Concept beleidsscan kommengebied Beuningen
Tekst van het document
De angst is dat er een as van toekomstige ontwikkelingen ontstaat met forse ruimteclaims in het kommengebied. Daarnaast wordt gesteld dat de plattelandswegen onvoldoende zijn aangepast aan de huidige tijdsgeest en afname verkeersveiligheid op polderwegen. Aandacht voor meer vrijliggende fietspaden. o Energie: viertal zonnevelden zijn volgens de werkgroep ogenschijnlijk willekeurig gesitueerd zonder goed rekening te houden met aangrenzende grondgebonden bedrijven, stelling moet zijn niet nog meer landbouwgrond te offeren. Er wordt ook geopperd om te kijken naar biogas in de vorm van een energiehub van monovergisters. o Zandwinning: constatering dat veel landbouwgrond hiervoor is opgeofferd, echter geen stellingname. o Kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied: geeft nu nog niet veel beperkingen, maar wel onzekerheid op de langere termijn. o Recreatie: tijdens evenementen (zeker bij de gewenste intensivering) is er grote impact op het wegennet, de werkgroep vindt het onwenselijk dat landbouwverkeer dan door de kernen moet en vindt het toegankelijk houden van de Ficarystraat tijdens evenementen belangrijk.
14-05-2024nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-0524nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nlNL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-0524nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nlNL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-052414-05-2024 Versie 2
M.b.t. deze gebiedsprocessen wordt de gemeente opgeroepen om de agrarische belangen mee te wegen in gebiedsprocessen en niet roekeloos landbouwgrond op te kopen voor woningbouw of bedrijventerrein. Zij willen dat dit in goed overleg gebeurt, zodat blijvende agrarische ondernemers kunnen profiteren van herverkaveling en aangepaste ontsluitingen. De Werkgroep agrarisch Beuningen geeft een aantal heldere wensen mee voor het agrarische buitengebied van Beuningen. Hoofdlijnen hieruit zijn: het behoud
Documentreferentie Dd8fdkQd68.docx
23/26
CONCEPT van voldoende ontwikkelruimte voor agrarische doeleinden (in bouwblokken en areaal), ruimte in beleid (voor o.a. functieverbreding, VAB, thuisverkoop, huisvesting van seizoenarbeiders) en het integraal bekijken van verschillende gebiedsprocessen, waarbij met name gewezen wordt op de impact op en opoffering van landbouwgrond voor andere doeleinden. Omdat het kommengebied hoofdzakelijk agrarisch gebied betreft is het relevant om zowel de hoofdlijnen als wellicht ook concretere voorstellen uit de visie van agrariërs mee te nemen, voor zover men zich daar vanuit de gemeente in kan vinden en passend is (volgende paragraaf gaat daar enigszins op in).
14-05-2024nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-0524nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nlNL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-0524nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nlNL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-052414-05-2024 Versie 2
2.22 Informatienota B&W Kijk op Agrarisch Beuningen Dit document betreft een informatienota voor B&W behorende bij het document “kijk op agrarisch Beuningen”. De memo bespreekt de kernboodschap en wat de agrarische sector vraagt aan de gemeente, hoe dit zich verhoudt tot het gemeentelijk/regionaal beleid en een advies hoe dit verder te brengen. De memo bevestigt met de constatering dat er veel speelt en dat nu het moment is om met agrariërs om tafel te gaan. De vraag van de agrarische sector om beleid ten aanzien van een toekomstbestendige agrarische sector sluit aan bij het speerpunt uit de Omgevingsvisie om de agrarische functie als drager van het landschap te behouden. Visievorming hierover moete een plek krijgen in de omgevingsprogramma’s Oeverwallen (start opstellen 2024) en Kommengebied (2026). Daarnaast wordt geconstateerd dat door GMR en provincie voor veel opgaven gekeken wordt naar locaties die nu agrarisch zijn. Daarom benadrukt de memo het belang van een integrale visie in GMR-verband op het buitengebied en het toekomstperspectief van de agrarische bedrijven. De suggesties van de werkgroep sluiten redelijk goed aan bij de Omgevingsvisie, stelt de memo. De gemeente wil het gesprek aangaan en de agrarische sector betrekken bij de verdere visievorming. Ook wordt het aanstellen van een accountmanager agrarische ondernemers als een goed idee beschouwd.
Er worden drie stappen benoemd: -
-
In de GMR de inpassing van de agrarische sector in samenhang met de andere opgaven bespreken Parallel daaraan is het van belang om in de komende tijd in gesprek te blijven met (een vertegenwoordiging van) de agrarische sector in de gemeente Beuningen. Er zal een vervolggesprek moeten plaatsenvinden met wethouder economie en accountmanager. In dat gesprek moet aandacht gegeven worden aan de vraag uit de visie “Kijk op agrarisch Beuningen” en de planning en aanpak voor de komende tijd besproken worden. Zodat iedereen weet waar men aan toe is. In omgevingsprogramma’s wordt de visie in samenhang met de andere beleidsvelden verder uitgewerkt.
Er wordt met name benoemd om het gesprek aan te gaan en de neergelegde kijk op agrarisch Beuningen door de sector mee te nemen naar de regio en in de uitwerking van omgevingsprogramma’s.
Documentreferentie Dd8fdkQd68.docx
24/26
CONCEPT 2.23 Gemeentelijke ‘Notitie functieverandering Buitengebied’ Dit document uit 2010 betreft de gemeentelijke uitwerking van de notitie functieverandering buitengebied voor functieverandering van vrijkomende (agrarische) bedrijfsgebouwen naar wonen. Het is een gemeentelijke uitwerking van regionaal en provinciaal beleid.
14-05-2024nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-0524nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nlNL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-0524nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nlNL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-052414-05-2024 Versie 2
De regionale beleidsregels maken ruimere nevenfuncties en niet agrarische functies (tot 750 m2) mogelijk bij het recreatief routenetwerk en beperken de mogelijkheden in de gebieden voor grondgebonden landbouw en veehouderij. De gemeenten kunnen vervolgens zelf bepalen op welke plaatsen en in welke mate gebruik kan worden gemaakt van de mogelijkheden die het regionaal beleid biedt (maatwerk). De notitie vult dit maatwerk in v.w.b. functieverandering naar wonen in Beuningen. Provinciaal beleid: functieverandering moet bijdragen aan een impuls voor de leefbaarheid, vitaliteit en ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. De functie wonen is een geschikte vorm van (her)gebruik van vrijgekomen gebouwen in het buitengebied. Er wordt uitgegaan van een reductie van tenminste 50% van de bebouwing, waarbij het resterend oppervlak aan gebouwen kan worden hergebruikt voor wonen. Regionaal beleid: bij hergebruik is het uitgangspunt dat maximaal twee woongebouwen mogen worden gerealiseerd en tenminste 50% van de bebouwing wordt gesloopt. Geen voorwaarden aan aantal woningen per woongebouw. Sloop en vervangende nieuwbouw kent ook eigen regels, alsook glastuinbouw. Gemeentelijk beleid: -
-
-
Hergebruik: er mogen maximaal twee woongebouwen ontstaan en 50% moet worden gesloopt (dat vormt de noodzakelijke verevening, verevening kan ook op andere wijzen plaatsvinden als dit verbetering van ruimtelijke kwaliteit oplevert). Bij hergebruik van karakteristieke en/of monumentale bebouwing vormt het behoud van deze bebouwing bijv. de verevening. Binnen een woongebouw mogen max. 4 appartementen of max. 3 eengezinswoningen worden gerealiseerd. Sloop/nieuwbouw: vervangende nieuwbouw wordt gerealiseerd ter grootte van maximaal 50% van de gesloopte bebouwing. Meestal vormt de sloop de verevening, maar er kunnen ook aanvullingen zijn middels een aantal mogelijkheden (benoemd in het stuk). Afmetingen waarbij sloop/nieuwbouw mogelijk is staan in het document. Glastuinbouw (zie document)
Het document “B&W-voorstel Toevoeging functieveranderingsbeleid buitengebied en saldering” uit 2013 maakt een aanvulling op de notitie functieverandering. Deze toevoeging heeft betrekking op de mogelijkheden van saldering (gesloopte m2 bedrijfsvoering elders op een perceel inzetten voor vervangende nieuwbouw van woningen). Kortweg houdt de notitie in dat dit niet automatisch mogelijk is, want het uitgangspunt is om de locatie van het gesloopte pand aan te houden. Salderen kan alleen na overleg en als dit een duidelijke planologischde meerwaarde heeft. Ook kan bouwruimte niet tussen verschillende projecten gespreid worden. Dit document vormt het VAB-beleid voor omvorming naar woningen. De overkoepelende provinciale/regionale regels waar dit beleid uit voortvloeit zijn vermoedelijk gedateerd, maar de gemeentelijke regels zijn voor zover bekend Documentreferentie Dd8fdkQd68.docx
25/26
CONCEPT vigerend en zeggen iets over de mogelijkheden voor toevoeging van woningen in het buitengebied. Zodoende zijn ze relevant richting de ruimtelijke kaders voor het kommengebied als het gaat om functie- en verdichtingsmogelijkheden in het buitengebied.
14-05-2024nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-0524nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nlNL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-0524nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nlNL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-05-24nl-NL15-052414-05-2024
2.24 Landbouwvisie ZLTO Rijk van Nijmegen
Versie 2
In dit document beschrijft de agrarische vereniging ZLTO haar visie voor de landbouw in het Rijk van Nijmegen en de rol van agrariërs voor de aankomende jaren. In het algemeen wordt vooral aangegeven dat agrariërs mee willen praten over de oplossingen voor de grote opgaven die de aankomende jaren een rol spelen in de regio, zoals stikstof, natuurherstel en water/bodemkwaliteit. In het document wordt ook specifiek aandacht gewijd aan de gemeente Beuningen. Hierbij wordt aangegeven dat veel van de agrariërs in het gebied tegenwoordig aan de slag zijn met multifunctionele landbouw (terras, kinderopvang, lokale afzet, etc.). Daarnaast wordt aangegeven dat het aantal boeren in de regio laag is (circa 1% van de bevolking) en zal blijven dalen in de aankomende jaren, waardoor reductiedoelstellingen voor klimaat en natuur waarschijnlijk gehaald worden zonder dat ingrijpen nodig is. Als belangrijkste opmerking wordt aangegeven dat er nog onzekerheden bestaan rondom beleid vanuit de gemeente en regio. Daarom wordt sterk aangeraden boeren te betrekken in gesprekken om gezamenlijk tot meerwaarde te komen. De agrariërs kunnen een belangrijke rol spelen in water en bodem kwaliteit, klimaat- en energievraagstukken, landschapskwaliteit, en de lokale economie. In dit document wordt in grote lijnen de visie van ZLTO besproken.
Daarnaast wordt specifiek voor Beuningen beschreven wat de visie tot 2030 moet zijn. Het belangrijkste punt daarbij is dat agrariërs onzekerheden ervaren vanuit de gemeente en de regio over het totaalplaatje van visies en opgaven voor het gebied. Daarom wil ZLTO dat agrariërs actief betrokken worden in de gesprekken over oplossingen en doelstellingen, zodat gezamenlijk meerwaarde gecreëerd kan worden. Verder biedt dit document weinig concrete uitgangspunten.
Documentreferentie Dd8fdkQd68.docx
26/26