CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 toelichting en regels Hoge Woerd

Raadsvergadering 20 december 2022, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan Hoge Woerd en Beeldkwaliteitsplan23.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Hoge Woerd

bestemmingsplan Hoge Woerd

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldende plannen 1.4 Leeswijzer

6 6 6 7 7

Hoofdstuk 2 Gebiedsvisie 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie

8 8 9

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie

12 12 13 15 17

Hoofdstuk 4 Milieu- & omgevingsaspecten 4.1 Bodem 4.2 Geluid 4.3 Milieuzonering 4.4 Luchtkwaliteit 4.5 Geur 4.6 Externe veiligheid 4.7 Waterhuishouding 4.8 Ecologie 4.9 Cultureel Erfgoed 4.10 Leidingen 4.11 Vormvrije MER-beoordeling

18 18 19 20 22 23 24 27 32 34 35 35

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingsplan

36 36 37

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Inspraak 6.3 Zienswijzen

39 39 39 39

2

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

bestemmingsplan Hoge Woerd

Bijlagen bij toelichting

41

Bijlage 1

Beeldkwaliteitplan

42

Bijlage 2

Verkennend en nader bodemonderzoek

43

Bijlage 3

Aanvullend verkennend bodemonderzoek

44

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

45

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek industrielawaai

46

Bijlage 6

Externe veiligheid Hoge Woerd

47

Bijlage 7

Waterhuishoudkundig plan

48

Bijlage 8

Quickscan Wet natuurbescherming

49

Bijlage 9

Stikstofdepositieonderzoek

50

Bijlage 10

Verkennend archeologisch onderzoek

51

Bijlage 11

Nota Zienswijzen

52

Regels

53

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

54 54 58

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Bestemmingsregels Groen - Landelijk groen Groen Verkeer Water Woongebied Waarde - Archeologie 1 Waterstaat - Waterlopen

59 59 61 62 63 64 68 70

Hoofdstuk 3 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels

71 71 71 72

Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

74 74 74

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

3

bestemmingsplan Hoge Woerd

4

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

bestemmingsplan Hoge Woerd

Toelichting

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

5

bestemmingsplan Hoge Woerd

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op het nieuwe woongebied Hoge Woerd gelegen aan de zuidoostelijke zijde van Ewijk. De gemeente Beuningen wil het gebied ten zuiden van de Koningstraat in Ewijk ontwikkelen met woningbouw. Het plangebied is in eigendom van de gemeente en heeft momenteel een agrarische bestemming. Het plan is om hier een nieuw woonlint te realiseren met woningen in diverse categorieën, parkeervoorzieningen en openbaar groen. Het betreft een nieuw woongebied van 150 woningen. De nieuwe woningen passen niet in de geldende beheersverordening. Om de gewenste woningen toch te kunnen realiseren is het noodzakelijk het geldende bestemmingsplan voor de gronden in het plangebied te herzien.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen aan de zuidoostzijde van de kern Ewijk in het gebied Hoge Woerd, De locatie bevindt zich globaal tussen de Koningstraat (noordelijk), Goudwerf (zuidelijk) en de Steeg (zuidwestelijk). Navolgende afbeelding toont de globale ligging en begrenzing van het plangebied in de omgeving. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding van het bestemmingsplan.

L

Globale begrenzing plangebied (rode omkadering)

6

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

bestemmingsplan Hoge Woerd

1.3

Geldende plannen

Voor de gronden van de beoogde ontwikkeling geldt de beheersverordening 'Randzone Ewijk', vastgesteld door de gemeenteraad op 3 juni 2016. Ter plaatse van het projectgebied geldt de bestemming 'Agrarisch' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1'. Tevens geldt ter plekke van de beoogde ontwikkeling het Parapluplan Parkeren, vastgesteld door de gemeenteraad op 29 mei 2018. ĮRH \,.\

x

Já

Ar

X

X \x X/ w

X 7 X

Uitsnede geldende beheersverordening, met globale begrenzing plangebied (rode omkadering) De realisatie van 150 woningen met bijbehorende parkeervoorzieningen en openbaar groen is niet mogelijk binnen de geldende beheersverordening. Vandaar dat het noodzakelijk is een nieuw bestemmingsplan vast te stellen.

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting kan globaal opgedeeld worden in vier delen. Inleiding en gebiedsvisie In hoofdstuk 1 zijn de aanleidingen en het kader voor de planherziening beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet. Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd.

Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

7

bestemmingsplan Hoge Woerd

Hoofdstuk 2 2.1

Gebiedsvisie

Bestaande situatie

Op dit moment bestaat het plangebied uit agrarische gronden. De gronden worden momenteel niet bewerkt en bestaan uit gras en lage begroeiing. Het gebied wordt omsloten en doorkruist met diverse watergangen. —E

'

ft* •X ňtfrò

Impressie van het plangebied, gezien vanuit noordoostelijke richting Direct aan het plangebied liggen enkele woningen (Koningstraat 1a t/m Koningstraat 7b), evenals aan de overzijde van de Koningstraat (ten noordoosten van het plangebied). Het overige deel van het plangebied wordt omringd door agrarische gronden, zonnepark Lage Woerd en bedrijventerrein Schoenaker.

8

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

bestemmingsplan Hoge Woerd

2.2

Toekomstige situatie

Stedenbouwkundig plan Ten zuiden van de kern van Ewijk liggen de historische linten. Een aantrekkelijke, overwegend agrarische zone van lintbebouwing, afgewisseld met zichten op het landschap. Hier wordt nu met de Hoge Woerd een nieuw lint aan toegevoegd. Uitgangspunt voor de stedenbouwkundige structuur zijn de archeologische vindplaatsen in dit gebied. Deze blijven onbebouwd en worden in het landschap herkenbaar gemaakt. Langs deze plaatsen vormt zich een nieuw lint, vanaf de Steeg tot de Goudwerf. Langs of aan dit nieuwe lint worden 150 woningen gerealiseerd, in verschillende erven en clusters. Bestaande watergangen krijgen meer ruimte en vista’s en doorzichten op het landschap bevorderen het landelijke karakter van Hoge Woerd. Voor het plangebied is een verkaveling ontworpen. Op navolgende afbeelding zijn de beoogde verkaveling en de plankaart weergegeven.

Erf met hoofdwoning

Tweede* en derdelijns

Stedenbouwkundige verkaveling

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

9

bestemmingsplan Hoge Woerd

I

mm

r&ž-B! ļpt»‘V.®*

mm

Plankaart Het nieuwe woongebied Hoge Woerd wordt langs een nieuw lint opgebouwd uit verschillende erven met hoofdwoning (aan het lint), eerste-, tweede- en derdelijns lintbebouwing en twee specials. Deze kenmerken zich door de gevarieerde bebouwing, groene randen en vista’s naar het aangrenzende landelijk gebied. De erven, lintbebouwing en specials kennen elk hun eigen beeldkwaliteitsvoorschriften. Het zijn opzichzelfstaande eenheden met een sterke interne samenhang in architectuur, rooilijnen, kleur- en materiaalgebruik en waar de variatie in de details tot uiting komt. De diversiteit tussen de eenheden onderling zorgt voor een gevarieerd beeld aan het lint. De specials zijn zelfstandige entiteiten, die in maat en schaal afwijken van de erven en lintbebouwing. De specials zijn niet direct aan het lint gepositioneerd en hebben een eigen stedenbouwkundige typologie. Qua woningbouwprogramma voldeed het plan in de beginfase aan de toen geldende norm van 30 /o sociaal/betaalbaar. Het streven is om in de uiteindelijke planvorming uit te komen op 20 /o sociaal, 30 /o betaalbaar en 50 /o vrije sector. Conform de 'Woondeal regio Arnhem-Nijmegen' (2020) en de subregionale woonagenda (2020) bouwen de gemeenten in de regio minimaal 50 /o betaalbaar.

Het uitgangspunt voor betaalbare woningen is als volgt: » 30 /o woningen: sociale huur tot C 763,- per maand (prijspeil 2022) en/of goedkope koop tot C 250.000,- (niet geïndexeerd) » 20 /o woningen: vrije sector middenhuur tussen C 763,- en C 1.000,- per maand (dit laatste bedrag is niet geïndexeerd) en/of betaalbare koop tussen C 250.000,- en C 355.000,- (NHGgrens, prijspeil 2022)

10

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

bestemmingsplan Hoge Woerd

Beeldkwaliteit Voor het gehele ontwikkelingsgebied 'Hoge Woerd' is een beeldkwaliteitplan ontwikkeld, zie bijlage 1 bij de toelichting. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan zal het aan de gemeenteraad worden voorgelegd om dit beeldkwaliteitplan onderdeel uit te laten maken van de 'Nota ruimtelijke kwaliteit'. De huidige 'Nota ruimtelijke kwaliteit' wordt daarmee partieel herzien. Verkeer Voor de ontsluiting zal gebruik worden gemaakt van de bestaande omliggende infrastructuur. De afwikkeling van het bouwverkeer vindt plaats via een doorgang op de Goudwerf naar de Hoge Woerd. Zodra de bouw klaar is, is er vooralsnog geen doorsteek voor gemotoriseerd verkeer via de Goudwerf. De bouw vindt plaats van noord naar zuid, zodat wanneer de noordkant klaar is, het woonverkeer via de Steeg kan worden ontsloten. Uiteindelijk wordt De Hoge Woerd aangesloten op een rondweg via de zonnevelden/Koningstraat of op een rondweg via de Steeg/Elsenpas. Met die keuze word duidelijk welke definitieve doorgang, noord op Steeg of zuid nabij Goudwerf, open blijft. Ten behoeve van de bereikbaarheid blijven beide doorgangen goed toegankelijk voor hulpdiensten. Tussen de Koningstraat en het nieuwe lint wordt geen doorsteek voor gemotoriseerd verkeer gerealiseerd.

Wel komt er een langzaamverkeersverbinding om de Hoge Woerd aan te sluiten op de bestaande fietsverbindingen, waaronder de snelfietsroute tussen Beuningen en Nijmegen. Parkeren Qua parkeernorm wordt aangesloten bij de normen zoals deze zijn opgenomen in het parapluplan 'Parkeren'. Het plangebied valt binnen de gebiedsaanduiding 'rest bebouwde kom'. Afhankelijk van de woningtypes en segementen die gerealiseerd worden, geldt er een parkeernorm van 1,2 tot 2,3 parkeerplaatsen per woning (inclusief 0,3 parkeerplaats per woning voor bezoekers). Voor patiowoningen wordt een parkeernorm van 2,0 parkeerplaatsen per woning gehanteerd. Het benodigd aantal parkeerplaatsen zal binnen het plangebied worden gerealiseerd. De te hanteren parkeernorm is in de regels van het bestemmingsplan geborgd, door het overnemen van de bepalingen uit het parapluplan.

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

11

bestemmingsplan Hoge Woerd

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Nationaal beleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten: » Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; » De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; » Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; » Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de prioriteiten uit de NOVI. De NOVI vormt geen belemmering voor dit plan.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het beleid, zoals beschreven in de voorganger van de NOVI, oftewel de SVIR. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, vervalt het Barro. De regels van het Barro worden dan vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt de uitwerking, in regelgeving, van het beleid dat in de NOVI staat. Zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is, is het Barro nog van toepassing. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Planspecifiek Voor onderhavig plangebied zijn geen specifieke doelstellingen geformuleerd. Het Barro is niet specifiek van toepassing op het plangebied.

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.'

12

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

bestemmingsplan Hoge Woerd

In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.' Volgens de nota van toelichting bij het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen, naar het oordeel van de Raad van State, planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Conform actuele jurisprudentie wordt een ontwikkeling van 12 woningen of meer gezien als stedelijke ontwikkeling. Planspecifiek Met dit plan wordt de realisatie van maximaal 150 woningen mogelijk gemaakt. Daarmee is sprake van een stedelijke ontwikkeling, welke getoetst moet worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Ten aanzien van de eerste trede van de ladder kan worden gesteld dat het voorliggende plan voorziet in een regionale woningbehoefte.

Uit subparagraaf 3.2.2 volgt dat de beoogde ontwikkeling past binnen de regionale woningbouwafspraken. Daarnaast wordt met de realisatie van levensloopgeschikte woningen, sociale huurwoningen, tweekappers en rijwoningen kwalitatief gezien een bijdrage geleverd aan de actuele woonbehoefte, in aanvulling op de bestaande woningvoorraad van de gemeente Beuningen. Wat betreft de tweede trede kan onderhavige woningbouwontwikkeling niet met de beoogde kwaliteit binnen het huidige stedelijk gebied worden gerealiseerd. Het plangebied is gelegen in de randzone van Ewijk, tussen bedrijventerrein Schoenakker, de kern Ewijk en Keizershoeve. Bovendien is de ontwikkeling van Hoge Woerd al jaren voorzien. Het plangebied is in de geldende gemeentelijke structuurvisie uit 2012 aangeduid als 'Woningbouwlocatie'. Het plan voldoet daarmee aan de eisen van de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.1.4

Conclusie

In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.

3.2

Provinciaal beleid

Op 19 december 2018 hebben de Provinciale Staten de 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland' vastgesteld. De bijbehorende geactualiseerde 'Omgevingsverordening Gelderland (februari 2022)' hebben de Provinciale Staten op 1 februari 2022 vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en -verordening zijn dynamische instrumenten. Doordat wetten veranderen of door de komst van nieuwe initiatieven, kijkt de provincie twee keer per jaar of de plannen moeten worden aangepast.

3.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

De wereld verandert ingrijpend en er komt veel op de inwoners van Gelderland af. Het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Deze zaken vragen stevige antwoorden en oplossingen als investering in de toekomst. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaat dit niet vanzelf. We moeten samen keuzes maken over de voorliggende vraagstukken en de betekenis daarvan voor de inrichting van Gelderland. In onderling overleg zoeken naar synergie, samenhang en uitruilmogelijkheden. Daarom zet de provincie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal.

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

13

bestemmingsplan Hoge Woerd

Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende stedelijke en landelijke woonkwaliteiten. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aan de randen van steden of dorpen uitgebreid worden. De dynamiek op de woningmarkt is groot. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen. Het grootste deel van de woningen die in 2050 in Gelderland nodig zijn, staat er al. Maar deze woningen zijn niet klaar voor de toekomst en moeten aangepast of vervangen worden. Gelderland heeft de ambitie om een aanbod aan woningtypen en woonmilieus te hebben, dat past bij de diversiteit van de woningvraag; voor iedereen een passende (levensloopgeschikte), duurzame woning.

Voor de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De meeste woningen zijn verre van energieneutraal en klimaatbestendig. De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Er is volop ruimte voor de biodiversiteit, middels aanleg van graslanden, oevers etc.Via het wnadelfietspad richting Koningstraat vindt een aansluiting plaats op de snelfietsroute van Beuningen naar Nijmegen. Daarnaast is de provincie met haar partners in gesprek over hoe het vraagstuk van klimaatadaptatie en wonen slimmer aangepakt kan worden. Voldoende groene ruimte, koele plekken, opvang van water in het licht van de klimaatverandering is immers van belang, zeker met het oog op de gezondheid van de Gelderlanders. Planspecifiek Aangezien in subparagraaf 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking is aangetoond dat voldaan wordt aan de ladder voor duurzame verstedelijking en de beoogde woningtoevoeging regionaal is afgestemd, is het plan passend binnen de omgevingsvisie. De omgevingsvisie doet verder geen specifieke uitspraken die van belang zijn voor de voorliggende ontwikkeling. De omgevingsvisie vormt daarom geen belemmering voor de nieuwe burgerwoningen.

3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Onderzoek en conclusie In artikel 2.2 is opgenomen dat een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. In de toelichting wordt hierbij aangegeven dat voornoemde betrekking heeft op alle nieuwe woningen die in een ruimtelijk plan worden opgenomen; dus ook woningen die ontstaan door woningsplitsing of woningen die in het kader van functieverandering van kantoren, scholen, zorggebouwen, nieuwe (zorg-)landgoederen, vrijkomende agrarische bebouwing en dergelijke worden gerealiseerd.

14

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

bestemmingsplan Hoge Woerd

Aangezien het toevoegen van 150 woningen passend is binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma (dat op zijn beurt past binnen de subregionale woonagenda, zie subparagraaf 3.3.3 Woonvisie), is de voorgenomen ontwikkeling niet strijdig met de Omgevingsverordening. Voor het onderhavige plangebied zijn geen andere specifieke doelstellingen geformuleerd in de omgevingsverordening.

3.2.3

Conclusie

In het plangebied zijn geen provinciale belangen in het geding.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Beuningen

De gemeentebrede Omgevingsvisie is op 21 december 2021 vastgesteld. De Omgevingsvisie is een integrale en lange termijn visie tot 2040 over de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de gemeente Beuningen. Het motto van de Omgevingsvisie bestaat uit de kernwaarden van de gemeente: verbinding, betrokkenheid en mooi plekje. De Omgevingsvisie richt zich op 5 ambities. Deze ambities zijn gebaseerd op de analyse van de trends en ontwikkelingen en de beleidsanalyse, zoals die zijn opgenomen in de Notitie van Uitgangspunten Omgevingsvisie Beuningen. De ambities laten zien welke onderwerpen de gemeente belangrijk vindt en waaraan de gemeente de komende jaren, in gezamenlijkheid met inwoners, organisaties, de regio en overige partners, wil werken. Bij het werken aan de toekomst van Beuningen worden de landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden beschermd. Deze waarden zijn het uitgangspunt bij ontwikkelingen, samen met de kernwaarden uit het motto.

De vijf ambities voor de fysieke leefomgeving in de komende jaren zijn: » Beuningen heeft voldoende woningen en voldoende bereikbare voorzieningen op de juiste plek, waardoor we leefbare kernen hebben; » Beuningen is gezond, inclusief en veilig; » Beuningen is energieneutraal en klimaatbestendig; » Beuningen heeft een schone leefomgeving met een waterkwaliteit, bodemkwaliteit en luchtkwaliteit die voldoen aan de normen. Ook heeft Beuningen zo min mogelijk hinder van geluid, geur, licht en omgevingsrisico’s. Beuningen streeft naar vergroting van de biodiversiteit; » Beuningen is ondernemend en uitnodigend. Voldoende woningen Beuningen is een echte woongemeente. Er is een uiteenlopend aanbod van woonmilieus, van landelijk tot dorpscentrum. Dat is een aanvulling op de meer grootstedelijke milieus in de regio. De gemeente wil dit aanbod blijven bieden, versterken en uitbouwen. Hierbij wordt rekening gehouden met de demografische ontwikkeling en dynamiek op de regionale woningmarkt. Bij de groei staat het behoud van de woonkwaliteiten (groen, blauw, rust en ruimte) voorop. Daarvoor moeten een andere aanpak worden gekozen dan ongebreideld uitbreiden. In samenhang met thema’s als duurzaamheid en klimaatverandering is een uitgekiende ontwikkeling nodig.

Dit resulteert in de volgende opgaven: » Voldoende woningen voor de eigen behoefte én de regionale groei; » Betaalbare woningen voor diverse doelgrepen, verschillende soorten woningen binnen de wijken, levensloopbestendige woningen en bevordering van doorstroming; » Behoud van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad en geschikte woningen voor toekomstige doelgroepen; » Nieuwe woningen moet zoveel mogelijk duurzaam, klimaatbestendig en circulair worden gebouwd, maar ook de bestaande voorraad moet verduurzamen.

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

15

bestemmingsplan Hoge Woerd

Inbreiding Bij nieuwbouw wordt het principe ‘inbreiding voor uitbreiding’ gehanteerd. In de bestaande kernen is beperkte ruimte voor inbreiding. Onbebouwde, laag gewaardeerde locaties komen nauwelijks voor. Mogelijkheden ontstaan vooral door functieverandering. De invulling is altijd maatwerk. Dat geldt voor iedere inbreidingslocatie. Het gaat om goed aanhaken op debestaande structuur en benutten van mogelijkheden zodat de woningbouw bijdraagt aan versterking van het dorp. Behoud van het eigen, groene karakter is daarbij belangrijk. Naast functieverandering is het in Beuningen beleid om waar mogelijk ook mee te werken aan vervanging van oudere slechtere woningen voor moderne, energieneutrale woningen. Uitbreidingsgebieden Om te voorzien in de woningbouwbehoefte zijn nieuwe uitbreidingsgebieden noodzakelijk. De nieuwbouw sluit aan bij de identiteit van de dorpen. Zo zijn dichter naar Nijmegen meer stedelijke woonvormen passend. De gemeente hanteerd daarbij een andere benadering dan grootschalige uitbreidingen om ruimte en lucht te houden tussen de kernen. Dit geldt vooral voor Weurt, Beuningen en Ewijk. Deze kernen worden uit elkaar gehouden door landschapszones met recreatie, water en groen. Winssen heeft een eigen positie binnen de gemeente. Deze kern is nog zelfstandig gelegen in het agrarisch landschap, bijna net als vroeger.

Hier wil de gemeente het dorpse, landelijke woonmilieu behouden door alleen kleine uitbreiding binnen de bestaande dorpsstructuur toe te passen en een beperkte dorpse verdichting binnen de historische linten. Wonen buiten de kernen In het buitengebied is nieuwbouw van woningen mogelijk ter compensatie van de sloop van (voormalige/agrarische) bedrijfsbebouwing. Dit is ook het uitgangspunt voor het oeverwallengebied. Hier is echter wel een mogelijkheid om onder voorwaarden op enkele locaties meer woningen toe te staan. Met maatwerk is het mogelijk om in combinatie met kwaliteitsverbetering, behoud en versterking cultuurhistorisch erfgoed, natuur- en landschapsontwikkeling extra woningen toe te voegen in de linten van Ewijk en Winssen. Ook kan gedacht kan worden aan enkele verspreid liggende erfontwikkelingen of buitenplaatsen gekoppeld aan de Van Heemstraweg ten noorden van de kernen Beuningen en Weurt. De situering en omvang van deze ontwikkelingen wordt afgestemd op het omringende landschap. Planspecifiek De ontwikkeling van het plangebied sluit aan bij de gemeentelijke omgevingsvisie. Met de Hoge Woerd wordt een nieuw woonlint toegevoegd, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan het streven naar voldoende en diverse woningen, passend binnen de structuur en het landschap.

3.3.2

Omgevingsprogramma Woningbouw

Woningbouw is één van de onderdelen die in de omgevingsvisie is opnemen, met als belangrijke taak om meer woningen te bouwen voor nu en de toekomst. Het Omgevingsprogramma Woningbouw geeft antwoord op de vraag hoe de gemeente dat wil doen. In het Omgevingsprogramma woningbouw is op kaart weergegeven hoe Beuningen tot 2040 wil groeien. Dit wordt het Panorama 2040 genoemd. Het panorama wordt per kern uitgewerkt in een structuurmodel. Panorama 2040 In het concept Panorama 2040 is gekeken waar tot 2040 woningbouw in gemeente Beuningen mogelijk is. De potentiële ontwikkelgebieden zijn op kaart weergegeven. Op navolgende afbeelding is het panorama woningbouw voor Ewijk weergegeven.

Planspecifiek Het plangebied voor de Hoge Woerd is in het panorama voor Ewijk aangeduid als 'geplande woningbouw projectontwikkeling en is zodoende onderdeel van de gebieden waar tot 2040 woningbouw gewenst is.

16

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

bestemmingsplan Hoge Woerd

3.3.3

Woonvisie

De gemeenteraad heeft de woonvisie voor de periode 2018 - 2023 op 19 december 2017 vastgesteld. Met deze Woonvisie stelt de gemeente haar woonbeleid voor de komende jaren vast. De Woonvisie vormt de basis voor het woningbouwprogramma in de komende jaren, afstemming met de buurgemeenten en prestatieafspraken met Standvast Wonen. De woonvisie gaat uit van een vitaal, zorgzaam en duurzame gemeente. In de toekomst (stip op de horizon circa 2030) bestaat de gemeente uit dorpen waarin het fijn wonen is voor mensen, ongeacht hun leeftijd, inkomen, mobiliteit of gezondheid. Kernen in een rustige, groene omgeving met de kracht van de nabijheid en bereikbaarheid van werk en voorzieningen in de stedelijke agglomeratie. De kernen zijn aantrekkelijke, duurzame en gezonde leefgemeenschappen, passend bij de (veranderende) vraag van de consument. De gemeente Beuningen is een bewuste keuze voor jonge gezinnen die de stad verlaten om in de gemeente rust en ruimte te zoeken, alsmede voor ouderen en zorgbehoevenden die in de gemeente willen blijven wonen. Met duurzame en zorgzame woonmilieus beschikt Beuningen over een onderscheidend, kwalitatief hoogwaardig palet aan woonmilieus in de regio.

Kwalitatieve opgave: inspelen op de mismatch Het is de ambitie om over voldoende woningen te beschikken én de juiste woningen op de juiste plekken te hebben, passend bij de doelgroepen en woonwensen nu en op langere termijn. De mismatch tussen vraagontwikkeling en huidig woningaanbod is daarbij maatgevend. Binnen de gemeente moet een gevarieerd aanbod aan woonmilieus worden aangeboden: landelijk, dorps en centrum-dorps wonen. Kwantitatieve opgave: bandbreedte Vanzelfsprekend is het inspelen op de kwalitatieve mismatch op de woningmarkt op termijn cruciaal, dat is vertrekpunt. Een kwantitatieve bandbreedte, als kader waarbinnen de juiste kwaliteiten gerealiseerd kunnen worden, blijft echter nodig. Meer dan in het verleden wil de gemeente daarin ruimte voor flexibiliteit creëren, zodat sneller wordt ingespeeld op nieuwe kansrijke initiatieven. De gemeente gaat voor de planperiode uit van een gedoseerde groei van het aantal woningen, gericht op de eigen woningbehoefte, waarbij gedifferentieerd wordt gebouwd voor de juiste doelgroepen (senioren, starters, kleine huishoudens). Planspecifiek Voor de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen is sinds 15 december 2020 de nieuwe gezamenlijk regionale 'Woonagenda Nijmegen e.o. 2020-2030' van kracht.

Op basis van een analyse van de regionale behoefte, kunnen in de regio gedurende de looptijd van de agenda circa 20.500 woningen worden gebouwd. Voor Beuningen komt dit neer op circa 1.325 woningen. De Hoge Woerd is reeds als locatie opgenomen in de gemeentelijke woningbouwprogrammering voor in totaal (samen met de Lage Woerd) 285 woningen. Met dit bestemmingsplan wordt de realisatie van 150 woningen mogelijk gemaakt. Met de beoogde woningbouwontwikkeling streeft de gemeente kwalitatief gezien naar een vitale wijk. De woonvisie legt de focus op doelgroepen als senioren en middeninkomens. Dit is ook vastgelegd in de woningbouwafspraken met de regio. Door het toevoegen van levensloopgeschikte woningen, sociale huur en de bouw van tweekappers en rijwoningen geeft de gemeente uitvoering aan dat beleid en voorziet ze in de actuele woonbehoefte van deze doelgroepen in aanvulling op de bestaande woningvoorraad van Ewijk.

3.4

Conclusie

Dit bestemmingsplan past binnen het beleid van de verschillende overheden.

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

17

bestemmingsplan Hoge Woerd

Hoofdstuk 4 4.1

Bodem

4.1.1

Regelgeving

Milieu- Ä omgevingsaspecten

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening moet voor elke individuele bouwlocatie aangetoond worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.

Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen).

4.1.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Er is een verkennend en nader bodemonderzoek (zie Bijlage 2) en een aanvullend verkennend bodemonderzoek (zie Bijlage 3) uitgevoerd in het plangebied. Naar aanleiding van het verkennend bodemonderzoek waren er verdenkingen van aanwezigheid van zware metalen en PAK ter plaatse van de kavelpaden en dammen op de zuidelijke percelen (percelen 1379 en 1493, zijde Goudwerf) en op het meest noordwestelijke terreindeel (perceel 1580, zijde Steeg). Tevens werd het gebied als verdacht beschouwd met betrekking tot organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) in verband met een (fruit)boomgaard uit het verleden. Ter plaatse van de (voormalige) kavelpaden en dammen kunnen puinresten in de bodem worden verwacht. In puinresten kan ook asbest aanwezig zijn. Naar aanleiding hiervan zijn deze terreindelen als verdacht aangemerkt. In de bovengrond ter plaatse van één boring (boring 01 in het kavelpad nabij een dam op het noordwestelijketerreindeel; zijde Steeg) is een sterke verontreiniging met PAK aangetoond (overschrijding interventiewaarde). Naar aanleiding hiervan heeft een nader onderzoek plaatsgevonden. De overige verdachte locaties kennen geen verontreinigingen en behoeven hiermee geen nader onderzoek. Conclusie nader bodemonderzoek Op basis van het nadere onderzoek wordt de oppervlakte waar de sterke verontreiniging voorkomt geschat op circa 40 m2.

De omvang van de sterke verontreiniging wordt daarmee geschat op circa 20 m3. Omdat het volumecriterium van 25 m3 boven de interventiewaarde verontreinigde grond niet wordt overschreden, is conform de Wet bodembescherming geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Sanering van deze verontreiniging is op grond van de Wet bodembescherming niet noodzakelijk.

18

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

bestemmingsplan Hoge Woerd

Indien bij de toekomstige herinrichting van de locatie grondwerk moet worden verricht ter plaatse van de sterke verontreiniging met PAK, geldt de aanbeveling een plan van aanpak op te stellen waarin wordt beschreven hoe met de sterk verontreinigde grond wordt omgegaan en dit plan ter goedkeuring aan de gemeente Beuningen te overleggen alvorens met de uitvoering te starten. Als grond van het overige deel van de onderzoekslocatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het ‘meldpunt bodemkwaliteit’. In het kader van kostenefficiëntie wordt geadviseerd om vrijkomende grond zoveel mogelijk binnen de onderzoekslocatie te hergebruiken. Conclusie aanvullend verkennend bodemonderzoek Door wijziging van het stedenbouwkundig plan komen meer terreindelen in het gebied in aanmerking voor woningbouw. Zodoende vormt het aanvullend verkennend bomdemonderzoek een aanvulling op het eerder uitgevoerde verkennend en nader bodemonderzoek. Ter plaatse van de toegevoegde terreindelen zijn verhoogde gehalten aan zware metalen (kobalt, nikkel en cadmium) aangetroffen. In de toplaag zijn geen verontreiniging met organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) aangetoond.

Aan het matig verhoogde gehalte nikkel plaatselijk in de ondergrond wordt een natuurlijk oorzaak toegekend. Nader onderzoek wordt derhalve niet zinvol geacht. De aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit levert geen belemmeringen op voor de voorgenomen woningbouwontwikkeling in het gebied. Met inachtname van deze aanbeveling uit het nader bodemonderzoek vormt het aspect 'bodem' geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

4.2

Geluid

4.2.1

Regelgeving

De basis voor de ruimtelijke afweging van geluid is de Wet geluidhinder (Wgh) en het daaraan hangende Besluit geluidhinder (Bgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd moet worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten. In het geval er nieuwe geluidgevoelige objecten worden gerealiseerd, mag de geluidsbelasting niet meer bedragen dan de voorkeursgrenswaarde. Indien de geluidsbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde moeten maatregelen getroffen worden, om hieraan alsnog te kunnen voldoen. Blijkt dat niet mogelijk of op zwaarwegende bezwaren te stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard dan is het college van burgemeester en wethouders van de gemeente bevoegd tot het vaststellen van hogere waarden. Wanneer ook de maximaal te verlenen ontheffingswaarde wordt overschreden is in principe geen bouw van woningen of andere geluidgevoelige gebouwen mogelijk tenzij deze worden voorzien van dove gevels.

De voorkeursgrenswaarde en maximaal toegestane geluidsbelasting voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Bij vaststelling van een bestemmingsplan moet voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek worden verricht (art.76 lid 1 Wgh). De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk). De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. Conform artikel 74 lid 2 bevindt zich geen zone langs wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Voor nieuwe woningen bedraagt de wettelijke voorkeursgrenswaarde 48 dB.

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

19

bestemmingsplan Hoge Woerd

Op basis van het Bouwbesluit 2012 geldt een minimale geluidwering van 20 dB voor een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied (gebruiksgebied of een gedeelte daarvan voor het verblijven van personen). In die gevallen waarbij een besluit hogere waarden is genomen (op basis van de Wet geluidhinder of de Tracéwet) geldt de eis dat de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie het verschil is tussen de hoogst toelaatbare geluidbelasting (uit het besluit hogere waarden) en 35 dB(A) bij industrielawaai of 33 dB bij weg- of spoorweglawaai.

4.2.2

Doorvertaling bestemmingsplan

In het akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai (zie Bijlage 4) is de geluidbelasting vanwege het wegverkeerslawaai op de te realiseren woningen op het plangebied Hoge Woerd te Ewijk berekend. Uit het onderzoek blijkt dat niet wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De hoogst berekende geluidsbelasting vanwege de Goudwerf bedraagt 52 dB. Uit het onderzoek blijkt dat een hogere waarde procedure moet worden gevolgd ten gevolge van het wegverkeerslawaai afkomstig van de Goudwerf. De maximaal te ontheffen grenswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. Maatregelen om de geluidbelasting terug te dringen tot de voorkeursgrenswaarde zijn niet mogelijk of gewenst. Het plan voldoet aan de voorwaarden uit de beleidsregel om de grenswaarde te kunnen verhogen. Voor de IJzerwerf wordt (ruim) voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Voor deze weg is een hogere waarde procedure niet aan de orde. Het ontwerpbesluit hogere waarde zal gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage worden gelegd.

4.3

Milieuzonering

4.3.1

Regelgeving

Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een onderbouwing uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom moet aandacht worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten middels een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied. Een verregaande scheiding van functies kan leiden tot inefficiënt ruimtegebruik en een gebrek aan ruimtelijke kwaliteit.

Een gemengd gebied met een mix van wonen en werken, winkels en horeca stimuleert een levendig straatbeeld, een hogere sociale veiligheid en extra draagvlak voor aanwezige voorzieningen. Vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik verdient het, volgens de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de voorkeur om functiescheidingen niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is.

20

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

bestemmingsplan Hoge Woerd

Voor het vaststellen van de genoemde minimale richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Daarbij wordt o.a. gekeken naar de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar en zo nodig naar het risico op bodem- of luchtverontreiniging. Bedrijven zijn in de VNGhandreiking ingedeeld in een categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. Milieucategorie

Richtafstand omgevingstype rustige woonwijk, rustig buitengebied

Richtafstand omgevingstype gemengd gebied

1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000m 1.500 m

0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Voorgaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk.

4.3.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Het plangebied ligt, gemeten op het nauwste punt, op circa 50 m afstand van bedrijventerrein de Schoenaker. Op het bedrijventerrein zijn bedrijven in de categorie 2 t/m 3.2 toegestaan. Aan de zuidzijde is door de ligging nabij het bedrijventerrein, de ontsluitingsweg (Goudwerf) en de A73 sprake van een gemengd gebied. Hiervoor is een richtafstand van 50 m van toepassing. Hieraan wordt ruimschoots voldaan. Met behulp van de richtafstanden VNG kan worden geconcludeerd dat geur-, stof- en lichtinvloeden ruimschoots buiten het invloedsgebied van het plangebied vallen. Daarnaast is er akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd, zie Bijlage 5. In juni 2010 is de geluidnota bedrijventerrein De Schoenaker vastgesteld met als doel enerzijds geluidruimte te bieden en te behouden voor bedrijfsactiviteiten en anderzijds de toekomstige woningbouwlocatie ten Noorden van het bedrijventerrein te beschermen. In voorbereiding op onderhavig bestemmingsplan heeft de gemeenteraad besloten het beheermodel te controleren en actualiseren.

Concreet houdt dit in dat: » Een geluidreservering van ten minste 60 dB(Aym2 beschikbaar is en blijft voor de bedrijvigheid op bedrijventerrein De Schoenaker; » De cumulatieve geluidsbelasting van alle bedrijven tezamen ter plaatse van de toekomstige woningbouwlocatie ten noorden van De Schoenaker zoveel mogelijk wordt teruggebracht tot een ambitiewaarde van 50 dB(A) met als uiterste grenswaarde 55 dB(A). Het onderzoek heeft aangetoond dat de geluidbelasting in het plangebied voldoet aan de grenswaarde van 55 dB(A), maar de gecumuleerde geluidbelasting niet voldoet aan de ambitiewaarde van 50 dB(A). Er geldt vanuit de geluidnota voor het industrieterrein Schoenaker een onderzoeksverplichting om de geluidbelasting op de woningen terug te brengen naar de ambitiewaarde. Bij volledige opvulling van de binnenplanse geluidruimte kan de gecumuleerde geluidbelasting toenemen tot de grenswaarde van 55 dB(A). Dit betekent dat er bij 59 kavels sprake is van een overschrijding van de ambitiewaarde. Omdat gestreefd moet worden om de ambitiewaarde van 50 dB(A) te bereiken, is een onderzoek naar maatregelen beschreven. Mogelijke maatregelen die worden benoemd (zoals een geluidwal), zijn niet passend bij de beoogde ontwikkeling.

Het plaatsen van een geluidscherm of aarden wal om het geluid af te schermen levert nauwelijks een reductie op en stuit op bezwaren van landschappelijke en financiële aard. Ook is het plan niet anders in te delen.

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

21

bestemmingsplan Hoge Woerd

Het binnenniveau in de woningen is verankerd in het Bouwbesluit. Het geluidsniveau in de buitenruimte zal niet hoger zijn dan 55 dB(A). Maatregelen stuiten op overwegende bezwaren. Omdat de geluidruimte op de bedrijfskavels gehandhaafd blijft en het plan niet leidt tot nieuwe toetspunten, vormt realisatie van Hoge Woerd geen onevenredige belemmering voor bedrijven. De conclusie is dat het woningbouwplan Hoge Woerd niet leidt tot onevenredige aantasting van de geluidruimte van de bedrijven (individueel en cumulatief). Ook is sprake van een aanvaardbaar woonen leefklimaat.

4.4

Luchtkwaliteit

4.4.1

Regelgeving

Op 15 november 2007 is de wijziging van de Wet milieubeheer in werking getreden. Deze wet vervangt het 'Besluit luchtkwaliteit 2005' en is één van de maatregelen die de overheid heeft getroffen om: » negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken. » mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling te creëren ondanks de overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De paragraaf luchtkwaliteit in de Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: » er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. » een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt. » een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (meer dan 3 0Zo ten opzichte van de grenswaarde).

Het gaat hier bijvoorbeeld om woningbouwlocaties met één ontsluitingsweg en niet meer dan 1.500 nieuwe woningen, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen. » een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking is getreden nadat de EU in april 2009 derogatie heeft verleend. Als aannemelijk kan worden gemaakt dat aan één of meerdere van de bovengenoemde criteria wordt voldaan, kan het project zonder toetsing aan de gestelde grenswaarden voor luchtkwaliteit worden uitgevoerd. In de Ministeriële regeling 'niet in betekenende mate bijdragen' zijn voor verschillende categorieën van projecten grenzen gesteld aan de projectomvang, waaronder een project met zekerheid NIBM bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) extra bescherming: substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 m van een provinciale weg of 300 m van een rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden, waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden. De zones worden afgemeten vanaf de rand van de weg.

In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien.

22

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

bestemmingsplan Hoge Woerd

4.4.2

Doorvertaling bestemmingsplan

De realisatie van maximaal 150 woningen valt ruimschoots in de categorie NIBM. Het afgelopen jaar onderzocht GGD Gelderland-Zuid op verzoek van de gemeente Beuningen de luchtkwaliteit nabij de A50 en A73. Hiervoor zijn stikstofdioxide-concentraties gemeten. Uit het onderzoek blijkt dat de aangetroffen concentraties ruim onder de wettelijke norm liggen. De aangetroffen concentraties komen overeen met eerdere berekeningen die het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft gedaan. Nadien is ook de maximale snelheid op de snelwegen verlaagd naar 100 km/u Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

4.5

Geur

4.5.1

Regelgeving

Vergunningplichtige veehouderijen moeten voor wat betreft geur van dierenverblijven voldoen aan de Wet geurhinder en veehouderij. Verder moeten op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de beste beschikbare technieken worden toegepast. Veehouderijen die onder het Activiteitenbesluit vallen, moeten voldoen aan de in dat besluit genoemde minimumafstanden en of norm voor de geurbelasting tot geurgevoelige objecten. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningen op grond van de Wet milieubeheer, waar het gaat om stank veroorzaakt door het houden van dieren. Daarnaast is de wet van belang in verband met de zogenoemde 'omgekeerde werking' in het kader van de ruimtelijke ordening. De Wgv kent een aantal standaardnormen. De Wgv stelt alleen eisen aan de geurhinder vanwege dierenverblijven. De Wgv maakt hierbij onderscheid tussen dieren met geuremissiefactoren en dieren zonder geuremissiefactoren: » De wet schrijft voor dat bij dieren waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld de geurbelasting op een 'geurgevoelig object' niet meer mag bedragen dan een bepaalde waarde. De geuremissiefactoren zijn opgenomen in bijlage 1 van de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). » Voor dieren waarvoor geen geuremissiefactor is opgenomen, moet tenminste een minimale afstand tussen een veehouderij en een 'geurgevoelig object' worden aangehouden.

De maximaal toegestane geurbelasting op 'geurgevoelige objecten' is bij dieren met een geuremissiefactor afhankelijk van de liggen van de objecten. Deze maximale waarde voor de geurbelasting is opgenomen in artikel 3 van de Wgv en wordt uitgedrukt in aantallen Europese odour units in een volume-eenheid lucht (OUe/m3). Hierbij wordt uitgegaan van de 98-percentiel geurconcentratie. Dat betekent dat de berekende geurconcentratie gedurende 98 procent van het jaar niet wordt overschreden. Daarnaast hebben gemeenten de mogelijkheid gekregen om binnen een wettelijk bepaalde bandbreedte van deze standaardnormen af te wijken. Op deze wijze kan de gemeente een geurhinderbeleid vaststellen dat is afgestemd op de plaatselijke situatie.

4.5.2

Doorvertaling bestemmingsplan

In de directe nabijheid van het plangebied zijn geen agrarische bedrijven gevestigd met een geurcontour die raakt aan het woongebied. Ten aanzien van de op het bedrijventerrein aanwezige bedrijven gelden de richtafstanden uit de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. Op basis van deze systematiek wordt ook rekening gehouden met geurhinder. Zoals aangetoond in paragraaf 4.3 wordt aan de richtafstanden voldaan. Zodoende is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect 'geur' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

23

bestemmingsplan Hoge Woerd

4.6

Externe veiligheid

4.6.1

Regelgeving

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid rondom externe veiligheid is vastgelegd in circulaires, regelingen, AMvB's en wetten. In Nederland worden twee maten gehanteerd voor externe veiligheidsrisico's, namelijk het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Bij het plaatsgebonden risico (PR) gaat het om de kans per jaar dat een denkbeeldig persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich onafgebroken en onbeschermd in de nabijheid van een risicovolle inrichting of transportas bevindt. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven als een contour rondom de risicovolle inrichtig of de transportas. Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve kans dat een (werkelijk) aanwezige groep van 10, 100 of 1.000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen voordoen. Dit is de zogenaamde 1 %-letaliteitsgrens; de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1 /o van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf (invloedsgebied).

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein, bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. Deze bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij woningen, kantoren, ziekenhuizen, scholen of winkels. Het besluit verplicht gemeenten en provincies wettelijk vanaf de inwerkingtreding van het besluit bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van ruimtelijke plannen met externe veiligheid rekening te houden. Het gaat daarbij niet alleen om het oprichten van of veranderen van inrichtingen of projecteren van nieuwe bestemmingen. Ook bij het vaststellen of herzien van een bestemmingsplan moet de externe veiligheid worden beoordeeld. Het besluit is op 27 oktober 2004 in werking getreden. Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Daarin wordt geregeld hoe een gemeente moet omgaan met risico’s langs relevante buisleidingen. De hogedruk gasleidingen van Gasunie zijn het meest relevant. De risico’s worden vooral bepaald door de maximale druk en diameter van de leiding, maar ook door getroffen maatregelen. Op 1 april 2015 is de regeling ‘Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ in werking getreden.

Het Basisnet verhoogt de veiligheid van mensen die wonen of werken in de buurt van rijksinfrastructuur (auto-, spoor- en vaarwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het Basisnet beheerst de afweging tussen enerzijds een noodzaak en toename van het vervoer van gevaarlijke stoffen en anderzijds een behoefte om de fysieke ruimte langs en boven de infrastructuur intensiever te benutten. In de regeling ligt vast wat de maximale risico’s voor omwonenden mogen zijn. Als deze risicoruimte, de zogenaamde risicoplafonds, door een groei van het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, moet de minister maatregelen nemen. De risicoplafonds moeten daarnaast in acht worden genomen bij het toestaan van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van basisnetroutes. Op deze manier kan de veiligheid langs de transportroutes voor gevaarlijke stoffen in toenemende mate worden gegarandeerd.

24

bestemmingsplan "Hoge Woerd" (definitief)

bestemmingsplan Hoge Woerd

4.6.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Er is een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd (zie Bijlage 6). Navolgende afbeelding geeft de ligging van risicobronnen ten opzichte van het plangebied weer:

Ligging risicobronnen ten opzichte van het plangebied (rode arcering) en een indicatie van PR 10-6 contouren (zwarte stippellijnen) en de invloedsgebieden (blauwe en groene (gestippelde) lijnen). Een risicobron is relevant wanneer het invloedsgebied of de veiligheidsafstand (deels) over het plangebied valt. Dit is het geval wanneer de grootte van het invloedsgebied of risicoafstand groter is dan de kortste afstand tussen de risicobron en het plangebied. Risicobron

Afstand tot plangebied

Invloedsgebied/ risicoafstand

Relevant

1

Autosnelweg A50 (Valburg-Ewijk)

1.300 m

355 m

Nee

2

Autosnelweg A73 (Ewijk-Neerbosch)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=dd8bf1b7-1a47-4ad1-bd97-fa95e479659d