Bijlage 6 Zienswijze 1
Tekst van het document
vastgoed en gebiedsontwikkeling | aansprakelijkheid | overheid |
per aangetekende post per gewone post en per email: gemeente@beuningen.nl Aan de raad van de gemeente Beuningen Postbus 14 6640 AA BEUNINGEN
Amsterdam Van Mobiel E-mail
5 maart 2025 mr. M.H.J. van Driel LL.M. - advocaat 06 – 48 10 26 04 vandriel@stijladvocaten.nl
Betreft
nadere zienswijzen tegen ontwerp ‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Risicocontour Windpark Bijsterhuizen’
Geachte Raad, Namens cliënten, de besloten vennootschappen What’s Cooking Wijchen B.V. en What’s Cooking Savoury Nederland B.V., beiden statutair gevestigd te Milsbeek en kantoorhoudende aan Bijsterhuizen 2404 te (6604 LL) Wijchen, beiden te dezer zake woonplaats kiezende te (1059 VM) Amsterdam aan de Poeldijkstraat 4, bij het kantoor van Stijl Advocaten, van wie mr. M.H.J. van Driel in deze zaak als gemachtigde zal optreden, dien ik hierbij de nadere zienswijzen in tegen het ontwerp-‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Risicocontour Windpark Bijsterhuizen’. De gemeente heeft mij bij e-mail d.d. 18 februari jl. tot en met 6 maart 2025 de gelegenheid gegeven om de nadere zienswijzen in te dienen, zodat deze tijdig zijn ingediend. Cliënten, hierna gezamenlijk: “What’s Cooking?”, kunnen zich niet vinden in de vaststelling van het ontwerp-TAM-omgevingsplan. Dit ontwerp-TAM bestemmingsplan vertoont een onlosmakelijke samenhang met het recentelijk, door de raad van de gemeente Wijchen vastgestelde bestemmingsplan “Windpark Bijsterhuizen” en de op basis daarvan verleende omgevingsvergunning voor het windpark. Het overdraaigebied van de drie turbines en daarmee ook de risicocontour gaat namelijk voor een deel over het grondgebied van de gemeente Beuningen. Het ontwerp-TAM-omgevingsplan voorziet in de veiligheidscontouren van de windturbines op het grondgebied van de gemeente Beuningen.
Cliënten hebben ernstige bezwaren tegen het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning van de gemeente Wijchen – en dus ook tegen het ontwerp-TAM-
Stijl B.V. Postbus 9101 1006 AC Amsterdam
Bezoekadres: Poeldijkstraat 4 1059 VM Amsterdam
T +31 20 346 99 80 F +31 20 346 99 81 info@stijladvocaten.nl
www.stijladvocaten.nl KvK nummer 342 510 28
omgevingsplan van de gemeente Beuningen, nu deze besluiten in onlosmakelijke samenhang met elkaar dienen te worden beschouwd. What’s Cooking? is in Nederland een grote speler in het segment van vleeswaren op het gebied van versnijden, verpakken en distribueren van vleeswaren voor het retailkanaal en out of home. Op de vestiging in Wijchen zijn ruim 300 medewerkers werkzaam in het kantoor, de productieafdelingen en in het magazijn. Het bedrijfspand aan de Bijsterhuizen 40 te Wijchen, waar What’s Cooking is gevestigd, bevindt zich in de directe nabijheid van het voorziene windpark. Een substantieel gedeelte van het bedrijfspand valt bovendien binnen de veiligheidscontour van de meest oostelijk gelegen windturbine. Het bestemmingsplan heeft als rechtsgevolg dat de concrete uitbreidingsplannen van What’s Cooking? op deze locatie niet langer zijn toegestaan, en tevens als - onbedoeld rechtsgevolg dat de bestaande bedrijfsactiviteiten van What’s Cooking? volledig worden wegbestemd, Het behoeft geen nader betoog dat de belangen van What’s Cooking? en haar werknemers hierdoor onevenredig worden geschaad. What’s Cooking? heeft dan ook op 17 februari jl. een beroepschrift met een verzoek om voorlopige voorziening (schorsing) ingediend bij de Raad van State tegen het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning voor het Windpark Bijsterhuizen.
Een kopie van dit beroepschrift met schorsingsverzoek is bijgevoegd (BIJLAGE). De inhoud daarvan dient hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd, nu die beroepsgronden zich (indirect) evenzeer richten tegen het ontwerp-TAM-omgevingsplan van de gemeente Beuningen, dat het onderhavige windpark immers mede mogelijk maakt. What’s Cooking? veronderstelt dat ook uw gemeente (Beuningen) groot belang zal hechten aan het behoud en de groei van de werkgelegenheid vanwege de bedrijfsactiviteiten van What’s Cooking? Daarvan uitgaande verzoekt What’s Cooking? uw raad dan ook om geen planologische medewerking te verlenen aan het windpark en het TAM-omgevingsplan niet vast te stellen. Hoogachtend,
M.H.J. van Driel Advocaat/gemachtigde --/-- Bijlage
2/2
vastgoed en gebiedsontwikkeling | aansprakelijkheid | overheid |
Bijlage 1
vastgoed en gebiedsontwikkeling | aansprakelijkheid | overheid |
PER AANGETEKENDE POST PER GEWONE POST EN PER FAX: 070 - 365 13 80 (zonder producties) Aan de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State alsmede aan de Voorzieningenrechter Postbus 20019 2500 EA DEN HAAG
Amsterdam Van Mobiel E-mail
17 februari 2025 mr. M.H.J. van Driel LL.M. - advocaat 06 – 48 10 26 04 vandriel@stijladvocaten.nl
Betreft
Beroepen en verzoeken om voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan en omgevingsvergunning “Windpark Bijsterhuizen”, gemeente Wijchen
Hoogedelgestreng College, Namens cliënten, de besloten vennootschappen What’s Cooking Wijchen B.V. (huurder) en What’s Cooking Savoury Nederland B.V. (exploitant), beiden statutair gevestigd te Milsbeek en kantoorhoudende aan Bijsterhuizen 2404 te (6604LL) Wijchen - hierna gezamenlijk: “What’s Cooking?” - en beiden te dezer zake woonplaats kiezende te (1059 VM) Amsterdam aan de Poeldijkstraat 4, bij het kantoor van Stijl Advocaten, van wie mr. M.H.J. van Driel in deze zaak als gemachtigde zal optreden, dien ik hierbij beroep in tegen i) het besluit d.d. 28 november 2024, waarbij de raad van de gemeente Wijchen (hierna: “de raad”) het bestemmingsplan “Windpark Bijsterhuizen” (gewijzigd) heeft vastgesteld; en ii) het besluit d.d. 30 december 2024 waarbij het college van B&W van de gemeente Wijchen (hierna: “het college”) de omgevingsvergunning voor de activiteiten ‘bouwen’ (art. 2.1, lid 1, sub a Wabo), ‘werk of werkzaamheden uitvoeren’ (art. 2.1, lid 1, sub b Wabo) en ‘beperkte milieutoets’ (art. 2.1, lid 1, sub i Wabo jo. art. 2.2a, lid 1 onder a Bor) (gewijzigd) heeft verleend. Beide bestreden besluiten zijn bijgevoegd (producties 1 en 2). In de openbare bekendmaking in het Gemeenteblad d.d. 8 januari 2025, nr. 4230, staat vermeld dat tot en met 19 februari 2025 tegen beide bestreden besluiten beroep kan worden ingediend, zodat deze beroepen tijdig zijn ingediend.
Stijl B.V. Postbus 9101 1006 AC Amsterdam
Bezoekadres: Poeldijkstraat 4 1059 VM Amsterdam
T +31 20 346 99 80 F +31 20 346 99 81 info@stijladvocaten.nl
www.stijladvocaten.nl KvK nummer 342 510 28
Belanghebbendheid What’s Cooking? is in Nederland een grote speler in het segment van vleeswaren op het gebied van versnijden, verpakken en distribueren van vleeswaren voor het retailkanaal en out of home. Op de vestiging in Wijchen zijn ruim 300 medewerkers werkzaam in het kantoor, de productieafdelingen en in het magazijn. De besloten vennootschap What’s Cooking Savoury Nederland B.V. is de huurder van het bedrijfsgebouw aan de Bijsterhuizen 2404 te Wijchen, in welk bedrijfsgebouw de besloten vennootschap What’s Cooking Wijchen B.V. het vleesverwerkingsbedrijf exploiteert. Het bedrijfspand bevindt zich in de directe nabijheid van het voorziene windpark. Op de verbeelding van het bestemmingsplan valt een gedeelte van dit bedrijfsgebouw binnen de gebiedsaanduiding “veiligheidszone - windturbine”. Het vigerende bestemmingsplan staat binnen het gehele gebouw kantoren en arbeidsintensieve bedrijvigheid toe. Zoals hierna zal worden toegelicht, worden die bestaande gebruiksmogelijkheden wegbestemd, althans op onevenredige wijze beperkt als gevolg van de bestreden besluiten. Dit hangt samen met de externe veiligheidsrisico’s vanwege de windturbines.
Het windpark waarin de onderhavige omgevingsvergunning en het onderhavige bestemmingsplan voorzien, heeft dus - kort gezegd - onevenredig nadelige gevolgen voor de (huidige en toekomstige) bedrijfsvoering van What’s Cooking?, zodat What’s Cooking? kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 Awb. Uittreksels uit het handelsregister van What’s Cooking? zijn bijgevoegd als producties 3a en 3b. Omvang van de beroepen De beroepen zijn gericht tegen beide volledige besluiten, derhalve tegen alle onderdelen daarvan.
I.
Beroepsgronden tegen het bestemmingsplan
Het gehele bedrijfsgebouw / gehele bedrijf is ten onrechte wegbestemd Voor What’s Cooking? is het van wezenlijk belang dat zij haar bedrijfsactiviteiten nu en in de toekomst zonder beperkingen kan blijven voortzetten en bovendien kan intensiveren en uitbreiden. De bestaande bedrijfsactiviteiten van What’s Cooking? alsmede haar bestaande planologische mogelijkheden worden echter op onevenredige wijze beperkt, in gevaar gebracht en zelfs wegbestemd als gevolg van het bestemmingsplan. Ik zal dat hieronder toelichten.
2 / 15
Op de verbeelding van het bestemmingsplan valt een substantieel gedeelte van het onderhavige bedrijfsgebouw binnen de veiligheidscontour c.q. gebiedsaanduiding “veiligheidszone – windturbine” van de meest oostelijke windturbine. Zie hieronder een uitsnede van de verbeelding:
Op grond van art. 5.3 van de planregels zijn ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - windturbine' wel ‘beperkt kwetsbare objecten’, maar geen ‘kwetsbare objecten’ toegestaan. Onder ‘kwetsbare objecten’ worden, voor zover hier relevant, verstaan: “gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, zoals: kantoorgebouwen en hotels met een b.v.o. van meer dan 1500 m² per object” (art. 1.18, sub c, onder 1). Onder ‘beperkt kwetsbare objecten’ worden, voor zover hier relevant, verstaan: “(…) bedrijfsgebouwen, voor zover deze objecten niet tot de categorie kwetsbare objecten behoren.” (art. 1.4, sub a). Deze definities komen (inhoudelijk) overeen met de definities van dezelfde begrippen in art. 1, sub b en sub l van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). In het onderhavige bedrijfsgebouw zijn meer dan 300 werknemers van What’s Cooking? in continudienst werkzaam in de productieafdelingen, het kantoor en het magazijn. Het kantoor van What’s Cooking?, dat zich op de verdieping aan de zuidkant van het bedrijfsgebouw bevindt, heeft een oppervlakte van 1.800 m² bvo. Het onderhavige bedrijfsgebouw kwalificeert dan ook als ‘kwetsbaar object’ en is dan ook niet toegestaan op grond van art. 5.3 van de planregels.
3 / 15
Het college en de raad (hierna gezamenlijk: “de gemeente”) hebben zich echter in de Nota van zienswijzen (p. 62), die deel uitmaakt van beide bestreden besluiten, op het standpunt gesteld dat het onderhavige bedrijfsgebouw geen ‘kwetsbaar object’ is maar een ‘beperkt kwetsbaar object’. Dit omdat de functies met een hoge persoonsdichtheid (productieafdelingen en kantoor) zich buiten de veiligheidszone bevinden. De noordwesthoek van het bedrijfsgebouw, die binnen de veiligheidszone valt, wordt momenteel gebruikt als magazijn en heeft volgens de gemeente geen hoge persoonsdichtheid. Volgens de gemeente dient daarom het gehele bedrijfsgebouw als ‘beperkt kwetsbaar object’ te worden aangemerkt. Dit standpunt is rechtens onjuist. Volgens vaste rechtspraak dienen planregels letterlijk te worden uitgelegd. De uitleg van de gemeente, die inhoudt dat gebouwen kunnen worden opgedeeld (gecompartimenteerd) in kwetsbare en beperkt kwetsbare gedeelten, strookt echter niet met de letterlijke bewoordingen van de planregels. Uit de definities van de begrippen ‘beperkt kwetsbaar object’ (art. 1.4) en ‘kwetsbaar object’ (art. 1.18) volgt namelijk dat met deze objecten ‘gebouwen’ worden bedoeld en niet (ook) ‘gedeelten van gebouwen’. Dat betekent dat alleen gehele gebouwen een kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object kunnen zijn.
Het onderhavige bedrijfsgebouw kwalificeert dan ook in zijn geheel, dus inclusief het magazijn met lage(re) persoonsdichtheid, als een ‘kwetsbaar object’. Op grond van art. 5.3 van de planregels zijn ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - windturbine' geen ‘kwetsbare objecten’ toegestaan. Dat betekent allereerst dat het bedrijfsgebouw, voor zover dat is gesitueerd binnen de veiligheidszone (de noordwesthoek), niet langer is toegestaan c.q. is wegbestemd. Maar omdat het bedrijfsgebouw één en ondeelbaar is, leidt dit in feite tot het wegbestemmen van het gehele gebouw, en daarmee ook van het gehele daarin gevestigde vleesverwerkingsbedrijf van What’s Cooking?. De gemeente heeft dit ten onrechte niet onderkend. Uit de Nota van zienswijzen (p. 67, reactie onder punt 25.3) volgt bovendien dat de gemeente nadrukkelijk niet heeft beoogd het bedrijfsgebouw op enigerlei wijze weg te bestemmen, niet als geheel, maar ook niet gedeeltelijk (noordwesthoek). Het bestemmingsplan is dan ook reeds hierom in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en het criterium van een goede ruimtelijke ordening (art. 3.1 Wro) is vastgesteld.
Bestemmingsplan in strijd met normering externe veiligheid De gemeente heeft in het bestemmingsplan ten aanzien van de normering van het plaatsgebonden risico nadrukkelijk gekozen voor de normen en definities uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Anders dan de gemeente stelt, voldoet het bestemmingsplan echter niet aan de normen van het Bevi. De constructie van de gemeente om het gebouw te compartimenteren in een kwetsbaar gedeelte (vanwege hoge personeelsdichtheid) en een beperkt kwetsbaar gedeelte
4 / 15
(vanwege lage personeelsdichtheid) is namelijk in strijd met het Bevi. Volgens de nota van toelichting bij het Bevi (Staatsblad 250, 2004, p. 28) ‘moet, indien een object bestemd is voor kwetsbare én beperkt kwetsbare functies, of voor functies die niet zijn ingedeeld in een van beide categorieën, voor de beoordeling van de kwetsbaarheid worden uitgegaan van de meest kwetsbare functie. Een gebouw waarin zowel woningen als kleine kantoren zijn gevestigd, moet dus worden beschouwd als een kwetsbaar object.’ Dit uitgangspunt van ‘ondeelbaarheid van een kwetsbaar object’ is ook in de rechtspraak onderschreven. Zie - bijv. - ABRS 24 september 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BF2146, r.o. 2.4.2 en Rb Groningen 7 april 2011, ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ8489. In art. 7ab Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet is voor een tweetal projectgebieden in Nederland voor bedrijfsgebouwen met daarin zowel een logistieke functie als een kantoorfunctie een uitzondering gemaakt op het uitgangspunt van ‘ondeelbaarheid van een kwetsbaar object’. Deze wettelijke uitzondering is echter in casu niet van toepassing. Het bestemmingsplan voldoet dan ook niet aan de veiligheidsnormering van het Bevi en is dan ook in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel vastgesteld. Dit wordt ook onderschreven in de (in opdracht van WDP) opgestelde notitie d.d.
29 januari 2024 van Antea Group (productie 4), waarvan de inhoud hier als herhaald en ingelast dient te worden beschouwd. What’s Cooking? vreest dan ook voor een vanuit een oogpunt van externe veiligheid onverantwoorde situatie voor haar personeel vanwege de aanwezigheid van de windturbines; niet alleen in de bestaande situatie, maar ook (en nog meer) in de door haar voorgestane toekomstige situatie dat de productielijnen (met hoge persoonsdichtheid) worden uitgebreid naar de noordwesthoek van het gebouw die zich in de veiligheidszone bevindt. Ik kom later nog uitvoerig terug op deze concrete uitbreidingsplannen. What’s Cooking? vreest bovendien in de toekomst geconfronteerd te worden met overheidsmaatregelen, zoals bijv. maatwerkvoorschriften, die beperkingen stellen aan de bedrijfsvoering als het bevoegd gezag later alsnog zou menen dat de externe veiligheid in het geding zou zijn. In dit verband is van belang dat in de toelichting op het “Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid”, versie januari 2025, p.
368, die in de huidige Omgevingsregeling (artikelen 4.11b, 7.22a, 8.5b, 9.2, 12.1b) voor windturbines is voorgeschreven staat vermeld: “De volgende generieke conclusies kunnen worden getrokken, deze kunnen worden gebruikt als vuistregels: de PR = 10-6 contour is gelijk aan het maximum van ashoogte plus halve rotordiameter en maximale werpafstand bij nominaal rotortoerental.” Op basis van de afmetingen die het bestemmingsplan in art. 3.2.1 van de planregels stelt aan de bouw van windturbines (maximum ashoogte van 122 meter en een maximum rotordiameter van 139 meter) is het maar de vraag of de in het bestemmingsplan gehanteerde PR = 10-6 contour van 128 meter onder de vigeur van de Omgevingswet (en de Omgevingsregeling) nog wel volstaat.
5 / 15
De gemeente onderkent dat het bestemmingsplan in strijd is met de normeringen van het Bevi, maar meent op dit punt te kunnen anticiperen op de Omgevingswet, die volgens de gemeente wél de mogelijkheid zou bieden om het onderhavige bedrijfsgebouw te compartimenten in een ‘kwetsbaar’ en ‘beperkt kwetsbaar’ gedeelte (zie de Nota van zienswijzen, p. 63 en p. 66). De gemeente gaat er echter ten onrechte aan voorbij dat het onderhavige bestemmingsplan, nu het ontwerp daarvan vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd, op grond van het overgangsrecht van de Omgevingswet dient te voldoen - en dus moet worden getoetst - aan het recht zoals dat luidde vóór de invoering van de Omgevingswet. Bovendien wordt in de toelichting op het bestemmingsplan (§ 5.1.3) nadrukkelijk gesteld dat “ten aanzien van plaatsgebonden risico wordt aangesloten bij de normen uit het Bevi.” Bovendien is de gemeente lang niet zeker van zijn zaak. In de beslisnota’s ten behoeve van de besluitvorming door het college (over de omgevingsvergunning) en de raad (over het bestemmingsplan) onderkent de gemeente nadrukkelijk dat de gekozen benadering met betrekking tot externe veiligheid risicovol is. De gemeente heeft dat als volgt in de beslisnota’s verwoord:
Dat de gemeente ernstig twijfelt aan zijn compartimenteringsstandpunt, blijkt ook uit de toelichting op het bestemmingsplan (§ 5.4.2), waar wordt gesteld: “Binnen de PR 10–6 contouren van de windturbines is één mogelijk kwetsbaar object aanwezig, het bedrijf Ter Beke.” (Daarmee wordt het bedrijf van What’s Cooking? bedoeld.) De gemeente onderkent hiermee in feite ook het juridische risico dat het bestaande bedrijfsgebouw en de bestaande bedrijfsactiviteiten van What’s Cooking?, inclusief de nog bestaande planologische uitbreidingsmogelijkheden, (volledig) worden wegbestemd. Voor What’s Cooking? (en de eigenaar/verhuurder van het gebouw, WDP) is het uiteraard van wezenlijk belang dat zij haar bedrijfsactiviteiten nu en in de toekomst zonder beperkingen kan blijven voortzetten en bovendien kan intensiveren en uitbreiden. What’s Cooking? vindt het onbegrijpelijk dat de gemeente zo risicovol en lichtvoetig omgaat met
6 / 15
haar gerechtvaardigde bedrijfsbelangen. What’s Cooking heeft dan ook geen andere keuze dan beroep in te dienen bij uw Afdeling, al is het maar om volledige rechtszekerheid te verkrijgen over hoe het bestemmingsplan moet worden uitgelegd en wat de gevolgen daarvan zullen zijn voor haar bedrijfsvoering. Dit laatste is ook van belang voor de vraag in hoeverre What’s Cooking aanspraak kan maken op vergoeding van planschade. Concrete uitbreidingsplannen De gemeente stelt zich op het standpunt dat het bestemmingsplan slechts beperkingen stelt aan het gebruik, voor zover het bedrijfspand in de veiligheidszone is gesitueerd. Alleen in deze noordwesthoek zijn bedrijfsactiviteiten met een hoge persoonsdichtheid niet langer toegestaan; in de rest van het gebouw blijven deze volgens de gemeente wel toegestaan (zie Nota van zienswijzen, p. 67-68). Zoals hiervoor toegelicht, is dit standpunt rechtens onjuist. Maar ook als dit standpunt wél juist zou zijn, dan levert het bestemmingsplan, anders dan de gemeente stelt, nog steeds een onevenredige benadeling van de bedrijfsbelangen van What’s Cooking? op. In de Nota van zienswijzen (p. 67-69) wordt ten onrechte het beeld geschetst alsof What’s Cooking? maar weinig belang zou hebben bij het behoud van het gedeelte van het gebouw (noordwesthoek) dat binnen de veiligheidscontour van de meest oostelijke windturbine komt te vallen.
What’s Cooking? is in Nederland een grote speler in het segment van fijne vleeswaren op het gebied van versnijden, verpakken en distribueren van vleeswaren voor het retailkanaal en out of home. Op de vestiging in Wijchen zijn ruim 300 medewerkers in continudienst werkzaam in het kantoor, de productieafdelingen en in het magazijn. Weliswaar is het bedrijfsgebouw nu nog zo ingericht dat (een gedeelte van) het magazijn binnen de risicocontour van het windturbinepark komt te vallen, maar dit gedeelte van het bedrijfspand is, zoals de gemeente al lange tijd weet, voorbestemd voor de uitbreiding van de productieafdeling (extra snijlijnen), zodat daar in de nabije toekomst aanzienlijk meer mensen in continudienst aanwezig moeten kunnen zijn. Het bedrijfsgebouw is ook zo ontworpen dat uitbreiding van de productieafdeling (extra snijzalen) naar de westzijde van het gebouw eenvoudig mogelijk is. Voor een duurzame voortzetting van de bedrijfsactiviteiten van What’s Cooking? is het noodzakelijk om de bedrijfsvoering (productie) te intensiveren en uit te breiden, omdat een hoger volume tot een lager kostenniveau leidt. Dit heeft vanzelfsprekend gevolgen voor de (her)indeling en verschuiving van de werkzaamheden in het bedrijfsgebouw in Wijchen.
Het wegbestemmen van de optie om magazijn te kunnen omvormen tot productiehal, levert dan ook steevast een belemmering op voor het bedrijf (en zo ook voor de eigenaar/verhuurder van het gebouw, WDP). In de Nota van zienswijzen (p. 68-69) wordt ten onrechte gesuggereerd alsof What’s Cooking? in werkelijkheid geen belang zou hebben bij de door What’s Cooking? gestelde (inpandige) uitbreidingsplannen. In de Nota van zienswijzen wordt daartoe gesteld: “De opslaghal/magazijn aan de westelijke zijde ligt het meest nabij de ontsluitingsstructuur van het bedrijventerrein Bijsterhuizen die een bocht maakt langs de zuidwesthoek van het pand. Verplaatsing van het magazijn naar de oostzijde van het gebouw is niet
7 / 15
aannemelijk vanwege de extra parkeer-, draai en rijbewegingen die daarmee gemoeid zullen zijn. Verder is de locatie van de (meer representatieve) kantoorruimten aan de zuidzijde en voorkant van het Bedrijfsgebouw ook logisch.” Deze beweringen van de gemeente zijn niet waar en leveren helemaal geen praktische bezwaren op voor de plannen van What’s Cooking? Allereerst is het niet de bedoeling om het huidige magazijn naar de oostzijde van het pand te verplaatsen. De bedoeling is om de productieafdeling, die zich aan de oostzijde van het pand bevindt, uit te breiden naar de westzijde, waar nu nog het magazijn is gesitueerd. De bedoeling is dat de begane grond van het pand (nagenoeg) volledig zal worden aangewend voor de productie (zoals ook al op de tekeningen is aangegeven) en dat de magazijnfunctie (grotendeels) naar een andere locatie, elders, wordt verplaatst. Maar ook als de magazijnfunctie wel in het pand zou worden gehandhaafd en naar de oostzijde zou worden verplaatst, dan nog zou dat geen noemenswaardige gevolgen voor de routering van het (expeditie)verkeer hebben. Want langs de gehele voorzijde (zuidzijde) van het gebouw bevinden zich loading docks, waar bevoorrading van vrachtwagens kan plaatsvinden. Daarmee is er maximale flexibiliteit voor de indeling van het gebouw.
En vanzelfsprekend is What’s Cooking? wel degelijk bereid om ten behoeve van de intensivering en uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten de routering van het (expeditie)verkeer indien nodig of gewenst aan te passen. En voor de situering van de kantoorruimte zullen de uitbreidingsplannen al helemaal geen gevolgen hebben, nu de kantoorruimte zich op de (entresol)verdieping (aan de zuidzijde) bevindt en de productieruimte op de begane grond. De concrete plannen van What’s Cooking zijn - kortom - eenvoudig realiseerbaar en van het grootste belang voor What’s Cooking?. In de nota van zienswijzen wordt bovendien ten onrechte gesteld (op. p. 68) dat What’s Cooking? geen concrete uitbreidingsplannen zou hebben kenbaar gemaakt en dat er om die reden geen aanleiding zou bestaan om deze toekomstige ontwikkelingen bij de vaststelling van het bestemmingsplan te betrekken. Anders dan de gemeente stelt heeft What’s Cooking? in haar zienswijzen van 14 februari 2024 tegen het ontwerpbestemmingsplan op p. 2 en 3, onder het kopje “concrete uitbreidingsplannen” wel degelijk haar uitbreidingsplannen uit de doeken gedaan en deze bovendien met tekeningen, die als bijlage 3 bij de zienswijzen zijn gevoegd, concreet inzichtelijk gemaakt (productie 5).
Op die tekeningen is de beoogde uitbreiding van de productielijn ter plaatse van het huidige magazijn en ter hoogte van de veiligheidscontour van de meest oostelijke windturbine goed zichtbaar. Het gestelde in de zienswijzen dient hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. Bij raadsadres van 25 november 2024 heeft What’s Cooking? haar uitbreidingsplannen nogmaals onder de aandacht gebracht van de gemeente (productie 6). Het gestelde in het raadsadres dient hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. Nota bene in de Nota van zienswijzen (p. 60) merkt de gemeente zelf op dat What’s Cooking? al in de voorbereidingsfase van het bestemmingsplan heeft kenbaar gemaakt de bedrijfsactiviteiten en daarmee ook het personeel te willen uitbreiden!
8 / 15
Dat de gemeente nu stelt dat What’s Cooking? geen concrete uitbreidingsplannen zou hebben kenbaar gemaakt, is dan ook onbegrijpelijk en bezijden de waarheid. De gemeente is wel degelijk al heel lang op de hoogte van de uitbreidingsplannen, maar heeft daar kennelijk geen rekening mee willen houden. De gemeente heeft zelfs niet de moeite genomen om te reageren op de uitbreidingsplannen van What’s Cooking? of daarover vragen te stellen. Het bestemmingsplan is dan ook in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel vastgesteld. Zie bijv. ABRS 22 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3210, r.o. 6.5. Wellicht ten overvloede zij nog opgemerkt dat ook de nieuwe aandeelhouder van de moedervennootschap van What’s Cooking? (What’s Cooking Savoury Belgium N.V.), Aurelius, zoals reeds kenbaar gemaakt in het raadsadres, (evenals de voormalige aandeelhouders) een verdere expansie van de bedrijfsactiviteiten nastreeft, zodat het belang bij het behoud van de bestaande planologische mogelijkheden om de bedrijfsactiviteiten in Wijchen te kunnen intensiveren en uitbreiden, onverminderd actueel is en alleen nog maar groter en urgenter is geworden. Verwezen zij in dit verband naar de schriftelijke verklaring van de directie van Aurelius en van What’s Cooking Savoury Nederland B.V. (productie 7). Veiligheidszone van 128 meter: niet gemotiveerd en niet opgenomen in gebruiksregels In de Nota van zienswijzen (p.
64 en 69) wordt - ten slotte - gesteld dat het de initiatiefnemer van het windturbinepark is die heeft bepaald dat veiligheidscontour op 128 meter wordt gesteld, waardoor deze over het bedrijfsgebouw komt te vallen. De vraag werpt zich dan ook onmiddellijk op waarom er niet is gekozen voor een ander type windturbine, met een minder grote veiligheidscontour, die niet over het bedrijfsgebouw komt te liggen. De gemeente heeft dat onrechte niet toegelicht. Het bestemmingsplan is dan ook in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel vastgesteld. In art. 3.2.1, sub h van de planregels is bepaald dat het plaatsgebonden risico 10–6 van een te bouwen windturbine niet meer mag bedragen dan 128 meter. Dit betreft echter een bouwregel, waaraan de omgevingsvergunning voor bouwen moet worden getoetst. Zodra de windturbines zijn gebouwd, geldt er echter ten onrechte geen gebruiksbepaling die verbiedt dat het plaatsgebonden risico 10–6 meer dan 128 meter bedraagt. Dit terwijl het plaatsgebonden risico 10–6 niet alleen wordt bepaald door de afmetingen van de (onderdelen van de) windturbines, maar ook door het toerental van de windturbines, dat met name door de techniek wordt bepaald. Het bestemmingsplan staat er ten onrechte niet aan in de weg dat de windturbines zodanig worden gebruikt dat het plaatsgebonden risico 10–6 groter is dan 128 meter.
Het onderzoek naar de externe veiligheidsaspecten vereist actualisatie Ten slotte wijst What’s Cooking? nog op het RIVM-rapport 2024-0089 “Actualisatie rekenmethode omgevingsveiligheid windturbines”. De risico’s van een windturbine voor de omgeving worden met een rekenmethode ingeschat. De rekenmethode die is
9 / 15
gehanteerd bij de onderzoeken die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen is het Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid Module IV uit oktober 2020. Deze rekenmethode is inmiddels niet meer representatief en geactualiseerd in het RIVM-rapport 2024-0089 “Actualisatie rekenmethode omgevingsveiligheid windturbines”. Aangezien deze actualisatie al beschikbaar was ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan, had deze moeten worden meegenomen in de onderzoeken. Dat is ten onrechte niet gedaan, zodat het bestemmingsplan in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel. Locatiekeuze Gelet op de ernstige bezwaren c.q. aanzienlijke negatieve gevolgen van de meest oostelijk gelegen windturbine voor onder meer de bedrijfsvoering van What’s Cooking? had een gedegen onderzoek naar de locatiekeuze niet mogen ontbreken. In de toelichting op het bestemmingsplan worden in § 4.1 weliswaar enkele factoren genoemd die een rol zouden hebben gespeeld bij de keuze voor de opstelling en locatie van het windpark, maar van een gedegen en afgewogen onderzoek waaruit kan worden opgemaakt waarom de windturbines niet wat meer naar het westen of anders wat meer in een andere windrichting kunnen worden geplaatst, zodanig dat de veiligheidscontour het onderhavige bedrijfspand niet raakt, is ten onrechte niet gebleken.
Nu de gemeente bekend was met de bedrijfsbelangen die op het spel staan, moeten aan een locatiekeuze hoge eisen worden gesteld. Er heeft in ieder geval geen zorgvuldige belangenafweging plaatsgevonden ten aanzien van de locatiekeuze. Het bestemmingsplan is dan ook in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel vastgesteld. Onlosmakelijke samenhang met ontwerpwijzigingsplan gemeente Beuningen Ten slotte is nog van belang dat dit bestemmingsplan onlosmakelijke samenhang vertoont met het ontwerp-‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Risicocontour Windpark Bijsterhuizen’, dat tot en met 20 februari 2025 ter inzage is gelegd en - na beantwoording van zienswijzen - nog moet worden vastgesteld door de raad van de gemeente Beuningen. Het overdraaigebied van de drie turbines en daarmee ook de risicocontour gaat namelijk voor een deel over het grondgebied van de gemeente Beuningen. Het ontwerpomgevingsplan voorziet in de veiligheidscontouren op het grondgebied van de gemeente Beuningen. Zolang de veiligheidscontouren op het grondgebied van Beuningen niet juridisch-planologisch zijn geborgd, is er nog geen sprake van een goede ruimtelijke ordening. Het bestreden bestemmingsplan van Wijchen en het (ontwerp)omgevingsplan van Beuningen dienen dan ook tegelijkertijd in werking te treden.
Daarin is echter ten onrechte niet voorzien, niet in het vaststellingsbesluit van de raad van Beuningen en ook niet in de planregels. Conclusie: Het bestemmingsplan is in strijd met de wet, waaronder art. 3.1 Wro (strijd met goede ruimtelijke ordening) en het Bevi alsmede met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het zorgvuldigheidsen motiveringsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel (art. 3:4 Awb) en het beginsel van rechtszekerheid. MET VERZOEK:
10 / 15
Namens cliënten verzoek ik uw Afdeling het bestemmingsplan te vernietigen en de gemeente te veroordelen in de proceskosten.
II.
Beroepsgronden tegen de omgevingsvergunning
Weigeringsgrond: strijd met bestemmingsplan (art. 2.10 Wabo) Nu het bestemmingsplan vernietigd dient te worden had de omgevingsvergunning geweigerd moeten worden wegens strijd met het bestemmingsplan (art. 2.10 Wabo). De omgevingsvergunning dient dus eveneens vernietigd te worden. Ontbreken vergunningvoorschrift(en) Ten onrechte is aan de omgevingsvergunning geen voorschrift verbonden op grond waarvan de veiligheidscontour van het plaatsgebonden risico 10–6 van maximaal 128 meter in acht moet worden genomen. Zoals gezegd ontbreekt het in het bestemmingsplan aan een gebruiksbepaling met die strekking, zodat een vergunningvoorschrift niet mag ontbreken. De gemeente heeft dat ten onrechte (zie Nota van zienswijzen, p. 70) miskend. Dit klemt te meer nu in de toelichting op het bestemmingsplan (§ 5.4.2) staat vermeld dat “een PR 10–6 contour van 160 meter gangbaar is voor de windturbines in de onderzochte bandbreedte (segment)”. In de toelichting op het bestemmingsplan (§ 5.4.2) staat ook vermeld “dat er windturbines op de markt zijn die een PR 10–6 contour hebben tot 128 meter”. Nu een voorschrift over het in achtnemen van een PR 10–6 contour van maximaal 128 meter ontbreekt, dient ten minste in de omgevingsvergunning exact te zijn bepaald welk type windturbine is vergund – en dat moet dan een type zijn waarvan vaststaat dat de PR 10–6 contour maximaal 128 meter bedraagt.
Zo’n vergunningvoorschrift ontbreekt echter ten onrechte. Dit brengt bovendien mee dat de omgevingsvergunning in strijd is met de bouwregels (art. 3.2.1 sub h) van het bestemmingsplan. De omgevingsvergunning staat ten onrechte toe dat er windturbines met een PR 10–6 contour van meer dan 128 meter worden gebouwd en gebruikt. Conclusie: Gelet op het vorenstaande is de bestreden omgevingsvergunning verleend in strijd met de wet, waaronder art. 2.10 Wabo, alsmede met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het zorgvuldigheids- en het motiveringsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel (art. 3:4 Awb). MET VERZOEK: Namens cliënten verzoek ik uw Afdeling de omgevingsvergunning te vernietigen en de gemeente te veroordelen in de proceskosten.
III.
Verzoek om voorlopige voorziening
11 / 15
Cliënten hebben de mogelijkheid om, hangende het beroep, aan de Voorzieningenrechter van uw Afdeling een voorlopige voorziening te vragen. Cliënten hebben een spoedeisend belang bij een voorlopige voorziening zoals hierna vermeld. Na ommekomst van de beroepstermijn zullen de bestreden besluiten (bestemmingsplan en omgevingsvergunning) in werking treden. Dat betekent allereerst dat er op basis van een in werking getreden omgevingsvergunning meteen met de bouw van de windmolens kan worden begonnen, althans indien (zie uitvoerig hierna) zonder de vereiste natuurvergunning te werk zou worden gegaan. Bovendien kan er op basis van een in werking getreden bestemmingsplan meteen opnieuw een (nieuwe) omgevingsvergunning voor de bouw van de windturbines aangevraagd en verleend worden. Schorsing van de in beroep bestreden omgevingsvergunning staat daaraan niet in de weg. Tevens kunnen op basis van een in werking getreden bestemmingsplan meteen de voorzieningen ten behoeve het windmolenpark worden aangelegd of vergund, zoals wegen en verhardingen, en kabels en leidingen. Hierdoor zullen de ter plaatse bestaande agrarische gronden komen te verdwijnen. Een verandering die niet meer, althans niet zonder ingrijpende en kostbare maatregelen nog terug te draaien valt, en daarmee in de praktijk onomkeerbaar zal zijn.
Nog belangrijker is dat het onderhavige bedrijfspand en de bedrijfsactiviteiten van What’s Cooking? meteen en volledig zullen zijn wegbestemd zodra het bestemmingsplan in werking treedt. Gelet op dit alles heeft What’s Cooking? een groot en spoedeisend belang bij schorsing van zowel het bestemmingsplan als de omgevingsvergunning. Aan de andere kant hebben de initiatiefnemer en de gemeente geen rechtens te respecteren belang bij een afwijzing van het schorsingsverzoek. Zoals uit de beroepschriften volgt, zijn de bestreden besluiten in strijd met het recht genomen en voor vernietiging vatbaar. Daarbij komt dat voor de realisatie van het windturbinepark volgens het vergunningbesluit nog nadere besluitvorming en uitwerking is vereist.
12 / 15
In het vergunningbesluit (p. 2) wordt allereerst vermeld: “Projectbeschrijving algemeen De definitieve selectie van de te plaatsen merk en type windturbine zal pas later plaatsvinden (…) De aanvraag is beperkt tot de definitieve constructieve hoofdopzet van de windturbines en de fundatie. Door de aanvrager is verzocht om de verder benodigde gegevens voorafgaand aan de bouw te mogen aanleveren (12 weken voor aanvang van de bouwwerkzaamheden).” Tevens wordt in het vergunningbesluit (p. 2) vermeld: “Geen onderdeel van deze aanvraag De omgevingsvergunning ziet op de plaatsing van drie windturbines met kraanopstelplaatsen. De overige bijbehorende voorzieningen, zoals de elektrische infrastructuur, de aanleg van toegangswegen, het realiseren van uitwegen worden door de aanvrager nader uitgewerkt. Hiervoor zal op een later tijdstip een afzonderlijke aanvraag om omgevingsvergunning met de van toepassing zijnde activiteiten worden aangevraagd. Dit betekent dat de volgende activiteiten / onderdelen geen onderdeel zijn van de voorliggende aanvraag en op een later tijdstip worden aangevraagd. Het betreft onder meer: - het inkoopstation, de aanleg van wegen en in- en uitritten, - de aanleg van kabels en leidingen, permanente hekwerken of andere vormen van terreininrichting. Deze zijn indicatief uitgewerkt op tekeningen.” Verder wordt in het vergunningbesluit (p.
3) gesteld: “Ten aanzien van de constructie en de brandveiligheid zal nog nadere toetsing plaatsvinden van de later aan te leveren detailuitwerkingen.” En tevens (p. 3) wordt gesteld: “Constructie Door de aanvrager is verzocht detailinformatie met betrekking tot de constructie op een later stadium, ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te mogen aanleveren. Wij verbinden aan deze vergunning een voorschrift dat er uiterlijk 12 weken voor de start van de bouwwerkzaamheden een constructief uitgangspuntenrapport wordt aangeleverd met daarin beschreven de minimale indieningsvereisten. Onder meer belastingen, Belastingcombinaties, gevolgklasse, ontwerplevensduurklasse, (nog) uit te voeren sonderingsonderzoek.” En ten slotte is er nog een watervergunning vereist voor de verwezenlijking van het project. In het vergunningbesluit wordt daarover op p. 4 opgemerkt: “Waterschap Een watervergunning / melding bij het Waterschap voor het project wordt in een later stadium door de aanvrager gevraagd bij het bevoegd gezag, het Waterschap..”
13 / 15
Gelet daarop alsmede in aanmerking genomen dat de Crisis- en herstelwet op de onderhavige beroepsprocedures van toepassing is en er dus (in beginsel) binnen 6 maanden in de bodemzaken uitspraak zal worden gedaan, lijkt de realisatie van het project niet (veel) eerder te kunnen plaatsvinden dan uw Afdeling in de bodemzaken uitspraak zal doen. Verder is in dit verband van belang dat dit bestemmingsplan onlosmakelijke samenhang vertoont met het ontwerp-‘TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Risicocontour Windpark Bijsterhuizen’, dat tot en met 20 februari 2025 ter inzage is gelegd en - na beantwoording van zienswijzen - nog moet worden vastgesteld door de raad van de gemeente Beuningen (zie hiervoor). Het is nog maar de vraag of de raad van Beuningen planologische medewerking wil verlenen aan deze drie windturbines, nu de gemeente Beuningen (evenals Wijchen en andere omliggende gemeenten) belang zal hebben bij het behoud en de groei van de werkgelegenheid vanwege de bedrijfsactiviteiten van What’s Cooking? Het belang van de initiatiefnemer (en van de gemeente) bij onmiddellijke inwerkingtreding van de bestreden besluiten kan dan ook, gelet op het vorenstaande, niet opwegen tegen het belang van What’s Cooking? bij de hieronder verzochte voorlopige voorziening.
MET VERZOEK: Gelet op het vorenstaande verzoek ik namens cliënten de Voorzieningenrechter van uw Afdeling om zowel het bestemmingsplan als de omgevingsvergunning te schorsen. Subsidiair verzoeken cliënten de Voorzieningenrechter om een andere voorlopige voorziening te treffen, zoals u, Voorzieningenrechter, in goede justitie zal vermenen te behoren. Voorts verzoek ik u namens cliënten om de gemeente te veroordelen in de proceskosten. Verhinderdata: Bij het bepalen van een datum voor de mondelinge behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening verzoek ik de Voorzieningenrechter rekening te houden met de verhinderdata onzerzijds in de komende periode: 17 t/m 25 februari; 28 april t/m 5 mei.
14 / 15
Om er zeker van te zijn dat dit schrijven u tijdig bereikt, zend ik u één exemplaar van aangetekende post, één exemplaar per gewone post en één exemplaar per telefax (zonder producties).
Hoogachtend,
M.H.J. van Driel Advocaat/gemachtigde
--/-- Bijlagen
15 / 15
vastgoed en gebiedsontwikkeling | aansprakelijkheid | overheid |
Productie 1
Raad openbaar Wijchen Dossiernummer
6310
Extern Zaak ID
Z/23/120333
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
28 november 2024
Agendapunt
9.a
Titel
1 20333 beslisnota Windpark Bijsterhuizen
Organisatieonderdeel
domein Fysieke leefomgeving - team Gebiedsontwikkeling
Eigenaar
Welbers - Bindels, Susanne
Soort nota
Beslisnota
Programma/ Paragraaf
P8 Wonen en bouwen
Portefeuillehouder(s) Wijchen
Gerrits, G.W.R. (Geert)
Telefoonnummer steller
088 - 432 7461
E-mail adres steller
s.welbers@drutenwijchen.nl
Bljlagen 1 20333 beslisnota Windpark Bijsterhuizen Bestemmingsplan Windpark Bijsterhuizen Bestemmingsplan Windpark Bijsterhuizen_Bijlagen bij toelichting_Bijlage 1 Aanmeldnotitie m.e.r. Bestemmingspian Windpark Bijsterhuizen_Bijlagen bij toelichting_Bijlage 2 Milieunormen onderzoe Bestemmingsplan Windpark Bijsterhuizen_Bijlagen bij toetichting_Bijlage 3 Akoestiek en slagscha Bestemmingsplan Windpark Bijsterhuizen_Bijlagen bij toelichting_Bijlage 4 Externe veiligheidsan Bestemmingsplan Windpark Bijsterhuizen_Bijlagen bij toelichting_Bijlage 5 Landschap Bestemmingsplan Windpark Bijsterhuizen_Bijlagen bij toelichting_Bijlage 6 Natuurtoets Bestemmingsplan Windpark Bijsterhuizen_Bijlagen bij toelichting_Bijlage 7 AERIUSberekening Bestemmingsplan Windpark Bijsterhuizen_Bijlagen bij toelichting_Bijlage 8 Archeologie Bestemmingsplan Windpark Bijsterhuizen_Bijlagen bij toelichting_Bijlage 9 Vliegverkeer en radar
Bestemmingsplan Windpark Bijsterhuizen_Bijlagen bij toelichting_Bijlage 10 Zienswijze beantwoor Bestemmingsplan Windpark Bijsterhuizen_Bijlage bij regels_Bijlage 1 Handhavings- en rekenmethod Plankaart Windpark Bijsterhuizen (1 -1 1 -2024) Geagendeerd=
Vergaderdatum
College BenW openbaar Wijchen=
1 2 november 2024
Stukken Agendacommissie Wijchen= 1 5 november 2024 Raad openbaar Wijchen=
28 november 2024
Voorgesteld besluit de Gemeenteraad besiuit:
1.
ln te stemmen met de beantwoording van de ingekomen zienswijzen op het ontwerpbestemmirigsplan zoals opgenomen in de nota zienswijzen.
2.
Het bestemmingsplan Windpark Bijsterhuizen gewijzigd vast te stellen.
3.
Geen exploitatieplan vast te stellen.
Besluit (Aangenomen) de Gemeenteraad besluit:
1.
ln te stemmen met de beantwoording van de ingekomen zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan zoals opgenomen in de nota zienswijzen.
2.
Het bestemmingsplan Windpark Bijsterhuizen gewijzigd vast te stellen.
3.
Geen exploitatieplan vast te stellen.
Griffier
vastgoed en gebiedsontwikkeling | aansprakelijkheid | overheid |
Productie 2
Omgevingsvergunning (met instandhoudingstermijn) Z/23/146404 Wij hebben op 14 november 2023 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen. De aanvrager is: Wind in Wijchen B.V. Mevrouw E. Jaspers Kelvinstraat 36 6601HE Wijchen Het betreft: het plaatsen van 3 windturbines met kraanopstelplaatsen met de activiteit(en): “het bouwen van een bouwwerk” “Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM)” “Werk of werkzaamheden uitvoeren”
Op het perceel Wilhelminalaan 62 WT01, Wilhelminalaan 62 WT02 en Wilhelminalaan 87 WT03 te Wijchen. De percelen waarop de 3 windturbines met kraanopstelplaatsen gepland zijn, zijn kadastraal bekend gemeente Wijchen, sectie K, (delen van), nummers 32, 58, 346, 739, 1155, 1157, 1158, 1160, 1161, 1162, 1303, 1304, 1371, 1381, 1550, 1611, 1614, 1615, 1767 en 1768. De coördinaten: WT 01: X,Y 179186, 427600; WT 02: X,Y 179579, 427486; WT 03: X,Y 180029, 427367; Wijziging tenaamstelling omgevingsvergunning Op 14 november 2023 is er een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van: Wind in Wijchen BV, de heer W.A.J. De Ridder, Kelvinstraat 36, 6601HE te Wijchen. Op 5 november 2024 ontvingen wij het verzoek de omgevingsvergunning op naam te stellen van Wind in Wijchen, mevrouw E. Jaspers, Kelvinstraat 36, 6601 HE te Wijchen. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden, waarbij de Wabo is komen te vervallen. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wabo. Daarom is in deze zaak de Wabo nog van toepassing.
Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen.
Wijchen
www.wijchen.nl
2 Zienswijzen Tijdens de terinzagelegging zijn er zienswijzen ingediend, een zienswijzenota is opgesteld, deze maakt onderdeel uit van dit besluit. De bouw van de windturbines is omgevingsvergunningplichtig op grond van de artikelen 2.1 aanhef en onder a en i van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Aan de omgevingsvergunning zijn voorschriften verbonden. Provinciale Staten zijn op grond van artikel 9e, lid 1, van de Elektriciteitsnet 1998 bevoegd gezag voor het verlenen van de betreffende omgevingsvergunning, omdat het gevraagde geïnstalleerd vermogen tussen de 5 en 100 MW ligt. In beginsel coördineren Gedeputeerde Staten van de provincie de voorbereiding en bekendmaking van de besluiten ten behoeve van de aanleg (of uitbreiding) van een productie installatie als bedoeld in artikel 9e, lid 1, van de Electriciteitswet 1998. Dit volgt uit artikel 9f, lid 1, van de Elektriciteitswet 1998. Echter, Gedeputeerde Staten van Gelderland hebben hun bevoegdheid om te beslissen op deze aanvraag “Windpark Bijsterhuizen” neergelegd, middels schrijven van 13 juli 2021 met kenmerk 2021-009592) bij de gemeente Wijchen. De gemeente Wijchen is hierdoor het bevoegd gezag voor deze aanvraag. De grondslag is gelegen in Artikel 9f, lid 6, sub a. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijchen is hierdoor het bevoegd gezag dat op deze aanvraag beslist.
Zie ook artikel 2.4, lid 1, van de Wabo in samenhang met artikel 3.3 en onderdeel C, onder categorie 20 van bijlage I van het Bor. Wij hebben de aanvraag behandeld volgens de uitgebreide voorbereidingsprocedure op grond van afdeling 3.4 van de Awb. In combinatie met paragraaf 3.6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (gemeentelijke coördinatieregeling). Aangezien de (gemeentelijke) coördinatieregeling is toegepast (raadsbesluit d.d. 1 juni 2017), is conform artikel 3.31, lid 3, van de Wet ruimtelijke ordening (oud) de aanvraag behandeld volgens de uitgebreide voorbereidingsprocedure (uniforme openbare voorbereidingsprocedure afdeling 3.4 van de Awb). Projectbeschrijving algemeen De definitieve selectie van de te plaatsen merk en type windturbine zal pas later plaatsvinden, daarom is in de aanvraag een bandbreedte gegeven van de maximale en de minimale turbineafmetingen en de maximale afmetingen van de fundering. De minimale en maximale turbineafmetingen bedragen voor wat betreft de ashoogte ten opzichte van maaiveld minimaal 110 meter en maximaal 122 meter. De rotordiameter bedraagt respectievelijk minimaal 115 meter en maximaal 139 meter. De maximale tiphoogte bedraagt 185 meter, de tiplaagte is niet lager dan 40,5 meter. De PR- 10-6 risicocontour bedraagt maximaal 128 meter. De maximale fundatiediameter bedraagt 24 meter. De drie op te richten windturbines zullen identiek zijn.
Verder biedt de aanvraag inzicht in de kleur, de maatvoering en de gezichtsbepalende delen van de windturbines. De aanvraag is beperkt tot de definitieve constructieve hoofdopzet van de windturbines en de fundatie. Door de aanvrager is verzocht om de verder benodigde gegevens voorafgaand aan de bouw te mogen aanleveren (12 weken voor aanvang van de bouwwerkzaamheden). Op dit onderdeel zijn voorschriften aan de omgevingsvergunning verbonden. Op deze basis is het bouwplan getoetst aan de van toepassing zijnde voorschriften. Geen onderdeel van deze aanvraag De omgevingsvergunning ziet op de plaatsing van drie windturbines met kraanopstelplaatsen. De overige bijbehorende voorzieningen, zoals de elektrische infrastructuur, de aanleg van toegangswegen, het realiseren van uitwegen worden door de aanvrager nader uitgewerkt. Hiervoor zal op een later tijdstip een afzonderlijke aanvraag om omgevingsvergunning met de van toepassing zijnde activiteiten worden aangevraagd. Dit betekent dat de volgende activiteiten / onderdelen geen onderdeel zijn van de voorliggende aanvraag en op een later tijdstip worden aangevraagd. Het betreft onder meer: - het inkoopstation, de aanleg van wegen en in- en uitritten, - de aanleg van kabels en leidingen, permanente hekwerken of andere vormen van terreininrichting. Deze zijn indicatief uitgewerkt op tekeningen.
Wijchen
www.wijchen.nl
3 Adviezen In de Wabo en het Besluit omgevingsrecht (Bor) worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 van de Wabo alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag om advies aan de volgende instanties/bestuursorganen gezonden: Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN) en de Veiligheidsregio Gelderland Zuid. De uitgebrachte adviezen maken onderdeel uit van dit besluit. Bouwbesluit De aanvraag en de daarbij ingediende gegevens en bescheiden maken aannemelijk dat het bouwplan voldoet, of zal voldoen, aan de voorschriften uit de Bouwbesluit van de gemeente Wijchen. Ten aanzien van de constructie en de brandveiligheid zal nog nadere toetsing plaatsvinden van de later aan te leveren detailuitwerkingen. Door de Veiligheidsregio Gelderland Zuid zijn brandveiligheidsadviezen uitgebracht met zaaknummer 2023-005246, 12 oktober 2023 en op 25 juli 2023 met zaaknummer 2023-004268. De in het brandveiligheidsadvies opgenomen opmerkingen en voorwaarden zijn onverkort van toepassing op het bouwplan. Bouwverordening De aanvraag en de daarbij verstrekte gegevens en bescheiden maken aannemelijk dat het bouwplan voldoet of zal voldoen aan de voorschriften uit de Bouwverordening 2015 van de gemeente Wijchen.
Bodem Met hetgeen beschreven is in paragraaf 5.2.5 van de toelichting bij de aanvraag omgevingsvergunning kan worden ingestemd. Gezien de voorzieningen en maatregelen die getroffen worden om bodemverontreiniging te voorkomen is er conform de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB 2012, paragraaf 4.1) sprake van een ‘gesloten proces of bewerking’ en kan gesproken worden van een verwaarloosbaar bodemrisico en hoeft er geen nul situatie bodemonderzoek verricht te worden. Het uitgangspunt bij een gesloten proces is dat tijdens gangbare bedrijfsvoering de stof niet buiten de procesomhulling treedt. Om die reden vindt het bevoegd gezag dat een nulsituatie- (en eindsituatie) onderzoek niet nodig. Het bodemrisico van een bodembedreigende activiteit moet worden gereduceerd tot een verwaarloosbaar bodemrisico. De (combinatie) van de voorzieningen en maatregelen hebben dit als doel. Het bevoegd gezag kan bepaalde bodembedreigende activiteiten uitzonderen van dergelijk onderzoek. Constructie Door de aanvrager is verzocht detailinformatie met betrekking tot de constructie op een later stadium, ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te mogen aanleveren. Wij verbinden aan deze vergunning een voorschrift dat er uiterlijk 12 weken voor de start van de bouwwerkzaamheden een constructief uitgangspuntenrapport wordt aangeleverd met daarin beschreven de minimale indieningsvereisten.
Onder meer belastingen, Belastingcombinaties, gevolgklasse, ontwerplevensduurklasse, (nog) uit te voeren sonderingsonderzoek. Obstakelverlichting Voor windturbines met een tiphoogte van 150 meter of meer geldt dat het aanbrengen van obstakelverlichting verplicht is. Omdat de minimale tiphoogte van de nieuwe windturbines (maximaal) 185 meter bedraagt dienen de windturbines te worden voorzien van obstakelverlichting. De verlichting moet voldoen aan de voorschriften die zijn gegeven door de inspectie voor de Leefomgeving en Transport (IL&T) en in de internationale burgerluchtvaartregelgeving. De voorstellen voor het aanbrengen van markeringen en obstakellichten moeten ook ter instemming aan de IL&T worden voorgelegd. Zie hiervoor het Informatieblad aanduiding van windturbines en windparken op het Nederlandse vasteland (Stc. 2023, 31172). Dit onderdeel is in artikel 3.3.4 van de planregels geregeld. Groenstructuur Landelijk Akkoord, Windpark Bijsterhuizen, Bijlage Landschap, eindrapport (inclusief aanvulling), datum aanvulling d.d. 28 november 2013 (eerdere versies d.d. 18 juni 2021 en 17 september 2023), projectnummer: 2021.07.
Wijchen
www.wijchen.nl
4 Brandveiligheid Zie brandveiligheidsadvies van 12 oktober 2023 met zaaknummer 2023-005246 en 25 juli 2023 met zaaknummer 2023-004268. Het brandveiligheidsadvies maakt onderdeel uit van dit besluit. Flora en Fauna Door Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland is op 10 januari 2023 een ontheffing (zaaknummer 2022-012579) Wet natuurbescherming verleend aan Wind in Wijchen BV, Kelvinstraat 36, 6601 HE te Wijchen. Aeriusberekening De memo Stikstofuitstoot en depositie aanleg Windpark Bijsterhuizen, Pondera van 7 november 2023, versie 6.0. De e-mail met nadere toelichting van 30 oktober 2023 van Pondera. De memo bevat een gedetailleerde en aannemelijke berekening van de inzet van mobiele werktuigen (type, brandstofverbruik en draaiuren) en aantal ritten bouwverkeer tijdens de aanlegfase. De berekening AERIUS 2023.0.1 wijst uit dat na toepassing van saldering met vermeden agrarisch gebruik er netto geen stikstofdepositie optreedt ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden in Natura 2000-gebieden. Er is derhalve geen sprake van vergunningplicht op grond van artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming (Wnb). Op basis van de nieuwe Aerius rekenmethode d.d. 1 oktober 2024 is een herbeoordeling uitgevoerd van de stikstofberekening en rapportage inzake het plaatsen van 3 windturbines met kraan opstelplaatsen te Wijchen.
Ten opzichte van het vorige onderzoek zijn de berekeningen geactualiseerd met AERIUS Calculator versie 2024. Het wettelijk kader in de rapportage is aangepast aan de Omgevingswet. De vorige beoordelingen zijn opgenomen in notitie F 21818-120-NO-003 van 30 november 2023, F 21918-120-NO-002 van 20 oktober 2023, F 21818-120-NO-001 van 27 juli 2023 en F 21818-120-NO van 22 juli 2021. De volgende documenten zijn bij deze herbeoordeling betrokken: Memo Stikstofuitstoot en depositie aanleg Windpark Bijsterhuizen, Pondera. Van 14 oktober 2024, versie 7.0. De beoordeling maakt onderdeel uit van dit besluit. De conclusie is dat geen sprake is van vergunningplicht op grond van artikel 2.7 lid 2 van de Wnb. Waterschap Een watervergunning / melding bij het Waterschap voor het project wordt in een later stadium door de aanvrager gevraagd bij het bevoegd gezag, het Waterschap. Met het Waterschap heeft afstemming plaatsgevonden in het kader van de watertoets. Archeologie Het ArcheoPro Archeologisch rapport Nr 21028, Wind in Wijchen, Gemeente Wijchen, Inventariserend Veldonderzoek (IVO-)); Verkennend booronderzoek, status definitief, versie 18 mei 2021 is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Op basis van het selectieadvies, geven de resultaten van het booronderzoek geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren.
In alle gevallen blijft onverminderd van kracht dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, deze direct gemeld dienen te worden bij de minister conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11.
OVERWEGINGEN ACTIVITEIT BOUWEN (artikel 2.1, eerste lid, sub a Wabo) Het bouwwerk moet op grond van artikel 2.10, lid 1 van de Wabo voldoen aan het Bouwbesluit, de bouwverordening, de voorschriften van het ter plaatse vigerende bestemmingsplan en aan redelijke eisen van welstand. Het bouwwerk voldoet aan de in het Bouwbesluit gestelde voorwaarden en kwaliteitseisen en aan de bouwverordening van de gemeente Wijchen. In het besluit zijn Voorschriften opgenomen in verband met het op een later tijdstip (twaalf weken voor de start van de werkzaamheden) indienen van bescheiden.
Wijchen
www.wijchen.nl
5
Het bouwwerk voldoet aan de regels van het bestemmingsplan “Windpark Bijsterhuizen”. Welstand / Landschap De Dorpsbouwmeester en de Landschapsdeskundige van het Gelders Genootschap hebben op 4 december 2023 een positief advies uitgebracht. Een voorwaarde in het advies is opgenomen voor het instellen van een Gebiedsfonds. Benadrukt wordt dat het initiatief landschap overstijgend is en daarmee niet landschappelijk in te passen. Het voorgestelde Gebiedsfonds is daarom van groot belang om op een andere wijze een landschappelijke versterking te creëren. Het welstandsadvies maakt onderdeel uit van dit besluit en is als bijlage bijgevoegd bij het besluit. BIBOB Een Bibob onderzoek gaat onderdeel uitmaken van de procedure aanvraag om omgevingsvergunning. Uiterlijk 16 weken voor aanvang van de werkzaamheden dient het Bibob vragenformulier inclusief bijlagen te zijn ingediend. Het e-mail adres is bibob@drutenwijchen.nl Deze toets moet afgerond zijn voordat een definitief besluit op de aanvraag wordt genomen. Op grond van artikel 5.13b, vierde lid, van het Besluit omgevingsrecht (Bor) kan onderhavige aanvraag om omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wabo worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur.
Uw aanvraag voor het plaatsen van 3 windturbines voldoet aan artikel 2.10 Wabo. De aangevraagde activiteiten kunnen worden vergund. In deze omgevingsvergunning worden voor de activiteit “bouwen” voorschriften opgenomen op grond van artikel 2.22 Wabo.
Overwegingen Activiteit Werk of werkzaamheden uitvoeren (in artikel 2.1, lid 1, sub b van de Wabo) Artikel 2.11 Wabo bepaalt dat voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, waaromtrent regels zijn gesteld in een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit, geweigerd moet worden, indien het werk of de werkzaamheid daarmee in strijd is of in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening. Bestemmingsplan Voor het plangebied zijn de bestemmingsplannen “Buitengebied en herziening 2014”, “Bijsterhuizen” en “Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen” van toepassing. Op grond daarvan gelden de bestemmingen “Agarisch” (artikel 3), “Groen” (artikel 5) en de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 3” (artikel 14) en “Waarde – Cultuurhistorisch waardevol gebied” (artikel 2). In het plangebied worden verhardingen aangebracht en zal een landschappelijke inpassing worden gerealiseerd. In artikel 3.7 van de bestemming “Agrarisch” is opgenomen dat er een vergunningplicht geldt voor het uitvoeren van werkzaamheden, betreffende: -
het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 200 m2, anders dan ten behoeve van recreatieve paden
De vergunning kan enkel verleend worden als de landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast. Voor de aanleg en onderhoud van de windmolens zijn opstelplaatsen voor een kraan voorzien. Het betreft een (half)verharde plek ten behoeve van het bouwen van en onderhoud aan een windturbine. In artikel 14 van de bestemming “Waarde – Archeologie 3” is opgenomen dat er een vergunningplicht geldt voor het uitvoeren van werkzaamheden, betreffende: -