CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2d toelichting: Archeologisch proefsleuvenonderzoek

Raadsvergadering 22 november 2022, gemeente BeuningenBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het raadsvoorstel bestemmingsplan Dam 8 Ewijk10.324 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

04

001

0008

GR

1

01

103

1000

BV

1

DBR

kz2

mst, h1

01

103

2000

LG

1

GRBR

kz1

mst

01

103

3000

LG

1

LGRBR

ks3

mst, FM1

01

103

3100

LG

1

BRGR

ks2

Fe1, mst

01

103

4000

LG

1

DGR

ks3

mst, Mn1

01

103

5000

LG

1

ORGR

ks3

msl, zandig bijm, overgang bedding

01

103

5000

LG

2

ORGR

ks3

mst, Mn brokjes

01

103

5000

LG

3

ORGR

ks3

msl, sterk zandige bijmenging, zandbrokjes

01

103

6000

LG

1

LGR

zs3

mf/zf, overgang bedding

01

103

6000

LG

2

LBRGR

ks2

sterk zandige bijmenging, Fe2

01

103

6000

LG

3

DGR

ks1

h1

01

103

7000

LG

1

GR

zs2

mg, matig tot slecht gesorteerd, gr2

transect

kalkspikkels

48

Bijlage 10.

Vondstenlijst

Vondstnummer

Veldvondst

Put

Vlak

Spoor

Spooraard

Vulling

Vak

Categorie

0001KER

0001

01

001

2000

LG

1

1

KER

0001KER1

0001

01

001

2000

LG

1

1

KER

Subnr 1

Aantal

Gewicht

Opmerking

Subcategorie

1

3.2

witbakkend

1

8

roodbakkend

0002KER

0002

01

001

2000

LG

1

4

KER

2

9.6

AWH

0003KER

0003

02

001

2000

LG

1

1

KER

1

1.4

AWG

0004KER

0004

02

001

2000

LG

1

3

KER

1

2

rood van binnen

AWH

0005KER

0005

02

001

0003

GR

1

3

KER

5

445.8

kan met oor, glazuur

grijsbakkend

0006KER

0006

02

001

0003

GR

1

3

KER

2

495.2

loodglazuur

roodbakkend

0007KER

0007

03

001

2000

LG

1

1

KER

1

6.8

engobe

protosteengoed

0007KER1

0007

03

001

2000

LG

1

1

KER

1

4.9

zoutglazuur

steengoed

0008KER

0008

03

001

2000

LG

1

2

KER

2

58.2

grijsbakkend, kogelpot?

AWH

0008KER1

0008

03

001

2000

LG

1

2

KER

7

51.4

witbakkend

0009KER

0009

03

002

0

1

4

KER

28

269.5

AWH

0010KER

0010

03

001

2000

LG

1

5

KER

1

5.1

grijsbakkend

0010KER1

0010

03

001

2000

LG

1

5

KER

1

3.6

protosteengoed

0011KER

0011

04

001

2000

LG

1

1

KER

2

46

0011SXX

0011

04

001

2000

LG

1

1

SXX

1

4.1

0012KER

0012

04

001

2000

LG

1

5

KER

1

33.8

0012KER1

0012

04

001

2000

LG

1

5

KER

1

13.3

0012ODB

0012

04

001

2000

LG

1

5

ODB

2

82.7

0013KER

0013

04

002

0008

GR

1

KER

2

51.9

0013KER1

0013

04

002

0008

GR

1

KER

1

1

9.4

0013KER2

0013

04

002

0008

GR

1

KER

2

1

49.5

transect

1 1

1

1

geen oppervlakte behandeling (S1) verbrand, mogelijk leisteen

steengoed

grijsbakkend zoutglazuur

steengoed grijsbakkend

engobe aan buiten en binnen zijde, zoutglazuur geen oppervlakte behandeling

protosteengoed

steengoed

49

Vondstnummer

Veldvondst

Put

Vlak

Spoor

Spooraard

Vulling

0013ODB

0013

04

002

0008

GR

1

0013SXX

0013

04

002

0008

GR

1

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ^ ADVIES

Vak

Categorie

Subnr

Aantal

Gewicht

ODB

7

191.1

SXX

1

24.5

Opmerking

Subcategorie

drie strepen in kruisvorm ingesneden

50

Bijlage 11.

Plangebied ten opzichte van andere vindplaatsen 178800

179000

179200

Plangebied ten opzichte van LME vindplaatsen

Ewijk, Dam 8 Gemeente Beuningen

Legenda I

I plangebied

1

werkput

---------- plangebied Hoge Woerd ] LME vindplaatsen

7* Z

100

transect

200

300

400

bron: Van Dijk, 2020 500 m

transect 51

Bijlage 12. 1.

Beantwoording onderzoeksvragen

Zijn er in het plangebied archeologische resten aanwezig in de vorm van grondsporen, en/of vondsten? In het plangebied zijn archeologische resten aangetroffen in de vorm van greppels, rijen paalkuilen en een losse paalkuil. Daarnaast is gebruiksaardewerk uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd, dierlijk bot en natuursteen gevonden.

2.

Hoe ziet de bodemopbouw in het plangebied eruit en in hoeverre is deze intact? De bodemopbouw bestaat van onder naar boven uit beddingzand van de Wissense stroomgordel, met daarop afzettingen van de verlandingsfase van deze stroomgordel. In de top van deze afzettingen is een vegetatiehorizont gevormd. Deze is vervolgens weer afgedekt met komafzettingen van de proto-Waal stroomgordel met daarop oeverafzettingen van dezelfde stroomgordel. De top van de bodem wordt gevormd door een recente bouwvoor.

3.

Wat is de aard, diepteligging, samenhang en spreiding van de aanwezige archeologische resten, grondsporen en structuren (horizontaal en verticaal)? Er zijn resten van drie archeologische vindplaatsen aangetroffen. Vindplaats 1, bestaande uit een enkele paalkuil, is onder de vegetatiehorizont van de afzettingen van de Wissense stroomgordel aangetroffen. Aangezien het een enkel spoor betreft kunnen er geen uitspraken gedaan worden over de aard van deze vindplaats. In de oeverafzettingen van de proto-Waal stroomgordel zijn daarnaast resten van twee vindplaatsen aangetroffen. Vindplaats 2, bestaande uit een vermoedelijke erfscheiding uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd, bevindt zich in het noorden van het plangebied, in werkputten 1 en 2. Vindplaats 3, bestaande uit perceelsgreppels uit de 13e eeuw en mogelijk later, bevindt zich in het gehele plangebied. Vindplaaten 2 en 3 behoren mogelijk tot hetzelfde vondstcomplex dat is aangetroffen bij een opgraving ten zuiden van het plangebied.

4.

Wat is de datering van de archeologische resten op basis van (chrono-)stratigrafie en typochronologie? En in hoeverre is er sprake van (dis-)continuïteit in gebruik/bewoning? De meeste vondsten zijn te dateren in de 13e eeuw. Er zijn binnen het plangebied geen aanwijzingen voor continuïteit van gebruik/bewoning. Dit is wel het geval bij onderzoeken buiten de grenzen van het plangebied.

5.

Welke categorieën vondstmateriaal zijn aanwezig en in welke mate (ook in relatie tot elkaar)? Wat zegt de aard en mate van voorkomen van het vondstmateriaal over het gebruik van het plangebied in het verleden? Bij het onderzoek zijn keramiek, dierlijk bot en natuursteen gevonden. Keramiek is met afstand de best vertegenwoordigde materiaalcategorie met 84,7%. Dierlijk bot en natuursteen komen met respectievelijk 12,5% en 2,8% veel minder voor. Het keramiek betreft gebruiksaardewerk dat waarschijnlijk als afval in de ondergrond terecht is gekomen toen het plangebied in gebruik was als landbouwgrond. Er is tevens vondstmateriaal in de greppels terecht gekomen, vermoedelijk ook als afval.

6.

Welke depositionele en post-depositionele processen zijn te onderscheiden en in hoeverre hebben deze invloed gehad op de bewoningsgeschiedenis en vondstcontexten? Het vondstmateriaal is waarschijnlijk als gebruiksafval in de ondergrond van het plangebied en de greppels terecht gekomen. Het materiaal lijkt post-depositioneel niet te zijn verplaatst.

transect

52

7.

Hoe verhouden de onderzoeksresultaten zich tot de resultaten uit het vooronderzoek? Er waren voor het plangebied geen boorstaten uit vorig onderzoek beschikbaar waardoor dit zich lastig laat vergelijken. De verwachting was dat in het plangebied oever- op komafzettingen en afzettingen van de stroomgordel van Winnsen aanwezig waren, dit is bevestigd.

8.

Wat is de relatie met omliggende historische/archeologische resten? Waarschijnlijk behoren de perceelsgreppels van vindplaats 3 en de erfscheiding van vindplaats 2 tot dezelfde vindplaats die is aangetroffen bij een onderzoek ten zuiden van het plangebied. Hier zijn eveneens greppels en een mogelijke huisplattegrond aangetroffen die waarschijnlijk dateert uit de 13e-16e eeuw.

9.

Wat is de fysieke en inhoudelijke kwaliteit van de aangetroffen archeologische resten (gaafheid en conserveringsgraad)? Is sprake van (een) behoudenswaardige archeologische vindplaats(en)? (Maak voor het beantwoorden van deze vraag gebruik van de KNA-waarderingssystematiek). Op basis van de waardestelling is vindplaats 1 niet behoudenswaardig. Vindplaatsen 2 en 3 zijn echter wel behoudenswaardig bevonden. Voor vindplaats 2 is dit op basis van de inhoudelijke kwaliteit, voor vindplaats 3 is dit op basis van zowel de fysieke als de inhoudelijke kwaliteit.

10. Kan op basis van de resultaten een advies geformuleerd worden t.a.v. het vervolg in de archeologische monumentenzorg (vrijgeven/behoud in situ/opgraven). Zo ja, hoe luidt deze? Op basis van de resultaten van dit onderzoek zijn de resten van vindplaatsen 2 en 3 behoudenswaardig. Aangezien vindplaats 2 een erfscheiding betreft, bestaat de mogelijkheid dat er een erf in de omgeving van de aangetroffen resten in het noorden van het plangebied ligt. Hiervoor wordt een aanvullende onderzoeksinspanning aanbevolen indien behoud in situ niet mogelijk is.

11. Zijn er vanuit de toestand van de archeologische resten, bodemcondities en toekomstig gebruik mogelijkheden voor behoud in situ? De maximale diepte van de graafwerkzaamheden als onderdeel van de voorgenomen ontwikkeling is ten tijde van dit onderzoek nog onbekend. De ligging van de voorgenomen woning en bijgebouw komt echter overeen met de ligging van vindplaatsen 2 en 3. Behoud in situ is daarom waarschijnlijk niet mogelijk. Om deze redenen wordt een aanvullende onderzoeksinspanning in de vorm van een Definitieve Opgraving ter hoogte van de voorgenomen bebouwing geadviseerd.

12. Bij afwezigheid van een vindplaats; wat is hier de verklaring voor (verstoord, ander landschap dan verwacht, e.d.)? Niet van toepassing

transect

53

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=b7ecf0f4-5a0e-4dbc-bd2f-262417e3579c