CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 29 Nota zienswijzen TAM-omgevingsplan Winssen Zuid fase 1

Raadsvergadering 30 september 2025, gemeente BeuningenBij agendapunt: Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (TAM) - Omgevingsplan Hoofdstuk 22c Winssen Zuid fase 115.916 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota zienswijzen Ontwerp TAM-omgevingsplan ‘Hoofdstuk 22c Winssen Zuid, fase 1’ Juni 2025

Nota beantwoording zienswijzen ontwerp TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Winssen Zuid fase 1” Het ontwerp TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Winssen Zuid fase 1” heeft ingevolge het bepaalde in artikel 16.40 Omgevingswet (Ow) en afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 3 januari tot en met 13 februari 2025 als ontwerp ter inzage gelegen. Gedurende deze periode kon eenieder - zowel mondeling als schriftelijk - zienswijzen indienen tegen het ontwerp TAM-omgevingsplan. In totaal zijn 7 zienswijzen ontvangen. De zienswijzen zijn allen binnen de gestelde termijn ingediend. In deze zienswijzennota worden de verschillende zienswijzen samengevat weergegeven en van een reactie voorzien. Tevens is per zienswijze aangegeven of, en zo ja, op welk punt, de betreffende zienswijze leidt tot wijziging van het TAMomgevingsplan. Ingekomen zienswijzen en beantwoording Hieronder worden de ingekomen zienswijzen samengevat weergegeven in de linkerkolom. De reactie op de betreffende zienswijze is weergegeven in de rechterkolom. Per indiener wordt afgesloten met een conclusie. In de conclusie wordt aangegeven of (en zo ja, op welk punt) de betreffende zienswijze leidt tot aanpassing van het TAM-omgevingsplan. In deze nota zienswijze is een zienswijze samengevat weergegeven, maar in de beoordeling is de ingediende zienswijze in zijn geheel betrokken.

Indiener 1: 703669 Ingekomen op 21 januari 2025 Zienswijze a. Indiener is van mening dat onduidelijk is wanneer het archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd en wat het plan is als er iets wordt gevonden. Indiener wil hier meer duidelijkheid over.

Reactie Voor een deel van het plangebied zijn de gronden in het verleden al vrijgegeven qua archeologie. Voor de rest van het plangebied is verkennend onderzoek uitgevoerd en moet inderdaad nog vervolgonderzoek plaatsvinden. Omdat de gronden nu nog actief agrarisch gebruikt worden, is het archeologisch vervolgonderzoek nog niet mogelijk. Door de nog opgenomen regelingen ter bescherming van de archeologische waarden in het TAM-omgevingsplan zal sowieso voorafgaand aan de omgevingsvergunning voor bouwen een nader onderzoek moeten zijn verricht en zal indien nodig in de omgevingsvergunning opgenomen worden dat de bouw begeleid dient te worden door een archeoloog.

2

b. De verkeersstudie gebruikt verkeerstellingen uit januari 2024 die mogelijk niet meer representatief zijn. Daarnaast zijn de berekeningen gebaseerd op 252 woningen, terwijl het plan ruimte biedt aan 400 woningen. Volgens indiener is er onvoldoende aandacht voor verkeersveiligheid, bouwverkeer en structurele aanpassingen aan de infrastructuur.

Verkeerstellingen uit 2024 zijn in trajecten als dit nog zeer actueel. Aangezien er in Winssen niet veel is veranderd qua verkeer sindsdien wordt ook geen reden gezien om een nieuwe telling te laten uitvoeren. Het omgevingsplan heeft betrekking op fase 1. Fase 1 wordt ontsloten via de Leegstraat. In de geactualiseerde studie van bureau Boot van 21 maart 2025 wordt uitgegaan van een toename van 400 woningen voor fase 1 en 2 samen. Voor fase 1 wordt uitgegaan van 259 woningen welke ontsloten worden via de Leegstraat. Fase 2 wordt ontsloten via de Geerstraat en maakt geen onderdeel uit van de doorrekening. Door bureau Boot is berekend dat als gevolg van de toevoeging van 259 woningen het verkeer op de Leegstraat zal toenemen met circa 2.030 ritten op een gemiddelde werkdag. De huidige intensiteit van de Leegstraat bedraagt 2.650 motorvoertuigen per etmaal. Hierdoor zal de intensiteit op het drukste deel 4.680 motorvoertuigen per etmaal bedragen. De huidige Leegstraat kan dit in beginsel aan. Om de verkeersveiligheid op het kruispunt Van Heemstraweg – Leegstraat te verbeteren is onderzocht of het kruispunt omgevormd kan worden naar een rotonde. De uitbreiding van Winssen Zuid fase 1 kan dan rechtstreeks aangesloten worden op de rotonde als een aparte aansluiting. De capaciteit van deze rotonde is dermate groot dat het verkeer zich vlot en veilig kan afwikkelen.

Met de aanpassing van het kruispunt Van Heemstraweg – Leegstaat naar een rotonde en de rechtstreekse aansluiting van Winssen Zuid fase 1 op de rotonde zal de toename van het verkeer aanzienlijk verminderd worden op de Leegstraat. Het bouwverkeer voor Winssen zuid wordt via een tijdelijke aansluiting op de Van Heemstraweg afgewikkeld. Dit om overlast op de omliggende straten te voorkomen.

c. De milieueffectrapportage bevat hiaten op gebied van Geluidsoverlast, luchtkwaliteit, waterhuishouding en klimaatadaptatie

In hoofdstuk 5.14 van de motivering op het plan is een zogenaamde M.e.r.-beoordeling opgenomen. Hieruit volgt dat van een M.e.r.-plicht geen sprake is. Volledigheidshalve is nu ook een zogenaamde aanmeldnotitie opgesteld. Uit deze notitie volgt dezelfde conclusie als eerder al in de motivering was weergegeven. De aanmeldnotitie is als bijlage in het plan opgenomen.

In het kader van de motivering van het TAMOmgevingsplan zijn diverse omgevingsonderzoeken

3

uitgevoerd. Deze onderzoeken geven voldoende inzicht in de milieugevolgen van het plan. Ten aanzien van geluid zijn verschillende onderzoeken naar verkeerslawaai en industrielawaai uitgevoerd. Uit alle onderzoek is gebleken dat voor de geplande woningen in fase 1 een goed woon- en leefklimaat aanwezig is. Bij de motivering van het aspect luchtkwaliteit wordt reeds rekening gehouden met de verkeersgeneratie van de woningbouwontwikkeling. Op basis van de toename van verkeer is bepaald dat woningbouw per definitie niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als het gaat om maximaal 1500 woningen bij 1 ontsluitingsweg. Ten aanzien van de waterhuishouding is er een waterhuishoudkundig plan bij het ontwerpplan gevoegd, waarin het beoogde watersysteem binnen het woongebied is doorgerekend. Op basis van de waterbergingsbalans in het onderzoek blijkt dat er voldoende waterberging wordt gecreëerd. Ten aanzien van klimaatadaptatie wordt hemelwater afkomstig van het verhard oppervlak niet gekoppeld aan het rioolsysteem, waardoor overbelasting van het riool wordt voorkomen. Daarnaast worden diverse groenstructuren gerealiseerd, waardoor hittestress wordt beperkt. Ook zal door het beperken van terreinverharding en het toepassen van halfverharding het grondwater aangevuld blijven worden met regenwater, zodat droogteschade wordt voorkomen. d.

Het participatieproces schiet volgens indiener te kort: - Inconsistente antwoorden op bijeenkomsten; - Verwerking reacties en voorstellen niet transparant en onvolledig; - Bepaalde vragen zijn genegeerd of summier behandeld; - Kritische punten zijn onvoldoende onderbouw in de terugkoppeling; - De kritiek en zorgen van inwoners van Winssen komt onvoldoende terug in rapportages en notulen van bijeenkomsten.

De gemeente erkent het belang van zorgvuldige participatie en heeft op meerdere momenten inwoners en andere belanghebbenden de gelegenheid geboden om mee te denken en vragen te stellen. In totaal zijn drie bijeenkomsten georganiseerd: • Een algemene informatiebijeenkomst over het project en de uitgangspunten, met ruimte voor vragen en reacties. • Een themabijeenkomst over appartementen, gericht op bouwhoogte, situering en uitstraling. • Een themabijeenkomst over verkeer en mobiliteit, met aandacht voor verkeersstromen, veiligheid en parkeernormen.

De opgehaalde input is zo goed mogelijk verwerkt en vastgelegd in verslagen, die als bijlagen zijn

4

toegevoegd aan de toelichting bij het omgevingsplan. Hoewel niet alle individuele reacties in detail zijn beantwoord, zijn hoofdthema’s en gedeelde zorgen meegenomen in de planvorming. Het kan voorkomen dat individuele zorgen beperkt zijn behandeld of niet expliciet zijn opgenomen. Tegelijkertijd is het binnen een proces met uiteenlopende belangen niet mogelijk om elke opmerking afzonderlijk uit te werken. Kritische geluiden zijn echter nadrukkelijk meegewogen. De gemeente blijft openstaan voor dialoog en betrekt inwoners waar relevant bij vervolgstappen. Deze zienswijze wordt meegenomen in de verdere besluitvorming. e. De rapporten en onderzoeken zijn uitgevoerd in opdracht van aannemer. Het is onduidelijk of rapporten onafhankelijk zijn getoetst door gemeente of een externe partij.

Het is de gebruikelijke gang van zaken dat ontwikkelaars zelf de benodigde onderzoeken laten uitvoeren en aanleveren aan gemeente. Alle rapporten zijn onafhankelijk getoetst door specialisten van de gemeente, omgevingsdienst of provincie Gelderland.

f.

Indiener vraagt zich af hoe het verlies van landbouwgrond impact heeft op het landelijke karakter van het dorp. De druk op de omgeving lijkt disproportioneel hoog voor een klein dorp als Winssen.

Ook binnen Winssen is grote behoefte aan extra woningen. Deze kunnen niet allemaal gebouwd worden binnen de bestaande kern. Onze ervaring is dat ook dat het bebouwen van inbreidingslocaties bijna altijd op veel weerstand stuit. De gekozen uitbreidingslocatie ligt nog binnen et planologische regime van de Kern Winssen en is stedenbouwkundig een logische locatie voor extra woningen. In het kader van het vastgestelde structuurmodel voor Winssen heeft hier reeds een afweging over plaatsgevonden. Rondom Winssen blijft nog genoeg landbouwgrond over om het landelijke karakter van het dorp te behouden.

g. Indiener maakt zich persoonlijk zorgen over zijn privacy met de komst van een appartementencomplex direct achter zijn woning. Langs de Van Heemstraweg lijken deze appartementencomplexen meer op zijn plaats.

De bebouwing met appartementen waar indiener op doelt krijgt maximaal drie bouwlagen met een maximum van 52 woningen. Dit wordt over het algemeen niet als grootschalig gezien. De bebouwing wordt zorgvuldig ingepast binnen de stedenbouwkundige structuur van het plangebied. De afstand tussen het beoogde bouwvlak van het appartementengebouw en de woning van de indiener bedraagt circa 54 meter. De afstand tot de achtertuin van de indiener is circa 35 meter. Tussen de tuin van de indiener en het bouwvlak (appartementengebouw) is een groenzone met een watergang en een parkeerterrein voorzien. Deze zone zorgt voor een ruimtelijke buffer, versterkt de landschappelijke kwaliteit en beperkt visueel en fysiek contact.

5

Hoewel de indiener aangeeft dat een locatie langs de Van Heemstraweg geschikter zou zijn voor appartementengebouwen, merkt de gemeente op dat ook langs de Van Heemstraweg appartementen zijn voorzien binnen het plan. Er is dus sprake van een spreiding van woningtypes over het gehele plangebied, om zo een gevarieerde en evenwichtige opbouw van de wijk te realiseren. Bij de verdere uitwerking van het plan, wordt aandacht besteed aan zaken als landschappelijke inpassing en eventuele (groene) afscherming, om de privacy van omwonenden zoveel mogelijk te waarborgen. Ondanks alle maatregelen kan het toevoegen van woningen voelen als een aantasting van de bestaande privacy. Daarbij dient tevens vermeld te worden dat het vaste rechtspraak van de Raad van State is dat er geen blijvend recht op vrij of ongehinderd uitzicht bestaat. Dat een locatie nu nog onbebouwd is, doet daar niets aan af. h. Indiener is van mening dat de keuze voor huidig plangebied niet afdoende is onderbouwd en dat een overweging van alternatieven ontbreekt.

In de afgelopen jaren hebben verschillende studies plaats gevonden van een grof concept Panorama 2040 naar een verder uitgewerkt structuurmodel Winssen 2040. In deze documenten is voldoende naar alternatieven gekeken en onderbouwd dat onderhavig plangebied de beste locatie is om te voorzien in de woningbouwbehoefte van onder andere Winssen.

i. Indiener is van mening dat het woningbouwplan in strijd is met het beleid om het open landschap te behouden en te beschermen. Het open landschap en de rustige dorpskern zijn essentieel voor het karakter van Winssen. Een kleiner plan zonder hoogbouw met meer groen en aandacht voor duurzame mobiliteit biedt voordelen.

Het ontwerp TAM-Omgevingsplan en daarvoor al een concept hiervan zijn voorgelegd aan de provincie Gelderland, die onder andere gaan over de bescherming van bijvoorbeeld het open landschap. De provincie heeft niet geoordeeld dat woningbouw op deze locatie in strijd is met bijvoorbeeld de provinciale verordening en dus het open landschap. Zij zien alleen graag een nadere toelichting over welke landschapselementen worden toegevoegd en hoe deze onderhouden gaan worden. In het beeldkwaliteitsplan wordt op verschillende plekken toegelicht op welke wijze het stedenbouwkundig plan aansluit op de kernkwaliteiten en op welke wijze daar invulling aan gegeven wordt bij de verdere planvorming en inrichting. E.e.a. is in de bijlage behorende bij deze zienswijzennota gebundeld weergegeven.

j. Indiener is van mening dat participatie niet adequaat is toegepast in dit proces, terwijl dit een essentieel uitgangspunt is van de Omgevingswet.

In de afgelopen jaren hebben er verschillende participatieprocessen plaatsgevonden. Als eerste in het kader van het Panorama 2040 voor de gehele gemeente, daarna in het kader van de verdere

6

Belanghebbende voelen zich onvoldoende gehoord en er is onduidelijkheid over de verwerking van hun inbreng.

uitwerking daarvan in het Structuurmodel Winssen en vervolgens hebben er verschillende participatiemomenten plaatsgevonden bij de totstandkoming van het stedenbouwkundig plan voor Winssen Zuid. Het gegeven dat niet in alle bezwaren wordt voorzien, wil niet zeggen dat er geen adequaat participatieproces heeft plaatsgevonden.

Conclusie Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerp TAM-omgevingsplan.

Indiener 2: 706507 Ingekomen op 23 januari 2025 Zienswijze a. Indieners zijn niet blij met de voorgenomen bouw van een appartementenblok tegenover hun woningen. Dit gebouw vinden ze met een hoogte van 11 meter te kolossaal. Dit vinden zij ook van de andere twee geplande complexen. De complexen vormen een te harde afscheiding tussen het oude en nieuwe gedeelte, wat niet ten goede komt van de sociale controle, onderlinge integratie en saamhorigheid. Indieners zijn van mening dat appartementencomplexen beter passen verderop in het plan.

b. Indieners doen een voorstel tot aanpassing van het stedenbouwkundig plan ten aanzien van de appartementencomplexen langs de Kennedysingel.

Reactie Wij snappen dat indiener liever een vrij uitzicht behoud in plaats van nieuwe woonbebouwing tegenover zich te krijgen. De appartementencomplexen zullen echter met een maximale bouwhoogte van 11 meter even hoog zijn als vele eengezinswoningen en daarmee in onze ogen ook geen harde afscheiding vormen. Niet gezien wordt waarom de locatie van een appartementencomplex een belemmering vormt voor de sociale controle, integratie en saamhorigheid. Met kleinschalige appartementengebouwen in een groene setting wordt juist een ruimtelijke en kwalitatieve overgang beoogd tussen de bestaande bebouwing en de nieuwbouw, waar iedereen gebruik van kan maken en wat de eenheid juist bevordert. De gemeente heeft de suggestie van indiener in overweging genomen en geconstateerd dat er sprake is van een belemmerende molenbiotoop. Daarom is het kleinschalige appartementengebouw in de noordwesthoek omgezet naar grondgebonden levensloopbestendige woningen. Het appartementengebouw op de locatie in de noordoosthoek van het plangebied maakt onderdeel uit van het bredere woningbouwprogramma waarin ruimte is voor verschillende doelgroepen. Het gaat hier specifiek om sociale huurwoningen, waaraan in de regio en ook binnen de dorpskern een duidelijke behoefte bestaat.

Juist deze locatie is hiervoor geschikt, vanwege de centrale ligging ten opzichte van het dorpscentrum, voorzieningen en openbaar vervoer. Dit draagt bij aan de bereikbaarheid en leefbaarheid voor toekomstige bewoners, waaronder starters, alleenstaanden en senioren.

7

De gemeente handhaaft het appartementengebouw op deze locatie binnen het plan. Bij de verdere uitwerking van het ontwerp en de inpassing wordt uiteraard rekening gehouden met aspecten als beeldkwaliteit, uitstraling, groeninrichting en leefbaarheid voor omwonenden. Conclusie Deze zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het ontwerp TAM-omgevingsplan.

Indiener 3: 716178 Ingekomen op 5 februari 2025 Zienswijze a. Indiener is van mening dat de hoogbouw aan de Kennedysingel niet thuishoort in het dorpsbeeld van Winssen.

Reactie De appartementencomplexen zullen met een maximale bouwhoogte van 11 meter even hoog zijn als vele eengezinswoningen. Van hoogbouw is om die reden geen sprake. De appartementencomplexen passen naar onze mening binnen het dorpsbeeld van Winssen. Met dergelijke kleinschalige appartementengebouwen in een groene setting wordt juist een ruimtelijke en kwalitatieve overgang beoogd tussen het dorp en de nieuwbouw, waar iedereen gebruik van kan maken en wat de eenheid juist bevordert.

b. Indiener is van mening dat 400 woningen extra in de bestaande dorpskern van Winssen een enorme aanslag is op het dorpse karakter. De extra belasting van huisartsenpost, winkel, school en verkeer is hierop niet berekend.

Onderhavig TAM-omgevingsplan voorziet niet in de bouw van 400 woningen, maar in 259 woningen. Het stedenbouwkundig plan hiervoor is erop gericht om het dorps karakter ook in deze nieuwbouwwijk vorm te geven en te behouden. De uitbreiding van de huisartsenpost een paar jaar geleden voorzag al in de potentiële uitbreiding van Winssen met deze nieuwe woonwijk. Ook de supermarkt zal naar ons idee geen bezwaar hebben tegen extra woningen en potentiële klanten. Met de komst van de extra woningen zal naar verwachting het voorzieningenniveau in het eigen dorp juist op peil gehouden kunnen worden.

c. 252 woningen geeft overlast van verkeer. De meeste huizen zullen 2 auto’s hebben, waardoor er dus 500 extra autos’s bijkomen in het dorp. De geplande parkeervakken zijn niet voldoende voor die 500 auto’s. Omdat er ook maar 1 uitweg is naar de Leegstraat zal dit voor extra drukte zorgen in de ochtend en avond. Een passende oplossing zou zijn een ontsluiting met rotonde op de Van Heemstraweg ter hoogte van transportbedrijf Gerrits.

Om de verkeersveiligheid op het kruispunt Van Heemstraweg – Leegstraat te verbeteren wordt het kruispunt omgevormd naar een rotonde. De uitbreiding van Winssen Zuid fase 1 kan dan rechtstreeks aangesloten worden op de rotonde als een aparte aansluiting. De capaciteit van deze rotonde is dermate groot dat het verkeer zich vlot en veilig kan afwikkelen. Met de aanpassing van het kruispunt Van Heemstraweg – Leegstaat naar een rotonde en de rechtstreekse aansluiting van Winssen Zuid fase 1 op de rotonde zal de toename van het verkeer aanzienlijk verminderd worden.

8

Conclusie Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerp TAM-omgevingsplan.

Indiener 4: 719050 Ingekomen op 11 februari 2025 Zienswijze a. Indieners geven aan verheugd te zijn met het initiatief om de duurzame leefbaarheid van het dorp te verstevigen en het mooie dorp te delen met anderen, maar maken zich ook zorgen over de onevenredige belasting en grootschaligheid van het voorgestelde plan.

Reactie Wij snappen dat elke verandering binnen een dorp als Winssen lastig kan zijn. Maar om een bepaald voorzieningenniveau in een dorp als Winssen te behouden zullen in deze tijd toch meer woningen noodzakelijk zijn. Veel mensen uit Winssen willen graag in Winssen blijven wonen, waarvoor nu geen woningen beschikbaar zijn in Winssen. In het stedenbouwkundig plan is expliciet gekeken naar behoud van een dorps karakter, passend bij Winssen.

b. Indieners zijn teleurgesteld over het gebrek aan daadwerkelijke participatiemogelijkheden, betrokkenheid en invloed over het plan. Tijdens verschillende bijeenkomsten zijn bewoners van Winssen meegenomen in de planvorming, maar van participatie is geen sprake geweest. Over punten die er voor omwonenden echt toe deden was geen discussie meer mogelijk. Uitgangspunten stonden al vast en alleen binnen deze uitgangspunten was nog discussie mogelijk. In de verslaglegging vinden indieners hier niets over terug.

In de afgelopen jaren hebben er verschillende participatieprocessen plaatsgevonden. Als eerste in het kader van het Panorama 2040 voor de gehele gemeente, daarna in het kader van de verdere uitwerking daarvan in het Structuurmodel Winssen en vervolgens hebben er verschillende participatiemomenten plaatsgevonden bij de totstandkoming van het stedenbouwkundig plan voor Winssen Zuid. Het gegeven dat niet in alle bezwaren wordt voorzien, wil niet zeggen dat er geen adequaat participatieproces heeft plaatsgevonden.

c. Een toename van 400 woningen in het dorp Winssen impliceert een toename van ruim 40% van de huishoudens in Winssen. De woningdichtheid en verkeersintensiteit op de ontsluitingswegen Leegstraat, Geerstraat en Kennedysingel neemt hierdoor sterk toe. Tijdens bijeenkomsten over de verkeerssituatie werd aangegeven dat de ontsluiting al vast stond en niet ter discussie was. Indieners zijn echter van mening dat een andere ontsluiting, rechtstreeks op de Van Heemstraweg, meer rekening houdt met de bestaande bewoners en nieuwe bewoners.

Het omgevingsplan heeft betrekking op fase 1. Fase 1 wordt ontsloten via de Leegstraat. In de studie van bureau Boot van 27 mei 2024 wordt uitgegaan van een toename van 400 woningen voor fase 1 en 2 samen. Voor fase 1 wordt uitgegaan van 259 woningen welke ontsloten worden via de Leegstraat. Fase 2 maakt geen onderdeel uit van de doorrekening. Door bureau Boot is berekend dat als gevolg van de toevoeging van 259 woningen het verkeer op de Leegstraat zal toenemen met circa 2.030 ritten op een gemiddelde werkdag. De huidige intensiteit van de Leegstraat bedraagt 2.650 motorvoertuigen per etmaal. Hierdoor zal de intensiteit op het drukste deel 4.680 motorvoertuigen per etmaal bedragen. De huidige Leegstraat kan dit in beginsel nog aan. Om de verkeersveiligheid op het kruispunt Van Heemstraweg – Leegstraat te verbeteren wordt het kruispunt omgevormd naar een rotonde. De uitbreiding van Winssen Zuid fase 1 kan dan rechtstreeks aangesloten worden op de rotonde als

9

een aparte aansluiting. De capaciteit van deze rotonde is dermate groot dat het verkeer zich vlot en veilig kan afwikkelen. Met de aanpassing van het kruispunt Van Heemstraweg – Leegstaat naar een rotonde en de rechtstreekse aansluiting van Winssen Zuid fase 1 op de rotonde zal de toename van het verkeer aanzienlijk verminderd worden. Conclusie Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerp TAM-omgevingsplan.

Indiener 5: 721158 Ingekomen op 13 februari 2025 Zienswijze a. Indieners onderschrijven dat er behoefte is aan woningen in Winssen en ook de locatie is geografisch gezien logisch. Wel worden vraagtekens gesteld bij de omvang van het plan.

b. Indieners zijn van mening dat, ondanks verschillende overleggen met ontwikkelaars en gemeente, hun belangen onvoldoende zijn meegenomen op enkele wezenlijke punten, zoals de ontsluiting van Winssen Zuid. Gevolg is nu dat perceel van indiener aan 3 zijden omgeven wordt door wegen met serieuze verkeerbewegingen.

Reactie Om een bepaald voorzieningenniveau in een dorp als Winssen te behouden zullen in deze tijd toch ook meer woningen noodzakelijk zijn. Daarbij willen veel mensen uit Winssen graag in Winssen blijven wonen, waarvoor nu geen woningen beschikbaar zijn in Winssen. In het stedenbouwkundig plan is expliciet gekeken naar behoud van een dorps karakter, passend bij Winssen. De gemeente erkent dat het perceel van indiener met dit plan omsloten gaat worden door meerdere wegen en dat hierdoor dus een verandering in de leefomgeving ontstaat. Van deze wegen is één weg de bestaande Leegstraat. Deze straat kent in de huidige situatie al veel bestemmingsverkeer richting de dorpskern. De gemeente is bezig met een herinrichtingsplan voor de Leegstraat om deze toekomstbestendig en veilig te maken. De geplande weg binnen het plangebied die achter het perceel van indiener is gepland, betreft een weg voor bestemmingsverkeer voor de nieuwe woningen. Het aantal verkeersbewegingen op deze weg zal daardoor beperkt zijn. De geplande ontsluitingsweg ter hoogte van de Karmijn wordt geen hoofdontsluitingsweg, maar wordt ingericht als langzaam verkeersverbinding en calamiteitenroute.

c. Indiener is van mening dat indien onderzoek uitwijst dat de Leegstraat de toenamen van verkeersbewegingen aankan, dit niet wil zeggen dat het noodzakelijk of wenselijk is. Indiener vraagt zich af of bij het maken van de plannen de kwetsbaarheid en instandhouding van het aanwezige monument en de kas is meegenomen en naar voldoende alternatieven is gekeken. Door voorschriften van monumentenzorg mocht geen

Het klopt inderdaad dat de Leegstraat de toename van verkeersbewegingen aankan. Maar om de verkeersveiligheid op het kruispunt Van Heemstraweg – Leegstraat te verbeteren wordt het kruispunt omgevormd naar een rotonde. De uitbreiding van Winssen Zuid fase 1 kan dan rechtstreeks aangesloten worden op de rotonde als een aparte aansluiting. De capaciteit van deze rotonde is dermate groot dat het verkeer zich vlot en veilig kan afwikkelen. Met de aanpassing van het

10

dubbelglas aangebracht worden, waardoor indiener nu vreest voor geluidsoverlast door toename van verkeersbewegingen. Indiener maakt zich ook zorgen om trillingen door de verkeersbewegingen.

kruispunt Van Heemstraweg – Leegstaat naar een rotonde en de rechtstreekse aansluiting van Winssen Zuid fase 1 op de rotonde zal de toename van het verkeer aanzienlijk verminderd worden. Daarmee is de extra ontsluitingsweg ter hoogte van de Karmijn niet meer noodzakelijk. Deze zal worden ingericht als langzaamverkeersverbinding en calamiteitenroute. De geplande woningen en appartementen aan de Kennedysingel, welke ook ontsloten worden via de Kennedysingel rijden ten dele wel via de Leegstraat naar de Van Heemstraweg. Deze woningen zorgen voor een beperkte toename van het verkeer. Deze toename is passend bij de functie van de Kennedysingel en Leegstraat en zal niet leiden tot overschrijding van geluidsnormen. De verkeersbewegingen binnen het beoogde plangebied betreft uitsluitend bestemmingsverkeer en zijn daarmee marginaal/minimaal. De gemeente begrijpt de zorgen van de indiener ten aanzien van de wenselijkheid van extra verkeersbewegingen op de Leegstraat, met name in relatie tot de aanwezige monumentale bebouwing en de kas. Bij de planvorming is niet alleen gekeken naar de technische capaciteit van de Leegstraat, maar ook naar de ruimtelijke impact. In dit kader is de keuze gemaakt om de hoofdontsluiting van Winssen Zuid fase 1 rechtstreeks aan te sluiten op de nieuw te realiseren rotonde, waarmee het gebruik van de Leegstraat voor doorgaand verkeer sterk wordt beperkt.

Voor de woningen aan de Kennedysingel is de Leegstraat de logische route naar de Van Heemstraweg, maar de toename van verkeer door deze woningen is beperkt en binnen de normen voor een erftoegangsweg. De gemeente begrijpt de zorgen van indiener over mogelijke geluidsoverlast en trillingen als gevolg van de aanleg van een nieuwe weg in de directe nabijheid van zijn perceel. De geplande weg ligt op circa 30 meter afstand van de monumentale boerderij van indiener. Op deze afstand is op basis van gangbare inzichten in verkeersbelasting en trilling verspreiding niet aannemelijk dat schade aan het monument ontstaat. De weg is bovendien bedoeld voor

11

bestemmingsverkeer, wat betekent dat de verkeersintensiteit en het voertuiggewicht beperkt zijn. De gemeente verwacht niet dat bij normaal gebruik van de weg dit zal leiden tot schade aan deze kas. Ten aanzien van alternatieven is in de verkenningsfase gekeken naar verschillende ontsluitingsvarianten. De huidige oplossing biedt een balans tussen verkeersveiligheid, spreiding van verkeersstromen en behoud van leefkwaliteit in de bestaande woonomgeving. d. Indiener is van mening dat zij naast privé woongenot ook bedrijfsmatig onevenredig zwaar getroffen worden door de plannen. Om het monument met bijbehorende bijzondere tuin en historische kas in stand te houden runnen indieners op het perceel een B&B en ontvangen zij gezelschappen op hun kleinschalige (trouw)locatie. De unieke ligging in boomgaarden en de rust zijn succesfactoren, die ernstig onder druk komen te staan. Met klem wordt gevraagd om de noordelijke ontsluitingsweg naar de Leegstraat autovrij te maken, met uitzondering van hulpdiensten.

Vanwege de realisatie van de rotonde op de Van Heemstraweg wordt de ontsluiting op de Leegstraat (ter hoogte van de Karmijn) gewijzigd naar een langzaamverkeersverbinding en calamiteitenroute.

Conclusie Deze zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het ontwerp TAM-omgevingsplan.

Indiener 6: 721257 Provincie Gelderland Ingekomen op 13 februari 2025 Zienswijze a. Het plan gaat in tegen het provinciale belang molenbiotoop. De geplande nieuwbouw staat ook in het pad van de wind naar de Beatrixmolen. Dit beperkt de windgang. Zowel het appartementengebouw als de rest van het nieuwbouwplan beperken de windvang. Ook de geplande beplanting is niet meegenomen in het molenbiotooponderzoek. De provincie kan alleen akkoord geven op een plan als de windvang niet afneemt.

Reactie Ten aanzien van de molenbiotoop heeft onderzoek plaatsgevonden waaruit blijkt dat geen sprake is van onoverkomenlijke belemmering van de windvang. Vervolgens heeft de gemeente naar aanleiding van deze zienswijze nadere afstemming gehad met de provincie. Daarbij heeft de provincie aangegeven dat met navolgende berekening en daaruit volgende maximale bouwhoogte kan worden volstaan aan de molenbiotoop: Hx = X/n + c . z Waarin: Hx = toelaatbare bouwhoogte in meters (gemeten vanaf het peil (maaiveld) ter plaatse van de molen = 7.70 meter t.o.v. NAP). X = de afstand in meters vanaf de grens van het

12

bouwvlak tot aan de wieken van de molen = geschat 350 meter. n = 50 (ruwheidscoëfficiënt voor het stedelijk gebied) c = 0,2 (windreductiecoëfficiënt, constante bij 5%) Z = askophoogte in meters = 16.55 m (Beatrixmolen: helft gevlucht + molenberg, ofwel 27.10/2 + 3 = 16.55 m.) Hx op 350 meter afstand van de molen: Hx = 350/50 + (0,2 x 16.55) Hx = 10.27 meter. Daarnaast is sprake van een hoogteverschil tussen het maaiveld van de molen en het maaiveld op de locatie van het appartementsgebouw / reguliere woningen) van circa 70 centimeter. Dit betekent dat een maximale bouwhoogte is toegestaan van 10.27 + 0.70 = 10.97 meter, afgerond 11.00 meter. Volgens bovenstaande berekening voldoen de woningen met een max. bouwhoogte van 11.00 meter aan de molenbiotoop. De windvang van de molen wordt niet beperkt. Het plan van fase 1 voldoet daarmee aan de instructieregel in de omgevingsverordening. Dit wordt verwerkt in de motivering (hoofdstuk 5.12) en de regels (artikel 18). Desalniettemin is het noordwestelijke blok appartementen (binnen de molenbiotoop) tevens omgezet naar grondgebonden woningen met een lagere goot- en nokhoogte. b. Binnen de provincie Gelderland dient er bij elk plan rekening te worden gehouden met het landschap. In het omgevingsplan moet worden opgenomen op welke manier rekening s gehouden met de aanwezig kernkwaliteiten behorende bij de streek.

In geval van aantasting wordt er een versterkingsplan opgesteld. In het plan staat dat er rekening wordt gehouden met de kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van de Gelderse streek Land van Maas en Waal. De provincie ziet nog graag toegelicht welke landschapselementen precies worden toegevoegd (ook welke boomsoorten) en hoe het onderhoud ervan eruitziet.

In het beeldkwaliteitsplan wordt reeds uitééngezet op welke wijze de ontwikkeling van Winssen-Zuid past bij de kernkwaliteiten van het Land van Maas en Waal. Volledigheidshalve is in de bijlage van deze zienswijzennota een samenvatting hiervan weergegeven.

c. De provinciale wegen zijn in beheer van de provincie Gelderland. Een goede doorstroming op deze wegen en verkeersveilige aansluitingen vindt de provincie belangrijk. De provincie geeft aan

Westelijk vanaf de N323 is de Van Heemstraweg in beheer van de provincie Gelderland. Ter hoogte van de kern van Winssen is de Van Heemstraweg in beheer van de gemeente Beuningen. De provincie Gelderland heeft als wegbeheerder dan ook geen rol in de uitwerking van de verkeerskundige

13

graag mee te denken over verkeersveilige aansluitingen.

uitwerking van de aansluiting.

Conclusie Deze zienswijze geeft wel aanleiding tot aanpassing van het ontwerp TAM-omgevingsplan.

Indiener 7: 721488 Jurato bedrijfsjuristen namens Willems Winssen B.V. Ingekomen op 13 februari 2025 Zienswijze Reactie Kortheidshalve wordt verwezen naar bijlage 2 van a. Indiener geeft aan dat de bouw- en deze zienswijzennota en de navolgende gebruiksmogelijkheden in het ontwerpplan beantwoording op onderdelen. een beperking betekenen voor de gebruiksmogelijkheden van Willems Winssen B.V. b.

Indiener geeft aan dat in het ontwerpplan niet de juiste verbeelding van de gronden van Willems Winssen is opgenomen, wat dus een onjuiste weerspiegeling weergeeft van het geldende planologische regime van Willems Winssen.

Voor de afbeelding in paragraaf 1.3 van de motivering is gebruik gemaakt van een weergave/print screen van het tijdelijk omgevingsplan/bestemmingsplan Kern Winssen omdat dit een beter totaaloverzicht geeft van de planologische omgeving. Het later vastgestelde bestemmingsplan Geerstraat 3a Winssen is hierop inderdaad niet te zien. Het is in de technische digitale omgevingen, zoals ruimtelijkeplannen.nl of Regels op de kaart, helaas niet mogelijk om beide plannen over elkaar te laten zien en daar een afdruk van te maken om als afbeelding op te nemen. Voor alle beoordelingen is uiteraard wel rekening gehouden met de planologische situatie, zoals geregeld in het bestemmingsplan Geerstraat 3a Winssen.

c.

In het stikstofonderzoek wordt een andere fasering aangegeven dan nu in omgevingsplanwijzigingen wordt aangegeven. Indien gaat uit van een omissie in het stikstofonderzoek.

Het stikstofonderzoek is geactualiseerd en toegevoegd aan het omgevingsplan. Uit dit onderzoek blijkt dat de woningbouw ook zonder fasering uitvoerbaar is. Derhalve is het niet noodzakelijk hieromtrent een regeling op te nemen in het omgevingsplan.

d.

Indiener geeft aan dat in de planregels op geen enkele wijze is geborgd wat de typologie van de te bouwen woningen wordt en voor welke doelgroepen wordt gebouwd. In een omgevingsplan kunnen locaties worden gereserveerd voor sociale woningbouw of percentage worden opgenomen voor sociale huur. De wens van het gemeentebestuur voor sociale koop- en huurwoningen wordt dus niet geborgd in de planregels.

Om gedurende de ontwikkelperiode van dit plan flexibel op eventueel wijzigende marktomstandigheden in te kunnen spelen, is er voor gekozen de woningtypologie niet in de regels te borgen. Wel zijn daarover afspraken gemaakt met de gemeente in de anterieure overeenkomst. Naar aanleiding van deze zienswijze is in de regels een bepaling opgenomen die de maximale verkeersgeneratie (o.b.v. de exacte woningtypologieën) bepaald (artikel 16).

14

e.

Binnen de provincie Gelderland dient er bij elk plan rekening te worden gehouden met het landschap. In het omgevingsplan moet worden opgenomen op welke manier rekening s gehouden met de aanwezig kernkwaliteiten behorende bij de streek. In het plan staat uitsluitend dat er rekening wordt gehouden met de kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van de Gelderse streek Land van Maas en Waal, maar niet op welke wijze de kernkwaliteiten zijn meegenomen.

Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van de provincie (indiener 6) op dit punt, het beeldkwaliteitplan en bijlage 1 van deze zienswijzennota.

f.

Op grond van het onderzoek bij het plan is er door de nieuwbouw sprake van een afname van de windvang voor de aanwezig Beatrixmolen. Dit is in strijd met de provinciale verordening. In de motivering geeft het college aan de afname acceptabel te vinden in het licht van de behoefte aan woningen. De omgevingsverordening geeft echter niet de juridische ruimte om deze afweging zelf te maken. Hiervoor zal een ontheffing moeten worden aangevraagd bij de provincie en zijn verkregen voordat het plan wordt vastgesteld.

Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van de provincie (indiener 6) op dit punt.

g.

Voor het plan is een verkeersonderzoek uitgevoerd. Hieruit volgt dat het bestaande wegennet geschikt is voor de berekende toename aan verkeersbewegingen. Op informatiebijeenkomsten is echter aangegeven dat er wel aanpassingen worden gedaan aan het onderliggende wegennet. Daarbij is indiener van mening dat de toename aan verkeerbewegingen onderschat wordt. Indiener is van mening dat de gemeenteraad op basis van het verkeersonderzoek niet kan vaststellen dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties omdat het onderzoek is gebaseerd op aannames die niet zijn geborgd.

De toename van het verkeer is door een onafhankelijk adviesbureau onderzocht. De conclusie dat de toename van het verkeer niet leidt tot onveilige situatie of tot een te hoge verkeersdruk wordt door de gemeente onderschreven. Om de verkeersveiligheid op het kruispunt Van Heemstraweg – Leegstraat te verbeteren wordt het kruispunt omgevormd naar een rotonde. De uitbreiding van Winssen Zuid fase 1 kan dan rechtstreeks aangesloten worden op de rotonde als een aparte aansluiting. De capaciteit van deze rotonde is dermate groot dat het verkeer zich vlot en veilig kan afwikkelen. Met de aanpassing van het kruispunt Van Heemstraweg – Leegstaat naar een rotonde en de rechtstreekse aansluiting van Winssen Zuid fase 1 op de rotonde zal de toename van het verkeer aanzienlijk verminderd worden. Een zijdelings onderdeel van de planvorming Winssen Zuid is het optimaliseren van de omliggende wegen Kennedysingel en Leegstraat. In samenspraak met de omgeving wordt onderzocht welke verkeerskundige maatregelen noodzakelijk zijn om de maximumsnelheid van 30 km/ uur af te dwingen om zo de verkeersveiligheid te verbeteren. Hierbij wordt gedacht aan het aanbrengen van 30

15

km/uur plateaus op de Kennedysingel en 30 km/uur drempels op de Leegstraat. h.

Ten aanzien van de parkeerregeling wordt in de zienswijze opgemerkt dat onduidelijk is wat wordt verstaan onder bijbehorend bouwperceel (omdat dit begrip niet gedefinieerd is in de planregels), dat onduidelijk is welke parkeernormering wordt aangehouden en de binnenplanse mogelijkheid om af te wijken te ruim is.

Het begrip bouwperceel is in het ontwerpplan gedefinieerd als een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. Bijbehorend, zoals genoemd in de regeling, maakt duidelijk dat de regel ziet op het bij het bouwwerk behorende bouwperceel. Bijbehorend bouwperceel is zodoende geen afzonderlijk begrip. Ten aanzien van de parkeernormering is in de regeling opgenomen dat moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. In de definitie van voldoende parkeergelegenheid is de te hanteren parkeernormering opgenomen. Deze normering is ook van toepassing op de afwijkingsmogelijkheid. Hieraan blijft een toetsmoment door de gemeente in het kader van de vergunningverlening aan ten grondslag. De zienswijze maakt niet duidelijk waarom de binnenplanse afwijking te ruim zou zijn. De gemeente is het daar dan ook niet mee eens. Bovendien wordt niet ingezien op welke wijze deze regeling de bedrijfsvoering van reclamant zou beperken.

i.

Volgens de toelichting vormt geluid een probleem. Ten eerste als gevolg van wegverkeer. In een aantal woningblokken worden de waarden van 60Lden overschreden. Hierom zou moeten worden afgezien van vaststelling van het plan.

Het akoestisch onderzoek en de toelichting geven aan dat het geluid op de nieuw te bouwen woningen ten hoogste 60 Lden bedraagt als gevolg van de gemeentewegen. De grenswaarde van 70 Lden wordt niet overschreden. Voor de betreffende woonblokken mag daarom een hogere waarde worden vastgesteld in het omgevingsplan. Voor de woningen moet het akoestisch klimaat in de woning (het zogenaamde binnenniveau) wel worden gegarandeerd. Voor de bouw van een aantal woningen is in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag voor bouwen een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels noodzakelijk. Dit zal dus bij de daadwerkelijk omgevingsvergunning worden getoetst.

j.

Indiener kan zich niet verenigen met de uitkomsten van het akoestisch onderzoek Industrielawaai van DGMR van 23 februari 2024 over het bedrijf Willems Winssen. Volgens indiener is in dit onderzoek een aantal verkeerde uitgangspunten gebruikt: Er is ten onrechte uit gegaan dat sprake is van een gemengd gebied, terwijl woningbouw het voornaamste gebruik van het gebied wordt;

Kortheidshalve wordt verwezen naar bijlage 2 van deze zienswijzennota. De motivering wordt aangevuld met de onderbouwing uit deze bijlage dat sprake is van een gemengd gebied. Tevens wordt artikel 7.4.4 onder a.2 aangevuld om meer rechtszekerheid voor het bedrijf te bieden. Van belemmering van de bedrijfsvoering door deze woningbouwontwikkeling is derhalve geen sprake.

16

-

-

Bij het vaststellen van de geluidscontour in de nachtperiode is gerekend op een onrealistische hoogte van 8 meter, terwijl en gemiddelde tussenwoning maar 8 meter hoog zijn en de slaapvertrekken dus lager liggen. In het onderzoek wordt aangegeven dat de puinbreker 6 dagen per jaar mag worden gebruikt en dat daardoor het geluidniveau voor omwonenden als bijzonder hinderlijk kan worden ervaren. Onderzoekers adviseren daarom om potentiële bewoners vroegtijdig te informeren over deze luidruchtige activiteiten. De overwegingen van de toegestane incidentele bedrijfssituaties is dus veelzeggend.

Dit alles betekend volgens indiener dat de contouren onjuist zijn vastgesteld en dat bij een juiste vaststelling van de geluidscontouren van het bedrijf het gebied waar geen woningbouw is toegestaan veel groter is. Er is dus geen sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De woningbouw is volgens indiener enkel mogelijk indien de vergunning van Willems Winssen wordt gewijzigd ten nadele van het betreffende bedrijf. k.

Indiener heeft verschillende opmerkingen ten aanzien van het Stikstofonderzoek en is van mening dat het onderzoek niet ten grondslag kan worden gelegd aan een vaststellingsbesluit voor dit omgevingsplan: Aangegeven wordt dat ten aanzien van het stikstofonderzoek uitsluitend de stikstofdepositie van fase 1 is doorgerekend. Een berekening voor fase 2 en een doorkijk naar fase 2 is niet gemaakt. In het onderzoek is op pagina 9 uitgegaan van 252 woningen, terwijl de toelichting op het plan 259 woningen aangeeft. Onduidelijk is wat in de bouwfase is meegenomen. Zo blijkt niet dat grondsaneringswerkzaamheden dienen plaats te vinden, wat wel uit het bodemonderzoek blijkt. Er is geen onderbouwing gegeven over de

Kortheidshalve wordt verwezen naar bijlage 2 van deze zienswijzennota. Het stikstofonderzoek is geactualiseerd en verwerkt in de motivering.

17

-

-

-

-

noodzakelijke hoeveelheid bouwmaterieel en beschikbaarheid van elektrisch materieel dat gebruikt gaat worden. Verkeersbewegingen van en naar de bouwlocatie zijn niet meegenomen. In het onderzoek is uitgegaan dat gedurende 5 jaar jaarlijks 50 woningen worden gerealiseerd. Deze fasering blijkt niet uit de planregels en het plan zou dus ook in 1 jaar geheel kunnen worden gerealiseerd. Als gedurende een aantal jaren zal worden gerealiseerd is het aannemelijk dat op grond van het gebruiksovergangsrecht het agrarische gebruik op een deel van de gronden nog zal worden voortgezet. In het onderzoek is ervan uitgegaan dat het gebruik al wijzigt met de wijziging van de bestemming. Dit is echter niet geborgd in het plan. Het onderzoek neemt als referentiesituatie voor de gronden dat de gronden bestemd zijn voor agrarisch gebruik. Daarmee is niet vastgesteld wat het feitelijke agrarische gebruik is. Relevant is dat een deel van het plangebied niet agrarisch gebruikt wordt, zoals voor scoutingactiviteiten, ponyweide, waterbergingsbasis met trapveldje. De uitspraak van 18 december 2024 van de Afdeling Bestuursrechtspraak, onder andere over intern salderen, lijkt een theoretische bemesting toekennen aan een agrarisch bestemd perceel niet langer goed te keuren.

In het onderzoek wordt voor de gebruiksfase uitgegaan van een verdeling van woningtypen waaraan verkeersbewegingen zijn gekoppeld, die weer een bepaalde stikstofemissie betekenen. Uit de planregels van het omgevingsplan blijkt echter niets van deze verdeling naar woningtypen. De uitkomsten in het stikstofonderzoek lijkt daarmee zijn uitgegaan van een aanname.

18

-

l.

Op basis van de in het onderzoek opgenomen gegevens lijkt sprake van een onderschatting van het aantal verkeersbewegingen in de gebruiksfase. Ook is er geen duidelijkheid over het aan- en afrijdend verkeer

Ten aanzien van soortenbescherming heeft indiener geen aanleiding te veronderstellen dat geen deugdelijk onderzoek is gedaan, maar wil wel aangeven dat in de planregels geen borging is terug te vinden dat een vergunning dient te worden verkregen indien het scoutinggebouw wordt gesloopt en dat de kap van bomen uitsluitend buiten het broedseizoen mag worden uitgevoerd.

Het (terrein en) scoutinggebouw valt buiten het plangebied. Daarnaast betreft de wet- en regelgeving omtrent flora en fauna op zichzelf staande bepalingen waar, los van een omgevingsplan, rekening mee gehouden moet worden. Van het opnemen van (extra) bepalingen ten aanzien van flora en fauna is derhalve geen sprake.

m. Uit de verkennende bodemonderzoeken bij het ontwerpplan komt nog niet naar voren dat de bodemkwaliteit geschikt is voor een bodemgevoelige functie, zoals een woonwijk. De conclusie wordt getrokken dat er gesaneerd moet worden voordat sprake is van een toelaatbare bodemkwaliteit. De uitvoerbaarheid van het plan staat dus nog niet vast. Eerst moet duidelijk worden dat er zodanig wordt gesaneerd dat de bodemkwaliteit voldoende is voor woningbouw.

Nader bodemonderzoek (asbestonderzoek) zal ieder geval uitgevoerd zijn voor de vergunningverlening. Indien nodig worden de gronden gesaneerd en daarmee dus geschikt gemaakt voor de woonfunctie.

n.

Kortheidshalve wordt verwezen naar bijlage 2 van deze zienswijzennota. De motivering wordt aangevuld met de onderbouwing uit deze bijlage dat sprake is van een gemengd gebied. Tevens wordt artikel 7.4.4 onder a.2 aangevuld om meer rechtszekerheid voor het bedrijf te bieden. Van belemmering van de bedrijfsvoering door deze woningbouwontwikkeling is derhalve geen sprake.

Indiener maakt zich grote zorgen over de komst van zoveel woningen op korte afstand van zijn bedrijf in het kader van bedrijven en milieuzonering. Volgens indiener is het zonneklaar dat nieuwe omwonenden hinder zullen ondervinden van het bedrijf van indiener en zich dan bij hem zullen beklagen. Het uitgevoerde onderzoek door de ontwikkelaars geeft aan dat de aanwezige bedrijven geen belemmering vormen voor de woningbouw. Indiener is echter van mening dat daarbij geen aandacht is besteed aan zijn bedrijf. In het onderzoek is ervan uitgegaan dat het bedrijf van indiener zou worden verplaatst. Hier is echter nog geen sprake van. Indiener is van mening dat het onderzoek moet worden aangepast en dat zijn bedrijf ook betrokken moet worden. Naar het oordeel van indiener dient een richtafstand van 100 meter te worden

19

gehanteerd, gezien zijn bedrijfsactiviteiten. In het plan wordt daar niet aan voldaan. o.

Indiener is van mening dat voor dit plan een MER dient te worden gemaakt. De reden in de toelichting waarom dit niet nodig is niet navolgbaar volgens indiener. De realisatie van 259 woningen kan in de gemeente Beuningen niet als ‘Kleine wijziging’ worden beschouwd, waarmee het plan op zijn minst beoordelingsplichtig is. De conclusie dat ook geen MER-beoordeling meer nodig is, omdat uit een aantal gedane onderzoeken geen aanzienlijke milieueffecten naar voren komen is volgens indiener niet juist. Een MER-beoordeling is een integrale beoordeling, waarbij dus niet kan worden volstaan met een aantal deelonderzoeken die tezamen als MER-beoordeling moeten gelden.

Mede naar aanleiding van deze zienswijze is een zogenaamde aanmeldnotitie opgesteld, die als bijlage aan de motivering is gekoppeld. De conclusie is met deze aanmeldnotitie niet anders geworden dan reeds in de motivering van het ontwerpplan was opgenomen, namelijk dat geen sprake is van significante milieueffecten en van een m.e.r.-plicht geen sprake is.

Conclusie Deze zienswijze geeft aanleiding tot aanpassing van het ontwerp TAM-omgevingsplan.

20

Wijzigingen ten opzichte van het ontwerp TAM-omgevingsplan Hieronder wordt ingegaan op de aanpassingen die ten opzichte van het ontwerp TAM-omgevingsplan “Hoofdstuk 22c Winssen Zuid fase 1” zijn doorgevoerd op basis van de ingebrachte zienswijzen en ambtshalve wijzigingen.

Motivering N.a.v. zienswijzen -

In 1.3 is de weergave van het tijdelijke omgevingsplan ‘Geerstraat 3a Winssen’ opgenomen. In 5.1.1 is het geactualiseerde verkeersonderzoek gevoegd. In 5.5.2 is de motivering opgenomen waarom uitgegaan kan worden van een gemengd gebied. Tevens is het uitgevoerde trillingsonderzoek opgenomen.

N.a.v. ambtshalve wijzigingen -

In hoofdstuk 5.1.1 is het aangepaste verkeersonderzoek opgenomen.

-

In hoofdstuk 5.6.2 zijn de aangepaste onderzoeken wegverkeersgeluid en industriegeluid (scouting) opgenomen en is de motivering hierop aangevuld.

-

Aan hoofdstuk 5.10.2 is een memo als bijlage toegevoegd die de uitvoerbaarheid aantoont, ook als (wel) sprake is van aanwezige marterachtigen.

-

In 5.12 is de toelichting ten aanzien van de molenbiotoop aangevuld.

-

De volgorde van de onderzoeken is aangepast, zodat het beter aansluit bij de chronologie van de motivering. Tevens heeft door het toevoegen van een extra rapport een vernummering plaatsgevonden.

Planregels N.a.v. zienswijzen -

In artikel 7.2 onder b is aangepast dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van woongebied auto ontsluiting’ maximaal 1 hoofdontsluiting is toegestaan. Artikel 7.4.2 onder a.2 is aangepast. Een nieuwe artikel 15 is toegevoegd. De daaropvolgende artikelen zijn vernummerd Artikel 17 (voorheen artikel 16) is aangepast.

N.a.v. ambtshalve wijzigingen -

de bestemming/functie van het vlak naast de scouting (noordwesthoek plangebied) wijzigt naar ‘Woongebied – 1’. Dit is aanleiding om de bepaling van artikel 7.2 onder b aan te vullen.

-

In artikel 7.4.2 onder b.b en artikel 9.4.2 onder b.b wordt na ‘achtererfgebied’ toegevoegd: ‘en zijerfgebied’.

-

Artikel 7.4.2 onder h en artikel 9.4.2 onder h worden aangepast door het opnemen van een concrete hoogste geluidswaarde ter plaats van het bouwvlak.

-

De begripsbepaling onder 2.36 (trouwlocatie) is aangepast.

-

De begripsbepaling onder 2.38 (voorgevel) is aangepast.

-

Artikel 6.2 onder b is aangepast.

-

Artikel 6.3.1 onder c is aangepast.

-

Artikel 6.4.2 onder b.b is aangepast.

-

Artikel 6.4.2 onder b.e is aangepast.

21

-

Artikel 7.4.2 onder b.b is aangepast.

-

Artikel 7.4.2 onder b.e is aangepast.

-

Artikel 8.4.2 onder b.b is aangepast.

-

Artikel 9.4.2 onder b.b is aangepast.

-

Artikel 9.4.2 onder b.c is aangepast.

Verbeelding N.a.v. zienswijzen -

-

Het bouwvlak ten oosten van de scouting is aangepast. Tevens is de toegestane hoogte verlaagd naar een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 9 meter. Omdat hier nu enkel grondgebonden woningen worden gerealiseerd, is de bestemming/functie gewijzigd naar ‘Woongebied – 1’. De aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – trouwlocatie’ is op zodanige wijze aangepast dat ook het achterhuis van de voormalige boerderij hierin is opgenomen. De aanduiding ‘overige zone – wegverkeerslawaai’ is verwijderd en vervangen door een bepaling in de regels. De aanduiding ‘specifieke vorm van woongebied - auto ontsluiting’ ten noorden van perceel Leegstraat 14 is verwijderd.

N.a.v. ambtshalve wijzigingen - Niet van toepassing

22

Bijlage 1: beantwoording zienswijzen kernkwaliteiten Winssen-Zuid In afdeling 5.3 van de provinciale omgevingsverordening en specifiek in artikel 5.33 is opgenomen dat: Artikel 5.33 (beschermen landschap algemeen) Lid 1 Als een omgevingsplan een activiteit of ontwikkeling toelaat, bevat de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten, in het bijzonder de nationale landschappen. Deze regel geldt voor héél Gelderland, inclusief de steden en dorpen. Het begrip ‘landschap’ moet hier dus breed worden geïnterpreteerd. Verder betekent deze regel ook niet in dat sprake is van een generiek verbod op woningbouw. De regels landschap gelden voor zowel grootschalige als kleinschalige ontwikkelingen en alles daartussenin. Per geval moet afgewogen worden of er kernkwaliteiten landschap aan de orde zijn en hoe daarmee kan worden omgegaan. Bij woningbouw is niet zozeer landschappelijke inpassing aan de orde, maar verandert een gebied van karakter (gebiedstransformatie).

In die gevallen is de uitdaging veeleer om een goede afweging van alternatieve locaties gedaan te hebben (waarbij het landschap medebepalend kan zijn voor de locatiekeuze); de in het gebied aanwezige kwaliteiten op te nemen in het ontwerp; het project zó te ontwerpen en in te richten dat er een nieuwe landschappelijke kwaliteit ontstaat en om na te denken over de vormgeving van de nieuwe stads- of dorpsranden. Het plangebied voor Winssen-Zuid is gelegen in het deelgebied ‘Land van Maas en Waal’. Van de omschreven kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen zijn met name 2, 4, 6 en 7 van toepassing:

De locatiekeuze voor Winssen-Zuid komt voort uit het uitgebreide proces dat door de gemeente is doorlopen in het kader van het Panorama2040 en het daaruit voortvloeiende Stuctuurmodel Winssen-Zuid. Hierin is bepaald dat de ontwikkeling van Winssen een logische aanvulling op het bestaande dorp betreft. De locatie is direct gelegen aan de dorpsrand in de ruimte die wordt begrensd door het bestaande dorp aan de noordzijde, de Van Heemstraweg aan de zuidzijde en de bebouwde linten Geerstraat en Leegstraat aan respectievelijk de west- en oostzijde. De ontwikkeling heeft daarmee de minste impact op het omliggende landschap (Kernkwaliteiten 4 en 7) Het bestaande dorpshart is op korte afstand gelegen. Dit leidt tot meer draagvlak voor de bestaande voorzieningen. Het structuurmodel is verder leidend voor de woningdichtheid per deelgebied. 23

Dorps wonen staat voorop, de woningdichtheden passen hierbij. De bestaande stedenbouwkundige, landschappelijke en cultuurhistorische structuren en waarden zijn leidend bij de ontwikkeling van de woningbouwlocatie(s). Daarnaast wordt op de locaties kwaliteit toegevoegd door de ontwikkeling van natuur, landschap en water(berging) integraal mee te nemen in het ontwerp. De ambitie is om conform bestaand beleid ten minste 100 m² openbaar groen per huishouden te realiseren in de nabije omgeving. Naast een mix van woningtypen wordt per ontwikkellocatie ook gedifferentieerd in verschijningsvormen. Er wordt gestreefd naar kwalitatief hoogwaardige, diverse, herkenbare woonbuurten. In het structuurmodel Winssen zijn voor Winssen-Zuid enkele thema’s uitgewerkt in ontwerpprincipes die in het beeldkwaliteitplan zijn doorvertaald. De ontwerpprincipes zijn o.a. gevarieerd, traditioneel, informeel, kleinschalig, groen en ruim opgezet. Deze sluiten aan bij Kernkwaliteiten 2 en 6 (kleinschalige en gevarieerde oeverwallen). In het beeldkwaliteitplan worden kwalitatieve randvoorwaarden geformuleerd die het dorpse karakter van Winssen-Zuid borgen. Het structuurmodel en het stedenbouwkundig plan zijn geënt op de lijnen van de onderliggende landschapsstructuur.

Naast versterking van het dorp met nieuwe woningen binnen deze lijnen, voegt de uitbreiding nieuw groen en water toe dat voor iedere Winssenaar toegankelijk is. Nagenoeg midden in het dorp komt, aan de Kennedysingel, groen te liggen dat via een centrale watergang verbonden is met een groene zone langs de Van Heemstraweg. Binnen deze structuur liggen de kleinschalige woonbuurten met gevarieerde, dorpse bebouwing. De centrale groenzone bestaat uit de bestaande watergang die wordt verbreed en vooral dient als langzaamverkeerverbinding tussen de woon- en groengebieden. Aan de Kennedysingel komt een parkachtig gebied waarin de bestaande wadi’s en het bergbezinkbassin zijn geïntegreerd, met ruimte voor speelvoorzieningen. De groene zone langs de Van Heemstraweg is noodzakelijk voor de gewenste groene, gemoedelijke dorpsrand. In deze zone ligt de nadruk op natuur en landschap met een informele inrichting. Hier wordt de extra waterberging, die nodig is, gerealiseerd in combinatie met natuurlijk spelen. Het dorpse karakter komt terug in de kleinschalige woonvelden met diverse type woningen: Iedere keer als je een hoek om gaat ervaar je weer een nieuw beeld en zie je de centrale groenzone of de dorpse route. Het groen krijgt een prominente plek door het gehele plan en is zo vanuit elke woning te beleven.

In het plan wordt een dorps wegprofiel gehanteerd: korte rechtstanden met gebogen/ geknikte straten en veel groen. De straten zijn informeel ingericht, waar vooral de voetganger en fietser ruimte krijgen. De straten worden onderbroken door de dorpse route en is de dominante doorgaande structuur. Het parkeren wordt voornamelijk opgelost in parkeerkoffers tussen de woningen en op eigen terrein. Het overige parkeren vindt plaats op verstevigde groenstroken (of met groen doorlatende verharding) langs de straten. De nadruk ligt op het minimaliseren van verharding om hittestress te verminderen en minder aanspraak te maken op grondstoffen.

24

Bij de inrichting van Winssen-Zuid wordt ingezet op het behoud en versterken van de landschappelijke structuren en het behoud van het dorpse karakter. De openbare ruimte en de architectuur werken samen om een passende sfeer te creëren. Binnen de bebouwing en architectuur zit verschil in sferen. In de openbare ruimte wordt juist rust voorgestaan. Er wordt gekozen voor gelaagd groen, met een goede balans tussen grasland, heesters, struikvormers en bomen. Dit zorgt onder andere voor verkoeling en het bevorderen van de biodiversiteit. Voor de uitwerking van de inrichting is een ‘Programma van Eisen WinssenZuid’ opgesteld en wordt gebruikt van inheemse beplanting. Het openbaar gebied zal worden beheerd door de gemeente Beuningen. Conclusie Door de locatiekeuze, landschappelijke en stedenbouwkundige structuuropzet en de specifieke invulling van de woonvelden en inrichting van de openbare ruimte, zoals hiervoor en in de genoemde stukken beschreven, is de ontwikkeling van Winssen-Zuid in lijn met de provinciale kernkwaliteiten.

25

Bijlage 2 Reactie zienswijzen t.a.v. Geluid, Stikstof, Bedrijven en milieuzonering

26

Reactie zienswijzen omgevingsplan Winssen Zuid datum vestiging uw kenmerk ons kenmerk 2e lezer/secr.

18 juli 2025 Arnhem M.2020.1655.07.N002 KS-RSM|DMI

project betreft versie auteur contactpersoon e-mail/telefoon

Plan woningen van Heemstraweg Winssen Winssen Zuid Fase 1 002 H.D. (Herman) Jager MSc H.D. (Herman) Jager MSc hja@dgmr.nl/088 346 78 21

1. Inleiding Op 17 december 2024 heeft het bestuur van de gemeente Beuningen het ontwerp TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22c [Winssen Zuid Fase 1] vrijgegeven voor publicatie. Dit ontwerpomgevingsplan heeft van 3 januari tot en met 13 februari 2025 ter inzage gelegen. Voor het ontwerp van het plan heeft DGMR een onderzoek opgesteld naar de stikstofdepositie die optreedt vanwege het plan (kenmerk M.2020.1655.01.R001, van 26 november 2024). Daarnaast is door DGMR een onderzoek uitgevoerd naar het geluid dat als gevolg van de activiteiten van Willems Winssen binnen het plangebied ontstaat (kenmerk: M.2021.1199.01.R001, van 23 februari 2024). Beide onderzoeken zijn voor de vaststelling van het omgevingsplan geactualiseerd (geluid datum: 24-04-2025, stikstofdepositie datum: 28-04-2025). Naar aanleiding van de publicatie van het ontwerp-omgevingsplan heeft Jurato bedrijfsjuristen namens Willems Winssen zienswijzen ingediend. In voorliggende notitie geeft DGMR een reactie op de volgende onderdelen van de zienswijzen: 1 Geluid 37 t/m 41 2 Stikstofdepositie: 46 t/m 53 3 Bedrijven en milieuzonering: 59 In deze notitie staat de reactie van DGMR per zienswijze met blauwe tekst beschreven. De letterlijke tekst van de zienswijze-onderdelen van Jurato bedrijfsjuristen staat hieronder achter het betreffende nummer met zwarte tekst weergegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=d4129dea-abb3-4aa2-ac8c-f45639d83c7a