toegepast in omgevingsplannen. Hierbij vindt onderling tussen de gemeenten, Øn met Rijnland en PWN afstemming plaats over functies en locaties in de regio met het oog op klimaatrobuustheid. Denk hierbij bijvoorbeeld ook aan koelteplekken, regionale waterberging, een droogtebestendige inrichting, en robuuste doorfietsroutes. Naast het omgevingsplan, ondersteunt de gemeente de GGD met het actualiseren van het hitteplan in de regio. Watersysteem De gemeenten staan aan de lat voor de verwerking van hemelwater en grondwater vanuit de wettelijke zorgplicht (waterwet). 49 | 54 Witteveen+Bos | 149685/26-008.711 | Definitief 02 Partij en rol Binnen de strategie verantwoordelijk voor Zorgplicht hemelwater: Het inzamelen en verwerken van afvloeiend regenwater, voor zover dit redelijkerwijs niet van de perceeleigenaar kan worden verwacht. Zorgplicht grondwater: Het nemen van maatregelen in de openbare ruimte om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand te voorkomen of beperken.. De zorgplicht omvat de aanleg, het beheer en het onderhoud van de openbare riolering. Maatregelen worden dus lokaal genomen, maar kunnen effect hebben over de gemeentegrenzen heen.

Inzicht vergaren in het effect van maatregelen over de grenzen wordt dan ook onderzocht. Stimuleringsmaatregelen De gemeentes kunnen regionale subsidieregelingen opzetten om particulieren en bedrijven te stimuleren om klimaat adaptief te handelen en te bouwen. Daarnaast kunnen de gemeentes gezamenlijk optrekken bij bijvoorbeeld de inkoop van (klimaat robuuste) bomen, of verkoelende bestrating. Andere stimuleringsregelingen die vanuit de gemeente kunnen worden geïnitieerd zijn bijvoorbeeld diensten zoals de tegeltaxi. Onderzoek oplossingsrichtingen In het PHO trekken gemeenten gezamenlijk op om onderzoeken te initiºren waar een breed draagvlak voor is op dat moment. Voorbeelden hiervan zijn , een gezamenlijk onderzoek naar verkoelende materialen, of modelstudies grondwater op basis van het gezamenlijk grondwatermeetnet. Een onderdeel van deze verantwoordelijkheid betreft ook op de hoogte blijven/contact onderhouden met onderzoeksinstituten en kennisinstellingen over lopende onderzoeken en resultaten, zoals het CSI Trees onderzoek van de WUR. Deze onderzoeken kunnen bijvoorbeeld waardevol zijn voor keuzes over het bomenbestand in de regio. Waar relevant worden ook gezamenlijke onderzoeken opgezet met PWN of Hoogheemraadschap van Rijnland. Stakeholder- en netwerkcommunicatie Gemeentes hebben zitting in verschillende overlegstructuren.

De belangrijkste overlegstructuur voor deze klimaatadaptatiestrategie is het PHO Klimaatadaptatie, waarbij zowel Hoogheemraadschap Rijnland en PWN zijn aangesloten. In dit overleg wordt kennis gedeeld, en worden gezamenlijke acties besproken. Overige relevante overleggen waarbij de gemeente is aangesloten: - PHO landschap en RO, regio Zuid-Kennemerland; - overlegorgaan Noord-Hollandse Kustgemeenten; - ambtelijk afvalwaterketenoverleg. Afstemming natuurbeherende organisaties: In samenwerking met PWN, organiseren gemeenten overleggen over de natuurbrandgevoeligheid, en het beheer van natuurgebieden in de duinen en de binnenduinrand (bijvoorbeeld Overlegorgaan Nationaal Park Zuid-Kennermerland) 50 | 54 Witteveen+Bos | 149685/26-008.711 | Definitief 02 Tabel 4.2 Rol en verantwoordelijkheden Hoogheemraadschap van Rijnland ten aanzien van de strategie Partij en rol Binnen de strategie verantwoordelijk voor Hoogheemraadschap van Rijnland Het waterschap speelt een belangrijke rol in klimaatadaptatie, vooral gericht op waterbeheer. Het is verantwoordelijk voor het beheer van oppervlaktewateren (waterkwantiteit en –kwaliteit), het voorkomen van overstromingen en het waarborgen van voldoende zoet water, ook onder veranderende klimaatomstandigheden.

Concreet houdt dit in dat het waterschap maatregelen neemt zoals het versterken van dijken en kaden, het verbeteren van de afvoer van regenwater, het stimuleren van waterbergingsgebieden, en het beheren van natuurlijke watersystemen om extreme weersomstandigheden op te vangen. Daarnaast werkt Plannen Het waterschap stelt verschillende typen plannen op die raakvlak hebben met het klimaatadaptatieprogamma, zoals het waterbeheerprogramma. Deze worden opgesteld op basis van studies zoals ‘Toekomstgericht Waterbeheer Rijnland’. Uitkomsten uit deze studie hebben een directe link met acties die worden opgesteld binnen het PHO Klimaatadaptatie. Wet- en regelgeving Het waterschap kan regels opnemen in haar Waterschapsverordening. Rijnland heeft een belangrijke stap gezet naar klimaatbestendigheid door als een van de eerste waterschappen klimaatregels verplicht te gaan stellen voor nieuwe grote gebiedsontwikkelingen. Hierdoor wordt ervoor gezorgd dat voldoende en schoon water en een gezonde bodem sturend worden in de ontwikkeling van grote gebiedsplannen. Watersysteem Het waterschap is verantwoordelijk voor het beheer van oppervlaktewateren (waterkwantiteit en –kwaliteit), het voorkomen van overstromingen en het waarborgen van voldoende zoet water, ook onder veranderende klimaatomstandigheden.

Specifiek voor zwemwaterlocaties betekent dit dat de waterkwaliteit moet voldoen aan de normen rondom zwemwater. Partij en rol Binnen de strategie verantwoordelijk voor Afstemming VRK: Gemeenten vragen advies aan de veiligheidsregio bij ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast wordt de VRK geconsulteerd bij ruimtelijke plannen, zoals de omgevingsplannen. Risicodialogen: De risicodialogen worden georganiseerd op basis van de uitgevoerde stresstesten. Op basis van de thema’s van de stresstesten, bepalen gemeenten welke stakeholders worden betrokken in dit proces. Publieks- en voorlichtingscommunicatie Wat betreft de publieks- en voorlichtingscommunicatie kunnen de gemeenten veel bereiken door gezamenlijk op te trekken en een gelijke boodschap uit te dragen die is afgestemd met PWN, Rijnland, en VRK. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om communicatie die inwoners aanspoort zelf aan de slag te gaan met klimaatadaptatie, bewust maakt van klimaatdreigingen, en duidelijk maakt welke restrisico’s blijven bestaan en hoe hierop voorbereid te zijn. Openbaar groen en beheer De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de aanleg en onderhoud van openbaar groen. Daaronder vallen plantsoenen, openbare groenstroken, bermen, parken en bomen.

51 | 54 Witteveen+Bos | 149685/26-008.711 | Definitief 02 Partij en rol Binnen de strategie verantwoordelijk voor het waterschap samen met gemeenten en andere partijen om klimaatbestendige oplossingen te integreren in het landschap en stedelijke gebieden. Klimaatverandering kan leiden tot problemen met de waterkwaliteit, zoals meer blauwalg, botulisme en dergelijke. In het kader van de Kaderrichtlijn Water neemt Rijnland maatregelen ter verbetering van de waterkwaliteit. Samengevat heeft het waterschap een regisserende en uitvoerende rol in het voorkomen van watergerelateerde risico’s door klimaatadaptieve waterbeheerstrategieën. Stimuleringsmaatregelen Het waterschap stimuleert klimaatadaptatie en het verbeteren van de waterkwaliteit door subsidies beschikbaar te stellen. Deze subsidies kunnen binnen het PHO klimaatadaptatie nader worden afgestemd met de regionale subsidies vanuit gemeenten. Stakeholder- en netwerkcommunicatie Het waterschap is een vaste partner binnen het PHO klimaatadaptatie. Hierin zorgt het dat relevante kennis en ontwikkelingen vanuit het waterbeheer worden gedeeld en denkt en werkt het mee aan de regionale acties die worden opgesteld binnen het PHO.

Tabel 4.3 Rol en verantwoordelijkheden PWN ten aanzien van de strategie Partij en rol Binnen de strategie verantwoordelijk voor PWN PWN is verantwoordelijk voor de drinkwatervoorziening van een groot deel van Noord-Holland (grofweg excl. Amsterdam & Heemstede), en voor het natuurbeheer van het grootste deel van het Nationaal Park Zuid- Kennemerland. In het kader van klimaatadaptatie wordt samengewerkt met overheden, veiligheidsregio’s, collega- drinkwaterbedrijven (o.a. Waternet) en andere stakeholders rondom thema’s als (drink)water, natuur, recreatie, ruimtelijke plannen en noodscenario’s. Beheer PWN is verantwoordelijk voor het natuurbeheer, inclusief passende recreatie, van meer dan 7.500 hectare aan duingebieden. Hierdoor is hetzijn de klimaatrisico’s wateroverlast en natuurbrand ook voor PWN van groot belang. Publieks- en voorlichtingscommunicatie PWN heeft als drinkwaterproductiebedrijf een leveringsplicht. De primaire taak om voldoende drinkwater van goede kwaliteit te leveren aan consumenten en andere afnemers is wel afhankelijk van meerdere factoren, zoals klimaatverandering, de bevolkingsgroei of de inrichting van de openbare ruimte (boven-en ondergronds). ÉØn van de strategieºn van PWN is om de regionale drinkwaterproductiecapaciteit te vergroten, hetgeen wordt onderzocht op en rond de locatie pompstation Overveen.

Een andere strategie is om in te zetten op drinkwaterbesparing. PWN organiseert dit door voorlichtingscommunicatie met als doel om bewustwording te creºren en inwoners en gebruikers aan te zetten hun drinkwatergebruik te reduceren. Stakeholder- en netwerkcommunicatie In het kader van klimaatadaptatie wordt samengewerkt met overheden, veiligheidsregio’s, collega-drinkwaterbedrijven (o.a. Waternet) en andere stakeholders rondom thema's als (drink)water, natuur, recreatie, ruimtelijke plannen en noodscenario’s. 52 | 54 Witteveen+Bos | 149685/26-008.711 | Definitief 02 Tabel 4.4 Rol en verantwoordelijkheden VRK ten aanzien van de strategie Partij en rol Binnen de strategie verantwoordelijk voor Veiligheidregio Kennermerland (VRK) De rol van een veiligheidsregio is het integreren en coördineren van de voorbereiding, bestrijding en opvang van rampen en zware ongevallen binnen een bepaald geografisch gebied. Veiligheidsregio’s zorgen ervoor dat verschillende organisaties zoals brandweer, politie, ambulancediensten, gemeenten en anderen effectief samenwerken bij crisisbeheersing en rampenbestrijding. Ze zijn verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van rampenplannen, het coördineren van hulpdiensten tijdens incidenten en het informeren en beschermen van burgers.

Voor het thema klimaat bestaat dit bijvoorbeeld uit crisisbeheersing bij overstroming of calamiteitenplannen bij extreme hitte. De veiligheidsregio waarborgt de veiligheid en hulpverlening binnen haar regio door proactieve planning en een gecoördineerde respons. Crisis- en waarschuwingscommunicatie De VRK staat in de ‘hete situatie’ aan de lat voor de coördinatie van hulpdiensten en communicatie bij noodsituaties. Het VRK neemt het voortouw in de crisiscommunicatie en vraagt andere overheden hierin dezelfde boodschap te verspreiden, Plannen De VRK geeft advies over de ruimtelijke inrichting van gebieden op aanvraag. Dit is nadrukkelijk een advies. De VRK zou graag meer participeren in de planfase, maar doet dit wel op uitnodiging vanuit de gemeenten. Hiervoor moet via deze weg ook een capaciteitsvraag aan gekoppeld worden. De GGD (onderdeel van de VRK) stelt hitteplannen op en zoekt hierbij ondersteuning van gemeenten. Stakeholder- en netwerkcommunicatie Er vindt een terugkerend ambtelijk overleg plaats over incidentenbestrijding De VRK voert overleggen met terreinbeheerders over de toegankelijkheid van bijvoorbeeld de duingebieden.

53 | 54 Witteveen+Bos | 149685/26-008.711 | Definitief 02 Tabel 4.5 6 Rol en verantwoordelijkheden Noord-Holland ten aanzien van de strategie Partij en rol Binnen de strategie verantwoordelijk voor Provincie Noord-Holland De provincie Noord-Holland coördineert, stimuleert en faciliteert maatregelen en beleid om de regio te beschermen tegen klimaatverandering: ontwikkelt een integrale klimaatadaptatiestrategie die aansluit bij landelijke doelen en regionale behoeften; faciliteert samenwerking tussen gemeenten, waterschappen, het Rijk, kennisinstellingen en private partijen; regisserende rol in het organiseren en mogelijk maken van investeringen in klimaatadaptatieve maatregelen; Plannen De provincie ondersteunt klimaatadaptatie door het nemen van regie op de lange termijn, waaronder het aanpassen van het ruimtelijk beleid en de inrichting (bijvoorbeeld via de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie 2025 - 2027). Stakeholder- en netwerkcommunicatie De provincie faciliteert samenwerking tussen gemeenten, waterschappen, het Rijk, kennisinstellingen en private partijen. Concrete voorbeelden van overleggen/ondersteuning die door de Provincie is geïnitieerd: - gebiedsproces Zuid-Kennemerland (binnenduinrand); - ambtelijk coördinatieoverleg grondwater; - DPRA-procesondersteuners.

Zwemwaterlocaties De provincie is verantwoordelijk voor het toewijzen van zwemwaterlocaties, die door het waterschap onderhouden moeten worden. Stimuleringsmaatregelen De provincie stelt subsidies beschikbaar voor klimaatadaptatie aan lokale overheden en private partijen. De regelingen verschillen van jaar tot jaar, maar hebben over het algemeen een stimulerend karakter ten aanzien van duurzaamheid. 54 | 54 Witteveen+Bos | 14968/26-008.711 | Definitief 02 4.5 Conclusie De werksessies hebben aangetoond dat binnen de werkregio klimaatadaptatie vol de aandacht heeft. Deze strategie helpt in het samenbrengen van de vele initiatieven, het prioriteren, en het gezamenlijk toewerken naar concrete doelen in 2050. Het onderzoek naar klimaatverandering blijft een terugkerende behoefte om vanuit de juiste uitgangspunten te plannen en maatregelen te treffen. Gemeentegrens overstijgende opgaven worden dan ook gezamenlijk onderzocht in stresstesten. Voor deze ronde stresstesten wordt concreter naar thema’s als droogte en hittestress gekeken bijvoorbeeld. Kennisontwikkeling en kennisdeling blijven doorgaan, en worden via gezamenlijk acties en terugkoppeling gedeeld via het PHO klimaatadaptatie. Op basis van de (deels uitgevoerde) onderzoeken worden ruimtelijke plannen gemaakt om het natuurlijk systeem verder te benutten.

Waar nodig, worden technische ingrepen toegepast om het natuurlijk systeem te ondersteunen. Een nieuw onderdeel binnen deze strategie is om ook gezamenlijk op te trekken op het gebied van communicatie. Enerzijds gaat dit om communicatie die inwoners bewust maakt van klimaatadaptatie, Øn handvatten geeft om zelf maatregelen te treffen op privaat terrein. Anderzijds is het van belang om in samenwerking met de veiligheidsregio calamiteitenplannen klaar te hebben, en inwoners vooraf te informeren hoe zij zelf het best zijn voorbereid op calamiteiten. Deze strategie is gefocust op het behalen van concrete doelen in 2050. De grote lijnen van de strategie geven het raamwerk waarbinnen de regio deze doelen wil behalen. De concrete maatregelen die hierbinnen worden genomen zullen door evaluaties in de loop der tijd, en door nieuwe inzichten verder worden aangescherpt en aangevuld. Dit document vormt daarmee wel een ankerpunt om op terug te vallen, maar zal aan veranderingen onderhevig zijn. www.witteveenbos.com

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.bloemendaal.nl/api/v1/meetings/2668/documents/27865