Bijlage 29 Uitspraak Raad van State 25 juni 2025 Windpark Beuningen
Tekst van het document
51
energie die met het park opgewekt kan worden. In het combiMER is een uitgebreide landschappelijke beoordeling gedaan. Windturbines hebben geen positief effect op het landschap, maar zijn wel noodzakelijk in de energietransitie. Op 9 maart 2021 heeft het college het advies van de commissie besproken in de collegevergadering. In verband met de maatschappelijke belangen en politieke verantwoordelijkheid voor het beleidsthema duurzaamheid en bijbehorende bijdrage aan lokale, regionale en nationale doelstellingen, gaat het college voorbij aan het welstandsadvies en is het van mening dat de omgevingsvergunning kan worden verleend. 62.3. De Afdeling ziet geen grond voor het oordeel dat het college niet tot de conclusie heeft kunnen komen dat de belangen die zijn gemoeid met de realisatie van het windpark zo groot zijn dat die zwaarder dienen te wegen dan het negatieve welstandsadvies. Daarbij heeft het college ook mogen betrekken dat met kleinere windturbines de gestelde energiedoelstellingen niet kunnen worden gehaald. In de omstandigheid dat de CRK volgens de Stichting en anderen in een te laat stadium is ingeschakeld voor de beoordeling van de plannen ziet de Afdeling geen aanknopingspunt voor de conclusie dat de aan de omgevingsvergunning ten grondslag gelegde welstandsbeoordeling onzorgvuldig is geweest of niet in overeenstemming is met de daaraan te stellen eisen.
Het betoog slaagt niet. De ontheffing soortenbescherming 63. [appellanten sub 1] betogen dat een stilstandvoorziening ter bescherming van vogels ten onrechte niet is voorgeschreven in de ontheffing. Daarnaast betogen zij dat onduidelijk is wat de ontheffing betekent voor weidevogels. De aanleg van het windpark gaat volgens hen samen met een verlaging van de grondwaterstand, maar het besluit bevat volgens hen geen toereikende maatregelen om de nadelige gevolgen voor weidevogels (als gevolg van een daling van de grondwaterstand) te voorkomen. De landelijke en lokale staat van instandhouding van weidevogels, waaronder de kievit, scholekster en wulp, is al zeer slecht. De Stichting en anderen hebben in hun zienswijze een aantal punten naar voren gebracht over de ontheffing soortenbescherming. In hun beroepschrift hebben de Stichting en anderen een aantal van deze punten herhaald. 63.1. Gelet op wat hiervoor onder 54.3-54.5 is overwogen, bestaat geen aanleiding voor een inhoudelijke bespreking van de beroepsgronden van [appellanten sub 1] over de Wnbontheffing. 63.2. De beroepsgronden van de Stichting en anderen vormen een herhaling van wat zij in hun zienswijze hebben aangedragen tegen de ontwerpontheffing. Deze gronden zijn van een inhoudelijke reactie voorzien in de Nota van beantwoording zienswijzen.
De Stichting en anderen hebben geen reden aangevoerd waarom de weerlegging van de zienswijzen in de Nota van beantwoording zienswijzen onjuist zou zijn. Daarom slaagt het betoog niet. Conclusie 64. Gelet op wat hiervoor onder 29.1, 33.1, 38.4, 39.4, 39.6, 42.3 en 47.3 is overwogen, is het besluit van de raad van 28 februari 2023, waarbij de raad het bestemmingsplan "Windpark Beuningen" heeft gewijzigd en opnieuw heeft vastgesteld, genomen in strijd met de rechtszekerheid en artikel 3:2 en 3:46 van de Awb en is het besluit van het college van B en W van 13 december 2021, waarbij het college van B en W de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en e van de Wabo voor de bouw en het oprichten en in werking hebben van een windpark met vijf windturbines heeft verleend,
52
genomen in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Met het oog op finale geschilbeslechting zal de Afdeling op grond van artikel 8:51d van de Awb de raad en het college van B en W opdragen om met inachtneming van hetgeen onder 29.1, 33.1, 38.4, 39.4, 39.6, 42.3 en 47.3 is overwogen binnen 20 weken na verzending van deze uitspraak de daar omschreven gebreken te herstellen. 64.1. De raad kan dit doen door: - in de planregels te bepalen van welke definitie van Lden wordt uitgegaan en welke rekenen meetmethode daarbij van toepassing is, - aan de planregels een bepaling toe te voegen ter voorkoming van het incidenteel optreden van onaanvaardbare hinder door tonaal geluid, waarmee wordt geregeld dat een windturbine, gemeten volgens IEC-61400-11, op het referentiepunt, de "reference position" zoals omschreven in IEC-61400-11, maximaal +3 dB "tonal audibility" mag veroorzaken, - de planregels over slagschaduw op zo’n wijze aan te passen dat duidelijk is dat in verband met de technische stilzettijd van de windturbines per jaar maximaal 30 minuten slagschaduw per gevoelig object mag optreden, - een regeling in het plan op te nemen waarin is geborgd dat de windturbines niet mogen worden gerealiseerd zonder de benodigde obstakelverlichting, - het aan de planregels gekoppelde verlichtingsplan op zo’n wijze aan te passen dat daarin de door de raad gewenste wijze van obstakelverlichting duidelijk
en consequent wordt voorgeschreven, - deugdelijk te motiveren dat het plan vanwege de in artikel 4.4.2 neergelegde voorwaardelijke verplichting uitvoerbaar is, - in de berekeningen van de geluidbelasting ter plaatse van de kippenrondeel van Rondeel Ewijk B.V. alsnog de maximale planologische mogelijkheid van een uitbreiding van de kippenrondeel in de richting van de dichtstbij voorziene windturbine te betrekken en zo nodig een nieuw of gewijzigd besluit te nemen. 64.2. Het college van B en W kan dit doen door: - de voorschriften van de omgevingsvergunning voor de activiteit milieu over slagschaduw op zo’n wijze aan te passen dat duidelijk is dat in verband met de technische stilzettijd van de windturbines per jaar maximaal 30 minuten slagschaduw per gevoelig object mag optreden, - in de berekeningen van de geluidbelasting ter plaatse van de kippenrondeel van Rondeel Ewijk B.V. alsnog de maximale planologische mogelijkheid van een uitbreiding van de kippenrondeel in de richting van de dichtstbij voorziene windturbine te betrekken en zonodig een nieuw of gewijzigd besluit te nemen. 65. De raad en het college van B en W dienen de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mee te delen en eventuele nieuwe of gewijzigde besluiten zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mee te delen.
Bij de voorbereiding van de nieuwe besluiten behoeft afdeling 3.4 van de Awb niet opnieuw te worden toegepast. 66. In de einduitspraak zal worden geoordeeld over de proceskosten en vergoeding van het betaalde griffierecht. Beslissing
53
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: draagt de raad van de gemeente Beuningen en het college van burgemeester en wethouders van Beuningen op om: - binnen 20 weken na verzending van deze tussenuitspraak, met inachtneming van wat in 29.1, 33.1, 38.4, 39.4, 39.6, 42.3 en 47.3 is overwogen, de daar omschreven gebreken met in achtneming van wat is overwogen in 64.1 en 64.2 te herstellen en; - de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mee te delen en eventuele nieuwe of gewijzigde besluiten zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mee te delen. Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, voorzitter, en mr. J. Gundelach en mr. J.J.W.P. van Gastel, leden, in tegenwoordigheid van mr. W. Sommer, griffier. w.g. Meijer voorzitter w.g. Sommer griffier Uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2025 826-901
Bijlage Verdrag van Aarhus Artikel 6, derde en vierde lid: "3. De inspraakprocedures omvatten redelijke termijnen voor de verschillende fasen, die voldoende tijd laten voor het informeren van het publiek in overeenstemming met het voorgaande tweede lid en voor het publiek om zich gedurende de milieu-besluitvorming doeltreffend voor te bereiden en deel te nemen. 4. Elke Partij voorziet in vroegtijdige inspraak, wanneer alle opties open zijn en doeltreffende inspraak kan plaatsvinden." SMB-richtlijn Artikel 3, tweede lid: "Onverminderd lid 3, wordt een milieubeoordeling gemaakt van alle plannen en programma's a. die voorbereid worden met betrekking tot landbouw, bosbouw, visserij, energie, industrie, vervoer, afvalstoffenbeheer, waterbeheer, telecommunicatie, toerisme en ruimtelijke ordening of grondgebruik en die het kader vormen voor de toekenning van toekomstige vergunningen voor de in bijlagen I en II bij Richtlijn 85/337/EEG genoemde projecten, of (…)" Awb Artikel 6.19: "1. Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot
54
intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben. (…)" Wro Artikel 3.30: "1. Bij besluit van de gemeenteraad kunnen gevallen of categorieën van gevallen worden aangewezen waarin de verwezenlijking van een onderdeel van het gemeentelijk ruimtelijk beleid het wenselijk maakt dat: (…) b. de voorbereiding en bekendmaking van een bestemmingsplan, een wijziging of uitwerking van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, wordt gecoördineerd met de voorbereiding en bekendmaking van besluiten als bedoeld onder a. (…)" Wabo Artikel 2.1: "1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit: a. het bouwen van een bouwwerk, (…) e. 1o. het oprichten, 2o. het veranderen of veranderen van de werking of 3o. het in werking hebben van een inrichting of mijnbouwwerk, (…)"
55