CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2d toelichting: Archeologisch proefsleuvenonderzoek

Raadsvergadering 22 november 2022, gemeente BeuningenBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het raadsvoorstel bestemmingsplan Dam 8 Ewijk10.324 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

«ff*

'M** I

«TÃŗ W JU»*

Transect-rapport 3537 Ewijk, Dam 8 Gemeente Beuningen (GD) Een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P), karterende en waarderende fase

ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK

ADVIES

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ^ ADVIES

-

İÊK1 -

ļ&s&sä gŵf"

-

| '

s?M:ì

ìįS aŴ' X--V«,. 'Jlft'ítļĘŘjÿ ,V: i"i' 1 ' ,. ii*. ' t" -î,

*. ,W*XV. .i*.

-.ŭíűaWT*,Vv wP'tf'ŵwe

'

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK t ADVIES

Overijsselhaven 127

T: 030-7620705

3433 PH Nieuwegein

E: informatie@transect.nl

Colofon Titel

Ewijk, Dam 8. Gemeente Beuningen (GD). Een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P), karterende en waarderende fase. Transect-rapport 3537

Rapportnummer Auteur Versie

T.S. (Thomas) van Cruchten MA

Datum

09-09-2021

Projectnummer Onderzoeksmelding

21030044 5063142100

Opdrachtgever

Buro Waalbrug Schoenaker 10

Versie 1.1

6641 SZ Beuningen

Uitvoerder

Transect b.v. Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

Bevoegde overheid Adviseur namens bevoegde overheid

Gemeente Beuningen Mevr. E. Mietes (D7 Archeologie)

Beheer en plaats documentatie

Transect b.v., Nieuwegein Foto van het plangebied ten tijde van het veldwerk (08-06­ 2021)

Omslagafbeelding

Autorisatie Naam Drs. A.A. Kerkhoven Senior KNA Archeoloog

Datum 09-09-2021

Paraaf

4T

ISSN: 2211-7067 © Transect b.v., Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

transect

Overijsselhaven 127

T: 030-7620705

3433 PH Nieuwegein

E: informatie@transect.nl

Samenvatting In opdracht van de Buro Waalbrug heeft Transect b.v. in juni 2021 een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Dam 8 te Ewijk in de gemeente Beuningen. Ten tijde van het onderzoek was het plangebied (circa 5.500 m2) in gebruik als tuin en grasland. Het onderzoek vond plaats in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de realisatie van een nieuwbouwwoning met bijgebouw. Naar verwachting wordt de nieuwe woning achter de huidige woning van nummer 8 gebouwd en wordt ten westen van de huidige woning een oprit gerealiseerd. De diepte van de funderingen van de nieuw te bouwen woning is nog niet bekend. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn vier proefsleuven aangelegd. Deze proefsleuven hebben een gezamenlijke oppervlakte van ongeveer 400 m2, ofwel 7,3% van het plangebied.

Conclusie In het plangebied zijn twee vindplaatsen aanwezig. Het betreft een paalkuil met een onbekende datering (vindplaats 1) en perceelsgreppels en palenrijen uit de Late Middeleeuwen - Nieuwe Tijd (vindplaats 2). Vindplaats 1 is aangetroffen in de top van de afzettingen van de Winssense stroomgordel, vindplaats 2 is aangetroffen in de oeverafzettingen van de proto-Waal stroomgordel De archeologische resten van vindplaatsen 2 vormen hoogstwaarschijnlijk een geheel met de laatmiddeleeuwse resten die bij een opgraving ten zuiden van het plangebied, in plangebied Hoge Woerd, zijn aangetroffen.

Waardestelling Op basis van de KNA-waardestellingssystematiek is vastgesteld dat beide vindplaatsen niet behoudenswaardig zijn. Vindplaats 1 heeft namelijk een lage fysieke en inhoudelijke kwaliteit aangezien de aard en datering onbekend zijn. Vindplaats 2 betreft een deel van een vindplaats die ook buiten het plangebied is aangetroffen. De inhoudelijke kwaliteit van de sporen van landgebruik die in onderhavig plangebied zijn aangetroffen is echter onvoldoende om de vindplaats als behoudenswaardig te waarderen.

Advies Het selectieadvies omvat de volgende mogelijkheden: (1) het vrijgeven van het plangebied; (2) het behoud in situ van vindplaatsen (fysiek beschermen); of (3) het behoud ex situ van vindplaatsen (definitief opgraven). Het selectieadvies wordt voorgelegd aan de bevoegde overheid, die uiteindelijk een selectiebesluit moet nemen. In het plangebied bestaat het voornemen om een nieuwbouwwoning en bijgebouw te realiseren. Naar verwachting wordt de nieuwe woning achter de huidige woning van nummer 8 gebouwd en wordt ten westen van de huidige woning een oprit gerealiseerd. De diepte van de funderingen van de woning is nog niet bekend. Aangezien er geen sprake is van een behoudenswaardige vindplaats in het plangebied adviseren wij om het plangebied vrij te geven voor voorgenomen ingrepen. Bovenstaande vormt een advies. Op basis van het advies is het aan de bevoegde overheid van de gemeente Beuningen een selectieadvies uit te brengen voor eventueel aanvullend onderzoek in het plangebied en de wijze waarop dit al dan niet dient plaats te vinden.

Onderhavig onderzoek betrof een steekproef. Ongeacht het besluit dat de bevoegde overheid neemt attenderen wij daarom op de wettelijke verplichting om wanneer bij grondroerende werkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, deze te melden (conform Erfgoedwet artikel 5.10). Dit kan via de gemeente Beuningen of via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Bovenstaande vormt een advies. Op basis van het advies is het aan de bevoegde overheid van de gemeente Beuningen een selectieadvies uit te brengen voor eventueel aanvullend onderzoek in het plangebied en de wijze waarop dit al dan niet dient plaats te vinden. Onderhavig onderzoek betrof een steekproef. Ongeacht het besluit dat de bevoegde overheid neemt attenderen wij daarom op de wettelijke verplichting om wanneer bij grondroerende werkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, deze te melden (conform Erfgoedwet artikel 5.10). Dit kan via de gemeente Beuningen of via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).

Inhoud 1.

Aanleiding........................................................................................................................................7

2.

Resultaten vooronderzoek............................................................................................................9

3.

Aard, doel en onderzoeksvragen................................................................................................ 11

4.

Onderzoeksmethodiek................................................................................................................ 12

5.

Resultaten veldonderzoek...........................................................................................................14

6.

Interpretatie................................................................................................................................. 22

7.

Waardestelling ........................................................................................................................... 23

8.

Conclusie en advies..................................................................................................................... 26

9.

Geraadpleegde bronnen ........................................................................................................... 27

Bijlage 1.

Archeologische periode-indeling voor Nederland

29

Bijlage 2.

Luchtfoto met kadastrale ligging.............................

30

Bijlage 3.

Toekomstige bebouwing.........................................

31

Bijlage 4.

Paleogeografische kaart............................................

32

Bijlage 5.

Cultuurhistorische waardenkaart.............................

34

Bijlage 6.

Puttenplan IVO-P........................................................

36

Bijlage 7.

Allesporenkaart..........................................................

37

Bijlage S.

Vlaktekeningen...........................................................

38

Bijlage 9.

Sporen- en lagenlijst.................................................

48

Bijlage 10. Vondstenlijst..............................................................

49

Bijlage 11. Plangebied ten opzichte van andere vindplaatsen

51

Bijlage 12. Beantwoording onderzoeksvragen........................

52

1. Aanleiding Provincie

Gelderland

Gemeente

Beuningen

Plaats

Ewijk

Toponiem

Dam 8

Kaartblad

39H

Perceelnummer(s)

EKW00 - E - 1434, 1648 en 1649

Centrumcoördinaat

178.939 / 430.590

Oppervlakte plangebied

Circa 5.500 m2

Oppervlakte onderzoeksgebied

Circa 5.500 m2

Huidig grondgebruik

Tuin en grasland

In opdracht van Buro Waalbrug heeft Transect b.v.1 in juni 2020 een archeologisch onderzoek uitgevoerd in het plangebied aan de Dam 8 in Ewijk. Het onderzoek bestond uit een inventariserend proefsleuvenonderzoek (IVO-P), karterende en waarderende fase. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1 en bijlage 2. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 5.500 m2. Het plangebied is ten tijde van het proefsleuvenonderzoek in gebruik als tuin en grasland. De aanleiding voor het onderzoek werd gevormd door het voornemen om een nieuwbouwwoning en bijgebouw in het plangebied te realiseren (bijlage 3). Naar verwachting wordt de nieuwe woning achter de huidige woning van nummer 8 gebouwd en wordt ten westen van de huidige woning een oprit gerealiseerd. De diepte van de funderingen van de woning is nog niet bekend. Voorafgaand aan het proefsleufonderzoek heeft als onderdeel van een groter plangebied in het kader van woningbouw in 1998 een vooronderzoek plaatsgevonden in de vorm van een oppervlaktekartering en booronderzoek (Schutte et al. 1999). Hieruit blijkt dat het plangebied in een zone ligt waar oeverwalafzettingen op komklei aanwezig zijn, waaronder mogelijk wederom oeverafzettingen aanwezig kunnen zijn. Het geheel is mogelijk afgedekt met komklei.

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek en de nieuwbouwplannen is geadviseerd in het plangebied een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Het doel van dit onderzoek is het toetsen en aanvullen van de verwachting uit het vooronderzoek door het opsporen en waarderen van eventueel aanwezige archeologische resten. Dit rapport omvat de (eind)resultaten van het proefsleuvenonderzoek. Het proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen uit protocol 4003 ('Inventariserend Veldonderzoek - Proefsleuven') van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1), het voor het onderzoek opgestelde Programma van Eisen (Magdelijns, 2021).

1 Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm 'BRL SIKB 4000', versie 4.0, en is gecertificeerd door middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: 'KNA Protocol 4001 Programma van Eisen', 'KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek', 'Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig', 'Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven' en 'Protocol 4004 Opgraven', en staat geregistreerd bij het RCE en de SIKB.

transect

7

179Ũ00

179000

Legenda plangebied

400 nr

transect

Figuur 1: De ligging van het plangebied op een topografische kaart. Bron: www.pdok.nl.

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK k ADVIES

8

2. Resultaten vooronderzoek Landschap Het plangebied maakt deel uit van het Midden-Nederlandse rivierengebied. Op de paleogeografische kaart van de gemeente Beuningen (bijlage 4) bevindt het plangebied zich op een crevasserug (kaartcode 3B47). De crevasse is vermoedelijk afkomstig van de meandergordel van Winssen (vanaf 5391 v. Chr. actief tot en met 3891 v. Chr., in het Laat-Mesolithicum tot Midden-Neolithicum). Crevasses ontstaan bij een doorbraak van de oeverwal waardoor (zandige) rivierafzettingen worden afgezet in het overstromingsgebied. Tevens kunnen zich ook geulen insnijden in de oorspronkelijke rivierafzettingen, waarlangs bij langdurige activiteit ook (bewoonbare) oeverwallen kunnen ontstaan. Ten noorden van het plangebied ligt een restgeul. Volgens de bodemkaart zijn ten noorden in het plangebied kalkhoudende ooivaaggronden aanwezig (kaartcode Rd90A). Dit zijn kleigronden die tot een aanzienlijke diepte een homogene bruine tot grijsbruine kleur hebben (De Bakker, 1966). Roestvlekken komen pas beneden 50 centimeter beneden maaiveld voor. Deze gronden komen voor in niet jong sediment en relatief droge gronden zonder blijvende of tijdelijke wateroverlast. In het zuiden van het plangebied zijn kalkloze poldervaaggronden aanwezig (kaartcode Rn95C).

Roest- en grijze vlekken kunnen al binnen 50 cm beneden maaiveld voorkomen Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) is te zien dat het maaiveld in het plangebied tussen circa 7,45 en 7,6 m +NAP ligt. In het plangebied is sprake van grondwatertrap VI, waarbij de gemiddeld hoogste grondwaterstand tussen 40 en 80 centimeter beneden maaiveld ligt en de gemiddeld laagste grondwaterstand beneden 1,2 meter beneden maaiveld.

Vooronderzoek In het rapport van het vooronderzoek zijn geen boorstaten opgenomen waardoor de exacte bodemopbouw met hoogtematen niet te achterhalen zijn. Uit kaartbijlage 1 valt echter wel op te maken dat het plangebied in een zone ligt waar oeverwalafzettingen op komklei aanwezig zijn, waaronder mogelijk wederom oeverwalafzettingen aanwezig kunnen zijn. Het geheel is mogelijk afgedekt met komklei. In de boringen zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.

Archeologische waarden In de directe omgeving van het plangebied hebben meerdere onderzoeken plaatsgevonden. Hieronder volgt een kort overzicht. ^

Circa 70 m ten zuidoosten van het plangebied is in 2018 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (Van Dijk 2020; onderzoeksmelding 4634264100). Het proefsleuvenonderzoek besloeg 112 proefsloeven met een oppervlakte van 9.988 m2. Tijdens het onderzoek zijn elf vindplaatsen aangetroffen vanaf de Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. De sporen variëren van grote nederzettingssporen, losse erven of huisplaatsen, maar ook graven of grafvelden en dumps voor.

^

Circa 140 meter ten noordenwesten van het plangebied is in 1998 een vondst gedaan tijdens een veldkartering (Schute 1999; vondstmelding 2991488100). De vondst was een vuursteen afslag (waarschijnlijk Neolithicum).

^

Circa 165 meter ten zuiden van het plangebied in 2013 is een booronderzoek uitgevoerd. Bij het onderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Bij het booronderzoek zijn er verschillende A-horizonten aangetroffen (Ap-horizont, Aa en Aa-C-horizont en Ahb-horizonten) en is de C-Horizont vanaf 165 cm -Mv tot 200 cm -Mv diep aangeboord (Schorn 2014; onderzoeksmelding 2400283100).

t

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ^ ADVIES

9

^

Circa 180 m ten zuiden van het plangebied is in 2020 een booronderzoek uitgevoerd (Ten Broeke 2020; onderzoeksmelding 4609649100). Bij het booronderzoek is vanaf maaiveld een Ap-horizont (bouwvoor), waar vanaf een diepte tussen de 30 en 85 cm is een Cg-horizont (crevassegeulafzettingen) en is de Cr-Horizont (lichtgrijsbruin gekleurd, zwak siltig, matig grof zand, kalkrijk, beddingafzettingen van Winssen) vanaf 140 cm -Mv tot 200 cm -Mv diep geboord. Er zijn buiten recente puindeeltjes (waarschijnlijk door agrarische bewerking in de grond terecht gekomen), geen archeologische indicatoren aangetroffen.

^

Circa 130 m ten westen van het plangebied is een bureauonderzoek en booronderzoek uitgevoerd (Van der Laar en Teekens 2013; onderzoeksmelding 2395343100). De boringen zijn tot 1,75 m -Mv gezet, waarvan tot een minimaal van 0,25 m in de C-horizont. De opbouw van de bodem is oeverafzettingen, overgangszone oever- naar beddingafzettingen en beddingafzettingen. De oeverafzettingen kunnen al vanaf 25 cm -Mv worden aangetroffen tot en met 50 cm -Mv, de dikte varieert van 10 cm tot en met 50 cm. De overgangzone is vanaf 65 cm -Mv tot en met 70 cm -Mv, de dikte varieert van 22 cm tot en met 45 cm. De beddingafzettingen kunnen vanaf 100 cm -Mv tot en met 115 cm -Mv, waarvan de diepteligging top rond 95 cm ligt.

^

Circa 15 m ten zuiden van het plangebied is een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (Langeveld 2010; onderzoeksmelding 2238998100). Bij de proefsleuven zijn er bewoningssporen aangetroffen en vondsten (er zijn 3 vlakken aangelegd per put). Verder is bij de proefsleuven de crevassegeul aangetroffen die door het putten heen sneed. De bewoningssporen die zijn te dateren worden geplaatst in het Neolithicum en de Bronstijd. De andere bewoningssporen waren onduidelijk te determineren, maar wijzen op een mogelijk erf of grafveld uit de IJzertijd en mogelijke sporen van bewoning uit de Late Middeleeuwen.

^

Circa 145 m ten zuidoosten van het plangebied is in 1998 tijdens een veldkartering vondsten aangetroffen die duiden om een Middeleeuwse akkercomplex, waarbij de verspreiding van de scherven zeer wijd is (Schute 1999;vondstmelding 2991285100).

^

Ongeveer 230 m ten oosten van het plangebied ligt een terrein van hoge archeologische waarde (AMK-terrein 4604; Ewijksche velden). Het betreft een terrein met sporen van bewoning uit de Late IJzertijd/Romeinse tijd. Er zijn vooral handgevormde en enkele fragmenten gedraaid aardewerk uit de Late IJzertijd en Romeinse tijd gevonden.

Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen Op de cultuurhistorische kaart van de gemeente Beuningen (bijlage 5) ligt het plangebied in oud cultuurland (in de Vroege Middeleeuwen). De boerderij aan de Dam 8 betreft een architectuurhistorisch monument (nr. 65). Volgens de Basisregistratie Adressen en Gebouwen van het Kadaster dateert dit gebouw uit 1872 (bron: bagviewer.kadaster.nl). De Koningsstraat en Dam ten zuiden van het plangebied zijn beiden een dijk uit de Middeleeuwen - Nieuwe Tijd. De historische kern van Ewijk een kleine kilometer naar het noordoosten. Wel zijn ten oosten, zuiden en westen van het plangebied historische huislocaties aanwezig. Voor zover bekend hebben geen verstoringen in het plangebied plaatsgevonden. Tegenwoordig is het plangebied is gebruik als tuin en grasland.

Archeologische verwachting Vanwege de ligging van het plangebied op een crevasserug die is ontstaan in het Neolithicum, heeft het plangebied een hoge verwachting op archeologische resten uit de periode Neolithicum - Nieuwe tijd. De verwachting is gericht op archeologische lagen, vondststrooiingen en grondsporen, met een gemiddelde spoordichtheid.

t

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ^ ADVIES

10

3. Aard, doel en onderzoeksvragen Het doel van het proefsleuvenonderzoek is het toetsen en aanvullen van de archeologische verwachting door het opsporen en het waarderen van eventueel aanwezige archeologische resten. Het onderzoek moet, voor zover mogelijk, inzicht geven in de aard, datering, omvang, gaafheid, conservering en begrenzing van de mogelijk aanwezige archeologische resten. Op basis van de onderzoekresultaten kan de bevoegde overheid van de gemeente Beuningen een uitspraak doen over de omgang met eventueel aanwezige archeologische resten in het plangebied (behoud in situ, opgraven, vrijgave). In het Programma van Eisen (PvE, Magdelijns, 2021) zijn hiertoe onderzoeksvragen opgenomen. De beantwoording van de onderzoeksvragen is opgenomen in bijlage 11.

transect

11

4. Onderzoeksmethodiek Het proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd in juni 2021 door Matthijs Sonneveld (KNA Archeoloog), Hélène Lepage (Archeoloog MSc) en Jesse Braiek (Archeoloog BA) en stond onder leiding van André Kerkhoven (senior KNA Archeoloog). Conform het PvE zijn vier werkputten aangelegd in het plangebied (tabel 1). De locatie van de werkputten ten opzichte van de toekomstige bebouwing is weergegeven in bijlage 6. Een sfeerfoto van het veldwerk is weergegeven in figuur 2. Tabel 1: Overzicht van de afmetingen en vlakdieptes per proefsleuf. Werkput Afmetingen Vlakdieptes (in m NAP) Vlak 1 Vlak 2 1 4 x 25 m 6,81 - 6,91 6,20 - 6,42 2 4 x 25 m 6,83 - 7,07 6,31 - 6,42 3 4 x 25 m 6,77 - 6.90 6,20 - 6,61 4 4 x 25 m 6,62 - 7,01 6,20 - 6,64

Vlak 3 5,85 - 5,95 6,01 - 6,07

De werkputten zijn gegraven met een graafmachine voorzien van een 'gladde' en gesloten bak. Vlakken en de stort zijn afgezocht met een metaaldetector op metaalvondsten. Er zijn foto's en (digitale) tekeningen gemaakt van vlakken, profielen en sporen. En, sporen zijn selectief gecoupeerd en afgewerkt. (Mogelijke) structuren zijn in gedetailleerd gedocumenteerd en in dagrapporten beschreven. Bij het veldonderzoek zijn geen grondmonsters genomen. Er zijn in alle werkputten twee vlakken aangelegd, te weten: een vlak onder de oeverafzettingen (S.2000), op een diepte van 6,62 - 7,07 m +NAP. Het tweede vlak is hier weer circa 50 cm onder gelegd, vlak onder de vegetatiehorizont (S.4000), op een diepte van 6,20 - 6,64 m +NAP. Daarnaast is in werkputten 1 en 2 een derde vlak aangelegd in het beddingzand (S.7000) om te controleren of er nog andere archeologisch relevante niveaus in de bodem aanwezig waren.

transect

12

■3 '.. ‘i •;4. -*«*-í

ĶTfiřř VSfe

.JV.V'.

«V3S

4"***

IgāfcfišgŞ .'řľs^.5

r.;«5m rs^vĩ^'

WlF:^ İ -" — t

*İS

■' ^’**i~*» ŵŵį

ŵ' ‘í feįls:

íìįŞşsś* dėšŴfcÈT ttmt:

-'Ä.'-ŗ^ ’ŷşaim:

•ŞSŚfcafcŞŠŠP*" .,'^r' ■䥚pmļìį ;~t*::?ÄŴ9B mŴ.1

ļâfiíîfc \ï:»S'

Jŵŵ!dř5sS iiŜsw&Ž. HÈS*-; ity* r* "i

S' *j

;*Sfeş»: í5ċ '■' •ţ'-

Figuur 2: Overzichtsfoto werkput 1 met vlak 1 (rechts) en vlak 2 (links).

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK F ADVIES

13

5. Resultaten veldonderzoek Bodemopbouw2 De bodemopbouw in het plangebied is relatief uniform. Een representatieve profielopname is weergegeven in figuur 3. De basis van dit profiel wordt gevormd door matig siltig zand dat grijs van kleur is en matig tot slecht gesorteerd is (S.7000). Dit zand wordt geïnterpreteerd als beddingafzettingen van de Winssense meandergordel die bij andere onderzoeken in de buurt van het plangebied ook is aangetroffen. De top van het beddingzand is hier aangetroffen op een diepte tussen 5,80 tot 5,92 m +NAP. Het beddingzand wordt afgedekt door sterk siltig, matig tot zeer fijn zand dat lichtgrijs van kleur is (S.6000). Dit zand wordt afgedekt door oranjegrijze, sterk siltige klei met een zandige bijmenging (S.5000). Op deze klei ligt een pakket sterk siltige dat donkergrijs van kleur is, matig stevig van consistentie en mangaanspikkels bevat (S.4000). Deze lagen (S.4000, S.5000 en S.6000) omvatten de verlandigsfase van de Winssense meandergordel, waar in de top een vegetatiehorizont is gevormd (S.4000). Deze vegetatiehorizont is afgedekt met licht grijsbruine, siltige klei dat is geïnterpreteerd als komafzettingen (S.3000). Deze komafzettingen zijn vervolgens afgedekt met grijsbruin, zwak zandige klei die geïnterpreteerd is als oeverafzettingen (S.2000).

Deze kom- en oeverafzettingen behoren beiden tot de proto-Waal (van voor de bedijking), die vanaf circa 200 n. Chr. actief was. In de oeverafzettingen is direct onder het maaiveld een recente bouwvoor gevormd bestaande uit bruingrijze matig zandige klei (S.1000).

Sporen en structuren Bij het proefsleuvenonderzoek zijn in totaal vijf archeologische grondsporen aangetroffen, waaronder greppels, rijen van paalgaten en paalkuilen en een paalkuil (zie tabel 2). Na het couperen bleek dat twee grondsporen een recente oorsprong hadden. De allesporenkaart en de vlaktekeningen zijn opgenomen in bijlagen 7 en 8. Met uitzondering van het ene paalkuil (S.7) zijn alle archeologische grondsporen aangetroffen in het eerste vlak dat direct onder de oeverafzettingen van de proto-Waal (S.2000) is aangelegd. De conservering van de sporen is goed te noemen. De sporen zijn over het algemeen goed te onderscheiden van de natuurlijke ondergrond. Sporen-, lagen- en vullingenlijsten zijn opgenomen in bijlage 9. Tabel 2. Archeologische grondsporen per categorie.

Categorie Greppel (GR) Rij paalgaten (RPG) Paalkuil (PK) Recente sporen (REC) Totaal

Aantal

Percentage

4

5070

2

2570

1

12,57

1

12,57

8

1000 Zo

2 Voor een uitvoerige (lithologische) beschrijving van iedere afzonderlijke laag, wordt verwezen naar bijlage 9.

transect

14

S.1000

S.2000

S.3000

S.4000

S.5000

5063142100

S.6000

S.7000

Figuur 3: Profielopname in oostwand van werkput 1 (PP.1.1).

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK F ADVIES

15

Greppels Er zijn in totaal vier greppels aangetroffen bij het proefsleuvenonderzoek. Deze greppels vertegenwoordigen de grootste spoorcategorie van het onderzoek. Alle greppels zijn oostnoordoostwestzuidwest georiënteerd. Van noord naar zuid betreft het S.3 (in werkput 2), S.4 (in werkput 3) en S.8 en S.6 (beiden in werkput 4). De afstand tussen S.3 en S.4 en die tussen S.4 en S.8 bedraagt circa 21 m. De afstand tussen S.8 en S.6 is beduidend kleiner, namelijk circa 14 m. Twee van deze greppels zijn ter behoeve van de waardestelling gecoupeerd (S.3 en S.8; figuur 4). Hierbij zijn verschillende vondsten gedaan, waaronder de hals met oor van een kan van Steengoed aardewerk en een wandfragment Proto-steengoed met engobes. Dit plaats de datering van de greppels in de 13e eeuw. Gezien de gelijke oriëntatie en de regelmatige tussenafstand met S.4 is een vergelijkbare datering voor dit spoor waarschijnlijk. Hoewel de tussenafstand met S.6 afwijkt van de overige greppels, is het uiterlijk van het spoor vergelijkbaar met S.3. Om deze redenen wordt ook deze greppel tot hetzelfde vondstcomplex gerekend. Van de aangetroffen greppels komt de ligging van één overeen met de perceelsgrenzen in de periode 1811-1832 die zijn aangegeven op de Kadastrale Minuut (figuur 5). Het betreft S.8 in werkput 4. De overige greppels zijn niet aangegeven op de Kadastrale Minuut.

S.6, eveneens in werkput 4, heeft een ligging die min of meer overeenkomt met de huidige kadastrale grenzen, zoals te zien op de allesporenkaart (bijlage 7). De oriëntatie van deze greppel wijkt echter iets af van de kadastrale grens. De recente sloot die hier in aangetroffen (S.5) lijkt meer overeen te komen met deze grens. Aangezien er in deze sloot ook recent glas is aangetroffen, betreft het hoogstwaarschijnlijk een perceelsgrens.

! frŕ î:

'įWs?

5063A42100

Figuur 4: Spoor 3, een greppel in werkput 2. Overige sporen Naast de greppels zijn er in werkputten 1 en 2 rijen paalgaten (S.1 en S.2). Het betreft de paalgaten van zes paaltjes (S.1) met een diepte van 6-18 cm (figuur 6). S.2 bestaat uit twee paalgaten met een

transect

16

diepte van 8-18 cm. Deze rijen paalgaten liggen in het verlengde van elkaar, waardoor een gelijke datering op basis van het uiterlijk van de sporen en de ligging ervan waarschijnlijk is.

178900

178950

179000

WP.l

50 m 178900

178950

179000

Figuur 5: Greppels op de Kadastrale Minuut uit 1811-1832. Bron: www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl.

^ 4 ;- *S;

ki

t v İ ï V'- 1 Kmm

■r Çiìfo

stras xįŗ. M

şįĘmtd

f,V f İA,A Figuur 6: Rij van paalgaten in werkput 1 (S.1).

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ^ ADVIES

17

Het enige spoor dat is aangetroffen in het tweede vlak, in de top van de afzettingen van de Winssense stroomgordel, is een paalkuil gelegen in werkput 4 (S.7; figuur 7). Deze paalkuil heeft een vulling met veel houtskool. Daarnaast bevat de vulling ook veenbrokken. De contouren van het spoor zijn relatief vaag, waardoor het hoogstwaarschijnlijk een grotere ouderdom heeft dan de overige sporen, wat in overeenkomst is met de stratigrafische ligging. Aangezien er verder geen vondstmateriaal afkomstig is uit dit spoor of uit de vegetatiehorizont waarin deze paalkuil is ingegraven, kunnen er geen verdere uitspraken gedaan worden over de ouderdom van het spoor.

Wffl&ÊŚÊŘ jsafl

-saS

ŕ---* X*i UHT'-'-ŕr

3Er

i —i

■Ą ţ&tfĩŗř * '

ií.*;. r '

'Ť!

, J*. . •fr-- -

- 'rAv.-ĵ’Z- UJÍ. . .. - -:. x

. - V'

:CĮj ..JÌ'A

'C* w

Figuur 7: Paalkuil S.7 (werkput 4, vlak 2).

Vondstmateriaal In totaal zijn bij het proefsleuvenonderzoek 13 vondsten gedaan. De vondsten zijn verdeeld in de categorieën keramiek, dierlijk bot en natuursteen. De vondsten zijn gewassen, gesplitst, gewogen en bekeken. De vondstenlijst met daarin de gesplitste materiaalcategorieën is opgenomen in bijlage 10. Voor de aantallen, percentages en gewichten per materiaalcategorie wordt verwezen naar tabel 3. Tabel 3: Aantallen, percentages en gewichten vondsten per materiaalcategorie.

Materiaalcategorie Keramiek (KER) Dierlijk bot (ODB) Natuursteen (SXX) Totaal

Aantal

Percentage

61

84,770

1568,6

9

12,57

273,8

2

2,87

28,6

72

100%

1871,0

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK F ADVIES

Gewicht (gram)

18

Keramiek Er zijn in totaal 61 fragmenten gebruiksaardewerk aangetroffen. Het gros van het aardewerk is verzameld uit de oeverafzettingen (S.2000). Daarnaast zijn enkele fragmenten uit sporen verzameld. In de oeverafzettingen zijn in totaal 23 fragmenten aardewerk gevonden. Hierin zijn diverse baksels vertegenwoordigd die allen dateren uit de Volle of Late Middeleeuwen. Het betreft Kogelpot aardewerk (vondstnr. 8), grijsbakkend aardewerk (vondstnr. 12), Proto-steengoed (vondstnr. 7 en 10), Steengoed (vondstnr. 7, 12 en 13), roodbakkend aardewerk (vondstnr. 1) en witbakkend aardewerk (vondstnr. 1 en 8). Deze vondsten zijn te interpreteren als afval dat tijdens bewoning van de brede oevers van de (proto-)Waal in de bodem terecht zijn gekomen. Zij bevestigen de aanwezigheid van bewoning in de Middeleeuwen. Uit S.3 zijn een fragment van een handvat van een bakpan gevonden die gemaakt is uit roodbakkend aardewerk. Het fragment is aan binnen- en buitenzijde geglazuurd met loodglazuur. Dit fragment dateert op basis van het glazuur uit 15e tot 19e eeuw. Daarnaast zijn er in dit spoor meerdere halsfragmenten aardewerk aangetroffen die samen de complete hals van een Proto-steengoed kan vormen van het type s2-kan-23 (vondstnr. 5; figuur 8). De hals is niet volledig rond en heeft een diameter van 7,5 tot 9,0 cm.

De kan is voorzien van ijzerengobe en geglazuurd met zoutglazuur, dat niet de gehele oppervlakte bedekt. Dit glazuur is zowel aan de buiten- als binnenkant aanwezig. De kan dateert rond het jaar 1300. Uit de andere greppel waaruit vondsten zijn gedaan, S.8, zijn eveneens een aantal vondsten gedaan. Het betreft een fragment Proto-steengoed, waarop aan binnen- en buitenzijde engobe is aangebracht (vondstnr. 13; figuur 9). Daarnaast is er een bodemfragment Bijna-steengoed en een bodem- en wandfragment grijsbakkend aardewerk (vondstnr. 13). Deze aardewerkbaksels dateren tussen 1200 en 1300 (Proto-steengoed) en tussen 1275 en 1325 (bijna-steengoed).

Figuur 8: Steengoed kan uit greppel S.3 (vondstnr. 5).

transect

19

Figuur 9: Proto-steengoed scherf uit greppel S.8 (vondstnr. 13). Dierlijk bot Het verzamelde dierlijk bot betreft negen fragmenten waarvan er zeven afkomstig zijn uit een greppel (S.8). Het betreft onder meer een proximaal fragment van de radius van een rund, een fragment van de diafyse van een radius waarvan het dier onbekend is, een fragment van een diafyse dat onvolgroeid is en een atlas, vermoedelijk eveneens van een rund (figuur 10). De overige twee fragmenten zijn afkomstig uit de oeverafzettingen (S.2000). Dit zijn distale fragmenten van de radius van een rund. Natuursteen Er zijn bij het onderzoek twee fragmenten natuursteen gevonden. Een fragment is afkomstig uit een greppel (S.8). Het betreft een fragment kwartsiet waarin drie strepen in kruisvorm zijn ingeslepen (vondstnr. 13; figuur 11). Het andere fragment is afkomstig uit de oeverafzettingen (S.2000) en betreft een verbrand stuk leisteen.

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK F ADVIES

20

PINi ■Ŵ4.' I

Figuur 11: Dierlijk botmateriaal uit greppel S.8 (vondstnr. 13).

F

:

mm

mam

^ Figuur 10: Natuursteen met versiering in kruisvorm uit greppel S.8 (vondstnr. 13).

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK F ADVIES

21

6. Interpretatie Tijdens het veldonderzoek zijn een tweetal vindplaatsen aangetroffen in het plangebied. De oudste betreft een paalkuil uit de top van de Wissense stroomgordel. Aangezien er in dit spoor en deze laag geen vondsten zijn gedaan, kan een datering van deze paalkuil alleen worden gebaseerd op de stratigrafische ligging. De Wissense stroomgordel was actief tijdens het Mesolithicum en Neolithicum, daarom kan het spoor dateren uit de periode Mesolithicum tot Romeinse tijd, toen de proto-Waal actief werd en komafzettingen in het plangebied afzette die de oudere afzettingen afdekte. De tweede vindplaats wordt gevormd door de verschillende greppels en palenrijen die tijdens het onderzoek gevonden zijn. In de greppels zijn wel vondsten gedaan. Het betreft voornamelijk aardewerk uit de 13e eeuw, met een enkel fragment dat mogelijk zo jong kan zijn als de 19e eeuw. Gezien de regelmatige tussenafstand van de greppels en het voorkomen van een enkele greppel op de Kadastrale Minuut is het waarschijnlijk dat het erfgreppels betreft, die mogelijk op een lange geschiedenis van het plangebied als landbouwgrond wijzen. Hetzelfde kan gezegd worden over de palenrijen. Het gebruik van het plangebied als landbouwgrond wordt mede ondersteund door de vondst van gebruiksafval in de oeverafzettingen dat uit deze periode dateert.

Tijdens een groot proefsleuvenonderzoek op een afstand van circa 70 m ten zuiden van het plangebied, in plangebied Hoge Woerd, zijn meerdere vindplaatsen aangetroffen waarvan er een hoogstwaarschijnlijk te relateren is aan de derde vindplaats die tijdens onderhavig onderzoek is gevonden (Van Dijk, 2020). Het betreft vindplaats 9, die langs de Steeg is gelegen (zie bijlage 10 voor de ligging ten opzichte van het plangebied van dit onderzoek). Deze vindplaats bestaat uit greppels, één of meerdere gebouwplattegronden die niet konden worden gereconstrueerd en gebruiksaardewerk dat dateert uit de periode 1200/1300 - 1575/1600. Net als bij vindplaats 2 van onderhavig onderzoek, dateert het meeste aardewerk in de 13V14e eeuw. Daarnaast is er gelijktijdig met onderhavig onderzoek een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd aan de Koningstraat naast nummer 16. Hierbij zijn eveneens sporen van landgebruik aangetroffen die waarschijnlijk uit dezelfde periode dateren (Wolff, 2021). Het is daarom aannemelijk dat de resten uit deze drie onderzoeken (Van Dijk, 2020; Wolff, 2021; en onderhavig onderzoek) allen tot dezelfde vindplaats behoren. Bewoningssporen uit deze periode zijn schaars in het oostelijk rivierengebied (Schabbink, 2016).

Naast het bovengenoemde onderzoek is in op circa 800 m ten noordoosten van het plangebied een archeologische opgraving geweest waarbij verschillende perceelsgreppels uit de Late Middeleeuwen zijn aangetroffen (Ewijk-Hekkeslag; 't Hart et al., 2019). Bij deze opgraving zijn echter onvoldoende resten aangetroffen om de precieze aard van bewoning vast te stellen. Gedetailleerde gegevens over de bewoningsgeschiedenis van Ewijk en omstreken tijdens de Late Middeleeuwen ontbreekt dus nog.

transect

22

7. Waardestelling Archeologische vindplaatsen worden gewaardeerd conform de BRL4000 | KNA-protocol 4003, specificatie VS06 Waarderen en bijlage IV van de KNA 4.1. Vindplaatsen worden gewaardeerd op drie waarden (beleving, fysieke kwaliteit en inhoudelijke kwaliteit) en daarbinnen op waarderingscriteria (tabellen 4 en 5). Op ieder van de in totaal acht waarderingscriteria kan minimaal 1 en maximaal 3 worden gescoord. Bij de waardering wordt eerst nagegaan of vindplaatsen vanwege hun belevingswaarde, op basis van hun schoonheid of herinneringswaarde, als behoudenswaardig aangemerkt kunnen worden (figuur 12). De vindplaatsen worden vervolgens op hun fysieke kwaliteit beoordeeld. Een vindplaats is in principe behoudenswaardig, indien de criteria gaafheid en conservering samen bovengemiddeld (vijf of zes punten) scoren. De beoordeling van de fysieke kwaliteit is gerelateerd aan de archeoregio waarin de vindplaats zich bevindt. Bij een middelmatige tot lage score (vier punten of minder), wordt naar de inhoudelijke kwaliteitscriteria gekeken om te bepalen of een vindplaats toch behoudenswaardig is. Indien te verwachten is dat op een van de inhoudelijke criteria 'hoog' wordt gescoord, wordt de vindplaats ook in principe behoudenswaardig geacht.

Dit 'vangnet' heeft tot doel er voor te zorgen dat terreinen die van beperkte fysieke kwaliteit zijn, maar desondanks inhoudelijk van groot belang, uit de beoordeling vallen. Vindplaatsen die op grond van hun fysieke kwaliteit als in principe behoudenswaardig zijn aangemerkt, worden vervolgens gewaardeerd op hun inhoudelijke kwaliteit. ^

Eerst vindt een afweging plaats op de eerste drie inhoudelijke kwaliteitscriteria; zeldzaamheid, informatiewaarde en ensemblewaarde. Bij een bovengemiddelde score van zeven punten of meer wordt het monument als behoudenswaardig aangemerkt.

^

Na deze weging wordt bij vindplaatsen met een lagere inhoudelijke waardering (minder dan zeven punten) nagegaan of het criterium representativiteit van toepassing is. Zo ja, dan wordt een voorstel gedaan voor een als behoudenswaardig aan te merken steekproef per categorie.

^

De overige vindplaatsen zijn niet behoudenswaardig.

Beleving Fysieke kwaliteit bovengemiddelde

Inhoudelijke kwaliteit

Behoudens­ waardig

Voorstel tot selectie

Representativiteit

Niet behoudens­ waardig

Figuur 12. De waarderingssystematiek op basis van de BRL4000/KNA 4.1.

transect

23

Waardestelling In het plangebied zijn twee vindplaatsen aanwezig. Het betreft een paalkuil met een onbekende datering (vindplaats 1) en perceelsgreppels en palenrijen uit de Late Middeleeuwen (vindplaats 2). Vindplaats 1 is aangetroffen in de top van de afzettingen van de Winssense stroomgordel, vindplaats 2 is aangetroffen in de oeverafzettingen van de proto-Waal stroomgordel In tabel 4 zijn de scores van de waardestelling van vindplaats 1 terug te vinden. De scores van de waardestelling van vindplaats 2 zijn te vinden in tabel 5. De scores van vindplaats 3 zijn te vinden in tabel 7. Bij hoge scores (vijf of zes punten voor de fysieke kwaliteit en/of zeven punten of meer voor de inhoudelijke kwaliteit) wordt een vindplaats als behoudenswaardig beschouwd.

Vindplaats 1 - Paalkuil uit de periode Neolithicum - Romeinse tijd Beleving Voor wat betreft beleving kan de vindplaats niet gescoord worden, omdat deze niet bovengronds zichtbaar is of kan worden. Fysieke kwaliteit De vindplaats scoort wat betreft de fysieke kwaliteit laag met twee punten. De gaafheid van de vindplaats is laag te noemen doordat het slechts uit één spoor bestaat en er geen vondsten zijn gedaan. Aangezien vondsten ontbreken en de spoorcontouren vaag zijn is de conservering van de vindplaats eveneens laag te noemen. Inhoudelijke kwaliteit Inhoudelijk scoort de vindplaats eveneens laag met drie punten. Over de zeldzaamheid van de vindplaats kan geen uitspraak worden gedaan aangezien de datering en aard ervan niet vast te stellen zijn. De zeldzaamheid scoort daarom laag. Hetzelfde geldt voor de informatiewaarde en de ensemblewaarde. Deze scoren eveneens laag. Tabel 4. Waardestelling vindplaats 1.______________________________________________________________ Waarden

Criteria

Beleving

Schoonheid

n.v.t.

Herinneringswaarde

n.v.t.

Fysieke kwaliteit

Inhoudelijke kwaliteit

Score - hoog

Score - middelhoog

Score - laag

Gaafheid

1

Conservering

1

Zeldzaamheid

1

Informatiewaarde

1

Ensemblewaarde Representativiteit

1 nee

Vindplaats 2 - Perceelsgreppels en palenrijen uit de Late Middeleeuwen Beleving Voor wat betreft beleving kan de vindplaats niet gescoord worden, omdat deze niet bovengronds zichtbaar is of kan worden. Fysieke kwaliteit De vindplaats scoort wat betreft de fysieke kwaliteit middelhoog met vier punten. De greppels zijn namelijk in meerdere werkputten aangetroffen en er zijn veel vondsten uit gedaan. De palenrijen konden bovendien worden gevolgd over meerdere werkputten. Dit zorgt voor een middelhoge score

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ^ ADVIES

24

wat betreft gaafheid. Daarnaast was één kan voor een groot deel compleet, wat zorgt voor een middelhoge score wat betreft conservering. Inhoudelijke kwaliteit Inhoudelijk scoort de vindplaats laag met vier punten. De zeldzaamheid is middelhoog, aangezien er weinig vindplaatsen met erven uit de Late Middeleeuwen bekend zijn in het oostelijk rivierengebied en de vindplaats deel uitmaakt van een groter vondstcomplex dat ook buiten het huidige plangebied aangetoond is. De informatiewaarde is laag aangezien de sporen van landgebruik die in het plangebied zijn aangetroffen relatief weinig informatie kunnen verschaffen ten opzichte van een erf met nederzettingsresten zoals is aangetroffen ten zuiden van het plangebied. Om deze reden is ook de ensemblewaarde van de vindplaats laag.

Tabel 5. Waardestelling vindplaats 2. Waarden

Criteria

Beleving

Schoonheid

n.v.t.

Herinneringswaarde

n.v.t.

Fysieke kwaliteit

Inhoudelijke kwaliteit

Score - hoog

Score - middelhoog

Gaafheid

2

Conservering

2

Zeldzaamheid

2

Informatiewaarde

1

Ensemblewaarde Representativiteit

transect

Score - laag

1 nee

25

8. Conclusie en advies Conclusie In het plangebied zijn twee vindplaatsen aanwezig. Het betreft een paalkuil met een onbekende datering (vindplaats 1) en perceelsgreppels en palenrijen uit de Late Middeleeuwen - Nieuwe Tijd (vindplaats 2). Vindplaats 1 is aangetroffen in de top van de afzettingen van de Winssense stroomgordel, vindplaats 2 is aangetroffen in de oeverafzettingen van de proto-Waal stroomgordel De archeologische resten van vindplaatsen 2 vormen hoogstwaarschijnlijk een geheel met de laatmiddeleeuwse resten die bij een opgraving ten zuiden van het plangebied, in plangebied Hoge Woerd, zijn aangetroffen.

Waardestelling Op basis van de KNA-waardestellingssystematiek is vastgesteld dat beide vindplaatsen niet behoudenswaardig zijn. Vindplaats 1 heeft namelijk een lage fysieke en inhoudelijke kwaliteit aangezien de aard en datering onbekend zijn. Vindplaats 2 betreft een deel van een vindplaats die ook buiten het plangebied is aangetroffen. De inhoudelijke kwaliteit van de sporen van landgebruik die in onderhavig plangebied zijn aangetroffen is echter onvoldoende om de vindplaats als behoudenswaardig te waarderen.

Advies Het selectieadvies omvat de volgende mogelijkheden: (1) het vrijgeven van het plangebied; (2) het behoud in situ van vindplaatsen (fysiek beschermen); of (3) het behoud ex situ van vindplaatsen (definitief opgraven). Het selectieadvies wordt voorgelegd aan de bevoegde overheid, die uiteindelijk een selectiebesluit moet nemen. In het plangebied bestaat het voornemen om een nieuwbouwwoning en bijgebouw te realiseren. Naar verwachting wordt de nieuwe woning achter de huidige woning van nummer 8 gebouwd en wordt ten westen van de huidige woning een oprit gerealiseerd. De diepte van de funderingen van de woning is nog niet bekend. Aangezien er geen sprake is van een behoudenswaardige vindplaats in het plangebied adviseren wij om het plangebied vrij te geven voor voorgenomen ingrepen. Bovenstaande vormt een advies. Op basis van het advies is het aan de bevoegde overheid van de gemeente Beuningen een selectieadvies uit te brengen voor eventueel aanvullend onderzoek in het plangebied en de wijze waarop dit al dan niet dient plaats te vinden. Onderhavig onderzoek betrof een steekproef. Ongeacht het besluit dat de bevoegde overheid neemt attenderen wij daarom op de wettelijke verplichting om wanneer bij grondroerende werkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, deze te melden (conform Erfgoedwet artikel 5.10).

Dit kan via de gemeente Beuningen of via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).

transect

26

9. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden ^

Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. Archeologisch Informatie Systeem (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015. www.ahn.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.opentopo.nl www.topotijdreis.nl www.bagviewer.kadaster.nl www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl www.kadaster.nl

Literatuur SIKB, 2018. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1). Bakker, H., de, 1966. De subgroepen van het systeem van bodemclassificatie voor Nederland, in: Boor en Spade. Bartels, M., 2011. Steden in Scherven Catalogus. Cities in sherds catalogue. Vondsten uit beerputten in Deventer, Dordrecht, Nijmegen en Tiel (1250-1900). Finds from cesspits in Deventer, Dordrecht, Nijmegen and Tiel (1250-1900). Zwolle: Stichting Promotie Archeologie (SPA) uitgevers. Berendsen, H.J.A., 2005. Landschappelijk Nederland. Assen. Bitter, P. S. Ostkamp en N.L. Jaspers, 2013. Classificatiesysteem voor (post-)middeleeuws aardewerk en glas = Het Deventer Systeem (sinds 1989). Amersfoort: ADC-ArcheoProjecten. Broeke, E.M., ten, 2020: Archeologisch bureauonderzoek en gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek. Steeg tussen nr. 1a en 3 te Ewijk. Doetinchem (Econsultancy Archeologisch Rapport nummer 6583.002). Bruning, L., 2012. Integrale Kennisagenda Archeologie Provincie Gelderland, Rivierengebied, Veluwe, Oost-Gelderland, versie 0-1 (concept). Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik, A.H. Geurts, 2012. Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn- Maas Delta. Dept. Fysische Geografie. Universiteit Utrecht. Digitale Dataset. Dijk, X.C.C., van, 2020: Hoge Woerd, gemeente Beuningen, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek, Weesp (RAAP-Rapport 3704).

Feenstra, R., 2019. Programma van Eisen IVO-P Ewijk, Dam 8. Gemeente Beuningen (GD). TransectPvE. Hart, R. 't, E.H.L.D. Norde en J.W.D. Tuinstra, 2019. Prehistorische bewoning langs een geul in het plangebied Hekkeslag in Ewijk, gemeente Beuningen; archeologisch onderzoek: een opgraving. RAAPrapport 3679. Laar, L.J., van der/P.C. Teekens,2013: Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (karterende boringen) Koningstraat Ewijk, gemeente Beuningen, Heerenveen (Archeologische Rapporten Oranjewoud 2013/12).

transect

27

Langeveld, 2010: Prehistorische bewoning in Ewijk Plangebied Keizershoeve III (omgeving Klaphekstraat). Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven, Amersfoort (ADC Archeoprojecten Rapport 2401). Schabbink, M. (red), 2016. Vier eeuwen boeren. Synthese Oogst voor Malta onderzoek: Archeologische sporen van boerderijen en erven 1250-1650. Nederlandse Archeologische Rapporten 49. Schorn, E.A., 2014. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek karterende fase. Steeg 4 te Ewijk, Zevenaar (Archeodienst-rapport 253). Schutte, I.A., G.H. de Boer en J.A.M. Roymans, 1999. Bouwproject Geldermalsen-Midden, Plangebied Ewijk, gemeente Beuningen; een archeologische kartering en waardering. Amsterdam, RAAP-rapport 371. Wolff, T., 2021. Ewijk, Koningstraat naast nummer 16. Gemeente Beuningen (GD). Een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P), karterende en waarderende fase. Transectrapport 3538.

Lijst van figuren en tabellen Figuur 1: De ligging van het plangebied op een topografische kaart.Bron: www.pdok.nl...........................8 Figuur 2: Overzichtsfoto werkput 1 met vlak 1 (rechts) en vlak 2 (links)..................................................... 13 Figuur 3: Profielopname in oostwand van werkput 1 (PP.1.1).....................................................................15 Figuur 4: Spoor 3, een greppel in werkput 2.................................................................................................. 16 Figuur 5: Greppels op de Kadastrale Minuut uit 1811-1832. Bron: www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl. ........................................................................................................................................................................... 17 Figuur 6: Rij van paalgaten in werkput 1 (S.1).............................................................................................. 17 Figuur 7: Paalkuil S.7 (werkput 4, vlak 2).......................................................................................................18 Figuur 8: Steengoed kan uit greppel S.3 (vondstnr. 5).................................................................................19 Figuur 9: Proto-steengoed scherf uit greppel S.8 (vondstnr.

13)................................................................20 Figuur 11: Natuursteen met versiering in kruisvorm uit greppel S.8 (vondstnr. 13)................................21 Figuur 10: Dierlijk botmateriaal uit greppel S.8 (vondstnr. 13)...................................................................21 Figuur 12. De waarderingssystematiek op basis van de BRL4000/KNA 4.1...............................................23 Tabel 1. Overzicht van de afmetingen en vlakdieptes per proefsleuf........................................................ 12 Tabel 2. Archeologische grondsporen per categorie.................................................................................... 14 Tabel 3. Aantallen, percentages en gewichten vondsten permateriaalcategorie...................................... 18 Tabel 4. Waardestelling vindplaats 1.............................................................................................................. 24 Tabel 5. Waardestelling vindplaats 2.............................................................................................................. 25

transect

28

Bijlage 1. Periode

Archeologische periode-indeling voor Nederland DeeL/subperiode

Recent

Van

Tot

1945 na Chr.

2050 na Chr.

Nieuwe Tijd

Late-Nieuwe Tijd Midden-Nieuwe Tijd Vroege-Nieuwe Tijd

1850 na Chr. 1650 na Chr. 1500 na Chr.

1945 na Chr. 1850 na Chr. 1650 na Chr.

Middeleeuwen

Late-Middeleeuwen B Late-Middeleeuwen A Vroege-Middeleeuwen D Vroege-Middeleeuwen C Vroege-Middeleeuwen B Vroege-Middeleeuwen A

1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr. 450 na Chr.

1500 na Chr. 1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr.

Romeinse Tijd

Laat-Romeinse tijd B Laat-Romeinse tijd A Midden-Romeinse tijd B Midden-Romeinse tijd A Vroeg-Romeinse tijd B Vroeg-Romeinse tijd A

350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr. 12 voor Chr.

450 na Chr. 350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr.

IJzertijd

Late-IJzertijd Midden-IJzertijd Vroege-IJzertijd

250 voor Chr. 500 voor Chr. 800 voor Chr.

12 voor Chr. 250 voor Chr. 500 voor Chr.

Bronstijd

Late-Bronstijd Midden-Bronstijd B Midden-Bronstijd A Vroege-Bronstijd

1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr. 2000 voor Chr.

800 voor Chr. 1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr.

Neolithicum

Laat-Neolithicum B Laat-Neolithicum A Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum A Vroeg-Neolithicum B Vroeg-Neolithicum A

2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr. 5300 voor Chr.

2000 voor Chr. 2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr.

Mesolithicum

Laat-Mesolithicum Midden-Mesolithicum Vroeg-Mesolithicum

6450 voor Chr. 7100 voor Chr. 8800 voor Chr.

4900 voor Chr. 6450 voor Chr. 7100 voor Chr.

Paleolithicum

Laat-Paleolithicum B Laat-Paleolithicum A Midden-Paleolithicum Vroeg-Paleolithicum

18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP -

8.800 voor Chr. 18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ^ ADVIES

29

Bijlage 2.

Luchtfoto met kadastrale ligging 1 f8900

179000

1 79100

Luchtfoto

Ewijk, Dom 8 Gemeente Beunmgen

Legenda plangebied kadastralegrens

i reooo

If8900

20

40

60

80

100 m

179100

Bron: pdok.nl

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK

transect

ADVIES

30

Bijlage 3.

Toekomstige bebouwing

Dam 8, Ewijk

nieuwe situatie Datum: 18-03-2021 Schaal: 1:500 (A3)

Nieuw bijgebouw Nieuwe woning

Nieuwe haag, soort: bijv. beukenhaag

Nieuwe groene rand met (lage) haag Nieuwe rij bomen aanplanten Bestaande woning met bijgebouwen

Nieuwoinrit ter plaatse van bestaande

A-.^ĩļ

Bomen handhaven

İÉsäTÍ

buro

WAAL BRUG

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK k ADVIES

31

Bijlage 4.

Paleogeografische kaart

178700

178800

I78900

1f9000

1 ř! LOŪ

179200

17! 100

Paleogeografische kaart

Ewijk, Dom 8 Gemeente Beunmgen

10404'

■

Legenda plangebied

78700

178800

1

l f9( no

I f! 100

179200

179300 Bron: gemeente Beunmgen

transect transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK f ADVIES

32

Legenda paleo-geografische eenheden

archeologische verwachting

Pleistoceen

archeologie bekende archeologische vindplaatsen ^

smeltwaterafzettingen (sandr) |

vlakte

laag

]

opduikingen

middelmatig (prehistorie-Romeinse tijd)

kleur cirkel geeft de beginperiode kleur symbool geeft de eindperiode, vorm symbool geeft het complextype

periode

Fluviatiele afzettingen (Formatie van Kreftenheye)

complextype

Q

Neolithicum

Q

nederzetting

Bronstijd

įţĵ

kasteel/haivezate/ridderhofstad

middelmatig (oeverzone van geul: Steentijd)

Q

ĵ terrasruggen/opduikingen

middelmatig (Steentijd)

Q

Uzertíjd

^

jagers- verzamelaarskamp

|

laag

^

Romeinse tíjd

cců

vŭla(cmplex)

^

Middeleeuwen

B2

begraving

ĵ

geulinsnijdingen

terrasvtakte

eolische afzettingen (Formatie van Kreftenheye) ĵ afgedekte terrasruggen met stuifzand (rivierduinen)

middelmatig (Steentijd)

Q

Vroege Middeleeuwen

[ļ

infrastructuur

ĵ

hoog (alle perioden)

dagzomende terrasruggen met stuifzand (rivierduinen)

Q

Late Middeleeuwen

0

akker/tuin

Holoceen (Formatie van Echteld)

Q

Nieuwe tíjd

ū

percelering/verkaveüng

meandergordels

Q

onbekend 3

economie

O

onbekend

]

meandergordel van Winssen (ca. 5391-3891 voor Chr.)

hoog (Neolithicum-Late Middeleeuwen)

]

meandergordel van de Waal, oude fase (ca. 210 voor Chr-500 na Chr.)

hoog (Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd)

1

meandergordel van de Waal (ca. 210 voor Chr.-heden)

laag

ĵ

grote doorlopende restgeul

hoog t.a.v. watergerelateerde archeologische objecten (periode afhankelijk van datering meandergordel)

* smalle (vermoedelijke) restgeul(restant) ĵ

strang (uiterwaarden) vermoedelijke strang

catalogusnummer

terreinen op de archeologische monumentenkaart terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd ] terrein van zeer hoge archeologische waarde ] terrein van hoge archeologische waarde

hoog t.a.v. watergerelateerde archeologische objecten (Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd)

3 terrein van archeologische waarde 6770

overige afzettingen ĵ

oeverafzettingen en crevassen

hoog (Neolithicum-Late Middeleeuwen)

|

komafzettingen

laag

religie

AMK-nummer

ĵ ARCHIS-onderzoeksmelding •/zo

nummer ARCHIS-onderzoeksmelding

n.v.t

ľï.V.Î. 9

oever.valdoorbraakqeul

oude woongronden

n.v.t. e

historische huislocatìe (1832) verhoogde huisplaats

fxWSI diepe bodemverstorinaen J water

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ^ ADVIES

33

Bijlage 5.

Cultuurhistorische waardenkaart

178300

178400

178500

178600

178700

178800

178900

Cultuurhistorische kaart

Ewijk, Dom 8 Gemeente Beunmgen

Legenda plangebied

178300

178400

178500

178600

178700

178800

178900

Bron: gemeente Beunmgen

transect

transect

34

bewoning

landbouw

1WM oudewoongrond

cultivering (Middeleeuwen - Nieuwste tijd)

Q

historische h ui sLocatie (1932)

dorps polder (Middeleeuwen)

«

bouwhistorisch monument

1

13

catalogusnummer bouwhistorisch monument

1

1 jong cultuurland, de velden (Volle Mi ddeleeuwen)

Ik

gj jong cuLtuurland, de broeken (Volle MiddeLeeuwen)

|

| jong cuLtuurland, devoormaLige uiterwaarden (VoLle Middeleeuwen)

O po1 bestuur

| oud cultuurland (Vroege MiddeLeeuwen)

buitenpolder (Middeleeuwen - Nieuwste tijd)

grenzen

I Riikvan Nijmegen (Middeleeuwen - Nieuwe tiid)

I uiterwaard (Ni euwe tijd - Ni euwste tijd)

Ĩ772 buitengedijkt cuLtuurland (Mi ddeleeuwen - Ni euwe tijd)

dorpspolder/buurschap (Middeleeuwen - Nieuwste tijd)

' 1 1

gemeente (Nieuwstetijd)

boe ren groen

1 " veedrift

weg beplanting

overheidsgebouwen (Middeleeuwen - Nieuwste tijd) ĝ-)

kerktoren (Middeleeuwen - Nieuwste tijd)

o

gemeentehuis (Ni euwstetijd)

*ļ boerengeriefbosie, griend f

koren malerij

verdediging

waterstaat waterkering (Middeleeuwen - Nieuwste tijd) | | | | | |

voorwen de (Mi ddeleeuwen) achterwende(MiddeLeeuwen)

ļjļĵ

kasteel

n4^

strijdtoneel

herenhuizen

zijdewende (Middeleeuwen)

[jyļ

buiten (Nieuwetijd)

wielgevormd doorvoorwendedoorbraak(Middeleeuwen)

U

villa (Nieuwste tijd)

bandijk (Middeleeuwen - Ni euwste tijd) industriële revolutie 11 I I II

oorspronkelijk dijkdeeL (Mi ddeleeuwen)

Jgf3

baksteenindustrie (Ni euwste tijd)

dí^

k^Put ^ euwste tijd)

jonger dijkdeeL inlaag, doorLaag, uitlaag (MiddeLeeuwen - Ni euwste tijd) oeverwaldoorbraakkolk(crevasse)(Middeleeuwen) I

1 wiel gevormd door doorbraakvan de bandijk (Middeleeuwen - Ni euwste tijd)

verbi nding: toegan gsweg, smaLspoor

—stoomtram

kweLko m, i n clu si ef kwe ld a m (Ni euw e tij d - Ni e uwste tij d) dijkdoorbraakafzetting, oversLag (Nieuwe tijd) j—ŕ

dijk mag azijn

wateriossing (Middeleeuwen - Nieuwste tijd) afwatering dorpspoLder (wetering) w eteri n gswa l

Q ^

schutLaken

111II11

zijkade boezemgebi ed

geloof godshuizen (Middeleeuwen - Nieuwste tijd) ĮĮņ,

k ath o li ek (Ni euwe tijd - Ni euw ste tij d)

[X,

protestant (Nieuwste tijd)

andere kerkelijke gebouwen (Nieuwe tijd - Nieuwste tijd) katholiek (MiddeLeeuwen - Nieuwste tijd) |'XS)

p r otestant (Ni e u wste tij d)

—kerk pad/bedevaartroute (MiddeLeeuwen - Ni euwste tijd)

uiterwaard (Nieuwe tijd - Nieuwste tijd) I

I

strang strang

I

restgeul restgeul zomerdam

^

bijgeloof oord van genezing ve rke e rsi nfra stru ctu ur land (Middeleeuwen - Nieuwste tijd) weg of pad, situatie 1832

overloopgeuL

fli weg of pad, verdwenen

wateriossing

water (Nieuwe tijd - Nieuwste tijd)

sluis

veerverbi n di n g

35

Bijlage 6. Puttenplan IVO-P

Puttenplan

Ewijk, Dam 8 Gemeente Beuningen

Legenda ] plangebied CD proefsleuven

100 m

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK » ADVIES

transect

36

Bijlage 7.

Allesporenkaart 178900

178950

179000

Allesporenkaart

Ewijk, Dom 8 VO-P

WP

Legenda

a plangebied

m

kadastralegrens

[

l werkput

sporen greppel paalkuil 5İOOt sta ken rij

WP.

Wľ'

178900

179000

178950

100 m

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK

transect

ADVIES

37

Bijlage 8.

Vlaktekeningen 178950

178965

Vlaktekening werkput 1, vlak 1

Ewijk, Dam 8 VO-P

Legenda ] plangebied werkput coupe +6.8S

profielpinnen

WP.l

maaiveldhoogte (m NAP)

46.81 46.90 +6.91

,PP 1.2

46.89

vlakhoogte (m NAP)

+7.4S

46.87

47.51

.PP 1.1

+6.91 46.89

vlak 1

47:50'

sporen

46.87

greppel paalkuil

47.49 47.47

sloot sta ken rij

178950

178965

8

10 m

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ^ ADVIES

transect

38

178950

178965

vlaktekenmg

Werkput 1, Vlak 2

Ewijk, Dam 8 IVO-P

Legenda plangebied werkput prorielpinnen WP.l

rt.33 46.42 +Ĉ.27

+6.21 46.23

vlakhoogte m NAP)

t6.23 ,PP 1-1

46.20

47.49 46.23

46.24 PP 1.2

46.27

maaiveldhoogte (m NAP)

vlak 2

47:50'

.+7-.48

47.51

47.49 47.47

178950

178965

25 m

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK 4 ADVIES

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK 4 ADVIES

39

178950

178965

Vlaktekemng

Werkput 1, Vlak 3

Ewijk, Dam 8 VO-P

Legenda plangebied werkput prorielpinnen +5.8S

WP.l

maaiveldhoogte (m NAP)

+5.9S

vlakhoogte m NAP) vlak 3

, PP 1.1 t7.49 ,PP 1.2

t7:5Ū

-+7-.48-

+7.51

+7.4S

+7A7

178950

178965

25m

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK Y ADVIES

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK Y ADVIES

40

178905

178920

178935

vlaktekenmg

Werkput 2, vlak 1 47.46

+7.07

♦7.54

Ewijk, Dam 8 VO-P

'PP 2.1

4-7.46

Legenda

46.98

plangebied werkput 47.48

coupe profielpinnen maaiveld hoogte (m NAP vlakhoogte (m NAP)

t6‘91

\

47 43

WP.2

vlak 1 sporen 46.83 47,33

greppel 4735

paalkuil

IBPİ2?2İ

s bot sta ken rij 47.44 +G.83

+6.S5 47.43

178905

178920

178935

25 m

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK Y ADVIES

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK Y ADVIES

41

178905

178920

178935

vlaktekemng

Werkput 2, vlak 2 47,46

47.54

Ewijk, Dam 8 VO-P

Lpp 2-1

■•'7.46

Legenda plangebied werkput

47.48

46.42

prorielpinnen maaiveldhoogte (m NAP)

46.42

vlakhoogte m NAP)

46.35

vlak 2

47.43

46.39

47.33

47,35

,PP 2.2

47.44

47.43

178905

178920

178935

25 m

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK 4 ADVIES

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK 4 ADVIES

42

178905

178920

178935

vlaktekenmg

Werkput 2, Vlak 3 +7AS

+7.S4

+6.07

'PP 2.1

Ewijk, Dam 8 VO-P

+6.Q1

Legenda plangebied +7.4S

werkput prorielpinnen maaiveldhoogte (m NAP) vlakhoogte m NAP) *7.43

WP.2

vlak 3

+7.3S .PP 2.2

+7.Í4

+7.AĨ

178905

178920

178935

25 m

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK Y ADVIES

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK Y ADVIES

43

178920

178935

Vlaktekening Werkput 3, vlak 1

Dam 8 IVO-P

Legenda plangebied werkput coupe profielpinnen maaiveldhoogte (m NAP) vlakhoogte (m NAP) vlak 1 sporen greppel paalkuil sloot sta ken rij

178920

transect

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ^ ADVIES

44

178920

178935

vlaktekemng

Werkput 3, vlak 2

Ewijk, Dam 8 VO-P

Legenda plangebied werkput profielpinnen maaiveldhoogte (m NAP)

46.20 ã

WP.3

*6.22

.BP-3.2

vlakhoogte m NAP) vlak 2

M +7.4Ŵ t6.34 47.42 46.44 46,61

47.40 47.39

47.26' ,PP 3.1'

178920

47.39

178935

25m

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK 4 ADVIES

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK 4 ADVIES

45

17392Û

178935

178950

Vlaktekening Werkput 1, vlak 1

Dam 8 IVO-P 4-7.49

Legenda plangebied werkput coupe profielpinnen maaiveldhoogte (m NAP) vlakhoogte (m NAP) vlak 1 sporen greppel paalkuil sloot sta ken rij

178920

178935

178950

transect

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ^ ADVIES

46

178920

178935

178950

vlaktekenmg

Werkput 4, vlak 2 +7.51

Ewijk, Dam 8 VO-P 47,49

Legenda 46.53

plangebied werkput coupe 46.60

+7.53Ì

WP.4

\

profielpinnen maaiveld hoogte (m NAP

46.62

vlakhoogte (m NAP) vlak 2 46.64

♦7.54

47.53

sporen

46.41

greppel paalkuil

+7146

s bot

47.45

sta ken rij 46.45 PP 4.1 46 26 47.40

46.20

47.39

178920

178935

178950

25 m

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK Y ADVIES

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK Y ADVIES

47

Bijlage 9.

Sporen- en lagenlijst

Put

Vlak

Spoor

Spooraard

Vulling

Kleur

01

001

0001

RPG

1

02

001

0002

RPK

Kleurstruc

Textuur

Opmerking

BRGR

kz2

mst

1

GRBR

kz2

mst

02

001

0003

GR

1

GR

kz3

humeuze stippen, mst, ker

03

001

0004

GR

1

GR

kz2

mst

04

001

0005

REC

1

DGR

kz3

h1, hout, glas

04

001

0005

REC

2

BR

kz2

04

001

0006

GR

1

BRGR

ks2

04

001

0006

GR

3

GR

kz3

04

002

0007

PK

1

GRBR

ks3

mst, hk1

04

002

0007

PK

2

GR

ks3

mst, hk2, vbl 1 (veenbrokken)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=b7ecf0f4-5a0e-4dbc-bd2f-262417e3579c