CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 toelichting en regels Hoge Woerd

Raadsvergadering 20 december 2022, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan Hoge Woerd en Beeldkwaliteitsplan23.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

stedelijk', aanwezigheidspercentages en berekeningsaantallen zoals opgenomen in CROW publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Op het moment dat het CROW een opvolger van de hiervoor genoemde publicatie publiceert, wordt deze 'opvolger' gehanteerd voor het bepalen of sprake is van voldoende parkeergelegenheid. 1.43 voorgevel de naar de weg toegekeerde gevel van een gebouw; indien een gebouw met meerdere gevels naar de weg is toegekeerd wordt de naar architectuur, indeling en/of uitstraling meest gezichtsbepalende gevel van een hoofdgebouw aangemerkt als voorgevel; 1.44 voorgevelrooilijn de lijn waarin de voorgevel van een hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan; 1.45 waterhuishoudkundige doeleinden doeleinden die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang e.d.; 1.46 wonen het houden van verblijf, het huren of het gehuisvest zijn in een woning als bedoeld in '1.47'; 1.47 woning Z wooneenheid een complex van ruimten, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken in een (gedeelte van een) gebouw, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.48 woningbouwprogrammering de programmering met betrekking tot de nieuwbouw van woningen binnen de gemeente Beuningen die is vastgelegd in een woningbouwprogramma.

Hierin is vastgelegd hoeveel woningen en op welke locaties deze gerealiseerd kunnen worden. Bij het indienen van een wijzigingsverzoek wordt de woningbouwprogrammering gehanteerd die op dat moment van kracht is; 1.49 zorgwoning een woning die gekoppeld is aan een zorgfunctie ten behoeve van de bewoner(s) met een geïndiceerde zorgbehoefte.

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

57

bestemmingsplan Hoge Woerd

Artikel 2

Wijze van meten

2.1 het bebouwingspercentage een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel, bouwvlak of aanduidingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. De oppervlakte van zwembaden wordt niet meegerekend bij het bepalen van het bebouwingspercentage; 2.2 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.3 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.4 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.5 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.7 peil » voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang van het perceel onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang van het perceel; » in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.

58

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

bestemmingsplan Hoge Woerd

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Groen - Landelijk groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen - Landelijk groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. grasvelden; b. weilanden; c. groenvoorzieningen; d. instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige landschappelijke waarden; e. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. het hobbymatig weiden van dieren; g. het hobbymatig kweken van groenten en fruit; h. landschapstuinen en landschappelijk groen; i. langzaamverkeersverbinding; een en ander met bijbehorende voorzieningen. 3.2

Bouwregels

Het oprichten van gebouwen en bouwwerken is niet toegestaan. 3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1

Strijdig gebruik

Onder gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval begrepen het gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en/of opstallen voor: a. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest; b. het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten; c. het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen; d. buitenopslag ten behoeve van nevenactiviteiten; 3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1

Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de in het schema in sublid 3.4.4 opgenomen omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te voeren. 3.4.2

Uitzonderingen vergunningenplicht

Het in sublid 3.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. die plaatshebben op een agrarisch bouwblok; b. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een aanleg- of omgevingsvergunning is verleend; c. die ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren; d. die het normale onderhoud en/of landschapsbeheer betreffen. 3.4.3

Toetsing aan aanwezige waarden

De in sublid 3.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige waarden als opgenomen in lid 3.1. Ten behoeve van de belangenafweging zijn in het schema in sublid 3.4.4 de toetsingscriteria weergegeven.

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

59

bestemmingsplan Hoge Woerd

3.4.4

Schema omgevingsvergunningen

Omgevingsvergunningplichtige werken/werkzaamheden

criteria voor verlening van de omgevingsvergunning

het verwijderen van houtopstanden

deze werkzaamheden vinden plaats in het kader van het bos- of natuurbeheer; de werkzaamheden zijn noodzakelijk in het kader van de toegestane hobbymatige agrarische bedrijfsvoering;

het diepploegen en diepwoelen van de bodem

deze werkzaamheden vinden plaats in het kader van het bos- of natuurbeheer/ontwikkeling en/of de werkzaamheden zijn noodzakelijk in het kader van de toegestane hobbymatige agrarische bedrijfsvoering; de werkzaamheden mogen niet leiden tot een onomkeerbare aantasting van de aardkundige waarden;

het graven, ophogen en egaliseren van de bodem;

deze werkzaamheden vinden plaats in het kader van het waterbeheer en/of bos- of natuurbehee^/ontwikkeling en/of de werkzaamheden zijn noodzakelijk in het kader van de toegestane hobbymatige agrarische bedrijfsvoering; de werkzaamheden mogen niet leiden tot een onomkeerbare aantasting van de aardkundige waarden;

het aanbrengen van niet omkeerbare oppervlakteverhardingen en half verhardingen.

de verhardingen zijn noodzakelijk voor het beheren dan wel verbeteren van bos en natuur dan wel voor het mogelijk maken van extensief recreatief medegebruik; de verhardingen mogen geen onevenredige aantasting betekenen van de aanwezige natuurwaarden; de werkzaamheden zijn noodzakelijk in het kader van de toegestane hobbymatige agrarische bedrijfsvoering;

het aanbrengen van ondergrondse leidingen

er mag geen blijvende aantasting plaatsvinden van de aanwezige natuurwaarden;

het wijzigen van de perceelsindeling zoals die er vindt geen onevenredige aantasting plaats van door sloten, greppels en beplantingselementen is de cultuurhistorische en landschappelijke aangegeven; waarden; deze werkzaamheden vinden plaats in het kader van het waterbeheer en /of het bos- of natuurbehee^/ontwikkeling en/of de werkzaamheden zijn noodzakelijk in het kader van de toegestane hobbymatige agrarische bedrijfsvoering; aanleggen van boomgaarden, behoudens de vervanging van bestaande boomgaarden.

60

de aanleg van boomgaarden doet binnen een afstand van 50 m rondom de boomgaard geen onevenredige afbreuk aan het woon- en leefklimaat.

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

bestemmingsplan Hoge Woerd

Artikel 4 4.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groen- en speelvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; b. parken en plantsoenen; c. langzaamverkeersroutes; d. in- en uitritten; e. voorzieningen voor de verkeersgeleiding; f. (beeldende) kunstwerken, nutsvoorzieningen en voorzieningen voor telecommunicatie; g. water, waterberging, waterhuishoudkundige voorzieningen en ter plaatse van de aanduiding 'waterberging', waterberging in de vorm van een wadi; h. hondenuitlaatplaatsen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen hondenuitlaatplaats'; i. geluidwerende voorzieningen; één en ander met de bijbehorende voorzieningen.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Situering van bo uwwerken

Voor de situering van bouwwerken geldt het volgende: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn binnen het gehele bestemmingsvlak toegestaan. 4.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt 1,0 m; b. de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer bedraagt 9,0 m; c. de maximum bouwhoogte van speelvoorzieningen en kunstwerken bedraagt 5,0 m; d. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3,5 m.

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

61

bestemmingsplan Hoge Woerd

Artikel 5 5.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeers- en parkeervoorzieningen; b. parken, plantsoenen, groen- en speelvoorzieningen; c. (beeldende) kunstwerken, nutsvoorzieningen en voorzieningen voor telecommunicatie; d. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. geluidwerende voorzieningen; één en ander met de bijbehorende voorzieningen.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Situering van bo uwwerken

Voor de situering van bouwwerken geldt het volgende: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn binnen het gehele bestemmingsvlak toegestaan. 5.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer bedraagt 9,0 m; b. de maximum bouwhoogte van speelvoorzieningen en kunstwerken bedraagt 5,0 m; c. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 3,5 m. 5.3

Specifieke gebruiksregels

5.3.1

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. buitenopslag.

62

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

bestemmingsplan Hoge Woerd

Artikel 6 6.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water ten behoeve van de waterhuishouding; b. taluds en natuurvriendelijke oevers; één en ander met de bijbehorende voorzieningen, zoals kunstwerken en andere waterstaatswerken, ten behoeve van de waterafvoer en waterberging.

6.2

Bouwregels

6.2.1

Situering van bo uwwerken

Voor de situering van bouwwerken geldt het volgende: a. gebouwen zijn binnen deze bestemming niet toegestaan; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn binnen het gehele bestemmingsvlak toegestaan. 6.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte van stuwen, sluizen en bruggen bedraagt 4,0 m; b. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt 2,0 m. 6.3

Specifieke gebruiksregels

6.3.1

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. buitenopslag.

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

63

bestemmingsplan Hoge Woerd

Artikel 7 7.1

Woongebied

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, met inachtneming van het bepaalde in sublid 7.4.2; c. verkeers- en parkeervoorzieningen; d. parken, plantsoenen, groen- en speelvoorzieningen; e. (beeldende) kunstwerken, nutsvoorzieningen en voorzieningen voor telecommunicatie; f. water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. geluidwerende voorzieningen; één en ander met bijbehorende voorzieningen en bouwwerken.

7.2

Bouwregels

7.2.1

Algemeen

Gebouwen moeten voldoen aan de volgende kenmerken: a. hoofdgebouwen ten behoeve van de in lid 7.1 bedoelde woondoeleinden moeten worden gebouwd binnen een bouwvlak, met inachtneming van het volgende: 1. Woningen mogen worden gebouwd in de vorm van vrijstaande woningen, twee-aaneen gebouwde woningen, aaneengebouwde woningen en gestapelde woningen, met dien verstande dat gestapelde woningen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' mogen worden gebouwd. 2. Woningen mogen uitsluitend levensloopbestendig worden gebouwd. b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woningen niet meer bedragen dan is aangegeven, met dien verstande dat: 1. het maximale aantal wooneenheden in het totale plangebied niet meer mag bedragen dan 150. c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bebouwing' mogen geen gebouwen worden opgericht, met dien verstande dat: 1. deze gronden niet dienen te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan; 7.2.2

Situering en maatvoering van hoofdgebouwen

Een hoofdgebouw moet voldoen aan de volgende kenmerken: a. de maximum goot- en bouwhoogte bedraagt zoveel als ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; b. de minimum afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt 2,0 m, behalve voor: 1. aaneengebouwde woningen en patiowoningen waarbij de minimum afstand aan beide zijden 0 m mag bedragen; 2. twee-aaneen gebouwde woningen waarbij de minimum afstand aan één zijde 0 m mag bedragen. c. tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)' bedraagt het maximum bebouwde oppervlak (begane grondbouwlaag) van een hoofdgebouw (excl. bijbehorende bouwwerken), al dan niet bestaande uit meerdere bouwlagen, voor: 1 een vrijstaande woning 175 m2 2. een halfvrijstaande woning 100 m2; 3. een rijwoning 80 m2; d. de minimum en maximum dakhelling bedragen 35° respectievelijk 65^

64

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

bestemmingsplan Hoge Woerd

7.2.3

Situering en maatvoering van bijbehorende bouwwerken bij een woning

Bijbehorende bouwwerken bij een woning moeten voldoen aan de volgende kenmerken: a. bijbehorende bouwwerken bij een woning moeten worden gebouwd op het achtererfgebied; b. de gezamenlijke maximum oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bedraagt 50 /o van het achtererfgebied met een maximum van 50 m2; c. de maximum bouwhoogte van aan het hoofdgebouw gebouwde bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 0,3 m boven de begane grondbouwlaag van het hoofdgebouw, tot een absoluut maximum van 4,25 m; d. de maximum bouwhoogte van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt 3,5 m; e. voor erkers, balkons en entreepartijen aan de voorgevel van het hoofdgebouw geldt het volgende: 1. de maximum oppervlakte bedraagt 4,0 m2; 2. de maximum bouwhoogte bedraagt 3,75 m; 3. de maximum bouwdiepte bedraagt 1,0 m, gerekend vanuit de gevel waaraan gebouwd wordt; 4. voor zover de afmetingen van een bestaande, legaal gebouwde, bouwwerken al meer bedragen, geldt de bestaande maatvoering als maximum; f. ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mag een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een gemeenschappelijke garage worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de maximum goothoogte 3,0 m bedraagt; 2. de maximum bouwhoogte 4,0 m bedraagt. 7.2.4

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij een woning

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij een woning moeten voldoen aan de volgende kenmerken: a. de maximum bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen op ten minste 1,0 m achter de voorgevel en op ten minste 1,0 m van de weg of het openbaar groen bedraagt 2,0 m; b. de maximum bouwhoogte van overige erf- of terreinafscheidingen bedraagt 1,2 m; c. de maximum bouwhoogte van pergola's en carports bedraagt 3,0 m; 7.2.5

Bouwwerken, niet behorende bij een woning

Bouwwerken, niet behorende bij een woning moeten voldoen aan de volgende kenmerken: a. de maximum bouwhoogte bedraagt 3,5 m, behalve van palen, masten en verkeerstekens, waarvan de maximum bouwhoogte 9,0 m bedraagt; b. de maximum oppervlakte van nutsvoorzieningen zoals pompgemalen, verdeel-, regel- of transformatorruimten, telefooncentrales, geldautomaten en abri's bedraagt 30 m2. 7.3

Afwijken van de bouwregels

7.3.1

Omgevingsvergunning niet levensloopbestendige woningen

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2.1 sub a, teneinde niet-levensloopbestendige woningen toe te staan, indien de realisatie van levensloopbestendige woningen vanwege bouwtechnische omstandigheden en/of de vorm of oppervlakte van een bouwperceel niet mogelijk is.

7.3.2

Omgevingsvergunning oppervlakte bijbehorende bouwwerken

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2.3 sub b, teneinde een oppervlakte van maximaal 80 m2 aan bijbehorende bouwwerken toe te staan, mits voldaan wordt aan het volgende: a. het betreft een bouwperceel voor een woning in de bouwwijze 'vrijstaand' of 'twee-aaneen' en een minimale perceelsoppervlakte van 500 m2; b. de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving mag niet onevenredig worden aangetast; c. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt.

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

65

bestemmingsplan Hoge Woerd

7.3.3

Omgevingsvergunning bouwhoogte bijbehorende bouwwerken

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2.3 sub c en d, teneinde een bijbehorend bouwwerk met een maximale bouwhoogte van 6,5 m toe te staan, mits voldaan wordt aan het volgende: a. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; b. de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving mag niet onevenredig worden aangetast. 7.4

Specifieke gebruiksregels

7.4.1

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. buitenopslag; b. een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis; c. detailhandel; d. een seksinrichting; e. kamerbewoning- en verhuur; f. bewoning van vrijstaande bijbehorende bouwwerken; g. meer dan 15 m2 aan bijbehorende bouwwerken voor het houden van dieren. 7.4.2

Niet-publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit

Binnen deze bestemming wordt het gebruik van ruimten binnen de woning en bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. maximaal 45 /o van het oppervlak van de woning en de bijbehorende bouwwerken, tot ten hoogste 45 m2 mag worden gebruikt voor de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; b. degene die de activiteiten uitvoert, moet tevens de bewoner van de woning zijn; c. de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit is ondergeschikt aan de woonfunctie; d. indien sprake is van een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer (Wm), is uitsluitend een inrichting type a conform het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) toegestaan. 7.5

Afwijken van de gebruiksregels

7.5.1

Omgevingsvergunning publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.4.2 ten behoeve van het gebruik van ruimten binnen de woning en/ of bijbehorende bouwwerken voor een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. maximaal 45 /o van het oppervlak van de woning en de bijbehorende bouwwerken, tot ten hoogste 45 m2 mag worden gebruikt voor publieksgerichte beroep- of bedrijfsactiviteiten aan huis; b. degene die de activiteiten in de woning of het bijbehorend bouwwerk zal uitvoeren, moet tevens de bewoner van de woning zijn; c. het gebruik blijft ondergeschikt aan de woonfunctie; d. de noodzakelijke parkeervoorzieningen moeten op eigen terrein worden gesitueerd, tenzij doormiddel van een parkeerdrukmeting wordt aangetoond dat geen onevenredige parkeerdruk ontstaat in het openbaar gebied; e. het gebruik mag geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren en mag ook geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; f. indien sprake is van een inrichting als bedoeld in de wet Milieubeheer, is uitsluitend een inrichting type a conform het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) toegestaan.

66

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

bestemmingsplan Hoge Woerd

7.5.2

Omgevingsvergunning mantelzorg

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.4.1 onder f en toestaan dat een vrijstaand bijbehorend bouwwerk wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte ten behoeve van mantelzorg, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. een dergelijke bewoning is aantoonbaar nodig vanuit een oogpunt van mantelzorg. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen vraagt het bevoegd gezag hieromtrent advies aan een onafhankelijk terzake deskundige instantie; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; c. de afhankelijke woonruimte wordt ingepast binnen de vigerende regeling inzake bijbehorende bouwwerken; d. de afstand van de achtergevel van de woning tot de tijdelijke mantelzorgunit mag maximaal 15 m bedragen. Van deze afstand kan door het college van burgemeester en wethouders worden afgeweken zodra de omstandigheden op of de inrichting van het perceel plaatsing van een tijdelijke mantelzorgunit binnen een afstand van maximaal vijftien m tot de woning niet mogelijk maakt; e. de afhankelijke woonruimte moet worden bewoond door degene(n) die de zorg nodig heeft/ hebben; f. zakenrechtelijke splitsing is niet toegestaan; g. de afhankelijke woonruimte mag geen eigen perceelsontsluiting hebben; h.

parkeren moet op eigen erf plaatsvinden; i. de omgevingsvergunning kan worden ingetrokken indien de noodzaak vanuit oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is, in verband waarmee ook een tijdelijke mantelzorgunit moet worden verwijderd. 7.6

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het maximum aantal wooneenheden in het plan geheel of gedeeltelijk te wijzigen mits: a. het totaal aantal toegestane woningen met niet meer dan 10 /o toeneemt; b. het totaal aantal woningen moet passend zijn binnen de geldende woningbouwprogrammering van de gemeente Beuningen, ook in relatie tot de daarin opgenomen overige woningbouwlocaties; c. de structuur zoals deze ten grondslag ligt aan het plan, bestaande uit het principeverloop van de verkeersafwikkeling, het principe van het beeldkwaliteitsplan, het principe van de groenstructuur en het solitaire karakter van de woninggroeperingen ongewijzigd blijft; d. sprake blijft van een samenhangende stedenbouwkundige- /ruimtelijke structuur; e. de wijziging voorziet uitsluitend in grondgebonden woningen; f. in het wijzigingsplan voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid conform artikel 11.1 Parkeren en artikel 12.1 Parkeren; g. in het wijzigingsplan inzicht wordt gegeven in de uitkomsten van onderzoek naar geluidhinder wegverkeer, luchtkwaliteit, externe veiligheid, regenwaterretentie en de financieel-economische uitvoerbaarheid, waarbij moet zijn gebleken dat de betreffende belangen in voldoende mate zijn verzekerd; h. de bestaande regels van de bestemming Woongebied van toepassing worden verklaard.

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

67

bestemmingsplan Hoge Woerd

Artikel 8 8.1

Waarde - Archeologie 1

Bestemmingsomschrijving

De voor Waarde - Archeologie 1 aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle verwachte archeologische informatie in de bodem. 8.2

Bouwregels

Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen voor het oprichten van een bouwwerk dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. In afwijking van het gestelde onder a hoeft de aanvrager van een omgevingsvergunning voor bouwen geen rapport als bedoeld onder a te overleggen, indien één van de volgende situaties van toepassing is: 1. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het vervangen van bestaande bebouwing (waaronder een bestaande ondergrondse kelder), waarbij de oppervlakte aan bebouwing niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; 2. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het bouwen in de bodem tot een diepte van 0,3 m onder het bestaande maaiveld; 3. naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. c.

Indien uit het onder a genoemde rapport of uit de beschikbare informatie als bedoeld in b onder 3, blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning voor bouwen: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. 8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1

Omgevingsvergunningsplicht

Onverminderd het in de Erfgoedwet bepaalde is het verboden op of in de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. grondwerkzaamheden, zoals afgraven, egaliseren, frezen, diepploegen, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleg van drainage, verwijderen van funderingen en aanleg van diepwortelende beplanting. b. graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. aanleggen van leidingen;

68

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

bestemmingsplan Hoge Woerd

8.3.2

Uitzonderingen

Het onder 8.3.1 opgenomen verbod geldt niet: a. In het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een terzake deskundige als bedoeld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; b. voor werken en werkzaamheden in het kader van normale onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen, kabels, riolering, leidingen en beplantingen; c. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische gebruik, zoals ploegen, zaai- en oogstklaar maken, vervangen van drainage, aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen en vervangen van boomgaarden; d. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 0,3 m onder het bestaande maaiveld; e. voor werken en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan legaal in uitvoering zijn of legaal kunnen worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; f. ingeval op grond van de Erfgoedwet een vergunning is vereist. Verlening 8.3.3 a. De onder 8.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen.

In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld; b. Indien het rapport of andere beschikbare informatie daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd te stellen kwalificaties zonodig archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden. 8.3.4

Voorwaarden

Overeenkomstig het in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bepaalde kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en kan het voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden, waaronder de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden.

8.4

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, teneinde: a. de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken gronden geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

69

bestemmingsplan Hoge Woerd

Artikel 9 9.1

Waterstaat - Waterlopen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterlopen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor een waterhuishoudkundige en waterstaatkundige functie.

9.2

Bouwregels

Op de als 'Waterstaat - Waterlopen' aangeduide gronden mogen uitsluitend worden opgericht andere bouwwerken ten behoeve van de doeleinden omschreven in 9.1, met dien verstande dat het bouwen van aanlegsteigers niet is toegestaan.

9.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.2 teneinde het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende hoofdbestemming toe te staan, mits hierbij uit hoofde van de bescherming van de waterhuishoudkundige en waterstaatkundige functie en waterkering geen bezwaar bestaat; dienaangaande wordt door het bevoegd gezag, alvorens een vergunning te verlenen, advies ingewonnen bij de beheerder van de watergang.

70

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

bestemmingsplan Hoge Woerd

Hoofdstuk 3 Artikel 10

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 11 11.1

Algemene bouwregels

Parkeren

11.1.1 Parkeerregeling bouwen a. Een bouwwerk, uit het gebruik waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid voortvloeit, mag niet worden gebouwd of verbouwd, indien op het bijbehorende bouwperceel niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien. b. Voorafgaand aan de verlening van een omgevingsvergunning wordt aan de hand van de parkeernormering en aan de hand van de van toepassing zijnde gebiedstypering volgens de volgende aanduiding: 1. 'overige zone - rest bebouwde kom'; op het moment van aanvraag van de omgevingsvergunning bepaald of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid ten behoeve van het voorgenomen gebruik van het betreffende bouwwerk. c. Krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning moet: 1. in voldoende mate verzekerd zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld sub b wordt gerealiseerd; 2. in voldoende mate verzekerd zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoel sub b in stand wordt gehouden. 11.1.2 Afwijken van de bouwregels a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 11.1.1 onder a en b en toestaan, dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien en in stand wordt gehouden op eigen terrein, indien: 1. doormiddel van een parkeerdrukmeting wordt aangetoond dat geen onevenredige parkeerdruk ontstaat in het openbaar gebied, of; 2.

er door andere omstandigheden mede verband houdende met de aard en omvang van de nieuwe functie of het bouwwerk zoals dubbelgebruik, aanwezigheidspercentages en fietsgebruik volstaan kan worden met een lagere norm. b. Afwijken van de regels, als bedoeld onder a. is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de parkeersituatie in de openbare ruimte; 2. de woon- en leefsituatie. c. Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in sublid 11.1.1 onder a en b, in die zin dat meer parkeerplaatsen worden geëist dan het aantal dat als voldoende parkeergelegenheid wordt beschouwd, indien het voorgenomen gebruik van het bouwwerk daartoe aanleiding geeft. 11.2

Ondergeschikte bouwdelen

11.2.1 Overschrijding bouw- en bestemmingsgrenzen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, gevel- en kroonlijsten, regenpijpen, stoeptreden, luifels, installaties, balkons en overstekende daken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,0 m bedraagt.

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

71

bestemmingsplan Hoge Woerd

11.2.2 Overschrijding bouwhoogte Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen is overschrijding van de bouwhoogte toegestaan door ondergeschikte bouwdelen, als gevelversieringen, ventilatiekanalen, installaties, regenpijpen, liftkokers e.d., mits de overschrijding van de maximaal toegestane bouwhoogte niet meer dan 1,0 m bedraagt.

11.3

Afwijkingenregeling

In afwijking van het voorgaande geldt voor bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gebouwd krachtens een bouw- of omgevingsvergunning voor het bouwen, het volgende: a. indien en voor zover de bestaande maatvoering en/of oppervlaktes en/of situering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de genoemde maxima, danwel minima overschrijden, geldt de bestaande maatvoering als maximum respectievelijk minimum. 11.4

Ondergronds bouwen

Voor het bouwen van ondergrondse gebouwen gelden de volgende regels: a. ondergrondse gebouwen (kelders) zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de gebouwen; b. ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag ondergronds tot maximaal 4,0 m onder peil, mits de deklaag met minimaal 1,0 m klei worden hersteld. 11.5

Voorwaardelijke verplichting hemelwaterberging

Het bebouwen van de gronden is slechts toegestaan als is voorzien in de aanleg van voldoende hemelwaterberging conform de ten tijde van de vergunningverlening geldende Beleidsregels Keur Waterschap Rivierenland en en het Gemeentelijk riool- en waterplan.

Artikel 12 12.1

Algemene gebruiksregels

Parkeren

12.1.1 Parkeerregeling gebruik a. Indien voor de wijziging van het gebruik van gronden en bouwwerken een omgevingsvergunning is vereist, wordt deze omgevingsvergunning pas verleend als is verzekerd dat op het bijbehorende bouwperceel wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; b. Voorafgaand aan de verlening van een omgevingsvergunning wordt aan de hand van de parkeernormering en aan de hand van de van toepassing zijnde gebiedstypering volgens de volgende aanduiding: 1. 'overige zone - rest bebouwde kom'; op het moment van aanvraag van de omgevingsvergunning bepaald of is voorzien in voldoende parkeergelegenheid ten behoeve van het voorgenomen gebruik van het betreffende bouwwerk en/of gronden; c. Krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning moet: 1. in voldoende mate verzekerd zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld sub b wordt gerealiseerd; 2. in voldoende mate verzekerd zijn dat voldoende parkeergelegenheid zoals bedoel sub b in stand wordt gehouden.

72

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

bestemmingsplan Hoge Woerd

12.1.2 Afwijken gebruiksregels a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 12.1 en toestaan, dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien en in stand wordt gehouden op eigen terrein, indien: 1. doormiddel van een parkeerdrukmeting wordt aangetoond dat geen onevenredige parkeerdruk ontstaat in het openbaar gebied, of; 2. er door andere omstandigheden mede verband houdende met de aard en omvang van de nieuwe functie of het bouwwerk zoals dubbelgebruik, aanwezigheidspercentages en fietsgebruik volstaan kan worden met een lagere norm. b. afwijken van de regels, als bedoeld onder a. is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de parkeersituatie in de openbare ruimte; 2. de woon- en leefsituatie. c. Het bevoegd gezag kan afwijken van de parkeernormering, in die zin dat meer parkeerplaatsen worden geëist dan het aantal dat als voldoende parkeergelegenheid wordt beschouwd, indien het voorgenomen gebruik van het bouwwerk daartoe aanleiding geeft.

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

73

bestemmingsplan Hoge Woerd

Hoofdstuk 4 Artikel 13 13.1 a.

b. c.

b.

c.

d.

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10 /. Lid a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

13.2 a.

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht gebruik

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in lid a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Lid a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 14

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Hoge Woerd'.

74

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=dd8bf1b7-1a47-4ad1-bd97-fa95e479659d