R02 RES A-N enquête inwoners 2020.pdf
Tekst van het document
KANTAR
Duurzaamheid in de RES-regio Arnhem - Nijmegen Draagvlakonderzoek
Jelle Fastenau Å Bart Koenen 244407433 24 april 2020
Inhoudsopgave
1
Management summary
9
2
Achtergrondkenmerken respondenten
11
3
Wat vindt de regio van energiebesparing en het verduurzamen van energie?
16
4
Hoeveel kennis heeft men over duurzame energiebronnen?
24
5
Hoe brengt men duurzaam gedrag in de praktijk?
29
6
Heeft men behoefte aan informatie over verduurzaming?
37
7
Verduurzaming in de eigen gemeente
44
8
achtergrondkenmerken per gemeente
51
KANTAR
2
Inleiding Net als de andere RES-regio’s in Nederland staat de RES-regio Arnhem Nijmegen de komende jaren voor een grote uitdaging als het gaat om het opstellen en uitvoeren van een ambitieuze energiestrategie. De RES-regio Arnhem-Nijmegen telt zevenhonderdduizend inwoners en bestaat naast beide steden uit de plaatsen Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen en Zevenaar.
Als hieruit blijkt dat het verschil te verklaren is uit het feit dat iemand een koper of huurder is, dan is dat verschil weergegeven (en niet het regio-verschil). Blijkt de woonplaats de verklarende factor te zijn (en niet de vraag of iemand huurder of koper is) dan is dat verschil weergegeven. Bij alle vragen waar sprake is van deze verschillen is dat in tekst weergegeven.
Andere relevante en significante verschillen Ontwikkelen energiestrategie De regio is bezig een energiestrategie op te stellen, waarbij samenwerking met de inwoners een belangrijke plaats inneemt. Met het uitvoeren van een representatief draagvlakonderzoek wil de RES-regio Arnhem-Nijmegen een betrouwbaar beeld krijgen van de meningen die burgers over deze onderwerpen hebben en het draagvlak dat er in de regio is om concrete stappen te kunnen zetten in de uitgestippelde energiestrategie.
Tot slot is per relevante vraag gekeken naar andere, mogelijke verschillen tussen achtergrondkenmerken, zoals leeftijd of de mate van draagvlak voor energietransitie. Waar significant en relevant zijn de verschillen in draagvlak of per leeftijdsgroep eveneens in het regiorapport gerapporteerd. In een aparte gemeentebijlage is tot slot per gemeente weergegeven wat de animo in lokale verduurzamingsprojecten is en of inwoners interesse hebben in het investeren in zonne- en windmolenparken.
Regioverschillen en verschillen tussen ‘huurders’ en ‘kopers’
TNS Nipobase
Het primaire doel van het onderzoek is het draagvlak voor energietransitie op totaalniveau in de gehele regio in kaart brengen, evenals de (eventuele) verschillen binnen de regio. Hierbij is gekeken naar verschillen zijn tussen de steden Arnhem en Nijmegen en de rest van de regio (die uit kleinere plaatsen bestaat) en is gekeken of er verschillen in draagvlak zijn tussen mensen met een koopwoning en een huurwoning (in het rapport verder te noemen als ‘huurders’ en ‘kopers’). Omdat in de steden Arnhem en Nijmegen relatief veel huurders aan het onderzoek hebben meegedaan, is bij alle vragen waar regionale verschillen én verschillen tussen kopers en huurders voorkwamen met een extra analyse nagegaan waardoor deze verschillen precies werden veroorzaakt.
Voor de uitvoering van het onderzoek is gebruik gemaakt van externe adresbestanden van inwoners binnen de RES-regio en van panelleden uit de regio uit TNS NIPObase. Dit panel bestaat uit ruim 120.000 panelleden. Zelfaanmelding is in dit panel niet mogelijk. De werving vindt plaats op initiatief van Kantar. Dit is een belangrijke waarborg voor de kwaliteit en representativiteit op verschillende achtergrondkenmerken. Een ander kwaliteitskenmerk is de hoge respons: in het panel is een respons van hoger dan 6070 gebruikelijk. Hierdoor is er een kleiner risico dan bij andere panels dat er vertekeningen optreden doordat niet iedereen die is uitgenodigd, deelneemt aan het onderzoek.
KANTAR
3
Uitvoering onderzoek en leeswijzer (1/2)
Online vragenlijst Het onderzoek is online uitgevoerd met een vragenlijst met een gemiddelde invulduur van ongeveer 10 minuten. Er is gebruik gemaakt van twee verschillende steekproefbronnen. Zo is het onderzoek voor een gedeelte uitgevoerd in het eerder genoemde onderzoekspanel van Kantar (TNS Nipobase). Daarnaast is een aanvullende steekproef per brief benaderd. De panelleden in TNS Nipobase hebben de uitnodiging per email ontvangen. Elke email gaf toegang tot een unieke onderzoekslink met daarin de online vragenlijst. De mensen die per brief zijn uitgenodigd, ontvingen een unieke toegangscode waarmee ze konden inloggen op het online onderzoeksportal van Kantar.
Looptijd onderzoek en respons Het veldwerk van het onderzoek duurde van 2 tot en met 30 maart 2020. In totaal hebben n=4.240 mensen aan het onderzoek meegedaan, waarvan n=2.575 uit TNS Nipobase (respons 617) en n^ .665 uit het externe bestand. Het overzicht van de respons is weergegeven op slide 6. Na afronding van het veldwerk zijn de onderzoeksresultaten gewogen op inwoneraantallen van alle plaatsen binnen de regio. De gerealiseerde respons is voldoende groot om betrouwbare uitspraken te kunnen doen over de gehele regio, de afzonderlijke woonplaatsen, huurders en kopers en over de verschillende leeftijdsgroepen.
KANTAR
Leeswijzer: significante verschillen Bij het lezen van het rapport zijn enkele belangrijke begrippen van belang. Zo wordt
alleen over verschillen (tussen doelgroepen of antwoorden) gesproken als het om significante verschillen gaat. Een significant verschil betekent dat het verschil groter is dan door het toeval verklaard kan worden. Dit zijn dus verschillen die relevant zijn om te rapporteren. Het kan dus zijn dat er in het rapport geringe verschillen niet worden gerapporteerd, omdat deze niet significant en dus toevallig zouden kunnen zijn. Er is bij de data analyse uitgegaan van een betrouwbaarheidsmarge van 9570.
Meervoudige en enkelvoudige vragen Bij enkelvoudige vragen kan het zijn dat de percentages niet helemaal optellen tot 1007. Soms kunnen antwoorden optellen tot 997 of tot 1017. Het betreft hier afrondingsverschillen die in deze rapportage niet zijn gecorrigeerd. Bij vragen waarbij meer antwoorden mogelijk zijn, tellen de antwoorden logischerwijze op tot meer dan 1007.
Doorvragen Onderaan elke slide staat steeds de exacte vraagstelling vermeld. De meeste vragen zijn gesteld aan alle deelnemers aan het onderzoek gevraagd ^4.240). Als het een doorvraag aan een specifiek gedeelte van de deelnemers betreft, staat het aantal respondenten bij de grafiek vermeld.
4
Uitvoering onderzoek en leeswijzer (2/2)
Uitleg soorten grafieken
Sociale wenselijkheid
In het onderzoek is gebruik gemaakt van drie soorten grafieken: cirkeldiagrammen, staafdiagrammen en samengestelde staafdiagrammen. Hieronder staat een beknopte uitleg.
Sommige vragen in het onderzoek gaan over het eigen gedrag van mensen. Bij vragen over eigen gedrag hebben sommige mensen - al dan niet bewust - de neiging om hun gedrag positiever voor te stellen dan in werkelijkheid het geval is. Hoewel dit effect bij face-to-face en telefonische interviews sterker is dan bij onderzoeken die online zijn uitgevoerd, moet bij lezen van het rapport rekening worden gehouden dat sommige resultaten door deze neiging naar sociale wenselijkheid vertekeningen kunnen laten zien.
Opleiding
Cirkeldiagram: met dit diagram wordt in beeld gebracht wat de verhouding of samenstelling van een bepaald resultaat is op een totaal van 10070.
Staafdiagram: een staafdiagram bestaat uit meerdere staven of balken waarmee absolute scores of percentages in beeld worden gebracht of met elkaar worden vergeleken.
Samengesteld staafdiagram: in dit type diagram
Nimby-effecten Nimby staat voor de Engelse term Not in my backyard. Er is sprake van het zogenaamde Nimby-effect als mensen wel gebruik willen maken van bepaalde voorzieningen, bijvoorbeeld windenergie, maar vervolgens aangeven geen windmolens in de eigen woonplaats te willen. Bij vragen waar dit mogelijk een rol zou kunnen spelen, gaan we hier in het rapport dieper op in.
worden verhoudingsresultaten in beeld gebracht met meerdere, samengestelde staven of balken die allemaal optellen tot 1007 en daarmee verhoudingen laten zien die onderling gemakkelijk met elkaar kunnen worden vergeleken.
KANTAR
5
Centrale vraagstelling en deelvragen
Wat is de kennis en houding van inwoners uit de RES regio Arnhem-Nijmegen omgeving ten aanzien van eigen/lokale duurzaamheidsinitiatieven en hoe kijken zij aan tegen grootschalige energieopwekkingsinitiatieven in de regio en welke stappen zijn er mogelijk te maken om draagvlak te creëren?
1. In hoeverre staan burgers in het kader van de energietransitie open voor het verduurzamen van de eigen woning?
KANTAR
2. In hoeverre staan burgers open voor grootschalige energie opwekkingsinitiatieven in de eigen regio?
3. Wat zijn eventuele verschillen tussen gemeenten, leeftijdsgroepen, type woning, huur- of koopwoning, et cetera?
6
Overzicht respons Gemeenten
Aantal inwoners
Benaderd(bruto steekproef panel)
Netto Respons abs
Respons O
Benaderd(bruto steekproef extern)
Netto Respons Abs*
Respons O
Nijmegen
177.150
892
525
590Zo
0
5
-
Arnhem
160.528
787
516
6607o
0
4
-
Overbetuwe
47.761
321
189
5907o
0
1
-
Lingewaard
45.554
221
149
6707o
4.053
300
70
Rheden
43.680
277
172
6207o
0
1
-
Zevenaar
43.540
330
183
5507o
0
0
-
Wijchen
41.180
319
176
5507o
3.367
254
80
Berg en dal
34.895
124
84
6807o
532
51
100
Renkum
31.413
200
122
61y0
4.200
399
100
Beuningen
25.869
158
105
6607o
294
19
60
Duiven
25.162
248
147
5907o
0
0
-
Druten
18.898
80
53
6607o
5.040
362
70
Heumen
16.442
77
48
62yo
861
99
110
Westervoort
14.990
98
48
49yo
714
49
70
Doesburg
11.082
107
50
47yo
651
51
80
Rozendaal
1.691
10
8
80yo
683
70
100
700.523
4.249
2.575
6107o
20.395
1.665
80
totaal
In totaal hebben 11 respondenten uit de aanvullende steekproef uit de steden Nijmegen, Arnhem en Overbetuwe aan het onderzoek meegedaan, terwijl in die steden geen respondenten schriftelijk benaderd zijn. Hoogstwaarschijnlijk gaat het hier om een groepje respondenten dat onlangs verhuisd is. Omdat er geen vreemde afwijkingen gevonden zijn in het antwoordpatroon van deze respondenten, zijn de resultaten in het onderzoek opgenomen.
KANTAR
7
Opbouw rapportage
De rapportage begint met een management summary waarin de uitkomsten van het onderzoek op hoofdlijnen zijn beschreven. Elk nieuw hoofdstuk begint met een korte introductie en meer gedetailleerde summary waarin de belangrijkste uitkomsten per hoofdstuk staan beschreven.
Hoeveel kennis heeft men over duurzame energiebronnen? In het vierde hoofdstuk staat de kennis over duurzame energiebronnen centraal. Een aantal duurzame energiebronnen is voorgelegd en vervolgens is in kaart gebracht hoeveel inwoners van de regio hier inhoudelijk iets vanaf weten.
Achtergrondkenmerken respondenten Brengt men duurzaam gedrag ook in de praktijk? Om een beter beeld te krijgen van de respondenten die aan het onderzoek hebben deelgenomen, worden in hoofdstuk twee eerst enkele achtergrondkenmerken van de respondenten weergegeven. Dit gaat om sociodemografische kenmerken, zoals woonplaats, geslacht, opleiding en leeftijd en om de vraag of respondenten in een koop- of huurhuis wonen, in wat voor type woning men woont, wat het energielabel van de woning is en de grootte van het huishouden. Van deze kenmerken zijn per deelnemende gemeenten eveneens bijlagen gemaakt.
De wijze waarop mensen duurzaam gedrag in de praktijk brengen staat beschreven in het vijfde hoofdstuk. Dit hoofdstuk gaat ook dieper in de vraag waarom inwoners van de regio niets aan duurzaam gedrag doen en op de vraag welke vormen van (al dan niet) duurzaam gedrag mensen zelf in de praktijk brengen.
Informatiebehoefte
Houding en draagvlak voor verduurzaming en energiebesparing
Hebben inwoners van de regio behoefte aan informatie over verduurzaming en, zo ja, welke informatie dan? Deze vraag komt in hoofdstuk zes aan bod.
In het derde hoofdstuk is in kaart gebracht wat mensen in de regio vinden van energiebesparing en het verduurzamen van energie. Dit is in kaart gebracht door een aantal algemene stellingen en specifieke stellingen voor te leggen.
Verduurzaming in de eigen gemeente
KANTAR
Het laatste hoofdstuk gaat over verduurzaming van energie in de eigen gemeente en de animo die er is voor deelname aan lokale projecten en investeringen in zonne- en windmolenparken.
8
1 Management summary
Management summary
Groot potentieel draagvlak
Kloof houding en gedrag
Binnen de RES regio Arnhem en Nijmegen is er een groot potentieel draagvlak onder inwoners van de regio om duurzamer gebruik te maken van energie. Echter: als het gaat om de algemene houding, het algemene draagvlak, het gedrag, de informatiebehoefte en interesse in lokale verduurzamingsprojecten is de betrokkenheid en interesse op deze terreinen groter onder eigenaren van woningen (kopers) dan onder mensen met een huurwoning (huurders).
Hoewel het gebruik van duurzame alternatieven voor energie op een groot draagvlak kan rekenen, is het aantal inwoners dat hier in de praktijk iets mee doet een stuk kleiner. Hier lijkt een rol voor de betrokken overheden weggelegd om het grote draagvlak te verzilveren en inwoners binnen de regio daadwerkelijk te stimuleren om meer gebruik te maken van duurzame alternatieven voor energie.
Koper of huurder: een cruciaal verschil? Een belangrijk inzicht uit het onderzoek is dat basale achtergrondkenmerken als woonplaats, leeftijd, opleidingsniveau en geslacht veel minder van invloed zijn op de houding die mensen binnen de regio aannemen ten aanzien van energiebesparing en verduurzaming dan verschillen tussen huiseigenaren (kopers) en mensen die een woning huren (huurders). Deze verschillen lopen als een rode draad door het onderzoek heen wat wellicht de prelude kan zijn voor een tweesporig beleid: één gericht op huurders en één gericht op kopers. VVE’s en woningcorporaties worden (spontaan) genoemd als mogelijke partijen die hier een rol in kunnen spelen.
KANTAR
Informatiebehoefte Bijna vier op de tien inwoners in de regio hebben behoefte aan meer informatie over het nemen van maatregelen aan de woning om duurzamer met energie om te gaan. Deze groep bestaat voor een groot gedeelte uit eigenaren van woningen (kopers) en voor een minder groot gedeelte uit huurders van woningen. Informatie over de subsidiemogelijkheden wordt het vaakst genoemd als onderwerp waar een behoefte aan is.
Animo verduurzamen eigen wijk of woning Ruim de helft van de inwoners binnen de regio heeft interesse in deelname in een project dat gericht is op de verduurzaming van de eigen wijk of woning. Dit zijn vaker kopers dan huurders. Om de animo voor dergelijke projecten te vergroten, lijkt het vooral van belang om het draagvlak onder huurders te vergroten door gericht naar hen te communiceren welke voordelen zij hebben bij deelname aan dergelijk projecten. .
10
2 Achtergrondkenmerken respondenten
Mšm
Ruim vierduizend mensen in de regio hebben aan het onderzoek deelgenomen
Procentuele respons per deelnemende gemeente (alleen panel)
Total
Total
4240
Rozendaal
^^807
Rozendaal
78
Berg en Dal
687
Berg en Dal
| 135
Lingewaard
6707o
Lingewaard
449
Arnhem
6607o
Arnhem
520
Beuningen
6607o
Beuningen
Druten
^67
Druten
Rheden
KANTAR
Absolute respons per deelnemende gemeente (panel * schriftelijk)
124 415
Rheden
| 173 147
Heumen
627
Heumen
Renkum
617
Renkum
521
Nijmegen
597
Nijmegen
530
Overbetuwe
597
Overbetuwe
190
Duiven
597
Duiven
147
Zevenaar
557
Wijchen
557
Zevenaar | 183 Wijchen
430
Westervoort
497
Westervoort
97
Doesburg
477
Doesburg
| 101
Q001: Dummy Gemeente huidige woonplaats, Q003: In wat voor type woning woont u?
12
De helft van de respondenten is hoogopgeleid, iets minder dan de helft is ouder dan 55 jaar en iets meer dan de helft is vrouw
Opleiding
Leeftijd
Geslacht
r5* 40/0 20/0 2607o
9/
490/ 17/
5407o
31/ 210/ 17/ Vrouw
KANTAR
a Laag
Man a Onbekend
a 18 t/m 24 jaar
a 25 t/m 34 jaar
a 45 t/m 54 jaar
«55 t/m 65 jaar
"65-plus
a Midden
a Hoog
a 35 t/m 44 jaar
Q004: Woont u in een huurwoning of koopwoning? Q003: Wat is het huidige energielabel van uw woning?
13
Driekwart van de deelnemers aan het onderzoek woont in een koopwoning 477 van de respondenten weet niet welk energielabel hun huur- of koopwoning heeft, 187 heeft energielabel A.
Huur- of koopwoning
Energielabel 1807o
2607o
4707o
117
117 7407o
■ Huurwoning
«Koopwoning
i A of hoger
B
C
2727 37 D E
57 F
G
i weet niet
Verschillen: in Arnhem en Nijmegen zijn er meer respondenten die in een huurwoning wonen dan in de rest van de regio (347 versus 197). Deze verhouding kan van invloed zijn op de resultaten. Om die reden is steeds gekeken of het verschil wordt veroorzaakt door de plaats waar men woont (regio-verschil) of door het feit of men een koper of een huurder is.
KANTAR
Verschillen: respondenten met een koopwoning (kopers) weten vaker dan respondenten met een huurwoning (huurders) welk energielabel hun woning heeft (607 versus 437).
_____________________________________________________________
Q004: Woont u in een huurwoning of koopwoning? Q003: Wat is het huidige energielabel van uw woning?
14
Bijna een derde van de respondenten woont in een tussenwoning van een rijtjeshuis, bijna de helft is een tweepersoonshuishouden Soort woning
Tussenhuis in een rijtje
Grootte huishouden
1 persoon
167
Twee onder 1 kap 2 personen
487
Hoekhuis van een rijtje
Vrijstaand huis, bungalow
1207o
Flat/etagewoning (á4 etages)
1207o
Flat/etagewoning (S5 etages)
3 personen
4 personen
187
607o 5 personen
KANTAR
117
Nog anders
7o
Boerderij
1070
6 of meer personen
5
27
Q001: Dummy Gemeente huidige woonplaats, Q003: In wat voor type woning woont u?
15
3 Wat vindt de regio van energiebesparing en het verduurzamen van energie?
Samenvatting houding en draagvlak voor verduurzaming en energiebesparing
Groot potentieel draagvlak voor duurzamer gebruik van energie
Een meerderheid vindt energiebesparing urgent
Ruim acht op de tien inwoners van de RES-regio Arnhem-Nijmegen vinden het belangrijk om duurzamer gebruik te maken van energie. Een minderheid van 670 vindt dit niet belangrijk. Hiermee is er in de regio een groot potentieel draagvlak voor beleid dat gericht is op het duurzamer maken van energie.
Zes op de tien inwoners van de regio vinden energiebesparing een (zeer) urgent issue. Draagvlak en gedrag vallen hier overigens samen, want dit is globaal dezelfde groep als de groep mensen die aangeeft momenteel in de praktijk ook daadwerkelijk met energiebesparing bezig te zijn.
Redelijk kennisniveau over maatregelen om de woning duurzamer te maken
Groot draagvlak voor zonnepanelen op daken van openbare gebrouwen
Bijna de helft geeft aan ‘redelijk veel’ tot ‘veel’ kennis te hebben van maatregelen aan de woning om duurzamer met energie om te gaan. Bij huurders in de regio is er overigens nog sprake van een redelijk groot kennishiaat: bijna een kwart van de huurders geeft immers aan weinig tot zeer weinig kennis te hebben van maatregelen om de gehuurde woning duurzamer te maken.
Het voorzien van daken van openbare gebrouwen met zonnepanelen is een mogelijke maatregel die op een groot draagvlak binnen de regio kan rekenen. Zeven op de tien inwoners geven aan het eens te zijn met een dergelijk plan. Andere maatregelen die over een redelijk groot draagvlak kunnen rekenen, zijn het energieneutraal maken van gebouwen door de daken te voorzien van zonnepanelen en het bouwen van zonneparken aan de rand van de eigen woonwijk.
Zes op de tien is bezig met energiebesparing Een aanzienlijk deel van de regio is daadwerkelijk bezig met energiebesparing. In totaal geven zes op de tien inwoners aan dat ze hier ‘zeer veel’ of ‘redelijk veel’ mee bezig zijn. Hoewel huurders het besparen van energie over het algemeen iets minder urgent vinden dan kopers, vertaalt dit zich niet naar een verschil in hoeveel men daadwerkelijk met energiebesparing bezig is.
KANTAR
17
Duurzamer gebruik van energie wordt belangrijk gevonden in de regio 8407o vindt het belangrijk om duurzamer gebruik te maken van energie. Een kleinere groep inwoners geeft aan redelijk veel tot veel kennis te hebben van maatregelen aan de woning om duurzamer met energie om te gaan (4807o). Stelling: het is belangrijk om duurzamer gebruik te maken van energie. 1%
Hoeveel kennis heeft men van maatregelen aan de woning om duurzamer met energie om te gaan?
ļ 307o '37 47 17 47
907o
4107o
437
Helemaal mee oneens Niet mee oneens, niet mee eens Helemaal mee eens
i Mee oneens Mee eens weet niet
Huurders vinden het vaker onbelangrijk: huurders vinden het vaker onbelangrijk om duurzamer gebruik te maken van energie dan kopers (97 versus 67). Tussen de steden Arnhem en Nijmegen en de overige gemeentes zijn er geen significante verschillen. Naar leeftijd zijn er ook geen verschillen.
KANTAR
357
■ zeer weinig
*weinig
■ redelijk veel
«zeer veel
«niet veel I niet weinig weet niet
Huurders hebben minder kennis van mogelijke maatregelen: van de huurders geeft 237 aan weinig kennis van deze maatregelen te hebben. Onder kopers is dat 137. Tussen de steden Arnhem en Nijmegen en de overige gemeentes zijn er eveneens regio-verschillen, maar die worden vooral veroorzaakt door het feit of men koper of huurder is.
Vraag: In hoeverre bent u het eens met de volgende stelling? Het is belangrijk om duurzamer gebruik te maken van energie. Vraag: Hoeveel bent u bezig met het besparen van energie?
18
Zes op de tien vinden het verduurzamen van energie urgent of zeer urgent Echter: een kleinere groep is daadwerkelijk bezig met het gebruiken van duurzame alternatieven voor energie (327o). Bijna drie op de tien is hier weinig of helemaal niet mee bezig (297o). Hoe urgent vindt u verduurzamen van energie? 307o
Hoeveel bent u bezig met het gebruiken van duurzame alternatieven voor energie? 47 17
107
607o
1907o
197
327
4007o 377 ■ helemaal niet urgent
«niet urgent
«neutraal
«urgent
«zeer urgent
Kopers vinden verduurzaming vaker urgent: kopers vinden het verduurzamen van energie vaker urgent dan huurders (417 versus 367). Binnen de regio zijn er geen verschillen.
KANTAR
■ helemaal niet ■ redelijk veel
«weinig «zeer veel
«niet veel, niet weinig weet niet
Kopers zijn vaker bezig met het gebruik van duurzame alternatieven: kopers zijn vaker redelijk veel tot zeer veel bezig met het gebruik van duurzame alternatieven voor energie (367 versus 227 van de huurders). Tussen de steden Arnhem en Nijmegen en de overige gemeentes zijn er eveneens regio-verschillen, maar die worden vooral veroorzaakt door het feit of men koper of huurder is.
Vraag: Hoe urgent vindt u verduurzamen van energie? Vraag: Hoeveel bent u bezig met het gebruiken van duurzame alternatieven voor energie?
19
Zes op de tien vinden energiebesparing urgent of zeer urgent, een derde neemt een meer neutrale houding aan Ongeveer evenveel mensen geven aan redelijk veel of veel bezig te zijn met energiebesparing (57/). Hoe urgent vindt u energiebesparing? 20/0
Hoeveel bent u bezig met het besparen van energie?
5/
7/
2/ 1/
7/
18/
33/ 50/
430/ ■ helemaal niet urgent
«niet urgent
■ Zeer veel «neutraal
«urgent
«zeer urgent
Huurders vinden het minder vaak urgent: huurders vinden het vaker onbelangrijk om duurzamer gebruik te maken van energie dan kopers (9/ versus 6/). Tussen de steden Arnhem en Nijmegen en de overige gemeentes zijn er geen significante verschillen.
KANTAR
« Niet veel, niet weinig m Helemaal niet
u Redelijk veel m Weinig m weet niet
Verschillen: er zijn geen verschillen binnen de regio of tussen kopers en huurders in de mate waarin men bezig is met het besparen van energie. Mensen die het belangrijk vinden om duurzamer gebruik te maken van energie zijn in de praktijk vaker dan gemiddeld ‘zeer veel‘ of ‘redelijk veel‘ bezig met het besparen van energie (91/).
Vraag: Hoe urgent vindt u energiebesparing? Vraag: Over het nemen van maatregelen aan de woning om duurzamer met energie om te gaan weet ik...
20
Zeven op de tien vinden dat alle daken van openbare gebouwen over vijf jaar moeten zijn voorzien van zonnepanelen Verder is er een redelijk groot draagvlak voor het energieneutraal maken van gebouwen door daken van zonnepanelen te voorzien (577o). Ook geeft iets meer dan helft aan het geen probleem te vinden als er een zonnepark aan de rand van de eigen woonwijk wordt gebouwd (527o). In welke mate is men het met de onderstaande stellingen eens? Over vijf jaar moeten alle daken van openbare gebouwen voorzien zijn van zonnepanelen
347
Op ieder dak moeten voldoende zonnepanelen liggen zodat het gebouw energieneutraal is
387
217
187 267
367
Een zonnepark aan de rand van mijn woonwijk vind ik geen probleem
157
377
217
Ik heb liever één groot gebied in de regio waar alle windmolens bij elkaar staan dan overal een beetje
157
347
287
Een zonnepark aan de rand van een natuurgebied bij mij in de buurt vind ik geen probleem Windmolens zouden alleen langs snelwegen geplaatst moeten worden
127
77
337
HH37
147
1807o
377
3 57
Meer dan de helft is het (helemaal) eens
97
157
237
267
7
47
1107o
1907o
40oZo tot 50% is het (helemaal) eens
407o
60 1
Ik vind windmolens bij mij in de buurt onacceptabel
Windmolens moeten allemaal op zee geplaatst worden
137
80
177
150
277
377
307
307
107
20% tot 40% is het (helemaal) eens
77
■ Helemaal mee eens «Eens «Niet eens, niet oneens «Oneens «Helemaal mee oneens «Weet niet
KANTAR
N.B.: voor stelling 7 is het kleurschema omgedraaid, aangezien de antwoorden hier variëren van minst duurzaam ‘helemaal mee eens’ naar meest duurzaam ‘helemaal mee oneens’
Vraag: In welke mate bent u het eens of oneens met de volgende stellingen? 21
Als het gaat om windmolen- en zonneparken zijn er binnen de regio verschillen in draagvlak Inwoners van Arnhem en Nijmegen staan vaker positief tegenover zonneparken aan de rand van de eigen woonwijk. Inwoners van overige gemeentes staan wat minder vaak positief tegenover windmolens in de eigen buurt. In welke mate is men het met de onderstaande stellingen eens? (alleen de percentages helemaal mee eens en eens zijn weergegeven)
5107o
Ik heb liever één groot gebied in de regio waar alle windmolens bij elkaar staan dan overal een beetje
4607o
Significante verschillen: op de stellingen zoals weergegeven op de vorige slide zijn er enkele significante verschillen te zien binnen de regio. De verschillen zijn weergegeven op de bijgaande grafiek.
3507o Windmolens zouden alleen langs snelwegen geplaatst moeten worden 3007o
337
Regionale verschillen: inwoners van de overige gemeentes geven vaker de voorkeur aan één groot gebied in de regio waar alle windmolens komen te staan (517 versus 467 van de inwoners van de steden Arnhem en Nijmegen). Ook geven zij vaker de voorkeur aan windmolenparken langs snelwegen (357 versus 307) en geven zij vaker aan dat ze windmolens in de buurt onacceptabel vinden (337). Deze verschillen staan los van het feit of men huurder of koper is. De verschillen tussen huurders en kopers zijn weergegeven op de volgende slide.
Ik vind windmolens bij mij in de buurt onacceptabel 267
b Kleinere gemeentes
KANTAR
m Arnhem/Nijmegen
Vraag: Welk van de onderstaande duurzame energiebronnen kent u?
22
Ook zijn er verschillen in draagvlak tussen huurders en kopers Kopers geven vaker de voorkeur aan één gebied waar alle windmolens komen te staan dan huurders (510Zo versus 440Zo). Ongeveer een derde van de kopers vindt windmolens in de buurt onacceptabel (320Zo versus 250Zo van de huurders). In welke mate is men het met de onderstaande stellingen eens? (alleen de percentages helemaal mee eens en eens zijn weergegeven)
Op ieder dak moeten voldoende zonnepanelen liggen, zodat het gebouw energieneutraal is
Huurders en kopers: huurders vinden vaker dat over vijf jaar gebouwen energieneutraal moeten zijn doordat er op het dak voldoende zonnepanel liggen (62Z versus 56Z). Kopers staan wel positiever tegenover een zonnepark aan de rand van een natuurgebied in de buurt (47Z is hier positief over versus 47Z van de huurders). Verder vinden meer kopers dan huurders dat windmolens naast snelwegen moeten komen te staan (34Z versus 28Z).
44Z 51Z
Een zonnepark aan de rand van een natuurgebied bij mij in de buurt vind ik geen probleem
Ik vind windmolens bij mij in de buurt onacceptabel
slide zijn er enkele significante verschillen te zien tussen huurders en kopers. De verschillen zijn weergegeven op de bijgaande grafiek.
56Z
Ik heb liever één groot gebied in de regio waar alle windmolens bij elkaar staan dan overal een beetje
Windmolens zouden alleen langs snelwegen geplaatst moeten worden
Significante verschillen: op de stellingen zoals weergegeven op de vorige
62Z
41Z 47Z
28Z
ŕ
.."ì Leeftijdsverschillen: de verschillen tussen de verschillende leeftijdsgroepen
34Z
25Z 32Z
zijn doorgaans klein. Echter: op deze stellingen wijkt de mening van de 65plussers af van de rest. Zo vindt 35Z het onacceptabel dat er windmolens in de buurt komen (35Z versus 29Z van het totaal). Ook zijn 65-plussers vaker voor plaatsing van windmolenparken op zee (29Z versus 22Z) of aan de rand van een snelweg (41Z versus 33Z).
1___________________________ J u Huurders m Kopers
KANTAR
Vraag: Welk van de onderstaande duurzame energiebronnen kent u?
23
kím
4 Hoeveel kennis heeft men over duurzame energiebronnen?
''f7Ŵ
Samenvatting kennis duurzame energiebronnen
Veel duurzame energiebronnen zijn vooral van naam bekend Op de duurzame energiebronnen warmte uit afvalwater halen (riothermie) en het halen van warmte uit oppervlaktewater (aquathermie) na, zijn veel duurzame energiebronnen goed bekend van naam. Ook geven de meeste mensen aan wel enige kennis te hebben over deze energiebronnen.
Men heeft de meeste kennis van zonnepanelen voor elektriciteit Als het gaat om het hebben van veel inhoudelijke kennis, dan geeft bijna de helft aan veel te weten over zonnepanelen voor het opwekken van elektriciteit. Van windmolens is dat drie op de tien en van zonnepanelen voor het verwarmen van water geeft ongeveer een kwart aan hier inhoudelijk veel vanaf te weten. Deze drie duurzame energiebronnen zijn hiermee inhoudelijk gezien de drie meest bekende duurzame energiebronnen binnen de regio.
De verschillen in kennis zijn hierbij redelijk groot. Zo geeft ruim de helft van de kopers aan inhoudelijk bekend te zijn met zonnepanelen voor het opwekken van elektriciteit (540Zo) terwijl dit onder huurders ‘slechts’ 2870 is.
Regionale verschillen in kennis Tot slot valt op dat de inhoudelijke kennis van veel duurzame energiebronnen onder inwoners van de steden Arnhem en Nijmegen minder groot is dan onder de inwoners van de rest van de regio. Dit verschil valt te verklaren door het feit dat in beide steden relatief meer huurders dan kopers hebben meegedaan aan het onderzoek.
Kopers hebben een hoger kennisniveau van duurzame energiebronnen De meeste duurzame energiebronnen zijn inhoudelijke beter bekend bij huiseigenaren (kopers) dan onder mensen die een huis huren (huurders). Net als bij de kennis over maatregelen ter verduurzaming van het eigen huis is ook hier sprake van een groter kennishiaat onder huurders dan onder kopers.
KANTAR
25
Veel duurzame energiebronnen zijn goed bekend van naam of inhoudelijk een beetje bekend, maar minder mensen geven aan er veel vanaf te weten Warmte uit oppervlakte- en afvalwater zijn het onbekendst: circa vier op de tien kennen deze duurzame energiebronnen niet. Bekendheid duurzame energiebronnen Zonnepanelen voor elektriciteit
48*0 3007o
Windmolens Zonnepanelen voor warm water
15*
Biomassa (energie uit vergisting of verbranding organisch materiaal)
14*
Restwarmte uit de industrie (proceswarmte)
12*
Bodemwarmte (geothermie)
11*
Warmte uit oppervlaktewater (aquathermie)
10*
65* 59*
17*
59*
3* 10* 7*
19*
54*
21*
51*
14*
21*
17*
34*
27*
35*
4*
34*
28*
35*
a Bekend, weet er een beetje van
7*
14*
5*
a Bekend, weet er veel vanaf
KANTAR
3**
60*
18*
Waterkracht
3*
66*
23*
Warmtepomp
Warmte uit afvalwater (riothermie)
48*0
a Bekend, weet niet precies wat het is
m Nooit van gehoord
Vraag: Welk van de onderstaande duurzame energiebronnen kent u?
26
Biomassa en waterkracht zijn bekender onder inwoners van de overige gemeentes binnen de regio dan onder inwoners van Arnhem en Nijmegen
Zeer goed bekend met duurzame energiebronnen
1907o
Biomassa Significante verschiMen: op de stellingen zoals weergegeven op de vorige 507o
slide zijn er enkele significante verschillen te zien binnen de regio. De verschillen zijn weergegeven op de bijgaande grafiek.
Regionale verschillen: inwoners van de overige gemeentes zijn vaker
1807o
bekend met biomassa dan inwoners van de steden Arnhem en Nijmegen (19yo versus 5yo en aan waterkracht (18yo versus 5yo). Dit zijn regionale verschillen die niet verklaard worden door het feit of men koper of huurder is.
Waterkracht 507o
■ Kleinere gemeentes
KANTAR
Arnhem/Nijmegen
Q023: Welk van de onderstaande duurzame energiebronnen kent u?
27
Kopers weten meer af van duurzame energiebronnen dan huurders Het algemene kennisniveau over duurzame energiebronnen van kopers is hoger dan van huurders. Met name zonnepanelen voor elektriciteit en voor warm water en de warmtepomp zijn inhoudelijk veel beter bekend onder kopers dan onder huurders.
Bekend met duurzame energiebronnen en weet er veel vanaf Zonnepanelen (elektriciteit)
2807o 547 2407o
Windmolens
327
Zonnepanelen (warm water)
1407o 257 1007o
Warmte pomp
207
Andere verschillen: windmolens, restwarmte uit de industrie, bodemwarmte en warmte uit oppervlaktewater zijn onder kopers inhoudelijk beter bekend dan onder huurders.
77
Restwarmte industrie
137 77
Bodemwarmte Warmte uit oppervlaktewater
Significante verschillen: op de duurzame energiebronnen zoals weergegeven op de vorige slide zijn er enkele significante verschillen te zien tussen kopers en huurders. De verschillen zijn weergegeven op de bijgaande grafiek.
127 | 27 47
Huurders « Kopers
KANTAR
Vraag: Welk van de onderstaande duurzame energiebronnen kent u?
28
5 Hoe brengt men duurzaam gedrag in de praktijk?
Samenvatting duurzaam gedrag in de praktijk
Afval beter scheiden en minder voedsel weggooien worden vaak gedaan
Sommige vormen van duurzaam gedrag komen minder vaak voor
Welke vormen van duurzaam gedrag worden het vaakst in de praktijk gebracht? Afval beter scheiden om het milieu te sparen (710Zo) en minder voedsel weggooien (5107o) zijn twee vormen van duurzaam gedrag die bewoners van de regio het vaakst in de praktijk brengen.
Meer biologische en duurzame producten kopen, meer met het openbaar vervoer reizen in plaats van de auto en het verwarmen van de woning met duurzame energie (in plaats van gas) worden het minst vaak genoemd (circa één op de tien geeft aan dit te doen). Daarnaast geeft een relatief grote groep - van circa drie op de tien inwoners - aan niet bezig te zijn met de overstap naar een groene energieleverancier of met minder vliegreizen maken.
Het plaatsen van zonnepanelen wordt vaker door kopers gedaan Alleen nog led-verlichting in huis gebruiken, de verwarming lager zetten om energie te besparen, zonnepanelen plaatsen, meer fietsen in plaats van auto rijden, overstappen op een groene energieleverancier en korter douchen worden door een kwart tot een derde van alle inwoners genoemd als duurzame keuzes die ze daadwerkelijk in de praktijk brengen.
Een kleine minderheid doet niets aan duurzaamheid Slechts 1,407o van de inwoners geeft aan niet met duurzaamheid bezig te zijn. Een op de vijf geeft als reden hiervoor dat zij andere zaken in het leven belangrijker vinden dan duurzaamheid. Verder geeft een derde van deze groep aan niet te weten waarom zij niets aan duurzaamheid doen.
Minder duurzaam gedrag in Arnhem en Nijmegen dan in de rest van de regio Duurzaam wonen voor een bijdrage aan een schoner milieu Kopers en huurders bezigen vaak verschillende van duurzaam gedrag. Zo wordt het plaatsen van zonnepanelen vaker door kopers gedaan, terwijl het lager zetten van de verwarming en meer fietsen duurzame gedragingen zijn die vaker door huurders worden gedaan.
KANTAR
Hoewel een meerderheid aangeeft duurzame maatregelen belangrijk en urgent te vinden, lijken andere factoren, zoals de prijs van een product, persoonlijk genot en het leuk vinden van bepaalde zaken (zoals reizen) vaak doorslaggevend in het maken van een al dan niet duurzame keuze. Zo geven zes op de tien inwoners aan de vakantie te boeken die men het leukst vindt, ongeacht de impact op het milieu.
30
De meest gemaakte duurzame keuzes zijn voornamelijk kleine gedragsveranderingen binnenshuis Kleine gedragsveranderingen zoals afval scheiden, minder voedselverspilling, overstappen op led-verlichting, of de verwarming lager zetten worden het breedst gedragen binnen de regio. Keuzes die direct invloed hebben op consumentengedrag, zoals het beperken van vliegreizen, of het kopen van biologische of duurzame producten worden daarentegen minder vaak gemaakt. In welke mate zijn de onderstaande keuzes van toepassing? Afval beter scheiden om het milieu te sparen
717o
Minder voedsel weggooien
5107o
Alleen nog led-verlichting in huis
3507o
De verwarming bewust lager zetten om energie te sparen
347o
Zonnepanelen laten plaatsen
307
Meer fietsen in plaats van autorijden
297
Overstappen op een groene energieleverancier
277
Korter douchen om energie te sparen
267o
497
147
267
97
187
137
317
477o
207
127
267 147
297
Woning extra laten isoleren
Met het openbaar vervoer reizen in plaats met de auto
307 397
257
127
:
467o
217
Meer biologische en duurzame producten kopen (kleding, voedsel)
237o 257
97
327 207
307
287
467
a Helemaal van toepassing
KANTAR
3707o
Minder vliegreizen maken
Van het gas af: verwarmen van mijn woning met duurzame energie
237o
237 307
m Deels van toepassing
257 337 337 417
m Niet van toepassing
m Niet mee bezig
Q013: Hieronder wordt een aantal keuzes genoemd over duurzaamheid. Geef aan in hoeverre u de keuzes gemaakt heeft, of van plan bent ze te maken.
31
Zonnepanelen worden veel vaker door kopers gekozen dan door huurders Er zijn redelijk wat verschillen in de mate waarop de voorgelegde keuzes van toepassing zijn op kopers en huurders en tussen de steden Nijmegen/Arnhem en de overige gemeentes. Het grootste verschil is te zien bij de zonnepanelen: voor bijna vier op de tien kopers is de keuze hiervoor van toepassing (3707o), terwijl dit onder huurders met 1007o minder vaak het geval is. In welke mate zijn de onderstaande keuzes van toepassing? (alleen de significante verschillen zijn weergegeven)
6507o
Afval beter scheiden
Minder voedsel weggooien 3307o
1007o
Zonnepanelen laten plaatsen 3707o
3107o
Overstappen op groene energieleverancier
1807o
4007o
Verwarming bewust lager zetten
2907o
Meer fietsen i.p.v. autorijden 3207o
2007o
1207o
2707o
Woning extra isoleren
Korter douchen 2307o
1907o
Reizen met OV i.p.v. auto 1007o
b Huurders
KANTAR
b Kopers
1507o
Van het gas af: alleen nog duurzame energie b Kleinere gemeentes
607o 1607o
b Nijmegen/Arnhem
Vraag: Hieronder wordt een aantal keuzes genoemd over duurzaamheid. Geef aan in hoeverre u de keuzes gemaakt heeft, of van plan bent ze te maken.
32
Andere zaken in het leven die belangrijker zijn, worden het meest genoemd als reden om niet bezig te zijn met duurzaamheid Van de groep mensen die op geen enkele manier met duurzaamheid bezig is ^63 ofwel 1,47), geeft bijna drie op de tien aan niet te weten wat de reden hiervoor is, een even grote groep heeft een reden buiten de gegeven antwoordopties (zie overige redenen). Slechts een kleine groep doet niks omdat het niet geloof dat er een probleem is met het klimaat. Overige redenen
Andere zaken in leven belangrijker dan duurzaamheid Ik heb geen geld voor duurzamer wonen Geen tijd om in duurzaamheid te verdiepen
607o
Ik weet te weinig van duurzaamheid om iets te veranderen
607o
Ik geloof niet dat er een probleem is met het klimaat Ik ben te oud/ziek om iets te doen aan duurzaamheid
Onder de antwoordoptie ‘anders, namelijk’ worden onderstaande redenen genoemd:
117
^ Men is niet de hoofdbewoner van het huis, en gaat dus niet over deze beslissingen ^ Het niet willen van extra aanbouwingen of modificaties op of rondom eigen woning • Gebrek aan vertrouwen in de huidige duurzaamheidsmaatregelen of een voorkeur voor andere methodes / energiebronnen ^ Angst voor het maken van dure of foute keuzes
507o 37
Van plan om te verhuizen, wil geen maatregelen meer in huidige woning
KANTAR
Anders
297
Weet niet
297
Niet bezig met duurzaamheid: de groep die aangeeft niets aan duurzaam gedrag te doen heeft niet een eenduidig profiel. Hierbij is gekeken naar regionale verschillen, verschillen tussen kopers en huurders en naar mogelijke leeftijdsverschillen.
Vraag: Wat zijn voor u redenen om niet bezig te zijn met duurzaamheid?
33 Base: mensen die weinig met duurzaamheid doen (N=63)
Bijna een kwart van de huiseigenaren zou het liefst vandaag al duurzamer wonen, ruim één op de tien gaat hier het komende jaar mee aan de slag Daarentegen is er ook nog een vrij grote groep die wel het voornemen heeft om duurzamer te wonen, maar nog geen concrete plannen heeft (4207o). Ruim één op de tien huiseigenaren geeft aan dat duurzaamheid geen belangrijk onderwerp is (137). Intentie duurzamer wonen
137 237
m Ik zou het liefst vandaag al duurzamer wonen
907o b Ik wil komend jaar aan de slag met
duurzamer wonen
Verschillen: er zijn geen regionale verschillen. b Ik heb wel het plan om duurzamer te
wonen, maar dat is nog niet concreet 137 b Ik ga in mijn volgende woning aan de
slag met duurzaamheid b Bij mij is duurzaamheid helemaal
4207o
KANTAR
geen belangrijk onderwerp
Vraag: Welk van de volgende uitspraken past het best bij u?
34 Basis: eigenaars koopwoning, n=3.319
Minder energiegebruik (al dan niet duurzaam) wordt belangrijker gevonden dan het gebruik van duurzame energie zonder dat wordt bespaard Hoewel de meerderheid aangeeft duurzame maatregelen belangrijk en urgent te vinden, lijken factoren als prijs, genot en het leuk vinden van bepaalde zaken vaak belangrijker in het maken van een al dan niet duurzame keuze. Wat is voor u belangrijker? Ik heb liever een groene energieaanbieder.
Ik heb liever de goedkoopste energieaanbieder.
Ik houd met het boeken van mijn vakantie rekening met het milieu.
Ik boek de vakantie die mij het leukst lijkt, ongeacht de impact op het milieu.
Bij het boodschappen doen let ik op waar producten vandaan komen, om mijn ecologische voetafdruk laag te houden.
Bij het doen van boodschappen koop ik gewoon wat ik het lekkerst vind.
Ik vind het belangrijker dat energie duurzaam is, dan maakt het niet uit hoeveel ik verbruik.
Ik vind het belangrijker dat we minder energie verbruiken, dan maakt het niet uit of het duurzaam is.
Duurzaam wonen is aantrekkelijk, omdat ik een bijdrage wil leveren aan een gezonder klimaat.
Duurzaam wonen is aantrekkelijk, omdat ik. kosten bespaar en/of mijn huis in waarde stijgt
Vraag: Op de volgende pagina's staat een aantal tegenstellingen. We willen u vragen
KANTAR
het item te kiezen dat het meest op u van toepassing is. Ook als de keuzes niet geheel overeen komen, willen we u vragen het item te kiezen dat het meest neigt naar uw voorkeur.
35
Er zijn enkele verschillen in de voorkeuren binnen de regio Buiten de grote steden houdt men vaker rekening met het milieu bij het boeken van een vakantie. Huurders zien de bijdrage aan een gezonder klimaat vaker als aantrekkelijker argument voor duurzaam wonen. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat sommigen van hen de financiële voordelen niet direct merkbaar zijn, aangezien g/w/l al in hun huur zit inbegrepen. Boven = huurders Onder = kopers 587o
Duurzaam wonen is aantrekkelijk, omdat ik een bijdrage wil leveren aan een gezonder klimaat.
427
457o
5507o
Duurzaam wonen is aantrekkelijk, omdat ik. kosten bespaar en/of mijn huis in waarde stijgt.
Boven = overige gemeentes Onder = Arnhem/Nijmegen 427 Ik houd met het boeken van mijn vakantie rekening met het milieu.
587 Ik boek de vakantie die mij het leukst lijkt, ongeacht de impact op het milieu.
297
717
Leeftijdsverschil: naast regionale verschillen en die tussen kopers en huurders, zijn er naar leeftijd twee opmerkelijk verschillen. Zo geeft 777o van de 25 tot en met 34-jarigen aan bij het doen van de boodschappen te kopen wat zij het lekkerste vinden (versus 677o van het totaal). -_______________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ .
Vraag: Op de volgende pagina's staat een aantal tegenstellingen. We willen u vragen
KANTAR
het item te kiezen dat het meest op u van toepassing is. Ook als de keuzes niet geheel overeen komen, willen we u vragen het item te kiezen dat het meest neigt naar uw voorkeur.
36
6 Heeft men behoefte aan informatie over verduurzaming?
I í II I I
11II I I
nr i ui i ■piËÍ-B ii
mm®
itámi iVv İWÏ.W***
I.
- Vlii
Samenvatting informatiebehoefte verduurzaming Kopers hebben vaker behoefte aan informatie dan huurders In totaal geven vier op de tien inwoners binnen de regio aan dat ze behoefte hebben aan informatie over het nemen van maatregelen aan hun woning om duurzamer met energie om te gaan. Hierbij is er een verschil aan informatiebehoefte tussen kopers en huurders. Zo geven ruim vier op de kopers hier behoefte aan te hebben, terwijl dat onder huurders bijna drie op de tien is. 4670 van alle inwoners geeft aan geen behoefte aan informatie te hebben over het nemen van maatregelen aan hun woning om duurzamer met energie om te gaan.
De informatiebehoefte hangt samen met belang, kennis en gedrag De informatiebehoefte is het grootst bij mensen die op dit moment actief bezig zijn met duurzame alternatieven, bij mensen die duurzamer gebruik van energie belangrijk vinden en mensen die aangeven op dit moment al veel kennis te hebben over duurzame maatregelen aan hun woning. Daarnaast is er een redelijk grote informatiebehoefte bij de groep mensen die aangeven weinig belang aan duurzamer energieverbruik te hechten.
Circa een kwart zou geholpen zijn met een stappenplan, deelname aan collectieve duurzaamheidsprojecten en het delen van ervaringen met mensen in een soortgelijke woning. Voor alle hulpmiddelen geldt dat zij vaker door kopers worden genoemd dan door huurders. Huurders noemen relatief vaak bemiddeling van de verhuurder of woningbouwcorporaties waarmee zij geholpen zouden zijn.
Brieven aan alle inwoners Tot slot is in kaart gebracht op welke manier inwoners van de regio het liefst geïnformeerd willen over projecten over duurzamer wonen en leven. Binnen de regio bestaat de grootste voorkeur voor brieven aan alle bewoners. Op deze informatievoorkeur zijn er verschillen tussen kopers en huurders. Zo hebben kopers een relatief sterke voorkeur voor de gemeentepagina van het lokale huis-aanhuisblad (een derde van de kopers geeft hier de voorkeur aan versus drie op de tien van de huurders).
Vooral informatie over subsidies helpt bij het verduurzamen van de woning Ruim een derde geeft aan dat algemene informatie over subsidies en mogelijkheden hen zou helpen bij het verduurzamen van de woning. Een duurzaamheidsscan wordt door een kwart van alle inwoners genoemd als handig hulpmiddel bij het verduurzamen van de woning.
KANTAR
38
Bijna vier op de tien hebben behoefte aan informatie over het nemen van maatregelen aan de woning om duurzamer met energie om te gaan Een iets grotere groep geeft aan hier geen behoefte aan te hebben (467). Gaat u informatie over dit onderwerp aanvragen of opzoeken? Behoefte aan informatie 97
287
297
217
87
57
1707o
3807o
■ Zeker wel « Waarschijnlijk wel m Neutraal « Waarschijnlijk niet « Zeker niet «Weet niet
Verschillen kopers en huurders: kopers hebben vaker behoefte aan informatie over het nemen van maatregelen aan de woning om duurzamer met energie om te gaan dan huurders (4107o versus 2807o). Zij geven ook vaker dan huurders aan zeker of waarschijnlijk wel hierover informatie op te gaan zoeken of aan te gaan vragen (417 versus 377) Er zijn geen verschillen binnen de regio. 4607o
Verschillen in leeftijdscategorieën: Ongeveer de helft van de mensen tussen de 35
■ Ja «Nee «Weet niet
KANTAR
en 44 jaar heeft behoefte aan informatie (487). Dat is significant meer dan de groepen 18 t/m 34 (397), 45 t/m 54 (367), 55 t/m 64 (357) en 65+ (307). Ook is de intentie om meer informatie aan te vragen het hoogst onder 35 t/m 44-jarigen, 457 geeft aan dit (waarschijnlijk) wel te zullen doen. Ook onder 45 t/m 54-jarigen ligt de intentie redelijk hoog, hier geeft 407 aan waarschijnlijk meer informatie op te zullen zoeken.
Vraag: Heeft u behoefte aan informatie over het nemen van maatregelen aan uw woning om duurzamer met energie om te gaan? Vraag: Gaat u informatie over dit onderwerp aanvragen of opzoeken?
39
Hoe meer kennis men heeft van duurzaamheid en hoe actiever men hier al mee bezig is, hoe groter de behoefte aan informatie Over het algemeen lijkt de behoefte tot meer informatie over duurzaamheid hand in hand te gaan met de affiniteit die men al met het onderwerp heeft en de mate waarin men actief met duurzaamheid bezig is. Wanneer we kijken naar hoe belangrijk men duurzamer energieverbruik vindt, is het vooral de neutrale groep waarbij de behoefte tot meer informatie erg laag is. Behoefte aan meer informatie versus belang, kennis, gedrag duurzaamheid 507
4207o
4107o 3507o
377
367
277
297 b (Zeer) hoog
a Gemiddeld b (Zeer) weinig
1207o
Belang van duurzamer energiegebruik
KANTAR
Kennis over duurzame maatregelen aan huis
Mate waarin men met duurzame alternatieven bezig is
Vraag: Heeft u behoefte aan informatie over het nemen van maatregelen aan uw woning om duurzamer met energie om te gaan?
40
Informatie over subsidies wordt door een derde genoemd als nuttig hulpmiddel voor het verduurzamen van woningen Waarmee is men geholpen om de woning te verduurzamen?
Algemene informatie over subsidies en mogelijkheden
| 3470
Keuzehulp of duurzaamheidsscan: beste keuze voor mijn woning
2670
Stappenplan over hoe je je woning duurzamer kunt krijgen
227
Deelnemen aan collectieve duurzaamheidsprojecten
227
Ervaring van anderen in een vergelijkbare woning
Weet niet
Anders
| 207
Anders, namelijk: Bij de overige antwoorden wordt vaak verwezen naar andere besluitnemers, bijvoorbeeld huurbazen, woningcorporaties, VVES. Hieruit blijkt dat er een redelijk grote groep is die mogelijk wel duurzamer wil wonen, maar niet over de middelen of verantwoordelijkheid beschikt om die keuze te maken.
157
197
ŗ Verschillen: kopers hebben op alle voorgelegde punten een grotere informatiebehoefte dan huurders. De verschillen zijn weergegeven op de volgende slide. Binnen de regio hebben de inwoners van de omliggende gemeenten vaker behoefte aan informatie over subsidie dan inwoners van de steden Arnhem en Nijmegen (357 versus 317). Binnen de regio zijn er geen verdere verschillen.
^
.______________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ -
KANTAR
Vraag: Waarmee zou u het beste geholpen zijn om uw woning te verduurzamen?
41
Alle van de voorgestelde hulpmiddelen zijn vooral relevant voor kopers Wil men huurders van buitenaf hulp bieden om duurzamer te wonen, dan zal er gekeken moeten worden naar andere oplossingen dan het onderstaande. Afgaande op de reacties onder ‘anders, namelijk’ lijkt deze groep het meest gebaat bij een goede bemiddeling met huurbaas of de woningcorporatie. Waarmee is men geholpen om de woning te verduurzamen? 1907o
Algemene informatie over subsidies en mogelijkheden Keuzehulp of duurzaamheidsscan: beste keuze voor mijn woning
3707o 1407o 2907o
Stappenplan over hoe je je woning duurzamer kunt krijgen Deelnemen aan collectieve duurzaamheidsprojecten
Ervaring van anderen in een vergelijkbare woning
177 257 137
m Huurders
KANTAR
Bij de overige antwoorden wordt vooral door huurders vaak verwezen naar andere besluitnemers, bijvoorbeeld huurbazen en woningcorporaties. Enkele kopers noemen bemiddeling van de VVE.
247 147 237 307
Weet niet
Anders
Anders, namelijk:
197
Hieruit blijkt dat er een redelijk grote groep is die mogelijk wel duurzamer wil wonen, maar niet over de middelen of verantwoordelijkheid beschikt om die keuze te maken (vooral onder huurders).
287 137
Kopers
Vraag: Waarmee zou u het beste geholpen zijn om uw woning te verduurzamen?
42
Brieven worden het vaakst genoemd als manier waarop de gemeente inwoners op de hoogte kan houden van informatie over duurzamer wonen en leven Huis-aan-huisbladen, de gemeentelijke website en thema-avonden worden eveneens vaak genoemd (297o en 277o). Voorkeur informatiekanalen Brieven aan alle bewoners
517 Verschillen kopers en huurders: kopers hebben een
Gemeentepagina van lokale huis-aan-huisblad
297
Gemeentelijke website
2770
Thema-avonden in de wijk
237
Energieloket of Loket Duurzaam wonen
137
Informatiefolders bij lokale (overheids)instellingen
127
Radio- en TV commercials Gemeentelijke Facebookpagina Andere Facebookgroepen voor bewoners van... Posters op bushokjes en in winkelcentra
97 57
Leeftijdsverschillen: op deze vraag zijn enkele verschillen
57 47
Weet niet Anders
relatief grote voorkeur voor de gemeentepagina van het lokale huis-aan-huisblad (347 versus 297 van de huurders) en voor het Energieloket of het Loket Duurzaam Wonen (157 versus 77 van de huurders). Inwoners buiten de steden Arnhem en Nijmegen hebben een grotere voorkeur dan de inwoners van beide steden voor de gemeentepagina van het lokale huis-aan-huisblad 367 versus 237).
107
naar leeftijd. Zo geven jongeren in de leeftijd van 18- tot en met 24 jaar relatief vaak aan een voorkeur te hebben voor radio- en tv-commercials (197 versus 87 van alle andere leeftijdsgroepen samen). 55-plussers hebben een relatief grote voorkeur voor de gemeentepagina van het lokale huis-aan-huisblad (387 versus 267 van alle andere leeftijdsgroepen samen).
47
Vraag: Hoe zou de betreffende gemeente u het beste op de hoogte kunnen brengen van projecten en tips over duurzamer wonen en leven?
KANTAR
43
7 Verduurzaming in de eigen gemeente
Samenvatting verduurzaming binnen de eigen gemeente
Redelijk goede bekendheid Energieloket
Interesse in de inkoop van zonne- windmolenenergie in de buurt
Iets meer dan de helft van de inwoners in de RES-regio kent het Energieloket, iets minder dan helft niet. Hoewel het Energieloket hiermee redelijk goed bekend is, wordt er weinig gebruik van gemaakt. Zo geeft 670 aan weleens gebruik te hebben gemaakt van het Energieloket, terwijl een kwart aangeeft dat ze er nog geen gebruik van heeft gemaakt.
Vier van de tien inwoners van de regio hebben interesse in het inkopen van energie van zonne- of windmolenparken in de buurt. Circa een derde heeft interesse in het investeren in lokale zonne- en/of windmolenparken. Hierbij is het opvallend dat huurders vaker dan kopers geïnteresseerd zijn in het investeren in windmolenparken.
Redelijk veel interesse in deelname verduurzamingsprojecten eigen wijk Ruim de helft van de inwoners in de regio geeft aan (zeer) geïnteresseerd te zijn in projecten die zijn gericht op verduurzaming van de eigen wijk (527). Een iets grotere groep heeft interesse in projecten die gericht zijn op het verduurzamen van de eigen woning (557). De animo om deel te nemen aan dergelijke projecten is groter onder kopers dan onder huurders.
KANTAR
45
Het Energieloket is bij de helft bekend, maar wordt nog weinig geraadpleegd Bovendien zijn beide instanties beter bekend onder kopers dan onder huurders.
Bent u bekend met het Energieloket of Loket Duurzaam wonen in uw gemeente? 607o
Verschillen kopers en huurders: kopers (587) zijn beter bekend met het Energieloket dan huurders (367). Er zijn geen regionale verschillen.
Bezig met verduurzaming: de bekendheid en gebruik van het Energieloket of het Loket Duurzaam wonen lijken vooral samen te hangen met de mate waarin men bezig is met het gebruik van duurzame alternatieven voor energie. Zo heeft 347 van deze groep daadwerkelijk gebruik gemaakt van één van beide loketten (versus 47 die hier niet mee bezig is).
4507o
2407o
m Ja, weleens gebruik van gemaakt b Ja, maar (nog) geen gebruik van gemaakt
Ja, wel van gehoord, maar weet niet precies wat het inhoudt b Nooit van gehoord
KANTAR
Vraag: Bent u bekend met het Energieloket of het loket Duurzaam Wonen in uw gemeente?
46
Er is een redelijk groot draagvlak om deel te nemen aan duurzame projecten Iets meer dan de helft geeft aan (zeer) geïnteresseerd te zijn om deel te nemen aan een project voor verduurzaming (520Zo). Of het gaat om de verduurzaming van de eigen wijk of eigen woning lijkt daarbij weinig verschil te maken. Slechts een kleine groep van 1207o geeft aan hier geen interesse in te hebben. Interesse deelname project voor verduurzaming eigen wijk
507o
707o
30o7o
40o7o
b Helemaal niet geïnteresseerd
b Niet geïnteresseerd
m Neutraal m Zeer geïnteresseerd
m Geïnteresseerd
1207o
Verschillen kopers en huurders: kopers (580Zo) zijn beter bekend
Weet niet
met het Energieloket dan huurders (360Zo). Ook is er een verschil tussen kopers en huurders in hun interesse om deel te nemen aan een project in de eigen wijk (resp. 550Zo en 440Zo heeft interesse) en in de eigen woning (resp. 5907o en 4807o heeft interesse).
Interesse deelname project voor verduurzaming eigen woning
507o
707o
2707o
4207o
b Helemaal niet geïnteresseerd
b Niet geïnteresseerd
b Neutraal
b Geïnteresseerd
b Zeer geïnteresseerd
b Weet niet
1307o
Vraag: Stel dat er in uw buurt een project start waarin samen met de bewoners van de wijk wordt gewerkt aan de verduurzaming van uw wijk.
KANTAR
Zou u geïnteresseerd zijn in deelname aan dit project?
47 Vraag: Stel dat er in uw buurt een project start waarin samen met de bewoners van de wijk wordt gewerkt aan de verduurzaming van uw woning. Zou u geïnteresseerd zijn in deelname aan dit project?
Ongeveer vier op de tien hebben interesse in het inkopen van energie uit een zonnen- of windmolenpark in de buurt (390) 347 heeft interesse in lokaal investeren in zonneparken en 317 heeft interesse in investeren in windmolenparken.
Interesse inkopen energie uit zonnepark of windmolenpark in de buurt
7 77
3207o
327
1207o
807o
Verschillen kopers en huurders: Kopers zijn iets Interesse lokaal investeren in zonneparken!1 767
Interesse lokaal investeren in windmolenparken 1 757
297
277
287
307
207
107
217
117
m Dit doe ik al
b Zeer geïnteresseerd
b Geïnteresseerd
b Neutraal
b Niet geïnteresseerd
b Helemaal niet geïnteresseerd
vaker (zeer) geïnteresseerd in het inkopen van energie uit lokale zonneparken of windmolenparken dan huurders (417 tegenover 357). Tussen de steden en de rest van de regio zitten hierin geen grote verschillen. Huurders zijn alleen vaker (zeer) geïnteresseerd in het investeren in zonneparken (377 vs. 307).
b Weet niet
KANTAR
Vraag: Hoe geïnteresseerd bent u in het inkopen van energie uit
Vraag: Bij sommige zonneparken of windmolenparken is het mogelijk om lokaal mee te investeren in de realisatie van deze
een zonnepark of windmolenpark bij u in de buurt?
parken. Dit betekent dat ‘een stukje' van dit park van u is. Hierdoor kunt u (een deel van) uw energierekening terugverdienen. Hoe geïnteresseerd bent u in deze vorm van verduurzaming?
48
Open vragen - de beste plek voor een zonnepark in uw gemeente is Positief, staat open voor veel locaties:
Positief, specifieke locatie in de regio:
Negatief, staat hier niet voor open:
* * * *
* * * * * * * *
* * *
"Overal waar ruimte is” "Alle beschikbare ruimtes” "Overal waar dat mogelijk is” "Maakt niet uit, waar ze de meeste energie opleveren”
Positief, maar niet-specifieke locatie: * * * * * * * * *
"Openbare gebouwen met plat dak” "Gemeentehuis” "Een stuk landbouwgebied, zodat het niet het aangezicht schaadt” "Tussen weilanden aan de rand van het dorp” "Langs snelwegen rond de gemeente” "Op flats” "Braakliggend terrein” "Industrieterrein of weinig bewoonde gebieden” "Waar de effecten op mens en dier het meest gering zijn”
* * * * * *
"Klein Amerika” "Omgeving Elst” "Oude steenfabriek aan IJssel” "Lentse plas” "In de Schuytgraaf is nog best veel plaats” "De waterzuivering in Arnhem” "Industrieterrein Kleefse Waard” "Aan de andere kant van de A12 richting Angerlo” "Goffertweide, of een stuk van de Waalsprong” "Nijmegen Noord” "Op het dak van de Gelredome” "Bult bij Velperpoort, braakliggende terreinen” "N348 tussen Dieren en Leuvenheim” "Langs de Rijn”
*
* *
"Nergens” "Ik wil geen zonnepark in mijn gemeente” "Geen plaats, toeristen wegjagen met een waanidee” "Niet: zorg eerst maar dat alle daken van hoge flatgebouwen vol liggen, daarna kijken we verder” "Nijmegen is al veel te vol” "Geen geschikte plaats in de gemeente”
Weet het niet: * * * *
"Ik zou het niet weten” "Geen voorkeur” "Geen idee hoe groot zo’n park moet zijn, dus geen mening” "Weet er te weinig van af om een geschikte plek aan te wijzen”
N.B.: de hier opgenomen antwoorden zijn een selectie van de totale respons binnen de regio. Specifieke suggesties per gemeente zijn terug te vinden in de gemeentebijlagen.
KANTAR
Q027: Wat vindt u de beste plek voor een zonnepark in uw gemeente?