Bijlage 4 Analyse Externe veiligheid Windpark Bijsterhuizen
Tekst van het document
Analyse externe veiligheid Windpark Bijsterhuizen Wind in Wijchen BV 719050 | v4.0 1-12-2022
Pondera
Colofon
Hoofdvestiging Nederland
Soort document
Amsterdamseweg 13 6814 CM Arnhem 088 – pondera (088-7663372) info@ponderaconsult.com
Analyse externe veiligheid
Postadres
Versienummer
Postbus 919 6800 AX Arnhem
Vestiging South East Asia Jl. Mampang Prapatan XV no 18 Mampang Jakarta Selatan 12790 Indonesia
Vestiging North East Asia Suite 1718, Officia Building 92 Saemunan-ro, Jongno-gu Seoul Province Republic of Korea
Projectnaam Windpark Bijsterhuizen
v4.0
Datum 1-12-2022
Project nummer 719050
Opdrachtgever Wind in Wijchen BV
Auteur Bouke Vogelaar - Pondera
Nagekeken door Stefan Flanderijn – Pondera
Disclaimer In het onderzoek is gebruik gemaakt van algemeen geaccepteerde uitgangspunten, modellen en informatie die ten tijde van het opstellen van dit rapport ter beschikking stonden. Aanpassingen in de uitgangspunten, modellen of gebruikte gegevens kunnen leiden tot andere uitkomsten. De aard en de nauwkeurigheid van de gebruikte gegevens voor het onderzoek bepalen in belangrijke mate de nauwkeurigheid en de onzekerheden van de berekende uitkomsten. Pondera is niet aansprakelijk voor gederfde inkomsten of schade die wordt geleden door opdrachtgever(s) en/of derden uit conclusies die gebaseerd zijn op gegevens die niet van Pondera afkomstig zijn. Deze rapportage is opgesteld met de intentie dat deze alleen gebruikt wordt door de opdrachtgever en slechts voor het doel waarvoor de rapportage is opgesteld. Er mag geen beroep worden gedaan op de informatie uit deze rapportage voor andere doeleinden zonder schriftelijke toestemming van Pondera. Pondera is niet verantwoordelijk voor de consequenties die kunnen voortvloeien uit het oneigenlijk gebruik van de rapportage. De verantwoordelijkheid voor het gebruik van (de analyse, resultaten en bevindingen in) de rapportage blijft bij de opdrachtgever. De Rechtsverhouding opdrachtgevers – architect, ingenieur en adviseur conform DNR 2011 is te allen tijde van toepassing.
Pondera werkt met een kwaliteitsmanagementsysteem dat door EIK gecertificeerd is volgens de ISO 9001:2015 norm.
Inhoudsopgave 1
Inleiding
1
1.1 Windturbines ___________________________________________________________ 1 1.2 Posities windturbines _____________________________________________________ 5
2
Bebouwing
7
2.1 Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten_____________________________________ 7 2.2 Bestemmingsplanmogelijkheden ___________________________________________ 11
3
Wegen 3.1 3.2 3.3 3.4
4 5
13
Wettelijk kader _________________________________________________________ 13 Gevaarlijke wegtransporten _______________________________________________ 14 Waterwegen ___________________________________________________________ 14 Spoorwegen ___________________________________________________________ 15
Risicovolle inrichtingen en installaties Ondergrondse buisleidingen
16 19
5.1 Overige leidingen _______________________________________________________ 20
6 7 8 9
Hoogspanningsinfrastructuren Waterkeringen Kwalitatieve analyse ijsworp scenario Samenvatting
21 22 23 25
Analyse externe veiligheid 719050 | Windpark Bijsterhuizen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 1
1
Inleiding Wind in Wijchen BV onderzoekt de mogelijkheden voor windenergie binnen een plangebied nabij Wijchen. Er wordt gekeken naar de plaatsing van drie windturbines. Het onderzoeksgebied bevindt zich ten noorden van Wijchen langs het kanaal van de Nieuwe Wetering en ten noorden van industriegebied Bijsterhuizen Noord. De nabije omgeving is deels agrarisch gebied en deels bedrijventerrein. Deze analyse onderzoekt wat de mogelijke effecten kunnen zijn in relatie tot het onderwerp externe veiligheid en toetst dit aan huidige wet- en regelgeving voor de veiligheid van de omgeving bij de ontwikkeling, exploitatie en bouw van windturbines. Hierbij worden de windturbines getoetst aan de normen die door de overheden zijn vastgelegd in het normstellingsbesluit over dit gebied. Ook wordt, waar relevant, een doorkijk gegeven naar mogelijke effecten voor inrichtingen van derden in de omgeving in relatie tot het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en voor buisleidingen naar het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Additioneel worden ook andere beleidsvraagstukken beschouwd zoals de invloed van de windturbines op de veiligheid van passanten of gevaarlijk vervoer op de (water)wegen en gevolgen voor momenteel onderliggende ruimtelijke bestemmingen.
Alle uitgangspunten, faalscenario’s en analyses in deze rapportage zijn gebaseerd op zowel de Handreiking Risicozonering Windturbines v1.1 (mei 2020) en de Module IV van Omgevingsveiligheid – de Handleiding Risicoberekeningen Windturbines (oktober 2020) die samen de rekenmethodiek vormen voor de uitvoering van risicoanalyses bij windturbines in Nederland. Samen wordt dit gebruikelijk het Handboek risicozonering windturbines genoemd (vanaf nu: het HRW). Dit handboek is breed geaccepteerd als leidraad voor het uitvoeren van dergelijke analyses en meermaals juridisch getoetst in windenergieprojecten. Daarnaast wordt gekeken naar gepubliceerd aanvullend beleid dat betrokken beheerders van infrastructuren, overheden of derden volgen. In de hierop volgende hoofdstukken wordt per onderwerp de veiligheidssituatie geanalyseerd. Uitgangspunten is een opstelling bestaande uit drie windturbines met een maximale tiphoogte van 185 meter.
1.1
Windturbines Om inzicht te geven in de mogelijkheden en risico’s wordt gebruik gemaakt van een bandbreedte voor de toe te passen afmetingen van de windturbines. De toegepaste bandbreedtes staan vermeld in Tabel 1.1.
Analyse externe veiligheid 719050 | Windpark Bijsterhuizen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 1
Tabel 1.1 Te onderzoeken bandbreedte Eigenschap
Opstelling 3 windturbines
Rotordiameter
115 - 139 meter
Ashoogte
110 – 122 meter
Tiphoogte
Maximaal 185 meter
Worst case benadering Op basis van bovenstaande dimensies is een lijst met windturbines opgesteld die mogelijk gerealiseerd zouden kunnen worden binnen de aangegeven bandbreedtes, om daarmee de maximale effecten op het gebied van externe veiligheid te kunnen bepalen. Uitgangspunt hierbij is dat de analyse wordt uitgevoerd aan de hand van de combinatie van potentieel meest nadelige eigenschappen, zodat elke uiteindelijk te plaatsen windturbine veiliger is dan (of gelijk aan) de onderzochte worst-case situatie. In totaal zijn van 67 windturbinetypes met specifieke ashoogten de maximale effecten onderzocht waarna de windturbines die de grootste effecten veroorzaken zijn gekozen als referentiewindturbines. Hierbij is uitgegaan van een worst-case benadering waarbij de maximale werpafstanden van de windturbines worden gecombineerd met de maximale dimensies van de bandbreedte. Dit betekent een maximale tiphoogte en rotordiameter volgens bovenstaande tabel maar ook de maximale werpafstand van de windturbine met de grootste werpafstand van de 67 onderzochte windturbinetypes en ashoogte combinaties. Er is dus niet één type windturbine als referentieturbine gebruikt, maar gebruik gemaakt van een combinatie van kenmerken die voor veiligheid de grootste effecten weergeven. Dit is per ‘type’ effect toegelicht.
1.1.1
Interne veiligheid De interne veiligheid van windturbines is geregeld via de certificering van het ontwerp en de productie. In Nederland mogen alleen windturbines worden geplaatst die gecertificeerd zijn volgens de veiligheidsnormen NVN 11400-0 en aansluitend NEN-EN-IEC 61400. Deze normen bevatten criteria voor veiligheid, geluidemissies en rendement. De keuring volgens deze normen is gericht op een veilige en betrouwbare werking van een windturbine en wordt verricht door een erkend keuringsinstituut. Het windturbineontwerp wordt o.a. gecontroleerd op sterkte van de constructie, elektrische veiligheid, bliksemafleiding en beveiliging tegen te harde wind. De windturbine wordt ook getest. Zo worden er bijvoorbeeld onder verschillende omstandigheden remproeven uitgevoerd. Ook wordt de brandveiligheid van de constructie in de normen behandeld. Voor uitvoering van deze analyse wordt ervan uitgegaan dat de te plaatsen windturbines NEN-EN-IEC-61400 gecertificeerd zijn. Het onderwerp interne veiligheid wordt verder niet geanalyseerd.
1.1.2
Faalscenario’s en bepaling effectafstanden Windturbines kunnen op vijf manieren een risico veroorzaken voor hun omgeving. Het HRW omschrijft de volgende vijf scenario’s (zie voor visuele impressie Figuur 1.1): •
Mastfalen o Het omvallen vanaf de mast, worst-case weergegeven door omvallen vanaf de voet van de mast.
•
Gondelfalen o Het naar beneden vallen van de gondel (of rotorhub), weergegeven door het naar beneden vallen van de gondel inclusief de volledige rotor vallend langs de masttoren.
Analyse externe veiligheid 719050 | Windpark Bijsterhuizen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 2
•
Bladworp bij nominaal toerental en overtoeren o Het afwerpen van een enkel rotorblad tijdens operatie met een nominaal toerental of in een overtoerensituatie1.
•
Vallende kleine onderdelen o Het naar beneden vallen van kleine onderdelen zoals bouten en moeren. Dit scenario veroorzaakt vrijwel geen schade of risico voor de externe omgeving door de kleine kans van voorkomen en het relatief beperkte gevolg. Dit scenario wordt niet verder onderzocht in deze analyse.
•
Het afwerpen of neervallen van ijsvorming o Bij significante ijsvorming aan de bladen kunnen brokstukken van ijs worden afgeworpen. In Hoofdstuk 8 worden over dit scenario adviezen gegeven voor de betrokken locaties.
Figuur 1.1 Voorbeeldweergave maximale faalscenario’s
1
Conform het HRW wordt de overtoeren situatie omschreven als bladworp bij 2x het nominale toerental. Dit is een overschatting van de werkelijk optredende toerentallen bij een overtoeren situatie, welke circa 1,25x het nominaal toerental bedragen. Analyse externe veiligheid 719050 | Windpark Bijsterhuizen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 3
Maximale effectafstand Per faalscenario hoort een maximale effectafstand. Buiten deze maximale effectafstand is er geen sprake van een significant risico voor het betrokken faalscenario. Voor mastfalen is de maximale effectafstand de afstand van tiphoogte die in deze analyse maximaal 185 meter bedraagt. Voor gondelfalen omschrijft het HRW een maximale afstand van een halve rotordiameter die in dit geval respectievelijk maximaal 69 meter bedraagt. De maximale effectafstanden bij bladworp worden berekend met behulp van: •
de gegeven nominale toerentallen en;
•
de zwaartepuntsafstand van een rotorblad tot het centrum van de as2.
Hiervoor worden de formules 2.5 t/m 2.13 uit paragraaf 3.2.1 van het HRW gebruikt. Figuur 1.2 geeft de verschillende werpafstanden voor referentie windturbinetypes weer. Figuur 1.2 Werpafstanden onderzochte windturbines
167m
Om de maximale effecten goed weer te geven wordt de werpafstand gehanteerd van een windturbine met een maximale werpafstand van 167 meter bij nominaal toerental en 443 meter bij overtoeren. Er wordt voor het te werpen blad uitgegaan van de maximale bladlengte (dus 69 meter). Hiermee wordt een worst-case situatie inzichtelijk gemaakt voor momenteel beschikbare windturbinetypes binnen de gehanteerde range aan dimensies. In Tabel 1.2 is een samenvatting gegeven van de maximale effectafstanden voor de diverse faalscenario’s.
2
Indien deze eigenschap niet beschikbaar is dan is gebruik gemaakt van een conservatieve aanname van zwaartepunt op 1/6 x rotordiameter.
Analyse externe veiligheid 719050 | Windpark Bijsterhuizen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 4
Tabel 1.2 Samenvatting maximale effectafstanden
1.2
Faalscenario
Bepalend voor maximale effectafstand (algemeen)
Maximale effectafstand Groot
Mastfalen
Tiphoogte
185 meter
Gondelfalen
Halve rotordiameter
69,5 meter
Bladworp - nominaal toerental
Berekend
167 meter
Bladworp – overtoeren
Berekend
443 meter
Vallende kleine onderdelen
Dit scenario wordt niet verder onderzocht in deze analyse.
n.v.t.
IJsval scenario’s
Halve rotordiameter plus circa 11 meter
Ca 80 meter
Posities windturbines In deze analyse wordt één windturbineopstelling onderzocht. De coördinaten van de windturbines staan weergegeven in Tabel 1.3 en de posities zijn zichtbaar in Figuur 1.3. Volgens de maximale effectafstanden in paragraaf 1.1.2 is de identificatieafstand voor het veiligheidsonderzoek gesteld op 443 meter. Deze afstand is gelijk aan de maximale werpafstand bij overtoeren; dit is het maximale faalscenario wat kan optreden. Objecten buiten deze afstand zullen volgens de methodiek in het HRW geen risico ondervinden en hoeven niet te worden beschouwd onder het thema externe veiligheid. Tabel 1.3 Coördinaten windturbines opstelling Opstelling Windturbine nr
X in RD-coördinaten
Y in RD-coördinaten
WTG 1
179186
427600
WTG 2
179579
427486
WTG 3
180029
427367
Analyse externe veiligheid 719050 | Windpark Bijsterhuizen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 5
Figuur 1.3 Weergave identificatieafstand / onderzoeksafstand opstelling
De volgende hoofdstukken volgen de opbouw van het HRW.
Analyse externe veiligheid 719050 | Windpark Bijsterhuizen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 6
2
Bebouwing
2.1
Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten In het normstellingsbesluit van deze specifieke locatie zijn eisen opgenomen waaraan de windturbine dient te voldoen als het gaat om het effect op de bescherming van de risico’s voor de externe veiligheid. Dit besluit is nog niet definitief maar voor deze analyse wordt ervan uitgegaan dat toetsing gelijk is aan eerder geldende landelijke regels. Windturbines vielen qua toetsing eerder onder het Activiteitenbesluit Milieubeheer. Hierin was naast algemene regels over onderhoud, inspectie en veiligheid in artikel 3.15a opgenomen dat: Het plaatsgebonden risico voor een buiten de inrichting gelegen kwetsbaar object, veroorzaakt door een windturbine of een combinatie van windturbines, niet hoger is dan 10-6 per jaar. Het plaatsgebonden risico voor een buiten de inrichting gelegen beperkt kwetsbaar object, veroorzaakt door een windturbine of een combinatie van windturbines, niet hoger is dan 10-5 per jaar. De plaatsgebonden risicocontouren liggen volgens de vuistregels uit het HRW nooit verder dan de volgende afstanden: •
De PR10-5 contour ligt maximaal op een afstand van een halve rotordiameter (hier: 69,5 meter) en;
•
de PR10-6 contour ligt maximaal op de grootste afstand van of de tiphoogte (185m) of de werpafstand bij nominaal toerental (hier 167 meter).
Figuur 2.1 Weergave maximale ligging PR-contouren uit vuistregels HRW
Analyse externe veiligheid 719050 | Windpark Bijsterhuizen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 7
Voor de bepaling wat (beperkt) kwetsbare objecten zijn, is aangesloten bij de definities uit artikel 1 lid 1 uit het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi). Zo worden woningen met een plaatsingsdichtheid van meer dan 2 woningen per hectare gezien als kwetsbare objecten. Ook ziekenhuizen, scholen en andere gebouwen voor minder zelfredzame personen of gebouwen bestemd voor grote groepen langdurig aanwezige personen met een hoge persoonsdichtheid zijn te definiëren als kwetsbare objecten3. Andere objecten waar personen in aanwezig kunnen zijn beperkt kwetsbare objecten.
2.1.1
Beperkt kwetsbare objecten Bij de onderzochte opstelling zijn geen objecten aanwezig binnen de maximale ligging van de PR10-05 contour. Er kan met zekerheid worden voldaan aan artikel 3.15a lid 1 van het activiteitenbesluit milieubeheer en aan een vergelijkbare regel indien die opgenomen wordt in het normstellingsbesluit
2.1.2
Kwetsbare objecten Er zijn zeven objecten (gebouwen) aanwezig binnen de PR10-06 contour. Twee gebouwen aan de Wilhelminalaan 60 zijn in gebruik als agrarische schuren. Dit zijn geen kwetsbare objecten. Eén gebouw ten noordoosten van windturbine 02 is in gebruik als onderdeel van het pompstation. Dit is geen kwetsbaar object. Aan het adres Bijsterhuizen 2406 en 2406a zijn twee kleine gebouwen aanwezig als onderdeel van de milieustraat. Beide gebouwen zijn enkel te definiëren als beperkt kwetsbare objecten. Gezien het formaat van de gebouwen en het beoogde gebruik van het terrein wordt er geen realisatie van toekomstige kwetsbare objecten verwacht op dit terrein. Bij een ander functioneel gebruik van het terrein is circa de helft van het terrein niet beschikbaar voor de ontwikkeling van kwetsbare objecten.
2.1.3
Gebouw van Ter Beke Het gebouw behorende bij het bedrijf Ter Beke is in gebruik als versnijding- en verpakkingsfabriek voor vleeswaren. Vanaf deze locatie vindt ook de distributie plaats van vleeswaren naar de Nederlandse markt. Het gebouw bestaat uit een groot magazijn, een inpakafdeling, snijafdelingen, kantoorruimtes en overige ruimtes. De zuidkant van het gebouw bevat de kantoorruimtes (op voornamelijk de tweede verdieping) waar gewerkt wordt aan de bedrijfsvoering van het bedrijf, de technische dienst en de kantine. In de kwetsbaarheidsanalyse “Kwetsbaarheidsanalyse Bijsterhuizen“ van 1 december 2022 is inzichtelijk gemaakt wat de te verwachten risico’s zijn voor de verschillende te verwachten persoonsaanwezigheden in het gebouw. Uit de analyse blijkt dat risico’s zijn te minimaliseren indien de locaties waar een concentratie aan personeel is te verwachten plaatsvinden buiten de PR10-06 contour en de PR10-06 contour wordt gereduceerd tot een afstand van 160 meter. De afstand tot de kantoorruimte op de 1e verdieping bedraagt 164 meter en de afstand tot de kantoren van de technische dienst bedraagt 166 meter. Deze ruimten liggen binnen een tiphoogteafstand van de windturbine maar door de reductie van de PR10-06 contour tot 160 meter wordt het trefrisico op deze ruimten verlaagd.
De concentratie van personeel binnen de PR10-06 is daarmee zodanig laag geworden dat deze situatie 3
Kantoorgebouwen met een bruto vloeroppervlakte van meer dan 1.500 m2 zijn kwetsbare objecten.
Analyse externe veiligheid 719050 | Windpark Bijsterhuizen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 8
gezien kan worden als activiteiten behorende bij een beperkt kwetsbaar object. Omdat de kantoorgedeelten zelf buiten de PR10-06 liggen ontstaat een situatie die een acceptabele veiligheidssituatie oplevert. Deze aanpak gaat uit ervan uit dat de functionele indeling van het gebouw gescheiden is in een kwetsbaar (kantoor en locaties met vergelijkbare hoge persoonsdichtheid) en een minder kwetsbaar gedeelte (bijv. opslaghallen). De aanwezige personen binnen de risicocontour zijn verspreid over een groot oppervlakte en zijn werkzaam met een lage persoonsdichtheid gelijk aan een industriefunctie (=beperkt kwetsbaar object), de personen binnen de risicocontour zijn professionele volwassenen die werken rondom gevaarlijke machinerie en zijn daarmee bekend met veiligheidsinstructies en veilige manieren van werken en hebben zodoende een hoge mate van zelfredzaamheid. Ook de hoeveelheid personen binnen de PR10-06 contour is minder dan 50 personen als de PR10
-06
contour niet groter is dan 160 meter. Om deze redenen kunnen de activiteiten die
plaatsvinden in dit deel van het pand, binnen de 10-06 contour van 160m, in totaal gezien worden als behorende bij de definitie van een beperkt kwetsbaar object. Kader 2.1 Definiëring van kwetsbaarheid van objecten onder de omgevingswet
Op 14 oktober 2022 is door de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aangegeven dat de Omgevingswet wordt uitgesteld tot 1 juli 2023. De Omgevingswet bundelt een lappendekken aan wetten en voorschriften in één wet en wordt daarmee het wetgevende kader. In de omgevingswet zijn enkele wijzigingen opgenomen die relevant zijn voor de besluitvorming over dit project. Zo worden kwetsbare objecten opgesplitst in de termen kwetsbare gebouwen, kwetsbare locaties en zeer kwetsbare gebouwen. Bij het bepalen van de kwetsbaarheid van een gebouw of locatie is gekeken naar het volgende: •
het aantal personen dat gelijktijdig aanwezig is;
•
de aanwezigheidsduur van personen;
•
in hoeverre personen zichzelf in veiligheid kunnen brengen bij een incident.
Belangrijker nog: Gebouwen worden (in de omgevingswet) alleen beschermd voor de gebruiksfunctie van dat gebouw. Dit is anders dan in de voormalige regelgeving. Bij een grootschalige opslagplaats voor goederen met een kantoorfunctie is alleen de kantoorfunctie 'beperkt kwetsbaar' of 'kwetsbaar' (afhankelijk van de bruto vloeroppervlakte). Het is dan wel van belang dat die functie blijkt uit het omgevingsplan of uit de omgevingsvergunning waarbij die functie mogelijk wordt gemaakt.
Uitkomst van de kwetsbaarheidsanalyse is dat de PR10-06 contour maximaal mag toenemen tot een afstand van 160 meter. In dat geval blijft het kantoorgedeelte buiten de contour liggen en is de kans op het raken van een geconcentreerde hoeveelheid personen (>50 personen) van het bedrijf van Ter Beke zodanig verminderd dat het gebouw in relatie tot de positie van de windturbine als een beperkt kwetsbaar object kan worden gezien. Het is aan het bevoegd gezag om te beoordelen of het gebouw van Ter Beke en deze situatie te definiëren is als een beperkt kwetsbaar object of een kwetsbaar object. Geadviseerd wordt om de maximale afstand van de PR10-06 contour te begrenzen op 160 meter. De spreiding van bladworpafstanden weergegeven in Figuur 1.2 geeft aan dat er binnen de beschikbare bandbreedte van afmetingen voor het type windturbine voldoende mogelijkheden zijn om een Analyse externe veiligheid 719050 | Windpark Bijsterhuizen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 9
windturbine te realiseren met een PR10-06 contour die gelijk is of kleiner is dan 160 meter. De haalbaarheid van het voorliggende plan komt daarmee niet in het gevaar. Kader 2.2 Actie initiatiefnemer ter verdere verbetering veiligheid
De initiatiefnemer heeft in zijn vergunningaanvraag opgenomen dat een windturbine wordt beoogd met een maximale PR10-06 contour van 128 meter. Hiermee wordt een kleiner deel van het bedrijf van Ter Beke blootgesteld aan risico’s met een hoogte van PR10 -06. De betrokken risico’s nemen hiermee verder af tot 12 personen met een risico van meer dan PR10-06. De hoeveelheid werkzaam personeel in de fabriekshal kan toenemen van 39 tot 163 voordat er sprake is van meer dan 50 personen dit blootgesteld worden aan een PR10-06 risico. De risico’s die optreden bij het bedrijf Ter Beke kunnen eventueel verder worden verkleind door een veiligheidsprotocol op te stellen die aandacht geeft aan de risico’s die kunnen optreden als gevolg van het falen van de windturbines. Mogelijke onderdelen van een dergelijk veiligheidsprotocol is het vroegtijdig waarschuwen bij calamiteiten (alarmsystemen), het opnemen of evalueren van veilige zones of vluchtrichtingen, en/of het nader onderzoeken van de structurele integriteit van de verschillende secties van het gebouw. Deze zaken zijn niet benodigd voor de evaluatie van de kwetsbaarheid van het gebouw maar kunnen de risico’s verder verkleinen.
2.1.4
Gebouw van GLS Group Eén gebouw is onderdeel van het Transport en pakketdienst bezorgbedrijf GLS Group aan de Bijsterhuizen 2408. Het transport en logistiek gedeelte heeft een oppervlakte van 2.700 m 2 met het kantoorgedeelte van twee verdiepingen aan de zuidkant een bruto vloeroppervlak van 540 m 2. Het kantoorgedeelte ligt geheel buiten de PR10-06 contour en buiten een tiphoogte-afstand. Indien een vergelijkbare analyse wordt uitgevoerd als bij het bedrijf van ter Beke4 dan blijkt hieruit dat het optredende risico voor circa 4 (rekenkundige) personen hoger is dan PR10-06 en voor circa 29 personen hoger is dan PR10-07, Gezien de vaak korte aanwezigheid van personen (kort verblijvende chauffeurs) in dit pand is er geen sprake van een situatie met een gebouw waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn. Ook de kantoorfunctie is niet zodanig aanwezig dat er sprake is van een kantoorfunctie van meer dan 1.500 m2. Er zijn daarmee geen redenen om aan te nemen dat het functioneel gebruik van dit gebouw gedefinieerd zou kunnen worden als een kwetsbaar object. Dit object is daardoor te definiëren als een beperkt kwetsbaar object.
Indien de zeven objecten in voorgaande paragrafen zijn te definiëren als beperkt kwetsbare objecten en niet als ‘kwetsbare objecten’ dan kan er worden voldaan aan artikel 3.15a lid 2 van het activiteitenbesluit milieubeheer. Indien het normstellingsbesluit gelijkluidende regels heeft dan kan de situatie ook voldoen aan deze regel in het normstellingsbesluit.
4
Zie ook de “Kwetsbaarheidsanalyse Bijsterhuizen“ van 1 december 2022
Analyse externe veiligheid 719050 | Windpark Bijsterhuizen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 10
2.2
Bestemmingsplanmogelijkheden Naast invloed op bestaande objecten kunnen windturbines een invloed hebben op de mogelijkheden van bestemmingen5 in de nabije omgeving. Binnen de maximale ligging van de PR10-05 en PR10-06 contour van de opstelling(en) zijn enkelbestemmingen aanwezig die vallen onder: •
Agrarisch; o Voor deze bestemming geldt dat er buiten de aanwezige bouwvlakken geen gebouwen mogen worden gebouwd. Er zijn geen bouwvlakken aanwezig binnen de maximale ligging van de PRcontouren.
•
Verkeer; o Voor deze bestemming geldt dat er geen gebouwen mogen worden gebouwd. Bij het bestemmingsplan Bijsterhuizen bij windturbine 03 zijn gebouwen ten behoeve van de bestemming verkeer niet uitgesloten maar dit zijn ten hoogste beperkt kwetsbare gebouwen en de bestemming ligt buiten de PR10-05 contour.
•
Bedrijf (nabij WT 02); o Voor deze bestemming geldt per bestemmingsplanvlak één bedrijfswoning is toegestaan. Bij dit bestemmingsvlak bevindt zich momenteel geen bedrijfswoning en de huidige gebouwen zijn in gebruik als overige functies (Pompstation water) en liggen buiten de PR10-05 contour. Door de komst van de windturbine kan er op een deel van het perceel waar de cirkel overheen ligt geen kwetsbaar object worden gerealiseerd. Een bedrijfswoning is echter een beperkt kwetsbaar object waardoor deze bestemming niet extra belemmerd wordt in de mogelijkheden als gevolg van windturbine 02.
•
Water; o Voor deze bestemming geldt dat er, binnen de zone van de windturbines, geen gebouwen mogen worden gebouwd.
•
Groen; o Voor deze bestemming geldt dat er geen gebouwen mogen worden gebouwd.
•
Bedrijventerrein – 1; o Op deze gronden zijn beperkt kwetsbare objecten toegestaan. De PR10-05 contour van windturbine is niet gelegen over deze bestemming. Er is daarmee geen belemmering voor beperkt kwetsbare objecten op deze bestemming als gevolg van de plaatsing van de windturbine. De PR10-06 contour is wel gelegen over deze bestemming. Dit betekent dat er geen kwetsbare objecten gerealiseerd kunnen worden in combinatie met de activiteit van de windturbine. In het bestemmingsplan zijn veel kwetsbare objecten reeds uitgesloten zoals: woningen en zelfstandige kantoren. Het bevoegd gezag kan echter ook gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn bestemmen als kwetsbare objecten. Dergelijke objecten zoals kantoorgebouwen met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 m2 per object mogen niet zijn gelegen binnen de PR10-06 contour. Het verdient aan te bevelen om de mogelijkheden van kwetsbare objecten binnen de PR10-06 contour (167m of 185m) uit te sluiten bij het ruimtelijk mogelijk maken van de windturbine. Indien dit niet gebeurt dient de windturbine mogelijk stopgezet te worden indien een kwetsbaar object wordt gerealiseerd of dient de windturbine maatregelen te nemen om de PR10-06 contour in de richting van het gebouw te verkleinen zodat deze niet langer is gelegen over de toekomstige te ontwikkelen gebouwen.
Volgens bestemmingsplannen: “Buitengebied Wijchen’ vastgesteld 2013-01-31, ‘Buitengebied Gemeente Beuningen’ onherroepelijk 2012-08-01 en Bestemmingsplan Bijsterhuizen vastgesteld 2013-06-27. 5
Analyse externe veiligheid 719050 | Windpark Bijsterhuizen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 11
Voor de dubbelbestemmingen of relevante aanduidingen in het bestemmingsplan geldt dat er geen aanduidingen of dubbelbestemmingen zijn geïdentificeerd die de bouw van beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten mogelijk maakt. De windturbines veroorzaken door hun komst geen additionele belemmering voor de mogelijkheden van bestemmingen. Ten behoeve van duidelijkheid en helderheid verdient het aanbeveling om bij het ruimtelijk mogelijk maken van de windturbines een zone rond de windturbines op te nemen waarin de ontwikkeling van beperkt kwetsbare objecten wordt uitgesloten met een maximale maat gelijk aan de PR10-05 contour. Ook een zone van uitsluiting van kwetsbare objecten met een maximale maat gelijk aan PR10-06 kan helpen voor de duidelijkheid. Vooral voor windturbine 03 in relatie tot de bestemming Bedrijventerrein – 1 is uitsluiting van de komst van kwetsbare objecten aan te bevelen. Figuur 2.2 Weergave geldend bestemmingsplan t.o.v. windturbineposities
Analyse externe veiligheid 719050 | Windpark Bijsterhuizen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 12
3
Wegen
3.1
Wettelijk kader Het HRW stelt dat Rijkswaterstaat een vergunning moet afgeven indien windturbines worden geplaatst op, in of over rijkswaterstaatwerken. Voor het verlenen van de vergunning hanteert Rijkswaterstaat een afstandseis tot de rand van de verharding van ten minste 30 meter of een halve rotordiameter indien deze laatste groter is. Ook dient bij plaatsing binnen een afstand van de werpafstand bij nominaal toerental (167 meter) het individueel passanten risico (IPR) en het maatschappelijk risico (MR) te worden berekend. Rijkswaterstaat hanteert in hun beleidsregel de maximale grenzen van 1 x 10 -06 voor het IPR en 2 x 10-03 voor het MR. Voor alle wegen die geen eigendom zijn van Rijkswaterstaat maar bijvoorbeeld van de provincie, waterschap of de gemeente, zijn geen algemene externe veiligheidsnormen van toepassing. De windturbines zijn niet gelegen bij wegen waar significante hoeveelheden autoverkeer worden verwacht. De dichtstbijzijnde doorgaande route (N847) is een provinciale weg en ligt op een afstand van 130 meter. Voor de Provinciale weg is geen algemene externe veiligheidsnorm van toepassing. Ter informatie wordt het IPR en het MR voor deze weg berekend. Om inzicht te verlenen in de risico’s voor passanten over deze weg wordt het IPR en het MR van de dichtstbijzijnde windturbine doorgerekend.
Ook wordt gekeken naar de trefkans van een transport met gevaarlijke stoffen in vergelijking met de ongevalsfrequentie van een transport over de weg. Voor de berekening van het IPR en het MR worden de formules 2.26 t/m 2.29 en 3.4 t/m 3.8 uit de Handleiding risicoberekeningen windturbines gebruikt voor een onbeschermd persoon. Tabel 3.1 Eigenschappen voor IPR en MR berekeningen Eigenschap
Waarde
Eenheid
Afstand tot hart weg
130
[m]
Lengte van voertuig (lo)
12
[m]
Remweg van voertuig
100
[m]
Breedte van voertuig (bo)
3,5
[m]
Snelheid van voertuig
80
[km/uur]
Snelheid van voertuig (2)
22,2
[m/s]
Lengte wegdeel bladworp GIS
219
[m]
Aantal passages max individu
500
[#/jaar]
Personen per voertuig
1,6
[#/voertuig]
Aantal voertuigen per tijdseenheid6
6.394.200
[#/tijdseenheid]
Aantal tijdseenheden per jaar
1
[Tijdseenheid/jaar]
Aantal persoonpassages totaal
10.230.720
[#/jaar]
6
Getal bepaald op basis van de maximale waarde uit de informatie uit Jaargegevens Telvakken van Gelders Verkeer. Geraadpleegd via de OpenData set van de Provincie Gelderland. Analyse externe veiligheid 719050 | Windpark Bijsterhuizen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 13
Ashoogte
122
[m]
Lengte van rotorblad (1/2e RD)
69,5
[m]
Trefkans op h.o.h. afstand (Pzwpt per m)
5,60 E-09
[#/m2]
De trefkans voor een geheel voertuig bedraagt 2,0 x 10-11 per passage. Dit leidt tot een IPR van 9,8 x 10-09. Dit is ruim beneden de normstelling van Rijkswaterstaat van maximaal IPR van 1 x 10 -06 per jaar. Het Maatschappelijk Risico (MR) is bepaald op 2,0 x 10-04 per jaar. Ook dit is ruim beneden de normstelling van Rijkswaterstaat van maximaal MR van 2 x 10 -03. De jaarlijkse voertuigpassages op de weg zou moeten toenemen tot meer dan 64 miljoen voertuigpassages voordat het MR zou worden overschreden. Van deze groei is met zekerheid geen sprake op dit tracé.
3.2
Gevaarlijke wegtransporten De N847 is geen onderdeel van het Basisnet Wegen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen maar kan wel incidenteel gebruikt worden voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. De risico’s die dit vervoer met zich meebrengt zouden kunnen worden verhoogd door de aanwezigheid van een windturbine. Om te analyseren of hier sprake van is wordt het huidige risico van het vervoer van gevaarlijke stoffen vergeleken met het additionele risico wat de windturbine veroorzaakt. Uit de berekeningen in paragraaf 3.1 van een voertuig blijkt dat het risico van de windturbine voor een vrachtwagen per passage 2,0 x 10-11 bedraagt over een weglengte van 278 meter. Volgens de Handleiding risicoanalyse transport (HART) v1-2 is de huidige ongevalsfrequentie van een tankwagen onder druk op een weg buiten de bebouwde kom gelijk aan 1,2 x 10-08 per kilometer. Dit betekent dat het extra risico van de windturbine +0,6% bedraagt op 130 meter afstand. Een dergelijke risicotoevoeging onder de 10% kan als verwaarloosbaar worden gezien ten opzichte van het aanwezige intrinsieke risico van het rijden met gevaarlijke stoffen. De toegevoegde risico’s zijn zodanig klein vergeleken met de risico’s behorende bij het rijden op de weg dat er geen risicoanalyse van de transporten op de weg hoeft plaats te vinden.
3.3
Waterwegen Waterwegen kunnen ingedeeld worden naar hun beheerder op rijks-, provinciaal-, gemeentelijk- en waterschapsniveau, of op basis van een private beheerder. Bij de eigenaar of beheerder van de waterweg kan informatie worden ingewonnen over de aard van het transport, het aantal passages van schepen en passanten en de geldende risicocriteria, bijvoorbeeld met betrekking tot dijk- en kustveiligheid. De Nieuwe Wetering is geen onderdeel van een vaarroute en is geen verbinding tussen bestaande vaarroutes. Er wordt op dit water geen significante hoeveelheid vaarvervoer verwacht. Er zijn daarmee geen significante vaarwegen te beoordelen in de nabijheid van de windturbines.
Analyse externe veiligheid 719050 | Windpark Bijsterhuizen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 14
3.4
Spoorwegen Er is geen spoorverbinding aanwezig in de nabijheid van het plangebied. Het dichtstbijzijnde treinspoor ligt op circa 1,9 kilometer in zuidelijke richting. Er worden daarom geen effecten op spoorwegen verwacht.
Analyse externe veiligheid 719050 | Windpark Bijsterhuizen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 15
4
Risicovolle inrichtingen en installaties Binnen de maximale onderzoeksafstand (zie Figuur 1.3) is, conform de informatie op risicokaart.nl, één inrichting aanwezig met een risicovolle installatie. Daarnaast zijn er door de omgevingsdienst nog drie andere propaantanks geïdentificeerd binnen de maximale effectafstand. Eerst volgt een uitgebreide berekening van de propaantank die aangegeven is op de risicokaart aan de Wilhelminalaan 83 waarna de trefkansen van de overige propaantanks ook wordt aangegeven die op gelijke manier zijn berekend en beschouwd. Dit betreft een bovengrondse propaantank met een inhoud van 3 m 3 op Wilhelminalaan 83. Deze propaantank heeft een zodanig kleine inhoud dat de risico’s op de omgeving van een dergelijke propaantank enkel worden getoetst aan generieke risicocontouren. Deze generieke contouren wijzigen niet als er een windturbine aanwezig is die mogelijk een trefrisico toevoegt. Het is met de beschikbare luchtfoto’s en met de informatie op de risicokaart.nl niet specifiek inzichtelijk waar de propaantank zich bevindt. De installatie bevindt zich sowieso enkel binnen de effectafstand van het faalscenario bladworp bij overtoeren (443 meter) van windturbines 02 en 03. Om een trefkans inzichtelijk te maken is gerekend met een plaatsing op de locatie die aangegeven is op risicokaart.nl ten noorden van de bedrijfspanden.
Uitgegaan wordt van een bovengrondse tank met een diameter van 3 meter als te treffen object. De trefkans wordt berekend door om de tank een trefzone te trekken gelijk aan 1/3 e bladlengte met een kans op gevolgschade van 100%. De trefkans van windturbine 02 bedraagt daarmee 3,8 x 10-08 en de trefkans van windturbine 03 bedraagt 2,9 x 10-08 per jaar. Het totale trefrisico is daarmee 6,7 x 10-08. Dit betekent dat indien er reeds een PR10-06 contour aanwezig is dat het toegevoegde risico van de windturbine sowieso lager is dan +6,7%. Risicotoevoegingen kleiner dan 10% kunnen als verwaarloosbaar klein worden gezien en hebben daarmee geen significante invloed op het formaat van een eventuele aanwezig risico van de propaantank zelf. Omdat de risicotoevoeging met zekerheid zodanig klein is dat er geen sprake is van een significant additioneel risico hoeft er geen additionele veiligheidsanalyse te worden uitgevoerd. Er is geen sprake van een significante risicotoevoeging op risicovolle installaties in de omgeving als gevolg van de plaatsing van de windturbines.
Analyse externe veiligheid 719050 | Windpark Bijsterhuizen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 16
Figuur 4.1 Weergave effectafstanden windturbine i.r.t. Propaantank
Tabel 4.1 Trefkansen propaantanks Adres
X
Y
Aantal WTs
Afstand
Trefkans
Procentuele toevoeging i.v.m. 10-06
Wilhelminalaan 60
179677
427280
2
228 en 362
7,0 x 10-08
+7%
Wilhelminalaan 85
179871
427605
2
286 en 315
6,1 x 10-08
+6%
Ficarystraat 2
179785
427893
Ligt buiten de effectafstand risico = nul
Wilhelminalaan 83
179935
427679
2
326 en 405
6,7 x 10-08
+6,7%
Op basis van de trefkansen van de drie propaantanks binnen de maximale effectafstand kan gesteld worden dat de risicotoevoegingen van de windturbines aan deze installatie van een verwaarloosbaar niveau zijn.
Analyse externe veiligheid 719050 | Windpark Bijsterhuizen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 17
Figuur 4.2 Weergave locatie propaantanks
Analyse externe veiligheid 719050 | Windpark Bijsterhuizen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 18
5
Ondergrondse buisleidingen Binnen de maximale onderzoeksafstand (zie Figuur 5.1) zijn, conform de informatie op risicokaart.nl vier ondergrondse buisleidingen aanwezig. Alle vier de buisleidingen zijn in beheer van de Gasunie. De dichtstbijzijnde buisleiding ligt op een afstand van minimaal 338 meter. Dit betekent dat alle vier de buisleidingen enkel liggen binnen het faalscenario bladworp bij overtoeren. De Handreiking risicozonering windturbines geeft aan dat Gasunie een adviesafstand hanteert voor ondergrondse buisleidingen van: •
maximale werpafstand bij nominaal toerental (hier: 167 meter)
•
ashoogte + ½ x rotordiameter (hier: 185 meter).
Met een minimale afstand van 338 meter tot de eerste buisleiding kan aan deze toetsafstanden worden voldaan. Indien aan deze adviesafstand wordt voldaan is geen kwantitatieve riscioanalyse nodig. De eventuele risico’s voor ondergrondse buisleiding zijn enkel afkomstig van het faalscenario bladworp bij overtoeren. De kans op schade als gevolg van dit faalscenario is zodanig klein dat er geen additionele risicoanalyses benodigd zijn. Figuur 5.1 Weergave ondergrondse buisleidingen i.r.t. windturbines
Analyse externe veiligheid 719050 | Windpark Bijsterhuizen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 19
5.1
Overige leidingen Naast de hoofdgasinfrastructuur voor risicovolle stoffen zijn er mogelijk ook leidingen in het plangebied aanwezig voor niet-risicovolle stoffen (punt 1 in onderstaande kader). Kader 5.1 Overige leidingen in het HRW
Buisleidingen worden in deze Handreiking onderverdeeld in: 1. leidingen waardoor minder risicovolle tot ongevaarlijke stoffen worden getransporteerd, zoals lage druk aardgasleidingen, leidingen voor niet gevaarlijke stoffen, drinkwaterleidingen, rioleringen, en stadsverwarming. Voor leidingen waardoor minder risicovolle tot ongevaarlijke stoffen worden getransporteerd, bestaan geen risicocriteria. Deze hoeven in een risicoanalyse dan ook niet te worden beschouwd. 2. leidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden getransporteerd, zoals hogedruk aardgastransportleidingen en hogedruk brandstofleidingen of (petro)chemische leidingen. De hier bovenstaande paragrafen hebben alleen betrekking op leidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden getransporteerd en onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vallen. Een Klic-melding kan inzicht verlenen in waar overige leidingen lopen. Deze kleinere leidingen hoeven in een risicoanalyse niet te worden beschouwd. Bij de bouw en aanleg dient rekening te worden gehouden met eventueel aanwezige overige leidingen.
Analyse externe veiligheid 719050 | Windpark Bijsterhuizen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 20
6
Hoogspanningsinfrastructuren Binnen de maximale onderzoeksafstand (zie Figuur 1.3) is geen infrastructuur voor hoogspanning aanwezig. De dichtstbijzijnde bovengrondse hoogspanningslijn ligt op een afstand van minimaal 1.400 meter. Er worden daarom geen effecten op hoogspanning infrastructuren verwacht. Figuur 6.1 Weergave hoogspanningsnetwerk en windturbines
Analyse externe veiligheid 719050 | Windpark Bijsterhuizen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 21
7
Waterkeringen Er zijn geen waterkeringen aanwezig binnen de identificatieafstand van de windturbines.
Analyse externe veiligheid 719050 | Windpark Bijsterhuizen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 22
8
Kwalitatieve analyse ijsworp scenario Op 1 tot 2 dagen per jaar kunnen de weeromstandigheden in Nederland zodanig zijn dat er sprake is van significante ijs aangroei aan de windturbinebladen. Bij het loskomen van deze ijsblokken kunnen gevaarlijke situaties ontstaan voor onbeschermde personen of door schrikreacties tijdens transport. Moderne windturbines zijn veelal voorzien van systemen die kunnen detecteren of er sprake is van aangroeiend ijs en/of weersomstandigheden waarbij ijsaangroei kan worden verwacht. Bij het merendeel van de aanwezige windturbines in Nederland hoeven geen specifieke maatregelen te worden genomen om ijsaangroei te voorkomen of het vallen van ijs te voorkomen doordat de meeste windturbines worden geplaatst in open agrarische gebieden waar weinig aanwezigheid van personen wordt verwacht. Indien ijsworp toch dient te voorkomen dient de windturbine te worden stilgezet indien significante ijsaangroei aanwezig is. Het voorkomen van gevaarlijke situaties en het verplicht moeten stilzetten van windturbines is reeds geregeld in de regels van het activiteitenbesluit.
Om te analyseren of de omgeving gevoelig kan zijn voor ijsworp of ijsval wordt gekeken naar de directe omgeving van de windturbines tot aan een afstand gelijk aan de tiphoogte voor de beoordeling van ijsworp en waarbij ijsval relevant is binnen een afstand van een halve rotordiameter plus circa 11 meter. Binnen de zone van een tiphoogteafstand bevindt zich de Provinciale weg N847 en de bedrijventerreinen van bedrijventerrein Bijsterhuizen. Op deze bedrijventerreinen worden geen grote hoeveelheden onbeschermde personen in de buitenlucht verwacht. In het geval van ijsworp bij de provinciale weg kunnen enige schrikreacties plaatsvinden die voor een onveilige situatie kunnen zorgen. Om de kans op ijsworp te minimaliseren wordt aanbevolen om de windturbines te voorzien van een ijsaangroei detectiesysteem. Een dergelijk systeem kan reeds aanwezig zijn in de aansturing van het systeem van de windturbine. Binnen de zone waar ijsval kan plaatsvinden tijdens het stilstaan van een windturbine (circa halve rotordiameter + 11 meter) zijn geen kwetsbare personen aanwezig en hier vinden tevens geen kwetsbare activiteiten plaats. Er hoeven geen maatregelen te worden genomen om ook de risico’s als gevolg van ijsval te minimaliseren in deze omgeving van de windturbines.
Analyse externe veiligheid 719050 | Windpark Bijsterhuizen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 23
Figuur 8.1 Weergave zones van ijsincidenten
Analyse externe veiligheid 719050 | Windpark Bijsterhuizen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 24
9
Samenvatting De windturbines zijn in deze rapportage getoetst aan de voorheen geldende wet en regelgeving in het Activiteitenbesluit Milieubeheer. Er wordt een normstellingsbesluit genomen die nieuwe wetgeving regelt specifiek voor deze locatie. Indien de nieuwe locatiespecifieke regelgeving gelijk is aan de oude regelgeving dan kan deze rapportage dienen als toetsing van de nieuwe regels in het normstellingsbesluit. Ook is een doorkijk gegeven naar mogelijke effecten voor inrichtingen van derden in de omgeving in relatie tot het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en voor buisleidingen naar het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Additioneel zijn ook andere beleidsvraagstukken beschouwd. Binnen de PR10-05 contouren van de onderzochte opstelling zijn geen beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten aanwezig. Tevens zijn er geen kwetsbare objecten aanwezig binnen de PR10 -06 contouren van de windturbines indien het gebouw van Ter Beke of een gedeelte van het gebouw van Ter Beke gezien kan worden als een beperkt kwetsbaar object. Dit geldt voor alle beschikbare windturbinetypes binnen de aangegeven bandbreedte die ten tijde van het maken van dit onderzoek bekend waren. Geadviseerd wordt om de PR10-06 contour van de meest oostelijke windturbine te begrenzen op een afstand van 160 meter om een significant groepsrisico van meer dan 50 personen uit te sluiten.
Hiermee kan er worden voldaan aan lid 1) en lid 2) van het artikel 3.15a uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. De initiatiefnemer heeft in de vergunningaanvraag aangegeven de PR10 -06 contour te begrenzen tot maximaal 128 meter. Met deze extra begrenzing van de PR-contour worden nog 12 personen blootgesteld aan een risico van meer dan PR10-06. Dit kan een redenatie zijn om de kwetsbaarheid van dit pand aan te duiden als beperkt kwetsbaar in het kader van de functionele indeling van het gebouw in kwetsbare (Kantoorfunctie / snijafdeling) en minder kwetsbare delen (fabriekshallen). Deze aanpak sorteert voor op de methodiek die wordt toegepast onder de omgevingswet. Gebouwen worden (in de omgevingswet) alleen beschermd voor de gebruiksfunctie van dat gebouw. Dit is anders dan in de huidige regelgeving. Om in de toekomst te kunnen blijven voldoen wordt aanbevolen om risicocirkels (contouren) op te nemen in het gelende bestemmingsplan, waarmee de risico effecten inzichtelijk worden en de komst van nieuwe kwetsbare objecten binnen de contouren wordt uitgesloten. De risico’s voor passanten op nabijgelegen routes over de provinciale weg zijn inzichtelijk gemaakt en voldoen aan de normen die Rijkswaterstaat normaliter stelt voor rijkswegen.
Er is geen sprake van significante risico’s voor autoverkeer, risicovolle installaties en inrichtingen, ondergrondse buisleidingen, hoogspanningsinfrastructuur of waterkeringen. Het is aan te bevelen om de windturbines van een ijsdetectiesysteem te voorzien zodat de windturbines kunnen worden stilgezet bij significante ijsaangroei om de kans op ijsworp op de provinciale weg en mogelijk op het bedrijventerrein Bijsterhuizen te minimaliseren.
Analyse externe veiligheid 719050 | Windpark Bijsterhuizen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 25
Kwetsbaarheidsanalyse Bedrijfspanden i.r.t Wind in Wijchen Stichting Wiek II 719050 | v4.0 1-12-2022
Pondera
Colofon
Hoofdvestiging Nederland
Soort document
Amsterdamseweg 13 6814 CM Arnhem 088 – pondera (088-7663372) info@ponderaconsult.com
Kwetsbaarheidsanalyse
Postadres
Versienummer
Postbus 919 6800 AX Arnhem
Vestiging South East Asia Jl. Mampang Prapatan XV no 18 Mampang Jakarta Selatan 12790 Indonesia
Vestiging North East Asia Suite 1718, Officia Building 92 Saemunan-ro, Jongno-gu Seoul Province Republic of Korea
Projectnaam Bedrijfspanden i.r.t Wind in Wijchen
v4.0
Datum 1-12-2022
Project nummer 719050
Opdrachtgever Stichting Wiek II
Auteur Bouke Vogelaar - Pondera
Nagekeken door Jan-Willem Broersma - Pondera
Wijzigingen: Vanaf v2.1 is een wijziging aangebracht in: •
Aantal personen snijafdeling verhoogd van 63p naar 80p
•
Verblijfstijd in Magazijn/Warenhuis verhoogd van 78,6% naar 96,4%
Vanaf v2.2 is een wijziging aangebracht in: •
Kwetsbaarheid analyse toegevoegd voor het pand van GLS Group
Vanaf v3.1 is een wijziging aangebracht in: •
Toevoeging scenario met 128m PR10-06 contour
Disclaimer In het onderzoek is gebruik gemaakt van algemeen geaccepteerde uitgangspunten, modellen en informatie die ten tijde van het opstellen van dit rapport ter beschikking stonden. Aanpassingen in de uitgangspunten, modellen of gebruikte gegevens kunnen leiden tot andere uitkomsten. De aard en de nauwkeurigheid van de gebruikte gegevens voor het onderzoek bepalen in belangrijke mate de nauwkeurigheid en de onzekerheden van de berekende uitkomsten. Pondera is niet aansprakelijk voor gederfde inkomsten of schade die wordt geleden door opdrachtgever(s) en/of derden uit conclusies die gebaseerd zijn op gegevens die niet van Pondera afkomstig zijn. Deze rapportage is opgesteld met de intentie dat deze alleen gebruikt wordt door de opdrachtgever en slechts voor het doel waarvoor de rapportage is opgesteld. Er mag geen beroep worden gedaan op de informatie uit deze rapportage voor andere doeleinden zonder schriftelijke toestemming van Pondera. Pondera is niet verantwoordelijk voor de consequenties die kunnen voortvloeien uit het oneigenlijk gebruik van de rapportage. De verantwoordelijkheid voor het gebruik van (de analyse, resultaten en bevindingen in) de rapportage blijft bij de opdrachtgever. De Rechtsverhouding opdrachtgevers – architect, ingenieur en adviseur conform DNR 2011 is te allen tijde van toepassing.
Pondera werkt met een kwaliteitsmanagementsysteem dat door EIK gecertificeerd is volgens de ISO 9001:2015 norm.
Inhoudsopgave 1 2
Inleiding Uitgangspunten en definities 2.1 2.2 2.3
3
0 1
Externe veiligheid _________________________________________________________ 1 Activiteitenbesluit _________________________________________________________ 3 Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten ______________________________________ 3
Indeling bedrijfsgebouw Ter Beke 3.1 3.2
4
6
Situatieschets aanwezigheid en verblijfsduur ____________________________________ 7 Verdeling personen over betrokken ruimtes _____________________________________ 8
Effecten windturbine 4.1 4.2 4.3 4.4
5 6
9
Inleiding_________________________________________________________________ 9 Plaatsgebonden risico ______________________________________________________ 9 Groepsrisico bij Ter Beke __________________________________________________ 10 Mogelijk te nemen mitigerende maatregelen ___________________________________ 12
Analyse gebouw GLS Group Conclusie Kwetsbaarheid en groepsrisico 6.1 6.2 6.3 6.4
16 17
Kwetsbaarheid bedrijf Ter Beke _____________________________________________ 17 Kwetsbaarheid bedrijf GLS Group ___________________________________________ 17 Afweging groepsrisico en goede ruimtelijke ordening _____________________________ 18 Samenvattend ___________________________________________________________ 18
KwetsbaarheidsanalyseBedrijfspanden i.r.t Wind in WijchenKwetsbaarheidsanalyse 719050 719050| Bedrijfspanden i.r.t Wind in Wijchen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 1 van 1
1 Inleiding Deze kwetsbaarheidsanalyse beschouwt de kwetsbaarheid van het gebouw van Ter Beke op adres Bijsterhuizen 2404 en het pand van de GLS Group op adres Bijsterhuizen 2408 van het bedrijventerrein Bijsterhuizen in relatie tot een mogelijk te plaatsen windturbine in Wijchen. Een dergelijke analyse dient het doel om nader inzicht te verkrijgen in de mogelijke externe veiligheidsrisico’s die ontstaan in de omgeving van de voorziene locatie van een windturbine. De analyse sluit aan bij de uitgangspunten en de situatie zoals beschreven in het externe veiligheidsonderzoek genaamd “Analyse Externe Veiligheid - Windpark Bijsterhuizen” van 1 december 2022. De voorliggende analyse gaat in op de risico’s die kunnen ontstaan voor het bedrijfspand van Ter Beke in Wijchen. Voorafgaand aan de analyse worden eerst een aantal termen en onderwerpen nader gedefinieerd. Daarna volgen de resultaten van enkele analyses en sluit het document met een advies. In eerste instantie wordt ingegaan op de specifieke situatie voor het gebouw van Ter Beke waarna in hoofdstuk 5 een gelijke methodiek wordt toegepast op het gebouw van GLS Group. Figuur 1.1 Weergave situatie
Kwetsbaarheidsanalyse 719050 | Bedrijfspanden i.r.t Wind in Wijchen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 0
2 Uitgangspunten en definities In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten voor de analyse gegeven. Daarnaast worden ter verduidelijking enkele definities gegeven, die tot de uitgangspunten behoren en gezamenlijk de basis zijn voor het beoordelingskader van deze analyse. Omdat veel van de detailzaken in relatie tot de kwetsbaarheid van objecten niet geheel vastliggen in wet- en regelgeving is er veel ruimte voor interpretatie en inschatting. Door deze details te definiëren worden onduidelijkheden zo veel als mogelijk weggenomen. Het uiteindelijke doel van een de hier gepresenteerde kwetsbaarheidsanalyse is om informatie te geven aangaande de risico’s in het kader van externe veiligheid, zodat een afweging gemaakt kan worden over de wenselijkheid van een mogelijke toekomstige situatie. Met deze solide basis kan deze toekomstige situatie worden beschouwd in het licht van zowel huidige wetgeving als toekomstige wetgeving in het kader van de komst van de omgevingswet.
2.1
Externe veiligheid Externe veiligheid is een begrip uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en beschrijft de kans dat personen in de omgeving van een activiteit waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt, slachtoffer worden van een ongeval met die stoffen. Het gaat daarbij expliciet niet om de beschouwing van schade aan installatie of gebouwen maar wel om de beschouwing van de veiligheid van personen. Er wordt daarbij in eerste instantie gekeken naar de kans op overlijden.
2.1.1
Plaatsgebonden risico (PR) Het PR wordt gedefinieerd als "de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen bij een risicovolle activiteit". De bescherming die bepaalde gebouwen bieden of de verblijfstijd van personen worden dus niet meegenomen in de berekening van een dergelijke risicowaarde. Voor gebouwen/objecten zijn er in Nederland normen opgesteld voor de maximale hoogte van het Plaatsgebonden risico. Deze normen zijn afhankelijk van de kwetsbaarheid van een object. Zo geldt voor kwetsbare objecten een maximale hoogte van PR10 -06 (kans van 1 op de 1 miljoen jaar) en voor beperkt kwetsbare objecten een maximale hoogte van PR10-05 (kans van 1 op de 100.000 jaar).
2.1.2
Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is de kans per jaar dat een groep personen van een bepaalde grootte (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) tegelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting die ontstaat door een ongeval. Het groepsrisico wordt veelal weergegeven in een curve waarbij het aantal personen wordt afgezet tegen de kans op het (tegelijk) overlijden van deze groep. Bij het groepsrisico geldt geen harde norm maar een verantwoordingsplicht. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag de omvang van het groepsrisico, de zelfredzaamheid van aanwezigen, de bestrijdbaarheid en mogelijkheden voor de hulpverlening, en eventuele maatregelen om het groepsrisico te verlagen af te wegen tegen de maatschappelijke nut en noodzaak van het besluit. Deze groepsrisicoplicht geldt voor risicovolle inrichtingen die vallen onder het Besluit externe veiligheid. Windturbines vallen niet onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen maar onder het Activiteitenbesluit.
Oriëntatiewaarde groepsrisico Bij de beoordeling van een groepsrisico wordt bij risicovolle inrichtingen gebruik gemaakt van een oriëntatiewaarde. In het Bevi is bewust niet gekozen voor het stellen van een grenswaarde. De
Kwetsbaarheidsanalyse 719050 | Bedrijfspanden i.r.t Wind in Wijchen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 1
oriëntatiewaarde is een ijkpunt in een systeem waarin gezocht moet worden naar maatschappelijk aanvaardbare grenzen. Dit systeem heeft als doel: •
het zoeken naar veiligere risicobronnen te stimuleren,
•
regulerend te werken naar concentraties mensen in de omgeving van een risicobron,
•
indicatie te geven voor de maatschappelijke ontwrichting, het aantal slachtoffers of de
maatschappelijke kosten die door een ramp veroorzaakt kunnen worden, •
indicatie te geven voor de mogelijkheden van hulpdiensten enz,
•
alternatieven vergelijkbaar te maken.
Er is een separate oriëntatiewaarde voor transportrisico’s. Figuur 2.1 Weergave oriëntatiewaardes groepsrisico uit Bevi en voor transportrisico’s
In deze analyse wordt de oriëntatiewaarde gebruikt om te kijken in hoeverre mogelijke additionele maatregelen kunnen bijdragen aan de veiligheidssituatie bij het kantoor van Ter Beke in de situatie waarin de windturbine wordt ontwikkeld. Als de oriëntatiewaarde voor de betrokken gebouwen niet wordt overschreden door de plaatsing van de windturbine, dan zijn er geen additionele maatregelen benodigd. Als de oriëntatiewaarde wel wordt overschreden, dan wordt onderzocht en afgewogen of de ontstane situatie maatschappelijk aanvaardbaar is. De aandacht van de fysieke veiligheid gaat echter niet zozeer uit naar de risicomaat maar voornamelijk naar de mogelijke effecten van bepaalde gebeurtenissen en de mogelijkheden tot mitigatie en beheersing daarvan. In deze analyse worden bij een overschrijding van de oriëntatiewaarden mogelijke te nemen maatregelen voorgesteld die de veiligheid kunnen verbeteren. Dergelijke maatregelen kunnen kwalitatief zijn en komen daardoor niet altijd tot uiting in nieuwe berekeningen. Belangrijk om te realiseren is dat de oriëntatiewaarde en de beoordeling van het groepsrisico niet direct een rol spelen in de beoordeling van een windturbine onder het activiteitenbesluit. Daar wordt enkel gesproken over grenzen met betrekking tot het plaatsgebonden risico. Deze analyses dienen dus te worden afgewogen in de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening.
Kwetsbaarheidsanalyse 719050 | Bedrijfspanden i.r.t Wind in Wijchen | v4.0 | 1-12-2022 Pagina 2
2.2
Activiteitenbesluit De wet- en regelgeving voor windturbines viel in het verleden onder het Activiteitenbesluit Milieubeheer als het gaat om het beoordelen van het onderwerp externe veiligheid. Met het vervallen van de windturbinebepalingen als gevolg van een uitspraak van de Raad van State dienen bevoegde gezagen nu zelf locatiespecifieke regels vast te stellen totdat nieuwe landelijke regels beschikbaar zijn. Naar verwachting zal er een normstellingsbesluit worden genomen voor het hier betrokken project met gelijkluidende bescherming middels regels als in het eerder geldende Activiteitenbesluit Milieubeheer. Windturbines worden gezien als risicoverhogende objecten met eigen risicocontouren maar worden niet gezien als risicovolle inrichtingen waar gevaarlijke stoffen in aanwezig zijn die vallen onder het Besluit externe veiligheid Inrichtingen. Dit betekent dat los van de eisen in het Activiteitenbesluit of voortkomend uit het normstellingsbesluit er voor windturbines geen overige vastgestelde wet- en regelgeving bestaat. Voor het gebruik van bepaalde definities wordt verwezen naar de teksten in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Wel dient de plaatsing van windturbines in het kader van een goede ruimtelijke ordening te worden beoordeeld.
Dit betekent zoveel als dat bijvoorbeeld de gemeente bij het nemen van een besluit dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, ook beoordeeld moet zijn of het groepsrisico of andere veiligheidsoverwegingen die relevant zijn voor die ruimtelijke ontwikkelingen, al dan niet aanvaardbaar zijn.
2.3
Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten Voor de definities van de te beoordelen objecten wordt gekeken naar de lijst in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi). Specifiek voor deze situatie is van belang dat: •
Alle bedrijfsgebouwen kunnen worden gedefinieerd qua kwetsbaarheid als minstens beperkt kwetsbare objecten;
•
Kwetsbare objecten worden gedefinieerd als gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, waartoe in ieder geval behoren: o kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m2 per object;
Dit betekent concreet dat onderzocht dient te worden of de betrokken gebouwen van Ter Beke en de GLS Group gezien kunnen worden als gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn. Mede door de wijze van bewoording, die ruimte laat voor interpretatie, zijn er hierbij veel grensgevallen denkbaar. Hier wordt aan de hand van de specifieke omstandigheden van het geval beoordeeld of een concreet object als kwetsbaar of als beperkt kwetsbaar dient te worden beschouwd. Dergelijke objecten worden vaak equivalente (vergelijkbare) objecten genoemd. Kader 2.1 Wat zijn equivalente objecten?